CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 202233.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022

1

Inhoudsopgave Colofon..................................................................................................................................... 3 Voorwoord ................................................................................................................................ 5 Inleiding ................................................................................................................................... 7

Deel 1 Voorjaarsnota 2022 ................................................................................. 9 1. Actuele Ontwikkelingen ................................................................................ 11 1.1 Oekraïne ........................................................................................................................... 11 1.2 Prijsstijgingen .................................................................................................................... 13 1.3 Financiële onzekerheden ...................................................................................................... 14 1.4 Effect aanpassing interne rekenrente ..................................................................................... 14 1.5 Aanpassen spelregel egalisatiereserve Overhead ..................................................................... 15 1.6 Ontwikkelingen Vennootschapsbelasting ................................................................................ 15 1.7 Overschrijding inhuurplafond ................................................................................................ 15

2. Actualisatie Financieel Beeld ........................................................................ 17 2.1 Financiële ontwikkelingen .................................................................................................... 19 2.2 Onvermijdelijke kosten Corona scenario C .............................................................................. 24 2.3 Knelpunten en meevallers .................................................................................................... 28 2.4 Overheveling taken naar gemeenten ..................................................................................... 38 2.5 Budget neutrale bijsturingsvoorstellen ................................................................................... 40 2.6 Resultaat Jaarrekening ........................................................................................................ 47 2.7 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................................... 47 2.8 Groeikader ........................................................................................................................ 47

Deel 2 Eerste Bestuursrapportage 2022 ........................................................... 49 3. Uitvoering programma's ............................................................................... 50 3.1 Overbesteding strategische en stedelijke inzet Ruimte ............................................................. 50 3.2 Inzet overgebleven TONK-middelen ....................................................................................... 51 3.3 Aanvullende zorg Jeugd ....................................................................................................... 52 3.4 Maatregelen Corona ............................................................................................................ 52

4. Investeren in Utrecht voor het jaar 2022 ..................................................... 73 4.1 Versterken weerstandsvermogen .......................................................................................... 73 4.2 Beleidsprioriteiten ............................................................................................................... 73 4.3 Groei in balans ................................................................................................................... 76

5. Investeringen ............................................................................................... 77 5.1 Bijsturingsvoorstellen investeringsprojecten 2022 ................................................................... 77

6. Aanpassingen doelstellingen en indicatoren in de programmabegroting ...... 83 6.1 Aanpassingen doelstellingen en indicatoren in de programmabegroting....................................... 83

2

Colofon Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 Uitgave Gemeente Utrecht Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoering- en Strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl Finutrecht@utrecht.nl

3

Voorwoord Raadsvoorstel 2022, zaaknummer 9954726 Utrecht, 12 mei 2022 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. De Voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de programmabegroting. Normaal gesproken is de voorjaarsnota het document waarin de integrale afweging plaatsvindt en de beleidsmatige keuzes voor het komende begrotingsjaar worden voorgelegd, inclusief meerjarige doorkijk. Ten tijde van het opstellen van deze voorjaarsnota zijn de coalitieonderhandelingen echter nog in volle gang. Daarom bevat deze voorjaarsnota – anders dan gebruikelijk - geen voorstellen voor beleidskeuzes voor de periode 2023 en verder, maar alleen voorstellen voor onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten. Hiermee geeft de voorjaarsnota een actueel beeld van de financiële kaders voor de integrale afweging. De integrale afweging vindt vervolgens (op hoofdlijnen) plaats in het coalitieakkoord en zal gezien de grote onzekerheden voor een belangrijk deel ook nog worden beïnvloed door de meicirculaire. Wij verwachten daarom bij de Programmabegroting 2023 een meer gedetailleerde financiële vertaling voor te leggen. De Eerste Bestuursrapportage 2022 is het eerste moment van bijstellen of bijsturen van de kaders zoals vastgelegd in de programmabegroting 2022.

Deze rapportage biedt een actueel inzicht in belangrijke financiële ontwikkelingen die zich in het huidige jaar voordoen. Ook zijn de financiële effecten uit het coalitieakkoord voor het jaar 2022 opgenomen. Wij wensen u veel leesplezier. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

5

Inleiding De bestuurlijke Planning & Control cyclus stelt de raad in staat om invulling te geven aan hun kaderstellende en controlerende taak. Deze nota bevat de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. In het eerste deel Voorjaarsnota 2022 zijn de ontwikkelingen opgenomen die een meerjarig effect hebben op het financieel beeld. In Deel 2 zijn de mutaties die alleen betrekking hebben op 2022 opgenomen. Aangepast proces P&C-cyclus In verband met de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar en de nog lopende onderhandelingen worden in deze voorjaarsnota geen beleidskeuzes als onderdeel van een integrale afweging voorgelegd. Deze voorjaarsnota betreft een weergave van de onvermijdelijke ontwikkelingen die een meerjarig effect hebben op het financieel beeld en geeft daarmee de financiële kaders voor de integrale afweging. De integrale afweging vindt (op hoofdlijnen) plaats bij het coalitieakkoord en zal op basis van belangrijke ontwikkelingen in de meicirculaire bij de programmabegroting 2023 concreter financieel wordt vertaald. Voor het jaar 2022 zijn de financiële effecten uit het coalitieakkoord opgenomen in de Eerste bestuursrapportage.

Actuele ontwikkelingen nog niet financieel vertaald Op dit moment zien we een aantal ontwikkelingen, zoals de sterke prijsstijging van de (bouw- en energie) kosten en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Deze ontwikkelingen hebben een materiële impact op het financieel beeld, maar we kunnen de financiële effecten nog niet goed inschatten. Deze ontwikkelingen zijn wel benoemd in hoofdstuk 1, maar zijn nog niet verwerkt in de cijfers van de Voorjaarsnota 2022 en de Eerste Bestuursrapportage 2022. Daarnaast zijn er nog steeds een aantal financiële onzekerheden met betrekking tot de financiële doorwerking van Rijksbeleid, waarvoor we nog geen exacte doorvertaling kunnen maken naar onze begroting. Wel hebben we een eerste inschatting gemaakt voor de herijking gemeentefonds en uitwerking van het Regeerakkoord. Tabel: samenvattend financieel beeld (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 Hfst Bedragen x € 1.000 2 Actualisatie financieel beeld 3 Afwijkingen 2022 4 Investeren in Utrecht jaar 2022

1e Berap 2022 33.905 -6.457 -11.367

Totaal saldo 2.4 Algemene dekkingsreserve 2.4 Verevening met bestemmingsreserve Totaal beschikbare financiële ruimte

2023 19.170 0 0

2024 8.056 0 0

2025 -169 0 0

2026 -19.029 0 0

Structureel -19.429 0 0

16.081 19.170 8.056 5.600 -5.600 925 -

-169 -19.029

-19.429

-

-

22.606 13.570 8.056

-169 -19.029

-19.429

-

Voorjaarsnota 2022 De beschikbare financiële ruimte voor gemeente Utrecht neemt af van 13,6 miljoen euro positief in 2023 tot zelfs 19 miljoen euro negatief in 2026. De oorzaak ligt hoofdzakelijk in de financiële doorwerking van het Regeerakkoord op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet heeft ons via het Regeerakkoord extra middelen toegekend. Dit heeft een positief effect op onze financiële ruimte op korte termijn, maar op de lange termijn geeft het onzekerheid, omdat deze middelen incidenteel zijn toegekend. Zo nemen de inkomsten voor Jeugdhulp af en komt voor 2026 de opschalingskorting weer voor 100% voor rekening van gemeenten. In deze voorjaarsnota is een aantal onzekerheden niet vertaald, maar geven we zoals gemeld in hoofdstuk 1 een toelichting op de onzekerheden die het financiële beeld richting de begroting 2023 nog kunnen beïnvloeden.

7

Eerste Bestuursrapportage 2022 Per saldo geeft de eerste bestuursrapportage een voorlopig positief saldo van 22,6 miljoen euro in 2022, bestaande met name uit de financiële ontwikkelingen 2022 (31,6 miljoen euro positief) en de knelpunten/meevallers 2022 (24,7 miljoen euro negatief). Ook het financiële resultaat over het jaar 2021 (32,2 miljoen euro positief) en de reservering voor onvermijdelijke kosten corona zijn in het financiële beeld 2022 opgenomen. Ook zijn de financiële effecten van het coalitieakkoord voor het jaar 2022 in deze bestuursrapportage opgenomen. Het positieve saldo van deze bestuursrapportage wordt betrokken bij de integrale afweging (beleidskeuzes). Dit is een voorlopig saldo, omdat we hier ook een aantal ontwikkelingen nog niet financieel kunnen vertalen.

