CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

SPvE herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum 15 september.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 2 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Pieter Baan Centrum21.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

ontwikkelen plan voor de herontwikkeling worden gevraagd dat beoordeeld zal worden op basis van de vastgestelde randvoorwaarden en ambities uit het SPvE. De gemeente zal naast het Rijksvastgoedbedrijf en het Atelier Rijksbouwmeester onderdeel zijn van de selectiecommissie. Meer informatie over de verkoopprocedure is te vinden op biedboek.nl.

Het concept SPvE is op 1 juni 2021 door het college vrijgegeven voor reactie en heeft van 3 juni 2021 tot met 4 juli 2021 ter inzage gelegen. De reacties van bewoners en andere belanghebbenden op het concept SPvE zijn opgenomen en beantwoord in een reactienota. De reacties geven geen aanleiding om het SPvE inhoudelijk aan te passen. Het SPvE en de reactienota worden ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.

Bij de verkoopprocedure worden het SPvE en een overzicht van de belangrijkste principes en onderwerpen in de anterieure overeenkomst meegegeven. De uiteindelijke koper werkt het plan vervolgens na afronding van de verkoopprocedure binnen de vastgestelde kaders uit en zal de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Daarnaast wordt een anterieure overeenkomst met de koper gesloten.

Nadat de gemeenteraad het SPvE heeft vastgesteld start het Rijksvastgoedbedrijf de verkoopprocedure. Het Rijksvastgoedbedrijf verkoopt het PBC door middel van een openbare inschrijving met voorselectie. Er is sprake van een voorselectie waarbij onder andere ervaring moet worden aangetoond met projecten van soortgelijke complexiteit en met het ontwerpen, ontwikkelen/ bouwen, financieren, onderhouden/instandhouden of exploiteren/ gebruiken van dergelijke projecten. Ook zal er een visie op het te

8.2

Participatieproces

Wanneer de koper van het complex bekend is, zal die partij samen met de gemeente het participatietraject voor het opstellen van het stedenbouwkundig plan vormgeven. Het niveau van participatie door omwonenden is ‘raadplegen’. Gezien het speciale programma is vroegtijdige binding en betrokkenheid van de toekomstige bewoners en gebruikers wenselijk bij de uitwerking van het programma.

SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum - 73

8.3

Planologisch juridisch proces

Naast dit SPvE wordt een planologische procedure gevolgd omdat het project niet past in het geldende bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan of een uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking is nodig om het project planologisch-juridisch mogelijk te maken. Voor de planologische procedure en de benodigde omgevingsvergunning gelden de wettelijke bezwaarberoepsmogelijkheden.

8.4

Planning

Het SPvE en de reactienota worden ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Met de vaststelling van dit SPvE wordt de definitiefase van het Utrechtse Plan Proces (UPP) afgesloten. De verkoopprocedure van het Rijksvastgoedbedrijf neemt circa 9 maanden in beslag. Wanneer de koper bekend is, zal deze de plannen verder uitwerken in een stedenbouwkundig plan. Vervolgens wordt de bestemmingsplanprocedure gestart. Dit neemt in totaal circa 1 tot 1,5 jaar in beslag.

