CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Nieuw Buurland.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 2 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Programma van Eisen Nieuw Buurland (Staatsliedenbuurt)19.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8.

De gemeente Utrecht kiest voor een mobiliteitstransitie: de voetganger, de fiets, het openbaar vervoer en de deelmobiliteit krijgen prioriteit boven de auto; 9. De gemeente Utrecht kiest voor een energie-efficiënte stad en beperkt daarmee het beroep op energie uit de regio; 10. De gemeente Utrecht kiest voor meervoudig boven enkelvoudig ruimtegebruik, zodat de beperkte ruimte optimaal wordt benut; 11. De gemeente Utrecht ontwikkelt als integraal onderdeel van de RSU 2040 een investeringsstrategie die een indicatieve investeringsopgave biedt verbonden aan de realisatie van de RSU 2040.

37 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

2 Ruimtelijk 2.1 Stedenbouw

Door middel van het oriënteren van kleinschalige bebouwing op deze plek kan dit parkje een logische beëindiging krijgen en is er meer toezicht op het gebied.

2.1.1 Bouwhoogten en schaal

Het stratenpatroon en de boomstructuren blijven behouden. Tussen de bebouwing en het trottoir bevindt zich een doorlopende groenstrook met een breedte van minimaal 2 meter die aansluit op de groene en ontspannen inrichting van de straten in de rest van de wijk. De hoogtes van de bebouwing zijn deels 3 en deels vier bouwlagen. Deze afwisseling in hoogte sluit aan op de rest van de wijk en zorgt ook voor afwisseling in het gebied. Langs de Troelstralaan, Nolenslaan en Samuel Mullerstraat is de hoogte van de bebouwing overwegen 4 bouwlagen. Aan de Slotemaker de Bruinestraat is de hoogte overwegend 3 bouwlagen. Het blok aan de Samuel van Houtenstraat is iets hoger en heeft een 5e terugliggende laag. Dit is gezien de omliggende ruimte acceptabel.

Aan de oost-west routes en langs de parkjes is er een bebouwingswand die de route of ruimte begrenst. Tegenover de open ruimtes zoals het Willem van Abcoudeplein, het Dodt van Flensburg plantsoen, en het pocket park aan de Troelstralaan komen straatwanden die ervoor zorgen dat deze ruimtes een heldere beëindiging krijgen.

2.1.2 Beeldkwaliteit

Het nieuwe plan moet passen in de karakteristiek van de wijk en de ‘hoofdlijnen’ van het Masterplan Talmalaan. De verdichting moet gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Het plan past in het Masterplan Talmalaan doordat de oost-west routes in het gebied worden versterkt. Dit geldt met name voor de Samuel van Houtenstraat. De route door deze straat verbindt het Willem van Abcoudeplein met de Talmalaan en loopt door in de richting van de Vecht. De rooilijn van de bebouwing langs deze weg wordt teruggelegd en in plaats van kopse kanten komt hier een straatwand met bebouwing die georiënteerd is op de straat. De straat krijgt een nieuwe inrichting met veel ruimte voor groen en een wandelpad.

Aan de straat is een afwisseling van wandbebouwing en open ruimtes, zoals ook in de andere delen van de wijk. De groene kwaliteiten in de omgeving worden overgenomen in het plangebied, ook hier komen omsloten groene hoven die zorgen voor afwisseling van bebouwing en groen en ‘lucht’ brengen in het gebied. Aan de noordoostkant van het plangebied wordt de Dodt van Flensburglaan verlegd waardoor er een nieuw aaneengesloten en beter bruikbaar wijkparkje ontstaat. Het past in de ruimtelijke structuur van de wijk waarin zich verspreid verschillende parkjes/ plantsoentjes bevinden en zorgt ervoor dat naast de verdichting het groen in de wijk ook wordt verbeterd.

Welstandsnota Op de beleidskaart van de Welstandsnota heeft het plangebied twee aanduidingen; het grootste deel van het plangebied heeft de aanduiding ‘open’. Hierbij geldt: Verandering of handhaving van het bebouwingsbeeld is beide mogelijk, zowel naar structuur als naar architectuur maar met behoud van landschappelijke waarden. Dit betekent: een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld; er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving.

• • •

38 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

3. Openbare ruimte 3.1 Kadernota openbare ruimte De Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte geeft kaders voor de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. De openbare ruimte is een belangrijke bouwsteen voor een gezonde groei van Utrecht. Het is de ambitie om de openbare ruimte te verbeteren zodat deze straks beter aansluit op de kenmerkende stedenbouwkundige en historische kwaliteiten van de stad, beter klimaatbestendig is en beter toegankelijk. De kaders borgen de samenhang tussen het gebruik, de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het inrichtingsniveau is ‘Domstadkwaliteit’. Hiervoor geldt een standaard­ inrichting en basisonderhoud. Voor de verschillende stedenbouwkundige perioden wordt een beperkt palet aan materialen voorgeschreven. Dat palet geeft de mogelijkheid verschil te maken per tijdsbeeld – binnen de financiële kaders van beheer en onderhoud. De paletten worden per gebied uitgewerkt in het ‘Handboek Openbare Ruimte’ Dit plangebied maakt bovendien onderdeel uit van het gebied dat is aangeduid als ‘compacte stad’; de naoorlogse woon- en werkgebieden, de kernen Vleuten, De Meern en de Tuindorpen. Het gebied is opgebouwd uit buurten met verschillende karakteristieke tijdsbeelden. Uitgangspunt is meer prioriteit te geven aan verblijfskwaliteit, groen en ruimte voor voetgangers en fietsers. Het accent en de oplossing verschilt per buurt.

3.2 Kabels en leidingen In 2011 is de riolering in Nieuw Buurland grotendeels vernieuwd. Een jaar daarvoor is aan de westkant van Nieuw Buurland het riool vervangen door een gescheiden stelsel. Van de appartementen in het projectgebied aan de Troelstralaan is het dak aan de straatkant afgekoppeld. Het dak aan de tuinkant en het vuilwater zit op het gemengd riool.

In het noordelijkste deel van het projectgebied ligt in de Troelstralaan nog een riool uit 1952. In de westelijke punt van het projectgebied, rondom het plantsoen, ligt een gemengd riool uit 1999. Op basis van leeftijd zal het riool uit 1952 vervangen moeten worden. Dit is een ei-vorming riool 300/450mm. Een inspectie zou uit kunnen wijzen dat het riool constructief nog voldoen. Het beleid is echter om riolen van voor 1970 met een diameter kleiner dan 1m te vervangen en alleen de grotere riolen te relinen. In de nieuwe situatie zal het hemelwater en afvalwater gescheiden moeten worden aangeboden. Het afvalwater kan worden geloosd op het nieuw aan te leggen gemengd riool, waar nog hemelwater van buiten het gebied op aangesloten zit. Het hemelwater kan op een nieuw aan te leggen systeem, dat alleen voor hemelwater dient. Uit de KLIC-melding blijkt dat er diverse kabels en leidingen binnen het te herprofileren gebied liggen. Uit een eerste analyse blijken er kabels en leidingen te liggen die mogelijk moeten worden aangepast. In deze fase worden de leiding beheerders geïnformeerd over het voorgenomen project en wordt er gevraagd of zij zelfwerkzaamheden aan hun netten voorzien. Voorlopige conclusie: Stedin heeft een AC gasleiding binnen het projectgebied liggen deze moet mogelijk gesaneerd worden. In de Troelstralaan ligt een oversteek die conflicteert met het ontwerp.

