CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programma Water en Riolering Utrecht 2026-203012.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

Zicht op de Rijnkade vanaf de Marga Klompébrug aan de Catherijnesingel

6 mei 2025 Kenmerk: 30252773

Colofon

In opdracht van Stadsbedrijven-BOR-groep Water, Riolering en Gemalen

Internet Visie water en riolering | Gemeente Utrecht – Omgevingsvisie

Fotografie Thomas Duiker

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

2/36

Inhoud Samenvatting

4

1

7

2

3

4

5

6

Inleiding 1.1

Aanleiding

7

1.2

Ambitie

8

1.3

Leidende principes

8

1.4

Proces

9

1.5

Leeswijzer

9

Afvalwater

11

2.1

Belangrijkste ontwikkelingen

11

2.2

Financiën

16

Hemelwater

18

3.1

Belangrijkste ontwikkelingen

18

3.2

Financiën

22

Grondwateroverlast

23

4.1

Belangrijkste ontwikkelingen

23

4.2

Financiën

24

Oppervlaktewater

25

5.1

Belangrijkste ontwikkelingen

25

5.2

Financiën

27

Middelen

29

6.1

Personeel

29

6.2

Kostenontwikkeling 2026-2030

30

6.3

Ontwikkeling rioolheffing

31

6.4

Overige ontwikkelingen

32

Bijlage I Investeringsplanning riolering t/m 2030

34

Bijlage II Overzicht vaststelling investeringen

36

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

3/36

Samenvatting De gemeente heeft vanuit de wet een aantal zorgplichten en daarmee taken op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Het jaarlijkse Programma Water en Riolering (PWR) is het uitvoeringsprogramma van de Visie Water en Riolering en beschrijft de voorgenomen activiteiten waarmee we invulling geven aan deze zorgplichten. Ook beschrijft het Programma de activiteiten die wij uitvoeren om het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is gezond te houden. Tot slot beschrijft het Programma de gevolgen van al deze activiteiten voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rioolheffing voor de perceeleigenaren met een aansluiting op de openbare riolering en de grootverbruikers. Het Programma komt voort uit de Visie Water en Riolering Utrecht, waarin het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten en onze oppervlaktewater kwaliteitsdoelstellingen is vastgelegd. We streven hierbij naar een gezond, robuust en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem in Utrecht voor iedereen. Het Programma wordt jaarlijks bij de Voorjaarsnota geactualiseerd en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Vaststelling van het Programma is met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een bevoegdheid van het college. Het Programma wordt ter informatie aangeboden aan de raad.

De geraamde kosten en kostendekkende tarieven in het PWR zijn richtinggevend. De rioolheffing wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld bij de Programmabegroting. De kwaliteit van onze riolering blijkt op basis van uitgebreid onderzoek naar te accepteren risico’s en schadebeelden op basis van inspecties beter dan verwacht. Hierdoor lijkt de technische levensduur langer dan de 70 jaar waar we in de Visie Water en Riolering nu vanuit gaan. Dit beeld is gebaseerd op actuele inspecties van ca. 30% van onze riolering. Voordat we met een definitief voorstel voor een nieuwe levensduur voor de riolering komen, voeren we de komende jaren extra inspecties uit in gebieden waar we nog niet voldoende schadebeelden hebben. De beschikbare gegevens geven ons echter al zoveel vertrouwen dat we vooruitlopend onze vervangingsinspanning gaan baseren op een gemiddelde levensduur van de riolering van 100 jaar. Met deze levensduur is het voorlopig niet nodig de rioolvervangingsinspanning verder op te voeren, zoals we voorzagen in de Visie Water en Riolering, waarin we een groei van de vervangingsinspanning voor riolering naar 18 km per jaar in 2035 voorstelden. In plaats daarvan houden we de vervangingsinspanning de komende jaren op 8 km per jaar. Het verlengen van de levensduur heeft echter ook nadelen.

Als we de lijn van 8 km rioolvervanging per jaar doorzetten tot 2050 vervangen we nog maar de helft van de riolering ten opzichte van de oude vervangingsstrategie. Als gevolg hiervan halveert bij ongewijzigd beleid ook het af te koppelen en ontharden oppervlak ten opzichte van wat we in de Visie Water en Riolering hebben voorzien. Dat betekent dat we minder snel klimaatbestendig worden en dat we de afvoer van regenwater naar de rioolwaterzuivering minder snel terugdringen. We werken de komende jaren de gevolgen voor onze ambities uit en op basis daarvan stellen we onze strategie bij voor de Visie Water en Riolering en de

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

4/36

Visie Klimaatadaptatie. Ook maken we nieuwe bindende afspraken met waterschap HDSR over de ontwikkeling van de afvoer naar de zuiveringen in de vorm van een nieuw afvalwaterakkoord. Als eerste stap verkennen we bij drie type projecten wat er voor nodig is om binnen deze projecten nog meer regenwater vast te houden en te ontkoppelen: 1. Bij rioolvervangingsprojecten onderzoeken waar we mogelijk meer particulier terrein (de voorzijde van aangrenzende woningen) af kunnen koppelen én in de openbare ruimte meer niet-functionele verharding kunnen vervangen door bomen en ander groen. 2. We verkennen of we onze bijdrageregeling aan overige openbare ruimteprojecten voor het vasthouden van regenwater effectiever kunnen inzetten en kunnen verruimen. 3. In onze aanpak van particulier terrein onderzoeken we of we de subsidieregeling groenblauwe daken kunnen verbreden voor het gehele particulier terrein. We zien dat de uitvoering van integrale vernieuwingsprojecten, waar een deel van onze rioolvervanging onderdeel van is, achterblijft op de programmering. De afgelopen jaren hebben we maar ongeveer 60% van de geprogrammeerde kilometers riool vervangen. Daarom passen we, in lijn met het nieuwe gemeentelijke beleid met ingang van 2026 een correctie voor planningsoptimisme toe op het budget van de vervangingsinvesteringen riolering.

Het budget dat we voor onze investeringen begroten storten we jaarlijks in een aparte investeringsvoorziening. Omdat de vervangingsdoelstelling de afgelopen jaren is gestegen maar de realisatie achterblijft, neemt de hoogte van onze voorziening de laatste jaren toe (stand voorziening eind 2024: €32,2 miljoen). Om te voorkomen dat de voorziening verder blijft oplopen hebben we 40% minder budget voor de vervangingsinvesteringen riolering opgenomen in de begroting, oftewel voor maar 4,8 km in plaats van 8 km. Hierbij gaan we ervan uit dat we conform de afgelopen jaren in elk geval 60% van de geprogrammeerde kilometers zullen realiseren. Alles wat we meer realiseren dekken we uit de voorziening. Als de voorziening te snel gaat dalen stellen we het percentage voor het planningsoptimisme bij de jaarlijkse actualisatie van het PWR bij. We zijn helaas genoodzaakt in de meerjarenraming de gemiddelde eenheidsprijs voor de vervangingsinvesteringen riolering van €2.000,- naar €2.400,- per strekkende meter riolering te verhogen. Deze stijging is het gevolg van hogere engineeringkosten vanwege toenemende complexiteit en afstemming binnen projecten, een post voor risicoreservering en nader te bepalen bouwkosten en inflatiecorrectie voor 2025 en 2026. De posten risicoreservering en nader te bepalen bouwkosten werden voorheen niet in de eenheidsprijs meegenomen, maar blijken nodig om o.a.

