Sociale Visie Utrecht 2040
Tekst van het document
Sociale Visie Utrecht 2040
Samen voor een inclusief, veerkrachtig en gezond Utrecht
Utrecht.nl
2
Inhoudsopgave
A B C D
Inleiding
6
1. Aanleiding 2. Toekomstbeeld 3. Ambitie
7 11 14
Opgave
16
Monitoren, sturen en verantwoorden
38
Bijlagen
44
1. De verschilmakers 2. Wat vraagt dit van ons?
1. Financiële strategie 2. Voortgang en verantwoording 3. Utrechts sturingsmodel
1. Gezondheidsmodel en grondoorzaken 2. Analyse 3. Eindnoten
17 32
39 41 42
45 46 50
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 3
4
Voorwoord “Als je deelt, wordt het licht.” Die woorden sprak een Utrechter uit Lombok tijdens een gesprek over dromen voor de toekomst. Dat raakt de kern van waar we in Utrecht voor willen staan: een stad waar we naar elkaar omkijken. Utrecht is de stad van Sint Maarten. Dat verhaal van delen en zorgen voor elkaar is niet alleen een deel van onze geschiedenis, maar ook de basis voor de toekomst die we willen bouwen. In de afgelopen jaren hoorden we talloze verhalen die gaan over delen. Fatima die met haar buren kookt in een Overvechtse school om elkaar te steunen bij het opvoeden van jonge kinderen. Bram die na een moeilijke tijd weer werk vond met hulp van zijn buurtteam. Jamila en Bas die als vrijwilligers jongeren helpen hun krachten en interesses te ontdekken. Dit zijn verhalen van Utrechters: mensen die elkaar opzoeken en zorg dragen voor elkaar. Onze visie kijkt verder dan een collegeperiode. Voor het eerst in het Utrechtse sociaal domein hebben we een langetermijnvisie ontwikkeld die reikt tot 2040. En dat is nodig, want de uitdagingen waar we mee te maken hebben, vragen om meer dan tijdelijke oplossingen. De vraag naar zorg groeit, terwijl er steeds minder mensen zijn die deze zorg kunnen bieden. Dit legt niet alleen druk op onze professionals, maar op de hele samenleving.
Als gemeente spelen we daar een belangrijke rol in, maar echte verandering ontstaat pas als zorg iets wordt waar we allemaal een steentje aan bijdragen. Met deze visie kijken we niet alleen naar de symptomen, maar onderzoeken de grond oorzaken en pakken die aan. Dat vraagt om moed, scherpte en een langetermijnperspectief. En vooral: om samenwerking. Tussen de gemeente, professionals, vrijwilligers, buren, organisaties en bedrijven. Deze visie vraagt daarom om daadkracht om met open vizier samen te werken. Het betekent ook dat we nog beter moeten luisteren naar elkaars ervaringen en verhalen, en moeten bijsturen waar nodig. Bovenal willen we dat deze visie niet bij woorden blijft. Dat we, samen met onze inwoners en partners, werken aan een stad waar we duurzame veranderingen doorvoeren. Zo maken we van deze visie een kompas voor de toekomst van Utrecht: een stad waarin we samen bouwen aan een inclusieve, veerkrachtige en gezonde samenleving. Wethouders
Linda Voortman en Dennis de Vries
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 5
A
6
Inleiding
1. Aanleiding Zo rond het jaar 350 was Maarten van Tours lid van de keizerlijke garde. Als onderdeel van zijn uniform droeg hij een rode mantel. Op een gure winterdag zag hij bij de stadspoort van Amiens een man die het koud had. Hij besloot zijn mantel te delen; met zijn zwaard sneed hij de mantel in tweeën. Maarten van Tours is al sinds de vroege Middeleeuwen de beschermheilige van onze stad en hét gezicht van met elkaar delen en omkijken naar elkaar. De waarden van Sint Maarten staan centraal in deze Sociale Visie. Wij hebben de afgelopen jaren een stevige basis gelegd voor een Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Utrecht is een stad waarin het met veel mensen goed gaat, maar er zijn helaas ook grote verschillen. Verschillen in inkomen, in gezondheid en in mogelijkheden voor inwoners om zich te kunnen ontwikkelen en mee te kunnen doen. Intussen kampen we met toenemende schaarste op verschillende vlakken: financiële schaarste, schaarste in de fysieke ruimte, woningen en in personeel. We zien ook de vraag naar zorg toenemen, terwijl onze stad (mede door ons beleid) blijft groeien naar zo’n 470.000 inwoners in 2040. De grote uitdagingen waar we voor staan, dwingen ons om keuzes te maken die merkbaar zullen zijn: we moeten scherper prioriteren, en soms de keuze maken voor het ene en daarmee niet voor het andere.
Het principe van Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen is daarom leidend in deze Sociale Visie Utrecht 2040 (hierna SVU 2040). We gebruiken deze visie om vanuit een stip op de horizon (het toekomstbeeld, zie hoofdstuk 2 van deze visie) richting te geven aan wat voor stad we willen zijn en daarmee ook richting geven aan integraal gemeentelijk beleid, de uitvoering en inzet van middelen en capaciteit. Het kader van de Rechtvaardige Stad1 benutten we als houvast bij het maken van keuzes in schaarste en in wat dit van ons als gemeente vraagt. Utrecht wil in 2040 een stad zijn waarin ongewenste verschillen tussen inwoners steeds kleiner zijn en steeds meer inwoners nog actiever bij elkaar betrokken zijn. We bouwen aan een samenleving waarin mensen meer grip op hun leven ervaren en kunnen omgaan met tegenslagen die bij het leven horen. Niemand weet wat de toekomst zal brengen, want die is niet maakbaar. Maar we werken vanuit hoop op die toekomst. Hoop als werkwoord en om vanuit de inspiratie van Sint Maarten onze langetermijnambitie voor Utrecht te verwezenlijken:
We vormen een inclusieve, veerkrachtige en gezonde gemeenschap, waarin alle inwoners een eerlijke kans hebben om mee te doen en zich te ontwikkelen tot wie ze kunnen en willen zijn.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 7
Uit v
oe r i n g s p r o g r a m m
B e l e i d s n o t a ’s
Nota Utrecht onderdak
V is
Nota Financiële Bestaanszekerheid
ie Utrec ht
S oc
le
Nota Jeugd
Nota Gezondheid
40 20
ia
Nota leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen
a ’s
Nota Samen Stad Maken
Nota Meerjarig perspectief buurtcentra 2022-2032
Nota Inclusie en Diversiteit
Nota Wmo
Nota Werk en Re-integratie Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)
Utrechtse Onderwijs Agenda
Nota Sport en bewegen
Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024
Sociale Visie Utrecht 2040 en (bestaand) sociaal beleid Een visie wordt altijd geschreven in een tijd waarin er ook ander beleid is. De ontwikkeling van verschillende beleidsnota’s, hervormingen en de SVU 2040 liepen de afgelopen tijd deels gelijk op. Dit heeft elkaar versterkt doordat het hielp bij het scherp krijgen waar een sociale visie moet ondersteunen en waar deze aan moet bijdragen. Andersom heeft de visie de nota’s gesteund met het aanbrengen van gezamenlijke focus. Door de intensieve samenwerking bij de ontwikkeling van de beleidsnota’s en de SVU 2040 is de verwachting dat op korte termijn geen aanpassingen nodig zijn op de al vastgestelde beleidsnota’s. We geven met deze visie ook richting aan de hervormingen in het sociaal domein. Een visie moet richting geven voor de lange termijn en is een kompas voor de gezamenlijke koers. Hierdoor is een visie minder concreet dan een beleidsnota of uitvoeringsnota. We geven richting door onder andere focus aan te brengen en door de gezamenlijke leidende principes. Sociale Visie Utrecht 2040 en samenhang met de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 Met de SVU 2040 wordt vanuit het sociaal domein2 ook de relatie gelegd met de fysieke leefomgeving, omdat sociale en ruimtelijke ontwikkelingen elkaar versterken. Het onderscheid tussen ‘ruimte’ en ‘sociaal’ is een manier om werk te verdelen, niet om de samen leving in te richten.
