Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Galgenwaard
Tekst van het document
70 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Ook in en rondom Galgenwaard vraagt dit om een toekomstbestendige inrichting. Het inzetten van voldoende groen en het op een zorgvuldige manier omgaan met water zijn hierin cruciaal. Meer groen draagt bij aan het creëren van koele plekken en het verminderen van hittestress. Daarnaast is het van belang om water bij hevige neerslag tijdelijk te kunnen vasthouden, zodat de bodem als spons kan functioneren en het risico op wateroverlast wordt beperkt.
Afbeelding: Groenstructuurplan
Uitgangspunten: • De afstand tot woningen tot een koele plek van minimaal 200m2 is niet meer dan 200 meter. • Minimaal 30 tot 40% schaduw op loop- en fietspaden. • Buien van 80mm per uur richten geen schade aan gebouwen of nutsvoorzieningen. • Het is aan te raden om bij het ontwerp aandacht te hebben voor het tegengaan van hittestress binnen het gebouw. Mogelijke maatregelen zijn het toepassen van zonwering op strategische plekken en het faciliteren van nachtelijke ventilatie en afkoeling. • Geen dak onbenut met als doel dat elk dak, indien mogelijk, twee rollen vervuld. Dit kan zijn voor groen, het plaatsten van energiesystemen/installaties of het bergen van water. • Voor de regenwaterverwerking wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: - Vasthouden voor hergebruik - Oppervlakkige afvoer naar bovengrondse bergingsvoorzieningen voor infiltratie. - Als dat niet mogelijk is, ondergrondse berging en infiltratie. - Pas als alle andere opties niet haalbaar zijn, wordt het water afgevoerd naar de Kromme Rijn.
8.3 Groen, ecologie en natuurinclusief bouwen
Groenstructuur en ecologische kwaliteit In het Groenstructuurplan 2017-2030 ‘Voor een gezonde groene toekomst’ heeft de gemeente Utrecht haar ambities vastgelegd om de ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit van het groen te vergroten, de biodiversiteit te versterken en de stad weerbaarder te maken tegen klimaatverandering. Het plangebied Galgenwaard is aan alle zijden onderdeel van de stedelijke groenstructuur, met de Kromme Rijn, de Herculeslaan en de Waterlinieweg als belangrijke groenstructuurelementen.
71 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Afbeelding: Bomenbeleid met Stadslaan & rivier
Ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied dienen bij te dragen aan de doelstellingen van de stedelijke groenstructuur. Wanneer dit niet mogelijk is of wanneer deze doelstellingen onder druk komen te staan, is compensatie verplicht. Dit wordt uitgewerkt in een compensatieplan Groene schaalsprong De Groene Schaalsprong, zoals beschreven in de RSU 2040, borgt dat de ontwikkeling van bebouwing en groen hand in hand gaat. Binnen deze strategie worden vijf schaalniveaus onderscheiden. Het plangebied raakt al deze niveaus: • Groen-inclusief ontwikkelgebied (schaalniveau 1) Het plangebied is aangemerkt als groen-inclusief ontwikkelgebied. Door verharding te vervangen door groen ontstaat een groen straatbeeld. Groen in de directe leefomgeving draagt bij aan een gezonde stad: hoe dichterbij het groen, hoe groter het gezondheidseffect. • Groenblauwe verbinding (schaalniveau 2) De Kromme Rijn is een te versterken groenblauwe verbinding. Deze routes zijn belangrijk voor ecologie, biodiversiteit, klimaatadaptatie, beleving en recreatie. Opgaven liggen bij het verder vergroenen van deze verbinding en het opheffen van barrières. • Parkontwikkeling (schaalniveau 3) Het gebied grenst aan het toekomstige Lunettenpark en het Krommerijnpark. Parken zijn groene longen van de stad en bieden ruimte voor rust, verkoeling en natuur.
• Groene scheg (schaalniveau 4) De Kromme Rijn maakt deel uit van de Kromme Rijnscheg. Deze brede groene zone verbindt de stad met het buitengebied, zoals Amelisweerd en Rijnauwen. Het vormt een belangrijke ecologische ader voor flora en fauna.
•
Stadsrand en Natuur Netwerk Nederland (schaalniveau 5) Het gebied ligt in het te versterken Waterlinielandschap en is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Hier heeft natuur voorrang en worden gebieden met elkaar verbonden om uitsterving van soorten te voorkomen.
Bomenbeleid Utrecht Volgens het Utrechtse bomenbeleid ligt Galgenwaard binnen een rivierstructuur en aan twee stadslanen (Herculeslaan en Waterlinieweg).
• •
Stadslanen kennen doorgaans rijen met grote bomen. Rivierstructuren worden gekenmerkt door boomgroepen in het oever- of taludgebied, waar ook meidoornstruwelen worden toegepast.
72 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Een goede afstemming tussen bovengrond en ondergrond is een voorwaarde om meer bomen toe te kunnen voegen. Er moet ruimte worden gemaakt voor de aanplant en een goede groeiplaats. Utrechtse Soortenlijst De Utrechtse Soortenlijst bevat soorten die onder eerdere landelijke wetgeving beschermd waren of waarvoor Utrecht een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Doel is behoud en versterking van deze karakteristieke flora en fauna. Ook deze lijst wordt betrokken bij floraen faunaonderzoeken en meegenomen in de planvorming. Natuurinclusief bouwen Volgens de RSU 2040 moet natuurinclusief bouwen standaard onderdeel zijn van ruimtelijke ontwikkelingen: Gebouwen worden voorzien van nestgelegenheid, voedsel en schuilplaatsen voor dieren. • De buitenruimte wordt groen ingericht, met aandacht voor biodiversiteit. • Groene daken, gevels, setbacks en natuurvriendelijke oevers worden toegepast. ‘Groen tenzij’-principe Het ‘groen tenzij’-principe is leidend in Utrecht: straten, pleinen, binnenterreinen, gevels en daken worden groen ingericht, tenzij dit niet functioneel is: • Dit principe is verplicht voor alle plannen sinds 2021. • Groen en water worden ingezet voor klimaatadaptatie, gezonde verstedelijking en multifunctionele oplossingen. • De openbare ruimte wordt klimaatadaptief ingericht om hittestress te verminderen, wateroverlast te voorkomen en droogte tegen te gaan.
Bestaand groen • Bestaande bomen, struiken en bosplantsoenen langs de Kromme Rijn worden waar mogelijk behouden. Het is een ambitie om de groene beleving van de Kromme Rijn sterker het gebied in te trekken en de rivier beter beleefbaar te maken. Dit kan op bepaalde plekken leiden tot aantasting van bestaande beplanting, maar dit zal zo veel mogelijk beperkt blijven. De Kromme Rijn functioneert als ecologische verbinding en wordt waar mogelijk versterkt. • Terughoudend zijn met openbare verlichting en verlichting aan gebouwen aan de zuidzijde van de Kromme Rijn; minimale openbare verlichting aan de noordzijde waarbij lichtuitstraling naar het water beperkt blijft. • Nieuwe bomen worden niet onder kroonprojectie van bestaande bomen geplant. • Nieuwe bomen krijgen een groeiplaats volgens de Handleiding Openbare Ruimte (HOR). Nieuw aan te planten groen • Realisatie van groene corridors voor soorten als de egel. • Tot 85% van nieuwe beplanting bestaat uit inheemse of ecologisch waardevolle soorten. • Te kappen bomen worden bij voorkeur verplant of anders herplant volgens de herplantplicht. • Aanplant van inheemse boomsoorten, passend bij de visie klimaatadaptatie. • Bomen in ruime groenvakken, aangeplant conform de Nota Bomenbeleid (2009).
