CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak Deelmobiliteit.docx.pdf

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 24 november 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Actuele Ontwikkeling Anders Reizen12.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Plan van Aanpak Deelmobiliteit

23 september 2022

Utrecht.nl

Inhoudsopgave Leeswijzer ................................................................................................................................................4 Managementsamenvatting.......................................................................................................................4 Selectie van acties ter illustratie: ..........................................................................................................5 Randvoorwaarden voor succes............................................................................................................5 Benodigde investering..........................................................................................................................5

1

Inleiding

7

1.1

Meerwaarde van deelmobiliteit voor gebruikers én de stad .........................................................7

1.2

Waar staan we nu ........................................................................................................................8

1.3

Wat is er nodig .............................................................................................................................9

2

Leidende principes, randvoorwaarden en rollen 2.1

10

Leidende principes .....................................................................................................................10

2.1.1

Een volwaardig alternatief voor de eigen auto.......................................................................10

2.1.2

Publieke waarden ..................................................................................................................10

2.1.3

Samenwerken met de markt..................................................................................................11

2.1.4

Op zoek naar de juiste formule..............................................................................................11

2.1.5

Verantwoorde groei ...............................................................................................................11

2.1.6

Stap voor stap naar brede adoptie van deelmobiliteit............................................................12

2.2

Randvoorwaarden voor succes..................................................................................................12

2.2.1

Maatregelen gericht op verminderen autobezit- en gebruik ..................................................12

2.2.2

Interne samenwerking: deelmobiliteit is breder dan mobiliteit alleen.....................................13

2.2.3

Slagkracht: voldoende mensen en middelen.........................................................................13

2.3

3

De verschillende rollen van de gemeente ..................................................................................13

Een schaalsprong als ambitie 3.1

15

Kwantitatieve ambitie en het meten van effect...........................................................................15

Gebruik deelmobiliteit.........................................................................................................................15 Bezit eigen (eerste en tweede) auto...................................................................................................16

4

Actieprogramma

17

I. Reguleren van de openbare ruimte ....................................................................................................17 Het vergunnen van deelvervoer .........................................................................................................18

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

2/32

Het stellen van voorwaarden aan deelmobiliteit.................................................................................18 Het inrichten van de openbare ruimte voor deelmobiliteit ..................................................................18 II. Regisseren van stadsbreed en duurzaam aanbod ............................................................................19 Het bundelen van aanbod op specifieke locaties in buurten of op overstaplocaties ..........................20 Inzetten op een compleet aanbod met een sterke samenhang .........................................................20 Het uitrollen van aanbod voor hele stad en voor íedereen.................................................................21 Inspelen op verandermomenten zoals herinrichting of uitbreiding vergunningplicht..........................22 Inzetten van de transitie naar 100% zero emissie deelmobiliteit........................................................23 Overige acties die bijdragen aan de transitie van bezit naar gebruik.................................................23 III.

Stimuleren van gebruik .....................................................................................................................23 Het uitvoeren van onderzoek om zicht te krijgen op vraag(ontwikkeling), behoeften en wensen van doelgroepen .......................................................................................................................................24 Het inzetten van communicatie om voordelen en aanbod breed onder de aandacht te brengen ......25 Het aanbieden van probeeraanbod om de drempel voor (nieuw) gebruik zo laag mogelijk te maken, zoveel mogelijk op ‘slimme verandermomenten’................................................................................25 Het faciliteren en belonen van bewonersinitiatieven om afstand te doen van privéauto’s en voertuigen te delen.............................................................................................................................26 IV.

Borging in de gemeentelijke organisatie...........................................................................................26 Het organiseren van monitoring en evaluatie van aanbod, gebruik en projecten ..............................27 Het organiseren van betrokkenheid/medewerking van interne stakeholders.....................................27 Het ontwikkelen en stroomlijnen van procedures en werkprocessen.................................................28 Het organiseren van een goede en efficiënte samenwerking met externe partners ..........................28 BIJLAGE 1: Deelmobiliteitsaanbod, potentie en acties per gebiedstype ...............................................30 BIJLAGE 2: Ontwikkellogica deelmobiliteit in ABC zones .....................................................................32

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

3/32

Leeswijzer Dit plan van aanpak bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat in op de aanleiding, positionering, leidende principes en gemeentelijke rollen. In het tweede deel gaan we in op de acties die we gaan uitvoeren om het aanbod en gebruik van deelmobiliteit in de gemeente toe te laten nemen. We onderscheiden vier actielijnen (reguleren, regisseren, stimuleren en borgen) en zetten de acties uit in de tijd (lopend, korte termijn, straks en later).

Managementsamenvatting Deelmobiliteit heeft meerwaarde voor gebruikers en voor Utrecht. Het draagt bij aan gezonde, duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit en kan een rol spelen bij het verminderen van de vervoersarmoede. Deelmobiliteit draagt zo bij aan gezond stedelijk leven voor iedereen en heeft daarom een belangrijke plek gekregen in onze belangrijkste ruimtelijke beleidsdocumenten: de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040.

In het Coalitieakkoord 2022-2026 is deze ambitie verder geconcretiseerd: een deelauto is in 2030 normaler dan een eigen auto. Om deze ambitie te vertalen in de juiste concrete acties, werken we vanuit de volgende leidende principes: 1. We werken toe naar een volwaardig alternatief voor de eigen auto. 2. Keuzes voor acties zijn in lijn met onze publieke waarden zoals inclusiviteit, duurzaamheid en ruimte efficiency. 3. Door samen te werken met de markt zoeken wij naar balans tussen de levensvatbaarheid van initiatieven en onze doelen. 4. Onze aanpak draait om uitproberen, leren, evalueren en bijsturen. De beste formule voor Utrecht maken we permanent. We gebruiken gebruikersprofielen om acties gericht in te zetten. 5. Om naar een stadsbreed aanbod te groeien stemmen we het aanbod af op de vraag. 6. We richten ons in eerste instantie op bewoners in gebieden met vergunningplicht voor het parkeren van hun auto, terwijl we leren hoe we drempels voor andere groepen verlagen.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

4/32

Actielijnen (voor nu en in de nabije toekomst): I. Reguleren van de openbare ruimte • Het vergunnen van deelvervoer • Het stellen van voorwaarden aan deelmobiliteit • Het inrichten van de openbare ruimte voor deelmobiliteit II. Regisseren van stadsbreed en duurzaam aanbod • Het bundelen van aanbod op specifieke locaties in buurten of op overstaplocaties • Het inzetten op een compleet aanbod met een sterke samenhang • Het uitrollen van aanbod voor de hele stad en voor íedereen • Het inspelen op verandermomenten zoals herinrichting van straten • Het inzetten van de transitie naar 100% zero emissie deelmobiliteit III. Stimuleren van gebruik • Het uitvoeren van onderzoek naar vraag(ontwikkeling), behoeften en wensen • Het inzetten van communicatie over de voordelen, het gebruik en het aanbod • Het aanbieden van probeeraanbod op verandermomenten • Het faciliteren van bewonersinitiatieven om privéauto’s te vervangen door delen IV. Borging in de gemeentelijke organisatie • Het organiseren van monitoring en evaluatie van aanbod, gebruik en projecten • Het organiseren van betrokkenheid/medewerking van interne stakeholders • Het ontwikkelen en stroomlijnen van procedures en werkprocessen • Het organiseren van een goede en efficiënte samenwerking met externe partners Selectie van acties ter illustratie: • • • • • • • • • •

Nieuw samenwerkingsmodel voor deelauto's Ontwikkelen buurt- en wijkhubs in de openbare ruimte en de gemeentelijke parkeergarages Onderzoek naar groepen met lagere inkomens via pilot hub Kanaleneiland Overzicht mogelijke oplossingen voor onrendabele top van deelmobiliteit Deelmobiliteit plaatsen bij herinrichtingsprojecten & vastleggen specifieke normen Ontwikkelen gebruikersprofielen om acties gerichter en effectiever in te zetten Inrichten centraal (digitaal) informatiepunt over deelmobiliteit voor bewoners Organiseren diverse pilots met probeeraanbod op slimme verandermomenten Stroomlijnen (operationele) procedures en (werk)processen Beoordelen van mobiliteitsplannen bij bouwontwikkelingen

