Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier
Tekst van het document
(parkeerbalans, doelgroepen, toewijzing etc.) en de wijze waarop eventueel deelmobiliteit ingezet wordt. Naleving van de afspraken in het mobiliteitsbeheerplan wordt geborgd door deze vast te leggen in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar en zodoende te verbinden met het omgevingsplan.
3.4 Openbare ruimte en collectieve buitenruimte De kaders uit dat mobiliteitsplan worden vervolgens uitgewerkt in een mobiliteitsbeheerplan dat door de gemeente getoetst wordt bij de aanvraag Omgevingsvergunning. Met dit beheerplan toont de ontwikkelaar onder andere de duurzame en structurele beschikbaarheid (financieel en juridisch) van de parkeerplaatsen aan, gedurende 10 jaar vanaf het eerste moment van ingebruikname van de bouwontwikkeling voor de verschillende doelgroepen (bewoners, werknemers en bezoekers) voor de tijdstippen dat deze nodig zijn. Dit geldt ook voor de geschiktheid van de gekozen parkeeroplossing
De Archimedeskwartier krijgt een hoog stedelijke dichtheid, waarbij het belangrijk is dat de openbare ruimte een hoge verblijfskwaliteit heeft, die uitnodigt tot gezond gedrag, waar ontmoeten vanzelfsprekend is en waar uitgegaan wordt van groen: ‘groen tenzij’. De ontwikkelaar moet een inrichtingsplan voor de openbare ruimte maken. Dit zal in de volgende fase verder uitgewerkt moeten worden, met als kader de uitgangspunten voor zover van toepassing die in dit hoofdstuk genoemd worden.
Kwaliteit Het gebied valt in Utrechtse Allure (zie: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ thematisch-beleid/openbare-ruimte/). Dat betekent dat de bestrating, het straatmeubilair en het groen voldoen aan hoge eisen van uitstraling, functionaliteit en duurzaamheid, vaak in samenhang met een bijzondere detaillering. Dit betekent dat maatwerk oplossingen mogelijk zijn.
Kadernota Kwaliteit openbare ruimte Utrechtse Allure Domstadkwaliteit Bijzonder
Versterken cultuurhistorie
Domstadkwaliteit
Het gebied maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (zie paragraaf 2.3). Een groot deel van de NHW is sinds 2021 onderdeel van het werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Het gebied zelf ligt niet binnen de begrenzing van het werelderfgoed, maar wel in de provinciale cultuurhistorische hoofdstructuur militair. Dat betekent dat in dit gebied rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorische waarden die samenhangen met de NHW.
Kadernota Kwaliteit openbare ruimte
In het gebied zijn de cultuurhistorische waarden die met de NHW samenhangen in de huidige situatie vrijwel niet meer te beleven. Ook is er geen ruimtelijke en/of visuele samenhang meer met herkenbare elementen van de NHW in de omgeving, zoals Fort de Bilt, fort Hoofddijk en het acces Hoofddijk. Wel vormt de status cultuurhistorische hoofdstructuur en nabijheid van het werelderfgoed aanleiding om in het ontwerp voor de openbare ruimte 30 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
ernaar te verwijzen dat dit in de negentiende en twintigste eeuw een inundatiegebied is geweest dat de stad moest beschermen tegen vijanden uit het oosten. Op die manier kan lokaal de beleving van de Kraag van Utrecht als grootschalige, samenhangende militaire structuur aan de oostflank van de stad (iets) worden versterkt. Een suggestie voor het inrichtingsplan is het laten aansluiten van het materiaalgebruik bij het karakter van de NHW. Dit werken we verder uit in het VO. Kaart kernkwaliteiten
Een groene inrichting
• De openbare ruimte krijgt zoveel mogelijk een groene inrichting, die • •
Werelderfgoed Hollandse Waterlinies uit provinciale Gebiedsanalyse UtrechtOost
•
ook bruikbaar is voor bewoners en gebruikers van Rijnsweerd/USP. Dit conform het principe ‘groen, tenzij’. Verharding wordt tot het minimum beperkt. In de openbare ruimte komt een balans tussen rust en reuring. De rustigere en drukkere plekken moeten duidelijk gedefinieerd worden, net zoals ruimte en voorzieningen voor ontmoeting en spelen. In het centrale deel van het plangebied wordt een openbaar toegankelijk gebied gerealiseerd voor verblijf, voetgangers en fietsers. Dit gebied is incidenteel bereikbaar voor onderhouds-, nood- en hulpdiensten. De groene ruimte rond de gebouwen en langs het water vormt een ruimtelijke eenheid.
Bevorderen gezondheid
• De openbare ruimte stimuleert bewegen door fietsen en wandelen makkelijk en uitnodigend te maken. • De openbare ruimte is grotendeels toegankelijk en inclusief en daarmee ook geschikt voor ouderen en mindervaliden. • Het binnenterrein is autoluw, zodat het een veilig en rustige plek is •
voor jong en oud om te verblijven, te ontmoeten, te sporten én te spelen. De verblijfsplek aan het water wordt hoogwaardig groen en koel ingericht en zo ontworpen dat bewoners en bezoekers daar prettig kunnen verblijven en recreëren.
Sport en spel Archimedeskwartier moet door de barrière van de Archimedeslaan als een losstaande speelbuurt fungeren. Gezien de mix aan doelgroepen in het gebied van zowel studenten, als volwassen en mogelijk gezinnen wordt gekeken naar een aanbod voor jong en oud dat voldoet aan de beleidsambities van het Utrechtse speelruimtebeleid ‘Spelen in je eigen buurt’. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt onderzocht hoe onderstaande punten ingepast worden in relatie tot de doelgroepen:
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 31
Referentiebeelden groene inrichting van de buitenruimte
Groene inrichting, Holland Park Londen
Groene buitenruimte, Holland Park Londen
32 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Sport en spel in de buitenruimte
• 5% van de openbare ruimte is geschikt voor sport en spel. • Alle kinderen moeten binnen 200 meter een speelruimte kunnen bereiken zonder barrières tegen te komen. • Het openbare binnengebied moet veilig genoeg zijn voor kinderen tussen 6-12 jaar om zonder toezicht te kunnen spelen.
Uitgangspunten: De openbare ruimte nabij de entree van de studentenwoningen is ingericht ten behoeve van verblijf- en recreatie van deze doelgroep. Nabij de studentenhuisvesting is een sportplek met een klein multifunctioneel sportveld waar ruimte is om bijvoorbeeld te voetballen of te basketballen gecombineerd met sportaanleidingen (bijvoorbeeld calisthenics). Deze sportplek is gecombineerd met een verblijfsplek voor studenten. De oudere doelgroep kinderen uit de rest van het gebied kunnen ook gebruik maken van deze voorziening.
• •
• Er komt ten minste één speellocatie in het binnengebied met een divers
• •
aanbod aan speel- en sportmogelijkheden voor jong en oud. Deze speeltuin heeft speeltoestellen voor zowel de allerjongste doelgroep (0-6 jaar), als de oudere doelgroep (6-12 jaar). De speeltuin is bereikbaar zonder barrières vanuit het hele plangebied. Bij de speellocatie is ook ruimte voor ontmoeten, voldoende zitgelegenheid en waar mogelijk ook voorzieningen voor sport en spel voor senioren. Denk hierbij aan publieke schaakborden. Daarnaast komen er speelaanleidingen voor de jongste doelgroep (0-6 jaar) in de private verhoogde binnentuinen van de bouwblokken.
Overgang openbaar privé
• De overgang van gebouw naar de openbare ruimte wordt goed vormgegeven. Deze overgang (ontwerp, inrichting en detaillering) kan verschillen per gebouw en per functie. De overgang wordt nader uitgewerkt in het Voorlopig ontwerp en het Omgevingskwaliteitsplan.