73 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
• • •
Struiken en aaneengesloten groenvakken dragen bij aan een robuuste groenstructuur, geschikt voor soorten zoals de egels, wilde bijen vlinders en huismus. Bermen en groenvakken worden ingeplant met ecologisch waardevolle, bij voorkeur inheemse, kruidenvegetaties. Groene opgaven worden gecombineerd met wateropgaven voor multifunctioneel ruimtegebruik.
Natuurinclusieve maatregelen • Het project draagt bij aan de groene Kromme Rijn scheg en vormt geen barrière voor dierbeweging. Doelsoorten zijn boommarter, eekhoorn, ringslang, ijsvogel, watervleermuis en otter. • Bij woningen worden ook verblijfplaatsen voor dieren gecreëerd middels spouwmuurtoegang of middels nest- en vleermuiskasten. Doelsoorten zijn vleermuis, huismus, gierzwaluw. Wanneer er voldoende verblijfplaatsen voor deze soorten gecreëerd zijn, kunnen ook verblijfplaatsen voor de doelsoorten zwarte roodstaart, huiszwaluw en insecten in het plan verwerkt worden. De verdeling wordt in samenspraak met een ecoloog gemaakt. • Voor dieren worden bij voorkeur twee toegangspunten tot verhoogde groenvakken gerealiseerd. • Oevers worden zoveel mogelijk natuurvriendelijk ingericht. • Onderzoeken aanleg van faunapassages op twee locaties: - Waterlinieweg – Herculeslaan - Weg tot de Wetenschap – Herculeslaan – Laan van Maarschalkerweerd • Nieuwe bruggen worden fauna-vriendelijk ontworpen • Installaties zoals airco’s worden niet in het groen of aan de Kromme Rijn zijde geplaatst. • Rust en natuurbeleving langs de Kromme Rijn blijven behouden.
8.4 Energietransitie
De gemeente Utrecht wil zo spoedig mogelijk klimaatneutraal zijn. Voor nieuwbouwprojecten betekent dit dat op termijn energieneutraal of beter gebouwd wordt. In dit kader heeft de gemeente het Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend en zich o.a. gecommitteerd aan energiezuinig bouwen, het verlagen van de energievraag en het opwekken van energie uit duurzame bronnen. Uitgangspunt is een zo laag mogelijke energievraag (BENG 1) en een zo hoog mogelijk aandeel hernieuwbare energie (BENG 3. Afwijken van deze doelstelling is mogelijk, mits de ontstane speelruimte gebruikt wordt om de netbewustheid van het plan te verbeteren. Utiliteitsbouw is geen onderdeel van het Convenant; netbewust bouwen is hier de enige standaard waaraan voldaan dient te worden. Netbewustheid (zie ook de volgende paragraaf) wordt in sterke mate bepaald door de systeemkeuze voor de warmte-koude levering aan de gebouwen. De Gemeente Utrecht voorziet hier vanuit haar visie op de stad en ondergrond een grote rol voor bodemenergie. Voor de nieuw te realiseren gebouwen in Galgenwaard wordt in beginsel dan ook maximaal gebruik gemaakt warmte-koude opslag in de bodem voor de levering van warmte –en koude. Als de capaciteit hiervan tekort schiet, dan is aanvulling met andere bronnen mogelijk. Stadsverwarming is alleen toegestaan voor bijzondere toepassingen (bijv.
regeneratie in de zomer) of als invulling van het hiervoor genoemde tekort aan bodemcapaciteit. Mits vanuit netcongestie additionele invoeding van stadswarmte noodzakelijk is, dient hier actief instemming van de Gemeente voor gegeven te worden, waarbij ook de impact op duurzaamheid, stadsbrede beschikbaarheid van stadswarmte en de financiële aspecten wordt meegewogen.
74 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Netbewuste nieuwbouw Netbewuste nieuwbouw betreft een integraal pakket aan maatregelen, die de ontwikkelaars, bouwer en/of installateur kan nemen tijden de ontwerp en realisatiefase van woningen, met als doel de impact op de afname en teruglevering van transportcapaciteit van het stroomnet te beperken. Te denken valt aan: • Zeer compacte bouw, met een optimale verhouding tussen geveloppervlak en vloeroppervlak. • Zeer goede kierdichting. • Terugwinning van warmte uit ventilatie en water. • Efficiënt ventilatiesysteem, bijvoorbeeld balansventilatie met WTW. • Efficiënte energiebron voor warmte en koude, bijvoorbeeld bodemenergie. • Slimme sturing van warmtepompen en laadinfrastructuur voor elektrische mobiliteit. • Afstemmen van zonnepanelen op het gelijktijdig gebruik in het gebied. • Inzet van flexibele opslag voor het opvangen van piekbelasting. Voor netbewuste nieuwbouw zijn het meest relevant: • Verlagen warmtevraag woningen (bijvoorbeeld < 30 Wth/m2 GBO) • Beperken netimpact energiesysteem warmte en koude (bijvoorbeeld < 0,8 kW/ woning)
Systeemkeuze en vaststelling energieconcept Bij de vaststelling van het SPvE wordt uitgegaan van een gedeelde energievisie. Op basis van ingebrachte concepten en ambities wordt in samenwerking met betrokken partijen gewerkt aan een energievisie die richting geeft aan een duurzame invulling van het energiesysteem. Deze visie schetst de uitgangspunten voor een duurzame voorziening in warmte- en koudevraag, elektriciteitsvraag en mogelijke oplossingen voor netcongestie, rekening houdend met hiervoor genoemde aspecten en randvoorwaarden. Netcongestie en impactanalyse Vanwege netcongestie wordt voor het gehele gebied toegewerkt naar een netbewust energiesysteem, waarin lokaal energie wordt opgewekt en gebruikt, en flexibel met energie wordt omgegaan. Het toepassen van energiebuffers, zoals batterijen en warmtebuffers, is daarbij wenselijk maar niet verplicht. Sinds november 2022 gelden er in Utrecht grote beperkingen op het elektriciteitsnet voor nieuwe grootverbruikersaansluitingen (>3x80 A). Nieuwe aanvragen komen op een wachtlijst bij netbeheerder Stedin. Voorbeelden van grootverbruikers zijn: WKO’s, laadpleinen, scholen en kantoren. Tijdelijke aansluitingen voor de bouw en noodzakelijke voorzieningen voor woonfuncties – zoals WKO’s, gebouwventilatie, brandveiligheid – zijn hiervan uitgezonderd.
Kleinverbruikersaansluitingen (≤3x80 A) zijn vooralsnog mogelijk, maar ook deze ruimte kan in de toekomst beperkt worden. Netbeheerders Stedin en TenneT verwachten dat de netcongestie in de provincie Utrecht voor een lange tijd zal aanhouden.
75 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
De gemeente Utrecht werkt daarom met partners aan het eerder toegelichte netbewuste nieuwbouw, met een lage piekbelasting op het net. De initiatiefnemer stelt hiertoe een impactanalyse op. Mogelijke oplossingen voor te weinig beschikbaar vermogen, zijn het strategisch balanceren van vraag en aanbod met extra duurzame opwek op piekmomenten, thermische en elektrische opslagsystemen, groepsaansluitingen en innovatieve contractvormen. Collectieve WKO kan daarbij noodzakelijk zijn om de piekbelasting laag te houden en zo de kans op aansluiting gedurende de congestieperiode te vergroten. De Provincie Utrecht heeft in haar nieuwe Omgevingsverordening de Energietoets opgenomen. Deze sluit aan op de gemeentelijke beleidslijn en verplicht initiatiefnemers om in nieuwe omgevingsplannen de impact op de elektriciteitsinfrastructuur inzichtelijk te maken. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Op basis van de Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen geldt sinds maart 2020 dat bij nieuwbouw of ingrijpende verbouw met meer dan tien parkeerplaatsen minimaal één laadpunt gerealiseerd moet worden. Daarnaast moeten lege mantelbuizen worden aangelegd voor ten minste één op de vijf parkeerplaatsen. De gemeente adviseert echter om bij nieuwbouw of grootschalige verbouw voor alle parkeerplaatsen lege mantelbuizen en/of laadpunten te realiseren.
