STVV Vaststellingsrapport Ivoordreef (na ROG).pdf
Tekst van het document
Onderzoek
Met de beoogde ontwikkeling vindt er een verandering plaats van de emissie van stikstofhoudende verbindingen als gevolg van de verkeersgeneratie van de functies binnen het plangebied. Tevens zal sprake zijn van bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de emissie van stikstof. In het kader van de Wnb dient de stikstofdepositie ter plaatse van de voor stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden te worden onderzocht. Dit onderzoek naar stikstofdepositie is uitgevoerd en opgenomen in Bijlage 16. De aanleg/bouwfase is hierbij buiten beschouwing gelaten, omdat
24
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
hiervoor inmiddels geen sprake meer is van een vergunningplicht. Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator volgt dat ten gevolge van de toekomstige situatie geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. Voor de toekomstige situatie van de beoogde ontwikkeling is ten opzichte van de referentiesituatie daarmee dan ook geen sprake van een relevante toename aan stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) ter plaatse van voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden. Zoals eerder aangegeven, is op 1 juli 2021 het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht geworden, waarbij tijdelijke deposities gedurende de bouwfase worden vrijgesteld van toetsing aan de Wet natuurbescherming. Daarbij moet echter wel een stikstofreductieplan worden opgesteld om de emissies in de bouwfase te reduceren. Door toepassing van minimaal Stage IV mobiele werktuigen wordt invulling gegeven aan het emissiereductieplan. Gezien voorgaande vormt stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming naar verwachting geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.9.4 Conclusie Gezien voorgaande vormt stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming naar verwachting geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Door de realisatie van de beoogde ontwikkeling is geen sprake van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000gebieden.
Nieuwe tekst 5.9.2
Wettelijk kader
Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming (verder genoemd Wnb) in werking getreden. De Wnb biedt de juridische basis voor de vergunningverlening met betrekking tot te beschermen natuurgebieden. In het kader van een toets aan de Wnb wordt bepaald of bedrijfsactiviteiten (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Hiertoe dienen de mogelijke effecten op soorten, habitats van soorten en op habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen in beeld te worden gebracht. Vanwege emissies van luchtverontreinigende stoffen is de storende factor 'vermesting' en 'verzuring' mogelijk relevant. Vermesting is de 'verrijking' van ecosystemen met met name stikstof en fosfaat, verzuring van bodem of water is een gevolg van de emissie van vervuilende gassen. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Diverse habitattypen in de Natura 2000-gebieden zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor vermesting en verzuring. De gevoeligheid wordt uitgedrukt in een kritische depositiewaarde (KDW) per habitattype.
Deze kritische depositiewaarde is de grens waarboven de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast als gevolg van verzurende en/of vermestende invloed van de atmosferische stikstofdepositie (N-depositie). Voor de toetsing van de mogelijke effecten dient de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden vanwege de voorgenomen activiteiten dus gekwantificeerd te worden. Vanaf 1 juli 2015 werd dit gedaan met de Programma Aanpak Stikstof (PAS). Met de invoering van het PAS was een vrijstelling van de vergunningplicht geïntroduceerd, in combinatie met een meldingsplicht. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitgesproken dat het PAS niet langer als toestemmingsbasis voor activiteiten mag worden gebruikt. In december 2019 zijn provinciale beleidsregels in werking getreden met voorwaarden voor het verlenen van vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. De voorschriften voor de mogelijkheid tot intern en extern salderen zijn vastgelegd. Momenteel geldt bij alle activiteiten met een kans op een (significant) negatief effect, een vergunningplicht in het kader van de Wnb.
25/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering gold tot voor kort een Vanaf 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze wet voorziet onder meer in een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor activiteiten in de bouwsector. Daarom hoefde er voor de bouw- en aanlegfase geen stikstofdepositieberekening te worden gemaakt. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter de uitspraak gedaan dat deze vrijstelling niet meer mag worden gebruikt. Dat betekent dat er ook voor de aanleg- en bouwfase een stikstofdepositie-onderzoek moet worden uitgevoerd, waarmee aangetoond wordt dat er geen sprake is van significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen. . Hiermee is voor het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk geen sprake meer van een vergunningplicht. De vrijstelling omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Deze gedeeltelijke vrijstelling maakt het gemakkelijker om bestemmingsplannen vast te stellen, die dienen om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken. De stikstof emissies voor wat betreft de bouwfase kunnen bij nieuwe bestemmingsplannen dan buiten beschouwing worden gelaten.
Daarnaast is het stikstofregistratiesysteem per 24 maart 2020 in het leven geroepen. Hiermee wordt een deel van de stikstofruimte die vrijkomt door nieuwe maatregelen die de stikstofneerslag verminderen, ingezet voor urgente ontwikkelingen. Dit betreft woningbouw en een aantal grote infrastructurele projecten (MIRT projecten). Het registratiesysteem zorgt ervoor dat per Natura 2000-gebied in beeld komt, welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening. De stikstofruimte wordt voor woningbouwprojecten gereserveerd op volgorde van binnenkomst van vergunningaanvragen. Aangezien de beoogde ontwikkeling woningbouw betreft, kan mogelijk gebruik worden gemaakt van het stikstofregistratiesysteem.
5.9.3
Onderzoek
Met de beoogde ontwikkeling vindt er een verandering plaats van de emissie van stikstofhoudende verbindingen als gevolg van de verkeersgeneratie van de functies binnen het plangebied. Tevens zal sprake zijn van bouwwerkzaamheden die gepaard gaan met de emissie van stikstof. In het kader van de Wnb dient de stikstofdepositie ter plaatse van de voor stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden te worden onderzocht. Dit onderzoek naar stikstofdepositie is uitgevoerd voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase en is opgenomen in Bijlage 16. Sinds 1 juli 2021 geldt op basis van de Wet stikstofreductie en natuurherstel een partiële vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector. Volgens het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geldt deze vrijstelling van toetsing aan de Wet natuurbescherming voor de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Omdat het onduidelijk is of deze vrijstelling in de toekomst blijft bestaan, is ervoor gekozen om toch ook voor de bouwfase van dit project een berekening uit te voeren. Deze is opgenomen in het rapport in Bijlage 16.
Uit de rekenresultaten van de AERIUS Calculator volgt dat door de beoogde ontwikkeling er in de gebruiksfase in de toekomstige situatie geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar en dat er dus ten opzichte van de referentiesituatie geen sprake zal zijn van een relevante toename aan stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) ter plaatse van stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden. Voor de bouwfase wordt een met toepassing van een aantal maatregelen, zoals elektrisch materieel, een (tijdelijke) stikstofdepositiebijdrage op de Oostelijke Vechtplassen berekend van
26
Met opmaak: Inspringing: Links: 0,63 cm, Geen opsommingstekens of nummering
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
0,012 mol/ha/jr (in het maatgevende bouwjaar 2024). Doordat de stikstofdepositie door de verkeersbewegingen in de oude situatie (voor de sloop van de flat) mag worden verrekend met de stikstofdepositie in de nieuwe situatie (intern salderen), kan de toename teruggebracht tot 0,00 mol/ha/jaar en is er dus geen sprake meer van een toename van de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg-/bouwfase op de Oostelijke Vechtplassen of andere stikstofgevoelige habitattypen.