Randvoorwaarden voor succes • • •

Restrictief beleid voor de privéauto; zolang het makkelijk en betaalbaar is om een auto te bezitten, zal de autobezitter minder snel overstappen naar alternatieven Brede omarming in gemeentelijk beleid, werkwijze, procedures en samenwerking Een financiële investering en extra personele inzet

Benodigde investering De inzet (inclusief personeel) voor de uitvoering van het plan van aanpak wordt gedekt uit het programma Bereikbaarheid (MPB). Hiervoor is er binnen het MPB 2022 voor het jaar 2023 0,675 miljoen euro beschikbaar gesteld. In het coalitieakkoord is er vanaf 2024 budget beschikbaar voor deelmobiliteit,

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

5/32

binnen de middelen voor Anders Reizen. Vanuit deze middelen wordt in 2024 0,450 miljoen euro en in 2025 1,125 miljoen euro gereserveerd voor dit plan van aanpak. Op basis van de beschikbare middelen starten we in 2023 en 2024 met maatregelen waarbij de focus ligt op het inregelen van (het beleid) van deelmobiliteit, zoals het reguleren van de openbare ruimte, het organiseren van dataverzameling, monitoring en de transitie naar zero emissie. Vanaf 2025 zijn er meer stimulerende maatregelen geprogrammeerd die zich richten op kansrijke doelgroepen, bijvoorbeeld uiteenlopende vormen van probeertegoed. Dit zijn tevens acties die arbeidsen budgetintensief zijn. Bij de jaarlijkse afweging van de beschikbare middelen binnen het MPB wordt gekeken naar aanvullende dekking voor deze acties in 2023 en 2024 met als doel een versnelling aan te brengen richting het realiseren van de ambitie. Ook onderzoeken we andere externe oplossingen (zoals samenwerking met Goedopweg en subsidieaanvragen).

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

6/32

1 Inleiding Vanwege de verwachte groei van de stad is in 2021 de horizon van zowel de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) als het Mobiliteitsplan verlengd van 2025 tot 2040. In beide visiedocumenten schetsen we als gemeente onder meer hoe we aankijken tegen deelmobiliteit en welke ambitie wij voor ogen hebben. Utrecht kan alleen op een gezonde manier groeien als er geen toename plaatsvindt van het autoverkeer in de stad. We geven de voorkeur aan lopen, fietsen, openbaar vervoer én deelmobiliteit boven een eigen auto. Voor de eerste keer heeft deelmobiliteit een volwaardige positie binnen het mobiliteitssysteem in de centrale Utrechtse mobiliteitsvisie. We willen dat deelmobiliteit op termijn vanzelfsprekender wordt dan de eigen auto. Met deelmobiliteit bedoelen we voertuigen die voor iedereen toegankelijk zijn en door meerdere mensen op verschillende momenten óf tegelijk gebruikt kunnen worden. De focus in dit plan ligt op deelmobiliteit aangeboden door een commerciële aanbieder. Een aantal acties richten zich ook op particulier autodelen1.

1.1

Meerwaarde van deelmobiliteit voor gebruikers én de stad

Het delen van voertuigen doe je voor jezelf, en voor je stad en stadsgenoten. Het levert meer keuzevrijheid op in het type vervoersmiddel en zorgt voor lagere mobiliteitskosten in vergelijking met het bezitten van een eigen auto (CROW, 2020). Door te delen daalt het aantal geparkeerde auto’s en het aantal autoritten in de stad, waardoor ruimte ontstaat voor groen, spelen en ontmoeten. Door het slim plaatsen van een breed aanbod aan deelmobiliteit, zoals deel(bak)fietsen stimuleren we bovendien actieve, gezonde vervoerswijzen. En doordat deelauto’s over het algemeen schoner zijn, autodelers minder rijden en minder auto’s bezitten, draagt delen bij aan schonere lucht en het tegengaan van klimaatverandering. In potentie kan deelmobiliteit een rol spelen in het verkleinen van vervoersarmoede van groepen die moeilijk toegang hebben tot mobiliteit, bijvoorbeeld mensen met een laag inkomen (CROW, 2020). Vanwege de bovengenoemde redenen levert deelmobiliteit een cruciale bijdrage aan het realiseren van de Utrechtse ambitie van Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen.

1 Naast deelmobiliteit bestaat er ook gedeelde mobiliteit. Hier is sprake van als particulieren privévoertuigen

onderling delen zonder tussenkomst van een commerciële partij.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

7/32

1.2

Waar staan we nu

Deelmobiliteit bestaat al enige tijd in Utrecht en laat, zeker de laatste twee jaar, een gezonde groei zien. De eerste (commerciële) deelauto’s zijn medio jaren negentig in Utrecht geplaatst. In 2007 ontstond er voor het eerst beleid gericht op het faciliteren van parkeerplaatsen voor deelauto’s (‘Beleidsregels Autodate’). Utrecht kent een brede en langjarige aanpak voor het stimuleren van autodelen, vanaf 2015 in het kader van het ‘Actieplan Schoon Vervoer’. Per 100.000 inwoners heeft Utrecht al enkele jaren het hoogste aantal deelauto’s (CROW/KiM, 2021). Vanaf 2019 experimenteerden we met deelfietsen via een stadsbreed Living Lab. In 2021 hebben we het deelaanbod op straat uitgebreid door een pilot met edeelbakfietsen en de introductie van een vergunningstelsel voor deelfietsen, e-deelfietsen en edeelbromfietsen. In de onderstaande figuur staat het huidige aanbod van deelmobiliteit in Utrecht.

Figuur 1. Aanbod deelmobiliteit in Utrecht, per voorjaar 2022. Particulier autodelen is niet weergegeven.

De volgende geldende (beleids)kaders hebben betrekking op de Utrechtse ambities op het terrein van deelmobiliteit, samenwerking met aanbieders, parkeren en gebruik van deelvoertuigen in de bestaande stad en regels voor deelmobiliteit in nieuwe (bouw)ontwikkelingen: • Beleidsregels Autodate (2007) • Plaatsingsleidraad en inrichtingskaders publieke laadinfrastructuur (2020) • Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (2021) • Mobiliteitsplan 2040 (2021) • Parkeervisie (2021) o Module Parkeernormen (2021) o Raadsvoorstel Bereikbaarheidsfonds is in voorbereiding o Beleidsregel Parkeernormen Auto (2021) • Algemene Plaatselijke Verordening (verbod commercieel aanbieden tweewielers 2020) • Vergunningstelsel Deeltweewielers (2020)

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

8/32

1.3

Wat is er nodig

Om meerwaarde te bieden voor de stad moet deelmobiliteit een boost krijgen en een volwaardig onderdeel worden van het Utrechtse mobiliteitssysteem. Deelmobiliteit vanzelfsprekender laten worden dan de eigen auto (zie ambitie in hoofdstuk 3) vraagt om een kwantitatieve en kwalitatieve schaalsprong. Die is alleen mogelijk met de volgende stappen: 1. Deelmobiliteit verankeren in de verschillende bestaande beleidskaders. Voor deeltweewielers is per 1 januari 2021 het nieuwe vergunningstelsel geïntroduceerd. Voor de deelauto geldt dat het actualiseren van de verouderde beleidsregels voor de samenwerking met deelautoaanbieders uit 2007 noodzakelijk is. De voorbereidingen zijn eind 2021 gestart. De acties in dit kader worden in dit plan beschreven, maar volgen een separaat bestuurlijk proces. 2. Een samenhangend plan van aanpak2 met lopende en uit te voeren acties om deelmobiliteit te reguleren in de openbare ruimte, het regisseren van de groei van aanbod en het stimuleren van gebruik. Dit plan: • creëert samenhang en overzicht in de veelheid aan acties gericht op deelmobiliteit; • kent een integrale benadering, waarbij alle typen deelvervoer elkaar versterken, en er aandacht is voor de bestaande stad én nieuwe bouwontwikkelingen; en • geeft richting aan onze samenwerking met marktpartijen en schept duidelijkheid voor gebruikers en de gemeentelijke organisatie.