Via deze buizen kunnen later eenvoudig extra laadpunten worden aangesloten.
8.5 Circulariteit
De bouwsector speelt een sleutelrol in de transitie naar een circulaire economie. Dit betekent bouwen met oog voor toekomstbestendigheid, het beperken van het gebruik van eindige grondstoffen en het mogelijk maken van hoogwaardig hergebruik van materialen. Ook het flexibel kunnen aanpassen van gebouwen in de toekomst is een belangrijk uitgangspunt. Circulair bouwen Bij circulair bouwen staat het minimaliseren van grondstofgebruik centraal. Dit vraagt om een integrale benadering, waarbij al in de ontwerpfase wordt nagedacht over hergebruik, losmaakbaarheid en het gebruik van hernieuwbare of gerecyclede materialen. De gemeente Utrecht heeft haar ambities op dit vlak vastgelegd in de visie Utrecht Circulair 2050 en de beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Daarnaast is zij aangesloten bij het convenant Toekomstbestendig bouwen en het programma Het Nieuwe Normaal. Voor nieuwe ontwikkelingen in Galgenwaard betekent dit dat wordt ingezet op: • Het behalen van minimaal het niveau ‘Brons’ uit het convenant Toekomstbestendig bouwen versie 2.0; • Een Paris Proof materiaalgebonden CO2-uitstoot van maximaal 220 kg CO2-eq/m² BVO; • Minimaal 20% circulaire materiaaltoepassing, zoals hernieuwbare, hergebruikte of gerecyclede materialen; • Initiatiefnemers onderzoeken de mogelijkheden voor het toepassen van biobased isolatiematerialen.
• Een zo groot mogelijk adaptief (>50%) vermogen van gebouwen, zodat deze in de toekomst flexibel inzetbaar zijn; • Circulair slopen is de norm: Hoogwaardig hergebruik van vrijkomende materialen bij eventuele sloopwerkzaamheden. Met deze ambities wordt ingezet op een toekomstbestendige gebiedsontwikkeling, waarin circulariteit een vanzelfsprekend onderdeel is van het ontwerp- en bouwproces.
76 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9. Randvoorwaarden en onderzoeken Dit hoofdstuk is specifiek gericht op de stadionhoeken en het stadsblok. De onderzoeken en randvoorwaarden uit dit hoofdstuk zijn hierop van toepassing. Elk onderdeel bevat een combinatie van beleidsmatige, juridische en technische uitgangspunten, die sturend zijn voor de verdere ontwikkeling van het gebied.
Normtype dB Herkomst Standaardwaarde 53 Bkl Ambitiewaarde 63 Beleidsnota Utrecht Utrechtse grenswaarde 68 Beleidsnota Utrecht Grenswaarde 70 Bkl
9.1 Geluidhinder
Geluid – wijziging van wegen Bij (grote) wijzigingen van wegen is een omgevingsvergunning vereist, inclusief geluidsonderzoek. Geluid op bestaande woningen mag door de wijziging niet toenemen. Bijvoorbeeld aanpassingen aan de Herculeslaan en Waterlinieweg dienen gezamenlijk beoordeeld te worden op hun geluideffecten. Als geluid toeneemt, moet onderzocht worden welke beperkende maatregelen mogelijk zijn (bijv. snelheidsverlaging, stiller asfalt, afscherming). Indien dit onvoldoende helpt, moeten bouwkundige maatregelen worden getroffen om het binnenniveau te garanderen.
In een gezonde leefomgeving is de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Langdurige blootstelling aan geluid kan leiden tot chronische gezondheidseffecten. We werken in Utrecht toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd en strenger zijn dan de wettelijke normen. Nieuwe woningen mogen niet leiden tot een hogere gezondheidsdruk door bijvoorbeeld slechtere geluidskwaliteit. Is er sprake van hogere geluidbelasting, dan worden aanvullende compenserende maatregelen getroffen. Elke woning moet beschikken over een geluidluwe zijde (standaardwaarde wegverkeer) én een buitenruimte is vereist of aanwezig een buitenruimte met een aanvaardbaar geluidsniveau (max. standaardwaarde +5 dB). Voor woningen niet groter dan 30m2 geldt per gebouw dat tenminste 50% van de woningen is gelegen aan een gevel waar het geluid niet meer is dan de standaardwaarde + 5 dB.) De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Omgevingswet, de Beleidsnota Geluid en Trillingen en de Nota Gezondheid. Hieronder volgt een uitwerking per aspect: Geluid – gemeentelijke wegen en nieuwe woningen Voor gemeentelijke wegen (inclusief lokaal spoor/tram) gelden normen uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Deze bestaan uit een standaardwaarde (53 dB), een grenswaarde (70 dB), en in Utrecht aanvullende ambitiewaarden:
Geluid – effect van plan op omgeving Een plan kan leiden tot veranderend verkeer of sloop/nieuwbouw, wat invloed heeft op geluid in de omgeving. Wanneer het geluid toeneemt met >1,5 dB, én het geluidsniveau blijft onder de grenswaarde, zijn maatregelen vereist als binnenniveaus worden overschreden. Boven de grenswaarde is toedeling niet toegestaan. Daarom is het cruciaal om tijdig in het proces de verkeersgeneratie en milieucapaciteit van omliggende wegen te beoordelen. Geluid – bedrijven en milieuzonering Voor bedrijfsgeluid hanteert de gemeente de systematiek uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, aangevuld met eigen beleid. Lichte bedrijvigheid (kantoren, horeca, detailhandel) is meestal verenigbaar met wonen. Richtafstanden worden toegepast op basis van milieucategorieën.
77 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Geluid – parkeergarage Het geluid van parkeervoorzieningen (inpandig of op maaiveld) moet worden onderzocht. Dit is van invloed op het kunnen toedelen van woningen en op de maximale omvang van deze voorzieningen. Geluid – installaties Installaties van stadion en kantoren (bijv. luchtbehandeling, koeling) veroorzaken geluid. Zowel bestaande als nieuwe installaties moeten worden onderzocht. Wonen nabij deze installaties is mogelijk als geluidsnormen niet worden overschreden. Geluid – stadion Het stadion veroorzaakt geluid bij wedstrijden en evenementen. Menselijk stemgeluid is in principe uitgezonderd van beoordeling, tenzij gemengd met muziek. Bij muziekevenementen moeten de LAr,LT en LAmax worden beoordeeld. Vanwege korte afstand tot woningen kunnen zeer hoge gevelniveaus ontstaan. Bouwkundige of organisatorische maatregelen kunnen nodig zijn. De technische en juridische haalbaarheid en de benodigde maatregelen moet uit nader akoestische onderzoek blijken. Resumé Geluid Bij de planvorming moet worden aangetoond dat elke woning voldoet aan de Utrechtse geluidsambities en beschikt over een geluidluwe zijde. Het realiseren van deze zijde is in dit gebied complex, gezien de ligging en dichtheid. Geluidonderzoek heeft invloed op de gebouwvorm, programmatoedeling en architectuur. Vroege integratie in het planproces is essentieel.
Daarnaast moet ook het geluid van het stadion beoordeeld worden in het licht van een goed woon- en leefklimaat én exploitatiemogelijkheden van het stadion. Groene inrichting helpt bovendien de geluidskwaliteit te verbeteren door reflectie en galm te verminderen.
9.2 Luchtkwaliteit
Een gezonde en veilige leefomgeving vereist een goede luchtkwaliteit. Verontreinigende stoffen zoals stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) beïnvloeden in belangrijke mate de kwaliteit van wonen, werken en verblijven in het gebied. Wegverkeer is samen met de achtergrondconcentratie in Utrecht bepalend voor de luchtkwaliteit in en rond het plangebied. Omdat de gemeente Utrecht is aangewezen als aandachtsgebied voor NO2 en PM10, moet luchtkwaliteit worden getoetst en gemonitord. Volgens artikel 9.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat: • •
geen overschrijding van omgevingswaarden optreedt; of de bijdrage van het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) is.