kosten voor archeologie en verkeersmaatregelen te dekken. We corrigeren voor twee jaar op inflatie omdat de eenheidsprijs vorig jaar niet is geïndexeerd, maar we nu zien dat dit alsnog nodig is. Ongeveer 60% van de grond in de gemeente is niet in handen van de gemeente, maar van bewoners, instellingen en bedrijven. Om hen te stimuleren zo veel mogelijk hemelwater te scheiden van afvalwater en te verwerken op eigen terrein breiden we de activiteiten van het Programma Waterproof030 uit. We intensiveren onder andere onze communicatiecampagne, halen meer tegels op, organiseren extra geveltuinenburendagen en verbeteren de samenwerking met de belangrijkste stakeholders zoals woningbouwcorporaties. We verwachten hiermee ook een impuls te geven aan het gebruik van de

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

5/36

vernieuwde subsidies groenblauwe daken, groenblauw maatschappelijk vastgoed en groenblauwe schoolpleinen. Samen met het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. In 2024 hebben we met HDSR een samenwerkingsovereenkomst voor het Programma Gezond Water getekend. Het doel van het Programma is de waterkwaliteit in de gemeente Utrecht zodanig te verbeteren dat hiermee de vastgestelde waterkwaliteitsdoelen voor de zogenaamde ‘overige wateren’ uit het beleid van het waterschap en de gemeente worden behaald. Hiervoor hebben we in 2024 het uitvoeringsplan Gezond Water opgesteld, waarmee we tot en met 2028 meer dan 100 maatregelen uitvoeren. De totale financiële omvang van het Programma Gezond Water is geraamd op €14 miljoen, waarvan beide partijen de helft betalen. De dekking van €7 miljoen is opgenomen in de begroting in de periode 2025-2028. De totale verwachte kostenontwikkeling van 2025 naar 2026 bedraagt inclusief inflatiecorrectie voor 2025 en 2026 een daling van €0,8 miljoen ofwel een daling van 1,6%. Exclusief inflatiecorrectie bedraagt de kostendaling 5,5%. De kostendaling wordt met name veroorzaakt door de correctie voor planningsoptimisme vanaf 2026. Als gevolg hiervan kan het gemiddelde tarief van de rioolheffing in 2026 met 2,7% omlaag ten opzichte van 2025.

Doordat het aantal rioolaansluitingen van 2025 naar 2026 naar verwachting met circa 2.800 stijgt, is de tariefdaling hoger dan de kostendaling. De verwachte kostenontwikkeling voor de periode 2027-2030 hangt af van de jaarlijkse correctie voor planningsoptimisme. Zolang de vervangingsinspanning en de correctie voor planningsoptimisme voor de periode 2026-2030 gelijk blijven voorzien we een beperkte kostenstijging excl. inflatiecorrectie. Hoe dit in de toekomst in de praktijk uitpakt hangt af van de realisatie van rioolvervangingsprojecten de komende jaren en de daarmee gemoeide correctie voor planningsoptimisme in de begroting. Bij vaststelling van het Programma Water en Riolering 2024-2028 heeft de raad besloten voortaan een maximumbedrag van € 4 miljoen in de egalisatiereserve riolering aan te houden en jaarlijks bij de Voorjaarsnota voor te stellen hoe het bedrag boven het maximumbedrag wordt ingezet. Inzet van de egalisatiereserve riolering is dit keer niet meegenomen in de uitwerking van het Programma. De voorziene stand van de egalisatiereserve bedraagt met ingang van 2026 €3,7 miljoen en ligt daarmee onder het maximumbedrag van €4 miljoen. We schatten in dat een egalisatiereserve van € 3,7 miljoen nog voldoende is om twee opeenvolgende jaren aan tegenvallende uitgaven en inkomsten op te vangen. Daarom is het niet nodig de reserve aan te vullen tot het maximumbedrag.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

6/36

1

Inleiding

Het Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030 beschrijft welke activiteiten gepland staan in de periode 2026-2030 om invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten en het beleid zoals verwoord in de Visie Water en Riolering Utrecht. Ook geeft het programma aan welke budgetten hiervoor nodig zijn en wat de verwachte gevolgen zijn voor de ontwikkeling van de rioolheffing. 1.1

Aanleiding

De gemeente heeft vanuit de wet1 een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van stedelijk waterbeheer namelijk, de inzameling en het transport van afvalwater, de doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Voorliggend Programma Water en Riolering (PWR) Utrecht bevat de voorgenomen activiteiten voor de periode 2026-2030 om invulling te geven aan deze zorgplichten. Ook beschrijft het PWR de activiteiten die wij uitvoeren om het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is gezond te houden. Tot slot beschrijven we in het PWR welke budgetten hiervoor nodig zijn en wat de verwachte gevolgen zijn van al deze activiteiten voor de ontwikkeling van de rioolheffing. Het Programma Water en Riolering is het uitvoeringsprogramma van de Visie Water en Riolering Utrecht, waarin het gemeentelijke beleidskader voor deze zorgplichten en onze oppervlaktewaterkwaliteitsdoelstellingen is vastgelegd. Conform de systematiek van de Omgevingswet bevat dit programma de maatregelen en middelen om uitvoering te geven aan dit beleid. De visie is als thematisch beleid onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie Utrecht.

Voorheen vormden de visie en het PWR samen het wettelijk verplichtte Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), dat gold voor de invoering van de Omgevingswet sinds 1 januari 2024. Gemeenten blijven onder de Omgevingswet wél verplicht hun zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer te vervullen en de financiën te verantwoorden. Het PWR geeft voor de komende vijf jaar inzicht in de besteding van de gelden uit de rioolheffing en de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing. De jaarlijkse Programmabegroting geeft alleen inzicht in de totale inkomsten uit de rioolheffing en de kosten die daaruit gedekt worden voor het betreffende jaar. De verdeling van het budget is niet inzichtelijk. Ook is het lastig zicht te krijgen op de verwachte meerjarige kostenontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de rioolheffing. Het PWR geeft deze informatie wel en voorziet daarmee in een behoefte, zeker nu de rioolvervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen en te verduurzamen.

1 De gemeentelijke zorgplichten op het gebied van stedelijk waterbeheer zijn verankerd in Artikel 2.16 lid 1 van de Omgevingswet.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

7/36

1.2

Ambitie

Het is onze ambitie om het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, robuust en toekomstbestendig te houden voor iedereen én de natuur. Dit betekent dat we streven naar: • De basis op orde, door het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een toekomstbestendige stad via een klimaatbestendig en circulair water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een gezonde leefomgeving, door het realiseren van een gezond water- en rioleringssysteem voor zowel mens, plant als dier. Daarbij willen we dat iedereen (bewoners, bedrijven, gebruikers) hiervan profiteert en aan bijdraagt. Voor de verdere uitwerking van onze ambitie en de bijbehorende beleidskeuzes verwijzen we naar de Visie Water en Riolering Utrecht.

1.3

Leidende principes

Voor dit programma hanteren we de leidende principes uit de Visie Water en Riolering, de Visie Klimaatadaptatie en de Nota Beheer Openbare Ruimte. Dit betekent dat we bij ingrepen in de openbare ruimte de volgende principes hanteren: • We houden stromen apart, ofwel we ontvlechten het afval- en hemelwatersysteem waar het kan. • We vergroten de sponswerking van de stad door hemelwater te verwerken waar het valt. Dit doen we bij voorkeur via het principe “Groen tenzij”, ofwel inzet op bovengrondse verwerking van hemelwater door zo min mogelijk verharding en zo veel mogelijk groene maatregelen. We volgen hierbij de voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater. • We benutten alle ruimte. We streven ernaar zoveel mogelijk functies te combineren om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. Denk hierbij aan het combineren van groen, isolatie en waterberging op een groen dak, waterinfiltratie en parkeerplekken via waterpasserende verharding, waterinfiltratie en groen via wadi’s, waterberging, natuur en recreatie via de aanleg van vijvers en andere waterpartijen. • We respecteren het natuurlijke systeem en zorgen conform de doelstelling van de Kaderrichtlijn Water ervoor dat bij ingrepen het natuurlijke systeem niet verslechtert en bij voorkeur verbetert.

