CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

STREKT TER VERVANGING Vaststellingsrapport Haarrijn.pdf

Gemeenteraad 13 oktober 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas; verplaatsing grens bebouwde kom Maarssenseweg/Heldinnenlaan20.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In het noordwesten van het plangebied bevindt zich een gebied met enkel de bestemming groen. Het is zeer wenselijk dat hier een voet- en fietspad te realiseren om de nieuwe wijk met het natuurgebied te verbinden en recreanten een recreatieve route om de Haarrijnseplas te bieden. Gelukkig laat regel 5.1 lid 2 van het bestemmingsplan dat ook toe. Uit de stukken is vooralsnog onduidelijk of deze verbinding er ook echt komt, wij willen graag dat deze verbinding al in dit stadium aan het plan wordt toegevoegd.

Reactie In het plan wordt een oost-west gerichte fietsroute gerealiseerd. Deze wordt voor het overgrote deel vormgegeven als fietsstraat (auto te gast). In de vormgeving van de autoroutes wordt voorkomen dat automobilisten grote delen van deze route ook kunnen gebruiken en daarmee de fietsroute autoluw is. In het Mobiliteitsplan 2040 is de verbinding met de polder Haarrijn als nieuwe fietsroute opgenomen. Een dergelijke verbinding is binnen de regels van het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. 

Aan de Willy Posthumushaghe ligt de enige bushalte. Het plangebied strekt zich uit tot 1 kilometer en dat is voor een groot deel van de bewoners een te grote afstand tot de bushalte om te lopen (uitgaand van 200 meter als acceptabele loopafstand tot het OV). We willen daarom dat bij de halte voorzieningen voor fietsparkeren worden gerealiseerd, zodat bewoners uit het plangebied hun fiets veilig bij de bushalte kunnen parkeren. De Nota Stallen en Parkeren (2013) benoemt het plaatsen van stallingen bij knooppunten en voorzieningen.

Reactie: We onderzoeken die mogelijkheden hiervoor. Bij de huidige bushalte op de verbindingsweg is weinig fysieke ruimte en het is een druk verkeerspunt. 

Het plan behelst de aanleg van een woonwijk en daarin hoort de mens centraal te staan. Kinderen moeten veilig op en rond de straat kunnen spelen en fietsen. Er moet volgens indiener in de wijk goed naar de inrichting van de erftoegangsweg worden gekeken, waarbij verkeersveiligheid van langzaam verkeer voorop staat. De auto is hier ondergeschikt en snelverkeer hoort niet thuis in een leefomgeving waar mensen wonen en waar kinderen opgroeien.

Reactie Het totale plangebied maakt onderdeel uit van een 30 km/u gebied. De overige straten zijn aangemerkt als erf. Daarnaast zijn er delen waar geen auto’s komen, deze vormen bijvoorbeeld een fietspad en wandelpaden. Bij de inrichting sluiten we aan bij de landelijke richtlijnen van Duurzaam Veilig. Op deze wijze zorgen we voor een veilig omgeving voor alle weggebruikers. 4. In het plangebied komt een fietspad door het recreatiegebied, vanaf de Rijnkennemerlaan via het recreatiegebied naar de woonwijk en naar de brug over de A2. Deze route moet als uitstekende hoofdfietsroute worden vormgegeven. In de toekomst wordt een fietspad buitenom Maarssenbroek aangelegd en de route door het recreatiegebied en wordt dan nog aantrekkelijker dan die nu al is voor e-bikes en speed pedelecs. Het fietspad in het recreatiegebied mag geen bottleneck gaan vormen voor doorgaand fietsverkeer. De zorg van indiener is dat de route in de wijk tussen twee woningen door gaat; na de bouw van de woningen is het fietspad dus met geen mogelijkheid meer breder te maken.

Reactie Voor de belangrijke doorgaande fietsroutes (oost-west) kan worden aangegeven dat deze niet krap tussen bouwblokken zijn gesitueerd. Het wordt een brede fietsstraat waar de auto te gast is.

19/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Concluderende overwegingen Indiener komt tot de volgende concluderende overweging. Er is in het plan volop aandacht voor gemotoriseerd verkeer in de vorm van een parkeerbalans en een verkeerssimulatie, de aandacht voor langzaam verkeer, en met name de fiets, is in het plan ver onder de maat. In een fietsstad als Utrecht moet er meer aandacht zijn voor de fiets in relatie tot de toekomstige bewoners in het plangebied, met specifieke aandacht voor kinderen, tieners, volwassenen en ouderen. Er moet aandacht zijn voor diverse type fietsers: bakfiets, kinderen, scholieren, forens, cargobike, etc. en voor hoe zij veilig van de straat en voorzieningen gebruik kunnen maken. Los van het mobiliteitsvraagstuk, ligt wat ons betreft de vraag voor of je in beginsel wel op deze locatie, langs de Haarrijnseplas en pal naast de A2, moet willen bouwen.

Reactie Verwezen wordt naar bovenstaande reacties per onderdeel van de zienswijze. De verdere uitwerking van routes, inrichting (breedte etc) regelen we in de verdere uitwerking zoals een inrichtingsplan. Het parkeerbeleid, zoals de parkeernormen, waaraan de vergunningaanvragen moeten voldoen van de verschillende bouwplannen regelen aspecten als ruimte voor speciale fietsen, oplaadfaciliteiten etc.). Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Zienswijze 5 1. Verhouding sociale huur versus dure koopwoningen Indiener vindt, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen, dat een verschuiving richting sociale huur en goedkope koopwoningen terecht is. Er is veel vraag naar starterswoningen en daar wordt maar een klein deel van gebouwd.

Reactie Om meer aansluiting te krijgen met het coalitieakkoord is in overleg met de beleidsafdeling Wonen onderzocht in welke mate het wenselijk is om meer sociale huurwoningen toe te voegen op Haarrijn. De conclusie van Wonen is dat de locatie Haarrijn zich in mindere mate leent om het programma aan te passen aan de ambities uit het coalitieakkoord en Woonvisie. Hoewel met deze uitgangspunten wordt bijgedragen aan meer gemengde wijken en een betere balans in de stad en er wordt bijgedragen om het tekort op sociale huur gezinswoningen in te lopen, leidt dit ook tot een toename van bewoners die in belangrijke mate afhankelijk zijn van nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer. Haarrijn krijgt, op een basisschool na, geen eigen voorzieningen. Daarmee is Haarrijn afhankelijk van Maarssen en/of centrum Vleuten. Deze centrumvoorzieningen liggen vanwege de excentrische ligging op een grotere afstand van de woningen dan elders in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern of Utrecht stad. Door de grotere afstand en onvoldoende bereikbaarheid met het openbaar vervoer worden de voorzieningen lastiger bereikbaar voor de doelgroep sociaal. Daarnaast maakt de ligging naast de A2 dat gestapelde woningbouw niet wenselijk is. De ontwikkeling zal dan ook grotendeels bestaan uit grondgebonden woningen. Voor de aanpassing in het woningbouwprogramma zijn enkele scenario’s doorgerekend.

Rekening houdend met stedenbouwkundige kaders en milieuaspecten is tot de huidige programmaverdeling gekomen. 2. Woningen aan de waterkant De oever zoals deze de laatste jaren is gegroeid, past volgens indiener heel goed in de omgeving en is heel erg natuurlijk gegroeid. Dat zou een aanpassing in de plannen voor de oeverwoningen moeten opleveren, minder aan de oever of gewoon niet aan het water. 20

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

Reactie De huidige oeverbeplanting, met de elzen en wilgen, blijft zoveel mogelijk behouden. De indeling van de bebouwing is hier zelfs op aangepast zodat de route van de meervleermuis behouden kon blijven. 3. Waterafvoer In de wijk Haarzicht is te zien wat bewoners met hun tuin doen: het grootste deel is bestraat, en er is echt heel weinig tuinier-inzicht voor nodig om te weten dat een wijk "in de natuur" een groot deel open grond zou moeten hebben. Dit mis ik in het stuk over de waterafvoer/groenvoorziening. Voorstel: vastleggen dat bewoners maximaal 25% van hun erf mogen bestraten.