De gemeente streeft, in lijn met motie 2015-78 en het coalitieakkoord, naar het halen van de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit (zowel de versie van 2005 als die van 2021). Deze ambitie wordt nadrukkelijk meegenomen in de planvorming. Daarnaast wordt getoetst aan de wettelijke Europese grenswaarden die vanaf 2030 van kracht zijn. Deze normen zijn minder streng dan de WHO-advieswaarden, maar moeten wel aantoonbaar worden gehaald binnen het ontwikkelgebied. Vanuit de Nota Volksgezondheid ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’ geldt dat geen gevoelige bestemmingen (zoals kinderdagverblijven, scholen, zorginstellingen) mogen worden gerealiseerd binnen: • •
300 meter van een snelweg; 50 meter van een drukke weg (>10.000 motorvoertuigen per etmaal).
78 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Hoewel de Waterlinieweg geen snelweg is, geldt deze wel als één van de drukste binnenstedelijke wegen van Utrecht. Daarom worden gevoelige functies zoveel mogelijk op afstand geplaatst van deze bron. Bij de ontwikkeling wordt gezocht naar een optimale stedenbouwkundige opzet om de luchtkwaliteit in verblijfsgebieden te waarborgen. De gemeentelijke ambitie om luchtkwaliteit structureel te verbeteren betekent dat in ontwerp en inrichting wordt ingezet op: • •
ontmoedigen van autoverkeer Stimuleren van actieve en schone mobiliteit
Ruimtelijke maatregelen worden gecombineerd met monitoring en toetsing aan zowel wettelijke normen als gezondheidskundige richtlijnen.
Afbeelding: Te slopen tankstation
9.3 Bezonning
Hoog en compact bouwen brengt lange slagschaduwen met zich mee, met name in het koudere seizoen. Door het relatief beperkt aanwezige aantal woningen om het plangebied is de impact van de bebouwing op de omliggende woningen beperkt. Binnen het plangebied is de Apollo Residence het enige woongebouw. Voor de plannen van de stadiontorens zijn bezonningsstudies uitgevoerd. Deze wijzen uit dat het nieuwe gebouw in de noord-oost hoek alleen in het voor- en najaar schaduw geeft op het noodtrappenhuis en daarnaast gelegen blinde gevel van de Apollotoren. In de appartementen die aan de stadionzijde slaapkamerramen en een erker hebben, wordt geen schaduw veroorzaakt.
9.4 Wind
De kwaliteitsbeleving van de openbare ruimte kan nadelig worden beïnvloed door wind(vlagen). In de Stedenbouwvisie is daarom een kwaliteitsstreven opgenomen. Hierbij is het verplicht een windhinderonderzoek uit te voeren als er sprake is van hoogbouw (bebouwing boven de 30m), bij gebiedsontwikelingen met meer dan 500 woningen of als er prominente, representatieve openbare ruimte in het plangebied aanwezig zijn. Deze situaties gelden voor het plan Galgenwaard, een windhinderonderzoek is dus nodig. Er zijn voor gebruiksvormen van de openbare ruimte toetswaarden opgesteld voor de maximale windsnelheid. De toetsing door de gemeente is gebaseerd op de NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar. Het windhinderonderzoek dient hierop in te gaan.
79 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.5 Omgevingsveiligheid
Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen brengt veiligheidsrisico’s met zich mee voor omwonenden, bedrijven en passanten. In het kader van de Omgevingswet moeten risicobronnen worden geïnventariseerd en getoetst aan wet- en regelgeving om een veilige toedeling van functies aan locaties te waarborgen. Externe risicobronnen • Op circa 500 meter ten oosten van het plangebied ligt de A27, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het explosieaandachtsgebied van deze rijksweg bedraagt 200 meter en overlapt het plangebied niet. • Het spoortraject richting Arnhem en Den Bosch ligt op circa 700 meter afstand. Ook hier geldt een explosieaandachtsgebied van 200 meter dat het plangebied niet raakt. • Er zijn geen buisleidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig die relevant zijn voor de gebiedsontwikkeling. BP tankstation Binnen het plangebied ligt een BP-tankstation met LPG-verkoop. Dit is de enige risicobron met een aandachtsgebied dat buiten de eigen perceelgrens reikt. Omdat sanering van dit tankstation onderdeel is van de planvorming, vervalt deze risicobron en daarmee het aandachtsgebied. Conclusie en aanbevelingen • Het plangebied bevindt zich buiten de aandachtsgebieden van actuele risicobronnen. • Omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling en aanvullend onderzoek is niet nodig.
Gifwolk en ventilatie Voor gifwolken is nog geen aandachtsgebied opgenomen in het Bkl. Toch wordt aanbevolen om bij gebouwontwerp rekening te houden met calamiteiten: bijvoorbeeld door afsluiters van mechanische ventilatie op een goed bereikbare plek te realiseren, zodat deze bij een incident tijdig kunnen worden gesloten om toetreding van schadelijke gassen te beperken.
80 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.6 Wateropgave
Voor water en riolering geldt het beleid zoals beschreven in de gemeentelijke visie water en riolering en visie klimaatadaptatie. Onderstaand de vertaling van dit beleid naar uitgangspunten voor het plangebied. Om wateroverlast tegen te gaan moet het gebied ingericht worden op het verwerken van hevige neerslag in een kort tijdsbestek. Bij een bui van 20 mm/uur mag er geen water op straat staan. Bij een bui van 80 mm/uur mag er geen schade optreden aan gebouwen en vitale infrastructuur. Om de belasting op het riool te verminderen moet hemelwater vertraagd afgevoerd worden door het vast te houden op particulier terrein in wadi’s, verlaagd groen, ondergrondse bergingsvoorzieningen of door extra oppervlaktewater te creëren. Om verdroging tegen te gaan is het van belang dat hemelwater zoveel mogelijk lokaal wordt vastgehouden en geïnfiltreerd. Het doel is om 90% van het hemelwater dat jaarrond valt te infiltreren. Onderstaande voorkeursvolgorde wordt gehanteerd om hemelwater zo efficiënt mogelijk te gebruiken. 1. Vasthouden en hergebruiken (bijvoorbeeld groene daken of regentonnen) 2. Infiltreren op maaiveld (bijvoorbeeld verlaagd groen of wadi’s) 3. Infiltreren met een ondergrondse voorziening (bijvoorbeeld infiltratieriool of infiltratiekratten) 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (over maaiveld of via een hemelwaterriool) 5. Afvoeren naar de rioolwaterzuivering
Verder gelden er meerdere inrichtingseisen bij de herinrichting van het plangebied: •
•
•
•
• •
Er geldt een droogleggingseis (maaiveld – oppervlaktewaterpeil) van 1,0 meter en een ontwateringseis (maaiveld – grondwaterpeil) van 0,7 meter. Momenteel wordt daar in het plangebied ruimschoots aan voldaan. Voor het dempen van oppervlaktewater geldt vanuit het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) een 1-op-1compensatieverplichting met nieuw open water. Nieuwe bruggen mogen het natte profiel van de Kromme Rijn niet versmallen of verkleinen en moeten qua doorvaarbaarheid aansluiten bij bestaande brughoogten. Omdat de Kromme Rijn een KRWwaterlichaam is, mag de waterkwaliteit en ecologische toestand niet verslechteren door ruimtelijke ingrepen. Afval- en hemelwater worden reeds gescheiden ingezameld. Voor de toekomstige situatie moet goed gekeken worden naar de vervuilingsgraad van het gebied en welk oppervlak wel of niet op het hemelwaterriool aangesloten mag worden om vervuiling te voorkomen. Bij realisatie van het plan kan tijdelijke bemaling nodig zijn. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het voorkomen van negatieve effecten op omliggende funderingen en moet ondergrondse bebouwing uitvoeren met vloeistofdichte vloeren en wanden. Met de toevoeging van circa 1.100 woningen moet worden beoordeeld of het vuilwaterstelsel en het achterliggende gemaal voldoende capaciteit hebben om deze uitbreiding te verwerken.