Soms zijn juist keuzes in bijvoorbeeld de publieke ruimte essentieel om verschillen tussen inwoners te verkleinen en gezondheid te bevorderen. Daarom is een verbinding van de SVU 2040 met de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) aangebracht. De SVU 2040 wordt, naast de RSU 2040, onderdeel van de Omgevingsvisie3. Sociale Visie Utrecht 2040: het proces en vervolg De inhoud van de SVU 2040 is gebaseerd op een analyse van trends, ontwikkelingen en grondoorzaken van sociale vraagstukken, maar ook op basis van gesprekken
8
met inwoners (in een aantal wijken hebben we hen gevraagd wat zij de kinderen van de stad in 2040 toewensen). In deze visie staan enkele citaten uit deze gesprekken en meerdere gesprekken en inhoudelijke sessies met uitvoeringspartners. Begin 2025 heeft de voorlaatste versie van de visie ter inzage gelegen voor de stad. Daarop konden inwoners en uitvoeringspartners input geven. De visie is dankzij de input van alle betrokkenen beter geworden en nog breder gedragen. We bedanken iedereen die hieraan heeft meegewerkt en hopen dat de visie het kompas kan zijn in onze samenwerking en in wat we doen in de stad om onze ambities te behalen. Leeswijzer In de inleiding is beschreven welke ambitie we voor ogen hebben en hoe we deze visie zien als een middel om daarnaartoe te werken. Ook is aangegeven hoe de SVU 2040 zich verhoudt ten opzichte van andere beleidsnota’s en visiedocumenten en hebben we in het kort de aanleiding voor deze visie geschetst. In het vervolg van de inleiding wordt aandacht besteed aan: Het Toekomstbeeld van de stad gebaseerd op de ambitie en input vanuit de verschillende beleidsvelden, partners en inwoners. De Ambitie en de samenhang met de programmabegroting. Daarna werken we in het hoofdstuk De opgave dit verder uit in de volgende onderdelen: Verschilmakers. Vanuit de analyse volgen de onderwerpen waar we het meest verschil kunnen maken.
Hierin leggen we ook de verbinding met de fysieke omgeving. Wat vraagt dit van ons? Hierin leest u meer over de leidende principes die gemeente en partners op koers moeten houden. Wat de gemeente anders gaat doen in het samenwerken en in contact staan met de stad en haar inwoners en wat dat vraagt in onze manier van sturen. In het hoofdstuk Monitoren, sturen en verantwoorden leest u: De financiële strategie. Hoe we de voortgang en verantwoording organiseren. Hoe we het Utrechts sturingsmodel benutten om te sturen op deze visie.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 9
10
2. Toekomstbeeld Het is donderdagochtend in juni 2040. Utrecht ontwaakt. Zwermen kinderen vinden hun weg naar school. Volwassenen werken thuis of zijn op weg naar hun werk, of ze helpen die dag bij een dierbare of goede buur. De geschiedenis van hun stad, de stad van Sint Maarten, zit in hun DNA: als je hier woont, deel je met elkaar en doe je iets voor een ander. In Utrecht hoort iedereen erbij en luisteren we naar elkaar; jong, oud, mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap, mensen met een beperking en mensen met verschillende achtergronden. In Utrecht is iedereen Utrechter. De betrokkenheid van inwoners bij elkaar is de afgelopen decennia sterk gegroeid. De ongewenste kloof tussen inwoners werd steeds verder gedicht. Mensen voelen dat ze grip hebben op hun dagelijks leven. We vormen een inclusieve, veerkrachtige en gezonde gemeen schap, waarin iedereen een eerlijke kans heeft om mee te doen en zich te ontwikkelen.
Kantelpunt in de jaren 20
Er was in de jaren 20 van deze eeuw een schaarste aan financiën, ruimte en ook beroeps krachten. We voorzagen dat dit in de toekomst zo zou blijven4. Ook hadden steeds meer inwoners moeite met rondkomen. Daarnaast vroegen mondiale problemen als klimaat verandering en energietransitie om actie. Het was duidelijk dat doorgaan op dezelfde weg niet meer kon. Het was tijd voor een andere manier van met elkaar samenleven met eerlijke kansen voor iedereen. Inwoners van onze stad gaven duidelijk aan dat zij meer vanuit de eigen gemeenschap kunnen en willen oppakken. En er was behoefte om af te stappen van het voortdurende streven naar een individueel succesvol leven, het idee van maakbaarheid, het kunnen voorkomen van tegenslagen en de daarbij horende prestatiedrang. Deze ontwikkelingen vroegen om andere keuzes: in hoe de gemeente en organisaties in de stad (samen)werken, in het bijstellen van verwachtingen ten aanzien van de toekomst en een andere manier waarop inwoners zich tot elkaar verhouden. Samen met inwoners hebben gemeente, organisaties en ondernemers in de stad gekeken naar wat dit van iedereen vraagt en wat we van elkaar kunnen verwachten.
Gemeenschapskracht, zorg en ondersteuning
Sinds die tijd geeft de gemeente nog meer ruimte aan inwoners om samen taken op te pakken. Utrecht was altijd al een stad waarin veel inwoners actief betrokken waren en toch was deze manier van meer samen doen voor anderen wat wennen. Er wordt nu ook veel vaker dan vroeger een beroep gedaan op het eigen netwerk of op betrokken buurtbewoners. Zorg wordt daarnaast vaker groepsgericht gegeven, omdat dit stimuleert dat inwoners hulp durven vragen aan een ander, waardoor de betrokkenheid tussen inwoners groeit. Ook zijn inwoners zich veel meer bewust van het tekort aan professionals. Zorg wordt pas gevraagd als de omgeving het niet meer kan bieden. En als professionele hulp nodig is, is deze te vinden in laagdrempelige centra in de wijk of buurt waar verschillende disciplines samen werken. Ook worden de mogelijkheden van AI (Artificial Intelligence) goed benut, waardoor er voor professionals meer tijd is voor persoonlijk contact.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 11
Gezond samen leven
De verschillen tussen groepen inwoners in gezond ervaren levensjaren zijn verkleind. De gemeente zette radicaal in op het aanpakken van de grondoorzaken van deze verschillen. Dat startte met het bieden van financiële bestaanszekerheid en een betaalbaar dak boven je hoofd voor de inwoners. Dit leidde tot minder geldstress, meer gezonde levensjaren en meer veerkracht in tijden van tegenslagen. In de aanpak van de gevolgen van klimaatverandering werden juist de minst weerbare inwoners in de stad het eerst geholpen. Gezondheid werd een belangrijk thema voor ons allemaal. We zijn ons nu veel meer bewust van onze collectieve verantwoordelijkheid voor gezondheid, en het beschermen daarvan. Bijvoorbeeld door het weren van de marketing en verkoop van ongezonde producten. Op school, werk, de sportclub en in het café is gezond eten, drinken en bewegen tegenwoordig vanzelfsprekend. Wat werkte hier nu vooral? Dat was het bieden van bestaanszekerheid, de goede samenwerking met onderwijs, aandacht voor de eerste levensjaren, het aanmoedigen van gezonde initiatieven in de stad, het benutten van bestaande regulerende mogelijkheden en een onvermoeibare inzet om samen met landelijke partners wet- en regelgeving ondersteunend te laten worden aan gezondheid. Gemeente en inwoners werken bovendien goed samen in netwerken in de buurt aan gezondheid en preventie van ziektes.
Kansrijk opgroeien
Ook in 2040 gaat opgroeien en opvoeden met vallen en opstaan. Daarom ontmoeten aanstaande ouders elkaar al tijdens de zwangerschap en vinden zij emotionele en praktische steun bij elkaar. Kinderen leren dingen samen doen en samenleven ook op school, met oog voor ieders eigenheid en behoefte. We hebben gestimuleerd om af te stappen van de traditionele toetscultuur en minder belang te hechten aan hoge cijfers. We helpen kinderen tot bloei te komen door hen vreedzaam spelend te laten leren, samen te leven en leeftijds groepen op scholen te combineren. Doordat we veel hebben geïnvesteerd in die goede basis voor de inwoners is er in gezinnen minder stress en meer ruimte om vooruit te kijken. In en rondom school vormen beroepskrachten, ouders en kinderen een gemeenschap. Hier zie je dat mensen samen koken, muziek maken, verhalen vertellen en gemakkelijk de weg naar hulp weten te vinden. Dit helpt om samen antwoorden te vinden op vragen rondom opvoeden en om op verschillende manieren de ontwikkeling van kinderen te stimuleren.
