CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieverslag Kostenregeling samenwerken en ontzorgen

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitgangspunten voor de samenwerking met keldereigenaren bij het herstel kelders in het wervengebied10.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Participatieverslag

Kostenregeling, samenwerken en ontzorgen bij kelderherstel

september-2024

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................... 3 2. Participatieproces ............................................................................................................ 4 3. Procesverloop .................................................................................................................... 7 4. Conclusies ..........................................................................................................................14 Bijlagen Bijlage 1 Verslag 27 maart Bijlage 2 Verslag DUW 24 april Bijlage 3 Verslag 30 mei Bijlage 4 Flyers Bijlage 5 Brief Bijlage 6 Adviesnotitie over kelderherstel vereniging DUW Bijlage 7 Ingekomen brief: Visie op het Participatieproces Bijlage 8 Individuele reacties van keldereigenaren Bijlage 9 Reactie van de gemeente op de vragen en suggesties van keldereigenaren

2

1. Inleiding 1.1. Aanleiding kostenregeling kelderherstel De stad Utrecht staat bekend om haar karakteristieke binnenstad met werfkelders, die hun oorsprong al in de 12e eeuw vinden. Oorspronkelijk bedoeld als opslag- en doorgangsruimte voor goederen, die vervoerd konden worden over het water. De gemeente Utrecht werkt de komende 30 jaar aan het herstel en behoud van de werven, muren en kelders in de historische binnenstad. Eind 2024 is de gemeenteraad voornemens te besluiten over de definitieve kostenregeling tussen de gemeente en keldereigenaren voor het herstel van de kelders in het wervengebied. 1.2. Participatie bij de kostenregeling De definitieve kostenregeling maakt de gemeente Utrecht met participatie van de keldereigenaren, zodat college en raad hun belangen goed kunnen meewegen in het besluit. Begin 2024 is door de gemeente in samenspraak met het bestuur van vereniging De Utrechtse Werfkelders (DUW) een onafhankelijk procesbegeleider aangesteld. Onder haar leiding is de participatie vormgegeven en gestart over de definitieve kostenregeling. 1.3. Eerdere participatie Er heeft eerder participatie plaatsgevonden na de vaststelling van het plan van aanpak in 2020. Er zijn destijds meerdere bijeenkomsten georganiseerd met comités van keldereigenaren (van de Choorstraat, Oude Gracht, Nieuwegracht, Kromme Nieuwegracht en Plompetorengracht).

Ook heeft overleg plaatsgevonden met de Universiteit Utrecht, Centrum Management Utrecht, Commissie van Advies Bevoorradingsaangelegenheden Utrecht (CABU), nutsbedrijven en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Zij hebben geadviseerd over de onderzoeksopdrachten, onderzoeksresultaten en conclusies die zijn betrokken bij het opstellen van het programmaplan Werk aan de Werf. Daarnaast hebben hiervoor in 2021 online participatiebijeenkomsten plaatsgevonden, waarbij met keldereigenaren en belanghebbenden gesproken is over de opgave, scope, belastbaarheid van kelders, weren zwaar verkeer, lekkage van kelders en samenwerking tussen de gemeente en keldereigenaren. In 2022 is de tijdelijke subsidieregeling met participatie van keldereigenaren tot stand gekomen. Verder zijn in de periode 2022 - 2024 eigenaren en gebruikers van de kelders actief betrokken bij het in kaart brengen van alle kelders in het wervengebied en bij de evaluatie van de eerste ervaringen met het samen herstellen van kelders.

3

2. Participatieproces 2.1. Inleiding Het proces startte begin 2024. De gemeente en vereniging DUW hebben gezamenlijk een plan van aanpak voor de participatie opgesteld. Daarbij gold het raadsbesluit Programma wervengebied als uitgangspunt: ‘onder leiding van een onafhankelijk procesbegeleider de kostenregeling uitwerken'. Opdracht was het opzetten en uitvoeren van het participatietraject, met als doel het betrekken van de zienswijzen van keldereigenaren bij het vormgeven van de kostenverdeling van het herstel van werf- en kluiskelders, zodat college en raad deze kunnen meewegen in hun besluitvorming. Ook betekende dit een strakke planning om eind mei tot een onderbouwing van een advies te komen, waarna bestuurlijke besluitvorming het tweede deel van 2024 plaats kon vinden. Gemeente en vereniging DUW trokken samen op bij de uitvoering van het plan van aanpak. De gemeenteraad is op de hoogte gehouden met twee raadsbrieven. Het plan van aanpak is te openen via deze link (pdf). Deel 1 van de aanpak door onafhankelijke procesbegeleider is te openen via deze link (pdf) Deel 2 van de aanpak door de onafhankelijke procesbegeleider is te openen via deze link (pdf) De raadsbrief van november 2023 leest u hier. De raadsbrief van april 2024 leest u hier. 2.2. Doel en doelgroepen In het plan van aanpak voor de participatie is het doel van de participatie aangescherpt.

De term zienswijzen is losgelaten (dit is een term uit de formele inspraak). Het doel is als volgt geformuleerd: Het betrekken van de belangen en advies ophalen vanuit keldereigenaren bij het vormgeven van de kostenverdeling van het herstel van de werf- en kluiskelders, zodat college en gemeenteraad deze kunnen meewegen in hun besluitvorming. De inzet van de participatie was om zoveel mogelijk keldereigenaren de gelegenheid te geven om mee te doen. Er zijn ca. 950 werfkelders met 750 eigenaren. Bij de participatie en communicatie zijn de doelgroepen de eigenaren en erfpachters van de werf-, kluis- en straatkelders, met extra aandacht voor georganiseerde groepen zoals de vereniging De Utrechtse Werfkelders. Voor de vereniging was een actieve rol voorzien in het participatieproces, bijvoorbeeld in het opstellen van het plan van aanpak, in de voorbereiding van en aanwezigheid bij de bijeenkomsten en in het faciliteren van inbreng van (individuele) eigenaren. 4

Naast de keldereigenaren zijn ook de zakelijke eigenaren, zoals de Universiteit Utrecht, vastgoedbeleggers en Het Utrechts Monumenten Fonds, doelgroep van het participatieproces. In deze gesprekken had de gemeente het voortouw. De opzet was vergelijkbaar met de gesprekken met keldereigenaren: het ophalen van belangen, meningen en afwegingen rondom kostenregeling en samenwerking bij kelderherstel. 2.3. Scope De onderwerpen van de participatie waren de aspecten die keldereigenaren van belang vinden voor de kostenregeling. Dus niet zozeer een keuze of voorkeur voor een variant, maar veel meer de onderliggende afwegingen en belangen. 2.4. Participatieniveau Het participatieniveau was vastgesteld op adviseren. Dit houdt in dat de keldereigenaren hun opvattingen op de verschillende varianten van de kostenregeling kunnen inbrengen: hun belangen, voor- en nadelen, afwegingskader en argumenten om te komen tot een keuze tussen de varianten. De belangen, meningen en adviezen van keldereigenaren worden meegewogen in het raadsvoorstel dat het college ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorlegt.

5

2.5. Participatie aanpak De aanpak voor de participatie is in samenspraak met de gemeente en vereniging DUW verder vormgegeven en voorzag in een aantal rondes, rekening houdend met de einddatum van eind mei: •

•

•

•

Een kick-off sessie met gemeente Utrecht en vereniging DUW om de uitgangspunten voor de participatie vast te stellen (heeft plaatsgevonden in februari 2024) Een informatiemarkt om keldereigenaren te informeren over de uitkomsten van de onderzoeken naar schade en schade oorzaken (presentatie onderzoeksbureaus), toelichting op de drie varianten voor kostenverdeling, inventarisatie van factoren voor het afwegingskader, de voorgeschiedenis/tijdlijn en het proces van participatie. En om reacties op te halen en vragen te beantwoorden over kelderherstel (heeft plaatsgevonden op 27 maart 2024). Variantentafels (april 24), bijeenkomsten voor keldereigenaren en de gemeente om het gesprek te voeren over de varianten en over de aspecten die van belang zijn om tot een afweging tussen de varianten te komen (heeft niet in deze, maar in een andere vorm plaatsgevonden). Oogstbijeenkomst (mei 2024), een bijeenkomst om alles wat is ingebracht tijdens de participatierondes bij elkaar te brengen, zodat een eerste beeld ontstaat over de aspecten die van belang zijn voor de kostenregeling, de voor- en nadelen van de varianten en een de argumenten om tot een voorkeursvariant (heeft in licht aangepaste vorm plaatsgevonden op 30 mei 2024).

