CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Jaarbeurspleingebouw.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 2 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Plan van Eisen Jaarbeurspleingebouw20.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bodem In het verleden hebben diverse bedrijfsmatige activiteiten in het Stationsgebied plaatsgevonden, waaronder tankstations, kazernes, metaalbewerking, lakverdunner fabricage en loodgieters. Ook zijn er gedempte watergangen en ondergrondse brandstoftanks aanwezig. Bovendien heeft in de loop der eeuwen als gevolg van ‘het dagelijks leven’ een diffuse belasting van de bodem met zware metalen en PAK plaatsgevonden.

Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw - 65

In een enkel geval heeft sanering plaatsgevonden (o.a. parkeergarage JBP), waarbij restverontreinigingen aanwezig zijn. Op andere locaties moet een sanering nog plaatsvinden.

een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met in de grond te aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten.

In de binnenstad is sprake van diepere grondwaterverontreinigingen met vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen (VOCl). Om deze grondwaterverontreinigingen te kunnen aanpakken en om de omgeving te beschermen is er door de gemeente een saneringsplan (Biowasmachine) opgesteld dat past binnen een ‘gebiedsgerichte aanpak’.

Het archeologische beleid van de gemeente Utrecht is vastgelegd in de Archeologische Verordening op de Monumentenzorg en bijbehorende archeologische waardenkaart (2009). Op de archeologische waardenkaart is met kleuraanduidingen aangegeven waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht kunnen worden. In de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg van de gemeente Utrecht is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie).

Het Jaarbeurspleingebouw ligt binnen dit gebied. Dit betekent dat bij activiteiten die ingrijpen in de ondergrond zoals bouwputbemaling en WKO-systemen (bodemenergie) in principe geen rekening gehouden hoeft te worden met de verplaatsing van VOCl-verontreinigingen. In de nabijheid van het perceel Jaarbeurspleingebouw heeft dus in het verleden bodem- en milieukundig onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit onderzoek zal rekening moeten worden gehouden met saneringswerkzaamheden. Ontwikkelaars moeten rekening houden met de actualisatie van bodemonderzoek, vergunningsaanvragen met de daarbij behorende proceduretijden alsmede de uitvoering van deze saneringswerkzaamheden en de eisen die daaraan gekoppeld zijn (o.a. BRL 7000 certificering). Archeologie

Wettelijk kader

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Deze wet heeft betrekking op archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijft artikel 38a van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 38a schrijft voor dat in

Archeologisch beleid

Het plangebied ligt op de archeologische waardenkaart (2009) in een ‘gebied van archeologische verwachting’ (groen). Voor gebieden met een archeologische verwachting geldt dat naar verwachting een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen aanwezig is. Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 1000 m² en dieper dan 50 cm. Aan de vergunning kunnen voorwaarden voor archeologisch onderzoek worden verbonden. Ontwikkelplannen worden altijd getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving. Eventuele wijzigingen in beleid en/of vergunningsstelsel zijn dan ook voorbehouden.

Archeologische verwachting

Er zijn geen archeologische rijksmonumenten in het plangebied aanwezig. De archeologische verwachting op de archeologische waardenkaart is gebaseerd op de aanwezigheid van de stroomgordel (bedding- en oeverafzettingen) van de Oude Rijn in de ondergrond, waarop bewoning vanaf de prehistorie kan hebben plaatsgevonden. Op basis van onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied kan de verwachting voor het plangebied nader worden gespecificeerd.