74 - SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum

Bijlage 1: Visie en uitgangspunten cultuurhistorie B1

Visie

Het is gezien de bijzondere historische betekenis en architectuuropzet van de justitiële inrichting aan de Gansstraat van groot belang om essentiële onderdelen, aspecten van dit complex voor de toekomst te behouden. Ook al zijn gebouwen en terrein (nog) niet formeel als monument beschermd, het gevoelen is breed dat aan de (cultuur)historische waarden recht gedaan moet worden na overdracht aan de toekomstig koper. Die waarden zijn onder meer vastgelegd in het recente cultuurhistorisch onderzoek van Het Oversticht en in teksten binnen het door gemeente Utrecht en het Rijk (RVB, atelier Rijksbouwmeester) onderschreven gemeentelijke SPVE en in andere documenten in het Biedboek RVB. Een succesvolle en toekomstbestendige herontwikkeling vraagt veelal ook ruimte voor aanpassingen en nieuwe toevoegingen. De keuzes die voor (gedeeltelijk) behoud en transformatie gemaakt moeten worden, zowel bij het rond 1900 gebouwde oude complexdeel als bij de nieuwbouw van na de Tweede Wereldoorlog, dienen met inachtneming van enkele cruciale kernkwaliteiten te geschieden. Bij de realisatie van nieuwbouw in het plangebied, partiële sloop en bij het introduceren van nieuwe programma’s in de bestaande en blijvende delen van het complex, is de grondgedachte dat nieuwe waarden op een respectvolle wijze worden toegevoegd aan de bestaande waarden.

Interventies moeten -ook- gericht zijn op cultuurhistorische continuïteit en een juiste balans tussen oud en nieuw, waarbij het integrale eindresultaat zelf ook een (nieuwe) hoge kwaliteit tentoonspreidt. Essentieel is dat uit een voorstel blijkt op welke wijze aan de kernkwaliteiten recht wordt gedaan. De kernkwaliteiten spelen op verschillende schaalniveaus: van het niveau van de stad via het gebouwniveau tot aan het niveau van de architectonische detaillering. Georganiseerd van grote naar kleine schaal worden verschillende kernkwaliteiten onderscheiden. In veel gevallen zal er sprake zijn van wisselwerking tussen de verschillende kernkwaliteiten. Om los te komen van een formele beschrijving en klip-en-klare randvoorwaarden is gekozen voor een meer verhalende vorm om de essentie van het complex te distilleren. Deze narratieve benadering is bedoeld om initiatiefnemers uit te dagen en te inspireren om de ‘geest’ van de vanuit erfgoed relevante onderdelen en/of aspecten van het gevangeniscomplex mee te nemen in de transformatie. Er zijn in de loop van de tijd aanpassingen gedaan in het gebouwencomplex, ruimten samengevoegd en nieuwe volumes toegevoegd. Deze aanpassingen en wijzigingen behoren niet altijd tot de kernkwaliteiten, maar kunnen wellicht wel een rol spelen bij het inpassen van nieuwe functies of het zoeken naar transformatieruimte.

SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum - 75

B2

Uitgangspunten: Beleefbaar en leesbaar erfgoed

De ‘geest’ van het complex wordt in algemene zin op veel punten gekenmerkt door contrasten. Zowel de oudbouw als recentere toevoegingen stralen gezamenlijk alzijdig een ernstige mate van geslotenheid uit. Uiteraard samenhangend met het penitentiaire karakter. Maar ook met de wens om voor de gedetineerden anonimiteit te waarborgen en voor buurtbewoners de confrontatie met gedetineerden te voorkomen. Aan de binnenkant van het complex blijkt juist een fascinerend open wereld van binnenhoven te zijn, die, ware het een stadje of industrieel complex, onmiddellijk tot dwalen zou inspireren. Een contrast is er ook tussen oud en nieuw in architectuurbenadering. De oudbouw is weliswaar in zijn cellenvleugel en met zijn muren streng en gesloten, maar kenmerkt zich ook door rijke architectuurdetails, binnen en buiten. Waarin zich de (meester)hand laat zien van ontwerper Willem Metzelaar. Vanwege de rond 1900 weer sterker benadrukte rol van een penitentiair instituut als ‘ziekenhuis voor de (verwrongen criminele) geest’, kregen dergelijke gebouwen een redelijk vriendelijke presentatie naar de openbare ruimte, hier de Gansstraat. Eerder een school of kliniek dan een cachot. Met voorterrein aan een lommerrijke straat. Het voor het Pieter Baan Centrum gebouwde deel rechts daarvan is ook zeker bedoeld als medisch instituut, observatiekliniek.

