CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Ontwerpstudie Rijnenburg.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 30 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Ontwerpstudie Rijnenburg11.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De ontsluitingscorridor is nodig voor Rijnenburg zelf, maar kan desgewenst ook worden uitgebouwd tot meer regionale verbinding (zie Rijnenburg verbonden met stad en regio). Daarom is het nodig om rondom deze verbinding extra ruimtereserveringen op te nemen omwille van flexibiliteit richting toekomst.

Autonetwerk Klein Rijnenburg

+

53

Model Groot Rijnenburg Bij hetRijnenburg model Groot Rijnenburg wordt ervan uitgegaan dat het tijdelijk Groot BRIEF DENSITY Energielandschap weer is vrijgegeven en wordt ook het gebied ten HOUSING (wo/Ha) noorden van de Ringkade verstedelijkt. De HOV-lijn heeft dezelfde ligging 70% 100 als in model Klein Rijnenburg. De lijn en de twee haltes zijn zo gesitueerd 30% voor40 dat er maximaal draagvlak het HOV is, terwijl de lijn zo gestrekt mogelijk is (kortst mogelijke reistijd, efficiënte exploitatie) én dat Groot USE ontstaan door AREA uitbreiding (Ha) Rijnenburg kan van Klein Rijnenburg naar het Programma mix 557 noorden. SUBTOTAL

557

Geluidsbeheersing (300m)

49 woningen exclusief 49

SUBTOTAL

70% TOTAL

Lage dichtheid: 288 Ha

606

424.2 42,420

AREA (Ha)

DENSITY

30%

181.8 Ha 7,272 Woningen

HOV ITEM

2e HOV Ring 01: 149 Ha

1e HOV Ring (500m) SUBTOTAL

122 (wo/Ha) 122 100 100%

1e HOV Ring 01: 122 Ha

12,200 Woningen 12,200 Werkplekken

DENSITY

2e HOV Ring (800m) 0

Geluidsbeheersing: 57 Ha

SUBTOTAL

146 146

(wo/Ha)

66.667 33%

9,733 Woningen 3,212 Werkplekken

DENSITY

Geluidsbeheersing (300m) SUBTOTAL

49 49

(wo/Ha)

0 10%

0 Woningen 0 Werkplekken

DENSITY

Lage dichtheid SUBTOTAL

289 289

(wo/Ha)

40 10%

TOTAL

Model Groot Rijnenburg

11,560 Woningen 1,156 Werkplekken

606 Ha

Woningen (Klein Rijnenburg) Werkplekken (Klein Rijnenburg)

21,667 12,424

Total woningen Total werkplekken

33,493 16,568

Aantallen Groot Rijnenburg

+

54

Scenario Groot Rijnenburg

Groot Rijnenburg gaat uit van het benutten van de gehele locatie met inbegrip van de noordelijke zone. Het bouwen op de laaggelegen veengronden vraagt om bijzondere aandacht en aanvullende studie naar klimaatrobuust bouwen, met de mogelijkheid van drijvende woonwijken. Groot Rijnenburg maakt optimaal gebruik van de HOV-rail ‘ruggengraat’ in het gebied, en ondersteunt het gebruik ervan. Om een goed draagvlak voor het HOV te creëren wordt geadviseerd om te starten met de realisatie van de stedelijke delen rondom de HOVstations. Bij de ontwikkeling van het volledige grondgebied kan een optimaal aanbod van wonen en werken worden bereikt. Het gaat dan om circa 33.500 woningen en circa 16.500 arbeidsplaatsen. Als de hoeveelheid buurtgroen per woning in de omgeving van de HOV haltes (de eerste 800 m) in redelijkheid wordt verlaagd en, bijvoorbeeld, wordt gecompenseerd door meer buurtgroen en stedelijk groen in de wijken direct grenzend aan de wijken in de invloedssfeer van de HOV-haltes, kan het aantal woningen gelijk blijven en kunnen aantallen woningen van boven de 35.000 gehaald worden.