66 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw

Binnen het plangebied worden oeverafzettingen uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen verwacht, waarop sporen van bewoning en menselijke activiteiten aanwezig kunnen zijn. In de omgeving van het plangebied zijn aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een restgeul van de Oude Rijn. In dergelijke geulen kunnen water gerelateerde archeologische waarden, zoals bijvoorbeeld schepen, beschoeiingen, visfuiken en afvaldumps worden verwacht. Op historische kaarten is af te lezen dat ten minste tot 1695 dit gebied in het buitengebied lag. In 1664 zijn de grachten van het plan Moreelse gegraven, die al afgebeeld zijn op de kaart van Specht (1695). De moesgracht Blekersgracht is in de periode 1927-1932 gedempt en ligt in het westelijk deel van het plangebied ongeveer ter hoogte van de huidige Croeselaan. In 1878 worden ten oosten van de Croeselaan barakken van de van Sijpesteijnkazerne gebouwd. De gebouwen van deze kazerne zijn in de jaren 60 van de twintigste eeuw gesloopt. Eind jaren 60 werden in dit gebied het NH-Hotel en een bovengrondse parkeergarage gebouwd. Landschappelijk heeft het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten op de oeverafzettingen en in de restgeul.

De bebouwing van het plangebied in historische periodes en vooral vanaf de 19e en 20e eeuw heeft naar verwachting echter een groot deel van het oorspronkelijke bodemarchief en de archeologische waarden vernietigd. De omvang van de verstoringen is op dit moment niet bekend. Direct ten zuiden van het plangebied is in het kader van de aanleg van de ondergrondse parkeergarage op het Jaarbeursplein een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft aangetoond dat resten van de moesgracht (Blekersgracht) goed bewaard gebleven kunnen zijn. Ook zijn muurresten van het voormalige kazernecomplex aangetroffen. Plaatselijk was de oorspronkelijke bodemopbouw (oever- en beddingafzettingen, restgeul en/of kronkelwaardgeulen) eveneens bewaard gebleven. In het gehele plangebied was sprake van een recent ophogingspakket/ verstoringen met een dikte van 0,8 tot 2 meter diepte.

Archeologisch onderzoek

Het plangebied maakt onderdeel uit van het Stationsgebied. Voor het gehele Stationsgebied is in 2008 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, waarbinnen ook het plangebied Jaarbeurspleingebouw valt. Sinds het opstellen van dit bureauonderzoek zijn veel archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied uitgevoerd, die nieuwe informatie hebben opgeleverd. Er zijn geen aanvullende veldonderzoeken in het plangebied uitgevoerd. In een deel van het plangebied heeft een kazernecomplex en een bovengrondse parkeergarage gestaan, waardoor archeologische waarden vernietigd kunnen zijn. Een eerste stap om te bepalen of en zo ja, welk aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is, is het uitvoeren van een inventarisatie naar de locaties en dieptes van bekende bodemverstoringen in relatie tot de archeologische verwachting. Deze inventarisatie is een aanvulling op het verouderde bureauonderzoek uit 2008. Op basis van deze inventarisatie kan worden bepaald of er naar verwachting nog archeologische waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Als er nog archeologische waarden verwacht worden in het plangebied, dan is de volgende stap om door middel van een verkennend booronderzoek de intactheid van de bodem te toetsen en de bodemopbouw vast te stellen.

De resultaten van dat booronderzoek vormen de basis voor het besluit of aanvullend archeologisch onderzoek door middel van proefsleuven en/of een opgraving noodzakelijk is. Alle archeologische onderzoeken moeten uitgevoerd worden door een gecertificeerd archeologisch bedrijf en moeten voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Archeologie (KNA) en de richtlijnen voor archeologisch onderzoek van de gemeente Utrecht. Voorafgaand aan het booronderzoek moet een Plan van Aanpak worden opgesteld dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag (afdeling Erfgoed (archeologie), gemeente Utrecht). Voorafgaand aan een

Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw - 67

proefsleuvenonderzoek en/of opgraving moet een Programma van Eisen en een Plan van Aanpak worden opgesteld, dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.

waarbij de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen als leidraad dient. In de nabije toekomst wordt deze werkwijze hoogst waarschijnlijk in de Omgevingsvisie en in het Omgevingsplan vastgelegd.