Deelgebieden:
Kaart deelgebieden - type bebouwing: Wand Stadsstraat Open stadsblokken
Losse blokken in
het groen
• Het binnengebied • Achimedeslaan en stadsstraat • Ontsluitingsweg • Binnentuinen bouwblokken Het binnengebied Het binnengebied is de centrale groene ruimte van het plangebied met natuurvriendelijke oevers naar de Kromme Rijn, verlaagd groen, en verschillende ontmoetingsplekken. In het binnengebied is ruimte voor een kleinschalige horecavoorziening met een terras. De inrichting is openbaar, informeel en zo groen mogelijk. Groenzones worden gedomineerd door lage bloeiende kruidenrijke beplanting bomen en heesters. Centraal tussen de blokken is een verlaging van het maaiveld die dienstdoet als Wadi en speel/ontmoetingsplek. Verharding blijft beperkt tot wat noodzakelijk is. Het binnengebied is autovrij, maar wel toegankelijk voor ontheffinghouders en nood- en hulpdiensten. Bij dimensionering van de verhardingsvlakken is hier rekening mee gehouden. De entrees van de woongebouwen worden gemarkeerd door een bescheiden verhard pleintje. Grasvelden en aansluiting op bestaande Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 33
Impressie binnengebied
34 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
hardlooproutes in de omgeving faciliteren bewegen binnen het plangebied. Speelvoorzieningen en - aanleidingen zorgen voor interactie tussen bewoners en bezoekers en een actief gebruik van de openbare ruimte. Archimedeslaan en stadsstraat De aansluiting van de buurt op de omgeving langs de Archimedeslaan en de nieuwe stadstraat is het meest stedelijke deel van het plan. Hier is de ontvangst voor de bewoners van de nieuwe buurt en de verbinding met de langsreizenden en bewoners uit Rijnsweerd. De supermarkt en andere winkels in de levendige plint samen met de zorgvoorzieningen geven de omgeving een reden voor bezoek, en faciliteren een logische plek voor ontmoeting tussen bestaande en nieuwe bewoners. De stadsstraat heeft een brede stoep en goede voorzieningen voor fietsers. In de straat komen straatbomen. De bestaande bomen langs de Archimedeslaan worden aangevuld met nieuwe straatbomen. Nabij de kop van de stadstraat moet een keervoorziening zijn waar (vracht)verkeer veilig kan keren.
schuttingen en hoge hekken zijn niet toegestaan in de collectieve daktuinen. De binnentuin ligt bovenop een (parkeer)dak en heeft voldoende gronddekking om een groene inrichting te realiseren. De binnentuinen zijn privé voor de bewoners van het bouwblok.
Afvalinzameling De maximale loopafstand van een woning naar een restafvalcontainer is 125m. Het exacte aantal restafvalcontainers wordt in een later stadium bepaald. De containers worden geplaatst op afstand van bomen en kabels en leidingen volgens de richtlijnen in het HOR (Handboek Openbare Ruimte). Naast het restafval worden er nabij de studentenwoningen en nabij de supermarkt containers voor glas- en papierinzameling geplaatst.
Ontsluitingsweg Aan de buitenzijde van het plangebied wordt een verkeersluwe doodlopende weg gerealiseerd ten behoeve van de ontsluiting van de parkeergarages. De weg is geschikt voor voetgangers, fietsers, bestemmingsverkeer en incidenteel vrachtverkeer (nood- en hulpdiensten en afvalinzameling). Aan het eind van de weg moet nabij de studentenhuisvesting een keervoorziening zijn waar (vracht)verkeer veilig kan keren. De weg wordt groen vormgegeven en de snelweg wordt afgeschermd van het woongebied. Sociale veiligheid is een aandachtspunt. Binnentuinen bouwblokken De halfopen bouwblokken hebben een aantrekkelijke en mens- en diervriendelijke binnentuin. Een groen en levend hart dat een prettige, luwe omgeving is voor de directe omwonenden. Alle bewoners hebben gemakkelijk toegang tot de binnentuin. Op deze plek kunnen bewoners elkaar gemakkelijk ontmoeten. Er is ruimte voor verschillende activiteiten. Het voelt als een collectieve plek waar je je thuis voelt. Private buitenruimtes van woningen aan de binnentuin zijn ondergeschikt aan de collectieve binnentuin en zijn beperkt in diepte (tot circa 2 a 3 meter) en nooit afgesloten. Schuurtjes,
Referentie ontsluitingsweg
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 35
Kabels en leidingen In het gebied liggen meerdere soorten kabels en leidingen. De belangrijkste zijn een hoge-druk gasleiding en warmtenet. Ook zijn er meerdere middenspanningsstations (inpandige transformatoren). Gezien de huidige netcongestie is het raadzaam te bedenken wat er met de huidige middenspannings-aansluitingen gedaan moet worden. Waarschijnlijk zal de nieuwe bebouwing geen warmte van Eneco gaan afnemen, dus het warmtenet verdwijnt en maakt plaats voor WKO (warmte-koude opslag). De kabels en leidingen (behalve hogedruk gas) zullen waarschijnlijk gerooid worden en opnieuw aangelegd in het plan.
• Voor de inrichting van de buitenruimte geldt het principe ‘hergebruik, tenzij’, voor een lage MKI (milieukosten indicator) en CO2 uitstoot. Er wordt een materialenscan uitgevoerd t.b.v. hergebruik van aanwezige materialen, houd hier rekening mee in het ontwerp.
Beheer en onderhoud •
De afspraken tussen Gemeente en ontwikkelaar over eigendom/erfpacht, worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Hierin zullen ook afspraken gemaakt worden over beheer en onderhoud.
3.5 Groen, water en ecologie Materialisering
•
In het OKP wordt vastgelegd welke plekken er in aanmerking komen voor een verbijzondering van uitstraling en materiaalgebruik. Voor plekken waar een standaardinrichting voldoet worden de principes uit het Handboek Openbare Ruimte (HOR) gevolgd.
Groen is een belangrijke voorwaarde voor gezond stedelijk leven en biodiversiteit. De gemeente Utrecht heeft de ambitie om groen beter en toegankelijker te maken en biodiversiteit te behouden en versterken. Het plangebied ligt voor een klein deel in de stedelijke groenstructuur.
Stedelijke Groenstructuur Kaart kabels en leidingen Gas hogedruk
• Aantasting van de Groenstructuur dient zoveel mogelijk te worden
leiding Warmtenet Boomrisicozone Hoge waarde archeologie Trafo
• • •
voorkomen. In principe dienen geen bomen te worden gekapt in de Groenstructuur tenzij onevenredig ten koste gaat van de integrale opgave. Indien het noodzakelijk is om bomen te kappen langs de Archimedeslaan voor de bouw, wordt de bomenlaan na de bouw hersteld. Aantasting van de Groenstructuur wordt kwantitatief gecompenseerd door elders in de Groenstructuur extra groen aan te leggen zodat dat in er in principe hetzelfde aantal m2 groen in de groenstructuur blijft. Indien kwantitatieve compensatie niet mogelijk is, wordt bestaand groen significant kwalitatief verbeterd.
Natuur inclusief ontwerpen
• Uitstraling van verlichting naar de groene structuren wordt zo veel mogelijk voorkomen. • Het groen is zoveel als mogelijk toegankelijk voor fauna, tenzij. • Het groen wordt structuurrijk en met meerdere lagen ingericht (kruidlaag, struiklaag, boomlaag)
36 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Groenstructuurkaart Wijkgrens Wenselijke verbindingen: (Wenselijke) verbindingen 2007
• De nieuwe beplanting is aantrekkelijk voor dieren en de soortkeuze bij • •
Uitbreiding van
voorkeur inheems, rekening houdend met soorten van de Utrechtse soortenlijst. De nieuwe bomen zijn aantrekkelijk voor mens en dier, er worden bij voorkeur inheemse soorten aangeplant, met richtlijn van 60% inheems. Zoveel mogelijk gevels worden groen ingericht waarbij groen vanaf maaiveld groeit. Dit wordt nader onderzocht en verder uitgewerkt in het Omgevingskwaliteitsplan.
