CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport U16 Een stevige basis voor preventie en herstel

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Voortgangsrapportage maatschappelijke opvang en beschermd wonen14.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Je weet wat je hebt: hier moet ik het mee doen. Als je 600 euro op de bank hebt staan komt de duivel in je hoofd spelen: we gaan dit en dat kopen. Of: ik ga geen huur betalen deze maand, ik ga dat kopen. Voor je het weet heb je 3 maanden achterstand en dan sta je op straat.” Een andere cliënt gaf aan met goede moed financiële zelfstandigheid tegemoet te gaan, doordat ze veel heeft geleerd van hulpverlening over omgaan met geld en het wegwerken van schulden: “Ik hoop zo door te gaan. Vroeger zou ik van dit bedrag een week leven; nu leef ik er een maand van om te sparen. Dat is echt een motivatie. Zo kan het ook, ik hoef niet elke dag een nieuwe broek te kopen. Ik zou ook het dubbele per maand kunnen gebruiken, even uiteten, langs de McDonalds. Ik kan beter zelf aardappels koken, dan heb ik een goede maaltijd binnen en het is nog goedkoper ook.”

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

22

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

23

4.3

Wat is nodig volgens professionals?

Professionals zijn net als cliënten van mening dat het huishoudboekje een uitkomst is voor cliënten. Het is een fijne stok achter de deur dat de huur, het water, de elektriciteit en de zorgverzekering worden betaald. De rest moeten cliënten zelf beheren, dat leidt ook meer richting zelfstandigheid: een behoefte die deze groep vaak voelt. Deze voorziening zou voor iedereen beschikbaar moeten zijn, niet alleen voor mensen met een bijstandsuitkering zoals nu het geval is. Een andere nuttige vorm van begeleiding richting financiële zelfstandigheid die werd genoemd is Plinkr: een laagdrempelig coachingstraject van een aantal maanden, dat veel wordt ingezet in periodes van nazorg en uitstroom vanuit bewind en budgetbeheer. Een gemeente gaf aan dat zij zelf een werkboekje voor financiële zelfredzaamheid hebben ontwikkeld. In het boekje worden allerlei stappen doorlopen om vertrouwen op te bouwen om de financiën zelf te doen. Het helpt gebruikers ook om de weg te vinden naar mogelijkheden zoals het Nibud. Het doorlopen van de stappen in het boekje gebeurt onder een-op-een begeleiding: een cruciaal element, aldus professionals.

4.4

Deelconclusie

We concluderen dat het financiële component en de stress die dit meebrengt, vaak doorslaggevend is voor een negatieve wending in het leven van cliënten. Dat maakt dat hulp bij (dreigende) dakloosheid van meerwaarde is, net als vroegsignalering van schulden, en vrijwillig budgetbeheer om vaste lasten te kunnen blijven betalen. Dit geldt voor veel cliënten. Er worden dan ook kansen gezien om bewindvoering preventief, op vrijwillige basis, aan te bieden om te voorkomen dat mensen in de financiële problemen komen. Dit kan ook in een intramurale setting helpend zijn. En in de periode na uitstroom is begeleiding bij financiën belangrijk om terugval te voorkomen Andere voorzieningen die een plek zouden moeten krijgen in de basisset zijn hulp bij administratie, begeleiding naar financiële zelfstandigheid, en een onkostenvergoeding / bijdrage voor kosten rondom verhuizing en inrichting van het huis. Ook wordt een stadspas waarmee mensen met een laag inkomen en weinig vermogen korting krijgen, zeer gewaardeerd.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

24

5. Participatie In dit hoofdstuk schetsen we het beeld van de wijze waarop cliënten BW en MO participeren in de maatschappij vóór instroom, tijdens hun verblijf en na uitstroom. Daarna belichten we wat cliënten zelf als noodzakelijk ervaren in de basisset, op basis van wat voor hen meerwaarde heeft. Vervolgens geven we weer wat professionals op dit thema als essentieel beschouwen. Het hoofdstuk sluit af met een deelconclusie over het thema participatie.

5.1

Situatieschets cliënten BW en MO

Vóór instroom: Verschillende cliënten geven aan dat ze in de periode voorafgaand aan instroom last hadden van langdurige stress en (sociaal) isolement. Ze hadden het gevoel ‘het alleen te moeten doen’. De meeste cliënten hadden in de periode kort voordat ze instroomden geen vorm van dagbesteding, werk of vrijwilligerswerk. In verschillende gevallen waren cliënten hun baan recentelijk verloren of konden zij hun opleiding niet voortzetten. Dit had uiteenlopende oorzaken, bijvoorbeeld een (bedrijfs)ongeval, ziekte, psychische problemen, dakloosheid of verslavingsproblematiek. Veel cliënten hadden daarnaast ook steeds minder sociale contacten. Meerdere van hen hadden een relatiebreuk of scheiding doorgemaakt, welke hen van hun gezin, ex-partner en vaak bijbehorende sociale netwerk verwijderde. Anderen hadden bijvoorbeeld een conflict of andere problemen meegemaakt met familie waardoor het contact met hen was verminderd of afgesneden. Andere cliënten gaven aan dat zij een ‘verkeerd’ sociaal netwerk hadden dat ervoor zorgde dat zij criminele activiteiten begingen of anderszins in de problemen kwamen, zoals door drugsgebruik of slachtofferschap van mensenhandel, uitbuiting en afpersing. Tijdens verblijf BW/MO: het verblijf in een BW of MO-locatie verandert het sociale netwerk van mensen.

