CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak Deelmobiliteit.docx.pdf

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 24 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Actuele Ontwikkeling Anders Reizen12.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

III. Stimuleren van gebruik Om in stappen toe te groeien naar de ambitie (zie hoofdstuk 3) stimuleren we het gebruik van deelmobiliteit. Stimuleren kan door enerzijds deelaanbod aantrekkelijker te positioneren dan privéauto’s (zie actielijn II), en anderzijds beleid aan te scherpen (zie randvoorwaarden in hoofdstuk 2). Daarnaast zetten we in op de volgende richtingen: • Het uitvoeren van onderzoek om zicht te krijgen op vraag(ontwikkeling), behoeften en wensen van doelgroepen • Het inzetten van communicatie om voordelen en aanbod breed onder de aandacht te brengen • Het op verandermomenten aanbieden van probeeraanbod om de drempel voor (nieuw) gebruik zo laag mogelijk te maken

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

23/32

•

Het faciliteren en belonen van bewonersinitiatieven om afstand te doen van privéauto’s en voertuigen te delen.

** Benodigd budget afhankelijk van externe bijdragen en/of vervolg nog onzeker

Het uitvoeren van onderzoek om zicht te krijgen op vraag(ontwikkeling), behoeften en wensen van doelgroepen 1. LOPEND We monitoren de toename van het gebruik van alle vormen van deelmobiliteit via de tweejaarlijkse Inwonersenquête. (zie ambitie en actielijn IV, actie 2). En we verzamelen inzichten over gebruik van deelmobiliteit via enquêtes die de aanbieders uitzetten. Dit is een eis in het vergunningstelsel voor deeltweewielers. Specifieke doelgroepen bevragen we via enquêtes en aanvullend organiseren we focusgroepen/gesprekken waar relevant. 2. KORTE TERMIJN De genoemde acties, gecombineerd met de andere acties gericht op III. Stimuleren vraag Lopend Uitvoeren onderzoek (1) Monitoren gebruik t.b.v. zicht op vraag(ontwikkeling) deelmobiliteit en verzamelen inzichten over gebruik via

Korte termijn (2023-2024)

Straks (2025-2028)

(2) Opstellen gebruikers-profielen t.b.v. gerichtere acties

aanbieders. Het inzetten van communicatie

(3) Brede communicatiecampagne (3) Mogelijk vervolg van de t.b.v. bewustwording

campagne uit 2022**

(4) Aanpassen van de website van (6) Diverse initiatieven op het

Aanbieden probeeraanbod op ‘slimme verandermomenten’

gemeente Utrecht

terrein van communicatie

(5) Ontwerp landelijke uniforme

(7) Centraal informatiepunt voor

identiteit voor deelmobiliteitshubs

bewoners

(8) Probeertegoed eerste gebruik (i.c.m. campagne; actie 4) (10) Pilot probeeraanbod

(11) Pilot probeeraanbod

verandermomenten leven

verandermomenten stad

(9) Pilot probeeraanbod voor

(12) Stimuleringsacties

omwonenden plaatsing

specifieke doelgroepen

(13) O.b.v. resultaten permanent inrichten tegoeden

Het faciliteren bewonersinitiatieven

(14) Arrangement vervanging

(15) Stedelijke opschaling

privéauto en leefbaarheid

bewonersarrangement(en)

monitoring en evaluatie en data over gebruik (zie actielijn IV) zetten we in om scherp in beeld te krijgen welke specifieke gebruikersprofielen er zijn om onze acties gerichter en daarmee effectiever in te zetten. Zo kunnen we ook onderscheid maken tussen doelgroepen, buurten in

