TAM-omgevingsplan Briljantlaan 11-15_Bijlagen motivering
Tekst van het document
Voor deze functies is daarom het uitgangspunt gehanteerd dat deze geen parkeerbehoefte genereren in de huidige situatie, een worst-case uitgangspunt. Voor de garageboxen zijn referentiecijfers van Goudappel gebruikt. Voor de woningen is onderscheid gemaakt naar de oppervlakte en het prijssegment. Aanvullend is onderscheid gemaakt tussen bewoners en bezoekers. functie Briljantlaan
functie parkeernorm
tankstation
n.v.t.
tankwinkel
detailhandel
autowasstraat wasbox autowasstraat wasstraat garageboxen
particuliere opslag*
parkeer norm
aandeel bewoners
aandeel bezoek
eenheid
-
-
-
-
2,30
-
90%
pp per 100 m2 bvo
n.v.t.
-
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
-
0,033
-
5%
pp per opslagbox
woningen 80 - 130 m bvo
woningen 80 - 130 m bvo
0,92
0,72
0,20
pp per woning
woningen 55 - 80 m2 bvo
woningen 55 - 80 m2 bvo
0,89
0,69
0,20
pp per woning
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale of middenhuur commercieelmaatschappelijke ruimte
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale of middenhuur
0,67
0,47
0,20
pp per woning
commerciële dienstverlening
0,77
-
20%
pp per 100 m2 bvo
2
2
* bepaald op basis van referentiecijfers Goudappel
Tabel 3.1: Te hanteren parkeernormen
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
4
Reductiemogelijkheden De gemeente Utrecht geeft in haar parkeerbeleid afwijkingsmogelijkheden die een verlaging van de parkeernorm mogelijk maken, afhankelijk van het gebied waarin de ontwikkeling zich bevindt. Onderstaand zijn de afwijkingsmogelijkheden weergegeven die van gehanteerd zijn bij de ontwikkeling van de Briljantlaan (B1 en maatwerk gebied): •
Aw2: percentage van de parkeereis dat mag worden omgezet in extra fietsparkeerplekken. Hierbij geldt dat 1 autoparkeerplaats wordt vervangen door 1,5 fietsparkeerplek of 1 plek voor bijzondere voertuigen zoals een bakfiets. In een maatwerkgebied betreft het percentage maximaal 20%.
•
Aw3: percentage van de parkeereis minus het bezoekersdeel van woningen en bedrijven hoeft niet te worden aangelegd omdat gebruik kan worden gemaakt van een bestaande of geplande gemeentelijke of door de gemeente erkende mobiliteitshub binnen loopafstand van de bouwontwikkeling of mag worden omgezet in deelautoplekken met deelauto’s. Hierbij geldt dat 4 autoparkeerplaatsen worden vervangen door 1 autodeelplek. De deelautoplekken kunnen voor maximaal 50% en met een maximum van 5 per ontwikkeling worden ingericht als deelmobiliteitsplek, waar deelfietsen, -bromfietsen en -bakfietsen worden aangeboden. Een deelmobiliteitsplek heeft een omvang van 12,5 m2. In B1 gebied betreft het percentage 25% tot 50%.
•
Aw4: percentage dat in totaal mag worden omgezet in parkeren buiten eigen terrein binnen loopafstand in een bestaande gemeentelijke of particuliere garage. In B1 gebied betreft het percentage 100%.
•
Aw5: percentage mag in totaal worden omgezet in parkeren buiten eigen terrein op grote afstand (POA), alleen binnen bereik/invloedsgebied P+R. In B1 gebied betreft dit percentage 0% tot 20%.
Voor de ontwikkeling van de Briljantlaan wordt maximaal ingezet op mobiliteitsalternatieven om het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor auto te minimaliseren. Dit betekent dat wordt ingezet het realiseren van extra fietsparkeerplaatsen voor alle doelgroepen bij de ontwikkeling (Aw2). Een reductie van 20% is hierbij van toepassing. Aanvullend wordt ingezet op het realiseren van parkeerplaatsen voor deelmobiliteit voor bewoners en medewerkers (Aw3), waarbij deze gedeeltelijk als deelmobiliteitsplek worden ingericht. Hiervoor is de maximale reductie van 50% gehanteerd. Een onderbouwing hiertoe is opgenomen in bijlage 1. De parkeerplaatsen voor deelmobiliteit worden op de openbare weg gerealiseerd (conform artikel 12, lid 2). Aanvullend geldt dat een deel van de parkeereis wordt opgelost in de nabij gelegen parkeerlocaties binnen acceptabele loopafstand (Aw4). Een terugvaloptie is hierbij om gebruik te maken van parkeren op afstand bij P+R Westraven (Aw5). In paragraaf 3.3 is het effect van de reductiemogelijkheden nader (cijfermatig) uitgewerkt.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
5
3.2
Rechtens verkregen niveau
Op basis van de aanpak en uitgangspunten is de parkeerbehoefte voor de huidige situatie bepaald. Er zijn in de huidige situatie geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. Het resultaat is opgenomen in tabel 3.2. Hieruit blijkt dat het parkeerbehoefte in de huidige situatie, oftewel het rechtens verkregen niveau, 4,97 (afgerond 5) parkeerplaatsen betreft. functie Briljantlaan
parkeer norm
omvang
eenheid
doelgroep
eenheid
parkeereis
tankstation
6
pompen
-
-
-
-
tankwinkel
80
m2 bvo
-
2,30
pp per 100 m2 bvo
1,84
autowasstraat wasbox
6
wasboxen
-
-
-
-
autowasstraat wasstraat
1
roll-over carwash
-
-
-
-
garageboxen
39
boxen
-
0,033
pp per opslagbox
1,29
woningen 80 - 130 m2 bvo
2
woningen
bewoners
0,72
pp per woning
1,44
bezoekers
0,20
0,40
rechtens verkregen niveau
4,97
Tabel 3.2: Rechtens verkregen niveau
3.3
Parkeereis toekomstige situatie
Op basis van de aanpak en uitgangspunten is de parkeereis voor de toekomstige situatie bepaald in tabel 3.3. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de reductiefactoren. Het effect van de reductiemogelijkheden op de parkeereis is opgenomen in tabel 3.4.
functie Briljantlaan
doelgroep
parke ernor m
eenheid
parkeereis
medewerkers
0,62
pp per 100 m2 bvo
2,16
bezoekers
0,15
pp per 100 m2 bvo
0,54
woningen
bewoners
0,69
pp per woning
55,20
80
woningen
bewoners
0,47
pp per woning
37,60
160
woningen
bezoekers
0,20
pp per woning
omvang
eenheid
commercieelmaatschappelijke ruimte
350
m2 bvo
woningen 55 - 80 m bvo
80
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale huur of middenhuur woningen
2
parkeereis (zonder reductie)
32,00 127,50
Tabel 3.3: Parkeereis toekomstige situatie (excl. reductiemogelijkheden)
Uit tabel 3.3 blijkt dat de totale parkeereis 127,50 parkeerplaatsen is. Hiervan mag maximaal 20% worden omgezet in fietsparkeerplaatsen. Waarbij geldt dat 1 autoparkeerplaats wordt vervangen door 1,5 fietsparkeerplek. Dit betekent dat als gevolg van de reductie op autoparkeren in totaal (127,50 x 20% x 1,5 =) afgerond 39 extra fietsparkeerplekken benodigd zijn. De extra fietsparkeerplekken zijn meegenomen in hoofdstuk 4 (fietsparkeren).