Op locaties van de BW en MO-voorzieningen hebben sommige cliënten meer sociaal contact dan ze hadden voor de instroom. Ze hebben contact met andere bewoners en met begeleiders en behandelend personeel via de dagbesteding die op locatie wordt aangeboden, of via de gezamenlijke eetmomenten. Maar, niet iedereen vindt aansluiting zo blijkt uit de interviews, en veel cliënten verliezen (een deel van) hun netwerk vanwege het stigma dat rust op het verblijf in BW/MO. Begeleiders kijken samen met cliënten naar mogelijkheden voor de toekomst op het vlak van werk en/of vrijwilligerswerk. Na uitstroom: Na uitstroom loopt de situatie van ex-cliënten op het gebied van participatie erg uiteen. Sommigen hebben weer een baan, anderen hebben vrijwilligerswerk. Sommigen hebben plannen voor een opleiding of nieuwe werkrichting. Ambulant begeleiders van uitgestroomde cliënten denken mee over mogelijke vormen van dagbesteding en verbinden hen aan mogelijkheden. Er zijn ook uitgestroomde cliënten waarbij het (nog) niet zo goed lukt om een vorm van dagbesteding of meer verbinding met anderen te vinden. Zij geven aan dat zij veel thuis zitten. Ook na uitstroom zijn oude adressen zoals de Soepfiets, of locaties van het Leger des Heils, voor een deel van de excliënten nog steeds belangrijke plekken voor ontmoeting met hun netwerk.

5.2

Wat is nodig volgens cliënten?

Er zijn verschillende zaken die volgens cliënten helpen hun gezondheid en welzijn te verbeteren, stabiel te houden, of verergering te voorkomen.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

25

Voor instroom Zoals ook in paragraaf 2.2 naar voren kwam, geven meerdere geïnterviewden aan dat ze niet op de hoogte waren van de mogelijkheden voor hulp, en dat ze daar graag eerder van op de hoogte waren geweest. Dit had hen mogelijk eerder uit de ingewikkelde, eenzame situatie kunnen halen waar ze zich in bevonden. Tijdens verblijf BW/MO Op de meeste BW en MO-locaties worden cliënten actief ondersteund bij (het vinden van) een vorm van dagbesteding. Op verschillende locaties is dagbesteding verplicht om er te kunnen verblijven, vaak tegen een kleine vergoeding. Niet alle cliënten zijn daar tevreden mee of vinden de dagbesteding passend voor zichzelf. Bijvoorbeeld een geïnterviewde cliënt die op een Leger des Heils locatie verblijft en vooral de vorm van dagbesteding niet prettig vindt: “We moeten catering doen. Met zijn drieën in een busje voor twee schalen met broodjes. Ik ben overgekwalificeerd. Ik voel me voor lul staan.” Andere cliënten vonden het juist wel fijn om aan de slag te kunnen. Bijvoorbeeld een respondent die zodra hij bij de nachtopvang terecht kwam met hun hulp aan vrijwilligerswerk is begonnen; allerlei dingen, van magazijnwerk tot schoonmaken. Hij deed dat omdat het hem structuur en zingeving gaf. Weer een andere cliënt gaf aan dat hij via zijn BW-locatie als dagbesteding op de NS-fietsenstalling achter de balie werkte. Dat vond hij fijn en relaxed werk.

Verschillende cliënten hebben met ondersteuning van de begeleiding van hun BW-voorziening betaald werk gevonden. Er is bijvoorbeeld bij Lister speciale trajectbegeleiding die mee kan kijken naar vacatures en meelezen met je CV of motivatiebrief, aldus één van de cliënten, die blij was met deze vorm van begeleiding. Een ander voorbeeld is een cliënt die door een GGZ-instelling aan Wij3.0 is gekoppeld. Zij hebben haar zoektocht ondersteund en haar CV en brief op orde gemaakt, waardoor ze een vaste baan heeft kunnen vinden waarvan ze aangeeft dat die ervoor zorgt dat haar leven weer op orde is. Het zorgt voor zelfstandigheid. Twee geïnterviewde cliënten werken een groot deel van de week bij de 50/50 store van het Leger des Heils en vinden dat een prettige werkplek waar je veel met andere mensen in contact komt. Meerdere respondenten geven aan dat het moeilijk kan zijn om betaald werk te combineren met het wonen op de crisis- of dagopvang. Het systeem ‘dwingt’ hen tot werkloosheid, of biedt op z’n minst onvoldoende ruimte om volwaardig mee te kunnen (blijven) doen. Verschillende respondenten geven ten slotte aan een netwerk te hebben opgedaan in hun periode in BW en MO-locaties, vrienden/kennissen waar ze nog steeds mee omgaan en die belangrijk voor hen zijn in hun dagelijks leven. Na uitstroom Als iemand uitstroomt, ligt eenzaamheid op de loer.

