TAM-omgevingsplan Briljantlaan 11-15_Bijlagen motivering
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan
TAM-omgevingsplan Briljantlaan 11-15 Vastgesteld, datum nog vast te stellen
TAM-omgevingsplan Briljantlaan 11-15
Inhoudsopgave Bijlagen motivering
3
Bijlage 1
Omgevingsveiligheid
5
Bijlage 2
Stikstofdepositie
19
Bijlage 3
Windhinder
33
Bijlage 4
Mobiliteitsonderzoek
63
Bijlage 5
F&F
87
Bijlage 6
F&F, vervolgonderzoek
121
Bijlage 7
Bodem
147
Bijlage 8
Archeologie
307
Bijlage 9
Geluidsonderzoeken
349
Bijlage 10
Bezonning
459
Bijlage 11
Mer-beoordelingsbesluit
477
Bijlage 12
Mer-beoordeling
479
Bijlage 13
BEA
507
Bijlage 14
Onderzoek stikstofdepositie
529
Bijlage 15
Aeriusberekening1
543
Bijlage 16
Aeriusberekening2
553
Bijlage 17
Aeriusberekening3
563
2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
Utrecht
Bijlagen motivering
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
3
4 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 1
Omgevingsveiligheid
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
5
Woningbouw Briljantlaan te Utrecht
Onderzoek omgevingsveiligheid
Rapportnummer HA 9903-2-RA d.d. 9 juli 2025
Woningbouw Briljantlaan te Utrecht
Onderzoek omgevingsveiligheid
Opdrachtgever: DVP Planontwikkeling Rapportnummer: HA 9903-2-RA Datum: 9 juli 2025 Referentie: KvdN/IKa/JMa/HA 9903-2-RA Verantwoordelijke: ir. Opsteller: MSc peutz.nl
Peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon
HA 9903-2-RA 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Plangebied en beoogde ontwikkeling
5
2.1
Locatie plangebied
5
2.2
De beoogde ontwikkeling
5
Wettelijk kader
7
3.1
Algemeen
7
3.2
Relevante begrippen
7
3.3
Besluit kwaliteit leefomgeving
8
3.4
Omgevingsplan
8
Risicobronnen in de omgeving
9
3
4 4.1
Inventarisatie risicobronnen
9
4.2
Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor
10
4.3
Nuon Power Generation Kanaleneiland
11
4.4
LPG-tankstation
11
4.5
Vuurwerkopslag
11
4.6
Conclusie
11
Beoordeling en conclusie
12
5
De inhoud van dit document mag niet worden gewijzigd. Het document mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Peutz niet in delen worden verspreid. Peutz aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit of samenhangt met het wijzigen van de inhoud van dit document.
HA 9903-2-RA 3
1
Inleiding Het voornemen bestaat om ter plaatse van het huidige tankstation aan de Briljantlaan 15 te Utrecht nieuwbouw te realiseren. De huidige bebouwing zal worden vervangen door een nieuw te bouwen woongebouw met circa 160 woningen en andersoortige functies in de plint. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de kaders van het omgevingsplan van gemeente Utrecht. Derhalve zal een planologische procedure worden doorlopen. In dat kader dient gemotiveerd te worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De beoogde ontwikkeling omvat kwetsbare gebouwen waardoor aandacht nodig is voor het aspect omgevingsveiligheid.
HA 9903-2-RA 4
2
Plangebied en beoogde ontwikkeling
2 .1 L o ca t ie p l angeb i ed
Het plangebied is gelegen aan de Briljantlaan te Utrecht. Dit is gelegen in de buurt Tolsteeg, in Utrecht Zuid. De ligging van het plangebied in de omgeving is weergegeven in onderstaande figuur. In figuur f 2.1 wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
f 2.1 Ligging plangebied
De omgeving aan de westzijde van het plangebied laat zich typeren als een gemengd gebied. In de omgeving is sprake van diverse functies, waaronder een volkstuinencomplex, bedrijvigheid en een kinderboerderij. Aan de Saffierlaan zijn op korte afstand van het plangebied woningen gesitueerd. 2 .2 De be oogd e on t wi kke ling
Het voornemen bestaat om ter plaatse van het huidige tankstation aan de Briljantlaan 15 te Utrecht nieuwbouw te realiseren. De huidige bebouwing zal worden vervangen door een nieuw te bouwen woongebouw met circa 160 woningen en andersoortige functies in de plint. HA 9903-2-RA 5
f2
Beoogde bebouwing
Het nieuwbouwproject bestaat uit circa 11.000 m 2 BVO wonen en circa 350 m2 BVO aan commerciële en maatschappelijke functies. Daarnaast wordt circa 1.500 m2 toegedeeld aan parkeren en fietsparkeren.
HA 9903-2-RA 6
3
Wettelijk kader
3 .1 A lg e me en
Omgevingsveiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: - het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen; - het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (milieubelastende activiteiten); - het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij omgevingsveiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle milieubelastende activiteit en bij het realiseren van een (zeer/beperkt) kwetsbaar object binnen het aandachtsgebied van een dergelijke activiteit (zoals hierboven omschreven). 3 .2 R e le vant e b egr ippen
Relevant voor toetsing van de omgevingsveiligheid op een locatie nabij transport met gevaarlijke stoffen zijn de begrippen plaatsgebonden risico, groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Deze zijn als volgt gedefinieerd: Plaatsgebonden risico (PR)
Het plaatsgebonden risico is de kans op het overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. Groepsrisico
De kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden, het GR gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval in één keer kunnen vallen hoe lager (strenger) de norm (de oriëntatiewaarde). Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. Aandachtsgebieden
Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied dient rekening gehouden te worden met het groepsrisico.
HA 9903-2-RA 7
Voorschriftengebieden
Het voorschriftengebied is een gebied waarin aanvullende bouweisen gelden voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van een bouwwerk. De aanvullende bouweisen hebben tot doel om mensen in een gebouw te beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of explosie. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Deze gebieden zijn door de gemeente aangewezen in het omgevingsplan. 3 .3 B es lui t kwa l it e it l ee fo mgeving
Conform het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient voor de risico’s van branden, rampen en crises bij een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met het belang van: - het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; - de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en - de geneeskundige hulpverlening. Op basis van het Bkl worden diverse categorieën kwetsbare gebouwen en locaties aangegeven. De aanwijzing van deze categorieën 'gebouwen en locaties' staat in bijlage VI van het Bkl. Er is sprake van 3 categorieën kwetsbare gebouwen (beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare) en 2 categorieën kwetsbare locaties (beperkt kwetsbaar en kwetsbaar). Gebouwen worden alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. Bij een grootschalige opslagplaats voor goederen met een kantoorfunctie is bijvoorbeeld alleen de kantoorfunctie 'beperkt kwetsbaar' of 'kwetsbaar' (afhankelijk van de bruto vloeroppervlakte). In paragraaf 5.1.2.2. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt ingegaan op de veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Hier wordt onder andere invulling gegeven aan hetgeen wordt verstaan onder het plaatsgebonden risico en welke waarde hiervoor aangehouden dient te worden.