Reactie De toetsing, controle en handhaving van maximaal 25% erfverharding per perceel is een veelomvattende en onmogelijke opgave. Daarvoor in de plaats wordt een kavel, het dakoppervlak en achterpaden 100% aangemerkt als verhard oppervlak. De tuinen worden aangemerkt als 60% verhard en 40% onverhard. Deze hoge percentages leiden ertoe, dat verhard oppervlak per kavel gecompenseerd moet en zal worden in de openbare ruimte in de vorm van oppervlaktewater of wadi’s. Hierdoor is geen sprake van een negatief effect op de waterafvoer. In Haarrijn leidt dit bovendien tot aanzienlijk meer openbaar groen en oppervlaktewater, dat bijdraagt aan een groene uitstraling. 4. Parkeren Er wordt vanuit gegaan dat die dure bewoners ook veel auto's zullen hebben omdat de woonkernen ver weg zijn. Indiener wijst erop dat Vleuten 2 km van het plangebied ligt en Maarrssenbroek minder dan 1kilomer. Vanaf Wielreveld kunnen de toekomstige bewoners zo over de fietsbrug even naar Bisonspoor. Ze willen toch graag in de natuur wonen?? Dus deze aanname zou indiener graag veranderen naar een stimulans om juist fietspaden aan te leggen en een bushalte voor de deur voor minder validen en ouderen.

Reactie In het plan is sprake van een aantal nieuwe fietsroutes, bijvoorbeeld oost-west richting de Rijnkennemerlaan en het buitengebied. Het totale plangebied maakt onderdeel uit van een 30 km/u gebied. De overige straten zijn aangemerkt als erf. Daarnaast zijn er delen waar geen auto’s komen, deze vormen bijvoorbeeld een fietspad en wandelpaden. Bij de inrichting sluiten we aan bij de landelijke richtlijnen van Duurzaam Veilig. Op deze wijze zorgen we voor een veilig omgeving voor alle weggebruikers en dus fietsers. Langs de hoofdinfrastuctuur, zoals de Maarssenseweg, Heldinnenlaan en de Willy Posthumushaghe zijn vrijliggende fietspaden voorzien. Het aanbrengen van bushaltes is geen onderdeel van het bestemmingsplan. Gezien de ligging van het plangebied en de routes waar bussen nu rijden zijn haltes in het plangebied geen optie. Hiervoor moeten buslijnen anders gaan rijden. Op dit moment ziet de provincie Utrecht (als opdrachtgever van de bus- en tramlijnen in en om de stad), geen aanleiding om busroutes door Haarrijn te laten lopen. 5. Maarssensdeweg 50 kilometerzone Als laatste zou indiener graag zien de hele Maarssenseweg een 50 kilometerzone wordt. Met al die autobedrijven is het volgens indiener nu al een proefrit-racebaan. Levensgevaarlijk, zeker als daar straks mensen wonen.

Reactie Binnen de bebouwde kom kan volgens de landelijke wetgeving sprake zijn van een aantal snelheidsregimes, te weten 70 km/u, 50 km/u, 30 km/u en (woon)erf. Niet de gehele Maarssenseweg kan binnen de bebouwde kom worden gelegd en daarmee kan ook niet 50 km/u worden ingesteld. In de ‘Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens’ zijn duidelijke eisen gesteld aan de plaats en de inrichting van de komgrens en daarmee de bebouwde kom. De komgrens wordt gekenmerkt door het begin van een aaneengesloten bebouwing van zodanige

21/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

omvang en dichtheid dat er een voor de weggebruiker duidelijk herkenbaar verschil in het karakter van de wegomgeving is met die buiten de bebouwde kom. Langs de Maarssenseweg ter hoogte van de plas is geen sprake van bebouwing. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

Zienswijze 6 1. Exploitatie boomgaard mag niet in gevaar komen Indiener is eigenaar van de boomgaard die aansluitend aan het plangebied aan de Haarrijnseplas is gelegen. Deze hoogstamboomgaard is reeds vele decennia in gebruik. Ter plaatse worden o.a. kersen geteeld en in de zomerperiode vindt verkoop van fruit e.d. plaats vanuit de winkel die ter plaatse staat. Indiener wil de boomgaard nu en in de toekomst op een goede manier kunnen blijven exploiteren. Indiener voorziet dat hierbij problemen zullen ontstaan indien de geplande woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas wordt ontwikkeld zoals nu in het ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas is opgenomen. Indiener stelt voorop dat zij geen bezwaar heeft tegen de voorgenomen woningbouw, echter zij bepleit dat dit gebeurt zonder dat de exploitatie van de boomgaarden in gevaar komt.

Reactie Bij een ruimtelijke procedure wordt gebruik gemaakt van de VNG-systematiek Bedrijven en Milieuzonering. De functie ‘Akkerbouw en fruitteelt’ heeft een aan te houden afstand van 30 meter. De nieuwe woningbouw valt ruim buiten deze afstand. 2. Geluidsoverlast In de zomermaanden moet het fruit beschermd worden tegen onder andere vogels die het fruit willen opeten. Om de vogels zo diervriendelijk mogelijk te verjagen, maakt indiener gebruik van geluid. Gedurende circa 7 weken in de zomermaanden, de hele week van zonsopgang tot zonsondergang, worden knallen en ander geluid gemaakt om de vogels te verdrijven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een gaskanon die onregelmatig knallen laat horen. Dit is een gangbare diervriendelijke methode om het fruit te beschermen. Indiener is trouwens ook gerechtigd om spreeuwen te verjagen door afschot daarvan. De Provincie Utrecht heeft hiervoor ontheffing verleend bij besluit van 28 juni 2016. Door het College van burgemeester en wethouders van Utrecht is voor het gebruik van het gaskanon ontheffing verleend op grond van artikel 4.1 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010 (kenmerk 19-00119-L / CHZ_PCM-19-20430-CDZICM-11947). In het onderhavige ontwerpbestemmingsplan is nu voorzien in de bouw van woningen en woonschepenligplaatsen aan de overzijde van de Haarrijnseplas nabij de boomgaard van Indiener.

Indiener vreest nu dat de toekomstige bewoners van de nieuwe wijk zullen gaan klagen over het geluid; geluid draagt immers ver over water. Indiener heeft al klachten ontvangen van nieuwe bewoners uit de naastgelegen nieuwe woonwijk. Indiener wil voorkomen dat toekomstige bewoners van Haarrijn - terecht of onterecht - geluidsoverlast zullen gaan ervaren door het geluid dat indiener moet maken om de vogels te verdrijven. In het ontwerpbestemmingsplan is dit punt niet onderkend en is geen akoestisch onderzoek gedaan of en hoeveel het geluidseffect van het gaskanon zal zijn op de te bouwen woningen. In paragraaf 5.4 van de toelichting bij het bestemmingsplan wordt ingegaan op de geluidhinder die aan de orde is t.a.v. de te bouwen woningen. Hierbij is de focus geheel op het geluid afkomstig van de snelweg A2. Als compenserende voorwaarde is een geluidsluwe gevel voorgeschreven. Ook moet de buitenruimte aan de geluidsluwe zijde zijn. Vanwege de ligging van het gebied gaat indiener ervan uit dat de geluidsluwe gevel aan de kant van de A2 wordt gebouwd en dat buitenruimte juist aan de zijde van de Haarrijnseplas gaat komen. Hierdoor zal dus het geluid vanaf de boomgaard van

22

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

indiener extra opvallen voor de nieuwe bewoners. Dit is niet onderkend en niet onderzocht in het ontwerpbestemmingsplan. In het bestemmingsplan is voor te houden evenementen op het strand bij de Haarrijnseplas wel het geluidsaspect onderkend. Het bestemmingsplan bevat een regeling met betrekking tot het geluid dat is toegestaan tijdens evenementen, en het maximumaantal bezoekers. Op deze manier is voor bewoners duidelijk wat de maximale geluidsbelasting is en hoe vaak een bepaald niveau zich kan voordoen. Deze duidelijkheid dient voor de kersenboomgaard van indiener ook geboden te worden. Gezien het voorgaande voldoet het ontwerpbestemmingsplan niet aan een goede ruimtelijke ordening. Indiener wenst dat er maatregelen worden getroffen waardoor geluidsoverlast niet zal ontstaan c.q. wordt beperkt. Ten eerste in de vormgeving van het plangebied door geluidswerende maatregelen te nemen. Ten tweede door bewoners vooraf te informeren over de boomgaard en het geluid dat in de zomerperiode gemaakt moet worden. Het geluid zal dan minder snel als overlast ervaren worden. Indiener wenst dat (potentiële) kopers, huurders etc. van de woningen in de nieuwe wijk Haarrijn actief en vooraf worden geïnformeerd over het geluid dat geproduceerd wordt in de boomgaard. Indiener wenst dat (toekomstige) bewoners via o.a. de website over de wijk worden geïnformeerd.

