TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Reitdiepstraat, Rivierenwijk_Bijlagen motivering
Tekst van het document
4.6 Gezonde verstedelijking In Utrecht werken we aan Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. We doen dit onder andere door mensen te laten wonen en werken in een gezonde leefomgeving. In de nota Volksgezondheid: Gezondheid voor Iedereen is gezonde leefomgeving opgenomen als één van de 7 speerpunten. Een gezonde leefomgeving bestaat uit drie onderdelen: de druk op de gezondheid moet zo laag mogelijk zijn, ook wel gezondheidsbescherming genoemd, Gezond leven wordt gemakkelijk gemaakt, ook wel gezondheidsbevordering genoemd en prettig voelen in de leefomgeving. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen.
29 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Binnenstedelijke verdichting brengt gezonde kwaliteiten met zich mee zoals het behoud van groen om de stad en autoluwe wijken die actieve mobiliteit en ontmoeting stimuleren en daarmee bijdragen aan de gezondheid. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor gemengd wonen en het vergroten van het aandeel sociale en middenhuur in de stad. Er ontstaat, met name rond drukke wegen, echter ook een dilemma tussen gezonde lucht en minimale geluidsbelasting enerzijds en verdichting anderzijds.
4.7 Energie en duurzaamheid
Het gemeentebestuur stelt hoge duurzaamheids- en milieueisen aan de bebouwde omgeving met als doel een gezond stedelijk leven voor iedereen, nu en in de toekomst. De hoofdthema’s van duurzaamheid zijn de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en diervriendelijk bouwen. De milieuthema’s zijn onder te verdelen in geluid, lucht, bedrijven en milieuzonering, geur, flora & fauna, bodemkwaliteit en kwaliteit van de leefomgeving. Al deze thema’s stellen eisen aan de ruimtelijke indeling en gebouwen. Gevraagd wordt om een integrale visie op duurzaamheid voor het gebied, met expliciete aandacht voor energie, circulair bouwen en klimaat adaptatie. In deze visie dient men ook aan te geven welke risico’s men ziet die succesvolle implementatie belemmeren en hoe die risico’s geminimaliseerd kunnen worden. Onderstaande thema’s geven een overzicht van de aandachtspunten en minimale eisen die in de duurzaamheidsvisie terug zullen moeten komen. Deze zijn onder andere gebaseerd op de Ruimtelijke Strategie Utrecht, Warmtevisie Utrecht en diverse moties, zoals “Circulair bouwen”.
Algemene duurzaamheid De gemeente Utrecht zet in op hogere ambities dan de wettelijke vereisten in het bouwbesluit. Afspraken op gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in de PUp.
Energie Energieneutraliteit is één van de kernwaarden van de duurzaamheid ambities van het Utrechts college. Energie vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de duurzaamheidsvisie. Hierbij geldt er een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden, maar wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de diversiteit in energie(terugwinnings-) bronnen, stroom- en warmtebuffering en positieve gedragsbeïnvloe ding. De randvoorwaarden voor energie zijn gasloos bouwen en energiezuinigheid. De randvoorwaarden zijn vastgelegd in het Utrechtse Energie Protocol. En de gemeente hanteert het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waarin we streven naar het hoogste ambitieniveau (Goud) om energieneutraal te worden. Warmte- en koude vraag De ambitie is om het gebouw op een zodanige wijze te bouwen dat de energievraag zoveel mogelijk wordt beperkt. Om dit te bereiken wordt het Utrechts Energie Protocol gevolgd. De initiatiefnemer heeft onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor de warmte en koude vraag van de bebouwing. Dit betekent dat er gekeken is naar oplossing met warmtenet, luchtwater-warmtepompen of warmte/koude opslag. De benodigde energie voor de gebouwde omgeving wordt waar mogelijk duurzaam op de eigen locatie opgewekt. Wanneer het mogelijk is worden warmte- of koude overschotten van het gebied ter beschikking gesteld aan derden door de systemen te koppelen.
Verder is het van belang dat de eindgebruiker comfort ervaart en geen hoge energielasten heeft. Bewoners krijgen online inzage in hun gedrag ten aanzien van hun energieverbruik. Zo leren ze zuinig om te gaan met de beschikbare energie.
30 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
De initiatiefnemer onderzoekt de haalbaarheid van het toerusten van de woningen met lage temperatuur verwarming (visie op de warmte voorziening in Utrecht, juli 2017, de piekbuffering onderzoeken (zowel voor elektriciteit als warmte) en of er mogelijkheden zijn voor een WKO. Bij toepassing van bodemwarmtepompen moet rekening worden gehouden met het beperken van uitputting van de bodem: volledige regeneratie van de bodemtemperatuur is het uitgangspunt. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat in grote delen van de stad, inclusief de locatie van het plangebied, alleen het 1e watervoerend pakket tot 50 meter diepte gebruikt kan worden. Bij het eventueel toepassen van luchtwarmtepompen mag dit niet leiden tot hinder vanwege een overschrijding van aanvaardbare geluidsniveaus.
Gasloos bouwen Conform het landelijke bouwbesluit worden gasaansluitingen voor nieuwe woningen niet gehonoreerd. Voor de alternatieve energie voorziening is het belangrijk om vanaf het begin van het ontwerp rekening te houden met het ruimtebeslag van de alternatieven voor warmtevoorziening en daarvoor op tijd Nuts en de gemeente aan te haken.
Om verdroging tegen te gaan moet het hemelwater op het te ontwikkelen terrein waar mogelijk worden geïnfiltreerd en niet worden afgevoerd. Het doel is om 15 mm gerekend over het verharde oppervlak zoals daken en bestrating te kunnen bergen en ter plaatse te infiltreren. Uitgangspunt is dat 90% van de jaarlijkse neerslag wordt vastgehouden t.b.v. infiltratie op de plek waar het valt. Dat betekent een bergingsopgave van 15 mm gerekend over het verhard oppervlak. Daarnaast moet voorkomen worden dat wateroverlast schade veroorzaakt, zoals instromend water in het gebouw. Als maatgevende neerslag geldt hier 80 mm/neerslag in een uur. Voldoende vloerpeil hoogte is hierbij belangrijk. Om te bepalen op welke manier geïnfiltreerd kan worden is onderzoek ter plaatse noodzakelijk. Grondwaterstand en bodemgesteldheid stellen randvoorwaarden aan de infiltratiemogelijkheden.
Circulair bouwen Circulair bouwen staat sinds 2016 scherp op de agenda, toen de motie 252 werd aangenomen, met daarin de verklaring: “In Utrecht is circulair bouwen de norm”. Daarop voortbouwend is in 2020 het actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 vastgesteld, waarin de prioriteiten en uitdagingen voor de komende jaren worden aangegeven, met als mijlpalen: 50% circulair in 2030 en 100% circulair in 2050. In februari 2024 is de Visie Utrecht Circulair 2050 vastgesteld, hoe we gaan komen tot een Circulair Utrecht in 2050. Tevens hanteert de gemeente het Convenant Toekomstbestendig Bouwen en het Nieuwe Normaal met prestaties op circulair bouwen en aandacht voor gebruik van biobased materialen en materialen met een lage milieu impact.
Klimaatadaptatie De klimaatwetenschappen tonen aan dat de aarde opwarmt, dat klimaatpatronen verschuiven en extremen in weer toenemen. Voor Nederland betekent dit dat in de toekomst langere periodes met hoge temperaturen worden verwacht, onderbroken door intensievere regenbuien in vergelijking met heden. Binnen stedelijk gebied leidt dit met name tot uitdagingen op het gebied van voldoende waterberging en beperken hittestress in gebouwen en openbare ruimte. Het plan moet bijdragen aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress.