8

Deel 1 Voorjaarsnota 2022

9

1. Actuele Ontwikkelingen 1.1 Oekraïne Met de oorlog in de Oekraïne is inmiddels een groep van 4 miljoen vluchtelingen het land ontvlucht. Vluchtelingen worden in de regio (Europa) opgevangen. Inmiddels zijn er 28.000 Oekraïners naar Nederland gekomen en het Rijk verwacht dat dit op de korte termijn verder kan stijgen naar minimaal 50.000 vluchtelingen. Per Veiligheidsregio moeten voor de opvang 2.000 plekken worden gerealiseerd. Voor Utrecht zijn dit in eerste instantie 800 plekken. Daarbij houden we ook rekening met het scenario dat de aantallen verder toe gaan nemen. Projectorganisatie Het realiseren van 800 opvangplekken binnen Utrecht past niet binnen de reguliere werkzaamheden. Daarom is aparte integraal werkende projectorganisatie, het Oekraïne crisisteam’ opgezet die zich onder andere richt op eerste opvang in de Jaarbeurs, het realiseren van opvanglocaties, de registratie van de vluchtelingen, verstrekken van leefgeld, inschrijving bij Burgerzaken, coördinatie van vrijwilligerswerk, organiseren van onderwijs voor de kinderen, medische zorg en begeleiding naar werk. Categorieën opvang De eerste opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne vindt nu plaats in de Jaarbeurs. Het streven is dat vluchtelingen niet langer dan een nacht hier verblijven en dan doorstromen naar crisis- of noodopvang plekken. Dat kan zijn binnen of buiten de veiligheidsregio.

Wij onderscheiden thans in onze stad de volgende categorieën opvang: 0

A.

B.

C.

D.

Vooropvang jaarbeurs hub: Oekraïense vluchtelingen worden eerst in de jaarbeurs geregistreerd, opgevangen en binnen een dag doorgeplaatst naar passende opvang in Utrecht, regio of rest van Nederland. De jaarbeurs dient als verdeelstation en informatie knooppunt Crisisopvang 1 tot 30 dagen. Het gaat om opvang voor de eerste maand in afwachting van duurzamere opvang. Het niveau is noodopvang met Bed, Bad, Brood. Deze opvang kan bv in een hotel plaatsvinden of in een gastgezin (laatste kan ook langer duren). Noodopvang, mid long stay, 0 – 6 maanden. Deze locaties moeten snel beschikbaar zijn. Het betreft opvang met een (gedeelde) wooneenheid, slaapvertrek, dagverblijf / eetzaal., toiletten, douche en wasruimte en geen of een centrale was- en kookgelegenheid. Mogelijke locaties zijn tijdelijke kantoorruimte, lege school, vakantiepark, sporthal of hotelschip. Reguliere opvang, long stay, 3 – 24 maanden. Het betreft hier reguliere opvangplekken die voor langere periode beschikbaar zijn. Deze opvang is gericht op zelfstandigheid. Naast de voorzieningen in categorie b gaat het om een mogelijkheid tot koken en wassen. Bewoners besturen zelf en samen een huishouden. In deze categorie gaat het ook om long stay opvang; in deze categorie wordt gekeken naar meer duurzame oplossingen voor woonruimte. Naast zelfstandigheid staat hier duurzaamheid centraal.

Het is de bedoeling dat vluchtelingen doorstromen van de ene naar de andere opvang. We vinden het wenselijk dat mensen die bij in crisisopvang locaties (cat. A) of noodopvang locaties (cat. B) worden opgevangen een duurzamere opvangplek vinden in reguliere opvanglocatie (cat. C) (en daarna eventueel woonruimte in cat. D).

11

Compensatie door het Rijk Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten compensatie ontvangen voor het creëren van opvangplekken en compensatie ontvangen voor andere kosten. Op dit moment worden compensatieregelingen, in overleg met de VNG, uitgewerkt. Hierbij gaat het Rijk (zie Verzamelbrief opvang Oekraïne, 6 april 2022) uit van: • Het normbedrag voor gemeentelijke opvanglocaties voor Oekraïners is 700 euro per week per gerealiseerde opvangplek. Bestuurlijk is aangegeven dat gemeenten geen financieel nadeel van deze opgave mogen hebben. • Het normbedrag is van toepassing voor de periode waarin de regeling van kracht is (vooralsnog één jaar). Het normbedrag kan gedeclareerd worden vanaf het moment dat een Gemeentelijke Opvang Oekraïne (GOO) gerealiseerd is. • Gemeenten kunnen een contract aangaan met een locatie voor een termijn van maximaal twaalf maanden. Het Rijk vraagt daarbij om alleen lange termijncontracten af te sluiten als dit een kostenvoordeel oplevert ten opzichte van korte termijncontracten. Het Rijk vraagt daarnaast om rekening te houden met de mogelijkheid om locaties op enig moment in te zetten voor andere doeleinden zoals spoedzoekers of studentenhuishouding. • Transitie en transformatiekosten van panden worden vergoed op basis van werkelijke kosten. Het ministerie van JenV zal binnenkort vragen om voor dit soort kosten eerst een verzoek in te dienen.

Deze regeling wordt nog nader uitgewerkt. • Daarnaast zijn er kosten voor maatschappelijke organisaties die mensen begeleiden of activiteiten organiseren voor deze doelgroep. • Over de vergoeding van overige kosten (onderwijs, zorg, Wmo, Jeugd, PG) worden aparte afspraken gemaakt met de afzonderlijke ministeries. Uitgaven en investeringen Vanaf dag één dat er Oekraïense vluchtelingen in Utrecht aankwamen, zijn we pro-actief gestart met het creëren van opvang. Inmiddels heeft het Rijk ons de vraag heeft gesteld om 800 opvanglocaties te realiseren. Hoewel er meer duidelijkheid is over de compensatieregelingen is er op dit moment nog geen volledig zicht op de kosten. Daarom is het voor deze bestuursrapportage nog niet mogelijk om een reële inschatting van de te verwachten kosten te geven. Risico’s We zien de volgende risico’s en onzekerheden waar we uw raad ook over blijven informeren. 1. Het is onzeker of de uiteindelijke compensatieregeling van het Rijk voldoende is om alle (cumulatieve) kosten ten behoeve van de totale noodopvang van Utrecht te dekken. Het Rijk heeft aangegeven om de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne te compenseren. Momenteel wordt een compensatieregeling uitgewerkt voor het realiseren van opvangplekken, waarbij wordt uitgegaan van een compensatiebedrag van 700 euro per gerealiseerd bed per week.

Deze regeling omvat de compensatie voor kosten als opvang, catering, leefgeld, energie, schoonmaak, beveiliging etc. maar ook uitvoeringskosten binnen het ambtelijk apparaat. Er is op dit moment nog geen totaaloverzicht op de uitvoeringskosten en overige indirecte kosten. Het is daardoor onzeker of dit budget toereikend is voor het totaal aan kosten voor huur, project- en uitvoeringskosten en leefgeld. 2. Het is nu onduidelijk of de reeds gemaakte transitie- en transformatiekosten worden goedgekeurd door het ministerie van Justitie en Veiligheid en passen binnen de regeling die daarvoor uitgewerkt wordt. Er is wel toegezegd dat deze kosten worden vergoed. Een inschatting van de risico’s wordt opgenomen in de tweede bestuursrapportage, evenals het effect van de kosten op de begroting 2022 en verder. Tussentijds informeren we de raad met twee wekelijkse nieuwsflitsen over de volle breedte van impact van deze grote opgave voor Utrecht.