Ruimtelijke representatie Groot Rijnenburg

+

55

Wandelen Vanuit het principe “gezond stedelijk leven voor iedereen” is een fijnmazig micronetwerk de belangrijkste bouwsteen voor de mobiliteitsstructuur. Deze bouwsteen bepaalt in grote mate de aantrekkelijkheid van het toekomstige gebied. Hier gelden de volgende principes: • Maaswijdte (blokgrootte) max. 50100 m vanwege levendigheid en routekeuzevrijheid voor wandelaars. Daarnaast kunnen wandelradialen bijdragen om looproutes te verkorten. • Het micronetwerk sluit naadloos aan op grotere netwerken richting dagelijkse voorzieningen, OV-haltes, recreatieve gebieden en parkeervoorzieningen. • In het micronetwerk is wandelen de hoofdvervoerwijze (fietsen te gast, autoluw of –vrij, toegang voor noodhulpdiensten en grote bevoorrading). Er is een klimaatadaptieve, waterdoorlatende inrichting nodig met ruimte voor groen. • Omwille van levendigheid en sociale interactie is differentiatie nodig in blokgrootte om variatie in typen ruimtelijk programma mogelijk te maken. Voordeuren zijn georiënteerd op de straat. Langs de straat komen zo veel mogelijk plintfuncties voor wonen, werken en third places (ontmoetingsruimtes, horeca, publieksvoorzieningen, sport).

N 0

500

1000

Wandelnetwerk Groot Rijnenburg

+

56

Fietsen Het fietsnetwerk krijgt differentiatie in (stads)regionale doorfietsroutes en een lokaal basisnetwerk. Alle routes worden zo goed mogelijk ingepast met respect voor de onderliggende landschappelijke noordzuid-slagenstructuur. De (stads)regionale doorfietsroutes zijn brede en hoogwaardige hoofdverbindingen voor fiets en individuele e-mobiliteit. Ze verbinden Rijnenburg met Montfoort, Leidsche Rijn, Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en het groene buitengebied. Ook vormen ze de hoofdroutes naar de OV-knopen. In de kaart zijn deze routes dik aangegeven. Het lokale basisnetwerk bestaat uit een continue fietsnetwerk met een maaswijdte van 300-500 m (ruime fietspaden, fietsstraten of luwe woonstraten). Zowel richting Nieuwegein als richting Leidsche Rijn zijn drie tot vier aantrekkelijke en ruime passages nodig met de A2 en A12 (waarvan sommigen reeds bestaan). De passages moeten zo aantrekkelijk en ruim worden vormgegeven dat fietsers de snelwegen zo min mogelijk ervaren (zie voorbeeldfoto Breda).

N 0

500

1000

Fietsnetwerk Groot Rijnenburg

+

57

HOV Hoofdcorridor optie Merwedelijn

HOV richting Leidsche Rijn Centrum Hoofdcorridor optie Papendorp-Noord

Hoofdcorridor optie Papendorp-Zuid

HOV richting Montfoort

Hoofdcorridor regio lightrail

Hoofdcorridor optie Waterlinielijn

N 0

500

HOV richting Nieuwegein Centrum

Bij een ruimtelijk model met (stads) regionale HOV-lightrail-ontsluiting en met de beoogde functiedichtheid zijn binnen Rijnenburg twee centrale HOV-stations logisch met een halte-afstand van ca 1.000 m. Dit biedt de meeste kwaliteit met de hoogste functiedichtheden (ca 100 woningen/HA) direct rondom de stations. Naar verwachting is een tienminutenbediening realistisch. Tevens is ook een goede verbondenheid met andere ov knopen dan Utrecht CS belangrijk, denk bijvoorbeeld aan station Leidsche Rijn Centrum (beoogde IC station). Zie ook “Rijnenburg verbonden met stad en regio”. Ter vergelijking: Leidsche Rijn kent veel lagere dichtheden over veel grotere oppervlaktes. Daarom wijkt het OVconcept voor Leidsche Rijn af van dat van Rijnenburg. In Leidsche Rijn zijn 3 (trein) haltes gebouwd met een halte-afstand van gemiddeld ca 2.000 m met daar om heen lagere functiedichtheden. De haltes hebben momenteel een kwartierdienst met sprintertreinen. Naast een verbindende hoofd-HOVcorridor zijn in Rijnenburg ook altijd andere HOV-lijnen (bus/tram) nodig. Naast interne ontsluiting van Rijnenburg leggen ze directe verbindingen met Leidsche Rijn Centrum, Nieuwegein Centrum, IJsselstein en richting Montfoort. Deze lijnen verknopen op de twee HOV-stations in Rijnenburg.

