Schriftelijke vragen VJN-1e berap 2023.docx
Tekst van het document
Vraagnummer: 1 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.3 Klimaat
Bladzijde (in pdf)
28
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 2.3.2
Vraag
Er wordt gesproken over vergroeningskansen daar waar we aan het werk zijn en al groen willen toevoegen. Is dit niet een lagere ambitie dan voorheen? En gaan we dan geen bomen meer plaatsen in groenarme wijken? Welke financiële ruimte wordt er nou daadwerkelijk geboden? En kan er meer gezegd worden over dat lagere tempo?
Antwoord Er is geen sprake van een lagere ambitie en lager tempo. Deze coalitieperiode zetten we gemiddeld 6 miljoen euro extra per jaar in voor vergroening. Daarmee verdubbelen we het budget. De middelen die we voor meer bomen vrijmaken zijn nog onvoldoende om onze extra ambitie volledig op te pakken zoals het planten van een boom voor elke nieuwe woning. Zie ook raadsbrief strategie voor groen, 12 april 2023. In de RSU2040 zijn de kosten van de groene schaalsprong tot en met 2040 ingeschat 1,6 miljard euro. Dat is ongeveer 80 miljoen euro per jaar. Het werk-met-werk maken en het plaatsen van extra bomen in de groenarme wijken Noordwest en Rivierenwijk blijven we voortzetten.
Vraagnummer: 2 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.3 Klimaat
Bladzijde (in pdf)
29
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 2.3.2
Vraag
Er staat: "Gezien de schaarse middelen kiezen we ervoor om het zelfstandige budget voor zelfbeheer niet mee te laten groeien met de stadsbrede vraag." In hoeverre is dit in lijn met eerdere raadsvoorstellen en aangenomen/overgenomen moties? Welk gat treedt er op met de stadsbrede vraag? En hoeveel geld gaat er nu wél naar zelfbeheer?
Antwoord Er zijn de afgelopen jaren geen raadsvoorstellen gedaan over zelfbeheer en ook geen moties overgenomen/aangenomen in de context van de vraagstelling. In de Raadsbrief Beantwoording toezeggingen en aanpassing Actieplan zelfbeheer openbaar groen hebben wij u geïnformeerd over het jaarlijkse budget voor zelfbeheer van openbaar groen. Er is 1250 uur per jaar beschikbaar voor de praktische ondersteuning, 0,069 miljoen euro per jaar voor plantmaterialen of tuinaarde. En aanvullend is er nog jaarlijks 1.125 uur voor het wijkaanspreekpunt in combinatie met specialistische groenondersteuning, bijvoorbeeld door inzet van ecoloog. Dit komt neer op een jaarlijks budget van: 0,2 miljoen euro Deze urenraming is gebaseerd op een basisondersteuning van zelfbeheerders. Bij zelfbeheer gaat het namelijk erom dat inwoners het beheer oppakken en dat de gemeente daarbij kan ondersteunen. Echter, wij zien dat er een groeiende ondersteuningsbehoefte is door onder meer de toename van de complexiteit van zelfbeheerinitiatieven en doordat er meer ondersteuning gevraagd wordt bij bestaande initiatieven. Ook vraagt de coördinatie meer tijd: afstemming met andere programma’s, coördinatie intern en registratie. Hier kunnen we nu niet aan voldoen.Deze groeiende vraag zullen we het komende jaar nauwgezet volgen.
Vraagnummer: 3 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.4 Levendige en leefbare stad
Bladzijde (in pdf)
31
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 2.4
Vraag
In de samenvattende tabel staat per jaar 100.000 euro voor locatieprofielen. Waarom is dit een bijsturing? We hadden de locatieprofielen toch al af en in de ijskast gezet? Dus dit hoeft toch niet extra geld te vragen? Of hooguit incidenteel? En waarom zulke hoge bedragen?
Antwoord Het opstellen van locatieprofielen en het daarmee werken, vraagt meer middelen dan bekend was ten tijde van het coalitieakkoord. Om toch vaart te maken met de locatieprofielen heeft uw raad bij het opstellen van de programmabegroting besloten om 0,25 miljoen euro in te zetten om tien locatieprofielen te maken. Op dat moment is uw raad ook geïnformeerd dat wij u, richting de voorjaarsnota, informeren over het proces (zie onze raadsbrief start locatieprofielen evenementen van 24 maart 2023) en de financiële implicaties in relatie tot de locatieprofielen. Dat doen wij nu. De kosten voor het werken met de 10 locatieprofielen zijn begroot op 0,1 miljoen euro. Dit zijn de structurele uitvoeringsmiddelen voor extra personeelskosten bij vergunningverlening en extra kosten voor communicatie en ICT.
Vraagnummer: 4 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
4.2 Vertrekpunt financieel beeld
Bladzijde (in pdf)
41
Erratum
Nee
Verbijzondering
Paragaraf 4.2.5
Vraag
In de tabel (rondom extra inzet beleid) staan extra middelen gereserveerd voor jongerencultuurhuis in Leidsche Rijn en in Merwedekanaalzone. Waren deze twee ontwikkelingen niet allang bekend? Waarom is dat een bijsturing in déze VJN? Waren deze posten eerder nog gedekt? En t.a.v. Leidsche Rijn: op pagina 46 staat deze ook nog vermeld onder het kopje bezuinigingen.
Antwoord De dekking van de exploitatiesubsidie voor wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone en Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn was tot deze Voorjaarsnota nog niet geregeld. Met de beschikbaarheid van toegekende middelen uit het coalitieakkoord kon de keuze voor dekking van de exploitatiesubsidies deze Voorjaarsnota vanuit een brede integrale afweging worden gemaakt. Hierbij is de keuze gemaakt om voor dekking o.a. het budget topcultuur en het eerder toegekende investeringsbudget voor het jongerencultuurhuis Leidsche Rijn in te zetten. Deze 0,2 miljoen voor jongerencultuurhuis Leidsche Rijn die is opgenomen in de tabel ‘bezuinigingen’ huidig beleid’ op pagina 46 van de Voorjaarsnota is feitelijk een vrijval van 0,2 miljoen euro investeringsbudget uit de investeringsagenda ‘groei van de stad’ voor het jongerencultuurhuis Leidsche Rijn. Deze vrijval wordt ingezet voor gedeeltelijke dekking van de exploitatiesubsidie van het jongerencultuurhuis in Leidsche Rijn.
Vraagnummer: 5 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
4.3 Uitwerking financiële strategie
Bladzijde (in pdf)
44
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 4.3.1
Vraag
Er staat: "Dit betekent ook dat er minder flexibiliteit is om onverwachte tegenvallers binnen het budget op te vangen". Hoe gaan we dit merken? Is er een voorbeeld van te geven? Wat als zich dan toch een tegenvaller zich voordoet, gaat dit dan sneller naar de gemeenteraad omdat er een politieke keuze nodig is?
Antwoord In de meerjarenprogramma's worden meerdere projecten tegelijkertijd uitgevoerd. We sturen per programma op uitvoering binnen het budget. Die sturing kan ertoe leiden dat een tegenvaller op project a aanleiding kan zijn om pas later te beginnen met project b. Pas als bijsturing binnen het programma niet meer mogelijk is, kan financiële bijsturing over de programmagrenzen heen noodzakelijk zijn. En dat vergt dan besluitvorming door de gemeenteraad.
Vraagnummer: 6 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s) Document
Susanne Schilderman, Linda Voortman, Rachel Streefland; Lot van Hooijdonk VJN-1e berap
Hoofdstuk
4.3 Uitwerking financiële strategie
Bladzijde (in pdf)
46
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 4.3.3
Vraag
Diverse vragen over de tabel met bezuinigingen: Hoe kan de vrijval van rioleringsreserve worden ingezet, dient die niet alleen ingezet te worden voor rioleringsopgaven? Waarom in de jaren 2024-2025-2026 bezuinigen op het programma Energietransitie met 350K? Dit was toch juist een van drie prioriteiten? Wat gaan we dan niet meer doen? En tot slot: wat betekent verminderen inzet bij zowel Klantcontactcentrum als Handhaving? Minder hard groeien dan gewenst, of minder doen dan in dit huidige situatie?