Wanneer de huidige vrijstelling voor de bouwfase komt te vervallen, dan kan vooralsnog aangesloten worden op de vuistregel uit de geactualiseerde 'Handreiking Voortoets Stikstof' van februari 2021. Deze vuistregel houdt in dat bij beperkte (<0,05 mol gedurende 2 jaar) tijdelijke depositie door de inzet van materieel in de aanlegfase, significante effecten op een (naderend) overbelast stikstofgevoelig habitat op voorhand kunnen worden uitgesloten. Wanneer de partiële bouwvrijstelling komt te vervallen én er ook niet aangesloten kan worden op bovenstaande vuistregel, zal de emissie als gevolg van de aanleg-/bouwfase gereduceerd moeten worden (bijvoorbeeld door toepassing van meer nieuwer (schoner) en/of elektrisch materieel). 5.9.4 conclusie Gezien voorgaande vormt stikstofdepositie in het kader van de Wet natuurbescherming naar verwachting geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Door de realisatie van de beoogde ontwikkeling is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden.
2.2.4.4 Aanpassing van het onderzoek in bijlage 16 (stikstofdepositie) In verband met de mogelijkheid tot het vervallen van de vrijstelling voor de bouwfase, is aanvullend onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie in de bouwfase en is onderzocht hoe de toename van stikstofdepositie naar beneden kon worden bijgesteld. Dit onderzoek is opgenomen in het nieuwe stikstofdepositierapport van 25 november 2022.
27/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1 Indiener geeft aan dat hij niet alleen huizen binnen het plangebied wil zien, maar ook groene en open plekken voor de gehele buurt.
Reactie Er worden in het plangebied niet alleen woningen gerealiseerd, maar ook groene verblijfsgebieden, en speel- en sportvoorzieningen voor verschillende leeftijden voor de gehele buurt. De straten worden autovrij en zo groen mogelijk ingericht. Conclusie Op grond van deze zienswijze zijn geen wijzigingen aangebracht.
Zienswijze 2 Indiener heeft bezwaar tegen het kappen van de bomen tussen het te slopen flatgebouw en de Einsteindreef en is van mening dat het gebied waar nu bomen staan, niet bebouwd moet worden. Indiener heeft ook bezwaar tegen het besluit hogere waarden geluidsbelasting, omdat dit besluit volgens indiener alleen nodig is om zo dicht op de Einsteindreef te bouwen. Daarnaast geeft indiener aan dat er geen reële kans is gegeven op inspraak en participatie, omdat de bewoners al geruime tijd voordat het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage is gelegd, uit de flat hebben moeten vertrekken. Bomen Indiener geeft aan dat de bomen gezond zijn en deel uitmaken van de stedelijke groenstructuur. Door het bouwplan wordt de verbinding verbroken. Het verwijderen van de 70 gezonde bomen is voor indiener niet acceptabel, te meer omdat het de ambitie van de gemeente is om het bomenbestand uit te breiden. Het is onduidelijk waar die bomen moeten komen, waardoor het onverantwoord is om 70 bomen te verwijderen.
Reactie Voor het woningbouwplan aan de Ivoordreef moeten inderdaad bomen gekapt worden en moet de stedelijke groenstructuur op deze plek worden aangepast. Er blijft een smallere groene zoom over. De keuze om op deze plek woningen te bouwen en de groene zoom langs de Einsteindreef op deze plaats te versmallen, heeft de gemeenteraad al ongeveer 10 jaar geleden gemaakt met de vaststelling van de gebiedsvisie de Gagel. Deze keuze is destijds voornamelijk gemaakt op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten, zoals het verminderen van de barrière werking en het versterken van de verblijfsfunctie van de Einsteindreef door voorkanten van woningen te richten op de Einsteindreef. Hierdoor neemt de levendigheid toe en wordt de sociale veiligheid groter. Door de bebouwing op deze plek dichter op de weg wordt het gebied meer in lijn gebracht met de andere delen van de weg. Hierdoor ontstaat meer continuïteit en samenhang aan de Einsteindreef en wordt het groen meer de buurt in getrokken. Pas later is deze strook aangewezen als onderdeel van de stedelijke groenstructuur. De gemeente werkt nu met de partners in de stad aan een nieuwe omgevingsvisie Overvecht. Daarin wordt de herijking van de groenstructuur duidelijk in relatie gebracht met woningbouw en andere programma’s.
Hiermee biedt deze visie in de toekomst een goede basis voor het maken van afwegingen en keuzes rondom bomen en andere groene kwaliteiten. De gemeente heeft in de uitwerking van het woningbouwplan samen met de ontwikkelende partijen
28
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
zorgvuldig gekeken naar de mogelijkheden om een financieel haalbaar plan te maken tegen zo min mogelijk verlies van groen en bomen. Dat heeft geresulteerd in voorliggende bestemmingsplan, waarbij maximaal ingezet wordt op groencompensatie via meer openbaar groen in de buurt, gevelgroen, groene en bruine daken1, een extra investering voor het versterken van de groene kwaliteit van de stedelijke groenstructuur, onder andere bij het groene Lint en het herplanten en bijplanten van bomen binnen en buiten het plangebied. In totaal komen er in het nieuwe plangebied 59 bomen minder dan in de bestaande situatie. Voor deze 59 bomen, die niet passen in het plangebied, worden in Overvecht in de gebieden Taagdreef en Amazonekwartier nieuwe bomen geplant. Deze bomen worden vanuit het project gefinancierd. Hiermee wordt voldaan aan de herplantplicht. Het is inderdaad zo dat de bomen die nieuw geplant worden, een stuk jonger zijn. Om dit te compenseren wordt op basis van het uitgangspunt van ‘herplanten naar waarde’, een bedrag van 500.000 euro gereserveerd voor het versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in de wijk. Dit bedrag wordt onder andere ingezet voor de aanplant van ongeveer 15 extra bomen en extra vergroening als onderdeel van het Groene Lint op het gedeelte tussen Park de Gagel en de Einsteindreef.
Hiermee kan de bestaande groenstructuur (Einsteindreef) en nieuwe groenstructuur (Groene Lint) in de wijk versterkt worden. De totale groencompensatie is via de regels in het bestemmingsplan verplicht gesteld voor de vergunningverlening. Op deze manier wordt de uitvoering hiervan ook geborgd. Geluidsbelasting Indiener geeft aan dat hij zich niet kan vinden in het besluit Hogere waarden, omdat dit besluit alleen nodig is om zo dicht op de Einsteindreef te kunnen bouwen. Als de bebouwing op de grens van het bestaande flatgebouw zou blijven, zou het besluit Hogere Waarden niet nodig zijn omdat de afstand tot de Einsteindreef dan groter is en omdat de bomen niet gekapt hoeven worden en als geluidsbuffer kunnen fungeren.
Reactie Voor de bouw van de nieuwe flatgebouwen, dichter bij de Einsteindreef is inderdaad een besluit Hogere waarden nodig, omdat de geluidsbelasting op de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (A) overschrijdt. De maximale geluidsbelasting wordt niet overschreden. Wanneer de nieuwbouw op de locatie van de bestaande flat zou worden gebouwd, is er echter ook een hogere waardenbesluit nodig. Bij de huidige flat is namelijk ook al sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor geluidsbelasting vanwege het verkeer op de Einsteindreef. Als er rekening gehouden wordt met het aanwezige groen (zachte bodem), is de geluidbelasting op het midden van de bestaande flat ongeveer 57 dB, zonder aftrek op grond van artikel 110g Wet geluidhinder. Wij verwijzen hiervoor graag naar onderstaande EUgeluidsbelastingkaart uit 2016, waarop de geluidsbelasting door het totale wegverkeer wordt weergegeven. Deze kaart met de bestaande overschrijding is niet opgenomen in het akoestisch onderzoek bij de plantoelichting. Indiener geeft aan dat de bomen een akoestisch afschermend effect zouden hebben en als geluidsbuffer kunnen werken, maar bomen houden geen geluid tegen. Geluid wordt alleen verminderd door bodemdemping (gras of aarde in plaats van verharding) of door een afscherming met een gesloten gebouw, scherm of wal, maar niet door verspreide bomen.