1000

HOV netwerk Groot Rijnenburg

+

58

Auto

Stadsboulevards als invalsroute

N 0

500

1000

Ontsluitingscorridor met hoge verkeerscapaciteit

Bij de auto-ontsluiting van Rijnenburg is uitgegaan van een wandel-, fiets- en OV vriendelijk en autoluw mobiliteitsconcept (zie Gezond stedelijk leven als norm voor mobiliteit). In dat geval zijn bij ca 30.000 woningen ca 7 verspreide stadsboulevards als invalsroute voor autoverkeer nodig binnen Rijnenburg. Dit beperkt de verkeersdruk op elke stadsboulevard, zodat elke stadsboulevard een stedelijke inpassing kan krijgen: één rijstrook per richting voor autoverkeer met aparte wandel- en fietspaden en veilige gelijkvloerse kruisingen voor overstekende wandelaars en fietsers (oogcontact). Binnen Rijnenburg eindigen de stadsboulevards bij geclusterde parkeervoorzieningen (zie Uitwerking stallen en parkeren). Stadsboulevards mogen onderling niet worden verbonden, tenzij dit niet leidt tot doorgaand autoverkeer door het gebied. Dit alles draagt bij aan de leefkwaliteit binnen Rijnenburg met minimale hinder door autoverkeer. De stadsboulevards bundelen zich aan de randen van Rijnenburg op een drukke ontsluitingscorridor. Deze corridor legt de verbinding met het hoofdwegennet. De weg zal zo druk worden dat een ontwerp nodig is met hoge verkeerscapaciteit (meerdere autorijstroken per richting, ongelijkvloerse kruisingen, ruime hinderzones).

De ontsluitingscorridor is nodig voor Rijnenburg zelf, maar kan desgewenst ook worden uitgebouwd tot meer regionale verbinding (zie Rijnenburg verbonden met stad en regio). Daarom is het nodig om rondom deze verbinding extra ruimtereserveringen op te nemen omwille van flexibiliteit richting toekomst.

Autonetwerk Groot Rijnenburg

+

59

Stedelijke Barcode Rijnenburg, inclusief Reijerscop, is een betekenisvol gebied voor de stad van 1238 ha. In de RSU 2040 is aangegeven dat het landschappelijk raamwerk van Rijnenburg 200 ha. omvat. Daarnaast ligt er de wens voor het vergroten van het IJsselbos (ca. 90 ha. buiten de gemeentegrens). Ook zijn er voorzieningen beoogd zoals enkele sportvelden, een roeibaan, regionale sportvoorzieningen en het Energielandschap van 276 Gigawattuur. Dit is het maximum wat mogelijk is in Rijnenburg en Reijerscop binnen de transportcapaciteit van hoogspanningsstation Oudenrijn en is onder te verdelen 120 Gwh windenergie (8 molens) en 156 GWh zonne-energie (230 ha.). Bij Klein Rijnenburg is het mogelijk om de bij de RSU geformuleerde opgave ruimschoots in te passen. In Groot Rijnenburg wordt tegen grenzen aangelopen voor met name de inpassing van 200 ha. extra groen om de stad en het continueren van het nu beoogde tijdelijke energielandschap als voorziening van de stad. Voor sport en spel is in beide scenario’s voldoende mogelijkheid.

Voor het overzicht wordt hiernaast weergegeven hoeveel m2 van de verschillende functies (Utrechtse Barcode) is gevraagd en bereikt bij de Scenario’s Klein Rijnenburg met circa 22.000 woningen en bij Groot Rijnenburg met circa 33.500 woningen. In Groen Rijnenburg vindt geen verstedelijking plaats en is deze systematiek niet van toepassing. Wel kan voor Groen Rijnenburg inzichtelijk worden gemaakt hoeveel ruimte er is voor overloop van voorzieningen uit de stad (naast het tijdelijke energielandschap en het basisraamwerk). Dit is circa 300 ha. Bij Groen Rijnenburg is nog veel keuzevrijheid om de beschikbare ruimte een functie te geven.