Het beleid wat hier kort is samengevat is omschreven in de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie. In deze laatste visie zijn ook eisen opgenomen voor het voorkomen van hittestress en droogtestress, vooral door toevoegen van groen. In het Convenant Toekomstbestendig Bouwen zijn gemeentelijke ambities opgenomen om te komen tot een gezonde aantrekkelijke leefomgeving.
31 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Diervriendelijk bouwen Bij herinrichting wordt gezocht naar mogelijkheden om het groen aan de groenstructuur te verbeteren en te versterken. Dat kan door diervriendelijke maatregelen te treffen. We zien hier kansen voor de gierzwaluw, huismus en vleermuis. • Gierzwaluw: Gierzwaluwen zijn bewoners van stenige gebieden en dus van de stad. Van oorsprong zijn het rotsvogels. Ze houden vooral van stadswijken met rommelige dakbedekkingen. Omdat dit steeds minder voorkomt zijn ze in aantal achteruitgegaan. Het inbouwen van neststenen is een oplossing; • Vleermuizen: het plangebied ligt aan de groenstructuur waarlangs vleermuizen (gaan) foerageren. Als er vleermuisverblijven worden ingebouwd kunnen de vleermuizen makkelijk het gebouw in. Zeker in een groot gebouw kun je groepsverblijfsplaatsen kwijt; • Huismus: de huismus heeft meer nodig behalve nestplekken. Ook beplanting die voor voedsel en schuilplaats zorgt. Zoals groenblijvende struiken waar ze ’s nachts in overnachten. Die zijn in de buurt aanwezig. Inbouwnestkasten kunnen een waardevolle toevoeging zijn;
De ‘Actualisatie van Groenstructuurplan 2017-2030’ is opgesteld naar aanleiding van de motie (2016/109) ‘Voor een gezonde groene toekomst’ en maakt inzichtelijk hoe we met de stedelijke groenstructuur bijdragen aan de nieuwe opgaven die er afkomen op de stad Utrecht. Daarbij bouwen we voort op de oorspronkelijke ambities uit het Groenstructuurplan 2007.
Bij het ontwerp wordt aandacht besteed aan het verbeteren van de biodiversiteit zoals het toepassen van nestkasten van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen en insecten en het toepassen van klimaat adaptieve maatregelen zoals meer groen, waterdoorlatende verharding en infiltratiegebieden.
In het Groenstructuurplan 2017 -2030 is ook de visiekaart Stedelijke Groenstructuur geactualiseerd (zie afbeelding 14). De donkergroene vlakken en verbindingen van de oorspronkelijke kaart uit 2007 zijn uitgebreid; deze uitbreidingen zijn in een lichtere kleur groen resp. rood zichtbaar gemaakt. Ook zijn lopende en prioritaire gebieds ontwikkelingen toegevoegd aan de kaart van 2007.
4.8 Groenstructuurplan
In 2007 is het Groenstructuurplan Utrecht opgesteld, met daarin een visiekaart Stedelijke Groenstructuur voor de stad als geheel. Hierin wordt “de groene ruimte voor de toekomst vastgelegd voor een leefbare stad. De waarde van de groene plekken en verbindingen zal de komende jaren steeds toenemen en de groene ruggengraat voor de stad en haar ommeland duurzaam verstevigen”.
Het geactualiseerde Groenstructuurplan 2017 - 2030 kent vijf hoofdopgaven: 1. Vergroten van de ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit van het bestaande stedelijk groen van Utrecht voor mensen, planten en dieren; 2. Verbeteren van de bereikbaarheid van de groengebieden rond Utrecht door recreatieve en ecologische verbindingen aan te leggen; 3. Uitbreiden van de groene buitenruimte door grootschalige groengebieden om de stad aan te leggen. 4. Gezonde verstedelijking 5. Klimaatadaptatie
Voor het plangebied zelf zijn in het Groenstructuurplan geen specifieke uitgangspunten opgenomen. Wel worden in het plan de volgende algemene uitgangspunten geformuleerd: • Vergroenen krijgt prioriteit in groenarme wijken (waaronder Rivierenwijk); • Verbeteren van het leefgebied van planten en dieren in de gehele stad door een natuurlijke inrichting.
32 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Afbeelding 14: Kaart met overzicht stedelijke groenstructuur
33 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Ruimtelijke groenvisie Rivierenwijk In de ruimtelijke groenvisie Rivierenwijk uit 2004 is de omgeving van de Reitdiepstraat als aandachtsgebied genoemd. Van belang is rekening te houden met de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur van bebouwing langs de Vaartsche Rijn enerzijds en de woonwijk erachter anderzijds. Dit geldt ook voor de inrichting van de buitenruimte. Door het samenkomen van stedenbouwkundige structuren ontstaan zogenaamde ‘speciale’ binnengebieden. Van belang is om deze binnengebieden dan ook herkenbaar van inrichting te maken. In Rivierenwijk is behoefte aan groene gebieden, afgesproken is om de openbare ruimtes van dit project een groen karakter te geven. Het in fase 1 gerealiseerde Lekplantsoen voldoet hieraan en het is de bedoeling om fase 2 ook op deze wijze te ontwikkelen.
4.9 Spelen Op 10 maart 2022 is het nieuwe Speelbeleid vastgesteld door de gemeenteraad. De groei van de stad zorgt voor meer druk op de openbare ruimte en druk op bestaande voorzieningen. Veel meer fietsers, sporters en auto’s maar ook bomen en struiken vragen om ruimte. De nota Spelen in je eigen buurt geeft handvatten om bij ontwikkelingen te zorgen voor voldoende speelruimte van voldoende kwaliteit en daarmee bij te dragen aan een gezonde leefomgeving voor onze jongste bewoners. Hierbij gaat het zowel om (beter) bespeelbare openbare ruimte (zoals vrije stoepruimte, autovrije en -luwe straten) als om ingerichte plekken met speeltoestellen. We streven naar een stad waarin elk kind kan spelen en bewegen, zodra hij of zij de (voor)deur uitstapt. Dit betekent dat de openbare ruimte beter bespeelbaar wordt, voor jong en oud. Onderdeel van deze visie is de Utrechtse speelruimtenorm, met de ambitie dat binnen 200 meter van iedere woning speelruimte te bereiken is, hierbij geldt dat we streven naar minimaal 5% van de openbare ruimte voor sporten en spelen.
We houden daarbij rekening met het aantal kinderen dat in een buurt woont, en ook met de barrières die een kind over moet om bij een speelplek te komen. We zetten in op de grotere speelplekken, waar de hele buurt welkom is en gespeeld kan worden door jong en oud. Dit netwerk vullen we aan met kleinere plekken voor de jongste kinderen en met sportvoorzieningen voor de jeugd. De ontwikkeling aan de Reitdiepstraat biedt ruimte aan gezinnen met kinderen in de sociale huur. Voor deze doelgroep is speelruimte dus erg belangrijk. Niet alleen voor de kinderen, maar ook voor ouders om elkaar te ontmoeten. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. Het vrijgekomen stuk groen met daaraan de woningen heeft een ingerichte speelplek geschikt voor kinderen van de leeftijd 0-12 jaar, die passend is bij het groene karakter van het plantsoen, dus met natuurlijke materialen en ondergrond. Door het toevoegen van deze speelplek met toestellen, past deze ontwikkeling bij zowel het nieuwe als het oude speelbeleid en voegt deze ontwikkeling ook wat toe voor omwonenden.
