SPvE Camera Obscuradreef – De Mix d.d. 31 maart 2021.pdf
Tekst van het document
•
• •
Voor de fiets geldt behalve de parkeernorm ook de mogelijkheid om een gezamenlijke fietsenberging voor woningen > 50 m² in appartementsgebouwen te bouwen als wordt voldaan aan een gelijkwaardige oplossing (bouwbesluit). Berekening voor aantal parkeerplaatsen Nota Stallen en Parkeren Nieubouw 180 woningen
198
Sloop 80 woningen
-100
Addendum (25% aftrek)
-50
Toe te voegen parkeerplaatsen
48
34 - Camera Obscuradreef
Kaart: Voorbeelduitwerking parkeerplaatsen in plangebied. Alle parkeerplaatsen worden in het planebied gerealiseerd op maaiveld.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 35
Afbeelding: Inrichtingsprincipes Taagdreef e.o. Legenda:
4.6
Openbare ruimte
Kwaliteit De kwaliteit van de openbare ruimte is vastgelegd in de Kadernota Openbare Ruimte (KOR). Het gaat daarbij om gebruik, inrichting en beheer. Het plangebied valt in het basisniveau ‘Domstad’ met een standaard voor algemeen gebruik, inrichting en beheer. Daarbij zijn een aantal belangrijke principes leidend voor ruimtelijke kwaliteit: duurzaamheid, klimaatbestendig, toegankelijkheid, gezonde leefomgeving en ondergrond. Het plangebied ligt binnen de pilot Herinrichting Taagdreef e.o. De pilot beoogt de openbare ruimte integraal te verbeteren en duurzamer te maken. Daarbij zijn de hoofddoelen: Groot onderhoud van de openbare ruimte. Wegen veiliger maken. Minder verharding en meer groen. Regenwater zoveel mogelijk laten infiltreren in de bodem, in plaats van afvoeren op het riool. Openbare ruimte leefbaar maken: het is er prettig om te lopen, fietsen en te verblijven. Het project van de Camera Obscuradreef is geen onderdeel van het project Herinrichting Taagdreef e.o., maar voor het project Camera Obscuradreef zijn dezelfde hoofddoelen van toepasing. De hoofddoelen zijn uitgewerkt in een concept Integraal Programma van Eisen (IPvE) en een concept Functioneel Ontwerp (FO) van project Herinrichting Taagdreef e.o. Hierin zijn principe-profielen en het materiaalgebruik opgenomen. Naast het KOR en het IPvE/ FO Herinrichting Taagdreef e.o.
is voor de openbare ruimte van de Camera Obscuradreef het Handboek Openbare Ruimte uitgangspunt voor de herinrichting van de openbare ruimte. Alle veranderingen in de openbare ruimte moeten voldoen aan het gestelde kader. De commissie Beheer Inrichting Gebruik (BInG) ziet er op toe dat projecten conform het handboek openbare ruimte zijn. Het inrichtingsplan
• • • • •
36 - Camera Obscuradreef
Afbeelding: Uitsnede uit de actualisatie Stedelijke Groenstructuur (2030). Legenda:
(VO/ DO en bestek) wordt vroegtijdig voorgelegd aan de BInG. Afwijkingen zijn alleen mogelijk na goedkeuring van de BInG. Areaal openbare ruimte De sloop/ nieuwbouw heeft tot gevolg, dat grenzen openbaar en privé gaan wijzigingen. Zo worden de garageboxen gesloopt en omgezet naar openbare parkeerplaatsen. Daarnaast is voor de herontwikkeling de ruimte achter de Vader Rijndreef nodig voor het realiseren van parkeerplaatsen. Dit vergroot de mogelijkheden voor het vergroenen van het centrale plein. Rond het appartementencomplex van Mitros aan de Taagdreef zijn bij de renovatie op de begane grond nieuwe woningen gerealiseerd. Bij de woningen zijn achtertuinen gemaakt. De wijzigingen van deze ingrepen leiden tot een toename van het openbaar gebied. Inrichting
Groenstructuur
De Actualisatie groenstructuurplan 2017-2030 heeft de volgende opgaven: stad en land verbinden, meer kwaliteit en meer groen in de stad en meer groen om de stad, groen en blauw voor ‘gezonde verstedelijking’ en ‘klimaatadaptatie’. In het plan zijn de bestaande en wenselijke stedelijke groenstructuren vastgelegd in de kaart Visie Groenstructuur 2030. Hier willen we het groen en de ecologie behouden en liefst dat van vanuit ander groen in de omgeving wordt aan gesloten, zodat mensen, dieren en planten vanuit bijvoorbeeld binnentuinen naar de groenstructuur komen en terug. Direct buiten het plangebied aan de Brammendreef ligt langs het spoor een groenstrook, dat is aangemerkt als uitbreiding groenstructuur en een bestaande groene verbinding. Vanuit de buurt maken we twee (groene) verbindingen naar deze groenstructuur.
Groen
De herontwikkeling kan bijdragen aan de opgaven “Gezonde Stad” en “Klimaatverandering”. Voor de klimaatopgave is meer groen nodig voor de opvang van water en verkoeling in de stad. Bij de herinrichting wordt
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 37
daarom gezocht naar mogelijkheden om meer groen te maken en te verbeteren. Straten, pleinen en binnenterreinen, daken en gevels worden daarbij zo groen mogelijk ingericht, volgens het principe ‘groen, tenzij’ (dit niet kan vanwege functionaliteit). Hiervoor gelden de volgende richtlijnen: Zorg dat groen zoveel mogelijk aansluit op de stedelijke hoofdgroenstructuur; Maak per huishouden een groene plek op maximaal 50 meter afstand; Zorg dat elk huishouden met tenminste één raam zicht heeft op groen Maak maximaal 50% van de openbare ruimte verhard; Maak minimaal 50% van de daken groen; Maak minimaal 10% van de gevels groen; Maak nieuwe beplanting (bij voorkeur inheems) aantrekkelijk voor mens en dier; Maak overgangen tussen hoog en laag groen: bomen, struiken, bloemrijke bermen en gras; Maak erfafscheidingen zoveel mogelijk groen met hagen en klimplanten; Maak geveltuinen als voortuinen niet kunnen of gewenst zijn; Zorg dat groen en verlichting langs wegen waar bomen staan zo is ingericht dat een doorgaande vliegroute van vleermuizen mogelijk is.
• • • • • • • • • • •
Diervriendelijk bouwen
De gemeente heeft ook ambitie om diervriendelijk te bouwen. Onder “diervriendelijk” bouwen wordt verstaan: bouwen met relatief kleine ingrepen, die verblijfsplekken creëren voor verschillende dieren in het stedelijk landschap. Met “diervriendelijk” bouwen wordt de biodiversiteit van de stad vergroot. Richtlijn hierbij is één verblijfplaats voor gierzwaluw, huismus of gewone dwergvleermuis per huishouden.
Bomen
In het Bomenbeleid Utrecht (2009) zet de gemeente Utrecht in op meer volwassen bomen en een groter belang van bomen in ruimtelijke projecten. Bomen dragen in belangrijke maten bij de klimaatopgave (zie vorige paragraaf ‘groen’). Een zorgvuldige afweging voor behoud, verplanten, herplanten of kappen is daarbij van belang. Indien het kappen van de bomen noodzakelijk is, vindt compensatie plaats zoveel mogelijk binnen het plangebied. Het VO inrichtingsplan is de basis waarop deze afweging plaats vindt. Voor de bomeninventarisatie zie bijlage 3. Bomen kunnen bijdragen aan de identiteit van het woonveld. Vanuit de oorspronkelijke gedachte van Overvecht werd daarbij onderscheid gemaakt in bomen in het groene raamwerk (landschappelijke bomen) en de buurten (kleinere bloeiende bomen). Met het oog op grote diversiteit gaat de voorkeur uit naar zoveel mogelijk inheemse bomen.