Barcode Klein Rijnenburg 21.667 woningen Onderwijs 7.1 ha Zorg & Welzijn 2.6 ha Cultuur 1.1 ha Sport & Spelen 26 ha Buurtgroen 108.3 ha Stedelijk Groen 54.2 ha Groen om de Stad 91 ha Water 21.7 ha Werkgelegenheid 60.7 ha Energie 106.2 ha

Barcode Groot Rijnenburg 33.493 woningen Onderwijs 11.1 ha Zorg & Welzijn 4 ha Cultuur 1.7 ha Sport & Spelen 40.2 ha Buurtgroen 167.5 ha Stedelijk Groen 83.7 ha Groen om de Stad 140.7 ha Water 33.5 ha Werkgelegenheid 93.8 ha Energie* 164.1 ha *In dit scenario omvat de barcode 45ha zonne-energie op de Nedereindseplas en twee windmoldens (23ha); de resterende 97ha energielandschap kan worden opgelost met zonnepanelen op daken, en andere kleinschalige oplossingen.

+

60

07

Inzichten en vervolg

Inzichten en Vervolg Groen, water en klimaat • Bestaande (groene) landschappelijke elementen zijn uitgangspunt voor de ontwikkelingsrichting en kunnen voor het overgrote deel worden ingepast in Klein Rijnenburg. Bij Groot Rijnenburg vraagt het nadere studie of deze inpassing overal mogelijk is, gezien hoge dichtheden. • Rijnenburg is een gebied met grote natuurwaarden en er leven een aantal beschermde soorten, zoals de heikikker en weidevogels. Indien er gekozen wordt voor verstedelijking gaat dit ten koste van het weidevogelleefgebied en moet dit gecompenseerd worden. Bij Groen Rijnenburg is dit goed te combineren. • De grotere stadsparken kunnen in de tweede ring rondom de HOVrailhaltes (tussen 500 - 800 meter) met dichtheden van circa 70 won/ha landen, ook goed toegankelijk voor iedereen die in het gebied woont en werkt waar een dichtheid van 100 won/ha is gehanteerd. • Het inpassen van een roeibaan heeft grote impact op het stedelijk weefsel: de barrièrewerking van de 100 x 2200 meter roeiwater vrij van obstakels is zeer groot en staat op gespannen voet met de gewenste fijnmazige fiets- en wandelnetwerken. Bruggen met grote kolomvrije overspanningen zijn kostbaar. Bij Groen en Klein Rijnenburg zijn meer ruimtelijke inpassingsmogelijkheden dan bij Groot Rijnenburg.

De definitieve locatie zal in vervolgonderzoek moeten worden bepaald waarbij een afweging gemaakt gaat worden tussen ruimtelijke kwaliteit, fijnmazigheid van voet- en fietsroutes,

waterhuishouding, bodemgesteldheid en financiën. In de verdere planuitwerking wordt een afweging gemaakt of een roeibaan van 2200 x 100 meter haalbaar en gewenst is. • Bij Groen en Klein Rijnenburg kan het tijdelijke Energielandschap worden gecontinueerd. • Het Energielandschap kan ruimtelijk gecombineerd worden met waterbuffering, Als het Energielandschap opgeheven wordt en gekozen wordt voor maximale verstedelijking vraagt dat een verdere verdieping over de wijze waarop deze waterbuffering wordt geïntegreerd in de verdere verstedelijking mede afhankelijk van keuzes van wel of niet ophogen en de bijbehorende waterhuishouding. De ligging van de buffer ten opzichte van de haltes van HOV-rail is hierbij een punt van aandacht, omdat de bebouwingsdichtheid nabij de haltes hoog dient te zijn. Cultuurhistorie en Archeologie • De aanwezige historische elementen, zoals boerderijen, zijn uitgangspunt voor de ontwikkelingsrichting en kunnen voor het overgrote deel worden ingepast in Klein Rijnenburg. Bij Groot Rijnenburg vraagt het nadere studie of deze inpassing overal mogelijk is, gezien de hoge dichtheden. • In nadere planuitwerking kan worden bepaald hoe de oude loop van een historische rivierbedding zichtbaar wordt ingepast. • Te behouden archeologische vindplaatsen kunnen worden ingepast bijvoorbeeld – a la Leidsche Rijn – als stads- en buurtparken.