Weer alleen wonen na een periode op (vaak) een groepslocatie met een vast ritme, structuur en sociaal contact, kan pittig zijn. Het voortduren van ambulante begeleiding kan een groot verschil maken in deze periode. Een cliënt: “Bij mij hoeft ze officieel nog maar eens per maand te komen, maar ze komt eens per 2 weken omdat ik het zo gezellig vind.” Ook is meedenken over mogelijkheden voor werk/vrijwilligerswerk/sociaal contact een veelvoorkomende vorm van hulp die ambulante begeleiders bieden. Ze maken cliënten bekend met DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

26

mogelijkheden in de buurt en koppelen ze soms aan organisaties of werkgevers. Dit is nodig, omdat cliënten niet altijd goed weten waar of hoe te beginnen, zoals blijkt uit het voorbeeld van Amina (persona op pagina 28). Voor cliënten die sociaal contact moeilijk vinden denken begeleiders ook mee over mogelijkheden. Iemand die het moeilijk vond om de deur uit te komen, is bijvoorbeeld recentelijk door zijn ambulante begeleider aan een maatje gekoppeld om eens per week samen eropuit te gaan. “Mijn begeleider heeft geregeld dat ik ontbijtjes kan maken voor andere mensen die hier wonen, als dagbesteding, en ook heel veel activiteiten voor mij geregeld, zoals een dj-cursus en zwemmen.” Veel van de uitgestroomde cliënten die we spraken zijn volledig of gedeeltelijk, permanent of tijdelijk arbeidsongeschikt. Dat maakt het vinden van andere manieren van participatie belangrijk. De meeste uitgestroomde cliënten die we spraken, maken veel gebruik van verschillende vormen van dagbesteding, ontmoetingsplekken en vrijwilligerswerk in hun buurt. Een respondent eet bijvoorbeeld op vrijdagen altijd samen met anderen bij het Leger des Heils – vaak mensen die eenzaam zijn of geen netwerk hebben. Hij haalt voldoening uit het contact met deze mensen en voelt zich nuttig. Een ander zegt: “Ik help met verven van bloembakken en het opknappen van de buurtwerkkamer en de buurt.

Ik maak ook soep en broodjes voor daklozen. Ik vind het fijn om iets te doen te hebben en om mensen te helpen.” Iemand anders beschrijft als volgt waarom ze vrijwilligerswerk doet: “Weet je, alleen maar thuis zitten is ook niet goed. Dan voel ik me ongewild. Ik ben dus van wat ik kan doen, dat probeer ik te doen. Ik kan geen koffie inschenken, maar wat ik wel kan is flyers maken.” Veelvuldig werd genoemd dat een volwaardige beloning essentieel is, en niet slechts een symbolische vergoeding zoals nu vaak het geval is. Daarnaast is het belangrijk dat het werk zoveel mogelijk aansluit bij het niveau en de behoeften van de cliënt, zodat het hen uitdaagt en motiveert. Tegelijkertijd is het cruciaal om dit stapsgewijs op te bouwen, met altijd ruimte voor afschaling wanneer dat nodig is. Ook prettig contact met buren wordt door de meeste geïnterviewde cliënten hoog gewaardeerd. In sommige gevallen wordt dit georganiseerd via Buurcirkels. Hier kan vrijwilligerswerk en dagbesteding in de woonomgeving ook aan bijdragen, zoals bij de volgende respondent: “Ik ken bijna iedereen, ik zit in het bestuur van de flat. Dat doen we met zijn zevenen, activiteiten regelen, reglementen onderhouden. Een vrijdagmiddagborrel, een evenementen met koningsdag met spelletjes. Er is ook een buurtkamer hier, waar ik ook vrijwilligerswerk doe met verven.