Antwoord De egalisatiereserve riolering is bedoeld voor het dempen van schommelingen in het tarief voor de rioolheffing. Omdat het een reserve is en geen voorziening mag deze, voor zover deze ontstaat door efficiencyvoordelen of hogere baten dan verwacht, ingezet worden om incidentele tekorten op de algemene middelen te dekken. In het raadsvoorstel bij het Programma Water en Riolering 2024-2028 zit het voorstel om voortaan een maximum bedrag van 4 miljoen euro te hanteren voor de reserve, waarmee het deel boven dit maximum bedrag naar keuze ingezet kan worden voor tariefverlaging of dekking van tekorten op de algemene middelen De bezuiniging van het KCC betekend concreet een bezuiniging van 3FTE. Die doen we door natuurlijk verloop. Op dit moment investeren we in het verder vereenvoudigen van de dienstverlening en ook naar andere kanalen waarbij er geen interactie tussen een medewerker en inwoner nodig is. Dat wil overigens niet zeggen dat we de fysieke kanalen ontmoedigen. Inwoners zijn daar nog steeds welkom. Wel is het zo dat door het wegvallen van de 3FTE we minder ruimte hebben om onverwachte piekmomenten op te vangen waardoor er langere wachttijden kunnen ontstaan. Daarmee kan het zijn dat bereikbaarheidsnorm alsnog naar beneden gaat.
Voor wat betreft het aspect handhaving betreft het hier een taakstelling waar wij in het handhavingsprogramma 2024 een keuze in zullen maken. De komende periode onderzoeken we of willen investeren in deelnemingen voor warmte, water of andere energiebedrijven (bv Stedin). Dit vormt integraal onderdeel van het energieprogramma. De komende jaren schalen we het energietransitieprogramma flink op. Binnen deze opschaling houden we nu al rekening met een bedrag van 0,350 miljoen euro voor de dekking van rentelasten. Bezuinigen op het programma is hierdoor nu niet aan de orde
Vraagnummer: 7 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
4.3 Uitwerking financiële strategie
Bladzijde (in pdf)
47
Erratum Verbijzondering
Paragraaf 4.3.3
Vraag
Wat gaat de consequentie zijn van 290k bezuinigen op "onderhoud locaties natuureducatie"? Waar moet ik aan denken? Hoe gaat dit uitpakken voor bijvoorbeeld Utrecht Natuurlijk?
Antwoord Uit onderzoek naar het achterstallig onderhoud blijkt dat de investering toch lager zal zijn dan voorheen was ingeschat. Het niveau van onderhoud op de locaties zal door de bezuiniging in de toekomst niet minder worden. Het uitgangspunt is dat het onderhoudsniveau conform de standaard (niveau 3 sober en doelmatig) van gemeente Utrecht blijft. In de meerjarige onderhoudsplanningen zal wel goed worden gekeken naar het moment van vervangingsonderhoud. Voor het toekomstig vervangingsonderhoud zal nog een nader investeringsprogramma worden uitgewerkt die vervolgens verwerkt zal worden in de kostprijsdekkende huur. Voor Utrecht Natuurlijk zullen er geen consequenties zijn. Zij zullen gaan huren van de gemeente op basis van een kostprijsdekkende huurprijs. Het onderhoud zit hierin verwerkt.
Vraagnummer: 8 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
9.3 Investeringsprojecten Bereikbaarheid
Bladzijde (in pdf)
67
Erratum Verbijzondering
Uitbreidingsinvesteringen
Vraag
Waarom wordt het project Maliebaan 1 miljoen euro duurder? En hoe is de forse toename voor de HOV baan MWKZ te verklaren? In hoeverre zou dit ook uit het project zelf (eventueel met cofinanciering) bekostigd kunnen worden? Hoe ziet de OV verbinding Overvecht USP eruit?
Antwoord In de raad van 3 februari 2022 is het IPVE/FO Maliebaan vastgesteld, inclusief financiële paragraaf en onderbouwing van de extra benodigde 1 miljoen euro. Dit betrof een scopewijziging, gestegen prijzen en oplopende proceskosten. In het MPR 2022 is het bedrag ook geprogrammeerd, alleen is het niet bij de begroting 2023 meegenomen bij het vrij vragen van de kredieten. Dat is nu gebeurd. HOVbaan MWKZ/Europalaan Zuid: Het betreft geen toename van de projectkosten maar de vrijgave van het resterende krediet van het project van de door de provincie Utrecht verstrekte subsidie van 7,4 miljoen euro in het kader van de afspraken binnen U Ned over de No Regret maatregelen. Met deze aanpassing is het volledige krediet vrij gevraagd. OV-verbinding Overvecht - USP: Als onderdeel van de No Regretaanpak binnen U-Ned realiseren we met het project infrastructurele maatregen op met name de K. de Jongweg en de Sartreweg. Hiermee verbeteren we de bestaande busverbinding qua reistijd. Het project is nu in de definitiefase. De gemaakte kosten zijn de engineerings- en onderzoekkosten van deze en voorgaande initiatieffase.
Vraagnummer: 9 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
9.4 Investeringsprojecten Openbare ruimte
Bladzijde (in pdf)
68
Erratum Verbijzondering
Vervangingsinvesteringen
Vraag
Waarom zorgt het faillissement van een leverancier voor een verlaging van 3 miljoen euro (plus nog eens 1,4 miljoen euro bij de uitbreidingsinvesteringen)? We hebben toch nog steeds behoefte om te investeren in onze afvalcontainers? Graag meer toelichting. En waarom lezen we hier geen toename van de investeringsbedragen voor o.a. Werven en Spelen? De nieuwe Speelvisie en de uitgevoerde speelscans geven waarschijnlijk aanleiding tot extra investeringen. Kan dit vanuit bestaande budgetten worden betaald?
Antwoord Zowel de vervangings- als de uitbreidingsinvesteringen nemen toe ten opzichte van de programmabegroting. Dit heeft alles te maken met de nieuwe aanbesteding leverancier door het faillissement van de oude leverancier en het plaatsen van meer containers ten behoeve van de groei van de stad en het verder uit faseren van het bestaande areaal dan verwacht bij de programmabegroting. Werven: De tabel is voor de periode t/m 2023. Het investeringsbedrag voor die periode is in 2021, bij de vaststelling van het programmaplan “Werk aan de Werf”, vastgesteld. Bij de Voorjaarsnota 2022 is voor de periode 2024 t/m 2026 budget toegekend voor de uitbreiding van het uitvoeringsprogramma "Werk aan de werf". De investeringsbedragen voor het Wervengebied vanaf 2024 zijn daar zichtbaar. De investeringsbedragen zijn nog toereikend (zie voortgangsrapportage). Spelen: De investeringen die voortkomen uit de speelscans worden bekostigd vanuit het budget voor Spelen, Sporten en Bewegen. Daarnaast worden ook de beheerkosten voor de nieuw aangelegde speel-en sportvoorzieningen die vanuit de Speelvisie en speelruimtescans worden gerealiseerd, vanuit dit budget bekostigd.
Vraagnummer: 10 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
9.4 Investeringsprojecten Openbare ruimte
Bladzijde (in pdf)
69
Erratum Verbijzondering
Uitbreidingsinvesteringen
Vraag
Er staat: "Bij deze bestuursrapportage vragen we 5,000 miljoen euro krediet vrij voor investeringen uit GiB pakket." Waar lees ik de uitsplitsing hiervan dan terug? En die 3,8 miljoen voor het gedeelte rondje Stadseiland. Welk deel is dit precies? Een flink prijskaartje, is dit conform prognose of duurder uitgepakt? En wat komt er nog aan? Ik dacht dat we bestaande budgetten bij elkaar zouden leggen hiervoor (zie ook eerdere raadsbrief hierover). Hoe verhoudt deze investering zich tot die eerdere optelsom van bestaande budgetten?
