SPvE Camera Obscuradreef – De Mix d.d. 31 maart 2021.pdf
Tekst van het document
Camera Obscuradreef - De Mix Stedenbouwkundig programma van eisen (concept)
Utrecht.nl
Colofon Projectgroep Gemeente Utrecht Ontwikkelorganisatie Ruimte: Wiet Baggen, Leon Borlée, Manon den Blanken, Hans van Dijkhuizen, Irene Heeringa, Maria Hoogendijk, Maaike Kerstens, Matei Klewer, Marianne Langenhoff, Fon Maas, Frank Meijer, Elger Niemendal, Anne Nijs, Bert Noppers, Cees van der Vliet. Stadsbedrijven: Arjan Corten Volksgezondheid: Mariël Droomers, Jaap Toet Culturele zaken: Rinske Hordijk (i.s.m. Jan Samson, kunstenaar) Projectmanagement Monique van Kampen in samenwerking met Carina Hak en Martijn Bolte van BPD en Jop van Buchem van Mitros. Opdrachtgever Dick Boeve / Karin Diederen Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte Versiedatum 31 maart 2021 Bestuurlijke besluitvorming
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 3
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Initiatief Doel Ligging en begrenzing plangebied
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Eigendomssituatie Bestemmingsplan Functies Ruimtelijk Mobiliteit Openbare ruimte Duurzaamheid
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Functies Ruimtelijk Leefomgeving Mobiliteit Openbare ruimte Duurzaamheid
Hoofdstuk 4 Onderbouwing 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Beleidskader Functies Ruimtelijk Leefomgeving Mobiliteit Openbare ruimte Duurzaamheid
5
5 5 5 5
9
9 9 9 11 11 13 13
15
15 15 16 18 18 21
23
23 24 25 28 33 35 40
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 6 Verantwoording proces
47
Hoofdstuk 7 Vervolgtraject
49
Bijlage 1: KLIC-melding
52
Bijlage 2: Zon en schaduw onderzoek
53
Bijlage 3: Bomeninventarisatie
57
5.1 5.2 6.1 6.2 7.1 7.2 7.3
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het gevolgde samenwerkingsproces Het gevolgde participatieproces
Planproces Participatieproces Planologisch juridisch proces
45 45 47 47 49 49 49
4 - Camera Obscuradreef
Kaart: Ligging van het plangebied.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In het coalitieakkoord ‘Ruimte voor iedereen’ wil de gemeente werken aan meer gemengde wijken door een gemengder programma met een betere verdeling van sociale huur. Deze bouwplanontwikkeling is de eerste pilot, waarbij BPD, Mitros en de gemeente op de Camera Obscuradreef sociale huurwoningen slopen en middeldure huurwoningen terugbouwen. De sociale huurwoningen komen elders in de stad terug op gronden van BPD. Het initiatief De Mix is een concrete uitwerking van het Stadsakkoord Wonen. Het initiatief past bij de Woonvisie Utrecht beter in Balans (2019) en Samen voor Overvecht om de woningtypen beter over de stad te verdelen en daarmee te komen tot meer gemengde wijken.
1.2
Initiatief
Het gaat om de sloop van 80 sociale woningen tussen de Camera Obscuradreef en Vader Rijndreef. Het initiatief betreft ook de sloop van garageboxen en de bouw van circa 180 middeldure huurwoningen en 6 bedrijfsruimten van 35 m² BVO (o.a. t.b.v. buurtvader en huurders). In het initiatiefplan wordt ook de openbare ruimte heringericht. Onderdeel van het initiatief is ook de bouw van 135 sociale huurwoningen elders in de stad als ‘uitruil’ van de te slopen sociale huurwoningen. De twee te slopen bouwblokken maken onderdeel uit van een complex van 6 bouwblokken. De vier andere bouwblokken zijn recent gerenoveerd, waarvan twee bouwblokken helemaal Nul Op de Meter (enkele woningen op de begane grond uitgezonderd). Midden op het plein staat een gebouw met daarin een woongemeenschap Overhoop. Overhoop is actief betrokken bij de buurt. De recent gerenoveerde bouwblokken en de woongroep Overhoop zijn geen onderdeel van het initiatief van BPD en Mitros. Daarnaast hebben bewoners een plan voor het ‘groenste plein Utrecht’ gemaakt. Het initiatief is verschillende keren met bewoners en een klankbordgroep van bewoners besproken. Dit heeft geleid tot een plan waarbij het centrale plein voor de buurt behouden blijft. De herinrichting van de openbare en collectieve ruimte in het hele gebied is onderdeel van deze
bouwplanontwikkeling, waarbij het plein een belangrijke ontmoetingsfunctie krijgt voor de bestaande en nieuwe bewoners.
1.3
Doel
Het college heeft het startdocument vastgesteld. Dit is verder uitgewerkt in voorliggend Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Dit SPvE beschrijft de ontwikkelingsmogelijkheden voor de Camera Obscuradreef en Vader Rijndreef in Overvecht. In dit programma van eisen staan de randvoorwaarden voor de bebouwing en de openbare ruimte die gelden bij sloop- en nieuwbouw in het plangebied. Daarmee fungeert het SPvE ook als Integraal Programma van Eisen (IPvE). Op 26 april 2011 is er voor dit gebied al eerder een SPvE door de raad vastgesteld. Dit SPvE was gebaseerd op sloop van alle bouwblokken in het plangebied. Dit plan is nooit gerealiseerd door de crisis. Hierdoor zijn nu bijna alle woningen al vrij van huurcontracten. Er is nog 1 regulier huurder. De opzet van dit SPvE wijkt af van voorgaande SPvE’s. De achterliggende reden hiervan is de thema’s Gezonde verstedelijking en Duurzaamheid een gelijkwaardige plek in het SpvE te geven als de gebruikelijke thema’s Functies, Ruimtelijk, Mobiliteit en Openbare ruimte. Dat doet meer recht aan de ambities van de gemeente op deze thema’s.
1.4
Ligging en begrenzing plangebied
De locatie Camera Obscuradreef beslaat grofweg het gebied tussen de Taagdreef, Ebrodreef, Vader Rijndreef en de Van Brammendreef. Het plangebied van dit SPvE heeft een oppervlakte van circa 4,4 ha. Op de kaart op de volgende pagina is de ligging en plangrens van het gebied weergegeven. De plangrens is het studiegebied voor dit initiatief.
6 - Camera Obscuradreef
Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 7
8 - Camera Obscuradreef
Eigendomssituatie van het plangebied.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 9
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1
Eigendomssituatie
2.2
Bestemmingsplan
Het hele plangebied (op de nutsvoorziening na) is in eigendom van de gemeente Utrecht. De bebouwing en tuinen zijn in erfpacht uitgegeven. Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan ‘Overvecht Noordelijke-stadsrand’ (2012) en het Crisis- en Herstel Wet (CHW) plan Algemene regels over bouwen en gebruik (2017). De gronden van het plangebied hebben de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen-1’, ‘Groen-2’, ‘Tuin’, ‘Gemengd-1’ en ‘Verkeer-Verblijfsgebied’. Het huidige bestemmingsplan ‘Overvecht Noordelijke-stadsrand’ laat binnen de bestemming ‘Wonen’, maximaal 5 bouwlagen toe. Voor deze gronden geldt ook dat er uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. In de bestemming ‘Tuin’ zijn alleen tuinen toegestaan terwijl de gronden met de bestemming ‘Groen – 1’ mag worden gebruikt voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden speelvoorzieningen, water en recreatief gebruik en de bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, fietsparkeervoorzieningen, vlonders en steigers, waterbeheer en waterberging. In ‘Groen - 2’ zijn groenvoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen en de bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, fietsparkeervoorzieningen, waterbeheer en waterberging mogelijk. In ‘Tuin’ en ‘Groen – 2’ zijn ter plaatse van het project geen nieuwe gebouwen mogelijk.
De voorgenomen ontwikkeling past niet in het nu geldende bestemmingsplan. Met een nieuw bestemmingsplan of via uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking kan het project mogelijk worden gemaakt.