Ze hebben daar ook avonden en dan eet ik ook mee.” De locatie van de woning waar iemand naar uitstroomt maakt veel uit op het vlak van participatie. Sommige cliënten hadden een sterke behoefte om in een buurt geplaatst te worden waar zij reeds een sociaal netwerk hebben, waar familie woont of waar bijvoorbeeld hun (vrijwilligers)werk in de buurt is. Anderen vinden het juist risicovol om weer in contact te komen met hun oude sociale netwerk omdat contact met mensen uit het verleden ook opnieuw gedragingen uit het verleden kan oproepen. Die gedragingen hebben bijvoorbeeld destijds tot verslaving, detentie of andere problemen geleid. Deze woonwensen zijn belangrijk voor het welzijn van mensen en de

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

27

duurzaamheid van hun zelfstandigheid, maar er wordt niet altijd aan tegemoetgekomen. Verschillende cliënten gaven aan dat ze voor hun gevoel weinig te zeggen hadden over de locatie van hun nieuwe woning. Andere cliënten gaven juist aan dat er na veel aandringen van hun kant toch wel naar ze geluisterd werd, waardoor ze dicht bij hun werk, vrijwilligerswerk en/of sociale netwerk een woning konden krijgen.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

28

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

29

5.3

Wat is nodig volgens professionals?

De professionals die wij hebben gesproken over het onderwerp participatie en werk gaven vaak aan dat het vinden van betaald werk na uitstroom voor de meeste cliënten een enorme stap is en lang niet voor iedereen realistisch. Dit sluit aan op het beeld dat we kregen vanuit cliënten zelf. Activering is het belangrijkst: van de bank af komen, de deur uit gaan. Laagdrempelige inloopplekken in de buurt zijn erg waardevol voor deze doelgroep om vereenzaming te voorkomen. Deze inloopplekken kunnen gekoppeld zijn aan (het stimuleren van) werk en inkomen, zodat een eventuele volgende stap wel mogelijk is. Herstelacademie Enik Recovery wordt als goed voorbeeld genoemd. Professionals maken zich zorgen om het gebrek aan dit soort plekken (zie ook hoofdstuk 2). Ook is het belangrijk dat betrokken vrijwilligers bij dit soort inloopplekken, maar nadrukkelijk ook elders bij vrijwilligersorganisaties, voldoende getraind zijn, bijvoorbeeld m.b.t. hoe om te gaan met mentale kwetsbaarheid. De ondersteuning en aanwezigheid van een professional kan bovendien helpend zijn. Daarnaast wordt genoemd dat initiatieven zoals Zorgcirkels, waarbij mensen via een appgroep bewoners in de buurt om hulp vragen, bijdragen aan sociaal contact en ontmoeting.

Een voorbeeld van een begeleidingsvorm die volgens professionals mooie resultaten oplevert op het gebied van activering zijn beweegtrajecten voor uitkeringsgerechtigden. Dit zijn trajecten waarbij in groepsverband onder begeleiding aan sport en bewegen wordt gedaan. Verschillende gemeenten hebben hier positieve ervaringen mee: deelnemers bouwen zelfvertrouwen op en zetten daarna mogelijk verdere stappen onder begeleiding vanuit het project, soms ook richting werk. Wat betreft het beter laten verlopen van het vinden van betaald werk: dit is een lastig thema. Veel mensen in deze doelgroep hebben ruime flexibiliteit nodig van een werkgever en veel begeleiding. Soms kunnen ze maar een paar uur werken of vallen ze veel uit. Voor werkgevers is dit vaak te veel gevraagd. Er werd gewezen op de noodzaak van iets als de sociale werkvoorzieningen van vroeger. Om het koppelen van cliënten aan geschikte betaalde werkplekken te verbeteren, is het volgens professionals nodig dat de samenwerking en communicatie tussen zorginstellingen, gemeenten, werkgevers en werkgelegenheidsvoorzieningen verbetert.

5.4

Deelconclusie

We concluderen dat veel cliënten steeds minder sociaal contact hebben voordat ze instromen in BW en MO. Dit wijst op de noodzaak om via zo veel mogelijk kanalen mensen op de hoogte te stellen van, en toe te leiden naar, ontmoetingsplekken, activiteiten en ondersteuningsmogelijkheden in de stad en buurt. Ook contact met de buren kan helpend zijn, al dan niet georganiseerd. Een betere samenwerking tussen zorginstellingen, gemeenten, werkgevers en werkgelegenheidsvoorzieningen draagt bij aan het vergroten van de kans dat cliënten geschikt, betaald werk vinden. Het is belangrijk om bij uitstroom – en daarna – een zwart gat te voorkomen, omdat veel mensen weinig of geen arbeidsperspectief hebben. Dit vraagt om maatwerk in het aanbod. Denk aan ontmoeting met gelijkgestemden (zoals bij de Herstelacademie of via lotgenotencontact), vrijwilligerswerk, buurthuizen, groepsgerichte (beweeg)activiteiten of laagdrempelige plekken waar mensen zelf aan de slag kunnen met wat hen energie geeft. Een divers en passend aanbod is essentieel, want niet iedereen houdt van hetzelfde. Daarnaast zijn zinvolle dagbestedingsplekken nodig, met passend werk, loon naar werken, en ruimte voor op- of afschaling afhankelijk van niveau en behoefte.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

30

6. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk geven we antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek: Welke interventies zouden volgens cliënten en professionals onderdeel moeten zijn van de basisset BW en MO in de regio U16, en wat is nodig om dit (nog meer) doeltreffend en doelmatig te organiseren? In 6.1 beschrijven we de interventies die nodig zijn in de basisset, en in 6.2 geven we aan wat nodig is om de basisset BW en MO (nog meer) doeltreffend en doelmatig te organiseren. Het hoofdstuk sluit af met onze aanbevelingen (6.3).