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

24/32

de stad, type deelvervoer en de relatie met het autobezit (geen, één of twee auto’s). Zie bijlage 1 voor een eerste aanzet. Het inzetten van communicatie om voordelen en aanbod breed onder de aandacht te brengen 3. LOPEND In de eerste helft van 2022 voeren we een brede communicatiecampagne uit (“Blij dat ik deel”). Een eerste ‘flight’ (Q1) richt zich op het vergroten van het bewustzijn over (de voordelen van) deelmobiliteit. Een tweede ‘flight’ (Q2) richt zich op het aanzetten tot het (eerste) gebruik, in combinatie met een probeeraanbod (zie actie 9). 4. LOPEND De communicatiekanalen (o.a. website en wijkberichten over herinrichting) van gemeente Utrecht passen we aan om inwoners wegwijs te maken in deelmobiliteit. We maken het aanbod in de stad goed zichtbaar en het kostenvoordeel inzichtelijk. 5. LOPEND We werken samen met de andere grote steden, het ministerie van IenW en diverse provincies aan een ontwerp voor een landelijke uniforme identiteit voor deelmobiliteitshubs. We toetsen dit ontwerp op een aantal voorbeeldlocaties (o.a. hub Parkeergarage Vaartsche Rijn). De intentie is om deze identiteit door te voeren voor alle buurt- en wijkhubs in de openbare ruimte (zie actielijn II, acties 3 en 4) en de gemeentelijke parkeergarages, maar ook zoveel mogelijk digitaal (o.a. MaaS-apps). 6. KORTE TERMIJN We nemen diverse initiatieven op het terrein van communicatie.

We ontwikkelen een ‘message house’ zodat in alle communicatie een eenduidige boodschap wordt gecommuniceerd. We besteden voortdurend aandacht aan het onderwerp deelmobiliteit op social media. Dit is een goede manier om continu het onderwerp onder de aandacht te brengen. We onderzoeken of het onderwerp voldoende inhoud heeft om er een apart kanaal (zoals Utrecht Fietst) voor in te richten of dat we dat via de bestaande kanalen van de gemeente doen. 7. KORTE TERMIJN We richten een centraal (digitaal) informatiepunt in over deelmobiliteit voor bewoners; deelvervoer@utrecht.nl. Vragen via dit punt geven inzichten die bijdragen aan de aanscherping van teksten op de website, antwoorden op veelgestelde vragen en lopende projecten. Bij het informatiepunt kunnen mensen ook terecht met klachten over deelmobiliteit. Verzoeken over aanbod in buurten en wijken worden behandeld in het loket om parkeerplekken op te heffen. Het aanbieden van probeeraanbod om de drempel voor (nieuw) gebruik zo laag mogelijk te maken, zoveel mogelijk op ‘slimme verandermomenten’ 8. LOPEND Onderdeel van de brede communicatiecampagne (zie actie 3) is het verleiden van bewoners tot eerste gebruik van een deelvoertuig. Daartoe bieden we een probeertegoed van €40,- per persoon aan, zodat (ca. 2.000) inwoners laagdrempelig en goedkoop of gratis gebruik kunnen maken van het aanbod. 9.

KORTE TERMIJN We ontwikkelen een (pilot) probeeraanbod voor omwonenden bij de uitbreiding van betaald parkeren in samenspel met de plaatsing van nieuwe deelvervoermiddelen in die gebieden. 10. KORTE TERMIJN In co-creatie met aanbieders formuleren en lanceren we een (pilot) probeeraanbod gekoppeld aan verandermomenten in het leven van bewoners. Dit zijn momenten waarop bewoners bewust nadenken over hun reisgedrag. In eerste instantie voor een jaar en mogelijk na effectmeting met een langere looptijd. De meest kansrijke verandermomenten waar de gemeente een duidelijke rol in speelt zijn verhuizing (naar en binnen de gemeente) en het behalen van het rijbewijs. 11. STRAKS We ontwikkelen een (pilot) probeeraanbod gekoppeld aan verandermomenten van de stad, omdat op deze momenten reispatronen en -routines tijdelijk worden doorbroken en