12

1.2 Prijsstijgingen Onzekerheid door stijgende kosten en leveringsonzekerheid Gedurende 2021 zien we de bouwkosten stijgen. Sinds de oorlog in Oekraïne zien we niet alleen de bouwkosten stijgen, maar ook de prijzen van bijvoorbeeld brandstof en energie. Het Centraal Planbureau (CPB) geeft in haar nieuwe vooruitzichten in het Centraal Economisch Plan ook aan dat de prijzen snel stijgen, dempt de economische groei en is er sprake van een toenemende inflatie. Naast de prijsstijgingen is de onzekerheid rond levering van grondstoffen en (deel)producten groot. Voor de bouwmaterialen zien wij dit nu al bij de beschikbaarheid van hout, maar ook voor staal wordt schaarste verwacht. Ook leidt de krapte op de arbeidsmarkt voor vaktechnisch personeel tot hogere kosten en minder beschikbaarheid aan arbeid om projecten binnen de beoogde planperiode af te ronden. Deze trend van kostenstijging werkt niet alleen door in de bouwkosten voor maatschappelijk vastgoed, maar ook voor de kosten van het onderhoud daarvan, investeringen en beheer van de openbare ruimte, ophalen van afval, investeringen in (ondergronds) infrastructuur en kosten van vervoer (leerlingen en Wmo). Dit geldt ook voor de kostenontwikkeling bij de maatschappelijke instellingen en verbonden partijen.

Daarnaast ontvangen wij signalen dat bij aanbestedingen risico's van prijsstijgingen volledig bij de afnemers wordt neergelegd en de contractprijzen zullen stijgen. Het is nog onzeker hoe de prijsstijgingen zich daadwerkelijk manifesteren. Vanwege de onzekerheden hoe de prijsstijgingen zich gaan manifesteren, hebben wij nog geen structurele effecten doorgerekend. Impact op de begroting Standaard indexeren wij de begroting op basis van verschillende indices. . De loonstijging gaat via de CAO, mits deze bekend is. In onze aanname is er voor 2023 een stijging van 2,5% geraamd voor lonen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. In de berekening van de prijsindex is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex. We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren. Voor de subsidiebudgetten vertalen we de loon- en prijsontwikkeling vertalen we naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten, namelijk 70% loon- en 30% prijsindex. Gedurende het jaar stellen wij de begroting niet bij voor prijsontwikkelingen. De reguliere werkwijze is dat in het lopende begrotingsjaar het budget (uitvoerings- of investeringsbudget) taakstellend is.

De huidige snelle stijging van de kosten stelt ons voor een dilemma in hoe de huidige begrotingssystematiek zich verhoudt tot onze ambities. Kunnen de verwachte kostenstijgingen worden opgevangen binnen de budgetten en wat zijn daar de consequenties van? Dit vraagstuk geldt niet alleen voor het huidige begrotingsjaar, maar ook voor de jaren 2023 en verder. In de raadsbrief over de stijgende (bouw)kosten van 1 april 2022 hebben we aangegeven het effect van de stijgende prijzen nader te onderzoeken. De lijn is en blijft dat prijsstijgingen primair worden opgevangen binnen de beschikbare budgetten, voor investeringen betreft dit in de post onvoorzien van het project en/of door aanpassingen in het programma. De verschillende scenario’s, de risico’s, effect van indexering gemeentefonds en de impact van herprioriteren bij het handhaven van de huidige lijn worden bij het onderzoek in beeld gebracht. Een groot deel van de dekking van deze prijsstijgingen wordt naar verwachting gevonden in het accres van het gemeentefonds. De omvang daarvan wordt bekend gemaakt in de Meicirculaire, deze komt eind mei of begin juni beschikbaar. Daarna kunnen wij ook meer inzicht geven in het totale financiële effect van de stijgende kosten op onze (meerjaren)begroting door gelijktijdig de extra inkomsten van het Rijk de recente CPB-raming (maart 2022) financieel te vertalen in het meerjarenbeeld.

Dan zullen we aan uw raad een apart voorstel doen hoe hiermee om te gaan.

13

In deze voorjaarsnota hebben we indexering volgens de reguliere methodiek toegepast MEVverkenningen. Voor het huidige jaar hebben we als onderdeel van de knelpunten een aantal budgetten extra verhoogd zoals de stijgende energiekosten, bouwkosten voor onderwijsinstellingen (wettelijk verplichte taak), specialistisch reinigen van toiletvoorzieningen en groen onderhoud. Dit op basis van een eerste inschatting.

1.3 Financiële onzekerheden In het regeerakkoord (januari 2022) heeft het Rijk ook keuzes gemaakt die ook de gemeentefinanciën raken; extra middelen maar ook een korting voor jeugdhulp en voor 2026 een aanpassing van de financiering van gemeenten. Vooruitlopend op deze nieuwe systematiek zijn de inkomsten voor het gemeentefonds vanaf 2026 aanzienlijk verlaagd, dit geeft onzekerheden over de structurele inkomsten voor onze begroting. Een eerste inschatting op onze inkomsten uit het gemeentefonds hebben wij gemaakt, daarbij zijn wij voor 2026 uitgegaan van gelijkblijvende inkomsten ten opzichte van 2025. Over de herijking (andere verdeling) van het gemeentefonds heeft het Rijk wel meer duidelijkheid gegeven in de recent ontvangen maartbrief. Met ingang van 2023 wordt het nieuwe model ingevoerd. Voor Utrecht heeft dit een structureel nadelig effect. Er wordt een aantal aanvullende onderzoeken uitgevoerd over deze verdeling. Dit zijn onderwerpen uit het advies van het ROB en een onderzoek naar de grootstedelijke kosten. We wachten op de uitkomst van deze aanvullende onderzoeken.

Daarnaast is het nog niet duidelijk welke impact de keuzes vanuit het Rijk hebben, bijvoorbeeld als het gaat om structurele financiële middelen in het klimaatakkoord, de extra korting voor Jeugdhulp, het verhogen van de eigenbijdrage van het WMO-abonnementstarief, armoedebeleid, compensatie voor uitvoeringskosten Omgevingswet en WKB. Het is ook nog niet duidelijk hoe de Rijksfondsen worden verdeeld onder de gemeenten, dit zijn fondsen voor o.a. woningbouw, volkshuisvesting, ontsluiting nieuwe woningen. Zodra we meer duidelijkheid krijgen van het Rijk, zullen we deze informatie financieel vertalen naar onze gemeente en uiteraard u informeren. We verwachten van het Rijk nog een aantal uitwerkingen de komende maanden, voorjaarsnota van het Rijk, meicirculaire 2022 en de contourenbrief juni 2022.

1.4 Effect aanpassing interne rekenrente Bij de Voorjaarsnota 2021 is besloten de interne rente te verlagen van 2% naar 1,5%. Dit, omdat de marktrente gedaald is en de gemiddelde rente van de gemeentelijke leningenportefeuille ook lager is. Op grond van BBV-voorschriften moet de interne toerekening zoveel mogelijk aansluiten bij de werkelijke rentelasten. Ten tijde van het opstellen van de voorjaarsnota gingen we ervan uit dat dit een budgettair neutrale aanpassing was. In geval van annuïtaire afschrijvingen, nemen de afschrijvingsbedragen eerst toe en daarna af. De doorvertaling van de aanpassing van de rente op de lange en korte termijn in het financieel beeld wordt onderzocht. Wij informeren u over de uitkomsten van het onderzoek bij de Tweede Bestuursrapportage 2022.

14

1.5 Aanpassen spelregel egalisatiereserve Overhead Om de schommelingen per jaar in de bijdragen uit het overheadvierkant op te vangen heeft de raad bij de vaststelling van de begroting 2022 op 11 november 2021 besloten om een nieuwe reserve in te stellen. Op die manier kunnen de pieken en dalen geëgaliseerd worden. Bij het instellen van de egalisatiereserve Overhead is voorgesteld om de dotatie/onttrekking bij de eerstvolgende programmabegroting te verwerken. Om een betere inschatting te maken van de mutaties op egalisatiereserve van de overhead stellen we voor om hiervoor ook de tussentijdse P&C-momenten van het lopende jaar hiervoor te benutten.