Wonen, Werken en Voorzieningen • Rekening houdend met de Utrechtse barcode passen er circa 30.000 à 33.500 woningen in het gebied. Er is daarbij efficiënt ruimtegebruik nodig met hoge mate van functiemenging en dubbelgebruik. Indien gekozen wordt voor verdere verdichting vraagt dit nadere studie en afstemming op andere ontwikkelingen in de stad. • De woningbouw inclusief maatschappelijke voorzieningen concentreert zich in de kern op de hoger gelegen delen met goede grondzetting. Bij het niet realiseren van woningbouw in de lager gelegen delen blijft er ruimte over voor overloop gebied van stedelijke voorzieningen. Er kan nog gekozen worden welke functies dan de voorkeur hebben. Ook voor functies op de lager gelegen gebieden worden innovatieve methodes gevraagd om deze te realiseren. • De bebouwingsdichtheid van Rijnenburg moet gerelateerd zijn aan de afstand tot de haltes van de HOV-rail. Rondom de HOV-haltes zijn hoge dichtheden nodig, daarbij kan als uitgangspunt gehanteerd worden in de eerste 500 meter: 100 won/ha, tussen 500 en 800 meter: 70 won/ha. Buiten de directe invloedssfeer van de HOV-railhaltes kunnen meer ontspannen woonmilieus worden gerealiseerd, in laagbouw van 40 won/ha met een groot aandeel aan eengezinswoningen en andere functies met een groter ruimtebeslag.

+

62

Inzichten en Vervolg Karakter van de Buurten • Wonen, werken en voorzieningen worden intensief gemengd. • De buurten in de eerste ring hebben een centrumstedelijk karakter van 100 won/ha, intensief gebruik van de openbare ruimte met op gebiedsniveau voldoende aandacht voor buurt- en stadsgroen. • In de tweede ring rondom de HOVrailhaltes met 70 won/ha kan zeer divers worden gebouwd, met een kleiner aanbod ‘hoog’’ (15 verdiepingen of meer) en een groot aanbod ‘stedelijk laag’ (3-5 verdiepingen). • Bij realisatie van Groot Rijnenburg zullen de buurten ten noorden van de Ringkade een bijzonder karakter krijgen met een groot aandeel open water, bijvoorbeeld in de vorm van grachten. Indien er wordt besloten tot de aanleg van een grote waterbuffer, kan onderzocht worden wat de kansen zijn voor ‘woningbouw op het water’ (een drijvende stad). Mobiliteit • De praktijk leert dat het grootste deel van alle verplaatsingen op wandelen fietsafstand plaats vindt (< 7,5 km). Om dit goed te faciliteren is een fijnmazig wandel- en fietsnetwerk nodig) met meerdere hoogwaardige verbindingen richting Leidsche Rijn in het noorden, Nieuwegein in het oosten en IJsselstein in het zuiden. Dit vraagt om forse investeringen in de aanleg van aantrekkelijke ongelijkvloerse kruisingen met de A2 en A12.

• Een toekomstvast Rijnenburg heeft het nodig om aangesloten te zijn op een knooppunt op het Wiel met Spaken via een HOV-rail corridor. Het betreft zogenaamd HOV-regiorail dat geschikt is voor korte reistijden op langere afstanden met snelheden tot 80-100 km/u, minimale conflicten en ongelijkvloerse kruisingen. • De ondergrens voor HOV-rail ligt bij ongeveer 25.000 woningen met bijpassend werkgelegenheidsaanbod en voorzieningenniveau, ondersteund door een volwaardige mobiliteitsstrategie (een wandel-, fiets-, en OV-vriendelijk mobiliteitsconcept); als de norm van 50 m2 buurtgroen/woning moet worden aangehouden voor alle woonmilieus, dan zal de hoogst haalbare woningdichtheid teruggebracht moeten worden naar ongeveer 70 wo/ ha. Het totaal woningaantal zakt onder de 30.000 en de haalbaarheid van het HOV komt dan vanwege de forse afname van de hoeveelheid woningen in de invloedssfeer van de HOV haltes onder druk te staan.

• Als de hoeveelheid buurtgroen per woning in de omgeving van de HOV haltes (de eerste 800 m) in redelijkheid wordt verlaagd en, bijvoorbeeld, wordt gecompenseerd door meer buurtgroen en stedelijk groen in de wijken direct grenzend aan de wijken in de invloedssfeer van de HOV-haltes, kan het aantal woningen gelijk blijven en kunnen aantallen woningen van boven de 35.000 gehaald worden • De HOV-rail corridor in Rijnenburg kan gezien het einde van de lijn enkele haltes dichter bij elkaar hebben. Het is mogelijk dat de twee haltes

