CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STVV Stedenbouwkundig Plan Beurskwartier (na ROG).pdf

Gemeenteraad 22 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Plan Beurskwartier17.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eigenaarschap

Variatie in korrelgrootte en een ruim aanbod aan kleine panden zorgt voor veel eigenaren in het gebied. Mensen die zich het gebied kunnen toe-eigenen, gebruiken, willen investeren en hiermee bijdragen aan de leefkwaliteit en een vitale en inclusieve stad. Om een maximale mix van bewoners te bereiken, wordt ingezet op een grote variatie aan partijen die ontwikkelen zoals grote en kleine ontwikkelaars, woningcorporaties, woon-coöperaties, collectieven en individuen. Zelf bouwen in Beurskwartier kan op kleine schaal (particulier opdrachtgeverschap, PO) op kavels aan de Beursstraat. Of je ontwerpt en bouwt samen met anderen je eigen kleinschalige appartementengebouw, met woningen die helemaal zijn afgestemd op ieders wensen (collectief particulier opdrachtgeverschap, CPO). Dit zijn vooral de middelgrote gebouwen langs de parken.

Bijzondere doelgroepen In Beurskwartier komt er ruimte voor speciale/ kwetsbare doelgroepen waarbij sociale binding en eigenaarschap voorop staan, zoals woongroepen en combinaties van begeleid en regulier wonen. Dit zal onder andere zijn plek vinden in het sociale huur segment. In Beurskwartier kun je met een gerust hart oud worden. Er komt ruimte voor vitale senioren en zorgbehoevenden. Waar mogelijk ook in één gebouw zodat zorg altijd nabij is. Een mooi voorbeeld is het Thuishuis dat een leef- en woonklimaat biedt voor alleenstaande ouderen die niet alleen willen wonen. Het is een kleinschalige zelfstandige woonvorm voor ouderen waarbij zelf- en samenredzaamheid centraal staan en wordt ‘gerund’ door betrokken vrijwilligers met ondersteuning van professionele zorg- en dienstverleners.

Juist Beurskwartier leent zich uitstekend voor ontwikkeling van wooncoöperaties. Een kleinere of grotere coöperatie van bewoners kan hier zijn eigen woongebouw ontwikkelen en bewust kiezen voor het delen van het gebouw met anderen.

▲ Verschillende woningtypen en -groottes binnen ieder bouwblok.

55

▲ Alle voorzieningen die je regelmatig nodig hebt en meer vind je in Beurskwartier.

56

Voorzieningen

Wonen en een diversiteit aan andere functies zorgen voor levendigheid overdag, ‘s avonds en soms ‘s nachts. Dat draagt bij aan een prettige en sociaalveilige openbare ruimte waar het aangenaam verblijven is op alle tijden. De Jaarbeursboulevard is de hoog-dynamische as van Beurskwartier. Naast de al aanwezige bioscoop komt PlayLab in Wonderwoods en vinden we hier straks een concentratie van voorzieningen zoals horeca- en leisurefuncties (bijvoorbeeld een sportschool, een yogastudio, etc.). Daarmee wordt het stedelijke en dynamische karakter nog verder versterkt en wordt Beurskwartier ook een aantrekkelijke bestemming voor andere Utrechters of bezoekers van buiten de stad. In Beurskwartier komen voorzieningen voor de buurt: een supermarkt, basisschool, gezondheidscentrum. Deze functies vind je met name aan de Beursstraat en Croeselaan. Op vrijwel elke straathoek komt een café, lunchtentje, werkruimte of dienstverlening, eventueel gecombineerd met kleinschalige (lokale) detailhandel.

Detailhandel Op de hoek Van Zijstweg-Croeselaan is ruimte voor een kleine stadssupermarkt. Hierbij wordt gericht op een supermarkt die past bij de duurzame en gezonde missie voor het gebied. Denk bijvoorbeeld aan een verpakkingsvrije supermarkt. Voorzieningen hiervoor, zoals parkeren van winkelwagens worden, gerealiseerd binnen het bouw-blok. Klanten voor de supermarkt kunnen hun fiets stallen in de openbare fietsenstalling in hetzelfde bouwblok. Dit vraagt om een goede verbinding tussen stalling en winkel. Daarnaast is er elders in Beurskwartier nog ruimte voor detailhandel met dagelijks en niet-dagelijks aanbod. Interessant zijn ook mengvormen tussen detailhandel en horeca zoals een bakker met terras of een boekwinkel annex koffiebar. Dat zorgt voor een verrassend en eigen aanbod voor Beurskwartier.

Basisschool De basisschool wordt gecombineerd met een gymzaal, kinderdagopvang, een inpandige fietsenstalling en buiten(speel)ruimte. Deze school komt centraal in Beurskwartier aan de Beursstraat Zuiden is daardoor ook goed bereikbaar per fiets vanuit de omliggende wijken. Het programma wordt compact ingepast als onderdeel van het bouwblok door gebouwen en buiten(speel)ruimte te stapelen en woningen boven de school te realiseren. Zowel de gymzaal als het schoolplein krijgen tevens een functie voor de buurt en kunnen ontmoeting in de wijk stimuleren. Bij het ontwerp van de school zal rekening worden gehouden met enige groei van de school binnen het bouwvlak. Gezondheidscentrum Een gezondheidscentrum met apotheek is voorzien aan de Croeselaan, goed zichtbaar en bereikbaar ook vanuit de omgeving van Beurskwartier. Een fysiotherapeut of sportschool (onder hetzelfde dak of dichtbij) zijn hier ook goed denkbaar. De entree en apotheek bevinden zich op de begane grond, behandelkamers op de etages. ▲ Een mix van functies in elk bouwblok.

57

▲ Diversiteit aan werkplekken.

58

Werken

Kantoren

Creatieve bedrijvigheid/ broedplaatsen Creatieve bedrijvigheid krijgt een prominente plek in Beurskwartier; een voedingsbodem voor divers stedelijk leven. Kleine lokale en creatieve ondernemers kunnen een unieke kwaliteit geven aan Beurskwartier omdat zij binding hebben met de plek en deze ook identiteit kunnen geven. In Beurskwartier kunnen casco werkruimten de vrijheid bieden die past bij wat makers nodig hebben. Een ‘wit vel’, een plek die kleur kan krijgen, kan gaan bruisen en bloeien.

Kantoren in Beurskwartier bestemmen we niet voor één groot bedrijf, maar huisvesten meerdere bedrijven en ondernemingen zodat er interactie en kruisbestuiving kan plaatsvinden. Het grootste werkcluster komt tussen De Volksbank en het Galaxyhotel in bouwblok 1A, goed bereikbaar en zichtbaar tussen het Oranjepark en het Jaarbeursplein. Dit wordt een bedrijfsverzamelgebouw voor meerdere gebruikers. Op de begane grond komen publieksgerichte functies zoals een restaurant (tevens bedrijfsrestaurant) of expositieruimte. Zo draagt het bij aan dynamiek en levendigheid in de wijk.

Succesvolle centrumgebieden hebben een mix van wonen, werken en voorzieningen. Daarnaast zijn kunst, cultuur en plekken voor ‘makers’ essentieel voor het creëren van een eigen identiteit. Een centrumgebied dat inspireert, gericht is op ontmoeting en uitnodigt tot gesprek.