1 NB: Voor een bruin dak wordt vaak braakliggende grond afgegraven en op het dak geplaatst. Op het dak wordt verder geen
beplanting aangebracht. De natuur zorgt er zelf voor dat er planten gaan groeien uit de directe omgeving.
29/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Mogelijkheid tot participatie en inspraak Indiener is van mening dat de mogelijkheid tot participatie en inspraak is uitgehold, omdat de huurders van de flatbebouwing reeds vertrokken zijn en de flat al gesloopt wordt, voor er een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage is gelegd. Dit maakt dat de bewoners en omwonenden voor een voldongen feit worden geplaatst en er geen eerlijke kans op inspraak is gegeven.
Reactie Om de flat voor de nieuwe ontwikkeling te kunnen slopen heeft de ontwikkelaar in een vroeg stadium gezorgd voor een ruim draagvlak onder de toenmalige bewoners. Met de bewoners is een Sociaal Plan opgesteld en overeengekomen, waarin een groot deel van de bewoners zich kon vinden. De feitelijke verhuizing van de bewoners betreft een uitvoeringsaspect en is door de eigenaar en de bewoners onderling afgestemd. Dit staat los van de publiekrechtelijke regeling van het woningbouwplan. In het traject van de totstandkoming van de bouwenvelop zijn twee bijeenkomsten georganiseerd. Bij deze bijeenkomsten zijn ook de toenmalige bewoners van de flat uitgenodigd, die hebben aangegeven mogelijk terug te willen keren naar het nieuwe plan. Voor de vaststelling van de Bouwenvelop heeft een inspraaktraject plaatsgevonden. Het plan met inspraakreacties is besproken in de raadscommissie en is naar aanleiding van deze bespreking ook aangepast.
30
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Conclusie Op grond van deze zienswijze zijn geen wijzigingen aangebracht.
Zienswijze 3 Indienster brengt in haar zienswijze punten naar voren waar het platform zich in kan vinden. Deze punten zien op: De mix van type woningen; Ruimtelijke indeling en bouwhoogte, met als aandachtspunt de optimale benutting en eventuele integratie van de locatie van de kerk in het bouwplan; Architectuur, vormgeving en uitstraling; De kwaliteit van de openbare ruimte, groen, verblijven, ontmoeten en spelen, met als aandachtspunt zorgvuldige inrichting vanwege de compacte bebouwing van het gebied; Verbinding met de omgeving met goede looproutes en toegangen; Verkeersontsluiting, verkeersveiligheid en parkeren met aansluiting parkeergarage op de Oranjerivierdreef, en; Klimaatadaptatie, kleine natuur en circulariteit: indienster is tevreden met bijstellingen en oplossingen die zijn gekozen voor behoud van groen en bomen langs de Einsteindreef. Daarnaast wijst indiener op twee gemiste kansen in de voorgenomen ontwikkeling, te weten het feit dat het versmallen van de Kasaidreef niet integraal is opgenomen in de planontwikkeling en dat de leveringstemperatuur van 65 graden wordt aangehouden, terwijl dit niet in lijn is met de ambitie om dit omlaag te brengen. Indienster verzoekt daarom om deze punten nader te onderzoeken en het bestemmingsplan aan te passen op basis van de uitkomst van deze onderzoeken.
Situering plangebied, bouwvlak en Kasaidreef Indiener brengt naar voren dat met de ontwikkeling ook de kans bestond om het plangebied te vergroten door het bouwvlak meer richting de Kasaidreef te verplaatsen. De Kasaidreef kan hiermee versmald worden en veilig ingericht worden als 30km-zone. Door het opschuiven van het bouwvlak richting de Kasaidreef zou een groter deel van de groenstrook aan de Einsteindreef behouden kunnen worden en zou de geluidsbelasting op de gevels van de woningen lager kunnen zijn of er zouden meer woningen in een groter bouwvlak gebouwd kunnen worden. De reactie dat er leidingen liggen is volgens indiener onvoldoende reden om de kwestie daarmee af te doen. Bovendien moet het wegdek vanwege de te verwachten schade door toekomstig bouwverkeer, waarschijnlijk toch aangepast worden. Indiener is daarom van mening dat een vergroting van het bouwvlak in combinatie met het versmallen van de Kasaidreef onvoldoende onderzocht is en de reactie op eerdere suggesties hieromtrent onvoldoende onderbouwd.
Reactie De gemeente wil op alle wegen in Overvecht 30 km/u als maximumsnelheid instellen, de riolering vervangen en Overvecht groener maken. Het heeft daarbij de voorkeur om de herinrichting van straten meteen na de vervanging van het riool uit te voeren, zodat de straten maar één keer open hoeven. Omdat de vervanging van de riolering voor de buurt van de Kasaidreef nog niet gepland staat in de komende jaren, kunnen we een herinrichting daar nu niet aan koppelen. Daarom is ervoor gekozen om de volledige herinrichting van de Kasaidreef niet in dit project uit te voeren. Wel is er vanuit het project Prijsvraag-30 inmiddels 30 km/u ingesteld op de Kasaidreef en er is een versmalling aangelegd tussen de Antilopedreef en de Carnegiedreef. Het verkeersbesluit is hier terug te vinden: Gemeenteblad 2022, 241986 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl). Voor wat betreft de bijdrage van eventuele versmalling van de Kasaïdreef aan behoud van bomen aan de Einsteindreef, heeft de gemeente al eerder aangegeven (zie ook raadsbrief van 2 november 2021) dat een versmalling van de Kasaïdreef wel ruimte geeft voor meer groen aan de Kasaïdreef, maar dat dit niet leidt tot besparing van te kappen bomen aan de Einsteindreef. Met de versmalling van de Kasaidreef zou het plan maximaal twee meter opgeschoven kunnen worden. Dat is te weinig
31/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
ruimte om extra bomen mee te kunnen behouden aan de zijde van de Einsteindreef, vanwege de afmetingen van de bomen. Bovendien is het opschuiven van het plangebied lastig, omdat de kerk behouden blijft en dus niet ‘meegeschoven’ kan worden. Duurzaamheid Indienster maakt in haar zienswijze kenbaar dat de leveringstemperatuur van 65 graden vanuit het Warmtenet van Eneco niet in lijn is met de ambitie om dit omlaag te brengen en meer duurzame bronnen te benutten. De huidige aansluiting is volgens indienster niet toekomstbestendig en er zou een ander systeem voor tapwater moeten worden gekozen. Bij goed geïsoleerde nieuwbouw is een lager warmtenet namelijk voldoende voor ruimteverwarming en het is niet redelijk om bewoners te belasten met kosten en overlast als op een later moment nog een ander tapwatersysteem wordt gemaakt.
Reactie Voor het aspect duurzaamheid is van belang dat er een WKO-installatie komt, die voorziet in de koelvraag van de woningen. De WKO levert ook een deel van de warmte, maar de meeste warmte komt van aansluiting op de hoofdleiding van het warmtenet. De nieuwbouw benut hiervoor de al aanwezige leiding voor de te slopen gebouwen. De lange termijn ambitie is dat de temperatuur van het warmtenet omlaag moet. De zorg van de indiener is dat de ontwikkeling aan de Ivoordreef het verlagen van de temperatuur van het warmtenet blokkeert. Voor de Ivoordreef is immers een warmtelevering van minimaal 65 graden noodzakelijk. Het klopt dat Gemeente Utrecht en Eneco ernaar streven om de temperatuur (in delen) van het warmtenet op termijn te verlagen. De leveringstemperatuur van het warmtenet is nu nog circa 75 graden in de zomer en 85 – 90 graden in de winter. Het doel is echter niet om de temperatuur te verlagen tot onder 65 graden. Dat zou namelijk betekenen dat woningen en bedrijven, die nu zijn aangesloten op het warmtenet, een alternatief voor hun warm tapwater zouden moeten zoeken. Zoals indiener zelf ook constateert, zadelt dit bewoners en eigenaren op met kosten en overlast. De leveringstemperatuur van Ivoordreef is dus in lijn met onze lange termijnvisie op het warmtenet. Conclusie Op grond van deze zienswijze zijn geen wijzigingen aangebracht.