34 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
5. Onderzoek en haalbaarheid 5.1 Geluidhinder Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidbronnen die in het kader van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidbelaste object. In de wet- en regelgeving is onder andere vastgelegd wat de maximale geluidniveaus mogen bedragen op de gevels van geluidgevoelige gebouwen. Een woning is een geluidgevoelig gebouw. Er moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de zowel de wettelijke eisen alsmede aan het gemeentelijke beleid. Bij de vaststelling of wijziging van een ruimtelijk plan is een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige gebouwen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Het plangebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen Jutfaseweg, Rijnstraat en Beneluxlaan/Socrateslaan/ Socratesbrug/’t Goylaan. Aangezien er nieuwe woningen worden toegestaan, is er akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat enkel ter plaatse van de 4 grondgebonden woningen langs de Jutfaseweg de standaardwaarde met 1 decibel wordt overschreden. Aangezien deze woningen beschikken over een geluidluwe gevel wordt voldaan aan het geluidbeleid.
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een spoor en niet in de nabijheid van een geluidgezoneerd industrieterrein. Aan de overzijde van de Vaartsche Rijn zijn wel bedrijven gevestigd. Hier mogen echter alleen bedrijven gevestigd worden die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan. Onderzoek naar industrielawaai is niet nodig.
In de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met het tegengaan van geluidhinder van warmtepompen. Hiervoor zullen de geldende regels in acht worden genomen.
5.2 Luchtkwaliteit Voor de haalbaarheid van een stedelijke ontwikkeling in relatie tot de luchtkwaliteit zijn twee aspecten van belang. Allereerst of de bestaande luchtkwaliteit voldoet aan de eisen voor een goed woon- en leefklimaat en daarnaast welke effecten de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit heeft. Op basis van verschillende bronnen (o.a. CIMLK) kan vastgesteld worden dat de huidige luchtkwaliteit ruimschoots voldoet aan de rijksomgevingswaarden in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit geldt voor o.a. fijnstof, zeer fijnstof en stikstofdioxide. Qua bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit kan verwezen worden naar artikel 5.54 Bkl (standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit). Op grond hiervan geldt dat woning bouwprojecten tot 1.500 woningen geen wezenlijke bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit. Voor onderhavige ontwikkeling is de luchtkwaliteit geen belemmering
5.3 Omgevingsveiligheid Potentiële risicobronnen die van invloed kunnen zijn op een stedelijke ontwikkeling betreffen: • Risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen; • Transportroutes voor gevaarlijke stoffen; • Buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Omgevingsveiligheid is relevant voor een ontwikkeling wanneer een ontwikkeling zich binnen een aandachtsgebied bevindt of wanneer er risicobronnen mogelijk worden gemaakt.
35 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Op basis van raadpleging van www.atlasleefomgeving.nl/kaarten wordt geconcludeerd er geen risicobronnen zijn met een aandachtsgebied tot over het plangebied. Het plangebied maakt daarbij geen nieuwe risicobronnen mogelijk. Het milieuthema omgevingsveiligheid is daarom niet relevant voor deze ontwikkeling.
Scouting Hoograven en Technische Handelsonderneming Romal Wanneer gekeken wordt naar het typologie bedrijven in relatie tot de afstand tot het plangebied, dan kan zondermeer gesteld worden dat dergelijke bedrijven niet belemmerend zijn voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.
5.4 Bedrijven - en milieuzonering
Stadsbedrijf gemeente Utrecht De bedrijfsactiviteiten van het Stadsbedrijf aan de Vaartscherijnstraat 1 zijn als een categorie 3.1 bedrijf gecategoriseerd. Een dergelijk bedrijf kent een indicatieve hindercontour van 50 meter tot een rustige woonwijk. Het plangebied aan de Reitdiepstraat is op minimaal 45 meter tot dit bedrijf gelegen.
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door activiteit- en milieuzonering. Onder activiteit- en milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Activiteit- en milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven gelegen, te weten: • Garage Rivierenwijk: Jutfaseweg 178 (locatie wordt herontwikkeld) • Top Team Fitness Center: Jutfaseweg 178 (locatie wordt herontwikkeld) • Scouting Hoograven: Verlengde Hoogravenseweg 225 • Stadsbedrijf gemeente Utrecht: Vaartscherijnstraat 1 • Technische Handelonderneming Romal: Verlengde Hoogravenseweg 223
Specifiek voor deze situatie geldt dat ter plaatse van de dichterbij het stadsbedrijf gelegen woning aan de Vaartscherijnstraat 2 al voldaan moet worden aan de geldende milieunormen voor bijvoorbeeld geur en geluid. Daarnaast geldt dat de bestaande portiekflat langs de Jutfaseweg op nagenoeg gelijke afstand tot het stadsbedrijf is gelegen is de woningen in de toekomstige situatie. De nieuwbouw zal dus geen extra belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van het stadsbedrijf en het woon- en leefklimaat in het plangebied zal niet verslechteren. Aangezien de nieuwbouw een aanzienlijke betere geluidswering zal krijgen dan de huidige bebouwing, kan geconcludeerd worden dat het woon- en leefklimaat alleen maar zal verbeteren.
5.5 Archeologie en monumenten De gemeente Utrecht heeft ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht opgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente, waarmee de wettelijk vereiste bescherming wordt geboden. Dit Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht wordt meegenomen in de eerste wijziging van het omgevingsplan. De archeologische regels en waarden komen dan terug in het omgevingsplan van de gemeente Utrecht.
36 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
De archeologische waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt ten grondslag aan de plankaart in het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht en aan het Omgevingsplan. Deze archeologische waardenkaart is gebaseerd op de bodemkaart, cultuurhistorische en archeologische waarden en verwachtingen en op de kennis en ervaring opgedaan in tientallen jaren archeologisch onderzoek in de stad. Het plangebied ligt op de archeologische waardenkaart van de gemeente Utrecht in verschillende verwachtingszones. Dit zijn een zone met een hoge archeologische verwachting en een archeologische verwachting. Gelet op de ligging binnen een verwachtingszone dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Uit reeds uitgevoerd bureauonderzoek is het volgende gebleken: Vanwege de ligging op de Houten stroomgordel heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode Neolithicum-Vroege-Middeleeuwen. Eventuele resten en/of sporen uit deze tijd worden verwacht in de top van de oeverafzettingen die rond -0,2 en -0,8 m NAP (vanaf ca. 2,1 m –Mv) aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied ligt de Limesweg, maar deze wordt niet in het plangebied verwacht. Ook zijn vondsten
bekend uit de periode Neolithicum- Bronstijd in de omgeving. De aanwezigheid van nederzettingen uit de periode NeolithicumRomeinse Tijd in de buurt van de Limesweg is dus niet ondenkbaar. Vanaf het maaiveld is een ophogingspakket aanwezig, dat plaatselijk al tot 70 à 80 cm –MV recent verstoord is, zoals uit boringen en bouwtekeningen blijkt. Naast en onder de recente verstoringen zouden echter nog archeologische resten uit de Nieuwe Tijd en Late- Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. In het plangebied heeft namelijk de molen ‘De Oude Keizer’ uit 1661 en de gelijknamige
dakpannenfabriek uit 1878 gestaan. Deze stonden aan de Vaartsche Rijn, en funderingsresten hiervan worden met name in het noordoosten van het plangebied verwacht op basis van historisch kaartmateriaal. Maar daaromheen zouden ook nog grondsporen behorende tot de fabriek aanwezig kunnen zijn. Langs de Vaartsche Rijn zouden ook vondsten uit de Late-Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Eventuele resten en/of sporen zouden al vanaf het maaiveld aanwezig kunnen zijn. Het plangebied heeft dus ook een hoge archeologische verwachting op archeologische resten uit de Late- Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Als onderdeel van het omgevingsplan-traject zal een proefsleuven onderzoek uitgevoerd worden om vast te stellen of uit te sluiten dat er in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is. Op basis van de resultaten van dit onderzoek besluit de bevoegde overheid of een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving noodzakelijk is. Dit kan ook voor een deel van het plangebied van toepassing zijn.