Ook hier was de opdracht aan de architecten om de gevels vooral niet op een gevangenis te laten lijken (nadrukkelijk géén tralies) én van

binnenuit juist de relatie met de buitenwereld (Gansstraat) mogelijk te maken door de lange horizontale vensterstroken. Ook binnen in was alles erop gericht de ‘observanten’ een humane, huiselijke omgeving te bieden. Een contrast ook bij de stedenbouwkundige silhouetten. De oudbouw is, als gezegd, aan de straat sober maar stijlvol, maar aan de achterzijde rauw, industrieel haast. Nu extra door verstorende latere ingrepen in die gevel en door vaak onbesuisd aangepaste detaillering en materialisering van de gevangenismuur. Hier is juist het Pieter Baan-gedeelte in silhouet, stapeling van bouwdelen, juist wat frivool te noemen. Hierna worden vanuit de cultuurhistorie kernkwaliteiten en aandachtspunten benoemd die een rol spelen bij transformatie en nieuwbouw en hoe deze opnieuw geïnterpreteerd en verwerkt kunnen worden. De kernkwaliteiten van het gebouwencomplex zijn: • Cellenstructuur in oudbouw, hoe verholen ook. • Rijke architectuur. Binnen en buiten direct afleesbaar in voorgebouw en delen cellenvleugel pand Metzelaar, buiten in tweede instantie afleesbaar en binnen minder bij uitbreiding Magis. • Bijzondere ruimten en buitenruimten • Betekenisvol en soms ook beladen door bijzondere positie in de geschiedenis van de Nederlandse justitie (m.n. Pieter Baan). Ook vanuit de optiek van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog; herdenkingserfgoed.

• Geborgen versus open en veel andere contrasten.

76 - SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum

Cellenstructuur De essentie van het cellulaire systeem was de eenzame opsluiting: in de cel tot inkeer komen, tot ‘penitentie’. Gelukkig met voorzieningen om er menswaardig te kunnen verblijven: goede ventilatie, verwarming, stromend water en een toilet. Destijds luxevoorzieningen die voor veel gewone burgers nog niet beschikbaar waren. Maar het comfort was ook noodzaak omdat het isolement zeer letterlijk werd gehandhaafd, nog eens onderstreept door de dikke muren, de gesloten deur (op een kijkgaatje voor de bewaking na) en het hooggeplaatste raam. Zelfs de belangrijke noodzaak van frisse lucht en beweging - immers een gezonde geest en een gezond lichaam – vond oorspronkelijk in isolatie plaats, getuige de individuele luchtcellen. Isolatie werd gezien als ‘zorg’ en niet als straf. Oorspronkelijk had de oude cellenvleugel een monumentale vide met galerijen op alle etages, en grote (eigenlijk nog integraal aanwezige) vensters op de koppen van dit bouwdeel. Door het dichtzetten van de vides is dit magistrale effect verloren geraakt. Maar (al is het partieel) zeker herstelbaar. Het strafrecht is natuurlijk veranderd en ook het gebruik van de cellen, maar het oorspronkelijke ‘penitentiair’ systeem met de cellen (en luchtcellen) vormt nog steeds een belangrijk aspect van de identiteit van het complex. Daar zou op creatieve wijze weer (nieuwe) invulling aan gegeven moeten worden.

Een opgave die ook elders in Nederland, in de wereld, tot vaak fraaie en tegelijk efficiënte nieuwe oplossingen heeft geleid. Die invulling heeft ook een relatie met de architectonische uitstraling, opzet van het oude cellenblok aan de buitenzijde, in de stad, in de toekomst. Het silhouet van dit blok, in zichzelf maar ook in relatie tot het voorgebouw van Metzelaar, maar ook in relatie tot de directe omgeving (dienstwoningen, terreinafgrenzing