Beschermde plant- en diersoorten
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is er een natuurtoets nodig of er: beschermde soorten voorkomen in het plangebied, verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden dan wel vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is. Naast de soorten uit de Wet natuurbescherming moet ook in de natuurtoets ook rekening worden gehouden met een aantal dier- en plantsoorten in Utrecht. Welke soorten dit zijn staat in de natuurwaardekaart in de nota Utrechtse soortenlijst ( 2018). Vanuit de Natuurwaardenkaart is bekend dat in het plangebied de volgende beschermde dier- en plantensoorten voorkomen: egel, gewone dwergvleermuis huismus en de Utrechtse soort tongvaren. In de parkzone (groenstrook) langs de van Brammendreef leeft de Utrechtse soort kleine karekiet. En hier groeit Natuurlijk Hooiland dat beschermd wordt als Utrechtse soort. De boomkruiper leeft vlakbij het plangebied en de groenstrook.
38 - Camera Obscuradreef
Op 1 september 2020 is door Royal Haskoning een quickscan flora en fauna gedaan. Conclusies en aanbevelingen die hieruit komen zijn de volgende: Om te weten of herontwikkeling van woningbouw hier een negatief effect heeft op Natura 2000 gebieden, dient een berekening van stikstofdepositie in AURIUS-calculator uitgevoerd ter worden. Wettelijk beschermde soorten Het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren (steenmarter) en vleermuizen (zowel in de te slopen en/of de te renoveren bebouwingen als mogelijk in de te kappen bomen), algemene broedvogels of amfibieën is niet uitgesloten of zelfs te verwachten. Voor deze soortgroepen kunnen mogelijk negatieve effecten optreden, welke leiden tot overtredingen van verbodsbepalingen. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of deze soorten en/of functie voorkomen in het plangebied, waarna een effectbeoordeling kan worden opgesteld. Indien de ingreep leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen, zijn het opstellen van een activiteiten- of mitigatieplan en het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk. Utrechtse soorten De voorgenomen ontwikkeling biedt wel kansen om de soorten van de Utrechtse soortenlijst een kans te geven in het plangebied. Merel is de enige soort van deze lijst die in het plangebied is waargenomen.
Bij het vergroenen van het terrein kan gedacht worden aan het inzaaien van grote borders met nectarplanten en mogelijk ook het plaatsen van muurtjes om tongvaren een geschikt substraat te bieden. Het onderhouden van deze elementen dient daarnaast te worden afgestemd op de vereisten van deze bijzondere soorten.
• •
•
Ondergrond De ondergrond biedt kansen voor de duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, parkeerkelders). Bij de plannen wordt
geadviseerd het ondergronds ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds- en bovengrondsgebruik geen belemmering of nadelige invloed op elkaar heeft. De ondergrond is op veel plaatsen erg vol. Er moet zo vroeg mogelijk rekening gehouden worden met het zorgvuldig inpassen van nieuwe functies, bijvoorbeeld warmtenetten, kabels en leidingen, bomen, afvalcontainers met een bijbehorende bodemstructuur. Vergroening is goed voor een gezonde leefomgeving, voor waterberging of beperken hittestress, zeker wanneer dit samen gaat met een gezonde, levende en voedselrijke bodem met veel organische stof (betere sponswerking van de bodem). Zandbanen bij leidingen en riolering zorgen voor een snelle waterafvoer bij piekbuien, maar niet voor het vasthouden van water. Funderingslagen onder wegen zijn nodig voor zwaar verkeer, maar leveren geen voedingsstoffen. De ondergrond maakt deel uit van wateren voedselkringlopen en aandacht hiervoor is nodig. Bij sloop kan ruimte worden gecreëerd in de ondergrond door niet meer in gebruik zijnde obstakels te verwijderen.
Archeologie en monumenten
Er zijn binnen het plangebied geen archeologische waarden.
Bodemkwaliteit
Het project moet voldoen aan de eisen uit de Wet Bodembescherming. Voor de omgevingsvergunning moet er met een verkennend bodemrapport volgens NEN 5740 worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de geplande functies. Het bodemrapport mag niet ouder zijn dan 4 jaar. In het plangebied liggen gedempte sloten. Het grondwater in de zuidoostelijke hoek van het plangebied is verontreinigd. Dit kan consequenties hebben voor bemaling tijdens de bouw. In 2010 is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Camera Obscuradreef ter plaatse van deelgebied 1. Hierbij zijn licht tot matige verontreinigingen aangetroffen. In 2002 is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd bij het squashcentrum aan de Taagdreef.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 39
Ook hier zijn geen ernstige verontreinigingen aangetroffen. Voor de herinrichting van de openbare ruimte, ter plaatse van de te slopen panden en de nieuwbouw moet er actueel bodemonderzoek worden uitgevoerd. Bij grondverzet moet rekening gehouden worden met de toepassingseis woonkwaliteit (Nota bodembeheer 2017-2027).
Grondwater
Het project bevindt zich in de dynamische zone van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Dit betekent dat er bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en aanleg van bodemenergiesystemen een dieptebeperking geldt tot de scheidende laag tussen het 1e en 2e watervoerend pakket op circa 50 m-mv. Bij verplaatsing van nabij gelegen grondwaterverontreinigingen kan aansluiting worden gezocht bij het Gebiedsplan. In het plangebied is aan de noordzijde een peilbuis aanwezig van het meetnet van het Gebiedsplan. Uitgangspunt is dat deze peilbuis intact gehouden wordt.
Drooglegging
In de wet Verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken heeft de gemeente de zorgplicht voor het voorkomen en oplossen van structurele grondwateroverlast in openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen streeft de gemeente in openbaar gebied naar een afstand tussen maaiveld en maximale grondwaterstand van minimaal 0,7 m. HDSR adviseert om een drooglegging van 1 meter ten opzichte van het hoogste oppervlaktewaterpeil te hanteren. Alleen als aan deze eis niet voldaan wordt en hierdoor daadwerkelijk overlast ontstaat neemt de gemeente maatregelen en zamelt zij overtollig grondwater van particuliere percelen in. Het maaiveldniveau in het plangebied ligt rond de NAP +1,60 m. De huidige gemiddelde grondwaterstand in het eerste watervoerend pakket ligt rond de NAP -0,10 m. Na hevige neerslag kan de grondwaterstand in het eerste watervoerend pakket stijgen tot circa NAP +0,10 m. Het openbaar gebied voldoet dus momenteel ruim aan de gemeentelijke ontwateringsdoelstelling. In het gebied is inzameling en afvoer van
overtollig grondwater van particuliere percelen niet aan de orde. (Parkeer) kelders moeten boven de maximaal optredende grondwaterstand liggen of waterdicht zijn.
