Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
Tekst van het document
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
25/36
2) 3) 4) 5)
Verwerken binnen een straal van 10 km (waar mogelijk in de buurt): circa 34%; Afvoeren naar een verantwoorde afzetlocatie en gebruiken om te verondiepen: circa 34%; Afvoeren naar Wilnis voor hergebruik als klasse industriegrond: circa 10%; Afvoeren naar baggerdepot Slufter: circa 2%.
Duikervervanging We brengen de toestand van de duikers in beeld door extra inspectie. Als vervolgstap werken we daarna een duikervervangingsprogramma uit waarin we vervanging vanuit technisch en hydraulisch oogpunt prioriteren. We proberen hier conform het principe van ontwikkelend beheer bij vervanging zoveel mogelijk aan te sluiten op andere initiatieven en die te versterken. Bij duikervervanging proberen we het oppervlaktewatersysteem meteen robuuster en natuurvriendelijker te maken en de waterkwaliteit te verbeteren, door bijvoorbeeld duikers te vergroten of zelfs te vervangen door een brug. Budget voor duikervervanging is onderdeel van de oppervlaktewaterinvesteringen. Verbeteren oppervlaktewaterkwaliteit Samen met het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. In 2024 hebben we met HDSR een samenwerkingsovereenkomst voor het Programma Gezond Water getekend. Hiervoor hebben we in 2024 het Uitvoeringsplan Gezond Water opgesteld, waarmee we tot en met 2028 meer dan 100 maatregelen uitvoeren om de ecologische waterkwaliteit van het ‘overig water’ te verbeteren. Het overig water bestaat uit de kleinere wateren in de stad, zoals sloten, vijvers en grachten en beslaat meer dan 90% van het Utrechtse oppervlaktewater.
Ecologisch gezien bieden deze wateren de meeste potentie om de waterkwaliteit en de leefomgeving voor waterplanten en -dieren te verbeteren. Uit het onderzoek in 2023 van Waardeburg Ecology bleek dat het ontbreken van voldoende en gevarieerde waterplanten in onze watergangen het grootste knelpunt is in het bereiken van een goede waterkwaliteit. Om dit te veranderen voeren we onder andere inrichtingsmaatregelen, beheer- en onderhoudsmaatregelen en watersysteemmaatregelen uit. Zo verbeteren we onder meer de groeiplaatsen voor waterplanten door het aanbrengen van meer onderwaterstructuur en flauwere taluds onder en boven water. Meer onderwaterstructuur zorgt ook voor meer schuilmogelijkheden voor onder andere vissen en vestigingsplekken voor onderwaterdieren en -planten. Het doel van het Uitvoeringsplan Gezond Water is de ecologische waterkwaliteit in de gemeente Utrecht zodanig te verbeteren dat we hiermee de vastgestelde waterkwaliteitsdoelen voor ‘overig water’ behalen. Dit is conform het beleid van HDSR (Waterbeheerprogramma) en de gemeente Utrecht (Visie Water en Riolering) en op deze wijze voldoen we aan de inspanningsverplichting zoals opgenomen in het Programma Water en Bodem van de Provincie Utrecht.
Zoals vastgelegd in de Visie Water en Riolering, streven we ernaar dat het water in de stad tenminste voldoet aan het streefbeeld zichtbaar, wat inhoudt dat minimaal 10% van de kade/oever natuurlijk is ingericht. Bij kansrijke locaties willen we dat de watergang voldoet aan het streefbeeld levendig, waarbij minimaal 25% natuurlijk is ingericht. De totale financiële omvang van het Programma Gezond Water is geraamd op € 14 miljoen, waarvan beide partijen de helft betalen. De dekking van 7 miljoen is opgenomen in de begroting in de periode
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
26/36
2025-2028 (zie tabel 5.1). In overleg met het waterschap is besloten dit bedrag niet te indexeren. Tabel 5.1 Kosten programma Gezond Water 2025-2028 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2023) 2025 2026 2027 2028 Totaal Gemeente Utrecht Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Totaal
1,25
2,25
2,25
1,25
7
1,25
2,25
2,25
1,25
7
2,5
4,5
4,5
2,5
14
Voor het toetsen van de ecologische waterkwaliteit van het ‘overig water’ gebruiken we voor sinds 2015 de Ecoscan-methode. Hiermee toetsen we eenmaal per drie jaar of we het gewenste streefbeeld, minimaal zichtbaar, hebben bereikt. De Ecoscan-meting betreft een beoordeling op kroos, doorzicht, waterplanten en zwerfvuil. In 2019 hebben we de metingen samen met HDSR uitgebreid met een participatief burgermeetnet (schoon water experiment). Bewoners meten hierbij de kwaliteit van het water. We rapporteren op de Ecoscan-resultaten in het jaarlijkse duurzaamheidsverslag. In 2024 zijn de nieuwe Ecoscan-metingen uitgevoerd. Daarnaast blijven we op deze locaties de oppervlaktewatertemperatuur meten om meer inzicht te krijgen in de mate en snelheid van opwarming van het oppervlaktewater als gevolg hete periodes. Hiermee krijgen we meer inzicht welke wateren gevoelig zijn voor opwarming als gevolg van klimaatverandering.