KPN heeft één kabel die mogelijk conflicteert met het ontwerp. Ook het schetsplaatje voor de inpassing van bomen dient verder uitgewerkt te worden voordat definitief vastgesteld kan welke gevolgen dit heeft op K&L. Vitens heeft een oude gietijzeren leiding binnen het project liggen. Overleg moet uitsluitsel geven of Vitens de leiding gaat vervangen.

39 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bestaand openbaar groen 1631 m2

Afbeelding 14: bestaand groen

Privé groen

4 Groen, bomen, ecologie

3525 m2

4.1 Groen Op de tekeningen hiernaast is te zien dat ten opzichte van de huidige situatie ongeveer 1000m2 extra groen wordt toegevoegd in het gebied. Het openbaar groen wordt met ongeveer 1200m2 uitgebreid en er wordt ongeveer 1000m2 privé groen ook openbaar toegankelijk.

Openbaar groen

nu

straks

1631

2868

Toegankelijk groen

Bestaand openbaar groen Nieuw openbaar groen 1631 m2 2868 m2

1020

Prive groen

3525

2303

Totaal M2 groen in plangebied

5156

6191

Privé groen Openbaar toegankelijk groen 3525 m2 1020 m2 Nieuw openbaar groen

Privé groen 2868 m2

Openbaar toegankelijk groen 1020 m2

2304 m2

Privé groen

Afbeelding 15: nieuw groen

2304 m2

Nieuw openbaar groen 2868 m2 Openbaar toegankelijk groen 1020 m2 Privé groen 2304 m2

40 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

4.2 Flora en Fauna Eind 2019 heeft LOO PLAN in opdracht van Mitros een “Nader onderzoek Wet natuurbescherming” uitgevoerd. De onderstaande tabellen bevatten een beknopte samenvatting van de bevindingen en de te nemen vervolgacties. Bebiedsbescherming

Conclusie

Vervolgactie

Natura 2000 Utrechts Natuurnetwerk

De voorgenomen werkzaamheden hebben, door een toename in stikstofdepositie, mogelijk een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

Advies om een stikstofberekening (AERIUS) uit te laten voeren.

Beschermde soorten

Conclusie

Vervolgactie

Huismus

Geen nesten aangetroffen

Geen ontheffing of tijdelijke mitigatie nodig.

Gierzwaluw

Geen nesten aangetroffen

Geen ontheffing of tijdelijke mitigatie nodig.

Vleermuizen

1 paar van de gewone dwergvleermuis aangetroffen

Ontheffing aanvragen 4 alternatieve verblijfsplaatsen realiseren

Overig

Afhankelijk van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Vogels die broeden, mogen nooit verstoord worden.

Geen verstorende werkzaamheden uitvoeren tijdens het broedseizoen (indicatief van begin maart tot half augustus) of potentiële nestplaatsen ongeschikt maken vóór start broedseizoen.

41 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Diervriendelijk bouwen

De gemeente heeft ook ambitie om diervriendelijk te bouwen. Onder “diervriendelijk” bouwen wordt verstaan: bouwen met relatief kleine ingrepen, die verblijfsplekken creëren voor verschillende dieren in het stedelijk landschap. Met “diervriendelijk” bouwen wordt de biodiversiteit van de stad vergroot. De stadsecologen van gemeente Utrecht bepalen per project welk aantal maatregelen toegepast dient te worden. 4.3 Bomen In het voorjaar van 2020 is op het plangebied een bomeninventarisatie uitgevoerd (zie bijlage). Hierbij zijn alle bomen met een diameter van 15 cm en meer, op 1.30 hoogte, geïnventariseerd. Zowel de laanbomen in de vijf lanen, de bomen in het Dort van Flensburgplantsoen en de bomen in de binnenterreinen zijn geïnventariseerd. Onder andere zijn de leeftijd, conditie, toekomstverwachting en verplantbaarheid beoordeeld of vastgesteld. Het merendeel van de bomen heeft een goede conditie en toekomstverwachting. In totaal zijn het een kleine 130 bomen van diverse soort. In de lanen zijn de lindes in de hele Nolenslaan ouder dan 50 jaar, de valse Christusdoornen in de Samuel de Bruïnelaan zijn ouder dan 25 jaar en de jongste bomen in het openbaar gebied zijn de kersen aan weerszijde van de Troelstralaan. In de Samuel Mullerstraat groeien enkele Japanse Notenbomen van zo’n 25 jaar oud.

Er zijn enkele grote en oude solitairen zoals eik en linde in het Dort van Flensburgplantsoen. In de binnenterreinen staan de bomen van diverse soort een leeftijd in losverband verspreid in de tuinen. De bomen in het plangebied maken geen deel uit van de hoofdboom­ structuur. Het streven is wel zoveel mogelijk bomen op het terrein te behouden en waar dit niet mogelijk is, ze te verplanten binnen het plangebied.

4.4 klimaatbestendigheid Bij het plan wordt een onderbouwing gevraagd op hoe het plan bijdraagt aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress, maar ook het borgen van leefbaarheid voor flora en fauna binnen de gebouwen en in de openbare ruimte. Denk hier bijvoorbeeld aan een groene daken of gevels t.b.v. waterbuffering en beschaduwing, en inbouwnestelkasten. 4.5 Water De uitgangspunten voor de opvang van hemelwater in het plangebied zijn: a. Zoveel mogelijk hergebruik (lokaal verwerken en bovengronds afvoeren); b. Praktische insteek met minimale aanpassingen. Bij de verdere planontwikkeling zal in overleg met Mitros bepaald moeten worden welke oplossingsrichting of combinatie daarvan de voorkeur heeft. Op basis daarvan zal onderzoek uitgevoerd moeten worden naar de specifieke locaties waar water wordt geïnfiltreerd (locaties voor wadi’s en ondergrondse infiltratievoorzieningen). Hiermee wordt bepaald hoe snel het water weg kan. Op basis daarvan kan worden bepaald of er aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals verticale infiltratievoorzieningen. Daarvoor dienen boormonsters te worden genomen om onder andere de juiste lengte van de bodem infiltratie­ voorziening te bepalen. Het in 7.4 genoemde bodemonderzoek is ook van belang voor de aanleg van de infiltratie voorzieningen en riolering zelf.

42 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

4.6 Archeologie

Gemeentelijke archeologische waardenkaart

De Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt ten grondslag aan de verordening op de archeologische Monumentenzorg. Deze waardenkaart is geënt op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie en op de kennis en ervaring opgedaan in tientallen jaren archeologisch onderzoek in de stad. Hij geeft inzicht in de ligging van beschermde archeologische rijksmonumenten, gebieden van hoge archeologische waarde, gebieden van hoge archeologische verwachting en gebieden van archeologische verwachting en bij welk te verstoren oppervlakte en diepte een vergunningsplicht geldt. In de op de waardenkaart aangeduide gebieden waar een vergunningplicht geldt zal van toekomstige initiatiefnemers tot bodemverstorende activiteiten een inspanning vereist worden om resten uit het verleden op te laten sporen en zo nodig veilig te stellen.

llerstraat Samuel Mu

Nolenslaan

Troelstralaa

n

Afbeelding 16: uitsnede locatie Archeologische Waardenkaart.