Om ons van de juiste informatie te voorzien, spraken we de afgelopen jaren voor verschillende doeleinden met vertegenwoordigers van enkele Nederlandse en buitenlandse steden en de verschillende deelmobiliteitsaanbieders. Positionering van dit plan van aanpak De RSU is het centrale koersdocument binnen het ruimtelijk domein. Daarin is als principe benoemd dat openbaar vervoer en deelmobiliteit voorrang krijgen boven individueel gemotoriseerd vervoer (RSU, p.13). Het Mobiliteitsplan 2040 is een thematische uitwerking van de RSU. In dat document is ook de belangrijkste ambitie voor deelmobiliteit vastgelegd (hoofdstuk 3). Het voorliggende plan is een nadere uitwerking van het Mobiliteitsplan. Het maakt inzichtelijk welke concrete acties de gemeente onderneemt om toe te groeien naar de ambitie die is vastgelegd in het Mobiliteitsplan.

2 Hiermee geven we invulling aan de (overgenomen) motie ‘Rol van de overheid bij deelmobiliteit’ (21/T241), zoals

beschreven in de Raadsbrief Anders Reizen (7357682/2111111749.hb), waarin partijen vragen om het opstellen van een plan van aanpak.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

9/32

2 Leidende principes, randvoorwaarden en rollen In dit hoofdstuk staan de leidende principes die we gebruiken voor de keuzes en acties die in dit plan van aanpak staan. Ook beschrijft het de randvoorwaarden voor succes en welke rollen de gemeente Utrecht vervult om de ambities waar te maken.

2.1

2.1.1

Leidende principes

Een volwaardig alternatief voor de eigen auto

Gemak, comfort en de zekerheid van een eigen auto voor de deur zijn belangrijke redenen voor mensen om vast te houden aan hun privéauto. Ook in een compacte stad als Utrecht. Een serieus alternatief bieden voor de privéauto én het mogelijk maken voor inwoners om blijvend een autoluwe leefstijl vol te houden, vraagt om forse inspanningen de komende jaren. Het vraagt om een kwaliteit van deelmobiliteit die de voordelen van een eigen auto voor de deur minimaal evenaart, zowel in de bestaande stad als op ontwikkellocaties. Concreet: • Altijd in de buurt: toewerken naar aanbod ‘op elke straathoek’; • Nooit misgrijpen: betrouwbaar aanbod dat toewerkt naar mobiliteitsgarantie; • Toegankelijk: eenvoudig te vinden, te gebruiken, inclusief en duidelijke spelregels; • Keuzevrijheid: keuze in vervoersmiddelen en proposities, ook in bouwontwikkelingen3; • Betaalbaar: voor een groeiende groep een financieel aantrekkelijk alternatief. Het vraagt ook dat wij als gemeente in ons beleid en kaders deelmobiliteit minimaal dezelfde rechten toekennen als de eigen auto en maximaal dezelfde plichten. 2.1.2

Publieke waarden

Bij het uitvoeren van de plannen zijn de publieke waarden die belangrijk zijn voor de stad uitgangspunt in de keuzes rondom mobiliteit: • Inclusiviteit (toegankelijkheid voor iedereen); • Duurzaamheid (schoon vervoer); • Efficiënte benutting van de openbare ruimte; • Gezondheid (actieve mobiliteit, schone lucht). De groei van deelmobiliteit moet leiden tot bewustere keuzes. We houden scherp in de gaten dat de groei van deelmobiliteit niet leidt tot meer gereden autokilometers in de stad, en we proberen vervanging van OV- en fietsritten te voorkomen. Om een gelijk speelveld en samenhang van deelmobiliteit te bewaken, hanteren we de publieke waarden ook in bouwontwikkelingen via het Mobiliteitsbeheerplan in de Module Parkeernormen van de Parkeervisie. Keuzes gemaakt met het oog op het bewaken van publieke waarden zullen soms schuren met het eerste leidende principe en met de belangen van de 3 In de Raadsbrief Anders Reizen (7357682/2111111749.hb) geven we een nadere toelichting op de mogelijkheden

en beperkingen van de gemeente inzake het toezien op keuzevrijheid in aanbieder, diversiteit in aanbod en diversiteit in abonnementen voor deelauto's naar aanleiding van de motie ‘Keuzevrijheid deelmobiliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen’ (2020/M307).

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

10/32

markt. Daarom zoeken we steeds naar de juiste balans tussen een gezonde marktwerking en onze maatschappelijke waarden. 2.1.3

Samenwerken met de markt

We vinden het belangrijk om zowel aanbieders als gebruikers zekerheid te bieden. Aanbieders hebben een investeringsperspectief nodig, bewoners willen duidelijkheid, zekerheid over beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deelmobiliteit is een dienst die voornamelijk door private partijen wordt geleverd. De mogelijkheden om te sturen op een private dienst zijn beperkt(er) dan voor een publieke dienst zoals openbaar vervoer. In de meeste deelmarkten hebben aanbieders nog geen solide businesscase. Door samenwerking met de markt – inclusief organisaties rondom bouwontwikkeling – zoeken wij naar een optimale balans tussen de levensvatbaarheid en continuïteit van de initiatieven in de markt en de bewaking van onze maatschappelijke doelen. Een voorbeeld is de betaalbaarheid van deelmobiliteit voor specifieke doelgroepen. Als gemeente gaan we het gesprek aan met aanbieders over hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Mede daardoor biedt TIER Utrechters met een laag inkomen via de U-pas een korting van 75% op het gebruik van de elektrische deelfiets en e-deelbromfiets. Bovendien proberen we meer zicht te krijgen op factoren die een rol spelen bij de toegang tot deelmobiliteit voor minder draagkrachtige groepen. Onder meer via de buurthub Krachtstation Kanaleneiland, waar U-pas houders korting zullen ontvangen bij gebruik van een bakfiets en door het Krachtstation geëxploiteerde deelauto.

We ondersteunen slimme manieren om deelmobiliteit een meer publiek karakter te geven, daar waar de markt er niet in slaagt een betaalbaar en voor iedereen toegankelijk aanbod te creëren. Voorstellen leggen we te zijner tijd voor aan het stadsbestuur. We zijn ons bewust van het feit dat marktordening voor deelmobiliteit nog moet plaatsvinden en dat er mogelijke negatieve gevolgen kunnen zijn voor onze bewoners, bijvoorbeeld als de aangeboden diensten zich niet genoeg ontwikkelen naar een inclusief een laagdrempelig aanbod. We ontwikkelen kennis ten aanzien van dit onderwerp en gaan het gesprek aan met andere steden, het ministerie van I en W en zo nodig Brussel en de deelmobiliteitsaanbieders. 2.1.4 Op zoek naar de juiste formule We realiseren ons dat een Utrechtse schaalsprong in deelmobiliteit alleen mogelijk is als we aan meerdere ‘knoppen’ tegelijk draaien. We hebben in de afgelopen jaren al veel geleerd, maar er is ook nog veel dat we niet weten. Bovendien ontwikkelt deelmobiliteit zich voortdurend en komen er steeds nieuwe modaliteiten en proposities bij. Ook staat deelmobiliteit niet op zichzelf. Andere beleidskaders, zoals het Parkeerbeleid, zijn van invloed op de groei en ook landelijk beleid kan kansen bieden om deelmobiliteit in Utrecht te laten groeien.