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

25/32

bewoners bewust nadenken over reisgedrag. Meest kansrijke verandermomenten: herinrichting van de openbare ruimte (bijv. verwijderen van parkeerplaatsen), bouw- en wegwerkzaamheden, plaatsen van laadinfrastructuur, invoering van vergunningplicht, verhoging van de parkeertarieven en uitbereiding van de milieuzone. We zetten deze actie in eerste instantie in voor één jaar en mogelijk na effectmeting voor een langere looptijd. Een voorbeeld waar we dit toepassen is de herinrichting van de Westelijke Stadsboulevard. 12. STRAKS We nemen het initiatief tot gesprekken met aanbieders om (tijdelijke) stimuleringsacties gericht op specifieke doelgroepen te ontwikkelen, zoals Utrechters met een laag inkomen. We verkennen bijvoorbeeld of het zinvol en haalbaar is om een speciale tariefstelling voor U-pas houders te hanteren. We vragen aanbieders onder welke condities zij deze stimuleringsacties kunnen inrichten. Te denken valt aan tijdelijke acties voor onderwijzers of mensen in de zorg. Stimuleringsacties voor werkgevers en werknemers is in de eerste instantie een verantwoordelijkheid van Goedopweg. 13. STRAKS en LATER We onderzoeken of het zinvol en haalbaar is om een structureel pakket van stimuleringsmaatregelen te ontwerpen op basis van de inzichten van de korte termijn stimuleringsregelingen.

Te denken valt aan (maandelijkse) tegoeden voor bepaalde doelgroepen, of het permanent inrichten van een succesvol gebleken probeeraanbod. Het faciliteren en belonen van bewonersinitiatieven om afstand te doen van privéauto’s en voertuigen te delen. 14. KORTE TERMIJN Het ontwikkelen van één of meerdere (bewoners)arrangementen met de mogelijkheid parkeerplaatsen in te ruilen voor deelmobiliteit in de straat in combinatie met bijvoorbeeld meer groen, straatmeubilair of verblijfsruimte. Groepen bewoners (straten) kunnen we op deze manier verleiden om gemakkelijker de overstap te maken van privévervoer naar gedeeld vervoer. Tegelijkertijd verbetert hiermee de leefkwaliteit door het opheffen van parkeerplaatsen en terugbrengen van andere functies in hun directe woonomgeving, in lijn met de ambitie van de coalitie om jaarlijks 0,5 – 1% van de parkeerplekken in de stad op te heffen. De arrangementen worden getest in een beperkt aantal pilots in Utrechtse straten. Uiteindelijk moeten bewoners die hiervan gebruik willen maken hun aanvraag kunnen doen via een toegankelijk (leefbaarheids)loket (conform voornemen Coalitieakkoord 2022-2026). 15. STRAKS en LATER Op basis van de leerervaringen in de pilots worden de arrangementen doorontwikkeld, met als doel om uiteindelijk te komen tot stedelijke opschaling, waarbij de gemeente één of meerdere standaard arrangementen structureel aanbiedt.

IV. Borging in de gemeentelijke organisatie Deelmobiliteit is een relatief nieuwe manier van verplaatsen. Dat zien we ook terug in hoe deelmobiliteit momenteel binnen de gemeente Utrecht is georganiseerd. Om ervoor te zorgen dat deelmobiliteit wordt gezien als een duurzame, gemeenschappelijke opgave, is het noodzakelijk om de hele gemeentelijke organisatie mee te nemen. De organisatie moet ook qua kennis en capaciteit toegerust zijn op groei van deelmobiliteit in de stad. We zetten in op de volgende actierichtingen:

• • • •

Het organiseren van monitoring en evaluatie van aanbod, gebruik en projecten Het organiseren van betrokkenheid/medewerking van interne stakeholders Het ontwikkelen en stroomlijnen van procedures en werkprocessen Het organiseren van een goede en efficiënte samenwerking met externe partners

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

26/32

IV. Borgen organisatie Lopend Organiseren van monitoring en evaluatie Organiseren van medewerking van interne stakeholders Ontwikkelen en stroomlijnen procedures en werkprocessen