Antwoord Het is niet uitgesplitst, dit betreft de icoonprojecten Kromme Rijn Linie Landschap en Rondje Stadseiland tezamen Circa 0,8 miljoen euro is voor planontwikkeling van het hele Rondje Stadseiland. 3 miljoen euro is uitvoeringsgeld bestemd voor deelgebied 3, Kanaalweg Jaarbeurs. We ontvangen hier ook een rijksbijdrage van 3 miljoen euro voor. Dit is conform prognose. In de Raadsbrief Voortgang Rondje Stadseiland - U-reka Gemeente Utrecht staan per deelgebied de indicatieve investeringsbedragen. Dit is de inschatting op dit moment. In deze brief staat voor welk deel dekking is. De bestaande budgetten zijn gekoppeld aan bepaalde deelgebieden. Er is nu nog niet voldoende budget om alle deelgebieden uit te voeren.
Vraagnummer: 11 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Dennis de Vries, Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
18
Erratum Verbijzondering
Spoor 2 - inhoudelijke aanpak
Vraag
Op basis van welke afweging van de voordelen en risico's is gekozen voor scenario 2? Kunt u dat nader onderbouwen? Welk contact is hierover geweest met betrokken partners?
Antwoord De inhoudelijke onderbouwing voor scenario 2 staat in de VJN: scenario 1 heeft als risico dat beschikbaarheid en kwaliteit van zorg op korte termijn onder druk komt en op lange termijn juist tot extra kosten gaat leiden. Scenario 3 heeft als risico dat een gemeentebrede afweging meer tijd vraagt (hoe breder, hoe meer betrokkenen en afstemming) en dat ambities op ruimte/ wonen en energie worden beperkt om de gewenste beweging in sociaal domein uit te voeren. Scenario 2 sluit het meest aan bij de gewenste transformatie in het sociaal domein, met daarbij een brede integrale aanpak met sociale partners in de stad. Op dit moment zijn we samen met partners bezig met de uitwerking. Op de opgave jeugd zijn zij verinigd in de taskforce Jeugd. En ook in het kader van het nieuwe Wmobeleidskader worden de partners in het Wmo-domein actief betrokken. Direct na publicatie van de voorjaarsnota is ook het bredere veld van partners in het sociaal domein geïnformeerd.
Vraagnummer: 12 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Dennis de Vries, Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
19
Erratum Verbijzondering
Spoor 2- inhoudelijke aanpak
Vraag
Hier worden een aantal specifieke onderwerpen, maar ook algemene thema's genoemd die moeten worden ontzien? Deze opsomming lijkt vrij willekeurig in het licht van het doel namelijk zorg voorkomen. Hoe bent u hiertoe gekomen en tot welke beleidskeuzes leidt dit?
Antwoord De denkrichting is gebaseerd op onderzoeken van o.a. SCP, WRR, NJI en Trimbos die zijn gedaan naar oorzaken van toenemende behoefte aan jeugdhulp en Wmo-zorg/ondersteuning. Bijvoorbeeld: over de toename van ervaren prestatiedruk: Trimbos, HBSC, Gezondheid van jongeren in Nederland (2022), Nji/Trimbos, Naar gezamenlijke veerkracht en kansen voor iedereen (2021), NJI, Naar een andere kijk op Jeugdzorg (2023), RIVM, Kwartaalonderzoek mentale klachten jongeren (2023). Voor de impact van corona zie: Gemeente Utrecht, De staat van de Utrechtse Jeugd (2022). Voor de relatie tussen scheidingen en zorg, zie Significant Publiek, Relatie tussen scheidingen, GGZ-gebruik en jeugdzorggebruik (2022). Voor de impact van stapeling zie: SCP, Zicht op zorgen (2023), Meer zicht op ouders (2023), Eigentijdse ongelijkheid (2023). Voor de groei van de bevolking en de (dubbele) vergrijzing zie: Gemeente Utrecht, Bevolkingsprognose 2022 (2022). Voor de spanning op de arbeidsmarkt en de impact op de zorg, zie: Utrechtzorgt (2022) en Prognosemodel Zorg en welzijn (prognosemodelzw.databank.nl). Beleidsmatige uitwerking en afwegingen moeten nog worden gemaakt. De voorliggende voorjaarsnota is bedoeld om uitgangspunten op inhoud, proces en financiën vast te stellen.
Concreet ligt scenario 2 voor, bestaande uit een samenhangende aanpak uit drie sporen: 1) samen aan de slag (proces), 2) Inhoudelijke aanpak (met 5 uitgangspunten) en 3) Financiële uitgangspunten. De beleidsnota's en nota's van uitgangspunten subsidietenders bevatten vervolgens een verdere uitwerking en zijn de volgende stap. Deze kaders zullen in het najaar van 2023 aan de raad worden voorgelegd. Het tempo van uitwerking en implementatie van verschillende maatregelen zal gaan verschillen. Uitgangspunt is dat de raad in staat wordt gesteld overzicht te houden. In dit kader zal de raad periodiek geïnformeerd worden. De eerste keer zal in het najaar 2023 plaatsvinden.
Vraagnummer: 13 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Dennis de Vries, Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
19
Erratum Verbijzondering
Spoor 2- inhoudelijke aanpak
Vraag
Wat bedoelt u er mee dat u kijkt naar draagvermogen van wijken? Klopt het dat dit binnen een wijk heel verschillend kan zijn? Waarom gebeurt dit (opnieuw) met een verwijzing naar "ongelijk investeren in gelijke kansen", terwijl er nog geen onderbouwing en doelstellingen voor dit beleid liggen?
Antwoord Het klopt dat het draagvermogen tussen en binnen wijken heel verschillend kan zijn. Zie hiervoor ook het Utrecht Gezondheidsprofiel (link toevoegen), de Raadsbrief Scheidslijnen in Utrecht - verdieping Utrecht Monitor Utrecht en Handreiking Ongelijk investeren voor Gelijke kansen die 11 mei in de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën zijn besproken. Bij de keuzes die wij moeten maken, en die in de beleidsnota's Jeugd en Wmo aan u worden voorgelegd later dit jaar, zullen wij het principe ongelijk investeren voor gelijke kansen verder uitwerken. .
Vraagnummer: 14 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
20
Erratum Verbijzondering
Financieel beeld en taakstellingen
Vraag
Wat houdt de Risicobereidheid Jeugdwet precies is? Welke risico's vallen hieronder en hoe worden deze financieel opgebouwd?
Antwoord Met risicobereidheid wordt bedoeld, dat het bestuur verwacht dat er (autonome) bewegingen zullen ontstaan waardoor het tekort teniet wordt gedaan. Hierbij kan gedacht worden aan het rijk die het risico van de gemeente overneemt. De onderbouwing is gebaseerd op de uitkomst van het landelijke principeakkoord hervormingsagenda jeugd. Het Rijk was voornemens 1 miljard euro te bezuinigen op het gemeentefonds. De VNG en het Rijk hebben nu een principeakkoord op pm 650 miljoen euro. In de meicirculaire 2023 wordt een deel van de extra inkomsten door het Rijk toegekend aan gemeenten, daarover wordt u voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 geïnformeerd in een raadsbrief. Daarin worden ook de resterende risico’s uit de voorjaarsnota benoemd.