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
6
Aanvullend blijkt uit tabel 3.3 dat de parkeereis voor bewoners en medewerkers in totaal 94,96 parkeerplaatsen is. Hiervan mag 50% worden vervangen door de inzet van deelauto’s. Hierbij geldt dat 4 autoparkeerplaatsen worden vervangen door 1 autodeelplek. Dit betekent dat de inzet van (94,96 x 50% / 4 =) afgerond 12 deelauto’s passend is. Voor de Briljantlaan is het uitgangspunt dat hiervan 5 plekken worden ingericht als deelmobiliteitsplek (deelfietsen, deelbromfietsen, deelbakfietsen) met een omvang van 12,5 m2 bvo. De resterende 7 plekken worden voorzien met deelauto’s. parkeereis
Aw2 (20%)
Aw3 (50%)
resterende parkeereis
2,16
-0,43
-1,08
0,65
functie Briljantlaan
doelgroep
commercieelmaatschappelijke ruimte
medewerkers bezoekers
0,54
-0,11
n.v.t.
0,43
woningen 55 - 80 m2 bvo
bewoners
55,20
-11,04
-27,60
16,56
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale huur of middenhuur
bewoners
37,60
-7,52
-18,80
11,28
woningen
bezoekers
32,00
-6,40
n.v.t.
25,60
inzet deelauto’s
deelauto
n.v.t.
n.v.t.
12,00
12,00
rechtens verkregen niveau
-4,97
subtotaal medewerkers
0,65
subtotaal bewoners
27,84
subtotaal bezoekers (incl. rechtens verkregen niveau)
21,06
subtotaal deelauto’s
parkeerplaatsen
7,00
omzetten in deelmobiliteitsplekken (à 12,5 m2 per plek)
5,00
parkeereis (incl. reductie)
61,55
Tabel 3.4: Parkeereis toekomstige situatie (incl. reductiemogelijkheden)
3.4
Parkeeroplossing
De parkeeroplossing verschilt per doelgroep en is daarom per doelgroep uitgewerkt. Bewoners en medewerkers Bewoners en medewerkers van de ontwikkeling hebben geen recht op een parkeervergunning op straat. In de omgeving van de ontwikkeling zijn geen gratis parkeerplaatsen beschikbaar, waarmee zij geen uitwijkmogelijkheden hebben. Daarom zijn bij de ontwikkeling van de Briljantlaan maximaal 30 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien, welke alleen te gebruiken zijn door bewoners en medewerkers. Hierbij is geen sprake van dubbelgebruik van de parkeerplaatsen. Voor de bewoners en medewerkers zijn in totaal (27,84 + 0,65 =) 28,49 parkeerplaatsen benodigd (zie tabel 3.4). Conform gemeentelijk beleid wordt de parkeereis rekenkundig afgerond op hele getallen. Dat betekent dat 28 parkeerplaatsen benodigd zijn voor bewoners en medewerkers. Gegeven de 30 beschikbare parkeerplaatsen is voor deze doelgroep voorzien in een passende parkeeroplossing. Het realiseren van minder parkeerplaatsen (minimaal 28) is ook mogelijk.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
7
Bezoekers Voor de bezoekers van de ontwikkeling is het uitgangspunt gehanteerd dat de parkeereis binnen acceptabele op loopafstand van de ontwikkeling wordt opgelost, waarbij gebruik kan worden gemaakt van een bestaande gemeentelijke of particuliere parkeergarage. Voor bezoekers geldt een maximaal acceptabele loopafstand van 500 meter. Binnen deze acceptabele loopafstand vallen twee potentiële parkeergarages: •
parkeergarage Vaartsche Rijn, op circa 350 meter loopafstand;
•
parkeergarage Rotsoord 19, op circa 250 meter loopafstand.
In gemeentelijke parkeergarage Vaartsche Rijn zijn maximaal 7 parkeerplaatsen beschikbaar die door de ontwikkeling van de Briljantlaan kunnen worden gebruikt. In de huidige opzet van de parkeeroplossing wordt geen gebruik gemaakt van deze beschikbare parkeerplaatsen. De parkeergarage bij Rotsoord 19 betreft een particuliere parkeergarage waarbij een samenwerking met ParkBee is aangegaan om een deel van de parkeergarage beschikbaar te stellen voor bezoekers van (onder andere) de ontwikkeling van de Briljantlaan. Afspraken zijn gemaakt om (een deel van) het bezoekersparkeren van het project Briljantlaan op te lossen, hierbij is aangetoond dat voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Toekomstige bewoners zullen worden geïnformeerd over deze parkeeroplossing voor de bezoekers. Daarmee is ook voor deze doelgroep voorzien in een passende parkeeroplossing. Deelauto’s Een gedeelte van de deelmobiliteit wordt ingezet in de vorm van 5 deelmobiliteitsplekken, in een deelmobiliteitsruimte van minimaal 62,5 m2 bvo. Hier is bij de ontwikkeling van de Briljantlaan in voorzien op de begane grond nabij de entree. De resterende 7 deelauto’s worden opgelost in de openbare ruimte in de directe omgeving van het plangebied. Door de deelauto’s in de openbare ruimte te stallen, wordt de zichtbaarheid vergroot en daarmee het gebruik gestimuleerd.