Ook wordt ingegaan op (brand-, explosie- en gifwolk-) aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s. Gesteld wordt dat voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden dient te worden met het groepsrisico. 3 .4 O mg evingsp lan
De aandachts- en voorschriftengebieden van de gemeente kunnen in het omgevingsplan opgenomen zijn. Ten tijde van dit onderzoek zijn echter nog geen aandachts- of voorschriftengebieden vastgesteld in het omgevingsplan van de gemeente Utrecht.
HA 9903-2-RA 8
4
Risicobronnen in de omgeving
4 .1 I n ven ta ris at i e r isi cob ronn en
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. Dit zijn kwetsbare gebouwen. Gezien de beoogde doelgroep van de woningen, te weten actieve personen, is geen sprake van zeer kwetsbare bebouwing. Voor kwetsbare gebouwen geldt het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als grenswaarde. Hierbij wordt opgemerkt dat in de huidige situatie sprake is van een tankstation ter plaatse van het plangebied. Dit wordt gezien als een beperkt kwetsbaar gebouw. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is bovendien sprake van een toename van het aantal personen ter plaatse van het plangebied, alsook het moment dat sprake is van personen. Dit betekent dan ook dat het aspect omgevingsveiligheid om een nadere beschouwing vraagt. De omgevingsveiligheidsaspecten ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water en door buisleidingen, alsmede de aanwezigheid van risicovolle milieubelastende activiteiten, zijn geïnventariseerd voor de nabije omgeving van het plangebied. In figuur 4.1 worden de relevante risicobronnen, conform de kaarten van Atlas Leefomgeving, weergegeven. Dit betreft de volgende bronnen: 1. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor; 2. Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij Nuon Power Generation Kanaleneiland; 3. LPG-tankstation aan de Beneluxlaan 1001; 4. Vuurwerkopslag bij Tuincentrum Koningsdal aan de Koningsweg 87.
f 4.1 Uitsnede kaarten omgevingsveiligheid Atlas Leefomgeving HA 9903-2-RA 9
Op grotere afstand van het plangebied bevinden zich evenmin overige risicobronnen die om een nadere beschouwing vragen. 4 .2 T ransp or t van g e va ar li j ke s toff en o ver het spo or
Op circa 270 meter afstand tot het plangebied bevindt zich een spoortraject waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Dit spoor behoort tot het Basisnet. Het plangebied is niet binnen het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar gelegen. Opgemerkt wordt dat de aandachtsgebieden thans nog niet zijn vastgelegd in het omgevingsplan van de gemeente. Conform het Bkl bedraagt het brand- en explosieaandachtsgebied voor spoorwegen (die deel uitmaken van het Basisnet) respectievelijk 30 en 200 meter. De beoogde ontwikkeling is op een afstand groter dan 200 meter gesitueerd. De beoogde ontwikkeling bevindt zich hiermee niet binnen het brand- of explosieaandachtsgebied van het spoor. Mogelijk is het plangebied wel binnen het gifwolkaandachtsgebied van het spoor gesitueerd, zie ook figuur 4.1. Bij de beoogde ontwikkeling dient daarom rekening gehouden te worden met de mogelijke ligging in een gifwolkaandachtsgebied. Een gifwolk is een ‘wolk’ met een zodanige concentratie van giftige stoffen dat mensen vergiftigd worden. Bij een (dreigende) gifwolk is de meest effectieve vluchtweg loodrecht op de wind. Voor aanwezigen kan het echter lastig zijn om in het veld de windrichting vast te stellen. Door binnen te schuilen kan de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het vrijkomen van een gifwolk sterk worden gereduceerd.
Schuilen is derhalve over het algemeen het meest uitvoerbaar handelingsperspectief. Er zijn drie soorten handelingen bij schuilen te onderscheiden: • Ramen en deuren sluiten. Dit is de meest effectieve maatregel. Hierdoor kunnen schadelijke stoffen minder snel naar binnen dringen. De maatregel is makkelijk uitvoerbaar en communiceerbaar; • Schuilen in een afgesloten inpandige of aan de lijzijde gelegen kamer. Schuilen in een inpandige kamer of een kamer aan de lijzijde levert aanvullende bescherming op. Dit handelingsperspectief is echter lastiger te communiceren en uit te voeren. Dit pleit ervoor om dit handelingsperspectief alleen in zeer bijzondere gevallen te communiceren, bijvoorbeeld wanneer grote gezondheidsschade kan ontstaan; • De natuurlijke en mechanische ventilatie in het gebouw zoveel mogelijk beperken. Door het uitschakelen van de mechanische ventilatie en het afsluiten/afdichten van de afvoerkanalen kan verdere bescherming worden geboden. Resumerend gesteld is de luchtdichtheid van het gebouw, de mogelijkheid tot het uitschakelen van de ventilatie en het sluiten van deuren en ramen van groot belang. Wat betreft de toxische wolk zijn daarbij aldus relatief eenvoudige maatregelen mogelijk, zoals centraal en eenvoudig uitschakelbare en afsluitbare ventilatie-voorzieningen en luchtbehandelingsinstallaties.
HA 9903-2-RA 10
4 .3 Nu on P o we r G ener a ti on Kan al en ei land
Op circa 1,0 km afstand van het plangebied bevindt zich een hulpwarmtecentrale waar sprake is van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Op de kaarten van Atlas Leefomgeving wordt dit de Nuon Power Generation Kanaleneiland genoemd. Dit is thans overgenomen door Eneco. Hier zijn drie bovengrondse tanks voor stookolie aanwezig. Het risico van de opslagtanks bestaat eruit dat als gevolg van een calamiteit brand kan ontstaan met een grote hittestraling tot gevolg. De beoogde ontwikkeling is echter op een dusdanige grote afstand van deze tanks gesitueerd dat sprake is van een passende afstand, en geen belemmeringen aan de orde zijn. 4 .4 L PG - tan ks ta t ion
Aan de Beneluxlaan 1001 bevindt zich een LPG-tankstation. Dit tankstation bevindt zich op een afstand van circa 1,1 km tot het plangebied. Een LPG-tankstation is een milieubelastende activiteit waarvoor vaste veiligheidsafstanden gelden conform het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor het tanken van LPG geldt een explosieaandachtsgebied van 160 meter vanaf het vulpunt en de bovengrondse opslagtank. De beoogde ontwikkeling is op grotere afstand gelegen, en deze risicobron vormt hiermee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4 .5 Vuur wer kops l ag
Ter plaatse van het tuincentrum Koningsdal vindt de verkoop en opslag van vuurwerk plaats. Dit tuincentrum is op een afstand van circa 1,4 km van het plangebied gelegen. Op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gelden veiligheidsafstanden voor dergelijke milieubelastende activiteiten. Deze afstanden zijn tussen de 8 en 35 meter, en aldus vele malen kleiner dan 1,4 km. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4 .6 C onc lus ie
De beoogde ontwikkeling omvat de realisatie van kwetsbare bebouwing in het kader van omgevingsveiligheid. Uit voorliggend hoofdstuk volgt dat geen sprake is van een ligging nabij risicovolle activiteiten die om een nadere beschouwing vragen. Wel vraagt de ligging binnen een gifwolkaandachtsgebied om aandacht in de verdere planuitwerking. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is bovendien geen sprake van de realisatie van nieuwe risicovolle activiteiten.