Er wordt geadviseerd om het vloerpeil 20 cm hoger te leggen dan het straatpeil zodat water op straat minder snel leidt tot water in panden.
81 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Afbeelding: Kromme Rijn in Utrecht
Binnen het plangebied wordt op een aantal locaties nieuwe gebouwen ontwikkeld. Aan deze particuliere ontwikkelingen zijn eisen meegegeven met betrekking tot het bergen van hemelwaterwater op particulier terrein. In de visie klimaatadaptatie staat beschreven dat de voorkeursvolgorde (zie pag. 80) leidend is en dat allereest ingezet moet worden op vasthouden van hemelwater. Daarnaast is beschreven dat er ook in hoogstedelijk gebied, met weinig openbare ruimte voor waterberging, een hogere bergingseis dan de 15 mm opgelegd mag worden. Om het rioolstelsel te ontlasten, wateroverlast te voorkomen en om de afvoer van hemelwater richting de Kromme Rijn te vertragen, is er een bergingseis van 45 mm / m2 dakoppervlak meegegeven. Afwijken is mogelijk mits aangetoond wordt dat de bergingseis onhaalbaar is. Waterkwaliteit en ecologie De Kromme Rijn is een KRW-waterlichaam. De waterkwaliteit en ecologische kwaliteit mogen niet achteruitgaan door ruimtelijke ingrepen. Voor de volgende onderdelen is een watervergunning of melding vereist: • • •
Dempen of aanleggen van oppervlaktewater. Aanleg van damwanden, balkons en (vis)steigers. Tijdelijke grondwateronttrekking of lozing van bemalingswater bij bouwactiviteiten (bij >100m³/uur, >9m diepte of langer dan 6 maanden).
Grondwater De ontwateringseis in Utrecht bedraagt 0,7 meter onder maaiveld en wordt in het plangebied momenteel gehaald. Bij tijdelijke bemaling tijdens bouw moet schade aan funderingen van nabijgelegen panden worden voorkomen. Ondergrondse bouwdelen moeten waterdicht zijn om wateroverlast te voorkomen.
Afvalwater en hemelwater • • • •
Scheiding van afvalwater en hemelwater is reeds aanwezig. Door de grote verharding in het plangebied stroomt hemelwater snel af; daarom is ontharding een belangrijke opgave. Ontharding creëert kansen voor infiltratie, vermindert wateroverlast en voorkomt droogte. Het gebruik van de openbare ruimte bepaalt mede welke oppervlakken op het hemelwaterriool worden aangesloten. Intensief gebruikte delen kennen vaak een hogere vervuilingsgraad.
82 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.7 UNESCO Werelderfgoed
Ligging van het plangebied Hoewel het plangebied, op de plofsluisbrug na, buiten de begrenzing (property) van het werelderfgoed ligt, bevindt het zich wel binnen de visuele invloedsfeer van Fort Lunet I en de plofsluisbrug, en binnen de attentiezone als onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Militair.
Het Werelderfgoedverdrag van 1972, ondertekend door Nederland in 1992, verplicht tot behoud, uitdragen en versterking van de zogeheten ‘Outstanding Universal Value’ (uitzonderlijke universele waarde). In de Omgevingswet zijn hiervoor getrapte instructieregels opgenomen waaraan de gemeente zich (via de provinciale Omgevingsverordening) bij het opstellen en wijzigen van het omgevingsplan moet houden. In essentie bepalen de instructieregels dat een ontwikkeling de kernkwaliteiten van het werelderfgoed niet mag aantasten, ook niet als die ontwikkeling buiten het werelderfgoed plaatsvindt. In dat laatste geval wordt vanuit werelderfgoedperspectief alleen beoordeeld of de ontwikkeling de visuele integriteit van het werelderfgoed aantast.
Effectbeoordeling De gemeente heeft samen met Provincie Utrecht (mede site-holder van en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de effecten van het ensemble van de bestaande en nieuwe torens op het werelderfgoed beoordeeld, met in het bijzonder aandacht voor mogelijke marginaliserende wandwerking. De uitkomst is dat onder voorwaarden voor de stedenbouwkundige opzet van de nieuwbouw, de beeldkwaliteit van de bebouwing en versterkende ingrepen in de openbare ruimte, de gebiedsontwikkeling kan plaatsvinden zonder aantasting van het werelderfgoed. Daarnaast kunnen nieuwe verbindingen met het voorland van Lunet 1, over de Kromme Rijn, de beleving van het erfgoed versterken.
Wettelijk kader en beleid In 2021 is een groot deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) op verzoek van de Nederlandse Staat door UNESCO aangewezen als werelderfgoed. Deze is daarmee samengevoegd met de Stelling van Amsterdam tot het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies.
Voor de attentiezone van het werelderfgoed gelden de instructieregels voor de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur militair. Deze bepalen dat in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden die samenhangen met de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals accessen, vrij schootsvelden, inundatiekommen et cetera. • • • •
Kernkwaliteiten van het werelderfgoed Strategisch landschap (oa accessen, verboden kringen, hoofdverdedigingslijn) Watermanagement (oa sluizen en dammen, rivieren) Militaire werken (oa forten, stellingen, groepsschuilplaatsen)
Randvoorwaarden Hoogte, -volume en positionering van de nieuwbouw wordt zodanig afgestemd op de nabijheid van Fort Lunet I dat de visuele integriteit daarvan niet wordt aangetast. De inrichting van de openbare ruimte draagt zoveel als mogelijk, en passend in het parkplein concept, bij aan de versterking van de herkenbaarheid en beleefbaarheid van de kernkwaliteiten en cultuurhistorische waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De beeldkwaliteit van bebouwing sluit aan bij de context van het nabijgelegen werelderfgoed en leidt niet tot visuele verstoring. Conclusie Bij toepassing van de gestelde randvoorwaarden zijn de effecten op het UNESCO-werelderfgoed per saldo neutraal of licht positief. De maatregelen worden verankerd in het stedenbouwkundige plan, beeldkwaliteitsplannen en het omgevingsplan.
83 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.8 Bodem en ondergrond
Wettelijk kader en beleid Landelijke wetgeving is gericht op zorgvuldig gebruik van de bodem en ondergrond zonder risico’s voor mens en milieu. Dit is vastgelegd in de Structuurvisie Ondergrond (2018) en de Kamerbrief ‘Water en bodem sturend’ (2022). De Utrechtse Nota Bodembeheer 2017–2027 en het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grond015) geven aanvullende kaders. Bodemkwaliteit Binnen het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Over het algemeen is sprake van lichte verontreinigingen in grond en grondwater. Bij de Herculesbrug zijn sterkere verontreinigingen aangetroffen van beperkte omvang. Bij het BP-tankstation is een geringe restverontreiniging aanwezig. Watergangen die in het verleden over het gebied liepen, zijn vermoedelijk gedempt met grond van onbekende kwaliteit. Verkennend bodemonderzoek voor het hele gebied is noodzakelijk, maar omvangrijke saneringen worden niet verwacht. Grondwaterverontreiniging Onder de Kromhoutkazerne bevinden zich omvangrijke grondwaterverontreinigingen. Onttrekking van grondwater voor bouwwerkzaamheden kan deze verontreinigingen mobiliseren. In dat geval moet melding worden gedaan in het kader van het Gebiedsplan en kan een financiële bijdrage en aanvullende zuivering van lozingen nodig zijn.