5.6 Bodemkwaliteit De milieu hygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaalt met name de financiële haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. In het verleden zijn er ter plaatse van het plangebied al verschillende bodemonderzoeken plaatsgevonden. Om een goed beeld te krijgen van de bodemgesteldheid is reeds een historisch vooronderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd. Uit dit vooronderzoek zijn verschillende verdachte locaties naar voren gekomen die in een actualiserend bodemonderzoek onderzocht zijn. Het actualiserend onderzoek is van 4 mei 2021 (ref: 171131_R_ EGZ_0356). De conclusie is dat de locatie licht tot matig verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB. De locatie is daarmee geschikt voor het beoogde gebruik: wonen met tuin. Asbest is niet aangetroffen. PFAS is niet verhoogd aange troffen. Het grondwater is niet verontreinigd. Uit het uitgevoerde
37 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
actualiserend bodemonderzoek blijkt dat er geen zaken zijn die de uitvoerbaarheid van het plan beïnvloeden. Na sloop moet aanvullend onderzoek worden verricht ter plaatse van de gesloopte opstallen.
(Handboek Inrichting Openbare Ruimte; zie http://www.utrecht.nl/ handboek-openbare ruimte/).
5.7 Klimaatadaptatie en Water
Aangezien alle aanwezige gebouwen in het plangebied gesloopt zullen worden, heeft er in het verleden reeds ecologisch onderzoek. Quickscan juli 2017 en nader onderzoek vleermuizen nov 2017, plaatsgevonden. Het onderzoek naar vleermuizen is in 2021 geactualiseerd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat er in de te slopen gebouwen vier zomer- en vijf paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Gelet hierop zijn, in het kader van mitigatie, conform het vleermuisprotocol in de omgeving van het plangebied in totaal 28 tijdelijke vleermuisnestkasten opgehangen. Ten behoeve van de sloop van de gebouwen is op 25 januari 2022 een provinciale ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming aangevraagd en verleend.
5.8 Flora & fauna en stikstof depositie Het klimaat verandert, we krijgen vaker te maken met extreme droogte, hitte en heftige regenbuien. Samen met partners en inwoners werkt de gemeente aan een stad die bestand is tegen al deze veranderingen. Het is belangrijk om de ruimte om ons heen de komende decennia zo aan te passen, dat de huizen, straten, planten en dieren deze veranderingen aan kunnen. Een herontwikkelings locatie leent zich bij uitstek om aan dit uitgangspunt invulling te geven. De woningen moeten het hemelwater en afvalwater gescheiden aanbieden aan de straatzijde. Het hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds afgevoerd en vanaf maaiveld geïnfiltreerd. Middelen om vanaf maaiveld te infiltreren zijn waterpasserende verharding en wadi’s. Vanwege een slecht waterdoorlatende bodem in de huidige situatie zal wel grondverbetering moeten plaatsvinden. Om bij extreme neerslag wateroverlast te voorkomen kan een overloop naar het oppervlaktewater aangelegd worden.
Vegetatiedaken is een van de mogelijkheden om hemelwater vast te houden binnen het gebied. Ondergrondse berging en infiltratie van IT-riolen of andere systemen heeft niet direct de voorkeur. De uiteindelijke keuze voor het type infiltratie is onder andere afhankelijk voor de keuze van het energiesysteem die ook een ruimtevraag op daken kan hebben. Het is een streven om geen dak onbenut te laten. Invulling van de oplossingen voor de infiltratie wordt momenteel onderzocht en verder uitgewerkt. Voor de specifieke eisen aan de huisaansluitingen (kleur, materiaal, diepte, diameter, ontstopping stuk etc.) wordt verwezen naar het HIOR
In 2022 is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Aangezien de AERIUSCalculator sindsdien meerdere keren is geactualiseerd, zal dit onderzoeken geactualiseerd worden. Andere uitkomsten worden op voorhand niet verwacht.
5.9 Bomen Binnen het plangebied staan meerdere bomen van verschillend formaat en kwaliteit. Middels een bomeninventarisatie is onderzoek verricht naar de waarde, conditie en verplantbaarheid van de aanwezige bomen. • Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling zij in totaal 84 bomen geïnventariseerd; • 2 van de bomen worden, los van de planontwikkeling, door de gemeente gekapt en gecompenseerd binnen het plangebied; • 35 bestaande bomen in het plangebied kunnen behouden blijven;
38 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
65
61
20
51 52
50 49
21 22 53
48
54
5 4
3
43
41
6 38 39
36 35 34
7 14 8 82 9
91 90
10
11 77 95
92
76
83 86
75
84 85
87 88
72 71
68
69 93 94
Afbeelding 15: Kaart met overzicht te kappen bomen
39 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
181 179 177
178
67
66 62 64 63
60
121
122 57
105 106
103 102 101
123
58
128 111
152
112
124 110
153
113
109 108
59
107
19 151
18
125
114 127
117
17
2
126
115
54
47 46
89
45
55
1 182
44
119
129
23
24
183
120
43
42
130
81 184
25 131
185
134 135
133
139
132 186 33 32 136
187 30 29
31
80
137
27 26
154 140
138 79 78
175 141 174 173 142 172 171
143 144 170 169
145
146
168
147 167 148 166 165
149
150
164 163 154
162 161
160
156
159
157 158
Afbeelding 16: Kaart met overzicht nieuw te planten en te behouden bomen
40 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
•
•
•
Vanwege de herontwikkeling van het plangebied worden door Bo-Ex 47 (waarvan 40 kapvergunning plichtig) bomen gekapt. Merendeels van deze bomen moeten gekapt worden vanwege de toekomstige bebouwing. Bo-ex zal zorgdragen voor de herplant van ten minste 40 bomen, waarvan zoveel mogelijk binnen het plangebied. De compensatie gebeurt volgens het compensatie beleid van de gemeente Utrecht (beleidsregel herplant naar waarde). Hoofdzakelijk wordt er met 3e grootte bomen gecompenseerd. Dit in verband met de beschikbare ondergrondse groeiruimte. De nieuwe bomen komen verspreid in het plangebied: in de tuinen, in de secret garden, in het plantsoen en in de straat. Voor de bomen buiten het plangebied en de te behouden bomen binnen het plangebied wordt een plan opgesteld, hoe deze beschermd kunnen worden en in goede staat behouden kunnen blijven. De inrichting van het openbaar gebied wordt nader uitgewerkt in het inrichtingsplan openbaar gebied. Daarin wordt o.a. exact bepaald waar (en tevens type, plantmaat ed.) de te compenseren bomen geplaatst worden. De definitieve bomeninventarisatie is onderdeel van het omgevingsplan.