(wenselijke verbindingen 2007
Diervriendelijk bouwen
• Er moeten verblijfsplaatsen voor vogels komen. Het uitgangspunt
Groenstructuur: Stedelijke groen structuur 2007
Uitbreiding op de
•
diervriendelijk bouwen is 1 verblijfplaats per 100 m2 GO. Deze verblijfplaatsen moeten geschikt zijn voor de huismus, gierzwaluw of gewone dwergvleermuis. Het groen in het plangebied vormt een geschikt leefgebied voor bovenstaande soorten.
groenstructuur 2007
Gezonde verstedelijking
• In het plangebied wordt minimaal 40% groen per buurt in het horizon-
tale vlak gerealiseerd. De insteek is zoveel als mogelijk groen te realiseren op maaiveld, waarbij het dakvlak en boomkronen ook meetellen in de berekening. Het wateroppervlak maakt geen onderdeel uit van deze 40%.
Bomen
• De bestaande bomen worden zo veel mogelijk gehandhaafd. Dit betreft • •
in ieder geval de meeste eiken aan de zijde van de snelweg. De platanen op de parkeerplaats worden waar mogelijk verplant (zie hiervoor inventarisatiekaart hoofdstuk 5). Levensvatbare bomen die niet behouden kunnen worden, worden verplant of herplant. Herplanting/ compensatie vindt ten eerste plaats in het gebied, daarna wordt gezocht naar een plek in de buurt van het plangebied. Compensatie van bomen gebeurt volgens de beleidsregel Herplant naar waarde.
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 37
Water De onderstaande uitgangspunten ten aanzien van water en klimaatadaptatie komen uit Visie water en riolering en Visie klimaatadaptatie. Daarnaast is het beleid van het bevoegd gezag omtrent het waterbeheer, het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden van toepassing. Inrichting watergang In de centrale zone van het binnengebied wordt een Wadi gerealiseerd voor de infiltratie van hemelwater. Langs de Kromme Rijn worden waar mogelijk natuurvriendelijke oevers gerealiseerd met een minimale helling van 1:3 of flauwer. Een bredere natuurvriendelijke oever (helling 1:5) is beter voor flora en fauna. Natuurvriendelijke oevers kunnen een bijdrage leveren voor de bergingsopgave van dit plan als gevolg van toename van verhard oppervlak. Deze worden door HDSR voor 75% als waterberging gerekend. Bij de aanleg van bruggen moet er rekening worden houden met: • Minimale hoogte en breedte voor varend onderhoud en toegankelijkheid kano’s (doorvaart: 2,5m breed) • Voldoende lichtinval voor waterleven en waterkwaliteit. • Minimale doorvaarthoogte van 1,0 meter ten behoeve van varend onderhoud. De minimale hoogte van bruggen over water waar geschaatst of gevaren wordt dient 1,5 meter boven maatgevend waterpeil te zijn. Wanneer een watergang geen schaats-of vaarroute is volstaat een doorvaarhoogte van 1,0 meter ten behoeve van varend onderhoud.
Als nieuw oppervlaktewater gecreëerd wordt is een Leggerwijziging nodig, mogelijk ook kadastraal. (In de Legger staan de afmetingen en onderhoudsplichtigen van een waterlichaam). Doorlooptijd van deze procedure is niet bekend op dit moment.
• •
•
Wadi
• •
• Als nieuw oppervlaktewater gecreëerd wordt is de maximale taludhel•
ling onder water voor klei 1:1,5; voor zand 1:2; bij vaste grond (1:1,6); bij loopzand dient kleibedekking of beschoeiing toegepast te worden. Bomen langs het water zijn bij voorkeur bomen met minder bladval (een wilg geeft bijvoorbeeld minder problemen qua bladval dan een eik). Wadi
38 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
• Voor kabels en leidingen en overhangende constructies (zoals steigers)
worden door gemeente Utrecht de toetsingscriteria van de HDSR aangehouden.
Onderhoud van de watergang De oevers van de watergang dienen vanaf de openbare weg via openbare ruimte toegankelijk te zijn, zonder obstakels.
•
Hemelwater Hemelwater van de bebouwing dient zoveel als mogelijk in het plangebied te worden geïnfiltreerd en niet te worden afgevoerd. Het doel is om de sponswerking van de bodem te vergroten en om verdroging bij te weinig, en overlast bij te veel aan neerslag tegen te gaan. Dat houdt voor het plangebied in: • 90% van de jaarlijkse neerslag moet worden vastgehouden via de eerste drie stappen van de voorkeursvolgorde. Dit resulteert in een berging van minimaal 15 mm gerekend over het totaal verhard oppervlak. • “Groen, tenzij …” en daardoor minimale hoeveelheid verharding • De voorkeursvolgorde t.a.v. hemelwater houdt in: • Vasthouden en nuttig gebruiken (geen lozing); • Infiltratie op de bodem (bovengronds); • Infiltratie in de bodem (ondergronds); • Directe lozing in het oppervlaktewater; • Lozing in een hemelwaterstelsel (alleen als er geen alternatief is) Hemelwater van de bebouwing dient zoveel als mogelijk in het plangebied te worden geïnfiltreerd en niet te worden afgevoerd. Het hemelwater van de infrastructuur, zoals wegen en parkeervoorzieningen, dient vanuit waterkwaliteitsoverwegingen via een voorzuivering (half
•
•
•
verharding of berm) te worden geloosd op het oppervlaktewater. Indien een gronddek op een parkeerdak wordt aangelegd moet deze dik genoeg zijn om te kunnen fungeren als waterberging in combinatie met begroeiing. Dit wordt verder uitgewerkt in het FO en het Stedenbouwkundig Plan.
Wateroverlast en schade Het gebied dient zo ingericht te worden dat zelfs bij een zeer extreme regenbui er geen schade optreedt. Hieraan wordt voldaan, als een extreme bui van 80 mm in één uur, geen schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur. Ontwerpeisen: • Vloerpeilen zo kiezen en openbare ruimte zo inrichten dat er geen schade optreedt bij neerslag van een extreme bui van 80 mm in één uur. Vloerpeil van het pand moet minimaal 0,15m boven straatpeil liggen. • Ruimte creëren in het dwars/straatprofiel, waarbij verharding wordt vervangen door laaggelegen groenpartijen. • Het straatniveau te verlagen, vloerprofiel en/of stoepranden te verhogen of door overloopvoorzieningen naar de bodem, aangrenzende groenstroken en/of oppervlaktewater. Bij een bui van 20 mm in één uur kan de openbare ruimte nog steeds gebruikt worden waarvoor die bedoeld is (geen water op straat). Bij een bui van 80 mm in één uur is het streven dat wegen uiterlijk drie uur na de bui weer gebruikt kunnen worden. Aangelegde bergings- en infiltratievoorzieningen moeten in minimaal 10 uur en maximaal 48 uur leeg kunnen lopen om weer beschikbaar zijn voor nieuwe buien.
•
• • •
Watercompensatie Zowel het waterschap als de gemeente hebben eisen met betrekking tot watercompensatie bij ontwikkelingen waarbij het aantal vierkante meter verhard oppervlak toeneemt/er een ontwikkeling plaatsvindt: HDSR: Bij een toename van meer dan 500 m2 verhard oppervlak moet 45 mm gerekend over de toename aan verharding worden gecompenseerd via infiltrerende of waterbergende voorzieningen in samenhang
• •
•
met waterberging door extra oppervlaktewater te realiseren (richtlijn minimaal 15 % van de totale verharde oppervlakte, op basis van een peilstijging van 30 cm bij compensatie met alleen oppervlaktewater). HDSR: Bij nieuwbouw of uitbreiding is het advies dat 70 mm over de totale verharding wordt gecompenseerd via infiltrerende of waterbergende voorzieningen in samenhang met waterberging door extra oppervlaktewater te realiseren (richtlijn minimaal 22,5% van de totale
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 39
verharde oppervlakte, op basis van een peilstijging van 30 cm bij compensatie met alleen oppervlaktewater). Dit advies wordt naar verwachting op korte termijn verwerkt als eis in de waterschapsverordening
• HDSR: Bij herstructurering is het advies dat minimaal 45 mm neerslag •
van de totale verharding wordt gecompenseerd via infiltrerende of waterbergende voorzieningen in samenhang met extra oppervlaktewater (richtlijn minimaal 15% van het totale verharde oppervlak); Gemeente Utrecht: 90% van de jaarlijkse neerslag moet worden vastgehouden via de eerste drie stappen van de voorkeursvolgorde. Dit resulteert in een berging van minimaal 15 mm gerekend over het totaal verhard oppervlak.