Organiseren samenwerking met externe partners

Korte termijn (2023-2024)

Straks (2025-2028)

(1) Dashboard met informatie over (2) Opstellen monitoringsplan, aanbod en gebruik

verkennen plan enquête

(3) vastleggen wijze van

(4) Vergroten betrokkenheid

samenwerking

binnen organisatie

(5) We stroomlijnen procedures en (7) Toolkits met werkprocessen

communicatieproducten (8) Werkstroom toetsen van

(8) Toetsen van plannen van

plannen van ontwikkelaars

ontwikkelaars

(9) Leveren bijdrage aan landelijke (12) Verbeteren samenwerking netwerken rondom deelmobiliteit

aanbieders

(10) Stimuleren regionale

(13) Inbreng lessen/ervaringen

(13) Inbreng lessen/ervaringen in

opschaling deelmobiliteit en MaaS

in nieuwe OV-concessie (PU)

nieuwe OV-concessie (PU)

(11) Gemeenschappelijk toegepast onderzoek

Het organiseren van monitoring en evaluatie van aanbod, gebruik en projecten 1. LOPEND We gebruiken een dashboard met relevante informatie over het aanbod en gebruik van deelmobiliteit in Utrecht. Input hiervoor is de daartoe ontwikkelde datastandaard (zie actielijn II actie 5, CDS-M). Dit geeft managementinformatie (aantal voertuigen, gemiddeld gebruik per dag, etc.) weer. Daarnaast geeft het (geografische) inzichten die we kunnen gebruiken voor verdergaande beleidsvorming, handhaving/regulering en contractmanagement. Om dit in de praktijk te toetsen (inclusief de juiste afspraken over dataverwerking en privacy) voeren we een proef uit in samenwerking met andere grote gemeenten. 2. KORTE TERMIJN We stellen een monitoringsplan op waarmee we het effect van de acties in dit plan en de voortgang van onze ambitie meten. Deze gegevens gebruiken we voor beleidsvorming, bijsturing en verantwoording richting onder andere de Raad in de vorm van een jaarlijkse rapportage over deelmobiliteit. Bovendien verkennen we de mogelijkheid voor het uitvoeren van een extra enquête over (deel)mobiliteit onder Utrechters (zie hoofdstuk 3). Het organiseren van betrokkenheid/medewerking van interne stakeholders 1. LOPEND We ontwikkelen werkprocessen waarin de wijze van samenwerking is vastgelegd.

We denken hierbij aan een procedure voor de structurele betrokkenheid van de verantwoordelijken bij de plaatsing van deelmobiliteit op straat en de naleving/het voorkomen van overlast. 2. KORTE TERMIJN We dragen de ambitie op het terrein van deelmobiliteit en voorgenomen acties in dit plan uit via diverse gemeentelijke kanalen en via interne media. Zo vergroten we de betrokkenheid. Daarnaast verkennen we de mogelijkheid en meerwaarde van: • het inzetten van ‘ambassadeurs’ als linking-pin binnen diverse organisatieonderdelen;

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

27/32

• •

het organiseren van een ‘deelmobiliteitstafel’, waarin vertegenwoordigers van de belangrijkste interne stakeholders zitten; een nadere oriëntatie op de mogelijkheden waarop de gemeente het goede voorbeeld geeft richting de samenleving voor wat betreft het gebruik van deelmobiliteit.