Daarmee is ook voor deze doelgroep voorzien in een passende parkeeroplossing. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat voor alle doelgroepen is voorzien in een passende parkeeroplossing. Daarmee is sprake van een sluitende parkeeroplossing voor auto bij de ontwikkeling aan de Briljantlaan.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
8
4. Fietsparkeren 4.1
Aanpak en uitgangspunten
Aanpak De parkeerbehoefte voor fietsparkeren wordt ook berekend door de omvang van de te ontwikkelen functies te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie-eenheid, bijvoorbeeld per vierkante meter bvo of woning). Omdat gebruik wordt gemaakt van de afwijkmogelijkheden voor het autoparkeren, is het advies om fietsparkeren volledig te faciliteren. Daarom is hierbij is geen gebruik gemaakt van een rechtens verkregen niveau uit de huidige situatie. Bij fietsparkeren is alleen de toekomstige parkeersituatie in beschouwing genomen. Te hanteren parkeernormen Gemeente Utrecht heeft haar parkeernormen voor fiets vastgelegd in de ‘Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht’. Ook hierbij geldt dat de Briljantlaan in Bgebied, en specifiek in het B1 gebied ligt vanwege de aanwezigheid van parkeerregulering. Voor woningen (bewoners) eist de gemeente Utrecht een niet gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van 5 m2 per woning, bij een breedte van ten minste 1,8 meter en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 meter. Als alternatief kan ook worden voorzien in een gelijkwaardige oplossing in de vorm van een gezamenlijke fietsenberging. Dit is het uitgangspunt voor de ontwikkeling aan de Briljantlaan. Alle woningen kennen een oppervlakte tussen de 50 en 75 m2 go.
Hierbij geldt ook dat per woning 2 fietsplekken in een laag rek dienen te worden gerealiseerd, en dat 5% van de fietsparkeerplekken geschikt moet zijn voor zwaardere en/of grotere fietsen. Tot slot geldt voor bezoekers van woningen dat de parkeernorm wordt gehalveerd bij woningblokken met meer dan 20 woningen, vanaf de 21e woning. In tabel 4.1 is voor de verschillende functies de bijbehorende parkeernorm opgenomen. doelgroep
functie parkeernorm
parkeer norm
eenheid
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale of middenhuur
bewoners
woning 50 – 75 m2 go
3,00
fpp per woning
woningen
bezoekers
bezoek woning (1 t/m 20)
0,50
fpp per woning
bezoek woning (vanaf 21)
0,25
fpp per woning
commercieel-maatschappelijke ruimte
medewerkers
kantoor medewerkers
1,70
fpp per 100 m2 bvo
bezoekers
commerciële dienstverlening
6,00
fpp per balie
functie Briljantlaan woningen 55 - 80 m bvo 2
Tabel 4.1: Te hanteren parkeernormen
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
9
Te hanteren aanwezigheidspercentages Voor de bewoners wordt een inpandige fietsenstalling voorzien, waarbij geen dubbelgebruik van fietsparkeerplekken van toepassing is. Voor de commercieel-maatschappelijke functies en de bezoekers van de woningen is het voornemen om te voorzien in fietsnietjes in de openbare ruimte. Voor deze doelgroepen is dubbelgebruik van de fietsparkeerplekken wel van toepassing. Om hier rekening mee te houden, kunnen aanwezigheidspercentages worden toegepast. De te hanteren aanwezigheidspercentages conform gemeentelijk beleid zijn opgenomen in tabel 4.2. doelgroep
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
bezoeker (wonen)
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Tabel 4.2: Te hanteren aanwezigheidspercentages
4.2
Fietsparkeren bewoners woningen
Het fietsparkeren van bewoners wordt op de kavel inpandig opgelost. Hierbij is een gezamenlijke fietsenberging voorzien. In totaal zijn voor de bewoners van de woningen (160 x 3 =) 480 fietsparkeerplekken benodigd. Hiervan dienen ten minste (160 x 2 =) 320 fietsparkeerplekken in een laag te worden voorzien en ten minste (480 x 5% =) 24 fietsparkeerplaatsen moeten geschikt zijn voor zwaardere en/of grotere fietsen. Ook dient in de inpandige gezamenlijke fietsenberging rekening te worden gehouden met de 39 extra fietsparkeerplekken als gevolg van de reductie op autoparkeren. In totaal zijn (480 + 39 =) 519 fietsparkeerplekken benodigd in een inpandig voorzien. Waarvan ten minste 320 fietsparkeerplekken in een laag rek en 24 fietsparkeerplekken die geschikt zijn voor zwaardere en/of grotere fietsen. Wanneer hierin wordt voorzien is sprake van een passende parkeeroplossing voor bewoners van de woningen.
4.3
Fietsparkeren overige doelgroepen
Voor de overige doelgroepen (bewoners woningen en commercieel-maatschappelijke ruimte) is het voornemen om fietsparkeerplekken te voorzien in de openbare ruimte door middel van het realiseren van fietsnietjes. In tabel 4.3 is de parkeerbehoefte voor deze doelgroepen weergegeven zonder toepassing van dubbelgebruik, in tabel 4.4 is onderscheid gemaakt naar de verschillende momenten van de week. Conform gemeentelijk beleid is rekenkundig afgerond.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
10
functie Briljantlaan
omvang
eenheid
functie parkeernorm
parkeer norm
woningen commercieelmaatschappelijke ruimte
eenheid
parkeer behoefte
20
woningen
bezoek woning (1 t/m 20)
0,50
fpp per woning
10,00
140
woningen
bezoek woning (vanaf 21)
0,25
fpp per woning
35,00
350
2
m bvo
kantoor medewerkers
1,70
fpp per 100 m bvo
5,95
balie
commerciële dienstverlening
6,00
fpp per balie
6,00
1
2
parkeerbehoefte (zonder dubbelgebruik)
50,95
Tabel 4.3: Parkeerbehoefte fiets overige doelgroepen (zonder dubbelgebruik)
doelgroep
werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
zaterdag avond
zondag middag
bezoek woning (1 t/m 20)
1,00
2,00
8,00
7,00
0,00
6,00
10,00
7,00
bezoek woning (vanaf 21)
3,50
7,00
28,00
24,50
0,00
21,00
35,00
24,50
kantoor medewerkers
5,95
5,95
0,30
4,46
0,00
0,00
0,00
0,00
commerciële dienstverlening
6,00
6,00
0,30
4,50
0,00
0,00
0,00
0,00
parkeerbehoefte
16
21
37
40
0
27
45
32
Tabel 4.4: Parkeerbehoefte fiets overige doelgroepen (inclusief dubbelgebruik)
Uit tabel 4.3 en 4.4 blijkt dat de parkeerbehoefte voor de overige doelgroepen zonder toepassing van dubbelgebruik 51 fietsparkeerplekken is. Met toepassing van dubbelgebruik is de parkeerbehoefte 45 fietsparkeerplekken. Wanneer hier door middel van fietsnietjes in de openbare ruimte wordt voorzien, wordt voorzien in voldoende fietsparkeerplekken voor deze doelgroepen.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
11
5. Verkeersgeneratie 5.1
Aanpak en uitgangspunten
Naast het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de auto en fiets is het aantal verkeersbewegingen dat de functies genereren van belang. De verkeersgeneratie is berekend door de omvang van elke functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende CROW kencijfers (het aantal te genereren motorvoertuigbewegingen per woning/functie-eenheid; bijvoorbeeld per m2 bvo) zoals ook in het motorblok van gemeente Utrecht wordt gehanteerd. Aangezien het aantal parkeerplaatsen van de ontwikkeling fors is gereduceerd op basis van de mobiliteitscorrecties zal het autogebruik en daarmee de verkeersgeneratie lager liggen dan op basis van CROW-kencijfers wordt berekend. Om deze reden is per functie een verkeersgeneratie per parkeerplaats berekend door het kencijfer verkeersgeneratie te delen door het bijbehorende kencijfer voor parkeren conform CROW. Deze is vervolgens vermenigvuldigd met het benodigde parkeeraanbod per functie (inclusief mobiliteitscorrecties). De verkeersgeneratie is bepaald voor zowel de huidige als de toekomstige situatie. Waarbij onderscheid is gemaakt naar de weekdagetmaal, werkdagetmaal en spitsperioden (ochtenden avondspits). Door de verkeersgeneratie van de huidige situatie af te trekken van de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie, is het effect van de ontwikkeling op het aantal verkeersbewegingen inzichtelijk gemaakt.