HA 9903-2-RA 11
5
Beoordeling en conclusie Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient beoordeeld te worden of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Omgevingsveiligheid is een aspect dat daarbij van groot belang is. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is immers dat sprake moet zijn van een veilige fysieke leefomgeving. Beoordeeld dient te worden of ook na de beoogde ontwikkeling sprake is van een aanvaardbare situatie. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van kwetsbare bebouwing. In dat kader zijn de mogelijke risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd. Hieruit volgt dat geen sprake is van de ligging binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden van omliggende risicobronnen, en dat geen sprake is van risicobronnen die om een nadere beschouwing vragen. Wel dient bij de verdere uitwerking van de beoogde ontwikkeling rekening gehouden te worden met de ligging binnen een gifwolkaandachtsgebied (o.a. ten aanzien van de luchtdichtheid van het gebouw en de mogelijkheid tot het uitschakelen van de ventilatie). De beoogde ontwikkeling gaat niet gepaard met relevante wijzigingen ten aanzien van de risico’s in de omgeving. Er is geen sprake van het ontplooien van nieuwe risicovolle activiteiten binnen het plangebied.
Resumerend gesteld kan de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar worden geacht, en vormt omgevingsveiligheid geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Dit rapport bevat 12 pagina’s.
HA 9903-2-RA 12
1 8 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 2
Stikstofdepositie
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
19
Onderzoek stikstofdepositie Nieuwbouw 160 appartementen, Briljantlaan 15 te Utrecht
MBH Consult B.V. 21 april 2025
Onderzoek stikstofdepositie
Onderzoek stikstofdepositie Briljantlaan 15 te Utrecht Opdrachtgever
Mees Ruimte & Milieu
Opsteller
BEc MBH Consult B.V. Ottostraat 11 6716BG Ede
mbhconsult.nl
1
Onderzoek stikstofdepositie
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.
Toetsingskader ................................................................................................................................ 5
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 6
3.
2.1
Plangegevens ........................................................................................................................... 6
2.2
Bouwfase ................................................................................................................................. 8
2.4
Gebruiksfase .......................................................................................................................... 11
Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 12 3.1
Bouwfase ............................................................................................................................... 12
3.2
Gebruiksfase .......................................................................................................................... 12
3.3
Conclusie ............................................................................................................................... 12
2
Onderzoek stikstofdepositie
Inleiding Mees Ruimte & Milieu heeft MBH Consult B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren van de nieuwbouw van een woongebouw met in totaal 160 appartementen aan de Briljantlaan 15 te Utrecht. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plangebied
3
Onderzoek stikstofdepositie De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden (WNB-rekenpunten). Het meest nabij gelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is (AERIUS Calculator): -
Oostelijke Vechtplassen (ca. 7,5 km)
Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2
Figuur 1.2
Omliggende Natura 2000-gebieden
4
Onderzoek stikstofdepositie
1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, heeft een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de AERIUS Calculator, zoals voorgeschreven in de Omgevingswet. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.
5
Onderzoek stikstofdepositie
2. Uitgangspunten 2.1 Plangegevens Met het plan wordt de nieuwbouw van een woongebouw met 160 appartementen mogelijk gemaakt. De focus in het plan ligt op betaalbare koopwoningen. Het pand zal aan de zijde van de Briljantlaan een maximale bouwhoogte van 12 bouwlagen bevatten. De bestaande bebouwing, bestaande uit een tankstation, wasstraat/wasboxen en garageboxen met twee woningen, wordt gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw. Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd door MBH Consult en een check bij een bouwkundig aannemer (MBH Consult is een zusteronderneming van een bouwkundig aannemer). Als ‘onderlegger’ voor dit onderzoek fungeert het door de OD Haaglanden goedkeurde onderzoek naar de nieuwbouw van 132 appartementen aan de Berensteinlaan te ’s-Gravenhage. De aantallen worden geschaald naar onderhavig plan. Gebruiksfase De nieuwe woningen worden uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Gebouwemissies zijn niet relevant. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan.
De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘ Toekomstbestendig Parkeren’(2018). Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot aan de Waterlinieweg. Op deze ontsluitingsweg wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer binnen de bebouwde kom Voor stagnatie als gevolg van stoplichten en kruispunten wordt gerekend met 5%. Voor langzaam rijden / manoeuvreren op de projectlocatie worden een lijnbron gemodelleerd met een stagnatiepercentage van 100%.
6
Onderzoek stikstofdepositie
Koude start wegverkeer Voor de koude start van wegverkeer worden de volgende stelregels gehanteerd: 1. Wegverkeer gebruiksfase woningen Conform de Handreiking Koude Start (BIJ12, 20241) is de volgende stelregel voor licht verkeer bij woningen aan de orde: -
Aantal woningen x 2 Aantal bezoekersparkeerplaatsen x 1 Voorgenoemd bij elkaar opgeteld = aantal koude starts per dag
Zwaar vrachtverkeer als gevolg van woningen wordt niet ingegeven, omdat de verwachting is dat deze niet langer dan twee uur met uitgeschakelde motor ter plaatse zal zijn (pakketdiensten, afvalledigingen). 2. Verkeersaantrekkende werking bouwfase De verkeersaantrekkende werking van de bouwfase komt onderbouwd tot stand. Voor al het lichte verkeer wordt dezelfde stelregel gehanteerd als bij de gebruiksfase gehanteerd wordt. Dit, omdat de het lichte verkeer verondersteld wordt langer dan twee uur op locatie aanwezig te zijn, waarmee een koude start ontstaat. Voor zwaar verkeer wordt geen koude start aangehouden. Zwaar verkeer op de bouwplaats zal doorgaans binnen twee uur de bouwplaats verlaten waardoor er geen koude start aan de orde is. Tevens worden hiervoor emissies als gevolg van stationair draaien en langzaam rijden en manoeuvreren meegenomen. 3. Modelleren bron De emissies voor koude start van het wegverkeer worden ingegeven als vlakbron op de betreffende locatie. Rekenjaar De totale projectduur van de sloop- en bouwfase zal ca. 24 maanden bedragen. Hiervoor worden respectievelijk rekenjaar 2025 en 2026 ingegeven. Aansluitend wordt voor de gebruiksfase gerekend met rekenjaar 2027. AERIUS versie Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de laatste versie van AERIUS(2024).
