STVV Vaststellingsrapport Ivoordreef (na ROG).pdf
Tekst van het document
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Vaststellingsrapport
Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
3 oktober8 december 2022
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Inhoud vaststellingsrapport 1
INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 BESTEMMINGSPLAN CHW BESTEMMINGSPLAN IVOORDREEF, OVERVECHT ........................................................... 3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT .............................................................................................. 3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE.................................................................................................................... 3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen .................................................................................. 3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ....................................................................................... 3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen ........................................................................................ 3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ..................................................................................................... 4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ............................................................................................. 4
2
SAMENVATTING................................................................................................................................... 5 2.1 PROCEDUREEL ......................................................................................................................................... 5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................................... 5 2.2.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen ......................................... 7 2.2.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling ......................................................................... 7 2.2.3 Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen ............................................... 8 2.2.4 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ............................................................................. 21
3
BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ............................................................................................. 2826 ZIENSWIJZE 1 ............................................................................................................................................... 2826 ZIENSWIJZE 2 ............................................................................................................................................... 2826 ZIENSWIJZE 3 ............................................................................................................................................... 3129 ZIENSWIJZE 4 ............................................................................................................................................... 3230 ZIENSWIJZE 5 ............................................................................................................................................... 3634
2
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
1 Inleiding 1.1 Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht Het plangebied is gelegen in de gemeente Utrecht, in Overvecht-Noord. Het plangebied wordt begrensd door de Kasaidreef, de Oranjerivierdreef, de Einsteindreef, en de Klipspringerdreef. Het doel van het bestemmingsplan is het planologisch-juridisch mogelijk maken van een nieuwe woonbuurt met 307 woningen, bestaande uit sociale huur- en middenhuurappartementen en grondgebonden woningen. Daarnaast worden een parkeergarage, speelplekken, sportvoorzieningen en een plint met maatschappelijke- en buurtfuncties mogelijk gemaakt. Het bestaande flatgebouw wordt gesloopt. De bestaande kerk wordt in het plangebied opgenomen en behouden.
1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.2 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.
1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 22 april 2022 tot en met donderdag 2 juni 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn vijf zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord. In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders
3/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. De zienswijze wordt wel doorgestuurd naar de gemeenteraad, zodat de raad kennis kan nemen van de zienswijze. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten.
Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de raadscommissie. De commissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend.
Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
4
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
2 Samenvatting 2.1 Procedureel Alle zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht opgenomen. Op grond van de Wet open overheid kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 Woo) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport 3 oktober 2022, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht.
2.2 Inhoud van de zienswijzen In grote lijnen hebben de zienswijzen betrekking op het volgende: Groencompensatie, kappen van bomen, groenstructuur -
Waarde bomen gaat verloren. Wordt niet gecompenseerd. Per saldo geen vergroening.
-
Bezwaar tegen kappen bomen. Het is onverantwoord om 70 gezonde bomen te verwijderen gezien doel gemeente om tot 2040 bomenbestand uit te breiden met 60.000 bomen.
-
Minder groene publieke ruimte voor de bewoners zelf.
-
Groenstructuur, verbinding tussen Vecht en groen langs NRU. Ecologisch van groot belang. Bebouwing dichter langs Einsteindreef doorbreekt belangrijk deel van de hoofdboomstructuur langs de Einsteindreef.
-
Bezwaar tegen hogere waarde besluit Geluid
-
Bosplantsoen gaat verloren. Is slecht voor beleving, de gezondheid (als buffer voor geluid en fijnstof) als voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie.
-
In de smalle straatjes is geen plek voor bomen die kunnen beschermen tegen hittestress.
-
In het bomenoverzicht staan 12 bomen die buiten het plangebied van het bestemmingsplan vallen. Het totaal aantal bomen en aantal te “behouden” bomen is dus eigenlijk minus 12. De bomenparagraaf en aantallen dienen hierop aangepast te worden.
-
De belofte van een aantrekkelijk Groen Lint om te verblijven en bewegen langs de Oranjerivierdreef wordt niet waargemaakt door de geplande aanpassingen.
Participatieproces -
Onzorgvuldig participatieproces. Geen tijdig inzicht afweging bomen/woningen. Proces om eerst flat te slopen en pas veel later bestemmingsplan ter inzage te leggen, geeft geen eerlijke kans op inspraak.
-
Aandachtspunt om de locatie van de kerk optimaal te benutten en te integreren in de nieuwe bebouwing, als zich daar mogelijkheden voor aanbieden.
-
Aandachtspunt inrichting gebied vanwege zeer compacte bebouwing
-
Meer discussie en aandacht voor behoud van groen en bomen langs de Einsteindreef heeft geleid tot gewenste bijstellingen en acceptabele oplossingen.
Verkeersveiligheid
5/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
-
Duurzaam veilig inrichten van de wijk naar 30 km (plangebied vergroten in combinatie met het versmallen van de Kasaïdreef).
-
Risico op gevaarlijke verkeerssituaties Oranjerivierdreef vanwege toename drukte.
Energie/warmtetransitie De nu voorgestelde voorziening voor warm tapwater (en wellicht ook het opvangen van koude pieken) sluit aan op de huidige mogelijkheden, maar is in onze ogen niet toekomstbestendig. Gezien de ambitie ‘aardgasvrij’ en verduurzaming van de warmtevoorziening zou een nieuwbouwproject als Ivoordreef een voorbeeld moeten zijn voor de optimale inzet op duurzame (=lage temperatuur) warmte. Dichtheid /verdichting De verdichting van 66 woningen per hectare naar 118 woningen per hectare, heeft nadelige consequenties voor de privacy, bezonning (TNO richtlijnen), kwaliteit en duurzaamheid en de voorkeursgrenswaarden voor geluidsbelasting. Ook wordt de openbare ruimte erg krap en het pleintje te klein. De keuze voor verdichting is onvoldoende gemotiveerd. Speelplek Speelplek 8-12 jaar ligt te dicht bij de drukke Einsteindreef. Niet goed vanwege geluid en luchtkwaliteit. Er bestaat een reëel gevaar dat de kinderen bij het spelen het fietspad op rennen. Sociale huurwoningen: Zorg om verdwijnen van aantal grotere sociale huurwoningen in Overvecht en vermindering van de kwaliteit van de sociale huurwoningen omdat veel grote gezinnen aangewezen zijn op sociale huur. -
Waar worden grotere sociale huurwoningen gecompenseerd elders in Utrecht?