door muur, de Kromme Rijn) is waardevol en daar moet bij visie- en planvorming recht aan gedaan worden. In materialisatie, behoud van silhouet, ritmiek, details in de dakzone en meteen als antwoord op de vraag hoe om te gaan met de karakteristieke enorme en waardevolle vensters op de twee koppen van dit bouwdeel. Vrijer zou omgegaan kunnen worden met de omvang en materialisatie van de vensters en ramen van de cellen. Hier is al veel aangepast. Een –met behoud van de juiste harmonie in compositienieuwe aanpassing, zeker aan de rivierzijde, lijkt mogelijk, mits van intelligentie, harmonieuze ontwerpkracht getuigend. Daarmee kan wellicht ook meer ruimte gegeven worden aan de invulling van de cellenstructuren achter de gevel. Ook kan de enigszins verminkte, nu nog weinig sprekende gevel aan de rivierzijde daardoor meer ‘smoel’ krijgen. Rijke architectuur Het complex heeft, zowel binnen als buiten, op zeer veel plaatsen vanuit architectuur- en bouwgeschiedenis bezien, bijzondere tot (zeer) waardevolle kwaliteiten. In het cultuurhistorisch onderzoek en in de SPVE plus andere biedboek-elementen wordt dit nauwgezet omschreven.

In het Metzelaar-gedeelte zijn in het voorgebouw zowel in plattegrond-structuren en doorsneden als in de aankleding, detaillering en materialisering van de interieurs veel waarden aan te treffen, die in de visie- en planvorming ook gerespecteerd dienen te worden door en bij handhaving en herstel. En daar waar ingrepen worden uitgevoerd moeten die op dusdanige wijze worden ontworpen en uitgevoerd, dat op intelligente en creatieve wijze een antwoord wordt gegeven op de vraag om aan genoemde waarden recht te doen.

SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum - 77

Het exterieur van de Metzelaar-bouw, zeker het voorgebouw, is eveneens rijk. Hier dient een grote mate van terughoudendheid bij aanpak worden getoond, ook bij ingrepen m.b.t. duurzaamheid etc. Ingrepen bij vergelijkbare gebouwen laten zien dat ook dan met slimme middelen en ontwerpen een goed oplossing te realiseren is. Als het om de architectuur van het cellenblok gaat (en indirect het tussenlid); daar zijn de hoofdlijnen van de opzet te bewaren, terwijl voor het cellenblok bij punt 2 al de basis-uitgangspunten waarop beoordeeld gaat worden, benoemd zijn. Ten aanzien van het Magis-gebouw liggen de nuances anders. Ook hier is sprake van een duidelijke opzet met een voorzijde (Gansstraat), tussenlid en achtervleugel. Uitgangspunt is behoud van de voorvleugel. Tussenlid en achtervleugel mogen vervangen worden door nieuwbouw, maar hergebruik is ook mogelijk. De architectuur behoort tot de periode Post ’65, die momenteel landelijk in de belangstelling staat. Het ontwerp van Magis & Witlox heeft architectonische karakteristieken die eigen zijn aan de tijd waarin het is gebouwd. Tegelijkertijd was de opdracht aan de architecten om een gebouw te ontwerpen, dat nadrukkelijk niet als een reguliere gevangenis mocht worden ervaren. Het resultaat is een enerzijds ‘stoer’ gebouw, dat tegelijk door zijn horizontaliteit goed past in het ensemble aan de Gansstraat.

Kenmerkend voor de architectuur is de horizontale geleding van de gevels met de strokenramen, de subtiele verticale accenten in siermetselwerk (blauwe baksteen), het materiaalgebruik (zandsteenkleurige baksteen en grindbeton) en de diverse detailleringen in grindbeton. Door de nadrukkelijk afgeronde vormgeving van de noodtrappenhuizen zijn deze beeldbepalende elementen aan de zijde van de Oosterspoorbaan.