Deze werkruimtes of aterlierruimtes komen in ieder geval in de bestaande panden aan de Croeselaan en misschien ook in andere plinten in het gebied. Het worden dynamische en creatieve plekken waar ‘makers’ in bijvoorbeeld productontwerp of de culturele sector hun plek kunnen vinden. De ruimtes hebben verschillende maten van groot tot klein en krijgen een flexibele indeling. Zo kunnen ze allerlei vormen van creatieve bedrijven huisvesten. Op de begane grond dragen de bedrijven hun creativiteit uit door middel van ateliers, eventueel in combinatie met horeca of dienstverlening. Behalve in een permanente vorm zullen ook al vanaf het begin van planrealisatie aan de randen van het gebied, tussen Beurskwartier en Jaarbeurs, tijdelijke ruimten worden gecreëerd voor creatieve bedrijvigheid. Deze ruimten vormen de afscheiding naar Jaarbeurs en zullen tevens fungeren als akoestiek buffer. De inzet van deze tijdelijke ruimten biedt de mogelijkheid om al vanaf de start wonen en werken op een aantrekkelijke wijze te integreren in het gebied.

Nieuwe kantoorlocaties en werkplekken in Beurskwartier leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het Stationsgebied tot een gemengd centrummilieu. Naast ‘reguliere kantoorruimte’ wordt er ingezet op mengvormen van verschillende werkplekken zoals atelierruimtes, onderzoeksruimtes/labs en co-workspaces.

Op verschillende andere locaties in Beurskwartier komen kleinschaliger kantoorgebouwen. Deze zijn bij uitstek geschikt voor kleine (startende) bedrijven en co-working. Ook hier wordt het werkprogramma gecombineerd met publieksgerichte functies op de begane grond.

Hybride wonen en werken De tussenstraten lenen zich goed voor een mengvorm van wonen en werken met werkruimtes aan de straat en wonen erboven. Eventueel eenzijdig georiënteerd. De werkruimtes op de begane grond zijn extra hoog waardoor ze voldoende daglicht binnen krijgen en geschikt zijn voor uiteenlopende functies zoals atelier, werkplaats of kantoor aan huis. Door een flexibele indeling zijn ze in de loop van de tijd gemakkelijk geschikt te maken voor ander gebruik.

59

▲ Je dagelijkse route De weg die je aflegt vanaf de straat naar je eigen voordeur verbindt alle functies die je dagelijks nodig hebt op een prettige manier. Bij de fietsenstalling in de minihub kom je als het ware al thuis. Hier pik je ook je pakketje op en maak je een praatje met de huismeester die net een bezorger de weg heeft gewezen. Met de fiets aan de hand loop je door naar de fietsenstalling en vervolgens met trap of lift naar de binnenhof. Door de groene hof loop je naar de ‘voordeur’ van je eigen gebouw.

60

Leefkwaliteit

Beurskwartier is een nieuwe stedelijke plek waar je je thuis voelt. Het ontleent zijn identiteit aan een zo groot mogelijke mix van functies én van mensen. Want daarom voelt het als deel van het centrum. Een gebied voor jong en oud, voor alleenstaanden en voor gezinnen en voor mensen met verschillende opleidingsniveaus.

Delen en communityvorming Voor mensen die wonen en werken in Beurskwartier is het delen van ruimte en spullen vanzelfsprekend en het is op een comfortabele laagdrempelige manier georganiseerd. Delen bespaart ruimte en grondstoffen. Er zijn bijvoorbeeld gedeelde daktuinen, een gezamenlijke pakketmuur, een collectieve fietsenstalling en deelvoertuigen. Daarnaast worden ontwikkelende partijen aangemoedigd gedeelde ruimtes te maken zoals bijvoorbeeld een wasserette, logeerkamer, huiskamer, kluskelder of gedeelde werkplek. De ontwikkelende partijen worden uitgedaagd om met inspirerende voorstellen te komen die zich richten op het delen op verschillende schaal: binnen een ontwikkeling, binnen het blok of binnen de wijk.

Ontmoeten

Voldoende en gevarieerde plekken waar je de mogelijkheid hebt om elkaar te ontmoeten voorkomt te veel anonimiteit in een hoogstedelijke omgeving. Gebouwen en openbare ruimte worden zo gemaakt dat de mensen die er leven worden uitgenodigd om elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan. De overgang van gebouw naar straat is met aandacht vormgegeven: in de zon in de straat is plek voor een bankje. Nooit ga je vanuit je deelauto in één keer met de lift naar de 21ste verdieping, altijd via de collectieve binnenhof, als tussenstop. Er is nagedacht hoe mensen hun fiets weg zetten, waar ze hun afval laten, en waar ze ondertussen een praatje kunnen maken met de buurvrouw. De huismeester houdt een oogje in het zeil vanuit een centrale plek in de minihub. Hij ziet bijna iedereen voorbijkomen, al was het maar voor het afhalen van een pakje. Hij kent bijna het hele blok. Hij kan zelfs hier en daar een handje helpen. Hij is het sociale cement. ▲ Gedeelde ruimtes en voorzieningen zijn gemeengoed, zoals deelmobiliteit, een collectief dakterras of een wasruimte.

61

62

6. Duurzaam en innovatief Circulair

Toevoegen van een gemengde hoogstedelijke wijk in het hartje van de stad is een ultiem duurzame keuze. Met de dichtheid van dit Stedenbouwkundig Plan worden ongeveer tien keer zoveel woningen en werkplekken gebouwd als op hetzelfde oppervlak in het landschappelijk waardevolle buitengebied. De mensen die gaan wonen en werken in Beurskwartier hebben alles binnen handbereik. Op loop- en fietsafstand zijn veel voorzieningen te bereiken. En voor het reizen naar afstandslocaties biedt Utrecht Centraal de perfecte mogelijkheid. Beurskwartier leidt daarmee tot een minimum aan extra verkeersbewegingen. Dit zet de deur open voor een unieke typologie: niet alleen hoogstedelijk met een hoge dichtheid, maar ook groen en gezond. Doordacht waar het gaat om het verwarmen van de gebouwen en het opwekken van elektriciteit. Ingericht met oog voor het veranderende klimaat. Met de zoektocht naar een circulaire economie als sturend basisprincipe.

Een wijk met een lange levensduur Beurskwartier moet een wijk worden die populair blíjft. Aan de stedenbouwkundige opzet van de bouwblokken is veel zorg besteed. De bedoeling is dat Beurskwartier een wijk wordt die slim in elkaar zit. Die veel leefkwaliteit biedt. Waar groen de boventoon voert. Waar de woningen prettig zijn en waar mensen graag willen (blijven) wonen en graag komen werken. Waar gebouwen staan die lang meegaan. Gebouwen die over 100 jaar niet worden gesloopt maar eenvoudig zijn aan te passen aan de veranderde behoefte van de tijd. Deze gebouwen zijn goed ontworpen, bieden een verstandige overmaat, en hebben een rijke, tijdloze architectuur. Zo vertalen we op het hoogste schaalniveau de wens van de stad en de samenleving om zuinig om te gaan met onze schaarse grondstoffen: ontwerp gebouwen voor een lang en veranderend gebruik.

◄ Impressie. Ultiem duurzaam is de keuze om te bouwen in hoge dichtheid in Beurskwartier.

Demontabele inbouw

Waar de casco’s van de gebouwen ontworpen moeten zijn voor de eeuwigheid, geldt voor de inbouw van de gebouwen juist dat ze makkelijk kunnen worden vervangen. Deze verandert immers elke 8 tot 15 jaar. Zuinig met grondstoffen betekent voor de inbouw dat alle onderdelen simpel te demonteren moeten zijn. Zodanig dat die onderdelen niet hoeven worden weggegooid maar op een andere plek opnieuw kunnen worden gebruikt. Dit betekent ook dat de daar toegepaste materialen geschikt moeten zijn om hoogwaardig hergebruikt te worden. Waar passend worden innovatieve hernieuwbare materialen toegepast om uitputting van eindige grondstoffen tegen te gaan.