Aandachtspunten: Het advies is om in een zo vroeg mogelijk stadium in overleg met het bevoegd gezag archeologie (gemeente Utrecht) te bepalen welk archeologisch onderzoek noodzakelijk is;

Om trillinghinder vanwege het spoor bij nieuwe bouwplannen te voorkomen worden door de gemeente Utrecht grenswaarden voor trillingssterkte opgelegd bij bouwaanvragen binnen 100 meter naast het spoor (middels regels in het Omgevingsplan of toegepast bij de beoordeling van een aanvraag voor een Wabo-vergunning). Afhankelijk van de functie van het gebouw gelden er richtwaarden. Er wordt in eerste instantie getoetst aan de richtwaarden (SBR-B) voor ‘nieuwe situaties’. Als blijkt dat dit niet haalbaar is mag de maximale trillingssterkte onder bepaalde voorwaarde tenminste niet hoger zijn dan de richtwaarde voor ‘bestaande situaties’. Dan moet het bouwplan zoveel mogelijk maatregelen bevatten die de maximale trillingssterkte verminderen. Op deze manier worden er grenswaarden voor trillingssterktes opgelegd waardoor trillingsmaatregelen nodig kunnen zijn. Het Jaarbeurspleingebouw ligt meer dan 100 meter van het treinspoor vandaan. Er zijn dan ook geen trillingen van het spoor te verwachten en er is geen nader onderzoek voor deze trillingsbron vereist. Er zal echter ook een tram voor het nieuwe gebouw langs gaan rijden.

Uitgangspunt is dat eventuele archeologische waarden zoveel mogelijk in situ in de bodem bewaard blijven. Dit kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door planaanpassing of archeologievriendelijk bouwen. Als archeologische waarden niet in situ behouden kunnen worden is ex situ behoud door middel van archeologisch onderzoek mogelijk; Voor de voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting een archeologievergunning vereist. In de vergunning worden voorwaarden opgenomen ten aanzien van archeologisch onderzoek. Dit onderzoek kan bestaan uit een aanvulling op het bestaande bureauonderzoek en/of een booronderzoek en/of een proefsleuvenonderzoek en/of een opgraving; Het zichtbaar maken van eventuele archeologische waarden in de openbare ruimte is een mooie ruimtelijke en cultuurhistorische kans. Trillingen In de Omgevingswet worden er alleen instructieregels opgesteld voor de bescherming van trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van bedrijven (inrichtingen). Deze regels richten zich niet op trillingen van wegen en spoorwegen. Op grond van de Omgevingswet moeten wel activiteiten worden toegekend aan locaties en voor een goede kwaliteit moeten spoortrillingen (inclusief tram) daarbij worden betrokken. De gemeente Utrecht hanteert sinds enkele jaren de onderstaande werkwijze bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen nabij het spoor,

In de directe omgeving van de trambaan zijn trillingen vanwege de tram niet uit te sluiten. Dit moet nader onderzocht worden. In het Jaarbeurspleingebouw zal een mix van de functies kantoren en horeca komen. Kantoren worden in de SBR-B benoemd als trillingsgevoelig en hebben bijbehorende richtwaarden. De SBR geeft richtwaarden voor de maximale trillingssterkte (Vmax) en de gemiddelde trillingssterkte (Vper) bij trillingen van weg- en railverkeer (waaronder trams) (SBR publicatie, Trillingen onderdeel B ‘Hinder voor personen in gebouwen). Voor kantoren zijn de richtwaarden voor de maximale trillingssterkte voor de nacht gelijk aan die voor de dag en avond. De richtwaarden voor nieuwe situaties zijn strenger dan voor

68 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw

bestaande situaties. Trillingen met een Vmax vanaf 0,1 kunnen worden gevoeld. In de volgende tabel zijn de richtwaarden voor hinder voor personen in kantoorgebouwen van de SBR weergegeven. SBR-B richtwaarden

dag en avond

nacht

1. 2. 3.

er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Vmax nieuw

0,6

0,6

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen.

Vmax bestaand

1,2

1,2

Methodiek

Vper nieuw

0,07

0,07

Vper bestaand

0,15

0,15

Nader trillingsonderzoek moet aantonen of aan bovenstaande richtwaarden kan worden voldaan. Flora en Fauna

Wettelijk kader

Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een Omgevingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Utrecht en de Provinciale Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017.