6

3. Procesverloop 3.1. Informatiemarkt 27 maart Na overleg tussen gemeente Utrecht en vereniging DUW over de aanpak van de participatie begon in maart het gesprek tussen gemeente en keldereigenaren over de definitieve kostenregeling door middel van een informatiemarkt. Het doel was het informeren van de eigenaren en erfpachters van de werf-, kluisen straatkelders over de voorlopige uitkomsten van de onderzoeken naar schade en schade oorzaken, het onderzoek 'Leren van de lessen van de schadeafhandeling in Groningen en Limburg' van AEF en de evaluatie van samenwerking en invulling van buren en zorgplicht van Beautiful Lives. Ook zijn de drie varianten van de kostenverdeling, de voorgeschiedenis/ tijdlijn en het proces van participatie gepresenteerd. De bijeenkomst had de opzet van een inloopbijeenkomst, waardoor iedere aanwezige de informatie zelf tot zich kon nemen en in gesprek kon met de gemeente en onderzoekers. De vereniging DUW was aanwezig voor vragen over de inzet en rol van de vereniging. Er waren ongeveer 70 keldereigenaren aanwezig. Veel eigenaren kwamen naar de bijeenkomst met concrete vragen over het proces of over hun eigen situatie. Ook was er veel interesse voor de resultaten van de onderzoeken. Het beeld uit de onderzoeken over samenwerking, zorgplicht, en burenplicht werd door veel aanwezige keldereigenaren bevestigd.

Er waren positieve geluiden over samenwerking in het belang van het behoud van erfgoed en de actieve rol van de gemeente. Wel waren er zorgen over het complexe opdrachtgeverschap en over de (on)zekerheid vooraf over de eigen financiële bijdrage aan kelderherstel. Er werd opgemerkt dat het woord 'kostenverdeling', zoals gebruikt op de panelen, een onjuiste term is als bewijsvermoeden één van de mogelijkheden is. De term 'kostenregeling' werd aangedragen als alternatief. In het vervolg is dit in de communicatie zoveel mogelijk gebruikt. Er is een verslag van de bijeenkomst opgesteld en verspreid via het kenniscentrum, per e-mail (gemeente en DUW) en de Parta app. Het volledige verslag van 27 maart is toegevoegd als bijlage 1. 3.2. Varianten kostenregeling bespreken De bedoeling was na de eerste bijeenkomst verder in gesprek te gaan over de varianten van kostenregeling: expert oordeel, bewijsvermoeden en subsidieregeling. In april, tijdens een bijeenkomst georganiseerd door vereniging DUW, bleek dat keldereigenaren eerst in gesprek wilden gaan over het ontzorgen bij het opdrachtgeverschap (zie bijlage 2 voor het verslag van DUW). Dit is voor een deel van de keldereigenaren van groter belang, dan de vraag welke kostenregeling zou worden gekozen.

7

Ontzorgen In samenspraak met de vereniging, gemeente en onafhankelijk procesbegeleider is besloten het gesprek over ontzorgen daarom naar voren te halen. In mei en juni zijn diverse gesprekken gevoerd met individuele en groepjes keldereigenaren over zowel het ontzorgen van keldereigenaren als over de kostenregeling. In de onderzoeken en de participatie zeggen veel (particuliere) keldereigenaren niet voldoende kennis en ervaring te hebben om het opdrachtgeverschap voor kelderherstel goed in te vullen. Besproken is wat er al aan ondersteuning is. Niet alle keldereigenaren waren daarmee bekend. Daarnaast is besproken wat voor het opdrachtgeverschap van de complexe uitvoering van kelderherstel nog meer nodig is en wat de gemeente daarin kan betekenen. Onder meer door een gezamenlijke bouwbegeleider aan te stellen, die namens de opdrachtgevers de aannemer aanstuurt, door regie te nemen in de planning en afstemming met aangrenzende werkzaamheden en partijen, door nog meer kennis en ervaring te delen over het herstel van kelders en door samenwerkingsafspraken te maken. Vervolgens is het gesprek gevoerd over de vraag wat bij een kostenregeling verder belangrijk is en over de vraag met welke variant van een kostenregeling dat het beste kan worden gerealiseerd. 3.3.

Informatiemarkt 30 mei De voorlopige resultaten van die ronde gesprekken over de kostenregeling en het ontzorgen van keldereigenaren en de resultaten van de onderzoeken naar schadeoorzaken zijn eind mei in een informatiemarkt gedeeld en besproken. Daar namen ongeveer 50 keldereigenaren aan deel. Doel was het delen van de voorlopige resultaten en het ophalen van meningen en ideeën van keldereigenaren. We bespraken belangrijke aspecten bij kelderherstel, ontzorging, kostenregeling en deelden informatie over kelderherstel en schadeonderzoeken. De bijeenkomst had de vorm van een informatiemarkt met vrije inloop, waarbij aanwezigen bij statafels het gesprek aan konden gaan met medewerkers van de gemeente Utrecht en de onderzoeksbureaus. De vereniging DUW was aanwezig voor vragen over de inzet en rol van de vereniging. Keldereigenaren konden ook door middel van ‘geeltjes’ en reactieformulieren hun aandachtspunten, opmerkingen en vragen achterlaten. De bijeenkomst had een nuttige opbrengst voor zowel de gemeente als de aanwezige keldereigenaren. Besproken is wat belangrijk is bij het ontzorgen in het opdrachtgeverschap en in de kostenregeling en op welke wijze dat het 8

beste kan worden bereikt. Er zijn vragen beantwoord over wat er nodig is om kelderherstel te starten, waar men schade kan melden, hoe lang de subsidieregeling nog loopt en waar de onderzoeksresultaten in te zien zijn.

De drie varianten De drie varianten van kostenregeling (bewijsvermoeden, expert oordeel en subsidie) werden opnieuw toegelicht. Veel van de punten die in de voorgaande gesprekken benoemd zijn over ontzorgen en de kostenverdeling kwamen ook op deze avond naar voren: • Veroorzaker betaalt? Keldereigenaren vinden het belangrijk dat wie de schade heeft veroorzaakt, de kosten daarvoor draagt. Maar uit het schade onderzoek blijkt dat oorzaak en veroorzaker niet of nauwelijks vast te stellen is. Keldereigenaren begrijpen dat en willen geen conflicten of juridische strijd. Een subsidieregeling lijkt dan een geschikt alternatief. • Zekerheid vooraf? Er is behoefte om vooraf inzicht te hebben in de eigen bijdrage in herstelkosten. Een subsidie regelt de verdeelsleutel vooraf. Bij bewijsvermoeden weet men pas achteraf waar men aan toe is. • Eenvoudige regeling De keldereigenaren vinden dat een regeling eenvoudig toe te passen moet zijn. Het bepalen van de oorzaken en veroorzaker is ingewikkeld en kan leiden tot onenigheid en juridische procedures. Dit maakt de kostenregelingen bewijsvermoeden en expert oordeel complexer dan de subsidieregeling. • Lage proces en uitvoeringskosten Het beschikbare geld moet volgens de keldereigenaren zo veel mogelijk worden besteed aan het herstel van kelders.