Daarnaast wenst indiener dat in een erfdienstbaarheid wordt vastgelegd dat de eigenaren (bewoners) dienen te dulden dat het voornoemde geluid wordt gemaakt in de boomgaard.

Reactie Het fruitbedrijf heeft op 26 juni 2019 toestemming verkregen tot het produceren van knallen om vogels te verjagen middels een APV-ontheffing. In dat kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat het geluid van de knallen in het beoogde woongebied Haarrijn niet boven Lmax=60 dB(A) uitkomen als het meest noordelijke deel van de boomgaard niet hiervoor zou worden gebruikt. Dit is vervolgens in de regels bij de ontheffing opgenomen. Een waarde van 60 dB(A) is gelijk aan de grenswaarde cf het Activiteitenbesluit en wordt ook vanuit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening als gebruikelijk acceptabel geacht. Het via kettingbeding opnemen van beperking om geen overlastmeldingen in te mogen dienen is in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur en gelet op het eerdere onderzoek ook niet noodzakelijk. Conclusie Op grond van deze zienswijze worden geen wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan.

Zienswijze 7 1. Mogelijkheden om mee te denken in de planontwikkeling van Haarrijn Indiener vraagt zich af wat de mogelijkheden zijn voor omwonenden om mee te denken over het ontwerp van de woonwijk Haarrijn. Komt er bijvoorbeeld een commissie waarin met de gemeente kan worden meegedacht?

Reactie In de toekomst is participatie over bijvoorbeeld de inrichting van het openbaar gebied denkbaar (zoals speelplaatsen en groenstroken). Uitdaging is om daarbij ook de toekomstige bewoners te betrekken. Conclusie Op grond van deze zienswijze worden geen wijzingen aangebracht aan het plan.

23/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Zienswijze 8 1. Het bestemmingsplan levert een onacceptabele inbreuk op de leefomgeving Middels dit schrijven maakt indiener bezwaar tegen het ontwerpbestemmingsplan, het ontwerpbesluit hogere waarde en bezwaar tegen het afzien van een MER. Indiener ervaart het ontwerpbestemmingsplan als een onacceptabele en onnodige inbreuk op zijn leefomgeving. De reden daarvoor is de verkeerssituatie, de inbreuk op het aanzicht van de wijk en de inbreuk op de (schaarse) voorzieningen. Indiener is er terdege van bewust dat Haarrijn al lang in de planning staat en dat er in de gemeente Utrecht dringende behoefte is aan woonruimte. Indiener maakt er bezwaar tegen dat dit op onacceptabele wijze ten koste gaat van zijn leefomgeving, en dat relevante gegevens en onderzoek ontbreken. Het gaat dan om een actualisatie van het plan Leidsche Rijn waar veelvuldig naar gerefereerd wordt, een verkeersanalyse voor de omgeving, onderzoek naar verkeerslawaai in de Schoolstraat en andere ontsluitingswegen en recenter onderzoek daar waar de termijn verstreken is. Er zijn heel veel jaren gepasseerd sinds er voor het eerst over Haarrijn is gedacht, Haarrijn is in die tijd op papier gegroeid in aantallen en in hoogte, terwijl er zich in de tussentijd enerzijds een prachtige natuur heeft ontwikkeld en anderzijds het gebied er om heen is vol gestroomd.

Van de gemeente Utrecht en haar gemeenteraad & commissies verwachten indiener dat zij meer recht geven aan haar inwoners en aan de aldaar ontwikkelde natuur dan weergegeven in dit plan. Het kan toch niet de bedoeling zijn om vanaf je voordeur aan te sluiten in een file door een prachtig stukje natuur? Graag geeft indiener mee in de overwegingen dat een dergelijke stedelijke wijk ook door renovatie elders binnen de stadsgrenzen gerealiseerd zou kunnen worden en dat het gebied zelf zich naast natuurgebied, bijvoorbeeld ook zou kunnen lenen voor kleinschalige woningbouw & zorg, of om zonne-energie op te wekken en/of op te slaan.

Reactie Verkenningen uit januari 2020 naar de woonbehoeften (van Companen, STEC en ABF) leveren, deels onderling aanvullend, het beeld dat de ontwikkeling van woonbehoeften op grond van huishoudensontwikkelingen in combinatie met actuele woonwensen voorbij 2030 niet goed te voorzien is. Gewenste woonmilieus (in combinatie met de locatie) zijn daarbij beter te voorzien en hebben ook meer gewicht. De verkenningen laten zien dat de woonbehoefte voor het grootste deel uitgaat naar (centrum) stedelijke woonmilieus. Met de wetenschap dat Utrecht - door de krapte een aanbod gedreven woningmarkt kent en iedere woning een bewoner vindt, is het actuele beeld dat de grootste discrepantie zit tussen plancapaciteit en behoefte in de centrum stedelijke milieus met een zekere dichtheid en nabijheid van centrumvoorzieningen. Voor de eerste jaren van de planperiode is daarom extra aandacht voor deze categorie wenselijk. Daarnaast is er een minder grote, maar blijvende, vraag naar meer ontspannen woonmilieus met daarin ruimte voor betaalbare grondgebonden woningen of aantrekkelijke alternatieven voor grotere huishoudens. Het is van belang om beide woonmilieus in balans te houden bij de verdere ontwikkeling van de stad. Daarnaast is in de RSU (2021) aangegeven dat de ontwikkeling van Haarrijn tot de harde plancapaciteit behoort. Dit zoals opgenomen in het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR).

De belangrijkste ruimte ingrepen zijn afronden van de duurzame woonbuurten Rijnvliet Haarrijn Leeuwesteyn, het Zand Terwijde en Haarzicht. Bij het opstellen van het bestemmingsplan zijn de effecten op de omgeving in beeld gebracht. Verwezen wordt naar de verschillende onderzoeken op het gebied van natuur en mobiliteit. Ook is vooraf een Stedenbouwkundig Plan (en een Stedenbouwkundig Programma van Eisen opgesteld) waarin nadrukkelijk de stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn beschreven. 2. Algemeen Haarrijn is geen zelfstandige losstaande ontwikkeling. Het plan dient qua inpassing getoetst te worden aan de omgeving zoals die op dit moment is en niet zoals in het voorliggende ontwerp aan het meer dan 20 jaar oude plan Leidsche Rijn op andere wijze was voorzien. In het bijzonder maakt indiener bezwaar op de hiernavolgende zaken en gronden.

Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder sub 1 en de verschillende onderdelen hieronder. 24

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

3. Verkeer en ontsluiting In het plan staat beschreven dat er zo’n 4.600 autobewegingen te verwachten zijn vanuit de woningbouw en de in het voorliggende plan te realiseren voorzieningen. Geconstateerd wordt dat er bij de aan- en afvoer van de Heldinnenlaan naar de Haarrijnse Rading en de aan- en afvoer naar de A2 voor realisatie van Haarrijn al te weinig capaciteit is om de verkeersbehoefte te verwerken. Dat is voor de volledige realisatie van het bedrijventerrein Haarrijn en voor de volledige realisatie van Haarzicht en aanvullende plannen in Vleuten. Toch worden er geen extra voorzieningen opgenomen in het plan of eisen gesteld voor verbetering. Wij zien dat als een substantiële tekortkoming in de planning en haalbaarheidsanalyse. Anno 2021, met Covid, staat er een file in de Schoolstraat voor onze deur en de rotonde. Deze file staat nu al regelmatig tot ver voorbij de kruising van de Verbindingslaan en de Heldinnenlaan, terwijl er daar nog veel gebouwd wordt. Een verdere toename van verkeer bijvoorbeeld voor de autosalons baart ons zorgen. Voorafgaand aan de realisatie van Haarzicht hebben wij de verkeersoverlast ter sprake gebracht en de noodzaak voor een goede ontsluiting van de nieuwe wijken. Er is al lang sprake van aantallen verkeerbewegingen die ver boven de SWOV norm liggen, nu en in de toekomst. Wij zien deze getallen graag benoemd.