1
https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2025/02/Handreiking_koude_start_februari_2025.pdf
7
Onderzoek stikstofdepositie
2.2 Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd door MBH Consult en een check bij een bouwkundig aannemer (MBH Consult is een zusteronderneming van een bouwkundig aannemer). De werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van een bouwstroom/ lokale stroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R123052 . Bij een aangenomen gemiddelde motorbelasting van 30%, volgt hieruit de volgende formule om het dieselverbruik per uur te berekenen: Liter/uur = 0.095 * Pmax(kW) + 0.54 Voorgenoemde zaken tezamen leiden tot het volgende overzichten: Rekenjaar 2025
Rekenjaar 2026
Tabel 1.1
-
Inzet mobiele werktuigen
Conform de AERIUS invoerinstructie is er bij Stage IV motoren sprake van 6% AdBlue verbruik t.o.v. het dieselverbruik
2
https://publications.tno.nl/publication/34638924/7T4USy/TNO-2021-R12305.pdf
8
Onderzoek stikstofdepositie Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde: Rekenjaar 2025
Rekenjaar 2026
Tabel 1.2
• • •
Retourbewegingen bouwfase
Licht verkeer is berekend op basis van 48 werkbare werkweken, met 5 werkdagen en 40 retourbewegingen per werkdag per bouwjaar Zwaar verkeer is gebaseerd op 20 retourbewegingen per woning voor rekenjaar 2024 en met 4 retourbewegingen (afbouw) voor rekenjaar 2025 Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer
9
Onderzoek stikstofdepositie Stationair draaien In de bouwfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht: Rekenjaar 2025
Rekenjaar 2026
Tabel 1.3
•
Emissies stationair vrachtverkeer
Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden
10
Onderzoek stikstofdepositie
2.4 Gebruiksfase Gebouwemissies gebruiksfase De nieuwe woningen worden uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Gebouwemissies zijn niet relevant. Licht verkeer en zwaar verkeer De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘ Toekomstbestendig Parkeren’(2018). Voorgaand leidt tot het volgende overzicht:
Tabel 2.1
• • • •
Berekening verkeersbewegingen gebruiksfase
Licht verkeer is gebaseerd op tabel A4.2 Wonen De maximale verkeersgeneratie is aangehouden, gebaseerd op een zeer sterk stedelijk profiel, ligging rest bebouwde kom CROW geeft een standaard cijfer van 0,02 voertuigbewegingen per etmaal voor zwaar verkeer per woning Vervoer van bestelbusjes van bijvoorbeeld pakketdiensten vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de door CROW opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer
Koude start Voor het berekenen van het aantal dagelijkse koude starts zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. 160 woningen, 2 koude starts per woning per dag. 2. Aanvullend wordt rekening gehouden met 1 koude start per woning per etmaal voor bezoekersparkeerplaatsen. De norm binnen de bebouwde kom voor appartementen bedraagt 0,15 pp per parkeerplaats. Dit leidt tot 24 parkeerplaatsen 3. Hiermee komt het totaal op 344 koude starts licht verkeer per etmaal.
11
Onderzoek stikstofdepositie
3. Berekeningsresultaten 3.1 Bouwfase De berekening van het projecteffect van de bouwfase is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen bij de vergunning zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.
3.2 Gebruiksfase De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen bij de vergunning zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.
3.3 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
Aanvullend wordt opgemerkt dat een wijziging op in te zetten materieel kan leiden tot gewijzigde uitkomsten van de berekening.
12
Utrecht
Bijlage 3
Windhinder
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
33
Briljantlaan Utrecht Olysis Windstudie 09.09.2025 ref: C024-003 - Briljantlaan Wind- bezonningsonderzoek 1 van 28
inhoud Introductie
3
Leeswijzer Normen en instellingen
4
Wind analyse resultaten
8
Windhinder Windgevaar Gewogen windsnelheid Conclusies
26
Referentie
Auteurs
C024-003 Opdrachtgever VORM Schiehaven 13
Status document
3024 EC Rotterdam
Final
Opdrachtnemer
Datum
OMRT B.V. Nachtwachtlaan 20
09.09.2025
1058 EA Amsterdam
2 van 28
introductie Leeswijzer Achtergrond en Doel
Leeswijzer
In opdracht van VORM Ontwikkeling en DVP Planontwikkeling is voor de herontwikkeling van de locatie aan de Briljantlaan 11-15 in Utrecht een Windonderzoek uitgevoerd op stedelijke schaal. De achterliggende studie toont het windcomfort conform de NTA8800 op basis van de nieuwe ontwerpen. Het doel van deze studie is om een vergelijking te maken tussen de bestaande situatie en het nieuwe ontwerp, om inzicht te krijgen hoe het nieuwe ontwerp het windklimaat in het gebied beinvloed.
Het rapport toont een uitleg van de regelgeving, visuele weergaven van de studieresultaten en interpretatie van de resulterende comfortklassen. In de analyse zijn drie ruimtelijke modellen onderzocht: 1. Bestaande huidige situatie 2. Maximale contouren bouwenvelop 3. Ontwerpdenkrichting mei 2025 Model 2 is een vertaling van de uitgangspuntenkaart in de vastgestelde bouwenvelop (van 1 juli 2025) naar een 3D model. Dit 3D model is een theoretische vertaling van de maximale gebouwcontour.
Methode De uitgevoerde analyse wordt gebruikt om de windhinder en eventueel windgevaar op maaiveld te onderzoeken door middel van een digitale windstudie (CFD-model) voor de beschouwde varianten. De resultaten worden weergegeven in een interactief OMRTdashboard en zijn samengevat in deze PDF.
Model 3 is een eerste uitwerking van het ontwerp binnen de uitgangspunten van de bouwenvelop. Deze uitwerking is initiatief en toont dat het ontwerp minder gebouwmassa heeft dan model 2, met een verfijning in setbacks en balkons. Het uiteindelijke ontwerp zal een variatie op model 3 zijn. In alle modellen is geen vegetatie (o.a. bomen) opgenomen, er wordt met een 'worst case' gerekend. 3 van 28
Normen en instellingen NEN8100 regelgeving
4 van 28
Normen en instellingen
Windhinder en windgevaar volgens NEN8100
Windhinder
Windgevaar
Windhinder is een indicatie van hoeveel wind een individu zal treffen. Het ervaren van windhinder is afhankelijk van de activiteit die men onderneemt; de kans op hinder bij een bepaalde windsnelheid is bij stilzitten groter dan bij het lopen. Onderstaande tabel uit de NEN8100 laat zien hoe goed of slecht een windklimaat is, afhankelijk van de activiteit.
Op plaatsen waar regelmatig mensen komen, moet te allen tijde windgevaren worden voorkomen. Windgevaar kan optreden vanaf een snelheid van 15 m/s. De kwalificatie van windgevaar verwijst naar de kans op het overschrijden van een hoge windsnelheid. Windgevaar is onafhankelijk van activiteit.
Windhinder is acceptabel, zolang deze niet te vaak voorkomt. Een matig of slecht windklimaat kan worden opgelost door gevoelige functies te verplaatsen (bijvoorbeeld een terras verplaatsen naar een gebied met klasse A), of door maatregelen te nemen die het windklimaat beïnvloeden.
Wettelijke norm en eisen Er zijn geen formele landelijke eisen voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Wel kunnen gemeenten richtlijnen opstellen met betrekking tot windhinder en windgevaar. Regelmatig wordt de NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' als uitgangspunt genomen, waarbij de kans op overschrijding van referentiesnelheden wordt gerelateerd aan een comfortklasse. De NEN8100 maakt onderscheid tussen windhinder en windgevaar.