Grondwater Bouwwerken en percelen zijn minimaal bestand tegen grondwaterstanden die fluctueren tussen de representatieve hoogste en laagste grondwaterstand. De ontwateringsdiepte, het hoogteverschil tussen maaiveld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG), dient conform de norm van de gemeente Utrecht minimaal 0,7 m te bedragen ten opzichte van de kruin van de openbare weg. De minimale drooglegging is 1,1 m (verschil oppervlaktewaterpeil en gemiddeld maaiveldniveau openbare ruimte). (Als hieraan niet voldaan wordt, moet het maaiveldniveau verhoogd worden of moet via een berekening met een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van eenmaal per 100 jaar aangetoond worden dat geen inundaties optreden).
•
•
Waterkwaliteit De waterkwaliteit en ecologie van het oppervlaktewater mag niet achteruit gaan ten gevolge van ruimtelijke ingrepen. Streefbeeld van de waterkwaliteit van het oppervlaktewater is “zichtbaar”. Dit betekent de
•
aanwezigheid van waterplanten in het water en voldoende doorzicht. De aanleg van natuurvriendelijke oevers en het onderling aansluiten van watergangen, (doorstroming) draagt hieraan bij.
Hittestress We voorkomen hittestress door de luchttemperatuur in de stad zo laag mogelijk te houden. Effectieve maatregelen om dit te bereiken zijn het creëren
40 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
van meer schaduw en meer verdamping. Beide pleiten voor het principe “groen tenzij”. Ontwerpprincipes zijn: Schaduw op verblijfsplekken en routes voor langzaam verkeer op een hete dag, bij voorkeur door planten en bomen De belangrijkste routes voor langzaam verkeer bieden op het heetst van de dag minimaal 40% schaduw. Overige verblijfsplekken en routes bieden op het heetst van de dag minimaal 30% schaduw. Iedereen heeft beschikking over een bereikbare koele verblijfsplek in de openbare ruimte. Deze koele plek ligt binnen 200m van een gebouw/woning (voor kwetsbare groepen binnen 50m of op eigen terrein) met minimaal 200m2 aaneengesloten schaduw bij voorkeur door bomen, en anders gebouwen en/of doeken. De locatie is ingericht als aantrekkelijke verblijfsplek. Er is een risico op oververhitting bij kleine, eenzijdig georiënteerde woningen. Hou hier rekening mee in het ontwerp en in de keuze voor het energiesysteem. Bijvoorbeeld door het beperken van glasoppervlakken in zonbelaste gevels, en het creëren van de mogelijkheid om buitenzonwering te installeren.
• • • •
•
3.6 Duurzaamheid en energie De initiatiefnemer stelt een integrale visie op duurzaamheid voor het gebied op, met expliciete aandacht voor energie, circulair bouwen, klimaatadaptatie en diervriendelijk bouwen. In deze visie wordt ook aangegeven welke risico’s een succesvolle implementatie belemmeren en hoe die risico’s geminimaliseerd kunnen worden. De uitgangspunten uit deze visie worden hieronder opgenomen.
Energie Voor energie zet de gemeente Utrecht in op duurzame, netbewuste energiesystemen. Door de ontwikkelaar is op diverse momenten onderzoek gedaan naar hoe dit vormgegeven kan worden. Mede op basis hiervan is tot onderstaande eisen gekomen: De principes van netbewust bouwen worden breed toegepast in het ontwerp van de gebouwen. Hierbij zal bijzondere aandacht worden
•
geleverd aan kierdichting, het ventilatiesysteem en de centrale opwek van warmte- en koude.
• Voor het hele woning- en utiliteitsprogramma wordt een bodemener-
•
•
giesysteem gerealiseerd als efficiënte warmte en koude bron voor de opwek van warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater en koude voor ruimtekoeling. Hierbij wordt uitgegaan van een centraal systeem, waarbij in één of twee energiecentrales de warmte uit de bodem opgewaardeerd zal worden met warmtepompen. De gebruiksklare warmte (voor ruimteverwarming en tapwater) en koude zal via een warmte- en koudenet getransporteerd worden en met afleversets geleverd worden aan de gebruikers in het gebied. Op basis van voorlopige studies is er afdoende bodemcapaciteit en regeneratiecapaciteit beschikbaar. Mocht de leveringscapaciteit van de ondergrond in de ontwerpfase alsnog te kort blijken te schieten voor de volledige energievraag, dan wordt dit aangevuld met buitenluchtwarmtepompen. Als voor de all-electric oplossingen geen afdoende transportvermogen verkregen kan worden bij de netbeheerder, dan kan met instemming van de Gemeente een warmtetekort in het uiterste geval aangevuld worden met stadswarmte. Voor de energiecentrales wordt voldoende interne ruimte gereserveerd. Zo nodig kan deze reservering vergroot worden, bijvoorbeeld voor het plaatsen van additionele buffervoorzieningen en batterijen.
Circulair bouwen
• De bebouwing heeft een gemiddelde GPR-gebouw score van minimaal 8,0. Uitzondering hierop is de parkeergarage. • Onderzocht zal worden of een (deel van) de vrijgekomen materialen bij • •
sloop hergebruikt kunnen worden in de inrichting van het openbaar gebied. Er is geen uitloging van koper, lood en zink. Toegepast hout is 100% FSC of PEFC.
3.7 Gezonde leefomgeving Gezond stedelijk leven Een gezonde leefomgeving van Utrechters is zo ingericht dat Utrechters beschermd zijn tegen negatieve milieufactoren, de fysieke leefomgeving gezonde leefgewoonten ondersteunt en de fysieke leefomgeving sociale kracht versterkt. De onderbouwing hiervan is te lezen in hoofdstuk 4. Langdurige blootstelling aan (te) veel geluid is slecht voor de gezondheid. Daarom hanteren we in Utrecht strengere regels voor geluidsgevoelige gebouwen waar mensen lang verblijven. Het langdurig wonen nabij snelwegen kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten. Daarom hanteert de gemeente Utrecht afstandsregels nabij snelwegen en drukke binnenstedelijke wegen voor functies waar kwetsbare doelgroepen langdurig verblijven. Gemeente en ontwikkelaar hebben om die reden de planvorming aangepast om daar waar mogelijk invulling aan te geven. We hanteren de ambitie dat de verschillende type woningen in het plangebied dezelfde lucht- en geluidskwaliteit hebben. Indien dit niet mogelijk is heeft het de voorkeur om niet enkel de sociale huurwoningen op de ongezondste plek te bouwen of hier een evenredige verdeling in te maken. Het binnenmilieu van woningen is gezond. Hitte-opbouw wordt tegengegaan door slim ontwerp en materiaalgebruik (denk hierbij aan het vermijden van grote glaspartijen bij eenzijdig georiënteerde woningen op het zuiden.
Externe zonwering aan de zuidzijde is een pré.
Geluid
• Alle woningen moeten voldoen aan de ambitiewaardes, grenswaarden
en regels uit de beleidsnota Geluid en Trillingen. Elke woning moet een geluidluwe zijde krijgen, waar tenminste 30% van de verblijfsruimten aan is gesitueerd (50% bij de toepassing van een niet-geluidgevoelige gevel). De woningen aan de snelwegzijde zijn daarom dubbelzijdige georiënteerd, waarbij minimaal 30% van de verblijfsruimten aan de luwe zijde is gelegen. Idealiter zijn dit de slaapvertrekken.