Gebruik van de kerk en goed woon- en leefklimaat: Overschrijding geluidsnormen (richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ en activiteitenbesluit), doordat de woningen te dicht op de bestaande kerkbebouwing, de nieuwe parkeergarage en sportterrein worden gebouwd. Alternatieve locaties voor woningbouw niet onderzocht Geluidsonderzoek is onvolledig. Ook wanneer alle geluidbeperkende maatregelen worden uitgevoerd, ontstaat geen goed woon- en leefklimaat en zal er overlast worden ervaren. Tekort aan parkeerplaatsen doordat in berekening bezoekers van de kerk niet zijn opgenomen en er een te krappe parkeernorm wordt gehanteerd voor de woningen. Het verplaatsen van de rooilijn van een nieuw te bouwen kerkgebouw naar de rooilijn van de aangrenzende woningen, is in strijd met een goede ruimtelijke ordening, omdat de kerk wordt geschaad in de mogelijkheden van herbouw en nieuwbouw. De geluidsmaatregelen die nodig zijn aan/in de kerk om het bouwplan mogelijk te maken, zijn deels onuitvoerbaar en voor zover ze wel uitvoerbaar zijn, beperken zij het gebruik van de kerk, als bestaande functie, onevenredig zwaar. De gemeente heeft het belang van de kerk als enige Evangelische Broedergemeente (met Surinaamse achtergrond) binnen de gemeente Utrecht onvoldoende behartigd en laten meewegen in de besluitvorming, zeker nu het hier om een grondrecht gaat.
Daarmee is het plan onzorgvuldig en in strijd met artikel 3.2 Awb voorbereid.
Hieronder worden eerst wijzigingen van de juridische regeling, dat wil zeggen wijzigingen in de regels of wijzigingen van de verbeelding, opgesomd. Vervolgens worden de wijzigingen in de toelichting en de bijlagen daarbij, weergegeven.
6
Datum Rapport
2.2.1
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen
2.2.1.1
Op de verbeelding is het bouwvlak waarbinnen de kerk valt aangepast. Aan de noordoostzijde van het bouwvlak (naast de eerste woning aan de Kasaidreef) is het bouwvlak uitgebreid. Deze uitbreiding loopt in lengte gelijk aan de gevel van de nabijgelegen woning. De maximale bouwhoogte voor deze strook bedraagt 3,5 meter. Onderstaand is een uitsnede bijgevoegd van het plan zoals het ter inzage was gelegd (links) en de wijziging (rechts).
2.2.1.2
Op de verbeelding is ter plaatse van (een deel van) het bouwvlak een specifieke bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding-8’ opgenomen ten behoeve van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op de bouwregels, zoals opgenomen in artikel 4.2.3. De strook waarbinnen de aanbouw wordt mogelijk gemaakt is uitgesloten van deze afwijkingsmogelijkheid.
2.2.1.3
In artikel 4.2.3 van de regels bij het bestemmingsplan is de volgende afwijkingsmogelijkheid opgenomen; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 8' afwijken van de regel in artikel 4.2.1 onder 2 tot een maximale bouwhoogte van 6,5 meter, mits: 1.
de entree van het bouwvlak aan de zijde van de Kasaidreef gesitueerd wordt;
2.
geen onevenredige aantasting plaats vindt van: a.
het straat- en bebouwingsbeeld
b.
de sociale veiligheid
c.
de milieusituatie
d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden of bouwwerken.
2.2.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling 2.2.2.1 In het ontwerp Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht zijn algemene regels ingevoegd. Omdat dit plan eerder wordt vastgesteld dan het Chw bestemmingsplan Algemene Regels, zijn die ingevoegde regels vervangen voor de algemene regels uit de Utrechtse Leest. 2.2.2.2 Aanvullende bouwregels De subleden 6.2.1 sub 2 en 7.2.1 sub 6 met aanvullende bouwregels zijn vanwege de leesbaarheid elk opgedeeld in 2 leden en vernummerd naar artikel 6.2.1 sub 2 en 3 en artikel 7.2.1 sub 6 en 7. 2.2.2.3 Specifieke bouwregel
7/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Aan de bestemmingen ‘groen’, ‘sport’ en ‘verkeer – verblijfsgebied’ is de specifieke bouwregel toegevoegd, ten behoeve van aan de parkeergarage bevestigde bloembakken. Daarvoor zijn de artikelen 3.2.1 sub 1, 5.2.2 sub 1 en 6.2.4 sub 1 toegevoegd. De bepaling luidt: “Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding-10' zijn voor de parkeergarage binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied, aan het gebouw bevestigde bloembakken toegestaan van maximaal 0,3 meter diepte.” 2.2.2.3 Ten behoeve van de trap, gesitueerd binnen de sportbestemming en aan de parkeergarage is de specifieke bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 9’ toegevoegd op de verbeelding, met de daarbij behorende bepaling in de regels. “In afwijking van de regel onder 1 mag ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding-9' een trap worden aangebracht met een bouwhoogte van maximaal 8 meter.” 2.2.2.4 Specifieke bouwaanduiding – Tribune Ten behoeve van de bij het sportveld gelegen tribune is een specifieke bouwaanduiding opgenomen met een maximale bouwhoogte van 4 meter. Deze aanduiding lag per abuis niet geheel op de locatie waar de tribune gerealiseerd moet worden. Dit is op de verbeelding aangepast naar de juiste locatie.
2.2.2.5 Tekstuele wijziging hekwerk Bij de uitwerking van het ontwerp is gebleken dat het woord ‘hekwerk’ niet toereikend is voor het bouwwerk dat gebouwd gaat worden. Om deze reden is dat woord gewijzigd naar ‘bouwwerk’, zodat dit beter aansluit.