Meer onderzoeken en kans op juridische procedures vergroot de kans op hogere procedurele- en uitvoeringskosten. Over het algemeen gaven keldereigenaren aan dat de subsidieregeling geen slechte regeling is. Hoewel in sommige gevallen bewijsvermoeden of expert oordeel eerlijker lijkt, erkennen eigenaren de complexiteit hiervan. Er werd een 9

suggestie gedaan voor een vierde variant: geef keldereigenaren de keuze tussen subsidieregeling, bewijsvermoeden of expert oordeel. Er is een verslag van de bijeenkomst opgesteld en verspreid via het kenniscentrum, per e-mail (gemeente en DUW) en de Parta app. Het volledige verslag van 30 mei is toegevoegd als bijlage 3. 3.4. Toetsingsronde In juni zijn de uitkomsten en voorlopige conclusies gedeeld. Er zijn teksten gemaakt met een samenvatting van alle informatie van de onderzoeken en de gesprekken met keldereigenaren: (1) over de aanleiding en context, (2) over de conclusies en aanbevelingen in de onderzoeken. (3) over het ontzorgen van keldereigenaren in het opdrachtgeverschap en (4) over de kostenregeling. Keldereigenaren is gevraagd om deze teksten voor 16 augustus te reviewen. De definitieve teksten zijn gebundeld in een nota die ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Daarnaast is keldereigenaren gevraagd om via de Parta app of via e-mail te reageren op dilemma's, waarbij is gevraagd een keuze te maken, en vooral, deze keuze toe te lichten. De dilemma's waren: • Bij de kostenregeling: schadevergoeding of bijdrage in de herstelkosten? Ten aanzien van dit dilemma is 1 reactie ontvangen. Deze keldereigenaar koos voor ‘bijdrage in de herstelkosten’.

• Bij de kostenregeling: financiële zekerheid vooraf of kostenverdeling tijdens de uitvoering vaststellen? Ten aanzien van dit dilemma zijn geen reacties ontvangen. • Bij schadeafhandeling: eenvoud of maatwerk? Ten aanzien van dit dilemma is 1 reactie ontvangen. Deze keldereigenaar koos voor ‘Maatwerk’. • Bij ontzorgen: ontzorgd worden of zelf doen? Ten aanzien van dit dilemma zijn twee reacties ontvangen. 1 keldereigenaar koos voor ‘ontzorgd worden’ de ander voor ‘zelf doen’. Daarnaast hebben vereniging DUW en een groep van 5 keldereigenaren in een brief aan het college hun visies op het gelopen proces en het vervolg gegeven. 3.4.1 Visie van Vereniging DUW op het Kelderherstel De Vereniging De Utrechtse Werfkelders (DUW) heeft een uitgebreide visie opgesteld waarin zij pleiten voor een toekomstbestendige en gezamenlijk ontwikkelde aanpak van het kelderherstel in Utrecht. In haar reactie geeft DUW aan dat zij constateert dat keldereigenaren opteren voor een regeling die financiële duidelijkheid geeft, eenvoudig is en aantrekkelijk, maar dat er ook veel sympathie is voor de ‘omgekeerde bewijslast’. DUW pleit voor het continueren van de tijdelijke subsidieregeling totdat een toekomstbestendig plan is uitgewerkt in nauwe samenwerking met de 10

keldereigenaren. De vereniging ziet het herstel van vertrouwen tussen de gemeente en keldereigenaren als een positieve ontwikkeling, en benadrukt dat de regelingen en afspraken die in 2025 worden gemaakt, eerlijk, transparant en in goede samenspraak met de eigenaren moeten zijn. Daarnaast is de vereniging bereid om als mede-ontwikkelaar bij te dragen aan het meerjarenbeleid voor het herstel van de kelders. Hierbij pleit DUW voor het gezamenlijk verkennen van de uitgangspunten voor een kostenregeling, het ontwikkelen van vormen van opdrachtgeverschap, en het maken van duidelijke afspraken over beleid en uitvoering. DUW benadrukt dat het van belang is dat deze afspraken goed worden vastgelegd om geschillen te voorkomen en een soepele uitvoering te waarborgen. DUW erkent dat het herstel van de kelders complex is en vraagt om maatwerk. Dit vereist een nauwe samenwerking tussen de gemeente en de keldereigenaren, met aandacht voor specifieke situaties en de noodzaak van een deskundige begeleiding tijdens het gehele proces. De vereniging benadrukt het belang van een toekomstbestendige en gezamenlijk ontwikkelde aanpak voor het herstel van de Utrechtse werfkelders en kiest voor een gezamenlijk verkennen van de uitgangspunten ten behoeve van een kostenregeling. Tot die tijd dient de huidige tijdelijke regeling gehandhaafd te blijven.

Dit omvat onder andere afspraken over opdrachtgeverschap en de noodzakelijke ondersteuning van keldereigenaren, een proces dat de vereniging omschrijft als "ontzorgen". De volledige beschrijving van de visie van DUW is bijgevoegd in bijlage 6. 3.4.2. Visie van een groep van 5 keldereigenaren op het participatieproces Een groep keldereigenaren heeft zorgen geuit over het huidige participatieproces rondom de kostenregeling voor het herstel van de werfkelders. Zij benadrukken dat het proces niet volledig in lijn is geweest met de opdracht van de gemeenteraad en dat de gekozen aanpak keldereigenaren de mogelijkheid heeft onthouden om (in co-participatie) overeenstemming te bereiken over wat in de ogen van alle partijen een eerlijke verdeling van de kosten is. De groep stelt dat het participatieproces opnieuw moet plaatsvinden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen volledig wordt meegenomen en er beter wordt samengewerkt met de keldereigenaren. Volgens deze keldereigenaren moet de focus van het proces verschuiven van eenzijdige voorlichting naar een meer gebalanceerde en transparante dialoog. Het doel moet zijn om tot een oplossing te komen die door beide partijen als eerlijk wordt ervaren. Dit kan alleen worden bereikt door een diepgaande discussie over zowel de juridische als de technische aspecten van de schade, waarbij de input van deskundigen wordt geïntegreerd.

De groep dringt erop aan dat de uiteindelijke kostenregeling niet eerder definitief kan worden vastgesteld dan wanneer er overeenstemming is bereikt over een 11

bredere samenwerking tussen de gemeente en de keldereigenaren. Deze samenwerking moet duidelijke en bindende afspraken omvatten over alle aspecten van het herstelproces, inclusief de financiering. Ten slotte benadrukken deze keldereigenaren het belang van een werkelijk onafhankelijke procesbegeleider die het vertrouwen van alle betrokkenen geniet. Zij pleiten voor een vernieuwd plan van aanpak dat gedetailleerd de stappen beschrijft die nodig zijn om tot een succesvolle en eerlijke kostenregeling te komen. De volledige brief namens deze groep keldereigenaren is bijgevoegd in bijlage 7. 3.4.3. 15 individuele reacties Ten slotte hebben 15 keldereigenaren van de mogelijkheid gebruik gemaakt om via de mail een reactie in te dienen. 11 van deze reacties waren een ondersteuningsverklaring op de visie van voornoemde eigenaren (zie 3.4.2). 4 keldereigenaren gaven een reactie op basis van hun eigen visie op en ervaring met kelderherstel. Deze lopen qua inhoud behoorlijk uiteen. Een overzicht hiervan is te lezen in bijlage 8. 3.4.4 Reactie van de gemeente op de vragen en opmerkingen van keldereigenaren De gemeente heeft een reactie gegeven op de vragen en opmerkingen van keldereigenaren over de uitgangspunten voor de samenwerking bij kelderherstel. Deze is als bijlage 9 toegevoegd bij dit participatieverslag.

In de reactie van de gemeente zijn de vragen en opmerkingen zo veel mogelijk gebundeld naar onderwerp waarop een reactie is gegeven. 3.5. Inzet Parta app en communicatie Gedurende het hele proces konden keldereigenaren ook reageren en vragen stellen via een participatie app. Deze Parta app gebruikten we ook om de keldereigenaren te informeren over de laatste ontwikkelingen, te linken naar het Kenniscentrum Werven, uit te nodigen voor de bijeenkomsten, verslagen en onderzoeken te delen. Hier namen ongeveer 80 keldereigenaren deel aan het gesprek.