Zienswijze 4 Indiener maakt zijn zienswijze kenbaar over de bomen en vergroening binnen het plangebied, de verdichting en effecten daarvan als gevolg van de ontwikkeling en de buitenruimte, waaronder de speelplaats voor kinderen, het Groene Lint en de verkeersdrukte nabij de beoogde parkeergarage. Bomen en vergroening Indiener brengt naar voren dat als gevolg van de ontwikkeling een belangrijk deel van de hoofdbomenstructuur langs de Einsteindreef verdwijnt. Zo is er volgens indienster geen rekening gehouden met de waarde van de bomen en het bosplantsoen voor de beleving, gezondheid (buffer tegen geluid en fijnstof), biodiversiteit en klimaatadaptatie. Door het verloren gaan van 126 bomen is er geen vergroening op wijkniveau en weerspreekt de gemeente haar belofte om te bouwen aan een groene stad. Daar komt bij dat 59 bomen worden verwijderd en elders nieuw teruggeplaatst, maar nieuw te plaatsen bomen kunnen niet compenseren voor de waarde die nu in het plangebied aanwezig is. Daarbij geeft indienster aan dat 12 bomen uit het bomenoverzicht niet binnen het plangebied vallen, waardoor de aantallen hierop aangepast moeten worden.
32
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Reactie Zoals hierboven aangegeven is de keuze om op deze plek woningen te bouwen en de groene zoom langs de Einsteindreef op deze plaats te versmallen, ongeveer 10 jaar geleden gemaakt met de vaststelling van de gebiedsvisie de Gagel. Dat besluit is genomen op basis van voornamelijk stedenbouwkundige uitgangspunten. Dit betrof het verbinden van Overvecht Noord- en Zuid, het verkleinen van de barrièrewerking van de Einsteindreef en het verbeteren van de veiligheid en levendigheid van het gebied. Hiervoor zou de aan de noordzijde van de Einsteindreef een groenstrook met een breedte van 15 meter ingericht worden. Deze koers is ingezet met de realisatie van het project Loevenhout aan de Pretoriadreef. Dit is ongeveer 10 jaar geleden gerealiseerd. Pas later is deze strook aangewezen als onderdeel van de stedelijke groenstructuur. De gemeente heeft in de uitwerking van het woningbouwplan Ivoordreef samen met de ontwikkelende partijen zorgvuldig gekeken naar de mogelijkheden om een financieel haalbaar plan te maken tegen zo min mogelijk verlies van groen en bomen. Dat heeft geresulteerd in voorliggende bestemmingsplan.
Omdat er met dit plan inderdaad gebouwd wordt in de in de stedelijke groenstructuur, is voor deze planontwikkeling maximaal ingezet op groencompensatie via meer openbaar groen in de buurt, gevelgroen, groene en bruine daken, een extra investering voor het versterken van de groene kwaliteit van de stedelijke groenstructuur, onder andere bij het groene Lint en het herplanten en bijplanten van bomen binnen en buiten het plangebied. In totaal komen er in het nieuwe plangebied 59 bomen minder dan in de bestaande situatie. Deze 59 bomen, die niet passen in het plangebied, worden in Overvecht in de gebieden Taagdreef en Amazonekwartier geplant. Deze bomen worden vanuit het project gefinancierd. Hiermee wordt voldaan aan de herplantplicht. Het is inderdaad zo dat met dit project een aantal volgroeide bomen verdwijnen en dat de bomen die hiervoor in de plaats komen een stuk jonger zijn. Om dit verlies aan bomenwaarde te compenseren, wordt op basis van het uitgangspunt van ‘herplanten naar waarde’, een bedrag van 500.000 euro gereserveerd voor het versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in de wijk. Dit bedrag wordt onder andere ingezet voor de aanplant van ongeveer 15 extra bomen en extra vergroening als onderdeel van het Groene Lint op het gedeelte tussen Park de Gagel en de Einsteindreef.
Hiermee kan de bestaande groenstructuur (Einsteindreef) en nieuwe groenstructuur (Groene Lint) in de wijk versterkt worden. Ook wordt de groenzone aantrekkelijker gemaakt door de toegankelijkheid te verbeteren (wandelpaden). De totale groencompensatie is via de regels in het bestemmingsplan verplicht gesteld voor de vergunningverlening. Op deze manier wordt de uitvoering hiervan ook geborgd. Voor wat betreft de 12 bomen die volgens indiener niet vallen binnen het plangebied, merkt de gemeente op dat dit inderdaad klopt, maar deze bomen zijn ook niet meegerekend in de compensatieberekeningen. Deze 12 bomen blijven staan en hoeven daarom ook niet gecompenseerd te worden. Voor wat betreft een eventuele bufferfunctie van de bomen voor geluid verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 2, waar is aangegeven dat verspreide bomen geen functie hebben als geluidsbuffer. Ook blijkt uit diverse onderzoeken (o.a. van de Universiteit Wageningen) dat het effect van reductie van fijnstof door loofbomen beperkt is. Mogelijkheid van inspraak en participatie Voor bewoners is het onacceptabel dat er geen kans is gegeven om inzicht te krijgen in de afweging tussen het behoud van deze structuur en het aantal toe te voegen woningen. Het is volgens indienster nooit expliciet aan de orde geweest op de informatieavonden. Het kwam pas aan het licht bij de bouwenvelop.
Daarmee is er geen sprake van een uitgebreid, zorgvuldig en transparant participatieproces.
33/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Reactie Zoals hiervoor is aangegeven is de afweging tussen het behoud van de groenstructuur en het aantal
toe te voegen woningen in de basis al lang geleden gemaakt, in de besluitvorming over de gebiedsvisie de Gagel en bij de vaststelling van de Ruimtelijke Visie Overvecht. In die besluitvorming speelde het belang van behoud van groen en bomen geen grote rol en is de keuze voor woningbouw en versmalling van de groenstrook op deze locatie voornamelijk gemaakt op basis van stedenbouwkundige uitgangspunten. Pas later is deze strook aangewezen als onderdeel van de stedelijke groenstructuur. De gemeente is het met indiener eens, dat voor het woningbouwproject Ivoordreef het spanningsveld tussen de eerdere besluitvorming tot woningbouw en versmalling van de groenzone enerzijds en de latere aanwijzing van de stedelijke groenstructuur anderzijds, eerder benoemd had
kunnen worden. Echter, voor wat betreft de concrete uitwerking van het plan in de Bouwenvelop en in het proces van de totstandkoming van het ontwerp bestemmingsplan, vindt de gemeente dat het participatieproces zorgvuldig en transparant is geweest: In het traject van de totstandkoming van de bouwenvelop zijn twee bijeenkomsten georganiseerd. Deze bijeenkomsten hadden voornamelijk tot doel om te komen tot een wenseninventarisatie en schetsmodellen op te stellen. In de planontwikkeling is binnen de financiële kaders en wettelijke regelingen toegewerkt naar een optimum van zoveel mogelijk behoud van groen en bomen met daarbij een toename van het aantal woningen. Voor de vaststelling van de Bouwenvelop heeft een inspraaktraject plaatsgevonden. Het plan met inspraakreacties is besproken in de raadscommissie en is naar aanleiding van deze bespreking ook aangepast. Effecten van verdichting Indienster brengt naar voren dat het aantal woningen per hectare gaat van 66 naar 118. Door deze verdichting verdwijnt de groene buffer aan de Einsteindreef en blijft er minder groene en publieke ruimte over voor de nieuwe bewoners en omwonenden. Dit heeft tot gevolg dat er minder privacy zal zijn en niet alle woningen voldoen aan de TNO-richtlijnen voor bezonning.