Bij Chw-plannen: 2.3.3.3 2.2.3
aanpassing van de onderbouwing
Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen
2.2.3.1 Aanpassing paragraaf 5.10.3 (Bedrijven en milieuzonering, onderzoek) van de toelichting In paragraaf 5.10.3 wordt naar aanleiding van de zienswijze van de kerk de tekst van het ontwerp vervangen op de volgende onderdelen: - Er is een aanvullende geluidmeting uitgevoerd naar de geluidsniveaus in en rondom de kerk en toegevoegd aan de bestemmingsplantoelichting in Bijlage 18. - De conclusies van dit aanvullende onderzoek zijn verwerkt in paragraaf 5.10.3. - De noodzakelijke geluidsmaatregelen aan de kerk om te voldoen aan de geluidsnorm, zijn in overleg met de kerk verduidelijkt in de toelichting en zullen uitgewerkt worden in een maatwerkvoorschrift. - Afbeelding 18c is vervangen door een nieuwe afbeelding met de geluidcontouren vóór het treffen van maatregelen aan de kerk. Deze afbeelding is informatiever dan de oude afbeelding en laat duidelijk zien bij welke woningen er zonder maatregelen niet voldaan wordt aan de geluidsnorm. -In overleg met de kerk is het voorstel voor wijziging van de lay-out van de kerk gewijzigd en opgenomen in deze paragraaf. Paragraaf 5.10.3 Huidige tekst 5.10.3 Onderzoek Het voornemen betreft de realisatie van woningen. Om de inpasbaarheid hiervan te beoordelen zijn de bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de geldende richtafstanden.
De inpasbaarheid van woningen in de omgeving is hierbij beoordeeld op basis van de maximaal planologische mogelijkheden conform de vigerende bestemmingsplannen. Daarnaast is ook de inpasbaarheid van de bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied beoordeeld.
Bedrijvigheid rondom het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woonfuncties toegestaan. Van bedrijvigheid is nauwelijks sprake. Op relatief korte afstand van het plangebied (alsmede binnen het plangebied) 8
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
zijn wel maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, kinderopvang, naschoolse opvang, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren verstaan. Gymzalen ten behoeve van onderwijsdoeleinden tot een maximum van 1.100 m 2 b.v.o per gymzaal zijn hier alsmede toegestaan. Deze bedrijfsactiviteiten behoren maximaal tot milieucategorie 2. Voor bedrijfsactiviteiten behorend tot milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter van de perceelsgrens tot aan de gevels van woningen. In afbeelding 17 wordt de omliggende bedrijvigheid, inclusief de bijbehorende richtafstanden, weergeven.
Uit afbeelding 17 volgt dat aan de van toepassing zijnde richtafstanden wordt voldaan ingeval uitgegaan wordt van de maximaal planologische mogelijkheden ter plaatse van de omliggende percelen. Een nadere beschouwing naar de inpasbaarheid van de beoogde woningen in relatie tot omliggende bedrijvigheid is hiermee niet nodig. Bedrijvigheid binnen het plangebied Ook binnen het bestemmingsplangebied is sprake van overige functies welke op zorgvuldige wijze ingepast dienen te worden ten opzichte van de woningen. In de noordelijk gelegen hoek van het plangebied, onder de tribune bij het sportveld, wordt voorzien in kleinschalige maatschappelijke en/of buurtfuncties. Deze functies komen niet tegen de woningen aan te liggen en ook niet op korte afstand van omliggende woningen. Daarnaast zal geen sprake zijn van bedrijfsactiviteiten met een hoge milieubelasting. Ook zijn in de regels van het bestemmingsplan kinderdagverblijven en naschoolse opvang op deze locatie specifiek uitgesloten. Hiermee kan worden geconcludeerd dat deze bedrijfsactiviteiten inpasbaar zijn ter plaatse van het plangebied en de omgeving. Een aantal functies binnen het plangebied vraagt echter om een nadere beschouwing. Dit betreft de beoogde parkeergarage, de sportvoorzieningen en de bestaande kerkbebouwing.
Deze activiteiten behoren tot maximaal milieucategorie 2, en zijn op korte afstand van omliggende woningen gesitueerd. Voor de inpasbaarheid is geluid hierbij het maatgevende aspect. Om de inpasbaarheid van de beoogde woningen in relatie tot deze functies nader te beoordelen is akoestisch onderzoek uitgevoerd.
9/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Akoestisch onderzoek bedrijvigheid binnen plangebied Door Peutz is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting ten gevolge van de parkeergarage, sportveld en kerk op de gevels van de te realiseren woningen. Uit dit onderzoek volgt dat de van toepassing zijnde richtwaarden voor zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus worden overschreden. Dit betekent dat, om te voldoen aan deze richtwaarden, maatregelen noodzakelijk zijn. Om volledig aan de richtwaarden te voldoen zijn maatregelen nodig, die behoorlijk ingrijpend zijn en niet altijd haalbaar. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is een gesloten parkeergarage en het plaatsen van zeer hoge schermen rondom het sportveld bijvoorbeeld niet gewenst. Uit financieel oogpunt zijn zeer ingrijpende bouwkundige maatregelen voor het kerkgebouw bovendien niet wenselijk. Nagegaan is daarom welke maatregelen wel in redelijkheid haalbaar zijn. Onderstaand worden deze maatregelen toegelicht.
Maatregelen parkeergarage De zuidoostelijke wand van de parkeergarage (dit is de wand die het dichtst bij de nieuwbouwwoningen ligt), zal akoestisch gesloten worden uitgevoerd. In de regels van dit bestemmingsplan is deze akoestisch gesloten wand ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 6.2.2). Daarnaast zullen de open zijden van de parkeergarage gedeeltelijk dichtgezet worden met een borstwering van maximaal 1,2 m hoogte. Daarmee wordt enerzijds het geluiduitstralend oppervlak gereduceerd met circa 40% en anderzijds wordt het directe geluid van het dichtslaan van autoportieren afgeschermd. De piekgeluidemissie zal door de afschermende werking van de borstwering circa 5 dB afnemen. Aanvullend zal de onderzijde van de vloeren van de parkeergarage voorzien worden van geluidabsorberend materiaal, zoals houtwolcementplaten. Daarmee kan de equivalente geluidemissie afnemen met totaal 4 dB (2 dB ten gevolge van het 40% kleinere geluiduitstralende oppervlak en 2 dB ten gevolge van toevoeging van geluidabsorberend materiaal). Ook met deze maatregelen is er nog sprake van overschrijding van de richtwaarden voor geluid. Daarom is in de regels van dit plan de verplichting opgenomen om de gevel van de meest noordelijk gelegen woning aan de oostzijde van de garage aan de garagezijde te voorzien van een dove gevel (artikel 7.2.2). Zie onderstaande afbeelding (18a).