12

De participatie werd verder ondersteund door de volgende communicatiemiddelen: • Flyers: we nodigden de keldereigenaren huis-aan-huis uit via een uitnodigende flyer om deel te nemen aan de bijeenkomsten op 27 maart en 30 mei. Met een QRcode konden zij ook de Parta app te downloaden. Zie de bijlage 4 voor de flyers. • Alle eigenaren hebben een brief ontvangen waarbij ze zijn geïnformeerd over het participatietraject. Zie de bijlage 5 voor de brief. • Nieuwsbrieven/e-mail: eigenaren van de kelders ontvingen eens per drie maanden een digitale nieuwsbrief vanuit de gemeente. We zorgden voor een uitnodiging via mail met dezelfde oproep als op de flyer: downloaden van de Parta-app en uitnodiging voor de bijeenkomsten. • Kenniscentrum Werven: alle informatie, onderzoeken en verslagen waren gedurende het participatieproces te vinden op het kenniscentrum werven van de gemeente Utrecht. Ook vervulde de vereniging DUW een rol bij de communicatie naar de keldereigenaren. Zij verstuurden de uitnodigingen via hun eigen nieuwsbrief.

Van alle participatie activiteiten is een verslag gemaakt over de aanpak en het proces van participatie, de vragen, antwoorden en de gegeven adviezen.

13

4. Conclusies 4.1. Rol onafhankelijk procesbegeleider Met het aanstellen van de onafhankelijk procesbegeleider door gemeente en vereniging DUW ging de participatie rondom het programma Werven een nieuwe fase in, op basis van het plan van aanpak, zoals vermeld in hoofdstuk 2 van dit verslag. Tegelijkertijd bouwde het voort op eerdere participatie en was het proces gebonden aan een aantal uitgangspunten en kaders, die het proces stuurden. Het doel van de participatie, het participatieniveau, de scope en de tijdspanne waren vooraf meegegeven. Voor de onafhankelijk procesbeleider was dit balanceren tussen wat vast ligt en waar ruimte is. En de balans vinden tussen de rol van de gemeente en die van keldereigenaren, al dan niet verenigd in DUW. Bij een aantal keldereigenaren rees de vraag over de onafhankelijkheid van de procesbegeleider. Zij stelden 'wie betaalt bepaalt' en hadden het gevoel dat meer naar de gemeente werd geluisterd dan naar keldereigenaren. De onafhankelijk procesbegeleider heeft steeds benadrukt in opdracht van zowel de gemeente als de vereniging, en alle keldereigenaren te handelen en heeft steeds de ruimte gezocht en opgerekt voor keldereigenaren om invloed uit te oefenen, binnen de gegeven kaders. Dat de participatie ten dienste staat van de besluitvorming blijft een feit; het uiteindelijke besluit ligt bij de gemeenteraad.

Het participatieniveau van 'adviseren' was daardoor het hoogst haalbare. Dat is ingevuld door op zoek te gaan naar overwegingen, argumenten en belangen en door deze zo inzichtelijk te maken dat de gemeenteraad deze in haar belangenafweging mee kan nemen. Gedurende het participatieproces zijn er momenten geweest waarop het proces kon worden bijgestuurd, in overleg met de gemeente en de vereniging. Een voorbeeld hiervan is het onderwerp ontzorgen onderdeel maken van het participatieproces. Hieronder een reflectie op het proces en de uitkomsten. 4.2. Ervaren tijdsdruk Al bij de start in februari gaf de vereniging aan dat ze de tijdspanne krap vond, met eind mei in gedachten voor de oplevering van het participatieproces. Hier is tussentijds steeds aandacht voor gevraagd en geweest. Met soms versnellen en soms vertragen tijdens het proces. De oorspronkelijke planning (van eind mei opleveren) is gaandeweg losgelaten, zodat de zomermaanden (juni, juli en half augustus) nog benut konden worden voor de participatie (toetsronde en advies). Ondanks de ervaren tijdsdruk is de indruk dat binnen de gestelde tijd zoveel mogelijk keldereigenaren zijn bereikt en een diversiteit aan belangen is gehoord. Meer tijd zou niet meer input hebben opgeleverd, maar wellicht wel minder gevoel van tijdsdruk bij met name vereniging DUW.

Wat ook meespeelde is dat de vereniging nog in oprichtende fase was en nog niet op volle kracht kon handelen. Daartoe is ondersteuning ingeschakeld. Toch blijft de vereniging afhankelijk van vrijwilligerswerk en is de inzet bij een participatieproces als dit een onevenredig grote inspanning. Dit vraagt van de 14

gemeente en de onafhankelijk procesbegeleider balans zoeken tussen regelmatig informeren, raadplegen, samen beslissen en niet overbelasten van de vereniging. Ook voor eventueel vervolg van de participatie moet hier rekening mee worden gehouden. 4.3. Van kostenverdeling naar kostenregeling Al tijdens de eerste informatiemarkt in maart werd opgemerkt dat de term 'kostenverdeling' een ongelukkige term was. Keldereigenaren kregen de indruk dat de gemeente al richting had gekozen (voor de variant subsidieregeling) door uit te gaan van kostenverdeling. In plaats daarvan opperden zij om de term 'kostenregeling' te gebruiken; een term die meer past bij alle drie de varianten. In het vervolg is dit in de stukken en communicatie zoveel mogelijk gebruikt. 4.4. Participatieaanpak: in gesprek met keldereigenaren Gezien de uitgangspunten en kaders van de participatie is een participatie aanpak gekozen bestaande uit twee informatiemarkten/inloopbijeenkomsten, individuele en groepsgesprekken, online participatie via de Parta app en reageren op conceptteksten en dilemma’s via e-mail. Hiermee kregen binnen de beschikbare tijd zoveel mogelijk keldereigenaren de gelegenheid om mee te doen. Mensen konden zowel fysiek als online deelnemen. De vorm van de informatiemarkten/inloopbijeenkomsten gaf de keldereigenaren de gelegenheid om alle informatie te vergaren om een eigen mening te vormen.

Het gaf keldereigenaren de mogelijkheid om persoonlijk in gesprek te gaan met de experts van de onderzoeksbureaus, de TU Delft en de gemeente en specifieke vragen te stellen, passend bij de eigen informatiebehoefte en persoonlijke situatie. De keerzijde van 'inloop' is dat er geen moment is voor plenaire informatieoverdracht (die soms wel verwacht, maar uiteindelijk niet gemist werd). Ook is de ruimte voor gesprekken tussen gemeente en meerdere keldereigenaren beperkt tijdens een inloop. Door tussentijds gesprekken te organiseren is hier toch voldoende ruimte voor gecreëerd. Toch blijkt dat de persoonlijke situaties van keldereigenaren zo verschillend zijn, dat zij hun eigen afweging maken en eigen voorkeuren hebben. Conclusie is dat het hoogst haalbare resultaat van de participatie een optelsom is van belangen van individuele keldereigenaren en er geen sprake is van één groepsbelang. 4.5. Participatiescope verbreed naar ontzorgen Keldereigenaren hebben tijdens het participatieproces duidelijk gemaakt dat zij onvoldoende kennis en ervaring te hebben om het opdrachtgeverschap voor kelderherstel goed in te vullen en graag ontzorgd willen worden door de gemeente. Aanvankelijk was het de bedoeling dat in het najaar van 2024 uit te werken, los van de kostenregeling.

Het is echter voor de keldereigenaren zo'n belangrijk onderwerp dat is besloten om het onderwerp van ontzorgen ook al mee te nemen in de participatie én de besluitvorming over de kostenregeling. Hiertoe zijn al suggesties opgehaald wat de gemeente zou kunnen doen om 15

keldereigenaren te ontzorgen, los van wat nu al geregeld is. In een later stadium zal dit nader worden vormgegeven. 4.6. Resultaten Het participatieproces is, binnen de vooraf meegegeven kaders, zorgvuldig verlopen. Keldereigenaren hebben zich voldoende kunnen laten informeren en hebben voldoende gelegenheid gehad om hun belangen en meningen te laten horen. De gemeente heeft deze belangen en meningen ook een plek gegeven in het (aanpassen van het) proces en in de inhoudelijke richting van het advies. Voorbeelden daarvan zijn het bijsturen op de planning, de scope en de aanpak. Het belangrijkste resultaat van de participatie is dat de gemeente samen met de keldereigenaren in beeld hebben gebracht wat ze belangrijk vinden bij een kostenregeling, en met welke variant dit het beste kan worden gerealiseerd. Zo moet de kostenregeling eenvoudig en aantrekkelijk zijn, moet de financiële bijdrage ten goede komen aan kelderherstel en niet aan proces- en uitvoeringskosten, moet de regeling de keldereigenaar vooraf financiële zekerheid bieden en niet leiden tot conflicten en juridische procedures. De toevoeging van het onderwerp 'ontzorgen' heeft er toe geleid dat keldereigenaren zich gehoord en gesteund voelden tijdens het participatieproces, en er een basis is gelegd voor uitwerking van dit onderwerp in de komende periode.