6.1

Deze interventies horen in de basisset

In totaal hebben we vijftien interventies geïdentificeerd die volgens cliënten en professionals thuishoren in de basisset BW en MO U16. Samen vormen ze een stevige stut- en steunstructuur die helpend is om zo lang mogelijk zelfstandig te (blijven) wonen. Een overzicht van deze interventies is opgenomen in het kader. Effectieve interventies 1

Outreachende aanpak om zorgmijders in beeld te krijgen en toe te leiden naar hulp en ondersteuning.

2

Een eigen woonruimte die passend is bij de behoefte van cliënten (locatie en voorzieningen).

3

Passende time-outvoorzieningen (beschikbaar zonder wachttijd).

4

Waakvlamcontact met begeleiding zodat je weer kunt opschalen als het niet goed gaat, bij voorkeur iemand die al bekend is en laagdrempelig bereikbaar is.

5

Ondersteuning en begeleiding bij afspraken buiten de deur, waaronder medische afspraken (naar de dokter, tandarts).

6

Ambulante begeleiding die laagdrempelig bereikbaar is, aansluit bij de ondersteuningsbehoefte, en ook gericht is op (of: t/m) begeleiding naar werk of zinvolle dagbesteding en ontmoeting.

7

Ambulante specialistische (verslavings)zorg.

8

Buurthuizen, groepsgerichte (beweeg) activiteiten, laagdrempelige plekken waar mensen zelf aan de slag kunnen met datgene waar ze energie van krijgen, en waar ontmoeting met gelijkgestemden mogelijk is. Zoals de Herstelacademie en lotgenotencontact. Een divers aanbod voor jong en oud is essentieel (niet iedereen vindt dezelfde dingen leuk).

9

Dagbestedingsplekken waarbij mensen loon naar werken ontvangen en waar het werk – stapsgewijs – past bij hun niveau en behoefte, met ruimte voor afschaling als dat nodig is.

10

Vrijwilligerswerk dat passend is qua niveau en behoefte, en evt. met ontwikkelperspectief.

11

Vrijwillig en verplicht financieel beheer: budgetbeheer, huishoudboekje, bewindvoering en schuldsanering.

12

Begeleiding naar financiële zelfstandigheid.

13

Hulp bij administratie.

14

Onkostenvergoeding/bijdrage kosten rondom verhuizing, bijvoorbeeld via bijzondere bijstand.

15

Stadspas voor tegemoetkoming aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

31

Het is daarbij belangrijk om dat maatwerk kan worden geboden, passend bij wat iemand nodig heeft. Denk aan maatwerk in de duur van begeleiding, de focus van begeleiding, of in het type activiteiten en de ontwikkelingsstappen die eventueel gemaakt kunnen worden.

6.2

Hoe organiseren we dit?

Vrijwel iedere interventie in de basisset kan op verschillende manieren worden ingevuld. Startpunt is het aanwezige aanbod aan ondersteuning en voorzieningen en de kwaliteit en effectiviteit daarvan. Wat lokaal of op (sub)regionaal niveau extra nodig is, zal variëren. Daarnaast concluderen we dat de basis voor duurzame uitstroom wordt gelegd tijdens het verblijf in BW en MO. En ook moet een aantal andere randvoorwaarden op orde zijn om te zorgen dat zo thuis mogelijk in de wijk wonen voor iedereen haalbaar is. Dit lichten we toe. Duurzame uitstroom begint tijdens verblijf Wat opvalt, is dat een groot deel van het succes voor uitstroom wordt bepaald door de wijze waarop mensen gedurende hun verblijf in BW of MO zich ontwikkelen. Tijdens het verblijf in BW en MO kan iemand al veel stappen maken zodat de overgang naar zelfstandig wonen soepel verloopt. Om die stappen te kunnen zetten, is het essentieel gebleken dat BW en MO-voorzieningen: 1

veiligheid bieden; veiligheid is noodzakelijk om stabiel te worden, of te blijven;

2

begeleiding bieden bij het minderen van verslaving / gebruik;

3

zo snel mogelijk toegang geven tot een woonplek;

4

werken faciliteren; dit vraagt toegankelijke opvangplekken met openingstijden die het mogelijk maken om te werken, met slaapplekken die passen bij afwijkende werktijden, zoals avond- of nachtdiensten, en waar mensen zich kunnen opfrissen na het werk;

5

aandacht hebben voor het sociale netwerk bij iedere vervolgstap richting zelfstandig wonen; weggaan uit een netwerk dat slechte invloed heeft helpt sommigen, anderen hebben baat bij een woonlocatie van waaruit zij hun bestaande netwerk makkelijk kunnen onderhouden. Daarbij heeft bereikbaarheid prioriteit boven nabijheid. Zo kan een woning met een grotere fysieke afstand tot werk of sociaal netwerk passend zijn als er een goede aansluiting is op het openbaar vervoer.