5.2
Financiën
De begroting voor het thema oppervlaktewater is opgenomen in tabel 5.2. Tabel 5.2 Kosten thema oppervlaktewater 2026-2030 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2025)
Oppervlaktewater Activiteit Dagelijks onderhoud oppervlaktewater (maaien en schonen) Groot onderhoud (baggeren) Vervangings- en verbeteringsinvesteringen oppervlaktewater Totaal
2025
2026
2027
2028
2029
2030
0,9
1,4
1,4
1,4
1,1
1,1
1,6
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
1,5
2,4
2,7
1,9
1,5
1,5
4
5,5
5,8
5
4,3
4,3
De kosten voor het dagelijks onderhoud nemen toe doordat een deel van de kosten van het Programma Gezond Water vanaf 2026 onder de exploitatie valt, in plaats van de investeringen. Ook neemt ons onderhoudsareaal toe door de aanleg van natuurvriendelijke oevers, drijvende eilanden, het aanplanten van water- en oeverplanten en het plaatsen van wilgenteenbollen en kokosrollen waar waterplanten op kunnen groeien. De investeringskosten vallen lager uit dan vorig jaar voorzien, nu een deel van de kosten voor Gezond Water per 2026 onder het dagelijks onderhoud valt. De overige investeringskosten in de begroting zijn t.b.v. duikervervanging. Op de kosten voor groot onderhoud is voor 2026 een inflatiecorrectie toegepast. De financiering van de maatregelen uit het programma Gezond Water zijn uitgewerkt in het
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
27/36
Uitvoeringsplan Gezond Water, dat we jaarlijks actualiseren. De gemeente zal het jaarlijkse uitvoeringsplan als onderbouwing nemen bij de actualisatie van het PWR.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
28/36
6 Middelen De uitvoering van het Programma Water en Riolering is afhankelijk van de beschikbare middelen. De belangrijkste zijn ons personeel en de benodigde en beschikbare financiële middelen. Dit hoofdstuk gaat hier nader op in. 6.1
Personeel
De komende jaren voorzien we een beperkte stijging van de personeelsformatie van de groep Water, Riolering en Gemalen. De extra formatie wordt ingezet voor het initiëren, voorbereiden en aansturen van alle rioolvervangingen en het borgen van de inbreng vanuit water en riolering in gebiedsontwikkelingen als Rijnenburg en Merwedekanaalzone. De activiteiten richting particulieren zoals omschreven in het programma Waterproof030 zijn van belang om ook op particulier terrein te zorgen voor hergebruik en opvangen van regenwater. Naast het reguliere beheer en onderhoud moet het water- en rioleringssysteem gezond, robuust en toekomstbestendig worden ingericht zodat we kunnen inspelen op de klimaatveranderingen en de groei van de stad. De groei van de stad leidt tot een uitbreiding van het te beheren en onderhouden areaal. De verbreding van het taakgebied vraagt om extra beleidscapaciteit, bijvoorbeeld met betrekking tot drinkwaterverbruik, de kwaliteit van het zwemwater en regie op de ondergrond t.b.v. onder andere de warmtetransitie opgave. De extra personeelskosten zijn onderdeel van de post ‘personeelskosten en overhead' (zie tabel 6.1). De personeelskosten voor de uitvoering van de investeringsprojecten (voorbereiding, directie voering en toezicht) zijn niet apart zichtbaar in de begroting. Deze kosten zijn onderdeel van de investeringskosten.