Vraagnummer: 15 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Dennis de Vries, Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
20
Erratum Verbijzondering
Financieel beeld en taakstellingen
Vraag
Klopt het dat er geen financiële baten zijn ingeboekt voor de voorgestelde
Antwoord Er zijn inderdaad nog geen baten daadwerkelijk ingeboekt, hiervoor zijn de maatregelen nog onvoldoende concreet uitgewerkt. Wel zijn er grove inschattingen gemaakt van maatregelen/uitgangspunten om te bepalen of de taakstelling realistisch is. De komende periode worden maatregelen verder uitgewerkt. Op de technische sessie van 23 mei is geschetst hoe de raad betrokken wordt. De voorliggende voorjaarsnota is bedoeld om uitgangspunten op inhoud, proces en financiën vast te stellen. De beleidsnota's en nota's van uitgangspunten subsidietenders, waarin een verdere uitwerking is opgenomen, is een volgende stap. Deze kaders zullen in het najaar van 2023 aan de raad worden voorgelegd. Het tempo van uitwerking en implementatie van verschillende maatregelen zal gaan verschillen. Uitgangspunt is dat de raad in staat wordt gesteld overzicht te houden. In dit kader zal de raad periodiek geïnformeerd worden. De eerste keer zal in het najaar 2023 plaatsvinden.
Vraagnummer: 16 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
21
Erratum Verbijzondering
Andere bijstureingen voor meer kansengelijkheid
Vraag
Welk financiële gat valt er bij inburgeren na 2024?
Antwoord Als we op de huidige manier (hoger ambities dan de wet voorschrijft) doorgaan dan voorzien we een tekort van 1,6 miljoen euro per jaar vanaf 2025. Daar hoort de nuance bij dat we aan het lerend ontwikkelen zijn en dat we hebben afgesproken (zie raadsvoorstel Noto van uitgangspunten opgave inburgering) om eind 2023 te komen met scenario's hoe we verder gaan, daar hoort ook een financiele doorrekening bij. Ook is nog onduidelijk of er extra financiele middelen vanuit het rijk te verwachten zijn.
Vraagnummer: 17 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Rachel Streefland
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
24
Erratum Verbijzondering
opvang asielzoekers
Vraag
Hoe passen een tweede en mogelijk derde asielzoekerscentrum in de strategie van opvang voor asielzoekers op de langere termijn? Voor hoeveel plekken moet het tweede asielzoekerscentrum opvang bieden?
Antwoord Utrecht heeft kaders voor asielopvang. Een van de kaders is evenredige opvang. Op dit moment dragen we evenredig bij door tijdelijke opvang en noodopvanglocaties. Op termijn, met de groei van de stad zijn meer duurzame asielopvangplekken nodig, zo’n 400 extra in 2030. In het kader grootschalige opvang is ook vastgelegd dat een azc maximaal 300 plekken voor asielzoekers heeft, en daarnaast plekken om gemengd wonen mogelijk te maken (zie ook de raadsbrief extra duurzame asielopvangplekken).
Vraagnummer: 18 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman, Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
25
Erratum
Nee
Verbijzondering
Investeringen sport en cultuur
Vraag
Welke investeringen in sport en cultuur kunnen niet gedaan worden door de aanpassing bij Groei in balans? Waar is de keuze van 27% op gebaseerd? Wordt hiermee ook met een vergelijkbaar percentage gekort op overhead, dat ook is ingeboekt bij Groei in Balans?
Antwoord Als bijsturingsmaatregel in het pakket met ruimtelijke investeringen hebben we ervoor gekozen om vanaf 2027 enkele budgetten met een gelijk percentage te verlagen. Dit zijn budgetten waarvoor nog geen programmering met specifieke projecten voor 2027 is opgesteld. Wanneer we weer extra groeimiddelen beschikbaar hebben, kunnen we de budgetten weer aanvullen. Bij de betreffende voorjaarsnota zullen we vervolgens voorstellen doen aan de raad op basis van een inhoudelijke prioritering. Uw raad maakt uiteindelijk de afweging over de budgettaire kaders. De aanpassing van budgetten in 2027 maakt dat de sommige investeringen kunnen verschuiven in de tijd. Dit gebeurt vanuit het “trap af, trap op” principe: als er na 2027 meer middelen beschikbaar komen plussen we de budgetten die in 2027 gekort zijn weer op. Het percentage van 27% is gebaseerd op een korting naar rato op een aantal opgaven. Voor sport en cultuur kan het betekenen dat investeringen in de uitbreiding van sportvelden of van een nieuw wijkcultuurhuis doorschuiven in de tijd. Welke dat precies zijn is nu nog niet te zeggen. Er is nu geen korting ingeboekt op overhead. Vanuit de hiervoor toegekende middelen wordt gemeentebreed personele capaciteit ingezet op de groeiopgave van de stad waarvoor het niet wenselijk is die volgens het genoemde “trap af, trap op” principe mee te laten bewegen.
Stabiele en voldoende personele capaciteit is nodig om de uitvoering van de RSU 2040 op koers te houden. Overigens was er ook geen directe overhead toegekend aan sport en cultuur naar aanleiding van deze investeringen.
Vraagnummer: 19 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
26
Erratum Verbijzondering
Reserve riolering
Vraag
Wat wordt ermee boedoeld dat er ruimte is van 4 miljoen euro bij Water en Riolering? Welke gevolgen heeft het dat dit geld hier wordt weggehaald? Betekent het niet verlagen van de rioolheffing geen verkapte lastenverzwaring?
Antwoord Nee. Met de afsluiting van het jaar 2022 zit er 8,6 miljoen euro in de egalisatiereserve riolering. In het raadsvoorstel van het Programma Water en Riolering 2024-2028 stellen we u voor om voortaan als streefbedrag voor de reserve 4 miljoen euro aan te houden en het bedrag daarboven in te zetten voor het dempen van het tarief of te gebruiken om een tekort op de algemene middelen te dekken. We kiezen in 2024 ervoor om het overschot van 4,6 miljoen (boven de 4 miljoen euro) in te zetten voor de laatste optie. Het klopt dat dit geld daarmee niet beschikbaar wordt gesteld voor een eventuele tariefverlaging van de rioolheffing in 2024. Het voorgesteld tarief voor de rioolheffing in 2024 is kostendekkend. Het onttrekken van de 4,6 miljoen euro uit de reserve heeft daarmee geen effect op de geprogrammeerde maatregelen voor 2024.
Vraagnummer: 20 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.4 Levendige en leefbare stad
Bladzijde (in pdf)
30
Erratum Verbijzondering Vraag
Wordt er naast het weghalen van bijplaatsingen ook geïnvesteerd op handhaving tegen bijplaatsingen?
Antwoord Het extra geld is in eerste instantie gericht op het afhandelen van meldingen en het opruimen van de bijplaatsingen. De inzet vanuit handhaving op bijplaatsingen is sinds dit jaar geconcentreerd op een striktere handhaving van hotspots, zoals aangegeven in het Handhavingsprogramma 2023 en de Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots – Bijplaatsingen. Daarnaast richten we ons ook op handhavingsmaatregelen binnen de maatwerkaanpak van hotspots bijplaatsingen, conform de (deel)aanpak Hotspots Bijplaatsingen.
Vraagnummer: 21 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
23
Erratum Verbijzondering Vraag
Waarin verschilt de aangekondigde landelijke wetgeving voor middenhuur van de strengere kaders uit het gemeentelijke Actieplan Middenhuur?
Antwoord De uitgangspunten van het Actieplan middenhuur en de aangekondigde landelijke wetgeving hebben een andere insteek. Het Actieplan gaat uit van een maximale prijs per m2, afhankelijk van de plek in de stad (zone A, B, C). De landelijke wetgeving neemt het woningwaarderingssysteem als uitgangspunt om de maximale prijs te bepalen waarbij de factoren oppervlakte, energielabel en WOZwaarde het meest bepalend zijn voor het aantal punten en de bijbehorende prijs. Het verschil tussen beide op de te vragen huurprijs is zeer afhankelijk van de zone, de grootte van de woning en het aantal punten. In algemene zin zien we dat de landelijke regelgeving alleen woningen tot ongeveer maximaal 55-60 m2 BVO reguleert. Grotere woningen vallen buiten de middenhuur in de vrije sector. Ons Actieplan reguleert woningen tussen de 40-80 m2 (afhankelijk van de zone). Met alleen de landelijke regulering kunnen dus geen woningen meer worden gebouwd in de middenhuur voor gezinnen, hiervoor blijven aanvullende afspraken nodig. Bij ons Actieplan is de huurprijs vaak lager dan bij de landelijke wetgeving. De indexatie voor de jaarlijkse huurverhoging is juist hoger in ons Actieplan (CPI+1%), maar zal door de landelijke regelgeving overruled worden. Omdat de regulering vrij complex is, zal nog voor de zomer een technische sessie worden aangeboden om de verschillen in meer detail toe te lichten.