16

Bijlagen

17

Bijlage 1 Verslag 27 maart Informatiemarkt kostenregeling kelderherstel Verslaglegging door: de onafhankelijke procesbegeleider Datum: Tijd: Locatie:

27 maart 2024 16:00 - 18:00 en 19:00 - 21:00 uur De Witte Vosch (Oudegracht 46, Utrecht)

Gemeente Utrecht werkt de komende 30 jaar aan het herstel en behoud van de werf-, kluis- en straatkelders. Het herstel en behoud van het wervengebied is alleen mogelijk als gemeente en keldereigenaren met elkaar samenwerken. Onder leiding van de onafhankelijke procesbegeleider gaan keldereigenaren en gemeente de komende maanden met elkaar in gesprek over de kostenregeling voor het kelderherstel. De informatiemarkt op 27 maart 2024 was de eerste bijeenkomst uit een reeks van drie. De oogst van de gesprekken met de keldereigenaren wordt meegenomen door het college en gemeenteraad bij de besluitvorming. In september 2024 neemt het college een besluit over het voorstel voor de kostenregeling dat ze aan de raad gaat voorleggen. Vervolgens neemt de raad in december 2024 een besluit over een definitieve kostenregeling. Naast fysieke bijeenkomsten wordt de Parta app ingezet om informatie te delen, vragen te stellen en kennis uit te wisselen. Doel bijeenkomst Het doel van de informatiemarkt van 27 maart was het informeren van de eigenaren en erfpachters van de werf-, kluis- en straatkelders over de voorlopige uitkomsten van de onderzoeken, de drie varianten van de kostenregeling, de voorgeschiedenis/ tijdlijn en het proces van participatie. Er waren ca. 70 mensen aanwezig. Informatiemarkt Bezoekers konden gedurende twee tijdsloten vrij binnenlopen.

De bijeenkomst was opgezet in de vorm van een informatiemarkt, waarin aanwezigen aan de hand van panelen informatie konden inwinnen. Bij de panelen stonden medewerkers van gemeente Utrecht en de onderzoekexperts vanuit Antea Group, Witteveen + Bos, RHDHV, AEF en de TU Delft, om vragen te beantwoorden. Ook was professor dr. ir. J.G Rots (hoogleraar Constructiemechanica aan de TU Delft) aanwezig. Hij is voormalig lid van de Commissie van Wijzen Wervengebied en zal de onderzoeken reviewen. Verder was vereniging DUW aanwezig om meer te vertellen over hun vereniging en de bouwmeester over de technische aspecten van het herstel van de werfkelders. Daarnaast was er meer informatie te krijgen over de participatie app, die ter ondersteuning van dit traject wordt ingezet: de Parta app. Het proces werd begeleid door de onafhankelijke procesbegeleider. Wethouder Rachel Streefland was aanwezig als toehoorder. 18

Er lagen reactieformulieren die aanwezigen konden invullen. Zij konden hierop een opmerking geven of een vraag stellen. Zij ontvangen hier, indien gewenst, schriftelijk een reactie op van de gemeente. Gemoedelijke sfeer Over het algemeen heerste er een gemoedelijke sfeer. Sommige eigenaren kwamen naar de bijeenkomst met concrete vragen over het proces of over hun eigen situatie. Waarbij de ene eigenaar nog helemaal niet bezig is met herstel, werkt de ander hier al jaren aan. Maar het gevoel dat we dit samen moeten doen, in het belang van het behoud van het erfgoed, wordt over het algemeen gedeeld. Kostenregeling drie varianten Het doel van de bijeenkomst was onder andere om keldereigenaren te informeren over de drie voorgestelde varianten voor een kostenregeling: bewijsvermoeden (op advies van de Commissie van Wijzen Wervengebied), technisch expertoordeel en subsidie (huidige regeling). Tijdens de volgende bijeenkomst zijn deze varianten het onderwerp van gesprek. Een keldereigenaar merkte op dat het woord 'kostenverdeling', zoals vermeld op de panelen, een onjuiste term is als bewijsvermoeden één van de mogelijkheden is. De term 'kostenregeling' is een beter alternatief. Aangegeven is dat dit wordt aangepast. Een aantal keldereigenaren vroeg waarom er naast bewijsvermoeden ook twee andere varianten zijn onderzocht.

Het antwoord op deze vraag wordt uitvoerig besproken op: kenniscentrum - varianten kostenregeling. Vragen persoonlijke situatie Veel keldereigenaren kwamen naar de bijeenkomst, omdat zij vragen hadden over hoe zij verder moeten met hun persoonlijke situatie. Sommigen zijn zelf al aan de slag gegaan met het opstellen van een plan voor herstel, of de uitvoering daarvan. Veel vragen gingen over wat er nodig is om te starten met kelderherstel. Meer informatie over hoe de gemeente helpt, is te vinden op: kenniscentrum - hulp van de gemeente. Een aantal keldereigenaren benoemde dat er iemand langs was geweest voor metingen, maar dat ze daar nog geen resultaten van hadden gezien en zij benieuwd waren naar de uitkomsten. Anderen vroegen zich af, hoe zij erachter komen of herstel nodig is. De persoonlijke vragen die technisch van aard waren, zijn beantwoord door de bouwmeester. Schade oorzaken en onderzoeken Verschillende bureaus hebben de afgelopen twee jaar onderzoek uitgevoerd naar onder andere twintig kelders die voor herstel waren open gegraven. De eerste resultaten tonen aan dat schade aan kelders in het wervengebied bijna altijd komt door een combinatie van oorzaken. Of historisch onderzoek of activiteiten bij omliggende kelders tot dezelfde soort schades leiden, is nog gaande.

Er is op dit moment nog geen aanleiding om te denken dat zwaar verkeer de enige oorzaak of hoofdoorzaak is van alle schades. De verwachting is als de bureaus de komende jaren meer kelders onderzoeken, dat dit niet tot een ander beeld gaat leiden. Zie voor meer informatie over de onderzoeken: kenniscentrum - schade en schadeoorzaken. Vragen die gesteld werden door keldereigenaren gingen onder andere over het effect van trillingen van heiwerkzaamheden, het meebetalen van nutsbedrijven als blijkt dat zij (deels) 19

verantwoordelijk zijn voor schade en het risico dat verstopte waterspuwers zorgen voor waterschade. Meer informatie hierover is te lezen op: kenniscentrum - schade en lekkage voorkomen. Ook is door meerdere keldereigenaren melding gedaan dat schades zijn ontstaan, of dat bestaande schades zijn verergerd, door de werkzaamheden aan de walmuren. Meer informatie hierover is te lezen op: kenniscentrum – schade door werkzaamheden. Ten slotte hadden veel keldereigenaren vragen over de huidige subsidieregeling. Ook waren er vragen over wat er gebeurt als gedurende het herstelproces blijkt dat herstel meer kost dan aanvankelijk gedacht. Kijk voor meer informatie over de huidige subsidieregeling op: kenniscentrum – subsidie voor herstel kelders wervengebied. Eigendom De Werfkelders staan niet in het kadaster, waardoor het soms onduidelijk wordt gevonden wat precies het eigendom van een keldereigenaar is en wat onder eigendom van de gemeente valt. De Commissie van Wijzen Wervengebied heeft hier onderzoek naar gedaan en uitspraken over gedaan. Zie voor meer informatie: kenniscentrum - advies van Commissie van Wijzen Wervengebied.