1.6 Ontwikkelingen Vennootschapsbelasting Gemeente Utrecht is belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb) en betaalt belasting over de winst uit bedrijfsafval en over de inkomsten uit reclameconcessies. Over het eerste bestaat geen verschil van mening. Met betrekking tot de reclame-inkomsten zijn we echter van mening dat er geen sprake kan zijn van een te belasten winst en tevens, als men daar toch aan toe zou komen, dat de winst op een andere wijze en tot een lager bedrag moet worden berekend dan de Belastingdienst voorstaat. Met dit standpunt staat Utrecht niet alleen, ook andere gemeenten zijn het niet eens met dit standpunt van de belastingdienst. Tegen de aanslagen vanaf 2016 hebben wij bezwaar ingediend en tegen de uitspaak op het bezwaar zijn we in beroep gegaan. Met het beroep vragen wij nu een oordeel van de rechter hierin. Overigens procederen ook andere gemeenten in vergelijkbare zaken. Het is nu nog niet in te schatten hoelang de procedure zal gaan duren. Het kan wel enkele jaren duren voordat een finaal oordeel is te verwachten. In het eerste kwartaal van 2022 hebben wij de Vpb-aanslag 2018 betaald, daarnaast hebben wij ook een voorlopige aanslag Vpb 2021 aangevraagd om de rentelasten te beperken. Onze aangiftes over 2019 en 2020 zijn nu in behandeling bij de belastingdienst, dit zal hoogstwaarschijnlijk in 2022 nog tot belastingaanslagen leiden.

Als er dan nog geen uitspraak is gedaan inzake het beroep, of als wij dit beroep verliezen, zal dit in 2022, afhankelijk van de mate waarin de belastingdienst onze aangiftes corrigeert, leiden tot een tekort op het begrote bedrag aan te betalen Vpb van ongeveer 1 miljoen euro.

1.7 Overschrijding inhuurplafond In de Programmabegroting 2022 is het inhuurplafond vastgesteld op 57,9 miljoen euro. Op basis van actuele ontwikkelingen wordt een overschrijding van het inhuurplafond verwacht van 6,6 miljoen euro. Redenen voor deze overschrijding zijn de steeds krapper wordende arbeidsmarkt, toename van tijdelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld voor toeslagenaffaire) en het relatief hoge ziekteverzuim. Ook lopende het jaar zien we nog steeds extra onvoorziene taken vanuit het Rijk naar ons toe komen waarvoor wij uitvoeringskracht zullen moeten inhuren. Zoals de corona- en Oekraïne-crisis.

15

2. Actualisatie Financieel Beeld In dit hoofdstuk geven we meer in detail een toelichting op het actuele financiële beeld. We beginnen met de financiële ontwikkelingen en lichten vervolgens de diverse onderdelen toe. Samenvattend financieel beeld 2022-2026 De actualisatie van de financiële ontwikkelingen laat de eerste jaren incidenteel een aflopend voordelig saldo zien. Vanaf 2025 is een omslag te zien naar een structureel nadelig saldo van 19,4 miljoen euro. Het financiële beeld is een tussenstand, de definitieve uitwerking van het Regeerakkoord en het effect van de stijgende prijzen zijn nog onzeker. Ook is het coalitieakkoord niet meegenomen in de financiële ruimte voor 2023 en volgende jaren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de financiële ontwikkelingen, die in de volgende paragrafen per programma worden toegelicht. De knelpunten die alleen op 2022 betrekking hebben, worden in Deel 2 Eerste Bestuursrapportage 2022 toegelicht. De beschikbare financiële ruimte wordt integraal afgewogen met onder andere de afspraken uit het coalitieakkoord. Tabel: samenvattend financieel beeld (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Hfst Omschrijving 2.1 Financiële ontwikkelingen

1e Berap 2022 31.564

2023

2024

2025

56.696 49.149 36.531 1.085

23.020

22.620

2.2 Onvermijdelijke kosten corona*

-5.071

0

0

0

2.3 Knelpunten en meevallers

-18.273 -32.821 -36.243 -30.765

-36.114

-36.114

2.4 Overheveling taken naar de gemeenten

-4.370

x € 1.000 2026 Structureel

0

0

0

0

0

0

2.5 Budgetneutrale wijzigingen**

-6.525

5.600

0

0

0

0

2.6 Resultaat jaarrekening 2021 (incl. resultaatbestemming) 2.7 Algemene dekkingsmiddelen (2e Berap 2021) 2.8 Groeikader

7.104

0

0

0

0

0

25.106

0

0

0

0

0

-5.935 -5.935 -5.935

-5.935

-5.935

3

Afwijkingen 2022***

-6.457

0

0

0

0

0

4

Investeren in Utrecht voor het jaar 2022

-11.367

0

0

0

0

0

Totaal saldo

16.081 19.170

8.056

-169

-19.029

-19.429

-5.600 -

-

-

-

-

22.606 13.570

8.056

-169

-19.029

-19.429

2.4 Algemene dekkingsreserve** 2.4 Verevening met bestemmingsreserve** Totaal beschikbare financiële ruimte

-

5.600 925

* Aanvulling scenario C wordt bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 verwerkt in Begroting 2022 (conform de werkwijze in 2021) ** De budgetneutrale wijzigingen en de onttrekking aan de reserves horen bij elkaar en zijn toegelicht in hoofdstuk 2.4. *** De ontwikkelingen uit de eerste bestuursrapportage worden toegelicht in hoofdstuk 3

17

Tussenstand van het financiële beeld 2022 Knelpunten, meevallers en ontwikkeling uit eerste bestuursrapportage De knelpunten en uitvoering van motie 2022/25 beperken voor een groot deel de financiële ruimte. Bij de knelpunten en meevallers zien we zeven grote ontwikkelingen: • kosten voor de uitvoering van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsboring Bouw van structureel 1,6 miljoen euro • Aflopende bijdragen uit grondexploitaties geven een nadeel van 0,7 miljoen euro, vanaf 2026 neemt deze toe naar 5,3 miljoen euro • een voordeel op het bijstandsbudget (BUIG) van 3,6 miljoen euro • sterk stijgende (energie)prijzen door geopolitieke ontwikkelingen voor 2022 (3,7 miljoen euro) • stijgende druk op de Wmo voorzieningen brengen extra kosten met zich mee, daar tegenover staat een overschot op de centrumgemeente taken. Per saldo stijgen de kosten van 2,5 miljoen euro in 2022 naar 10,6 miljoen euro in 2026 • een verhoging van de dotatie op de onderhoudsvoorziening van vastgoed ten bedrage van 4,565 miljoen euro voor de jaren 2022 t/m 2025 • extra personele inzet (7,5 miljoen euro) voor onder andere Wet Open Overheid, het organiseren van veilige verkiezingen, groei van de stad met betrekking tot wonen, klimaatverandering, energietransitie en bereikbaarheid Ontwikkelingen die alleen betrekking hebben op het jaar 2022 zijn opgenomen in Deel 2: Eerste Bestuursrapportage.

Dit betreft een vrijval van coronamiddelen uit de reserve van 2,1 miljoen euro. Ook zijn de voor de extra ondersteuning van ondernemers en inwoners die door de coronacrisis in financiële problemen zijn geraakt, overeenkomstig de unaniem aangenomen motie (5,6 miljoen euro) opgenomen in de bestuursrapportage. Tegenover de kosten van de motie, staat een positief resultaat uit de Jaarstukken 2021 van niet bestede Tonk-middelen. Het netto resultaat na resultaatbestemming is in de bestuursrapportage meegenomen, maar staat toegelicht in hoofdstuk 2.6. Financiële ontwikkelingen We hebben extra inkomsten van het Rijk uit de september- en decembercirculaire 2021 en de verwachte compensatie voor stijgende prijzen (31,0 miljoen euro) op basis van het prijspeil in september 2021. Tegenover deze compensatie staan ook de kosten voor de indexering van de begroting voor de cao en materiële prijsstijging (24,2 miljoen euro). De recent stijgende inflatie door de politieke instabiliteit, zoals toegelicht in de paragraaf Actuele ontwikkelingen, is nog niet meegenomen. Ook is een eerste inschatting gemaakt van de doorwerking van het Regeerakkoord op de inkomsten uit het gemeentefonds. De inkomsten nemen met name kabinetsjaren 2023 t/m 2025 toe, dit is een aflopende reeks van 43 miljoen euro in 2023 naar 7 miljoen euro.