Ook voor het vakgebied Water & Riolering geldt dat het lastig is om geschikte mensen te vinden vanwege de krapte op de (arbeids)markt. Momenteel hebben we al diverse vacatures die moeizaam in te vullen zijn. Het vinden van voldoende en geschikt personeel is dan ook een belangrijke voorwaarde om invulling te kunnen geven aan alle ambities uit de Visie Water en Riolering. Het streven is om in 2026 48 fulltime formatieplaatsen (fte) bij de groep Water, Riolering en Gemalen, bij voorkeur via vaste formatie in te vullen, en in 2027 door te groeien tot 50 fte. Gedurende de doorontwikkeling van de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR) is de formatie gegroeid om voldoende grip te krijgen op onze assets. Vanwege openstaande vacatures is destijds BOR breed besloten om maar 90% van de personeelskosten te begroten. Inmiddels is de formatie van de groep Water, Riolering en Gemalen nagenoeg op orde. Gevolg is dat we in 2024 een tekort hadden op de begroting van onze personele lasten. Ook voor 2025 verwachten we een tekort. In overleg met de andere BOR-groepen gaan we vanaf 2026 weer 100% van de personele lasten WRG in de begroting opnemen.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
29/36
6.2
Kostenontwikkeling 2026-2030
De verwachte kostenontwikkeling in de periode 2026-2030 is weergegeven in tabel 6.1. Ter vergelijking is ook het jaar 2025 toegevoegd. Tabel 6.1 Verwachte kostenontwikkeling in de periode 2026-2030. Bedragen x € 1 miljoen in prijspeil 2026, met uitzondering van 2025. Activiteit
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Dagelijks onderhoud afvalwater (inl. hemelwater en grondwateroverlast)
7,2
8,2
8,3
8,4
8,6
8,7
Dagelijks onderhoud oppervlaktewater
0,9
1,4
1,4
1,4
1,1
1,1
Personeelskosten en overhead
7,5
8,7
9,0
9,0
9,0
9,0
Waterproof030
0,6
0,7
0,8
0,8
0,8
0,8
Groenblauw subsidies (daken, maatschappelijk vastgoed en scholen)
0,9
0,9
0,9
0,9
0,9
0,9
Groot onderhoud (baggeren)
1,6
1,7
1,7
1,7
1,7
1,7
Vervangingsinvesteringen riolering
16,4
11,5
11,5
11,5
11,5
11,5
Vervangingsinvesteringen mechanische riolering
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
Vervangingsinvesteringen oppervlaktewater
1,5
2,4
2,7
1,9
1,5
1,5
Bijdrageregeling overige openbare ruimte projecten
1
1
1
1
1
1
Bijdrage terugbrengen Leidsche Rijn
1
0
0
0
0
0
Reservering extra inspanning vasthouden regenwater
0
1
0
0
0
0
Beleid & onderzoek
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
Compensabele BTW
4,4
4,3
4,3
4,3
4,2
4,2
Bijdrage overhead gemeente
1,2
1,4
1,4
1,4
1,4
1,4
Bijdrage straatreiniging
4,9
5,1
5,1
5,2
5,3
5,4
Totaal
51,2
50,4
50,2
49,6
49,1
49,3
Voor de vervangingsinvesteringen riolering gaan we voor 2026-2030 uit van 8 km rioolvervanging per jaar, is de eenheidsprijs verhoogd en hebben we vanaf 2026 40% minder aan budget opgenomen om te corrigeren voor planningsoptimisme (zie nadere toelichting blz. 14). In 2026 nemen we eenmalig €1 miljoen extra dekking voor klimaatadaptatiemaatregelen op in de begroting om het afkoppelen én het vasthouden van hemelwater op de plek waar het valt extra te stimuleren. Deze bijdrage is opgenomen onder de nieuwe post