In onze aanpak draait het om uitproberen, leren, evalueren en bijsturen/verbeteren om uiteindelijk te komen bij de beste formule voor Utrecht. Het doel is steeds om zicht te krijgen op de beste passende acties voor de verschillende doelgroepen en buurten om zo gericht op te schalen. Door ook deel te nemen aan landelijke (en zo nodig Europese) samenwerkingsverbanden zorgen we ervoor dat Utrecht met de marktontwikkelingen mee gaat en ook een bijdrage levert aan het tot stand komen van een landelijke uniformiteit in het beleid. 2.1.5

Verantwoorde groei naar een stadbreed aanbod

We bieden deelmobiliteit aan daar waar er vraag naar is. Per gebied, wijk of buurt kijken we naar behoefte, kansen en belemmeringen. Met participatie van bewoners en bedrijven krijgen we hier beter zicht op. Zo groeien we stap voor stap naar een stadsbreed aanbod. Tegelijkertijd is er een flinke schaalsprong nodig en is nog lang niet elke Utrechter bekend met deelmobiliteit en de voordelen. We hebben geleerd dat goed zichtbaar aanbod de vraag kan aanwakkeren. In de eerstkomende jaren zetten we daarom in op het vergroten van aanbod in de stad en op leren over vraagontwikkeling en -stimulering

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

11/32

om een gedragsverandering te versnellen. We hebben oog voor goede plaatsing, een ingroeiperiode voor nieuw aanbod en goed gebruik van voertuigen. Naarmate deelmobiliteit meer voet aan de grond heeft gekregen, zal de groei steeds vaker organisch plaatsvinden op basis van vraag. Deelmobiliteit kan pas echt succesvol worden als het zich niet beperkt tot de grenzen van onze stad. Daarom spannen we ons ook in om toe te werken naar een regionaal systeem en samenhang met aanbod in heel Nederland. 2.1.6

Stap voor stap naar brede adoptie van deelmobiliteit

We willen dat alle bewoners van Utrecht kunnen profiteren van deelmobiliteit. Er is nog veel winst te behalen bij doelgroepen die van nature of met een klein zetje de transitie van bezit naar gebruik inzetten. En er is nog veel te leren over de kansen en barrières voor doelgroepen voor wie deelmobiliteit minder vanzelfsprekend is (zoals bewoners met een laag inkomen). In nieuwbouw waar parkeerplaatsen niet voor ieder huishouden beschikbaar zijn, zorgen we dat aanbod van deelmobiliteit het uitgangspunt is. In de bestaande stad zetten we vooral in op bewoners in parkeervergunningplichtig gebied waar de druk op de openbare ruimte het grootst is. We verwachten het grootste effect als we de acties toespitsen op de bewoners die: • niet gehecht zijn aan een eigen auto of autorijden, maar soms een extra of ander voertuig (auto, bakfiets of bromfiets) nodig hebben; en/of • slimme financiële keuzes willen maken tussen het bezitten of gebruiken van een voertuig (auto, scooter, (bak)fiets); en/of • bezig zijn met duurzaamheid en graag een bewuste keuze willen maken; en/of • graag vooroplopen in het uitproberen en gebruik van nieuwe producten en diensten. Naast deze focus, besteden we gerichte aandacht aan andere doelgroepen en de rest van de stad (zie bijlage 1).

In gebieden waar geen vergunningplicht is en de druk op de openbare ruimte minder groot, richten we onze pijlen met name op afname van tweede autobezit. Via experimenten, onderzoek en samenwerking met andere gemeenten, leren we onder welke condities doelgroepen die minder makkelijk te bedienen zijn, bereid en in staat zijn de overstap naar deelmobiliteit te maken. Bezoekers en forenzen profiteren van deelmobiliteit op overstappunten.

2.2 2.2.1

Randvoorwaarden voor succes Maatregelen gericht op verminderen autobezit- en gebruik

De snelheid en het succes waarmee deelmobiliteit in Utrecht gemeengoed wordt is mede afhankelijk van de mate waarin eigen autobezit- en gebruik wordt ontmoedigd. Het verminderen van parkeerplaatsen, het invoeren van vergunningplicht, het duurder maken van parkeren en maatregelen om autoritten in de stad onmogelijk of onaantrekkelijk te maken zijn instrumenten om te sturen op het aantal rijdende en stilstaande auto’s en daardoor bij te dragen aan de leefbaarheid. Als onderdeel van de nieuwe Parkeervisie (2021) zijn de parkeernormen in de stad en bij nieuwe ontwikkelingen aangescherpt. Het stadsbestuur vindt dat de gebruiker moet betalen voor de ruimte die wordt ingenomen door de (privé)auto. In het Coalitieakkoord 2022-2026 kondigt het college aan dat op termijn in de gehele stad parkeerbelasting wordt ingevoerd. Daarnaast zetten we jaarlijks 0,5-1% van de bestaande parkeerplekken om in ruimte voor fietsenrekken, vergroening en verblijf.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

12/32

2.2.2

Interne samenwerking: deelmobiliteit is breder dan mobiliteit alleen

De ambitie en ontwikkeling van aanbod en gebruik van deelmobiliteit vertaalt zich tot ver buiten het mobiliteitsdomein. Het raakt onder andere aan openbare ruimte, gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, gezondheid en de sociale opgave. Samenwerking binnen de gemeente is daarom van belang. Alleen als we deelmobiliteit breed omarmen in beleid, werkwijze, procedures en samenwerking krijgt het de plek die we in het Mobiliteitsplan ambiëren (zie actielijn IV, hoofdstuk 4). Om deelmobiliteit in de hele stad te laten doorbeken en daarmee inclusiever te maken, is bredere samenwerking ook nodig. Samen denken we na over welke bijdrage deelmobiliteit kan leveren aan het verbeteren van kansengelijkheid, bijvoorbeeld door het verbeteren van betaalbaarheid en toegankelijkheid. We zoeken naar slimme koppelkansen en combinaties. 2.2.3

Slagkracht: benodigde mensen en middelen

Het plan van aanpak deelmobiliteit vraagt om financiële middelen en de uitbereiding van het team. De inzet (inclusief personeel) voor de uitvoering van het plan van aanpak wordt gedekt uit het programma Bereikbaarheid (MPB). Hiervoor is er binnen het MPB 2022 voor het jaar 2023 0,675 miljoen euro beschikbaar gesteld. In het coalitieakkoord is er vanaf 2024 budget beschikbaar voor deelmobiliteit, binnen de middelen voor Anders Reizen. Vanuit deze middelen wordt in 2024 0,450 miljoen euro en in 2025 1,125 miljoen euro gereserveerd voor dit plan van aanpak. Op basis van de beschikbare middelen starten we in 2023 en 2024 met maatregelen waarbij de focus ligt op het inregelen van (het beleid) van deelmobiliteit, zoals het reguleren van de openbare ruimte, het organiseren van dataverzameling, monitoring en de transitie naar zero emissie. Vanaf 2025 zijn er meer stimulerende maatregelen geprogrammeerd die zich richten op kansrijke doelgroepen, bijvoorbeeld uiteenlopende vormen van probeertegoed. Dit zijn tevens acties die arbeidsen budgetintensief zijn. Bij de jaarlijkse afweging van de beschikbare middelen binnen het MPB wordt gekeken naar aanvullende dekking voor deze acties in 2023 en 2024 met als doel een versnelling aan te brengen richting het realiseren van de ambitie. Ook onderzoeken we andere externe oplossingen (zoals samenwerking met Goedopweg en subsidieaanvragen).