2.3
Functies
Het plangebied bestaat uit circa 335 woningen in de vorm van zeven woonblokken. De afgelopen jaren zijn 4 flats aan de Ebro-, Camera Obscura-, Taag- en de Van Brammendreef gerenoveerd. Hierbij zijn ook de bedrijfsruimten (hier zaten oorspronkelijk onderdoorgangen die tientallen jaren geleden zijn dichtgezet) en bergingen tot woningen omgebouwd om meer ogen op straat te maken. In juni 2020 heeft Mitros het lage blokje, voormalige winkelstrip, aan het plein verkocht aan de woongemeenschap Overhoop. Momenteel wordt het gebouw geronoveerd. De twee bouwblokken aan de Vader Rijndreef en de Camera Obscuradreef zijn niet gerenoveerd. Deze twee gebouwen worden anti-kraak verhuurd en er woont nog één regulier huurder.
10 - Camera Obscuradreef
Kaart: Uitsnede bestemmingsplan.
CameraObscuradreef_besplan.dgn
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 11
2.4
Ruimtelijk
De bebouwing ligt in een van de zeven buurten in Overvecht Zuid. De buurten liggen in het groen en zijn als stempels stedenbouwkundig op gelijke wijze opgebouwd. De opbouw bestaat uit vier woonvelden rond een plein. Een 10 hoog-, een middelhoog en twee laagbouwwoonvelden met een (voormalig) buurthuis op het plein. Het plangebied betreft het middelhoge woonveld. De 5 laagse bebouwing heeft een halfopen structuur met duidelijke randen langs de Taagdreef, Ebrodreef, Van Brammendreef en Vader Rijndreef) en bebouwing aan de Camera Obscuradreef binnenin. Centraal in dit woonveld ligt een groot plein met aan één kant 2 laagse bebouwing. Aan de achterzijde liggen garageboxen van Mitros. Deze zijn in slechte staat en zorgen voor een weinig aantrekkelijke situatie. Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan de twee laagbouw woonvelden. Aan de zuidkant grenst het aan het zogenoemde groene raamwerk met voorzieningen in de vorm van losse bebouwing van 1-2 lagen en aan de westzijde ligt het Vader Rijncollege waarvan de hoogte varieert van 1 tot 3 lagen. Naast het Vader Rijncollege ligt het 2 laags squashgebouw All-in-squash en de tweelaagse ambulancepost van de RAVU.
2.5
Mobiliteit
Bereikbaarheid Het plangebied wordt ontsloten via de Ebrodreef en de Taagdreef. Op de Taagdreef en de Rhonedreef rijdt lijn 6 (van stadion Galgenwaard naar station Overvecht). Fietsers kunnen het gebied bereiken via de Taagdreef, Ebrodreef en ook via het fietspad dat langs het spoor loopt. Parkeren In de bestaande situatie wordt in de straten rondom de woonbuurt (Taag-, Ebro-, Van Brammen- en de Vader Rijndreef) en aan het plein van de Camera Obscuradreef geparkeerd. Langs de Camera Obscuradreef liggen 36 garageboxen die nog in gebruik zijn. In de huidige situatie bevat het plangebied 273 parkeerplaatsen. Hiervan zijn 234 toe te rekenen (0,69 pp/ wo) aan de woningen in het plangebied en 39 aan de school het Trajectum aan de Vader Rijndreef.
12 - Camera Obscuradreef
Kaart: Bestaande situatie
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 13
Afbeelding: Garageboxen aan de Camera Obscuradreef. Afbeelding: Speelplek op het centrale plein aan de Camera Obscuradreef. Afbeelding: Kunstwerk van David van de Kop op het centrale plein aan de Camera Obscuradreef.
2.6
Openbare ruimte
2.7
Duurzaamheid
De openbare ruimte bestaat uit straten rondom en in het binnengebied, een centraal plein en een openbare plek op het binnenterrein. Op het centrale plein staan bomen, waarvan enkele grotere boomspiegels worden onderhouden door wijkbewoners. De ruimte tussen de bouwblokken waren oorspronkelijk privétuinen maar zijn bij de renovatie verkleind vanuit de gedachte om ook de resterende ruimte om te vormen naar collectieve tuinen. De binnenterreinen tussen Van BrammendreefCamera Obscuradreef en Vader Rijndreef en Camera Obscuradreef zijn afgesloten door hekken. In de straten van de molenwiek (zie paragraaf 4.3 Ruimtelijk) wordt langs geparkeerd. In de overige straten wordt haaks geparkeerd en daar waar de breedte van de weg het toelaat ook langsgeparkeerd op de weg. Het centrale plein is een stenige, met een hek omheinde ruimte met speelvoorzieningen voor de kinderen tot 12 jaar. Op het plein staat ook een kunstwerk van David van de Kop uit begin jaren ‘80. Dit kunstwerk is gekomen op verzoek van de toenmalige bewoners om het lege plein aantrekkelijker te maken. Het kunstwerk van natuursteen bestaat uit een diagonaal en vier stenen, die samen met de formeel niet tot het kunstwerk behorende bomen de ruimte zouden moeten markeren. In de loop van de tijd hebben er allerlei toevoegingen plaats gevonden, waardoor het verharde plein rommelig en onaantrekkelijk oogt.
De openbare plek op het binnenterrein (tussen Vader Rijndreef, Van Brammendreef en Camera Obscuradreef) is een verharde plek en is net zoals het terrein van de garageboxen een onveilige hangplek. Alle bestaande flats, behalve de 2 flats die gesloopt worden, zijn hoogwaardig gerenoveerd met minimaal energielabel A+. De flats aan de Camera Obscuradreef en de Brammendreef zijn op niveau Nul op de meter gerenoveerd.
14 - Camera Obscuradreef
Kaart: Uitgangspunten
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 15
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten De ontwikkeling betreft de sloop/ nieuwbouw van de twee bouwblokken aan Vader Rijndreef en Camera Obscuradreef, de sloop van de garageboxen en herinrichting van het gebied van de Camera Obscuradreef. Dit hoofdstuk beschrijft de randvoorwaarden en eisen voor de planontwikkeling.
3.1
Functies
Wonen
• De toekomstige hoofdfunctie van de bouwplantwikkeling is wonen in de vorm van meergezinswoningen; • Binnen het plangebied kunnen ca. 180 woningen worden gebouwd; • Het woningbouwprogramma dient te bestaan uit middeldure huur.
Overig
• Een deel van de begane grond van het bouwblok aan de
Taagdreef en één unit aan de Camera Obscuradreef zijn geschikt voor andere functies dan wonen, namelijk kleine bedrijfsruimten (geen detailhandel) met een laag huurniveau en een buurtkamer.
3.2
Ruimtelijk
Algemeen Het gehele plangebied, bestaand en nieuw, is een samenhangend buurtje met één signatuur. Dit geldt voor zowel de bebouwde als onbebouwde ruimte; Het openbare gebied in het woonveld is de bindende factor tussen de bestaande en nieuwe bouwblokken; Er is een groene erfafscheiding tussen de private en openbare ruimte voor zowel de bestaande als de nieuwe bebouwing. De erfafscheiding staat op de private ruimte en wordt collectief onderhouden.
• • •
Nieuwbouw De randen (Taag- en Vader Rijndreef) worden begeleid met bebouwing in de rooilijn; De hoeken van het bouwveld zijn bebouwd; De hoogte van de bebouwing is maximaal 6 lagen; De bebouwing sluit ruimtelijk (open bouwblokkenstructuur), met de bebouwingstypologie en architectonisch aan op de bestaande bebouwing (ritmiek, horizontale lijnen en kleurgebruik); De bebouwing heeft de entrees aan de straatzijde; De plint van de bebouwing heeft een levendige uitstraling. Dit betekent dat de plinten in het veld aan de straatkant de functie wonen heeft (m.u.v. één unit aan de Camera Obscuradreef en een gemeenschappelijke fietsenstalling). Aan de randen van het veld ter plaatse van de molenwiek bij de Taagdreef worden andere functies voor de wijk mogelijk gemaakt; Het bouwplan heeft een collectieve binnentuin die particulier eigendom is; De woningen hebben via een trappenhuis een directe aansluiting op de collectieve binnentuin; Er is een logische verbinding tussen de collectieve binnentuin en het plein; Traforuimten en schakelstations ten behoeve van de nieuwbouw dienen te worden opgenomen in het bouwblok; Daken, gevels en erfafscheidingen worden zo groen mogelijk ingericht, volgens het principe ‘groen, tenzij’. Gebruik hiervoor de richtlijnen groen als leidraad (zie paragraaf 4.6 Openbare ruimte); Diervriendelijk bouwen is uitgangspunt.