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Kwaliteits klasse
% van jaar
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Overschrijdingskans v > 15 m/s % van jaar
Kwaliteits klasse
< 0.05%
geen risico
0.05 - 0.29%
beperkt risico
> 0.30%
gevaarlijk 5 van 28
Normen en instellingen
Details van CFD simulatie instellingen Omvang gebied van rekenmodel
diameter van circa 600 meter
Kerngebied
Utrecht, Briljantlaan
Coördinaten (RD)
X136887 Y454094
Programmaatuur
AWS Batch, OpenFOAM versie 2406
Mesher
Blockmesh, SnappyHexMesh
Startgrootte van cellen
16 meter
Celgrootte context
0.5 meter
Celgrootte project
0.25 meter
Celgrootte studiegebied
0.5 meter
Ruwheidslengte Grondvlak
0.1 meter(wegen), 0.03(gras), 0.03 (water)
Ruwheidslengte Bebouwing
0.01 meter
Blockage Ratio
≤ 3%
Aantal cellen
13 miljoen
Analysevlak niveau
+1.75 meter boven grondvlak
Solver
simpleFoam
Turbulentiemodellering
RNG K-Epsilon turbulentiemodel
Instroomprofiel
Hargreaves Wright
Ruwheidslengte grondgebied
Per windrichting bepaald op basis van
buiten ontwerp
windstatistiek. Variëert van 0.2 (OZO) tot 1.2 (NW)
Aantal windrichtingen
12
6 van 28
Normen en instellingen
Windhinder en windgevaar volgens NEN8100
Windroos Het geanalyseerde gebied is voornamelijk onderhevig aan zuidwestelijke windstromingen. Dit is duidelijk zichtbaar in zowel de windroos als de gewogen gemiddelde windsnelheidskaart, die hogere waarden voor deze richting benadrukt.
7 van 28
Resultaten windanalyse Windgevaar | Windhinder | Gewogen snelheid
8 van 28
Wind gevaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse toelichting Leeswijzer en samenvatting normeringen: • Het stedelijk windgevaar wordt berekend om aan te geven welke windsnelheden een gevaarlijk windklimaat veroorzaken. • Afhankelijk van het overschrijdingspercentage waarmee de windsnelheid bepaalde grenswaarden bereikt, wordt aan elk gebied een risicoklasse toegekend. • De berekeningen volgen uit de principes van NEN8100, de norm die richting geeft aan wind en schaduw bij gebiedsontwikkeling.
Windgevaar (overschrijdingskans voor V > 5 m/s in % van de uren in een jaar)
<0.05%
0.05 - 0.29%
Geen risico
Gelimiteerd risico
>0.3% Gevaar
Windgevaarkaart - bestaand 9 van 28
Wind gevaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse bestaande situatie - maximale contouren bouwenvelop - nieuw ontwerp Conclusies uit de analyse: • De windgevaar studie toont aan dat er in de huidige situatie, maar ook de variant met maximale contouren bouwenvelop en nieuw ontwerp, geen plek of plekken zijn of onstaan met windgevaar.
Windgevaar (overschrijdingskans voor V > 5 m/s in % van de uren in een jaar)
<0.05%
0.05 - 0.29%
Geen risico
Gelimiteerd risico
>0.3% Gevaar
Wind gevaar - Bestaand - 2d
Wind gevaar - Maximale massa - 2d
Wind gevaar - Nieuw ontwerp - 2d 10 van 28
Wind gevaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse noorden van huisvestingsgebouw (Keramus) Conclusies uit de analyse: • De beelden op deze pagina bevestigen dat er in het gebied ten noorden van het huisvestingsgebouw (Keramus) geen windgevaar ontstaat als gevolg van het plaatsen van de maximale massa of het nieuwe ontwerp.
Windgevaar (overschrijdingskans voor V > 5 m/s in % van de uren in een jaar)
<0.05%
0.05 - 0.29%
Geen risico
Gelimiteerd risico
>0.3% Gevaar
Wind gevaar - Bestaand - 2d
Wind gevaar - Maximale massa - 2d
Wind gevaar - Nieuw ontwerp - 2d 11 van 28
Wind gevaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse oost van de projectlocatie (langs Briljantlaan) Conclusies uit de analyse: • De beelden op deze pagina bevestigen dat er aan de oostzijde van de projectlocatie geen windgevaar ontstaat als gevolg van het plaatsen van de maximale massa of het nieuwe ontwerp.
Windgevaar (overschrijdingskans voor V > 5 m/s in % van de uren in een jaar)
<0.05%
0.05 - 0.29%
Geen risico
Gelimiteerd risico
>0.3% Gevaar
Wind gevaar - Bestaand - 2d
Wind gevaar - Maximale massa - 2d
Wind gevaar - Nieuw ontwerp - 2d 12 van 28
Wind gevaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse west van de projectlocatie Conclusies uit de analyse: • De beelden op deze pagina bevestigen dat er aan de westzijde van de projectlocatie geen windgevaar ontstaat als gevolg van het plaatsen van de maximale massa of het nieuwe ontwerp.
Windgevaar (overschrijdingskans voor V > 5 m/s in % van de uren in een jaar)
<0.05%
0.05 - 0.29%
Geen risico
Gelimiteerd risico
>0.3% Gevaar
Wind gevaar - Bestaand - 2d
Wind gevaar - Maximale massa - 2d
Wind gevaar - Nieuw ontwerp - 2d 13 van 28
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Windhinder
Kwaliteits klasse
% van jaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse toelichting
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Leeswijzer en samenvatting van de norm: • In dit verslag wordt windgevaar en windhinder berekend. • Een overschrijdingskans van minder dan 2,5% wordt als goed beschouwd voor lang/kort zitten, een kans van minder dan 5% is nog geschikt voor wandelen en een kans van minder dan 10% is nog geschikt voor hardlopen. • Gebieden met windkwaliteitsklasse A/B worden geschikt geacht voor het plaatsen van entrees van gebouwen. • De berekeningen zijn gebaseerd op de principes van NEN8100, de norm die richting geeft aan windhinder bij gebiedsontwikkeling.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinderkaart - Bestaand 14 van 28
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Windhinder
Kwaliteits klasse
% van jaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse bestaande situatie
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Conclusies uit de analyse: • Rondom LE:EN is windhinder klasse A, waardoor het windklimaat op de terrassen goed geschikt is voor langdurig verblijven.
Windhinder klasse B en C op de Helling
• Op kruising tussen de straten Ravenoord en Briljantlaan is er windhinder klasse B en C in de bestaande situatie. Dit wordt verzoorzaakt doordat de wind langs het huisvestingsgebouw (Keramus) dat aan de Ravenoord stroomt en door de hoogte van dit gebouw.
Wind door de poort van Keramus.
Windhinder klasse B en C op de hoekpunten van een aantal gebouwen in de directe omgeving (zoals hier op de hoek Ravenoord met de Briljantlaan)
• In de straat "Helling" is er winderhinder klasse B en C. Dit vindt plaats op de hoek van een gebouw waar de wind door trechtervorming heen wordt gestuurd. • De aanwezigheid van windhinder klasse C zorgt ervoor dat er in deze gebieden niet comfortabel langdurig kan worden gezeten, slenteren gaat matig. • Onder de projectlocatie is er windhinder klasse B door de terugval van wind om de hoek van het gebouw heen. • In het noordoosten op de kaart is er tussen twee bestaande gebouwen windhinder klasse B.
