Reactienota Visie stedenbouw Utrecht 2040
Tekst van het document
Ook de NRU zou ondertunneld kunnen worden, daar kan een groot deel (en misschien wel meer) van de woningbouwopgave op landen! - Meervoudig ruimtegebruik zoals het in de stedenbouwkundige visie voorgesteld wordt, heeft ook een andere kant. Een schoolplein dat na de lessen toegankelijk voor de hele buurt wordt, zonder dat er ook geregeld toezicht is, wordt in de praktijk een hangplek waar jongeren overlast veroorzaken. 11. Een toekomstbestendig gebouw 11h
Het voorbeeld van de parkeergarage in Kopenhagen roept de vraag op over de degelijkheid van deze gebouwen: er zijn in NL de laatste jaren verschillende parkeergarages ingestort. Ook zien we de sociale veiligheid als risico. Jammer dat op foto nr. 5 een voorbeeld uit Amsterdam staat, terwijl wij in Utrecht de Werkspoorfabriek hebben in 2020 door de BNA (Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus) genomineerd als een van de tien finalisten in de verkiezing 'Beste Gebouw van het jaar 2020' o.a. wegens de circulaire gebiedsontwikkeling.
We zullen het Utrechtse voorbeeld toevoegen bij het uitgangspunt toekomstbestendig gebouw
11i
Hoe nu verder? Wij hebben behoefte aan verduidelijking hoe de Nota Omgevingskwaliteit zich verhoudt tot de Omgevingsvisie Overvecht en het Masterplan
De RSU 2040 is onderdeel van de omgevingsvisie Utrecht, de ‘koers’ van Utrecht. Dat is het beleid voor de lange termijn: de stip op de horizon. De Visie wordt aan deze koers toegevoegd als kwaliteitskader. Aan de Visie is geen uitvoeringsplanning gekoppeld. Reactienota, januari 2025 43
Overvecht Centrum. Ook roept de nota de vraag op hoe de uitvoeringsplanning van deze visie er uit gaat zien en hoe de participatie gaat plaatsvinden. Hopelijk gaat in de participatie de nota “Geen Utrecht zonder U” een hoofdrol spelen, waarin de bewoner centraal staat.
11j
De Utrechtse praktijk Na-oorlogse woonwijk: hier vinden we elementen die uit de visie Einsteinkwartier komen, bijv. de levensloopbestendige woningen die aangepast kan worden aan de levensfase van bewoners. p. 36 “Door minder auto’s in het straatbeeld een plek te geven ontstaat hiervoor ruimte.“ versus p. 58 “Door garageboxen en bergingen om te bouwen naar nieuwe woningen ontstaat er een aantrekkelijk straatbeeld. Het openen van de gevel zorgt voor meer sociale controle en vergroot het gevoel van veiligheid.” Bij veel garageboxen is al genoeg sociale controle van ogen op de eerste verdieping of vanuit huizen aan de overkant. Veel garageboxen worden gebruikt auto’s te stallen en dus juist niet op straat te parkeren. Deze auto’s komen in dit geval dan op straat wat ook niet wenselijk is. Ook hebben bewoners garageboxen in bezit of gehuurd voor opslag omdat de ruimte binnenshuis beperkt is. Dit draagt op sommige plekken juist bij tot meer ogen op straat en sociale interactie bij de boxen (ruimte voor het onverwachte!). Bovendien kan het bijdragen aan de wijkeconomie omdat het ondersteunend kan zijn aan de activiteiten van diverse kleine bedrijfjes. Zonder mogelijkheden tot opslag dichtbij huis zouden bewoners zich gedwongen zien om bijv. te huren bij private opslagbedrijven die niets bijdragen aan werkgelegenheid in de wijk.
De beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht is een uitwerking van de koers van Utrecht op gebiedsniveau. Hierin worden concrete keuzes gemaakt om de gestelde ambities te kunnen realiseren. Sinds 2022 werkt een team van betrokken inwoners en ondernemers uit de wijk, eigenaren van grond en gebouwen en de gemeente aan een toekomstplan voor Overvecht Centrum. De eisen en wensen waaraan de gebouwen en openbare ruimte in dit gebied aan moeten voldoen worden hierin nog preciezer opgeschreven. De Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht (COU) is een onafhankelijke commissie die het Utrechtse gemeentebestuur adviseert over aanvragen voor een Omgevingsvergunning en over de integrale kwaliteit van de fysieke leefomgeving: welstand, monumenten, stedenbouw, inrichting van de openbare ruimte en cultuurhistorie. De COU is de opvolger van de Welstandscommissie Utrecht. De Nota Omgevingskwaliteit wordt op dit moment ontwikkeld om de welstandsnota 'De schoonheid van Utrecht' te vervangen. De Nota Omgevingskwaliteit moet de COU in staat stellen om beter te kunnen adviseren op ruimtelijke ontwikkelingen. Sociale veiligheid is een belangrijk aandachtspunt in de na-oorlogse wijken. De inrichting van de buitenruimte en het ontwerp van de gebouwen draagt hier niet altijd aan bij. Garageboxen zorgen voor een gesloten gevel en uitstraling.
We begrijpen dat de garageboxen een functie vervullen en praktisch zijn voor bewoners. We herkennen het beeld niet dat veel garageboxen worden gebruikt om auto’s in te stallen. Bij een herontwikkeling van garageboxen zal moeten worden onderzocht welke functies verdwijnen en of die een andere plek in de wijk kunnen krijgen.
Reactienota, januari 2025 44
11k
12a
Wij vinden dit een voorbeeld waarbij te veel vanuit het positieve wordt beredeneerd en die totaal voorbij gaat aan de nadelen voor bewoners. Wij vinden het dan ook onwenselijk dat de mogelijkheid van een garagebox gebruik te maken alleen mogelijk wordt voor mensen met een koopwoning/c.q. koopgarage. Werkgebied Gaat men hier met het OV, de fiets of te voet naar het werk? Hoe realistisch is het om op een bedrijventerrein de auto te laten staan? Vooral als die auto gebruikt moet worden voor vervoer van bedrijfsgoederen. Wij danken u alvast voor uw reactie.
Utrecht kent meer dan 700 sport- en beweegaanbieders in de stad. SportUtrecht heeft formeel de rol als belangenbehartiger en vertegenwoordiger van de Utrechtse sportwereld. Om die rol van belangrenbehartiger goed in te kunnen vullen bestaat het zogenoemd ‘Utrechts Sportcollectief’. Daarin is een groot deel van sportclubs vertegenwoordigd met de vertegenwoordigers van de 14 sport(tak)netwerken. Niet vertegenwoordigde clubs zijn van harte welkom. Als trekkersgroep van het Utrechts SportCollectief stemmen wij, namens de verschillende sporttaknetwerken in de stad, altijd af met SportUtrecht, zodat er steeds vanuit een mond is meegedacht en gepraat vanuit het breed Utrechts sportbelang. Samen met de 14 sporttaknetwerken in de stad is dit jaar een eigen programma ontwikkeld met 67 punten op basis van meerdere creatieve sessies. Dit programma dient als basis voor de gesprekken met de gemeente over de nieuwe nota Sport en Bewegen. Veel standpunten uit ons programma hebben een link met de (schaarse) ruimte in Utrecht. Om deze reden willen
(Bedrijfs)auto’s, busjes en vrachtwagens zijn en blijven in de toekomst belangrijk voor goed functionerende bedrijventerreinen. We constateren echter ook dat er op bedrijventerreinen de ruimte voor nieuwe bedrijven schaars is. Niet iedereen die op een bedrijventerrein werkt heeft gedurende de dag een (bedrijfs)auto nodig voor zijn/haar werk. Veel mensen reizen alleen van/naar hun werk en kunnen deze verplaatsing mogelijk ook met OV, fiets en/of lopend maken. Minder (geparkeerde) auto’s op straat kan helpen om de schaarse ruimte beter te benutten. Daarnaast zien we dat het op veel bedrijventerreinen op dit moment niet veilig of aantrekkelijk is om met het OV, de fiets of te voet naar het werk te gaan. Hierin investeren kan helpen het autogebruik te verminderen. Daarbij zorgt een verschuiving naar OV, fiets en lopen er ook voor dat noodzakelijk autoverkeer ook in de toekomst mogelijk blijft. De Visie geeft uitgangspunten mee voor leefbaarheid en kwalititeit in de
stad. Er worden geen uitspraken gedaan over de betaalbaarheid van (sport)accomodaties. Het beleid van Utrecht op het gebied van sport kunt hier lezen.