• • • • • • • • • • • •
Bestaande woningen Er wordt onderzocht of de woningen een directe toegang kunnen hebben op het collectieve binnenterrein.
•
16 - Camera Obscuradreef
3.3
• Er dienen voldoende schaduwrijke plekken te zijn: Op minimaal
Leefomgeving
200 meter afstand van iedere woning een koelteplek van 200m2. Schaduw (bij voorkeur door bomen).
Gezonde woonomgeving
Spelen, Sporten en bewegen
• In het plangebied dient een speelplek (op blokniveau) van
Windhinder
•
Geluidhinder
minstens 500 m2 groot te komen voor kinderen in de leeftijd tot 12 jaar. Er komen twee nieuwe openbare verbindingen van het plangebied naar de groenstrook langs de van Brammendreef.
Ontmoeten
• Creëer voor iedereen ontmoetingsplekken; • Betrek de huidige en nieuwe bewoners in een vroeg stadium bij de openbare en de collectieve ruimte.
Sociale veiligheid
• Zorg voor zicht op de openbare ruimte vanuit de woningen; • Zorg voor overzichtelijkheid en zichtbaarheid; • Zorg voor een eenduidige en duidelijke zonering van territoria; • Zorg voor toegankelijkheid of juist ontoegankelijkheid; • Zorg voor een aantrekkelijke omgeving; • Zorg voor goede verlichting met name bij plekken waar weinig sociale controle is.
Toegankelijkheid
• De woningen van 75 m zijn levensloopbestendig. Onderzocht 2
wordt of de de woningen van 65 m2 levensloop bestendig zijn te maken.
Zon en schaduw
• Het initiatief mag geen significante negatieve gevolgen hebben op de bezonning van bestaande woningen.
Vanuit windhinder zijn geen nadere eisen.
• De gemeente hanteert een ambitiewaarde voor geluid van 63 dB; • Een geluidsbelasting tussen de wettelijke voorkeursgrenswaarde •
en de wettelijke maximale waarde vraagt om een afweging met aanvullende eisen; Er is een geluidsonderzoek nodig naar alle gezoneerde wegen en spoorwegen en de maatregelen die nodig zijn om de ambitiewaarde te halen.
Veilige leefomgeving
Luchtkwaliteit
• Het plan moet voldoen aan de eisen aangaande luchtkwaliteit uit
de Wet Milieubeheer. Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft een opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen, zoals bij bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld of een uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking kan worden verleend indien: · Aannemelijk is gemaakt dat geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; · Een project – al dan niet per saldo – niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; · Aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkelingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie PM10 (fijn stof) en NO2 (stikstofdioxide) inde buitenlucht;
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 17
•
· Het voorgenomen besluit is genoemd of is niet in strijd is met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Utrechtse gemeenteraad heeft bovendien in 2015 via een motie het college de opdracht gegeven om lagere waarden voor fijnstof te realiseren waarbij gekeken wordt naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden.
Stikstofdepositie
• Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of in de ruimtelijke
•
onderbouwing voor de uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking dient gekeken te worden naar het aspect stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Alleen wanneer met een berekening met AERIUS Calculator wordt aangetoond dat er op voorhand geen significante bijdrage (In de resultaat pdf wordt dit gepresenteerd als “geen resultaten hoger dan 0,00 mol N/ha/ jaar”) is van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een Wnb-vergunning niet van toepassing en kan het bestemmingsplan vastgesteld worden of in de uitgebreide omgevingsvergunning buienplanse afwijking worden verleend. Als er stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar plaatsvindt wordt in het kader van een Wnb-vergunning eerst een voortoets uitgevoerd. Het project of plan kan alsnog worden vergund als er geen significante negatieve effecten zijn in Natura 2000-gebieden of als de verslechtering van de stikstofdepositie optreedt op hectares, waarin de Kritische Depositiewaarde niet wordt overschreden. Indien in de voortoets niet kan worden uitgesloten dat er geen significante effecten optreden is vervolgonderzoek nodig in de vorm van een Passende Beoordeling. Dit is een uitgebreid ecologisch onderzoek. Extern salderen, mitigatie of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling.
• Er zal middels een stikstofdepositieonderzoek aangetoond
moeten worden dat zowel de aanlegfase (bouw) en gebruiksfase niet leiden tot een toename aan stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Hierbij is voor vaststelling van het bestemmingsplan of voor de verlening van de uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking met name de gebruiksfase maatgevend. Er is op dit moment vrijstelling mogelijk voor kleine (0,05 mol N/ha/jaar) en tijdelijke (max. 2 jaar) toenamen van stikstofdepositie.
Externe veiligheid
Vanuit externe veiligheid zijn geen nadere eisen.
Bedrijven en milieuzonering
• Voor de milieugevoelige functies in het plangebied dient er geen
milieuhinder te zijn door bedrijfsmatige functies binnen en buiten het plangebied. Voor het beoordelen wordt de VNGsystematiek gebruikt.
Trillingen
• Er moet nader onderzoek worden gedaan naar de te verwachten
trillingsniveaus in de woningen ten gevolge van treinverkeer. Als toetswaarde wordt daarbij de streefwaarde voor nieuwe situaties volgens de SBR-B publicatie gehanteerd. Alleen als dat niet haalbaar is kan een hoger niveau voor Vmax worden geaccepteerd, maar niet hoger dan de streefwaarde voor bestaande situaties. Het type onderzoek dat nodig is hang af van de gemeten trillingssterkte.
Geurhinder
• Er dient geen geurhinder van invloed te zijn op het initiatief.
18 - Camera Obscuradreef
Afbeelding: Voorbeeld groene pleininrichting.
3.4
Mobiliteit
Bereikbaarheid Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Taagdreef en de Ebrodreef; De Taagdreef en de Rhonedreef worden ingericht als 30-zone met een aangepast profiel, in verband met de bus; Binnen de woonbuurt is de auto te gast; Twee nieuwe voetgangersverbindingen verbinden de buurt met het groenzone langs het spoor. De openbare ruimte is toegankelijk voor mindervaliden en slechtzienden volgens het Handboek Openbare Ruimte. Dat betekent dat looproutes minimaal 1.80 m breed en incidenteel 1.50 m breed zijn; Het gebied is toegankelijk voor nood- en hulpdiensten.
• • • • • •
Parkeren De parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen moet worden berekend aan de hand van de normen in het geldend parkeerbeleid. Het plangebied valt in de parkeerzone B2, stedelijk gebied zonder betaald parkeren; Er wordt geparkeerd rond de straten van (Taag-, Ebro-, Van Brammen- en de Vader Rijndreef), aan het plein aan de Camera Obscuradreef, op de locatie van de voormalige garageboxen en op het binnenterrein, ten zuiden van de nieuwe bouwblokken; Bij toegangen van voorzieningen en appartementsgebouwen dienen openbare (bezoekers)fietsvoorzieningen gerealiseerd te worden volgens de nota stallen en parkeren.