Ook wordt er niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarden voor geluidsbelasting, wordt de openbare ruimte erg krap en het pleintje te klein. Indiener vindt de overwegingen voor verdichting voor deze ontwikkeling niet duidelijk en vraagt om een verduidelijking van de afwegingen.
Reactie verdichting, minder groene en publieke ruimte en gezondheid Veel mensen zoeken naar een woning in Utrecht. Om daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen moeten er in onze stad tot 2040 ongeveer 60.000 woningen worden bijgebouwd, Daarbij past, dat deze woningen in een stedelijke omgeving staan, waar stedelijk geluid aan de orde is. Het is in een dichtbebouwde stad nu eenmaal niet haalbaar om alle woningen (ook een plek waar men langdurig verblijft en waar kwetsbare groepen kunnen wonen) op ideale afstand te bouwen van wegen en spoorwegen of andere functies die impact hebben op de gezondheid. Uiteraard voldoet het plan wel aan alle relevante wet- en regelgeving. De keuze voor de verdichting op deze plek is al eerder gemaakt bij de vaststelling van gebiedsvisie de Gagel. Zie ook het antwoord op zienswijze 2. In de uitwerking van de plannen voor de Ivoordreef is aandacht besteed aan de verschillende gezondheidsaspecten. Zo hebben alle woningen in het gebouw aan de Einsteindreef een stille zijde, zijn de gebouwen en de openbare ruimte van hoge kwaliteit en zo groen mogelijk ingericht. Ook zijn er verschillende speelplekken voor verschillende leeftijdsklassen in het gebied. Het klopt inderdaad dat het pleintje iets kleiner wordt in de nieuwe situatie, maar de speelplekken die er nu zijn, komen weer terug met evenveel gebruiksruimte.
Omdat het een autovrij gebied wordt, komt er
34
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
in totaliteit zelfs meer verblijfsruimte en gebruiksruimte. Met de Stichting Veilig Ontwerp en Beheer is een workshop gehouden over de bestaande situatie en het nieuwe plan. Reactie groene inrichting, openbare ruimte en privacy De straten in het plangebied zijn 9,9 meter breed. Dit is niet ongebruikelijk, maar een maat die vaker in de stad en ook in de wijk is toegepast. Bijvoorbeeld bij de Maria Theresiadreef en de Maria Hongarijedreef. De inrichting van de straten zorgt juist voor privacy. De straten worden heel groen ingericht met hagen, heesters en kleine boompjes. Dit zorgt ervoor dat er vanuit de woningen beperkt zicht is op de woningen aan de overzijde van de straat. Daar komt bij dat de straten niet druk belopen zullen worden, maar voornamelijk door de bewoners zullen worden gebruikt. De voetpaden komen op ruime afstand (minimaal 2,5 meter) van de gevel, waardoor ook de voetgangers niet direct langs de woningen lopen. Ook is er voor het aspect privacy rekening gehouden met de omvang en de plaats van de raamopeningen. De gemeente is dan ook van mening dat er voldoende rekening is gehouden met privacy van bewoners en dat de uitwerking op dit punt geen afbreuk doet aan een goed woon- en leefklimaat. Reactie TNO-normen, bezonning De woonkwaliteit in het gebied wordt bepaald door verschillende factoren.
Bezonning is één van de aspecten die van invloed zijn op de woonkwaliteit. In Utrecht zijn hierover geen beleidsregels vastgelegd. Om inzicht te krijgen in hoe de zon door de dag heen effect heeft op de bestaande en nieuwe woningen en de nieuwe omgeving, is wel een bezonningsstudie gedaan. Uit dit onderzoek blijkt dat bijna alle woningen voldoen aan de lichte TNO-richtlijn van minstens 2 bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober. Enkele woningen in het carréblok aan de zijde van het plein, voldoen niet aan deze richtlijn. Gezien de kwaliteiten van de woningen (oppervlak, uitzicht) en de aantrekkelijke woonomgeving is er sprake van een goede woonkwaliteit en is dit geen probleem. Speelplaats, volksgezondheid, verkeersveiligheid garage Indienster brengt naar voren dat de speelplaats aan de Einsteindreef als speel- en verblijfplaats ongeschikt is, gelet op geluid, luchtkwaliteit en verkeersdrukte. Er wordt gevreesd dat kinderen bij het spelen het fietspad op kunnen rennen. Ook wordt de belofte van een aantrekkelijk Groen Lint om te bewegen en te verblijven langs de Oranjerivierdreef niet waargemaakt. Daar komt bij dat de Oranjerivierdreef al een drukke weg is, maar dat met de ingang van de parkeergarage die daar gesitueerd is, er onveilige verkeerssituaties volgen. Er zijn nu al regelmatig opstoppingen en conflictsituaties over voorrang.
Reactie In het plangebied wordt voldaan aan de geldende grenswaarden conform de Wet milieubeheer. Daarnaast richt het gemeentelijk beleid voor volksgezondheid zich specifiek op het beschermen van langdurige blootstelling van kwetsbare groepen aan luchtverontreiniging, omdat daarvan de meeste gezondheidseffecten te verwachten zijn. Op basis van dit beleid dienen er binnen 50 meter van een drukke weg geen voorzieningen te worden gerealiseerd waar groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid (luchtweg- of hart/vaataandoening of suikerziekte) en kinderen van 0-18 jaar), langdurig verblijven. Hierbij gaat het in de praktijk om scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen, waar deze mensen de hele dag aanwezig zijn en er sprake kan zijn van significante blootstelling aan luchtverontreiniging. Tussen de Einsteindreef en de speelplaats zit op het kortste stuk ongeveer 15 meter. Dat is inderdaad minder dan de gewenste 50 meter, maar omdat kinderen en ouders meestal kort bij de speelplaats zijn, is er bij deze speelplaats geen sprake van significante, langdurige blootstelling aan eventuele luchtverontreiniging en levert dit voor hen geen risico op. We onderzoeken welke elementen we het beste kunnen inzetten om een veilige afscheiding van het speelterrein te maken om te voorkomen dat kinderen de weg op rennen.
Oranjerivierdreef
35/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
De inrichting van de Oranjerivierdreef zal zo groen mogelijk worden. Er worden aan beide zijden van de inrit naar de parkeergarage nieuwe bomen geplant. In het voorlopig en definitief ontwerp wordt bekeken hoe hier nog verder vergroend kan worden en of het voetpad dat langs het groen loopt, aantrekkelijk gemaakt kan worden door dit pad nog meer door het groen heen te laten lopen. De sportplek ligt aan het groene lint. Andere verblijfsplekken zijn ook verdeeld over het plangebied. Het plangebied ligt aan de Oranjerivierdreef en nabij de kruising met de Einsteindreef. Het past dan ook in het gemeentelijk beleid dat de ontsluiting van dit buurtje via de Oranjerivierdreef plaats vindt, zodat er zo min mogelijk verkeer de wijk in komt. Er is zorgvuldig gekeken naar de parkeergarage en de in- en uitrit wordt op een verkeersveilige manier ingepast. Verkeer dat uit de garage komt heeft voldoende plaats en zicht om de Oranjerivierdreef op te rijden. Het verkeer dat uit de garage komt moet voorrang verlenen aan het verkeer op de Oranjerivierdreef. Dat is gebruikelijk bij uitritten. Ook is rekening gehouden met voldoende afstand tot de bushalte.