Om de door ons gewenste situatie te bereiken hanteren we de volgende leidende principes voor de realisatie; • We geven als gemeente het goede voorbeeld, ofwel we beginnen met de openbare ruimte. • We gebruiken zoveel mogelijk de natuurlijke momenten van nieuwbouw, grootschalige renovatie, herinrichting en vervanging om de gewenste systeemwijzigingen door te voeren. • We gebruiken het moment van rioolvervanging zoveel mogelijk om de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten en via werk met werk maken andere maatschappelijke ambities te realiseren (integraal tenzij; principe van ontwikkelend beheer).

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

8/36

•

We stimuleren bestaande bouw en openbare ruimte door voorlichting, facilitering en subsidiering om de gewenste transities te realiseren. Verplichting is alleen aan de orde bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen.

1.4

Proces

Het PWR wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Het PWR wordt opgesteld door de groep Water, Riolering en Gemalen, afdeling Beheer Openbare Ruimte van organisatieonderdeel Stadsbedrijven. Voor het bepalen van de investeringsprojecten wordt nauw samengewerkt en afgestemd met de andere belangrijke gemeentelijke programma’s die invloed hebben op de openbare ruimte, zoals het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) en het Meerjaren Investeringsprogramma voor het beheer van de openbare ruimte (MJIP). Daar waar het gaat om het beïnvloeden van de andere eigenaren in Utrecht werken we vooral samen met de programma’s klimaatadaptatie, energie, circulair en groen. Daarnaast wordt bij diverse activiteiten uit het programma samengewerkt of afgestemd met de zuiveringsbeheerder (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerders (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat). Vaststelling van het Programma Water en Riolering is met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een bevoegdheid van het college. Het PWR wordt gelijktijdig met de Voorjaarsnota ter informatie aan de gemeenteraad aangeboden. In de jaarlijkse Verantwoording en het Duurzaamheidsverslag blikken we terug op het afgelopen jaar.

De geraamde kosten en kostendekkende tarieven in het PWR zijn richtinggevend. De hoogte van de rioolheffing wordt jaarlijks in de Verordening Rioolheffing gemeente Utrecht vastgelegd, welke gelijktijdig met de Programmabegroting door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Conform de gemeentelijke Participatie- en inspraak Verordening 2019 is de Visie Water en Riolering ter inzage gelegd, waarbij tevens voldaan is aan de procedure voor vaststelling Omgevingsvisie onder de Omgevingswet (3.4 Awb). Omdat het Programma Water en Riolering het uitvoeringsprogramma is van de Visie Water en Riolering en geen grote eigen beleidskeuzes bevat wordt het Programma niet ter inzage gelegd.

1.5

Leeswijzer

Het PWR is evenals de visie thematisch ingedeeld volgens de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. In de hoofdstukken 2 t/m 5 worden achtereenvolgens de belangrijkste activiteiten en daarvoor benodigde middelen op afvalwater, hemelwater, grondwateroverlast en oppervlaktewater beschreven. Per thema wordt ingegaan op de activiteiten dagelijks onderhoud, groot onderhoud, investeringen en beleid & onderzoek. Daar waar deze onderdelen meerdere thema’s betreffen zijn ze beschreven bij het thema waar de activiteit de meeste aansluiting heeft. Hoofdstuk 6 gaat in op de benodigde middelen (personeel en financieel) en de

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

9/36

gevolgen voor het rioolheffingstarief. De bijlage bevat een overzicht van de geplande rioleringsinvesteringen en de renovatieplanning gemalen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

10/36

2

Afvalwater

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de zuivering. Onder afvalwater verstaan we huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende vijf jaar en de financiële gevolgen daarvan. 2.1

Belangrijkste ontwikkelingen

De basis op orde We blijven ons beleid voortzetten om het beheer en onderhoud van onze riolen en rioolgemalen te verbeteren via kwaliteitsgestuurd beheer en het gebruik van data. Hiertoe hebben we in 2020 het Wateren rioleringsinformatiesysteem (WRIS) in gebruik genomen en sindsdien doorontwikkeld. Hiermee kunnen we het beheer en onderhoud baseren op alle beschikbare data en daarmee ons assetmanagement beter vormgeven. Momenteel stellen we voor alle assets nieuwe beheerplannen op die de basis vormen voor het onderhoudswerk wat moet worden uitgevoerd. Het beheerplan afvalwater is gereed sinds 2024. Het nieuwe beheerplan hemelwater ronden we naar verwachting in 2025 af. Ook reinigen en inspecteren we ons rioolstelsel meer als onderdeel van de invoering van kwaliteitsgestuurd beheer. Er wordt gewerkt aan de implementatie van een nieuwe applicatie voor het monitoren en besturen van onze gemalen op afstand. Een onderdeel van deze applicatie is een onderhoudsmanagement systeem waar onze aannemers het preventief en correctief onderhoud in kunnen registreren. We verwachtten dat dit systeem medio 2025 operationeel is. Tegelijkertijd vervangen we de modems, zodat de gemalen kunnen blijven communiceren als het 2G en 3G netwerk wordt uitgeschakeld. Voor verdere professionalisering zijn we gestart met het invoeren van een kwaliteitsmanagementsysteem.

Met het introduceren van kwaliteitsmanagement zetten we in op continu proces verbeteringen en maximale transparantie. Ook investeren we samen met onze aannemers in data- en systeemanalyse, zodat we nog meer inzicht krijgen in het functioneren van het systeem, de oorzaak van storingen en het effect van onderhoudsmaatregelen. Het in gebruik nemen van het vernieuwde rioleringsmeetnet, om beter inzicht te krijgen in het functioneren van het rioolstelsel in de gemeente Utrecht, is vertraagd en wordt naar verwachting in 2026 in gebruik genomen in plaats van in 2025.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

11/36

Inspelen op de groei van de stad Naar verwachting groeit de stad in de periode 2020-2040 met ongeveer 60.000 woningen, dat is gemiddeld circa 3.000 woningen per jaar2. De groei van de stad betekent dat het aanbod aan huishoudelijk afvalwater vanaf 2020 tot 2040 met circa 30% toeneemt, wat voornamelijk moet worden getransporteerd door het bestaande rioleringssysteem. Hoewel we in de Visie Water en Riolering hebben besloten om deze groei zoveel mogelijk op te vangen door hemelwater los te koppelen en lokaal te verwerken, moeten we bij elk groot onderhoud en vervanging de afweging maken in hoeverre we rekening moeten houden met toekomstige toename van afvalwater. Dit is met name bij groot onderhoud aan de grote rioolgemalen van belang, omdat er een grotere pompcapaciteit nodig kan zijn om in de toekomst veel meer afvalwater te verpompen. Gevolg kan zijn dat we in plaats van renoveren een gemaal beter volledig kunnen vervangen, om meer capaciteit te creëren en de toename in het aanbod in afvalwater op te vangen. Twee van de 18 hoofdgemalen zijn toe aan renovatie. Momenteel worden deze voorbereid. Volgens planning is de renovatie van gemaal Kanaalweg, waarbij we rekening houden met de groei van de stad en het aanbod van afvalwater, uiterlijk in 2026 gereed. Het gemaal op de Rio Brancodreef is naar verwachting in 2027 gereed.