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 41
• Als de woning beschikt over een individuele buitenruimte dan ligt deze • •
bij voorkeur aan de luwe zijde; het geluid is niet meer dan 5 dB boven de standaardwaarde. Voor de studentenwoningen geldt dat tenminste 50% van de wooneenheden is gesitueerd aan een gevel waar het geluid maximaal 5 dB boven de standaardwaarde is. Bedrijfsmatige activiteiten, installaties, laad los voorzieningen, parkeervoorzieningen en of horecaterrassen etc. worden dusdanig ingepast dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzoek hiernaar is nodig, omdat dit gevolgen kan hebben voor de mogelijkheid om geluidgevoelige functies aan locaties toe te kunnen delen of onder welke condities dit mogelijk is.
Luchtkwaliteit
• We beschermen groepen die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging of groepen met (een risico op) gezondheidsachterstanden. • Bij doorgang van het tracébesluit is er een mogelijkheid dat een deel
• •
van de woningen binnen de 100meter van de snelweg komt te liggen. Vanuit het gezondheidsbeleid wordt idealiter een minimale afstand van 100 meter aangehouden van snelwegen. Deze ambitie is niet van toepassing op dit plan omdat de ruimtelijke uitgangspunten al vastlagen voor het vaststellen van de nota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024 – 2027’. Het heeft de voorkeur om gezinswoningen zo ver mogelijk van de snelweg te plaatsen. Het streven is om de inlaat van luchtventilatiesystemen te situeren aan de niet-snelwegzijde van de gebouwen om bewoners zoveel mogelijk te beschermen tegen negatieve gezondheidseffecten.
42 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Hoofdstuk 4 Onderbouwing 4.1 Functies Wonen Hoofddoel is een mix van programma die bijdraagt aan het kenniscentrum USP/Rijnsweerd en de identiteit van Rijnsweerd. Het Ambitiedocument Rijnsweerd spreekt van ‘een bijzondere mix aan mensen, van jong tot oud, van student tot promovendus, van senior manager tot jonge ondernemer met geen cent te makken’ en van wonen in een creatieve en innovatieve atmosfeer. De locatie Archimedeskwartier is vanwege de ligging ten opzichte van het USP ideaal voor studentenhuisvesting en voor de huisvesting van mensen die bij bedrijven en organisaties op Rijnsweerd en of op het USP werken. Een woonprogramma dat optimaal aansluit bij het Ambitiedocument Rijnsweerd en de omgevingsvisie USP bestaat volgens de gemeente onder meer uit de volgende doelgroepen: studenten, waarvan een klein deel topsporters, starters, personeel USP (zowel sociale huur als middeldure huur), en doorstromers (senioren) uit Rijnsweerd Zuid (dure huur/koop). Kaart uit Nota Wonen (2025) Soort: Sociaal Midden Vrij Gewenste beweegrichting van: Voorraad Plancapaciteit Beweegrichting Gelijk houden Licht toenemen
De ambitie ten aanzien van de woningvoorraad in 2040 is opgenomen in de beleidsnota Wonen in Utrecht (2025): 35% sociale huurwoningen en 25% middensegment in de voorraad van 2040. Voor nieuwbouw is dat vertaald naar 40% sociaal, 35% middensegment (waarvan maximaal 10% betaalbare koop) en 25% vrij. Hoewel er al een intentiedocument was van ruim voor de vaststelling van de nota Wonen, wordt binnen de marges van de ruimtelijke en financiële haalbaarheid in afstemming met de ontwikkelaar geprobeerd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het nieuwe beleid. In onderstaande kaart uit de nota Wonen (2025) is aangegeven dat in de wijk Oost het aandeel sociaal in de voorraad sterk moet toenemen en middensegment licht moet toenemen. Dat was in het vorige beleid ook al het doel voor dit gebied. Het project Archimedeskwartier draagt met haar programmering goed bij aan deze verschuiving. Sociaal: studenten,en topsportende studenten De nota Wonen (2025) zet blijvend in om het tekort in te lopen van het aantal studenteneenheden, door te blijven streven naar ten minste 5.300 studenteneenheden in harde plannen voor 2030. Het tekort aan studentenhuisvesting blijft hoog, wat zich onder meer uit in lange wachttijden voor het vinden van een studentenkamer. Zo streven we naar 100% kamers per project waar studentenwoningen wordt gerealiseerd.
Als het om (exploitatie)-technische redenen noodzakelijk is om ook zelfstandige studenteneenheden toe te voegen, dan kan daarvan worden afgeweken. Vanwege de nabijheid van het USP ligt het voor de hand om hier in te zetten op studentenhuisvesting. Om voldoende kwaliteit te waarborgen, geeft de nota aan dat studentenkamers een oppervlakte hebben van minimaal 12-14 m2 GBO, met gemiddeld 3 m2 gemeenschappelijke ruimte per kamer. Door het gebruik van campuscontracten (of vergelijkbare contractvormen) bij deze projecten verplicht te stellen, komen de studenteneenheden (blijvend) terecht bij de beoogde doelgroep.
Sterk toenemen Licht afnemen Sterk afnemen
Een specifieke subdoelgroep die wij graag willen huisvesten binnen de studentenhuisvesting zijn sportende studenten met een topsportstatus EN voor sporters die verbonden zijn aan een officieel erkend regionaal talentcentrum (RTC), het waterpolo (NTC), het nationaal hockeycentrum (NHC) of Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 43
de wijk Oost, in handen is van de SSH: dat zijn de zelfstandige (studenten-) studio’s die de SSH in dit gebied heeft. Onderzocht wordt of de betreffende corporatie(s) een deel van de woningen zal labelen voor senioren, om daarmee de mogelijkheid te creëren om deze groep voorrang te geven, al dan niet uit de buurt.
Seniorenwoning
een vereniging op het hoogste (of een na hoogste) niveau in Utrecht. Het gaat hier om talentvolle sporters die de keuze maken om naar Utrecht te verhuizen om hier hun topsportcarrière voort te zetten, te gaan studeren en te bouwen aan een gezonde toekomst. Met deze doelstelling passen zij heel goed in het concept van Gezond Stedelijk Leven (voor iedereen). Het is dan ook belangrijk hen hierin te stimuleren en te faciliteren door het aanbieden van structurele passende huisvesting. Op dit moment is goede woonruimte lastig te vinden. Topsporters en talenten wonen graag in een huis/woongroep met meerdere topsporters aangezien zij dezelfde ambitie en lifestyle delen. Sociaal: regulier Daarnaast is er in het gebied een tekort aan ‘reguliere’ sociale huurwoningen, die niet specifiek bedoeld zijn voor studenten. Zo is van alle corporatiewoningen in de wijk Oost 45% in handen van de STUW, exclusief de SSH. Op het niveau van de gemeente Utrecht is dat aandeel 86%. Hieruit blijkt dat een relatief groot aandeel van de zelfstandige sociale huurwoningen in
44 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Middensegment Utrecht kent ook een tekort aan woningen in het middensegment, zowel in de middenhuur als in het betaalbare koopsegment. Het aandeel in de voorraad van het middensegment is de afgelopen jaren gedaald, dit komt met name door een afname van het aandeel betaalbare koop. In de nota Wonen (2025) staat daarom aangegeven dat de groei van het aantal woningen voor middeninkomens gestimuleerd wordt. De focus ligt daarbij op de middenhuur (streven is 25%) ten opzichte van betaalbare koop (10%), omdat we middenhuur langjarig kunnen borgen en het een brede groep middeninkomens bedient. Ook in de wijk Oost is hier een tekort aan, de inzet is hier dan ook om het middensegment er te laten toenemen. Bij voorlichtingsavonden is met name door wat oudere bewoners uit Rijnsweerd de wens geuit om door te stromen naar een appartement in de buurt, bijvoorbeeld in het Archimedeskwartier. Hiermee zouden dan weer eengezinswoningen vrij kunnen komen voor nieuwe doelgroepen. Vandaar dat onderzocht zal worden welke mogelijkheden er dan zijn voor voorrang voor senioren in het middensegment. Vrije sector koop en huur Om binnen het plangebied een aantrekkelijke mix op het gebied van wonen te bieden, heeft de toevoeging van verschillende categorieën huur en- koopwoningen een toegevoegde waarde.