Reactienota, januari 2025 45
we met onze reactie een positieve bijdrage leveren aan het versterken van de Stedenbouwvisie.
12b
12c
In de bijlage hebben we ons hele programma opgenomen. Hieronder leggen we een link tussen onderdelen uit ons programma die een directe link hebben met de Stedenbouwvisie. Hierin volgen wij de opzet van ons eigen programma. Vanzelfsprekend zijn wij bereid in een gesprek ons zienswijze toe te lichten. 1. Voor het Utrechts SportCollectief is de betaalbaarheid van de sportaccommodaties belangrijk voor het aantrekken en behouden van leden en het stimuleren van inclusiviteit en diversiteit, zodat iedere bewoner van de stad Utrecht de mogelijkheid heeft om te sporten en bewegen. Het liefst in zijn of haar eigen buurt. 2. De capaciteit van de sportaccommodaties is belangrijk voor het behouden van een gezond en gebalanceerd sportaanbod aan de bewoners van de stad Utrecht, waarbij rekening wordt gehouden met variatie in aanbod en niveau van sporten. Dit betekent dat bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en de verdichting van bestaande buurten, rekening moet worden gehouden met de behoefte aan extra sportvelden, -hallen en andere sportvoorzieningen. In het Concept-Stedenbouwvisie zien wij dit helaas onvoldoende terugkomen. Laat ruimte voor sport en bewegen evenredig meegroeien met de ontwikkeling van de stad (aantal inwoners) (zoals bedoeld met de barcode). 3. Sporten met wachtlijsten of sporten die groeien moeten prioriteit krijgen voor extra ruimte.
Neem ook het ruimtebeslag van iedere sport mee in de keuzes. En ook ontwikkelingen van een sport zoals de leegstand op zondag op voetbalvelden; alleen uitbreiding als er (meer) op zondag wordt gespeeld.
De Visie doet geen uitspraken over de programmatische invulling van stedelijke ontwikkelingen. Hiervoor wordt in de RSU2040 de methodiek van de Utrechtse Barcode gepresenteerd. Deze methodiek helpt de gemeente om te zorgen voor een gebalanceerde en integrale groei van de stad. Sport is hier ook een onderdeel van.
De Visie doet geen uitspraken over de programmatische invulling van stedelijke ontwikkelingen. Hiervoor wordt in de RSU2040 de methodiek van de Utrechtse Barcode gepresenteerd. Deze methodiek helpt de gemeente om te zorgen voor een gebalanceerde en integrale groei van de stad. Sport is hier ook een onderdeel van.
Reactienota, januari 2025 46
12e
4. Het Utrechts SportCollectief bepleit dat in co-creatie wordt gekeken naar het concept van Open Sportparken ten behoeve van het optimaal benutten van de publieke ruimte en het voldoen aan de verordeningen in de Omgevingswet ten aanzien van een gezondheid bevorderende leefomgeving. Het Utrechts SportCollectief vindt dat alleen co-creatie (met de sportaanbieders) kan leiden tot een veilige, effectieve en bevorderende inrichting van de Open Sportparken. Wij zijn absoluut voorstander om meer te doen met de beschikbare capaciteit om de leefbaarheid te vergroten. En sportaccommodaties zijn de plek bij uitstek voor sociale cohesie. En tenslotte valt er veel winst te behalen voor de sociale veiligheid maar ook voor de urban sports. Er is vaak incourante ruimte rondom sportparken die goed gebruikt kan worden voor sport in de openbare ruimte. Voor Het Utrechts SportCollectief is het belangrijk dat de Open Sportparken bijdragen aan sportparticipatie voor alle inwoners van de stad door de bereikbaarheid van deze parken en de verbindingen met andere voorzieningen in de stad Open parken moeten extra voorzieningen hebben om aantrekkelijk te zijn voor(nieuwe) sporters, met een goede verbinding met de omgeving. Bijvoorbeeld goede beweeglinten als een logisch onderdeel van het netwerk aan open sportparken. Goede samenwerking tussen de gemeente en sportaanbieders is hier noodzakelijk.
Er moet wat ons betreft gedacht worden vanuit een netwerk van open parken.
We willen graag samen met Utrechters de stad maken. Hierbij is het belangrijk dat duidelijk is hoeveel invloed mensen hebben bij een project. We hebben een indeling gemaakt van verschillende vormen van samenwerking. Bij elke ontwikkeling kiezen we samen met Utrechters de best passende samenwerkingsvorm voor dat moment. U kunt hier meer over lezen het beleid voor samenwerken met bewoners
12f
5. Leg nog meer nadruk op het ontwerpen van toegankelijke sportsportaccommodaties in Utrecht voor alle uniek-sporters (sporters met een handicap) en bezoekers. Ook de bestaande accommodaties en voorzieningen.
We willen dat alle Utrechters gewoon invulling kunnen geven aan hun leven. Ook als zij een beperking hebben. U kunt meer lezen over beleid voor toegankelijkheid
12g
6. In de "Concept Stedenbouwvisie 2040" wordt het doel gesteld om dagelijkse voorzieningen, waaronder sportfaciliteiten, op loopafstand bereikbaar te maken. Dit
De Visie doet geen uitspraken over de programmatische invulling van stedelijke ontwikkelingen. Hiervoor wordt in de RSU2040 de methodiek van de Utrechtse Barcode gepresenteerd. Deze methodiek helpt de gemeente Reactienota, januari 2025 47
12h
12i
concept sluit aan bij de ambitie van "Het Utrechts SportCollectief" om iedereen in staat te stellen om binnen 10 minuten fietsafstand hun gewenste sport te beoefenen. Dit geldt natuurlijk niet voor alle sporten, maar met name voor de meer gangbare sporten (zoals hockey, voetbal, tennis, fitness) die over de stad zijn verdeeld. Als er maar 2 honk- en softbalclubs wordt dit lastiger. Wij maken ons zorgen of de ’10-minuten’- ambitie ook wordt gerealiseerd. De groei van sportaccommodaties en voorzieningen blijft in onze optiek sterk achter bij de groei van de woningbouw. Hiernaast maken we ons zorgen dat sportaccommodaties steeds meer naar de randen van de stad worden verplaatst. 7. Sportaanbieders promoten het lopen en fietsen naar de club. Voor bezoekers (bijvoorbeeld teams die op bezoek komen) en sporten met een regionale aantrekkingskracht zijn goede parkeerfaciliteiten (o.a. verlicht, invaliden parkeerplekken, elektrisch laden) en slim omgaan met parkeerplekken noodzakelijk door parkeerplekken te combineren met anderen zoals bij Den Hommel of parkeerplaats De Rivierenwijkers. Wij zouden in de stedenbouwvisie meer aandacht willen voor deze specifieke (sport)context.
om te zorgen voor een gebalanceerde en integrale groei van de stad. Sport is hier ook een onderdeel van.
8. Wij zijn zeer blij dat er aandacht is voor (sociaal) veilige fiets en wandelroutes naar voorzieningen. Vooral sportaanbieders met sportaccomaties aan de randen van de stad geven aan dat zij minder aantrekkelijk zijn voor sporters als de veiligheid niet goed is geborgd. Overvecht Noord is bijvoorbeeld slecht bereikbaar met openbaar vervoer en slecht verlicht. Het gaat hierbij zowel om de bereikbaarheid voor lopen, fietsen en openbaar vervoer (zowel voor kinderen als volwassen), goede straatverlichting en het veilig parkeren.
De gemeente Utrecht wil bereikbaar en aantrekkelijk blijven, ondanks de groei. We geven daarbij voorrang aan gezonde en duurzame vormen van verplaatsen. Sociale veiligheid van routes is hierbij een belangrijk aandachtspunt. U kunt hierover meer lezen in het mobiliteitsbeleid.
Het door uw geschetste beeld van slim omgaan met de beschikbare ruimte sluit goed aan bij principe 10. Meervoudig ruimtegebruik. In de definitieve versie van de Visie nemen we hier een verwijzing op naar deze specifieke (sport)context van meervoudig ruimtegebruik.