Kleinere sociale huurwoningen Indiener geeft aan dat de sociale huurwoningen minder groot worden, terwijl juist grotere woningen gewenst zijn en dat bewoners erop achteruitgaan wat betreft geluidshinder, collectieve buitenruimte en natuurbeleving. Indiener vraagt waar in Utrecht de grotere sociale huurwoningen terugkomen, die nu door de sloop van de flat aan de Ivoordreef verdwijnen.
Reactie Utrecht heeft een woningbouwopgave van ongeveer 60.000 extra woningen tot 2040. Daarbij is het van belang om per wijk te zorgen voor meer menging van woonsegmenten. Overvecht heeft een groot aandeel sociale huurwoningen (65%). Daarom is in de Woonvisie aangegeven dat het goed zou zijn als het percentage sociale huurwoningen in Overvecht iets zou dalen (dus niet minder sociale huurwoningen maar een kleiner aandeel sociale huur in de woningvoorraad van Overvecht) en het percentage middenhuur- en koopwoningen licht zou stijgen. Deze doelstelling is ook terug te vinden in de Wijkvisie van Overvecht en het Gebiedsplan de Gagel en Samen voor Overvecht. Het woningbouwprogramma voor de Ivoordreef is binnen deze voorwaarden uitgewerkt en bevat een combinatie van 159 sociale huurwoningen, 74 middenhuur appartementen en 74 grondgebonden woningen. Om in het plangebied 148 nieuwe woningen in het middensegment te kunnen toevoegen, worden er inderdaad (15) minder en kleinere sociale huurwoningen teruggebouwd en deze worden ook niet gecompenseerd elders in de stad. Dit is een bewuste keuze geweest, die in de raadsbrief eind 2021 is bevestigd. In die brief is aangegeven dat het terugbouwen van meer en/of grotere sociale huurwoningen niet haalbaar is, vanwege de consequenties hiervan voor het stedenbouwkundige plan, de financiële haalbaarheid en de planning.
De focus op kleinere sociale huurwoningen past goed bij het grote aandeel eenpersoonshuishoudens in de stad Utrecht en de wijk Overvecht (52%), dat naar verwachting nog verder zal toenemen. De middenhuurwoningen en grondgebonden koopwoningen zorgen ook voor doorstroming van huidige bewoners van sociale huurwoningen uit de wijk. Voor wat betreft het terugbrengen van grote eengezinswoningen in de sociale huur, bouwt Bo-Ex in Leidsche Rijn momenteel grondgebonden eengezinswoningen.
Conclusie Op grond van deze zienswijze zijn geen wijzingen aangebracht.
Zienswijze 5
36
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Indiener kan zich niet verenigen met het plan omdat zij vreest dat de komst van de woningen op de geplande locatie de functie van de kerk zal belemmeren vanwege de geringe afstand tussen de voorziene woningen en het kerkgebouw en de geluidsoverlast. Indiener geeft aan dat de beoogde ontwikkeling op de Ivoordreef in strijd is met wet- en regelgeving en de beginselen van een goede ruimtelijke ordening, zoals de realisatie van een goed woon- en leefklimaat. Indiener vraagt daarom om het bestemmingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. VNG-Richtafstanden, grenswaarden en geluidsonderzoek Indiener brengt naar voren dat voor de kerk, parkeergarage en het sportterrein niet aan de richtafstanden van de VNG-publicatie wordt voldaan en dat in de toelichting een motivatie hiervoor ontbreekt. Op grond van jurisprudentie is deze motivatie wel noodzakelijk. Indiener geeft daarbij aan dat het onderzoek onvolledig is, omdat niet is onderzocht wat het effect is van het creëren van meer afstand tussen de nieuwe woningen en het perceel van de kerk en wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een goed woon- en leefklimaat. Er is volgens indiener niet of onvoldoende onderzocht of de woningen op grotere afstand van deze functies kunnen worden gerealiseerd. De onderbouwing waarom de woningen op de perceelsgrens van de kerk moeten worden gerealiseerd ontbreekt.
Door het niet voldoen aan de richtafstanden is het plan in strijd met wet- en regelgeving en is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningen. Door de realisatie van woningen dicht op de kerk, wordt ook niet voldaan aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit en de Geluidnota Utrecht. Indiener betwist overigens dat de kerk in de bestaande situatie niet zou voldoen aan het Activiteitenbesluit. Indiener geeft aan dat er geen geluidsmeting op locatie gedaan, maar er uitgegaan is van metingen bij een andere, vergelijkbare kerk, waar de situatie anders is. Er is volgens indiener ook nooit sprake geweest van geluidsoverlast met de oude flats op 25 meter bij de kerk vandaan. Ook is eventuele geluidsoverlast van bezoekers van de kerk niet onderzocht.
Reactie VNG-richtafstanden De onderzoeken die door onderzoeksbureau Peutz zijn uitgevoerd, laten inderdaad zien dat er niet wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG-publicatie. Daarom heeft dit bureau onderzocht wat de geluidsniveaus op verschillende afstanden van de kerk zijn en op welke manier er een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden bij de woningen. De conclusies uit dit onderzoek en de resultaten van diverse overleggen met betrokken partijen, zijn opgenomen in de plantoelichting. Volgens de jurisprudentie mogen de richtafstanden overschreden worden, mits dit voldoende wordt gemotiveerd. De plantoelichting bevat een uitgebreide onderbouwing met de maatregelen, die nodig zijn om te voldoen aan de noodzakelijke geluidswaarden op de woningen bij zowel de kerk, het sportterrein als de parkeergarage en te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat. De uitvoering van deze maatregelen is financieel geborgd via de grondexploitatie en financiële afspraken met de ontwikkelaar. De haalbaarheid van een plan met woningen op een grotere afstand van de kerk is, anders dan indiener aangeeft, wel onderzocht. Dit plan bleek alleen niet haalbaar te zijn, omdat er dan minder grondgebonden woningen gerealiseerd kunnen worden en deze grondgebonden woningen nodig zijn om het project te financieren.
Overigens is de locatie van de woningen ook gekozen op basis van het stedenbouwkundige uitgangspunt om te zorgen voor verbinding met een gesloten bouwblok. De verplaatsing van de kerk naar een meer zichtbare plek of sloop-nieuwbouw van de kerk was geen optie, omdat de kerk zelf hier geen financiële middelen voor beschikbaar heeft. De huidige planvorming is de beste uitkomst, gelet op alle belangen, randvoorwaarden en ambities. Grenswaarde Activiteitenbesluit Naast de richtafstanden uit de VNG-publicatie geldt dat de kerk een inrichting is in de zin van het
37/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Activiteitenbesluit en dat voor elektrisch versterkte muziek vanuit de kerk bij woninggevels voldaan moet worden aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. Het klopt inderdaad dat wanneer er geen maatregelen getroffen zouden worden, het geluid vanuit de kerk een belasting boven de grenswaarde zou hebben op de beoogde plaats voor de woningen. In het kader van het bestemmingsplan zijn maatregelen uitgewerkt waarmee wel overal voldaan kan worden aan de grenswaarde van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. Daarmee zal een goed woon- en leefklimaat op dit aspect geborgd zijn. In de toelichting van het Activiteitenbesluit is namelijk opgenomen dat “met deze normen doorgaans een acceptabele geluidskwaliteit in de zin van geluidsbeleving en risico’s voor de persoonlijke gezondheid, in de directe omgeving van het bedrijf wordt bereikt”. De richtwaarde van 45 dB(A) is niet haalbaar. De gemeente heeft besloten dat het niet kunnen voldoen aan die voorkeurswaarde acceptabel is, omdat de duur, interval en de aard van het geluid van de kerk geen onaanvaardbare belasting voor de omliggende woningen vormt. Onderzoek Ten tijde van het onderzoek kon vanwege Corona geen geluidmeting in en nabij de kerk in kwestie worden uitgevoerd, waardoor er niet representatief kon worden gemeten.