Gebieden van hoge archeologische waarde (rood) zijn gebieden waarvan bekend is dat er archeologische waarden zijn, maar die niet beschermd zijn als archeologisch rijks- of gemeentelijk monument. Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm. Gebieden van hoge archeologische verwachting (geel) zijn zones waar op grond van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek dan wel op basis van historisch geografisch onderzoek archeologische waarden te verwachten zijn (er wordt een middelhoge tot hoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm. Bij gebieden met een archeologische verwachting (groen) zijn de verwachtingen lager (er wordt een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50 cm. Daarnaast zijn op de kaart witte gebieden aangewezen. Voor deze zones geldt geen verwachting en geen vergunningstelsel. Uit de Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht blijkt dat er geen verwachting bestaat op archeologische resten in dit plangebied.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen dient hiervan, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding te worden gedaan bij de archeologen van de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht, via archeologie@utrecht.nl of 030-2860011.

43 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

5 Programma

6 Verkeer

Woonvisie ‘Utrecht beter in Balans’ (2019) Met de woonvisie (2019) willen we de bestaande mismatch in de woningvoorraad aanpakken door meer balans te brengen in vraag en aanbod. Daarvoor willen we dat er fors gebouwd wordt, zodat ook de doorstroming weer op gang kan komen. We streven naar een woningvoorraad die in 2040 voor 35 procent bestaat uit sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studentenhuisvesting en waarvan minstens 70 procent behoort tot de kernvoorraad) en voor 25 procent uit woningen uit de middencategorie (middenhuur en goedkope en betaalbare koop). De woonvisie is uitgewerkt in vijf speerpunten: 1. Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We gebruiken de groei van de stad en stimuleren onze partners om de bouwproductie hoog te houden. Daarmee werken naar de streefpercentages voor de lange termijn en gemengde wijken; 2. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden; 3. Doorstroming; We willen dat er meer woningaanbod (vrij)komt. Bouwen van kwalitatief goede woningen in de middencategorie en het sociale segment, onder andere via gemengde projecten, en slimme woonruimteverdeling zorgen voor de toename van verhuisketens (betere doorstroming); 4. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod voor alle (toekomstige) inwoners van Utrecht.

We zorgen binnen een redelijke termijn voor huisvesting voor Utrechters die onze hulp het hardst nodig hebben; 5. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema’s als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen.

Mobiliteitsbeleid SRSRSB (2016) De stad groeit naar circa 430.000 inwoners rond 2040. Dit zal het aanzien en gebruik van de stad fundamenteel veranderen. De mobiliteit zal ook meegroeien, terwijl de beschikbare ruimte hetzelfde blijft. Voor een gezonde, kwalitatieve doorgroei van de stad is het nodig om de mobiliteit anders te organiseren. Het plangebied ligt in zone B. Hier is de ruimte schaars. De balans tussen verkeersstromen en de ruimte moet worden wordt hersteld, met meer ruimte voor voetgangers, fietsers en verblijfsfuncties. Er is geen ruimte voor autoverkeer zonder herkomst of bestemming in omliggende wijken. De inrichting van de openbare ruimte moet zo helder zijn, dat het verkeer zichzelf zo veel mogelijk regelt en verkeerslichten beperkt nodig zijn. In het plangebied ligt een ‘doorfietsroute’ (Troelstralaan), deze loopt van Overvecht richting de Binnenstad. De Troelstralaan is daarom ingericht als een fietsstraat, waarbij ‘de auto te gast is’. De Talmalaan en de Kardinaal de Jongweg zijn verbindende openbaar-vervoersassen en tevens stedelijke verbindingswegen. De Talmalaan is een zogenoemde inprikker de stad in en uit voor gemotoriseerd verkeer en de Kardinaal de Jongweg is onderdeel van een stedelijke verdeelring. Stedelijke verbindingswegen worden gebruikt om doorgaand verkeer te faciliteren.

Momenteel zijn er plannen om een afslagverbod in te stellen richting de Kaatstraat vanaf de Oudenoord, om doorgaand verkeer op de As-Votulast te verminderen. Dit doorgaand verkeer dient dan over de stedelijk verbindingswegen te rijden. Dit heeft dus gevolgen voor met name Talmalaan.“Het zal leiden tot een toename van gemotoriseerd verkeer, maar de weg is berekend op deze toename van verkeer

44 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

7 Milieu/Leefbaarheid 7.1 Geluid Geluid heeft een grote invloed op de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij ruimtelijke ordening een rol spelen, zijn wegverkeer, railverkeer, bedrijven en andere inrichtingen. De mate van hinder en de acceptatie ervan, hangt vooral af van de functie van het geluidsbelaste object. De wet kent hiervoor het begrip ‘geluidsgevoelige bestemmingen’. In plan zijn dat, zoals vooralsnog voorzien, uitsluitend woningen. De toekomstige woningbouw moet voldoen aan de geluidsnormen en voorwaarden die zijn vastgesteld in de Wet geluidhinder en de Geluidnota van de gemeen te Utrecht. Bij bouwen binnen de geluidzones van wegen en spoorlijnen is akoestisch onderzoek verplicht. Het plangebied bevindt zich binnen de geluidzone van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. De geluidzone wordt bepaald op basis van de hoogte van het geluidproductieplafond (gpp). Op basis van een GPP van 68 dB meet de geluidzone 600m vanuit de kant van de spoorlijn. De maximale geluidbelasting vanwege spoorgeluid bedraagt op basis van een quickscan zo’n 62 dB op de woningen aan de noordkant (richting Aalbersestraat en Kardinaal de Jongweg). De geluidbelasting ligt daarmee ruim boven de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, maar voldoet aan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB.

Het plangebied ligt daarnaast binnen de geluidzones van een aantal wegen. De geluidsbelasting op de woningen aan de noordzijde richting de Kardinaal de Jongweg bedraagt op basis van de quick-scan zo’n 61 dB. De geluidbelasting ligt daarmee ruim boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar voldoet aan de maximale ontheffingswaarde (63 dB). Bij een geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde is woningbouw slechts mogelijk middels een dove gevel (gevel zonder openingen) of een vliesgevel voor het gebouw.

Complicerende factor hierbij is mogelijk dat vanwege de hoogte van het geluidsniveau een dove of vliesgevel kan moeten worden aangebracht; ook kan het appartementengebouw verschoven moeten worden in zuidelijke richting. Dit moet blijken als uit nader akoestisch onderzoek de geluidbelastingen toch iets hoger zijn. Uit de quick-scan blijkt dat eenzijdige georiënteerde woningen richting de Samuel van Houtenstraat en het Willem van Abcoudeplein/Samuel Mullerstraat niet automatisch over een geluidluwe gevel beschikken. Op de begane grond zal dit een groter probleem geven dan op de verdiepingen waar met aanpassingen aan het balkon een geluidluwe gevel mogelijk is.