•
Conform het gemeentelijk beleid is er een kapvergunning nodig voor bomen met een stamdoorsnede van meer dan 15 cm op 1,3 m hoogte. Bij een grotere stamomtrek is een kapvergunning niet benodigd als de boom op grond staat dat in eigen bezit is als de boom op een perceel staat kleiner dan 300 m2 en de boom jonger is dan 50 jaar. De bomen worden gecompenseerd volgens de regels van de gemeentelijke herplantplicht. Het opnieuw planten van bomen of andere vormen van groen gebeurt op de plek waar gekapt wordt of in de buurt daarvan. Bij uitzondering kan het ook op een andere plek. De nieuwe bomen moeten geplant worden binnen 36 maanden na het verkrijgen van de kapvergunning. In de te verwijderen bomen en struiken kunnen in het voorjaar vogels nestelen. De beplanting moet daarom buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden weggehaald of in het broedseizoen eerst gecontroleerd worden op de aanwezigheid van nestelende vogels. In de bomen en struiken zitten geen jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van beschermde dieren. Ecologisch werkprotocol noodzakelijk, is voorwaarde opheffing provincie.
41 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
21 juni - 10 uur
21 juni - 12 uur
21 juni - 15 uur
21 juni - 17 uur
Afbeelding 17: Vier kaarten met bezonningstudies genomen op 21 juni om 10.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur en 17.00 uur
42 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
5.10 Kwaliteit van de leefomgeving In het kader van kwaliteit van de leefomgeving wordt door de gemeente in ruimtelijke plannen in belangrijke mate steeds meer aandacht gevraagd voor de aspecten zon en schaduw, sociale veiligheid, toegankelijkheid voor minder validen en windhinder omdat dit aspecten zijn die de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden. Sociale veiligheid Het realiseren van woningen in de plinten van de appartementen gebouwen, en het plaatsen van de eengezinswoningen aan het plantsoen en het autoluwe zone gebied zorgen voor het zicht op straat een sterke relatie tussen het groengebied en de woningen. Dit bevordert de sociale veiligheid. Het afsluiten van achterpaden of gemeenschappelijke tuinen helpen de sociale veiligheid te verhogen
Bezonning De bestaande 4 bouwblokken, ten zuiden van de Reitdiepstraat, zijn noord zuid georiënteerd. Hierdoor is de slagschaduw ten noorden van de blokken beperkt. Het meest westelijke blok staat op enige afstand van de woningen aan de Berkelstraat waardoor de slagschaduw geen invloed heeft op de omliggende bebouwing. Het bestaande bouwblok ten noorden van de Reitdiepstraat heeft in het voor- en na- jaar een slagschaduw op de bestaande bebouwing op de hoek van de Berkelstraat. In de nieuwe situatie begeleid de bebouwing de Reitdiepstraat en het plantsoen. Aan de westzijde en de zuidzijde komt de bebouwing dichter op de bebouwing van de Berkelstraat en de Hoendiepstraat te staan. In de zomermaanden valt er in de ochtend enige schaduw op de achtertuinen op de hoeken van de Berkelstraat en de Hoendiepstraat. Voor de overige omliggende bebouwing valt er geen slagschaduw op percelen en/of gevels. (zie bijlage afbeelding 20)
In het voor- en na- jaar staat de zon lager en is de slagschaduw langer. In maart en september valt er in de namiddag ook enige schaduw op de bestaande gevel van de appartementen ten noorden van de Reitdiepstraat. Aan de zuidzijde van het plan, de woningen aan de Hoendiepstraat, geldt dat er geen slagschaduw op het perceel en/ of de gevel valt ten gevolge van de nieuwe bebouwing. (zie bijlage afbeelding 21) Alle direct omliggende woningen voldoen aan de woningen ‘lichte TNO-norm’, wat betekent dat er in de periode van 19 februari tot 21 oktober tenminste twee uur per dag zonlicht op de gevel (voor, danwel achtergevel) kan schijnen. Privacy Tevens is afgesproken om de trappenhuizen zoveel mogelijk in de het bouwblok te integreren en blinde kopgevels toe te passen richting de Berkelstraat. Dit heeft ook een positief effect op de privacy ofwel inkijk vanaf de nieuwbouw op de bestaande tuinen en bebouwing. Windhinder Het aspect windhinder speelt bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter en is derhalve voor deze ontwikkeling niet aan de orde. VN-verdrag handicap/ toegankelijkheid Utrecht wil een stad zijn die toegankelijk is voor iedereen. Utrecht werkt sinds 2007 aan die toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu met het VN-verdrag handicap. Dit verdrag is in 2016 vastgesteld.
Inmiddels is het Handboek Openbare Ruimte (HOR) geactualiseerd en vormt het toetsingskader voor de openbare ruimte rondom het bouwplan. Daarmee wordt geborgd dat het VN-verdrag handicap van toepassing is op deze ontwikkeling.
43 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
5.11 Gezondheid Vanuit een gezondheidsperspectief is het belangrijk dat toekomstige bewoners op een prettige manier kunnen wonen en verblijven op deze plek. Een gezonde leefomgeving bestaat uit drie onderdelen: De druk op de gezondheid moet zo laag mogelijk zijn, ook wel gezondheids bescherming genoemd, Gezond leven wordt gemakkelijk gemaakt, ook wel gezondheidsbevordering genoemd en prettig voelen in de leefomgeving.
Kijkend naar de gezondheidsbescherming is deze plek gezien de afstand tot drukke wegen geschikt voor woningen voor meer kwetsbare groepen. Ook geluid van een spoor is niet aanwezig op deze plek. Het toevoegen van sociale woningen op deze gezonde plek met daarbij verschillende woningen die geschikt zijn voor meer kwetsbare groepen (woonvorm Lister en gezinnen met jonge kinderen) is daarom zeer passend. Met betrekking tot de woningen is het van belang dat er ramen open kunnen en er aan beide zijden daglicht naar binnen kan vallen. Dit heeft ook voordelen voor de geluidsbelasting. Elke woning heeft een geluidluwe zijde. Deze uitgangspunten hebben een positieve werking op de lichamelijke en psychische gezondheid van de bewoners. Het plan heeft de volgende maatregelen op het gebied van gezondheidsbevordering: In het plan wordt groen toegevoegd, volgens het principe: groen, tenzij. Groen heeft een positief effect op de gezondheid van mensen. Het toevoegen van groen is niet alleen goed voor de toekomstige bewoners, maar ook omwonenden kunnen profiteren van het groen in het plangebied. Dit groen wordt ingezet om mensen met elkaar in contact te brengen en voor sporten, spelen en bewegen.
Daarnaast wordt bewegen gestimuleerd door het gebruik van de fiets gemakkelijk te maken, door logisch gepositioneerde en gemakkelijk toegankelijke fietsenbergingen aangesloten op de in de toekomst ingerichte fietsstraat op de Jutfaseweg.
Mensen voelen zich prettig in een omgeving als deze aansluit op de eigen wensen. Het is daarom belangrijk om ook de wensen van de buurt en de nieuwe bewoners mee te nemen zodat hier een community kan ontstaan, wat kan bijdragen aan de sociale cohesie in de buurt. Dit heeft een positief effect op de gezondheid. Daarnaast is er in het plan aandacht voor sociale veiligheid. Dit is een onderwerp wat leeft in de buurt. In het plan komen woningen in de plint, volgens het ogen op straat principe. Daarnaast worden er verschillende loopen fietsroutes toegevoegd, dit kan ook bijdragen aan verbeterde veiligheidsgevoelens. De poort en het binnenterrein van het appartementenblok worden afgesloten.