Bij hergebruik van het (voor)gebouw zal beoordeeld worden hoe met deze karakteristieken wordt omgegaan. Bijzondere (buiten)ruimten In het complex is een aantal bijzonder binnen- en buitenruimten te onderscheiden die ook vanuit cultuurhistorisch perspectief een (hoge) waarde hebben. Hierboven is al gewezen op de aanwezigheid van bijzondere architectuur in en aan de voorbouw van het Metzelaar-gedeelte. Hier dient met respect mee omgegaan te worden. Extra aandacht verdient de voormalige kerk op de zolder daar, die ook in de Tweede Wereldoorlog, naar gesteld wordt, als Duitse rechtbank gebruikt is. Ook de regentenkamer lager in deze vleugel verdient extra aandacht. In de cellenvleugel zijn in de visie en plannen naast de eerdergenoemde hoofdstructuur van de cellen en voormalige vide ook individuele ruimten aan te wijzen die extra aandacht behoeven bij visie- en planvorming. Zoals een representatief aantal cellen die als zodanig herkenbaar zouden moeten blijven, dus inclusief gewelf, substantieel deel van de tussenwanden etc. De voormalige vide is in de plattegrond ook nog aanwezig en daardoor dient een intelligent creatief voorstel voor de omgang met dit gegeven opgesteld te worden. In het Metzelaar-deel van het terrein maar evenzeer in het Magis-deel is een reeks opvallende binnenhoven aanwezig.

Deze hebben ruimtelijk vaak een bijzondere kwaliteit, gedeeltelijk ook bezien vanuit erfgoedperspectief. Volledig dichtzetten zou bijvoorbeeld zowel het ‘verhaal’ van de justitiële inrichting als de architectuur van de bouwdelen kunnen schaden. In alle delen van het complex is de aanwezigheid van de muur en in veel gevallen ook de fysieke bouwsubstantie zelf, essentieel voor het ruimtelijk begrip van de

78 - SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum

geschiedenis. Hier dient dus prudent mee omgegaan te worden. Hetgeen gedeeltelijke doorbreking en/of vervanging in andere materialisering niet in de weg staat - mits prudent, intelligent en in verhouding gerealiseerd. Voor het Magis-deel ligt dit iets complexer. In het gebouw zijn enkele bijzondere ruimten aanwezig, zoals de kapel en enkele cellen. Ook de binnenplaatsen behoren tot de bijzondere ruimten. In een aantal van deze ruimten is de integrale benadering van de kunstwerken (nog) herkenbaar, al zijn belangrijke kunstwerken niet meer aanwezig. Nu nog herkenbaar zijn (restanten) van het wandreliëf van Tom Blommerde in de kapel en de abstracte kleurvormen die Felix van de Beek aanbracht op de muren van de binnenplaatsen en enkele deuren. In het interieur zijn alle ruimten verbonden geweest aan de diverse functies, waaronder ook enkele cellen in de voorbouw. Deze structuur is echter niet van een zodanige waarde, dat hieraan vastgehouden dient te worden. Wel dient het als aanbeveling om te zoeken naar interessante oplossingen om de nog aanwezige kunstwerken een tweede leven te geven bij de herbestemming. Hetzelfde geldt voor de stalen binnenpuien die zo karakteristiek zijn voor het interieur. Hergebruik hiervan draagt ook bij aan circulair gebruik.

Betekenisvol Het complex en zijn onderdelen heeft en hebben een betekenisvol en soms ook beladen karakter door de bijzondere positie in de geschiedenis van de Nederlandse justitie (m.n. Pieter Baan). Maar ook vanuit de optiek van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog; herdenkingserfgoed. Zowel bezien vanuit de geschiedenis van het ‘traditionele’ gevangeniswezen als vanuit de historie van de zeer bijzondere, voor Nederland unieke functie die na de Tweede