Vraagnummer: 22 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.4 Levendige en leefbare stad
Bladzijde (in pdf)
30
Erratum
Nee
Verbijzondering
Sporthalen De Meern
Vraag
Waarom wordt er voor gekozen om de sporthallen in De Meern op te waarderen tot sporthal? Om hoeveel sporthallen gaat het? Deze sporthallen kunnen de capaciteit op Voordorp toch niet vervangen gezien de locatie? Klopt het dat de sporthal op Voordorp ook een andere omvang heeft en dus ook voor andere sporten geschikt is?
Antwoord Wij veronderstellen dat in de vraag Vleuten wordt bedoeld i.p.v. De Meern. Voor de nieuwe VO schoollocatie zijn bij de opstart van het locatieonderzoek (2020) drie gymzalen voor bewegingsonderwijs voorzien. De afweging voor drie gymzalen i.p.v. een sporthal is gemaakt op basis van het toen geldende kengetal van 1 sporthal op 17.500 inwoners. Op basis van dat kengetal was een extra sporthal in de stad nog niet nodig. Gedurende het proces van het locatieonderzoek is het kengetal voor de binnensport opnieuw onderzocht. Op basis van de huidige hoge bezettingsgraad in de bestaande sporthallen adviseerde het Mulier Instituut in 2022 om het kengetal binnensport te verlagen. Een voorstel voor aanpassingen van het kengetal leggen we eind Q3 van 2023 aan uw Raad voor. Met het toevoegen van een sporthal in Vleuten anticiperen we op deze verlaging. Het klopt dat sporthal Vleuten niet de capaciteit van Voordorp vervangt. Echter, indien we nu in Vleuten geen sporthal realiseren komen er alleen 3 gymzalen. Deze zijn in een later stadium niet meer om te bouwen tot een sporthal. Dan verliezen we de mogelijkheid om te anticiperen op het verlagen van het kengetal. Sporthal Voordorp heeft geen relatie met bewegingsonderwijs, en kan om die reden ook later in de tijd worden gerealiseerd wanneer er voldoende middelen beschikbaar zijn.
Zo kunnen we op termijn voldoen aan de geadviseerde verlaging van het kengetal voor binnensport. Voor Sporthal Voordorp en Vleuten geldt dat er nog geen gedetailleerde uitwerking ligt. In zijn algemeenheid geldt dat onze sporthallen voor alle gangbare binnensporten geschikt zijn, waarbij een exacte invulling wordt besproken in de verdere planuitwerking met (potentieel) geïnteresseerde verenigingen.
Vraagnummer: 23 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Burgemeester Sharon Dijksma
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.5 Uitvoering
Bladzijde (in pdf)
31
Erratum Verbijzondering
Geen extra handhaving
Vraag
Waarom wordt de extra handhavingscapaciteit niet toegevoegd, terwijl het aantal meldingen toeneemt? Op welke manier zullen meldingen op een geloofwaardige manier worden afgehandeld? Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de meldingen over straatintimidatie?
Antwoord In een groeiende stad zal de vraag naar handhavingscapaciteit ook toenemen. Op basis van de beschikbare capaciteit brengen we een prioritering aan in de afhandeling van meldingen. Ook kunnen innovatieve middelen helpen om een groeiend takenpakket binnen bestaande capaciteit uit te voeren. Zo bekijken we op basis van data waar de inzet van toezichthouders, inspecteurs en handhavers het meest effectief is. Dit heeft geen consequenties voor de afhandeling van de meldingen over straatintimidatie. Meldingen over straatintimidatie zijn op dit moment geïntegreerd in het werk van de wijkveiligheid medewerkers mbt (jongeren)overlast. Dit geeft extra werklast, maar tot op heden kunnen we voldoen aan de afspraak dat binnen vijf werkdagen door een medewerker wijkveiligheid telefonisch contact wordt opgenomen met de melder indien contactgegevens beschikbaar zijn. In dit gesprek wordt ook nagegaan of er sprake is van een acute of een langdurige zorgvraag. Als er over een bepaalde plek veel meldingen zijn, dan wordt dat in het handhavingsoverleg (o.a. politie, Toezicht & Handhaving en wijkveiligheid medewerkers) besproken en wordt de benodigde inzet bepaald.
Vraagnummer: 24 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman, Burgemeester Sharon Dijksma, Linda Voortman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
8.4 Overhevelen gelden naar ander programma
Bladzijde (in pdf)
63
Erratum Verbijzondering
Budget digitale weerbaarheid
Vraag
Waarom en met welk doel wordt de helft van het budget voor digitale weerbaarheid toegevoegd aan het budget voor Openbare Ruimte en Groen?
Antwoord We investeren in het vergroten van de digitale weerbaarheid van inwoners en organisaties en in het verder op orde brengen van de Utrechtse crisisbeheersing. Daarnaast investeren we in het vergroten van de digitale weerbaarheid van gemeentelijke objecten in de openbare ruimte met een digitaal component, zoals bruggen, verkeersregelinstallaties en openbare verlichting. Om die reden zijn de middelen voor de uitvoering 50/50 verdeeld over onderdeel Openbare Orde en Veiligheid respectievelijkonderdeel Openbare Ruimte en Groen.
Vraagnummer: 25 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman, Eelco Eerenberg, Linda Voortman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
8.5 Overhevelen via algemene dekkingsreserve
Bladzijde (in pdf)
64
Erratum Verbijzondering
Overheveling coronamiddelen
Vraag
Er wordt een bedrag van ruim € 4,7 miljoen overgeheveld naar de komende twee jaren voor versneld vernieuwen. Waarom zijn deze coronamiddelen ook voor de komende jaren beschikbaar, terwijl andere coronamiddelen zijn toegevallen aan de algemene middelen? Op welke manier is de raad hierover geïnformeerd?
Antwoord Uw raad is geinformeerd via een raadsbrief versneld vernieuwen op 7 juli 2022, in de tweede bestuursrapportage 2022 onder ondersteuning op maat pagina 17 is het aangekondigd en in de voorjaarsnota aan u voorgelegd.
Vraagnummer: 26 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
8.1 Onttrekkingen of stortingen in bestemmingsreserves
Bladzijde (in pdf)
61
Erratum Verbijzondering
Inrichten bestemmingsreserve
Vraag
Waarom rechtvaardigt de koopkrachtcrisis de inrichting van een bestemmingsreserve? Waarom zijn de middelen bij het Re-integratiefonds Werk en Inkomen niet gebruikt? Wat gebeurt met deze middelen als deze reserve niet wordt ingericht?
Antwoord Het gebruik van armoederegelingen en schuldhulpverlening neemt toe. Daarbij loopt het pakket met rijksmaatregelen na 2023 grotendeels af, terwijl de prijzen mogelijk nog steeds hoog zijn. De combinatie van het toenemende gebruik en de onbekende verdere ontwikkeling van de koopkrachtcrisis maakt het beeld onzeker. De middelen die vanuit het coalitieakkord zijn toegevoegd aan het programma armoede en schulden zijn niet voldoende om de huidige tekorten te dekken. Ook als we de schoutenmiddelen toevoegen, zijn deze terkorten nog niet opgelost. We verwachten dat er knelpunten ontstaan en extra inzet nodig zal zijn. Door middel van de vorming van een bestemmingsreserve houden we de incidentele financiële ruimte op armoederegelingen en schuldhulpverlening beschikbaar, waarmee we knelpunten en extra benodigde inzet kunnen dekken. Daarnaast benutten we het restant in de reserve Re-integratiefonds Werk en Inkomen. Deze reserve werd benut voor de kosten van twee Social Impact Bonds (SIB The Colour Kitchen en SIB Buzinezzclub) en de re-integratiedienstverlening van uitzendbureaus. De SIB’s zijn afgesloten. De kosten van de contracten met de uitzendbureaus worden inmiddels opgevangen binnen het reintegratiebudget. Het restant van de reserve kan daarom nu anders worden ingezet.