Beschermde dier- en plantensoorten

Voorafgaand aan de vaststelling van het Omgevingsplan moet worden onderzocht, of:

Er moet een verkennend onderzoek plaatsvinden naar de in het plangebied voorkomende soorten en de gevolgen van de geplande ontwikkeling op die soorten. Het onderzoek kan leiden tot aanwijzingen bestaande uit nader onderzoek of het treffen van specifieke maatregelen.

Natura 2000-gebieden

Bij het opstellen van het Omgevingsplan wordt door middel van een zogenaamde ‘voortoets’ bekeken of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt. Een passende beoordeling moet worden gemaakt als de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan significante gevolgen heeft voor een of meerdere Natura 2000-gebieden (al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten). Het Omgevingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Als er een passende beoordeling nodig is, geldt er ook een plan-merplicht (art. 7.2a Wm). Als het plan een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor al eerder een passende beoordeling is gemaakt, hoeft er niet opnieuw een passende beoordeling te worden gemaakt (voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren over de significante gevolgen ervan).

Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw - 69

Nationaal Natuur Netwerk (v.m. EHS) en Groene Contour In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikelen 4.11 en verder) zijn regels vastgelegd waar (afwijkingen) van bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Daarnaast moet er worden voldaan aan de Verordening Natuur en Landschap Provincie Utrecht 2017 (m.n. landschapselementen, art. 5.1.4 VNL). Gemeentelijk beleidskader

Utrechtse soortenlijst

Door toevoeging van het soortenbeleid aan de Omgevingsvisie Utrecht geven we aan dat bescherming van deze planten en dieren één van de aspecten is die moet worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bij een gebiedsontwikkeling moet onderzocht worden of er beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming aanwezig zijn middels een quick scan. Bij gemeentelijke plannen moeten ook de beschermde soorten van de Utrechtse soortenlijst onderzocht worden. Het toevoegen van de Utrechtse soorten vormt geen verhoging van deze onderzoeksinspanning omdat via de natuurwaardekaarten deze informatie ook beschikbaar wordt gemaakt. Als er beschermde of Utrechtse soorten in het projectgebied aanwezig zijn zal worden beoordeeld of de soorten nadelige gevolgen van de ontwikkeling ondervinden. Bij mogelijke nadelige gevolgen, wordt gekeken of de ontwikkeling op een andere manier kan worden uitgevoerd zodat nadelige gevolgen worden voorkomen of geminimaliseerd. Als deze nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn moet het leefgebied gecompenseerd worden zo dicht mogelijk bij het projectgebied, of wanneer dit niet mogelijk is op een alternatieve locatie binnen de gemeente. Als het leefgebied van een Utrechtse soort niet op korte termijn te compenseren valt zal dit expliciet aan het college worden voorgelegd.

De verwachting is dat dit alleen het geval is in enkele oude bomenlanen waarin voor Nederland zeldzame paddenstoelen groeien.

Met de stappen 1. Onderzoek, 2. Alternatieven, 3. Mitigeren, 4. Compenseren, 5. Expliciete keuze, wordt voorkomen dat Utrechtse soorten uit onze stad verdwijnen, terwijl gebiedsontwikkelingen mogelijk blijven. De resultaten van het onderzoek en de consequenties voor de soorten worden gemeld in het hoofdstuk waar ook de resultaten van de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming worden gerapporteerd. Groenstructuurplan Het actualisatie groenstructuurplan 2017-2030 heeft de volgende opgaven: stad en land verbinden, meer kwaliteit en meer groen in de stad en meer groen om de stad, groen en blauw voor ‘gezonde verstedelijking’ en ‘klimaatadaptatie’. In het plan zijn de bestaande en wenselijke stedelijke groenstructuren vastgelegd. Deze groenstructuren hebben zowel een landschappelijke, cultuurhistorische, recreatieve als ook ecologische functie. Ambitie van dit plan is om door combinatie van de opgaven een meerwaarde te creëren. Ontbrekende delen van de groenstructuur worden ingevuld. De open einden in de groenstructuur zijn op die manier te beschouwen als ruimtelijke reserveringen voor de realisatie van toekomstig, stedelijk groen.