Afbeelding 18a: Benodigde verhoogde geluidwering gevels t.g.v. de parkeergarage en sportveld
10
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Maatregelen sportveld Rondom het sportveld zal een net worden gesitueerd en wordt een dempende ondergrond aangebracht. Omtrent de maximale geluidniveaus (piekgeluidniveaus) in de avond- en nachtperiode ten gevolge van de parkeergarage en het sportveld, is – naast de bovenstaande maatregelen – de oplossing gevonden in het realiseren van hoge afschermingen (7 m hoog) tussen woningen (zie afbeelding 18b). Hierdoor ontstaan op de 1e verdieping aan de achterzijde slaapkamergevels waar het geluidniveau van sportveld en parkeergarage lager is dan de streefwaarden. Daarbij wordt wel geaccepteerd dat de geluidniveaus op de voorgevels van de slaapkamers (de gevels gericht naar parkeergarage en sportveld) niet verder gereduceerd kunnen worden. Afbeelding 18b: Ligging schermen (rood)
11/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Omdat aan deze gevels geen buitenruimten gesitueerd zijn en doordat met gevelisolatie binnengeluidniveaus worden gerealiseerd die 5 dB strenger zijn dan de normaliter te stellen grenswaarde, zal sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ook de geluidschermen zijn (naast de dove gevels) in de regels van dit bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 7.2.2).
Maatregelen kerkgebouw Het kerkgebouw wordt gebruikt voor kerkdiensten overdag en in de avond voor bijeenkomsten en muziek/koorrepetities. Elektrisch versterkte muziek vanuit de kerk moet bij woninggevels voldoen aan geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. Bij de nieuwe woningen bedraagt de geluidbelasting dan maximaal 58 dB(A) (op de voorgevel gericht naar de Kasaidreef) en 55 dB(A) op de achtergevel (tuinzijde). De zijgevel met een geluidbelasting van 63 dB(A) wordt als Dove gevel uitgevoerd, zodat deze geen beoordeling behoeft (zie afbeelding 18c). In de regels van het bestemmingsplan is deze dove gevel als verplichting opgenomen (artikel7.2.2). Verder worden de volgende maatregelen getroffen om aan de grenswaarden te voldoen: Het dichtzetten van de klapramen. Dit heeft vooral een effect op de bestaande woningen aan de Kasaidreef. Het openzetten van de ramen is noodzakelijk in verband met de ventilatiebehoefte. Na het dichtzetten zal ter compensatie mechanische ventilatie noodzakelijk zijn. Deze maatregel leidt bij de bestaande woningen tot een geluidbelasting van 53 dB(A), nog 3 dB te hoog. Aanvullend kan het binnengeluidniveau met 3 dB beperkt worden. Ten aanzien van de maximale overschrijding van 8 dB(A) op de voorgevel kan deze grotendeels worden geëlimineerd door het dak van het kerkgebouw (aan de onderzijde) te isoleren.
Op de gipskartonbeplating dient geluidsabsorberend materiaal (steen- of glaswoldekens) te worden gelegd. De te verwachten verbetering van de geluidisolatie van het dak bedraagt circa 6 dB. Aanvullend zal de enkele beglazing in de noordoostgevel vervangen moeten worden door dubbele beglazing. De ingang van de kerk zal gedraaid worden met een ingangsportaal aan de zijde van de meest nabijgelegen woning, waardoor het berekende geluidniveau nog iets lager wordt.
Afbeelding 18c: Benodigde verhoogde geluidwering gevels t.g.v. de kerk
12
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Opgemerkt wordt dat de voornoemde maatregelen maatwerk betreffen. Geborgd zal worden dat deze maatregelen daadwerkelijk getroffen worden. Met deze maatregelen zal het geluidsniveau van muziek vanuit het kerkgebouw bij de beoogde woninggevels niet hoger zijn dan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Door het nemen van bovenstaande maatregelen voor het sportveld, de parkeergarage en het kerkgebouw wordt ervoor gezorgd dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. 5.10.4 Conclusie De beoogde woningen binnen het plangebied bevinden zich op een passende afstand tot bedrijven buiten het plangebied, die naar alle verwachting niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Daarnaast bevindt zich binnen het plangebied op korte afstand van de beoogde woningen een aantal andere functies, zoals kerkbebouwing, een parkeergarage en een sportveld. Ten aanzien van deze functies zullen maatregelen worden getroffen om de invloed van geluid van deze functies te beperken, zodat voor de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd. Paragraaf 5.10.3 Nieuwe tekst Wettelijk kader Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden.
In de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009) worden de bedrijfsactiviteiten van bedrijven ingedeeld in bepaalde milieucategorieën. Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'gevoelige' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk heeft een lagere richtwaarde nodig voor een goed beschermingsniveau dan een gebied waar al veel achtergrondgeluid aanwezig is ten gevolge van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). Indicatieve richtafstanden (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) voor woningen in de twee te onderscheiden “omgevingen” bij verschillende bedrijfstypes (ingedeeld in milieucategorieën) zijn weergegeven in tabel 4.
13/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Tabel 4: Indicatieve afstand in meters tot omgevingstype (bron: VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”) Categorie
Rustige woonwijk en rustig
Gemengd gebied
buitengebied 1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
5.1
500
300
5.2
700
500
5.3
1000
700
6
1500
1000
Volgens de voornoemde VNG-publicatie is de definitie van het omgevingstype gemengd gebied als volgt: 'Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.' In het plangebied en in de directe omgeving daarvan, is overwegend sprake van woonbebouwing. Vlakbij de te bouwen woningen is wel een aantal overige functies aanwezig, zoals een kerk. Ook wordt binnen het plan voorzien in maatschappelijke- en/of buurtfuncties. Voor het onderzoek gaan we echter uit van het gebiedstype rustige woonwijk, waarvoor dus het hoogste beschermingsniveau geldt. De in tabel 4 weergegeven afstanden betreffen de afstanden tussen de perceelgrens van de activiteiten (niet de bebouwingsgrens) en de gevel van de (geluid)gevoelige bestemming (in casu woningen). De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk, zo volgt ook uit jurisprudentie. Naast de richtafstanden uit de VNG publicatie geldt dat de kerk een inrichting is in de zin van het Activiteitenbesluit en dat voor elektrisch versterkte muziek vanuit de kerk bij woninggevels voldaan moet worden aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. 5.10.3 Onderzoek Het voornemen betreft de realisatie van woningen.