Het ontwikkelen en stroomlijnen van procedures en werkprocessen 3. LOPEND We stroomlijnen (operationele) procedures en (werk)processen, en communiceren daarover, zowel in- als extern. Deelautoaanbieders hebben behoefte aan snelle en transparante procedures, bijvoorbeeld ten aanzien van het aanvragen van een parkeervergunningen en laadpalen. Aanbieders van deelfietsen en -scooters hebben eveneens behoefte aan heldere procedures en snel schakelen met de gemeente voor het plaatsen van deeltweewielers in de openbare ruimte. Hiertoe ondernemen we de volgende acties: • we onderzoeken hoe we bestaande procedures en werkprocessen efficiënter kunnen inrichten en het tempo van o.a. vergunningverlening kan worden versneld; • we verkennen of het haalbaar en wenselijk is om de aanvraagprocedures voor laadpalen en voor deelauto parkeervergunningen beter op elkaar af te stemmen of (deels) te integreren; • we beschrijven taken en verantwoordelijkheden en werkprocessen, en verspreiden deze, bijvoorbeeld via intranet. Dit doen we in afstemming met andere betrokken onderdelen; 4.

KORTE TERMIJN Om deelmobiliteit goed te laten landen bij interne en externe stakeholders (zie ook actielijn III, actie 7) ontwikkelen we toolkits met communicatieproducten die we verspreiden via diverse kanalen, onder meer: • beschrijvingen van procedures/werkprocessen in relatie tot deelmobiliteit; • woordvoeringslijn en Q+A’s ten behoeve van communicatie wethouder; • factsheets over voordelen van deelmobiliteit, aantal voertuigen, gebruik; en • een communicatie- / participatieleidraad bij plaatsing deelvoertuigen. 5. KORTE TERMIJN en STRAKS We richten een permanente werkstroom in voor het beoordelen van mobiliteitsbeheerplannen bij bouwontwikkelingen, het monitoren en toetsen van de plannen en inzet van het Bereikbaarheidsfonds. • In het Mobiliteitsbeheerplan (Parkeervisie) neemt de initiatiefnemer op hoe mobiliteit voor een bouwontwikkeling duurzaam en langdurig wordt geregeld. De (juridisch vastgelegde) afspraken met mobiliteitsdienstverleners zijn hierin opgenomen, onder andere over de kwaliteit en flexibiliteit van het mobiliteitsaanbod. De procedure voor het toetsen van mobiliteitsbeheerplannen moet nog worden uitgewerkt. Vanuit deelmobiliteit denken we hierover mee. Daarnaast toetsen we mobiliteitsbeheerplannen. • In de Parkeervisie wordt een op te richten Bereikbaarheidsfonds geïntroduceerd.

Ontwikkelaars moeten een bijdrage doen aan dit fonds wanneer niet alle parkeerplaatsen (uitgaande van de parkeereis) aangelegd worden en geen alternatief wordt geboden. Met dit fonds dragen we bij aan alternatieve mobiliteitsoplossingen, zoals bestaande of geplande gemeentelijke deelhubs. Dit kan versnippering en niet efficiënte oplossingen voorkomen mits dit op gebiedsniveau wordt geregisseerd en bekostigd. Vanuit deelmobiliteit denken we hierover mee. Het organiseren van een goede en efficiënte samenwerking met externe partners 6. LOPEND We leveren een actieve (personele en financiële) bijdrage aan landelijke netwerken zoals Natuurlijk Deelmobiliteit en het vervolg op City Deals en Green Deals. Hierin staat gezamenlijke kennisdeling en –ontwikkeling en het standaardiseren en harmoniseren van beleid(instrumenten) centraal. Ook vragen wij in deze en andere verbanden zoals de G4