5.2
Uitgangspunten
Te hanteren verkeersgeneratie tankstation Het tankstation genereert naar verwachting veel verkeersbewegingen maar kent zowel in het gemeentelijke parkeerbeleid als de CROW-kencijfers geen eigen normen of kencijfers. Derhalve is een maatwerkberekening gemaakt voor het tankstation. Deze berekening is opgenomen in tabel 5.1 Hierbij is onderscheid gemaakt naar een minimum, gemiddeld en maximum scenario op basis van gegevens aangeleverd door de opdrachtgever 2. verkeersgeneratie tankstation
minimum
gemiddeld
maximum
liter per jaar
2.000.000
2.250.000
2.500.000
25
25
25
gemiddeld aantal liter per tankbeurt aantal transacties per jaar
80.000
90.000
100.000
aantal dagen per jaar
365
365
365
aantal transacties per dag
219
247
274
verkeersbewegingen per tankbeurt aantal verkeersbewegingen per weekdag
2
2
2
438
493
548
Tabel 5.1: Verkeersgeneratie tankstation
2
Ontvangen per mail d.d. 6 mei 2024
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
12
Om uit te gaan van een worst-case situatie is voor de verkeersgeneratie van het tankstation het minimum van de bandbreedte gehanteerd: dit is de te vervallen verkeersgeneratie per weekdag. Aanvullend genereren de wasstraat, wasbox en garageboxen in de praktijk ook verkeer. Hier is geen inschatting van gemaakt, waardoor sprake is van een worst-case berekening voor de verkeersgeneratie. Te hanteren kencijfers verkeersgeneratie overige functies Voor de kencijfers verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW kencijfers. Waarbij het gemiddelde van de bandbreedte is aangehouden, behorende bij een zeer sterk stedelijk gebied, gelegen in het schilgebied. De kencijfers verkeersgeneratie per functie-eenheid zijn omgerekend naar een kencijfer verkeersgeneratie per parkeerplaats. In tabel 5.1 is de verkeersgeneratie per parkeerplaats van de functies van de Briljantlaan 11-15 weergegeven. De verkeersgeneratie voor woningen is inclusief de verkeersgeneratie voor bezoekers. Het aandeel bezoekersverkeer bij woningen is niet apart berekend en is niet apart vermeld. kenc ijfer
functie Briljantlaan
functie kencijfer
tankstation
maatwerk
tankwinkel
wijkwinkelcentrum (klein)
13,67
verkeersgeneratie per pp
autowasstraat wasbox
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
autowasstraat wasstraat
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
garageboxen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
woningen 80 - 130 m2 bvo
huur, appartement, vrije sector, 75 tot 100 m2 bvo
3,33
verkeersgeneratie per pp
woningen 55 - 80 m bvo
koop, appartement, < 75 m bvo
3,56
verkeersgeneratie per pp
woningen 55 - 80 m2 bvo sociale of middenhuur commercieelmaatschappelijke ruimte
huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo
4,50
verkeersgeneratie per pp
commerciële dienstverlening
4,67
verkeersgeneratie per pp
2
eenheid
n.v.t.
2
n.v.t.
Tabel 5.2: Kencijfers verkeersgeneratie per parkeerplaats Briljantlaan 11-15 Utrecht
De verkeersgeneratie van deelauto’s is bepaald aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in het motorblok van de gemeente Utrecht om de verkeersgeneratie te bepalen. De volgende uitgangspunten zijn toepassing: •
de totale parkeereis is 127,50 parkeerplaatsen (tabel 3.3);
•
maximaal 7 extra parkeerplaatsen voor deelauto’s worden voorzien (tabel 3.4);
•
dit leidt tot een toename van (7 / 127,50 =) 5%;
•
tevens geldt een ophoogfactor voor deelauto’s van 2.
Om de verkeersgeneratie voor deelauto’s op een werkdag te berekening is de volgende formule gehanteerd: verkeersgeneratie toekomst excl. reductiemogelijkheden x 5% x 2. Weekdag/werkdag en spitsbepaling Voor het aantal verkeersbewegingen zijn de spitsperioden op werkdagen maatgevend. Om inzichtelijk te maken hoeveel verkeersbewegingen er tijdens een gemiddelde werkdag,
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
13
ochtend- en avondspits worden gegenereerd heeft CROW omrekenfactoren 3 opgesteld. Dit zijn omrekenfactoren om van weekdag naar werkdag te gaan, en de vertaling van werkdag naar de maatgevende spitsperioden (ochtend en avondspits). In tabel 5.2 zijn de omrekenfactoren die van toepassing zijn op de beoogde ontwikkeling weergegeven. ochtendspits
avondspits
weekdagwerkdag
totaal
waarvan in
waarvan uit
totaal
waarvan in
waarvan uit
tankstation
1,0
10%
50%
50%
10%
50%
50%
wonen
1,11
7%
10%
90%
9%
65%
35%
commercieelmaatschappelijke ruimte
1,33
9%
90%
10%
9%
10%
90%
functie
Tabel 5.3: Omrekenfactoren werkdag en spitsperioden Briljantlaan 11-15 Utrecht
5.3
Verkeersgeneratie huidige situatie
Aan de hand van het functieprogramma, aanpak en uitgangspunten is de verkeersgeneratie voor de huidige situatie bepaald. Hierbij is rekening gehouden met het aantal parkeerplaatsen per doelgroep zoals opgenomen in tabel 3.2. Het resultaat is opgenomen in tabel 5.4. De huidige functies genereren circa 475 verkeersbewegingen per weekdag- en werkdagetmaal. Dit resulteert in circa 50 verkeersbewegingen gedurende de spitsperioden. Deze zijn gelijk verdeeld over inkomende en uitgaande verkeersbewegingen. Dit komt door de grote verkeersgeneratie van het tankstation met een korte verblijftijd.
functie Briljantlaan
weekdag
werkdag
tankstation
438
tankwinkel
25
woningen 80 – 130 m2 bvo (bewoners)
ochtendspits
avondspits
totaal
waarvan in
waarvan uit
totaal
waarvan in
waarvan uit
438
44
22
22
44
22
22
28
1
1
0
3
1
1
5
5
0
0
0
0
0
0
woningen (bezoek)
1
1
0
0
0
0
0
0
verkeersgeneratie
470
473
45
23
23
47
24
23
Tabel 5.4: Verkeersgeneratie huidige situatie
5.4
Verkeersgeneratie toekomstige situatie
Voor de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie is onderscheid gemaakt naar de toekomstige situatie exclusief reductiemogelijkheden en inclusief reductiemogelijkheden. De situatie exclusief reductiemogelijkheden is nodig om de verkeersgeneratie voor deelauto’s te bepalen.