Bestaande woningen worden zoveel mogelijk ingepast De behoefte om het bestaande zoveel als mogelijk te sparen heeft aan de basis gelegen van dit Stedenbouwkundig Plan. De bestaande bebouwing aan de Croeselaan blijft daarom voor een deel bewaard en wordt onderdeel van Beurskwartier. Niet in de huidige vorm van boven-beneden woningen maar, na een ingrijpende transformatie, als onderdeel van de nieuwe stedelijke bouwblokken. Zo wordt het fijnmazige rijtje opgenomen in de veel grotere en hogere bouwblokken. De huidige woonfunctie kan in de nieuwe complexe situatie niet worden behouden. Het bestaande krijgt een nieuwe functie, bijvoorbeeld als entree naar achtergelegen hoogbouw of als ruimten voor creatieve bedrijvigheid. Het ontwerp en de bouw van deze inpassing is ingewikkeld maar de moeite waard. Het roept op tot nieuwe ontwerpwijzen en bouwmethodieken. Uiteindelijk blijft hiermee een belangrijke historische laag in de tijd voor het gebied behouden. Het horecapaviljoen ‘De Korenbeurs’, het oudste gebouw in Beurskwartier, wordt behouden als parkpaviljoen en staat straks prominent in het Croesepark.

63

▲ Vogelvluchtschets van Beurskwartier: onderdeel van het centrum, verbonden met de stad.

64

Materiaal dat vrijkomt Een deel van de bestaande bebouwing aan de Croeselaan wordt, om het Croesepark te kunnen maken, gesloopt. Ook de Oranjehal één van de jaarbeurshallen - staat in het plangebied en gaat weg. Bestaande verharding in Beurskwartier wordt weggehaald. Dit zal gedurende het planproces aan de orde zijn, niet meteen alles bij start bouw, soms pas in een latere fase. Materialen die vrijkomen zullen zoveel mogelijk hoogwaardig in het gebied zelf ingezet worden of elders worden hergebruikt. In een vroeg stadium zal een inventarisatie van beschikbare materialen worden gemaakt. Ontwikkelende partijen zullen worden geprikkeld om elementen die vrijkomen in het gebied te benutten in de nieuwbouw. Denk bijvoorbeeld aan hergebruik van de metalen liggers uit de Oranjehal. Andere materialen kunnen op de markt van tweedehands bouwmaterialen worden aangeboden en elders ingezet worden.

Circulair als beoordelingspunt bij tenders Alleen door de ecologische footprint van de ontwikkeling te beperken is bij de geplande hoge bebouwingsdichtheid een duurzame en gezonde wijk te realiseren. De transitie naar een circulaire economie staat nog aan het begin. Er moet veel worden doorgedacht, geëxperimenteerd en geleerd. Utrecht wil in 2050 als stad volledig circulair zijn en in 2030 halverwege. Beurskwartier is één van de grote ontwikkelingen waar Utrecht vanwege de grote impact heeft gekozen om extra inspanning te doen op het gebied van circulariteit. Dat wil zeggen dat de gemeente gaat inspireren en meedenken. Met ontwikkelaars, met bouwers en met eigenaars. Omdat we alle bouwblokken in het gebied als gemeente gaan uitgeven zal bij elke uitgifte onze vraagstelling voor circulair bouwen worden aangescherpt, passend binnen de context van die uitgifte en het transitieproces naar een circulaire bouweconomie.

▲ Bouwen in hout: duurzaam en circulair.

65

▲ Zonnepanelen ontworpen als onderdeel van het architectuurbeeld.

66

▲ Zonnepanelen op de hoogste daken, en maximaal 30% van de lagere daken.

Energie

Via het Utrechts Energie Protocol geven we in Utrecht vorm aan het realiseren van klimaatneutrale bebouwing. Voor Beurskwartier wordt gestreefd naar een zo hoogwaardig mogelijke invulling van het Utrechts Energieprotocol. Daarbij wordt ingezet op: • het minimaliseren van de energievraag door energiezuinig te bouwen en efficiënte installaties toe te passen; • het benutten van zoveel mogelijk lokale hernieuwbare bronnen voor warmte- en koude; • het op jaarbasis voorzien in eigen gebruik via hernieuwbare opwekking, ook buiten de kavel.

Warmte en koude Om de gebouwen in Beurskwartier te verwarmen en te koelen zal gebruik worden gemaakt van collectieve warmte-koude-opslag (w.k.o.) in combinatie met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Dit systeem wordt het Duurzaam Collectief Warmte Koude systeem Beursgebied genoemd en is niet alleen voor Beurskwartier, maar voor meerder ontwikkelingen in de directe omgeving. Voor het Duurzaam Collectief Warmte Koude systeem Beursgebied wordt grondwater uit het eerste en/of tweede watervoerende pakket benut. Het tweede watervoerend pakket biedt voldoende mogelijkheden om zowel Beurskwartier als de voorziene ontwikkelingen in het omliggende gebied volledig van warmte en koeling te voorzien. Er wordt gemonitord of dit op een verantwoorde en veilige manier kan. Mocht gebruik van het tweede watervoerende pakket toch ongewenst blijken, dan is stadsverwarming een terugvaloptie.

Elektriciteit In Beurskwartier wordt elektriciteit opgewekt door het benutten van zonne-energie en bij de hoogbouw wellicht ook van windenergie. Ontwikkelende partijen zijn vrij om te kiezen welke technieken zij toepassen.

functie voor groen en ontmoeting. Opwekking van energie is op de lagere daken altijd ondergeschikt aan groen: maximaal een derde van al deze lagere daken kan voor energieopwekking worden ingezet. De lage daken worden alleen benut voor energieopwekking wanneer onvoldoende energie kan worden opgewekt op hogere daken en gevels om te voldoen aan de BENG-normen. Daken op gebouwen van 45 meter hoog en van de torens kunnen geheel voor energieopwekking worden benut. Zonnepanelen kunnen in en op delen van gevels boven 25 meter hoogte worden toegepast. Belangrijk is dat deze onderdeel zijn van het architectonisch concept van het gebouw, ze een beperkte oppervlakte van de gevel beslaan en aansluiten bij de beeldkwaliteitseisen. Met de huidige stand van de techniek is het waarschijnlijk niet mogelijk om de volledige vraag naar elektriciteit in Beurskwartier zelf op te wekken. In dat geval dient dit - conform het Utrechts Energie Protocol - gecompenseerd te worden door elders hernieuwbare opgewekte energie te realiseren.

Architectuur Inpassing van zonnepanelen en andere technische installaties moet voldoen aan het Beeldkwaliteitsplan Beurskwartier. Ook de onderdelen van het w.k.o. systeem zoals TEO-installaties (thermische energie uit oppervlaktewater) en luchtwarmtepompen voldoen aan het Beeldkwaliteitsplan. Hierin staan de eisen aan de architectonische uitstraling van gevels en daken. Dat wil zeggen dat installaties worden ingepast zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van gebouwen en openbare ruimte. Dus zonder geluidsoverlast en zonder dat plaatsing van dergelijke installaties ten koste gaat van groen. Ook plaatsing van techniek in plinten wordt vermeden.