Haarzicht, Haarzuilen, en de kern Vleuten zorgen alleen al voor meer aanwas dan de Schoolstraat aan kan. Daarboven op komt een grote verkeersbehoefte voor de recreatievoorzieningen en het bedrijventerrein Haarrijn. Daarnaast is er veel verkeersbehoefte tussen de A2 en A12 vanuit Maarssen en Vleuterweide door Vleuten. Om al deze verkeersstromen in goede banen te leiden is er meer nodig dan op dit moment voorzien. Dit is bekend bij gemeentelijke diensten doch onbenoemd.

Reactie In de toelichting van het bestemmingsplan is een analyse opgenomen van de te verwachten doorstroming. Tevens is aan de bijlagen van het bestemmingsplan een Mobiliteitsplan toegevoegd. Uit de analyse van de doorstroming op kruispunten binnen het invloedsgebied van de ontwikkeling van Haarrijn op basis van de modeluitkomsten constateren we dat de groei van het autoverkeer als gevolg van de ontwikkeling van Haarrijn niet tot extra doorstromingsknelpunten leidt. Kruispunten zijn de belangrijkste locaties als het gaat om het beoordelen van de doorstroming, waarbij gekeken wordt naar de intensiteit/capaciteitsverhouding (I/C) op de kruispunten. Hierbij wordt gekeken naar de spitsen, te weten de ochtend- en de avondspits omdat de drukste momenten van de dag zijn. Ook zonder de ontwikkeling van Haarrijn is een aantal kruispunten vol, wat de I/C-verhouding betreft. De I/C-verhouding stijgt slechts in een enkel geval met enkele procenten op de kruispunten op het viaduct over de A2. De te verwachten capaciteitsproblemen op de aansluiting van de Noordelijke Ring Utrecht en de Haarrijnse Rading op het viaduct met de A2 wordt al geruime tijd onderkend. De verschillende wegbeheerders (provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de gemeente Utrecht) zijn in verleden al een studie gestart naar de mogelijkheden om de capaciteit van deze aansluiting te vergroten en te optimaliseren.

In 2014/2015 heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de alternatieven voor de geplande knip in de Maarssenseweg. Dit heeft in 2015 geresulteerd is een collegebesluit van de gemeente Utrecht. Kort gesteld komt de gekozen oplossing neer op drie maatregelen (fasen). In fase 1 wordt een rotonde aangelegd op de kruising Schoolstraat / Maarssenseweg (Deze is inmiddels gerealiseerd). Wanneer uit monitoring blijkt dat er na de aanleg van de rotonde nog teveel auto’s rijden op de Schoolstraat dan worden daar in fase 2 aanvullende maatregelen getroffen die ervoor zorgen dat auto’s niet harder rijden dan 30 km/uur (deze maatregelen zijn uitgevoerd). Deze maatregelen hebben als effect dat andere routes onaantrekkelijker worden voor doorgaand verkeer. Het effect van deze maatregelen uit fase 2 wordt gemonitord. Mocht blijken dat er dan nog teveel auto’s rijden op de Schoolstraat dan zullen we éénrichtingsverkeer instellen op de Verbindingsweg / Maarssenseweg ter hoogte van het viaduct op de A2 (fase 3). Wel moet dan nog besloten worden in welke richting het verkeer moet rijden: noord – zuid of zuid - noord. Toegezegd wordt dat er extra verkeerstellingen worden uitgevoerd basis daarvan om tot eventuele vervolgstappen te besluiten.

25/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Bron: VRU 3.4 4. Alternatieven ontsluiting Haarrijn en Haarzicht Een optie die onderzocht zou kunnen worden is om Haarrijn (en Haarzicht) buitenom Vleuten aan te sluiten op een rondweg die al dit verkeer kan verwerken. Een andere optie, die eerder door de gemeenteraad is aangenomen, is om eenrichtingsverkeer in te voeren op de verbindingsweg. Dit heeft uiteraard grote gevolgen voor de bereikbaarheid van voorzieningen in Maarsenbroek en zal meegewogen moeten worden bij de ontsluiting van deze wijk.

Reactie In 2013 is er een onderzoek gedaan naar de ontsluitingsstructuur van Vleuten. Er is toen ook onderzoek gedaan naar een ‘rondweg’ rond Vleuten buitenom. Er is destijds een voorstel ingediend om de wegenstructuur van Haarrijn ten noorden van de kern Vleuten en Haarzuilens door te trekken naar de Rijndijk, ter hoogte van de rotonde (Rijndijk-Polderweg). We realiseren ons dat deze studie al wat ouder is, maar deze geeft wel een goed beeld van de effecten van een dergelijke ingreep Het alternatief faciliteert vooral autoverkeer tussen A2 en Woerden/Harmelen. Dit autoverkeer gebruikt niet meer de route via Haarrijnse Rading – Huis te Vleutenbaan – Stroomrugbaan – Parkweg – Breudijk. Het blijkt ook een alternatief te zijn voor de Thematerweg, de afname is absoluut gezien beperkt Het effect in de kern Vleuten blijkt gering te zijn, slechts enkele honderden voertuigen maken geen gebruik meer van straten als de Schoolstraat en de Dorpstraat. Opvallend is verder dat deze verbinding ook als alternatief gaat functioneren voor de A2. Deze variant is ook afgezet tegen de principes van het Landinrichtingsplan Haarzuilens. In samenwerking met vele partijen is gewerkt aan het Landinrichtingplan Haarzuilens. Dit heeft geleid tot een evenwichtig ruimtelijk plan dat het gebied beter geschikt moet maken voor natuurontwikkeling gecombineerd met recreatief gebruik.

Dit plan bevindt zich in de uitvoeringfase. De aanleg van een verbindingsweg dwars door dit gebied betekent een majeure wijziging van het Landinrichtingsplan. Een besluit hierover kan alleen genomen worden nadat een integrale afweging gemaakt is van alle aan de orde zijnde belangen. Bovendien zou consensus bereikt moeten worden met de verschillende participanten die betrokken zijn bij de totstandkoming van het Landinrichtingsplan, zoals de provincie Utrecht. Een globale raming van de kosten voor de aanleg van de bedoelde verbindingsweg bedroeg destijds ca. 8 miljoen euro. Hierbij is dan nog geen rekening gehouden met bruggen en duikers ter kruising van watergangen, aanwezige kabels en leidingen en verdere onvoorziene zaken. Geconcludeerd wordt dat deze variant geen substantiële bijdrage levert aan de verbetering van de bereikbaarheid van het gebied. Positieve effecten zijn slechts lokaal, met name voor de Parkweg. De autoverkeeraantrekkende werking (doorgaand verkeer voor het studiegebied tussen Leidsche Rijn/Utrecht en Harmelen/Woerden) en alternatief voor de A2 van de nieuwe infrastructuur is een 26

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

zwaarwegend negatief aspect. Toegezegd wordt dat er extra verkeerstellingen worden gedaan op basis waarvan verdere besluiten worden genomen. 5. Beeldvorming Als toegang tot Vleuten – de Meern vanaf de Noordzijde heeft Haarrijn een beeldbepalende rol voor het hele gebied rond de plassen, het oude Vleuten en Haarzuilen. De keuze om tot 8 verdiepingen hoog te bouwen past volgens indiener niet in het beoogde beeld van dit gebied, en er wordt op oneigenlijke reden niet getoetst aan de omgevingsvisie Vleuten. Onder de kop “Welstandsnota Utrecht - De schoonheid van Utrecht” wordt aangegeven wat het beleid van de gemeente is. De inbreng van hoogbouw toont geen respect voor de laagbouw in de omgeving. Indiener ervaart een woontoren als entree storend voor zijn leefomgeving.