2.3

De verschillende rollen van de gemeente

Het realiseren van onze stevige ambitie op deelmobiliteit vraagt om een actieve houding van de gemeente, samen met de aanbieders en gebruikers. De markt in deze eerste fase volledige vrijheid bieden, verkleint volgens ons de kans dat deelmobiliteit gezond groeit in Utrecht. We denken dat de gemeente in de eerste jaren tot ca. 2026 verschillende rollen naast elkaar moet vervullen om deelmobiliteit in goede banen te leiden. We monitoren deelmobiliteit nauwgezet en op basis van actuele ontwikkelingen bepalen we welke vorm van sturing nodig is. Op (middel)lange termijn, als deelmobiliteit aanslaat, verwachten we dat slechts minimale bijsturing door de gemeente noodzakelijk is. De gemeente wil de eerste jaren grip houden. Door deelmobiliteit te reguleren kan draagvlak in de samenleving toenemen. We moeten er ook voor zorgen dat het plaatsen van deelvoertuigen op straat niet leidt tot onveiligheid, overlast en verrommeling. We reguleren het aanbod door opname van deelmobiliteit in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). Alleen met een vergunning kunnen aanbieders van deeltweewielers nu voertuigen op straat aanbieden. Voor deelauto's werken we aan een

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

13/32

nieuw samenwerkingsmodel. Zo komen we tot gecontroleerde groei, en creëren we duidelijkheid voor aanbieders én gebruikers. We willen als gemeente mede kunnen bepalen hoe aanbod van deelmobiliteit zich ontwikkelt in Utrecht, maar ook landelijk willen we onze bijdrage hieraan leveren. Op deze manier zorgen we dat het optimaal bijdraagt aan het realiseren van onze maatschappelijke doelstellingen. We regisseren de totstandkoming van een stadsbreed netwerk en zoeken actief de samenwerking met deelaanbieders op. Ook faciliteren we bewonersinitiatieven. We sturen op herkenbare, zichtbare en toegankelijke uitgiftelocaties, op vindbaarheid via MaaS-apps en op voorwaarden voor monitoring en data-uitwisseling. In de nieuwe Parkeervisie hebben we geborgd dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de parkeereis wordt gereduceerd als er duurzame deelmobiliteit wordt geplaatst, waarbij we ook sturen op het koppelen aan stadsbreed aanbod. We vinden het belangrijk dat deelmobiliteit daadwerkelijk een toegevoegde waarde heeft voor onze inwoners en het beschikbare aanbod zo goed mogelijk benut wordt. Daarom stimuleren we ook het gebruik van deelmobiliteit de komende jaren op uiteenlopende manieren.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

14/32

3 Een schaalsprong als ambitie In dit hoofdstuk maken we onze doelen duidelijk aan de hand van cijfers en leggen uit hoe we dit monitoren. Onze overkoepelende ambitie is vastgelegd in het Mobiliteitsplan 2040 (p. 60): bewoners hoeven in de toekomst geen privéauto meer voor de deur te hebben, omdat ze kunnen vertrouwen op een systeem van onder andere deelmobiliteit dat volledig voorziet in de mobiliteitsbehoefte. De Utrechtse ambitie is dus om een keuze voor deelmobiliteit voor bewoners vanzelfsprekender te laten zijn, dan het bezitten van een auto. Deze ambitie wordt herhaald in het Coalitieakkoord 2022-2026. Met dit plan van aanpak sturen we op een toename van het gebruik van deelmobiliteit. We verwachten dat die groei een bijdrage levert aan de afname van het bezit van de eigen (tweede) auto in Utrecht. Zowel de toename van het gebruik van deelmobiliteit als afname van privéautobezit volgen we op de voet en we benoemen concrete doelstellingen bij een aantal jaren.

3.1

Kwantitatieve ambitie en het meten van effect

We streven ernaar dat meer dan 60% van de Utrechters deelmobiliteit gebruikt. Met actieve vormen, zoals de (e-)deelfiets en e-deelbakfiets voorop4. Als de acties in dit plan van aanpak succesvol worden uitgevoerd in samenwerking met de marktpartijen, en mede afhankelijk van de genoemde externe ontwikkelingen, verwachten we dat deze ambitie haalbaar is rond 2030. Bij succes is na 2030 een verdere stijging realistisch. Om het effect van onze inspanningen te meten, monitoren we via de inwonersenquête het gebruik van deelmobiliteit en (eerste en tweede) autobezit. Gebruik deelmobiliteit • •

Het percentage bewoners dat aangeeft dat ze zelf of iemand in hun huishouden in de afgelopen 12 maanden gebruik heeft gemaakt van deelmobiliteit. Het percentage bewoners dat aangeeft dat ze zelf of iemand in hun huishouden in de afgelopen 12 maanden gebruik heeft gemaakt van een deelauto.

We volgen het gebruik van alle deelmodaliteiten. Het is nog te vroeg voor doelstellingen per vervoermiddel. Eerst moeten we meer inzichten opdoen over de impact van deelmobiliteit op het totale reisgedrag. Aan de ontwikkeling van het gebruik van de deelauto hebben we wel een ambitie gekoppeld. Dit gebruik meten we al langere tijd en we weten dat dit het grootste effect heeft op privéautobezit- en gebruik. We streven allereerst naar een afname van het autobezit in de wijken waar de druk op de openbare ruimte groot is en er veel alternatieven zijn. Dit zijn de wijken binnen de snelwegring en het vergunningplichtige gebied. Daar waar het autobezit hoger is en de ruimtelijke opzet en leefstijlen anders, zoals in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern, streven we (in eerste instantie) naar een afname van het tweede autobezit. We verwachten hier een duidelijk dalende trend, maar koppelen dit niet aan concrete ambitiecijfers. Het bredere mobiliteitsbeleid en externe factoren (zoals de doorbraak van

4 De verwachting is dat Utrechters, zeker de komende jaren, relatief weinig deelfietsen in de eigen stad zelf zullen

gebruiken. Voor voor- en natransport in Utrecht zullen ze, als ze dat met de fiets doen, vooral hun eigen fiets gebruiken. Deelfietsen in Utrecht zullen vooral worden gebruikt door bezoekers en forenzen.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

15/32

duurzame technologieën en landelijke wet- en regelgeving), hebben te veel invloed op de ontwikkeling van deze cijfers. Bezit eigen (eerste en tweede) auto •

•

Het percentage huishoudens dat in het bezit is van een eigen auto (inclusief leasevoertuig). Het percentage huishoudens dat in het bezit is van een tweede eigen auto (inclusief lease voertuig) in Leidsche Rijn (LR) en Vleuten-De Meern (VdeM).

In de onderstaande tabel worden de kwantitatieve doelen weergegeven tot 2030 voor (de groei van) het gebruik van deelmobiliteit en (de verwachte afname) van het eigen (eerste en tweede) autobezit. Over de voortgang op deze indicatoren rapporteren we via bestaande kanalen en een nieuw op te zetten jaarlijkse monitoringsrapportage, specifiek over deelmobiliteit (zie actielijn IV, actie 2). Indicator

2019

2021

2023

2026

2030

(Realisatie)

(Realisatie)

(Doelstelling)

(Doelstelling)

(Doelstelling)

Percentage huishoudens dat gebruik maakt van deelmobiliteit*

Niet beschikbaar

17%

20%

40%

60%

Percentage huishoudens dat gebruik maakt van een deelauto*

9%

10%

15%

25%

40%

Percentage huishoudens met één of meerdere personenauto's

67%

68%

Dalende trend

Percentage huishoudens met twee of meer auto's in LR/VdeM

LR 30% VdeM 41%

LR 26% VdeM 37%

Dalende trend

*) Exclusief delen via een informeel netwerk: lenen van buren, familie of vrienden. Dit betreft ook gebruik van deelmobiliteit buiten de gemeentegrenzen van Utrecht.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

16/32

4 Actieprogramma Utrecht heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met deelmobiliteit. Sommige acties in dit actieplan zijn al eerder ingezet en lopen mogelijk door. Alle acties krijgen een indicatie die de prioritering en fasering in de tijd zichtbaar maakt, waarbij beschikbaarheid van de middelen de uiteindelijke fasering bepaalt: -

LOPEND: al in gang gezet; KORTE TERMIJN: acties vanaf nu tot 2,5 jaar (2023-2024); STRAKS: tussen 3 en 6 jaar (2025-2028); en LATER: > 6 jaar (2028 en verder).