Alle lagere daken (12 en 25 meter hoog) zijn zo veel mogelijk groen. Tot en met 25 meter hoogte (8 bouwlagen) zijn de gevels nadrukkelijk onderdeel van het straatbeeld en hebben daken een belangrijke

67

Het systeem van waterberging en waterafvoer, in de bouwblokken en in de openbare ruimte. Het watersysteem is erop gericht hemelwater zo veel als mogelijk op te vangen en vast te houden in Beurskwartier. • Regenwater wordt geborgen in de bouwblokken en benut op daken en in de hof. • Regenwater in de openbare ruimte stroomt bovengronds naar groenstroken in de straten en naar de regentuinen. • In de Beursstraat en in de parken zijn grote regentuinen. • Overtollig regenwater wordt ondergronds via HWA-riolen afgevoerd. • In extreme situaties wordt regenwater afgevoerd naar de Veilinghaven.

▲ Het watersysteem is erop gericht hemelwater zo veel als mogelijk op te vangen en vast te houden in Beurskwartier zelf.

68

Klimaatadaptief

In Beurskwartier wordt het regenwater opgevangen en ter plaatse geïnfiltreerd. De gebouwen en buitenruimte van Beurskwartier zijn bestand tegen het veranderende klimaat waarbij we te maken krijgen met enerzijds meer piekbuien en anderzijds droge hete periodes. Om dit te realiseren bestaat de buitenruimte in Beurskwartier zo min mogelijk uit verharding en zo veel mogelijk uit groen, zowel in en op de bouwblokken als in de openbare ruimte. Daarnaast wordt zuinig omgegaan met regenwater; het wordt zoveel mogelijk lokaal hergebruikt of geïnfiltreerd in de bodem. De parken en groenstroken liggen iets verlaagd om water te kunnen bergen. Aan de westrand van de parken en in de Beursstraat Noord liggen grote regentuinen. Dit zijn groenstroken die enigszins verdiept liggen ten opzichte van de straat. Hier kan overtollig water van de zijstraten over de bestrating naar toe wordt gevoerd door gebruik te maken van het natuurlijk hoogteverloop in het gebied.

▲ Verkoeling onder de bomen.

De openbare ruimte en het hemelwatersysteem kunnen buien met een intensiteit tot en met 80 mm in één uur (kans 1 keer per 100 jaar) verwerken, zonder dat schade optreedt aan gebouwen en vitale infrastructuur. In de openbare ruimte en in de bouwblokken (op daken en in hoven) wordt daarvan 45 mm hemelwater opgevangen. De overige 35 mm wordt opgevangen in hemelwaterriolen. Wanneer meer dan 80 mm regen valt in één uur staat water op straat en is er afvoer via hemelwaterriolen in de openbare ruimte naar het oppervlaktewater in de Veilinghaven. Bomen spelen een belangrijke rol bij het klimaatadaptief maken van de stad. Ze kunnen veel water opvangen en opnemen in natte perioden en zorgen voor koeling door verdamping. Ook bieden bomen schaduw in hete zomers. In Beurskwartier komen er bomen in alle straten, parken en hoven. De bomen krijgen de juiste groeicondities zodat ze tot volle wasdom kunnen komen. Ook de bebouwing zorgt voor voldoende schaduw, zodat het ook op hete dagen, aangenaam lopen of verblijven is in Beurskwartier en hittestress wordt voorkomen.

▲ Een regentuin houdt water vast en voert overtollig water af.

69

▲ Hoofdopzet: Vuilwaterriolering rond de blokken, hemelwaterriolering aan twee zijden van de blokken en binnenin de blokken.

70

▲ Hoofdopzet tracés voor nutsleidingen.

Kabels en leidingen

Het ontwerp van kabels, leidingen en technische installaties voor nutsvoorzieningen in zowel gebouwen als openbare ruimte vraagt om innovatie. Dit is vanwege het hoogstedelijke karakter van de wijk en de ambitie een wijk te maken met robuust groen met grote bomen. Als benodigde kabels en leidingen rondom de bouwblokken worden gelegd, zoals gebruikelijk, betekent dit dat er rondom de bouwblokken geen ruimte is voor het planten van bomen. Daarom wordt in dit Stedenbouwkundig Plan voorgesteld om zones te reserveren voor ondergrondse infrastructuur in zowel de openbare ruimte als in de bouwblokken. De uitwerking hiervan vindt plaats in samenspraak met nutsbedrijven en vraagt om nieuwe werkwijzen. Om ook in de beheerfase de kwaliteit van groen en toekomstvastheid van de nutsvoorzieningen te borgen, is het nodig om nadere afspraken te maken met de eigenaren en beheerders van kabels en leidingen.

Groenzones naast kabeltracés In dit Stedenbouwkundig Plan is vastgelegd waar ruimte komt voor groen en bomen en waar ruimte beschikbaar wordt gesteld voor de ondergrondse infrastructuur. Er is een hoofdtracé bepaald waarin alle nutsvoorzieningen worden gebundeld. Vanaf dit tracé komt het merendeel van de kabels en leidingen (zoals drinkwater, data, elektra en warmte-koude-opslag (w.k.o.)) elk bouwblok binnen in de minihub. In de minihub zijn technische ruimten aanwezig op de begane grond (bijvoorbeeld voor elektriciteit) en in de kelder (bijvoorbeeld voor w.k.o.). Vanuit de minihub worden de nutsvoorzieningen gedistri-bueerd over de individuele gebouwen van het bouwblok. Daarvoor is één tracé aan de achterzijde van de gebouwen. Dit geldt niet voor het vuilwaterriool (v.w.a.). Het v.w.a. ligt rondom alle bouwblokken in de openbare ruimte. Het hemelwaterriool (h.w.a.) ligt in principe ook niet in de hoven, maar aan twee zijden van de blokken. Door concentratie van de technische voorzieningen voor het gehele bouwblok in de minihub zijn deze goed bereikbaar voor onderhoud en wordt tegelijkertijd voorkomen dat aan alle zijden van het bouwblok veel van de plintruimte wordt ingenomen door technische installaties. Door de verdeling van de kabels en leidingen over de openbare ruimte en de bouwblokken ontstaat voldoende ruimte voor bomen in zowel straten als binnenhoven.

In dit Stedenbouwkundig Plan is uitgangspunt dat kabeltracés met een breedte van circa 2,5 meter nodig zijn voor een hwa- en vwariool en van circa 3,6 meter voor nutsleidingen, inclusief w.k.o.. Met dergelijke tracés is het haalbaar om de groenambities voor Beurskwartier waar te maken én te voldoen aan technische eisen. Als in de toekomst meer ruimte nodig is voor nutsvoorzieningen dan nu wordt voorzien, dan zal er naar maatwerk-oplossingen moeten worden gezocht om nutsvoorzieningen en groen te combineren. Dat kan bijvoorbeeld door plaatselijk wortelschermen of een ondergrondse kabelgoot toe te passen.

Putten en kastjes optimaal ingepast Putten voor w.k.o. of andere installaties worden in de openbare ruimte in de verharding, en dus niet in groenvakken, opgenomen. Ook andere technische voorzieningen die bereikbaar moeten zijn met zwaar verkeer worden opgenomen in de verharding of binnen de rooilijnen van de bouwblokken. Er worden geen losse kastjes in de openbare ruimte geplaatst.

▲ Kabel- en leidingtracés in de tussenstraat (links, 3 meter) en in de binnenhof (rechts, 3,5 meter). Minimale afstand tot boom 2 meter.