• • •
3.5
Openbare ruimte
Kwaliteit De herinrichting vindt plaats op basis van Domstadkwaliteit; Voor de herinrichting van het binnengebied is het concept IPvE (Integraal Programma van Eisen) Herinrichting Taagdreef e.o. uitgangspunt. Indien bij de nadere uitwerking van het FO tot VO/ DO hiervan wordt afgeweken of gedeeltelijk niet aan kan worden voldaan, wordt dit goed gemotiveerd ter goedkeuring voorgelegd aan de toetsingscommissie Beheer Inrichting en Gebruik (BInG); De herinrichting voldoet aan het Handboek Openbare Ruimte (HOR). Afwijkende materiaalvoorstellen moeten door de BING getoetst worden; Het inrichtingsplan (FO/VO/DO en bestek) wordt vroegtijdig voorgelegd aan de BInG;
• • • •
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 19
• Op basis van het Functioneel Ontwerp wordt een globale
• In het plan wordt rekening gehouden met de ruimtelijke
•
•
•
beheerkostenraming opgesteld ten behoeve van het toekomstig beheer; Voor de herinrichting van de openbare ruimte van het gehele binnengebied wordt een inrichtingsplan gemaakt door een gekwalificeerd landschapsarchitect; Het inrichtingsplan wordt in overleg met bewoners gemaakt, met inbreng van de ideeën van het ‘groenste plein van Utrecht’.
Inrichting De ruimte verandert van straat naar verblijfsruimte; De straat in de Camera Obscuradreef wordt geknipt voor autoverkeer; Straten, het plein en de binnenterreinen worden zo groen mogelijk ingericht, volgens het principe ‘groen, tenzij. Gebruik hiervoor de richtlijnen als leidraad; De binnentuin heeft een waterbergende en infiltrerende functie voor de naastliggende verharding, zodat de kans op verdroging zo klein mogelijk is; De conditie van de bestaande bomen in het binnengebied zijn onderzocht (zie bijlage 3 Bomeninventarisatie). Uitgangspunt is zo veel mogelijk handhaven en bij kappen worden bomen zoveel mogelijk binnen het plangebied gecompenseerd; De bomen dragen bij aan de identiteit van het woonveld. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op het Overvechtse principe van bloeiende bomen in de woonvelden; De beplanting is van ecologische waarde door het toepassen van inheemse planten, die interessant zijn voor bijen, vlinders en andere insecten; Een natuurtoets is nodig vanuit de Wet natuurbescherming en de nota Utrechtse soortenlijst (2019); Er wordt onderzocht of het kunstwerk op het plein op deze plek kan worden gehandhaafd;
• • • • • • • • •
reservering van afvalcontainers. De plaatsing hiervan is bij voorkeur tussen de parkeerplaatsen; Principeoplossingen zoals plateaus, drempels, bushaltes, inritten, parkeerplaatsen zijn uniform in de bijhorende structuur.
Ondergrond Bovengrond en ondergrond worden op elkaar afgestemd; De bodem geschikt is voor de geplande functies: er is actueel bodemonderzoek nodig ter plaatse van te slopen bebouwing; Bij wateronttrekking en grondverzet zijn de eisen van het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer van toepassing; Het maaiveldniveau ligt rond de NAP +1,60 m en vereist geen aanvullende maatregelen vanuit grondwateroverlast. Eventuele (parkeer)kelders moeten boven de maximaal optredende grondwaterstand liggen of waterdicht zijn; Bij het maken van de plannen wordt rekening gehouden met de aangeleverde kabels- en leidingeninventarisatie (zie Bijlage 1: KliC-melding, 23-7-2020); Het riool in het binnengebied wordt vervangen waarbij vuilwater en hemelwater worden gescheiden. Bij een eventuele verplaatsing wordt rekening gehouden met maximale afstand van 15 m tot de erfgrens van de woningen en 3 m tot bomen. Woningen krijgen een aansluiting op een rioolsysteem. Een hemelwaterriolering wordt alleen toegepast als uit berekeningen blijkt dat er niet snel genoeg afgevoerd kan worden op de bodem (infiltratie), wadi’s en het oppervlaktewater.
• • • • • • •
Materialen Voor de verhardingsmaterialen is de verhardingskaart uit het Handboek uitgangspunt: Het verlichtingsarmatuur is volgens handboek het ‘chinese hoedje’.
• •
20 - Camera Obscuradreef
Kaart: (nieuwe) grens openbare ruimte.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 21
3.6
Duurzaamheid
Algemeen De initiatiefnemer wordt aanbevolen instrumenten als GPR of DPL in te zetten om de mate van duurzaamheid van het plan te concretiseren.
•
Energievoorziening Het plan draagt herkenbaar bij aan een klimaat neutrale stad. Daken worden ingezet voor groen en/of energieopwekking of een combinatie van beide. Er komt een warmtevoorziening zonder aardgasgasaansluiting. Er wordt van de ontwikkelaar gevraagd een collectief lage temperatuur warmtevoorziening te ontwerpen. Het technisch ontwerp hiervoor: - gaat uit van een energieprestatie van lager of gelijk aan BENG2 = 0; - maakt een keuze uit een WKO met een centrale warmtepomp, dan wel WKO als bronnet voor een warmtepomp per bouwblok of woning; - wordt opgenomen in het inrichtingsplan van het plangebied; - wordt opgenomen in de bouwvlekken binnen het plangebied; - heeft, indien nodig, het aanwezige hoge temperatuurwarmtenet als piekvoorziening en back-up. Het economisch ontwerp is transparant in CO2-emissies, bijdrage aansluitkosten, vastrechtkosten en verbruikskosten over 30 jaar. Indien de ontwikkelaar of deelontwikkelaar een warmte (en koude) oplossing heeft met een betere CO2-prestatie én lagere gebruiks-, onderhouds- en investerings- kosten over de gehele levensduur, kan van dit plan worden afgezien of afgeweken.
• • • •
•
Circulair slopen en bouwen Ambitie van gemeente is dat circulair bouwen uitgangspunt is. De Mix is opgenomen als 1 van de top 20 gebiedsontwikkelingen in het programma Utrecht Circulair 2020-2023. De Mix wordt gebruikt als pilot om te ontdekken wat daar voor nodig is; Van de ontwikkelaar wordt een plan van aanpak verlangd voor een circulaire ontwikkeling aan de hand van het 10-R model (als advies van NEPROM). Resultaten hieruit zullen in de uitwerking in nadere afspraken wordt vastgelegd. Hierbij ligt de nadruk op hoogwaardig hergebruik van materialen. Het reduceren van materiaalgebruik door het hergebruiken van materialen en het zodanig toepassen van materialen dat deze in de toekomst kunnen worden hergebruikt. In de bewijslast dient te worden aangetoond dat het percentage hergebruikte materialen in de openbare ruimte, minimaal 20% bedraagt. Ook dient te worden onderzocht of minimaal 20% van het totale volume van materialen in de toekomst kan worden hergebruikt op hetzelfde kwaliteitsniveau. Het identificeren en stimuleren van het gebruik van materialen met een lage milieu-impact gedurende de volledige exploitatieperiode/ levensloop van het gebied.
Met de bewijslast dient te worden aangetoond dat de keuze van ten minste 40% van het volume van de toegepaste materialen in de openbare ruimte is gebaseerd op een vergelijking van levenscyclusanalyses van alternatieve materialen, en waarbij de voorkeur is om te kiezen voor materialen met de kleinste milieubelasting. De voor het vastgoed berekende milieuprestatie zal maximaal €0,80/m²BVO/jaar bedragen op basis van de wettelijke eisen en niet op basis van gerealiseerd project, met de ambitie te reduceren naar €0,60/m2BVO/jaar. De inkoop van bouwmaterialen met een verantwoorde herkomst zal worden aangetoond. Om in de toekomst gebruik te kunnen maken van bouwmaterialen en -producten die nu in gebouwen worden verwerkt, is het van
• • •
•
• • •
22 - Camera Obscuradreef
belang om de materiaalgegevens te definiëren en eenduidig op te slaan in een materiaalpaspoort. Materiaalpaspoorten dienen daar bij uitstek voor. Het gebouwpaspoort voor het hele project bestaat uit het complete (digitale) overzicht van alle materiaalpaspoorten op onderdelen. Het gebouwpaspoort moet een overzicht geven waar de materialen zijn toegepast in het ontwerp (ontwerpcertificaat) met revisietekening. Klimaatadaptatie De initiatiefnemer moet in een kansenonderzoek onderbouwen op welke wijze het plan bijdraagt aan de ambitie om 100% van het regenwater in het gebied vast te houden volgens de voorkeursvolgorde; Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: · een bui van 1x/1 jaar: dit is een bui van 20 mm in één uur; · een bui van 1x/100 jaar: dit is een bui van 80 mm in één uur; Er wordt minimaal 90% (streven is 100%) van de jaarlijkse neerslag in het gebied vastgehouden door infiltratie op maaiveld door: · ‘groen, tenzij’; · halfverharding; · infiltratie in groen. Een bui van 80 mm mag niet leiden tot schade aan de bebouwing en infrastructurele werken; Er geldt een minimaal vloerpeil van 0,15 m boven straatpeil; Het hele plangebied wordt aangesloten op het aan te leggen gescheiden rioleringssysteem.