12
Utrecht groeit in balans en blijft divers
Het altijd aantrekkelijke Utrecht bleef de afgelopen jaren groeien. Daarbij is er veel aandacht geweest voor het faciliteren en stimuleren van ontmoeting en mee kunnen doen (ook voor mensen met een beperking), zowel in wooncomplexen als in de openbare ruimte. Ook is er volop ingezet op betaalbaar wonen. Er zijn lastige keuzes gemaakt vanwege de schaarse ruimte die in onze stad beschikbaar was, waarbij we zorgden dat het niet ten koste ging van de gezonde balans. Een gezonde groene leefomgeving werd de standaard en daar binnen zorgden we ook voor andere voorzieningen, zoals cultuur, opleidingsplekken en werkgelegenheid. Er is de afgelopen decennia veel geïnvesteerd in de Utrechtse buurten waar de (risico’s op) gezondheidsachterstanden het grootst waren. Vooral daar kwamen extra voorzieningen. Mede dankzij het bouwen met aandacht voor de balans in de stad lukt het om de bevolking in 2040 divers te houden, zowel in leeftijdsopbouw als achtergrond. De ouderen worden dankzij de medische ontwikkeling steeds ouder en horen erbij in Utrecht. Er is ook voor hen veel erkenning en waardering voor hun bijdrage aan de samen leving en hun betekenisvolle rol in de familie, buurt of de wijk. Nieuwkomers werden Utrechters.
En de Utrechters vormen een inclusieve, veerkrachtige en gezonde gemeenschap, waarin alle inwoners een eerlijke kans hebben om mee te doen en zich te kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen en willen zijn. Het verhaal van Sint Maarten in een nieuwe uitvoering, met de Utrechters in de hoofdrol.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 13
3. Ambitie We schetsen in het vorige hoofdstuk het toekomstbeeld als wenkend perspectief op weg naar 2040. Een beeld dat ontstaan is vanuit onze ambitie. Ambitie: Utrecht is in 2040 een inclusieve, veerkrachtige en gezonde gemeenschap, waarin alle inwoners een eerlijke kans hebben om mee te doen en om zich te ontwikkelen tot wie ze kunnen én willen zijn. Deze ambitie is een vertaling van ‘Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen’, door het streven naar een inclusieve en gezonde gemeenschap waarin de ongewenste verschillen in de stad zijn verkleind. Dat kunnen we niet alleen. Hier is een veerkrachtige en bij elkaar betrokken gemeenschap voor nodig met wie we samen - als stad - om kunnen gaan met de uitdagingen en keuzes waar we richting 2040 voor komen te staan. De SVU 2040 biedt daarmee een overkoepelende ambitie op verschillende programma’s uit de begroting (levendige en gezonde stad, kansrijk opgroeien, ontwikkelen en wonen voor iedereen, betrouwbare overheid, passende ondersteuning en opvang, en werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid). Deze overkoepelende ambitie werken we uit in zes subambities, die voortkomen uit de thema’s waarmee we het meeste verschil kunnen maken: de verschilmakers. Deze subambities komen overeen en/of zijn nauw verbonden met de ambities uit de programmabegroting (een verfijning).
Ze onderscheiden zich ook, omdat ze verschillende aandachtsgebieden aandragen vanuit het sociaal domein en nadrukkelijk bedoeld zijn om de inzet te richten en te kunnen prioriteren wanneer dat nodig is. Dit maakt dat ze veelal een verfijning zijn van de ambities uit de programmabegroting. Hieronder noemen we de zes subambities en lichten we toe hoe deze zich verhouden tot de ambities in de programmabegroting.
Financiële bestaanszekerheid: iedereen kan rondkomen
Ambitie: In Utrecht hebben inwoners voldoende financiële middelen om te voorzien in elementaire levensbehoeften, voor basale maatschappelijke participatie (werk, sociale en culturele activiteiten en sport) en voldoende financiële buffers voor onverwachte uitgaven. Deze ambitie is een verfijning van de ambitie van het programma Werk, Economie en Bestaanszekerheid: We werken aan zekerheid van werk en inkomen, nu en in de toekomst. We focussen vanuit het sociaal domein op financiële bestaanszekerheid.
14
Een betaalbaar dak boven je hoofd: de noodzaak van passende huisvesting
Ambitie: Utrecht is een stad waar ook mensen die minder te besteden hebben betaalbaar kunnen wonen. Er zijn voldoende woningen voor kwetsbare groepen, inwoners met vitale beroepen en mensen met een lager inkomen. Deze ambitie is een verfijning van de ambitie uit het programma Ontwikkeling en Wonen voor Iedereen: We vinden het belangrijk dat iedereen die dat wil in onze stad een passende woning kan vinden. Een betaalbare woning voor kwetsbare groepen, inwoners met vitale beroepen en mensen met een lager inkomen is cruciaal voor de opgaven in het sociaal domein en daarom maken we deze verfijning. Ambitie: We committeren ons aan de ambitie in het Nationaal Actieplan Dakloosheid uit 2022: We streven naar een stad waar dakloosheid in 2030 tot het verleden behoort. Deze ambitie is een verfijning van de ambitie uit het programma Passende Ondersteuning en Opvang: We bieden passende zorg, ondersteuning en opvang aan Utrechters die dit nodig hebben. We maken deze verfijning om te benadrukken dat dakloosheid de meest fundamentele vorm van bestaansonzekerheid is.
Kansrijk opgroeien: samen opgroeien
Ambitie: In 2040 groeien kinderen in Utrecht op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Deze ambitie komt overeen met de ambitie in het programma Kansrijk Opgroeien.
Gezond samen leven: een zorgzame gemeenschap in een gezonde leefomgeving
Ambitie: In Utrecht (stad van Sint Maarten) is het uitgangspunt: als je in Utrecht woont doe je iets voor een ander. Dat is vanzelfsprekend. Ambitie: De leefomgeving in Utrecht versterkt het samen leven en gezondheid. Deze ambities zijn een verfijning van de ambitie uit het programma Levendige en Gezonde Stad: we zorgen voor voorzieningen die de levendigheid en gezondheid in de stad bevorderen. We maken deze verfijning, omdat we hiermee de nadruk leggen op het samen leven en de gezonde leefomgeving.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 15
B
16
Opgave
1. De verschilmakers In het toekomstbeeld schetsten we het wenkend perspectief: waar leidt onze ambitie naartoe? We willen deze ambitie waarmaken in een tijd waarin schaarste van financiën, ruimte en beroepskrachten een doorlopend vraagstuk in het sociaal domein is. Om onze ambitie te realiseren hebben we daarom, gebruikmakend van de theorie over de Rechtvaardige Stad, heel kritisch gekeken naar waarmee we tussen nu en 2040 echt het verschil kunnen maken. We kunnen onze capaciteit en middelen immers maar één keer inzetten. Daarom hebben we een analyse gemaakt van de belangrijkste ontwikkelingen richting 2040, het Utrechts gezondheidsmodel benut en samen met het Verwey Jonker Instituut een analyse van de grondoorzaken gemaakt (zie bijlage D1 en D2 voor de samenvatting daarvan). Kern van het Utrechtse gezondheidsmodel is dat veel van de problemen van Utrechters geen individuele oorzaak hebben. De oorzaak van problemen ligt voornamelijk in de maatschappelijke, economische en politieke context, de sociaaleconomische positie van inwoners en de leefomstandigheden. Dit betekent dat het nodig is om onze focus te verschuiven van interventies gericht op individuen naar interventies gericht op het hele systeem. Vanuit de bovengenoemde analyses zijn we gekomen tot vier zogenaamde verschilmakers.