reservering extra inspanning vasthouden hemelwater (tabel 6.1). De overige kostenstijging exclusief inflatiecorrectie zit hoofdzakelijk op de posten oppervlaktewater (zowel dagelijks onderhoud als investeringen) als gevolg van het Programma Gezond Water, dagelijks onderhoud afvalwater, Waterproof030 en personeelskosten en overhead. Omdat er nog geen centrale inflatiecijfers bekend zijn hebben we voorlopig een eigen inschatting van inflatiecorrectie voor het jaar 2026 doorgevoerd (4,8% GWW en 3,1% loonkosten). Daarnaast hebben we een correctie op de inflatiecijfers van 2025 meegenomen in de begroting van 2026.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
30/36
Door alle kostenontwikkelingen, en met name de correctie voor planningsoptimisme in de begroting, verwachten we van 2025 naar 2026 een kostendaling van €0,8 miljoen ofwel -1,6%. Exclusief inflatiecorrectie bedraagt de kostendaling zelfs -5,5%. De verwachte kostenontwikkeling voor de periode 2027-2030 hangt af van de jaarlijkse correctie voor planningsoptimisme. Zolang de jaarlijkse vervangingsdoelstelling en de correctie voor planningsoptimisme voor de periode 2026-2030 gelijk blijven, voorzien we een beperkte tot geen kostenstijging (excl. inflatiecorrectie) vanaf 2027. Hoe dit in de toekomst in de praktijk uitpakt hangt af van de realisatie van rioolvervangingsprojecten de komende jaren en de daarmee gemoeide correctie voor planningsoptimisme in de begroting. Daarnaast is de ontwikkeling afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning naar noodzakelijke extra klimaatadaptatiemaatregelen om de doelstellingen te realiseren. Indien nodig zullen we hierop bijsturen bij een volgende actualisatie van het Programma en/of bij herziening van de Visie Water en Riolering.
6.3
Ontwikkeling rioolheffing
Ontwikkeling eigenaren en grootverbruik De rioolheffing is in Utrecht opgebouwd uit een heffing voor eigenaren en een heffing voor gebruikers. De eigenarenheffing betreft een vast bedrag per jaar per aangesloten perceel (in 2025 € 254,13). De gebruikersheffing betreft een bedrag per kubieke meter water en wordt aanvullend op de eigenarenheffing gestaffeld opgelegd aan grootverbruikers die jaarlijks meer dan 250 m3 afvalwater op de riolering lozen (in 2025 gemiddeld € 1,86 per m3). De huidige toedeling van de kosten tussen eigenaren- en grootverbruikersheffing is gebaseerd op de jaarlijkse verdeling in hoeveelheid afgevoerd afvalwater door eigenaren en grootverbruikers. Daarbij worden alleen de kostenposten waarbij de kosten daadwerkelijk afhankelijk zijn van de hoeveelheid afgevoerd afvalwater naar rato toegerekend aan de grootverbruikersheffing. Dit zijn de posten dagelijks onderhoud, vervangingsinvesteringen riolering en de BTW. Kosten die geen relatie hebben met de hoeveelheid afvalwater, zoals de posten beleid & onderzoek, personeelskosten, bijdrage straatreiniging en bijdrage bedrijfsvoering gemeente worden volledig toegerekend aan de eigenarenheffing. De verdeelsleutel wordt jaarlijks aangepast op basis van het aantal inwoners, het gemiddelde jaarlijkse drinkwaterverbruik per inwoner en het verwachte grootverbruik.