Mocht de bestemmingsreserve niet worden ingericht dan valt het restant in de reserve Re-integratiefonds Werk en Inkomen vrij ten gunste van de algemene middelen.
Vraagnummer: 27 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
3 Financiële strategie
Bladzijde (in pdf)
0
Erratum Verbijzondering
Inkomsten vanaf 2026
Vraag
Kunt u nader toelichten hoe bent gekomen tot de berekening van de middelen uit het gemeentefonds vanaf 2026 en hoe de genoemde € 20 miljoen is opgebouwd? Op welke manier heeft u uitvoering gegeven aan de genoemde motie?
Antwoord Wij hebben het uitgangspunt 2025 = 2026 gehanteerd, daarbij hebben wij de maartbrief 2022 van het Rijk over de uitwerking van het regeerakkoord als basis gebruikt. Daarbij hebben we rekening houden met het structureel terugdraaien van de opschalingskorting, ook vanaf 2026, die we bij het coalitieakkoord al hebben ingecalculeerd. Deze inschatting is hoger dan de incidentele compensatie die gemeenten van het Rijk voor jaar 2026 (1 miljard euro) ontvangen. Daarnaast hebben we ook rekening gehouden met extra volumeaccres vanaf 2027. In de meicirculaire 2023 wordt een deel van de extra inkomsten door het Rijk toegekend aan gemeenten, daarover wordt u voor de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 geïnformeerd in een raadsbrief. Daarin worden ook de resterende risico’s uit de voorjaarsnota benoemd.
Vraagnummer: 28 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Susanne Schilderman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen
Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering
Leges
Vraag
Volgens Artikel 229b van de Gemeentewet mogen tarieven voor leges bouwvergunningen niet boven de geraamde lasten ter zake uitgaan en indien dit wel zo is, moet de gemeente op last van de rechter dit weer terugbetalen. Hoe verhoudt dit zich tot het "zoals gebruikelijk verogen met een inflatiepercentage", wat het college in de VJN heeft opgenomen? De bouwkosten zijn al omhoog gegaan, dus zou dit dan niet een dubbele verhoging betekenen? Hoe onderbouwt het college haar verhoging? En zou de inzet van ICT wellicht er juist niet toe kunnen leiden dat er straks eerder sprake zal zijn van een verlaging?
Antwoord In de Gemeentewet heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat de tarieven zodanig dienen te worden vastgesteld dat de geraamde opbrengsten niet uitstijgen boven de geraamde kosten. Er mag, met andere woorden, door de gemeente geen winst gemaakt worden op de door haar geleverde diensten. Dit wettelijke vereiste geldt op basis van begrote opbrengsten en kosten. Dit houdt in dat indien in enig jaar de opbrengsten voor een dienst onvoorzien toch boven de werkelijke kosten uitkomen, bijvoorbeeld omdat onvoorzien vaker dan begroot van een dienst gebruik gemaakt is, dit is toegestaan. Uitgangspunt voor de leges, vastgelegd in de Nota lokale heffingen, is maximale kostendekkendheid (voor de verordening als geheel, per cluster van samenhangende diensten of per dienstafzonderlijk). Dit betekent automatisch dat in de toerekening van de kosten die de gemeente maakt voor de te leveren dienst, waaronder de loonkosten van de geleverde arbeid en de kosten voor het verbruik van materialen, jaarlijks de indexatie wordt doorberekend. Zie voor de wijze van berekening van de inflatie de Nota lokale heffingen. De toerekening van kosten aan een dienst wordt jaarlijks bij het bepalen van de legestarieven voor het komende kalenderjaar opnieuw getoetst.
Ontwikkelingen die van invloed zijn op de toe te rekenen kosten worden dan doorberekend en hun weerslag vinden in de nieuwe tarieven voor het komende jaar. Over de ontwikkeling van de bouwkosten hebben wij u eerder per brief in oktober 2021 en april 2022 geïnformeerd.
Vraagnummer: 29 Fractie
CDA
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
9.2 Investeringsprojecten Duurzaamheid
Bladzijde (in pdf) Erratum Verbijzondering
Milieuprijs budget
Vraag
Op pagina 439 van de laatste programmabegroting stond de AMEV Milieuprijs vermeld. Een aantal jaren geleden is de Milieuraad opgeheven en het geld weer teruggevallen naar de gemeente. De besteding van het Milieuprijs budget lijkt voor de komende jaren niet ingevuld. Klopt dit? Hoe is dit verwerkt in deze Voorjaarsnota?
Antwoord Afgelopen jaren is het Milieuprijs budget, in het kader van Utrecht Circulair, twee keer ingezet voor de uitreiking van het ‘Circulair compliment’ aan een circulaire ondernemer met het beste circulaire concept. Voor de komende jaren willen we het Milieuprijs budget weer inzetten voor het complimenteren van een circulaire ondernemer . De hiervoor bestemde middelen zijn nog beschikbaar in de voorziening AMEV Milieuprijs, behorend bij het programma Duurzaamheid. Aan deze voorziening wordt jaarlijks rente toegerekend, waarmee de het circulair compliment kan worden bekostigd.
Vraagnummer: 30 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
1.2 Scherper op ambities
Bladzijde (in pdf)
10
Erratum Verbijzondering
De problemen op zorg en wonen en de financiële uitdagingen zijn groot, daarom kunnen we niet anders dan kritisch kijken naar welke uitgaven en investeringen we écht nodig vinden en waar we ook iets minder van onze extra ambitie kunnen oppakken.
Vraag
Wat is de rol van de raad bij het kritisch kijken naar welke uitgaven en investeringen écht nodig zijn? Wat vindt het college van de controlerende positie van de raad qua hoe het momenteel verloopt en welke verbeterpunten ziet zij?
Antwoord Het is precies de rol van de raad om kritisch te kijken naar de door het college in de voorjaarsnota voorgestelde keuzes over uitgaven en investeringen. Als college ervaren we de samenwerking met en controle door de raad als positief. Wel kijken we naar mogelijkheden om de raad nog beter in staat te stellen haar controlerende rol uit te voeren, zie bijvoorbeeld het raadsvoorstel ‘Aanpassing beleidscyclus en programmabegroting’ Specifiek met betrekking tot de opgave rond houdbaarheid van de jeugdhulp en Wmo is in de technische sessie van 23 mei geschetst hoe de raad betrokken wordt. De voorliggende voorjaarsnota is bedoeld om uitgangspunten op inhoud, proces en financiën vast te stellen. De beleidsnota's en nota's van uitgangspunten subsidietenders waarin een verdere uitwerking is opgenomen is een volgende stap. Deze kaders zullen in het najaar van 2023 aan de raad worden voorgelegd. Het tempo van uitwerking en implementatie van maatregelen zal gaan verschillen. Uitgangspunt is dat de raad in staat wordt gesteld overzicht te houden. In dit kader zal de raad periodiek geïnformeerd worden. De eerste keer zal in het najaar 2023 plaatsvinden.
Vraagnummer: 31 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
1.2 Scherper op ambities
Bladzijde (in pdf)
11
Erratum
Nee
Verbijzondering
We zorgen dat het aanbod van cultuur in de wijken meegroeit met de stad door te investeren in de culturele instellingen, jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone.