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

28/32

aandacht voor de gevolgen van marktordening met als doel hier samen een marktordening te ontwikkelen die zoveel mogelijk publieke belangen dient. 7. LOPEND We stimuleren de regionale samenhang van deelmobiliteit en MaaS om toe te werken naar een regionaal dekkend netwerk. We doen dit via een bijdrage aan (de uitvoering) van het regionale uitvoeringsprogramma deelmobiliteit en MaaS van Goedopweg en we zoeken samenwerking met omliggende gemeenten om enkele ritten in de regio mogelijk te maken. 8. LOPEND We verstevigen structurele samenwerking om toegepast onderzoek te doen naar deelmobiliteit (in de regio). In dit kader zijn we in 2021 toegetreden tot een consortium met de Hogeschool Utrecht, het Kennisinstituut voor Mobiliteit (KiM), de Provincie Utrecht en Goedopweg, op het thema Slimme en Duurzame Mobiliteit. 9. KORTE TERMIJN We willen de samenwerking met de aanbieders versterken en verder brengen dan de operationele processen. Tegelijkertijd zijn er een aantal thema’s die een delicate balans vragen tussen overheid en markt, hierin willen samen met de markt toewerken naar regulering en werken aan innovaties en oplossingen. Met de komst van het nieuwe samenwerkingsmodel voor deelauto’s zullen we samen met deelautoaanbieders een overeenkomst tekenen om de samenwerking vast te leggen. Reguliere bijeenkomsten en werkgroepen rondom bepaalde thema’s zijn hier onderdeel van.

Met de andere aanbieders van deelmobiliteit inventariseren we welke behoefte zij hebben omtrent het samenwerkingsproces en reguliere bijeenkomsten. 10. KORTE TERMIJN en STRAKS We blijven in gesprek met de Provincie Utrecht over onze inzichten en opgedane ervaringen met deelmobiliteit voor doelgroepen met een smallere beurs met het doel om te onderzoeken of en hoe deelmobiliteit – bijvoorbeeld als een soort aanvullend OV – een plek moet krijgen in de nieuwe OV-concessie (2025).

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

29/32

BIJLAGE 1: Deelmobiliteitsaanbod, potentie en acties per gebiedstype We willen graag de acties organiseren rondom specifieke gebruikersprofielen, onderscheid maken tussen type doelgroep en relatie met het autobezit om de acties gerichter in te zetten. Daarvoor is meer inzicht in de gebruikers, toekomstige gebruikers, gebruik en de correlatie met het type wijk nodig. In het plan van aanpak zetten we in op het vergaren van data en inzichten door te leren van wat we doen (goede monitoring en evaluatie), data van aanbieders te verzamelen en meer grip te krijgen op vraagontwikkeling en behoeften van de verschillende doelgroepen. In de tabel hieronder maken we een eerste aanzet tot het combineren van gebiedstypes, bewoners, autobezit, aanbod en acties. Gebiedstype (Autobezit, parkeerzone, ruimte, doelgroepen)

Passend aanbod per doelgroep (in gebiedstypen)

Potentie deelmobiliteit (Kansen & risico’s)

Selectie acties gericht op verzilveren potentie of beheersing/wegnemen van risico’s

Binnenstad + centrumgebieden Jaarbeurs, USP en Leidsche Rijn Centrum

Bezoekers en Kansen: o forenzen: o Last mile vervoer voor forenzen en incidentele reizigers. o Deelfietsen Deelmobiliteit (zichtbaar, o Deelscooters o Last mile vervoer (voor herkenbaar) plaatsen op de regio) o overstappunten (OV-hubs) in Autobezit: laag een ketenreis (deelauto’s in (ca. 0,3/0,4) Bewoners: o garages). Vergunningplicht (A- o Deelauto zone) o Deelbakfietsen Risico’s: Hoge druk op o Deelscooters o Substitutie lopen en fietsen, de openbare ruimte Voor de incidentele rit vergroting druk openbare ruimte o Veel bezoekers aan die niet met eigen fiets door stallen deeltweewielers in of ov wordt gemaakt retail, horeca, de openbare ruimte. evenementen. o Bewoners ontnemen van o alternatieven voor de incidentele Veel alleenstaanden, reis bij uitsluiten van deze zones studenten, starters. voor bepaalde typen deelvervoer

Plaatsing aanbod rondom OVknopen, actielijn II actie 3 en 5 Croeselaan, Vaartsche Rijn Acties gericht op bezoekers en forenzen, actielijn II actie 18 Inzet op Mobility-as-a-service, actielijn II actie 9 en 10 Bewoners bij bouw- en andere werkzaamheden verleiden tot parkeren op afstand i.c.m. aanbod deelmobiliteit actielijn III, actie 11. Beter organiseren van deeltweewielers in de openbare ruimte actielijn I, actie 5 en 6. Meer ruimte voor deelmobiliteit bij herinrichtingsprojecten (UPP4projecten), actielijn II actie 22