Windhinder klasse B tussen de gebouwen.
Vergaande windhinder klasse B door het open karakter van dit gebied.
Rondom LE:EN is er windhinder klasse A. Lichte windhinder in de (directe) omgeving
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinderkaart - Bestaand 15 van 28
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Windhinder
Kwaliteits klasse
% van jaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse maximale contouren bouwenvelop
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Conclusies uit de analyse: • Bij het plaatsen van de nieuwe variant vallen er een aantal dingen op, zo is er op een aantal plekken afname in de kwaliteitsklasse van windhinder, maar verbeterd de windhinder klasse ten noordoosten van de projectlocatie, en op de terassen van LE:EN blijft de windhinder klasse A. • Om de maximale massa heen verandert de windhinder van maximaal windhinder klasse C tot windhinder klasse E in een klein gebied op de hoek van de maximale massa (zie pagina 19). Over het Tolsteegplantsoen ontstaat een gebied met windklasse D, en windhinder klasse C verder in de stroom.
Bestaande windhinder boven het huisvestingsgebouw neemt toe tot windhinder klasse D.
Gebied met windhinder klasse B tussen de gebouwen significant verbeterd tot klasse A.
Aan de westzijde van de projectlocatie ontstaat windhinder klasse B en C door de nieuwe massa. Bestaande windhinder op de hoek van projectlocatie neemt toe tot grotendeels windhinder klasse D.
• Waar in de huidige situatie geen windhinder wordt ervaren aan de westzijde, is er windhinder klasse B en C bij de situatie met de maximale massa. • Noorden van het huisvestingsgebouw (Keramus) verslechtert de windhinder naar klasse D doordat er meer wind door de poort stroomt. • Er zijn enkele gebieden met windhinder klasse C ontstaan, dit is echter nog goed genoeg voor doorloopen. • In de gebieden met windhinder klasse D kan nog matig doorheen worden gelopen, slenteren en langdurig zitten is hier echter slecht te doen. In het kleine gebied met windhinder E kan ook slecht doorheen worden gelopen.
In de nieuwe variant blijf de windhinder klasse A, ter hoogte van het terras van LE:EN.
Windhinder op een aantal plekken in de (directe) omgeving neemt toe tot klasse C
Bestaande windhinder op de hoek van projectlocatie neemt toe tot grotendeels windhinder klasse D, maar op de hoek van de maximale massa een klein oppervlakte met windhinder klasse E, en heeft in de verdere stroom een windhinder klasse C.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinderkaart - Maximale massa 16 van 28
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Windhinder
Kwaliteits klasse
% van jaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse nieuw ontwerp
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Conclusies uit de analyse: • Doordat het nieuwe ontwerp qua vorm vergelijkbaar is met de maximale massa lijken de resultaten in eerste opzicht vergelijkbaar. Echter, omdat het nieuwe ontwerp minder massief is zijn is de contouren van de windhinderklasses kleiner. Er is dus minder windhinder in het gebied t.o.v. de maximale contouren bouwenvelop.
Bestaande windhinder boven het huisvestingsgebouw neemt in oppervlakte af, maar blijft wel van klasse D.
Kleine afnames de oppervlakten van de voorkomende windhinderklassen. Nog steeds windhinder klasse B en C.
Kleine afnames in de oppervlakten van de voorkomende windhinderklasses.
Kleine afnames de oppervlakten van de voorkomende windhinderklassen. Nog steeds windhinder klasse B en C.
Kleine afnames de oppervlakten van de voorkomende windhinderklassen
Kleine afnames in de oppervlakten van de voorkomende windhinderklasses. Maximale windhinder blijft in klasse is ook E.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinderkaart - Nieuw ontwerp 17 van 28
Windhinder
Verschillen Noorden van huisvestingsgebouw (Keramus)
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse Vergelijking noorden van huisvestingsgebouw (Keramus)
De windhinder neemt toe ten Noorden van het huisvestingsgebouw Keramus. Naast de al aanwezige windhinder klasse C, ontstaat er nu ook windhinder klasse D, als gevolg van de windstroom uit de onder-doorgang bij dit gebouw.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinder - Bestaand - Vogelvlucht
Windhinder - Maximale Massa - Vogelvlucht
Windhinder - Nieuw ontwerp - Vogelvlucht 18 van 28
Verschillen oost van de projectlocatie (langs Briljantlaan)
Windhinder
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse Vergelijking oost van de projectlocatie (langs Briljantlaan)
Aan de oostzijde van de projectlocatie zien we op drie plekken toename in windhinder, zowel in klasse als in het oppervlakte. Bij de maximale massa studie ontstaat er ook een gebied van 8m2 met windhinder klasse E, bij het nieuwe ontwerp is er een oppervlakte van 1m2 met windhinder klasse E, het plaatsen van een muur op de hoek van het gebouw kan hier al wel een oplossing voor zijn. In het midden ontstaat een nieuw windhinder gebied met windklasse B, C en D, welke uiteindelijk overloopt in een bestaand windhinder klasse B gebied.Tussen de projectlocatie en het huisvestingsgebouw verslechtert de windhinder van klasse C naar Klasse D.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinder - Bestaand - Vogelvlucht
Windhinder - Maximale Massa - Vogelvlucht
Windhinder - Nieuw ontwerp - Vogelvlucht 19 van 28
Verschillen west van de projectlocatie
Windhinder
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse Vergelijking west van de projectlocatie
Als we kijken naar het gebied aan de westzijde van de projectlocatie zien we dat er in de huidige situatie geen windhinder is, de bestaande gebouwen zijn te laag om windhinder te veroorzaken. Echter, met de maximale massa en nieuw ontwerp studies zien we een zelfde soort patroon in de windhinder. Waarbij vooral bij de hoeken van het gebouw windhinder klasse C ontstaat, met daaromheen windhinder klasse B. Bij het nieuwe ontwerp zijn de oppervlakten van beide windhinder klasses wel kleiner.
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinder - Bestaand - Vogelvlucht
Windhinder - Maximale Massa - Vogelvlucht
Windhinder - Nieuw ontwerp - Vogelvlucht 20 van 28
Overschrijdingskans v> 5 m/s
Windhinder
Kwaliteits klasse
% van jaar
Overschrijdingskans ingedeeld naar kwaliteitsklasse Advies
Activiteiten Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
< 2.5%
A
goed
goed
goed
2.5 - 5.0%
B
goed
goed
medium
5.1 - 10%
C
goed
medium
slecht
10 - 20%
D
medium
slecht
slecht
> 20%
E
slecht
slecht
slecht
Conclusies uit de analyse: • Vanuit de resultaten kunnen er een aantal conclusies worden getrokken. Zo zijn er een aantal mogelijke plekken voor de entree; in de gevel aan de oost (A), zuid (B), of westzijde (C) van het ontwerp kan deze het beste worden geplaatst. • De open ruimte ten noorden van het gebouw leent zich er ook goed voor
A
C Terras LE:EN.