Reactienota, januari 2025 48
12j
9. Wij willen dat bij de groei, herontwikkeling en/of verbouw van de stad elke sporter zijn sport moet kunnen uitoefenen. Het collectief wil dat de gemeente zorgt voor vervangende ruimte voor de sport (honkbal en softbal in Nieuw Welgelegen, zwemwater), vergelijkbaar met de benadering bij scholen. Dit standpunt is voor een stad in ontwikkeling en transitie een belangrijke, nog ontbrekende ‘spelregel’ in de Stedenbouwvisie.
De Visie doet geen uitspraken over de programmatische invulling van stedelijke ontwikkelingen. Hiervoor wordt in de RSU2040 de methodiek van de Utrechtse Barcode gepresenteerd. Deze methodiek helpt de gemeente om te zorgen voor een gebalanceerde en integrale groei van de stad. Sport is hier ook een onderdeel van.
12k
10. De kosten voor de huur van de (gemeentelijke) accommodaties en faciliteiten moeten in verhouding staan met de financiële mogelijkheden van de sportverenigingen en sportaanbieders om zo een breed sportlandschap te behouden. Dit staat momenteel enorm onder druk. De stedelijke uitbreiding en verdichting moet er in onze ogen op gericht zijn dat nieuwe (sport)voorzieningen slim worden verweven in de bouwopgave zodat kosten voor accommodaties beheersbaar blijven. Dit versterkt de leefbaarheid van de stad. Een integraal huisvestingsplan kan hierbij helpen. 11. Voor Het Utrechts SportCollectief is de betrokkenheid van de sportverenigingen en de anders georganiseerde sportaanbieders bij de ontwikkeling van sportaccommodaties om zo vanuit co-creatie te komen tot een vitale balans in de realisatie, de ontwikkeling, het behoud, het beheer, de veiligheid en waar mogelijk de financiering van sportaccommodaties. Sportaanbieders willen vroegtijdig betrokken worden bij deze (her)ontwikkelingen. Op deze wijze kunnen we de beperkte ruimte optimaal inrichten. De sport wil graag haar kracht, kennis (welke ruimtebehoefte bestaat er, aan welke sporteisen moet de accommodatie voldoen), ervaring en ideeën inbrengen. Maak gebruik van de bestaande gemeenschapskracht. Er moet een eerlijke verdeling van ruimte zijn. Sporten mogen niet worden uitgesloten van uitbreiding.
Waar nodig een eerlijke verdeling
De Visie geeft uitgangspunten mee voor leefbaarheid en kwalititeit in de stad. Er worden geen uitspraken gedaan over de betaalbaarheid van (sport)accomodaties. Het beleid van Utrecht op het gebied van sport kunt u lezen op: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/sport
12l
We willen graag samen met Utrechters de stad maken. Hierbij is het belangrijk dat duidelijk is hoeveel invloed mensen hebben bij een project. We hebben een indeling gemaakt van verschillende vormen van samenwerking. Bij elke ontwikkeling kiezen we samen met Utrechters de best passende samenwerkingsvorm voor dat moment. U kunt hier meer over lezen op: https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid-enomgevingsvisie/beleid-voor-samenwerken-met-bewoners
Reactienota, januari 2025 49
12m
12n
combineren met efficiënt gebruik; een sporthal specifieker maken voor een sport is efficiënter en zal het verenigingsleven helpen tot bloei te komen. Bij strijd om de ruimte wil het Utrechts SportCollectief faciliterend optreden. 12. Om de beperkte ruimte optimaal te benutten, wil de sport graag creatief meewerken met de gemeente en denken aan nieuwe oplossingen. Creëer nieuwe faciliteiten, zoals 'De Sporttoren', om ruimte te bieden aan diverse sportactiviteiten en efficiënt gebruik te maken van het beschikbare stadsoppervlak. Wie vinden de sporttoren in Denemarken een aansprekend voorbeeld: Creëer meer onder één dak. Begin met ideeën. 13. Wij zijn blij dat in de Stedenbouwkundige visie het meervoudig gebruik van ruimte wordt gestimuleerd. Denk aan: a. Combineren van functies in gebouwen (Sporthallen die overdag door scholen worden gebruikt en 's avonds voor recreatieve sporten) b. Benutten van daken voor de sport c. Integreren van functies in de openbare ruimte: Schoolpleinen die na schooltijd als speelplek voor de buurt dienen en parken die ruimte bieden voor sport, recreatie en evenementen. d. Flexibel gebruik van ruimtes: ruimtes die gedurende de dag voor verschillende doeleinden kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld een vergaderruimte die 's avonds als sportzaal dient.
Vanuit veel sportaanbieders wordt aangegeven dat zaalsportaccommodaties niet altijd multi-sportaccommodaties hoeven te zijn die gecombineerd moeten worden met middelbare scholen. Het creëren van slimme sport specifieke accommodaties zou voor grotere zaalsporten juist efficiënter kunnen zijn, bijvoorbeeld voor basketbal en turnen. En ook andere vormen van ‘multi’ gebruik blijven relevant zoals het samenbrengen van meerdere functies, zoals BSO, zorg en fysiotherapie, onder één dak.
Efficiënt omgaan met de ruimte sluit aan bij de Visie. We geven uw voorbeeld ter inspiratie door aan onze collega’s van de afdeling Sport.
Het door uw geschetste beeld van slim omgaan met de beschikbare ruimte sluit goed aan bij principe 10. Meervoudig ruimtegebruik. In de definitieve versie van de Visie nemen we hier een verwijzing op naar deze specifieke (sport)context van meervoudig ruimtegebruik.
Reactienota, januari 2025 50
12o
14. De gemeentelijke visie om ongelijk te investeren voor gelijke kansen wordt ondersteund, met de nadruk op eerlijke en transparante ondersteuning bepaalde sporten en verenigingen. Duidelijk moet worden hoe 'ongelijk investeren voor gelijke kansen’ wordt ingevuld. Wij zijn wel benieuwd hoe dit principe concreet wordt vertaald vanuit de Stedenbouwvisie. Betekent dit meer sportfaciliteiten- en accommodaties in kwetsbare wijken?
De Visie doet geen uitspraken over de programmatische invulling van stedelijke ontwikkelingen. ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ houdt in dat we de middelen die we beschikbaar hebben naar de mensen gaan die dit het hardst nodig hebben. Hoe hier invulling aan gegeven wordt is te lezen in het coalitieakkoord 2022-2026.
12p
15. De "Concept Stedenbouwvisie 2040" benadrukt het belang van een fijnmazig netwerk van wandelroutes, veilige oversteekpunten en een aantrekkelijke openbare ruimte met groen, schaduw en rustpunten. Dit stimuleert sporters om te voet of met de fiets naar sportlocaties te gaan, wat bijdraagt aan hun algehele welzijn en de leefbaarheid van de stad. Wij onderschrijven dit en vinden dat sportaanbieders hier een actieve rol in hebben.
We werken continue aan het verbeteren van het wandel- en fietsnetwerk van Utrecht. Als we dit doen in de buurt van sportvoorzieningen nemen we sportaanbieders mee in de planvorming.
16. Voor het Utrechts SportCollectief betekent inclusiviteit ook dat sport fysiek bereikbaar is voor iedereen, dat er goede doorstroom is tussen de verschillende sporten en aanbieders om iedere levensfase van een inwoner van de stad te kunnen ondersteunen en dat iedere inwoner de sport kan vinden die het beste past en waar het meeste plezier uit wordt gehaald tijdens de beoefening. Succes met het afronden van de visie en neem gerust contact op om onze reactie
We willen dat iedereen in Utrecht gezond en prettig kan sporten en bewegen. U kunt hierover meer lezen in het sportbeleid.