De acties voor de kortere termijn (KORTE TERMIJN) zijn zo concreet mogelijk uitgewerkt in dit plan van aanpak. Op basis van monitoring stellen we onze aanpak zo nodig tussentijds bij. Op basis van de kennis en ervaring en een evaluatie van het plan van aanpak, bepalen we de prioriteiten en concrete (vervolg)acties voor de verdere toekomst. Voor LATER beperken we ons in dit plan dus vooral op het beschrijven van (mogelijke) ontwikkelrichtingen. De acties in dit plan zijn geordend op de volgende actielijnen: I. II. III. IV.

Reguleren van de openbare ruimte Regisseren van stadsbreed en duurzaam aanbod Stimuleren van gebruik Borging in de gemeentelijke organisatie

I. Reguleren van de openbare ruimte De leidende principes en keuzes die we in dit plan van aanpak beschrijven moeten verankerd worden in het gemeentelijk beleid. Het aanbod van deelmobiliteit wordt grotendeels uitgegeven in de openbare ruimte. Deze schaarse en kostbare ruimte willen wij als stad zo goed mogelijk benutten. Wij willen regie houden op de geboden kwaliteit en de borging van publieke waarden en er alles aan doen om overlast te voorkomen. We zetten in op de volgende acties:

• • •

Het vergunnen van deelvervoer Het stellen van voorwaarden aan deelmobiliteit Het inrichten van de openbare ruimte voor deelmobiliteit I. Reguleren openbare ruimte Lopend

Korte termijn (2023-2024)

Straks (2025-2028)

Vergunnen van

(1) Uitvoeren vergunningstelsel

(1) Uitvoeren vergunningstelsel

(3) Onderzoek uniforme

deelvervoer

deeltweewielers

deeltweewielers

vergunningsvoorwaarden

(2) Toewerken naar nieuw samenwerkingsmodel autodelen

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

17/32

Stellen voorwaarden (4) Ontwikkelen landelijke aan deelmobiliteit

standaard data-uitwisseling

Inrichten van de openbare ruimte voor deelmobiliteit

(5) Pilot belijning openbare

(7) Openbare ruimte permanent

ruimte voor deeltweewielers

geschikt(er) maken

(6) Onderzoek omvormen autoparkeervakken deeltweewielers

Het vergunnen van deelvervoer 1. LOPEND Sinds begin 2021 is het vergunningstelsel voor deeltweewielers van kracht. De vergunning voor e-deelbromfietsen (e-deelscooters) loopt tot 01/01/2023, de vergunning voor edeelfietsen tot 01/07/2024. De vergunning voor deelfietsen is sinds begin 2022 niet ingevuld. Alle vergunningen kunnen met 2 x 1 jaar worden verlengd. Daarnaast loopt een pilot met de edeelbakfiets in de vorm van een concessie. De contractmanager ziet toe op aanbod, gebruik en naleving van de vergunningsvoorwaarden. Hij zorgt voor de voorbereiding van besluitvorming over verlenging van de vergunning voor de drie categorieën. 2. LOPEND De ‘Beleidsregels Autodate’ uit 2007 zijn gedateerd omdat er in de afgelopen 15 jaar veel meer deelauto’s, deelauto-aanbieders en verschillende deelauto-concepten zijn bijgekomen. Nieuwe beleidsregels en aangescherpte voorwaarden zijn daarom noodzakelijk. We hebben eind 2021 een marktconsultatie uitgevoerd om de markt actief te betrekken bij dit traject. 3. STRAKS We onderzoeken of we kunnen toewerken naar uniforme vergunningsvoorwaarden toepasbaar op alle deelmodaliteiten in de stad en grijpen het verlopen van de vergunningen voor deeltweewielers in de periode 2024 tot 2026 hiervoor aan. Het stellen van voorwaarden aan deelmobiliteit 4.

LOPEND In samenwerking met andere grote steden, CROW en het Ministerie van IenW werken wij mee aan de ontwikkeling en toepassing van één datastandaard voor een uniforme uitwisseling tussen aanbieders en steden (CDS-M). Deze standaard gaat zowel over de techniek als over het geheel aan benodigde overeenkomsten waarmee privacy en bedrijfsgevoeligheid worden geborgd. Door standaardisatie maken we uitwisseling van data ten behoeve van beleid, regulering van de openbare ruimte én contractmanagement beter mogelijk en makkelijker. Het inrichten van de openbare ruimte voor deelmobiliteit 5. KORTE TERMIJN Het starten van een pilot met belijning in de openbare ruimte voor deeltweewielers zonder een vaste plek, in afstemming met bewoners. Met deze pilot onderzoeken we of hiermee parkeernauwkeurigheid en de vindbaarheid van de deelvoertuigen verbetert. 6. KORTE TERMIJN Het onderzoeken van de mogelijkheid om autoparkeervakken (tijdelijk of permanent) om te vormen tot parkeerzones voor deeltweewielers. Hiervoor wordt zowel gekeken naar de randvoorwaarden (vergunningen, vergoedingen) als naar de inrichting (zoals de inzet van fietsvlonders). 7. STRAKS Op basis van actie 5 en 6 maken we de openbare ruimte permanent geschikt(er) voor deeltweewielers en organiseren we daarmee het aanbod beter op straat.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

18/32

II. Regisseren van stadsbreed en duurzaam aanbod We werken toe naar een stadsbreed, duurzaam aanbod van deelmobiliteit in Utrecht. We bouwen het stedelijk netwerk van deelmobiliteit op vanuit ‘nabijheidslogica’; deelaanbod op de hoek van de straat, op loopafstand van de voordeur. En vanuit ‘netwerklogica’; bundeling van aanbod op knooppunten en in hubs gericht op de ketenreis (een reis met verschillende vervoersmiddelen). Bij het plaatsen van het aantal en type deelvoertuigen houden we rekening met de ruimtelijke, demografische en sociaaleconomische context. We verwachten daarbij op termijn een verschuiving van een aanbod gestuurde aanpak naar het beter inspelen op de vraag van doelgroepen. De A-B-C-zones uit het Mobiliteitsplan 2040 zijn het vertrekpunt voor het stapsgewijs uitrollen van deelmobiliteit in de openbare ruimte. In bijlage 2 hebben we tabellen opgenomen voor de ontwikkellogica en deelmobiliteit in deze zones. We zetten in op de volgende richtingen:

• • • • • •

Het bundelen van aanbod op specifieke locaties in buurten of op overstaplocaties Inzetten op een compleet aanbod met een sterke samenhang Het uitrollen van aanbod in voor hele stad en voor iedereen Inspelen op verandermomenten zoals herinrichting of uitbreiding vergunningplicht Inzetten van de transitie naar 100% zero emissie deelmobiliteit Overige acties die bijdragen aan de transitie van bezit naar gebruik II. Regisseren aanbod Lopend

Korte termijn (2023-2024)

Straks (2025-2028)

Bundelen aanbod in

(1) Inzet op en onderzoek naar

(3) Ontwikkeling buurt- en

(6) Aanbieder onafhankelijke

buurten of op

deelhubs in de buurt

wijkhubs**

clusterplekken voor deelauto’s

overstaplocaties

(2) Deelmobiliteitsaanbod in

(4) Ondersteunen organische

(7) Doorontwikkeling strategie

parkeergarages

hub-vorming

hubs

(5) Plaatsen deelmobiliteit bij overstappunten Inzetten op een

(8) Aanpak regionale opschaling

(9) Vervolg op de MaaS-pilot in

compleet aanbod met

deelmobiliteit en MaaS

Leidsche Rijn/Vleuten-De

samenhang

Meern** (10) Integratie van het aanbod van deelauto's in MaaS-apps (11) Onderzoek condities voor free-floating