Alle woningen (eventueel combinatie als woningen boven elkaar liggen) krijgen een aparte huisaansluiting; De initiatiefnemer moet in een kansenonderzoek onderbouwen op welke wijze het plan bijdraagt aan de ambitie voor hittestress. Dit geldt voor de bebouwing en de openbare ruimte;
• • • • • • •
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 23
Hoofdstuk 4 Onderbouwing Kaart: Gewenste
4.1
Beleidskader
verbeteringen in de spoorzone (uit: Overvecht Spoorzone Vernieuwd, 2009).
Er zijn drie integrale beleidskaders voor het plangebied: Samen voor Overvecht, de Ruimtelijke Visie Overvecht en het gebiedsplan Overvecht Spoorzone Vernieuwt.
Legenda:
Samen voor Overvecht (2019) De gemeente heeft samen met bewoners, professionals en ondernemers in Overvecht de wijkaanpak Samen voor Overvecht ontwikkeld. Bijzonder is de integrale aanpak: samen, sociaal en fysiek. In slimme en duurzame coalities en vanuit een brede blik wordt gewerkt aan de vijf ambities: Plezierig wonen in een meer gemengde wijk, Veilige buurten, Perspectief voor de jeugd versterken, Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat en Meedoen & ondernemen met als doel een wijk waar bewoners prettig samenleven en die aantrekkelijk is voor nieuwe bewoners, bezoekers, investeerders en ondernemers. Een wijk waarin iedereen mee kan doen. In Samen voor Overvecht is de Camera Obscuradreef (de Mix) een van die coalities, waar gewerkt wordt aan plezierig wonen in een meer gemengde en veilige wijk. Dit gebeurt door hier minder sociale woningen te maken en elders in de stad meer, maar ook door de openbare ruimte her in te richten samen met de bestaande bewoners. De mix krijgt hier gestalte in gemengd wonen, werken en samen ontmoeten. Ruimtelijke visie Overvecht (2005) Alhoewel de Ruimtelijke visie Overvecht al bijna 15 jaar oud is, is de essentie van de visie nog steeds actueel. De visie beoogt het groene raamwerk te versterken en meer variatie in woonmilieus te maken. Voor elke woonbuurt is een woonmilieu bepaald.
Het gewenste woonmilieu van de buurt waarin de Camera Obscuradreef is gelegen is stedelijk wonen. Bij stedelijk wonen zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Het gaat om een woonmilieu met een mix van eengezinswoningen en appartementen met voorzieningen op loopafstand. De openbare ruimte heeft een stedelijke uitstraling en de binnenterreinen vormen een punt van rust.
• •
• De begane grond heeft een levendige uitstraling. • De openbare ruimte is begrensd met een duidelijke scheiding
tussen de openbare ruimte en privéterrein. In dit SPvE worden al deze aspecten benoemd.
Overvecht Spoorzone Vernieuwt (2009) Voor de Spoorzone hebben de gemeente en de Utrechtse woningcorporaties een gebiedsplan opgesteld. Dit plan is een uitwerking van de Ruimtelijke visie Overvecht met de vernieuwing van woningen (renovatie en sloop/ nieuwbouw) en scholen alsmede de aanpak de woonomgeving. Inmiddels is bijna alles gerealiseerd op de renovatie van de Cleopatradreef e.o en de sloop/ nieuwbouw van de Camera Obscuradreef na.
24 - Camera Obscuradreef
Kaart: Schema gewenste ontwikkelrichting woningvoorraad (uit: Woonvisie: Utrecht beter in Balans, 2019).
4.2
Functies
Woningvoorraad De wijk Overvecht heeft het grootste aandeel sociale huurwoningen in Utrecht en de sociaal-economische positie van bewoners is over het algemeen laag te noemen. Overvecht is een flatwijk, met bijna 80% gestapelde woningbouw. De woningvoorraad in de buurt “Taagdreef, Rubicondreef eo” bedraagt bijna 2.000 woningen, het grootste deel appartementen. Het aandeel corporatiebezit is er 39%, tegenover 66% corporatiebezit in geheel Overvecht (zie ook: https://utrecht.incijfers.nl/ jive). Dit relatief lage aandeel sociaal wordt met name veroorzaakt door de subbuurt ‘rubicondreef eo’, (ten noordoosten van de het plangebied) waar relatief veel koop en particuliere verhuur zit. In de subbuurt ‘taagdreef eo’, waar het plan in ligt, is het aandeel sociaal nu juist hoog, 72%. Ongeveer 75% van alle corporatiewoningen van de buurt waar het plangebied toe behoort, valt onder de kernvoorraad, dus met een huur lager dan de aftoppingsgrens. In Overvecht ligt dat aandeel iets hoger, rond de 85%. Mix In het coalitieakkoord ‘Ruimte voor iedereen’ wil de gemeente werken aan een meer gemengde wijk door een gemengder programma met een betere verdeling van sociale huurwoningen. Deze bouwplanontwikkeling is de eerste pilot, waarbij BPD, Mitros en de gemeente op de Camera Obscuradreef sociale huurwoningen (80) slopen en middeldure huurwoningen (180) terugbouwen.
De bouw van totaal 135 sociale huurwoningen elders is onderdeel van de uitruil. De 80 sociale huurwoningen komen elders in de stad terug op gronden van BPD. Dit gezamenlijk plan past in de Woonvisie Utrecht beter in Balans (2019) om woningtyoes beter over de stad te verdelen en daarmee te komen tot meer gemengde wijken. Het sluit ook aan op de ambitie van Samen voor Overvecht: plezierig wonen in een meer gemengde wijk. Om ook mensen met een midden of hoger inkomen in Overvecht te laten wonen en
inwoners wooncarrière kunnen maken in hun eigen wijk. Dit door nieuwe mogelijkheden voor gemengd wonen te realiseren in nieuwe en bestaande bouw, zodat verschillende groepen mensen samen wonen en samen leven. De 180 middeldure huur woningen zijn circa 55, 65 en 75 m² groot, zodat ook een mix van doelgroepen mogelijk is (alleenstaanden, stellen en kleine gezinnen) Overvecht is gebouwd als naoorlogse wijk van licht, lucht en ruimte, maar ook met een sterke functiescheiding. Om de wijkeconomie in Overvecht te versterken en de levendigheid te vergroten is een zekere mate van functiemenging in Overvecht gewenst, zodat de gemengde wijk niet alleen voor wonen maar ook voor werken geldt. In het plangebied wordt de mix van werken gerealiseerd aan de zijde van de Taagdreef in de vorm van kleinschalige buurtvoorzieningen met een lage huur. We streven daarbij vooral naar creatieve maakbedrijfjes, startershuisvesting enz. Een van de ruimten wordt ingericht als buurtkamer.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 25
Toegankelijkheid Sinds juli 2016 is in Nederland het VN-Verdrag Handicap van kracht. Dit verdrag legt de rechten van mensen met een beperking vast. Daarbij geldt dat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Het uitgangspunt is dat alle nieuwe woningen levensloopgeschikt zijn. Een levensloopgeschikte woning is in ieder geval voor iedereen bezoekbaar (zitplek, eetplek en het toilet bereikbaar) en woonbaar (douche- en/of badruimte, toilet en keuken zonder trap bereikbaar) dan wel woonbaar te maken door eenvoudige c.q. nietkostbare aanpassingen. Gelet op de fysieke mogelijkheden bij de verschillende woninggroottes, wordt daarbij de volgende nuancering toegepast: De woningen met de plattegronden van 75m2 worden levensloopgeschikt. Voor de woningen met de plattegronden van 65m2 wordt nog onderzocht of dat mogelijk is. Er wordt onder andere bekeken of er tussen de wc en de badkamer een zogenaamde leidingloze muur kan worden geplaatst, zodat de woning makkelijker aan te passen is. Voor de woningen van 55m2 is dat niet mogelijk, omdat de benodigde omvang van de badkamer en de wc dan teveel ten kosten gaat van de andere leefruimtes.