Het is dan gebruikelijk om uit te gaan van geluidmetingen in een bestaande, qua omvang en gebruik vergelijkbare kerk. Om die reden is het onderzoek inderdaad gebaseerd op een andere, vergelijkbare kerk in Zoetermeer. Het is begrijpelijk dat indiener de conclusies uit dit onderzoek niet automatisch toepasbaar acht voor de kerk aan de Ivoordreef. Met name de conclusie dat de kerk niet zou voldoen aan het Activiteitenbesluit. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft de gemeente op 10-07-2022 een aanvullend geluidsonderzoek uitgevoerd in de kerk en ter hoogte van de dichtstbij gelegen nieuw te bouwen woningen (de meting kon niet helemaal op de exacte locatie van de te plaatsen woningen worden uitgevoerd, omdat het terrein daar afgesloten was). Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidsproductie overeenkomt met wat in het eerdere geluidsrapport is aangenomen. Wel is het gemeten geluidspectrum iets minder laagfrequent, maar niet zoveel minder dat dit zou leiden tot aanpassing van de te nemen maatregelen. Ook met de nieuwe meting blijft de conclusie dat zowel voor de bestaande als de nieuwe woningen de geluidsmaatregelen zoals hieronder aangegeven onder het kopje maatregelen, genomen moeten worden, omdat uit het geluidsrapport blijkt dat zonder deze maatregelen voor de bestaande en voor de nieuwe woningen niet voldaan wordt aan de grenswaarde van 50 dB(A) van het Activiteitenbesluit.
Het geluid van bezoekers die langs de Kasaïdreef naar de kerk lopen, is niet meegenomen in de geluidsonderzoeken. Dit geluid zal namelijk niet dusdanig zijn, dat dit inbreuk maakt op een goed woon- en leefklimaat. Het aantal kerkbezoekers is beperkt en bovendien zijn kerkbezoekers niet als luidruchtig te bestempelen. De geluidemissie van lopende bezoekers is verwaarloosbaar en het stemgeluid bij het lopen van en naar de kerk bij drie kerkdiensten per dag, blijkt volgens een indicatieve berekening veel lager te zijn dan 50 dB(A). Maatregelen Indiener geeft aan dat de kerk, als bestaande functie, door het bouwplan onevenredig zwaar belast wordt met ingrijpende (geluidwerende) maatregelen, die het gebruik en de functie van de kerk en de mogelijkheden voor verbouw of nieuwbouw beperken. Zo geeft indiener aan dat het aanbrengen van een ventilatiesysteem een negatief effect heeft op de akoestiek in de kerkzaal. Ook zal de verplaatsing van warmtepanelen de gebruiksmogelijkheden beperken en heeft de verplaatsing van de ingang van de kerk tot gevolg dat de kerkzaal kleiner wordt en er minder bezoekers kunnen worden ontvangen. Indiener is van mening dat de maatregelen nu eenzijdig bij de kerk worden opgelegd, terwijl juist met de kerk als bestaande functie rekening moet worden gehouden. Daar komt bij dat indiener de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een aantal maatregelen betwist.
Bovendien ontstaat volgens indiener, ook wanneer alle geluidbeperkende maatregelen worden uitgevoerd, geen goed woon- en leefklimaat en zal er overlast worden ervaren.
Reactie De gemeente is zich bewust van de unieke positie van de kerk qua religie en functie voor Overvecht 38
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
en de stad Utrecht en van het ingrijpende karakter van de geluidsmaatregelen of van het verplaatsen van de entree voor de kerk. De gemeente begrijpt dat deze maatregelen veel vragen van de kerk en onzekerheid kunnen geven over het toekomstig functioneren op de wijze zoals de kerk voor ogen staat. De gemeente wil echter benadrukken dat het voortbestaan van de kerk door dit bouwplan aan de Ivoordreef niet in het geding is of zal zijn. Om deze reden heeft de gemeente ook veelvuldig overleg gevoerd met de kerk om gezamenlijk tot een maatregelenpakket te komen dat voor de kerk acceptabel is en betaald kan worden uit de grondexploitatie van het plan. In reactie op de zienswijze van de kerk is gezamenlijk geconcludeerd dat de volgende maatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de norm van maximaal 50 dB(A) op de gevel van de bestaande en nieuwe woningen. Maatregelen aan constructieve elementen: • Maatregel 1: Het dichtzetten van de klapramen. Deze maatregel heeft effect op zowel de nieuwe woningen als op de bestaande woningen aan de Kasaidreef. Het openzetten van de ramen is noodzakelijk in verband met de ventilatiebehoefte. Na het dichtzetten zal ter compensatie mechanische ventilatie noodzakelijk zijn. • Maatregel 2: isolatie van de onderzijde van het dak van de kerkzaal.
De resterende maximale overschrijding op de voorgevel van 9 dB in de avondperiode en 6 dB in de dagperiode, kan worden geëlimineerd door het dak van het kerkgebouw (aan de onderzijde) te isoleren met geluidsabsorberend materiaal (steen- of glaswoldekens) op de gipskartonbeplating. • Maatregel 3: Isolatie van het dak van zaal 1 en van de hal. Uit het onderzoek (tabel 5.3) blijkt dat ook de geluidbelasting vanuit zaal 1 en de hal verminderd moet worden. Uit een locatiebezoek aan de kerk is gebleken dat de geluidemissie vanuit zaal 1 verlaagd kan worden met ongeveer 6 dB(A), door het aanbrengen van zware steenwolisolatie in de spouw van het dak. Wijziging bouwvlak, lay-out en ingang van de kerk Indiener geeft aan dat de maatregelen voor de kerk de exploitatiemogelijkheden beperken. In de diverse overleggen die met de kerk zijn gevoerd is tot een oplossing hiervoor gekomen. In overleg met de indiener is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om tegemoet te komen aan de wensen van de kerk om meer ruimte te creëren door middel van een uitbouw en een andere layout, een frontale benadering van de kerk mogelijk te maken door de ingang te wijzigen en een toekomstige grotere nieuwbouw van de kerk mogelijk te maken tot een hoogte van 6.5 meter. Het ontwerp bestemmingsplan gaf deels al extra ruimte door een verruiming van het bouwvlak met 25cm aan alle zijden.
Hierdoor is het mogelijk de muren aan de buitenkant te isoleren, zonder dat dit ten koste gaat van de ruimte binnen de kerk. Na overleg met de kerk is een extra uitbouw opgenomen in het bouwvlak van ongeveer 26 m2 en is overeenstemming bereikt over een nieuwe lay-out, waarbij de ingang wordt verplaatst naar de Kasaidreef. Hierdoor wordt de gewenste frontale benadering van de kerk gerealiseerd aan de Kasaidreef en wordt met de nieuwe indeling voldaan aan de wensen van de kerk. Met deze wijzigingen blijven de eerdergenoemde geluidsmaatregelen wel noodzakelijk. Om de kerk tegemoet te komen in hun wens om in de toekomst de mogelijkheid te hebben een nieuw, groter kerkgebouw te realiseren op het huidige bouwvlak, is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het college van burgemeester en wethouders om bij omgevingsvergunning onder een aantal voorwaarden af te kunnen wijken van de huidige bouwhoogte tot een bouwhoogte van maximaal 6,5 meter over het hele huidige bouwvlak, dus zonder de aanbouw. Daarmee is het voor de kerk mogelijk in de toekomst een volwaardige uitbreiding van het kerkgebouw te realiseren dat voldoet aan de wensen van de kerk. In het huidige bestemmingsplan was voor het gehele bouwvlak een maximale bouwhoogte van 3,5 meter opgenomen.