Voor de overige hoofdgemalen is t/m 2027 onderzocht welke ingrepen er nodig zijn. Deze zijn opgenomen in de programmering tot en met 2028. Voor de jaren daarna moet opnieuw gekeken worden welke maatregelen er nodig zijn. Verder zetten we de aanpak voort om tien midi gemalen aan de Oudegracht te renoveren en toekomstbestendig te maken. In 2022 zijn we begonnen met het renoveren van de minigemalen, leidingwerk en besturingskasten. Ook deze aanpak zetten we voort. De verwachting is dat in 2029 alle 443 minigemalen aan de gewenste kwaliteit voldoen, zodat ons afvalwater op efficiënte wijze naar de zuivering wordt verpompt. Een overzicht van de programmering t/m 2029 is opgenomen op kaart in bijlage 1. In 2024 zijn we gestart met het opstellen van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW), de vervanger van het Basis Rioleringsplan (BRP) Het SSW geeft een overzicht van alle watersystemen die de gemeente Utrecht beheert, inclusief de bijbehorende assets. Het biedt inzicht in het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van deze water- en rioleringssystemen en laat zien waar de kwetsbaarheden zitten. Daarnaast worden de hydraulische effecten van zowel de verwachte demografische ontwikkeling (groei van de stad) als extreme neerslag op het bestaande systeem inzichtelijk gemaakt.

Op basis van dit inzicht besluiten we welke verbeteringsmaatregelen aan het wateren rioleringssysteem we de komende jaren moeten nemen. Deze informatie draagt bij aan het realiseren van een stad met een toekomstbestendig, robuust en veerkrachtig watersysteem. Het SSW wordt naar verwachting eind 2025 opgeleverd. Bij vaststelling van de Visie Water en Riolering is besloten om de groei van het afvalwateraanbod op de zuiveringen zoveel mogelijk te compenseren door vermindering van het aanbod aan hemelwater. In het SSW onderzoeken we hoeveel we minimaal moeten afkoppelen om de groei in het afvalwateraanbod op Het gemiddelde van 3.000 nieuwe woningen per jaar is de afgelopen jaren (2023 en 2024) niet is gehaald. We hebben de prognose voor de periode 2026-2030 daarom iets naar beneden bijgesteld. Tegelijkertijd is de verwachting dat productie van woningen vanaf of na 2026 weer wat toeneemt (MPR, 2024). 2

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

12/36

te vangen. Mocht door de groei van het afvalwater tot aan de volgende renovatie van de zuivering toch uitbreiding van de zuiveringscapaciteit nodig zijn, dan bekijken we samen met HDSR of we afvalwater tijdelijk elders of via tijdelijke verwerkingscapaciteitsuitbreiding kunnen opvangen. Specifiek voor de zuivering in Utrecht geldt dat het bij de volgende noodzakelijke renovatie van de zuivering onze intentie is de zuivering te verplaatsen naar een locatie die niet grenst aan woongebied. We zijn hiervoor samen met HDSR een locatieonderzoek gestart. Tot die tijd doen we geen investeringen in ons rioleringssysteem die volledige verplaatsing onmogelijk maken. Gemiddelde levensduur riolering We gaan zorgvuldig om met het beheer van onze assets in de openbare ruimte en monitoren daarom constant in welke staat ze verkeren. De kwaliteit van onze riolering blijkt op basis van uitgebreid onderzoek naar te accepteren risico’s en schadebeelden op basis van inspecties beter dan verwacht. Hierdoor lijkt de technische levensduur langer dan de 70 jaar waar we in de Visie Water en Riolering nu vanuit gaan. Dit is vanuit duurzaamheid en vanuit financieel oogpunt goed nieuws. Dit beeld is gebaseerd op actuele inspecties van ca. 30% van onze riolering. Deze inspecties geven ons ook een betere inschatting van de urgente rioolvervangingen die moeten plaatsvinden.

Hierdoor kunnen we gerichter preventief vervangen voordat het riool bezwijkt en er een onveilige situatie ontstaat. Voordat we met een definitief voorstel voor een nieuwe levensduur voor de riolering komen, voeren we de komende jaren extra inspecties uit in gebieden waar we nog onvoldoende schadebeelden hebben. De beschikbare gegevens geven ons echter al zoveel vertrouwen dat we vooruitlopend onze vervangingsinspanning gaan baseren op een gemiddelde levensduur van de riolering van 100 jaar. Om te voorkomen dat we vooruitlopend op het definitief vaststellen van een nieuwe gemiddelde levensduur de komende jaren onnodig onze vervangingsinspanning opvoeren, hanteren we in het Programma Water en Riolering 2026-2030 voorlopig een gemiddelde levensduur van de riolering van 100 jaar. Met deze levensduur is het de komende jaren niet nodig de rioolvervangingsinspanning verder op te voeren. We houden daarom de vervangingsinspanning de komende jaren op 8 km per jaar. Dit in afwijking van de Visie Water en Riolering, waarin een groei van de vervangingsinspanning voor riolering naar 18 km per jaar in 2035 was voorzien. In het nieuwe PWR is gepland om totaal 40 km te vervangen in een periode van 5 jaar, dit is 13 km minder dan beoogd op basis van de vervangingsstrategie uit de Visie Water en Riolering. De nieuwe vervangingsdoelstelling is weergegeven in tabel 2.1.

Tabel 2.1 Geprogrammeerde lengte te vervangen riolering periode 2026-2030 Geprogrammeerde lengte te vervangen riolering (km)

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

40,0

Vervangingsstrategie Het borgen van de veiligheid en functionaliteit heeft in de prioritering altijd voorrang. Bij hoge urgentie worden deze vervangings- of onderhoudsprojecten solo of alleen in combinatie met wegverharding opgepakt, omdat een bredere integrale aanpak te veel tijd kost waardoor de veiligheid en/of functionaliteit in het geding komt. Onveilige situaties worden te allen tijde met prioriteit aangepakt en

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

13/36

verholpen. Als vervanging vanwege veiligheid of functionaliteit minder urgent is, prioriteren we op basis van het principe “ongelijk investeren voor gelijke kansen”. Dit betekent dat gebieden met een lage SESscore prioriteit krijgen boven andere gebieden. Concreet betekent dit dat de focus voor het programmeren van rioolvervangingen inclusief wegverhardingen de komende jaren hoofdzakelijk in Kanaleneiland, Overvecht, Hoograven en Zuilen ligt. We hebben in de Visie Water en Riolering de strategie gekozen rioolvervanging te zien als een kans om het rioleringssysteem toekomstbestendiger te maken en tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatbestendigheid, circulariteit en het groener en meer natuurinclusief maken van de openbare ruimte. Omdat we de rioolvervangingsinspanning voorlopig niet verder laten stijgen, gaan we de komende jaren op minder plekken aan de slag dan in de visie voorzien. Als we de lijn van 8 km per jaar doorzetten tot 2050 vervangen we t/m 2050 nog maar de helft van de riolering (200 in plaats van 400 km) en daarmee halveert ook het af te koppelen en te ontharden oppervlak ten opzichte van wat we destijds in de Visie hebben voorzien. Dit betekent dat we minder hemelwater vasthouden en afkoppelen van de zuivering, we de stad minder snel klimaatbestendig maken en het langer duurt voor ons watersysteem circulair is.

We onderzoeken onder andere binnen het SSW wat nodig is om het effect van de lagere rioolvervangingsinspanning zoveel mogelijk te compenseren. Voor de vertaling van het vervangingsprogramma in concrete projecten stemmen we vanuit het principe van ontwikkelend beheer uitgebreid af met de programma’s stedelijke ontwikkeling, mobiliteit, groen en beheer openbare ruimte. Een overzicht van al onze investeringsprojecten is opgenomen op de kaart en in de tabel in bijlage I. Ook zijn de rioolvervangingsplanning en mechanische rioolvervangingsplanning digitaal te raadplegen en presenteren we onze investeringsprojecten in het Meerjaren Investeringsprogramma voor het beheer van de openbare ruimte (MJIP) 2026-2035. Zie bijlage II voor de investeringstabel overeenkomstig met de Programmabegroting. Planningsoptimisme We zien dat de uitvoering van integrale vernieuwingsprojecten, waar een deel van onze rioolvervanging onderdeel van is, achterblijft op de programmering. De afgelopen jaren hebben we maar ongeveer 60% van de geprogrammeerde kilometers riool vervangen. We hebben in de Visie Water en Riolering voor de uitdagende strategie gekozen om rioolvervanging enerzijds als onderdeel van integrale vernieuwingsprojecten uit te voeren en anderzijds het tempo van de vervangingen jaarlijks op te voeren.