Vraag
Hoe zorgen we dat de afname ook meegroeit? Wat is de huidige verdeling wat betreft de frequentie waarmee de verschillende sociaaleconomische groepen in Utrecht culturele activiteiten bezoeken?
Antwoord Het verkleinen van de fysieke afstand tot cultuurvoorzieningen voor meer inwoners is een factor in het verlagen van de drempel tot cultuurdeelname. Daarnaast moeten de exploitanten van deze voorzieningen zorgen voor inhoudelijke en organisatorische plannen die aansluiten bij de wensen en behoeften van de bewoners, zodat het cultuurprogramma voor hen aantrekkelijk en toegankelijk is. 79% van de Utrechtse inwoners die goed kunnen rondkomen, 61% die precies rondkomen en 51% van de inwoners die niet goed kunnen rondkomen neemt deel aan cultuur. De cultuurdeelname naar wijk is in het algemeen als volgt verdeeld: Binnenstad 87%, Oost 84%, Noordoost 80%, West 79%, Zuid 75%, Noordwest 73%, Zuidwest 71%, Leidsche Rijn 68%, Vleuten-De Meern 68% en Overvecht 59% (zoals opgenomen in de Utrecht Monitor). Het is niet mogelijk om op wijkniveau te rapporteren over de cultuurdeelname naar rondkomen (kunnen leven van inkomen).
Vraagnummer: 32 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Eva Oosters
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.5 Uitvoering
Bladzijde (in pdf)
31
Erratum Verbijzondering Vraag
Hoe gaat het college om met de uitkomsten van de burgerberaden? Is er wel echt sprake van zeggenchap als er niks met de inspraak gedaan wordt? En hoe verschilt dit van het gefaalde burgerparticipatiebeleid van de afgelopen jaren?
Antwoord In het startdocument Burgerberaad hebben we aangegeven dat de adviezen als zwaarwegend worden beschouwd en in principe worden overgenomen, tenzij het financieel, juridisch of praktisch niet uitvoerbaar is. Ook nemen we het stemrecht in acht van het individuele raadslid en de eigen verantwoordelijkheden van college en burgemeester als bestuursorganen. Deze formulering van ‘zwaarwegend advies dat in principe wordt overgenomen’, maakt dat dit instrument duidelijk anders is dan andere participatievormen met minder vergaande zeggenschap. Wij hebben de afgelopen jaren goede voorbeelden gezien van participatie en ook gezien dat het beter moet en beter kan. Onze ervaring met het Burgerberaad willen we ook benutten om bestaande participatie instrumenten te verbeteren.
Vraagnummer: 33 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
22
Erratum Verbijzondering Vraag
In het coalitieakkoord is opgenomen dat groei geen doel op zich is. Nu er wordt geconstateerd dat de stad "in balans" moet groeien, in hoeverre is groei dan toch een doel op zich geworden en zo niet, hoe ziet het college haar eigen rol in de groei van de stad?
Antwoord We constateren dat het aantal woningen in de stad nog steeds groeit. Dat is ook wenselijk, omdat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen. De groei van het aantal woningen willen we gelijk laten opgaan ("in balans") met investeringen in andere domeinen, zoals maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, sport, cultuur, welzijn), groen en mobiliteit. We willen beide: de wooncrisis aanpakken met betaalbare woningen en goede voorzieningen (zie ook blz. 10 van het MPR).
Vraagnummer: 34 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
23
Erratum Verbijzondering Vraag
Er bestaat voor het college zowel voor kwetsbare als niet-kwetsbare groepen een verplichting tot het bieden van adequate huisvesting. De gemiddelde wachttijd voor de regulier woningzoekende met betrekking tot een sociale huurwoning is meer dan elf jaar. Wat is de gemiddelde wachttijd voor een kwetsbare woningzoekende en, als deze cijfers uiteenlopen, hoe verantwoordt het college dit?
Antwoord De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in het reguleren van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Om die reden gelden er voor kwetsbare en bijzondere doelgroepen andere afspraken met betrekking tot de toewijzing van woonruimte dan voor regulier woningzoekenden. Zo heeft de gemeente bijvoorbeeld een wettelijk taakstelling voor de huisvesting van statushouders en zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over het aantal beschikbare woningen per jaar voor de uitstroom maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Het niet huisvesten van deze mensen brengt aanzienlijke maatschappelijke en financiële gevolgen met zich mee. Zelfstandige huisvesting is een randvoorwaarde is voor hun bestaanszekerheid. Het gebrek hieraan zorgt vaak voor een verslechtering van hun situatie, met alle gevolgen van dien voor deze mensen zelf en de betrokken instanties. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van gebrek aan huisvesting voor uitstromers MOBW en Jeugdhulp enorm. Al deze kosten landen vrijwel direct op de gemeentelijke begroting en zodoende leidt het niet kunnen doorstromen naar zelfstandige huisvesting tot forse kosten. Regulier woningzoekenden reageren zelf op het aanbod van WoningNet en krijgen op basis van selectiecriteria een woning toegewezen, waarbij uiteindelijk naar de inschrijfduur wordt gekeken.
Op basis hiervan kan de gemiddelde wachttijd worden berekend. Kwetsbare doelgroepen worden bemiddeld door het Vierde Huis. De bemiddelingstijd is afhankelijk van het vrijkomende aanbod, als ook van de specifieke behoefte van de doelgroep. De gemiddelde bemiddelingstijd wordt niet vastgelegd. Door de verschillende werkwijzen is het niet mogelijk om de wachttijden 1-op-1 te vergelijken. Zowel regulier woningzoekenden als de kwetsbare doelgroepen hebben negatieve effecten van de huidige schaarste in het aanbod van sociale huurwoningen. De ambitie voor MOBW en statushouders is huisvesting binnen 12 en respectievelijk 14 weken na aanmelding op een wachtlijst voor directe bemiddeling (voorrang op een sociale huurwoning die eenmalig wordt aangeboden). Deze ambitie wordt op dit moment niet gehaald vanwege de huidige schaarste en het onvoldoende beschikbaar komen van passende woningen.
Vraagnummer: 35 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Dennis de Vries, Rachel Streefland,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
24
Erratum Verbijzondering Vraag
Het aantal asielzoekers dat de stad op dient te vangen is de laatste jaren sterk toegenomen. In hoeverre is er, naast de gesprekken over extra "tijdelijke woningen", met het Rijk gesproken over de toestroom van mensen nu de capaciteit tot opvang overvol begint te raken.
Antwoord Utrecht is een mensenrechtenstad en welcoming city. We zullen daarom een evenredige bijdrage in de opvang en intetegratie van vluchtelingen leveren. We hebben diverse vormen van opvang gebaseerd op het Plan Einstein principe, waarbij buurtbewoners ook kunnen profiteren van al het aabod van activiteiten. Dat zorgt voor draagvlak in de stad. De instroom van vluchtelingen in ons land is een verantwoordelijkheid van het Rijk.
Vraagnummer: 36 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk, Eelco Eerenberg, Dennis de Vries
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
24
Erratum Verbijzondering Vraag
Woningbouw is naast het oplossen van de wooncrisis belangrijk voor de gemeentelijke investeringsruimte enfinanciën. Nu de woningbouw langzaam stuk begint te lopen, heeft het college erover nagedacht om bepaalde eisen met betrekking tot duurzaamheid te versoepelen?
Antwoord Alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Voor energie gelden er bijv. de landelijke minimumeisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (de BENG-eisen). De gemeente mag voor nieuwbouw geen hogere eisen stellen dan de eisen uit het Bouwbesluit. Zie daarvoor ook de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen (jaargang 2022 nummer 187 van Rik van der Graaf (CU) van 3 november 2022) over ‘Vergaande duurzaamheidseisen bij zelfbouwkavels’. Wij kunnen deze landelijke eisen niet versoepelen en hebben zelf ook geen bovenwettelijke eisen die wij kunnen bijstellen. Bij gronduitgifte en erfpacht onderhandelingen dagen wij ontwikkelende partijen in tenders desalniettemin uit om hogere duurzaamheidsprestaties neer te zetten. Dit mag, aangezien het hier om een vrijwillige inspanning gaat van de ontwikkelende partij. In deze gevallen is het echter aan de markt om met een haalbaar voorstel te komen.