Met de verschilmakers versmallen we de focus in het sociaal domein, waardoor we effectiever zijn en de lat hoger kunnen leggen. Ook verbreden we onze focus naar het fysieke domein.
Een verschilmaker geeft richting aan ons beleid, aan de hervormingen in het sociaal domein en aan wat we wel én ook niet meer doen. Een verschilmaker helpt ook bij de keuze van budgetverdeling en geeft richting aan onze lobby. De verschilmakers betekenen ook iets voor andere thema’s waar we ons als gemeente voor inzetten. Met andere thema’s kunnen we stoppen, een ondergrens bepalen vanuit de wettelijke kaders of vanuit dat wat we essentieel vinden om te bieden in de basis. Die inzet kunnen we ook richten op de verschilmakers, bijvoorbeeld dagbesteding van ouderen (als invulling vanuit de WMO) laten bijdragen aan het gezond samen leven of kansrijk opgroeien. Zo worden de verschilmakers ook versterkt vanuit andere onderwerpen.
De 4 verschilmakers zijn: 1. Financiële bestaanszekerheid: iedereen kan rondkomen. 2. Een betaalbaar dak boven je hoofd: de noodzaak van passende huisvesting. 3. Kansrijk opgroeien: samen opgroeien. 4. Gezond samen leven: een zorgzame gemeenschap in een gezonde leefomgeving. In de volgende paragrafen werken we deze verschilmakers verder uit, met aandacht voor de onderbouwing, definitie, ambitie en toelichting.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 17
1.1 Financiële bestaanszekerheid: iedereen kan rondkomen Achtergrond en onderbouwing
Inwoners worden geconfronteerd met sterk oplopende kosten van zorg, energie en levensonderhoud in het algemeen. Het is daarmee voor Utrechters die al moeite hebben met rondkomen steeds moeilijker om in hun basisbehoeften te voorzien. Daarbij geven inwoners die al langer in armoede leven aan dat hun (financiële) problemen groter zijn geworden5. Ruim 22.000 Utrechtse huishoudens (bijna 14%) leeft van een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum6. Deze groepen zijn ongelijk verdeeld over de stad7. Het leven in financiële bestaansonzekerheid (onderdeel van de sociaal-economische positie in het gezondheidsmodel) brengt stress en ook vaak andere problemen met zich mee, zoals: schulden, een slechte gezondheid, psychische problemen en een instabiele woonsituatie. Dit zorgt voor nog meer stress8. Hoe meer je wordt geconfronteerd met een opeenstapeling van problemen, hoe meer deze elkaar versterken en des te moeilijker het wordt om problemen zelf op te kunnen lossen. We zien dat armoede vaak doorwerkt in generaties. Het risico dat kinderen die opgroeien in armoede later zelf ook arm worden, is in Nederland bijna twee keer hoger dan bij kinderen die in hun jeugd niet arm zijn9. Inzet op financiële bestaanszekerheid is nodig om dit te doorbreken. Bovendien heeft het ook een steeds groter effect op de gezondheid10.
Daarnaast is schaamte een kenmerk van het dagelijks leven van mensen in bestaansonzekerheid. Het kan leiden tot frustratie, eenzaamheid, isolatie en wantrouwen in overheidsinstanties, wat vervolgens kan leiden tot het vermijden van hulpverlening. Stigma’s kunnen ook in de dienstverlening onbedoeld schaamte oproepen. Bij 19% van onze inwoners in de leeftijd 18-64 jaar (46.000) die zich ongezond voelt, zien we veel problemen samenkomen11. Deze groep heeft vaker problemen met geld, werk, wonen en gezondheid. Het werkt ook andersom; inwoners die een goede gezondheid hebben, kunnen gemakkelijker zelf voorzien in inkomen. Zo is het voor alle Utrechters prettig als we ervoor zorgen dat meer mensen ook zelf mee kunnen doen.
Zorg voor de mensen die het moeilijk hebben. Zorg dat zij niet over het randje gaan en dat zij geen stress hebben. Inwoner uit de Binnenstad
Definitie verschilmaker financiële bestaanszekerheid
Financiële bestaanszekerheid betekent dat inwoners beschikken over voldoende financiële middelen om te voorzien in elementaire levensbehoeften (voeding, gezondheidszorg, water en energie), voor basale maatschappelijke participatie (werk, sociale en culturele activiteiten en sport) en om onverwachte uitgaven op te vangen12.
Ambitie
In Utrecht hebben inwoners voldoende financiële middelen om te voorzien in elementaire levensbehoeften, voor basale maatschappelijke participatie (werk, sociale en culturele activiteiten en sport) en voldoende financiële buffers voor onverwachte uitgaven.
18
Hoe leggen we de lat hoger?
We willen dat inwoners over voldoende financiële middelen beschikken bij voorkeur uit duurzaam betaald werk. Daarnaast zien we dat er voor het bieden van zekerheid met name fundamentele keuzes op landelijk niveau nodig zijn. Zoals het invoeren van een voldoende voorspelbaar sociaal minimum, het vereenvoudigen van het stelsel inkomensondersteuning en het herzien van het fiscale en toeslagenstelsel. Dit, zodat inwoners er ook op vooruit gaan wanneer zij aan het werk gaan. De noodzaak hiervan zullen wij met nóg meer prioriteit blijven benadrukken met een proactieve lobby richting het Rijk. Deze noodzakelijke wijzigingen op landelijk niveau zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat we in Utrecht koste wat kost willen voorkomen dat er nog jarenlang een grote groep mensen financiële problemen houdt of dat deze groep in omvang toeneemt. Daarom leggen we de lat hoger door: Bestaanszekerheid (bij voorkeur door duurzaam betaald werk) als speerpunt te kiezen voor het gehele sociaal domein, hier prioriteit aan te geven en de gemeentelijke beleidsruimte maximaal te benutten. Het proactief benaderen van inwoners die recht hebben op inkomensregelingen13.
In te zetten op een inclusieve, weerbare en wendbare arbeidsmarkt, zodat Utrechters een goede kans op een baan hebben en voorbereid zijn op de huidige en toekomstige veranderingen die op het werk van invloed zijn14. Te werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening. We verhogen de stress, stigma en schaamte niet, we verlagen deze. We stimuleren dit ook bij partijen in de stad.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 19
1.2 Een betaalbaar dak boven je hoofd: de noodzaak van passende huisvesting Achtergrond en onderbouwing
Een stabiel eigen thuis is een basisvoorwaarde om te kunnen leven en jezelf te ontwikkelen. Recht op huisvesting is bovendien een mensenrecht. Een (onzekere) woonsituatie heeft ook invloed op de gezondheidsverschillen van inwoners15. Een stabiel thuis maakt dat je een thuis kunt bieden aan je kinderen, kan werken aan gezond gedrag, een verslaving kan aanpakken, naar werk kunt zoeken en iets voor een ander kunt betekenen. Dat de inzet op de leefomstandigheden van belang is, zien we terug in het gezondheidsmodel. Door in te zetten op betaalbaar wonen, als onderdeel van die leefomstandigheden, kunnen we veel impact maken voor onze inwoners. De druk op betaalbare woningen (sociale huur, betaalbare middenhuur en betaalbare koop) is nu al enorm groot in het hele land en vooral in Utrecht. De wachttijd voor een sociale huurwoning is in Utrecht meer dan 11 jaar16 en Utrecht is een dure gemeente om in te wonen17. Uit de gesprekken met inwoners ter voorbereiding op deze visie kwam naar voren dat zij zich zorgen maken of hun kinderen of zij zelf nog wel in de stad kunnen blijven wonen. Als we niet bijsturen, wordt de stad steeds meer een plek voor mensen met een hoog inkomen. Dit heeft ook gevolgen voor het realiseren van onze maatschappelijke opgaven. We zien nu al een tekort aan beroepskrachten in vitale beroepen, zoals verpleeg kundigen, agenten of docenten.