45 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

7.2 Luchtkwaliteit Vanuit luchtkwaliteit zijn twee aspecten van belang: de invloed van het plan (programma en vormgeving) op luchtkwaliteit en de aanwezigheid van eventuele gevoelige bestemmingen. Gevoelige bestemmingen zijn plaatsen waar gevoelige groepen (kinderen, ouderen, zieken) lange tijd verblijven, zoals kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (Wet RO) adviseren de GG&GD en Milieu en Duurzaamheid bij voorkeur geen gevoelige bestemmingen te ontwikkelen binnen 50 meter van drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen/etmaal). De Kardinaal de Jongweg valt in deze categorie. Afbeelding 17: ligging rekenpunten uit de NSL-Monitoringstool (2019)

In de huidige situatie liggen de concentraties NO2 en fijn stof in de omgeving van het plangebied (langs de Kardinaal de Jongweg en Talmalaan) ruim onder de grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Onderstaande figuur toont de ligging van de rekenpunten in de omgeving van het plangebied uit de NSLMonitoringstool voor het jaar 2019.

46 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

De maximale concentratie in 2019 voor NO2 bedraagt 29,4 µg/m3 en de maximale concentraties PM10 en PM2,5 zijn respectievelijk 21,1 en 12,4 µg/m3. Deze gehalten worden berekend op 10 m van de rand van de weg. Op de gevels zijn de concentraties lager. De geringe toename van verkeer door het plan en de mogelijke bebouwing iets dichter naar de weg zal slechts leiden tot een geringe verhoging van de berekende gehalten en niet tot overschrijding van de grenswaarden. Op basis van een worst case berekening met de NIBM-tool zullen de concentraties NO2 en PM10 met maximaal 0,8 en 0,2 µg/m3 toenemen als gevolg van het plan. Er zal dus ook in de toekomstige plansituatie worden voldaan aan de grenswaarden. De gemeente Utrecht heeft het streven om in de toekomst ook te voldoen aan de WHO advieswaarden voor PM10 en PM2,5 (respectievelijk 20 en 10 µg/m3). In het jaar 2030 liggen de concentraties PM10 ruim onder de WHO advieswaarde. Voor PM2,5 is dit langs de Kardinaal de Jongweg en Talmalaan niet het geval. Deze concentraties liggen rond 10,1 µg/m3, en daarmee net boven de WHO advieswaarden van 10 µg/m3. Gezien de gevelafstand van de bebouwing tot de weg meer dan 10 m zal zijn is het aannemelijk dat op de gevel van de woningen wel aan de WHO advieswaarden voor PM2,5 zal worden voldaan. Het halen van de WHO advieswaarde is echter geen vereiste voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

Gelet op de omvang van de ontwikkeling, alsmede de netto verkeers­ aantrekkende werking, kan worden aangenomen dat de ontwikkeling aanvaardbaar is uit het oogpunt van luchtkwaliteit. Dit zal in de ruimtelijke procedure middels een luchtkwaliteitonderzoek inzichtelijk worden gemaakt.

7.3 Stikstofdepostitie Het plangebied ligt op ca 4 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Het extra verkeer van het plan zal dus meegenomen moeten worden in een berekening voor de toekomstige gebruiksfase. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de hoeveelheid verkeer zal dit naar alle waarschijnlijkheid geen extra stikstofdepositie opleveren. Het bestemmingplan kan dus op basis van een stikstofdepositieonderzoek met een dergelijke berekening in AERIUS Calculator vastgesteld worden. Voor de daadwerkelijke realisatie van het plan zal echter ook aangetoond dienen te worden dat ook de bouwfase niet leidt tot significante effecten (extra stikstofdepositie). Indien (middels een voortoets) niet kan worden uitgesloten dat er geen significante effecten optreden is vervolgonderzoek nodig in de vorm van een Passende Beoordeling. Dit is een uitgebreid ecologisch onderzoek. Extern salderen, mitigatie of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling. Op basis van de definitieve plangegevens en extra verkeersgeneratie zal een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd dienen te worden waarin de gebruiksfase en bouwfase worden beschouwd. 7.4 Bodem Ter plaatse van de locatie zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn ouder dan 4 jaar en beslaan niet het hele plangebied.

Uit de onderzoeken blijkt dat de grond over het algemeen licht verontreinigd is met zware metalen en plaatselijk PAK. In de venige ondergrond zijn matig tot sterk verhoogde gehaltes aan arseen gemeten die van natuurlijke oorsprong zijn. Het grondwater is niet noemenswaardig verontreinigd. Op basis van de nu bekende gegevens wordt geconcludeerd dat de locatie hoogstwaarschijnlijk geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen met tuin).

47 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Op basis van de bodemkwaliteitskaart maakt het terrein onderdeel uit van de zone “oude binnenstad”, waarbij de gemiddelde kwaliteit van de eventueel te ontgraven grond bij onverdachte locaties ligt in de klasse industrie. Dit komt overeen met de beschikbare gegevens. Uit andere bodemonderzoeken blijkt dat in de omgeving van het terrein enkele gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn. Ten noorden en ten zuiden, in de nabijheid, van de locatie bevinden zich twee diepere grondwaterverontreinigingen met vluchtige oplosmiddelen (Lauwerecht en Gruttersdijk). Gevolgen voor het plan. In verband met de herinrichtingsplannen is een plan-dekkend bodemonderzoek noodzakelijk waarbij tevens aandacht besteed wordt aan asbest. Bij een grondwateronttrekking moet rekening gehouden worden met de nabijgelegen diepere grondwaterverontreinigingen. 7.5 Kwaliteit leefomgeving

7.5.1 Bezonning

Om inzicht te krijgen in de effecten op bezonning voor de omgeving is een bezonningsstudie gedaan. Uit de bezonningsstudie blijkt dat als gevolg van het nieuwe plan sommige woningen iets minder zon krijgen en andere woningen iets meer zon. Voor enkele woningen aan de Troelstralaan wordt de situatie iets beter. De woningen die iets minder zon krijgen zijn de woningen aan de Slotemaker de Bruïnestraat en aan de Samuel Mullerstraat. In de nieuwe situatie moet de bezonning van de bestaande woningen voldoen aan de ‘lichte’ richtlijn van de TNO; ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in de woonkamer. In bijlage 4 zijn de bezonningstudies bijgevoegd. Aan de Samuel Mullerstraat staan een aantal woningen die nu al niet aan de lichte TNO norm voldoen. Hier is een schaduw onderzoek gedaan.