Voor het jaar 2026 zijn de inkomsten onzeker en is vooralsnog rekening gehouden met stabiele overheidsfinanciën (zie ook hoofdstuk 1 Actuele Ontwikkelingen) door als uitgangspunt in 2026 het accres van 2025 fictief door te trekken. Tenslotte is het weerstandsvermogen met 4 miljoen euro aangevuld. Dit is overeenkomstig de spelregels van het Herstelplan weerstandsvermogen. Coronacrisis Tenslotte zijn de effecten van de coronacrisis voor 2022 geactualiseerd. In vergelijking met het najaar ziet het dagelijkse leven in de stad er weer als vanouds uit en zijn alle maatregelen vanuit het rijk inmiddels afgeschaald. Ondanks dit positieve beeld vallen de onvermijdelijke kosten naar verwachting 5,1 miljoen euro hoger uit. Dit is het gevolg van de lockdown aan het begin van dit jaar en het langer voortduren van de coronamaatregelen daarna. Daartegenover staat een vrijval uit de coronareserve van 2,1 miljoen euro vanuit maatregelenpakket 3. Deze reservering kan verlaagd worden door de positieve ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden. Resultaat 2021 Zowel de Tweede Bestuursrapportage 2021 als de Jaarstukken 2021 hebben een positief saldo. Na de resultaatsbestemming 2021, resteert een positief resultaat van 32,2 miljoen euro. Coalitieakkoord: Investeren in Utrecht voor het jaar 2022

18

De ambities voor deze coalitieperiode staan in het coalitieakkoord “Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat”. We gaan in 2022 direct aan de slag met een aantal onderdelen, zoals het voortzetten van tijdelijke maatregelen en het inzetten van beleidsimpulsen. In hoofdstuk 4 staan deze investeringen in Utrecht voor het jaar 2022 opgenomen. Dit hoofdstuk is volledig nieuw ten opzichte van de oorspronkelijke Eerste Bestuursrapportage 2022, omwille van de leesbaarheid is niet het hele hoofdstuk gemarkeerd. In de Begroting 2023 wordt het gehele coalitieakkoord opgenomen en volgt besluitvorming over de prioriteiten, bijbehorende budgetten en bijsturingsmaatregelen. Nog te verwachten inkomsten De financiële vertaling van het regeerakkoord wordt door het Rijk in de meicirculaire (eind mei / begin juni 2022) nader uitgewerkt, dit verkleint de onzekerheden met betrekking tot inkomsten uit het gemeentefonds. Het is nog onduidelijk of dan ook wordt ingegaan op het jaar 2026. Daarnaast verwachten wij dat de stijgende prijzen ook doorwerken in het gemeentefonds, dit wordt ook in de meicirculaire bekend gemaakt. Een deel van de stijgende prijzen op onze uitgaven hebben wij al in de Eerste Bestuursrapportage verwerkt 2022.

2.1 Financiële ontwikkelingen Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2022 zijn er financiële ontwikkelingen geweest die het gemeentelijke financiële beeld beïnvloeden en de beschikbare ruimte bepalen om nieuwe activiteiten en uitgaven voor de groeiende stad te kunnen dekken. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Tabel: Financiële ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 2026 structureel

Financiële ontwikkelingen

2022

2023

2024

2025

Autonome ontwikkelingen

12.917

7.184

7.183

8.804

10.018

10.018

Regeerakkoord

19.965

43.340

35.944

21.705

6.980

6.580

Groei van de stad

-1.700

5.935

5.935

5.935

5.935

5.935

382

237

87

87

87

87

31.564

56.696

49.149

36.531

23.020

22.620

Overige ontwikkelingen Totaal financiële ontwikkelingen

Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen bestaan uit externe, niet beïnvloedbare nominale (loon en prijs) en reële (volume) ontwikkelingen in 2022 en 2023. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt conform vastgesteld beleid. Tabel: Autonome ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Autonome ontwikkelingen

x € 1.000 2026 Structureel

2022

2023

2024

2025

Gemeentefonds

19.593

28.200

28.199

29.820

31.034

31.034

Loon- en prijscompensatie programma’s

-2.676

-24.235

-24.235

-24.235

-24.235

-24.235

Aanvullen weerstands- vermogen

-4.000 0

3.219

3.219

3.219

3.219

3.219

12.917

7.184

7.183

8.804

10.018

10.018

Belasting en heffingen (inflatiecorrectie) Totaal autonome ontwikkelingen

19

Gemeentefonds Het gemeentefonds beweegt mee met een breed deel van de rijksuitgaven (normeringssystematiek). Dit wil zeggen als het Rijk meer uitgeeft, het gemeentefonds meegroeit. De begroting, en dus ook de algemene uitkering wordt in constante prijzen geraamd. Voor het jaar t+1 worden jaarlijks bij de voorjaarsnota de budgetten gecompenseerd voor stijgende kosten. Dat is ook het moment om de raming van de algemene uitkering te gaan prognosticeren, inclusief de loon en prijsontwikkeling voor t+1 (het is een combinatie van correctie van het prijspeil en herverdeelnadelen). Het positieve saldo bestaat uit de verwachte compensatie voor loon- en prijsstijgingen en de effecten uit de september- en decembercirculaire. Per saldo nemen de inkomsten uit de algemene uitkering structureel met 31 miljoen euro toe. Er zijn nog steeds een aantal financiële onzekerheden met betrekking tot de financiële doorwerking van Rijksbeleid, waarvoor we nog geen exacte doorvertaling kunnen maken naar onze begroting. We hebben een eerste inschatting gemaakt voor de herijking gemeentefonds en uitwerking van het Regeerakkoord. Loon- en prijscompensatie programma’s De bijstelling van het gemeentefonds hebben we nodig om een deel van onze uitgaven te indexeren voor loon- en prijsontwikkelingen. Er ligt een nieuwe CAO. De loonindexatie is per 1 december 2021 1,5% en per 1 april 2022 2,4%.

Dat is totaal 3,9%. Op basis van het CPB en het inflatiecijfer is een schatting van 2,5% loonstijging vanaf 2023 opgenomen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. Die bedraagt 2,05%. In de berekening van de prijsindex 2023 is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex (BDB). We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren, de GWW-index bedraagt 4,1% en de BDB-index bedraagt 3,3%. Zowel de looncorrectie over 2022 als de loon- en prijsontwikkeling 2023 vertalen we vanaf 2023 naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten. Met de geschetste ontwikkelingen bedraagt die 2,4% voor 2023.

➢

Loonkosten

Indexatie 2023 2,5%

Basis

➢

Materiële kosten

2,05%

CPB overheidsconsumptie gemiddelde van 3 jaar

➢

Weg en waterbouw

4,1%

Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) gemiddelde

CPB loonkostenontwikkeling

van 3 jaar ➢

Bouwkosten

3,3%

Bouwindex (BDB), gemiddelde van 3 jaar

➢

Subsidiebudgetten

2,4%

Gewogen gemiddelde van loon- en materiële kosten

➢

Belastingen

2,4%

index Verwachte loon- en prijsontwikkelingen

Wij hebben met deze indexeringen nog geen rekening gehouden met de recente sterke stijging van de prijzen en inflatie. Weerstandsvermogen Op basis van de voorlopige jaarrekeningcijfers blijkt de ratio van het weerstandsvermogen 0,73. In de voorjaarsnota 2021 is een herstelplan gemaakt om de weerstandsratio weer op 1 te krijgen. Daarom is er volgens de spelregels een aanvulling van 4 miljoen euro nodig. Belastingen (inflatiecorrectie) Jaarlijks indexeren we de belastingopbrengst met de inflatie. Evenals voorgaande jaren bepalen we die aan de hand van de verwachte loon- en prijsontwikkeling vanaf 2022. De indexering komt daarmee op 2,4%, namelijk 70% loonindexatie en 30% indexatie materiële kosten. De recente sterke toename van de inflatie is nog niet meegenomen in deze indexering, omdat we de impact op onze kosten en de inkomsten van het rijk nog niet voldoende in beeld hebben.