Als inwoners met deze beroepen de stad uittrekken en elders gaan werken, omdat de woningen hier niet meer betaalbaar zijn en qua woonkwaliteit niet aansluiten bij de vraag, kunnen we onze ambities in het sociaal domein niet waarmaken. De schaarste voor alle woningzoekenden, en in het bijzonder voor woningzoekenden die aangewezen zijn op betaalbare woningen, zet naar verwachting de komende jaren door. We worden enerzijds geconfronteerd met een enorm tekort aan betaalbare woningen, en anderzijds met een groeiende behoefte aan meer woonplekken voor Utrechters in een kwetsbare of bijzondere positie. Denk hierbij aan woonplekken voor langer thuiswonende ouderen, mensen die zelfstandig gaan wonen i.v.m. de ambulantisering in de GGZ, voor mensen die dakloos zijn en voor statushouders en andere migranten. Het tekort betekent niet alleen dat deze mensen een passende woonplek missen, maar ook dat beroepskrachten inwoners niet optimaal kunnen ondersteunen, omdat het gebrek aan een passende woonplek onderdeel is van hun problematiek (zo niet de kern van het probleem). Een tekort aan betaalbare huisvesting is dus niet de enige oorzaak van dakloosheid, maar er is wel meer betaalbare huisvesting nodig om dakloosheid tegen te gaan. Omdat vanwege het gebrek aan passende woningen de doorstroom stokt, moeten inwoners langer dan nodig op een woonplek blijven die vanuit zorg wordt gefinancierd.
Het hebben van een stabiele eigen woonplek met begeleiding is dus niet alleen menselijker en effectiever, maar uiteindelijk ook kosteneffectief18: iets waar de hele stad onderaan de streep profijt van heeft.
Ik heb vier kinderen die wachten op een woning. Ik zou hen een woning gunnen. Inwoner uit Overvecht
20
Definitie verschilmaker Een betaalbaar dak boven je hoofd: de noodzaak van passende huisvesting Deze verschilmaker gaat over: de zekerheid van een dak boven je hoofd en over een passend en betaalbaar thuis voor Utrechters.
Ambitie
Utrecht is een stad waar ook mensen die minder te besteden hebben betaalbaar kunnen wonen. Er zijn voldoende woningen voor kwetsbare groepen1, inwoners met vitale beroepen en mensen met een lager inkomen. We committeren ons aan de ambitie in het Nationaal Actieplan Dakloosheid uit 2022: we streven naar een stad waar dakloosheid in 2030 tot het verleden behoort.
Hoe leggen we de lat hoger?
Voldoende betaalbare huisvesting is in Utrecht nu geen vanzelfsprekendheid en dit heeft grote gevolgen voor inwoners. Voor het creëren van meer betaalbare huisvesting is een beweging nodig van woningmarkt naar volkshuisvesting. Dit betekent dat we als (lokale) overheid de regie moeten pakken en moeten sturen op de beschikbaarheid van passende huisvesting, vooral voor Utrechters wier woonsituatie kwetsbaar en onzeker is. Creëren van meer betaalbare huisvesting, groei in balans, verdelen van schaarste, en samenwerken Vanuit de sociaal maatschappelijke opgave in het sociaal domein heeft betaalbaar wonen een hoge prioriteit. Groei in balans en ongelijk investeren zijn daarbij het uitgangspunt19. Per gebied moet worden bezien wat minimaal nodig is voor deze balans 1 Hier bedoelen we kwetsbare en bijzondere doelgroepen, zoals in de Utrechtse aanpak (T)huis voor Iedereen, namelijk mensen met recht op een eenmalige aanbieding (van woning) of voorrang (op een woning) middels urgentie: statushouders, mensen die uitstromen uit de maatschappelijk opvang, uit een vorm van zorg met verblijf of uit jeugdhulp met verblijf, dak- of thuisloze jongeren, mensen met recht op urgentie, mensen met voorrang via de Citydeal en doorstromers na bepaald tijdelijk aanbod.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 21
om de leefbaarheid en gezondheid voor de inwoners te waarborgen. Dit vraagt ook om te onderbouwen waar ruimtelijke investeringen het hardste nodig zijn om kansenongelijkheid tegen te gaan als één van de voornaamste criteria voor ruimtelijke afwegingen. Het gaat niet alleen om het aantal betaalbare woningen dat gebouwd moet worden, maar ook het type woning waaraan behoefte is. Zoals de, voor de komende jaren naar verwachting onverminderd grote behoefte vanuit het sociaal domein aan, kleine en betaalbare woningen voor kwetsbare inwoners (bijvoorbeeld om housing first mogelijk te maken en ten behoeve van een vlotte doorstroom uit zorgvoorzieningen). Om bij te dragen aan gemengde20, inclusieve en draagkrachtige wijken streven we naar meer gelijkmatige spreiding van het aandeel betaalbare woningen over de wijken. De precieze uitwerking volgt in de Nota Wonen. Naast het bijbouwen, gericht op permanente betaalbare woningen, grijpen we alle kansen aan om betaalbaar wonen ook op korte termijn te realiseren door te blijven investeren in innovatieve en sociale oplossingen21 voor de groeiende woningnood. Ook door het slimmer benutten van de bestaande voorraad door bijvoorbeeld doorstroom te bevorderen en belemmerende regels aan te pakken. Ook dit krijgt vorm in de Nota Wonen.
We zetten zoveel mogelijk maatregelen/instrumenten in om het aantal sociale huur woningen mee te laten groeien, zodat het totale aanbod groeit en mensen prettig wonen. We zetten in op het beschermen van huurders door te letten op eerlijke huurprijzen en goed verhuurderschap te bewaken. We waken ervoor dat bij de nieuwbouw groepen met (een risico op) gezondheidsachterstanden terechtkomen op plekken die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen met betrekking tot luchtkwaliteit en geluid. De uitwerking daarvan is terug te vinden in de Nota Gezondheid22. We verwachten dat de woonvraag van kwetsbare en bijzondere doelgroepen ook in de toekomst hoog blijft, en wellicht toeneemt, en daarom kijken we jaarlijks naar wat nodig is voor deze groepen en stellen op basis hiervan het aantal aan hen toe te wijzen woningen vast in afstemming met corporaties en zorg- en begeleidingspartijen. Zo zijn de toewijzingen gebaseerd op de actuele vraag. Dit blijven we doen zolang het nodig is om hiermee de doorstroom uit verblijfs- en opvangvoorzieningen te kunnen realiseren. Omdat Utrecht als stad niet alleen de woningcrisis te lijf kan gaan, hebben we met de regiogemeenten (U-1023) een woondeal24 gesloten. We maken afspraken met elkaar (en de woningbouwcorporaties) over het realiseren van meer betaalbare woningen en een evenwichtige verdeling van bijzondere en kwetsbare doelgroepen in de regio.
Voorkomen van dakloosheid en duurzaam investeren in gemengde woonconcepten Naast de focus op betaalbare woningen om onder andere de uitstroom uit voorzieningen en ‘Eerst een Thuis’ te kunnen bereiken, richten we de focus van het brede sociaal domein tevens op het voorkomen van dakloosheid. Dit doen we onder andere door stevig in te zetten op het voorkomen van schulden, het organiseren van voldoende en passende begeleiding, het versterken van de samenwerking op wijkniveau, het inzetten op bestaanszekerheid en het voorkomen van huisuitzettingen. Ook zijn er kansen om de community rond kwetsbare inwoners te versterken en te investeren in die buurten waar veel mensen in sociale huurwoningen leven en hen te ondersteunen bij de problematiek die daar samenkomt25.
22
We hebben al veel ervaring opgedaan met gemengd-wonenprojecten en gezien wat deze aan mogelijkheden bieden voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen én voor mensen die een betaalbare woning zoeken en iets willen betekenen voor een ander. Om dit te faciliteren is gerichte, meerjarige inzet van beroepskrachten nodig die hierop focussen. Vanuit het sociaal domein kunnen we hier, in samenwerking met de collega’s van het ruimtelijk domein, betere structurele afspraken over maken, zodat de randvoorwaarden voor die professionele inzet goed zijn geregeld. Een leefbare stad vraagt meer dan voldoende woningen en financiële bestaanszekerheid. Daar is aandacht voor in de volgende twee verschilmakers.