Vooraf Als bewoners van Overvecht zijn wij medio 2023 overvallen door de plannen voor onze wijk zoals die neergelegd zijn in het concept Omgevingsvisie Overvecht. Wij hebben onze visie daarop gegeven in onze persoonlijke zienswijzen en in een gezamenlijke zienswijze met onze buurt. Wij hebben vooral ernstige kritiek op de wijze waarop de participatie is ingezet en uitgevoerd. We hebben dat verwoord in het document “De fuik in” en proberen hierover in gesprek te gaan met alle betrokken partijen: de
Het is ons bekend dat u meerdere zienswijzen heeft ingediend op de omgevingsvisie Overvecht. We betreuren het dat u de participatie als onvoldoende heeft ervaren. De gemeente heeft op meerdere momenten in het proces van de omgevingsvisie Overvecht, op veel verschillende manieren (wijkberichten, online campagne, gesprekken in de wijk, etc.) Overvechters uitgenodigd om mee te denken over de omgevingsvisie. Niet alles wat er is georganiseerd, is zichtbaar voor iedereen. Zo hebben er meer dan 200 gesprekken (één-op-één of in kleine groepjes) met Overvechters
13a
Reactienota, januari 2025 51
manier waarop de gemeente Utrecht die participatie tot nu toe heeft uitgevoerd brengt naar ons idee schade toe aan de democratie. Nu ligt het concept Stedenbouwvisie voor ons en mogen we vóor 17-11 opnieuw een zienswijze indienen. Opnieuw proberen we gemeentelijke beleidsontwikkeling te begrijpen en de gebruikte instrumenten te beoordelen. Opnieuw kunnen we dat niet doen zonder de termen “onwaarheid, misleiding, onjuiste voorstelling van zaken” te gebruiken. We doen dat niet graag maar we doen het uit vanuit grote zorgen
13b
13c
. Zachte waarden en steenharde conclusies We zien dat het concept Stedenbouwvisie uitgaat van zachte, nauwelijks gedefinieerde, waarden als “historiciteit, identiteit, menselijke maat, leesbaarheid”, waarop letterlijk steenharde conclusies, over sloop, verdichting, hoogbouw gebaseerd worden. De argumenten en redeneringen die hier worden verwoord rammelen! Zie voor uitwerking van een drietal begrippen Bijlage 1. Het geheel wekt sterk de indruk dat de inhoud van deze nota bepaald is door het gegeven dat er x aantal woningen gebouwd moeten worden én het standpunt dat dat beschermd gebied en “basisgebied” een identiteit heeft die daarmee niet belast mag worden. De basis+ wijken daarentegen wordt een identiteit toegeschreven die zich leent voor een “soepele omgang”! Verdichten, transformeren, hoogbouw toepassen. Zo lezen we op blz. 18: “Een aantal wijken in Utrecht leent zich voor een soepelere omgang met de maximale bouwhoogte. Dit zijn onder andere de naoorlogse wijken zoals Kanaleneiland, Transwijk en Overvecht.
Deze wijken worden gekenmerkt door de voor die tijd typerende grootschalige ruimtelijke opzet en een grotere afwisseling tussen hoge en lage gebouwen.” … “worden gekenmerkt door de voor die tijd typerende…” hebben we hier niet een wezenlijk stukje identiteit te pakken? Wie iets weet van architectuur weet dat deze wijken zijn neergezet op basis van een aantal goed doordachte principes: verhoudingen tussen groen en bebouwing, verhoudingen tussen hoog en laag, bezonning, licht en lucht, aantallen woningen en inwoners per hectare.
verspreid over de wijk plaatsgevonden. Veel Overvechters hebben hun mening gegeven in gesprekken, bij bijeenkomsten of via online enquêtes. Daar zijn we blij mee. We beseffen ons ook dat we mogelijk niet iedereen bereikt hebben en dat niet alle Overvechters prioriteit geven aan het delen van hun mening voor de omgevingsvisie. Uiteindelijk is dat ook ieders eigen keuze. We hebben tijdens het proces de mogelijkheden, keuzes en afwegingen voor de omgevingsvisie voorgelegd aan Overvechters. Bij sommige thema’s, zoals vergroenen en betere verbindingen, blijkt het draagvlak groot. Voor andere thema’s, zoals het afsluiten van doorgaande wegen, blijkt het draagvlak bij sommige Overvechters laag. Dit is ook te lezen in het participatieverslag. Wanneer mogelijk, is tijdens het proces de omgevingsvisie aangepast op de inbreng vanuit Overvechters. Soms zijn echter andere keuzes gemaakt, bijvoorbeeld vanwege stadsbrede belangen of om de wijk toekomstbestendig te maken. Zowel in de RSU als de Visie is geborgd dat de geschiedenis van een plek, het erfgoed en de cultuurhistorische waarde een belangrijk vertrekpunt zijn bij ontwikkelingen in de gemeente. In paragraaf 2.1 van de Visie stellen we dat dit erfgoed er in elke wijk of op elke plek anders uit kan zien en anders beleefd wordt.
Omdat er in een aantal Utrechtse wijken er al meer hogere gebouwen staan geeft de Visie ontwikkelingen in deze buurten de ruimte om aan te sluiten bij de bestaande opzet. In de Visie wordt geen afweging gemaakt tussen sloop, verdichting of bijbouwen op een specifieke plek. Deze afweging wordt in het gebied gemaakt op basis van de identiteit. De uitwerking hiervan en spelregels hiervoor zijn te vinden in de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040.
Met de RSU 2040 heeft Utrecht de koers ingezet om de groei van de stad in goede banen te leiden. Hoewel de grootste groei van aantal woningen geprogrammeerd is rondom (nieuwe) knooppunten, zal ook een deel in de Reactienota, januari 2025 52
13d
Vraag is nu waaróm zou deze identiteit wél mogen worden aangetast? In gesprek met Dhr. Fred Dekkers (GL), naar aanleiding van het concept Omgevingsvisie Overvecht, merkt hij op dat het probleem weleens wil zijn dat het geheugen van bewoners wat verder teruggaat dan het geheugen van (een nieuwe generatie) beleidsmakers. Dat lijkt hier duidelijk het geval. Ook Overvecht heeft inmiddels een geschiedenis, niet alleen wat bewoning betreft maar ook wat betreft de strijd die bewoners hebben moeten voeren tegen het volbouwen van de wijk waar gemeente en woningbouwverenigingen voorstanders van waren. In dit concept Stedenbouwvisie vinden we daar niets van terug. Die geschiedenis is wel te vinden in het boekje “Overvecht” in de serie “De Utrechtse Wijken” uitgegeven door het Utrechts Archief in 2002. Op blz. 41 t/m 43 bijvoorbeeld: Overvecht zou rond 1970 afgerond worden met de bouw van enkele zeer hoge torenflats. Tijdens de bouw veranderden de plannen tav omvang en bouwhoogte enkele keren. Protesten van bewoners hadden uiteindelijk succes: in 1979 waren de woontorens voorgoed van de baan! Totdat in 1984….en in 1998 ….en toen nog in 2001… We vrezen dat het de andere na-oorlogse wijken niet veel beter is vergaan. Op blz.
17 van het concept Stedenbouwvisie blijkt dat de oorspronkelijke bouwprincipes licht, lucht en ruimte voor de buitenwijken wél bekend zijn maar worden die kenmerken negatief beoordeeld: “Het openbaar gebied mist vaak duidelijkheid: veel groenstroken en parkeerterreinen voelen anoniem en onbeheerd aan. Het bijbouwen en transformeren van woningen kan leiden tot een verbeterde situatie met een duidelijker functie van de onbebouwde ruimte.” Mist het openbaar gebied vaak duidelijkheid? En zo ja, is dan bijbouwen en transformeren de juiste of enige oplossing? Waarom wordt dit zo stellig beweerd? Ons oordeel over het concept Stedenbouwvisie: de conclusies in dit document volgen niet uit de besproken waarden maar de inhoud is toegeschreven naar hetgeen al van te voren vaststond: verdichting en ophoging zal alleen plaatsvinden in de buitenwijken. Utrecht in balans? Dit staat in schril contrast met de voornemens en besluiten die te lezen staan in het document Woonvisie, Utrecht beter in balans, 2019. In de 58 blz. van dit document staat in vele alinea’s verwoord dat Utrecht wil werken aan gemengde wijken waarin 35% van het woningaanbod binnen de sociale huursector moet liggen. In het concept Stedenbouwvisie wordt dit voornemen op geen enkele manier benoemd, laat staan verder ingevuld . De begrippen “sociale woningbouw”, “sociale sector” “woningbouw in
bestaande stad, waaronder Overvecht, plaats vinden. Door in te zetten op binnenstedelijke verdichting grijpen we de groei van de stad aan als kans om de kwaliteit te verbeteren en toe te voegen. Bijvoorbeeld door het uitbreiden en verbeteren van het OV, de fietsverbindingen en het groen in de stad. Meer woningen zijn soms nodig als draagvlak voor stedelijke voorzieningen, zoals het OV en maatschappelijke voorzieningen (van school, huisarts tot speeltuin). Bijbouwen van woningen is niet altijd het antwoord op een ongedefinieerde openbare ruimte maar kan dat wel zijn. Welke keuzes er voor verdichting in relatie tot de openbare ruimte in Overvecht worden gemaakt is te vinden in de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040. De Visie geeft uitgangspunten mee om - als er een ontwikkeling plaats vindt - te sturen op leefbaarheid en kwaliteit. Dit zijn generieke uitgangspunten die vertaald dienen te worden naar het gebied. De identiteit van de plek en gebiedskarakteristieken, zoals in Overvecht, zijn hierin het startpunt.