Om de inpasbaarheid hiervan te beoordelen zijn de bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Aan de hand hiervan kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. De inpasbaarheid van woningen in de omgeving is hierbij beoordeeld op basis van de maximaal planologische mogelijkheden conform de vigerende bestemmingsplannen. Daarnaast is ook de inpasbaarheid van de bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied beoordeeld.
14
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Bedrijvigheid rondom het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woonfuncties toegestaan. Van bedrijvigheid is nauwelijks sprake. Op relatief korte afstand van het plangebied (alsmede binnen het plangebied) zijn wel maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, kinderopvang, naschoolse opvang, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren verstaan. Gymzalen ten behoeve van onderwijsdoeleinden tot een maximum van 1.100 m 2 b.v.o per gymzaal zijn hier alsmede toegestaan. Deze bedrijfsactiviteiten behoren maximaal tot milieucategorie 2. Voor bedrijfsactiviteiten behorend tot milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter van de perceelsgrens tot aan de gevels van woningen. In afbeelding 17 wordt de omliggende bedrijvigheid, inclusief de bijbehorende richtafstanden, weergeven.
Afbeelding 17: Milieuzonering omgeving plangebied (bron luchtfoto: Google Earth)
Uit afbeelding 17 volgt dat aan de van toepassing zijnde richtafstanden wordt voldaan als uitgegaan wordt van de maximaal planologische mogelijkheden van de omliggende percelen. Een nadere beschouwing naar de inpasbaarheid van de beoogde woningen in relatie tot omliggende bedrijvigheid is hiermee niet nodig.
15/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Bedrijvigheid binnen het plangebied Ook binnen het bestemmingsplangebied is sprake van overige functies die op zorgvuldige wijze ingepast dienen te worden ten opzichte van de woningen. In de noordelijk gelegen hoek van het plangebied, onder de tribune bij het sportveld, wordt voorzien in kleinschalige maatschappelijke en/of buurtfuncties. Deze functies komen niet tegen de woningen aan te liggen en ook niet op korte afstand van omliggende woningen. Daarnaast zal geen sprake zijn van bedrijfsactiviteiten met een hoge milieubelasting. Ook zijn in de regels van het bestemmingsplan kinderdagverblijven en naschoolse opvang op deze locatie specifiek uitgesloten. Hiermee kan worden geconcludeerd dat deze bedrijfsactiviteiten inpasbaar zijn ter plaatse van het plangebied en de omgeving. Een aantal functies binnen het plangebied vraagt echter om een nadere beschouwing. Dit betreft de beoogde parkeergarage, de sportvoorzieningen en de bestaande kerkbebouwing. Deze activiteiten behoren tot maximaal milieucategorie 2 en zijn op korte afstand van omliggende woningen gesitueerd. Voor de inpasbaarheid is geluid het maatgevende aspect. Om de inpasbaarheid van de beoogde woningen in relatie tot deze functies nader te beoordelen is akoestisch onderzoek uitgevoerd.
Akoestisch onderzoek bedrijvigheid binnen plangebied Door Peutz is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting ten gevolge van de parkeergarage, sportveld en kerk op de gevels van de te realiseren woningen (bijlage 17 Akoestisch onderzoek). Omdat ten tijde van dit onderzoek vanwege Corona de geluidsniveaus in en rondom de kerk niet gemeten konden worden, zijn deze geluidsniveaus berekend op basis van de gegevens van een vergelijkbare kerk. In juli 2022 is door Peutz alsnog een aanvullende geluidmeting verricht naar de geluidsniveaus in en rondom de kerk (Bijlage 18). De resultaten uit deze aanvullende meting waren nagenoeg vergelijkbaar met de gegevens van de eerdere berekening op basis van de gegevens van een vergelijkbare kerk. Uit het geluidsonderzoek volgt dat de richtwaarden voor zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als de maximale geluidniveaus door het gebruik van de parkeergarage, het sportveld en de kerk worden overschreden. Een deel van de maatregelen, die nodig zijn om volledig aan deze richtwaarden te kunnen voldoen, zijn vanuit stedenbouwkundig en/of financieel oogpunt niet haalbaar of zijn onevenredig ingrijpend voor belanghebbenden. Zo is bijvoorbeeld het volledig dichtzetten van de parkeergarage of het plaatsen van hele hoge schermen rondom het sportveld vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk.
Daarnaast is het vernieuwen van zowel de beglazing als het hele dak van de kerk financieel een te grote investering. Daarom is in overleg met alle partijen nagegaan welke maatregelen wel in redelijkheid haalbaar zijn. Deze maatregelen zijn hieronder aangegeven voor de parkeergarage, voor het sportveld en voor de kerk enerzijds (bronmaatregelen) en voor de woningen anderzijds (effectmaatregelen). Met deze maatregelen kan het gebruik van de kerk voldoen aan de grenswaarde van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. De richtwaarde van 45 dB(A) is niet haalbaar. Overigens zullen de gevels van de nieuwbouwwoningen dusdanig goed geïsoleerd worden voor geluid van de garage en het sportveld dat het binnengeluidniveau ten hoogste 30 dB(A) etmaalwaarde zal zijn, terwijl de gebruikelijke grenswaarde 35 dB(A) is. Dit is een compensatie voor de hogere geluidniveaus op sommige woninggevels en levert een gunstige bijdrage aan een gezond woon- en leefklimaat. Dit zal ook helpen om eventuele geluidsoverlast en klachten van omwonenden tegen te gaan.
16
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Maatregelen parkeergarage De zuidoostelijke wand van de parkeergarage (dit is de wand die het dichtst bij de nieuwbouwwoningen ligt), zal akoestisch gesloten worden uitgevoerd. In de regels van dit bestemmingsplan is deze akoestisch gesloten wand ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 6.2.2). Daarnaast zullen de open zijden van de parkeergarage gedeeltelijk dichtgezet worden met een borstwering van maximaal 1,2 m hoogte. Daarmee wordt enerzijds het geluiduitstralend oppervlak gereduceerd met circa 40% en anderzijds wordt het directe geluid van het dichtslaan van autoportieren afgeschermd. De piekgeluidemissie zal door de afschermende werking van de borstwering circa 5 dB afnemen. Aanvullend zal de onderzijde van de vloeren van de parkeergarage voorzien worden van geluidsabsorberend materiaal, zoals houtwolcementplaten. Daarmee kan de equivalente geluidemissie afnemen met totaal 4 dB (2 dB ten gevolge van het 40% kleinere geluiduitstralende oppervlak en 2 dB ten gevolge van toevoeging van geluidsabsorberend materiaal). Ook met deze maatregelen is er nog sprake van overschrijding van de richtwaarden voor geluid in de avondperiode op de gevels aan de straatzijde. De overschrijding is voor het langtijdgemiddelde geluidniveau bij twee woningen 2 dB en voor het maximale geluidniveau bij drie woningen tot 7 dB.