Kabels en leidingen
Er is een kabels- en leidingeninventarisatie (zie Bijlage 1: KliC-melding, 23-7-2020) gemaakt. Bij de planontwikkeling wordt hier mee rekening gehouden. Het riool gaat vervangen worden. Dit biedt mogelijkheden om het riool eventueel te verplaatsen naar een plek die gunstiger is voor bovengrondse of andere ondergrondse functies. De randvoorwaarde is dat het riool maximaal 15 meter uit de erfgrens ligt en minimaal 3 meter tot bomen. Materialen
Verhardingen
De verharding is de komende 20 jaar toe aan vervanging. Dit is het moment om de auto in Overvecht een minder prominente plek in de straat te geven. Door wegversmalling, maar ook door het gebruik van materialen, die meer verblijf uitstralen. In de verhardingskaart van het Handboek Openbare Ruimte is dat uitwerkt. Met de pilot Herinrichting Taagdreef e.o en het project Camera Obscuradreef wordt een begin gemaakt om Overvecht een ander aanzien te geven. Volgens verhardingenkaart valt het gebied onder Buitenstad - Overvecht: de rijbaan gebakken klinkers, parkeerplaatsen (filtrerende) klinkers en stoep 30/30 tegels met Domstad kwaliteit. Voor de gebieden waar de auto te gast is wordt voor de rijbaan gewerkt met verharding, die refereert aan voetgangers: 20 x 20 of 30 x 30 tegels.
Verlichting
Voor de verlichting in de verblijfsgebieden wordt gewerkt met een lage mast met het zgn. Chinees hoedje armatuur, die elders ook in Overvecht is toegepast.
40 - Camera Obscuradreef
4.7
Duurzaamheid
Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente Utrecht bij projectontwikkeling duurzaamheidsambities onderverdeeld op de volgende onderdelen: Energie, GPR gebouw, Circulair bouwen en klimaatadaptatie. In deze paragraaf staan de ambities beknopt weergegeven. Naast deze specifiek benoemde duurzaamheidsthema’s dient rekening gehouden te worden met het thematische beleid zoals opgenomen op https://omgevingsvisie.utrecht.nl. Energie De gemeente Utrecht wil zo spoedig mogelijk klimaatneutraal zijn, waaraan alle partijen een relevante bijdrage moeten leveren. Voor bouwprojecten betekent dit energieneutraal of beter te bouwen. Gebruik van aardgas wordt niet toegestaan. Concrete invulling van energieneutraal bouwen wordt uitgelegd in het Utrechts Energieprotocol. Samenvattend komt het neer op het volgende:
Warmte- en koudevraag
De energiebehoefte (BENG 1) wordt zo laag mogelijk gemaakt. Ambitie is daarnaast dat het plan / over het jaar gekeken zelfvoorzienend is in de warmte- en koudevraag van de bebouwing. Verder is de ambitie dat de eindgebruiker comfort ervaart en geen hoge energielasten heeft.
Elektriciteitsvraag
Gemeentelijke ambitie is dat de bebouwing jaarlijks evenveel hernieuwbare elektriciteit opwekt als nodig is om te voorzien in de jaarlijkse energievraag. Dit is gebouwgebonden energievraag, gebruikersgebonden energievraag en openbare ruimte in het gebied. Als het niet mogelijk is om binnen het plangebied voldoende hernieuwbare elektriciteit op te wekken om aan de gemeentelijke ambitie te voldoen dan zoekt de gemeente buiten het gebied naar opweklocaties om, indien zij dat zelf wenst, alsnog aan haar eigen ambities te voldoen.
Integrale duurzaamheid Het middel GPR Gebouw wordt gebruik om de duurzaamheid van een ontwerp integraal te toetsen. Dit wordt uitgedrukt via een rapportcijfer op de onderdelen Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit, en Toekomstwaarde. Door van deze vijf onderdelen het gemiddelde te nemen wordt he eindcijfer bepaald. De gemeente Utrecht houdt hier als ambitieniveau een 8,0 aan als gemiddeld eindcijfer. Gebruik hiervoor GPR Gebouw 4.3. De gemeente kan hiervoor kosteloos een licentie verschaffen. Circulair bouwen In Utrecht is circulair bouwen de norm, zoals gesteld in motie 252 te 2016. Binnen de gemeente Utrecht vullen we circulair bouwen in door op de onderstaande drie fases van de bebouwing te sturen. Op alle drie onderdelen vragen we invulling.
Ingaande materialenstroom
De ingaande materialenstroom wordt getoetst op milieueffecten door deze met een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) berekening te berekenen. De MPG maakt een levenscyclusanalyse van de toegepaste materialen en installaties en drukt dat uit in een schaduwprijs per m² bruto vloeroppervlak per jaar. De schaduwprijs is een fictieve prijs die de kosten aangeeft om de milieuschade ongedaan te maken en is gestoeld op wetenschappelijk onderzoek. Hoe lager de schaduwprijs, hoe beter dus. Binnen gemeente Utrecht willen we een schaduwprijs van ten hoogste €0,80/m²bvo.jr op basis van de wettelijke eisen en niet op basis van gerealiseerd project, en hebben de ambitie deze zo snel mogelijk naar €0,60/m²bvo.jr te brengen. Dit kan o.a. bereikt worden door milieuvriendelijker materialen toe te passen, minder materialen toe te passen, of hergebruikte materialen toe te passen. Volgens het bouwbesluit hoeft alleen datgene ingevoerd te worden om aan de bouwbesluiteisen te voldoen (bijv. EPC 0,40). Ook is volgens het
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 41
bouwbesluit alleen bij woningen en kantoorgebouwen een MPG berekening vereist.
Aanpasbaarheid in de gebruiksfase
Door zo te ontwerpen dat het gebouw makkelijk aangepast kan worden, wordt de milieubelasting van de aanpassingen verlaagd en de levensduur van het gebouw verlengd. Dit kan bijvoorbeeld door ruimtelijke indeelbaarheid te vergroten, of overmaats te ontwerpen. Makkelijk bereikbare installaties zijn belangrijk. Denk ook aan hoe het gebouw in een andere gebruiksfunctie zou functioneren. Indien van toepassing, zou een kantoor gemakkelijk getransformeerd kunnen worden naar woningen?
Herbruikbaarheid na gebruiksfase
Aan het einde van de gebruiksfase wordt een gebouw normaliter gesloopt. Een circulair gebouw wordt gedemonteerd en de vrijgekomen materialen / constructies worden ter beschikking gesteld voor een nieuw bouwproject. Om dit te bewerkstelligen is het ten eerste van belang dat het gebouw zo demontabel mogelijk wordt ontworpen. Ten tweede moeten de vrijkomende materialen herbruikbaar zijn, dus giftige of anderzijds eenmalig bruikbare materialen moeten vermeden worden. Ten derde is het van belang dat de materialen in het gebouw opgeslagen zijn in een paspoort. Dat laatste is van belang omdat zonder kennis van de opgeslagen materialen in het gebouw de waarde ervan verloren gaat. Klimaatadaptatie en dakenvisie De klimaatwetenschappen tonen aan dat de aarde opwarmt, dat klimaatpatronen verschuiven en extremen in weer toenemen. Voor Nederland betekent dit dat in de toekomst langere periodes met hoge temperaturen worden verwacht, onderbroken door intensievere regenbuien in vergelijking met hedendaags. Binnen stedelijk gebied leidt dit met name tot uitdagingen op het gebied van voldoende waterberging en beperken hittestress in gebouwen en openbare ruimte.
In het plan wordt een onderbouwing gevraagd op hoe het plan bijdraagt aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress, maar ook het borgen van leefbaarheid voor flora en fauna binnen de gebouwen en in de openbare ruimte. De gemeente werkt momenteel aan een klimaatvisie en een hiermee samenhangende visie voor water- en riool. Het doel is de stad zo klimaatadaptief mogelijk in te richten, zowel op het gebied van hemelwater als hittestress. De pilot Herinrichting Taagdreef e.o, waar het plangebied van deel uit maakt, loopt hier al op voor. Het is dan ook logisch dat deze planontwikkelling hier op aansluit.