Hieruit blijkt dat er gedurende ongeveer de periode 19 feb – 21 april en 21 augustus tot 21 oktober gemiddeld een verslechtering optreedt van circa 10 minuten (ten opzichte van de huidige situatie), maar dat de zomermaanden veel langer zon op de gevel geeft. Alleen één woning profiteert niet van deze extra zonuren. Deze zal er in praktijk dus 10 minuten op achteruit gaan in de relevante lente/herfst maanden en geen voordeel hebben van de nieuwe vormgeving in de zomermaanden. Voor de woningen aan de Slotemaker de BruÏnestraat zijn er effecten in de winter. Zij krijgen in de winter tijdens de middag minder zon. De woningen op de onderste lagen ondervinden de meeste hinder. De woningen aan de Aalbersestraat ondervinden met name in de zomerperiode de effecten. Vanaf het eind van de middag tot en met de avond worden zij minder goed bezond. Dit is vooral het gevolg van het feit dat de bebouwing dichter op de bestaande woningen komt te staan. Over het algemeen verandert de situatie ten aanzien van bezonning door de nieuwbouw in beperkte mate. Er zijn zowel situaties waar de bezonning verslechtert als waar de bezonning verbetert. Bij een deel van de omliggende woningen verslechtert de situatie. Dit is nadelig maar niet onacceptabel. Het gaat om woningen die over het algemeen ruim voldoende zon krijgen en de verslechtering is van korte duur, 1 a 1,5 uur per dag.

De nieuwe situatie voldoet bovendien aan de ‘lichte’ richtlijn van de TNO; ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in de woonkamer.

7.5.2 Milieueffectenrapportage (m.e.r.)

Het opstellen van een aanmeldingsnotitie m.e.r. volgt uit gewijzigde regelgeving met betrekking tot MER-beoordeling en MER-plicht. De aanmeldings­notitie wordt beoordeeld door het bevoegd gezag dat vervolgens besluit of het opstellen van een MER nodig is of niet.

48 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Externe veiligheid De enige mogelijke risicobron in het plangebied is de spoorlijn UtrechtAmersfoort. Het transport van gevaarlijke stoffen over die spoorlijn is zodanig beperkt dat dit geen risico van betekenis oplevert. Bedrijven en milieuzonering Binnen het plangebied bevinden zich geen contouren van bedrijven, die hinder veroorzaken. 7.6 Energie en duurzaamheid

Energie

Concrete invulling van energieneutraal bouwen wordt uitgelegd in het Utrechts Energieprotocol . Dat komt het neer op het volgende: Warmte- en koudevraag: De energiebehoefte (BENG 1) wordt zo laag mogelijk gemaakt. Uitgangspunt is daarnaast dat het plan / gebied zelfvoorzienend is in de warmte- en koudevraag van de bebouwing; Elektriciteitsvraag: Uitgangspunt is dat de bebouwing jaarlijks evenveel hernieuwbare elektriciteit opwekt om te voorzien in de jaarlijkse energievraag.

• •

Laadpunten elektrische voertuigen.

Vanuit de Europese richtlijn voor energieprestatie voor gebouwen is in maart 2020 een nieuw bouwbesluit van kracht geworden. Wordt een gebouw ingrijpend verbouwd of wordt er nieuw gebouwd met meer dan 10 parkeerplaatsen, moet er minimaal één oplaadpunt gemaakt worden. Daarnaast moeten er lege mantelbuizen gelegd worden voor minimaal één op de vijf parkeerplaatsen. De gemeente geeft de ontwikkelaar in overweging mee om bij nieuwbouw of grootschalige verbouw voor alle parkeerplekken lege mantelbuizen en/of laadpunten aan te leggen, gezien de huidige snelle ontwikkelingen op het gebied van elektrisch vervoer.

Circulair bouwen

In Utrecht is circulair bouwen de norm, zoals gesteld in motie 252 te 2016. Binnen de gemeente Utrecht vullen we circulair bouwen in door op de onderstaande drie fases van de bebouwing te sturen. Op alle drie onderdelen vragen we invulling. 1. Ingaande materialenstroom. De ingaande materialenstroom wordt getoetst op milieueffecten door deze met een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) berekening te berekenen. De MPG maakt een levenscyclusanalyse van de toegepaste materialen en installaties en drukt dat uit in een schaduwprijs per m² bruto vloeroppervlak per jaar. Hoe lager de schaduwprijs, hoe beter dus. Binnen gemeente Utrecht willen we een schaduwprijs van ten hoogste €0,70/m²bvo.jr, en hebben de ambitie deze zo snel mogelijk naar €0,50/m²bvo.jr te brengen. Dit kan o.a. bereikt worden door milieuvriendelijker materialen toe te passen, minder materialen toe te passen, of hergebruikte materialen toe te passen. Volgens het bouwbesluit hoeft alleen datgene ingevoerd te worden om aan de bouwbesluiteisen te voldoen (bijv. EPC 0,40). Ook is volgens het bouwbesluit alleen bij woningen en kantoorgebouwen een MPG berekening vereist. Wij vragen echter een MPG berekening die conform het ontwerp is ingevoerd, ongeacht de gebruiksfunctie. 2. Aanpasbaarheid in de gebruiksfase.

Door zo te ontwerpen dat het gebouw makkelijk aangepast kan worden, wordt de milieubelasting van de aanpassingen verlaagd en de levensduur van het gebouw verlengd. Dit kan bijvoorbeeld door ruimtelijke indeelbaarheid te vergroten, of overmaats te ontwerpen. Makkelijk bereikbare installaties zijn belangrijk. Denk ook aan hoe het gebouw in een andere gebruiksfunctie zou functioneren. Indien van toepassing, zou een kantoor gemakkelijk getransformeerd kunnen worden naar woningen?

49 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

3. Herbruikbaarheid na gebruiksfase. Aan het einde van de gebruiksfase wordt een gebouw normaliter gesloopt. Een circulair gebouw wordt gedemonteerd en de vrijgekomen materialen / constructies worden ter beschikking gesteld voor een nieuw bouwproject. Om dit te bewerkstelligen is het ten eerste van belang dat het gebouw zo demontabel mogelijk wordt ontworpen. Ten tweede moeten de vrijkomende materialen herbruikbaar zijn, dus giftige of anderzijds eenmalig bruikbare materialen moeten vermeden worden. Ten derde is het van belang dat de materialen in het gebouw opgeslagen zijn in een paspoort. Dat laatste is van belang omdat zonder kennis van de opgeslagen materialen in het gebouw de waarde ervan verloren gaat.

Klimaatadaptatie en dakenvisie

Het klimaat verandert. De afgelopen eeuw is de gemiddelde temperatuur in Nederland met twee graden gestegen, worden de winters natter en zijn de zomers droger zoals in 2018, gaan we naar meer zomerse dagen en tropische nachten. Om te weten wat de klimaateffecten voor de gemeente Utrecht zijn nu en in de toekomst, hebben we sinds 2018 stresstesten uitgevoerd. De stresstesten op verschillende thema’s geven weer wat de gevolgen voor de stad zijn bij extreme buien, langdurige droogte, hitte en overstromingen door het doorbreken van de Lekdijk. Het geeft meer inzicht in de kwetsbaarheden en de knelpunten, maar ook waar de kansen liggen. Uitgangspunten voor de stresstesten waren het huidige klimaat en de huidige inrichting van de stad. Op basis van deze gegevens kunnen bouwprojecten worden ontworpen, want juist in de stad leidt dit met name tot uitdagingen op het gebied van voldoende waterberging en beperken hittestress in gebouwen en openbare ruimte.