3
CROW publicatie 256 ‘Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden – vuistregels en kengetallen
gemotoriseerd verkeer’ d.d. oktober 2007
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
14
Aan de hand van het functieprogramma, aanpak en uitgangspunten is de verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie bepaald. Hierbij is rekening gehouden met het aantal parkeerplaatsen per doelgroep zoals opgenomen in tabel 3.3. Het resultaat is opgenomen in tabel 5.5.
functie Briljantlaan
weekdag
werkdag
10
13
commerciële dienstverlening
ochtendspits
avondspits
totaal
waarvan in
waarvan uit
totaal
waarvan in
waarvan uit
1
1
0
1
0
1
3
3
0
0
0
0
0
0
woningen 55 - 80 m2 bvo
196
218
15
2
14
20
13
7
woningen 55 - 80 m bvo sociale huur of middenhuur
169
188
13
1
12
17
11
6
verkeersgeneratie
378
422
30
4
26
38
24
14
2
Tabel 5.5: Verkeersgeneratie toekomstige situatie exclusief reductiemogelijkheden
De toekomstige functies genereren circa 380 tot 430 verkeersbewegingen per weekdag- en werkdagetmaal, hierbij is nog geen rekening gehouden met de reductiemogelijkheden. Dit resulteert in circa 30 tot 40 verkeersbewegingen gedurende de spitsperioden. Tijdens de ochtendspits is vooral sprake van uitgaande bewegingen, in de avondspits zijn er met name inkomende bewegingen. Dit komt doordat er veel woningen worden gerealiseerd in de toekomstige situatie. Aan de hand van tabel 5.5 is de verkeersgeneratie voor deelauto’s bepaald, aan de hand van de verkeersgeneratie op de werkdag. De verkeersgeneratie voor de deelauto’s komt neer op 46 verkeersbewegingen per weekdag- en werkdagetmaal. In tabel 5.6 is de verkeersgeneratie voor de toekomstige situatie inclusief reductiemogelijkheden weergegeven.
functie Briljantlaan
weekdag
werkdag
3 2
woningen 55 - 80 m bvo woningen 55 - 80 m2 bvo sociale huur of middenhuur
avondspits
waarvan in
waarvan uit
totaal
waarvan in
waarvan uit
4
0
0
0
0
0
0
3
0
0
0
0
0
0
59
65
5
0
4
6
4
2
51
56
4
0
4
5
3
2
commerciële dienstverlening 2
ochtendspits totaal
deelauto’s
46
46
2
0
1
2
1
1
verkeersgeneratie
161
175
11
2
9
14
8
5
Tabel 5.6: Verkeersgeneratie toekomstige situatie inclusief reductiemogelijkheden
5.5
Effect ontwikkeling op verkeersgeneratie
Om het effect van de ontwikkeling aan de Briljantlaan op de verkeersgeneratie in kaart te brengen, zijn de verkeersbewegingen uit de huidige situatie afgetrokken van de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie, inclusief reductiemogelijkheden. Het resultaat is opgenomen in tabel 5.6.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
15
huidige situatie toekomstige situatie (incl. reductie) Verandering verkeersgeneratie
weekdag
werkdag
470
ochtendspits
avondspits
totaal
waarvan in
waarvan uit
totaal
waarvan in
waarvan uit
473
45
23
23
47
24
23
161
175
11
2
9
14
8
5
-309
-298
-34
-21
-13
-33
-15
-18
Tabel 5.7: Effect ontwikkeling op verkeersgeneratie
Uit tabel 5.7 blijkt dat de het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie sterk afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Dit geldt zowel voor de week- als werkdagetmaal, als de spitsperioden. Als uitgangspunt voor de berekening van de huidige situatie is tevens de worst-case (conservatieve) situatie gehanteerd. De ontwikkeling aan de Briljantlaan leidt daarmee tot een sterke afname van verkeersbewegingen.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
16
Bijlage 1 Onderbouwing reductie deelmobiliteit De parkeereis kan voor de toekomstige bewoners aan de Briljantlaan 1-15 voor maximaal 50% omgezet in parkeerplaatsen voor deelauto’s, waarvoor geldt dat vier parkeerplaatsen voor reguliere auto’s worden vervangen door één parkeerplaats voor een deelauto. Dit percentage is de bovengrens vanuit de Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht. Wanneer een percentage hoger dan 20% wordt gehanteerd, dient dit nader onderbouwd te worden. Deze onderbouwing is opgenomen in voorliggende bijlage. Flankerende maatregelen In de omgeving van de Briljantlaan is sprake van parkeerregulering. Er zijn geen gratis (openbare) parkeerplaatsen in de omgeving, tevens komen toekomstige bewoners en medewerkers niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Door deze vastgelegde flankerende maatregelen is het risico op uitwijkgedrag niet of slechts zeer beperkt aanwezig. Hoogwaardige alternatieven aanwezig De flankerende maatregelen worden nog versterkt doordat de ontwikkellocatie goed bereikbaar is met verschillende modaliteiten. Zo ligt de bushalte Tolsteegplantsoen ligt op minder dan 100 meter loopafstand, vanaf hier vertrekken verschillende buslijnen naar station Utrecht Centraal, Utrecht Vaartsche Rijn, Utrecht Lunetten en Houten.