Hemelwater
De ambitie is 100% van het regenwater in het gebied zelf op te vangen. Daarbij gaat het om het vasthouden van het regenwater enerzijds en het juist voorkomen van schade bij hevige neerslag anderzijds. Vasthouden: Om het water optimaal vast te houden in het gebied worden de mogelijkheden in de onderstaande voorkeursvolgorde onderzocht 1. Bovengrondse infiltratie (bijvoorbeeld en bij voorkeur door verlaagd groen); 2. Ondergrondse infiltratie; 3. Afvoer naar oppervlaktewater; 4. Afvoer naar de rioolwaterzuiveringsinrichting. De bestaande riolering in het plangebied staat vanwege zijn leeftijd op het programma om vervangen te worden. Van een gemengd rioleringssysteem gaan we over naar een systeem waarbij water bovengronds vastgehouden wordt in het gebied voor infiltratie en bij extremen afgevoerd wordt naar oppervlaktewater. Omdat hemelwater schoon is, is geen afvoer naar de zuivering noodzakelijk. Dat betekent aparte leidingen voor huishoudelijk afvalwater en een apart leiding voor regenwater. Voor deze laatste is het de bedoeling dat in de pilot
42 - Camera Obscuradreef
Kaart: Bestaande situatie wateroverlast neerslag 80 mm/u (stresstest).
Herinrichting Taagdreef e.o dit wordt uitgevoerd als een IT-riool (infiltratie transport) t.b.v. de bovengrondse infiltratie, maar er is ook onderzoek naar mogelijkheden voor bijv. infiltrerende verharding. Het afvalwater van de nieuwbouw wordt onder vrij verval aangesloten op de nieuw aan te leggen openbare riolering. De rioolcapaciteit behoeft hiervoor niet te worden uitgebreid. Het hele plangebied - bestaande en nieuwe bebouwing – moet worden aangesloten op het aan te leggen gemengde rioleringssysteem (bestaande in ieder geval een uitlegger van riool richting woning). Alle woningen, tenzij boven elkaar gelegen, krijgen een aparte huisaansluiting. De noodzaak van riool vervanging geeft de kans om het riooltracé aan te passen op het bovengrondse ontwerp. Er moet wel rekening worden gehouden met de aansluitingspunten van de te handhaven bebouwing. Om vervuiling van afstromend hemelwater te voorkomen, stellen gemeente en HDSR eisen aan de kwaliteit en behandeling van het afstromende oppervlak. Deze eisen zijn: Zo min mogelijk gebruik van uitloogbare materialen, zoals zink, koper en lood. Geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Geen directe lozing van verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater.
• • •
Voorkomen wateroverlast: We richten het gebied zo in dat er ook bij een zeer extreme regenbui geen waterschade optreedt in het plangebied. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn om een extreme buien in het gebied te verwerken zonder schade door instromend regenwater aan woningen, gebouwen en infrastructuur. Ook mogen er geen gezondheids- of veiligheidsrisico’s zijn, bijvoorbeeld door opdrijvende putdeksels. Dit geldt voor zowel straten als binnenterreinen. Daarbij wordt rekening gehouden met 2 ontwerpbuien: Een bui van 1x/1 jaar: dit is een bui van 20 mm in één uur; Een bui van 1x/100 jaar: dit is een bui van 80 mm in één uur.
• •
De stresskaart van de bestaande situatie wateroverlast bij een neerslag 80 mm/uur laat de mate van water op straat zien. Deze laat weinig schadelocaties zien. Schadelocaties zijn locaties waar het water tegen de gevel aan komt. Dit komt alleen voor aan de achterzijde van de bestaande flats in de Camera Obscuradreef. Voor het plangebied kan daarom volstaan worden met een minimaal vloerpeil van 0,15 m boven straatpeil, daarmee zal het niet tot schade leiden. Dit neemt niet weg dat de wens is om het water beter te willen sturen naar lagere locaties waar het water kan infiltreren volgens onderstaande punten. Bij het maken van de inrichtingsplannen moet in een vroeg stadium met de wateraspecten rekening worden gehouden. Daarbij gaat het om: Hoe wordt het water gelijkmatig verdeeld; Waar komt verlaagd groen in het gebied;
• •
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 43
Kaart: Hittestress bestaande situatie gevoelstemperatuur (stresstest, 2015).
• Is er voldoende minimaal waterberging in de profielen van gevel tot gevel; • Wat is nodig om het water ook daadwerkelijk in de wadi’s te laten komen; • Is er hierbij rekening gehouden met beplantingssoorten, die de wisselende watersituatie verdragen; • Hebben de gebouwen een groen dak met voldoende berging of moet de berging van de gebouwen elders in het gebied worden gezocht;
Hittestress
Bij hittestress gaat het om warmte van zonlicht in verharding, gevels en daken waardoor het in de stad nog warmer wordt. Hierdoor kunnen bewoners in een zomerse periode hittestress ervaren. Vooral kinderen, ouderen en zieken zijn kwetsbaar voor hitte gerelateerde gezondheidseffecten. De hittestresskaart laat zien dat het qua hittestress rond de Camera Obscuradreef meevalt doordat de bebouwing extensief is. Het streven is dat op een hete zomerdag de situatie beter is dan de situatie in 2019 en dat het er maximaal 5 graden warmer is dan het referentiegebied (hittestresskaart 2018) op een hete zomerse dag, waardoor de stresssituatie meer naar groen gaan zoals in de parken. Hittestress kan worden tegen gegaan door voldoende groen en bomen, aanwezigheid van water maar ook door architectuur en kleurgebruik. In de openbare ruimte is voor iedere woning op een maximale afstand van 200 m een koele plek van minimaal 200 m². Daarnaast kan gedacht worden aan verkoelende maatregelen als voldoende grote bomen voor schaduw en verdamping (hiervoor dient wel voldoende watertoevoer te zijn door infiltratie); ‘groen, tenzij’ en dus geen overbodige verharding; voldoende schaduw langs belangrijke looproutes en plekken (40% schaduw opp. langs belangrijke looproutes en 30% in overige gebieden); (bewegend) water; groene daken en gevels.
Voor de bebouwing kan gedacht worden aan groene daken en gevels, maar ook aan materiaal en kleurgebruik om woningen (denk aan voorkomen aircoverbruik) en haar omgeving minder warm te laten worden en. De gemeente ziet het als een inspanningsverplichting van de initiatiefnemer om te laten zien op welke wijze het bouwplan bijdraagt aan het beperken van hittestress.
• • • • •
44 - Camera Obscuradreef
Kaart: Projectgrenzen
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 45
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1
Economische uitvoerbaarheid
De percelen grond tussen de Vader Rijndreef, Camera Obscuradreef, Taagdreef, Van Brammendreef en Ebrodreef zijn door de gemeente in erfpacht uitgegeven aan woningcorporatie Mitros. Mitros zal na sloop van de complexen aan Camera Obscuradreef 1-32 en de Vaderrijndreef 2-100 de kavel verkopen aan BPD Ontwikkeling BV.BPD zal vervolgens de nieuwbouw ontwikkeling gaan uitvoeren en aan woningcorporatie Mitros nieuwe sociale huurwoningen op enkele locaties elders in Utrecht verkopen. Er komt openbare grond bij door de sloop van garageboxen van Mitros en door levering van grond tussen Vaderrijndreef en Camera Obscuradreef door Mitros. De gemeente Utrecht voert zelf geen grondexploitatie binnen het plangebied. BPD Ontwikkeling BV draagt zorg voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein. De gemeentelijke planontwikkelingskosten en de bovenwijkse plankosten verhaalt de gemeente door het sluiten van een anterieure exploitatieovereenkomst met BPD Ontwikkeling BV / woningcorporatie Mitros. BPD Ontwikkeling BV / woningcorporatie Mitros vrijwaren de gemeente van planschadeclaims. Deze vrijwaring wordt opgenomen in bovengenoemde anterieure exploitatieovereenkomst.