Uitrollen van aanbod

(12) Periodiek peilen interesse

(14) Pilot met deelmobiliteit in

voor hele stad en voor

aanbieden deelfietsen

buurthub Kanaleneiland

íedereen

(13) Uitbreiden van het aanbod

(15) Inclusieve deelmobiliteit in

(17) Proposities en oplossingen

aan deeltweewielers op straat

gebiedsontwikkeling

die inclusiviteit bevorderen

(16) Verkenning naar de

(18) Proposities én prikkels

mogelijkheden voor inclusieve

forenzen en bezoekers (GoW)

deelmobiliteit (19) Maatwerk voor wijken zonder parkeervergunningplicht

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

19/32

Inspelen op

(21) Proef met het aanwijzen

(22) Plaatsen van deelmobiliteit

verandermomenten

uitgiftelocaties voor deelauto’s

bij herinrichtingsprojecten (23) Pilot deelfietsen tussen ontwikkelingen en OV-knopen

Inzetten transitie naar

(24) Faciliteren passend

(25) Ontwerpen oplossingen

100% zero emissie

netwerk van laadinfrastructuur

slimmer laden deelauto’s

Overige acties van

(26) Autodelen onder

(27) Uitvoeren acties andere

bezit naar gebruik

particulieren laten groeien

vormen van deelvervoer

** Benodigd budget afhankelijk van externe bijdragen en/of vervolg nog onzeker

Het bundelen van aanbod op specifieke locaties in buurten of op overstaplocaties 1.

2. 3.

4.

5.

6.

7.

LOPEND We doen onderzoek naar deelhubs in de buurt. Een eerste pilot loopt sinds 2020 in de Grifthoekgarage. Een onlangs afgeronde studie buurthubs levert daarnaast voorstellen op voor andere pilotlocaties verspreid over Utrecht met elk een specifiek onderzoeksdoel. De ervaringen uit de Grifthoek en de uitkomsten van dit onderzoek gebruiken we voor de ontwikkeling van nieuwe wijk- en buurthubs. LOPEND Er is in het najaar van 2021 een garageabonnement voor deelauto’s in de markt gezet. In parkeergarage Croeselaan zijn 17 deelauto's van 3 aanbieders geplaatst. KORTE TERMIJN We breiden het aantal wijk- en buurthubs in de openbare ruimte en de gemeentelijke garages uit. Op dit moment zijn o.a. de volgende hublocaties in beeld: het Nicolaaskerkhof, het Krachtstation Kanaleneiland (zie actie 12), Parkeergarage Vaartsche Rijn en de Springweggarage. KORTE TERMIJN Op locaties waar meerdere aanbieders van deelauto’s naast elkaar staan of waar meerdere aanbieders een aanvraag voor indienen, proberen we ook andere voorzieningen en/of een ander type deelvoertuigen te plaatsen zodat zich een hub vormt, daar waar groeiende vraag waarschijnlijk is. KORTE TERMIJN Om ketenreizen te stimuleren plaatsen we deelmobiliteit bij multimodale overstappunten zoals NS-stations en P+R’s. We doen dit in samenwerking met stakeholders zoals ProRail, NS en Goedopweg.

We onderzoeken daarbij of het mogelijk is om elektrische deeltweewielers gebruik te laten maken van inpandige stallingen. STRAKS Aanbieder onafhankelijke clusterplekken/dropzones voor deelauto’s. Indien we in Utrecht ook free floating en/of back-to-many systemen toelaten en naarmate ook het vaste aanbod in hubs flexibeler wordt, kunnen er experimenten worden opgezet met plekken (of vlekken) die gereserveerd zijn voor deelauto’s, maar niet voor een specifieke aanbieder of kenteken. STRAKS en LATER We ontwikkelen de hubsstrategie door tot een logisch en dekkend netwerk van deelmobiliteit in hubs dat samen met ’los aanbod’ zorgt dat er altijd voldoende vervoersmogelijkheden op loopafstand zijn.

Inzetten op een compleet aanbod met een sterke samenhang 8.

LOPEND Er is een regionaal plan voor de opschaling van deelmobiliteit (Korte Termijn Aanpak Versterken, 2022 t/m 2024) opgesteld door de partners binnen Goedopweg. Hier zetten we in op een regionaal vervoerssysteem van deelmobiliteit, waarbij het faciliteren van flexibeler gebruik van deelmobiliteit voor de reiziger tussen gemeenten kenmerkend is.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

20/32

9.

KORTE TERMIJN De MaaS-pilot in Leidsche Rijn/Vleuten-De Meern loopt eind 2022 af en wordt vervolgens geëvalueerd. In Goedopweg-verband bepalen we of, en zo ja welk vervolg er op de pilot komt. 10. KORTE TERMIJN Een MaaS-platform maakt slimmer en duurzamer reizen toegankelijker, doordat via één app alle vervoersopties te plannen, te boeken en te betalen zijn. We onderzoeken hoe we wenselijke integratie met MaaS in het nieuwe deelautobeleid kunnen opnemen. 11. KORTE TERMIJN Om de doelgroep voor autodelen uit te breiden en meer flexibiliteit te bieden voor de gebruiker onderzoeken we hoe Utrecht ook free-floating en back-to-many concepten kan faciliteren. Een divers aanbod, dat aansluit op onze maatschappelijke doelen, maakt het voor inwoners aantrekkelijker en makkelijker om te kiezen voor de vorm die bij hun behoeften past. Free-floating deelauto’s bieden meer flexibiliteit voor gebruikers, doordat ze het voertuig op punt A kunnen ophalen en op punt B weer kunnen inleveren en de kosten tijdens de huur niet doorlopen terwijl de gebruiker op de bestemming is. Het biedt de optie om interstedelijke ritten mogelijk te maken. Tegelijkertijd moet deze vorm van autodelen de meerwaarde voor de stad Utrecht nog bewijzen. Het risico op korte, binnenstedelijke ritten en substitutie van OV- en fietsritten is groter met free-floating deelauto’s dan met de bestaande concepten.

Met aanvullende voorwaarden en goede monitoring toetsen we aannames en volgen we de effecten nauwlettend, met oog voor eventuele perverse prikkels. Het uitrollen van aanbod voor hele stad en voor íedereen5 12. LOPEND Via een marktconsultatie peilen we jaarlijks onder aanbieders of er interesse is in het aanbieden van deelfietsen in Utrecht. 13. LOPEND We werken samen met aanbieders aan het uitbreiden van het aanbod aan deeltweewielers, met als doel om in stappen toe te groeien naar een stadsbreed aanbod. 14. KORTE TERMIJN We onderzoeken via de pilot met deelmobiliteit in buurthub Kanaleneiland de motivaties en barrières van groepen die moeilijk toegang hebben tot mobiliteit, bijvoorbeeld vanwege een laag inkomen, beperkte digitale vaardigheden of taalachterstanden. Voor deze doelgroepen is er sprake van een aantal drempels voor gebruik, zoals prijs, abonnementsstructuur van sommige aanbieders en kosten die samenhangen met het betalen van borg en eigen risico. Op basis van de uitkomsten ontwikkelen we zo mogelijk een schaalbaar concept voor vergelijkbare locaties in Utrecht. 15.