B
Windhinder (overschrijdingskans V > 5 m/s in % uren per jaar)
<2.5%
2.5 - 5.0%
5.0 - 10.0%
10.0 - 20.0%
>20.0%
Klasse A
Klasse B
Klasse C
Klasse D
Klasse E
Windhinderkaart - Nieuw ontwerp 21 van 28
Gewogen windsnelheid
Op basis van invoersnelheid 5 m/s bestaande situatie Leeswijzer en samenvatting normeringen: • De gewogen gemiddelde windsnelheid wordt berekend om aan te geven welke waarden een goed of slecht windklimaat veroorzaken. • Gewogen gemiddelde windsnelheden worden berekend aan de hand van de windstatistieken uit NPR 6097. De afbeeldingen tonen de gemiddelde windsnelheden uit alle richtingen waarbij gegevens voor het hele jaar worden samengevoegd.
Wind speed (m/s) 0.00
0.50
1.00
1.50
2.00
2.50
3.00
3.50
4.00
4.50
5.00
Gewogen windsnelheidskaart - Bestaand 22 van 28
Gewogen windsnelheid
Op basis van invoersnelheid 5 m/s maximale massa Conclusies uit de analyse: • Er zijn enkele gebieden waar de gewogen windsnelheid toeneemt als gevolg van het plaatsen van de maximale massa.
De gewogen windsnelheid ten noorden van het huisvestingsgebouw (Keramus) neemt toe ten opzichte van de bestaande situatie.
Zowel op de hoeken aan de oostzijde van de projectlocatie, de doorgang aan de westzijde van de projectlocatie, en verder naar het oosten op de open vlakte neemt de gewogen windsnelheid toe ten opzichte van de bestaande situatie.
Wind speed (m/s) 0.00
0.50
1.00
1.50
2.00
2.50
3.00
3.50
4.00
4.50
5.00
Gewogen windsnelheidskaart - Maximale massa 23 van 28
Gewogen windsnelheid
Op basis van invoersnelheid 5 m/s nieuw ontwerp Conclusies uit de analyse: • De toename in windsnelheid in de variant met het nieuwe ontwerp komt grotendeels overeen met de maximale massa variant. Er zijn minimale verschillen rondom de hoeken van de projectlocatie zichtbaar, waarbij de gewogen gemiddelde windsnelheden bij het nieuwe ontwerp lager zijn.
De gewogen windsnelheid ten noorden van het huisvestingsgebouw (Keramus) neemt toe ten opzichte van de bestaande situatie.
Zowel op de hoeken aan de oostzijde van de projectlocatie, de doorgang aan de westzijde van de projectlocatie, en verder naar het oosten op de open vlakte neemt de gewogen windsnelheid toe ten opzichte van de bestaande situatie.
Wind speed (m/s) 0.00
0.50
1.00
1.50
2.00
2.50
3.00
3.50
4.00
4.50
5.00
Gewogen windsnelheidskaart - Nieuw ontwerp 24 van 28
Gewogen gemiddelde windsnelheid
Verschillen
Vergelijking
Er is duidelijk zichtbaar wat het effect van zowel de maximale massa als het nieuwe ontwerp is op de gewogen gemiddelde windsnelheden. Het heeft niet alleen invloed direct rondom de projectlocatie, maar ook wat verder weg; ten noorden van het huisvestingsgebouw (Keramus), en in het open gebied ten oosten van de projectlocatie.
Overschrijding van 5 m/s
Randvoorwaarden: • Voor de berekening van windhinder en windgevaar moet de windsnelheid boven 5 m/s dan wel 15 m/s komen voor een bepaalde hoeveelheid van het jaar. • Hier worden gewogen gemiddelde snelheden weergeven over het gehele jaar.
Wind speed (m/s) 0.00
0.50
1.00
1.50
2.00
2.50
3.00
3.50
4.00
4.50
5.00
Gewogen gemiddelde windsnelheidBestaand - 2d
Gewogen gemiddelde windsnelheidMaximale massa - 2d
Gewogen gemiddelde windsnelheidNieuw ontwerp - 2d 25 van 28
Conclusies Studie samenvatting en overwegingen
26 van 28
Conclusies
Windstudie Briljantlaan Utrecht
Samenvatting en overwegingen VORM heeft een stedenbouwkundige windstudie studie laten uitvoeren voor de ontwikkeling van Briljantlaan 1115 in Utrecht. Het doel van het onderzoek is om een maximale massa en een nieuw ontwerp te vergelijken met de bestaande situatie en om de impact van de nieuwbouw op de omgeving te verkennen, in het bijzonder de mate van windhinder en windgevaar in het gebied.
• In de bestaande situatie zijn de algemene windcondities goed, het bestaande gebouw is redelijk laag en zorgt daarvoor nergens in de direct omgeving voor windhinder of gevaar. Wel zijn er enkele gebieden met windhinder klasse C, waardoor hier slechts matig kan worden geslenterd. De aanwezige vegetatie in het gebied, welke achterwege gelaten is in de analyse, zal het uiteindelijke windklimaat in de directe omgeving verder verbeteren. • We concluderen dat er in geen van de geanalyseerde scenario's windgevaarlijke gebieden ontstaan. Daardoor zien we geen aanleiding voor wijzigingen aan het ontwerp. • Zowel de maximale massa als het nieuwe ontwerp hebben een impact op het gebied in termen van toenemende gemiddelde windsnelheid. Rondom de projectlocatie (en iets verder hier vandaan ten noorden van het huisvestingsgebouw en het open gebied ten oosten) wordt er windhinder in klasse C en D gemeten, en zelfs een enkele vierkante meter met windhinder klasse E. In de gebieden met klasse D kan enkel matig worden doorgelopen, slenteren en zitten is hier niet goed mogelijk. • De zuidoostelijke hoek van het projectgebouw in de maximale massa en nieuw ontwerp-optie vraagt om extra aandacht - bijvoorbeeld het plaatsen van een scherm of straatmeubilair, dit om het gebied met windhinder klasse E te verhelpen.
27 van 28
Neem contact met ons op voor meer informatie +31 (20) 238 6073 info @ omrt.tech www.omrt.tech
28 van 28
6 2 bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 4
Mobiliteitsonderzoek
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Briljantlaan 1 1 - 1 5 " (vastgesteld)
63
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht Autoparkeren, fietsparkeren en verkeersbewegingen
Opdrachtgever
VORM Ontwikkeling B.V.