In de Visie wordt het belang van gemengde wijken onderschreven. Het is echter maatwerk per wijk en plek hoe daar invulling aan gegeven wordt. Hoe we sturen op (sociale) woningbouw kunt u lezen op: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/wonen
Reactienota, januari 2025 53
balans” komen niet voor in dit concept. Zelfs in Bijlage 3: “Richtlijnen uit relevant beleid” vinden we geen verwijzing naar deze Woonvisie. De buitenwijken of basis+wijken zijn wél te vinden. Verdichten, transformeren, hoogbouw toepassen! 13e
13f
C. Samenhang, inzichtelijkheid, vindbaarheid van beleid: De nieuwe Omgevingswet koppelt veel maatschappelijke factoren aan elkaar en dat dwingt gemeenten bestaande werkwijzen en structuren binnen de beleids-ontwikkeling aan te passen: bestemmingsplannen vloeien voortaan voort uit Omgevingsplannen en voor Omgevingsplannen worden Omgevingsvisies opgesteld. Mede vanwege het brede terrein waarover beslissingen moeten worden genomen schrijft de wet participatie van burgers voor. Een goed streven dat past binnen onze democratie maar ondanks vele mooie woorden blijkt dat de gemeente Utrecht hier nog niet goed raad mee weet. Als bewoners moeten we zeer veel moeite doen om de relevante beleidsstukken en informatie tot onze beschikking te krijgen en ook dan lukt het nog niet! Dit werkt bijzonder belemmerend! We zijn ons er dan ook van bewust dat wij niet alles kunnen overzien en doorgronden.
Vraag blijft voor ons bijvoorbeeld: hoe kunnen de conceptplannen voor Overvecht nu zo ver uitgewerkt zijn (ze zouden morgen op het bordje van de Raad kunnen liggen) terwijl het concept Stedenbouwvisie nog vastgesteld moet worden? We nemen het onszelf niet kwalijk: Raadsbrieven, nota’s, concepten, notities, beleidsvoornemens, koersen, opleggers, toegevoegde documenten met bijlages, woondeals, huisvestingsverordening, notulen, waarin richtlijnen, knelpunten, doelstellingen, opdrachten, strategische denkrichtingen over elkaar heen buitelen. Deze stukken staan vaak bol van wollig taalgebruik, grappig bedoelde illustraties of imaginaire straatbeelden. Cabaretier Pieter Derks heeft hier al een mooie voorstelling over gemaakt. Zie de video vanaf minuut 4 Vermakelijk, scherp, en pijnlijk herkenbaar! We vragen ons ernstig af of er ook maar éen raadslid of wethouder is die het geheel wél kan overzien? Wij hebben die indruk niet. Swipocratie We hebben ernstige inhoudelijke kritiek op het instrument Swipocratie en op de manier waarop het instrument
Zowel de Omgevingsvisie Overvecht als de Visie zijn nadere uitwerkingen van de koers van Utrecht, vastgelegd in de RSU2040. Hierbij geldt de Visie voor de hele stad en is het een toevoeging aan de RSU2040. De Omgevingsvisie Overvecht is een gebiedsuitwerking van de RSU2040 voor de wijk. Beide processen hebben parallel plaatsgevonden. Uitgangspunten vastgelegd in beide documenten sluiten elkaar niet uit. Ook is de Omgevingsvisie Overvecht uitgewerkt binnen de kaders van de RSU2040 en de Visie. Het is niet te voorkomen dat er gelijktijdig aan verschillende documenten wordt gewerkt. We zorgen er altijd voor dat documenten op elkaar aansluiten.
Swipocratie is een peiling die niet getest is op representativiteit/validiteit, het is dus geen statistische toets. De respondenten zijn ook op geen enkele manier geselecteerd. De afdeling Onderzoek & Advies heeft meegewerkt Reactienota, januari 2025 54
en de uitkomsten daarvan in de Raadsbrief van 4 oktober 2023 worden gepresenteerd. We begrijpen dat inmiddels de verdiepende gesprekken op basis van de uitkomsten hiervan hebben plaatsgevonden. Het lijkt erop alsof de ontoereikendheid van dit instrument niet is onderkend. In het concept Stedenbouwvisie zelf worden de resultaten niet meer expliciet benoemd. Wel wordt de lezer gehinderd door plaatjes die uitspraken of uitkomsten van de Swipocratie weergeven. Zijn ze willekeurig of niet willekeurig gekozen? Ze sturen de lezer in ieder geval een bepaalde kant op. Hieronder onze kanttekeningen bij de “Swipocratie”: a. In de Raadsbrief staat: “De leeftijdscategorie 18-25 is voor meer woningen in de buurt (63%), terwijl de andere leeftijdscategorieën aangeven hier geen behoefte aan te hebben.” Dit is misleidend. Letterlijk luidde de stelling, item 26: “Ik wil meer woningen in mijn buurt.” De uitleg dat andere leeftijdscategorieën “er geen behoefte aan hebben” klopt dan niet: ze zijn tegen. In totaal is meer dan 60% van de respondenten tegen meer woningen in de buurt.
n de Raadsbrief staat: “Wat betreft hoogbouw zijn respondenten van alle leeftijden het met elkaar eens: tussen de 5-10 verdiepingen hoog bouwen (15-30 meter) kan prima (79%), maar hoger bouwen dan de Dom ziet men niet zitten (70% is tegen).” Dit is misleidend: de vraag, item 18, had betrekking op de stad Utrecht en niet op de eigen buurt. Letterlijk luidde de stelling: ‘Ik vind gebouwen tussen de 5 en 10 verdiepingen passen in Utrecht’. Onjuiste en misleidende presentatie van de uitkomsten: In de Raadsbrief van 23-10-2023 wordt de opbrengst van de enquêtes maar ten dele gepresenteerd. Weghouden van informatie is nooit een goed idee. Wij vragen ons af waarom dat zo gedaan wordt: waarom niet een goede samenvatting gegeven die overzicht en inzicht in de informatie biedt? Dat overzicht zou te vinden zijn in de bijlagen: Het “visueel verslag toekomstgesprekken”: dit is kennelijk grappig bedoeld. Het geeft geen overzicht. Bepaalde topics of uitspraken worden uitgelicht en op die manier krijgen we nog eens selectieve informatie voor ogen. De link naar www.utrecht.nl/toekomstgesprekken werkt niet. -
aan de totstandkoming en de verwerking van de vragen. Het is bedoeld om op een laagdrempelige, beeldende manier snel een (eerste) indruk te krijgen hoe mensen denken over bepaalde onderwerpen. Zo ontstaat een ‘moodboard’ en konden we de rode draad en onderwerpen vaststellen voor de volgende ronde, waarin we verdiepende gesprekken hebben gevoerd. Door meer dan 500 gesprekken op straat, maar ook doordat respondenten aan het einde van de online enquête een boodschap konden achterlaten, hebben we veel extra input kunnen ophalen. Ook deze informatie is meegenomen bij het bepalen van de rode draad en de dilemma’s en onderwerpen waar in de verdiepende ronde van de toekomstgesprekken op ingegaan is. Inwoners lieten weten dat ze het goed vinden dat de gemeente op deze manier informatie ophaalt en echt de tijd neemt om in gesprek te gaan. Tegelijkertijd hoorden we ook vaak dat “de gemeente toch niets doet met deze informatie en haar eigen gang gaat”. Een notie waar we veel aandacht voor hebben, juist omdat we de informatie waardevol vinden en zo goed mogelijk en transparant willen verwerken.