Treinstation Utrecht Vaartsche Rijn is op circa 350 meter (5 tot 7 minuten) loopafstand gelegen, station Utrecht Centraal is te bereiken met circa 5 tot 10 minuten fietsen. Daarmee is de ontsluiting van de ontwikkellocatie met het openbaar vervoer zeer goed. Door de ligging in het stedelijk gebied van de stad Utrecht zijn daarnaast veel (dagelijkse) voorzieningen bereikbaar op loop- en fietsafstand. Zo is de binnenstad van Utrecht (Ledig Erf) binnen 10 minuten lopen te bereiken en zijn twee grote supermarkten binnen 5 minuten lopen bereikbaar. Een eigen auto is daarmee niet noodzakelijk om veel (dagelijkse) voorzieningen te bereiken. Door het stallen van de deelauto’s hebben toekomstige gebruikers ook de mogelijkheid om gemakkelijk locaties te bereiken die minder goed met het openbaar vervoer te bereiken zijn. Stallen van deelmobiliteit is passend bij de doelgroep De doelgroep voor de Briljantlaan is de actieve stedeling met een gezinssituatie van alleenstaand of samenwonend. Hoewel alle leeftijden welkom zijn, is de verwachting dat met name personen met een leeftijd tussen de 18 en 50 jaar op de Briljantlaan komen te wonen. Deze doelgroep van de actieve stedeling heeft de voorkeur voor OV, fietsen en wandelen (bron: BSR doelgroepenmodel).
Deze doelgroep is ook de grootgebruiker voor autodelen, zo heeft 85% van de autodelers een leeftijd van tussen de 18-50 jaar en 75% van de autodelers is single of samenwonend zonder kinderen (bron: onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid uit 2021). Uit ditzelfde onderzoek blijkt dat de autodelers met name in stedelijk gebied wonen, waar goede alternatieve vervoersmiddelen voor de auto aanwezig zijn en voorzieningen goed bereikbaar zijn per fiets of lopend. Dit is ook op de
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
17
ontwikkellocatie van toepassing. De doelgroep maakt onder andere gebruik van deelmobiliteit vanwege de mogelijke kostenbesparingen. Eigen autobezit is duur (o.a. vanwege parkeerkosten), zeker wanneer alternatieven voorhanden zijn en de auto slechts beperkt gebruikt wordt. Vergelijkbaar mobiliteitsconcept in de omgeving In de nabijheid van de ontwikkellocatie wordt bouwplan Rotsoord 7 gerealiseerd. In deze ontwikkeling is de parkeereis voor de toekomstige bewoners met ca. 40% omgezet in deelautoplekken. Dit bestemmingsplan is vastgesteld in maart 2024. Het is aannemelijk dat voor de ontwikkeling aan de Briljantlaan een hoger percentage voor deelmobiliteit kan worden gehanteerd. Hiervoor zijn een tweetal argumenten aan te dragen: •
In de ontwikkeling van Rotsoord 7 bestaat het woonprogramma voor meer dan 60% uit vrije sectorkoopwoningen met een oppervlakte tot ca. 80 m² GO. Het percentage koopwoningen is daarmee hoger dan bij de Briljantlaan (50%) en de woningen krijgen ook een groter oppervlakte en vallen daarmee in een hoger prijssegment. Koopwoningen en duurdere woningen hebben een hoger aandeel eigen autobezit dan huurwoningen en goedkopere woningen.
•
De locatie van Rotsoord 7 kent een langere loopafstand (ca. 200 meter verder) tot het treinstation Vaartsche Rijn dan de ontwikkellocatie aan de Briljantlaan.
Op basis van bovenstaande argumenten is het aannemelijk dat bij de ontwikkeling aan de Briljantlaan een hogere percentage voor de inzet van deelmobiliteit kan worden gehanteerd. Daarom is bij de ontwikkeling aan de Briljantlaan rekening gehouden met de bovenzijde van de bandbreedte, een reductie van 50%.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
18
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
Nederland
Nederland
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025 www.goudappel.nl IBAN NL09 INGB 0001 2746 32
19
8 6 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 5
F&F
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
87
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet Briljantlaan 11 - 15, Utrecht
| MBH Consult B.V. 28 juni 2024
1
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet Briljantlaan 11 – 15, Utrecht
Opdrachtgever Mees Ruimte & Milieu Postbus 854 2700 AW meesruimteenmilieu.nl
Opsteller
Ecoloog MBH Consult B.V. Ottostraat 4 6716 BG Ede 0318-202045 info@mbhconsult.nl
Interne controle
L.G. Verschuur, Ecoloog MBH Consult B.V.
2
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doel ................................................................................................................................................. 4
1.2
Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 4
2.
Het plangebied................................................................................................................................................................. 5 2.1
Ligging en algemene beschrijving plangebied ....................................................................................................... 5
2.2
Nieuwe plan .......................................................................................................................................................... 7
3.
Wettelijk kader en onderzoeksmethode ......................................................................................................................... 8 3.1
Wettelijk kader Omgevingswet - natuurbescherming........................................................................................... 8
3.2
Onderzoeksmethode ........................................................................................................................................... 11
4.
Gebiedsbescherming ..................................................................................................................................................... 12 4.1
Natura 2000 ........................................................................................................................................................ 12
4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) ....................................................................................................................... 13
4.3 Bijzondere landschappen of natuurgebieden ................................................................................................................ 13 5.
Soortenbescherming...................................................................................................................................................... 14 5.1
Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) ......................................................................................................... 14
5.2
Vogels .................................................................................................................................................................. 15
5.3
Vleermuizen ........................................................................................................................................................ 16
5.4
Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................................................... 17
5.5
Flora .................................................................................................................................................................... 17
5.6
Amfibieën ............................................................................................................................................................ 17
5.7
Reptielen ............................................................................................................................................................. 18
5.8
Vissen .................................................................................................................................................................. 18
5.9
Ongewervelden ................................................................................................................................................... 18
5.10
Rode lijst soorten ................................................................................................................................................ 19
6.
Houtopstanden .............................................................................................................................................................. 20
7.
Conclusie ........................................................................................................................................................................ 21 Gebiedsbescherming ........................................................................................................................................................... 21 Soortenbescherming ........................................................................................................................................................... 21 Houtopstanden.................................................................................................................................................................... 21
8.
Bibliografie ..................................................................................................................................................................... 22
Bijlage 1 Foto’s veldonderzoek ................................................................................................................................................... 1 Bijlage 2 Vervolgstappen ............................................................................................................................................................ 6 Bijlage 3 Rode lijst soorten ......................................................................................................................................................... 7 Bijlage 4 (Specifieke) zorgplicht .................................................................................................................................................. 8
3
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemer is voornemens om het perceel gelegen aan de Briljantlaan 11-15 te Utrecht te herontwikkelen. De bestaande bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van nieuwbouw. Om te voorkomen dat de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet - natuurbescherming (hierna te noemen OW) worden overtreden, dient onderzoek gedaan te worden naar de aanwezigheid van beschermde gebieden en flora en fauna. Aan MBH Consult B.V. is opdracht gegeven dit onderzoek uit te voeren. In de quickscan wordt onderzocht of: •
De ingreep mogelijk een effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN en bijzondere landschappen);
•
Beschermde planten- en diersoorten in het plangebied kunnen voorkomen;
•
De ingreep mogelijk een effect heeft op deze beschermde soorten;
•
Het plangebied een belangrijke functie voor beschermde planten- en diersoorten kan vervullen (bijvoorbeeld als essentieel foerageergebied, vliegroute, nest- of verblijfplaats); Op basis van bovenstaande bevindingen nader onderzoek nodig is.