Titel rapport
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht
Kenmerk
017940.20250417.R1.02
Datum publicatie
14 mei 2025
Status
Definitief © Copyright Goudappel BV 14-5-25
Inhoudsopgave 1. Inleiding
1
2. Briljantlaan 11-15
2
2.1
Ligging ontwikkellocatie
2
2.2
Huidige situatie
2
2.3
Toekomstige situatie
3
3. Autoparkeren
4
3.1
Aanpak en uitgangspunten
4
3.2
Rechtens verkregen niveau
6
3.3
Parkeereis toekomstige situatie
6
3.4
Parkeeroplossing
7
4. Fietsparkeren
9
4.1
Aanpak en uitgangspunten
9
4.2
Fietsparkeren bewoners woningen
10
4.3
Fietsparkeren overige doelgroepen
10
5. Verkeersgeneratie
12
5.1
Aanpak en uitgangspunten
12
5.2
Uitgangspunten
12
5.3
Verkeersgeneratie huidige situatie
14
5.4
Verkeersgeneratie toekomstige situatie
14
5.5
Effect ontwikkeling op verkeersgeneratie
15
Bijlage 1 Onderbouwing reductie deelmobiliteit
17
1. Inleiding VORM Ontwikkeling BV is voornemens om de Briljantlaan 11-15 in Utrecht te herontwikkelen (zie figuur 1.1). In de huidige situatie zijn een tankstation, wasstraat, garageboxen en 2 woningen gesitueerd op de beoogde ontwikkellocatie. In de toekomstige situatie zijn maximaal 160 woningen voorzien, waarvan 80 woningen in het middenhuur segment en 80 koopwoningen. Alle woningen kennen een oppervlakte tussen de 50 en 75 m 2 go. Aanvullend is 250 tot 350 m2 bvo commercieel-maatschappelijke ruimte voorzien. In samenwerking met de gemeente Utrecht is een bouwenvelop ten behoeve van de ontwikkeling opgesteld1.
Figuur 1.1: Ontwikkellocatie Briljantlaan 11-15 (bron: Streetsmart Cyclomedia)
Onderdeel van de bouwenvelop en bijbehorende wijziging van het omgevingsplan, is een onderbouwing voor auto- en fietsparkeren bij de ontwikkeling. Daarnaast moet het effect van de ontwikkeling op het aantal verkeersbewegingen van en naar de ontwikkellocatie inzichtelijk gemaakt worden. VORM Ontwikkeling BV heeft daarom Goudappel BV gevraagd een mobiliteitsonderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de aanpak, uitgangspunten en resultaten van dit mobiliteitsonderzoek beschreven. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in de ontwikkellocatie: de ligging en het functieprogramma in de huidige en toekomstige situatie. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op het autoparkeren, waarna in hoofdstuk 4 de uitwerking van fietsparkeren is opgenomen. Hoofdstuk 5 gaat tot slot in op de verkeersgeneratie.
1
Bouwenvelop Briljantlaan 11-15, Gemeente Utrecht, d.d. 8 april 2025.
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
1
2. Briljantlaan 11-15 2.1
Ligging ontwikkellocatie
De ontwikkellocatie is gelegen in de schil rondom de binnenstad van Utrecht en is goed bereikbaar met verschillende modaliteiten. Zo ligt de bushalte Tolsteegplantsoen ligt op minder dan 100 meter loopafstand, vanaf hier vertrekken verschillende buslijnen naar station Utrecht Centraal, Utrecht Vaartsche Rijn, Utrecht Lunetten en Houten. Treinstation Utrecht Vaartsche Rijn is op circa 350 meter (5 tot 7 minuten) loopafstand gelegen, station Utrecht Centraal is te bereiken met circa 5 tot 10 minuten fietsen. Daarmee is de ontsluiting van de ontwikkellocatie met het openbaar vervoer zeer goed. Door de ligging in het stedelijk gebied van de stad Utrecht zijn daarnaast veel (dagelijkse) voorzieningen bereikbaar op loop- en fietsafstand. Zo is de binnenstad van Utrecht (Ledig Erf) binnen 10 minuten lopen te bereiken en zijn twee grote supermarkten binnen 5 minuten lopen bereikbaar. Ook is de ontwikkellocatie goed bereikbaar met de auto. In de nabije toekomst zal (onder andere) de Briljantlaan worden heringericht waarbij de maximumsnelheid wordt verlaagd naar 30 kilometer per uur. Aanvullend geldt in de huidige situatie reeds betaald parkeren in de omgeving van de ontwikkellocatie.
2.2
Huidige situatie
De bestaande functies die komen te vervallen op de ontwikkellocatie zijn van belang om de verandering in het benodigd aantal parkeerplaatsen en het aantal verkeersbewegingen te bepalen. In tabel 2.1 is het functieprogramma van de huidige weergegeven. Zowel het huidige en toekomstige functieprogramma zijn verstrekt via VORM Ontwikkeling BV. In de huidige situatie zijn geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. functie
omvang
eenheid
tankstation
6
pompen
tankwinkel
80
m2 bvo
autowasstraat wasbox
6
wasboxen
autowasstraat wasstraat
1
roll-over carwash
garageboxen
39
boxen
woningen 80 - 130 m2 bvo
2
woningen
Tabel 2.1: Huidig functieprogramma ontwikkellocatie Briljantlaan 11-15
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
2
2.3
Toekomstige situatie
Door de beoogde ontwikkeling komen alle functies uit tabel 2.1 te vervallen. In tabel 2.2 zijn de beoogde functies in de toekomstige situatie weergegeven. Hierbij is uitgegaan van het maximum aantal te realiseren woningen (160 woningen) en de maximale omvang van de commercieel-maatschappelijke ruimte. Om te voorzien in de parkeerbehoefte voor bewoners en medewerkers, zijn maximaal 30 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien. functie
omvang
eenheid
commercieel-maatschappelijke ruimte
350
m2 bvo
woningen 55 - 80 m2 bvo
80
woningen
woningen 55 - 80 m bvo sociale huur of middenhuur
80
woningen
parkeercapaciteit
30
parkeerplaatsen
2
Tabel 2.2: Beoogd toekomstig functieprogramma ontwikkellocatie Briljantlaan 11-15
Mobiliteitsonderzoek Briljantlaan 11-15 Utrecht - 14 mei 2025
3
3. Autoparkeren 3.1
Aanpak en uitgangspunten
Aanpak De parkeerbehoefte wordt berekend door de omvang van de te ontwikkelen functies te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per functie-eenheid, bijvoorbeeld per vierkante meter bvo of woning). Hierbij kan rekening worden gehouden met het vervallen van de parkeerbehoefte van de huidige situatie (salderen). Door de parkeerbehoefte van de huidige situatie (rechtens verkregen niveau) af te trekken van de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie, ontstaat inzicht in de totale parkeerbehoefte. Dit is hierna nader uitgewerkt. In alle gevallen geldt dat gebruikers van een ontwikkeling geen recht hebben op een parkeervergunning op straat. Te hanteren parkeernormen Gemeente Utrecht heeft haar parkeernormen vastgelegd in de ‘Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht’. De gemeente heeft Utrecht opgedeeld in gebieden. De ontwikkeling aan de Briljantlaan ligt in B-gebied, en specifiek in het B1 gebied vanwege de aanwezigheid van parkeerregulering. Tevens is de ontwikkellocatie gelegen in een gebied dat als maatwerkgebied is aangewezen (Rotsoord). In tabel 3.1 is voor de verschillende functies de bijbehorende parkeernorm opgenomen. Voor het tankstation, de wasstraat, wasboxen en garageboxen zijn geen passende parkeernormen opgenomen in het gemeentelijke parkeerbeleid.