•

•

•

•

aan die lijn zo worden aangelegd dat zowel Klein als Groot Rijnenburg zijn te ontsluiten. Op deze wijze kan Groot Rijnenburg uitgevoerd worden als een doorontwikkeling van Klein Rijnenburg zonder een ingrijpende en kostbare herstructurering. Zo kan Klein Rijnenburg worden gerealiseerd zonder Groot Rijnenburg onmogelijk te maken; In aanvulling op HOV-rail zijn busachtige OV-ontsluitingen gewenst vanuit Rijnenburg naar belangrijke bestemmingen in Leidsche Rijn, Nieuwegein, IJsselstein en richting Montfoort / Oudewater. De auto-ontsluiting van Rijnenburg wordt voorgesteld in de randzone tussen wijk en snelwegen. Een meer centraal gelegen ontsluiting is alleen denkbaar indien deze verdiept aangelegd wordt, om milieuoverlast en barrièrewerking te vermijden. De gekozen oplossing kan uitgevoerd worden (of gereserveerd worden) om deel uit te maken van een Regionale OntsluitingsWeg (ROW). Rijnenburg wordt opgezet met een combinatie van relatief lage parkeernormen en geclusterd parkeren, aangevuld met deelmobiliteit en fijnmazige netwerken voor wandelen en fietsen. Door deze opzet kunnen alle buurten (van de hoogste tot de laagste bebouwingsdichtheid) autoluw worden opgezet. De infrastructuurverbindingen (fiets, OV en auto) met IJsselstein, Nieuwegein en Utrecht moeten in de verder planvorming nader worden uitgewerkt.

+

63

Inzichten en Vervolg Fasering • Het is gewenst te starten met een sterk raamwerk van groen en mobiliteit. Indien gekozen wordt voor de realisatie van woningbouw is het vervolgens gewenst te starten met bouwen in de tweede HOV-ringen met direct een HOV-hoofdstructuur en een parallel gelegen hoofdfietsstructuur. De HOV-structuur kan meegroeien met de verdere verstedelijking tot een volwaardig HOV. • In de beginfase is het nodig dat er (tijdelijke) basisvoorzieningen aanwezig zijn, daarnaast kan er in deze fase ook gebruik worden gemaakt van voorzieningen uit de omgeving. Watergang langs de Nedereindseweg

+

64

Nawoord Met deze Ontwerpstudie Rijnenburg is een stap gemaakt in de ontwikkeling van Rijnenburg en verdieping gebracht op de Quickscan Verstedelijking Rijnenburg. Er is gestart met een aantal (groei) scenario’s voor verdere ontwikkeling met daarbij de mogelijkheden voor aansluiting aan Nieuwegein, IJsselstein en de stad Utrecht. Deze studie geeft inzichten op meerdere thema’s in gebiedsontwikkeling zoals groen, water, energie, mobiliteit en verstedelijkingprofielen. In een ontwerpstudie worden aannames gedaan, voor het vervolg kunnen hier nog definitieve keuzes in gemaakt worden. Ook is er gebruik gemaakt van gegevens zoals die op dit moment beschikbaar zijn, zoals de laatste stand rondom het Energielandschap en de gegevens uit de U Ned Gebiedsonderzoeken en Mobiliteitsstrategie. Er is nog geen financiële doorrekening gemaakt en de haalbaarheid van de nu ingetekende auto-ontsluitingsmogelijkheden en ovstructuren zouden in de toekomst getoetst moeten worden. In deze ontwerpstudie wordt geen voorkeursscenario bepaald. In ieder geval gaat Rijnenburg een belangrijke bijdrage leveren als onderdeel van de stad Utrecht waar gezond leven voor iedereen centraal staat.

+

65

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door PosadMaxwan in samenwerking met Goudappel Coffeng in opdracht van de gemeente Utrecht. Voor de Ontwerpstudie Rijnenburg is inhoudelijke inbreng gevraagd bij belanghebbenden, waaronder het Rijk, provincie, regiogemeenten, HDSR, Recreatieschap, roeiclubs en grondeigenaren. Posad Maxwan: Rients Dijkstra, Gabriel Duarte, Jurre van Kuijk, Gianluca Berardi Goudappel Coffeng: Christiaan Kwantes, Lucas van der Linde Posad Maxwan Binckhorstlaan 36 2516 BE Den Haag tel: 070 322 2869

+

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=733ca16f-fc83-463d-af57-08f018720012