•
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het plangebied en het voorgenomen plan omschreven. In hoofdstuk 3 wordt een korte toelichting op de Omgevingswet - natuurbescherming gegeven en wordt de onderzoeksmethode toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beschermde gebieden, in hoofdstuk 5 op beschermde soorten en in hoofdstuk 6 op mogelijke kap van houtopstanden. De conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 worden de bronnen vermeld.
4
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
2.
Het plangebied
2.1
Ligging en algemene beschrijving plangebied
Het plangebied is gelegen aan Briljantlaan 11-15 te Utrecht. Zie figuur 1 voor de ligging van het plangebied.
Figuur 1
Plangebied met de verschillende opstallen genummerd 1 t/m 9 (foto aangeleverd door opdrachtgever)
Het plangebied is gelegen in Utrecht, een stad en gemeente, in de provincie Utrecht. Het plangebied ligt ten oosten van een horecagelegenheid en ten westen van de Briljantlaan. Het plangebied, zoals bedoelt in deze quickscan, bestaat uit het gedeelte binnen het perceel dat fysiek wordt aangepast als gevolg van de geplande werkzaamheden (zie figuur 1). Invloeden zoals trillingen en geluid, als gevolg van de werkzaamheden vallen onder de ‘invloedsferen’ van het project en worden ook getoetst in deze quickscan. De aanwezige bebouwing bestaat uit verschillende opstallen dienstdoende als autowasboxen (1), drive-in autowasstraat (3), het benzinestation (4), de pompen (5) en garageboxen (2, 6, 7, 8 en 9). Zie bijlage 1 voor foto’s van het plangebied per opstal. De autowasboxen (1) zijn gedeeltelijk overdekt. De wasboxen zijn uit een metalen constructie opgebouwd met kunststof platen. Er zijn geen afgesloten ruimtes in de wasboxen. Tussen de wasboxen is één afgesloten gebouw te vinden, opgebouwd uit kunststof platen. Het gebouw is volledig dicht en bevat geen kieren of spleten. De automatische drive-in wasstraat (3) heeft een plat dak met aan de woningzijde een stuk bitumen. Het
5
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht gebouw is opgetrokken uit dubbelwandige bakstenen muren met stootvoegen. Tussen de regenpijp en de muur zitten enkele centimeters. De regenpijpen lopen niet door tot een afgesloten ruimte. De deur aan de westkant van het gebouw leidt direct naar de open ruimte van de drive-in wasstraat. Deze ruimte kan worden afgesloten met een roldeur. Direct naast de automatische drive-in wasstraat zijn een tweetal garageboxen (2) met een plat dak. De garageboxen hebben kanteldeuren welke aan de onderkant een nauwe spleet hebben van ongeveer 4 centimeter. Naast de twee garageboxen bevindt zich een deur. De deur sluit nauw aan op de deurpost. Opstal 4 betreft de winkel van het benzinestation Esso. Dit gebouw sluit aan op de drive-in wasstraat (3). Het benzinestation is opgetrokken uit dubbelwandige bakstenen gevels met stootvoegen en heeft een plat dak. Tussen de muur en de dakrand is een kleine spleet zichtbaar. Deze ruimte loopt slechts een aantal millimeter door. Er is een regenpijp aanwezig met een ruimte tussen muur en regenpijp. De regenpijn leidt niet tot een afgesloten ruimte. Aan de noordkant van het gebouw 4 bevinden zich industriële wasmachines. De platte overdekking van de pompen (5) bestaat uit kunststof platen, evenals de constructie zelf. Er zijn geen spleten of kieren te vinden in deze constructie.
Gebouw 6, 7, 8, en 9 zijn net als opstal 2 garageboxen. De kanteldeuren van alle garageboxen hebben een spleet aan de onderkant. Deze spleten zijn eveneens rond de 4 centimeter. Een aantal garageboxen hebben ook aan de bovenkant van de kanteldeuren een spleet van maximaal 1 centimeter welke eveneens naar de binnenkant van de garagebox leidt. Op enkele plekken zijn er afgebrokkeld beton te vinden maar deze bieden geen toegang tot doorlopende ruimtes. De gebouwen 6 en 8 hebben een plat dak met begroeiing. Opstal 6 heeft een grinddak met nauwsluitende dakranden. Op het dak staan houten schutting platen en een wit schuurtje met een pannendak. Binnenin de schuttingplaten is begroeiing te vinden, evenals tuingereedschap in een open metalen opbergruimte. Deze metalen constructie is overdekt met een plastic zeil. Aan de meest westelijke kant op het dak staat een wit houten schuurtje met pannendak. Er ontbreken geen dakpannen en de dakpannen sluiten nauw op elkaar aan. Aan de zuidzijde van dit dak ontbreekt één kantpan. Er is een ruimte onder de nok van het dak welke mogelijk naar de binnenkant van het schuurtje leidt. Deze ruimte was niet bereikbaar tijdens het veldbezoek. Aan de westkant van gebouw 6 is een ruimte van ongeveer één meter tot de grens van het plangebied, waar direct het pand van horecagelegenheid LE:EN te vinden is.
In deze ruimte ligt afval zoals plastic, tuinmeubelen en etensverpakkingen. Gebouw 8 heeft lage begroeiing op het grinddak. De meest oostelijke kant van het dak is bedekt met bitumen. Bij gebouw 7 en 9 bevinden zich boven de garageboxen woonruimtes welke in gebruik zijn. Gebouw 7 heeft aan de buitenzijde een metalen trap welke naar de woonruimte leidt. Onder de metalen trap staan twee fietsen en twee scooters. De woonruimte boven op de garageboxen (7) is net als de garageboxen opgetrokken uit enkelwandig bakstenen muren zonder stootvoegen. De dakrand sluit goed aan op de muren. Er zijn regenpijpen aanwezig welke enkele centimeters van de gevel af staan en niet tot een besloten ruimte leiden. Er zijn ramen aanwezig, waarbij geen kieren of spleten tussen de kozijnen en gevels aanwezig zijn. Gebouw 9 bevat eveneens woonruimte boven de garageboxen. Deze woonruimte heeft een plat bitumen dak met nauwsluitende dakranden en is opgebouwd uit kunststof damwandplaten. Er zijn regenpijpen aanwezig welke niet nauw aansluiten op de gevel. Er is een ruimte van enkele centimeters tussen de muur en de regenpijp. Het plangebied bevindt zich in een stedelijke omgeving, en is omringd door bebouwing aan de noord, zuid en westkant en de Briljantlaan aan de oostkant. Er is veel activiteit in de directe omgeving door
6
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht horecagelegenheid LE:EN aan de westkant en de hogeschool voor kunsten HKU aan de zuidwestkant. Aan de westkant is de Vaartsche rijn te vinden. Er is een toegankelijke oever naar het water. Er is enige begroeiing aanwezig in Rotsoord waar een volkstuinvereniging en een kinderboerderij gevestigd zijn. In een straal van ongeveer 150 meter vanaf het plangebied zijn meer horecagelegenheden, treinstation Vaartsche Rijn en appartementencomplexen gelegen.