Reactienota, januari 2025 55
Voor een accurater beeld bekijken we het “Infographic resultaten Swipocratie” Op deze pagina zien we geclusterde uitspraken, percentages daarbij en percentages respondenten per wijk. Je krijgt een idee van de stellingen maar ziet nog niet hoe het een en het ander zich tot elkaar verhoudt. Het is wel belangrijk om daarna de 39 items in de “Uitgebreide uitkomsten Swipocratie” even goed in te duiken. Pas dan zie je de stellingen zoals die tegenover zijn geplaatst en kun je beoordelen of de resultaten juist en volledig zijn weergegeven. De antwoorden zeggen dus niets over hoogbouw in de eigen wijk. Het is het meest waarschijnlijk dat men hoogbouw prima vindt, zolang het niet in de eigen wijk plaatsvindt. Dezelfde misleiding vindt plaats met de daaropvolgende vragen over gebouwen tussen 10 en 25 verdiepingen, gebouwen met meer dan 25 verdiepingen en gebouwen met meer dan 50 verdiepingen. Deze vragen hebben betrekking op de stad en niet op de wijk. Doordat andere vragen in de enquête wel over de buurt gaan (groen, cultuur etc.) wekt de enquête de indruk dat de vragen over hoogbouw ook over de wijk gaan. Men gebruikt ook wel de zinsnede “op straat” waarbij helemaal onduidelijk is welke omgeving er wordt bedoeld. De enquête bestaat uit stellingen die weliswaar over bouwen en wonen en woonomgeving gaan maar ze lijken toch heel willekeurig bij elkaar geraapt.
Vragen over de vorm van de toren of spits van hoge gebouwen bijvoorbeeld. Dat kan een relevant item zijn binnen de discussie over toepassing van hoogbouw maar inzicht in die materie kun je niet verwachten van de toevallige passant die de Dom wel kent maar geen idee heeft van de lading van deze vraag. De uitkomst van zo’n vraag moet dan ook zeer sceptisch worden bekeken. Een duidelijke visie achter de vragen, omgebouwd tot stellingen, lijkt te ontbreken. b. Welk idee zit er achter het instrument Swipocratie? Uit de Raadsbrief : “De enquête was door middel van de participatietool Swipocratie in te vullen. Swipocratie is een peiling die niet getest is op representativiteit/validiteit, het is dus geen statistische toets. De respondenten zijn ook op geen enkele manier geselecteerd.” Deze formulering wekt de indruk dat degene die de brief heeft opgesteld zelf niet begrijpt waar het over gaat. Er worden wat begrippen lukraak achter elkaar gezet: representativiteit en validiteit hebben niets met Reactienota, januari 2025 56
13g
statistisch toetsen te maken. Zie voor uitleg hiervan bijlage 2. (“Ik swipe nu naar links en dus tegen, maar onder voorwaarde x en y ben ik eigenlijk best voor”). De Raadsbrief plaatst zelf ook een paar kanttekeningen bij de methode naar aanleiding van negatieve reacties van respondenten: ze vonden de vragen te zwart-wit, te sturend en de moeilijke keuzes te simpel voorgesteld. Ze hadden behoefte om hun keuze te nuanceren dan wel te onderbouwen. Gelukkig dat deze respondenten de zaak doorzagen maar waarom trok niemand van de beleidsmakers daar de conclusie uit dat de inzet van Swipocratie een verkeerde keus is? Daarover zegt de Raadsbrief: “Deels is dit te verklaren omdat ons vertrekpunt bij het opstellen van de enquête staand beleid was. Zo wordt in de RSU 2040 bijvoorbeeld de ambitie opgenomen om te vergroenen. We laten mensen daarom niet kiezen tussen wel of niet vergroenen, maar juist tussen verschillende manieren van vergroenen. We snappen dat het hierdoor kan voelen alsof men een richting in wordt geduwd. Tijdens de toekomstgesprekken is er tijd en ruimte om juist op thema’s en dilemma’s te verdiepen, nuance aan te brengen en met elkaar te delen onder welke voorwaarden iets wel of niet zou kunnen.” Nee, gemeente Utrecht: het “voelt” niet alleen alsof men een richting wordt ingeduwd: het ís zo.
Er ís sprake van staand beleid dat de keuzes van respondenten inperkt terwijl dat niet is beschreven of benoemd bij het afnemen van de enquêtes. De Raadsbrief geeft de vragen rondom “vergroenen” als voorbeeld maar de inperking wegens “staand beleid” geldt zeer waarschijnlijk ook de andere onderwerpen zoals uiteraard de woningbouw. We wijzen u daarom nog even terug naar onze conclusie onder A. Wij stellen dat een dergelijk krakkemikkig instrument géen bruikbare informatie op kan leveren en niet gebruikt mag worden als basis voor bouwen woonbeleid. Het is kwalijk dat dat door beleidsmedewerkers en B&W niet gezien is, dat het een rol gekregen heeft bij het tot stand komen van de visie en ongetwijfeld ook een aardige kostenpost heeft opgeleverd. Dringend advies voor de toekomst: bepaal vooraf goed welke informatie nodig is, laat je adviseren door een goede onderzoeksinstelling en kies dan een onderzoeksinstrument dat wel aan de nodige kwaliteitseisen voldoet. E. Het grote Wensdenken: winkelcentra als gemeenschapskernen. Blz. 4: “ Onze historische binnenstad blijft het hart van de stad. Dat koesteren en
De knooppunten ontwikkelen zodat er voor meer Utrechters voorzieningen dichtbij zijn. Het gaat hierbij niet alleen om winkels maar juist om een breed aanbod van bijvoorbeeld sport, zorg, en cultuur. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan een huisartsenpost, een sportschool en een theater of Reactienota, januari 2025 57
13h
behouden we. Net als veel dorpen en wijken en de landschappen rond de stad. Dat is een van de redenen om extra centra te ontwikkelen op andere plekken in de stad. Die centra noemen we knooppunten. De plaats waar openbaar vervoer en wegen bij elkaar komen. Rond deze knooppunten willen we woningen en kantoren bouwen, met daarin allerlei voorzieningen, zoals winkels, sportgelegenheden en zorginstellingen.” Dit beleidsvoornemen strookt wél met eerdere plannen: ook in de RSU 2040 wordt geschreven over een “hoofdwinkelstructuur” waaronder binnenstad/centrum, perifere winkelgebieden, bovenwijkse centra en lokale centra. Allemaal met winkelclusters die aangelegd, ingericht dan wel gerenoveerd en onderhouden moeten worden. Nergens vinden we een alinea die deze ontwikkeling problematiseert: - Hoe creëer je eigenlijk aantrekkelijke centra in nieuwe woonwijken, nieuwe stadskernen of knooppunten? Welke elementen heb je daarvoor nodig? De gebruikelijke aantrekkingskracht van stadscentra wordt vaak bepaald door de historische bouw ervan, door de oude kerken, stadhuizen, originele gebouwen, door intieme plekken, door de geschiedenis die zich er heeft afgespeeld. Die kun je niet zomaar nabouwen: kerken spelen geen centrale rol meer in het maatschappelijk leven, winkelcentra (shoppingcenters if you prefer) evenmin.
- We leven in een tijd waarin digitaal winkelen de fysieke winkels om zeep helpt. “Winkelen/shoppen” is geen eigentijds tijdverdrijf meer. In elke stad, en elk centrum groeit de leegstand en moeten gemeenten moeite doen om de gebouwen in het centrum inhoud te geven, rendabel te houden, en de sfeer in het centrum vast te houden. Hoe doe je dat? Laat staan wanneer het gaat om nieuw op te zetten centra: bouw je dan niet voor leegstand en verloedering. Zadel je de (nieuwe) wijk niet al per definitie op met problemen? Nergens in al deze beleidsnota’s vinden we een gedachte, een idee, een poging om de nieuwe centra inhoud en levenskracht mee te geven. Het adagio is: …we bouwen nieuwe centra en pimpen de oude centra en winkelstrips…. We zien wel….Dat noemen wij het grote Wensdenken. Dat vinden wij een groot probleem. Ter afsluiting Al lijken de steigers om de buitenwijken van Utrecht te verdichten en te verhogen al bijna klaar te staan, er zijn voor de gemeente zeker nog redenen om pas op de plaats te maken. We wijzen de problemen die de landbouw met zich meebrengt en op de meest recente cijfers omtrent de verhouding landbouwgrond en bebouwd gebied: 54% landbouwgrond en 13% bebouwing (woon- en bedrijventerreinen) Bron: Nederland in cijfers, CBS, 2020
bibliotheek. Cultuurhistorie kan een belangrijke drager zijn voor de ontwikkeling van een gebied, maar dat is niet noodzakelijk. Een goed ingerichte openbare ruimte, aangename gebouwen en aantrekkelijke voorziening en een gezonde mix tussen woningen en werkplekken zijn belangrijk. Hoe deze mix eruitziet kan per knooppunt verschillen. In Overvecht wordt dit in de Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht en in het Masterplan Overvecht verder uitgewerkt.