We gingen destijds uit van een gemiddelde doorlooptijd van een integraal project van 4-5 jaar, waardoor het effect van de verhoogde programmering in 2024-2025 in de vervangingscijfers zichtbaar zou worden. De praktijk leert dat door allerlei factoren de doorlooptijd van integrale vernieuwingsprojecten momenteel 6-10 jaar bedraagt, waardoor het nog enkele jaren gaat duren voordat de vervangingscijfers stijgen tot de doelstelling van 8 kilometer per jaar. We zijn meerdere verbeteringsprojecten binnen de gemeente gestart om het gehele traject van programmering tot en met realisatie van openbare ruimte te versnellen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

14/36

Omdat we zien dat de realisatie van rioolvervangingsprojecten achterblijft op de programmering, passen we in lijn met het nieuwe gemeentelijke beleid met ingang van 2026 een correctie voor planningsoptimisme toe op het budget van de vervangingsinvesteringen riolering. Het budget dat we voor onze investeringen begroten, storten we jaarlijks in een aparte investeringsvoorziening. Omdat de vervangingsdoelstelling de afgelopen jaren is gestegen maar de realisatie achterblijft, neemt de hoogte van onze voorziening de laatste jaren toe (stand voorziening eind 2024: €32.2 miljoen). Om te voorkomen dat de voorziening verder blijft oplopen hebben we 40% minder budget voor de vervangingsinvesteringen riolering opgenomen in de begroting, oftewel voor maar 4,8 km in plaats van 8 km. Hierbij gaan we ervan uit dat we conform de afgelopen jaren in elk geval 60% van de geprogrammeerde kilometers zullen realiseren. Alles wat we meer realiseren dekken we uit de voorziening. Als de voorziening te snel gaat dalen stellen we het percentage voor het planningsoptimisme bij. Aanpassing eenheidsprijs rioolvervanging Daarnaast zijn we helaas genoodzaakt in de meerjarenraming de gemiddelde eenheidsprijs voor de vervangingsinvesteringen riolering van €2.000,- naar €2.400,- per strekkende meter riolering te verhogen. Deze stijging is het gevolg van 5% hogere engineeringkosten (30% i.p.v.

25%) vanwege de integrale uitvoering, een post van 10% voor risicoreservering en nader te bepalen bouwkosten samen en inflatiecorrectie voor 2025 en 2026. De posten risicoreservering en nader te bepalen bouwkosten werden voorheen niet in de eenheidsprijs meegenomen, maar blijken nodig om o.a. kosten voor archeologie en verkeersmaatregelen te dekken. We corrigeren voor twee jaar op inflatie omdat de eenheidsprijs vorig jaar niet is geïndexeerd, maar we nu zien dat dit alsnog nodig is. Het geprogrammeerde budget voor de rioolvervangingen is weergegeven in tabel 2.2. Inspelen op maatschappelijke opgaven Zowel in ons dagelijks beheer en onderhoud als het groot onderhoud en de investeringen blijven we waar mogelijk inspelen op maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, de energietransitie, de circulaire opgave en de vergroeningsopgave. De belangrijkste activiteiten die we hiervoor ondernemen zijn: • We volgen het gemeentelijke energie- en inkoopbeleid t.a.v. de energievoorziening voor ons wagenpark en onze rioolgemalen. • We streven naar het volledig ontvlechten van de afvalwater- en hemelwaterstroom bij de vervanging van onze rioolbuizen bij herinrichtingsprojecten (zie hoofdstuk 3 over hemelwater).

• We streven ernaar om op termijn alleen nog maar huishoudelijk afvalwater (of afvalwater wat qua samenstelling hiermee vergelijkbaar is) via het riool naar de zuivering af te voeren. Hemelwater houden we zoveel mogelijk vast op de plek waar het valt én gebruiken we daar nuttig. Hiermee sluiten we zowel de afvalwater als hemelwaterkringloop. Dit doen we vooral door zoveel mogelijk niet functionele verharding te vervangen door groen (zie hoofdstuk 3). • We volgen het gemeentelijke inkoopbeleid op het gebied van circulariteit en biodiversiteit en sluiten hiervoor aan bij het traject Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. • Om een duurzamer (meer circulair en fossielarm) water- en rioleringssysteem te realiseren bepalen we onze huidige milieu impact en brengen we maatregelen in kaart om deze te verlagen. Ook

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

15/36

•

verkennen we bij rioolvervanging welke objecten we kunnen hergebruiken en voeren onze aannemers werkzaamheden steeds vaker (gedeeltelijk) emissieloos uit. We streven ernaar in 2025, uiterlijk 2026, een nieuw afwegingskader te hebben voor het materiaalgebruik van onder andere rioolbuizen en kolken. Circulariteit is hierbij een belangrijk criterium. In 2024 zijn we gestart met het amfibievriendelijk maken van nieuwe kolken. Deze standaard nemen we in de eerstvolgende actualisatie op in het Handboek Openbare Ruimte (HOR) waardoor nieuwe kolken standaard amfibievriendelijk worden uitgevoerd. Daarnaast treffen we in bestaande kolken maatregelen op locaties waar amfibieën voorkomen (zie onderstaande foto’s). Om deze locaties in beeld te brengen en de best beschikbare oplossingen toe te passen zonder de water afvoerende functie van kolken te verminderen werken we nauw samen met de paddengroep in Utrecht (vrijwilligers).

Figuur 1.1 Bestaande kolken in Lunetten worden amfibievriendelijk gemaakt met hoekprofielen (Bron: Willemsen Infra BV)

2.2

Financiën

De begroting voor het thema afvalwater is opgenomen in tabel 2.2. Tabel 2.2 Kosten thema afvalwater 2026-2030 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2026 met uitzondering van 2025)

Afvalwater Activiteit

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Dagelijks onderhoud afvalwater

7,2

8,2

8,3

8,4

8,6

8,7

Vervangingsinvesteringen riolering

16,4

11,5

11,5

11,5

11,5

11,5

Vervangingsinvesteringen gemalen

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

Totaal

25,1

21,2

21,3

21,4

21,6

21,7

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

16/36

De stijging van 2025 naar 2026 in de post dagelijks onderhoud wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door inflatiecorrectie, areaalmutatie en meer reiniging & inspectie van onze riolen. Hoewel de eenheidsprijs voor rioolvervanging is verhoogd, is de post vervangingsinvesteringen riolering in 2026 fors lager ten opzichte van 2025 doordat we de rioolvervangingsinspanning niet verder laten groeien en we voor deze post een correctie van 40% voor planningsoptimisme doorvoeren. Dit geldt ook voor de jaren 2027-2030.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

17/36

3

Hemelwater

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig hemelwater. Hiertoe richten we ons zowel op het voorkomen van wateroverlast bij hevige neerslag als het vasthouden van hemelwater waar het valt om schade door droogte te voorkomen. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in.