20

Regeerakkoord Het regeerakkoord heeft ook een financiële doorwerking op het gemeentefonds. We hebben een eerste inschatting gemaakt van de gevolgen voor de gemeente Utrecht. In de meicirculaire 2022 wordt het daadwerkelijke effect bekend gemaakt. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Tabel: Regeerakkoord (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo Regeerakkoord

2026

x € 1.000 Structureel

30.374

18.800 25.600

25.600

-6.000

-6.000 -6.000

-6.000

2022

2023

2024

15.215

25.038

0

-6.000

8.000

7.002

1.840

0

0

0

250

10.500

14.250

17.875

0

0

Extra middelen jeugdzorg**

0

29.000

26.000

18.000 11.800

10.700

Toename kosten jeugdzorg

0

-11.800

-16.600

-15.300 -10.500

-9.800

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000 -8.000

-8.000

0

-5.400

-7.920

-7.920 -7.920

-7.920

4.500

3.000

2.000

2.250

0

0

0

0

0

2.000

2.000

2.000

pm

pm

pm

pm

pm

pm

19.965

43.340

35.944

21.705

6.980

6.580

Accres regeerakkoord* Ingeboekt te verwachten extra middelen

2025

jeugdhulp Verlagen risico ingerekend accres op basis van de Meicirculaire 2021) Bevriezen oploop opschalingskorting

Ingeboekt te verwachten accres GF Herijking Gemeentefonds Uitvoeringskosten WKB en omgevingswet WMO abonnementstarief eigen bijdrage Specifieke Uitkeringen (zoals klimaatakkoord) Totaal beschikbare financiële ruimte *) incl. Woningbouw en Volkshuisvesting **) incl. Extra korting jeugdzorg

Accres regeerakkoord De extra uitgaven die het Rijk heeft gepland, zullen leiden tot extra inkomsten in het gemeentefonds (trap-op-trap-af). Op basis van de financiële uitwerking van het regeerakkoord (startnota) hebben wij het effect voor Utrecht bepaald. Daarbij hebben we rekening gehouden met: Groei van het algemene deel van het gemeentefonds (accres): •

de procentuele groei van het accres door de extra maatregelen is door vertaald,

•

gecorrigeerd voor het effect van de lopende prijzen (wij begroten tegen constante prijzen) en

• verminderd met het voorschot waar we bij de Voorjaarsnota 2021 rekening mee hebben gehouden. Voor de groei van het accres 2026 is afgeweken van het regeerakkoord. Wij gaan ervan uit dat het gemeentefonds zich zoals gebruikelijk ontwikkeld en hebben de inkomsten uit het jaar 2025 als basis genomen voor 2026. Deze hebben we aangepast met de procentuele groei uit de septembercirculaire. Ingeboekt te verwachten accres In de financiële strategie van de Voorjaarsnota 2021 is 8 miljoen euro structureel ingeboekt vanwege de verwachting dat het accres door het regeerakkoord zal stijgen. Dit bedrag is in mindering gebracht op het werkelijke extra accres uit het Regeerakkoord. Verlagen risico ingerekend accres (op basis van Meicirculaire 2021) De financiële impact van de meicirculaire was positief. Een deel hiervan is gebruikt om het ingeboekte verwachtte accres gemeentefonds te verlagen.

21

Bevriezen oploop opschalingskorting De opschalingskorting wordt bevroren in deze kabinetsperiode. Het is daarmee een incidenteel voordeel voor de jaren 2022 t/m 2025. Deze korting is in 2015 ingevoerd om gemeente te stimuleren om te fuseren (op te schalen) vanuit efficiency perspectief. De beleidswijziging ‘opschalen van alle gemeenten naar 100.000+ gemeenten’ nooit is gerealiseerd en van tafel is gegaan, de opschalingskorting is echter wel blijven staan in het gemeentefonds. Extra middelen jeugdzorg In het regeerakkoord is de arbitrage uitspraak voor de jeugdzorg structureel meegenomen. Dit geeft extra inkomsten om de stijgende kosten te compenseren. De extra inkomsten dalen over de jaren heen. Uitgangspunt van dit deel van de arbitrage afspraak is dat gemeenten een hervormingsagenda opstellen die leidt tot lagere kosten. Zowel op de lasten als batenkant zien we de nodige onzekerheden voor de komende jaren. Aan de lastenkant door een steeds groter beroep op jeugdzorg in combinatie met de hervormingsagenda. Aan de batenkant ook door de hervormingsagenda, die moet gaan leiden tot structureel extra middelen voor jeugdzorg, het nieuwe woonplaatsbeginsel en nieuwe verdeelmodel sociaal domein. Daarnaast is er ook een de extra korting voor de jeugdzorg in het Regeerakkoord opgenomen, deze is ingeboekt vanaf 2024.

Ingeboekt te verwachten extra middelen jeugdhulp In de Programmabegroting 2020 is geanticipeerd extra middelen voor de jeugdzorg en is voor 6 miljoen euro aan extra middelen opgenomen. Herijking Gemeentefonds In januari 2022 heeft het Rijk een voorlopige doorrekening gemaakt van het effect per gemeente op basis van gegevens uit 2019. Op basis van deze gepubliceerde cijfers is het financiële gevolg van de herijking -22 euro per inwoner. Er geldt hierbij een ingroeipad van maximaal -15 euro per inwoner per jaar. De huidige cijfers zijn hierop gebaseerd.Deze calculatie wordt nog geactualiseerd, want inmiddels is de herijking in besluit genomen, echter niet met een verevening van 90%, maar met bestaande verevening. De cijfers worden ook geactualiseerd naar 2020 en dit zal weer tot een nieuwe uitkomst leiden. Daarnaast is afgesproken dat het ingroeipad in jaar 2023 maximaal -7,50 euro per inwoner is. Uitvoeringskosten WKB en Omgevingswet Op 28 januari 2022 is er een kamerbrief gestuurd ten aanzien van onderliggende reeksen “overige dossiers medeoverheden. Hierin staan de extra middelen. Als uitgangspunt hebben we het Utrechtse aandeel in het gemeentefonds genomen. WMO abonnementstarief eigen bijdrage Op 28 januari 2022 is er een kamerbrief gestuurd ten aanzien van onderliggende reeksen “overige dossiers medeoverheden. Hierin staan de extra middelen.

Als uitgangspunt hebben we het Utrechtse aandeel in het gemeentefonds genomen. Specifieke Uitkeringen (zoals klimaatakkoord) Er is nog niet bekend hoeveel middelen er beschikbaar komen voor bijvoorbeeld het klimaatakkoord. De verwachting is dat dit via specifieke uitkeringen gaat.

22

Groei van de stad Tabel: Groei van de stad (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Groei van de stad

2022

2023

2024

2025

2026

x € 1.000 Structureel

Gemeentefonds

-1.762

5.261

5.261

5.261

5.261

5.261

Belasting en heffingen

0

612

612

612

612

612

Toename OZB

0

688

688

688

688

688

Afdracht ondernemersfonds

0

-76

-76

-76

-76

-76

62

62

62

62

62

62

-1.700

5.935

5.935

5.935

5.935

5.935

Stelpost investeringsagenda groei Totaal Financiële ruimte

Groei van de stad (volumeontwikkelingen) Op basis van ramingen die de afdeling Onderzoek opstelt, worden de parameters van de algemene uitkering jaarlijks geactualiseerd bij de voorjaarsnota. We actualiseren het lopende jaar en ramen de groei voor het komende jaar. De groei voor het komend jaar trekken we structureel door. We ramen dus niet de groei voor de jaren t+2+3+4. We ramen immers ook niet de eventuele extra lasten die zich in de jaren t+2+3+4 gaan voordoen. Belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Met de groei van de stad neemt het bestand aan woningen en niet-woningen toe waarover onroerendezaakbelasting (OZB) wordt ontvangen. Door het uitbreiden van het woningenbestand is rekening gehouden met 0,688 miljoen euro extra opbrengsten als gevolg van een toegenomen areaal woningen en niet-woningen. Afdracht ondernemersfonds Conform de spelregels wordt 11% van de OZB-inkomsten aan het ondernemersfonds afgedragen. Stelpost investeringsagenda groei Er staan nog middelen ten aanzien van groei op een stelpost. Overige ontwikkelingen Naast de bovenstaande ontwikkelingen zijn er nog andere ontwikkelingen die invloed hebben op het financiële beeld. Tabel: Overige ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Overige ontwikkelingen

2022

2023

2024

2025

2026

x € 1.000 Structureel

Dividend

400

250

100

100

100

100

Rente

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Stelposten

72

77

77

77

77

77

Erfpacht

-90

-90

-90

-90

-90

-90

Totaal beschikbare financiële ruimte

382

237

87

87

87

87

Dividend Het dividend laat een positief effect zien en dat zit bij BNG. Het resultaat van de bank herstelt zich, na een korte Corona-dip met externe dividendrestricties, sneller dan verwacht. Die restricties op het uitkeren van dividend zijn inmiddels ook al opgeheven. De dividendraming voor Vitens blijft de komende jaren gehandhaafd op nihil.