Daarom is in de regels van dit plan de verplichting opgenomen om de gevel van de meest noordelijk gelegen woning aan de oostzijde van de garage aan de garagezijde te voorzien van een dove gevel (artikel 7.2.2). Zie onderstaande afbeelding (18a).
Afbeelding 18a: Benodigde verhoogde geluidwering gevels t.g.v. de parkeergarage en sportveld
17/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Maatregelen sportveld Rondom het sportveld zal een net worden aangebracht en er wordt een dempende ondergrond aangebracht. Op de gevels van twee woningen is er in de avond nog steeds een overschrijding van de richtwaarde voor het langtijdgemiddelde geluidniveau tot 6 dB. Het maximale geluidniveau is bij drie woningen tot 7 dB boven de richtwaarde (door stemgeluid; het balgeluid is 7 dB stiller). Bij bestaande woningen neemt het sportgeluid niet relevant toe omdat op dezelfde plek nu al een sportplein aanwezig is. Daar is het maximale stemgeluid (kortstondige pieken) in de avond maximaal 3 dB boven de richtwaarde.
Maatregelen bij woningen nabij parkeergarage en sportveld en verhoogde geluidwering gevels Om de maximale geluidniveaus (piekgeluidniveaus) in de avond- en nachtperiode ten gevolge van het gebruik van de parkeergarage en het sportveld te verminderen, is – naast de bovenstaande maatregelen – een maatregel gevonden in het realiseren van hoge afschermingen (7 m hoog) tussen woningen (zie afbeelding 18b). Hierdoor ontstaan op de 1e verdieping aan de achterzijde slaapkamergevels, waar het geluidniveau van sportveld en parkeergarage lager is dan de streefwaarden. Bovendien wordt hierdoor het geluidniveau in de achtertuinen aanzienlijk lager. Daarbij wordt wel geaccepteerd dat de geluidniveaus op de voorgevels van de woning die gericht zijn naar parkeergarage en sportveld niet verder gereduceerd kunnen worden. Omdat aan deze gevels geen buitenruimten gesitueerd zijn en doordat met gevelisolatie binnengeluidniveaus worden gerealiseerd die 5 dB lager zijn dan de gebruikelijke grenswaarde, zal sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. De geluidschermen zijn (net als de dove gevels) in de regels van dit bestemmingsplan als voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 7.2.2).
Afbeelding 18b: Ligging schermen (rood) en resulterende piekniveaus op drie hoogtes.
Maatregelen kerkgebouw Het kerkgebouw wordt gebruikt voor kerkdiensten overdag en in de avond voor bijeenkomsten en muziek/koorrepetities. Elektrisch versterkte muziek vanuit de kerk moet bij woninggevels voldoen aan geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. Zonder het treffen van maatregelen bedraagt de geluidbelasting tot 64 dB(A) op de gevels van de nieuwbouwwoningen. Dit betreft de
18
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
geluidbelasting op de voorgevels van de woningen tijdens muziekgeluid (waarbij sprake is van versterking middels een elektronisch orgel en/of geluidversterker) inclusief de toeslag van 10 dB voor mogelijk duidelijk herkenbaar muziekgeluid. Deze geluidbelasting is veel hoger dan de richtwaarde van 45 dB(A) en ook hoger dan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat ook de geluidbelasting op bestaande woningen hoger is dan de deze grenswaarde van 50 dB(A).
Afbeelding 18c: Geluidcontouren vóór het treffen van maatregelen
Om voor de nieuwe (en bestaande) woningen te kunnen voldoen aan de grenswaarde van 50 dB(A) op de voorgevel van de woningen, moeten de maatregelen getroffen worden zoals deze hieronder aangegeven zijn.
Maatregelen aan constructieve elementen
Maatregel 1: Het dichtzetten van de klapramen. Deze maatregel heeft effect op zowel de nieuwe woningen als op de bestaande woningen aan de Kasaidreef. Het openzetten van de ramen is noodzakelijk in verband met de ventilatiebehoefte. Na het dichtzetten zal ter compensatie mechanische ventilatie noodzakelijk zijn. Deze maatregel leidt bij de bestaande woningen tot een geluidbelasting van 50 dB(A). Bij de nieuwe woningen bedraagt de geluidbelasting dan maximaal 59 dB(A) op de voorgevel gericht naar de Kasaidreef en 55 dB(A) op de achtergevel (tuinzijde). De zijgevel met een geluidbelasting van 63 dB(A) wordt als Dove gevel uitgevoerd, zodat deze geen beoordeling behoeft. In de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan is deze dove gevel als verplichting opgenomen (artikel7.2.2).
Maatregel 2: isolatie van de onderzijde van het dak van de kerkzaal. De resterende maximale overschrijding op de voorgevel van 9 dB in de avondperiode en 6 dB in de dagperiode, kan worden geëlimineerd door het dak van het kerkgebouw (aan de onderzijde) te isoleren met geluidsabsorberend materiaal (steen- of glaswoldekens) op de gipskartonbeplating. De te verwachten verbetering van de geluidisolatie van het dak bedraagt circa 6 dB(A) overdag,
19/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
uitgaande van het spectrum tijdens muziek bij een kerkdienst. Bij het repeteren/oefenen van koren in de avondperiode zal de verbetering van de geluidisolatie circa 9 dB(A) zijn. Het effect van de isolatie is in de avond hoger dan overdag, omdat het geluid dan overwegend stemgeluid is met hogere tonen, die beter tegen te houden zijn met isolatie. Tijdens een kerkdienst (overdag) wordt er vaak versterkte muziek gebruikt met meer basgeluid, dat moeilijker tegen te houden is door isolatiemaatregelen. Met maatregel 2 kan dus voldaan worden aan de grenswaarde van 50 dB.