3.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Voorkomen wateroverlast De uitgevoerde klimaatstresstest wateroverlast toont aan dat de openbare ruimte en het onderliggende hemelwatersysteem nog niet overal voldoen aan de doelstellingen voor wateroverlast zoals geformuleerd in de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is de afspraak gemaakt dat alle gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk 6-jaarlijks een DPRA-stresstest uitvoeren. De tweede DPRA-cyclus start in 2025 en volgt op de nieuwe KNMIklimaatscenario’s van 2023 en op de uitvoering van de bovenregionale stresstesten (uitgevoerd onder regie van het Rijk en de provincies) voor wateroverlast. Als onderdeel van het SSW is het rioolmodel geactualiseerd en verbeterd. Zodra dit is afgerond actualiseren we de stresstest wateroverlast en nemen we de aangewezen prioriteitsgebieden in de Visie Klimaatadaptatie opnieuw onder de loep. Door onvoldoende validatiegegevens is het lastig om te bepalen of de modelmatig aangetoonde kwetsbaarheid ook in praktijk ervaren wordt en de modellering dus representatief is. Indien we aanvullend op modelresultaten zien dat een prioriteitsgebied in de praktijk kwetsbaar is, onderzoeken we of doelmatige maatregelen mogelijk zijn om het risico op wateroverlast sterk te verminderen.

Zo lossen we bijvoorbeeld met de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg in 2025 een wateroverlastknelpunt op door de aanleg van een hemelwaterriool en een ondergrondse hemelwaterberging. Daarnaast beoordelen we bij elke rioolvervanging en andere ingrepen in de openbare ruimte of de kans op wateroverlast niet toeneemt en kijken we of we door een andere inrichting of het verminderen van verharding de kans op wateroverlast kunnen verkleinen en tegelijkertijd het regenwater kunnen vasthouden. Sinds 2021 nemen onze wateradviseurs actief deel aan alle gebiedsteams namens de groep water en riolering. Dit doen we om ervoor te zorgen dat er bij gebiedsontwikkelingen o.a. voldoende ruimte wordt vrijgemaakt om wateroverlast door zware buien te voorkomen. We sluiten hierbij aan op het nationale uitgangspunt, water- en bodemsturend gebiedsgericht werken. Om de doelstellingen uit de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie bij nieuwbouw te verplichten werken we bindende omgevingsplanregels uit. We streven ernaar deze in 2025, uiterlijk 2026, in het gemeentelijk omgevingsplan op te nemen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

18/36

Hemelwater vasthouden waar het valt Conform de doelstellingen in de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie zetten we in op het vasthouden van minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag op de plaats waar het valt. Dit doen we door zoveel mogelijk hemelwater te laten infiltreren in de bodem, in plaats van af te voeren via het riool. Hiermee ontlasten we het bestaande rioleringssysteem, en verminderen we de hoeveelheid rioolwater uit het gemengde riool dat overstort in ons oppervlaktewater, wat goed is voor de waterkwaliteit. Hiermee creëren we ook meer ruimte in de riolering en op de zuivering voor het opvangen van de toename in het aanbod van afvalwater, ten gevolge van de groei van de stad. Ook voorkomen we dat er relatief schoon water naar de zuivering wordt afgevoerd. Daarnaast vergroten we de sponswerking van de bodem door meer water vast te houden waar het valt, en voorkomen we schade tijdens drogere periodes. Gebiedsplannen In de openbare ruimte willen we het vasthouden van minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag op de plaats waar het valt bereiken door bij alle rioolvervangingen het volledig ontvlechten van het afvalwateren hemelwatersysteem als uitgangspunt te nemen. We werken gebiedsplannen uit waarin we in beeld brengen hoe het toekomstige rioleringssysteem er in elk gebied idealiter uit komt te zien.

Hierbij onderzoeken we waar we 90% van de jaarlijkse neerslag kunnen vasthouden waar het valt zonder grondwateroverlast te verergeren of te veroorzaken, nu en in de toekomst. Ook beoordelen we of het rioleringssysteem voldoende robuust en klimaatbestendig is in de nieuwe situatie en of het toekomstige afvalwateraanbod van de verwachte groei van de stad past op locatie. We stemmen deze plannen af met de waterschappen. Het gebiedsplan Overvecht is gereed. Momenteel werken we aan gebiedsplannen voor Zuidwest, Hoograven en Lage Weide. Door rioolvervanging waar mogelijk integraal en buurtgewijs te doen kunnen we gelijk de openbare ruimte hemelwaterbestendig inrichten. Particulier terrein 60% van het grondgebied binnen de gemeente Utrecht is in eigendom van derden. De opgave om in 2050 de stad klimaatadaptief te hebben ingericht, geldt ook hier. We verwachten daarom dat particulieren, bedrijven en maatschappelijke organisaties e.d. een bijdrage leveren aan het vasthouden en verwerken van hemelwater. Zoals in de Visie Water en Riolering beschreven is verplichting alleen aan de orde bij nieuwbouw en vervanging van gebouwen.

We stellen omgevingsplanregels op om bij nieuwbouw en grootschalige renovatie voortaan niet alleen te kunnen verplichten dat de inzameling van afval- en hemelwater wordt gescheiden, maar ook dat het hemelwater wordt afgevoerd via de voorkeursvolgorde3, waarbij minimaal 90% van de neerslag wordt vastgehouden en nuttig wordt gebruikt op het perceel of binnen de planlocatie. Bij bestaande gebouwen stimuleren we particulieren door voorlichting, facilitering en subsidiering om het hemelwater voortaan lokaal op eigen terrein te verwerken. We geven subsidie voor de aanleg van groenblauwe daken via de subsidieregeling groenblauwe daken, die in 2024 is vastgesteld ter vervanging van de oude subsidieregeling groene daken. Voor het ontharden, vergroenen en het 3 Zoals in de Visie Water en Riolering beschreven verwerken we het hemelwater dat we loskoppelen via de voorkeursvolgorde:

1) vasthouden op daken en in regentonnen en nuttig gebruiken, 2) op maaiveld infiltreren, 3) ondergronds infiltreren, 4) afvoeren naar oppervlaktewater en 5) afvoeren naar de rioolwaterzuivering.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

19/36

vasthouden van hemelwater op percelen van maatschappelijke voorzieningen is er de subsidieregeling groenblauw maatschappelijk vastgoed (voorheen subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed). Daarnaast is in 2025 de nieuwe subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen vastgesteld. Schoolpleinen kwamen voorheen al in aanmerking voor de subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed, maar deze regeling bleek niet door alle scholen te worden gevonden. De nieuwe subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen wordt uit de huidige financiële middelen voor de subsidieregelingen gedekt. Daarnaast geven we voorlichting en faciliteren we klimaatadaptief handelen met ons bewustwordingsprogramma Waterproof030 (o.a. onze eigen invulling van operatie Steenbreek). Eén van de doelen van Waterproof030 is eigenaren bereiken, bewustwording realiseren, handelingsperspectief bieden en faciliteren in het watervriendelijk inrichten van de directe omgeving met als doel het hemelwater nuttig te gebruiken en te verwerken op de plek waar het valt. Hierbij richten we ons op gebouwen, bedrijventerreinen, tuinen en openbare ruimte. Daarnaast willen we op plekken waar afvalwater en hemelwater nog via dezelfde leiding worden ingezameld het regenwater apart gaan inzamelen, het zogenaamde afkoppelen.

Als we dit laatste alleen doen bij rioolvervanging dan duurt het nog tot wel 100 jaar voordat we alle percelen hebben afgekoppeld. Een intensivering van het programma Waterproof030 is nodig om de overige percelen af te koppelen en eigenaren voorzieningen te (laten) treffen. Dit doen we door o.a. de tegeltaxi en de geveltuinburendag uit te bereiden, meer aandacht aan het NK-tegelwippen te besteden en de communicatie rond de subsidieregelingen voor groenblauwe daken, groenblauw maatschappelijk vastgoed en groenblauwe schoolpleinen te intensiveren. Hiervoor hebben we in de begroting vanaf 2025 structureel meer budget opgenomen voor Waterproof030. We werken momenteel een aanpak uit voor het afkoppelen van particulier terrein, waarmee we bij rioolvervangingsprojecten waar mogelijk de regenpijp van de voorzijde van aansluitende woningen afkoppelen. Extra inzet op het vasthouden en afkoppelen van regenwater Zoals in hoofdstuk 2 beschreven gaan we in de komende jaren minder kilometers riool vervangen dan in de Visie Water en Riolering is voorzien omdat de kwaliteit van de reeds geïnspecteerde riolering beter blijkt te zijn dan verwacht en hierdoor langer meegaat. Hierbij moeten we in acht nemen dat we pas zo'n 30% van ons rioolareaal hebben kunnen inspecteren.