5.12 Duurzaamheid Algemene duurzaamheid en energie In de beginfase van het project is afgesproken dat de mogelijkheden voor realisatie van de ambities van Utrecht op het gebied van algemene duurzaamheid en energie onderzocht worden. In het onderzoek wordt aandacht besteed aan een haalbaarheidsonderzoek met de voorziene energievraag (warmte/koude en stroom) en het beoogde duurzame energieconcept en een onderbouwing van de algehele duurzaamheidscore. Op verzoek van Bo-Ex heeft BlueTerra onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de toekomstige bebouwing te laten voldoen aan het wettelijk kader (BENG) en de in de Pup 2020 openomen ambities. In de notitie ‘Slotnotitie duurzaamheidsaspecten Reitdiepstraat’ van 23-04-2021 worden 4 varianten nader beschouwd, te weten WKO, Luchtwarmtewaterpomp, Stadswarmte en Ventilatiewarmtepomp. De systemen zijn getoetst op stichtingskosten, kosten voor de huurder, TCO voor Bo-Ex, Risico’s en Comfort en een overall beoordeling. In de overall beoordeling scoort de lucht/water warmtepomp over de hele breedte van de te ontwikkelen woningen goed. Bij de appartementen verschuift het zwaartepunt iets naar bodemwarmte. Het warmtenet is
44 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
voor de rijwoningen en appartementen lager beoordeeld i.v.m. de jaarlijkse lasten voor de huurders en het ontbreken van koeling. Op basis van het voorgaande onderzoek wordt het plan verder uitgewerkt met lucht water warmte pompen voor alle woningen. De keuze voor dit energiesysteem is als volgt te motiveren; Het warmtenet ligt niet nabij de ontwikkeling. Aansluiten levert veel onzekerheid op in tijd geld en tijd. De WKO (gesloten systeem, bodemwarmtewisselaar) kan niet door de beperking in diepte voor het boren van de bronnen. Een deel van de woningen is te groot is voor ventilatiewarmte pompen. De lucht water warmtepomp biedt daarbij de beste kansen voor de eengezinswoningen om te voldoen aan de EPV wat in de volgende fase wordt onderzocht. Voor de appartementen wordt nog nader onderzocht of conform het Utrechts Energieprotocol de open WKO is meegenomen en in het kader van geen dak onbenut, onderzocht of extra zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Voor de inrichting van de openbare ruimte is onderzocht welke materialen vrijkomen en geschikt zijn voor hergebruik. De voorstellen voor hergebruik worden in het BInG-overleg ingebracht. Dit betreft o.a. verhardingen, lichtmasten en straatmeubilair. Voor de gebouwen wordt voldaan aan de milieuprestatie-eis (MPG).
In de verdere uitwerking wordt geanticipeerd op de verwachting dat de MPG-norm met ingang van 2025 verder wordt aangescherpt. Hittestress Door de grote stenige oppervlaktes is het in de steden op zomerse dagen enkele graden warmer dan erbuiten. Er worden geen harde eisen gesteld aan temperatuurverlaging, wel zorgt het toevoegen van groen voor temperatuurverlaging. In de toekomstige situatie zal de oppervlakte aan verharding in het plangebied afnemen. Afhankelijk van het gekozen energieconcept worden de daken geheel of gedeeltelijk vol gelegd met zonnepanelen. Deze zonnepanelen zorgen dan afhankelijk van het gekozen energieconcept voor de gehele of
gedeeltelijke energievraag van de woningen. Daken die niet benut worden voor energie opwek worden zoals in de Pup is afgesproken, gebruikt voor andere doeleinden zoals groene en of blauwe dak oplossingen. Bij de inrichting van het openbaar gebied wordt nader bekeken hoe de combinatie van afwatering, berging en de teruggave van hemelwater aan de nabije groene omgeving gerealiseerd kan worden en wat hiervoor nodig is, zo ook om verdroging te voorkomen. Kijken we naar de bezonning van de bebouwing in relatie tot de straten en deel van het groene park dan zien we dat vanaf het voorjaar en in zomermaanden er schaduw ontstaat aan de westzijde van het groene park en de daarnaast gelegen straat. Alle woningen voldoen minimaal aan de Beng 1 eis waarbij de ook wordt voldaan aan de To juli eis. Hieraan wordt voldaan via actieve koeling. Circulair bouwen Binnen dit plan geven we circulariteit vorm door het opstellen van een oogstkaart en opstellen EMVI-criteria m.b.t. de sloop. Voor de nieuwbouw wordt tijdens het ontwerpproces proactief gestuurd op circulariteit en advies in het ontwerpteam over circulaire optimalisaties. Omdat er nog geen keuzes zijn gemaakt voor verificatiemethoden wordt er als uitgangspunt gehanteerd dat er op basis van de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) en de Building Circularity Index© (BCI Gebouw) wordt gemeten en gestuurd.
Voor dit project is de ambitie om een MPG van 0,5 te halen.
45 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
5.13 Kabels en leidingen Het betreft een volledig particulier initiatief. Het eventueel aanpassen/ verleggen van aanwezige kabels en leidingen ten behoeve van deze ontwikkeling is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. In de omgeving van het plangebied zijn geen planologische relevante kabels en leidingen gelegen die van invloed zijn op de planontwikkeling. Wel is uit een klic-melding gebleken dat er verschillende kabels en leidingen binnen het plangebied liggen die afgesloten moeten worden en/of verlegd moeten worden. Tevens zal een aanwezig trafo-ruimte een nieuwe plaats binnen het plangebied krijgen. De nieuwe plek van de traforuimte is geïntegreerd in appartementengebouw op de hoek van de Jutfaseweg en Reitdiepstraat. Hierover zijn reeds afspraken gemaakt en de restricties behorende bij een trafo ruimte worden in acht genomen.
5.14 Milieueffectrapportage
Als het project of de activiteit in kolom 1 en het besluit in kolom 4 beschreven staan. Dan kan op basis van kolom 2 en 3 worden bepaald of er sprake is van een mer-plicht of een mer-beoordelings plicht. Planvoornemen Het besluit over dit project vindt plaats doormiddel van een omge vingsplan. Het besluit staat rechtstreeks activiteiten toe die op grond van het Omgevingsbesluit mer-(beoordelings)plichtig zijn. Er is dus mogelijk sprake van een project-mer(-beoordeling). In deze situatie betreft het project, vanwege de aard van de functie en de omvang van de bebouwing, een stedelijk ontwikkelingsproject. Een stedelijke ontwikkelingsproject komt voor in categorie J11 van bijlage V in het Omgevingsbesluit. Kolom 3 wijst ‘aanleg, wijziging of uitbreiding’ aan als gevallen waarin sprake is van de mer-beoordelingsplicht. Hiervan is in deze situatie sprake. Geconcludeerd wordt dus dat sprake is van een project-mer-beoordeling.
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maat schappelijk belang. De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in paragraaf 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit.
Of een besluit over een project mer-(beoordelings)plichtig is kan worden afgeleid uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. In deze bijlage is een tabel opgenomen met 4 kolommen.
De wet maakt onderscheid tussen een milieueffectrapportage voor een project of voor plannen en programma’s. Als het besluit rechtstreeks een activiteit toestaat die op grond van het Omgevingsbesluit mer-(beoordelings)plichtig zijn, dan is sprake van een project-mer(-beoordeling). Als deze activiteiten slechts indirect mogelijk worden gemaakt, omdat daarvoor eerst nog een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is, is sprake van een kaderstellend plan. In dat geval geldt de plan-mer(-beoordeling).
De initiatiefnemer van een mer-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. De mede deling is vormvrij maar met eisen aan de inhoud. In deze mededeling staat de informatie die het bevoegd gezag nodig heeft om te bepalen of de initiatiefnemer een milieueffectrapport (MER) moet maken. Het bevoegd gezag moet binnen 6 weken na ontvangst van de mededeling de mer-beoordelingsbeslissing nemen. De mededeling maakt als bijlage onderdeel uit van de stukken bijbehorende bij de planologische procedure en wordt tegelijkertijd met het ontwerpbesluit bekend gemaakt.