Maatregel 3: Isolatie van het dak van zaal 1 en de hal. Uit het onderzoek (tabel 5.3) blijkt dat ook de geluidbelasting vanuit zaal 1 en de hal verminderd moet worden. Uit een locatiebezoek aan de kerk is gebleken dat de geluidemissie vanuit zaal 1 verlaagd kan worden met ongeveer 6 dB(A), door het aanbrengen van zware steenwolisolatie in de spouw van het dak.
Wijziging ingang en lay-out kerkzaal In overleg met de Kerk is besloten om de lay-out van de kerk te wijzigen met de ingang naar de Kasaidreef conform onderstaande afbeelding, waarbij van belang is op te merken dat de uitbouw niet tegen de woning aangebouwd zal worden. De combinatie met het verplaatsen van de in/uitgang naar de Kasaidreef kan een gunstig effect op de geluidemissie opleveren. Door deze wijziging wordt direct aan de zijde van de woningen een stille 'bufferruimte' gerealiseerd en wordt het geluidafstralende deel van het dakvlak kleiner. Dit heeft echter geen effect op de hierbovengenoemde maatregelen. Deze blijven alle noodzakelijk om voor de bestaande en nieuwe woningen te kunnen voldoen aan de grenswaarde. Omdat zaal 1 wordt verplaatst naar de zuidzijde van het kerkgebouw en met een vouwwand gescheiden wordt van de ontmoetingsruimte van zaal 1, dient in deze situatie de zware steenwolisolatie van maatregel 3 over het gehele oppervlak van zowel zaal 1 als de ontmoetingsruimte te worden aangebracht. De huidige kunststof daklichten zijn dan nog een zwakke schakel voor wat betreft de geluidsisolatie van het dak. Hiervoor is maatregel 4 noodzakelijk: Maatregel 4: Onder de kunststof daklichten dient een (transparante) gesloten beplating te worden aangebracht. Afbeelding 18d Nieuwe lay-out kerkzaal
20
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
Maatwerkvoorschrift De bovenstaande maatregelen betreffen maatwerk en worden in samenwerking met de kerk verder uitgewerkt. De gemeente is voornemens om met het oog op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, deze maatregelen op te nemen in een maatwerkvoorschrift op basis van het Activiteitenbesluit. Dit maatwerkvoorschrift moet van kracht zijn voordat de woningen worden bewoond. Het maatwerkvoorschrift vervangt niet de wettelijke geluidgrenswaarde, maar geeft aan hoe hieraan kan worden voldaan. Het maatwerkvoorschrift geeft hiermee duidelijkheid voor alle betrokken partijen. Bij het opleggen van een maatwerkvoorschrift is van belang dat de maatregelen de exploitatie van de kerk niet onevenredig belemmeren, dat deze uitvoerbaar zijn en financieel haalbaar. Er heeft intensief overleg met de kerk plaatsgevonden over de noodzakelijke maatregelen. Daarbij zijn alleen de financieel haalbare en uitvoerbare maatregelen verder uitgewerkt.
5.10.4 Conclusie De beoogde woningen binnen het plangebied bevinden zich op een passende afstand tot bedrijven buiten het plangebied, die naar alle verwachting niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt, nu aan de richtafstanden van de VNG-brochure wordt voldaan. Daarnaast bevindt zich binnen het plangebied op korte afstand van de beoogde woningen een aantal andere functies, zoals een kerkgebouw, een open parkeergarage en een sportveld. Ten aanzien van deze functies zullen maatregelen worden getroffen om de invloed van geluid van deze functies te beperken. Door het nemen van deze maatregelen voor het sportveld, de parkeergarage en het kerkgebouw, wordt ervoor gezorgd dat ter plaatse van de bestaande en nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. De kerk voldoet daarnaast -als inrichting waarop het Activiteitenbesluit van toepassing is- ook aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. 2.2.4 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing Hieronder volgt een opsomming van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de onderbouwing van het bestemmingsplan, gelet op de aanpassing van de algemene regels naar de Utrechtse Leest. De tekst voor het nieuwe coalitieakkoord is aangepast en verder zijn er in de onderbouwing wijzigingen doorgevoerd m.b.t. stikstof.
2.2.4.1 Aanpassingen van de Algemene regels naar de Utrechtse Leest Paragraaf 1.2 Doelstellingen, tweede alinea over invoering Omgevingswet Paragraaf 1.5 Leeswijzer aangepast i.v.m. verwijdering Hoofdstuk 8 Paragraaf 2.3.10 Gemeentelijk archeologiebeleid en paragraaf 5.12 Archeologie en cultuurhistorie Toegevoegd paragraaf 7.2 Regeling bijbehorende bouwwerken (was geregeld in nieuwe juridische plantoelichting) Toegevoegd aan paragraaf 7.4 Nadere toelichting begripsomschrijvingen: Toelichting op de begripsbepaling ‘Aan-huis-verbonden bedrijf’. Toegevoegd paragraaf 7.5 Systematiek van de bestemming Wonen Toegevoegd artikelsgewijze toelichting algemene regels uit de Utrechtse Leest, paragraaf 7.6 Toegevoegd paragraaf 7.8 Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving Toegevoegd paragraaf 7.9 Lijst van Horeca-activiteiten Verwijderd hoofdstuk 8 Juridische plantoelichting Algemene regels Verwijderd bijlage 19: Leeswijzer voor bestemmingsplan Algemene regels Utrecht 2.2.4.2 Aanpassing van paragraaf 2.3.1 Coalitieakkoord
Huidige tekst 2.3.1
Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'
21/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: •
Plaats voor iedereen
Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. •
Gezonde groei voor iedereen
Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. •
De kracht van iedereen
Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen. Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen:
samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën;
we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie;
bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening;
één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw;
dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten.
Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Hierbij is het belangrijk om de groei van de stad en de daarmee gepaard gaande ruimtelijke ontwikkelingen te koppelen aan de energietransitie en daarvoor worden onder meer de volgende stappen genomen:
in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen;
alle nieuwbouwwoningen zijn aardgasvrij en minimaal energieneutraal. We nemen duidelijke duurzaamheidseisen op in tenders voor gebiedsontwikkelingen en stimuleren circulaire bouw;
(kleinschalige) initiatieven op het gebied van warmte-koudeopslag worden aangemoedigd.