Kinderen hebben een stabiele thuissituatie nodig. Zorgen voor gezinnen die buiten de boot dreigen te vallen. Inwoner uit Overvecht
1.3 Kansrijk opgroeien: samen opgroeien Achtergrond en onderbouwing
Volgens de prognose heeft Utrecht in 2040 ruim 80.000 minderjarige inwoners. Utrecht blijft een relatief jonge stad: de vergrijzing gaat minder hard dan in de rest van Nederland26. We zien daarnaast dat niet alle jeugdigen even kansrijk kunnen opgroeien. Sommige kinderen groeien op in een mogelijk kwetsbare situatie, waarbij sprake is van onder andere armoede, psychische (verslavings-)problematiek van ouders, of gezinnen die naar Nederland zijn gevlucht. Of een combinatie van deze factoren. Veel ouders in kwetsbare situaties hebben onvoldoende sociale steun van hun partner, familie en vrienden. Ook hebben deze ouders behoefte aan een betere aansluiting op de bestaande zorg27. Kinderen die opgroeien in kwetsbare omstandigheden lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van problemen, niet alleen tijdens hun jeugd, maar ook op latere leeftijd. Dit zien we onder andere terug in het verschil in vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, gezond gewicht en spraak- en taalontwikkeling. Onderzoek toont aan dat het zo vroeg mogelijk investeren in kinderen de meeste impact heeft op het verminderen van kansen ongelijkheid, namelijk vanaf 0 tot 5 jaar28 29 (en eigenlijk al vanaf het moment van conceptie).
Daarnaast laten diverse onderzoeken zien dat we niet alleen moeten inzetten op het indivi duele kind, maar vooral op hun context, dus de woonsituatie, hoe het gaat op school, het aanpakken van de problematiek van (aanstaande) ouders/opvoeders en het versterken van hun omgeving.
Definitie verschilmaker Kansrijk opgroeien
Onder kansrijk opgroeien verstaan we dat kinderen en jongeren een eerlijke kans krijgen om zich te ontwikkelen tot wie ze kunnen en willen zijn. Met uiteindelijk een volwaardige en gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Om verschillen te verkleinen, investeren we ongelijk door primair te focussen op kinderen en jeugdigen die opgroeien in een mogelijk kwetsbare situatie waar sprake is van een opeenstapeling van problemen. Daarbij verleggen we de focus meer naar de context waarin kinderen opgroeien: it takes a village to raise a child.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 23
Ambitie
In 2040 groeien kinderen in Utrecht op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving.
Hoe leggen we de lat hoger? Focus van het individuele kind naar het kind in de context: stevige pedagogische basis Om kinderen kansrijk te laten opgroeien, richten we ons op een stevige pedagogische basis. In de eerste plaats door in te zetten op de ouders/opvoeders. Dit hangt nauw samen met de andere verschilmakers: het vergroten van financiële bestaanszekerheid, de zekerheid van een passende woning en het versterken van het sociale netwerk van de ouders (gezond samen leven). Als we moeten prioriteren, focussen we op ouders met minderjarige kinderen, zoals is gedaan bij de Nota Financiële Bestaanszekerheid30. Ook is er aandacht voor de mate waarin ouders/opvoeders over de juiste taalvaardigheden en digitale vaardigheden beschikken om mee te kunnen doen in de samenleving. In een stevige pedagogische basis biedt de sociale omgeving ondersteuning bij het veilig en gezond opgroeien. Naast ouders hebben veel andere mensen een belangrijke rol zoals de pedagogisch medewerkers op de kinderopvang, de leerkracht op school, de jeugdgezondheidszorg, de sporttrainer en andere buurtbewoners. De partijen rondom jeugdigen werken samen aan het welzijn van jeugdigen en hun omgeving. Hierbij is het belangrijk dat professionals elkaar goed weten te vinden, maar ook dat er op organisatorisch niveau helpende afspraken zijn die bijdragen aan het welzijn van kinderen.
24
De omgeving waarin het kind opgroeit, wordt in sterke mate bepaald door de omgeving waarin ouders leven. Het hebben van een sterk sociaal netwerk is belangrijk voor alle ouders en vormt bovendien een belangrijk vangnet bij vragen en problemen. Daar waar kinderen zijn, wordt ook door verschillende partijen samengewerkt met de ouders zoals de leerkracht, de sportcoach, de jongerenwerker en andere ouders in de buurt. Deze partijen ondersteunen elkaar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opvoeden. Het is belangrijk dat er een stimulerende omgeving is voor de ontwikkeling van jeugdigen en hun ouders. Daarom zorgen we bijvoorbeeld voor een passend aanbod van sport en cultuur, omdat ook dit bijdraagt aan de ontwikkeling van eigenwaarde, sociale vaardigheden en creativiteit bij kinderen en jongeren en hen gelijke kansen biedt voor hun maatschappelijke en persoonlijke ontplooiing. Waarbij er aandacht is voor de mentale gezondheid en het versterken van de veerkracht van de kinderen, zodat zij beter kunnen omgaan met prestatie druk en stress. Het leven is niet maakbaar en tegenslagen horen ook bij het leven. We creëren een veilige omgeving om te leren en met elkaar te delen, ook als het even tegenzit. Het is daarbij belangrijk om fouten te kunnen maken, omdat die juist kansen bieden om te leren.
Om een stevige pedagogische basis te creëren, stimuleren en faciliteren we ontmoetingen tussen ouders/opvoeders, zodat zij ervaringen kunnen uitwisselen en elkaar kunnen ondersteunen. Dit kan al tijdens zwangerschapscursussen en op laagdrempelige ontmoetingsplekken waar (aanstaande) ouders met jonge kinderen komen. Logische plekken voor ontmoetingen zijn uiteraard op de (voor)school in de wijk, de kinderopvang, bibliotheek, een speeltuin, jongerencultuurhuis of een sportclub. Naast fysieke ontmoetingsplekken zijn er ook tal van digitale ontmoetingsplekken, want het leven van jeugdigen (en hun ouders) speelt zich steeds meer online af.
Mijn droom voor Utrecht is dat het niet uitmaakt in welke wijk je wordt geboren en dat iedereen met iedereen speelt. Inwoner uit de Binnenstad Focus verschuift van het individuele kind naar het kind in zijn leefomgeving: fysieke leefomgeving Utrecht kent wijken en buurten waar het leefklimaat al lange tijd onder druk staat. Het zijn gebieden met relatief veel bewoners met weinig bestaanszekerheid en veel psychosociale problematiek. Er is niet alleen sprake van cumulatie van problemen op individueel niveau, maar juist ook op de leefbaarheid, veiligheid en vitaliteit van de buurt waar de kinderen opgroeien. Dit heeft ook invloed op de gemeenschapskracht binnen de buurt. Voor het creëren van sociale cohesie is hier meer nodig. Vanuit het principe van ongelijk investeren willen we hier andere keuzes in maken. Denk bijvoorbeeld aan initiatieven die bijdragen aan de levendigheid in de buurt of het beleid rondom spelen. Spelen is belangrijk voor ontmoeting en gezondheid (bewegen, motorische ontwikkeling). Daarom willen we in de hele stad speelplekken. Traditioneel is daarbij de afweging: een evenwichtige spreiding van speelplekken over de stad.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 25
De afweging bij ongelijk investeren zou moeten zijn: hoe groot is de kans op spelen voor kinderen in een buurt? Draagkrachtige ouders hebben meer mogelijkheden om te zorgen dat hun kinderen kunnen spelen en vaker de beschikking over een tuin. In buurten met een hogere SES heeft een investering in nabijheid en kwaliteit van ruimte om te spelen dus minder impact dan in buurten waar de kinderen in een flat wonen (met weinig buitenruimte) en hun ouders minder geld te besteden hebben. Naast een bepaald basisniveau is het nodig om scherp te kunnen onderbouwen en prioriteren waar extra inzet van middelen de meeste impact heeft en waar met name kinderen het meest ervan kunnen profiteren. Inmiddels gebeurt dat ook al: in Overvecht en Kanaleneiland zijn meer speelplekken dan in andere wijken. Hoe groot is de kans op ontmoeten en contact met buren, hoe groot is de kans op sportdeelname, hoe groot is de kans op gezond eten, op cultuurparticipatie, etc.: dit soort vragen leiden tot een andere afweging rondom investeringen in de openbare ruimte, in maatschappelijke voorzieningen, in sportvelden, bij het verkleinen van vervoers-ongelijkheid, bij het zorgen voor een rechtvaardige energietransitie, etc. Focus op jeugdigen die niet kansrijk kunnen opgroeien: daarbinnen keuze voor het jonge kind Vanuit verschillende wettelijke taken draagt de gemeente bij aan het kansrijk opgroeien van kinderen.