In het plan wordt een onderbouwing gevraagd op hoe het plan bijdraagt aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress, maar ook het borgen van leefbaarheid voor flora en fauna binnen de gebouwen en in de openbare ruimte. Denk hier bijvoorbeeld aan een groene daken of gevels t.b.v. waterbuffering en beschaduwing, en inbouwnestelkasten, maar ook andere ingrepen zijn mogelijk. Richtlijn bij bouwblokken is het realiseren van een buffercapaciteit van 45 mm ten opzichte van het verharde oppervlak bij toename van verhard oppervlak van meer dan 500 m2, tenzij met een maatwerkberekening wordt aangetoond dat met een afwijkende buffercapaciteit kan worden volstaan. Dan wel 15 mm berging als voorwaarde te nemen waarmee voldaan wordt aan de eis van 90% vasthouden. Een extreme bui van 80 mm in één uur moet verwerkt kunnen worden zonder dat er schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, door instromend regenwater.

50 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bijlage 2 Bomenparagraaf In het plangebied staan 129 bomen, 62 hiervan staan in de binnentuinen van de huidige woningen. De bomen in de binnentuinen hebben een grote diversiteit aan soort en kwaliteit en het merendeel is niet van een soort die de gemeente graag in haar areaal zou willen opnemen. Het is niet mogelijk om een nieuw bouwplan te realiseren met behoud van de bomen op de binnenterreinen. Sommige bomen staan nu al te dicht op de gevel en het belemmert de sloop, het bouwrijpmaken (inclusief saneringen) en de bouw. Er wordt daarom gekozen om deze bomen te compenseren. Aan de Slotemaker de Bruïnestraat staan 13 Gletsidia’s (Doornloze christusdoorn) die volgens de richtlijnen te dicht op de bebouwing zouden komen te staan. Deze bomen zijn met een goede voorbereiding goed verplantbaar en er wordt daarom gekozen om ze te verplanten naar iets verder van de bebouwing af. Aan de Nolenslaan staat een rij Lindes die niet verplantbaar zijn. Hier wordt voorgesteld om de rooijlijn van de bebouwing op een afstand van 5,5 meter toe te staan (in plaats van 6 meter). In het plangebied worden 66 bomen gekapt (62 op de binnenterreinen, drie aan de Samuël Mullerstraat en één aan de Slotemaker de Bruïne­ straat. Er kunnen 37 nieuwe bomen worden geplant in het plangebied. In de naaste omgeving van het plangebied is ruimte voor de overige circa 30 te compenseren bomen.

Daarnaast is wellicht ook ruimte voor extra bomen bij het vergroenen van het plein van buurtcentrum De Leeuw en bij de inrichting van het Dodt van Flensburgplantsoen.

51 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Afbeelding 18: bomenkaart Functioneel Ontwerp Openbare Ruimte

52 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Afbeelding 19: kaart extra mogelijkheden voor compensatie bomen.

53 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bijlage 2a Excellijst Bomeninventarisatie

54 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen ID Uniek nummer

Boomsoort

Nederlandse naam

Leeftijd

Stamdiameter

Kroondiameter

Conditie

Toekomstverwachting

Standplaats

Verplantbaarheid

Reden indien niet verplantbaar

1855013

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

26

5,4

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Leeftijd, boombeeld

Opmerkingen

Fotonummer 1

1868138

Gleditsia triacan

Doornloze christusdoorn

27

24

8,4

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

6

1967365

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

14

3,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

11

1869557

Gleditsia triacan

Doornloze christusdoorn

27

26

7,7

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

6

1993779

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

15

4,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1871106

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

35

8,4

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

1871961

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

19

6,4

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boom omvang, standplaats beperkt

1873004

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

37

23

0,2

Afgestorven

Onhoudbaar

boom in beplanting

nee

Boombeeld

1870666

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

36

10

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1884295

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

40

8,7

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1886883

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

35

8,6

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1918238

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

25

8,2

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1891021

Tilia ×europaea

Zwarte linde

52

50

9

Voldoende

Goed

boom in gras

nee

Boombeeld, leeftijd

Dood hout, losse tak

8

1895488

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

41

7,8

Onvoldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1901468

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

20

5,2

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boom omvang, standplaats beperkt

1904762

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

14

3,2

Onvoldoende

Onvoldoende

boom in verharding

nee

Boombeeld

Kroonsterfte

11

1915774

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

42

6,9

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1929178

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

29

10,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1921876

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

35

7,8

Onvoldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1926326

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

36

7,7

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1929853

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

34

10,1

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

Opdruk bestrating

7

1952710

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

21

6,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

7

1975756

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

20

7

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

13

1934427

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

32

7,2

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Leeftijd

1

1938328

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

25

6

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

13

1938517

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

24

6

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boom omvang, standplaats beperkt

11

1982918

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

30

8,2

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1951491

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

37

19

5

Voldoende

Slecht

boom in beplanting

nee

Boombeeld, leeftijd

1986985

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

21

8

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1961459

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

43

7,2

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Leeftijd

1961746

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

32

22

6,6

Voldoende

Voldoende

boom in beplanting

nee

Leeftijd

1994271

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

25

8,5

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

2006021

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

23

6,9

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

1970648

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

37

22

6

Slecht

Onhoudbaar

boom in beplanting

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting kroon en stam

12

1973718

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

31

7,4

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

1975509

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

31

6,5

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

13

2008089

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

23

7,4

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

Schaduwdruk

6

1980542

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

35

7,6

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

13

2014982

Gleditsia triacanthos

Doornloze christusdoorn

27

26

8,8

Goed

Goed

boom in verharding

ja

mits boven- en ondergronds voorbehandeld

6

1868748

Magnolia kobus

Japanse magnolia

22

16

5,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

1987757

Quercus robur Fastigiata

Zuilvormige eik

57

58

7,9

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd

Zwaar dood hout

5

1991074

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

32

20

5,4

Onvoldoende

Onvoldoende

boom in beplanting

nee

Leeftijd

Inrotting stam met bastwoekering

14

1993043

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

32

16

5,4

Voldoende

Voldoende

boom in beplanting

nee

Boombeeld, leeftijd

Klimop

12

1890045

Prunus Umineko

Kers

6

12

2,8

Goed

Goed

boom in verharding

ja

1928755

Prunus Umineko

Kers

6

11

3,2

Goed

Goed

boom in verharding

ja

1949812

Prunus Umineko

Kers

6

11

2,5

Goed

Goed

boom in verharding

ja

1970114

Prunus Umineko

Kers

6

9

2,2

Voldoende

Goed

boom in verharding

ja

2011965

Ginkgo biloba

Japanse noteboom

27

28

8

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Boom omvang, standplaats beperkt