Vraagnummer: 37 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Eelco Eerenberg, Linda Voortman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
26
Erratum Verbijzondering Vraag
Na verwerking laat het meerjarig verloop van de reserve grondexploitaties een negatief resultaat zien in 2027. Hoe verantwoordt het college dit?
Antwoord Als het verloop van de reserve zich de komende jaren niet positief ontwikkelt zullen wij in een volgende voorjaarsnota voorstellen doen om de reserve meerjarig op een sluitend niveau te brengen.
Vraagnummer: 38 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.3 Klimaat
Bladzijde (in pdf)
27
Erratum Verbijzondering Vraag
De gigantische vraag van Stedin om haar eigen vermogen te verhogen door middel van Utrechtse (provincie) aandelen is een gigantisch bedrag. Het college geeft in de voorjaarsnota echter niet aan wat zij hiervan vindt en of er een andere mogelijkheid bestaat en of het college bereid is om daarover na te denken.
Antwoord In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen dat het college open staat voor een actievere rol van de gemeente in Stedin en het warmtesysteem van Eneco. Wij verwachten in de loop van 2023 en 2024 met concrete voorstellen te komen om hier invulling aan te geven. Daarin zal staan wat wij vinden van deelnemingen in Stedin en het warmtesysteem van Eneco. In de voorjaarsnota is alvast financiële dekking opgenomen voor het geval de raad in 2024 besluit tot deze deelnemingen. Een positief besluit over dit budget betekent niet dat de raad ook instemt met deelnemingen.
Vraagnummer: 39 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Lot van Hooijdonk, Linda Voortman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.1 Kansengelijkheid
Bladzijde (in pdf)
21
Erratum Verbijzondering Vraag
Het college heeft al vermeld dat "Voor inwoners met een laag inkomen kost het invoeren van betaald parkeren een aanzienlijk deel van hun inkomen",waarom wilt het college deze bewoners belasten door geen uitzondering in te voeren voor inwoners met een laag inkomen? En hoe wilt het college verantwoorden dat mensen met een laag inkomen disproportioneel hard geraakt worden door dit beleid?
Antwoord Het college werkt aan een raadsvoorstel voor het invoeren van betaald parkeren in de gehele stad. Omdat het bij parkeerkosten als gevolg van het invoeren van betaald parkeren gaat om een belasting zijn de mogelijkheden beperkt om mensen verschillende parkeertarieven te laten betalen. We werken daarom aan een tegemoetkoming voor de lage inkomens waarover de Raad voorafgaand aan de bespreking van de Voorjaarsnota in de commissies wordt geïnformeerd.
Vraagnummer: 40 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Eelco Eerenberg,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.2 Wonen in een stad die groeit in balans
Bladzijde (in pdf)
24
Erratum Verbijzondering Vraag
Het college vermeld dat de Nota Bovenwijkse Voorzieningen op korte termijn leidt tot "niet of nauwelijks extra inkomsten". Deze nota zorgt dus voor hogere bouwkosten zonder dat het op korte termijn iets bijdraagt. Vindt het college niet dat dit bijdraagd aan de woningnood in Utrecht?
Antwoord Woningbouwprojecten in gemeentelijke grondexploitaties en woningbouwprojecten waarvoor reeds een anterieure overeenkomst is afgesloten, krijgen niet te maken met het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen op grond van de nota. De woningbouwprojecten die in de eerste jaren van start gaan, vallen nagenoeg allemaal in een van deze twee categorieën. Toekomstige woningbouwprojecten waarvoor nog een anterieure overeenkomst moet worden afgesloten, krijgen wel met deze nota te maken. Ontwikkelende partijen kunnen hierop anticiperen wanneer zij een grondpositie verwerven. De nota heeft daarmee op termijn een matigende invloed op grondprijzen. Dat draagt niet bij aan woningnood.
Vraagnummer: 41 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.3 Klimaat
Bladzijde (in pdf)
28
Erratum Verbijzondering
Veel nieuwe bomen, maar niet voor elke nieuw woning een boom! Aanvullen een variatie aan bomen (zoveel mogelijk soorten) en met struiken ivm schuilocatie voor kleine dieren, nestgelegenheid voor veel insecten alles biologisch en divers zodat alle dieren o
Vraag
Graag een reactie op deze opmerking.
Antwoord Dit is geen technische maar een politieke vraag, deze kunt u bij de behandeling in de commissie stellen
Vraagnummer: 42 Fractie
SBU
Portefeuillehouder(s)
Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
2.3 Klimaat
Bladzijde (in pdf)
29
Erratum Verbijzondering Vraag
Waarom komen er niet meer wadi’s waar water voor langere tijd in blijft staan – spons constructie.
Antwoord Ons beleid is erop gericht om regenwater zoveel mogelijk nuttig te gebruiken en te infiltreren in de bodem. Een wadi is hiervoor een zeer geschikt middel. We verkennen daarom bij elke vernieuwing van de openbare ruimte of hier ook wadi’s in kunnen komen. Dit is echter om diverse redenen niet altijd haalbaar. Zo vraagt een wadi ruimte en die is de bestaande openbare ruimte vaak beperkt. Ook moet een wadi lager liggen dan de weg. Bomen langs de weg staan echter veelal in de stoep en staan daarmee hoger dan de weg. Het uitgraven van wadi’s geeft daarmee een risico voor de wortels van bomen. In praktijk kan een wadi daarom vaak alleen worden toegepast als bij de vernieuwing van de openbare ruimte ook de bomen worden vernieuwd of er geen bomen staan.
Vraagnummer: 43 t/m 55 De vraagnummers 43-55 zijn per abuis dubbel in het vragenbestand opgenomen. Dit zijn exact dezelfde vragen als de vragen 30-42. Wij hebben de nummering intact gelaten om onderlinge verwijzingen naar nummers in de antwoorden kloppend te houden.
Vraagnummer: 56 Fractie
GroenLinks
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman,
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
1.2 Scherper op ambities
Bladzijde (in pdf)
10
Erratum Verbijzondering Vraag
"we pakken alle kansen om nieuwe bomen te planten maar we vertragen op ambities" . Wat betekent dit financieel gezien? Hebben we ten opzichte van begroting / coalitieakkoord een bezuiniging hierop of wordt er geen extra geld vrijgemaakt?
Antwoord In het coalitieakkoord was geen geld opgenomen voor extra bomen. We hebben hierop een prioritering binnen het meerjarengroenprogramma gemaakt om meer bomen te kunnen planten. We hebben nu geprogrammeerd op 0,3 miljoen euro in 2023 naar 1,3 miljoen euro in 2027. In verband met de overprogrammering in het Meerjarengroenprogramma is het niet zeker of dit hele bedrag ook ingezet kan worden voor extra bomen.
Vraagnummer: 57 Fractie
GroenLinks
Portefeuillehouder(s)
Linda Voortman, Susanne Schilderman
Document
VJN-1e berap
Hoofdstuk
1.2 Scherper op ambities
Bladzijde (in pdf)
11
Erratum Verbijzondering Vraag
Herprioriteren in bestaande budgetten om bovenstaand mogelijk te maken. Als je andere prioriteiten stelt, betekent dat eerdere prioriteitenvervallen. Wat doen we dan niet meer?
Antwoord We vullen wel een deel van de ambitie om meer bomen te planten in door binnen het MGP budget ruimte voor bomen vrij te maken. De verdere herprioritering moet nog plaatsvinden. We benutten ook nog steeds zo veel mogelijk de kansen die ontstaan door werk met werk te maken, bijvoorbeeld de rioleringswerkzaamheden in Overvecht en Kanaleneiland. We halen daarmee het maximum uit de bestaande budgetten.