Reactie Op twee belangrijke plekken die gezien worden vanuit de omgeving (entree Haarrijn en zuidzijde strandblok) is het aanvaardbaar om tot een hoogte van 8 lagen te bouwen. De twee hoogteaccenten markeren de entree van Haarrijn en het strand en dragen bij aan de herkenbaarheid van de plekken, deze verschillen daarom in hoogte t.o.v. de laagbouw. Wij zien Haarrijn niet als een hoogbouwgebied, maar als een laagbouwgebied met twee hoogteaccenten. Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar de beeldkwaliteit van deze hoogteaccenten. De gebouwen hebben alzijdige gevels en de architectuur zal worden afgestemd op de omgeving. 6. Dichtheid De beoogde dichtheid en verstedelijking past niet in de omgeving zowel binnen het bestaande beeld als in de ontsluiting van het gebied. Er is geen ruimte voor het beoogde aantal woningen, zie “verkeer en ontsluiting’ en “voorzieningen’.

Reactie Haarrijn maakt onderdeel uit van Leidsche Rijn. Haarrijn is in het totale project Leidsche Rijn aangewezen als woongebied, het open landschap begint pas hierna. In Haarrijn is door in een lagere dichtheid te bouwen dan de rest van Leidsche Rijn een overgang gecreëerd van stedelijk gebied naar landschap. 7. Drijvende Zonnepanelen Het plan betoogt enerzijds dat er ruimte is op de recreatieplas voor zonnepanelen en anderzijds dat er geen alternatief voor handen is. Indiener vindt dat dit slecht onderbouwd is, immers er is nog weinig bekend op het gebied van de drijvende zonnepanelen en er liggen heel veel daken leeg op het aangrenzende industriegebied en op gemeentelijke panden in de directe omgeving (zoals het voormalige gemeentehuis en schoolgebouwen. Indiener maakt veelvuldig gebruik van de recreatieplas en met indiener heel veel anderen. Naast het strand wordt er meer en meer gezwommen en gesupt op de plas. Bezigheden die volgens indiener door de zonnepaneleneilanden onnodig beperkt en riskant zouden worden. Er is ook een mogelijkheid om zonnepanelen op de geluidswal te monteren die enerzijds de belasting vanaf de A2 verder kan verminderen en anderzijds minder zal kosten en tot minder overlast zal leiden.

Reactie Binnen het plangebied zijn er geen andere mogelijkheden om het energieverbruik van de nieuwe woonwijk duurzaam op te wekken. De mogelijkheden hiervoor buiten het plangebied worden al zo veel mogelijk benut. Aan de zuidzijde van de geluidswal langs de Rijksweg A2 is nauwelijks ruimte voor zonnepanelen. Aan de noordkant van de geluidwal is het plaatsen van zonnepanelen niet efficiënt. Voor de eilanden is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd (Haalbaarheidsonderzoek ZonneEnergie-Eilanden, Haarrijnse Plas 2020). Deze is onderdeel van de bijlagen van de toelichting. 8. Voorzieningen De wijk Vleuten - de Meern loopt op vele gebieden tegen de grenzen van de ontwikkelingsmogelijkheden aan voor het plan Leidsche Rijn en de groeibehoefte van de gemeente

27/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Utrecht. Er is een groot tekort aan basisvoorzieningen zoals scholen, zwembaden en sport. Er zijn wachtlijsten voor zo wat alles waar primair behoefte aan is.

Reactie In de woonwijk Haarrijn wordt een onderwijsvoorziening gerealiseerd. Er is inmiddels een beschikking afgegeven voor de nieuwbouw van een 8-klassige school met een KDV en een gymzaal. Het ontwerp is op dit moment tot en met een Definitief Ontwerp uitgewerkt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan onderwijs. 9. MER behoefte Indiener maakt zich ernstige zorgen over gezondsheidsrisico’s die dit plan met zich meedraagt, voor indiener en voor toekomstige bewoners. Haarrijn komt aan de snelweg A2 te liggen (14-baans ter plaatse), aan een natuurplas (met beschermende diersoorten), aan een industriegebied in ontwikkeling (met gevaarlijke stoffen), aan een recreatieplas (drukbezocht vanuit wijdere omgeving), op een (gedeeltelijk tijdelijk) natuurgebied en aan overvolle lokale verkeersaders. Daarbij worden drijvende eilanden met zonnepanelen introduceren waarvan de milieueffecten nog weinig bekend zijn. Ook wordt er een school gerealiseerd op een minimaal voorgeschreven afstand van een rijksnelweg. Als je een dergelijke optelsom van milieueffecten en risico’s bekijkt, lijkt het vanzelfsprekend om juist wel een milieueffectrapportage op te stellen. Wij maken op uit de meegeleverde documentatie dat er op individuele punten aandacht gegeven wordt aan sommige van de hierboven genoemde aspecten maar dat een volledige en coherente beoordeling over het geheel ontbreekt.

Reactie In het kader van het bestemmingsplan is een (vormvrije) merbeoordeling uitgevoerd (Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas, Rho adviseurs). Uit de beoordeling blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure. De volgende aspecten missen wij in het geheel: 10. Schoolstraat De oude dorpskern van Vleuten levert de primaire voorzieningen voor Haarrijn volgens de openbare website over Haarrijn. Om daar te komen zullen de toekomstige bewoners over de Schoolstraat bewegen. Dit is tevens vaak de snelste route naar de A12 vanaf Haarrijn / Maarsenbroek. De Schoolstraat is momenteel al overbelast met auto- en fietsverkeer en een belangrijk onderdeel van de langdurige discussie over de knip richting Maarssen, welke in een eerder raadsbesluit onder voorbehoud is afgewezen. De woningen in de Schoolstraat zijn in het algemeen ver voor de eeuwwisseling gebouwd en niet voorzien voor de hoge geluidsbelasting en de trillingen die al het verkeer met zich meebrengt. Ook is het waarborgen van een goede luchtkwaliteit in de straat en aan de gevels een belangrijk vereiste voor ons.

Indiener verwacht een gedetailleerde verkeersanalyse met actuele meetgegevens, en gevolgen voor de leefomgeving.

Reactie De planontwikkeling leidt tot een geringe toename van het verkeer op de Schoolstraat. De toename van (circa 700 mvt/etmaal) is akoestisch verwaarloosbaar (maximaal 0,3dB) en aanvaardbaar. Conform het gemeentelijk geluidbeleid toetsen we een toename van verkeer aan de regeling die geldt bij reconstructies. Een toename tot 1.5 dB wordt dan nog als aanvaardbaar beschouwd. De geringe toename leidt ook niet tot een slechtere luchtkwaliteit of andere effecten voor wat betreft trillingen.

28

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

11. Verouderd en ontbrekend onderzoek Haarrijn In de aangeleverde documentatie is sprake is verouderd onderzoek (ongeldig) naar de habitat van het (tijdelijke) natuurgebied. Het gaat ook niet alleen om "tijdelijke natuur', er stond reeds een bos. De plaatsing van de school op een dergelijke belaste plaats vereist naar de mening van indiener nadere overweging en onderzoek. Welke ervaringen zijn er van elders bekend, is er een beter alternatief ? Onderzoek naar de effecten van woningen en steigers aan de natuurplas ontbreekt.

Reactie Voor de aanvraag van de vrijstelling “tijdelijke natuur” is uitvoerig ecologisch onderzoek uitgevoerd. Verwezen wordt naar de rapportages van bureau Ecoresult die bij de toelichting zijn gevoegd. Bij het onderzoek van de ecoloog voorafgaande aan de snoeiwerkzaamheden eind 2021jaar zijn geen waarnemingen gedaan die het eerdere onderzoek tegenspreken. De uitgevoerde onderzoeken zijn representatief. 12. Zonnepanelen Er is weinig bekend over effecten van een zonnepark op water, laat staan een recreatieplas. Indiener vindt het ongepast om zonder uitgebreide studie daar op de aangekondigde schaal mee te experimenteren in de Haarrijnse plas.