Door het sluiten van een anterieure exploitatieovereenkomst kan van het opstellen van een exploitatieplan worden afgezien omdat het kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 onder a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, anderszins (door de anterieure exploitatieovereenkomst) verzekerd wordt.
In het plangebied vallen de werkzaamheden en de kosten van ‘de rand’ binnen het project Herinrichting Taagdreef e.o. en die in het binnengebied binnen project Camera Obscuradreef. De vervanging van de riolering en eventuele ondergrondse infrastructuur zit niet in de kosten van project Camera Obscuradreef.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Na de eerste communicatie in juni 2019 over het eerste initiatief plan was er veel onrust in de buurt doordat in het plan bebouwing op het plan opgenomen was. In 2019 is gestart met bijeenkomsten met bewoners (mixsessies). Het plan is daarna aangepast waardoor er geen bebouwing op het plein meer is. In juli 2020 is dit gecommuniceerd in de buurt. In de reacties en in de mixsessies daarna is positief gereageerd op het vrijhouden van het plein. De herinrichting van de straten rondom het plangebied is en wordt vanuit het project Herinrichting Taagdreef e.o. opgepakt met de buurt.
46 - Camera Obscuradreef
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 47
Hoofdstuk 6 Verantwoording proces 6.1
Het gevolgde samenwerkingsproces
Het SPvE (inclusief het IPvE) is in samenspraak met initiatiefnemers BPD Ontwikkeling BV en woningcorporatie Mitros opgesteld. De gemeente heeft een rol omdat de woningen van woningcorporatie Mitros op erfpacht staan, wijziging van het bestemmingsplan nodig is of een uitgebreide omgevingsvergunning om daarvan af te wijken, nodig is en omdat een deel van de nieuwbouw plaatsvindt op grond van de gemeente (openbare ruimte, parkeerplekken die op maaiveld liggen). Ook heeft de gemeente belang bij een goede communicatie en participatie met de buurt en de wijk. Als gemeente denken wij mee vanuit de gemeentelijke ambities ten aanzien van gemengde wijken, spreiding over de stad, extra kwaliteit toevoegen. De gemeente wil verdichten om zo de woningbehoefte van de stad binnenstedelijk te realiseren. Het ruilen van locaties (met sociale woningbouw) tussen verschillende wijken van de stad draagt bij aan onze ambitie om te komen tot een betere spreiding van sociale woningen over de stad. Dat beschrijven wij onder andere in de Woonvisie en het Stadsakkoord Wonen. Daarnaast is de streven naar een betere menging in Overvecht onderdeel van het Ambitiedocument “Samen voor Overvecht”. De Mix draagt ook bij aan een betere wijk door stapsgewijs een gevarieerd, kwalitatief goed, gemengd en duurzaam woning- en bedrijfsaanbod te realiseren voor huidige en toekomstige bewoners.
De Mix is een eerste uitwerking van deze aanpak: het realiseren van gemengde wijken en het versneld realiseren van meer sociale en middenhuur woningen in de stad. Met het SPvE stelt de gemeente kaders voor de ontwikkeling en zal in het vervolg ook optreden als toetser. De drie partijen zullen gezamenlijk zich inspannen om binnen de kaders van dit SPvE een (haalbare) ontwikkeling mogelijk te maken. Als dit het geval is dan zal er een aanvraag voor planologische procedure/omgevingsvergunning worden ingediend als volgende fase in het planproces.
6.2
Het gevolgde participatieproces
In het proces zijn conform de gemeentelijke werkwijze de volgende stappen doorlopen: Vasstelling startdocument en planintentieovereenkomst (mei 2019); Begeleiden van en meewerken aan het proces samen met bewoners.
• •
Omdat de drie partijen dit plan gezamenlijk ontwikkelen, trekken ze in tijd en boodschap samen op om de communicatie en participatie vorm te geven. Doel was de inbreng te gebruiken om het plan verder te verbeteren waardoor er draagvlak ontstaat en de uitvoering haalbaar blijft. Het niveau van participeren uit het Utrechts participatietraject is raadplegen. Zo worden de ideeën en ambities vanuit de groenplannen van de bewoners (‘het groenste plein Utrecht’) in het proces van De Mix meegenomen. De inbreng speelt een volwaardige rol bij het ontwikkelen van het plan en bij het vormgeven van het plan. De haalbare businesscase was geen onderdeel van het participatietraject. Het wijkbureau en Samen voor Overvecht zijn betrokken bij het project De Mix Utrecht. Daarnaast is een groot aantal partners betrokken geweest bij de totstandkoming van het ambitiedocument Samen voor Overvecht.
48 - Camera Obscuradreef
Verloop van participatieproces Hieronder geven we een overzicht van belangrijke communicatie- en participatiemomenten vanaf de start van het initiatief voor het project: Op de website www.nieuwbouw-mix-utrecht.nl worden vanaf mei 2020 updates, nieuwsberichten en verslagen van de bijeenkomsten opgenomen. April 2019: Informeren woongroep Overhoop over het initiatief van De Mix (100 dagen challenge) i.v.m. aankoop van hun gebouw in het plangebied; Mei 2019: Uitnodiging voor Informatiebijeenkomsten; Mei en juni 2019: twee informatieavonden over eerste planopzet vanuit de 100 dagen challenge; 24 september 2019: 1e mixsessie: 14 bewoners hebben zich aangemeld om mee te denken in ontwikkeling en planvorming; 30 september en 9 oktober 2019: gesprek met bewonerscommissie (in oprichting). Op 9 oktober is de wethouder een deel aanwezig; 5 november 2019, 2e mixsessie; 19 november 2019: gesprek van wethouder en bewonerscommissie; 11 december 2019: 3e mixsessie: De “makers” gaan nu verder met de inbreng van de avonden. De groep van de mixsessie wordt van verdere ontwikkelingen op de hoogte gehouden. 22 januari 2020: (BPD/Mitros) overleg bewonerscommissie over de expertsessie: In dat overleg is geconstateerd dat de bewonerscommissie een andere insteek van die sessie heeft dan vanuit De Mix.