Lessen uit Groningen en Limburg Andersson Elffers Felix (AEF) werd gevraagd om de Utrechtse aanpak van kelderherstel te analyseren en lessen te trekken uit andere schadehersteltrajecten, zoals de afhandeling van schade van de doorgaswinning veroorzaakte aardbevingen in Groningen en door overstromingen in Limburg. Het onderzoek wijst uit dat de Utrechtse aanpak duidelijk verschilt van Groningen en Limburg, en de kans beperkt is dat Utrecht tegen dezelfde knelpunten aanloopt. Lees meer over het onderzoek van AEF op: kenniscentrum - onderzoek schadeafhandeling. Complexiteit Kelderherstel Een aandachtspunt uit het onderzoek van AEF is dat sommige keldereigenaren het herstelproces als complex ervaren. Dit aandachtspunt werd door veel aanwezigen van de informatiemarkt onderstreept. Keldereigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het herstel van hun kelders. Zij zijn opdrachtgever voor de herstelwerkzaamheden. Maar zorgdragen voor herstel is voor veel eigenaren lastig te organiseren. Zij hebben behoefte aan meer structuur en overzicht in het proces. Volgens AEF kunnen keldereigenaren worden ontzorgd als de gemeente meer regie neemt. Lees meer informatie over het opdrachtgeverschap op: kenniscentrum - wie is opdrachtgever. Onafhankelijkheid Meerdere keldereigenaren vroegen zich af hoe de onafhankelijkheid van de onderzoeken en het proces geborgd wordt.

Uitgelegd is dat de onderzoeken om deze reden niet uitgevoerd zijn door één, maar door drie gerenommeerde bureaus. Ook is de opdracht voor het vervolgonderzoek tot stand gekomen in afstemming met vereniging DUW. Daarnaast is professor dr. ir. J.G Rots (hoogleraar Constructiemechanica aan de TU Delft en voormalig lid van de Commissie van Wijzen Wervengebied) gevraagd om de schadeonderzoeken te reviewen. Ten slotte is er samen met vereniging DUW een onafhankelijk procesbegeleider aangesteld om het gesprek tussen gemeente en eigenaren te begeleiden.

20

Vereniging De Utrechtse Werfkelders (DUW) Vereniging De Utrechtse Werfkelders was aanwezig om te vertellen over wat zij doen en waar zij voor staan. Onder een aantal keldereigenaren heerste verwarring over het verschil tussen DUW en Keldergewelf. Waar Keldergewelf meer een actiegroep is, is DUW recent in het leven geroepen om keldereigenaren bij elkaar te brengen, hun belangen te behartigen en op constructieve wijze met de gemeente het gesprek aan te gaan. Zij faciliteren een Meedenkgroep en bijeenkomsten waar zij informatie delen en meningen ophalen. Meerdere eigenaren gaven aan blij te zijn met de komst van Vereniging DUW. Het blijkt voor mensen soms lastig de weg te vinden naar de juiste informatie en contactpersonen. Vereniging DUW helpt hierbij. Lees meer over DUW op: kenniscentrum - DUW: Belangenbehartiging voor en door keldereigenaren. Parta app Om keldereigenaren te informeren over het proces om te komen tot een definitieve kostenregeling, maken we de komende maanden gebruik van een app: de Parta app. We vragen keldereigenaren actief mee te denken via deze app. Onder de keldereigenaren ontstond verwarring over de Utrechtse Werven app. De Parta app is alleen bedoeld voor het participatieproces over de kostenregeling. De Utrechtse Werven app gaat over het brede programmaplan Werk aan de Werf en geeft o.a.

informatie over omleidingen, planning en mogelijke hinder tijdens herstelwerkzaamheden. De app is de downloaden met de QR-code hiernaast voor op de telefoon en met deze link voor op de computer: web.doemeebeslismee.nl Contact Meerdere keldereigenaren vroegen zich af waar zij terecht kunnen voor meer informatie en vragen. Op de website kenniscentrum-werven.utrecht.nl is veel informatie te vinden is. Ook kunnen eigenaren terecht bij het informatiecentrum wervengebied aan de Oudegracht 167 (open op: di-vrij van 11:00-17:00 uur) of een vraag stellen via e-mail (werven@utrecht.nl). Voor technische vragen over schade en lekkages kunnen keldereigenaren terecht bij de bouwmeester. Daarnaast is de omgevingsmanager in de voorbereiding en uitvoering van kelderherstel de vaste contactpersoon.

Panelen 27 maart

22

23

24

25

26

27

28

29

30

Bijlage 2 Verslag DUW 24 april

31

32

Bijlage 3 Verslag 30 mei Bijeenkomst ‘In gesprek over ontzorgen keldereigenaren en kostenregeling kelderherstel’ Verslaglegging door: de onafhankelijke procesbegeleider Datum: Tijd: Locatie:

30 mei 2024 19:30 tot 21:30 uur De Utrechtse Muziekschool (Domplein 4-5, Utrecht)

Gemeente Utrecht werkt de komende 30 jaar aan het herstel en behoud van de werf-, kluis- en straatkelders. Het herstel en behoud van het wervengebied is alleen mogelijk als gemeente en keldereigenaren met elkaar samenwerken. Onder leiding van de onafhankelijke procesbegeleider is de afgelopen periode het gesprek gevoerd met keldereigenaren en gemeente. Op 27 maart 2024 heeft de informatiemarkt plaatsgevonden als start van het gesprek over de definitieve kostenregeling. Vervolgens heeft vereniging DUW met keldereigenaren gesproken over wat zij belangrijk vinden bij kelderherstel en heeft de gemeente een aantal (groeps)gesprekken gevoerd met keldereigenaren. Daarnaast is de Parta app ingezet om informatie te delen, vragen te stellen en kennis uit te wisselen. De oogst van alle gesprekken met de keldereigenaren wordt bijeengebracht in een advies aan het college en de gemeenteraad. Mede door de reacties van keldereigenaren en de vereniging DUW gaat het advies niet alleen over de kostenregeling, maar ook over het aspect van ontzorgen van keldereigenaren. Dit geeft aanleiding voor de gemeente en DUW de opties voor ontzorgen nader te onderzoeken is samenspraak met keldereigenaren. Hiervoor wordt de komende periode benut. In september 2024 is het college voornemens een besluit te nemen over het voorstel dat ze aan de gemeenteraad wil voorleggen.

Vervolgens is de planning dat de gemeenteraad hier in november 2024 een besluit over neemt. Doel bijeenkomst Het doel van de bijeenkomst op 30 mei was het ophalen van de meningen en ideeën van keldereigenaren over wat zij belangrijk vinden bij kelderherstel, hoe zij ontzorgd willen worden, wat zij belangrijk vinden in de kostenregeling en met welke variant van kostenverdeling dat het beste kan. Daarnaast werd er (opnieuw) informatie gedeeld over kelderherstel, de onderzoeken naar schadeoorzaken, de verschillende varianten en het (besluitvormings)proces.

33

Inloopbijeenkomst De bijeenkomst had de vorm van een informatiemarkt met vrije inloop, waarbij aanwezigen bij statafels het gesprek aan konden gaan met medewerkers van de gemeente Utrecht en de onderzoeksbureaus Antea Group, Witteveen + Bos, RHDHV en de TU Delft. De vereniging DUW was aanwezig voor vragen over de inzet en rol van de vereniging. Daarnaast was er informatie over het participatieproces en de inzet van de Parta app. Keldereigenaren konden door middel van ‘geeltjes’ en reactieformulieren hun aandachtspunten, opmerkingen en vragen achterlaten. Het proces werd begeleid door de onafhankelijke procesbegeleider. Er waren ca. 50 keldereigenaren aanwezig. Informatiepanelen Over verschillende onderwerpen die werden besproken was de kern van de informatie opgenomen op grote panelen. Onder meer over het ontzorgen van keldereigenaren en de aspecten die belangrijk worden gevonden bij de kostenregeling. De afbeelding van de panelen is als bijlage aan dit verslag toegevoegd. Algemene reacties Over het algemeen waren de aanwezigen positief over de opzet en inhoud van de bijeenkomst. De informatie werd op een prettige manier weergegeven en eigenaren hebben het gevoel dat er naar hen geluisterd is. De bijeenkomst heeft een nuttige opbrengst opgeleverd voor zowel de gemeente als de aanwezige keldereigenaren. Er waren wat vragen over de opzet van de bijeenkomst in deze vorm.