Reactie Voor wat betreft de ecologische waarden: We treffen verschillende maatregelen om onvoorspelbare effecten zoveel mogelijk te voorkomen: 1. We hebben een nulmeting gedaan voor de op dit moment aanwezige ecologische waarden. De meeste waarden zitten langs de randen van de plas; daar mogen geen zonnepanelen komen. 2. Er komen geen zonnepanelen op de natuurplas, waardoor er voldoende ruimte blijft voor watervogels die last hebben van de zonnepanelen. 3. Rond en onder de zonnepanelen worden maatregelen getroffen die zorgen voor een grotere biodiversiteit. 4. We volgen het landelijke onderzoek naar effecten van zonnepanelen op water, zodat we geleerde lessen mee kunnen nemen in het project. 5. We monitoren de waterkwaliteit om te controleren of er inderdaad geen voor de natuur schadelijke effecten optreden. Voor wat betreft de recreatie: we weten dat de zonnepanelen beperkend zullen zijn voor het gebruik van het midden van de plas. Dit nadeel wordt betrokken bij de besluitvorming door de gemeenteraad. De gemeente hecht veel belang aan de productie van duurzame energie. Er worden hoge eisen aan de bouwer van het zonnepark gesteld als het gaat om het borgen van de veiligheid van recreanten. 13. Natura 2000 Haarrijn ligt naast het Haarzuilen en openbaar natuurgebied.

Om moeilijk te begrijpen reden wordt alleen naar de Vechtse Plassen gerefereerd en wordt de totaliteit en duur van de bouw in de omgeving niet meegenomen. Doet de natuur rond Haarzuilen niet ook ter zake? Bij de referenties naar de Natura 2000 eisen wordt telkens gesproken over de realisatie periode van 5 jaar voor Haarrijn terwijl er al veel langer sprake is van bouwwerkzaamheden in dit gebied. Indiener meent dat de impact over de gehele periode en van de gezamenlijke werkzaamheden in beeld moet worden gebracht, en niet die van losse delen onafhankelijk.

Reactie Voor het bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd naar de effecten op de natuur. Specifiek voor Natura 2000 geldt dat – indien sprake is van voor stikstofgevoelig gebied – in beginsel ook het effect vanwege stikstof dient te worden beschouwd. Vanaf 1 juli 2021 geldt dat er geen vergunningplicht geldt voor het aspect stikstof indien sprake is van aanlegactiviteiten voor de bouwfase voor activiteiten die vallen de onder reikwijdte van de partiële vrijstelling'. De NO, en NH2 emissies gedurende de aanlegfase zijn vrijgesteld krachtens artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van de Regeling natuurbescherming.

29/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Overige effecten op Natura 2000 gebied kunnen gelet op de afstand tot deze gebieden, op voorhand worden uitgesloten. Overige effecten van de bouw op de ecologie worden ondervangen door de Wnb, waaraan iedere bouwer zich dient te houden. 14. Conclusie Indiener constateert dat er voldoende aanleiding is om een MER te maken, dat geen van de geraadpleegde instanties een positief advies geeft voor het ontwerpplan, en de GGD zelfs een uitgesproken negatief advies geeft. Indiener vraagt de gemeenteraad deze en zijn andere overwegingen ter harte te nemen.

Reactie In het kader van het bestemmingsplan is een (vormvrije) merbeoordeling uitgevoerd (Woningbouw Haarrijn en Haarrijnseplas, Rho adviseurs). Uit de beoordeling blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Ten aanzien van het advies van de GGD wordt het volgende opgemerkt. Op minimaal 900 meter afstand van de woonwijk Haarrijn ligt een geitenhouderij. Uit onderzoek (RIVM, Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen in een straal van 2 kilometer meer kans hebben op longontsteking. De GGD regio Utrecht heeft geadviseerd om het voorzorgsbeginsel toe te passen totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontstekingen en een eventuele integrale aanpak. De GGD heeft ook geadviseerd om terughoudend te zijn met de uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen en andersom. Dit betekent dat gemeenten het risico op longontsteking in de besluitvorming moeten meewegen.

De gemeente mag de bouw van woningen wel planologisch mogelijk maken, maar daarbij wordt geadviseerd om toekomstige inwoners op de hoogte te stellen van het feit dat er een geitenhouderij in de omgeving is en van de mogelijke risico's. Gelet op de bestaande woonbehoefte in de Provincie Utrecht en binnen de gemeente en de beperkte ruimte om deze woningen te realiseren is het creëren van voldoende woningen een belang dat zwaar weegt in deze afweging. In dit geval weegt dit belang zwaarder mee dan de mogelijke risico's van de geitenhouderij voor het woon- en leefklimaat van toekomstige bewoners van Haarrijn. Uit de VGO-onderzoeken volgt echter niet dat er een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid ontstaat. Gelet op het aantal geiten (120 stuks), de maatschappelijke en recreatieve functie van de geitenhouderij en het feit dat er veel woningen op een nog kortere afstand zijn gelegen, is de verwachting dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in Haarrijn niet in gevaar komt. De gemeente zal voldoen aan haar informatieplicht richting toekomstige bewoners. 15. Bezwaar besluit hogere Waarden Het bezwaar van indiener berust op indirecte gevolgen voor het leefklimaat in de Schoolstraat qua geluidshinder en uitstoot. Het lijkt bedoeld om meer verkeer toe te laten zonder verkeersmaatregelen.

Reactie Verwezen wordt naar de reactie hierboven. Het ontwerpbesluit hogere waarden is gericht op de nog te realiseren woningen. Met het besluit hogere waarden wordt hiermee een hogere geluidbelasting op de gevels toegestaan. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 is aangegeven.

30

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

Zienswijze 9 Zienswijze 9 is identiek aan zienswijze 8. Voor de inhoud van de zienswijze en de reactie hierop zie zienswijze 8. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 is aangegeven.

Zienswijze 10 1. Opnemen van de boringsvrije zone Indiener merkt op dat de contouren van de boringsvrije zone Leidsche Rijn net binnen het plangebied vallen. De boringsvrije zone is een zone rondom de grondwaterwinning Leidsche Rijn. Deze grondwaterwinning is de bron van de drinkwatervoorziening voor o.a. de gemeente Utrecht. In de boringsvrije zone beschermt een ondergrondse kleilaag de onderliggende waterwinning. Indiener geeft aan dat in paragraaf 5.11.2 van de toelichting staat dat "de contouren van de boringsvrije zone het plangebied slechts voor een gering deel overlappen. Daarbij komt dat op deze locatie de bestemmingen Recreatie en Groen gelden. Ingrijpende ontwikkelingen vinden op deze locatie niet plaats. In het bestemmingsplan hoeft daarom geen regeling te worden opgenomen". Indiener deelt deze conclusie niet. Indiener wenst dat een aanduiding 'boringsvrije zone grondwaterbeschermingsgebied' in de verbeelding wordt opgenomen en dat onderstaand tekstvoorstel in de planregels wordt opgenomen zodat duidelijk is dat bij activiteiten in de boringsvrije zone regels uit de provinciale omgevingsverordening van toepassing zijn.

Indiener doet het volgende voorstel om de planregels te wijzigen: Ter plaatse van de aanduiding 'boringsvrije zone' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de beschermende laag in de bodem van grondwaterbeschermingsgebied van het grondwaterwingebied Leidsche Rijn. Op deze zone zijn de provinciale regels van toepassing. Het roeren van gronden, zoals het maken van boorputten, grond- en funderingswerken, dieper dan 40 m onder maaiveld is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming van de provincie Utrecht is verkregen.

Reactie De boringsvrije zone is alsnog in de verbeelding en in de planregels (Milieuzone – boringsvrije zone) verwerkt. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt de wijziging aangebracht die in paragraaf 2.3 zijn aangegeven.