Daarbij komen de volgende werkzame elementen naar voren – aspecten die volgens inwoners goed werken tijdens hun verblijf:24-uurs bereikbaarheid van hulpverleners. •

Hulp om stappen te zetten en haalbare doelen te formuleren.

•

Betrekken van ervaringsdeskundigheid; een goede balans tussen de professionele expertise die nodig is, alsook de inzet van eigen ervaring, ervaringsdeskundigen en ervaringskennis. Continuïteit in begeleiding.

•

Randvoorwaarden Daarnaast zijn er een aantal randvoorwaarden naar voren gekomen die, essentieel zijn voor het welzijn van cliënten. 1

Er moeten voldoende woonplekken zijn waar cliënten met een zorgbehoefte zoveel mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Een eigen kamer, eigen plek is zeer gewenst en helpend en ondersteunend aan doelen op andere leefgebieden (zoals gezondheid, participatiedoel). Het meest geschikt lijken gemengde woonvormen die uitnodigen tot laagdrempelig contact met andere bewoners, en innovatieve woonvormen.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

32

2

Bewoners in de omgeving van een woning moeten al in een vroeg stadium op de hoogte zijn van (plannen voor) plaatsing van cliënten uit BW en MO. Ook een aanspreekpunt voor andere bewoners is helpend.

3

Communicatie tussen professionals en informatievoorziening op casusniveau tussen betrokken stakeholders is nodig om huisuitzetting te voorkomen en maatwerk te kunnen bieden aan cliënten, passend bij hun situatie.

4

Huisuitzettingen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

5

Regelgeving moet er niet toe leiden dat mensen dakloos raken. Te denken valt aan mensen die uitstromen uit detentie, mensen die eerder uitgezet zijn als huurder vanwege overtreding van het huurcontract of algemene voorwaarden, en die om die reden geweigerd worden door woningcorporaties (zero tolerance beleid).

6

Er moeten voldoende plekken zijn in de regio waar mensen in een situatie van dak- en thuisloosheid terecht kunnen voor hun eerste levensbehoeften: slapen, eten en plek voor persoonlijke hygiëne. Die plekken zijn bij voorkeur 24/7 open.

7

Er moeten zo min mogelijk repressieve maatregelen worden ingezet die de situatie voor dak- en thuislozen verergeren, zoals het beboeten van buitenslapers.

6.3

Aanbevelingen

Op basis van dit onderzoek, doen we tot slot de volgende aanbevelingen aan de regio U16: Voorzie in aanbod dat mensen kan helpen. In de eerste plaats zijn dat de vijftien interventies in de basisset BW en MO als effectieve stut- en steunstructuur in de wijk. Daarnaast moeten er kwalitatief goede en passende BW en MO voorzieningen zijn, en moeten er voorzieningen zijn om mensen die op straat leven te voorzien in hun eerste levensbehoeften. Dit vraagt dat de regio, beter dan nu het geval is, zorg draagt voor voldoende kwalitatief aanbod aan hulp en ondersteuning, op het juiste schaalniveau (lokaal/subregionaal/regionaal). Voorkom dubbel werk. Het traject van opvang naar zelfstandig wonen kent vaak meerdere stappen, waarbij het veelvuldig voorkomt dat mensen van de ene opvang naar de andere opvang verhuizen, van de ene gemeente naar de andere gemeente, en van de ene begeleider naar de andere gaan. Dit betekent dat zij steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen en opnieuw de weg moeten vinden en/of een indicatie moeten krijgen voor Wmo, Participatiewet en (bijzondere) bijstand. Maak afspraken die zorgen dat dossiers zoveel mogelijk overgedragen worden tussen voorzieningen en gemeenten, zodat mensen niet opnieuw ‘door de molen’ moeten. Zorg voor outreachende informatievoorziening aan cliënten.

Veel cliënten zijn niet op de hoogte van het beschikbare aanbod aan (preventieve) hulp en ondersteuning, terwijl zij daar juist veel baat bij kunnen hebben. Gemeenten en organisaties kunnen hierin een belangrijke rol spelen door voorlichting te geven over het bestaande aanbod en de laagdrempelige toegankelijkheid ervan. Het is daarbij helpend als de informatie visueel wordt weergegeven, eenvoudig wordt uitgelegd en beschikbaar is in meerdere talen. Ook is het belangrijk dat professionals voldoende kennis hebben van de sociale kaart, zodat zij cliënten goed kunnen doorverwijzen en op weg kunnen helpen. Voorkom dat regels leiden tot dakloosheid, of de situatie verergeren; Ga in gesprek met woningcorporaties over het effect van regels en maatregelen van individuele corporaties die tezamen aantoonbaar kunnen leiden tot dakloosheid. Het gaat daarbij om (het terugdringen van) huisuitzettingen, over huisvesting van mensen uit detentie en over mensen die eerder een