6 mei 2020: (online) 4e mixsessie: businesscase rond, nieuw plan voorleggen: Op 6 mei heeft een online mixsessie plaatsgevonden met 10 afgevaardigden van de bewoners uit het gebied. In deze bijeenkomst is als tussenoplossing uit deze bouwhoogtediscussie een tussenvariant aangegeven (rekenmodel versus advies stedenbouw): namelijk alle bouwblokken 6 lagen. In de mixsessie
• •
• • • • • • • • • •
•
is hier geen enkele (negatieve) reactie op gekomen, men vindt het een mooi plan; 16 juni 2020: (online) expertsessie vanuit projectleiders De Mix met professionals en leden van de bewonerscommissie over veiligheid; 2 juli 2020: Informatie aan bewoners en direct omwonenden over nieuwe planopzet. Bewoners hebben een nieuwsbrief met het nieuwe plan ontvangen, ook zijn er posters in de portieken opgehangen (geen fysieke bijeenkomst mogelijk i.v.m. corona maatregelen); 5 oktober 2020: 5e mixsessie online over herinrichting openbare ruimte. De ideeën vanuit het initiatief van ‘Groenste plein Utrecht’ worden hierin meegenomen.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 49
Hoofdstuk 7 Vervolgtraject 7.1
Planproces
Vervolg planning Eind 4e kwartaal 2020: SPvE (inclusief IPvE) ter inzage voor reacties op plan; 1e kwartaal 2021: 6e en 7e mixsessie; Begin 2021: Verwerking reacties op het SPvE; 2e kwartaal 2021: Vaststelling SPvE; Bij vaststelling SPvE DE Mix: Anterieure exploitatieovereenkomst gereed; Daarna beoordeling aanvraag planologische- / omgevingsvergunningen; Vaststelling Inrichtingsplan.
• • • • • • •
Relatie met andere projecten Voor dit deel van Overvecht (Henriette-, Ebro-, Taag- en Rhonedreef) worden momenteel plannen voor de herinrichting van de openbare ruimte gemaakt: Herinrichting Taagdreef e.o. Het gebied bij de Camera Obscuradreef is onderdeel van project De Mix, dit was eerder onderdeel van project Herinrichting Taagdreef e.o. Beide projecten worden met elkaar afgestemd en op elkaar aangesloten.
7.2
Participatieproces
Voorlopig Ontwerp/ Definitief Ontwerp (VO/DO bouwplan en inrichtingsplan) Ook hier hanteren we het participatieniveau raadplegen. In de vervolgfase (VO/DO) kunnen belanghebbenden in klankbordgroepen meepraten over de plannen over inrichtingsplannen openbare ruimte (groen, parkeren, spelen e.d.). De uitkomsten worden middels mixsessie aan een brede groep belanghebbenden voorgelegd. De ideeën van ‘Groenste plein Utrecht’ worden bij de plannen betrokken.
7.3
Planologisch juridisch proces
Naast dit SPvE wordt een planologische procedure gevolgd omdat het project niet past in het vigerend bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan of een uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking is nodig om het project juridisch en planologisch mogelijk te maken. Bij beide procedures is het mogelijk om voorafgaand aan de definitieve besluitvorming zienswijzen in te dienen. Voor de nieuwbouw wordt een omgevingsvergunning bouwen aangevraagd.
50 - Camera Obscuradreef
Kaart: Kleurplaat op initiatief van de bewonerscommissie om kinderen uit de buurt mee te laten denken over het plein.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 51
KLIC-melding: 9812302792/10 20O066726 - 1 Verzamelkaart (alle thema's)
Eurofiber Nederland datatransport B.V. datatransport
Eneco Warmtenetten warmte B.V. warmte
Eneco Warmtenetten laagspanning B.V. laagspanning
Stedin Netbeheerlaagspanning B.V. laagspanning
Stedin Netbeheergas B.V.lage gasdruk lage druk
Stedin Netbeheerdatatransport B.V. datatransport
Stedin Netbeheermiddenspanning B.V. middenspanning
Stedin Netbeheerhoogspanning B.V. hoogspanning
Aanvraagdatum: 23-07-2020 Ziggo B.V. datatransport
Vitens water
KPN B.V. datatransport
Gemeente Utrechtoverig overig
Gemeente Utrechtriool rioolvrijverval vrijverval
Gemeente Utrechtlaagspanning laagspanning
52 - Camera Obscuradreef
Bijlage 1: KLIC-melding
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 53
Bijlage 2: Zon en schaduw onderzoek
54 - Camera Obscuradreef
Nieuwe situatie
Bezonning datum: 21 maart Wintertijd
10.00
12.00
14.00
16.00
18.00
18.30
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 55
Nieuwe situatie
Bezonning datum: 20 juni Zomertijd
10.00
12.00
14.00
16.00
18.00
19.00
56 - Camera Obscuradreef
Nieuwe situatie
Bezonning datum: 22 december Wintertijd
10.00
16.00
12.00
14.00
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 57
Bijlage 3: Bomeninventarisatie Bijlage 3: Bomeninventarisatie
58 - Camera Obscuradreef
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer
1850841
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
40
14
Goed
Goed
boom in gras
n
Leeftijd
48
1851286
Carpinus betulus ‘Frans
Haagbeuk
10
16,5
4
Goed
Goed
boom in verharding
n
Stam- stamvoetschade
16
Kegelvormige haag-
19
18
3,8
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd
15
32
26
5
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
8
Fontaine’ 1852976
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
beuk 1853987
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haagbeuk
1854553
Sorbus aria
Meelbes
47
37,5
6,7
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd
Stamschade, dood hout
25
1854807
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
34
9,6
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade
49
1856332
Platanus x hispanica
Gewone plataan
8
12,5
4,7
Goed
Goed
boom in verharding
j
1858039
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
20,5
4,4
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
42 Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte
45
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonschade, stamschade,
41
beeld
dood hout
Leeftijd, conditie
Stamvoetschade, scheef-
beeld 1858863
1860024
Acer platanoides
Sorbus aria
Noorse esdoorn
Meelbes
37
47
19
30
3,5
4,7
Onvoldoende
Onvoldoende
Slecht
Onvoldoende
boom in verharding
boom in gras
n
n
30
stand, verdroging, stamschade 1861738
Sorbus aria
Meelbes
47
36
7,3
Onvoldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, conditie
Inrotting snoeiwond stam,
37
dood hout 1862007
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
20
4
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte
41
Stamschade met inrotting
12
beeld 1868959
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
32
7,8
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
30
32
8,,3
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd en locatie moeilijk
beuk 1870688
Styphnolobium japonicum
Honingboom
14
verplantbaar. 1872723
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
24
5,4
Onvoldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
8
beuk 1875255
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
25,5
6,9
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld
1875950
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
30
9,6
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
1877862
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
24
6,3
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte, dood hout,
beeld
stamschade
Scheefstand
46 49 45
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 59
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
27
27
7,4
Slecht
Slecht
boom in beplanting
n
Leeftijd, conditie
Zeer slechte bladbezetting
27
32
23
5,2
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
Stamschade
8
32
34
6,8
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade, kroonschade
12
32
25
5,2
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
stamschade
8
nummer 1880143
1880548
Prunus x subhirtella ‘Au-
Winterbloeiende
tumnalis’
kers
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer
beuk 1885074
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haagbeuk
1885240
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haagbeuk
1887895
Acer platanoides
Noorse esdoorn
9
9,5
2
Goed
Goed
boom in verharding
j
1889795
Prunus x subhirtella ‘Au-
Winterbloeiende
27
27
8,2
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd
Verminderde bladbezetting
27
tumnalis’
kers
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
47
62
8,7
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in gras
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot, kastan-
4
‘Baumannii’
paardenkastanje
1890310
Platanus x hispanica
Gewone plataan
10
13,5
4,2
Goed
Goed
boom in verharding
j
1895968
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
22,5
5,2
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
stamschade
8
37
30
8,6
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Dood hout
40
1890104
40
jebloedingsziekte 42
beuk 1900504
Acer platanoides
Noorse esdoorn
beeld 1903075
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
26
9,4
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
49
1905206
Sorbus intermedia
Zweedse lijsterbes
47
40
7,6
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd
39
1905297
Platanus x hispanica
Gewone plataan
10
16,5
6,8
Goed
Goed
boom in verharding
j
1906570
Crataegus x media ‘Punicea’
Meidoorn
37
21
4,9
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Boombeeld, leeftijd
16
1906736
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
32
6,2
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
8
40
beuk 1906979
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
23
5,7
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd, boombeeld
Dood hout, scheefstand
42
1910081
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
21
4
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade
12
32
34
9,6
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
17
15
3
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
beuk 1911706
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
11
beuk 1914704
Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera
Bolacacia
Scheefstand