Zienswijze 11 1. Beschermde dier- en plantensoorten Er is ecologisch onderzoek gedaan vanwege de beoogde functieveranderingen binnen het gebied op de plaats van Tijdelijke Natuur in het Noordwestelijk gebied. Hierbij zijn zwaarder beschermde soorten vastgesteld (waaronder vijf soorten vleermuizen, de rugstreeppad en de bever). Daarnaast zijn onder de Utrechtse soortenlijst beschermde dieren aanwezig waarvoor meerdere maatregelen genomen worden in de plannen.

31/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Het noordelijke deel grenzend aan de Haarrijnseplas is de laatste jaren tijdelijk vrijgegeven voor natuurontwikkeling. De bever leeft ook in dit gebied. In de toelichting staat dat om geplande woningbouw mogelijk te houden, voor dit gebied een ontheffing tijdelijke natuur is aangevraagd, zodat planten en dieren die nu in het gebied voorkomen geen compenserende maatregelen hoeven te worden genomen. Wel moeten de beschermde planten en dieren naar andere leefgebieden worden verplaatst voordat de werkzaamheden starten. Gemeente Utrecht heeft hoge ambities voor wat betreft natuur, maar daarvan zien we voor de bever en andere soorten in dit gebied weinig terug. Indiener pleit ervoor dat het plan zo wordt aangepast dat de bever en andere beschermde dier- en plantensoorten voor het gebied en omgeving behouden blijven.

Reactie Ook de gemeente ziet en onderkend het belang van het voorkomen van (beschermde) diersoorten in dit gebied. We richten daartoe ook de buitenruimte en de bebouwing in. Voor de bever zal er, aan de westkant van het gebied, een terreindeel worden ingericht naar diens wensen. Bij de eisen voor de nieuwe bebouwing zijn natuurinclusieve maatregelen opgenomen, de nieuwe bebouwing zal worden voorzien van ingebouwde vleermuiskasten. De inrichting van het groen geschied uitsluitend met inheemse beplanting om de biodiversiteit maximaal te ondersteunen en te vergroten. Verder behouden we ook zoveel mogelijk van de ontstane natuurwaarden. Daar waar groen in de plannen wordt voorzien behouden we de ontstane vegetatie. De bomenrand langs de noordoever van de Haarrijnse Plas blijft gehandhaafd om het foerageergebied van de meervleermuis te garanderen en de bebouwing wordt daarop aangepast. Als laatste worden de werkzaamheden zo ingestoken dat zij (het leefgebied van) de bever niet verstoren. 2. Natura 2000-gebieden en kanttekeningen bij AERIUS berekeningen Om de effecten vooraf te toetsen van de beoogde ontwikkeling op Natura 2000-gebieden zijn AERIUS berekeningen gemaakt. In de toelichting wordt gesteld dat het plan aan de stikstofregels voldoet en er geen negatief effect is op Natura 2000-gebieden. Indiener deelt deze conclusie niet.

Bij de AERIUS berekening Woningbouw en gemengde voorzieningen vallen de volgende zaken op: A. Het verkeer binnen de wijk (in de gebruiksfase) ontbreekt in de berekening; B. Er wordt uitgegaan van een gelijke verdeling over de toegangswegen (Heldinnenlaan, Verbindingsweg en Maarssenseweg). Het is onwaarschijnlijk dat dit in de praktijk ook zo is; C. Bovendien is in de berekening van deze toegangswegen alleen Licht verkeer mee genomen en geen middelzwaar en zwaar vrachtverkeer en busverkeer. D. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat er maximaal 700 woningen worden gerealiseerd. In de berekening wordt uitgegaan van een lager aantal (688). E. Pagina 20: Bij woningen wordt uitgegaan dat deze gasloos worden gerealiseerd en dat de woningen daarom geen stikstofuitstoot hebben. Maar hoe wordt voorkomen dat er in de woningen houtkachels worden geplaatst en daardoor uitstoot plaatsvindt? F. Bij de uitgangspunten (p.20) wordt uitgegaan van 20 leerlingen per klaslokaal. Dit is in de praktijk vrijwel altijd hoger. Als bovenstaande punten in de berekening worden meegenomen is er naar de mening van indiener wel degelijk sprake van een negatief effect op de Natura2000-gebieden (waaronder Oostelijke Vechtplassen). Daarmee voldoet het plan volgens indiener niet aan de stikstofregels.

Indiener wenst te weten hoe voorkomen gaat worden dat de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden toeneemt oftewel waar compensatie plaats gaat vinden. Tot slot merkt indiener op dat de berekeningen niet als bijlage toegevoegd zijn, waardoor ze niet kunnen worden geïmporteerd in AERIUS Calculator en dus niet goed controleerbaar zijn.

Reactie In de bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen rapportage (Aeriusberekening Ontwikkeling woonwijk Haarrijn, adviesbureau Planen-makers) zijn de invoergegeven transparant ogenomen en goed te controleren. In verband met het beschikbaar komen van een nieuw Aeriusmodel per medio januari 2022, is opnieuw een berekening uitgevoerd. Daarnaast is een Wnb vergunning aangevraagd bij de provincie. De aanvraag met de bijbehorende stukken en het ontwerpbesluit hebben ter inzage 32

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

gelegen van 6 december 2021 tot en met 17 januari 2022. Nu de aangevraagde depositie in de permanente situatie niet toeneemt zijn significant negatieve effecten uitgesloten, waarmee geen sprake is van vergunningplicht. De brief van de provincie Utrecht is toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting. Dit geldt ook voor de uitgevoerde Aeriusberekeningen. Uit de actuele berekening blijkt dat – net als bij de eerdere berekeningen – sprake is van een geringe depositie boven de 0,00 mol in de aanlegfase. Vanaf 1 juli 2021 geldt dat een initiatiefnemer geen vergunning meer hoeft aan te vragen voor het aspect stikstof indien sprake is van aanlegactiviteiten voor de bouwfase voor activiteiten die vallen de onder reikwijdte van de partiële vrijstelling. De NO, en NH2 emissies gedurende de aanlegfase zijn vrijgesteld krachtens artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van de Regeling natuurbescherming en zijn daarom geen relevant aspect van onderhavig besluit. De woningen worden op basis van de Wet Vet2 (gasloos bouwen) gerealiseerd en produceren hierdoor geen significante stikstofuitstoot. Voor onderhavige aanvraag betekent dit dat enkel de stikstofuitstoot voortvloeiend uit verkeersbewegingen op de belangrijkste ontsluitingswegen van belang zijn. Het mogelijke aandeel van de uitstoot van houtkachels is zo laag dat dit geen invloed heeft op de berekende depositie.

Voor wat betreft de invoergegevens geldt dat in de berekening een aantal van circa 688 woningen is meegenomen. Dit wordt voldoende representatief geacht. Hetzelfde geldt voor de klasgrootte. De verkeersgeneratie is bepaald op basis van kentallen CROW 381 en zijn representatief voor de beoogde ontwikkeling. Hierbij merken wij op dat het aandeel middel en zwaar verkeer zo laag is, dat dit geen invloed heeft op de uitkomst. 3. Voorkomen verstoring doormensen en honden Indiener constateert verder dat de woningen dicht op het natuur- en recreatiegebied landgoed Haarzuilens komen en bij het ‘Berkenbos’ (natuur). Dat heeft een verstorend effect op de aanwezige natuur. Zeker als er in het noordelijk deel 36 parkeerplaatsen voor recreanten komen die het bestaande recreatiegebied willen bezoeken. Dit betekent dat naast de bewoners, ook extra recreanten op deze plek naar het recreatiegebied getrokken worden, inclusief veel hondenbezitters. Mensen met (loslopende) honden zijn een potentieel grote verstoringsbron. Dit komt onvoldoende terug in het bestemmingsplan. Nieuwe inwoners met honden (en recreanten) willen vanzelfsprekend recreëren in het landgoed Haarzuilens en zijn ook van harte welkom. Echter, de ervaring leert dat mensen ook hun hond los willen laten lopen en dat geeft veel verstoring aan de aanwezige dieren zoals hazen en reeën.