De verwachte ontwikkeling van het aantal aangesloten eigenaren en het verwachte grootverbruik is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6.2 Verwachte ontwikkeling lozingen in de periode 2026-2030 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Aansluitingen
178.800
181.200
183.900
186.700
189.500
192.500
Lozing bewoners (m³)
16.680.000
16.750.000
17.010.000
17.260.000
17.520.000
17.790.000
Lozing grootverbruik (m³)
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
3.100.000
Lozing totaal (m³)
19.780.000
19.850.000
20.110.000
20.360.000
20.620.000
20.890.000
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
31/36
De groei van het aantal aansluitingen is naar beneden bijgesteld op basis van de laatst beschikbare woningbouwplanning. Voor 2026-2029 zijn we uitgegaan van 2.767 extra aansluitingen per jaar op basis van de woningbouwplanning. Vanaf 2030 hebben we deze weer constant gehouden op 3.000 extra aansluitingen per jaar op basis van de langjarige bouwprognoses. De omvang van het grootverbruik is constant gehouden op 3,1 miljoen m³ per jaar. Indicatie ontwikkeling eigenaren en gebruikersheffing Bij volledige dekking van de kosten in tabel 6.1 en bij toepassing van de huidige verdeelsleutel tussen klein- en grootverbruik ontwikkelen de eigenaren- en gebruikersheffing zich conform tabel 6.3. Tabel 6.3 Indicatie ontwikkeling eigenaren- en grootverbruikerstarief in de periode 2026-2030 (2027 en verder zijn exclusief inflatiecorrectie) 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Eigenarentarief
€ 254,13
€ 247,27
€ 245,47
€ 239,91
€ 233,91
€ 231,70
Verschil t.o.v. vorig jaar (in %)
3,4%
-2,7%
-0,7%
-2,3%
-2,5%
-0,9%
Grootverbruikstarief
€ 1,86
€ 1,81
€ 1,61
€ 1,56
€ 1,50
€ 1,49
Verschil t.o.v. vorig jaar (in %)
3,4%
-2,7%
-11,1%
-3,2%
-3,5%
-0,8%
Uit de tabel blijkt dat het lastig is om met de huidige systematiek van toedeling de tarieven van het grootverbruikerstarief en eigenarentarief met dezelfde percentages te laten stijgen. Dit lukt in de praktijk alleen door elk jaar verschillen op te vangen via de egalisatiereserve. Dit leidt voor 2026 voor beide tarieven tot een voorgestelde tariefdaling van 2,7% (incl. inflatiecorrectie). De verwachte tariefontwikkeling voor de periode 2027-2030 hangt af van de jaarlijkse correctie voor planningsoptimisme. Doordat de jaarlijkse vervangingsdoelstelling en de correctie voor planningsoptimisme voor de periode 2026-2030 gelijk zijn gehouden en het aantal aansluitingen jaarlijks toeneemt door de groei van de stad wordt er vooralsnog jaarlijks een tariefdaling (excl. inflatiecorrectie) voorzien. Conform besluit in de Visie Water & Riolering hebben we samen met de BghU onderzoek gedaan naar een nieuwe systematiek voor de kostentoerekening van de rioolheffing die robuuster en toekomstbestendiger is dan het huidige systeem, en meer recht doet aan het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Op basis van dit onderzoek werken we momenteel een voorstel voor een nieuwe grondslag uit, zodat een eventuele nieuwe grondslag in 2027 ingevoerd kan worden.
6.4
Overige ontwikkelingen
Egalisatiereserve riolering Bij vaststelling van het Programma Water en Riolering 2024-2028 heeft de raad besloten voortaan een maximumbedrag van € 4 miljoen in de egalisatiereserve riolering aan te houden en jaarlijks bij de Voorjaarsnota voor te stellen hoe het bedrag boven het maximumbedrag wordt ingezet.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
32/36
De voorziene stand van de egalisatiereserve bedraagt met ingang van 2026 €3,7 miljoen en ligt daarmee onder het maximumbedrag van €4 miljoen. De stand van de egalisatiereserve was op 31 december 2024 €5,2 miljoen. Bij vaststelling van de VJN2024 is besloten dat er totaal nog €1,45 miljoen uit de reserve onttrokken wordt (€1,25 miljoen in 2025 en €0,2 miljoen in 2026; beslispunten 2.c.iii en 2.c.vii). Wij schatten in dat de resterende 3,7 miljoen in de egalisatiereserve nog voldoende is om twee opeenvolgende jaren aan tegenvallende uitgaven en inkomsten op te vangen. Daarom maken we nu geen geld vrij om de reserve aan te vullen tot het maximumbedrag. Voorziening GRP investeringen Het budget dat we voor onze investeringen begroten, storten we jaarlijks in een aparte investeringsvoorziening. Sinds vaststelling van de Visie Water & Riolering in 2022 nam onze rioolvervangingsdoelstelling jaarlijks toe. In de praktijk zien we dat de realisatie hierop achterblijft. De afgelopen jaren hebben we ca 60% van onze investeringen gerealiseerd. Als gevolg neemt de hoogte van onze voorziening de laatste jaren toe (stand voorziening eind 2024: €32,2 miljoen). Om te voorkomen dat de voorziening alsmaar verder blijft oplopen houden we vanaf 2026 in de begroting rekening met planningsoptimisme.