38
60 - Camera Obscuradreef
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
1915954
Platanus x hispanica
Gewone plataan
7
12,5
4,4
Goed
Goed
boom in verharding
j
1917096
Robinia pseudoacacia
Bolacacia
17
13
2
Voldoende
Onvoldoende
boom in beplanting
n
Haagbeuk
4
10
2,2
Goed
Goed
boom in verharding
j
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer 41
Leeftijd, boombeeld
Stamschade
38
‘Umbraculifera 1918577
Carpinus betulus ‘Frans
20
Fontaine’ 1919691
Sorbus aria
Meelbes
47
40
7,8
Voldoende
Voldoende
boom in gras
n
Leeftijd
Dood hout
30
1921846
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
26
5,6
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte, dood hout,
45
beeld
stambloeding
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonschade, stamschade,
beeld
dood hout Zeer slechte bladbezetting
1923228
1925304
1929521
Acer platanoides
Noorse esdoorn
Prunus x subhirtella ‘Au-
Winterbloeiende
tumnalis’
kers
Carpinus betulus ‘Frans
37
25
4
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
27
26,5
7,5
Slecht
Slecht
boom in beplanting
n
Leeftijd, conditie
Haagbeuk
4
10
2
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Conditie, boombeeld
40
26
20
Fontaine’ 1930101
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
17
5
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
Kroonsterfte
40
1931973
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
20
4,7
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte, dood hout
45
beeld 1932981
Platanus x hispanica
Gewone plataan
6
14
4,4
Goed
Goed
boom in verharding
j
1933191
Robinia pseudoacacia
Bolacacia
17
12
4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
39
Kegelvormige haag-
19
24
3,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd
15
32
28
6,8
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
32
24,5
7,6
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
41
‘Umbraculifera 1933217
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
beuk 1933679
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
Stam- stamvoetschade
12
beuk 1933995
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
11
beuk 1937742
Platanus x hispanica
Gewone plataan
8
17
6,8
Goed
Goed
boom in verharding
j
40
1938130
Carpinus betulus ‘Frans
Haagbeuk
4
11
2,8
Goed
Goed
boom in verharding
j
17
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
4
13
3,3
Goed
Goed
boom in gras
n
‘Baumannii’
paardenkastanje
Fontaine’ 1939974
Soortspecifiek
Kastanjemineermot, stamvoetschade
6
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 61
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer
1940121
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
37
15
4
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Conditie
Kroonsterfte, dood hout
42
1940738
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
25,5
5,7
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade
12
32
31
6,5
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
32
28
6,5
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade
12
37
21
5,5
Onvoldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Scheefstand, doorrijhoogte,
19
beeld
kroonsterfte
beuk 1941173
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
11
beuk 1941507
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haagbeuk
1947785
1948463
Crataegus x media ‘Punicea’
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Meidoorn
Kegelvormige haag-
19
25,5
4,7
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd
15
Bolacacia
17
15
3,2
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
Stamschade
38
Meelbes
47
37
9,6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in gras
n
Leeftijd, conditie
Scheefstand, stamvoetscha-
30
beuk 1949179
Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera
1950293
Sorbus aria
de, dood hout 1951361
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
27
7,6
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
11
16
16,5
4,8
Voldoende
Goed
boom in beplanting
n
Soortspecifiek
Stamschade
47
Leeftijd
Verminderde bladbezetting
48
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte, dood hout
beuk 1952530
Aesculus x carnea ‘Briotii’
Rode paardenkastanje
1955909
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
26,5
7,2
Onvoldoende
Voldoende
boom in gras
n
1956553
Platanus x hispanica
Gewone plataan
6
16,5
6,9
Goed
Goed
boom in verharding
j
1956684
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
22,5
5
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
40 45
beeld 1956915
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
32,5
7,8
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
19
43,5
10,6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Boombeeld, conditie,
11
beuk 1958007
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
Plakoksel, kroonsterfte
3
Rib, verminderde bladbe-
48
leeftijd 1958330
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
28
7,8
Onvoldoende
Voldoende
boom in gras
n
Leeftijd
zetting 1963559
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
24
8
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd
1964977
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
37
44,5
6
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek
‘Baumannii’
paardenkastanje
48 Kastanjemineermot, kastanjebloedingsziekte
2
62 - Camera Obscuradreef
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer 1964996
Kroondiameter
10,5
2,2
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting Onvoldoende
boom in verharding
n
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar Soortspecifiek
Opmerkingen
Fotonummer
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
1967328
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
28,5
7,2
Goed
Goed
boom in gras
n
Leeftijd
1969631
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
47
55
9,8
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in gras
n
Soortspecifiek
‘Baumannii’
paardenkastanje
1971873
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
27,5
8
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Scheefstand
43
1972573
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
37
27
4,3
Onvoldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot, kastan-
2
‘Baumannii’
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Acer platanoides
Noorse esdoorn
1974762
Voldoende
Verplant-
Aesculus hippocastanum
1972881
4
Stamdiameter
Stam- stamvoetschade,
1
kastanjemineermot 46 Kastanjemineermot, kastan-
7
jebloedingsziekte
jebloedingsziekte 47
54
9,6
Voldoende
Voldoende
boom in gras
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot
5
37
28
7,9
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonschade
45
beeld 1974876
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
34
7,6
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
37
29
4,1
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek
8
beuk 1975336
1975546
1976943
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
Kastanjemineermot, kastan-
2
jebloedingsziekte 47
55
8,,9
Voldoende
Onvoldoende
boom in gras
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot, kastan-
4
jebloedingsziekte 32
24
5,2
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
Stamschade
8
Dood hout, stamschade
26
beuk 1977037
Sorbus aria
Meelbes
47
33,5
7,6
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd
1979269
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
28
9,4
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
1980321
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
23
5
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamholte
8
32
22
5
Slecht
Onvoldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
Dood hout, stamschade,
8
49
beuk 1980362
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haagbeuk
kroonschade
1980835
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
21,5
4,2
Afgestorven
Onhoudbaar
boom in verharding
n
Dood
41
1982683
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
30,5
6,6
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
11
37
23,5
5,2
Slecht
Slecht
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie, boom-
Kroonsterfte, dood hout,
beeld
stamschade
beuk 1985673
Acer platanoides
Noorse esdoorn
45
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 63
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer 1988859
6
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
16
4,8
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting Voldoende
Voldoende
boom in gras
n
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar Soortspecifiek
Opmerkingen
Fotonummer
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Kastanjemineermot, kastan-
5
1989506
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
28
8
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
43
1991811
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
26
9,2
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld
46
1991989
Crataegus x media ‘Punicea’
Meidoorn
16
12
3,2
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Boombeeld
17
1992992
Crataegus x media ‘Punicea’
Meidoorn
37
19,5
4,9
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd, boombeeld
Scheefstand, doorrijhoogte
19
1995486
Sorbus aria
Meelbes
47
34
7
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, conditie
Scheefstand, inrotting stam,
25
jebloedingsziekte
zwamaantasting, dood hout 1996392
1997588
Prunus x subhirtella ‘Au-
Winterbloeiende
tumnalis’
kers
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
27
32,5
8,2
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd
Verminderde bladbezetting
28
32
27
5
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd
Stamschade,takbreuk
12
32
33
8,9
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