Zettingsgevoeligheid en draagkracht Op basis van bodemopbouw wordt het plangebied als minder zettingsgevoelig beschouwd, wat gunstig is voor de realisatie van nieuwe bouwvolumes. Toekomstig ondergronds ruimtegebruik Het is essentieel om het toekomstig gebruik van de ondergrond integraal te benaderen. Daarbij moet rekening worden gehouden met: • • • •
Bodemenergie, waterberging en infiltratie Wortelruimte voor bomen en bodemecologie Kabels, leidingen en riolering Parkeergarages en ondergrondse infrastructuur
De fysieke ruimte en het invloedgebied van ondergrondse functies moeten vroegtijdig worden geordend om knelpunten en schade te voorkomen. Ondergrondse restanten van oude funderingen of damwanden dienen te worden geïnventariseerd. De inrichting moet toekomstbestendig en multifunctioneel zijn, met behoud van draagvermogen en waterbergend vermogen. Rond 2030 staat tevens de herinrichting van de Herculeslaan gepland. Deze ingreep dient afgestemd te worden op de opgaven in de de totale gebiedsontwikkeling
84 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Afbeelding: Kaart kabels en leidingen
85 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.9 Kabels en leidingen
Beleidskader Het beleid van de gemeente Utrecht ten aanzien van kabels en leidingen is vastgelegd in de Verordening Ondergrond en het Handboek Kabels en Leidingen. Daarnaast werkt de gemeente aan een 3D-model van de ondergrond, om het inzicht in aanwezige infrastructuur te vergroten en ruimtelijke ingrepen beter te kunnen coördineren. Aanwezige infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich diverse kabels en leidingen, waaronder een warmtenet, een middenspanningsleiding van Stedin, een 50kV hoogspanningskabel en een hogedrukgasleiding. Daarnaast zijn nutsvoorzieningen voor water, elektriciteit en data aanwezig. Een rioolvervanging staat gepland voor de Herculeslaan (periode 2030– 2035), inclusief aansluitingen in het projectgebied. Complexiteit en aandachtspunten • • •
Het gebied rondom de Waterlinieweg en Herculeslaan fungeert als belangrijke hub voor nutsvoorzieningen. Aanpassingen vereisen afstemming met meerdere partijen. Voor nieuwe woningen, voorzieningen en evenementenlocaties zijn mogelijk zwaardere aansluitingen nodig. Deze dienen afgestemd te worden met netbeheerders. De aanwezigheid van veel kadastrale percelen en zakelijke rechten vraagt om duidelijke taakverdeling en nauwe samenwerking tussen gemeente, ontwikkelaars en netbeheerders.
Ruimtelijke afstemming Het onderbrengen van nieuwe voorzieningen moet vroegtijdig in beeld zijn, zowel ruimtelijk als juridisch. Daarbij geldt de noodzaak tot: • • •
bundeling en clusteren van tracés; reservering van ruimte in kabel- en leidingstroken; afstemming met andere ondergrondse functies (zoals bomen, infiltratievoorzieningen of funderingen).
86 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.10 Archeologie
Wettelijk kader en beleid De Erfgoedwet (sinds 2016) en de Omgevingswet verplichten dat in het omgevingsplan rekening wordt gehouden met aanwezige of te verwachten archeologische resten. Het archeologisch beleid van de gemeente Utrecht is vastgelegd in het omgevingsplan en de bijbehorende Archeologische Waardenkaart (2023). Binnen het plangebied zijn verschillende archeologische zones aanwezig: • • •
Middelhoge archeologische verwachting (WA5): vergunningplicht bij ingrepen >500 m² en >0,3 m diepte. Hoge verwachting (WA4): vergunningplicht bij ingrepen >100 m² en >0,3 m diepte. Hoge archeologische waarde (WA3): vergunningplicht bij ingrepen >30 m² en >0,3 m diepte.
De zwaarste categorie is leidend bij overlappende zones. Afbeelding: Kaart archeologische zones
Aanbevelingen en voorwaarden • • • •
Overleg met de gemeente over noodzaak en vorm van archeologisch onderzoek in een zo vroeg mogelijk stadium. Uitgangspunt is behoud in situ (bijvoorbeeld door aanpassing van het plan of archeologievriendelijk bouwen). Indien behoud in situ niet mogelijk is, dan archeologisch onderzoek ex situ (bijv. opgraving). Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning is een deskundigenrapport vereist.
Specifieke locaties en verwachtingen • • •
In de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een stelling uit de Tweede Wereldoorlog met loopgraven (WA3-zone). Restgeulen van de middeleeuwse en Romeinse Rijn bevinden zich in het gebied. Hier zijn sporen van bewoning, kades of vaartuigen mogelijk. Bij rioleringswerkzaamheden in 2001 zijn geen archeologische resten aangetroffen.
87 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.11 Ontplofbare oorlogsresten
Afbeelding: Kaart locatie stelling uit tweede wereldoorlog (rood) en zone van archeologische waarneming bij rioleringswerkzaamheden (grijs)
Wettelijk kader en beleid Conform de Arbowet zijn opdrachtgevers en opdrachtnemers verplicht om risico’s bij uitvoering van werkzaamheden in beeld te brengen. Dit geldt ook voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (voorheen: Niet Gesprongen Explosieven). Sinds 1 januari 2021 geldt het Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO), als opvolger van het WSCS-OCE. Uitgangspunten voor het plangebied •
• Ruimtelijke kansen Het zichtbaar maken van archeologische waarden in de openbare ruimte biedt kansen voor beleving en versterking van de cultuurhistorische identiteit van het gebied.
•
Er is geen concrete aanwijzing voor de aanwezigheid van explosieven, maar gezien de ligging nabij historische verdedigingswerken en eerdere militaire activiteit in het gebied (zoals de WOII-stelling in de zuidzijde) wordt een risico-inschatting aanbevolen. In geval van verhoogd risico kan aanvullend historisch vooronderzoek (HVO) noodzakelijk zijn. Indien daaruit blijkt dat er kans is op aanwezigheid van explosieven, dient een opsporingsonderzoek te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf.
Praktische aanbevelingen • • •
Zorgvuldige afstemming met bevoegd gezag en specialisten op het gebied van explosievenopsporing. Neem in bestekken en veiligheidsplannen teksen op over voorzieningen voor detectie en ruiming, indien nodig. Houd in de planning rekening met mogelijke vertragingen door noodzakelijke opsporingswerkzaamheden.
Deze aanpak waarborgt de veiligheid van medewerkers en omwonenden tijdens bouwwerkzaamheden in het gebied.
88 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
9.12 Ecologie
9.14
9.13 Natuurnetwerk Nederland
Een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd voor de gebruiksfase en de bouwfase. Hiermee wordt getoetst of de ontwikkeling leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Wanneer uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van toename van stikstofdepositie, zijn verdere vervolgstappen niet noodzakelijk en hoeft er geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit aangevraagd te worden. Voor zowel de planprocedure als de vergunningaanvraag zullen stikstofberekeningen nodig zijn.
Wettelijk kader en beleidsuitgangspunten Ecologie vormt een belangrijk thema binnen een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. De natuurwetgeving (Omgevingswet, spoor Flora en Fauna), de Utrechte Soortenlijst, het gemeentelijk biodiversiteitsbeleid en inzet en aandacht voor de groenstructuur vormen het beleidskader. Hierbij geldt het principe: geen achteruitgang, ‘groen groeit mee’. Het plangebied, namelijk de Kromme Rijn, maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland.(NNN). In het project zal rekening gehouden worden met de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ (WKW) van het NNN-gebied, op zo’n manier dat de waarden van het gebied niet negatief beïnvloed worden. Afbeelding: Kaart natuurnetwerk Nederland
Natura 2000 en stikstof
Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is Oostelijke vechtplassen, dat is gelegen op ca 7,1 kilometer afstand van het plangebied.