De bestaande losloopgebieden in Haarzuilens liggen te ver weg. Daarom pleit indiener er nogmaals voor dat er binnen het bestemmingsplan een ruim hondenlosloopgebied komt voor bewoners en recreanten aan de zijde van het recreatiegebied van Natuurmonumenten. Deze hondenlosloopplaats ontbreekt nu. De locatie van de geplande 36 parkeerplaatsen voor recreatie zou hiervoor zeer geschikt zijn. Bovendien wordt daarmee voorkomen dat er veel extra hondenbezitters naar het gebied komen. Er komt een hondenzwemplek tegen de Maarssenseweg aan. Indiener is blij dat hier een specifieke Locatie voor wordt gerealiseerd. Dit kan voorkomen dat honden overal kunnen komen en zwemmen en daarmee de rust voor de watervogels verstoren.

Reactie Voor de inrichting van het openbaar gebied wordt een inrichtingsplan opgesteld. Hierin worden ook hondenuitlaatvelden opgenomen. Het loslopen van honden kan worden voorkomen door het plaatsen van borden. In het inrichtingsplan zijn deze parkeerplaatsen opgenomen als openbare parkeerplaatsen voor bezoek van de polder. Hierover vindt nog overleg plaats met Natuurmonumenten. Op dit moment is het gebied ook openbaar toegankelijk met (aangelijnde) honden. Het realiseren van deze woonwijk zal ervoor zorgen dat het gebied iets vaker gebruikt zal worden door hondenbezitters, maar is niet te zeggen hoeveel dat zal oplopen. Er is in onderzoeken geen rekening gehouden met de toename van uitlaten van honden, maar ook niet relevant voor de huidige ecologische waarden. Het betreft vooral loslopende honden die de grootste negatieve effecten opleveren. Er moeten borden komen die ervoor zorgen dat mensen hun honden aanlijnen en hierop moet gehandhaafd worden. Hondenuitlaatplaatsen/hondenlosloopgebied worden uit de buurt van het natuurgebied gehouden. Dit is ook afgesproken met Natuurmonumenten.

33/42

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

4. Maak Berkenbos onbereikbaar door verlengde watergang Daarnaast moet volgens indiener voorkomen worden dat mensen met honden natuurgebied het Berkenbos in kunnen lopen. Dat moet gewaarborgd worden door de bestaande diepe watergang tussen de woonwijk en het Berkenbos te behouden en te verlengen. Door de watergang te verlengen (weggraven van de oranje lijn in onderstaande figuur) komt het Berkenbos feitelijk op een eiland te liggen, zodat het ontoegankelijk wordt. Daarnaast is het van belang dat de gemeente regelmatig controleert of er planken of loopbruggetjes zijn gemaakt en deze dan verwijderd worden.

Reactie In de nieuwe woonwijk komt een aantal hondenuitlaatvelden te liggen. Hierdoor is er geen noodzaak voor hondeneigenaars om een niet-toegankelijk (er zijn geen paden in het bosje) bosgebied in te gaan. Het door te steken deel ligt op grondgebied van Natuurmonumenten. Het doorsteken is niet zomaar mogelijk, omdat het hier een watervoerende sloot betreft die niet zondermeer op een afwateringskanaaltje van de A2 aangesloten kan worden. Daarnaast is het controleren van loopbruggetjes geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar wel iets wat onze aandacht heeft. Het berkenbos maakt geen onderdeel uit van het inrichtingsplan. Een deel van de gronden wordt gebruikt door de bever. Deze gaan we afschermen middels groen vanaf de woonwijk. 5. Voorkomen verstoring van watervogels en oeverzwaluwen De Haarrijnse plas is van groot belang voor watervogels, met name overwinterende watervogels. Op de beide plassen zie je ’s winters grote groepen tafel- en kuifeenden en ook smienten, zaagbokken, brilduikers en nonnetjes. De echt zeldzame wintergasten zijn Kuifduiker, ijseend, kokardezaagbek. Deze wintergasten komen hier voor de rust. Elke keer dat er verstoring optreedt vliegen de vogels op en dat kost hen kostbare energie. Verstoring moet daarom echt voorkomen worden. De nieuwe bewoners van de wijk gaan naar verwachting varen en recreëren op met name de westelijke plas.

Recreanten op het strand aan de oostelijke plas zullen ook het water op gaan. Wij missen maatregelen om te borgen dat het recreatief gebruik van beide plassen niet ten koste gaat van de aanwezige vogels: te weten de oeverzwaluwen aan de overzijde (voorjaar/zomer) en de wintergasten. Het bestemmingsplan gaat uit van zonering, maar hoe wordt dit geborgd nadat het plan is gerealiseerd en hoe wordt dit gehandhaafd? En hoe worden ’uitstraaleffecten’ van evenementen op het strand voorkomen op omliggende natuur? |We zien dit niet terug in het plan. Tenminste zijn aanvullende maatregelen vereist, zoals een drijfbalk of ander fysiek obstakel. Maar ook handhaving is van belang. Een bron van verstoring is ook dat er ruimte wordt geboden aan woonschepen. In de huidige opzet komen deze een flink eind het water op. Wij pleiten voor een zorgvuldige inpassing in relatie tot de aanwezige natuur en een beperkter ruimtebeslag. Aan de overzijde van de Haarrijnse plas is een oeverzwaluwwand aangelegd. Deze wordt jaarlijks zeer goed gebruikt door broedende oeverzwaluwen. Rust is van groot belang voor deze vogels. In het bestemmingsplan dient opgenomen te worden hoe voorkomen wordt dat bewoners en recreanten over de plas richting de oeverzwaluwwand varen of wandelend de wand benaderen tijdens het broedseizoen.

Reactie In het ontwerpbestemmingsplan is de bestemming van de westelijke plas hetzelfde is als van de oostelijke plas. Dit is niet in overeenstemming met het beleid en politieke afspraken. Mede naar aanleiding van de zienswijze wordt voor in de westelijke plas (tot aan de betonning/ballenrand) het recreatief medegebruik uitgesloten. Zo beschermen we de overwinterende vogelpopulatie die hier jaarlijks neerstrijkt. Om te voorkomen dat inwoners van de nieuwe wijk en overige recreanten gebruik maken van de plas zal er een lijn van drijvende obstakels (een soort ballenlijn) worden gerealiseerd op korte afstand van de nieuwe woningen. Dit weerhoudt mensen ervan om de plas op

34

Datum Rapport

juni 2022 Vaststellingsrapport

te gaan. Hierdoor wordt de verstoring van winterwatervogels en de broedende oeverzwaluwen voorkomen. 6. Evenementen op het recreatiestrand: Indiener is blij dat er onderzoek is gedaan naar de effecten van evenementen op de natuur in en rond de Haarrijnseplas. De plas en de oevers hebben een belangrijke functie voor flora en fauna. Indiener is bezorgd over de impact van met name grootschalige evenementen op de aanwezige natuurwaarden. Ook merkt indiener op dat de ecologische beoordeling van het evenementenprofiel Haarrijn slechts gedeeltelijk is toegevoegd als bijlage bij dit ontwerpbestemmingsplan (slechts 3 pagina’s). Indiener ziet onvoldoende terug in het bestemmingsplan welke waarborgen er zijn om te voorkomen dat evenementen negatieve effecten hebben op de natuurwaarden. In het plangebied is een groene verbinding aanwezig: de Rijnkennemerlaan, die het Maximapark verbindt aan het natuurgebied Haarzuilens. Deze verbinding heeft zowel een ecologische als een recreatief en cultuurhistorische functie. Daarnaast is de plas zelf een essentieel onderdeel in de groenstructuur. Het is belangrijk dat geborgd wordt dat de relatie met het Groene Hart, recreatiegebied Haarzuilens en het Maximapark zodanig wordt ingericht dat Haarrijn een belangrijke ecologische functie kan vervullen als ‘poort naar het Groene Hart’ en dat de vormen van recreatie daarbij passen (en dus niet verstoren).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f84df903-840a-4738-9d06-5fe94f1ccdf0