39/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Wij zijn van mening dat hiermee de huidige en toekomstig gewenste exploitatie van de kerk op een goede manier is meegewogen in de planvorming. Samen met de kwalitatieve verbeteringen door de geluidsmaatregelen (comfort en warmte door isolatie, minder verkeers- en straatgeluid etc.) die worden gefinancierd door de ontwikkelaar, wordt hiermee het toekomstig functioneren van de kerk gefaciliteerd. Ingrijpendheid van de maatregelen
De noodzakelijke geluidsmaatregelen betreffen de volgende onderdelen: 1. Dichtzetten van de klapramen in de kerkzaal 2. Aanbrengen geluidsabsorberend materiaal aan de binnenzijde van het dak van de kerkzaal 3. Isolatie van het dak van zaal 1en van de hal. De gemeente begrijpt dat indiener deze maatregelen als ingrijpend ervaart, maar is het niet met indiener eens dat deze maatregelen niet uitvoerbaar zouden zijn. Daar komt bij dat een aantal maatregelen ook voordelen heeft voor de kerk. Zo betekent het akoestisch isoleren van het dak ook een hoge mate van thermische isolatie, waardoor de stookkosten significant teruggebracht worden en er in zomer en winter meer comfort is voor de aanwezige kerkgangers. Verder zal het aanbrengen van mechanische ventilatie geen invloed hebben op de akoestiek in de ruimte. Dat geldt ook voor het isoleren van het dak. Er is nu sprake van een akoestisch reflecterend dak. Ook de aan te brengen isolatieplaten zullen akoestisch reflecterend zijn. De ventilatie zal geen storend geluid veroorzaken en er zal aanzienlijk minder geluid hoorbaar zijn van buiten zoals van wegverkeer en stemmen. De bovenstaande maatregelen betreffen maatwerk en worden in samenwerking met de kerk verder uitgewerkt.
De gemeente is voornemens om met het oog op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, deze maatregelen op te nemen in een maatwerkvoorschrift op basis van het Activiteitenbesluit. Dit maatwerkvoorschrift moet van kracht zijn voordat de woningen worden bewoond. Het maatwerkvoorschrift vervangt niet de wettelijke geluidgrenswaarde, maar geeft aan hoe hieraan kan worden voldaan. Het maatwerkvoorschrift geeft hiermee duidelijkheid voor alle betrokken partijen. Bij het opleggen van een maatwerkvoorschrift is van belang dat de maatregelen de exploitatie van de kerk niet onevenredig belemmeren, dat deze uitvoerbaar zijn en financieel haalbaar. Er heeft intensief overleg met de kerk plaatsgevonden over de noodzakelijke maatregelen. Daarbij zijn alleen de financieel haalbare en uitvoerbare maatregelen verder uitgewerkt. Zoals eerder besproken, is er aanvullend onderzoek uitgevoerd bij de kerk tijdens een kerkdienst, maar gaf dit onderzoek geen aanleiding om de maatregelen bij te stellen. Indiener geeft aan dat er in de nieuwe situatie overlast zal worden ervaren vanwege kerkgeluid, maar onderbouwt dit punt verder niet. Indiener geeft aan dat er bij bestaande bewoners nooit sprake geweest is van geluidoverlast. Wanneer de noodzakelijke maatregelen getroffen worden, wordt voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A).
Daarmee is er een goed woon- en leefklimaat en is de kans niet groot dat mensen gaan klagen over geluidsoverlast. Een geluidsniveau van 50 dB(A) is dus niet strijdig met de belangen van indiener. Overigens is het niet zo dat wanneer een gebouw aan het Activiteitenbesluit voldoet, er geen geluidsoverlast kan worden ervaren en is het andersom ook niet zo dat als er geen geluidsoverlast is geweest, dit automatisch betekent dat de kerk dan zou voldoen aan het Activiteitenbesluit. Parkeerplaatsen Indiener geeft aan dat zij vreest voor een tekort aan parkeerplaatsen en daarmee voor parkeeroverlast, doordat er geen rekening is gehouden met parkeerplaatsen voor bezoekers van de kerk en er een te krappe parkeernorm wordt gehanteerd voor de woningen.
Reactie
40
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
In het plan is de parkeernorm gehanteerd die is vastgesteld door de gemeenteraad. In de parkeerberekening voor het gebied is rekening gehouden met de parkeervraag voor bezoekers van het kerkgebouw.
Verplaatsen rooilijn Indiener geeft aan dat de nieuwe woningen niet in de rooilijn van de kerk worden gepositioneerd, maar dat deze rooilijn verplaatst wordt en dat eventuele nieuwbouw op de plek van de kerk moet passen binnen die verplaatste rooilijn. Dat zou voor de kerk betekenen dat zij dan niet het volledige huidige bouwvlak kunnen bebouwen. Dit is in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de kerk wordt geschaad in de mogelijkheden van herbouw en nieuwbouw.
Reactie De rooilijn ter plaatse van de kerk wordt niet verplaatst en de kerk wordt niet beperkt in de mogelijkheden van herbouw en nieuwbouw. Het bouwvlak van de kerk in het nieuwe bestemmingsplan is overgenomen uit het huidige bestemmingsplan en zelfs iets verruimd. Het is dus mogelijk om op de huidige plek nieuwbouw te realiseren. Wanneer de kerk in de toekomst een groter volume wil realiseren van meerdere bouwlagen of gewijzigd bouwvlak, dat niet past binnen het bestemmingsplan (inclusief de daarin opgenomen afwijkingsmogelijkheid), dan is het uitgangspunt om daarbij de rooilijn van de naastgelegen woningen aan te houden. Dat is nu niet aan de orde en is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Onvoldoende belangenafweging Indiener geeft aan dat de gemeente het belang van de kerk als enige Evangelische Broedergemeente (met Surinaamse achtergrond) binnen de gemeente Utrecht onvoldoende behartigd heeft en onvoldoende heeft laten meewegen in de besluitvorming. Volgens indiener komt hiermee het voortbestaan van de kerk in het geding en daarmee de vrijheid van godsdienst. Daarmee is het plan onzorgvuldig en in strijd met artikel 3.2 Awb voorbereid.
Reactie Zoals eerder aangegeven, is de gemeente zich bewust van de unieke positie van de kerk qua religie en functie voor Overvecht en de stad Utrecht en van de impact van de noodzakelijke geluidsmaatregelen en de eventuele lay-out wijziging voor de kerk. De gemeente begrijpt dat deze maatregelen veel vragen van de kerk en onzekerheid kunnen geven over het toekomstig functioneren op de wijze zoals de kerk graag voor ogen staat. Vanwege de woonopgave en verdichtingsopgave in Utrecht, hecht de gemeente echter ook groot belang aan het kunnen toevoegen van woningen met bijbehorende voorzieningen in dit gebied. Volgens vaste jurisprudentie (ABRvS 15-04-2020 ECLI:NL:RVS:2020:1075, r.o. 23.2) en ABRvS 0503-2008 ECLI:NL:RVS:2008:BC5753, r.o. 2.6.3) is een dergelijke gebiedsontwikkeling een goede grond om noodzakelijke aanpassingen/maatregelen aan bestaande bedrijven te kunnen opleggen. De gemeente benadrukt dat het voortbestaan van de kerk door dit bouwplan aan de Ivoordreef niet in het geding is of zal zijn. Dit blijkt ook uit de vele overleggen die de gemeente en de kerk hebben gevoerd over de maatregelen die nodig zijn om het plan te realiseren en over de wensen en zorgen van de kerk daarbij. Sloop nieuwbouw van de kerk is ook onderzocht, of bijvoorbeeld verplaatsing naar een andere plek, maar beide oplossingen waren financieel niet haalbaar.