Zowel binnenstedelijk verdichten als bouwen in het buitengebied heeft vooren nadelen. Ook in het buitengebied zijn claims die het lastig maken om woningen te bouwen, zoals landbouw, recreatie, natuurontwikkeling en energieopwekking. In de RSU2040 is de koers voor de groei van Utrecht in de volgende volgorde vastgelegd: 1. Eerst verdichten rondom binnenstedelijke knooppunten 2. Dan verdichten op knooppunten aan de rand van de stad en binnenstedelijk Reactienota, januari 2025 58
14
Het is niet ondenkbaar dat er een omslag in het denken en in het beleid komt en dat dan de keuze gemaakt kan worden om méer buitengebied te bebouwen. Utrecht zou er dan voor kunnen kiezen om stad en wijken uit te breiden met leefbare wijken én met daarbinnen grotere oppervlaktes die groen kunnen blijven. In die situatie zou voor ieder mens misschien dezelfde menselijke maat gehanteerd kunnen worden. We eindigen dan ook met een citaat van econoom Frank Kalshoven uit de Volkskrant van 16 november: “Nederland heeft, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, géén ruimteprobleem. Wel: irrationeel ruimtegebruik.”
3. Tot slot: verdichten op locaties buiten de stad. Groei is hierbij geen doel op zich. Op termijn wordt ook de polder Rijnenburg gebouwd aan een compacte gemengde stedelijke wijk. De Visie borduurt voort op deze uitgangspunten die vastgesteld zijn in de RSU2040, en stelt deze niet ter discussie.
Onlangs is de concept-stedenbouw visie gepresenteerd. Hierin viel op dat er een beperking (een uitzondering daargelaten) op de hoogte van hoogbouw in onze mooie stad wordt gelegd.
Utrecht ligt in het centrum van verschillende waardevolle (UNESCO) landschappen, heeft een historische binnenstad, en verschillende beschermde stads- en dorpsgezichten rijk aan cultuurhistorie waar grote bouwhoogten veel impact kan hebben. Grote watervlakten als tegenwicht ontbreken. Dit vraagt om een slimme sturing op hoogbouw en een beperkte maximale bouwhoogte. Nieuwe hoogbouw moet zich verhouden tot ons historische centrum met de Dom als belangrijk oriëntatiepunt van Utrecht. Hoogbouw kan vanuit een stedenbouwkundig oogpunt worden ingezet om de stad leesbaar te maken of belangrijke plekken te markeren. Op verschillende plekken in de stad gelden daarom verschillende maximale bouwhoogtes. In Utrecht is hoogbouw geen doel op zich en moet het altijd een meerwaarde hebben voor de omgeving. Meningen over hoe hoog er in Utrecht gebouwd mag worden lopen zeer uiteen. Uit de Swipocratie is gebleken dat de voorstanders van hoogbouw hoger dan de Dom sterk afneemt (van 54% voor hoogbouw vanaf 70 meter naar 31% voor hoogbouw hoger dan 150 meter). Dit signaal vanuit de inwoners is naast de ruimtelijke argumenten meegenomen in de afweging van de maximaal toegestane hoogte in de gemeente. Met de principes vastgelegd in de Visie kunnen we als gemeente voldoende sturen op de kwaliteit van hoogbouw in de stad.
We denken dat het op dit moment niet noodzakelijk is om aanvullend hierop nog een hoogbouwvisie te maken.
Niet hoger bouwen dan de Domtoren is voor enkelen een emotioneel argument. Maar waarom weegt een emotioneel argument (niet onderbouwd door kennis) zo zwaar mee in een beleidsdocument voor een grote stad in groei? De hoogtebeperking werkt juist beperkend in de speelruimte die de stad heeft, de gemeente belemmert zichzelf in de keuzevrijheid om op bepaalde plekken, daar waar het nodig is en kan, op basis van de expertise van de stedenbouwkundigen en planologen wél de keuze te kunnen maken om hoger te bouwen dan de Dom. Als het de zichtbaarheid van de Domtoren is, is een zichtlijnenbeleid op z’n minst zo’n goed alternatief, maar die zie ik in de concept- stedenbouwvisie niet terugkomen. En een stad als Rotterdam is ook niet onleefbaar met gebouwen hoger dan die bewuste 112 meter. Als er wordt gebouwd en de hoogte van een kwalitatief zeer hoogstaand gebouw is 115/120 meter, is de hoogte dan bijvoorbeeld meer doorslaggevend dan de kwaliteit en architectonische uitstraling (ofwel de beleving)? Dit kan toch niet de bedoeling zijn van een stad in groei. Het participeren is op sommige vlakken te ver doorgeslagen, laat de beslissingen over vorm en hoogte bij de experts en niet de emotie die regeert.
De sky is nooit de limit geweest in Utrecht, laat dit het wel zijn om de speelruimte te krijgen en houden om beslissingen naar de toekomst op het vlak van hoogbouw in eigen hand (lees: de professionals binnen de
Reactienota, januari 2025 59
gemeente Utrecht) te houden, zonder (hoogte)beperkingen. Dan rijst de vraag die ik graag beantwoord zie: Is er een duidelijk onderbouwde visie om onder de 105 meter meter hoogte te blijven, buiten de emotionele grens van de 112 meter van de Domtoren? Al met al aardig wat ingrediënten die het ’t waard maken om naast de stedenbouwvisie een aparte hoogbouwvisie te creëren die deze elementen meer specificeert. Het nieuwe hoogbouwbeleid van de gemeente Amsterdam (juli 2024) kan als inspiratiebron dienen.
15a
Vriendelijk dank voor de mogelijkheid om te reageren op de conceptstedenbouwvisie. We maken er graag gebruik van. Mobiliteit is eerste afgeleide van locatiekeuze Hoewel een stedenbouwvisie niet direct gaat over mobiliteit, is mobiliteit wel een direct gevolg van keuzes over de stedenbouwkundige inrichting van de stad en van de ruimtelijke spreiding van functies. Mobiliteit komt in de visie aan bod en we zijn blij dat de fiets daar consequent genoemd wordt, samen met de voetganger en als uitgesproken voorkeur vóór de andere vervoerwijzen. De visie zet hiermee de ingezette lijn van de afgelopen jaren voort en dat is mooi. We schetsen hier kort de grote voordelen van de fiets voor de leefbaarheid van de stad. Om die voordelen te kunnen benutten, moet in de ruimtelijke planvorming goed rekening worden gehouden met de mobiliteit die dat zal veroorzaken: - De fiets draagt bij aan gezondheid in de stad omdat fietsen geen lawaai en geen uitstoot veroorzaakt; - De fiets is bijzonder ruimte-efficiënt, zowel rijdend als stilstaand neemt een fiets maar heel beperkt ruimte in ten opzichte van gemotoriseerde modaliteiten; - Fietsen is goedkoop, in vergelijking met andere modaliteiten, wat betreft het bezit en gebruik van een fiets en wat betreft de aanleg en onderhoud van infrastructuur.
De gemeente Utrecht wil bereikbaar en aantrekkelijk blijven, ondanks de groei. We geven daarbij voorrang aan gezonde en duurzame vormen van verplaatsen. Hiernaast is het mengen van functies een belangrijk instrument om reisbewegingen te verminderen. Hier kunt u meer lezen over het mobiliteitsbeleid van de gemeente.
Functies mixen voor kortere verplaatsingen Om verplaatsingen te voet en op de fiets maximaal te faciliteren, willen we dat functies in wijken met elkaar gemengd worden. Dat zorgt ervoor dat verplaatsingen vermeden kunnen worden of ten minste een stuk korter kunnen zijn, in tegenstelling tot sterk monofunctionele wijken. Reactienota, januari 2025 60
15b
We willen een mix van woningen dichtbij en in bedrijventerreinen en kantoren dichtbij en in woonwijken. Ook basisvoorzieningen moeten in elke woonwijk beschikbaar zijn: een basisschool, huisarts, supermarkt. Concentratie van dit type basisvoorzieningen is ongewenst, omdat concentratie zorgt voor langere verplaatsingsafstanden. Stallen bij woningen Om het gebruik van de fiets maximaal te faciliteren moet de fiets bij woningen kunnen worden gestald op een veilige plek. Bij voorkeur aan de voorkant van het huis. Huidige praktijk in bestaande woonwijken is dat de auto voor de deur in het zicht staat, en dat de fiets achter het huis in een schuurtje staat. Daar staat de fiets uit het zicht en om de fiets te kunnen gebruiken moeten meer deuren en poortjes worden geopend en weer gesloten dan om de auto te kunnen gebruiken. Dat willen we graag omgekeerd zien. De fiets moet in het zicht, de auto uit het zicht. De fiets moet voor het grijpen staan, de auto mag best om de hoek staan, zodat je een stukje moet lopen. Of onder de woningen.