Als we de lijn van 8 km rioolvervanging per jaar doorzetten tot 2050 vervangen we nog maar de helft van de riolering ten opzichte van de oude vervangingsstrategie. Als gevolg hiervan halveert bij ongewijzigd beleid ook het af te koppelen en ontharden oppervlak ten opzichte van wat we in de Visie Water en Riolering hebben voorzien. Dat betekent dat we minder snel klimaatbestendig worden en dat we de afvoer van regenwater naar de rioolwaterzuivering minder snel terugdringen. We werken de komende jaren de gevolgen voor onze ambities uit en op basis daarvan stellen we in overleg met het waterschap onze strategie en ambities bij voor de Visie Water en Riolering en Klimaatadaptatie Ook maken we nieuwe bindende afspraken met waterschap HDSR over de ontwikkeling van de afvoer naar de zuiveringen in de vorm van een nieuw afvalwaterakkoord.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

20/36

Als eerste stap verkennen we bij drie type lopende projecten wat er voor nodig is om binnen deze projecten nog meer regenwater vast te houden en te ontkoppelen: 1. Bij rioolvervangingsprojecten onderzoeken waar we mogelijk meer particulier terrein (de voorzijde van aangrenzende woningen) af kunnen koppelen én in de openbare ruimte meer nietfunctionele verharding kunnen vervangen door bomen en ander groen. Op basis van analyse van 8 lopende integrale projecten ontharden en vergroenen we nu per 100 meter rioolvervanging 340 m2. Daarnaast voegen we per 100 meter rioolvervanging gemiddeld 6 bomen toe. We zien dat het beschikbare budget in sommige projecten een belemmering is om meer te ontharden en te vergroenen. Om die reden nemen we in 2026 hiervoor wel eenmalig €1 miljoen op in de begroting (opgenomen onder de kostenpost reservering extra inspanning vasthouden hemelwater). Omdat een deel van de projecten die in 2026 in uitvoering gaan al voldoende budget heeft en omdat de verhoging van de eenheidsprijs voor rioolvervanging ook al een deel van de tekorten in de integrale projecten zal wegnemen, verwachten we dat €1 miljoen voldoende is. Op basis van de ervaringen in 2026 kunnen we de voorwaarden en gevolgen van deze financiering beter in beeld brengen en meenemen in keuzes met betrekking tot de kaders voor deze mogelijke financiering voor de lange termijn. 2.

We verkennen of we onze bijdrageregeling aan overige openbare ruimteprojecten voor het vasthouden van regenwater effectiever kunnen inzetten en kunnen verruimen. Voor de huidige bijdrageregeling is momenteel €1 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt nog niet volledig benut, daarom vinden we het niet nodig om hier voor 2026 al extra geld te reserveren. We streven ernaar om in 2025 nog een nieuwe regeling te laten vaststellen. 3. In onze aanpak van particulier terrein onderzoeken we of we de subsidieregeling groenblauwe daken kunnen verbreden voor het gehele particulier terrein. Hierin kijken we ook naar het stimuleren van ontharden/het planten van bomen en ander groen mee. Bij vaststelling van de nieuwe subsidieregeling groenblauwe daken in 2024 hebben we besloten om de regeling, na verder onderzoek, te verbreden door meer groen/blauwe maatregelen hierin mee te nemen en te kijken naar het gehele particuliere terrein. In 2025 werken we een voorstel voor deze verbreding uit. Inzet is om de verbreding van de regeling te realiseren binnen het bestaande budget voor de huidige groenblauwe subsidies. Doelstelling afkoppelen We streven ernaar via de inzet van Waterproof030, de bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten en de subsidieregelingen jaarlijks 5 ha te kunnen afkoppelen, bij voorkeur via vergroening.

Daarnaast streven we ernaar om per meter rioolvervanging minimaal 12,5 m2 (voorheen 10 m2) verharding af te koppelen. Op basis van 8 km rioolvervanging per jaar is het streven dan 10 ha verhard oppervlak per jaar af te koppelen. Zolang we de 8 km per jaar nog niet realiseren zullen we de doelstelling nog niet halen, zoals ook de afgelopen jaren geval was. Voor het afkoppelen via sloop-nieuwbouw hebben we geen concrete doelstelling opgenomen, omdat momenteel het inzicht en de data ontbreekt om hiervoor een goede inschatting te maken. Dit leidt tot de jaarlijkse afkoppeldoelstelling zoals weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.2 Doelstelling af te koppelen oppervlak 2026-2030

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

21/36

2026

2027

2028

2029

2030

Totaal

Via rioolvervangingen (ha)

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

50,0

Via bijdrageregeling en subsidieregelingen (ha)

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

25,0

Totaal (ha)

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

75,0

3.2

Financiën

De begroting voor het thema hemelwater is opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Kosten thema hemelwater 2026-2030 (bedragen in miljoenen euro’s, prijspeil 2026 met uitzondering van 2025)

Hemelwater Activiteit

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Waterproof030 Groenblauw subsidies (daken, maatschappelijk vastgoed en schoolpleinen) Bijdrageregeling niet rioleringsprojecten openbare ruimte Bijdrage terugbrengen Leidsche Rijn Reservering extra inspanning vasthouden hemelwater Totaal

0,6

0,7

0,8

0,8

0,8

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

0

0

0

0

0

0

1,0

0

0

0

0

3,5

3,6

2,7

2,7

2,7

2,7

De kosten voor het dagelijks onderhoud van de hemelwatervoorzieningen zijn dermate beperkt dat ze niet apart zijn toegedeeld. Ze zijn onderdeel van de begroting voor dagelijks onderhoud bij het thema Afvalwater. De kosten voor de genoemde onderzoeken worden gedekt uit het budget voor beleid & onderzoek. Voor intensivering van het Programma Waterproof030 hebben we vanaf 2025 structureel meer budget opgenomen in onze begroting. De kostenpost groenblauwe subsidies houden we gelijk, omdat we verwachten dat de €0,9 miljoen voldoende is om aan de vraag naar de subsidie te voldoen. Het subsidieplafond voor de subsidie groenblauwe daken en groenblauw maatschappelijk vastgoed blijft gelijk aan eerdere jaren, namelijk €0,7 miljoen voor groenblauwe daken en €0,3 miljoen voor maatschappelijk vastgoed. Het subsidieplafond voor de nieuwe subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen is €0,45 miljoen. Op de kostenpost reservering extra inspanning vasthouden hemelwater is in 2026 eenmalig €1 miljoen begroot om bij rioolvervanging extra particulier terrein af te koppelen en in de openbare ruimte meer niet-functionele verharding te vervangen door groen.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

22/36

4

Grondwateroverlast

De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om structurele grondwateroverlast te voorkomen. Onder structurele grondwateroverlast verstaan we zowel grondwateroverlast door te hoge als door te lage grondwaterstanden. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste activiteiten voor de komende 5 jaar. 4.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden Het optreden van grondwateroverlast wordt sterk bepaald door het weer. De grondwaterstanden komen het hoogst in winters met veel neerslag, zoals in de eerste maanden van 2024 evenals januari en het najaar van 2023. Volgens het KNMI was de periode 2 juni 2023 tot en met 31 mei 2024 de natste periode van 365 dagen ooit gemeten. Als gevolg van de vele neerslag ontvingen we in 2024 54 meldingen over grondwateroverlast. Het grootste deel van de meldingen betrof water in de kruipruimte door hevige neerslag begin januari. Een klein deel van de meldingen betrof bouwkundige gebreken in de vorm van kelders of souterrains die onvoldoende waterdicht zijn. Van de 54 meldingen was bij 29 meldingen het functioneren van de ontwatering in de openbare ruimte onvoldoende ten tijde van de melding. Het aantal meldingen waarbij de grondwateroverlast veroorzaakt wordt door te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte lag de afgelopen drie jaar een stuk hoger dan de jaren ervoor. Op de overlastlocatie Cremerstraat intensiveren we het beheer en onderhoud van het drainagesysteem en zetten we het onderzoek naar de overlast voort. Omdat de klimaatscenario’s van het KNMI aangeven dat de winters natter worden is dit thema een speerpunt voor de komende jaren en evalueren we ons grondwaterbeleid in aanloop naar de herziening van de visie.