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

33

huurovereenkomst of algemene voorwaarden hebben geschonden. Ga in gesprek met de politie over onwenselijke effecten van repressieve maatregelen, en zoek naar alternatieven. Faciliteer integraal overleg op casusniveau tussen professionals als een casus hierom vraagt. Onderzoek wat ervoor nodig is om dit te organiseren in het belang van de cliënt. Houd hierbij rekening met de AVG. Verbeter de samenwerking tussen zorginstellingen, gemeenten, werkgevers en werkgelegenheidsvoorzieningen om zo meer cliënten te kunnen toeleiden naar geschikt, betaald werk. Belang van zingeving. Verken of er kansen zijn om zingeving steviger en/of op meerdere manieren een plek te geven in het aanbod, omdat dit een belangrijke factor is die kan bijdragen aan het welzijn van mensen.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

34

Bijlage Toelichting onderzoeksaanpak Voorbereiding DSP-groep heeft in het onderzoek nadrukkelijk aandacht gegeven aan de elf bouwstenen van de basisset die zijn geformuleerd door de regio: professionele ambulante begeleiding, ambulante begeleiding via de zorgverzekeraar, toegang tot een woonplek, schuldhulpverlening, inkomen, toeleiding naar betaald werk, time-out voorziening, persoonlijke ontwikkeling, informele zorg, integratie in de wijk en preventie & vroegsignalering. Deze zijn gegroepeerd in vier hoofdthema’s: gezondheid en welzijn, wonen, financiële stabiliteit en participatie. We hebben ook ‘vrije ruimte’ gelaten in de gesprekken om gezamenlijk op zoek te gaan naar aanvullende werkzame elementen. Ter voorbereiding van de interviews en focusgroepen hebben we een beknopt literatuuronderzoek uitgevoerd. Vervolgens hebben we in afstemming met de opdrachtgever interviewleidraden opgesteld: lijsten met onderwerpen en vragen die aan bod kwamen tijdens de interviews en die flexibel ingezet konden worden zodat het gesprek organisch kon plaatsvinden. Ook is een visuele praatplaat ontwikkeld ter ondersteuning van de diepte-interviews. Er is een informatiebrief opgesteld om respondenten te werven via organisaties. Ten slotte ontwikkelden we ook vragenlijsten voor de focusgroepen met professionals, in afstemming met de opdrachtgever.

Data-verzameling Het onderzoek had een kwalitatief karakter; we werkten voornamelijk met open vragen, zodat cliënten en professionals de ruimte kregen om in hun eigen woorden te reageren en hun visie te geven op het aanbod in de regio. De topiclijst was afgestemd op de doelgroep. Daarnaast ontwikkelden we voor de interviews een praatplaat met symbolen, waarin verschillende levensgebieden visueel zijn weergegeven. Deze praatplaat hielp om het gesprek op gang te brengen, bood inspiratie en kon ondersteunend zijn wanneer taal een belemmering vormde. Interviews met cliënten vonden voornamelijk op locatie plaats, bij de betreffende BW of MOvoorziening of bij mensen thuis. Op basis van de wens van de betreffende respondent vonden enkele interviews online plaats. Als blijk van waardering ontvingen respondenten een financiële vergoeding voor hun deelname.

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

35

Tabel 1: Kenmerken respondenten Respondent

Leeftijd

Gender

Instroom/ uitstroom

Gemeente

Wanneer?