Nieuwe tekst 2.3.1
Coalitieakkoord 'Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en
klimaat' Op 1 juni 2022 is het coalitieakkoord gepresenteerd. In het coalitieakkoord staat aan welke onderwerpen de coalitiepartijen GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie de komende jaren in Utrecht willen werken. In Utrecht wordt gebouwd, gewerkt en geleefd. Het gaat goed met veel inwoners. Maar er zijn ook Utrechters die moeite hebben mee te komen in de
22
Datum Rapport
oktober 2022 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht
maatschappij. De coalitiepartijen willen werken aan gelijke kansen, betaalbare woningen en het klimaat: −
De groeiende ongelijkheid in de stad De coalitiepartijen zetten een stap extra voor Utrechters die steun in de rug nodig hebben. De aandacht gaat vooral uit naar Utrechters bij wie het niet vanzelf goed gaat. Voor de doelen en maatregelen in het coalitieakkoord geldt het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Sociale en ruimtelijke vraagstukken gaan hier hand in hand: een prettige en veilige leefomgeving met voldoende voorzieningen, goed onderwijs, een stage of baan en (mentale) gezondheid zijn hierbij allemaal belangrijk.
De grote woningnood Met een sociaal volkshuisvestingsbeleid willen de coalitiepartijen ervoor zorgen dat mensen in onze stad kunnen blijven wonen of kunnen komen wonen. De coalitiepartijen vinden het belangrijk dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft. Groei is geen doel op zich, het moet duurzaam in balans zijn. Dat betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel rust als reuring. Het houdt ook in dat woningen duurzaam, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn. En het betekent ook dat er genoeg voorzieningen in de wijken zijn. Het grote tekort aan betaalbare woningen vergroot de ongelijkheid tussen mensen. Daarom grijpen de coalitiepartijen in bij grote ongelijkheid op de woningmarkt. Ook hier is extra aandacht voor groepen die niet automatisch de ruimte krijgen, zoals mensen met lage inkomens, studenten, daklozen, starters en ouderen.
De klimaatcrisis De coalitiepartijen kiezen voor stevige maatregelen om een bijdrage te leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. De coalitiepartijen benutten alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie binnen de Utrechtse gemeentegrenzen en gaan met bewoners en ondernemers ambitieus aan de slag met energiebesparing. Nieuwbouw is energiezuinig en klimaatadaptief en de coalitiepartijen gaan actief aan de slag met geothermie en aquathermie. De coalitiepartijen blijven investeren in lopen, fietsen, openbaar vervoer en elektrisch rijden om de brandstofmotor uit de stad te laten verdwijnen en om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde klimaataanpak. De coalitiepartijen geven groen in de stad een flinke impuls en maken de openbare ruimte zoveel mogelijk publiek toegankelijk. Rond de stad creëren de coalitiepartijen natuur en landschap van groter formaat met een combinatie van natuur, recreatie en energieproductie.
Naast deze 3 grote opdrachten zien de coalitiepartijen ook veel kansen voor Utrecht. Utrecht is een (veer)krachtige stad. Kennisinstituten, bedrijven en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met gezondheid voegen zich samen in onze stad en regio. Dit past heel goed bij het doel dat de gemeente Utrecht al jaren heeft: gezond stedelijk leven voor iedereen mogelijk maken. Samenwerking met (maatschappelijke) partners op het thema gezondheid is één van de manieren om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken.
2.2.4.3 Aanpassing Paragraaf 5.9.3 en 5.9.4 over stikstofdepositie:
Huidige tekst:
5.9.2
Wettelijk kader
23/43
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming (verder genoemd Wnb) in werking getreden. De Wnb biedt de juridische basis voor de vergunningverlening met betrekking tot te beschermen natuurgebieden. In het kader van een toets aan de Wnb wordt bepaald of bedrijfsactiviteiten (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Hiertoe dienen de mogelijke effecten op soorten, habitats van soorten en op habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen in beeld te worden gebracht. Vanwege emissies van luchtverontreinigende stoffen is de storende factor 'vermesting' en 'verzuring' mogelijk relevant. Vermesting is de 'verrijking' van ecosystemen met met name stikstof en fosfaat, verzuring van bodem of water is een gevolg van de emissie van vervuilende gassen. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Diverse habitattypen in de Natura 2000-gebieden zijn gevoelig tot zeer gevoelig voor vermesting en verzuring. De gevoeligheid wordt uitgedrukt in een kritische depositiewaarde (KDW) per habitattype.
Deze kritische depositiewaarde is de grens waarboven de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast als gevolg van verzurende en/of vermestende invloed van de atmosferische stikstofdepositie (N-depositie). Voor de toetsing van de mogelijke effecten dient de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden vanwege de voorgenomen activiteiten dus gekwantificeerd te worden. Vanaf 1 juli 2015 werd dit gedaan met de Programma Aanpak Stikstof (PAS). Met de invoering van het PAS was een vrijstelling van de vergunningplicht geïntroduceerd, in combinatie met een meldingsplicht. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitgesproken dat het PAS niet langer als toestemmingsbasis voor activiteiten mag worden gebruikt. In december 2019 zijn provinciale beleidsregels in werking getreden met voorwaarden voor het verlenen van vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. De voorschriften voor de mogelijkheid tot intern en extern salderen zijn vastgelegd. Momenteel geldt bij alle activiteiten met een kans op een (significant) negatief effect, een vergunningplicht in het kader van de Wnb. Vanaf 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze wet voorziet onder meer in een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor activiteiten in de bouwsector.
Hiermee is voor het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk geen sprake meer van een vergunningplicht. De vrijstelling omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Deze gedeeltelijke vrijstelling maakt het gemakkelijker om bestemmingsplannen vast te stellen, die dienen om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken. De stikstof emissies voor wat betreft de bouwfase kunnen bij nieuwe bestemmingsplannen dan buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is het stikstofregistratiesysteem per 24 maart 2020 in het leven geroepen. Hiermee wordt een deel van de stikstofruimte die vrijkomt door nieuwe maatregelen die de stikstofneerslag verminderen, ingezet voor urgente ontwikkelingen. Dit betreft woningbouw en een aantal grote infrastructurele projecten (MIRT projecten). Het registratiesysteem zorgt ervoor dat per Natura 2000-gebied in beeld komt, welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening. De stikstofruimte wordt voor woningbouwprojecten gereserveerd op volgorde van binnenkomst van vergunningaanvragen. Aangezien de beoogde ontwikkeling woningbouw betreft, kan mogelijk gebruik worden gemaakt van het stikstofregistratiesysteem. 5.9.3