Een aantal aanwezigen had een plenair programma verwacht. Uitgelegd is dat er bewust voor een inloopbijeenkomst is gekozen, omdat dit meer gelegenheid biedt voor verdiepende gesprekken met de deskundigen. Net als bij de vorige bijeenkomsten, ging het gesprek vaak over de persoonlijke situaties van keldereigenaren en kwamen er vragen over wat zij nodig hebben om te starten met kelderherstel. Veel eigenaren vragen zich af hoe zij het herstel van hun kelder moeten aanpakken. Los van het kostenplaatje. Ook werden er vragen gesteld over waar zij schade moeten melden en waarvoor zij contact kunnen opnemen met de gemeente. Daarnaast vragen mensen zich af of zij nog op tijd zijn om mee te doen met de tijdelijke subsidieregeling. Verder werd de oproep gedaan om de onderzoeksresultaten te publiceren. Meer informatie en onderzoeksresultaten zijn te vinden op kenniscentrum-werven.utrecht.nl. Belangrijke aspecten bij de afweging van de varianten voor een kostenregeling Op een informatiepaneel was samengevat wat keldereigenaren belangrijk vinden aan de kostenregeling. Keldereigenaren konden hun aandachtspunten toevoegen. Veel van de punten die in de voorgaande gesprekken benoemd zijn, kwamen ook op deze avond naar voren. De drie 34

verschillende varianten (bewijsvermoeden, expertoordeel en subsidie) werden opnieuw toegelicht. Er is gesproken over de aspecten die voor keldereigenaren belangrijk zijn en met welke variant van kostenverdeling dat het beste kan. Ontzorgen Op het informatiepaneel was aangegeven wat de zorg van keldereigenaren is bij het opdrachtgeverschap van kelderherstel, wat de gemeente al doet aan ontzorgen en ondersteunen en wat er meer nodig is. Keldereigenaren geven wederom aan dat zij ontzorgd willen worden als zij opdrachtgever zijn voor kelderherstel. Er komt veel bij kijken en bij eigenaren ontbreekt vaak de kennis en capaciteit om het herstel van hun kelder gedegen te kunnen aanpakken. Dit levert veel stress op bij eigenaren. Sommige keldereigenaren hebben een probleem dat moet worden opgelost, maar weten niet hoe. Iemand stelde voor om alle kelders in een VvE onder te brengen, en vandaaruit het onderhoud te regelen. Ook gaf iemand de suggestie om alle keldereigenaren te onteigenen en alles door de gemeente te laten regelen. Anderen houden graag zelf zoveel mogelijk de regie, maar willen wel hulp van de gemeente in de bemiddeling met nutspartijen, en indien nodig, bij het contact met buurkeldereigenaren. Hieruit blijkt een spanningsveld tussen het ‘ontzorgen’ en het ‘behouden van eigen regie’.

Hoewel ontzorgen een belangrijk aspect is, zijn er ook mensen die graag de regie willen behouden. De regie komt in het geding, naarmate de gemeente meer ontzorgt. Veroorzaker schade betaalt Meerdere keldereigenaren geven aan het belangrijk te vinden dat degene die de schade heeft veroorzaakt, de kosten daarvoor draagt. Het ingewikkelde hierbij is dat uit het schade onderzoek blijkt dat de oorzaak en veroorzaker niet of nauwelijks vast te stellen zijn. Keldereigenaren geven aan dat ze die complexiteit begrijpen en niet willen uitkomen in conflicten en een juridische strijd. De subsidieregeling lijkt dan een alternatief dat meer gericht is op samen werken aan kelderherstel. Financiële zekerheid vooraf Er is behoefte aan inzicht voorafgaand aan het herstel in wat de eigen bijdrage gaat zijn in herstelkosten. Meerdere eigenaren gaven aan te willen weten wat er gebeurt als de begroting van het herstelplan overstegen wordt. Bij kelderherstel is de kans groot dat er meer schade is dan gedacht en kosten hoger uitvallen dan begroot. Bij de subsidieregeling is het vooraf duidelijk hoe herstelkosten en meerwerk worden verdeeld met de verdeelsleutel. Bij bewijsvermoeden en expertoordeel zijn meerkosten voor rekening van de keldereigenaar, als schadevergoeding vooraf wordt vastgesteld.

Als schadevergoeding achteraf wordt vastgesteld, wordt de kostenverdeling achteraf aangepast indien blijkt dat schadeoorzaken anders zijn. Een eenvoudige kostenregeling De regeling moet eenvoudig toe te passen zijn. Het bepalen van de oorzaken en veroorzaker is 35

ingewikkeld en kan leiden tot onenigheid en juridische procedures. Dit maakt de kostenregelingen ‘bewijsvermoeden’ en ‘expert oordeel’ complexer dan de ‘subsidieregeling’. Herstel van schade en behoud van erfgoed Veel keldereigenaren delen de mening dat de kostenregeling ertoe moet leiden dat het geld dat de keldereigenaar ontvangt daadwerkelijk wordt besteed aan het herstel van kelders en behoud van erfgoed. Zo laag mogelijke proces- en uitvoeringskosten Het beschikbare geld moet zo veel mogelijk worden besteed aan het herstel van kelders. En zo min mogelijk aan de kosten van voorbereiding om te komen tot een kostenverdeling, onderzoeken of juridische procedures. Door het uitvoeren van meer onderzoeken en kans op juridische procedures bij de varianten ‘bewijsvermoeden’ en ‘expertoordeel’, is de kans groter op hogere procedurele- en uitvoeringskosten. Gelijktijdig andere maatschappelijke opgaven uitvoeren Belangrijk wordt gevonden om alle maatregelen gelijktijdig uit te voeren. Op deze manier kunnen de kosten, overlast en de kans op schade worden beperkt. Dat kan door het combineren van het herstel van kelders en muren met het herstel van kabels en leidingen en de gemeentelijke ambities op gebied van o.a. energietransitie, klimaat, ecologie, parkeren, etc.

Conclusie varianten kostenregeling Over het algemeen gaven keldereigenaren aan dat de huidige subsidieregeling geen slechte regeling is. Hoewel in sommige gevallen bewijsvermoeden of expertoordeel eerlijker lijkt (want de veroorzaker betaalt), erkennen eigenaren de complexiteit hiervan. Ook komen daar veel extra kosten bij kijken voor onderzoek en juridische procedures. Terwijl het geld moet gaan naar het herstellen van de kelders. De suggestie werd gegeven nog een vierde variant toe te voegen, namelijk om keldereigenaren op het moment zelf te laten kiezen tussen optie bewijsvermoeden, expertoordeel of subsidieregeling. Oorzaken schade Het gesprek ging tevens over de oorzaken van schade. Er kwamen vragen over de effecten van de dynamische belasting (bijvoorbeeld door het remmen van vrachtwagens boven de kelder). Sommige keldereigenaren zien dit als een hoofdoorzaak van schade. Gereageerd is dat dit mogelijk is, maar dat dit niet leidt tot een ander schadebeeld. Verwezen is naar een onderzoek in 2021 naar de belasting van kelders. Daarnaast werd de vraag gesteld wat je kunt doen om schade aan je kelder te voorkomen. Schade aan de kelder kan komen door bijvoorbeeld autonome veroudering en nalatig onderhoud, of een verkeerde verbouwing. Uitgewerkte casus De kostenverdeling is uitgewerkt bij een voorbeeldcasus.