Categorie leeftijd

1

29

vrouw

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

28-40

2

29

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

28-40

3

20

man

Instroom

Utrecht

< 1 jaar

20-27

4

22

man

Instroom

Utrecht

< 1 jaar

20-27

5

25

man

Instroom

Houten

> 2 jaar

20-27

6

24

vrouw

Uitstroom

Utrecht

< 2 jaar

20-27

7

27

vrouw

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

20-27

8

63

man

uitstroom

Woerden

< 1 jaar

61 en ouder

9

53

man

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

51-60

10

58

man

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

51-60

11

51

man

Instroom

Utrecht

< 1 jaar

51-60

12

58

man

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

51-60

13

33

man

Uitstroom

Utrecht

< 2 jaar

28-40

14

55

vrouw

Uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

51-60

15

52

man

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

51-60

16

30

man

Instroom

Utrecht

< 1 jaar

28-40

17

45

vrouw

Instroom

Utrecht

> 2 jaar

41-50

18

54

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

51-60

19

42

man

Instroom

Utrecht

< 2 jaar

41-50

20

29

man

Instroom

Utrecht

< 1 jaar

28-40

21

62

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

61 en ouder

22

67

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

61 en ouder

23

42

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

41-50

24

46

man

uitstroom

Utrecht

> 2 jaar

41-50

25

31

man

uitstroom

Utrecht

< 1 jaar

28-40

26

41

vrouw

uitstroom

Woerden

> 2 jaar

41-50

27

43

vrouw

uitstroom

Utrecht

< 2 jaar

41-50

28

42

vrouw

uitstroom

Utrecht

< 2 jaar

41-50

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

36

Tabel 2 Gender Gender

Instroom

Uitstroom

man

11

9

vrouw

2

6

Leeftijd

Instroom

Uitstroom

20-27

4

1

28-40

2

4

41-50

2

5

51-60

5

2

61 en ouder

0

3

Periode na in/uitstroom

Instroom

Uitstroom

0-1 jaar

5

9

1-2 jaar

2

4

2 jaar of langer

6

Tabel 3 Leeftijd

Tabel 4 periode na in/uitstroom

Drie focusgroepen met professionals Per focusgroep stond een ander thema centraal: 1) zorg en begeleiding, 2) wonen en financiële stabiliteit, en 3) participatie. De gespreksvoering volgde de leidraden maar liet ook ruimte om een natuurlijke discussie te laten plaatsvinden. De groepsgesprekken vonden online plaats zodat er zo veel mogelijk professionals uit verschillende delen van de regio konden deelnemen. 1 Focusgroep zorg en begeleiding (8 deelnemers) •

Strateeg Sociaal Domein (De Ronde Venen)

• •

Medewerker Sociaal Team, aandachtsfunctionaris Begeleid Wonen (De Bilt) Medewerker Regionale Toegang (Utrecht)

• •

Afdelingsmanager Ambulante Begeleiding (Leger des Heils, Utrecht) Medewerker Sociaal Team, aandachtsfunctionaris Begeleid Wonen (De Bilt)

• •

Medewerker Sociaal Team, aandachtsfunctionaris Begeleid Wonen (Woerden) Ambulant Hulpverlener dak- en thuisloze jongeren 18-27 jaar (Stadsteam Backup, Utrecht)

•

WMO Consulent Sociaal Team, aandachtsfunctionaris Begeleid Wonen (Montfoort en Windschoten)

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

37

2 Focusgroep wonen en financiële stabiliteit (10 deelnemers) •

ZZP'er in schuldhulpverlening en budgetbeheer (Montfoort en Woerden)

•

Projectmanager Werk en Inkomen en Schulddienstverlening (Avres, voor gemeente Vijfheerenlanden)

•

Consulent Vroegsignalering Schulden en Voorkomen van Woningontruimingen (De Ronde Venen)

• •

Medewerker (Kamers met Aandacht) Adviseur Zorgontwikkeling en Kwaliteit ambulante zorg en begeleiding (Kwintes, Utrecht en

•

regiogemeenten) Woonconsulent Sociaal Beheer(woningcorporatie Fier Wonen, Drechtsteden en

•

Vijfheerenlanden) Beleidsadviseur Werk en Inkomen en Re-integratie (Ferm Werk, Woerden, Bodegraven, Oudewater, Montfoort)

• • •

Beleidsmedewerker Regionale Sociale Dienst Werk en Inkomen (Regio Lekstroom) Generalist (Nieuwegein) Generalist (Nieuwegein)

3 Focusgroep participatie (2 deelnemers) • •

Directeur vrijwilligersorganisatie (Woerden) Buurtverbinder (Woerden)

DSP - GROEP

Stevige basis voor preventie en herstel

38

DSP-GROEP BV Van Diemenstraat 410 1013 CR Amsterdam +31 (0)20 625 75 37 dsp@dsp-groep.nl KvK 33176766 www.dsp-groep.nl Als onafhankelijk bureau ondersteunen wij ministeries, provincies en gemeenten en maatschappelijke organisaties met toegankelijke en toepasbare onderzoeksresultaten en adviezen. Wij moedigen onze medewerkers aan om te doen waar zij goed in zijn en zich hierin te blijven ontwikkelen. Waar mogelijk werken wij samen met vaste freelancers en organisaties met aanvullende expertise en kwaliteiten. Om nieuwe perspectieven en positieve energie te bieden, leggen wij verbinding tussen de verschillende thema’s waarop wij werken en bewegen wij ons voortdurend tussen verschillende werelden. Goed beleid is inclusief en neemt verschillende soorten kennis mee. Onze kracht ligt in onze gedrevenheid, betrokkenheid en een frisse, onafhankelijke blik. Wat we doen DSP-groep zorgt voor gedegen kennis, nieuwe perspectieven en positieve energie in complexe maatschappelijke opgaven. Wij ontwikkelen advies en beleid vanuit en voor de mensen om wie het gaat. Advies en beleid waar onze opdrachtgevers graag mee verder gaan. Advies en beleid dat werkt. Meer weten Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken. Bezoek onze website www.dsp-groep.nl voor onze projecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=851512e6-50a5-4065-87dc-c58b00a23e24