2.2
Nieuwe plan
Het nieuwe plan is om maximaal 160 appartementen te bouwen op het perceel gelegen aan de Briljantlaan 11-15. Om dit te verwezenlijken moet bestaande bebouwing worden gesloopt. Op het moment van schrijven zijn er geen schetstekeningen van de nieuwe situatie bekend.
7
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
3.
Wettelijk kader en onderzoeksmethode
3.1 Wettelijk kader Omgevingswet - natuurbescherming De Omgevingswet (hierna te noemen Ow), regelt de activiteiten die met natuur te maken hebben. Het doel van de regels is het beschermen van soorten en gebieden. Dit is onder andere geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna te noemen Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna te noemen Bal). Specifieke zorgplicht (artikel 1.27 Bal) Degene die een activiteit verricht is verplicht: 1. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; 2. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1. Van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2.
Van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3. Dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4. Voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
8
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
Voor het onderzoek in deze quickscan zijn de navolgende activiteiten van belang: Bescherming van gebieden Natura 2000-activiteit: Dit is een activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied (bijlage A Ow). Activiteit die geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebied: Er zijn activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied, maar waarbij deze zeker niet significant zijn. De Ow geeft regels over die activiteiten om de natuur te beschermen. Onder ‘nadelig gevolg’ vallen verslechterende of verstorende gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Om de mogelijke significante gevolgen te bepalen, dient te worden onderzocht of de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden in gevaar komen. De instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, bestaande uit de Europees aangewezen Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR), mogen niet worden geschaad. Een plan of project kan alleen maar worden vastgesteld, wanneer uit onderzoek zekerheid is verkregen dat de activiteiten in het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
In artikel 16.53c Ow en artikel 8.74b Bkl staan de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of een project. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) het plan ligt of de handeling plaatsvindt (artikel 4.6 Omgevingsbesluit, hierna te noemen Ob). Ook kan de provincie adviseur zijn voor een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikel 4.25 Ob). Soms is bevoegd gezag het Rijk (artikel 4.12 Ob) of heeft het Rijk een adviserende rol (art 4.31). Soortenbescherming Flora- en fauna-activiteit: dit is een activiteit die gevolgen kan hebben voor dieren en planten in het wild. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) kent verschillende beschermingsregimes voor soorten. De bescherming van vogels uit de Vogelrichtlijn is omschreven in artikel 11.37 Bal. Vogels mogen niet opzettelijk worden gedood, gevangen of gestoord. Ook is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Deze vogels worden vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen is beschermd in het broedseizoen. Bescherming van de soorten uit de Habitatrichtlijn als omschreven in artikel 11.46 Bal. Soorten van dieren mogen niet opzettelijk worden gedood, gevangen of gestoord.
Ook is het verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. En het is verboden planten van deze soorten, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Er is door LNV een lijst opgesteld met algemeen vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or, Zoogdieren en Amfibieën), welke onder andere van toepassing is bij de ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied (artikel 4.31 Omgevingsregeling).
9
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
Voor sommige soorten geldt op basis van de provinciale verordening vrijstelling van de verbodsbepalingen (artikel 11.52 en 11.59 Bal). Ook geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ministeriële regeling aangewezen gevallen die in een bij die regeling aangewezen gedragscode worden beschreven (artikel 11.53 Bal). Bescherming van andere soorten (Bijlage IX) is omschreven in artikel 11.54 Bal. De verbodsbepalingen zijn niet van toepassing wanneer het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) (de regels voor de beoordeling van een flora- en fauna-activiteit: andere soorten). Houtopstanden De activiteit vellen en beheren van houtopstanden: Het vellen van houtopstanden en het herbeplanten ervan om te zorgen voor een nieuwe houtopstand. In artikel 11.116 Bal is de specifieke zorgplicht voor houtopstanden opgenomen. Houtopstanden als genoemd in mogen niet geveld worden zonder voorafgaande melding (artikel 11.126 Bal) bij de provincie. Herplant is hierbij verplicht (artikel 11.129 Bal). Een gedragscode is ook mogelijk bij het vellen van houtopstand en herbeplanten. Deze zorgt ervoor dat die activiteit geen invloed heeft op de natuur- en landschappelijke waarde van bossen.
Natuurnetwerk Nederland In paragraaf 7.3.1 Bkl is bepaald dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) door de provincies wordt aangewezen en de geometrische begrenzing daarvan wordt vastgelegd. De regels omtrent de vaststelling wezenlijke kenmerken (artikel 7.7 Bkl) en het verzekeren van bescherming door stellen eisen aan omgevingsplannen, afwijkingen daarvan en projectbesluiten (artikel 7.8 Bkl), staan in de provinciale verordening. Ook kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen worden aangewezen (artikel 2.44, lid 5 Ow).
10
Omgevingsscan Natuur Omgevingswet – Briljantlaan 11-15, Utrecht
3.2 Onderzoeksmethode Eerst is een bureauonderzoek gedaan om te kijken hoe het plangebied ligt ten opzichte van beschermde gebieden. Ook is bekeken of in en rondom het plangebied beschermde soorten aanwezig zijn. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en (provinciale) kaartviewers. Het overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 8. Met deze verzamelde informatie is een veldbezoek gedaan op vrijdag 21 juni, 15:00 uur. Tijdens het veldbezoek is het plangebied en de directe omgeving onderzocht door een ecoloog van MBH Consult B.V. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren bewolkt, windstil en circa 20°C. Het perceel en de omgeving waren goed zichtbaar. Om de planlocatie voldoende te onderzoeken of scannen is gebruik gemaakt van een ladder bij het controleren de van hoger gelegen delen. Besloten ruimtes met een open toegang, spleten, kieren en kleine openingen zijn onderzocht met een LED-zaklamp en opgemeten met een duimstok. De onderzoeker had te allen tijde een verrekijker bij zich om dakranden, vogels en andere fauna waar te nemen op afstand. De waarnemingen van het veldbezoek zijn vastgelegd middels foto’s, aantekeningen en spraakopnames. Aan de hand van de verzamelde informatie wordt bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde gebieden en soorten.
Als blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden, dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig en is het plan uitvoerbaar. Leidt het plan tot overtreding, dan is het nemen van vervolgstappen (nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) noodzakelijk.
11