47
58
10,3
Slecht
Slecht
boom in gras
n
Soortspecifiek
beuk 1998438
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
12
beuk 2001030
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Kastanjemineermot, kroon-
6
schade door brand, kastanjebloedingsziekte, dood hout
2001178
Acer platanoides
Noorse esdoorn
8
10
3
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Boombeeld
2001229
Quercus palustris
Moeraseik
7
19
8
Goed
Goed
boom in verharding
n
Boombeeld
2001903
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
47
50
7,5
Voldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
‘Baumannii’
paardenkastanje
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
‘Baumannii’
paardenkastanje
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
2003703
2004094
45 44 Kastanjebloedingsziekte,
1
kastanjemineermot 37
28
4
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot
1
32
22,5
5
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, conditie
Stamschade
8
32
25
7,4
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
beuk 2005473
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
11
beuk 2008190
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
30
9,8
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld
Scheefstand
46
2008973
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
47
61
8,4
Voldoende
Onvoldoende
boom in gras
n
Soortspecifiek
Kastanjemineermot, kastan-
7
‘Baumannii’
paardenkastanje
Acer platanoides
Noorse esdoorn
2009537
jebloedingsziekte 37
32
7,4
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Leeftijd, boombeeld
50
64 - Camera Obscuradreef
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
2011889
Platanus x hispanica
Gewone plataan
42
40
13,2
Goed
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
2014016
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
32
23
6,5
Voldoende
Goed
boom in verharding
n
Leeftijd
Dood
Opmerkingen
Fotonummer 43
Takstomp
12
beuk 2015083
Acer platanoides
Noorse esdoorn
37
19
4,7
Afgestorven
Onhoudbaar
boom in verharding
n
2016034
Platanus x hispanica
Gewone plataan
5
9,5
3,6
Goed
Goed
boom in verharding
j
1848152
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
43
8
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1851304
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
38,5
7,2
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1852097
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
29,5
4,7
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
23
1855904
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
55
10,3
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd
9
1857660
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
34
6
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek, leeftijd
42 42 24 Stamschade
Schaduwdruk, eenzijdige
22
9
kroon 1863242
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
32
5,4
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Kroonsterfte, dood hout
22
1890275
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
28
6
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek, leeftijd
Schaduwdruk, eenzijdige
9
kroon 1898156
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
30
7,5
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1900095
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
38
7
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1908043
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
37,5
7,2
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
21
1909494
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
32
6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
24
1914793
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
57
10,9
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd
9
1935416
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
33
6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek, leeftijd
21 Kroonsterfte
Schaduwdruk, eenzijdige
21
10
kroon, dood hout 1938367
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
33,5
5
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Stamschade
23
1939585
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
44
6,4
Slecht
Slecht
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd,
Kroonsterfte
9
conditie 1943197
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
48,5
6,3
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1945642
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
57
9,8
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd,
21 Kroonsterfte
9
conditie 1958340
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
41
10,5
Voldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
23
1964239
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
61
12
Onvoldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd,
10
conditie
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 65
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
nummer
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer
1964964
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
39
8,7
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
22
1973999
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
36,5
8
Onvoldoende
Voldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
22
1991334
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
36
8
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Kroonsterfte
21
1994379
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
35
5,8
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Stamschade, kroonsterfte
21
1996736
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
27,5
4,4
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
1999543
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
24
6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek, leeftijd
24 Schaduwdruk, eenzijdige
9
kroon, holte stam 2005043
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
76
14,2
Voldoende
Goed
boom in beplanting
n
Soortspecifiek, leeftijd
Klimop
9
2011751
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
34
6,6
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek, leeftijd,
Kroonsterfte
9
conditie 2012797 1A
2A
Ulmus x hollandica ‘Vegeta’
Huntingdoniep
47
28
5
Onvoldoende
Onvoldoende
boom in verharding
n
Soortspecifiek
Aesculus hippocastanum
Dubbelbloemige
1
8,5
2,1
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Soortspecifiek
‘Baumannii’
paardenkastanje
Carpinus betulus ‘Fastigiata’
Kegelvormige haag-
1
8,5
1,6
Goed
Goed
boom in verharding
j
23 Kastanjemineermot
2
16
beuk 7A
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
70
68
11,6
Goed
Goed
boom in gras
n
Leeftijd
8A
Carpinus betulus
Gewone haagbeuk
27
25
9
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
Stamschade, dood hout
33
9A
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
33
33
6,5
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld
Kroonschade, klimop
35
10A
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
33
30,5
7
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld
Stamvoetschade
35
13A
Betula pendula
Ruwe berk
27
26,5
7,6
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Leeftijd
Stamvoetschade
36
14A
Thuja occidentalis
Westerse levens-
44
44
3,6
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Leeftijd
Stamvoetschade
36
33
32
6,5
Slecht
Slecht
boom in gras
n
Leeftijd, boombeeld,
Stam- en kroonschade,
36
conditie
boomgaardvuurzwam
Boombeeld
Boomgaardvuurzwam, dood
34
boom 15A
Prunus cerasifera ‘Nigra’
Zwartbruinbladige kerspruim
18A
Malus domestica
Appelboom
15
12
3,6
Voldoende
Goed
boom in beplanting
n
52
hout 19A
Thuja occidentalis
Westerse levens-
25
19,5
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
25
14
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
boom 20A
Thuja occidentalis
Westerse levensboom
66 - Camera Obscuradreef
ID
Uniek
Boomsoort
Nederlandse naam
Leeftijd
Stam-
Kroon-
diameter
diameter
25
17
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
25
15
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
25
19,5
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
25
19,5
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
25
14
7,4
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
Haagbeplanting
53
Scheefstand
54
nummer 21A
Thuja occidentalis
Westerse levens-
Conditie
Toekomst-
Standplaats
verwachting
Verplant-
Reden indien niet ver-
baarheid
plantbaar
Opmerkingen
Fotonummer
boom 22A
Thuja occidentalis
Westerse levensboom
23A
Thuja occidentalis
Westerse levensboom
24A
Thuja occidentalis
Westerse levensboom
25A
Thuja occidentalis
Westerse levensboom
26A
Malus domestica
Appelboom
15
13
4,5
Voldoende
Goed
boom in gras
n
Boombeeld
27A
Prunus avium
Zoete kers
25
17
4,5
Goed
Goed
boom in beplanting
n
Boombeeld
28A
Populus nigra ‘Italica’
Italiaanse zwarte
40
80
6,3
Onvoldoende
Slecht
boom in beplanting
n
Leeftijd, aantasting
Tonderzwam
56
55
populier 29A
Taxus baccata
Venijnboom
30
18
6,3
Goed
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
Plakoksel
56
30A
Populus nigra ‘Italica’
Italiaanse zwarte
40
52
3,8
Voldoende
Onvoldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, aantasting,
zwamresten
56
Tweestammig, bloedingsvlek-
56
populier 31A
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
boombeeld 40
45
12
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
ken, plakoksel 32A
Populus nigra ‘Italica’
Italiaanse zwarte
40
44
4
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
56
40
88
7,6
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
56
60
66
13,3
Voldoende
Voldoende
boom in beplanting
n
Leeftijd, boombeeld
populier 33A
Populus nigra ‘Italica’
Italiaanse zwarte populier
34A
Ulmus x hollandica
Hollandse bastaardiep
Plakoksel, klimop, gebroken
57
tak, takken tegen flat