We zullen als onderdeel van het Systeemoverzicht Stedelijk Water onderzoek doen en in kaart brengen of er eventuele investeringsmaatregelen genomen moeten worden. De invoering van de Omgevingswet maakt het mogelijk om de criteria voor grondwateroverlast ook vast te leggen in omgevingsplanregels. We gaan na of het zinnig is ten behoeve van nieuwbouwontwikkelingen om regels vast te leggen die ervoor zorgen dat bij nieuwbouw zodanig gebouwd en bouwrijp gemaakt wordt dat de kans op grondwateroverlast in de toekomst minimaal wordt. Bij het uitwerken van de gebiedsplannen kijken naar de effecten van extra infiltratie op de grondwaterstand, ook houden we rekening met de gevolgen van klimaatverandering op de grondwaterstand. Grondwateroverlast door te lage grondwaterstanden Grondwateronderlast ofwel schade en overlast door te lage grondwaterstanden is in Utrecht tot op heden geen groot probleem. De droge zomers van 2018 en 2022 hebben duidelijk gemaakt dat vooral het groen schade kan oplopen als de grondwaterstanden te ver uitzakken en de toplaag van de bodem

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

23/36

uitdroogt. Daarnaast zijn bij de gemeente de afgelopen jaren een handvol meldingen binnen gekomen over scheurvorming in panden als gevolg van de extreme droogte. Via het beleid om hemelwater vast te houden waar het gevallen is en het afkoppelen en ontharden door bijvoorbeeld de aanleg van infiltratieriolen en wadi’s stimuleren we de sponswerking van de stad. Hiermee bouwen we meer buffer op voor droge periodes. Het uitgebreide grondwatermeetnet helpt ons om dit te kunnen onderzoeken. We onderzoeken in de gebiedsplannen waar en hoe we in Utrecht hemelwater het beste kunnen infiltreren zo dat het vasthouden van hemelwater niet tot grondwateroverlast leidt. Waar nodig voor uitwerking van deze vraag in de gebiedsplannen breiden we het grondwatermeetnet verder uit. Omgaan met functies die invloed hebben op de grondwaterstand Functies die invloed hebben op de grondwaterstand zijn bemalingen, warmte koude opslag (wko) systemen, infiltratievoorzieningen en ondergrondse bouwwerken. Het beleid ten aanzien van de gevolgen van bemalingen en wko ligt bij respectievelijk de waterschappen en de provincie. De provincie is de vergunningverlenende instantie voor de wko systemen, de waterschappen voor bemalingen. Dit maakt het ingewikkeld om invulling te geven aan onze zorgplicht om structurele grondwateroverlast te voorkomen.

We werken daarom actief mee aan de beleidsnota Ondergrond, waarin beleid wordt opgenomen waarbij de belangen van alle functies in de ondergrond ten opzichte van elkaar worden gewogen. Met name het belang van infiltratie van hemelwater en het tijdelijk kunnen bemalen om riolering te kunnen vervangen versus het functioneren van ondiep geplaatste wko systemen zijn hierbij van groot belang.

4.2

Financiën

Voor het thema grondwateroverlast zijn de kosten voor dagelijks onderhoud en investeringen dermate beperkt dat ze niet apart worden toegedeeld. Ze zijn onderdeel van de begroting voor dagelijks onderhoud en investeringen bij het thema Afvalwater. Naar aanleiding van alle grondwateroverlastmeldingen in 2023 en 2024 brengen we de knelpunten in beeld en onderzoeken we of en waar investeringen gewenst zijn. Indien nodig nemen we hier bij de volgende actualisatie van het PWR in de toekomst investeringsbudget voor op. De kosten voor de genoemde onderzoeken worden gedekt uit het budget voor beheer en onderzoek.

Programma Water en Riolering Utrecht 2026-2030

24/36

5 Oppervlaktewater De gemeente heeft circa 250 km aan watergangen en 42 km aan duikers in onderhoud. We ondernemen een aantal activiteiten om de toestand van deze watergangen op orde te houden, te weten dagelijks beheer en onderhoud, groot onderhoud (baggeren), vervanging en verbetering van duikers en het verbeteren van de waterkwaliteit. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. 5.1

Belangrijkste ontwikkelingen

Dagelijks onderhoud, maaien en schonen Het maaionderhoud is in 2020 opnieuw voor meerdere jaren aanbesteed. Dit contract loopt tot en met 2026 door. Financieel is er alleen sprake van een inflatiecorrectie. Het gemeentelijke maaibeleid richt zich op het in stand houden en verbeteren van de biodiversiteit en het meer betrekken van de bewoners bij het maaibeleid. Deze ambitie geldt ook voor de oevers van watergangen en de watergangen zelf. Met name bij rietoevers zien we dat de wensen van bewoners en gebruikers sterk kunnen verschillen en om maatwerk vragen. Vooralsnog kunnen we hierop inspelen binnen de financiële kaders. Op de langere termijn willen we nog steeds samen met HDSR komen tot één aannemer in een wijk voor het maaionderhoud van alle watergangen. Dit verhoogt de kwaliteit en uniformiteit van het onderhoud, vermindert de overlast voor bewoners en zorgt naar verwachting voor lagere kosten. Groot onderhoud: baggeren De gemeente Utrecht is verantwoordelijk voor het onderhoud (baggeren) van ongeveer 250 kilometer aan watergangen. Deze watergangen worden in de regel iedere acht jaar gebaggerd met jaarlijks gemiddeld 31.000 m3 aan bagger. De meerjaren baggerplanning voorziet in de planning tot en met 2031.

Het verwerken van bagger is steeds duurder door de strengere regelgeving en het beperkte aantal verwerkingslocaties, waardoor de eenheidsprijs voor het baggeren van een kubieke meter slib in 2023 is verhoogd. Dit bedrag lijkt nu nog toereikend, daarom hebben we voor 2026 alleen een inflatiecorrectie toegepast. Waar mogelijk verwerken we bagger zo veel mogelijk ter plaatse. Lokaal verwerken van de baggerspecie kan alleen als deze niet vervuild is en het gebied geschikt is voor het ontvangen van bagger, waardoor we geen langdurige negatieve effecten verwachten. Het lokaal verwerken van bagger in plaats van de bagger afvoeren is de meest kostenefficiënte oplossing met zo min mogelijk koolstofdioxide (CO2) uitstoot. Voor het afvoeren van bagger zijn veel zware verkeersbewegingen nodig en dat zorgt voor een hogere CO2 uitstoot en de nodige overlast in een wijk. De gemeente Utrecht heeft de ambitie een circulaire stad te zijn in 2050. Daarom onderzoeken we hoe we bagger zo circulair mogelijk kunnen verwerken. Momenteel verwerken we bagger ongeveer als volgt: 1) Verwerken op de kant waar mogelijk (dus zoveel mogelijk op zijn plek houden): circa 20%;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1e7f9150-867a-46ce-ac06-bdaa291a8066