De vooroorlogse wijken Voorbeelden: Oost, Rivierenwijk, Lombok

Pilots met buurthubs, zie actielijn II actie 3, 4 Ontwikkelen bewonersarrangement(en), verwijderen parkeerplaatsen, plaatsing deelmobiliteit en investeringen in leefbaarheid, zie actielijn III actie 14 Faciliteren van bewoners die auto’s willen delen, zie actielijn II actie 26 Bij plaatsing nieuw aanbod omwonenden verleiden met een probeeraanbod, zie actielijn III actie 9 Meer ruimte voor deelmobiliteit bij herinrichtingsprojecten (UPP4projecten), actielijn II actie 22

Bezoekers en forenzen: o Deelfietsen o Deelscooters Beschikbaar voor de retourreis (naar een Autobezit: gemiddeld knooppunt) (ca. 0,5/0,6) Grotendeels Bewoners: vergunningplicht (B- o Deelauto zone) o Elektrische Weinig openbare deelfietsen ruimte, krappe o Deelbakfietsen straatprofielen, o Deelscooters smalle stoepen en in Voor de incidentele rit een aantal straten die niet met eigen fiets of ov wordt gemaakt. geconcentreerde retail. Veel kleine huishoudens, studenten, hogere inkomens.

Kansen: o Bewoners verleiden afscheid te nemen van autobezit en het faciliteren van een blijvende autoluwe leefstijl. o Clustering van deelmobiliteit op een slimme plek in hubs i.c.m. leefruimte door verwijderen parkeerplaatsen. o Behoefte onder doelgroep hoogopgeleide bewoners die incidenteel auto nodig hebben, maar niet eraan gehecht zijn, tevens huishoudens die interesse hebben vanuit duurzaamheid of kostenbesparing. o Uitbreiding zone vergunningplicht/betaald parkeren koppelen aan gerichte communicatie en evt. probeeraanbod/korting.

o

De naoorlogse wijken Voorbeelden: Kanaleneiland, Overvecht

Kansen: o Bewoners verleiden afscheid te nemen van de tweede auto en toevoegen van vervoersopties. o Uitbreiding zone vergunningplicht/betaald parkeren koppelen aan gerichte

o

Bezoekers en forenzen: o Deelfietsen o Deelscooters Beschikbaar voor de retourreis, opvangen

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

o

o

o

o

o

Campagne & probeeraanbod, actielijn III acties 3 en 8 Toegepast onderzoek naar belemmeringen doelgroep, zie actielijn II actie 14 en 16

30/32

Autobezit: gemiddeld (ca. 0,6/0,7) Over het algemeen geen vergunningplicht Veel gestapelde bouw met veel openbare ruimte en groen en geconcentreerde winkelcentra in het hart. Gemengde huishoudens, potentiële vervoersarmoede.

korte binnen stedelijke ritten.

communicatie en evt. probeeraanbod/korting.

o

Bewoners: Risico’s: o o Deelauto o Aanbieders zien geen businesscase en daarom blijft o (Elektrische) aanbod achter. o deelfietsen o Deelbakfietsen o Een deel van de bewoners heeft een laag inkomen. Deze groep o Deelscooters kan de commerciële prijs voor Voor de incidentele rit deelmobiliteit niet betalen. die niet met eigen fiets o Deelmobiliteit is vaak ook geen of ov wordt gemaakt. optie door factoren gerelateerd aan vervoersarmoede (gebrek aan vaardigheden, culturele belemmeringen, etc.).