23

Rente Bij het opstellen van de begrotingen worden ramingen gemaakt van saldi van baten en lasten (exploitatie), investeringsuitgaven en grondexploitaties. De uitkomsten daarvan worden doorvertaald in een verwachte financieringsbehoefte en daarmee samenhangende externe rentelasten. Externe rentelasten vormen de basis voor de interne renteomslag zoals die op grond van bet Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet worden toegepast. Op grond van eerdere prognoses is de omslagrente met ingang van 2018 vastgesteld op 2% (was 4%). Met dit percentage is ook gerekend in de huidige meerjarenbegroting 2022-2025. Het renteresultaat is het verschil tussen de intern aan investeringen toegerekende rentelasten en de werkelijke externe rentelasten. Door het in sterke mate achterblijven van de externe rentelasten heeft ertoe geleid dat over 2021 het renteresultaat moest worden nagecalculeerd tegen 1,85%. Ofwel: het gehanteerde interne rentepercentage van 2% was te hoog en moest worden herrekend. Deze nacalculatie maakt het, samen met de reeds besloten verlaging van de omslagrente naar 1,5% met ingang van 2022, op dit moment lastig om ramingen voor renteresultaat te doen voor 2023 e.v. Nadere doorrekeningen worden gemaakt op basis van de nog vast te stellen balans 2021.

De boekwaarden van de investeringen van die balans zullen naar verwachting een beter houvast geven voor verdere meerjarige doorrekeningen van onder andere het interne renteresultaat. Stelposten Saldo van diverse stelposten. Erfpacht De producten van erfpacht dragen bij aan de gemeentebrede financiële ruimte. De opbrengsten uit deze producten zijn nauwelijks beïnvloedbaar omdat het initiatief tot het omzetten van erfpachtvoorwaarden of het uitgeven van een nieuw erfpacht buiten de gemeente ligt. In de Tweede Bestuursrapportage en in de Jaarstukken 2021 zijn incidentele opbrengsten verantwoord uit de conversie van erfpachtcontracten naar eeuwigdurende afkoop. Met deze conversie vervallen echter ook de structurele inkomsten in de vorm van de canons. De structurele inkomstendaling nemen we mee in de financiële ontwikkelingen. Deze omzetting geeft een structureel nadeel van 0,90 miljoen euro.

2.2 Onvermijdelijke kosten Corona scenario C Ontwikkelingen Corona scenario C sinds de begroting 2022 In de Programmabegroting 2022-2025 hebben we rekening gehouden met het effect wat de corona pandemie. Dit is op basis van de inschatting die wij in de zomer 2021 hebben gemaakt. De verwachte financiële effecten hebben wij bij de Begroting 2022 in beeld gebracht middels twee scenario’s (scenario C: basis, scenario D: somber). De onvermijdelijke coronakosten zijn opgenomen in scenario C en verwerkt in het financieel beeld. Inmiddels hebben diverse ontwikkelingen plaatsgevonden, zo was er wederom sprake van beperkende maatregelen en compensatie van het Rijk in december 2021.

Met als gevolg dat we de uitgangspunten van scenario C hebben aangepast naar: • Startpunt is de situatie van begin december 2021 • Vanaf het eerste kwartaal 2022 worden maatregelen vanuit het kabinet langzaam versoepeld, dat wil zeggen naar:  Coronapas op veel locaties  Daarbinnen geen verplichting tot 1,5 meter  Daarbuiten is 1,5 meter een advies, geen verplichting • Corona blijft in heel 2022 nog onder ons, maar de maatregelen worden wel steeds minder beperkend Vanaf het tweede kwartaal zien we de economie weer herstelt en een groei laat zien In deze tabel hebben we de financiële effecten uiteengezet van de actualisatie van de onvermijdelijke kosten voor het jaar 2022 ten opzichte van de Programmabegroting 2022. Bij de Tweede

24

Bestuursrapportage 2022 actualiseren we de uitgangspunten van scenario C en daarmee de onvermijdelijke kosten nog een keer naar de situatie op dat moment. De daadwerkelijk verwerking van de kosten in de Begroting 2022 vindt daarom ook pas plaats bij de Tweede Bestuursrapportage 2022. Dit is dezelfde werkwijze als in 2021.

Bijstelling budgetten onvermijdelijke kosten scenario C Wij hebben beging 2022 onze prognoses geactualiseerd voor de onvermijdelijke kosten scenario C. Hieronder lichten we de mutaties van de onvermijdelijke kosten Corona toe. Ten opzichte van de Begroting 2022 nemen de onvermijdelijke kosten Corona in totaal toe met een bedrag van 5,071 miljoen euro. Tabel: Samenvattend overzicht onvermijdelijke kosten scenario C (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) Omschrijving Bijstelling scenario C Overige ontwikkelingen Totale bijstelling

x € 1.000 2024

2022

2023

-5.537

-5.310

466

940

1.085

-5.071

-4.370

1.085

Bijstelling scenario C (nadeel 5,536 miljoen euro) op diverse programma’s De aanpassing van scenario C leidt tot een nadeel op diverse programma’s van in totaal 5,536 miljoen euro. Bij de begroting 2022 gingen we ervan uit dat de coronapandemie vanaf medio 2021 beheersbaar zou zijn en er vanaf 1 november geen coronamaatregelen meer zouden komen. Dit scenario bleek te optimistisch en is daarom bijgesteld naar bovenstaande uitgangspunten met als gevolg dat ook de kosten zijn bijgesteld. De specifieke compensatie van het Rijk uit de september- en decembercirculaire zijn netto meegenomen op de beleidsprogramma’s/ Dat wil zeggen dat de verwachte extra kosten zijn verminderd met de toegezegde compensatie van het Rijk. Hieronder zijn de grootste bijstellingen als gevolg van scenario C toegelicht: • Ondersteuning op maat (nadeel: 2022 1,700 miljoen euro en 2023 4,800 miljoen euro) In 2022 zijn extra locaties voor daklozenopvang geopend. Voor 2023 zijn extra kosten geraamd voor de boeggolf WMO en Jeugd. De pandemie en de maatregelen duren langer dan verwacht en we zien dat de extra vraag voor WMO en Jeugd erg hoog blijft.

Extra inzet blijft ook in 2023 daarom nodig om de extra/zwaardere zorgvraag op te vangen/te voorkomen • Bewoners en bestuur (nadeel 2022 1,075 miljoen euro) De verwachting is dat ook in 2022 extra kosten zullen ontstaan door de opeenstapeling van de vraag naar onder andere reisdocumenten (boeggolf) als gevolg van de verlenging van de coronamaatregelen. Daarnaast leidt deze verlenging van de coronamaatregelen er ook toe dat er kosten zijn voor het "Thuisbezorgen van reisdocumenten" en meer inzet van personeel nodig is bij het Klant contact centrum. • Volksgezondheid (nadeel: 2022 1,075 miljoen euro en 2023 0,575 miljoen euro De onderdelen psychische gezondheid en gezond ouder worden in Pakket 2.1 zijn opgehoogd en zullen waarschijnlijk doorlopen na 2022. Bij de Jeugdgezondheidszorg locaties leidt de 1,5 meter maatregel en het 1-ouder beleid tot extra personele inzet. Het 1-ouder beleid betekent dat er maar één ouder mee naar binnen mag. Er is extra inhuur van personeel voor doorgang van activiteiten doordat medewerkers door corona-activiteiten niet/ minder beschikbaar zijn. Verder is er een werkgroep die zich bezighoudt met corona vaccinaties.

25

Overige bijstellingen (voordeel 0,466 miljoen euro) Naast de bijstelling van het scenario C, zijn ook een aantal budgetten bijgesteld voor de onvermijdelijke corona kosten. Deze worden hieronder toegelicht.