46 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid
6.2 Anterieure afspraken
Eigenaar van het erfpachtrecht waarop de bestaande woningen en de groene binnenterreinen zijn gelegen is woningcorporatie Bo-Ex. Bo-Ex is volledig eigenaar van de gronden en opstallen waarop het bedrijfsgebouw is gelegen. . De Reitdiepstraat, de Jutfaseweg en de parkeerterreinen tussen de woonflats zijn volledig eigendom van de gemeente. Het traforuimte grenzend aan de garageboxen is in eigendom van netbeheerder Stedin.
In de anterieure overeenkomst die de gemeente met de initiatiefnemer sluit worden in ieder geval de volgende zaken opgenomen: • Bij uitgifte gemeentegrond moet de initiatiefnemer een grondprijs aan de gemeente betalen. Voor sociale huurwoningen en voor middenhuur woningen geldt de grondprijs uit de grondprijzenbrief. • Het toekomstige openbaar gebied wordt - na herinrichting door de initiatiefnemer - aan de gemeente overgedragen. • Het verhalen van de gemeentelijke plankosten, een eventuele bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen en een vrijwaring voor de gemeente van toegekende planschadeclaims. • Locatie-specifieke afspraken die niet publiekrechtelijk kunnen worden vastgelegd. Hierbij gaat het onder meer programmatische uitgangspunten op het gebied van woonprogramma en doorstroming van sociale huurwoning naar midden huurwoningen, maatwerk parkeeroplossingen, het plaatsen van deelauto’s, en het gebruik van de fietsenstalling. • De grondtransacties die moeten plaatsvinden ter uitvoering van het plan van initiatiefnemer (inclusief de financiële consequenties).
De kosten voor het project worden gedragen door de initiatiefnemer. Met de initiatiefnemer is op 21 juni 2019 een intentieovereenkomst gesloten, waarin een voorschot op de plankosten overeen is gekomen. In de daarop aansluitende anterieure overeenkomst, die nu wordt voorbereid, worden afspraken gemaakt over het verder verhalen van de gemeentelijke plankosten (voor zover niet door leges gedekt dan wel anderszins verzekerd zijn) en het bijdragen aan de bovenwijkse kosten. Door het tekenen van een anterieure overeenkomst wordende financiële uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid voldoende aannemelijk gemaakt. De ondertekening van de anterieure overeenkomst vindt plaats voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gaat. Een nadeelcompensatie is onderdeel van de onderzoeken t.b.v. het omgevingsplan. Mocht er nadeel optreden dan zijn de kosten voor rekening van de initiatiefnemer.
47 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De participatie van dit project heeft plaats gevonden met de omwonenden (vooral woonachtig in de Reitdiep-, Berkel- en Hoendiepstraat) en enkele terugkerende huurders. In september 2019 is een buurtwandeling gehouden waarbij de participanten vrijuit is gevraagd naar waar de behoeften liggen. Punten die hier duidelijk naar voren kwamen, waren: het behouden zoveel mogelijk groen en bomen, een speelplek voor basisschooljeugd, aansluiten op de huidige omgeving, woningdifferentiatie liefst met koopwoningen en middenhuur naast de sociale huur en oplossing voor het parkeerprobleem vooral de ‘wildparkeerders’.
In januari 2020 is een plan gepresenteerd afwijkend in opzet ten opzichte van het plan uit 2010. In het plan van januari 2020 waren geen eengezinswoningen opgenomen maar duplexwoningen en een grote bouwmassa van corridorgebouwen langs de Jutfaseweg. Het groene plein in het midden werd met deze oplossing nog extra vergroot. Dit plan stuitte op weerstand wegens minder privacy vanwege de duplexwoningen en het dichter tegen de achtertuinen bouwen van de Berkelstraat. Omwonenden gaven eerder voorkeur aan de blauwdruk van het oude plan en een kleiner oppervlak openbaar groen dan deze variant. Door in het huidige stedenbouw kundig ontwerp weer terug te gaan naar de blauwdruk van het oude plan, maar wel het parkeren op te lossen tussen de gebouwen en het terugbrengen van de eengezinswoningen ontstaat voldoende privacy (zo min mogelijk inkijk vanaf een balkon of galerij op de eerste verdieping), functioneel gebruik van openbaar groen en is het bewoners parkeren niet in het straatbeeld opgelost.
Dit plan is ter informatie voorgelegd in december 2020 waarbij dit goed is ontvangen. Er waren nog vragen over schaduwwerking van enkele omwonenden welke met een aanpassing in stramienbreedte in het plan en afstemming met de betrokkene is opgelost. Als vervolg op de aangegeven oplossing hebben de omwonenden van de Berkelstraat een plan bedacht, de secret garden voor het stuk gemeenschappelijk groen tussen de achtertuinen Berkelstraat en de achtertuinen nieuwbouw. Dit initiatief is door Bo-Ex positief ontvangen. Begin 2022 heeft er met de omwonenden een overleg en afstemming over de ‘secret garden’ en toegangen van achtertuinen plaatsgevonden. Dit wordt in de VO-DO fase verder opgepakt. De volgende stap is de omwonenden informeren over de bouwenvelop een toelichting te geven op de uitgangspunten en de stappen die nog volgen.
48 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Afbeelding 18: Ideeën van omwonenden voor de verborgen tuin te beschrijven als wilde, roze en paarskleurige bloemen
49 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
7. Verantwoording proces 7.1 Het gevolgde samenwerkingsproces De gemeente is vooral kaderstellend. Zo zijn de ‘programmatische uitgangspunten’ opgesteld in overleg met de ontwikkelaar. Ook is vooraf aan omwonenden gevraagd wat hun aandachtspunten zijn. Vervolgens is de bouwenvelop samengesteld door de ontwikkelaar en beoordeeld door de gemeente.
7.2 Het gevolgde participatieproces De initiatiefnemer zorgt voor de participatie en communicatie. De gemeente Utrecht is faciliterend. Door de initiatiefnemers wordt een zorgvuldig participatieproces met omwonenden en belanghebbenden doorlopen. De beschrijving hiervan is opgenomen in paragrafen 6.3 en 8.2.
Uiteindelijk doel van de participatie is kwaliteitsverbetering van de gebiedsontwikkeling en aansluiting vinden bij wat er leeft in de omgeving. Het participatieniveau in de fase van de Bouwenvelop is voor omwonenden en belanghebbenden ingezet op informeren. Echter, omwonenden is ook gevraagd hun ideeën te geven over de programmatische uitgangspunten en over de stedenbouwkundige schets. Deze reacties zijn zo goed mogelijk meegenomen.
De bouwenvelop wordt gedurende vier weken ter visie gelegd door de gemeente Utrecht. Via een wijkbericht zal de gemeente de omwonenden informeren en hen uitnodigen voor een informatieavond. Op deze informatieavond zal initiatiefnemer een toelichting geven op de bouwenvelop. Belanghebbenden kunnen vragen stellen en hebben schriftelijk de mogelijkheid om vóór de vaststelling van de bouw envelop door het college van B&W een reactie in te dienen. Wanneer reacties worden ingediend wordt hier omschreven wat de inhoud van de reactie is en de gemeentelijke reactie daarop. Na het vaststellen van de bouwenvelop volgt het juridisch planologisch traject voor het wijzigen van het omgevingsplan en (bij coördinatie) de vergunning procedures.