Daarom hebben we 40% minder aan budget voor de vervangingsinvesteringen riolering opgenomen, oftewel voor maar 4,8 km in plaats van 8 km. Voor nu is voor de periode 2026-2030 uitgegaan van een correctie van 40%. We stellen het percentage voor planningsoptimisme bij zodra we zien dat we meer realiseren.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
33/36
Bijlage I Investeringsplanning riolering t/m 2030 Tabel I.1 Overzicht van alle investeringsprojecten.
Wijk
Aantal km te vervangen riolering in totaal
Waarvan 2026 t/m 2030
Start planvorming
Start uitvoering
Lombokplein
West
2,3
2,3
2017
2026
Welgelegen
West
2,8
2,8
2020
2026
Amazonekwartier
Overvecht
2,8
2,8
2020
2027
Taagdreef e.o.
Overvecht
2,1
1,6
2017
2025
Neckardreef noord
Overvecht
4,9
4,9
2025
2028
Tuinwijkroute
Noordoost
1,9
1,9
2023
2027
Lauwerecht noord
Noordoost
0,7
0,7
2022
2027
Overige projecten Noordoost
Noordoost
1,6
1,6
2022
2026
Breitnerlaan e.o.
Oost
0,9
0,9
2024
2027
Koningsweg
Oost
1,3
1,3
2023
2025
Maliebaan / Snellenlaan
Oost
1,7
1,2
2019
2025
Overige projecten Oost
Oost
1,5
1,5
2024
2029
Janskerkhof
Binnenstad
0,3
0,3
2024
2028
Oudegeinlaan e.o.
Zuid
1,3
0,5
2020
2025
Hoograven zuid-midden
Zuid
4,9
4,1
2023
2027
Aanpak Zuidpoort en raakvlak
Zuid
1,6
1,6
2023
2027
Afrikalaan e.o.
Zuidwest
2,4
2,4
2023
2027
Bernadottelaan e.o
Zuidwest
2,6
1,3
2019
2025
Van Heuven Goedartlaan e.o.
Zuidwest
3,7
3,7
2023
2028
Vasco da Gamalaan e.o.
Zuidwest
2,1
2,1
2021
2026
Kanaleneiland Zuid-midden
Zuidwest
4,2
4,2
2024
2028
Overige projecten Zuidwest
Zuidwest
1,7
1,7
2023
2026
Castellumlaan e.o.
Vleuten - De Meern
0,7
0,7
2022
2027
Meerndijk e.o.
Vleuten - De Meern
1,4
1,4
2027
2029
Mereveldlaan e.o.
Vleuten - De Meern
1,9
1,9
2026
2028
53,3
49,4
Gebied
Totaal
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
34/36
Figuur I.1: kaart met de investeringsplanning riolering t/m 2035.
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
35/36
Bijlage II Overzicht vaststelling investeringen Bij de Programmabegroting wordt de investeringsstaat voor het programma ‘aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed’ geautoriseerd en vastgesteld door de raad. Hieronder valt de begrotingsdoelstelling ‘Water en rioleringssysteem’, waaronder enkel het PWR valt. Om beter aan te sluiten bij de programmabegroting is voor deze begrotingsdoelstelling de verwachte financiële vertaling van de programmering (investeringen) op dezelfde manier weergegeven in onderstaande tabel. Deze verwachte programmering kan nog wijzigen in de periode tussen de Voorjaarsnota en vaststelling van de begroting 2026.
Tabel II.1 verwachte investeringen in PWR in 2026 Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed x 1.000 euro
Begrotingsdoelstelling Water- en Rioleringssysteem
Af te sluiten investeringen Jaarstukken 2024
Geautoriseerd t/m Begroting 2025 66.927
Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030
0
Bijstelling bestaande investeringen in Begroting 2026* 0
Verwacht te autoriseren in Begroting 2026 Nieuwe investeringen 17.433
Verwacht te autoriseren in Begroting Realisatie t/m 2024 13.121
2026 17.433
36/36
2027
2028
2029 2030 e.v.
16.685 15.953 15.520 15.520