KORTE TERMIJN Samen met een woningcorporatie en projectontwikkelaar wordt binnen het kader van een Europees (Interreg-)project een propositie ontwikkeld om deelmobiliteit in gebiedsontwikkelingen, met specifieke aandacht voor sociale huurwoningen, toegankelijk(er) te maken voor midden en lagere inkomens. Propositie wordt in de praktijk getest in een pilot. 16. KORTE TERMIJN Samen met andere gemeenten (en evt. Het Rijk) starten we een verkenning naar de mogelijkheden voor inclusieve deelmobiliteit. We brengen bestaande inzichten en kennis bij elkaar om zo inzichtelijk te maken wat er nog nodig is om drempels weg te nemen zodat iedereen in de gemeente mee kan profiteren van deelmobiliteit. Hierin verkennen we 5 In de Raadsbrief Anders Reizen (7357682/2111111749.hb) beantwoorden we de motie ‘Deelmobiliteit ook voor

ouderen en mindervaliden’ (21/T234). We constateren dat commerciële aanbieders nog geen passende (maatwerk)oplossingen kunnen bieden vanwege de beperkte omvang van beide doelgroepen en de fase waarin de meeste deelmarkten zitten (nog geen solide businesscase). Acties gericht op deelmobiliteit voor iedereen hebben daarom op de kortere termijn vooral betrekking op lagere inkomens. Tegelijkertijd blijven we waar mogelijk zoeken naar mogelijkheden om deelmobiliteit ook voor deze doelgroepen aantrekkelijker te maken (bijvoorbeeld door aanbieders aan te spreken op toegankelijkheid en eenvoud bij het boeken en betalen).

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

21/32

specifiek oplossingen voor gebruikers die geen creditcard hebben en niet de middelen om mogelijke risico’s behorend bij gebruik van deelmobiliteit af te dekken. Ook zetten we mogelijke oplossingen voor de onrendabele top van deelmobiliteit uiteen. Daar waar commerciële aanbieders te weinig potentie zien – bijvoorbeeld in bepaalde gebieden of voor bepaalde doelgroepen – gaan we op zoek naar mogelijke (maatwerk)oplossingen om toch, samen met de markt, aanbod te realiseren als we denken dat dit maatschappelijk meerwaarde biedt. Bijvoorbeeld het ontwerpen van een aanbod met diensten passend bij lagere inkomensgroepen, onderzoeken van de mogelijkheden voor een concessie (met overheidsbijdrage of omzetgarantie) of het inzetten van publieke organisaties als launching customers. 17. STRAKS Op basis van de inzichten en uitkomsten van de pilot in Kanaleneiland (actie 14) en de verkenning met mede-overheden (actie 16) richten we in Utrecht (of breder waar logisch) proposities en oplossingen in die drempels wegnemen en deelmobiliteit inclusiever maken. 18. STRAKS We betrekken werkgevers en publiekstrekkers via Goedopweg om samen te komen tot interessante proposities én prikkels voor forenzen en bezoekers om deelmobiliteit te gebruiken, weliswaar niet als vervanging van OV. Er wordt ook onderzocht waar en hoe proposities gericht op dubbelgebruik ingezet kunnen worden.

Bijvoorbeeld gebruik van zakelijke deelauto’s door omwonenden. 19. STRAKS In wijken zonder parkeervergunningplicht en hoog percentage autobezit is permanent aanbod van deelmobiliteit vaak (nog) niet rendabel. We onderzoeken de mogelijkheid om samen met aanbieders te experimenteren met maatwerk voor wijken. Bijvoorbeeld deelvervoer op afroep, luxe typen deelvervoer, deelbakfietsen ter vervanging van de tweede (of derde) auto. 20. LATER Naar aanleiding van de mogelijkheden en adviezen uit actie 14 en 15, willen we investeren in ‘deelmobiliteit voor iedereen’. Hierbij zetten we in op de ‘value case’ van deelmobiliteit in plaats van op de ‘business case’. Daarnaast kijken we naar verschillende mogelijkheden om ook aanbieders een aandeel in deze maatschappelijke verantwoordelijkheid te laten nemen. Inspelen op verandermomenten zoals herinrichting of uitbreiding vergunningplicht 21. KORTE TERMIJN We onderzoeken hoe we aanbod beter kunnen sturen en procedures van plaatsing kunnen versnellen en vereenvoudigen. We doen een proef waarbij we een aantal locaties voor deelauto's aanwijzen op basis van inzichten en data. Voor deze locaties nemen we alvast aanwijzingsbesluiten zodat geïnteresseerde aanbieders direct aanbod kunnen plaatsen. Bij succes breiden we de methode uit over de stad. Het aanvragen van een passende locatie naar keuze blijft mogelijk voor aanbieders. 22.

STRAKS We organiseren een pilot rondom de herinrichting van een straat of gebied (UPP4-projecten). Daarin onderzoeken we of er een stimulerende werking uitgaat van op de meest aantrekkelijke plaats ruimte voor deelmobiliteit creëren. Daarnaast oriënteren we ons op hoe en waar (bijvoorbeeld fiets- en autoparkeerbeleid) we specifieke normen voor deelmobiliteit voor herinrichtingsprojecten (vergelijkbaar met de parkeernormen voor nieuwbouw) kunnen vastleggen. 23. STRAKS We oriënteren ons op een pilot rondom inzet van de deelfiets tussen grote gebiedsontwikkelingen en OV-knooppunten. In ontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone en Cartesiusdriehoek worden duizenden extra fietsbewegingen verwacht. Een van de denkrichtingen is het voorbeeld van de ‘Wisselfiets’ pilot in Amsterdam.

Plan van Aanpak Deelmobiliteit | 23 september 2022

22/32

Inzetten van de transitie naar 100% zero emissie deelmobiliteit 24. KORTE TERMIJN We ontwikkelen een passend netwerk van laadinfrastructuur en de juiste randvoorwaarden voor de transitie naar zero emissie (0% CO2-uitstoot). We onderzoeken in welk jaar en met welke randvoorwaarden het realistisch en haalbaar is voor marktpartijen en gemeente om te verplichten dat deelauto's zero emissie zijn. De gemeente heeft, in afstemming met concessiehouders en deelautoaanbieders tijd nodig om voldoende laadinfrastructuur te organiseren. Bovendien willen we voorkomen dat het enkel aanbieden van elektrische deelauto’s een rem vormt op de groei van het gebruik. We maken samen met de deelautoaanbieders en concessiehouders een plan voor de overgang van de huidige deelautovloot naar zero emissie inclusief een (ver)plaatsingsplan voor laadpalen op standplaatsen. Met aanbieders die worden toegestaan eigen laadpalen mee te nemen, sluiten wij een overeenkomst af. 25. STRAKS Experimenteren met/samen met aanbieders werken aan de inzet van deelauto’s in de balancering van het energienet en het ontwerpen van oplossingen voor slimmer laden van deelauto’s zoals het voorkomen van laadpaalkleven, gebruik van snelladers en de inzet van technologie om te kunnen reserveren aan een openbare laadpaal voor deelauto’s die gebruik maken van openbare laadinfra.

Overige acties die bijdragen aan de transitie van bezit naar gebruik 26. KORTE TERMIJN We zetten ons in om autodelen onder particulieren – gedeeld autogebruik – te laten groeien en kiezen een aantal maatregelen die hieraan bijdragen. Het autodelen onder particulieren kan plaatsvinden via een platform (zoals Snappcar), een coöperatie, of onderling tussen verschillende huishoudens. Er bestaat al een parkeervergunning die het autodelen tussen huishoudens in verschillende rayons mogelijk maakt. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om vaste parkeerplaatsen ook toe te kennen aan deelauto’s van particulieren en coöperaties met het doel dit aanbod zichtbaarder en toegankelijker te maken. We onderzoeken tevens of het mogelijk is om andere incentives of privileges te koppelen aan het inzetten van de eigen auto als deelauto. 27. STRAKS We oriënteren ons op acties die zich richten op andere vormen van deelvervoer zoals ‘ride sharing’ of op een betere benutting van het bestaande wagenpark van (deel)auto’s door een combinatie met carpooling of naar het idee van de proef met de ‘wisselfiets’. 28. LATER We denken mee over geschikte parkeerproducten die bij de transitie van bezit naar gebruik en een toekomst van flexibel autogebruik met leen-, huur- en deelauto’s of tijdelijke abonnementen op auto’s.

Te denken valt aan tijdelijke of verhandelbare parkeerrechten of het inrichten van parkeertegoeden die inwoners flexibel kunnen inzetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=76ce2fb0-ea36-4566-9299-0a276834d883