Wereldoorlog hier kwam (Pieter Baan Centrum c.a.) is het complex, de plek, vol betekenissen voor Nederland, en Utrecht. Daarnaast heeft het complex in de Tweede Wereldoorlog, vanwege de functie als speciale penitentiaire inrichting van de Bezetter en zijn handlangers en door de functie van Duitse militaire rechtbank, een bijzondere, soms beladen positie in stad en land. Hieromheen zijn ook veel verhalen gesponnen, soms betrouwbaar soms (nog) troebel. Dit herinnerings- en herdenkingsaspect vormt op dit moment ook landelijk een zeer actueel speerpunt in het beleid voor erfrecht, beschermd of niet. Met al deze aspecten, grotendeels benoemd in het recente cultuurhistorisch onderzoek, dient op intelligente, creatieve, prudente wijze omgegaan te worden bij visie- en planvorming. Geborgen versus open De geslotenheid van de muur speelt een grote rol aan de zijde van rivier en voormalige spoorbaan. De muur fungeert hier ook als de bewaarder van het geheim: je kunt niet zien wat er zich achter afspeelt. Achter de muur is een bijzondere binnenwereld, een hof, een beschut plein. Muren zijn wellicht afwerend bedoeld, maar ze geven ook geborgenheid. Het ontdekken van een ‘verborgen wereld’ kan een manier zijn van omgaan met de muur, waarbij de geslotenheid en eventuele nieuwe openingen een overtuigend verhaal zullen gaan vormen.

Daarom is, als hierboven al gesteld, een intelligent antwoord nodig op de vraag hoe met inachtneming van de cultuurhistorische waarden, materieel en immaterieel, om te gaan met de muur en tegelijkertijd een nieuwe ruimtelijke en functionele connectie tussen de rivier, de lansgzaamverkeersroutes daar en de pleinen, de hoven erachter tot stand te brengen.

SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum - 79

Maar ook verder binnen het complex zelf, in alle delen, vormt de opzet met pleinen en hoven een essentieel onderdeel, ook vanuit erfgoedperspectief, van het waardenpakket. Een goede balans tussen behoud, karakterversterking, alternatieve oplossingen en nieuwe creaties wordt verwacht in visies en plannen. Contrasten ook in architectuur, met name in de gevels. Ook dat zijn essenties van het geheel waar recht aan gedaan moet worden. De rijkdom tot in details van Metzelaar, de sobere strakheid van Magis. Hoe lost de toekomstig koper dit op, in de zin dat antwoord gegeven wordt op de vraag hoe deze karakteristiek in visie- en planvorming recht te doen. Door behoud, herstel en nieuwe ontwerpen.

80 - SPvE Herontwikkeling voormalig Pieter Baan Centrum

Bijlage 2 - Voorbeeldberekening benodigd aantal parkeerplaatsen In de voorbeeldberekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

• • • • • • • •

Voor de doorrekening van het SPvE is op dit moment uitgegaan van de parkeernormen zoals opgenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe parkeervisie. De stukken liggen eind 2021 ter besluitvorming bij de Raad (Parkeervisie en modules Parkeernormen en Aanpak betaald parkeren). Het nog op te stellen bestemmingsplan en het bouwplan moeten bij besluitvorming voldoen aan de dan geldende parkeernota. Woningen 10.000 m2 bvo: 35% sociale huur (woningen van 55 tot 80 m2 bvo), 30% middenhuur (woningen van 55 tot 80 m2 bvo) en 30% vrije sector (de helft woningen van 80 tot 130 m2 bvo, andere helft woningen >130m2 bvo) Culturele broedplaats 3.000 m2 Horeca 500 m2 Maatschappelijke functie 500 m2 Kantoor 1.500 m2 Volledig dubbelgebruik parkeerplaatsen tussen de verschillende functies (wonen, broedplaats, horeca, werken) Aftrek door deelmobiliteit -30% Aftrek door meer fiets parkeerplekken -10%

NB. Aan deze voorbeeldberekening kunnen geen rechten ontleend worden.

Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=16017fe9-6c8b-47e1-b6f4-bf5406836ecd