We focussen op de groep kinderen en jongeren die worden belemmerd om kansrijk op te groeien. Hierbinnen kiezen we voor een extra focus op het jonge kind, 0 tot 5 jaar, omdat we daarmee het meeste bereiken voor gelijke kansen. Die eerste jaren zijn verreweg het belangrijkst en kunnen later in het leven nauwelijks meer worden ingelopen. Voor deze kinderen zetten we ons samen met onze partners in de stad in om ervoor te zorgen dat kinderen opgroeien in een stabiele, stimulerende en liefdevolle omgeving. Dit betekent dat we – als we moeten kiezen – minder doen voor oudere kinderen of kinderen die wel in een kansrijke omgeving opgroeien. Voor hen bieden we natuurlijk wel de voor zieningen waar zij (wettelijk) recht op hebben.
26
1.4 Gezond samen leven: een zorgzame gemeenschap in een gezonde leefomgeving Achtergrond en onderbouwing
Vanuit de wetenschappelijke analyse zien we dat de sociaaleconomische positie en de leefomstandigheden bepalend zijn bij ongewenste verschillen. Daarom hebben we gekozen voor de verschilmakers financiële bestaanszekerheid, een betaalbaar dak boven je hoofd en kansrijk opgroeien. In het gezondheidsmodel zien we dat de sociale en fysieke leefomgeving van mensen ook een grote rol speelt bij gezondheid en welzijn. Daarom kiezen we voor een vierde verschilmaker: gezond samenleven. Uit deze analyse blijkt dat sociale contacten en steun in de eigen omgeving belangrijk zijn voor gezondheid. Dit geldt ook andersom: gezonde Utrechters kunnen duurzaam bijdragen aan de samenleving door werk en/of een andere rol te vervullen in de buurt, op school of voor de familie. Het Sociaal Cultureel Planbureau31 geeft aan dat iemands (sociale) netwerk niet alleen een belangrijke hulpbron kan zijn, maar ook bepaalt welke kansen iemand in zijn leven krijgt. Vanuit de benadering van positieve gezondheid wordt gesteld dat we niet de ziekte centraal moeten stellen, maar juist moeten focussen op de mensen zelf, hun veerkracht en op de dingen die hun leven betekenisvol maken32. In de analyse zien we dat driekwart van de Nederlanders denkt dat de horizontale polarisatie (spanningen tussen groepen inwoners)33 toeneemt.
We zien daarnaast een stijgende lijn in de cijfers rond eenzaamheid onder jeugdigen en ouderen in Utrecht.34 Er zijn weinig onderzoeken die ons inzicht geven in hoe die ontwikkeling verder gaat, maar we voorzien wel dat deze trend niet zomaar keert. Eenzaamheid en het voorkomen ervan zien we niet als een individueel probleem, maar als een sociaal vraagstuk waarbij we allemaal een rol spelen.35 Naast het wat sombere beeld over eenzaamheid en polarisatie weten we ook dat Utrecht een stad is die bruist van initiatieven, dat veel Utrechters vrijwilligerswerk doen en bereid zijn om iets te betekenen voor de buurt (bewoners). Dat verbinding tussen mensen (bonding en bridging36) voor de Utrechters belangrijk is, blijkt ook uit de input van inwoners die we kregen toen we hen vroegen naar hun wensen voor het samenleven in 2040. De wens naar meer verbinding, omkijken naar elkaar en meer voor elkaar zorgen, kwam terug als een belangrijk thema en kan daarmee een positieve verandering zijn voor alle Utrechters.
Ik hoop dat we in de toekomst meer verbinding hebben in de wijk. Dat mensen verbonden zijn. Elkaar helpen. Zich thuis voelen. Vertrouwen, mededogen. Daar interesse in hebben, daar vind je verbinding. Dat soort dingen centraler zetten. Connectie maken. Inwoner uit Overvecht
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 27
De wens om meer verbinding vraagt ook om investeren in leefbare buurten37 en in de benodigde voorzieningen daarvoor38. In deze verschilmaker focussen we eveneens op de leefomgeving omdat deze een grote rol speelt in leefgewoonten, zoals roken, voeding, beweging en mentale gezondheid. Zo is ongezonde voeding overvloedig aanwezig, wat de vrije keuze beperkt en een gezonde keuze moeilijk maakt. Vooral voor mensen met een lagere sociaaleconomische positie die vaker (chronische) stress ervaren. Daarom willen we als gemeente samen met partners en inwoners werken aan een leefomgeving waar de gezonde keuze de norm is. De groei van de stad kan kansen bieden voor het versterken van een gezonde leefomgeving die het met elkaar samen leven en gezonde leefgewoonten ondersteunt.
Ik hoop dat we in de toekomst meer verbindingen krijgen met elkaar en dat er minder verschillen zijn tussen groepen. Inwoner uit Vleuten
Een andere belangrijke reden om gezond samen leven te kiezen als verschilmaker is dat we zien dat er richting 2040 een toenemende vraag is naar zorg (sociaal en medisch), onder andere door de vergrijzing. Als die vraag zo door blijft groeien, dan zou in 2040 een onhoudbaar aantal mensen (één op de vier) in de zorg en ondersteuning moeten werken. Dit is niet haalbaar met de zeer krappe arbeidsmarkt in Utrecht en bovendien is het, zoals al eerder toegelicht, niet wenselijk dat alle zorg wordt uitgevoerd door professionals, omdat het contact vanuit het eigen netwerk soms meer kan bieden (continuïteit, herkenning, etc.) dan dat van een professional. Daarbij is de verwachting dat de tekorten op de arbeidsmarkt nog verder zullen oplopen.39 Hier wordt volop ingezet, bijvoorbeeld door preventie en het benutten van alle mogelijkheden die de digitale transformatie biedt, maar we voorzien dat dit niet het tekort aan beroepskrachten in 2040 kan voorkomen. Iedereen heeft er baat bij dat we de zorgkosten beheersbaar houden en zorg zelf beschikbaar houden voor als het echt nodig is. Dat vraagt dus iets van hoe we kijken naar zorg en hoe we deze toekomstbestendig kunnen organiseren. Er zal ook een groter beroep op de inwoners gedaan worden, wat terug te zien is in deze verschilmaker.
Definitie verschilmaker Gezond samen leven
Deze verschilmaker gaat over hoe mensen samen leven, zich verbonden voelen en elkaar steunen (waar dat nodig is). Het gaat daarnaast om hoe we een gezonde leefomgeving kunnen creëren die gezondheid en samenleven stimuleert. En hoe we, andersom, vanuit dat samen leven, gezondheid kunnen beschermen en versterken.
Ambitie
28
In Utrecht (stad van Sint Maarten) is het uitgangspunt: als je in Utrecht woont doe je iets voor een ander. Dat is vanzelfsprekend. De leefomgeving in Utrecht versterkt het samen leven en gezondheid.