71

Gierzwaluw

Huismus

Zangvogel

Vleermuis

Egel

Vlinder

▲ Natuurinclusief bouwen: de Beurskwartierbiotoop biedt ruimte aan planten en dieren en wordt een aangename groene omgeving voor mensen.

72

Bij

7. Groen domein Beurskwartierbiotoop

Met twee parken, de groene straten en groen op en aan gebouwen wordt Beurskwartier een zeer groene wijk. Bewoners en bezoekers kunnen genieten van een groen uitzicht en de wisseling van de seizoenen beleven. De groene buitenruimte is geschikt voor verschillende soorten gebruik: kleine kinderen kunnen dichtbij huis spelen in het groen. Iets grotere kinderen in de parken. Je kunt een boek lezen onder een boom of lunchen met collega’s in het park. Het groen in Beurskwartier draagt ook bij aan klimaatadaptiviteit en aan de stedelijke biodiversiteit met een veelheid aan insecten, vogels en kleine zoogdieren.

Natuurinclusief en diervriendelijk bouwen Op, aan en in de gebouwen worden voor planten en dieren gunstige omstandigheden gecreëerd voor het vinden van vestigingsruimte, voedsel en veiligheid. Dat kan bijvoorbeeld met nestkasten, holtes, gaatjes en door de materiaalkeuze voor bijvoorbeeld hout of kalkrijke mortel in de muren. In stenige straten worden klimplanten ingezet als onderdeel van de architectuur. Ook het groen op setbacks en daken heeft natuurwaarden, onder meer door te voorzien in rustige plekken met dekking en voedsel. Het groen op en aan gebouwen en op maaiveld is zoveel mogelijk met elkaar verbonden.

In Beurskwartier faciliteren we de doelsoorten: egel, huismus, zangvogel, vlinder, wilde bij, gierzwaluw en vleermuis. Diervriendelijk bouwen vergroot de ecologische waarde van de Beurskwartierbiotoop en vergroot de belevingswaarde van de leefomgeving. Het groen in Beurskwartier is goed verbonden met de groenstructuren in de omgeving, zodat het een robuust netwerk vormt. De ecologische hoofdstructuur van Beurskwartier bestaat uit de twee parken met de verbindende Parkstraat. Dit is de hoofdverbinding voor flora en fauna. Hier liggen royale ecologische zones (de regentuinen) en kleinere ecologische stapstenen die beschutting, voedsel en rust bieden voor de doelsoorten (egel, mus, zangvogel). Daarnaast is er een fijnmazig groen netwerk door de hele wijk met bomen en groenstroken op maaiveld en met groen op daken en gevels.

▲ Diervriendelijk bouwen met neststenen.

73

▲ Ecologische structuur binnen Beurskwartier.

74

Bomen en andere vegetatie De beplanting in de openbare ruimte is gevarieerd in hoogte en soortkeuze ter bevordering van de biodiversiteit. Er worden naast bomen en gazon, ook bloemrijke kruiden, hagen en struiken aangeplant die aantrekkelijk zijn voor mens en dier. Het groen heeft ook de functie voor waterberging en -infiltratie en ligt, met die reden, enigszins verdiept. Er komen planten die zowel bestand zijn tegen droogte als tegen ‘natte voeten’. Grote bomen passen bij de schaal van de gebouwen en een paar grote bomen hebben een veel sterker effect op het straatbeeld, op biodiversiteit en klimaat (hittestress en windhinder) dan meerdere kleine bomen. Daarom worden in de bredere straten en grote ruimtes in Beurskwartier vooral boomsoorten toegepast van de 1e grootte (bomen met een uiteindelijke hoogte tussen 12 en 20 meter), en in de smalle straten bomen van de 2e grootte (bomen met een hoogte tussen 6 en 12 meter). Er zijn niet veel bestaande bomen met een goede levensverwachting in het gebied die behouden of verplant kunnen worden. De bestaande boom bij Uncle Jim wordt ingepast in het Croesepark en de bestaande boom achter Hojel I wordt ook ingepast.

▲ De beplanting in de regentuinen is bestand tegen droogte en ‘natte voeten’.

▲ Groenstroken hebben een variatie aan beplanting met een gelaagd beplantingsbeeld.

75

▲ Hoogteverschillen binnen een hof zijn ruimtelijk, functioneel en ecologisch goed met elkaar verbonden.

▲ Vanaf hoger gelegen woningen is de binnenhof ook goed bereikbaar.

▲ Kleine schaduwrijke binnenhoven kunnen met bomen een sterke groene kwaliteit krijgen.

▲ De binnentuinen dragen bij aan biodiversiteit door een divers beplantingsbeeld.

76

Binnenhoven

Acht van de tien bouwblokken in Beurskwartier hebben een binnenhof. Dit zijn groene verblijfsgebieden voor mensen die wonen of werken aan de hof. De binnenhoven zijn de rustige en beschutte tegenhanger van de levendige openbare ruimte van de wijk. De binnenhoven hebben een groen karakter met zowel grote bomen, struiken als lage beplanting. De gevels aan de binnenhof worden rondom voorzien van klimplanten. Mensen gebruiken de binnenhof als dagelijkse route naar de minihub. De binnenhof wordt dan ook ingericht voor ontmoeting. Op warme dagen kunnen de relatief schaduwrijke hoven een aangenaam koele verblijfsplek zijn. Het groen in de hof draagt bij aan demping van geluid, ecologische waarde en een aangenaam klimaat. Minimaal 60% van de ruimte is groen. De binnenhoven zijn deel van de Beurskwartierbiotoop en vormen dus ook een leefgebied voor de doelsoorten. Dieren kunnen beschutting vinden door de gelaagde opbouw van vegetatie en een ecologisch functionele relatie met de nestgelegenheid in de gevels.

Niveauverschillen Daar waar de binnenhof niet is onder kelderd ten behoeve van de minihub kunnen bomen in de volle grond groeien en kan water infiltreren in de bodem. Hier staat minimaal één boom van de 1e grootte (met als vuistregel: 1 grote boom per 400m2). Op het gedeelte van de hof dat is onder kelderd, is eveneens voldoende gronddekking aanwezig voor beplanting en bomen. Zo ervaar je in het karakter van de inrichting (beplanting en verharding) niet dat je op een dak bent. De overgang tussen het hoge en lage deel van de binnenhof wordt op hoogwaardige wijze ontworpen als onderdeel van de groene binnentuin. Het hoogteverschil draagt bij aan de ruimtelijke compositie van de hof en de ecologische verbinding tussen de verschillende niveaus. In de hof zijn comfortabele trappen of hellingbanen die het hoogteverschil overbruggen. Daarnaast zijn in de minihub beide niveaus met de lift bereikbaar voor alle gebruikers van het blok. ▲ Een aantal hoven heeft twee niveaus. Op het dak van de minihub loopt de groene hof door. Er is ook een groene verbinding tussen de niveaus.

77

78

▲ Een poort geeft toegang tot de hof op maaiveldniveau. In de hof kun je naar het hoger gelegen deel van de tuin op de minihub.

▲ De hof maakt deel uit van dagelijkse routes.

▲ In de binnenhof is minimaal 60% groen en maximaal 40% verhard. In de hof staat ten minste één grote boom (1e grootte) per 400 m2.

▲ Elk gebouw heeft een toegang vanuit de entreehal naar de gemeenschappelijke tuin. Functies die aan de hof liggen, hebben een privéterras dat deel uit maakt van de ruimte.