89 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Afbeelding: Kromme Rijn
90 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
10. Ontwikkelstrategie en uitvoering Dit hoofdstuk beschrijft de strategie voor de realisatie van het programma, de fasering van de ontwikkeling, de benodigde planologische procedures en de wijze waarop de betrokken partijen samenwerken aan de uitvoering van de gebiedsontwikkeling.
10.1
Uitgangspunten ontwikkelstrategie
De ontwikkelstrategie voor het gebied Galgenwaard is gericht op een stapsgewijze transformatie, waarbij stadiongerelateerde functies behouden blijven en nieuwe stedelijke functies worden toegevoegd. De herontwikkeling gebeurt in balans met de bestaande omgeving, met aandacht voor leefkwaliteit, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid. Kernprincipes zijn: • • • •
Fasegewijze ontwikkeling met behoud van functioneren van het stadion en de omliggende voorzieningen zoals een zorgcentrum; Optimalisatie van publieke investeringen door koppeling met geplande infrastructuurmaatregelen; Samenwerking met publieke en private partners, gericht op gedeeld eigenaarschap en risicobeheersing; Flexibiliteit in de programmering en fasering op basis van marktdynamiek en haalbaarheidsonderzoeken.
10.2
Planologische procedures
Voor de realisatie van het programma zijn wijzigingen van het omgevingsplan en Stedenbouwkundige Plannen noodzakelijk. De relevante procedures omvatten: • • •
Voorbereiding en besluitvorming van de wijziging van het omgevingsplan (inclusief participatie); Vaststelling van stedenbouwkundige randvoorwaarden en toetsingskaders Afstemming met provincie en rijk in het kader van bovenregionale kaders (zoals UNESCO en netcapaciteit).
•
•
Het project valt onder een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, zoals genoemd in het omgevingsbesluit categorie J11 van bijlage V. Er moet voor een onderhavig project een mer- beoordelingsprocedure doorlopen worden (artikel 16.43 Omgevingswet). Een mer- beoordeling is een beoordeling van het bevoegd gezag of aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. De beoordeling vindt plaats op basis van een aanmeldnotitie. De aanmeldnotitie wordt ingediend bij het bevoegd gezag. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een beslissing over de noodzaak van het opstellen van een milieueffectrapport.
10.3
Fasering en uitvoering
De uitvoering van het programma wordt gefaseerd opgepakt, in samenhang met de (her)ontwikkeling van het stadion, de aanleg van infrastructuur en de woningbouw. Daarbij is sprake van onderlinge afhankelijkheden: de haalbaarheid en volgorde van uitvoering worden mede bepaald door technische, ruimtelijke en financiële samenhang tussen de verschillende onderdelen. Zo kunnen bijvoorbeeld ontsluitingen of voorzieningen in de openbare ruimte voor het ene onderdeel randvoorwaardelijk zijn voor het andere. De fasering wordt bewust flexibel gehouden, zodat kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen en kansen. Afhankelijk van de situatie kan het stadion of juist het nieuwe stadsblok dienen als startlocatie voor de gebiedsontwikkeling. De eerste fase richt zich op: • • • •
De hoeken van het stadion als kansrijke plekken voor verdichting en multifunctionele programmering; Nieuwbouw van het stadsblok; Voorbereidende werkzaamheden in de openbare ruimte (nutsvoorzieningen, water, groen); Samenloop met geplande vervangingsinvesteringen (zoals riolering Herculeslaan en herinrichting openbaar gebied);
91 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
• • • •
Programmatische opstart rond het Familieplein en Leefplein. Verleggen van de afrit Waterlinieweg om de bouw van het nieuwe stadsblok mogelijk te maken; Sloop en sanering van de Herculestoren om de ontwikkeling van hoek A1 en de bijbehorende openbare ruimte te faciliteren; Aanpassing van het tracé van de Herculeslaan en het fietspad om de realisatie van de parkeergarage Noord mogelijk te maken.
10.4
Samenwerking en governance
De gebiedsontwikkeling wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen gemeente, grondeigenaren, ontwikkelende partijen, FC Utrecht en netbeheerders. Voor de aansturing wordt een programmatische aanpak gehanteerd met duidelijke rolverdeling, procesafspraken en fasering. • Concrete vervolgstappen: Opstellen van de wijziging van het omgevingsplan • Omgevingsplan wijzigen • Uitwerken van de schetsontwerpen van de vastgoedontwikkeling naar VO en DO • Uitwerken van afrit Waterlinieweg, kruising en Herculeslaan naar VO en DO. • Vergunningentraject kabels en leidingen • Uitwerken van het inrichtingsplan naar VO en DO. Anterieure overeenkomsten;; • Programmamanagement op integrale thema’s zoals mobiliteit, duurzaamheid en ondergrond. Deze ontwikkelstrategie maakt het mogelijk om flexibel en toekomstgericht invulling te geven aan de ambities voor Galgenwaard.
10.5
Omgaan met nieuwe inzichten
Dit SPvE is gebaseerd op de actuele beleidskaders, inzichten en ambities zoals die golden ten tijde van de vaststelling. De gebiedsontwikkeling strekt zich echter uit over meerdere jaren. Indien zich beleidswijzigingen, maatschappelijke ontwikkelingen of innovatieve oplossingen aandienen die aantoonbaar bijdragen aan een betere invulling van de ambities uit dit SPvE, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken, mits dit (financieel) haalbaar is en past binnen het vigerende (door de raad vastgestelde) beleid. Voor afwijkingen die niet passen binnen bestaand of nieuw vastgesteld raadsbeleid geldt dat deze alleen mogelijk zijn na een besluit van de gemeenteraad. Selectieve toepassing van nieuwe inzichten (‘cherry picking’) is niet toegestaan. Elke wijziging dient integraal en zorgvuldig te worden afgewogen, met behoud van de samenhang en de publieke belangen zoals in dit SPvE vastgelegd. De ontwikkelaar(s) onderschrijven het streven naar een kwalitatief goede woon- en leefomgeving, maar geven tegelijkertijd aan dat de optelsom van alle uitgangspunten en ambities, zeker in deze tijd, een zware wissel trekt of een risico vormt op de financiële uitvoerbaarheid van de planontwikkeling.
Indien in de volgende plan-, ontwerp- of uitvoeringsfase de businesscases van de ontwikkelaars door het SPvE of door andere onvoorziene omstandigheden verder onder druk komen te staan, kan maatwerk vereist zijn. Als een (deel)ontwikkeling aantoonbaar een tekort oplevert en dreigt vast te lopen, zal – conform de spelregels van de Utrechtse aanpak – gezamenlijk worden onderzocht welke optimalisaties nodig zijn om de ontwikkeling vlot te trekken. Besluitvorming hierover is voorbehouden aan de gemeenteraad.
92 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
11. Participatie en proces Dit hoofdstuk beschrijft hoe participatie en communicatie zijn ingericht in het planproces voor de gebiedsontwikkeling Galgenwaard. De betrokkenheid en bijdrage van bewoners, ondernemers, gebruikers, belangenorganisaties en andere stakeholders is van groot belang om tot een goed en toekomstbestendig plan te komen.
11.1
Visie op participatie
De participatie rond de gebiedsontwikkeling Galgenwaard is opgezet volgens het Utrechtse beleid van ‘Samen Stad Maken’. Dit betekent dat we luisteren naar zoveel mogelijk Utrechters die betrokken zijn bij Galgenwaard en omgeving, nu én in de toekomst, om de plannen beter te maken. We werken vanuit de leidende principes voor houding en gedrag: Afbeelding: Participatie
een doorlopend proces dat meegroeit met de verschillende fases van ontwikkeling. De participatie rond Galgenwaard is gericht op: • • •
Het ophalen van wensen, zorgen en ideeën van omwonenden en belanghebbenden; Het verbeteren van de kwaliteit van plannen door gebruik te maken van lokale kennis; Het versterken van het eigenaarschap en de betrokkenheid bij de uitvoering van de plannen.