2012282

Tilia ×europaea

Zwarte linde

52

59

14,4

Goed

Goed

boom in gras

nee

Boombeeld, leeftijd

Dood hout

2012387

Prunus Umineko

Kers

6

13

2,8

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2012476

Tilia cordata

Kegelvormige kleinbladige linde

52

35

6,8

Voldoende

Goed

boom in verharding

nee

Boombeeld, leeftijd

Inrotting snoeiwond stam

2013665

Prunus Umineko

Kers

6

12

2,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2

1889360

Prunus Umineko

Kers

4

12

3,2

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2

1922450

Prunus Umineko

Kers

4

12

3

Goed

Goed

boom in verharding

ja

4

1926212

Prunus Umineko

Kers

4

11

3

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2

1956255

Prunus Umineko

Kers

4

11

3,4

Goed

Goed

boom in verharding

ja

4

1970052

Prunus Umineko

Kers

4

15

3,4

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2

1972539

Prunus Umineko

Kers

4

12

2,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

2

1988023

Prunus Umineko

Kers

4

11

3,2

Goed

Goed

boom in verharding

ja

4

1996099

Prunus Umineko

Kers

4

12

3,4

Goed

Goed

boom in verharding

ja

3

2014701

Prunus Umineko

Kers

4

13

2,8

Goed

Goed

boom in verharding

ja

3

1883402

Quercus frainetto

Hoongaarse eik

9

10

2,6

Goed

Goed

boom in verharding

ja

1882167

Tilia ×europaea

Zwarte linde

52

35

9,6

Goed

Goed

boom in gras

nee

Leeftijd

9

1887869

Tilia ×europaea

Zwarte linde

52

30

6,8

Goed

Goed

boom in gras

nee

Leeftijd

9

11 Inrotting snoeiwond stam, scheefstand

13 11

Alleen 2m stam aanwezig

12 6

7

11

7

7 Inrotting stam

12 7

Inrotting snoeiwond stam

1 14 7 6

13

3 2 Stamschade

2 2 11 8 3 13

9

55 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Leeftijd

Stamdiameter

Kroondiameter

1899780

ID Uniek nummer Tilia cordata

Kleinbladige linde

32

39

8,3

Goed

Conditie

Goed

Toekomstverwachting

boom in gras

Standplaats

nee

Verplantbaarheid

Boombeeld, leeftijd

Reden indien niet verplantbaar

Opmerkingen

1947811

Tilia cordata

Kleinbladige linde

32

28

6,2

Goed

Goed

boom in gras

nee

Boombeeld, leeftijd

1990080

Tilia x europaea

Zwarte linde

52

34

8,7

Goed

Goed

boom in verharding

nee

Leeftijd

1

Tilia cordata

Kleinbladige linde

15

15

3,2

Goed

Goed

boom in gras

nee

Boombeeld

2

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

20

2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

6

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

21

4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd

3

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

17

2

Voldoende

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

4

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

18

3,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

5

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

18

2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

9

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

42

3,7

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

Meerstammig, klimop

16

7

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

42

4,8

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

Meerstammig, klimop

16

8

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

24

3,4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

Tweetoppig, klimop

16

10

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

17

3,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

Meerstammig, klimop

17

11

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

25

3,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, leeftijd, standplaats

Meerstammig, klimop

17

12

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

23

4,5

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

Plakoksel, tweetoppig, klimop

18

13

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

25

5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

Meerstammig, plakoksel, opdruk bestr.

19

14

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

20

3,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

Tweestammig

20

15

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

35

5,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

Meerstammig, opdruk bestrating

20

16

Amelanchier lamarckii

Krentenboom

30

15

2,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

Tweestammig, geknot

21

17

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

31

4,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats

18

Robinia pseudoacacia

Gewone acacia

30

33

6,9

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Opdruk bestrating

22

20

Betula pendula

Ruwe berk

30

33

7

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top verwijderd

23

19

Ulmus x hollandica

Hollandse bastaardiep

30

35

8,7

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats, soort

Tweestammig, plakoksel

23

21

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

26

5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top verwijderd, opdruk bestrating

24

24

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

15

3

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

22

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

35

3,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

23

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

17

4,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

27

Sorbus intermedia

Zweedse lijsterbes

30

35

6,2

Onvoldoende

Onhoudbaar

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Plakoksel, tweetoppig, afstervende bast

28

26

Salix caprea

Waterwilg

30

20

3,6

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Knotvorm

27

25

Salix alba

Schietwilg

30

39

8,3

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Verwaarloosde knotboom

27

29

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

19

2,3

Voldoende

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

28

Salix babylonica

Kronkelwilg

30

40

9,3

Onvoldoende

Onhoudbaar

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Dood houtzwam stam, uitzakkende kroon

30

31

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

25

2,5

Afgestorven

Onhoudbaar

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Dood

31

32

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

25

7

Voldoende

Onvoldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweestammig, scheefstand, klimop

31

34

Pinus nigra

Zwarte den

30

46

8,9

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Dood hout

32

33

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

25

3,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Klimop

32

37

Laburnum x watereri

Goudenregen

30

15

4,8

Voldoende

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweestammig

33

35

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

37

4,5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Scheefstand, klimop

33

38

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

20

3,4

Afgestorven

Onhoudbaar

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Dood

34

36

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

30

3,4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Klimop

33

30

Sambucus nigra

Vlier

30

25

8

Onvoldoende

Onvoldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Meerstammig, scheefstand

31

41

Picea abies

Fijnspar

30

43

6,5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

40

Prunus avium

Zoete kers

30

24

6,3

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Geen doorgaande top

36

39

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

45

4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweetoppig

35

42

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

24

3,2

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boom beeld, standplaats

Scheefstand

37

43

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

25

7,8

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top in verleden ingenomen

37

44

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

16

5,2

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top in verleden ingenomen

37

46

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

20

4,3

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top in verleden ingenomen

37

45

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

16

4,5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Top in verleden ingenomen

37

47

Ilex aquifolium

Scherpe hulst

30

15

4,7

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, standplaats

48

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

20

5,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweestammig

39

49

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

15

5,4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweetoppig

39

51

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

24

7,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Tweetoppig

39

50

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

15

3,5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

53

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

26

3,8

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Meertoppig

40

52

Thuja occidentalis

Westerse levensboom

30

23

3,6

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Meertoppig

40

54

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

32

6,8

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Meertoppig, klimop

41

56

Prunus avium

Zoete kers

30

26

4,4

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

55

Sambucus nigra

Vlier

30

17

3,2

Onvoldoende

Onvoldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

57

Fraxinus excelsior

Gewone es

30

16

4,5

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Boombeeld, standplaats, soortspecifiek

58

Prunus avium

Zoete kers

30

34

7,2

Goed

Voldoende

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Kroon deels ingenomen

43

59

Taxus baccata

Venijnboom

20

15

5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

Schaduwdruk

43

60

Acer pseudoplatanus

Gewone esdoorn

30

26

6,2

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

44

61

Ulmus x hollandica

Hollandse bastaardiep

30

31

7,5

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

45

62

Betula pendula

Ruwe berk

30

25

7,4

Goed

Goed

particuliere boom

nee

Leeftijd, boombeeld, standplaats

45

Scheefstand

Fotonummer 9 9 9

Achterstallige begeleidingssnoei

10 15

klimop, tweestammig

15 15

Tweestammig

15 15

22

26 Meertoppig

25 26

29

36

38

39

42 Tweestammig

41 42

56 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bijlage 2b Bomeninventarisatie

57 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bijlage 3 Onderzoeksvragen vanuit Startdocument Stedenbouw

• Onderzocht moet worden hoe een nieuw plan ontwikkeld kan • • • • • •

worden passend binnen de structuur en karakteristiek van de wijk en de ‘hoofdlijnen’ van het Masterplan Talmalaan; rekening houdend met de hiervoor genoemde stedenbouwkundige uitgangspunten. Hoe krijgt de omliggende openbare ruimte een kwaliteitsimpuls en hoe wordt deze klimaatbestendig? Hoe kan de verblijfskwaliteit van het openbaar gebied en het naastgelegen plantsoentje rondom de Dodt van Flensburglaan worden versterkt? Hoe kan de kwaliteit van het bestaande groen in het gebied worden behouden en versterkt? Welke voorwaarden worden gesteld aan de beeldkwaliteit? Daarbij wordt extra aandacht besteed aan de uitstraling van de begane grond. Welke voorwaarden worden vanuit sociale veiligheid gesteld aan de publieke buitenruimte en de bebouwing? Hoe kan er zo goed mogelijk rekening gehouden worden met het voorkomen van negatieve effecten (bezonning, privacy, zicht) van de nieuwbouw op aanpalende woningen?