26

•

Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed (voordeel 0,553 miljoen euro) De inkomstenderving voor de bouwvergunningen worden bepaald door Pfas en stikstofmaatregelen, haperende aanvoerketen in de bouw en corona-effecten. Het is niet exact aan te geven of en zo ja welk deel van de inkomstenderving komt door de coronamaatregelen. Daarom brengen we het bedrag in de begroting terug naar nul.

•

Bereikbaarheid (voordeel 0,720 miljoen euro) Bij de actualisatie van de onvermijdelijke kosten gaan we ervan uit dat de inkomstenderving voor parkeren toch nog gecompenseerd zal worden vanuit het rijk. Daarom brengen we het bedrag in de begroting terug naar nul.

•

Openbare ruimte en groen (nadeel: 2022 0,429 miljoen euro, 2023 0,235 miljoen euro en 2024 0,185 miljoen euro) De werkzaamheden voor de ventilatie van de gebouwen van stadsbedrijven is uitgesteld van 2021 naar 2022 (nadeel 0,560 miljoen euro). Daarnaast kan als gevolg van nieuwe afspraken met reclame-exploitanten de inkomstenderving beperkt worden (voordeel 0,131 miljoen euro).

•

Werk & Inkomen (voordeel: 2022 1,700 miljoen euro, 2023 1,850 miljoen euro en 2024 0,900 miljoen euro) De grote stijging in de bijstand door Corona is uitgebleven, op basis van de huidige CPBprognoses verwachten we in 2022 geen sterke stijging en bijbehorende uitvoeringskosten (voordeel 0,9 miljoen euro). De incasso van TOZO loopt beter dan eerder gedacht en eventuele extra kosten worden opgevangen binnen het uitvoeringsbudget TOZO (voordeel 0,5 miljoen euro). De verwachte stijging van armoede en schulden door corona is tot nu toe beperkt en wordt deels ondervangen in werkpakket 2, daarom verlagen we deze kosten in 2022 (voordeel 0,3 miljoen euro).

•

Veiligheid (nadeel 2022 en 2023 1,145 miljoen euro) Begin 2022 was door Corona en de nasleep ervan een toename van openbare orde problematiek (zoals dreigingen, rellen, demonstraties en crowdproblematiek). De problematiek nam niet alleen toe, maar was ook complexer. Daarom was het noodzakelijk om extra adviseurs openbare orde en juristen in te zetten. Bij de tweede bestuursrapportage zullen we bezien in hoeverre dit nadeel al dan niet kan worden bijgesteld.

•

Overhead (nadeel 0,933 miljoen euro) Om werken op kantoor en thuis mogelijk te maken en daarmee samenhangende voorzieningen zoals extra schoonmaak worden meer kosten gemaakt. Daarnaast zijn er extra kosten in verband met capaciteit voor crisiscommunicatie en afhandeling van bezwaarschriften als gevolg van de tijdelijke regelingen.

Recapitulatie onvermijdelijke kosten scenario C per programma Tabel: Totaal Overige ontwikkelingen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 Programma

Begroting 2022 2022 2023 2024

Actualisatie 2022 2022 2023 2024

2022

Saldo 2023

2024

Bewoners en bestuur Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

-

-

-

-1.075

-

-

-1.075

-

-

-553

-

-

-400

-

-

153

-

-

Bereikbaarheid

-720

-

-

-400

-

-

320

-

-

Duurzaamheid Openbare ruimte en groen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-585

-235

-185

-

-

-995

235

185

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-900

-700

-

1.700

1.850

900

-

-

-

-

-

-

Economie & Werkgelegenheid voor iedereen Werk en Inkomen Onderwijs Ondersteuning op maat

-2.400 -3.250 -

-

-1.400 -

-

-12.100

-8.000

-

-1.700 -4.800

-

Volksgezondheid

-

-

-

-1.075

-510

-

-1.075

-510

-

Veiligheid

-

-

-

-1.465

-1.145

-

-1.465 -1.145

-

Cultuur Samenleven en sport

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Vastgoed Algemene middelen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-978

-

-

-978

-

-

-

-

-

-459

-

-

-1.392

-

-

-933

-

-21.165 -11.055

0

Overhead

-10.400 -3.200

-1.580

-16.095 -6.685 -1.085

-5.071 -4.370

1.085

27

2.3 Knelpunten en meevallers In dit hoofdstuk zijn de knelpunten en meevallers opgenomen. Een knelpunt moet voldoen aan drie criteria: ze moeten onvermijdelijk zijn (bijsturen is niet mogelijk), onuitstelbaar (niet verschuifbaar in de tijd) en onoplosbaar (niet binnen bestaande budgetten op te vangen). In onderstaande tabel laten wij per programma de verwachte afwijking in de begroting zien. De afwijkingen ten opzichte van de actuele Begroting 2022 leiden tot het verwachte saldo bij de Verantwoording 2022. Dit beeld is exclusief bestedings- en dekkingsvoorstellen en exclusief de grondexploitaties. Tabel: Knelpunten en meevallers (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo Omschrijving Bewoners en Bestuur Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed

2022

x € 1.000 2025 2026

2023

2024

-1.776 -2.367

-2.367

-2.367

-2.367

-415 -3.333

-3.878

-3.765

-7.935

Bereikbaarheid

-

-

-

-

-

Duurzaamheid

-

-

-

-

-

-675

-217

-2.217

-2.677

-4.087

-

-

-

-

-

Werk en inkomen

3.600

1.200

1.200

1.200

1.200

Onderwijs

-1.850 -3.550

-1.950

-2.650

-1.450

Ondersteuning op Maat

-2.500 -8.600 -10.000

Openbare Ruimte en Groen Economie en werkgelegenheid voor iedereen

-8.600 -10.600

Volksgezondheid

-50

-50

-50

-50

-50

Veiligheid

-330

-468

-448

-448

-448

Cultuur

-

-

-

-

-

Samenleven en Sport

-65

-130

-195

-250

-315

Utrechts Vastgoed

-4.910 -4.910

-4.910

-345

-345

Algemene middelen

-3.250

-

-

-

Overhead

-6.052 -10.396 -11.429 -10.813

Totaal Hierna worden de afwijkingen per programma toegelicht.

28

-

-9.717

-18.273 -32.821 -36.243 -30.765 -36.114

Bewoners en Bestuur Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Consequenties CAO-aanpassing 2022 voor Inhuur

-180

-180

-180

-180

-180

Basis op orde bedrijfsvoering lokale democratie

-50

-475

-475

-475

-475

Extra lasten burgerzaken door verandering

-275

-275

-275

-275

-275

-204

-270

-270

-270

-270

Verkiezingen in de toekomst

-1.067

-1.167

-1.167

-1.167

-1.167

Totaal

-1.776

-2.367

-2.367

-2.367

-2.367

samenstelling populatie bevolking Uitbreiding fractiebijdrage door meer fracties

Consequenties CAO-aanpassing 2022 voor Inhuur De vakbonden en werkgevers hebben een principeakkoord bereikt over de nieuwe CAO. Naar verwachting wordt deze nieuwe CAO in 2022 met terugwerkende kracht naar 1-1-2021 vastgesteld. De impact van de verhoging van het minimumloon zal voor de inhuur van uitvoerende functies een grotere impact hebben dan de rest van het in concept afgesproken pakket. Basis op orde bedrijfsvoering lokale democratie De capaciteit van de griffie en de vaste fractiebijdrage worden op orde gebracht met deze uitbreiding. Extra lasten burgerzaken door verandering samenstelling populatie bevolking De stad groeit, het aantal inwoners groeit. Deze groei is niet ‘recht evenredig’, het aantal mensen van niet Nederlandse afkomst groeit harder dan die van Nederlandse afkomst. Voor burgerzaken betekent dit dat de gemiddelde ‘doorlooptijd’ van producten en diensten toeneemt. De formele voorbereidingen voor een huwelijk tussen iemand uit Eritrea en iemand uit Iran is veel bewerkelijker. Idem voor geboorteaangifte, de overlijdensakte etcetera. Ook voor het KCC heeft dit effect; inwoners met lagere taalvaardigheid en (gemiddeld) minder inzicht in het functioneren van de gemeente/ de overheid hebben gemiddeld een langere interactie met het KCC. Dit vraagt om uitbreiding van de personele inzet, om de wachttijden niet op te laten lopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c114832c-50ab-4e28-871d-9eff4e09a7bb