Hoe leggen we de lat hoger? We zetten volop in op het bevorderen van gemeenschapskracht, het steun bieden aan elkaar en het stimuleren en faciliteren van ontmoetingen Zoals al gezegd bij de definitie ervan, richten we onze middelen vooral op deze verschil makers. Dat betekent dat we de ambitie hebben om het aandeel sociale basis en die inzet die juist kan bevorderen dat bewoners elkaar ondersteunen, te laten stijgen. We richten ons daarnaast op zorg en ondersteuning die verbinding tussen mensen stimuleert, bijvoorbeeld via groepsgericht werken. Ook nemen we zoveel mogelijk belemmeringen weg die maken dat mensen nu niet de ruimte ervaren om steun te bieden aan andere inwoners. Dat vraagt ook iets van onze partners en van de inwoners zelf en hun verwachtingen ten aanzien van zorg. Om passende en creatieve oplossingen te vinden voor nabije zorg en ondersteuning, zoeken we actief het gesprek op met de stad. Dit vraagt een manier van werken waarbij we (zie hoofdstuk B 2) samenwerken met inwoners, uitgaan van hun gemeenschapskracht en samenredzaamheid en daarbij altijd bezien of er vanuit inzet/opdrachten/beleid een kans is om de verbinding tussen inwoners te versterken. Daarin leren en ontwikkelen we ook samen.
Daarnaast benutten we kansen om het gezond samen leven te stimuleren en goed met de schaarste aan beschikbare beroepskrachten om te gaan door domeinoverstijgend te kijken naar innovatie, bijvoorbeeld in samenwerking met het medische domein (ZVW) of langdurige zorg (WLZ). Zoals verkennen of samen inkopen van zorg een mogelijkheid is of het gezamenlijk organiseren van voorzieningen.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 29
We benutten ruimtelijke ontwikkelingen om een leefomgeving te creëren die gezond samen leven stimuleert De fysieke ruimte en de aanwezigheid van voorzieningen kunnen het samen leven van inwoners ondersteunen. Daarom kijken we bij de start van ruimtelijke ontwikkelingen gezamenlijk naar de opgave in een gebied en hoe sociale en fysieke opgaven elkaar kunnen versterken: Belangrijk hierbij zijn laagdrempelige en toegankelijke40 41ontmoetingsplekken in de buurt die zowel aan homogene groepen (bonding/casa) als heterogene groepen (bridging/ plaza)42 een plek bieden. Waar nodig worden deze plekken ondersteund met sociale activiteiten of sociaal beheer. Een leefomgeving die uitnodigt tot gezonde leefgewoonten, zoals bewegen, sporten, spelen, cultuurparticipatie43, gezond eten en drinken en het gezond samenleven versterken. Bij grootschalige nieuwbouw en transformatie bevorderen we gemeenschapsvorming in de buurt, bijvoorbeeld door collectieve en goed toegankelijke ruimten te realiseren en daar waar mogelijk stimuleren we het bouwen van woonvormen die het zorgen voor en omkijken naar elkaar versterken, zoals coöperatieve woonvormen, geclusterde woon vormen en gemengd woonprojecten.
Luister naar mensen op een laagdrempelige manier. Meer inspraak. Inwoner uit Tolsteeg
30
De druk op de beschikbare ruimte maakt dat er afwegingen en keuzes moeten worden gemaakt. Uitgangspunt is dat deze afwegingen integraal, vanuit zowel het ruimtelijk als het sociaal domein, en vanuit het principe ‘groei in balans’ worden gemaakt.44 Hiervoor is in de RSU 2040 de Utrechtse barcode ontwikkeld als hulpmiddel voor ‘groei in balans’. Voor wat betreft investeringen in de maatschappelijke voorzieningen en de leefbaarheid geven de verschilmakers in de SVU 2040 richting bij prioritering, zodat keuzes navolgbaar zijn. De verschilmakers in de SVU 2040, het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ en de behoefte in de buurt of wijk zijn vanuit het sociaal domein de belangrijkste criteria voor prioritering. De gemeente neemt een actieve rol in het realiseren en behouden van maatschappelijke voorzieningen Een leefbare en complete stad vraagt om een divers, toegankelijk en kwalitatief hoog waardig voorzieningenniveau. Voorzieningen zijn geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke activiteiten mogelijk te maken. Voorzieningen dragen onder andere bij aan ontmoeting, preventie, ontplooiing, meedoen, cultuurparticipatie, educatie, sporten en bewegen, zorg en ontspanning. Bovendien bieden maatschappelijke voorzieningen in de wijk veel werkgelegenheid, wat bijdraagt aan financiële bestaanszekerheid.
Voor het ontwikkelen van maatschappelijke voorzieningen hanteren we de volgende uitgangspunten: Voorzieningen zijn laagdrempelig, toegankelijk, uitnodigend en goed verspreid over de stad (basis op orde). Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen nemen we de benodigde maatschappelijke voorzieningen in het beginstadium op in het programma en de uitgangspunten. Op basis van de behoefte in de wijk sturen we actief op het (behoud van) maatschap pelijke voorzieningen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformaties ondersteunen we organisaties, zodat zo veel mogelijk bestaande maatschappelijke voorzieningen met lokale binding binnen hun gebied kunnen blijven. Als dit niet mogelijk is, ondersteunen we organisaties om passende, alternatieve locaties te vinden. Desnoods kopen we actief grond of vastgoed aan als we de bijbehorende business case sluitend krijgen45. Als gemeente stimuleren we (maatschappelijke) partijen om hierin ook hun verant woordelijkheid te nemen; een gezonde stad maken we immers samen. In de nog te ontwikkelen nota over een leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen wordt de rol van de gemeente verder uitgewerkt. Hierin werken we ook uit welke rol we hebben ten aanzien van voorzieningen waarvoor we geen huisvestingsplicht hebben, zoals buurtteams en huisartsen.
Het toenemende aantal bezoekers in de stad stelt andere eisen aan onze voorzieningen en openbare ruimte. We streven naar een evenwicht waarin alle Utrechters zich thuis blijven voelen. Aanpassingen in het ruimtelijk domein blijven decennialang bestaan, terwijl ontwikkelingen in het sociaal domein elkaar veel sneller opvolgen. We bouwen flexibiliteit in bij ruimtelijke plannen en zorgen er zo voor dat voorzieningen aangepast kunnen worden aan de actuele behoeften van mensen en organisaties. Bij het ontwikkelen van nieuwe buurten streven we ernaar dat (eventueel tijdelijke) voorzieningen gelijktijdig met woningen worden opgeleverd. Bij het ontwikkelen van maatschappelijke voorzieningen geldt het principe uit de RSU 2040: ‘meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit’. Dit doen we zowel bij nieuwbouw als bij renovatie.
Sociale Visie Utrecht 2040 versie mei 2025 | 31
2. Wat vraagt dit van ons? In het vorige hoofdstuk hebben we de verschilmakers toegelicht en de ambities die we daarbij hebben. In dit hoofdstuk beschrijven we de gezamenlijke leidende principes voor het gehele sociaal domein die ons (Utrechters, partners en gemeente) op koers houden in het realiseren van die ambities. Daarnaast beschrijven we ook wat het realiseren van deze ambities vraagt van ons als gemeente, hoe wij samenwerken met de stad en wat dat betekent voor onze manier van sturen.
2.1 Leidende principes Wettelijke kaders, zoals de mensenrechten, vormen de basis van waaruit we werken. Daarnaast hebben leidende principes ons de afgelopen tijd geholpen om vanuit gezamenlijke waarden te werken, belangen te overstijgen en op koers te blijven. Daarom hebben we ervoor gekozen om aan deze visie leidende principes te verbinden voor het sociaal domein. We hebben daarvoor de principes benut die er al zijn (uit nota’s vanuit de verschillende beleidsterreinen en organisatieonderdelen); deze zijn waar mogelijk samengevoegd en aangescherpt, zodat deze ons op de juiste koers houden om de ambities samen met de inwoners en partners te realiseren. De leidende principes zijn bedoeld voor de gemeente en voor organisaties/beroepskrachten in de stad, dus waar hieronder over ‘we’ wordt gesproken gaat het over de gemeente en de partners. Waar het over gemeente, organisaties en inwoners gaat, is dit aangegeven. Een deel van de leidende principes gaat nadrukkelijk over de samenwerking met inwoners en hoe we vanuit het dagelijks leven van inwoners werken. 1. In alles wat we doen, staat het dagelijks leven van Utrechters en eenvoud centraal We richten onze dienstverlening, zorg en ondersteuning in vanuit het dagelijks leven van inwoners. Eenvoud staat centraal in alles wat we organiseren en doen.