Zeker met koopwoningen krijgt het gebied meer permanente bewoners, naast bijvoorbeeld de studentenbewoners die er doorgaans wat korter wonen. In deze woningen kunnen dan diverse doelgroepen terecht, waaronder de doelgroep senioren die doorstromen, bijvoorbeeld uit Rijnsweerd-Zuid.
Detailhandel en horeca De (toekomstige) inwoners van USP en Rijnsweerd hebben behoefte aan een boodschappenvoorzieningen waar zij terecht kunnen voor de dagelijks benodigde goederen en diensten. Uit onderzoek blijkt dat hiervoor voldoende consumentendraagvlak en economische potentie aanwezig is (BRO, 2018: Visie voorzieningenstructuur Rijnsweerd en Utrecht Science Park) en BRO, DPO Supermarkt Archimedeslocatie, d.d. 6 maart 2023. Uit de onderzoeken blijkt dat er voldoende marktruimte is voor twee volwaardige supermarkten. Dit is echter wel gebonden aan een totaal aan marktruimte voor het marktgebied, waardoor onderlinge afstemming over de omvang van de supermarkten noodzakelijk is. Van belang is dat het aanbod van het voorzieningencluster voldoende kritische massa heeft om genoeg bezoekers te trekken. De aanwezigheid van een volwaardige supermarkt van een reguliere formule is van doorslaggevend belang voor een duurzaam functioneren. Het compacte voorzieningencluster met volwaardige supermarkt is gericht op efficiëntie en kort verblijven. Een ruimtelijk geconcentreerde opzet met korte zichtlijnen zijn belangrijk om aan deze voorwaarden te voldoen. Ook moet de betreffende locatie voor zowel langzaam verkeer als voor auto’s voldoende bereikbaar zijn. Verder van belang is dat er fysieke ruimte aanwezig is om het voorzieningencluster met volwaardige supermarkt te realiseren.
De locatie aan de Archimedeslaan 16 voldoet aan de bovengenoemde randvoorwaarden en is daarmee een passende locatie voor het voorzieningencluster met volwaardige supermarkt.
Horeca
De vestiging van een voorzieningencluster met volwaardige supermarkt op de locatie van Archimedeslaan 16 betekent een aanzienlijke verbetering van de fijnmazige consumentenverzorging in Rijnsweerd en USP. Een voorzieningenprogramma (detailhandel, horeca, leisure en commerciële dienstverlening) van ca. 4.250 m2 bvo (zie hoofdstuk 3.1 voor de gewenste functiemix) zijn onlosmakelijk onderdeel van het plan. Uiteraard is op onderdelen een kleiner of groter programma te realiseren, waarbij de aanwezigheid van een volwaardige supermarkt een voorwaarde is om voldoende bezoekers aan te trekken. Gezondheidscentrum
Gezondheidscentrum
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 45
Dagelijkse artikelen De basis is een volwaardige supermarkt met een omvang van maximaal 2.000m2 BVO. Een kleine supermarkt en/of een doelgroep-supermarkt (discount, biologisch, luxe, ambachtelijk) zal niet genoeg trekkracht genereren om de economische drager van het boodschappencentrum te kunnen zijn. Bovendien is een reguliere full-service supermarkt als onderdeel van een buurtcentrum een goede aanvulling op de huidige supermarkt op USP, die veel meer dan in Rijnsweerd, passanten ontvangt. Naast de supermarkt moet er ruimte zijn voor horeca (zie onderstaand), niet-dagelijkse detailhandel (bijvoorbeeld een drogist), commerciële dienstverlening en eventueel leisure (bijv. een sportschool). Horeca In of nabij een compact voorzieningencluster is doorgaans ook horeca gevestigd. Jongeren, starters en studenten schaffen minder vaak boodschappen voor de gehele week aan en beslissen pas op het laatste moment wat ze eten, hoe ze willen eten en waar ze dat gaan doen. Zij kopen en eten overal, waaronder in de supermarkt, restaurants of tussenvormen daarvan. Horeca in het Archimedeskwartier zorgt bovendien voor een aanvulling op het voorzieningenaanbod voor de gebruikers van kantorenpark Rijnsweerd gezien de nabijheid met name van het Daltoncluster. Uitgangspunt is een horecaprogramma tot ca. 500 m² bvo, passend binnen de geldende kaders van het horecabeleid.
De horecavoorziening kan gecombineerd worden met gemeenschappelijke voorzieningen als vergaderplekken en koffie/lunch gelegenheid. Gezien de ligging nabij kantorenpark Rijnsweerd en het USP en aan een belangrijke fietsroute tussen het USP, Rijnsweerd en de binnenstad, is het gebied aantrekkelijk voor deze functies. Niet-dagelijks winkelaanbod Beperkt niet-dagelijks aanbod dat gericht is op de frequent benodigde artikelen behoort tot de mogelijkheden. Aan uitgebreide leisure/sportfaciliteiten is geen behoefte, omdat deze aanwezig zijn in USP/Rijnsweerd. Wel kan gedacht worden aan een multifunctionele sportruimte/fitness.
46 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Dienstverlening Specifiek voor de grote studentenpopulatie kan gedacht worden aan een uitzendbureau, kapper, pick-up-point, diverse reparatiediensten (fiets, kleding etc.) en een wasserette. Dit programma heeft een oppervlak tot ca. 500 m2 BVO.
Voorzieningen Er is een inventarisatie gemaakt van de zorgvraag in Utrecht Oost door bij huisartsen de capaciteit te bepalen. Er is behoefte aan een huisarts in dit gebied. Het Archimedeskwartier is een geschikte en centrale plek in Oost waar een gezondheidscentrum gerealiseerd zou kunnen worden. Een gezondheidscentrum is ca 700-1.200 m2 en biedt ruimte aan bijvoorbeeld huisarts, apotheek, fysiotherapie, etc. (zie voor richtinggevende normen koersdocument: Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen).
Mogelijke toekomstige invulling
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 47
4.2 Ruimtelijke opzet Hoofdopzet Het Ambitiedocument Rijnsweerd heeft gediend als basis voor de ruimtelijke uitgangspunten van het plangebied, met als belangrijkste doel de betere verbinding met de omgeving, toevoeging van levendigheid en het aansluiten op Rijnsweerd en het USP. Dit heeft geleid tot de volgende hoofdopzet: Een aantrekkelijke en levendige Archimedeslaan De Archimedeslaan fungeert als een belangrijke verbinding tussen Rijnsweerd, het plangebied en het USP. Momenteel is het voornamelijk een weg gericht op gemotoriseerd verkeer, wat het onaangenaam maakt voor fietsers en voetgangers. Door de bebouwing langs de straat te oriënteren met een aantrekkelijke plint, een divers programma en entrees aan de straat, wordt de Archimedeslaan getransformeerd tot een aantrekkelijke stadsstraat.
Een aantrekkelijke en levendige Archimedeslaan
Een groen en autovrij middengebied Om de verbinding met omliggende buurten en groengebieden te verbeteren en bij te dragen aan een aangename woonomgeving, wordt er een autovrij groen middengebied gerealiseerd. Dit gebied biedt naast wonen ruimte voor groen, ontmoeting, verblijf, spel en sport. Om de ruimtelijke kwaliteit, levendigheid en sociale veiligheid te waarborgen, is de bebouwing georiënteerd op de groene zone en wordt er een aantrekkelijke plint gerealiseerd. Een nieuwe toegangsweg tussen Archimedeslaan en Daltoncluster Aan de oostzijde van het plangebied wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd. Deze regelt de toegang tot de parkeergebouwen, de voorzieningen, laad- en losplekken en het autovrije gebied. De weg wordt ontworpen als een stadsweg, waarlangs voetgangers en fietsers op een prettige manier kunnen bewegen en veilig kunnen oversteken. Aan de kant van het plangebied zal de weg worden omringd door bebouwing met entrees en een aantrekkelijke plint die geschikt is voor zowel woning- als niet-woninggerelateerde functies. Alle voor het parkeren benodigde techniek (oa slagbomen, entreepalen) wordt inpandig opgelost.