• • •
4.3
Ruimtelijk
Ruimtelijke opbouw Overvecht-Zuid Overvecht-Zuid bestaat uit zeven buurten rond Park de Watertoren. Onderling worden de buurten van elkaar gescheiden door brede parkstroken. De parkstroken zijn onderdeel van het groene raamwerk van Overvecht, waardoor Elk woonbuurtje ligt daardoor in het groene raamwerk van. De buurten van Overvecht-Zuid hebben allemaal eenzelfde opbouw. De buurten zijn stempelmatig ontworpen. Bij herontwikkeling zijn er twee belangrijke uitgangspunten: Ten eerste dat er een verschil is tussen de buurten en het groene raamwerk en ten tweede dat elke buurt ook in de toekomst eenzelfde opbouw houdt. Het plangebied Camera Obscuradreef ligt in een van de zeven buurten. Daarom wordt hieronder de opbouw van de buurten met de bijbehorende spelregels toegelicht. De hoofdopzet van een buurt is steeds hetzelfde, maar de invulling varieert per stempel. Elke buurt heeft de volgende deelgebieden: De hoeksteen. De woonvelden. Het plein. De molenwiek.
• • • •
De hoeksteen, die telkens in de noordelijke hoek ligt, is het woonveld met 10 hoog bebouwing. De drie andere woonvelden bestaat uit een woonveld met middelhoogbouw en twee woonvelden met laagbouw. Elk woonveld heeft een eigen samenhangende structuur: Samen omsluiten de woonvelden en hoeksteen het centraal gelegen plein. Het plein is gereserveerd voor bijzondere functies in combinatie met wonen. De molenwiek tenslotte bestaat uit de straten die tussen de verschillende woonvelden lopen. In het kader van de pilot Herinrichting Taagdreef e.o. wordt ingezet om de herkenbaarheid van de Molenwiek te versterken door
26 - Camera Obscuradreef
(boven) Kaart: De zeven buurtjes/ stempels rond Park de Watertoren. (onder) Schema: opbouw stempel. Kaart: Uitsnede plangebied met molenwiek en veld.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 27
Afbeelding: Gerenoveerde flats in het plangebied.
een eenduidig groen profiel met bomen en groen aan weerszijden. Doelen van pilotproject herinrichting is: Groot onderhoud van de openbare ruimte; Wegen veiliger maken; Minder verharding en meer groen; Regenwater zo veel mogelijk direct in de bodem te laten lopen ipv afvoeren op het riool; Openbare ruimte leefbaar maken: het is er prettig om te lopen, fietsen en te verblijven.
• • • • •
De woonvelden
Er wordt nagestreefd de herkenbaarheid van de stempel structuur te behouden. Het doel is dan ook per woonveld een samenhangend buurtje te maken met een duidelijke eenheid, één signatuur. Dit buurtje moet passen in de opzet van de stempel en passen bij ontwerpfilosofie waarmee Overvecht-Zuid ooit is gebouwd. Op deze manier zullen de bestaande bebouwing en nieuwbouw goed op elkaar afgestemd zijn.
Locatie Camera Obscuradreef
Het plangebied ligt in het woonveld met de middelhoge bebouwing. De bebouwing bestaat uit 6 bouwbouwblokken van 5 lagen. Vier daarvan zijn recent gerenoveerd. Het initiatief, waar dit SPvE voor wordt gemaakt, betreft de andere twee bouwblokken. De combinatie van renovatie en sloop/ nieuwbouw vraagt een extra inspanning om dit woonveld tot een samenhangend buurtje te maken met een duidelijke eenheid en signatuur. Alle ruimtelijke middelen (stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonisch) worden ingezet op deze samenhang te bewerkstelligen. Stedenbouwkundig ligt de nieuwe bebouwing in de rooilijn van de bestaande bebouwing. De bebouwingshoogte ondersteunt eveneens het samenhangende beeld van het veld, dit betekent onderling niet te grote hoogteverschillen. Er geldt een maximale hoogte van 6 lagen. De begane grond van de bebouwing heeft een levendige uitstraling. Langs de molenwiek kunnen bijzondere functies worden gerealiseerd, de rest krijgt een woonfunctie. Aan de buitenrand van het veld zitten voorkanten van woningen. Functies als bergingen en andere niet levendige functies worden zoveel mogelijk afgeschermd in verband met de sociale veiligheid. Landschappelijk gezien wordt aangesloten op de ruimtelijke typologie. De inrichting van de Taag- en de Ebrodreef als onderdeel van de molenwiek, de Vader Rijndreef en de van Brammendreef als onderdeel van de rand.
De openbare ruimte in het veld van zowel de bestaande als de nieuwe bebouwing wordt volgens één principe ontworpen, ook het groen en de bestrating. Het plein verbindt functioneel en ruimtelijk de bestaande en nieuwe bebouwing met als doel het plein als ontmoetingsplek van de buurt. Architectonisch wordt aangesloten op de open bouwblokkenstructuur, bebouwingstypologie van de portiekflats, de architectuur en de materialen van de bestaande – onlangs gerenoveerde – flats.
28 - Camera Obscuradreef
4.4
Leefomgeving
Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen is de lange termijnvisie van de gemeente Utrecht. Dit houdt in dat iedereen gezond en prettig kan wonen en werken in de groeiende stad. Met de groei van de stad zorgen we voor een gezonde en prettige leefomgeving voor iedereen. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Bewoners ervaren hun leefomgeving als prettig als deze ruimte biedt om te spelen en elkaar te ontmoeten en waarin zij zich veilig voelen. Gezonde woonomgeving
Spelen, sporten en bewegen
De gemeente Utrecht vindt goede en voldoende openbare speel- en sportruimte voor haar inwoners belangrijk. De komende decennia zal de stad verdichten door herontwikkelingstrajecten (inbreiding, transformatie). Dit levert andere woonmilieus op, en daarmee samenhangend ook een grotere variatie in openbare plekken en het gebruik daarvan. Dit kan kansen bieden voor de openbare speel- en sportruimte (autoluwe en autovrije straten) maar betekent ook iets voor de vraag naar goede speel- en sportvoorzieningen. In buurten die verdichten moeten immers meer mensen gebruik maken van dezelfde openbare ruimte. Het is daarom belangrijk dat er goede kaders zijn voor de hoeveelheid en kwaliteit van de openbare speel- en sportplekken. Hiervoor is het nieuw speelbeleid “Spelen in je eigen buurt” in de maak, die begin 2021 naar de raad gaat. In het nieuw speelbeleid ‘Spelen in je eigen Buurt’ worden de begrippen speelbuurt, buurtplek en blokplek gehanteerd. Binnen een speelbuurt moet voor de kinderen de kinderen van 6 tot 12 gemakkelijk bereikbare speel- en sportmogelijkheden zijn. De Camera Obscura is onderdeel van een grotere speelbuurt. In elke speelbuurt komt minimaal een buurtplek met een divers aanbod aan speel- en sportmogelijkheden voor jong en
oud voor de speelbuurt. De speelplek en het groen rond de Haarlemmerhoutdreef, de Keggedreef (groene voeg) en het spoorzoompark kunnen worden aangemerkt als buurtplek. Gezien de hoge dichtheid en het relatief hoge aandeel 0-15 jarigen in de buurt is ook een netwerk van ingerichte blokplekken nodig. Er moet daarom een blokplek van minstens 500 m² groot in het plangebied van de Camera Obscuradreef worden gerealiseerd. Deze is bedoeld voor direct omwonenden voor spelen en/of vrije speelruimte. Om bewegen te stimuleren komen er twee nieuw verbindingen die aansluiten op de fietsverbinding langs het spoor en een ommetje mogelijk maakt naar de groenstrook langs de van Brammendreef. Buurtplekken en blokplek worden beoordeeld op basis van de schijf van vijf. Het gaat daarbij om ligging, huidige staat, inrichting, mate van groen en toegankelijkheid.