Buitenwijken/VINEX- Bezoekers en wijken: Leidsche forenzen: Rijn, Vleuten-De o Elektrische Meern deelfietsen o Deelscooters Autobezit: hoog Beschikbaar voor de (ca. 0,8/0,9). retourreis, opvangen Veel tweede korte binnen stedelijke autobezit (30-40%). ritten. Geen vergunningplicht. Bewoners: VINEX-wijken met o Deelauto (op een lage afroep) bebouwingsdichtheid, o Elektrische ruime straatprofielen, deelfietsen functiescheiding. o Deelbakfietsen Gezinnen, autoAls vervanging voor de georiënteerd. tweede auto of autorit naar het centrum

Kansen: o o Bewoners verleiden afscheid te nemen van de tweede auto en toevoegen van vervoersopties als alternatief voor gebrek aan o fijnmazig ov. o Inzet van e-deelbakfietsen ter vervanging van tweede auto’s (bijv. t.b.v. vervoer kinderen naar o sportclub) o Inzet van e-deelfietsen als alternatief voor grotere fietsafstanden tussen Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern en binnenstad, Oost en USP.

Pilots buurthub Krachtstation, koppeling U-pas, zie actielijn II actie 14 en 17 Actie gericht op wegnemen onrendable top/onrendabel aanbod, zie actielijn II actie 16 Inzet op onderling autodelen, zonder tussenkomst van een platform of winstoogmerk, zie actielijn II actie 26 Probeeraanbod bij uitbreiding betaald parkeren; verandermomenten in de stad actielijn III actie 11

Maatwerk acties gericht op de vervanging van tweede auto’s. Bijvoorbeeld door probeeraanbod e-bakfietsen, luxe vervoer, vervoer op afroep, actielijn II actie 19 Actie gericht op wegnemen onrendable top/onrendabel aanbod, zie actielijn II actie 16 Acties gericht op bezoekers en forenzen, actielijn II actie 18

Bedreiging: o Aanbod van deelmobiliteit schiet tekort waardoor vraag niet gestimuleerd wordt.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

31/32

BIJLAGE 2: Ontwikkellogica deelmobiliteit in ABC zones

NU en STRAKS PARKEER-/ MOBILITEITSZONE A1, A2, B1 (met parkeervergunning) Deelfietsen

In het zicht, makkelijk te pakken (In de historische binnenstad en in Leidsche Rijn Centrum buiten het voetgangersgebied)

E-bikes

In het zicht, makkelijk te pakken

E-bakfietsen

(In de historische binnenstad en in Leidsche Rijn Centrum buiten het voetgangersgebied en/of geclusterd met andere deelmobiliteit in een hub

E-scooters

Op loopafstand en/of geclusterd met andere deelmobiliteit in een hub, in de historische binnenstad wordt niet voorzien in aanbod van e-scooters

Deelauto’s

Zichtbaar, dichterbij dan de eigen auto. Eventueel geclusterd in een hub

LATER ZONE B2

ZONE C1

ZONE C2

(zonder parkeervergunning)

(wonen)

(werken)

Deelfietsen

In het zicht én geclusterd in een buurthub (op loofafstand)

Nabij OV-haltes, gericht op natransport

Nabij OV-haltes, gericht op natransport

E-bikes

In het zicht én geclusterd in een

Nabij OV-haltes, gericht op

Nabij OV-haltes, gericht op

buurthub (op loofafstand)

natransport

natransport

In het zicht én op loopafstand,

Geclusterd in buurthub op

eventueel geclusterd in een

max ca. 400m loopafstand

E-bakfietsen

buurthub E-bromfietsen

Deelauto’s

Op loopafstand, geclusterd in een

Geclusterd in buurthub op

Nabij OV-haltes, gericht op

buurthub

max ca. 400m loopafstand

natransport

Op loopafstand én geclusterd in een

Geclusterd in buurthub op

Geclusterd in buurthub op max ca.

buurthub

max ca. 400m loopafstand

400m loop- of fietsafstand

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

32/32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=76ce2fb0-ea36-4566-9299-0a276834d883