Bij de inrichting van het (bestaande en nieuwe) groen in het gebied moet rekening worden gehouden met de vijf hoofdopgaven uit de Actualisatie Groenstructuurplan, waaronder het vergroten van de ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit voor mensen, planten en dieren,

wordt een wijk van gesloten bouwblokken met torens.

Hoogte-opbouw.

70 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw

Extra hoog Drie accenten van extra hoge bebouwing [105 m] markeren bijzondere plekken in het hart van Het Nieuwe Centrum [XL].

Bijlage 3: De Hoogbouwkaart Stationsgebied

Het Nieuwe Centrum - Hoogbouw en extra hoog Het Nieuwe Centrum is een hoogstedelijk centrumgebied met veel verschillende functies. De Croeselaan, het Jaarbeursplein en de Jaarbeursboulevard zijn de ruimtelijke dragers in het hart van Het Nieuwe Centrum.

Extra hoog Drie accenten van extra hoge bebouwing [105 m] markeren bijzondere plekken in het hart van Het Nieuwe Centrum [XL]. Ze bevinden zich op markante zichtlocaties aan de Croeselaan en het Jaarbeursplein en zijn een ‘scharnier’ in het netwerk.

JA AR B

Ze bevinden zich op markante zichtlocaties aan de Croeselaan en het Jaarbeursplein en zijn een ‘scharnier’ in het netwerk van belangrijke routes en plekken.

* *

*

* *

JA A

R

Samenhang in hoogbouw Verspreid over het gebied draagt hoogbouw van 70 en 90 meter bij aan de stedenbouwkundige samenhang. Tussen het spoor en de Croeselaan is de hoogbouw meestal solitair of onderdeel van een ensemble. Het Beurskwartier wordt een wijk van gesloten bouwblokken met torens.

* *

* **

Extra hoog op schalenkaart Stationsgebied.

extra hoog (105 m.)

extra hoog (105 m.)

Het Nieuwe Centrum - Hoogbouw en extra 71 ho Stedenbouwkundig Programma van Eisen, Ambities en randvoorwaarden Jaarbeurspleingebouw -

Het Nieuwe Centrum is een hoogstedelijk centrumgebied met veel verschillende functies. De Croeselaan, het Jaarbeursplein en de Jaarbeursboulevard zijn de ruimtelijke dragers in het hart van Het Nieuwe Centrum.

um - Hoogbouw en extra hoog

-

105

70

45 25

JAARBEURSPLEINGEBOUW

12

JAARBEURSPLEINGEBOUW

JAARBEURSPLEIN

Hoogte-opbouw.

g

T CH L RE AA UT NTR E C

JA A

RB EU

RS

RABOBANK

RS

JA AR B

EU

RS

RABOBANK

* * extra hoog (105 m.)

van belangrijke routes en plekken.

105

70

45

12

45 25

12

Hoogte-opbouw.

90

70

25

WONDERWOODS

WONDERWOODS

* * * * * * 90

JAARBEURSPLEIN

srk

Afbeelding: * Hoogbouwkaart ionsgebied. Stationsgebied

T CH L RE AA UT NTR CE

BE U

12

RS

25

* ** in hoogbouw *Samenhang Verspreid over het gebied draagt hoog* *70**en 90 meter bij aan de bouw van * *stedenbouwkundige * ** samenhang. Tussen het spoor en de Croeselaan is de * hoogbouw meestal solitair of onderdeel * een ensemble. * Het Beurskwartier * van een wijk van gesloten bouwblokken * * * wordt * met torens. * ** ** * ** hoog * * * * *Extra Drie accenten*van extra hoge bebouwing m] markeren * bijzondere plekken in *[105 * het hart van Het * Nieuwe Centrum [XL]. * **bevinden zich** Ze op markante zichtlocaties aan de* Croeselaan en het Jaarbeurs* plein en zijn een ‘scharnier’ in het netwerk U

45

90

JA AR

n

* * * * * * 90

70

JA AR BE

e

105

105

Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0ea79ba2-e372-4784-8764-788134978933