Routes en ontmoeting De binnenhof maakt deel uit van dagelijkse routes, bijvoorbeeld naar de ingang van je gebouw vanuit de fietsenstalling. Ook de andere functies van de minihub, zoals de deelautogarage, de pakkettenmuur, de huismeester en afvalinzameling bereik je via de hof. De inrichting van de hof maakt deze dagelijkse routes comfortabel en maakt het aantrekkelijk om even te blijven hangen voor een praatje met een buurtgenoot. Privégebruik en collectief gebruik De binnenhof is een gemeenschappelijke buitenruimte voor het hele blok. Eigenaarschap wordt aangemoedigd door zelfbeheer en het aanleggen van bijvoorbeeld een (buurt)moestuin of siertuin. De collectieve binnenhof kan een rol spelen in de sociale samenhang van de wijk.

▲ De hof biedt ruimte voor spelen voor kleine kinderen.

De binnenhof is groen en ziet er aantrekkelijk uit vanuit gebouwen rondom. Ook al zijn de hoven schaduwrijk, ze worden ingericht voor verblijf. Daarbij hoort ook spelen. Kleine kinderen (0-6 jaar) hebben hier een beschermde omgeving waar ze naar hartenlust kunnen dwalen, zich kunnen verstoppen en kunnen spelen op speeltoestellen of informele speelaanleidingen. Privéterrassen bij de woningen of werkruimtes maken deel uit van de ruimte van de hof. De ruimte vormt van gevel tot gevel één geheel. De privéterrassen zijn bescheiden in omvang (maximaal 2,5 meter diep) en gewoonlijk smaller dan het pand, zodat het collectieve groen tot de gevel doorloopt. Er komen geen harde afschermingen van de privézone met hekjes of schuttingen. Je kunt juist direct vanaf je terras de hof in lopen. Opgaande beplanting als onderdeel van de hof zorgt straks op informele wijze voor voldoende privacy en beschutting.

▲ Met klimgroen kan privacy tussen terrassen worden gecreëerd.

Hoger gelegen woningen rondom de hof hebben via brede galerijen en balkons toegang tot en zicht op de hof. Zo profiteren ook bewoners die hoger wonen van het groen in de hof. ▲ De collectieve binnenhof speelt een rol in de sociale samenhang.

79

Toegangen naar de hof De achtergevels van woningen en werkruimtes hebben een open uitstraling naar de groene hof. Je kijkt erop uit en kunt vanuit je woning of werkplek gemakkelijk de hof in lopen. Ook vanuit de entreehal aan de straat is er in elk gebouw altijd een directe en uitnodigende verbinding met de hof. In elk blok geeft een poort voor voetgangers toegang tot de binnenhof. Het zijn royale onderdoorgangen (minimaal 6 meter breed en 6 meter hoog) die lucht geven aan de relatief kleinen hoven. De poorten maken daarnaast de groene hof zichtbaar vanaf de straat. De groenkwaliteit van de hoven draagt bij aan de groenbeleving in de aangrenzende straten en de ecologische verbinding tussen binnenhof en openbare ruimte. Het groen van de binnenhof wordt daarom zo dicht mogelijk bij de poort gebracht en barrières, bijvoorbeeld door hekken of hoogteverschillen, voor egels worden vermeden.

▲ Vanuit de entreehal van elk appartementengebouw is er een directe toegang en zichtrelatie met de binnenhof.

80

▲ Elk gebouw heeft een directe toegang naar de binnenhof.

Om de poorten uitnodigend te maken, worden er functies aan geplaatst zoals entrees of raamopeningen van bijvoorbeeld een gemeenschappelijke ruimte en ook een entree tot de minihub. Zo ontstaat er een aantrekkelijke en veilige doorgang. Drie poorten geven toegang tot een binnenhof op maaiveld. Vier poorten komen uit op een hoger gelegen binnenhof, op het dak van de minihub. Hier is het van belang dat het hoogteverschil zo wordt ingepast dat er doorzicht naar de hoger gelegen tuin is. In de poorten wordt een hek opgenomen, zodat de hoven ’s nachts afgesloten kunnen worden. Het hekwerk wordt mee-ontworpen en is onderdeel van de architectuur.

▲ De onderdoorgangen naar de binnenhof zijn 6 meter breed en 6 meter hoog.

▲ De onderdoorgang biedt zicht op het groen van de binnenhof. Trappen zijn goed beloopbaar.

81

▲ De hoogteligging van groen op en aan gebouwen. De beplantingskeuze wordt afgestemd op de hoogte en andere klimatologische omstandigheden, zoals zon, schaduw en wind.

82

Groen op en aan gebouwen

Naast het groen in de binnenhoven dragen groene gevels en groene daken bij aan het duurzame en groene karakter van Beurskwartier. Ze zijn belangrijk voor klimaatbestendigheid, biodiversiteit en hebben kijk- en gebruikswaarde voor bewoners. Het is geschikt voor de doelsoorten, exclusief de egel.

Groene gevels en setbacks Om de ecologische verbinding van groen op maaiveld naar groen op daken te leggen, worden bomen en klimplanten geplant. Gevelgroen is het meest van belang op plekken waar grote bomen ontbreken. Vandaar dat het ten minste wordt toegepast bij de setbacks in de smalle straten. De klimplanten reiken vanaf de straat tot de setbacks op 12 meter hoogte. Deze setbacks op de vierde bouwlaag hebben royale groene ‘balkons’. De balkons krijgen een functie als privéterras bij aangrenzende woningen of zijn onderdeel van een gezamenlijke daktuin. Vanaf de setbacks groeien klimplanten tot het dak op 25 meter hoogte.

▲ Klimgroen op binnenterrein.

Het groen op daken en setbacks is zichtbaar vanaf de straat, bijvoorbeeld door gebruik van pergola’s met klimplanten, bakken met bomen of heesters of overhangend groen. Dit versterkt eveneens de verticale ecologische relaties. Ook komt er klimgroen op alle gevels aan de binnenhof. ▲ Groene balkons en galerijen.

▲ Klimgroen legt de verbinding tussen het groen op straat en op de setbacks.

▲ Klimgroen en hangend groen verbindt verschillende niveaus.

83

▲ Groen op straatniveau, groene daken en gevels verbonden.

84

Groene daken Gekoppeld aan elke toren wordt een grote collectieve groene daktuin gerealiseerd op 25 meter hoogte. De daktuin is toegankelijk voor het hele blok. Deze ligt goed op de zon, wat van waarde is voor mens en dier, te meer omdat de binnenhoven vrij schaduwrijk zijn. De daktuin is hoofdzakelijk groen, met een hoogwaardige inrichting van kruiden, struiken en bomen. De verdieping die grenst aan de daktuin is extra hoog en wordt benut voor gezamenlijke activiteiten voor het hele bouwblok. Hierbij kan gedacht worden aan een gezamenlijke huiskamer, muziekkamer of sportzaal. De functie in deze ruimte heeft een relatie met het gebruik van de daktuin. In de nabijheid van de daktuin is het aantrekkelijk om grotere gezinswoningen te ontwikkelen. Ook de andere daken tot en met circa 25 meter hoogte (8 bouwlagen) worden zoveel mogelijk groen. Deze daken kunnen ontoegankelijk zijn of gebruikt worden als daktuin (privé- of collectief) voor het gebouw daaronder. Maximaal een derde van deze daken aan de kant van de binnenhoven mag gebruikt worden voor energieopwekking. Ten minste de helft van het dakoppervlak is groen. Het groen is zoveel mogelijk aaneengesloten en ligt aan de buitenzijde van het blok. Het groen bestaat uit zowel kruiden als struiken die dekking bieden voor huismussen. Net als neststenen die in de nabijheid worden toegepast.