50 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
8. Vervolgtraject 8.1 Planproces De initiatiefnemer van dit project is voornemens om op de beschreven locatie 154 nieuwe woningen te ontwikkelen en te realiseren. De ontwikkeling past niet in het bestemmingsplan ‘Rivierenwijk’ (12 juli 2007), dat per 1 januari 2024 deel uitmaakt van het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Utrecht. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van dit omgevingsplan nodig. Met de vaststelling van deze bouwenvelop wordt de definitiefase van het Utrechts Plan Proces (UPP2) afgesloten. De bouwenvelop wordt voor vaststelling voorgelegd aan het college van B&W. De gemeente raad wordt door middel van een raadsbrief op de hoogte gesteld.
8.2 Participatieproces Met nieuwsbrieven en informatie op de projectensite van Bo-Ex, waar ook de nieuwsbrieven terug te vinden zijn, worden belangstellenden op de hoogte gehouden. Nieuwe en huidige bewoners worden betrokken bij de uitwerking van de nieuwe speelvoorziening die in het aan te leggen plantsoen wordt opgenomen. Voor de inrichting van de binnentuinen grenzend aan de achtertuinen van de bewoners van de Berkelstraat wordt een werkgroep geïnitieerd en begeleid door de initiatiefnemer (Bo-Ex). In deze werkgroep maken de deelnemers nadere afspraken en wordt vormgegeven aan de inrichting, erf afscheidingen, ontsluitingen, de groene kopgevels die aan deze ruimten grenzen en het beheer. De werkgroep zal bestaan uit omwonenden van het plangebied, Bo-Ex en waar nodig architect en medewerkers van de gemeente Utrecht.
Nadat de bouwenvelop is vastgesteld, kan gestart worden met het de wijziging van het omgevingsplan. Hiervoor maken wij gebruik van het instrument TAM-IMRO plan. Dit instrument wordt gebruikt voor wijzigingen van het omgevingsplan voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Voor elke gebiedsontwikkeling wordt een apart wijzigingsbesluit van het omgevingsplan aan de raad voorgelegd. De procedure van een TAM-IMRO plan moet voldoen aan de vereisten van de Omgevingswet. Aangetoond moet worden dat de wijziging uitvoerbaar is, past binnen de vastgestelde beleidskaders en voldoet aan het uitgangspunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor worden eventueel aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken worden aangeleverd door de initiatiefnemer. Dit geldt ook voor de aanmeldnotitie in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Na vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan kunnen de procedures voor de omgevingsvergunningen worden doorlopen. Onder de Omgevingswet is de bouwtechnische beoordeling losgeknipt van de beoordeling van de omgevingsactiviteit (of er voldaan wordt aan een goede toedeling van functies aan locaties). Er zijn dan twee vergunningen nodig: een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit en een omgevingsvergunning voor de omgevings planactiviteit. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouw activiteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk .
Bij de start van de zienswijzeperiode voor het ontwerp-bestemmings plan wordt er een informatiemoment georganiseerd. Voor het bestemmingsplan traject en de aanvraag omgevingsvergunning gelden de reguliere en wettelijke mogelijkheden tot inspraak.
51 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Vaststellen iDoc
Wensen inventariseren
Start
Programmatische uitgangspunten
Ideëen
Bouwenvelop ter inzage
Informeren
Bouwenevelop planontwikkeling
Reactie
Vaststellen PUp
Informeren
Vaststellen bouwenvelop
Vaststellen bestemmingsplan Raad
Uitwerken definitief plan
Besluitvorming bestemmingsplan college
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan ter inzage (zienswijzebezwaar)
Bezwaar (juridisch)
Start met slopen
Afbeelding 19: Schematische weergave van de projectplanning
of
Start met bouwen
52 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Afbeelding 20: Vier kaarten met bezonningstudies genomen op 21 juni om 10.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur en 17.00 uur
53 - Concept bouwenvelop Reitdiepstraat juni 2024
Afbeelding 21: Vier kaarten met bezonningstudies genomen op 21 maart om 10.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur en 17.00 uur
2024-008.DDK
Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00
6 0 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Reitdiepstraat, Rivierenwijk" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 2
Verkeerskundig onderzoek
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Herontwikkeling Reitdiepstraat, Rivierenwijk" (vastgesteld)
61
Parkeeronderzoek Reitdiepstraat Utrecht
Opdrachtgever
Stichting Bo-Ex
Titel rapport
Parkeeronderzoek Reitdiepstraat Utrecht
Kenmerk
018369.20240707.R1.02
Datum publicatie
9 juli 2024
Projectleider Goudappel
© Copyright Goudappel BV 9-7-24
Inhoudsopgave 1. Inleiding
1
2. Parkeernormering
2
2.1
Aanpak
2
2.2
Uitgangspunten
2
3. Fietsparkeerplaatsen
5
4. Conclusie
7
1. Inleiding Bo-Ex is voornemens een bestaand gebied met 81 reguliere woningen aan de Reitdiepstraat in Utrecht te herontwikkelen tot nieuwe woningen. De woningen zijn van augustus 2008 – augustus 2015 verhuurd onder de leegstandsvergunning. Dat zijn reguliere contracten met een duur van maximaal een half jaar. Vanaf augustus 2015 zijn de woningen verhuurd door een leegstandsbeheerder. Verder is er een locatie waar een vergunde loods (3.785 m² bvo) stond en plaats zal maken voor een deel van het plangebied met woningen. In totaal komen er 154 nieuwe (huur-)woningen in de sociale huurcategorie. Het programma bestaat uit de volgende type woningen: • •
27 woningen (< 55 m²); 82 woningen (55 – 80 m²);
•
10 woningen (80 – 130 m²);
•
35 woningen (> 130 m²).
Bo-Ex verhuurt woningen, mits het huishoudinkomen per jaar lager is dan € 44.035,- voor een eenpersoonshuishouden en € 48.625,- voor een meerpersoonshuishouden (prijspeil
2023). Huurders komen in dat geval in aanmerking voor een sociale huurwoning. Bo-Ex richt zich op deze doelgroep en wijst geen huurwoningen toe aan mensen die meer verdienen. Bo-Ex heeft Goudappel BV opdracht gegeven een parkeeronderbouwing voor de auto en fiets op te stellen voor deze ontwikkeling. De volgende werkwijze is gehanteerd: •
De huidige/toekomstige parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de parkeernormen (auto/fiets) van de gemeente Utrecht. 1
•
De huidige/toekomstige parkeercapaciteit is bepaald.
•
Onderzoek naar de gewenste parkeercapaciteit in de nieuwe situatie.
1
Overgangsregeling.2013 - 2019
Parkeeronderzoek Reitdiepstraat Utrecht - 9 juli 2024
1
2. Parkeernormering 2.1
Aanpak
Voor de ontwikkeling van de woningen aan de Reitdiepstraat te Utrecht, wordt de parkeervraag bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. De parkeerbehoefte is berekend aan de hand van de overgangsregeling 2013-2019. De parkeervraag wordt berekend door de omvang van het functieprogramma (aantal woningen) dat wordt gerealiseerd te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per woning). Op de ontwikkellocatie zijn thans 81 kleine gezinswoningen gevestigd. Conform het gemeentelijke beleid wordt bij de sloop/nieuwbouw de parkeervraag van de meest recente legale functie bepaald aan de hand van de (maximale) parkeernorm.
2.2
Uitgangspunten
Functieprogramma voor de nieuwe situatie (voor parkeerbehoefte zie tabel 2.1) In totaal worden 154 woningen gerealiseerd: • •