Ontmoeten
De wens van bewoners is om elkaar te kunnen ontmoeten. Er zal daarom ontmoetingsplaatsen in het plangebied gerealiseerd moeten worden. In het plangebied is hiervoor voldoende ruimte. Bij de planontwikkeling zijn tot nog toe verschillende keren bewoners betrokken. Bij de uitwerking van dit SPvE wil BPD deze lijn doortrekken en onderzoeken hoe zowel de huidige als de nieuwe bewoners hier in een rol kunnen spelen. Daarbij wordt ook gedacht aan bijvoorbeeld tijdelijke maatregelen of activiteiten om alvast een begin te maken en om te testen op wat wel of niet werkt. Naast de openbare ruimte zijn de collectieve tuinen, de locatie rondom de woongroep en de bedrijfsruimte de plekken voor ontmoeting, waarvoor onderzocht op welke wijze eigenaarschap van deze plekken ook echt tot stand komt, zowel voor de bestaande als de nieuwe bewoners.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 29
Sociale veiligheid
In Overvecht voelen anderhalf keer zoveel inwoners (16+) zich wel eens onveilig in hun eigen buurt (46%) dan in Utrecht gemiddeld (30%) (bron: Inwonersenquete 2019). Een sociaal veilige woonomgeving kan relatief makkelijk worden beïnvloed door ontwerp, bouw, inrichting en beheer, door een beperkt aantal richtlijnen in samenhang met elkaar te hanteren. Deze richtlijnen zijn: zorg voor zicht op de openbare ruimte vanuit de woningen; zorg voor overzichtelijkheid en zichtbaarheid; zorg voor een eenduidige en duidelijke zonering van territoria; zorg voor toegankelijkheid of juist ontoegankelijkheid; zorg voor een aantrekkelijke omgeving; zorg voor goede verlichting met name bij plekken waar weinig sociale controle is. In het plangebied wordt op de begane grond rekening gehouden met levendige plinten en wordt duidelijk onderscheidgemaakt in openbare, collectieve (particulier eigendom) en privé-buitenruimte. Daarnaast worden de garageboxen gesloopt, wat bijdraagt aan de sociale veiligheid.
• • • • • •
Zon en schaduw
Voor het plangebied is zon/schaduw onderzoek (zie bijlage 2 Zon en schaduwonderzoek) gedaan. Hieruit blijkt dat omliggende woningen geen significante schaduwoverlast ondervinden van de nieuwe woonblokken. Voor de nieuwe woonblokken wordt uitgegaan van dubbelzidig georiënteerde woningen (en niet van eenzijdig georiënteerde woningen). Hiermee is de bezonning van de nieuwe woningen voldoende gegarandeerd. De schaduwrijke plekken door bomen in het plangebied geven door verdamping extra verkoeling en hebben daarmee een gunstig effect op het klimaat.
Windhinder
De Utrechtse Hoogbouwvisie adviseert een windhinderonderzoek uit te voeren, als er sprake is van hoogbouw (>30m.) of als de geplande bebouwing meer dan meer dan 1,5x zo hoog is als de gemiddelde omliggende bebouwing. Dat is hier niet het geval. Vanuit windhinder zijn daarom geen nadere eisen gesteld.
Geluidhinder
Een van de speerpunten van de nota Volksgezondheid Gezondheid voor iedereen (2019) is gezonde leefomgeving. In een gezonde leefomgeving is de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. We werken daarom toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB (zonder aftrek artikel 110g Wgh) voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen. Ook zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen zoals woningen, niet leiden tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen (luwe zijde). Naast deze nota geldt de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en de Geluidnota Utrecht en na 1-1-2022 door de Omgevingswet. Omdat deze planvorming voorzien is om voor die tijd planologisch te worden vastgelegd wordt deze laatste nu buiten beschouwing gelaten. In de Wet geluidhinder en bijbehorende besluiten worden voor zowel wegverkeer als spoorwegverkeer normen gesteld voor nieuwe woningen. Dit gebeurt middels een voorkeursgrenswaarde en een maximale waarde/ grenswaarde.
Een geluidbelasting onder de voorkeurswaarde is zonder meer toelaatbaar; boven de maximale waarde is de bestemming wonen niet mogelijk en tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale waarde is een afweging mogelijk. Om deze afweging te kunnen maken is beleid opgesteld in de Geluidnota Utrecht. Kort gezegd is de essentie van het beleid, dat een hogere waarde dan de voorkeurswaarde kan, indien iedere woning beschikt over een luwe zijde (geluidsbelasting van alle
30 - Camera Obscuradreef
bronnen onder de voorkeurswaarde); 30% van de verblijfsruimten aan deze luwe zijde en de buitenruimte bijvoorkeur aan de luwe zijde maar zeker niet op een plek waar de voorkeurswaarde met meer dan 5 dB wordt overschreden. Deze voorwaarden zijn een compensatie met het oog op de gezondheid om te bouwen op een locatie met een hogere geluidbelasting. Vigerende Geluidnormen
Wegverkeer
Spoorwegen
Voorkeursgrenswaarde (Geluidbelastingen wegverkeer zijn exclusief aftrek art 11og Wgh)
53 dB
55 dB
Ambitiewaarde Nota Volksgezondheid
63 dB
63 dB
Maximale Grenswaarde
68 dB
68 dB
Duidelijk is te zien dat de ambitie van Utrecht met betrekking tot gezonde verstedelijking duidelijk hoger ligt dan de wettelijke normen (dus lagere getallen). Verder dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening mede op grond van de geluidnota onderzocht worden wat het effect van de planvorming (onder andere verkeersaantrekkende werking) op zijn omgeving is. Als dit effect significant is dienen er mitigerende maatregelen te worden afgewogen. De geluidszone van de rioolwaterzuivering raakt op de hoek Taagdreef – Vader Rijndreef net aan het plangebied. Dit betekent dat het plangebied buiten de geluidszone van de RWZI valt en vanwege de Wet geluidhinder geen onderzoek naar dat geluid nodig is.
Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Utrecht – Amersfoort; de Brailledreef; Taagdreef, Bruisdreef/Vader Rijndreef/Van Brammendreef en Zamenhofdreef. Naar alle gezoneerde (spoor)wegen dient geluidsonderzoek voor de Wet geluidhinder te worden uitgevoerd. Niet gezoneerde bronnen en het planeffect worden beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat ook naar het geluid van 30 km/uur wegen en naar het geluidseffect van de verkeersaantrekkende werking van het plan onderzoek plaats moet vinden. De verwachting is dat voor het wegverkeer de geluidbelasting niet meer dan 60 dB zal bedragen. De geluidbelasting vanwege het spoor zal, mede door de hoogte van de bebouwing, vermoedelijk rond de maximale ontheffingswaarde zitten. Uit nader onderzoek zal moeten blijken of deze niet wordt overschreden. De ambitiewaarde zal vermoedelijk wel op de zuidwestelijke punt van het plan worden overschreden. Door de grotere hoogte van het plan ten opzichte van de bebouwing langs de Van Brammendreef is er op de hogere lagen sprake van een verminderde afscherming. Gezien de oriëntatie van het blok is het creëren van een luwe zijde op de laag/lagen die boven de Van Brammendreef uitsteken een uitdaging.