De niet-toegankelijke groene daken zijn ingericht als leefgebied voor zangvogels, vlinders en bijen.

▲ Daktuinen met een rijke beplanting van kruiden bieden voedsel en dekking voor dieren.

▲ Daktuin kan een moestuin zijn.

Hogere daken (45 meter en hoger) worden volledig benut voor zonnepanelen. Op daken en in de binnenhoven wordt regenwater vastgehouden en benut, zodat het groen zo min mogelijk hoeft te worden besproeid met drinkwater.

▲ Daktuin met zowel lagere als hogere beplanting.

85

▲ Het schetsontwerp voor de openbare ruimte Beurskwartier. *Het gearceerde deel is een nader te onderzoeken gebied. Deze arcering geldt voor alle kaarten.

86

8. Schetsontwerp openbare ruimte Buiten als verlengstuk van binnen

In het schetsontwerp zijn de hoofdlijnen van het ontwerp van de inrichting van de openbare ruimte vastgelegd. De binnenhoven worden uitgegeven en het ontwerp van de binnenhoven wordt gemaakt door de ontwikkelende partijen. De openbare ruimte van Beurskwartier wordt zo groen mogelijk en maakt divers gebruik mogelijk. De buitenruimte kan worden gebruikt als verlengstuk van de aangrenzende binnenruimte van woningen of werkplekken en nodigt uit tot verblijf en ontmoeting. De identiteit van elke buitenruimte wordt bepaald door de aangrenzende functies, de maat, het gebruik en de betekenis voor ecologie, water en andere functies.

De beide parken bieden samen met de groene routes door het gebied ruimte om te bewegen. Het gebruiken van sportvelden kan bij de al bestaande sportparken in de omgeving.

De openbare ruimte in Beurskwartier wordt ingericht met materialen die ook voorkomen in de omliggende straten, zodat de wijk naadloos aansluit op de omgeving.

Spelen Het autoluwe karakter van Beurskwartier maakt dat de openbare ruimte zich goed leent voor spelen, informeel sporten en verblijf voor zowel kinderen als volwassenen. Alleen in de ecologische rustige zones is intensief gebruik niet gewenst. Aan de richtlijn voor spelen (gemeentelijk beleid en Jantje Betonnorm) wordt ruim voldaan, doordat iedere woning dichtbij, namelijk maximaal 200 meter van een park ligt. Sport In Beurskwartier stimuleren we mensen om te bewegen, dit doen we door in te zetten op lopen en fietsen omdat het gebied autovrij is. Sporten kan in de gymzaal van de school, die overdag gebruikt wordt door de school, maar op andere tijden op een duurzame manier door dubbelgebruik ook door sportclubs kan worden gebruikt. Daarnaast is het uiteraard ook mogelijk om in de openbare ruimte te sporten. ▲ De verschillende buitenruimten in Beurskwartier getypeerd.

87

88

Parken

De twee parken zijn met elkaar verbonden en vormen samen het informele groene hart van Beurskwartier. Het zijn ruime verblijfsplekken met vrije gebruiksruimte. In beide parken is er, ook midden in de zomer altijd voldoende schaduw te vinden en van voorjaar tot najaar zijn er altijd plekken waar je, op heldere dagen de zon kunt opzoeken. De twee parken krijgen een samenhangende inrichting met elk een eigen accent, want ze zijn verschillend van karakter. Het kleinere Oranjepark is meer besloten, het ruimere Croesepark heeft een meer open ligging aan de Croeselaan. Beide parken liggen iets verlaagd ten opzichte van de omringende verharding vanwege de benodigde waterberging. Op het diepste punt van de parken wordt het water verzameld in een regentuin. Deze regentuin verbindt de parken via de Parkstraat. De regentuin is in beide parken een herkenbaar element door de extra verlaagde ligging met markante rand en de afwijkende, relatief ruige, vegetatie. De half verharde paden, verlichting en het meubilair zijn gelijk in beide parken, zodat samenhang ontstaat. In de parken is speelgelegenheid voor alle leeftijden in de vorm van een reeks van objecten die speciaal worden ontworpen voor Beurskwartier. Deze beeldbepalende objecten dragen bij aan de specifieke kwaliteit en de samenhang van de parken en zijn naast speelplek, ook ontmoetingsplek.

Het ontwerp ervan komt middels participatie tot stand.

allerlei activiteiten, zoals picknicken, barbecueën, een balletje trappen en een kinderfeestje vieren. Bij het parkpaviljoen met terras komt een speelplek. Hier is ook openbare zitgelegenheid. Het Croesepark is ongeveer even groot als het Utrechtse park Lepelenburg. De afwisseling van heestergroepen, plekken met vaste planten en bloemrijk gras zorgen ervoor dat er verschillende ruimtes binnen het park ontstaan en de groenbeleving wordt verrijkt. De ruigere beplanting functioneert als ecologische stapsteen. In de praktijk moet blijken of de ecologische doelstellingen en de eisen aan sociale veiligheid goed samengaan in deze hoogstedelijke omgeving of dat het nodig is het ontwerp of het beheer bij te sturen.

Oranjepark Het Oranjepark is een intiem groen buurtparkje. Het ligt iets meer besloten, op afstand van verkeersroutes, is kleiner dan het Croesepark en is daarom gericht op kleinschalig ontmoeten. Spelen met water voor kleine kinderen (0 - 8 jaar) past hierbij. De beplanting in het Oranjepark bestaat uit los gestrooide bomen. Groenvakken op verschillende hoogtes met gras, vaste planten en heesters dragen bij aan het intieme karakter van het Oranjepark.

Croesepark

Het Croesepark aan de Croeselaan is extravert en open. Het is een buurtpark en een klein stadspark in één. Dit park leent zich voor intensief gebruik. Het gazon met grote bomen biedt ruimte voor

◄ Impressie van het Croesepark, kijkend in de richting van Wonderwoods.

89

▼ Referentiebeelden Croesepark.

▲ Gazon met grote bomen biedt ruimte voor allerlei activiteiten.

▲ De regentuin heeft een relatief ruige vegetatie. Hier zijn rustige plekken met dekking en voedsel voor dieren.

▲ Met verlagingen kunnen zitten en spelen worden gecombineerd.

▲ Een speellandschap dat uitnodigt tot bewegen.

▲ Unieke objecten om te spelen en ontmoeten.

▲ Ruimte voor informeel sporten.

▲ Informeel terras in het park.

▲ Plekken met bloemrijke beplanting.

▲ Picknicken in het Croesepark.

90

▼ Referentiebeelden Oranjepark.

▲ Water als speelaanleiding en om naar te kijken.

▲ Rijke beplanting met sierwaarde.

▲ Een intieme plek met grote groenvakken.

▲ Bewegend water geeft een aangenaam geluid in het Oranjepark.

▲ Profiel westzijde parken met regentuin.

▲ Terras aan het Oranjepark.

▲ Royale zitplekken als ontmoetingsplek.

91

▲ Impressie van het Oranjepark, kijkend vanaf de Jaarbeursboulevard in de richting van de Graadt van Roggenweg.