Wonen

• Gelet op het woonprofiel van de wijk en specifiek voor deze buurt, • • • • • • •

moet onderzocht worden hoe invulling gegeven gaat worden aan een gemengd programma (met ook woningen in het midden- en duurdere segment), waarbij het in ieder geval van belang is dat minimaal hetzelfde aantal sociale huurwoningen wordt teruggebouwd. Aan de hand van de stedenbouwkundige uitwerking, op basis van de gewenste mix, de kwaliteiten in de openbare ruimte en de inbreng uit de participatie, moet onderzocht worden hoeveel woningen er bovenop het bestaande programma toegevoegd kunnen worden. Onderzocht moet worden of uitruil van grond- of ontwikkelpositie in Noordoost of elders in de stad een extra stimulans biedt om te komen tot de realisatie van een programma dat bijdraagt aan gemengde buurten. Gezien het relatief hoge aandeel meergezinswoningen in de buurt, moet onderzocht worden of een deel van het programma als eengezinswoning kan worden gerealiseerd. Onderzocht moet worden in welke (bouw)delen van het sociale programma huisvesting gerealiseerd kan worden voor kwetsbare doelgroepen, zoals statushouders en uitstromers uit de MO/BW. Onderzocht moet worden bij welke levensloopbestendige woningen (zowel sociale huur als in het ander prijssegment) nultreden- en rollatorwoningen kunnen worden gerealiseerd. Onderzocht moet worden hoe de realisatie van atelierwoningen voor kunstenaars en ontwerpers in dit plan kan worden meegenomen.

Welke behoefte is er aan ander (maatschappelijk) programma en hoe krijgt dat hierin een plek?

58 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Parkeren en Mobiliteit

• Afhankelijk van het te realiseren programma zal onderzocht • •

moeten worden hoe o.b.v de Nota Stallen en Parkeren voorzien wordt in voldoende parkeervoorzieningen voor auto en fiets, besloten en openbaar. Onderzocht moet worden of er mobiliteitsvormen geïntroduceerd of gestimuleerd kunnen worden om de parkeernorm te verlagen. Hoe kan er voor gezorgd worden dat met de toename van verkeer dat gepaard gaat met de voorgestelde verdichting de Troelstra­ laan zo min mogelijk gebruikt zal gaan worden door auto’s?

Energie, duurzaamheid en circulair bouwen

• Kan inzicht gegeven worden in de resultaten van markt­consultatie • • • • • •

en plan van aanpak voor tenderen en aanleg van een collectief warmtesysteem? Is NOM of een gelijkwaardige prestatie haalbaar bij deze herontwikkeling? Geef inzicht met behulp van een gecertificeerd duurzaamheids­ instrument wat de ambities en keuzes zijn voor dit project Onderbouw hoe in het gebied meer regenwater zal worden vastgehouden dan nu het geval is. Uitgangspunt hierbij is dat een ontwerp van 80 mm / uur geen schade mag geven. Onderzocht moet worden of de plannen geen nadelige gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten, genoemd in Natuurbeschermingswet en die op de soortenlijst van de gemeente Utrecht zijn genoemd. Onderzocht moet worden of er mitigerende maatregelen genomen moeten worden in verband met potentieel aanwezige beschermde plant en diersoorten door middel van een quick-scan flora en fauna. Hoe de toename van het aantal huishoudens gelijke tred houdt met de ontwikkeling van groen en water (motie).

Gezonde verstedelijking

• Er moet onderzoek gedaan worden naar de aspecten bodem, geluid, luchtkwaliteit in het plangebied. • Zijn er nadelige effecten van het kinderdagverblijf naast het plangebied op de toekomstige woonomgeving? • Hebben de plannen nadelige gevolgen op de bedrijfsvoering van het kinderdagverblijf?

Archeologie

• Aan welke verplichtingen moet worden voldaan bij

een actualisatie van de archeologische waardenkaart?

59 - Nieuw Buurland - Stedenbouwkundig Programma van Eisen

Bijlage 4 Bezonningsstudies

Bestaande situatie - bezonning

Onderzoek TNO-norm bebouwing Slotemaker de Bruïnestraat

De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

Legenda, aantal bezonningsuren

Overzicht Bestaande situatie (19 februari 12:00u)

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 19 februari

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 21 oktober KCAP Architects&Planners

Lauwerecht Utrecht [NL]

2

Model 3 lagen - bezonning

Onderzoek TNO-norm bebouwing Slotemaker de Bruïnestraat

De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

3

Legenda, aantal bezonningsuren

3

Overzicht Model 3 lagen (19 februari 12:00u)

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 19 februari

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 21 oktober KCAP Architects&Planners

Lauwerecht Utrecht [NL]

3

Model 4 lagen - bezonning

Onderzoek TNO-norm bebouwing Slotemaker de Bruïnestraat

De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

4

Legenda, aantal bezonningsuren

KCAP Architects&Planners

4

Overzicht Model 4 lagen (19 februari 12:00u)

begane grond: voldoet niet

aandachtspunt

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 19 februari

begane grond: voldoet niet

aandachtspunt

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 21 oktober Lauwerecht Utrecht [NL]

4

Model 3/4 lagen - bezonning

Onderzoek TNO-norm bebouwing Slotemaker de Bruïnestraat

De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

3

Legenda, aantal bezonningsuren

KCAP Architects&Planners

4

Overzicht Model 3/4 lagen (19 februari 12:00u)

aandachtspunt

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 19 februari

aandachtspunt

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 21 oktober Lauwerecht Utrecht [NL]

5

Model EGW 3 lagen - bezonning

Onderzoek TNO-norm bebouwing Slotemaker de Bruïnestraat

De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

3

Legenda, aantal bezonningsuren

4

3

4

Overzicht Model met 3 lagen EGW (19 februari 12:00u)

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 19 februari

Bezonningsuren Slotemaker de Bruïnestraat op 21 oktober KCAP Architects&Planners

Lauwerecht Utrecht [NL]

6

Lauwerechtu utrechtlauwe Lauwerecht Utrecht [NL] Bezonningsstudie 18 juni 2020 KCAP Architects&Planners

Invloed bezonning woningen Aalbersestraat, zuidzijde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ce4e8956-065a-43bb-b51d-ce09ce055282