De casus laat de percentages van de kostenverdeling zien bij de verschillende varianten. Opgemerkt werd dat de casus een relatief duur kelderherstel betreft en de percentages anders verdeeld zijn bij goedkoper herstelwerk. Onderzoek waterwerende laag Medewerkers van de TU Delft waren aanwezig om hun onderzoek toe te lichten naar de 36

levensduur van de waterwerende laag die in de periode 1992 tot 2002 op de kelders is aangebracht. Veel keldereigenaren waren door de uitkomsten van het onderzoek gerustgesteld, omdat daaruit blijkt dat de laag waarschijnlijk 50 tot 60 jaar mee kan gaan. Dat is bijna 2 keer zolang als werd aangenomen. Dit betekent voor keldereigenaren dat zij nog niet met hun kelder aan de slag hoeven, mits zij geen lekkage hebben. Meer informatie over het onderzoek is te vinden op: Afwatering en waterdichte laag | Kenniscentrum werven (utrecht.nl)

37

Panelen 30 mei

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

Bijlage 4 Flyers

48

49

50

Bijlage 5 Brief

51

52

Bijlage 6 Adviesnotitie over kelderherstel vereniging DUW

53

54

55

56

57

Bijlage 7 Brief aan wethouder en werven: Visie op het Participatieproces

58

59

60

61

62

63

64

65

Bijlage 8: Individuele reacties van keldereigenaren

66

67

68

69

70

71

72

73

74

Bijlage 9 Reactie van de gemeente op de vragen en suggesties van keldereigenaren

75

Reactie van de gemeente op de vragen en opmerkingen van keldereigenaren over de uitgangspunten voor de samenwerking bij kelderherstel. September 2024 In overleg met vereniging De Utrechtse Werfkelders (DUW) is begin 2024 een onafhankelijke procesbegeleider aangesteld voor het gesprek met keldereigenaren over een definitieve kostenregeling. Dat gesprek is één-op-één en in groepjes gevoerd met keldereigenaren, in bijeenkomsten en via de participatie-app van de procesbegeleider. Op verzoek van keldereigenaren is dat gesprek over de kostenregeling verbreed naar samenwerken en ontzorgen in het opdrachtgeverschap. Oorspronkelijk zou de participatie plaatsvinden van maart 2024 tot 21 juni 2024. Op verzoek van keldereigenaren is de termijn met acht weken verlengd tot en met 16 augustus 2024, zodat keldereigenaren meer tijd hadden zich een oordeel te vormen en te reageren. Vanaf 21 juni 2024 zijn de concept uitgangspunten voor samenwerking bij kelderherstel gepubliceerd en gedeeld met keldereigenaren (actief via de nieuwsbrief, mail, app). Hierop kwamen in totaal 17 reacties binnen, waarvan 6 unieke reacties. Veel vragen en opmerkingen worden beantwoord in de nota ‘uitgangspunten samenwerking kelderherstel’, het participatieverslag en in het raadsvoorstel. In deze beantwoording hebben we de vragen en opmerkingen zo veel mogelijk gebundeld naar onderwerp.

Deze worden hieronder op hoofdlijnen beantwoord. Op 24 september is wethouder Streefland, voorafgaand aan besluitvorming door het college, tijdens een bijeenkomst van DUW, in gesprek gegaan met keldereigenaren over het raadsvoorstel over de samenwerking bij kelderherstel. 1. Neem meer tijd voor de uitwerking van de uitgangspunten van de financiële regeling en het ontzorgen. Ga in de tussentijd door met de tijdelijke subsidieregeling voor het herstel van kelders. Dit advies is overgenomen. Gemeente en keldereigenaren hebben tot nu toe het gesprek gevoerd over de algemene uitgangspunten van de samenwerking inclusief het leidend principe van een kostenregeling. De raad neemt eind dit jaar een besluit over deze uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten volgt de uitwerking, samen met keldereigenaren. De wijze waarop dat gaat plaatsvinden wordt bepaald samen met de vereniging De Utrechtse Werfkelders en op basis van het kompas van zeggenschap dat de raad in juni 2024 heeft vastgesteld. Het besluit over de uitwerking van de regeling voor herstel van kelders wordt uitgesteld tot mei 2025, zodat er voldoende tijd is voor het gezamenlijk uitwerken van de uitgangspunten over de kostenregeling, ontzorgen in het opdrachtgeverschap en samenwerking bij het herstel van kelders. De tijdelijke subsidieregeling wordt verlengd. 2.

Keldereigenaren hebben in de loop van het participatietraject aangegeven dat zij opteren voor een regeling die financiële duidelijkheid geeft, eenvoudig en aantrekkelijk is. De kosten voor het proces en uitvoering moeten zo laag mogelijk zijn, conflicten en juridische procedures moeten vermeden worden. Een en ander neemt niet weg dat de keuze voor schadeherstel (omgekeerde bewijslast) veel sympathie ondervindt. Schade door bijvoorbeeld wateroverlast of ingrepen van nutsbedrijven mag niet voor rekening van de eigenaren komen. Duidelijke nalatigheid van de gemeente of nutsbedrijven dient tot uitdrukking te komen in de vergoeding van kosten van eigenaren. Het meest eerlijk zou zijn als de veroorzaker van de schade deze ook betaalt. Dat is in 2021 bij het vaststellen van het programmaplan Werk aan de Werf ook het uitgangspunt geweest. Er wordt dan een schadevergoeding betaald door de veroorzaker van de schade. Wie als veroorzaker geldt, kan bijvoorbeeld worden bepaald door het bewijsvermoeden of expert oordeel toe te passen. De toepassing van een kostenregeling die uitgaat van schadeoorzaken is niet eenvoudig, omdat uit onderzoek blijkt dat de oorzaak en veroorzaker van schade aan kelders niet of nauwelijks zijn aan te wijzen. Bij een regeling die uitgaat van het toekennen van een schadevergoeding zal vaak een

verschil van inzicht tussen keldereigenaar en gemeente over de oorzaken en veroorzakers van de schade ontstaan. De kans op conflicten en juridische procedures is dan groot. De meeste keldereigenaren geven de voorkeur aan een eenvoudige regeling op basis van subsidie. Met een bijdrage in de herstelkosten, bijvoorbeeld met een subsidieregeling, is de financiële zekerheid vooraf ook groter voor de keldereigenaar. Echter, in het schadeboek en het onderzoek naar schadeoorzaken komen drie betrokken ingenieursbureaus tot de conclusie dat het zeer moeilijk, zo niet onmogelijk is om de oorzaak van schade aan kelders vast te stellen. Hierdoor is het ook niet of nauwelijks mogelijk om een schade en de bijbehorende herstelkosten aan een veroorzaker toe te schrijven. Uit het schadeonderzoek blijkt ook dat zwaar verkeer niet de (hoofd)oorzaak is van schades. Professor dr.ir. J.G. (Jan) Rots, hoogleraar Constructiemechanica aan de TU Delft en voormalig lid van de Commissie van Wijzen Wervengebied, heeft de onderzoeken van de ingenieursbureaus naar schade en schadeoorzaken gereviewd. Hij komt onder meer tot de conclusie dat er een goede onderzoeksmethode is toegepast, en constateert, net als de ingenieursbureaus, dat er vooralsnog geen duidelijk patroon met schades herkenbaar gerelateerd aan oorzaken te ontdekken is.

Het is mogelijk om meer onderzoek te doen, maar of het nuttig en proportioneel is om daar dieper in te duiken gegeven de komende keuze tussen de drie varianten voor een kostenverdeelsleutel (bewijsvermoeden, technisch expertoordeel en subsidieregeling) valt te bezien, volgens professor dr. ir. J. G. Rots. In het onderzoek om te leren van de lessen van de schadeafhandeling in Groningen en Limburg komt AEF tot de conclusie dat de kans beperkt is dat Utrecht, met de huidige werkwijze met een subsidie, tegen de dezelfde knelpunten aanloopt als waar tegenaan wordt gelopen in Groningen en Limburg. AEF adviseert daarom om in de kostenregeling niet te kiezen voor een schadevergoeding (zoals expert oordeel of bewijsvermoeden), maar voor een bijdrage van de gemeente in de herstelkosten. Dit sluit ook aan bij een advies van de Raad voor de Leefomgeving over schade aan funderingen, omdat, net als bij het herstel van kelders, de oorzaak van de schade nauwelijks is vast te stellen en een kostenregeling op basis van schadevergoeding leidt tot slepende conflicten en juridisering. In de uitwerking wordt ook meegenomen of, wanneer en hoe uitzonderingen worden gemaakt op de eigen bijdrage van de keldereigenaar, bijvoorbeeld als zonder onderzoek vooraf duidelijk is dat de schade door de gemeente is veroorzaakt. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c1f35118-2c31-4900-aa72-91affd867180