Een centrale zone voor groen, water en ontmoeten
48 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Verbinding tussen Archimedeskwartier en Daltoncluster Nu functioneren Archimedeskwartier en Daltoncluster als twee afzonderlijke gebieden die naar binnen gericht zijn. Om optimaal te profiteren van hun nabijheid en aan te sluiten bij het innovatieve karakter van Rijnsweerd en het USP, is het wenselijk om relaties te creëren tussen verschillende gebouwen, functies en gebieden. Op dit moment wordt de doorgang geblokkeerd door de parkeervoorziening in het Daltoncluster. In het plangebied wordt echter rekening gehouden met de mogelijkheid om in de toekomst een betere verbinding tot stand te brengen voor voetgangers en fietsers tussen deze twee gebieden. Een aantrekkelijk milieu met een mix van functies In het plangebied wordt gestreefd naar een hoogwaardig leefmilieu in een hoge dichtheid, waarbij verbinding en integratie met Rijnsweerd en het USP
Een nieuwe toegangsweg tussen Archimedeslaan en Daltonlaan
Verbinding tussen Archimedeskwartier en Daltoncluster
Een aantrekkelijk milieu met een mix van functies
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 49
centraal staan. Het uitgangspunt is een goede mix van functies die aansluiten op deze gebieden. Naast woningen zullen er ook diverse andere functies in het gebied worden mogelijk gemaakt. Deze worden hoofdzakelijk gesitueerd langs de verbindende lijnen in het plangebied, zoals de Archimedeslaan en de toegangsweg. Voor alle gebouwen is de invulling van de begane grond en de aansluiting op het maaiveld essentieel voor een aangename woon- en leefomgeving. Een autovrije openbare ruimte en alzijdige gebouwen in een aantrekkelijke groene omgeving zijn belangrijke elementen hiervoor. Door entrees en voorkanten rondom te creëren, worden de woningen goed verbonden met de omgeving en ontstaat er geen anoniem gebied.
Hoogte Bij het bepalen van de hoogte van de nieuwe bebouwing is aansluiting gezocht bij het nabijgelegen kantorenpark Rijnsweerd, dat bestaat uit Rijnsweerd-Noord en het Daltoncluster. In dit gebied varieert de hoogte van de bestaande bebouwing gemiddeld rond de 25 meter, met enkele accenten die oplopen tot 70/80 meter, zoals het Provinciehuis. De ambitie is om ruim-
Hoogbouwlocaties in de stad Beschermd Basis Basis plus Knoop L Knoop + L+
telijke samenhang te creëren en qua hoogte en beeldkwaliteit aan te sluiten bij het USP, zoals beschreven in het Ambitiedocument Rijnsweerd. Daarnaast is het belangrijk dat de nieuwe bebouwing goed aansluit bij de bestaande woonbuurt Rijnsweerd. In de stedenbouwvisie zijn richtlijnen voor hoogbouw opgenomen. Deze hebben als doel windoverlast te voorkomen en te zorgen voor een menselijke maat en schaal. Alle bebouwing hoger dan 30 meter wordt gezien als hoogbouw. Hiervoor gelden aanvullende kwaliteitseisen. Nieuwe hoogbouw is in Utrecht nooit meer een ‘stand alone’, maar is altijd onderdeel van een groter volume of bouwblok. De hogere bebouwing wordt zo gepositioneerd dat deze zich onderscheidt van de stedelijke laag en dat windoverlast wordt voorkomen. Het creëren van een omgeving die is afgestemd op de menselijke maat en schaal, met een passende korrelgrootte van de bebouwing vraagt om een zorgvuldige opbouw van de volumes. Dit kan worden bereikt met verspringende rooilijnen, variërende bouwhoogtes, setbacks en een afwisselend materiaalgebruik. Om een goede overgang naar de woonbuurt Rijnsweerd te bewerkstelligen, is de maximale bouwhoogte aan de zijde van de woonwijk beperkt tot 8 lagen, terwijl aan de zijde van de snelweg gemiddeld 12 lagen mogelijk zijn. Op speciale locaties kunnen er hogere accenten worden gerealiseerd.
Ze worden gesitueerd langs belangrijke lijnen in het plangebied. Accenten kunnen worden gerealiseerd aan de zijde van de snelweg en in beperkte mate aan de Archimedeslaan. Voor de bebouwing langs de Archimedeslaan is gezocht naar een bouwhoogte die past bij een stadsstraat en die goed in verhouding staat tot de bestaande woningen.
Knoop XL Uitzondering
Een bezonningsstudie (gebaseerd op 21 maart en 21 september) toont aan
binnen L
dat de ontwikkelingen aan de Archimedeslaan geen schaduw werpen op de woonbuurt Rijnsweerd. Bovendien bevindt de nieuwbouw zich op minimaal 75 meter afstand van de bestaande woningen en zijn er veel grote bomen in het gebied, waardoor de ruimtelijke impact beperkt is.
Uitzondering binnen XL Domtoren
50 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Levendige plinten De aansluiting van de bebouwing met de openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het stimuleren van ontmoetingen. Dit betreft zowel de functie als de vormgeving van de gebouwen en hoe ze aansluiten op de omgeving. Om een aangenaam leefklimaat en een levendige uitstraling te creëren, zijn er specifieke eisen opgesteld. Langs belangrijke stedelijke gebieden die verbindingen vormen met omliggende buurten en delen van het USP/ Rijnsweerd (zoals de Archimedeslaan en de straat tussen de Archimedeslaan en het Daltoncluster) worden levendige plinten gerealiseerd door een combinatie van verschillende functies. Om multifunctioneel gebruik mogelijk te maken, wordt een minimale hoogte van 4,5 meter vereist voor deze plinten. Bovendien is het belangrijk dat de plinten een entree hebben die aansluit op de openbare ruimte, en dat het vloerpeil op de begane grond goed aansluit op het straatniveau. Dit is tevens van belang voor de toegankelijkheid van mensen met een beperking.
Levendige plint
Voor de overige gebouwen is het ook gewenst om levendige plinten te creëren, bestaande uit individuele woningen en entrees van zowel woongebouwen als fietsenstallingen en gemeenschappelijke ruimtes. Om ervoor te zorgen dat deze plinten levendig zijn en de ruimte rondom de woonblokken een aangenaam leefklimaat en uitnodigende sfeer hebben, worden de verblijfsruimtes op de begane grond gerealiseerd met directe toegang tot buitenruimtes.
Beeldkwaliteit Om de beeldkwaliteit te waarborgen, zal de ontwikkelaar na de vaststelling van het SPvE een omgevingskwaliteits- plan opstellen. Dit plan dient als leidraad en zal worden gebruikt om de diverse bouwplannen te beoordelen. Het Omgevingskwaliteitsplan moet worden vastgesteld door het college en de gemeenteraad en worden besproken met de Commissie Omgevingskwaliteit.
Levendige mix van gebouwen
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 51
Welstandsnota In de Welstandsnota Utrecht, genaamd “De Schoonheid van Utrecht” (juni 2004/december 2015), valt het plangebied onder het beleidsniveau “open”. Dit betekent dat zowel verandering als behoud van het bebouwingsbeeld mogelijk is, zowel op het gebied van structuur als architectuur, met respect voor de landschappelijke waarden. Dit betekent: een vrije en open oriëntatie op het bestaande bebouwingsbeeld; er is ruimte voor vernieuwing; bij gedeeltelijke veranderingen van de structuur wordt aangesloten op de bestaande omgeving.
• • •
Behoud cultuurhistorie Bebouwing en stratenpatroon houden grofweg de oriëntatie aan van de verkaveling van het verdwenen, oorspronkelijke agrarische (inundatie)landschap (zie paragraaf 2.3). Daardoor wordt de bestaande (en vrijwel enige overgebleven) referentie aan deze cultuurhistorische waarde van het gebied, namelijk de rooilijn van de te slopen bebouwing, niet (verder) aangetast.
Om de verbinding te leggen tussen de woonwijk Rijnsweerd Zuid en het plangebied is het wenselijk om een extra langzaam verkeer oversteek te realiseren, naast de bestaande oversteek ter hoogte van de Pisuisselaan. In de toekomst kunnen wellicht meer oversteken worden gerealiseerd. Dit zou kunnen ter hoogte van de Louis Davidslaan en de entree van de Daltonlaan.