Richtlijnen voor fietsparkeren zijn geen onderdeel van de Visie. Utrecht heeft specifiek beleid voor auto- en fietsparkeren waarin specifiekere kaders zijn opgenomen voor fietsparkeren in het centrum, bestaande buurten en nieuwbouw. Zie hiervoor het parkeerbeleid fiets en auto.
Stallen bij bedrijven Bij bedrijven moeten goede fietsenstallingen worden gerealiseerd, dicht bij de hoofdingang van het gebouw. Met voldoende capaciteit, overdekt en veilig afsluitbaar, met oplaadpunten voor e-bikes (en zonnepanelen op het dak voor de energievoorziening). Voor fietsers moet een kleedruimte met lockers en een douche beschikbaar zijn. Stallen bij basisvoorzieningen in de wijk Bij de basisvoorzieningen in de wijk moet voldoende ruimte zijn om fietsen veilig te parkeren. Bij scholen, bij de huisarts, bij de supermarkt moet de fiets dicht in de buurt van de deur veilig neergezet kunnen worden. Stallen bij centrumvoorzieningen Bij (centrum)voorzieningen, zoals de treinstations, concertzalen en podia, sportcomplexen, grootschalige onderwijsinstellingen, concentraties van horeca etc moeten voldoende grote fietsenstallingen gerealiseerd worden, met veilige, vlotte en rechtstreekse routes daarnaartoe. De stallingen zijn bij voorkeur bewaakt, overdekt, 24 uur gratis en ten minst zo lang opengesteld als de voorzieningen open zijn. 15c
Koester de maat van de stad Utrecht heeft een mooie maat, als het gaat om fietsafstanden. We willen dat voor nieuwbouwplannen eerst mogelijkheden voor inbreiding worden benut.
In de RSU2040 kiezen we voor een volgordelijkheid van verstedelijking, namelijk: starten met verdichten op binnenstedelijke locaties nabij multimodale mobiliteitsknooppunten, waar de voorzieningen al Reactienota, januari 2025 61
15d
Bouw in nieuwe uitleggebieden, zoals Rijnenburg, leiden tot langere verplaatsingsafstanden, die minder gemakkelijk op de fiets afgelegd kunnen worden. Bovendien liggen zulke uitleggebieden vaak aan de andere kant van grootschalige infrastructuur als spoorlijnen, snelwegen en kanalen en andere waterwegen. Die zorgen voor barrièrewerking. Waar bruggen en viaducten ontbreken zorgt dat voor grote omrijafstanden, die de verplaatsingsafstand nog verder doen toenemen.
(grotendeels) aanwezig zijn conform het principe van de 10-minutenstad. Daarna inzetten op nieuwe verstedelijkingsknooppunten waar ov en verstedelijking samenkomen. Tot slot ontwikkelen we gebieden buiten de stad. De Visie borduurt voort op deze uitgangspunten die vastgesteld zijn in de RSU2040, en stelt deze niet ter discussie.
Nieuwe uitleggebieden Als nieuwe uitleggebieden ontwikkeld gaan worden (de verwachte groei van de stad maakt dat waarschijnlijk wel noodzakelijk), zorg dan niet alleen voor basisvoorzieningen maar ook voor meer stedelijke voorzieningen. We kopieren hier onze inbreng voor de raadsinformatie Rijnenburg d.d. 12 november in.
De Visie geeft generieke uitgangspunten mee voor leefbaarheid en kwaliteit bij gebiedsontwikkeling. Deze zijn generiek voor de gehele gemeente en dienen bij gebiedsontwikkeling (groot of klein) vertaald te worden naar lokaal maatwerk. In de Visie worden geen specifieke uitspraken gedaan over Rijnenburg. Het uitgangspunt voor woningbouw in Rijnenburg is dat het een duurzame wijk wordt met een compleet aanbod voorzieningen zoals die ook rondom de andere knooppunten komen, conform de barcode uit de RSU2040. We nemen uw input mee bij de verdere uitwerking van de
Geachte raadsleden, Op 12 november bespreekt u de Programmatische Verkenning Rijnenburg. Met het oog op de belangen van de toekomstige bewoners willen we u graag een aantal aandachtspunten meegeven voor de inrichting van het gebied en voor verbindingen naar en van het gebied, die grote invloed kunnen hebben op het gebruik van de fiets en andere modaliteiten.
plannen voor Rijnenburg.
Nabijheid van basisvoorzieningen Door basisvoorzieningen op wijkniveau te realiseren, hoeven bewoners voor hun dagelijkse behoeften de wijk niet uit. Dat scheelt enorm in het aantal (lange afstands)verplaatsingen. Als voorzieningen ‘om te hoek’ zijn, kunnen verplaatsingen daarnaartoe te voet of op de fiets gemaakt worden. We vragen om voorzieningen die vanaf dag 1 belangrijk zijn voor de bewoners op wijkniveau te realiseren: supermarkten, kinderdagverblijven, basisscholen, horeca. Ondersteun ondernemers die dit aanbod kunnen bieden in de eerste fase, als er nog te weinig mensen wonen voor een sluitende businesscase. Om de hoek van Rijnsweerd, in Leidsche Rijn, hebben bewoners veel te lang in een tijdelijke supermarkt hun boodschappen moeten doen, waardoor velen ervoor kozen om met de auto naar andere supermarkten met een beter aanbod te rijden. Maak van de supermarkt geen sluitpost: geef de nieuwe bewoners van Rijnenburg meteen een volwassen supermarkt op een aantrekkelijke en definitieve Reactienota, januari 2025 62
plek. 15e
Fietsverbindingen kruisen de snelwegen Zorg voor vlotte en veilige fietsverbinding naar de centrumvoorzieningen in de binnenstad van Nieuwegein (hemelsbreed 4 km) en Utrecht (6,5 km). Deze verbindingen kruisen de snelwegen A27 en A12. Zorg dat die verbindingen daadwerkelijk fietsbaar zijn: een trap met een fietsgootje is geen fietsvoorziening, een mooie goed verlichte tunnel of geleidelijk stijgende brug wel. En zorg ervoor dat de fietsverbindingen klaar zijn vóórdat de eerste bewoners hun intrek nemen.
Richtlijnen voor fietsparkeren zijn geen onderdeel van de Visie. Utrecht heeft specifiek beleid voor auto- en fietsparkeren waarin specifiekere kaders zijn opgenomen voor fietsparkeren in het centrum, bestaande buurten en nieuwbouw. Zie hiervoor het parkeerbeleid fiets en auto.
Fiets en openbaar vervoer Zorg voor optimale bereikbaarheid per openbaar vervoer. Wacht niet met de exploitatie van een hoogfrequente OV-verbinding tot de exploitatie rendabel wordt, die verbinding moet vanaf dag één beschikbaar zijn. Wacht niet met de exploitatie van openbaar vervoer tot alle bewoners twee auto’s voor de deur hebben staan – oftewel, kies ervoor ook hier af te wijken van het scenario dat in Leidsche Rijn is gevolgd. Exploitatietekorten van de vervoerder dienen door de overheid te worden gecompenseerd. Zorg voor voldoende en veilig fietsparkeren bij OV-knopen in de wijk. Kenmerken: overdekte, goed verlichte, bewaakte stallingen, die de eerste 24 uur gratis zijn. Met directe, aantrekkelijke fietsroutes vanuit de woonwijken naar de OV-knopen. Fietsparkeren bij woningen Fietsparkeren bij grondgebonden woningen bestaat doorgaans uit schuurtjes achter de huizen. Bij niet-grondgebonden woningen is fietsparkeren doorgaans in een berging in de plint van het gebouw. De fiets staat dus doorgaans uit het zicht. Auto’s staan doorgaans de hele dag in het directe zicht van de woning geparkeerd. Om de fiets te kunnen gebruiken moeten veel meer deuren en poortjes worden geopend en gesloten dan bij het gebruik van de auto. Denk in Rijnsweerd nu eens na of dat niet andersom kan.