Voor de geluidbelasting op de blokken hoger dan 63 dB ten gevolge van het spoor zal in beeld gebracht moeten worden wat daarvoor gedaan moet worden, waarna een afweging volgt of het haalbaar is.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 31
Veilige leefomgeving
Luchtkwaliteit
Vanuit luchtkwaliteit zijn twee aspecten van belang: de invloed van het plan (programma en vormgeving) op luchtkwaliteit en de aanwezigheid van eventuele gevoelige bestemmingen. Gevoelige bestemmingen zijn plaatsen waar gevoelige groepen (kinderen, ouderen, zieken) lange tijd verblijven, zoals kinderdagverblijven, scholen, ziekenhuizen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (Wet RO) adviseren de GG&GD en Milieu en Duurzaamheid bij voorkeur geen gevoelige bestemmingen te ontwikkelen binnen 50 meter van drukke binnenstedelijke wegen (>10.000 motorvoertuigen/etmaal). Eventuele gevoelige bestemmingen kunnen in het plan een plek vinden, het plangebied ligt voldoende ver (>50m.) van drukke gemeentelijke wegen, en de lokale luchtkwaliteit voldoet aan de normen. In de omgeving van het plangebied wordt ruim voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2 en fijn stof. Door de beperkte omvang van het bouwprogramma draagt dit project niet in betekenende mate (‘NIBM’) bij aan de concentratie van fijn stof en NO2 in de buitenlucht. Daarmee voldoet het project aan de eisen van de Wet luchtkwaliteit. De gemeente Utrecht heeft het streven om in de toekomst ook te voldoen aan de WHO advieswaarden voor PM10 en PM2,5 (respectievelijk 20 en 10 µg/m3). In het jaar 2030 liggen de concentraties PM10 ruim onder de WHO advieswaarde. Voor PM2,5 is dit langs de Brailledreef niet het geval.
Deze concentraties liggen rond 10,1 µg/m3, en daarmee net boven de WHO advieswaarden van 10 µg/m3. Gezien de afstand van de bebouwing tot de weg is het aannemelijk dat op de locatie van het plan aan de WHO advieswaarden voor PM2,5 zal worden voldaan. Het halen van de WHO advieswaarde is echter geen vereiste voor het vaststellen van het bestemmingsplan of het verlenen van de uitgebreide omgevingsvergunning buitenplanse afwijking.
Stikstofdepositie
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat achteruit. Om deze te beschermen zijn in Nederland ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen met een Europese beschermingsstatus. Het plangebied ligt op ca 4 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Het extra verkeer van het plan zal meegenomen moeten worden in een berekening voor de toekomstige gebruiksfase. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de hoeveelheid verkeer zal dit naar alle waarschijnlijkheid geen extra stikstofdepositie opleveren. Het bestemmingplan kan dus op basis van een stikstofdepositieonderzoek met een dergelijke berekening in AERIUS Calculator vastgesteld worden. Voor de daadwerkelijke realisatie van het plan zal echter ook aangetoond dienen te worden dat ook de bouwfase niet leidt tot significante effecten (extra stikstofdepositie). Indien (middels een voortoets) niet kan worden uitgesloten dat er geen significante effecten optreden is vervolgonderzoek nodig in de vorm van een Passende Beoordeling. Dit is een uitgebreid ecologisch onderzoek. Extern salderen, mitigatie of een ADC-toets zijn altijd onderdeel van een Passende Beoordeling. Op basis van de definitieve plangegevens en extra verkeersgeneratie zal een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd dienen te worden waarin de gebruiksfase en bouwfase worden beschouwd.
32 - Camera Obscuradreef
Externe veiligheid
Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor: het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen; het transport van aardgas en brandstoffen door buisleidingen; het gebruik van luchthavens en overige risicobronnen zoals windturbines. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of transportroutes gelegen waarmee bij de planontwikkeling rekening moet worden gehouden.
• • • •
Bedrijven en milieuzonering
Het plangebied ligt binnen de hinderbeoordelingszone (geur) van de nabijgelegen rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Voor het bestemmingsplan of de uitgebreide omgevingsvergunning voor buitenplanse afwijking moet worden onderzocht of de voorgenomen woningen hiervan hinder ondervinden. Aangetoond moet worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat het aantal geur gehinderden niet zal toenemen. Bij de voorgestelde vestiging van bedrijven in de plint van de Taag-en Ebrodreef mogen deze geen onacceptabele hinder opleveren voor de nabije woningen. Daarom zijn alleen bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan (geen horeca).
Trillingen
Het plan is o.a. om na sloop een nieuw woongebouw aan de Vader Rijndreef te bouwen. Dat gebouw staat deels binnen 100 meter vanaf het treinspoor naar Amersfoort/Hilversum. Dit is aanleiding om door middel van metingen het trillingsniveau in de bodem of op het bestaande fundament te laten meten. Met een nader onderzoek kan op basis daarvan worden berekend wat de te verwachten trillingsniveaus in de
woningen zullen zijn en of in het ontwerp nog aanpassingen nodig zijn om de trillingsniveaus terug te brengen.
Geurhinder
Het plangebied overlapt met de milieuzone van de RWZI Overvecht die een zone heeft van 500 m vanwege geur. Het toepassen van de richtafstanden is daarom niet toereikend om geurhinder bij voorbaat uit te sluiten. De verwachting is dat voor geurhinder er geen knelpunten zijn. In het kader van de te volgen planologisch procedure dient door middel van een maatwerkonderzoek aangetoond te worden dat geurhinder kan worden uitgesloten en het geen milieuaspect van belang is.
Concept Stedenbouwkundig programma van eisen - 33
4.5
Mobiliteit
Bereikbaarheid Slimme Routes, Slim Regelen en Slim Bestemmen (SRSRSB) is een uitwerking van Utrecht Aantrekkelijk en Bereikbaar. Hierin kiest de stad voor minder ruimte voor geparkeerde auto’s op straat waar dit nodig is omwille van veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Utrecht. De wens is om meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers en meer straten in te richten als 30 km-zones. In het kader van de pilot Herinrichting Taagdreef e.o. (zie paragraaf 4.6 Openbare ruimte) worden alle straten versmald en heringericht naar 30 km wegen. De Taag- en Rhonedreef, waar de bus over rijdt, wordt iets breder. Ook op die wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. De ontsluiting van het woonbuurtje via de Taag- en Ebrodreef is ongewijzigd. Binnen de woonbuurtjes is de auto te gast. Door een effectieve indeling en het dubbelgebruik van verharding door dat de auto ‘te gast’ is kan er veel groen en verblijfsruimte gemaakt worden waar lopen, verblijf, ontmoeting, en informeel spelen makkelijk mogelijk zijn. Voor de Taag-, de Ebro-, de van Brammen- en de Vader Rijndreef is een concept IPvE gepresenteerd. Om er voor te zorgen, dat de parkzone langs het spoor beter bereikbaar is, zijn twee nieuwe openbare voetgangersverbindingen wenselijk tussen de bouwblokken aan de Vader Rijndreef en de van Brammendreef.
In kader van VN-Verdrag Handicap moet iedereen – ook mensen met een beperking – in staat zijn om voorzieningen te bereiken en te gebruiken. Voor de openbare ruimte gelden hiervoor de richtlijnen Voetpaden voor iedereen uit het Handboek Openbare Ruimte. De openbare ruimte is altijd goed bereikbaar voor nood- en hulpdiensten.
Parkeren Nota Stallen en Parkeren (2013) is ook een uitwerking van Utrecht Aantrekkelijk en Bereikbaar. Het Addendum Nota parkeernormen fiets en auto (2019) is een aanvulling op de Nota Stallen en Parkeren. De nieuwbouw moet voldoen aan deze beleidsnota’s. De belangrijkste uitgangspunten voor de auto zijn: De minimumnormen in parkeerzone B2, te weten stedelijk gebied zonder betaald parkeren (1,1 autoparkeerplaats/wo voor woningen < 80 m²); De aftrek van het aantal parkeerplaatsen voor de te slopen woningen vindt plaats op basis van de maximumnormen in parkerzone B2; Voor sociale en middenhuurwoningen vanaf 55 m2 BVO is per woning een aftrek mogelijk op de totale autoparkeernorm tot maximaal 25%.