Toegankelijkheid In het kader van Agenda 22 moet iedereen – ook mensen met een beperking – in staat zijn om voorzieningen te bereiken en gebruiken. Voor de openbare ruimte gelden hiervoor de richtlijnen uit de notitie ‘Voetpaden voor iedereen’ en voor gebouwen het bouwbesluit. Naast de eisen uit het bouwbesluit voor de toegankelijkheid wordt aanvullend aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid van de woningen voor mensen met een beperking. Alle woningen zijn rolstoel en rollator toegankelijk en bezoekbaar.
4.3 Verkeer en parkeren Fiets- en voetgangers bereikbaarheid De Archimedeslaan vormt een belangrijke fietsverbinding tussen de stad, Rijnsweerd en het USP. De ligging aan deze route biedt kansen voor de bereikbaarheid per fiets, voor draagvlak van voorzieningen en ook voor het sociaal veiliger maken van deze route. Om het gebied zo goed mogelijk te verbinden met de stad worden fiets- en voetgangersroutes en OV-haltes zoveel mogelijk verknoopt. Er worden goede routes gerealiseerd voor fietsers en voetgangers naar het USP en de stad. Directe, comfortabele routes waar je je veilig voelt. Het plangebied wordt primair ontsloten voor fiets- en voetverkeer via een nieuw te realiseren, logische en uitnodigende langzaam verkeer ontsluiting (over het bestaande water) aan de westzijde van het plangebied, ter hoogte van de onderdoorgang A28.
Toegankelijkheid
52 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
OV bereikbaarheid Direct naast het plangebied ligt een hoogwaardige OV halte (Rijnsweerd Zuid). Deze halte wordt bediend met diverse hoogfrequente buslijnen. Dit zorgt er onder andere voor dat de binnenstad van Utrecht, Utrecht Centraal en het USP vlot bereikbaar zijn vanuit het plangebied Archimedeskwartier. Met het OV is de binnenstad binnen 10 minuten te bereiken, Utrecht Centraal in iets meer dan een kwartier en, in de andere richting, het USP binnen 4 minuten. Ook goed is de OV-bediening van en naar woon- en werkkernen in de regio zoals businesspark Papendorp, Leidsche Rijn, Nieuwegein, Vianen, IJsselstein, De Bilt en Zeist. Hetzelfde geldt voor de OV-bereikbaarheid van diverse treinstations. Zo zijn de NS-stations Vaartsche Rijn, Overvecht, Lunetten, Bilthoven en Driebergen-Zeist met een directe openbaar vervoer verbinding ontsloten. Het is van belang om de looproutes vanuit het plangebied van en naar de halte Rijnsweerd Zuid direct, toegankelijk en aantrekkelijk te maken zodat het gebruik van het OV ook aantrekkelijk is en het grote OV-aanbod van deze locatie goed benut wordt. Bestaande bushalte
Autobereikbaarheid Op dit moment heeft de Archimedeslaan met name een karakter gericht op doorstromen. Om de gebieden beter met elkaar te verbinden en van elkaar te laten profiteren is het wenselijk de Archimedeslaan op termijn om te vormen naar een aantrekkelijke stadsweg waar je je als voetganger en fietser prettig beweegt tussen de verschillende functies/gebouwen.
Autovrij De gebiedsontwikkeling van de Archimedeskwartier biedt de mobiliteit aan alle gebruikers aan conform de volgorde van S.T.O.M.P. (Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openvaar vervoer, Maas en Privéauto). Het binnenterrein wordt ingericht als een autovrij gebied en krijgt een hoge verblijfskwaliteit waar lopen en fietsen de norm zijn. De auto is hier te gast. De openbare ruimte dient zo te worden ingericht dat deze optimaal functioneert voor wandelen, fietsen en verblijven, waarbij de auto alleen incidenteel (verhuizingen, calamiteiten) de ruimte gebruikt. Aan de buitenzijde van het Autovrij binnenterrein
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025 - 53
P
P
L&L
Verkeerssysteem: autoverkeer (indicatieve verkaveling)
Verkeerssysteem: fietsers (indicatieve verkaveling)
Verkeerssysteem: OV en voetgangers (indicatieve verkaveling)
Autoweg
Fietspad
OV-lijn
OV-halte
Autoweg (in onderzoek)
Fietspad (in onderzoek)
Entree parkeergarage P
Voetpad
L&L
Laden & lossen supermarkt
54 - Stedenbouwkundig Programma van Eisen Archimedeskwartier, concept november 2025
Voetpad (in onderzoek)
plangebied wordt een verkeersluwe ‘randweg’ gerealiseerd. Via deze weg wordt de westelijke parkeergarage ontsloten. De weg is in twee richtingen geschikt voor voetgangers, fietsers en bestemmingsverkeer en incidenteel vrachtverkeer (nood- en hulpdiensten en afvalinzameling). De weg heeft een minimale breedte van 4,80m en kan ingericht worden als fietsstraat. Rondom het autovrije binnengebied moeten voldoende laad- en losplekken gerealiseerd worden, zodanig vormgegeven dat ze niet uitnodigen tot langparkeren. Whitelabel pakketkluizen op logische en door bewoners drukbezochte plekken in de looproutes dragen bij aan het autovrije karakter van het plan.
Verkeer en verblijf in het plangebied Aan de oostzijde van het plangebied komt een nieuwe toegangsweg vanaf de Archimedeslaan, die het plangebied ontsluit. De toegangsweg krijgt het karakter van een stadsweg, waarlangs je op een prettige manier kan bewegen en die goed oversteekbaar is voor voetgangers en fietsers. Om veilig draaien in deze doodlopende weg te faciliteren moet in de noordoostelijke hoek een keermogelijkheid komen, geschikt voor middelgroot vrachtver-
keer (10,40 meter). Aan de zijde van het plangebied wordt de weg begeleid met bebouwing, met entrees en een aantrekkelijke plint die geschikt is voor woon- en niet woonfuncties. Ook het inpandige expeditie hof voor de supermarkt wordt via deze weg ontsloten. De entree naar de oostelijk gelegen parkeervoorziening bevindt zich aan de noordelijke weg rondom het plan en dient inpandig te worden opgelost, zodat deze zo min mogelijk nadelig effect heeft op de omgeving. Voor langzaam verkeer komt er een langzaam verkeer aansluiting (over het water) tussen het plangebied en de Archimedeslaan ter hoogte van het viaduct A28. Nu functioneren de Archimedeslaan en het Daltoncluster als twee losse gebieden en zijn ze erg naar binnen gericht. In het plangebied wordt echter de mogelijkheid gemaakt in de toekomst de twee gebieden beter op elkaar te laten aansluiten voor voetgangers en fietsers.
Parkeren De gemeente heeft de parkeereisen, - normen en de wijze van parkeren van auto’s en fietsen vastgelegd in de parkeervisie ‘Fiets- en autoparkeren in een groeiend Utrecht’ (vastgesteld op 21 november 2021). Vanwege de uitstekende en, nog beter wordende, fiets- en OV-bereikbaarheid worden voor dit plangebied de fiets- en autoparkeernormen gehanteerd die gelden voor ‘zone B1- stedelijk met betaald parkeren’. Om te zorgen dat de mobiliteit ook in de toekomst goed geregeld is, en (toekomstige) bewoners en gebruikers weten wat de mogelijkheden zijn voor parkeren of mobiliteitsalternatieven, moet de ontwikkelaar een mobiliteitsplan aanleveren (zie o.a. artikel 14 en 15 van de Beleidsregel Parkernormen Auto). De kaders uit het mobiliteitsplan worden te zijner tijd uitgewerkt in een mobiliteitsbeheerplan waarmee de ontwikkelaar onder andere de duurzame en structurele beschikbaarheid (financieel en juridisch) van de parkeerplaatsen aantoont, maar ook de geschiktheid van de gekozen parkeeroplossing (parkeerbalans, doelgroepen, toewijzing etc.) en de wijze waarop deelmobiliteit ingezet wordt.