11.2
Participatieproces
Sinds 2021 werken we aan participatie rond de gebiedsontwikkeling Galgenwaard. Er zijn meerdere bijeenkomsten en werksessies georganiseerd; zowel in kleinere groepen met de direct belanghebbenden als in openbare (inloop)avonden. De aanpak en resultaten van deze eerste periode is terug te lezen op www.participatiegalgenwaard.nl Vanaf eind 2024 werken we volgens het Samen Stad Maken beleid. Deze aanpak is vastgelegd in het Samenwerkingsplan (zie: http://denkmee.utrecht.nl) en in het Samenwerkingsverslag dat wordt toegevoegd aan het definitieve SPvE. De resultaten zijn terug te lezen op http://denkmee.utrecht.nl (zoek op Galgenwaard).
11.3 Samenvatting participatie
‘Samen Stad Maken’ vraagt om transparante besluitvorming, het serieus nemen van participatie-inbreng en het creëren van ruimte om samen te werken aan concrete voorstellen. Dit principe passen we toe in elke fase van het proces. Dat zorgt voor duidelijkheid, goede resultaten en een beter plan. Participatie is geen eenmalige actie, maar
In de afgelopen periode is via verschillende participatiemomenten informatie opgehaald bij omwonenden, ondernemers, belangenorganisaties en andere betrokkenen. Over het algemeen is er veel enthousiasme over de ontwikkeling van Galgenwaard. De plannen voor vergroening, verlevendiging en het toevoegen van woningen en voorzieningen worden breed ondersteund.
93 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Naast dit enthousiasme zijn ook aandachtspunten en zorgen gedeeld, onder andere over: • Mobiliteit en parkeren: zorgen over een toename van verkeers- en parkeerdruk door de toevoeging van circa 1.100 woningen. Ondernemers vrezen het verdwijnen van parkeerplaatsen op maaiveld. • Logistiek: aandacht voor leveringen, bevoorrading en afvalinzameling. • Woonkwaliteit: zorgen over licht- en geluidsoverlast door het stadion en de impact van nieuwe bouwhoogtes op uitzicht, privacy en schaduwwerking. • Veiligheid: aandacht voor sociale veiligheid, verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers en crowdmanagement tijdens evenementen en wedstrijden. • Groen en ecologie: zorgen over mogelijke effecten op natuurwaarden langs de Kromme Rijn en bij het ‘margrietenveld’ en het ‘Hof van Eden’. • Programma en voorzieningen: vragen over woningtypen, prijsklassen en het aanbod aan winkels, horeca en andere functies. Verwerking in het SPvE De opgehaalde aandachtspunten zijn waar mogelijk verwerkt in het SPvE. Voorbeelden hiervan zijn: • Mobiliteit en parkeren: in het SPvE is een parkeerplafond opgenomen om de verkeersdruk op het omliggende wegennet te beperken. Er wordt gestuurd op een autoluwe inrichting met goede fietsverbindingen en voldoende stallingsruimte. Voor ondernemers zijn voldoende parkeerplaatsen in de parkeergarage gereserveerd.
Daarnaast worden ondernemers actief betrokken bij het verder uitwerken van de logistieke oplossingen, zoals leveringen, bevoorrading en afvalinzameling.
•
• • •
Openbare ruimte en veiligheid: de uitgangspunten voor de openbare ruimte houden rekening met sociale veiligheid, verkeersveiligheid en overzichtelijke routes. Er wordt aandacht besteed aan verlichting, oversteekplaatsen en voldoende ruimte voor voetgangers en fietsers. Groen en ecologie: behoud en versterking van biodiversiteit en bescherming van kwetsbare natuurgebieden zijn opgenomen in de uitgangspunten voor groen. Bebouwing en hoogtes: reacties over bouwhoogtes, privacy en schaduwwerking zijn meegenomen in de kaders voor positionering en maximale hoogtes van bebouwing. Programma en voorzieningen: in de uitgangspunten is ruimte gereserveerd voor een aantrekkelijk voorzieningenprogramma met winkels, horeca en publieksfuncties.
Niet alle onderwerpen kunnen in deze fase volledig worden uitgewerkt. De exacte inrichting van de openbare ruimte en de detaillering van de gebouwen worden in de volgende ontwerpfase verder uitgewerkt. Na vaststelling van het SPvE door de gemeenteraad (naar verwachting begin 2026) volgt de uitwerking van de plannen, het wijzigen van het omgevingsplan en het aanvragen van vergunningen. Deelnemers aan de participatie worden geïnformeerd over hoe hun inbreng is verwerkt, onder meer via het Samenwerkingsverslag.
11.4
Verankering in het vervolgproces
Voor elke fase van deze gebiedsontwikkeling stellen wij een Samenwerkingsplan op en maken wij een Samenwerkingsverslag. Na het vaststellen van dit SPvE is de volgende fase het uitwerken van de ontwerpen voor de gebouwen en openbare ruimte. Hiervoor komen zowel fysieke als digitale mogelijkheden om mee te denken. We zetten ons extra in om doelgroepen te bereiken die in het toekomstige gebied gaan wonen, werken, sporten of recreëren.
94 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
95 - Stedenbouwkundig Programma Van Eisen Galgenwaard
Bronvermelding foto’s Omslagfoto: luchtfoto stadion Galgenwaard, Gemeente Utrecht
Pagina 37: • Afbeeldingen Beeldkwaliteit, Klunder Architecten
Pagina 4: • Luchtfoto stadion Galgenwaard met Plangrens, Gemeente Utrecht
Pagina 38 en 39: • Afbeeldingen Beeldkwaliteit, MVSA Architects
Pagina 6: Foto’s (4x) • Gemeente Utrecht, C. van Calsteren
Pagina 47: • Bestaande voorzieningen Galgenwaard, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren • Bestaande voorzieningen Galgenwaard, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren
•
Pagina 8: • Foto Conclusion toren, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren • Foto Apollo Residence, Beeldbank Utrechts Archief, C.C.S. Wilmer Pagina 10: • Luchtfoto voormalig stadion Galgenwaard, Beeldbank Utrechts Archief • Luchtfoto stadion Galgenwaard 1998, Beeldbank Utrechts Archief, Fotodienst GAU, fotograaf Pagina 12: • Luchtfoto met eigendom, Gemeente Utrecht Pagina 15: • Foto Kromhout Kazerne, Wikimedia, Door Jannes Linders, Attribution, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=18170871 • Foto Zoudenbalch, onbekend • Foto Lunettenfort, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren • Kromme Rijn, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren Pagina 18: • Lunettenpark, Gemeente Utrecht Pagina 19: • Afbeelding historische kaart: Topo Tijdreis • Historische kaart Herculesweg, Gemeente Utrecht • Historische Luchtfoto vier Lunetten, Beeldbank Utrechts archief • Historische Luchtfoto Galgenwaard, Beelbank Utrechts archief
Pagina 49: • Afbeelding Uitgangspuntenkaart Openbare Ruimte, Flux Landscape architects
Pagina 59 • Afbeeldingen referenties openbare ruimte, Flux Landscape Architects Pagina 65: •
Afbeelding entree Q park, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren
Pagina 67: • Afbeelding Deelmobiliteit, Gemeente Utrecht, Marlies Geervliet • Afbeelding Parkeergarage, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren Pagina 78: Te slopen BP Tankstation, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren Pagina 81: • Afbeelding Kromme Rijn, Gemeente Utrecht, Michelle van Benschop
Pagina 89 • Afbeelding Kromme Rijn, Gemeente Utrecht, C. van Calsteren