92

Parkstraat

Centraal door de wijk loopt de groene Parkstraat met daaraan de twee parken. Deze vormen één samenhangend geheel, zowel ruimtelijk, functioneel, ecologisch als water technisch. Een doorlopende brede groene baan die richting de parken verbreedt, maakt deze eenheid voelbaar. De Parkstraat is een hoofdroute voor voetgangers met grote bomen midden in het profiel. Dit gaat goed samen met een actieve plint. Aan de ene zijde van het groen is de verharding circa 4 meter breed. Deze ruimte is comfortabel voor wandelaars en voldoende breed voor nood- en hulpdiensten. Waar de brandweer niet hoeft te rijden, is de verharding circa 2,5 meter breed. Zo wordt hier zoveel mogelijk ruimte voor groen geboden. De verlaagde, groene regentuin speelt een belangrijke rol in het watersysteem van de wijk. Overtollig water uit de aangrenzende straten wordt hierheen geleid. De waterdiepte in de regentuin is maximaal 30 cm om veiligheidsredenen. Bij deze diepte kan de regentuin voldoende snel (binnen 24 tot 48 uur) leeglopen door infiltratie. Alleen bij piekbuien zal het water een aantal uren zichtbaar blijven. Meestal is de regentuin droog. De regentuin is een ‘ecologisch kerngebied’ op de ecologische hoofdas van Beurskwartier. Een grote mate van continuïteit van het groen, ook qua ecologische kwaliteit, is daarom van belang.

De beplanting bestaat uit los gestrooide grote bomen (hoofdzakelijk van de 1e grootte, met enkele stam of meerstammig) met een gevarieerde onderbeplanting van kruiden, grassen en heesters (solitair of in groepen) die goed zijn voor de biodiversiteit. Tegelijkertijd wordt gezorgd voor voldoende zicht op ooghoogte om het gevoel van veilig-heid te vergroten. Bomen en verlichting aan gevels worden zo geplaatst dat er een aaneengesloten route voor vleermuizen ontstaat. ▲ Profiel van de Parkstraat.

93

▲ Impressie van de Beursstraat Noord, kijkend in de richting van de Graadt van Roggenweg.

94

Beursstraat Noord en Zuid

Beursstraat Noord De sfeer van Beursstraat Noord is lokaal en ongedwongen. Het profiel van Beursstraat Noord is asymmetrisch en weerspiegelt de ligging tussen twee verschillende stedenbouwkundige eenheden; Jaarbeurs aan de ene kant en Beurskwartier aan de andere kant. Aan de zonnige oostzijde ligt een circa 10 meter brede regentuin, een verlaagde groenstrook. De regentuin kenmerkt zich door een markante rand aan de zijde van de rijweg en weelderige beplanting met solitaire, los gestrooide bomen (meerstammig, 1e en 2e grootte), struiken en kruiden. De vegetatie is fraai om naar te kijken en geschikt als leefgebied voor de doelsoorten. Smalle voetpaden door en langs de groenstrook ontsluiten de aangrenzende bebouwing en maken een informele wandeling door het groen mogelijk. De verdiepte groenstrook wordt overbrugd door toegangen tot de minihubs en de zijstraten. Voor het materiaal van bruggen en paden wordt gedacht aan hout. De groenstrook en de elementen daarin worden in samenhang vorm gegeven. Dit is zowel van belang voor de ruimtelijke kwaliteit als voor de ecologische en waterhuishoudkundige functie. Bruggen en doorsnijdende straten zijn faunapasseerbaar. De groenstrook wordt eerst als ‘casco’ aangelegd met plantvakken en paden.

Wanneer er voldoende gebouwen in gebruik zijn, en de gebruikers daaraan behoefte hebben, kunnen kleinschalige speelaanleidingen, aanvullend groen en verblijfsplekken in de groenstrook worden toegevoegd. Dit zal gebeuren op basis van wensen van bewoners en andere gebruikers, waaronder de school. Gedacht kan worden aan avontuurlijke vormen van spelen met zand, een klimboom en stapstenen voor kinderen van 0-6 jaar. Ook de wandelpaden door en langs de groenstrook lenen zich voor informeel spelen voor alle leeftijden en zijn geschikt om in kleine groepjes te zitten. Daarnaast is er bijvoorbeeld ruimte om op kleine schaal te moestuinieren.

▲ Regentuin: verlaagd groen met markante, hoge rand aan straatzijde.

▲ Bruggen door het groen naar de minihubs met faunapassage.

▲ Smal houten paadje door het groen met zitplekken.

▲ Informele verblijfplekken in het groen.

▲ Wateropvang en gevarieerde beplanting.

95

▲ Profiel van Beurstraat noord met op 4 meter van de erfgrens creatieve bedrijvigheid in containers, een regentuin in de openbare ruimte en rechts gesloten bouwblokken.

96

Beursstraat Zuid De Beursstraat Zuid is relatief smal en faciliteert slechts bestemmingsverkeer. Aan de zijde van Jaarbeurs komen tijdelijke creatieve ruimten in containers en aan de andere zijde komen half open bouwblokken. Aan het einde van de Beursstraat Zuid komt een basisschool met kinderdagverblijf. Op het schoolplein komen afgebakende hoeken voor de jongste kinderen (0 – 4 en 4 - 6 jaar). Daarnaast wordt een deel van het schoolplein geschikt voor balspelen. ’s Avonds en in het weekend is het schoolplein toegankelijk voor spelende kinderen uit de buurt.

▲ Creatieve bedrijven in gerecyclede zeecontainers.

▲ Profiel van Beurstraat zuid met creatieve bedrijvigheid in containers en open bouwblokken.

97

▲ Architectonische begrenzing van de binnentuin aan de Hojelstraat met bijvoorbeeld een lage muur, een haag en/of pergola.

▲ De smalle straten (Hojelstraat en tussenstraten) hebben zoveel mogelijk brede groenstroken met een gevarieerde beplanting en bomen.

98

▲ De tussenstraten hebben informele zitplekken tussen het groen.

Smalle straten

Hojelstraat De Hojelstraat is bijzonder door de ligging aan de rand van Beurskwartier. Het ligt tussen bestaande kantoorgebouwen aan de Graadt van Roggenweg en een nieuw bouwblok van Beurskwartier. Dit bouwblok is aan deze zijde niet gesloten. De Hojelstraat faciliteert bestemmingsverkeer (deelauto, fiets, logistiek) voor het noordelijk deel van Beurskwartier inclusief de Galaxy Tower. Via het entreeplein aan de Graadt van Roggenweg kan de Hojelstraat toegang bieden tot de parkeervoorzieningen van de bestaande kantoren. De bestaande groenstrook met bomenrij (hoofdzakelijk kastanjes) wordt verbreed en begrenst het kantorenperceel. Op één verhardingsstrook worden voetgangers, fiets- en autoverkeer gemengd. Aan de zijde van de binnenhof komt een fraaie groene overgang, bijvoorbeeld in de vorm van plantenbakken of pergola’s. In de nabije omgeving van Beurskwartier zijn geen hondenuitlaatvoorzieningen aanwezig. Daarom is het nodig om een hondentoilet voor de nieuwe wijk toe te voegen. Een hondentoilet bestaat uit een grasveld dat is afgebakend door een hek of haag en voorzien van bebording. De Hojelstraat is hiervoor de meest geschikte plek in de wijk. Als alternatief of aanvulling kan worden gekeken naar een plek in de groenzone aan de Van Zijstweg bij de Veilinghaven.

▲ Profiel van de Hojelstraat.

99

▲ Impressie van een straat tussen Beursstraat en Croesepark, kijkend in de richting van de Rabobank.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f3f43377-4d6f-410d-ac2b-4c697c962904