Participatieverslag fase 2
Tekst van het document
Meer aandacht voor mensen met een beperking
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
worden’. Ook wordt hier de focus gelegd op passende woningen voor ouderen op gebied van prijs, grootte en locatie. Hoogbouw met minimaal 2 liften voor toegankelijkheid
Stadsgesprek – plenair
We vragen (ver)bouwers ervoor te zorgen dat de woningen woonbaar zijn voor mensen in een rolstoel of met een rollator. Nieuwbouwwoningen worden zo veel mogelijk als nultredenwoning uitgevoerd. Het college betrekt uitgangspunten over de fysieke toegankelijkheid (rolstoel- en rollatortoegankelijk) in toekomstige tenderprocessen.
Mensen met een beperking en ouderen met en zonder zorgbehoefte hebben waardevolle kennis over het toegankelijk ontwerpen van woningen. We bevorderen de uitwisseling van ervaring tussen ervaringsdeskundigen, de gemeente en het DNU-netwerk en corporaties zodat deze kennis benut kan worden bij nieuwbouw. Door bij het ontwerp hiermee rekening te houden kan dat (veelal) zonder extra kosten.
Alle woningen bezoekbaar maken
Stadsgesprek - plenair
“
“
Het is belangrijk om ook met een beperking zelfstandig te kunnen blijven wonen zonder te moeten verhuizen Mensen met een beperking zijn van alle leeftijden, hier moet rekening mee worden gehouden
Stadsgesprek “
“
“
“
Stadsgesprek
Pagina 33 van 73
Meer aandacht voor alleenstaanden
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Advies gemeenteraad Geef voorrang voor begane grond woningen Houd bij nieuwbouw rekening met toegankelijkheid Inclusiever beleid en inclusievere woningen Denk aan alternatieve woonvormen om eenzaamheid te voorkomen Diverse groep, vaak onderdeel van groter thema De groep alleenstaanden is een diverse groep Iedereen heeft recht op een woning, ongeacht je gezinssituatie. Financieel gezien worden 1p huishoudens op allerlei vlakken benadeeld
Stadsgesprek
Advies gemeenteraad 1p huishouden behandelen als volwaardige doelgroep en meenemen op beleidsagenda
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
“
“
Stadsgesprek - plenair Stadsgesprek
-
-
-
-
Stadsgesprek
De demografische verwachting is dat het aantal alleenstaande huishoudens zal toenemen in de komende decennia.
Stadsgesprek
Met het huidige woningtekort zien we dat het voor met name alleenstaanden met lage of middeninkomens nóg lastiger is om een betaalbare woning te vinden.
In het betaalbare segment (sociale huur + middensegment) proberen wij de groep alleenstaanden te accommoderen. In de sociale huur stimuleren we de corporaties daarom een aandeel van de voorraad onder de kwaliteitskortingsgrens te realiseren. Daarnaast stimuleren we woningdelen, zowel in de bestaande voorraad als in de nieuwbouw. In aanvulling op bovenstaande, om die reden willen we woningdelen ook in de nieuwbouw stimuleren. Door het delen van een (nieuwbouw)woning komen er meer woonplekken bij. Wij vinden het belangrijk dat een deelwoning een goed alternatief vormt voor een zelfstandige woning. Juist de
Pagina 34 van 73
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
-
Alternatieve/ bijzondere woonvormen
Meer financiële mogelijkheden bieden voor 1p huishoudens Soepelere regelgeving: jaren huur betalen laten meetellen Facilitaire ondersteuning/ begeleiding vanuit GU nodig
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
nieuwbouw biedt mogelijkheden om een woning voor woningdelen kwalitatief aantrekkelijk te maken.
Stadsgesprek – plenair
Biedt lange termijn bezuinigingen door stijging publieke gezondheid Het is belangrijk alternatieve woonvormen mogelijk en makkelijk te maken Helpt tegen leegstand en zorgt voor betaalbaardere woningen en meer diversiteit
Stadsgesprek - plenair
Advies gemeenteraad Betere informatievoorziening over alternatieve woonvormen Toegankelijkere regelgeving Grond (goedkoper) beschikbaar stellen
Stadsgesprek
Stadsgesprek
Stadsgesprek
We ondersteunen initiatieven van wooncoöperaties financieel door het verstrekken van subsidies en door initiateven te ondersteunen of gebruik te maken van het landelijke fonds van het rijk. Als stad van Sint Maarten stimuleren wij het meer collectief leven. Dit erkennen wij en daarom stimuleren wij collectieve woonvormen. De gemeente erkent de potentie van collectieve woonvormen om de betaalbaarheid te garanderen. We ondersteunen initiatieven van wooncoöperaties financieel door het verstrekken van subsidies en door initiateven te ondersteunen of gebruik te maken van het landelijke fonds van het rijk.
Samen met andere gemeenten en landelijke netwerkorganisaties zijn we een lobby bij het Rijk gestart om ook deze standaarddocumenten te hanteren bij de toekenning van de gelden uit het leenfonds.
Dit vindt zijn uitwerking in de beleidsnota in het stimuleren van collectieve woonvormen. -
De beleidsnota en het Uitvoeringsprogramma wooncoöperaties geven plannen weer om collectieve woonvormen meer te stimuleren. Samen met andere gemeenten en landelijke netwerkorganisaties zijn we een lobby bij het Rijk gestart om ook deze standaarddocumenten te hanteren bij de toekenning van de gelden uit het leenfonds.
Pagina 35 van 73
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
Stadsgesprek
Wij erkennen de mogelijkheden om binnen de bestaande voorraad nieuwe woonplekken toe te voegen.
Stadsgesprek
De adviezen ondersteunen de lijn om in te zetten op het beter benutten van de bestaande voorraad.
In de beleidsnota gaan we in op splitsing, woningdelen, optopppen/aanplakken/uitplinten, beschermen van de bestaande voorraad, transformatie en de aanpak van leegstaand vastgoed. Met de leegstandverordening willen we leegstand zoveel mogelijk tegengaan.
Ombouwen van vastgoed tot woningen
Financieren wat de bank niet financiert/subsidies Het creëren van meer woonruimte in bestaande bebouwing zonder dat dit ten koste gaat van natuur en landbouw Advies gemeenteraad Fiscale maatregelen: boete op leegstand Subsidies voor herbestemmingen met voorwaarde: ‘betaalbaar wonen’ In de hoogte uitbreiden van gebouwen Regelgeving tijdelijke huur verruimen om leegstand goed in te vullen Creatief omgaan met beperkingen in bestaande bouw (bijv. blinden in donkere woningen) Tijdelijke woningen op lege kavels Verplicht woningen boven winkels Faciliteren woongroepen/coöperaties
Optoppen heeft potentie, maar er dient altijd rekening gehouden te worden met de veiligheid. We hebben plannen om een aantal pilots met optoppen uit te voeren met corporaties. Met de wet vaste huurcontracten zijn de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur beperkt Op het moment dat er geen eigen voordeur is en mensen door de voordeur van een winkel heen moeten om bij hun huis te komen, dan kleven daar complicaties aan. Wooncoöperaties en andere collectieve woonvormen worden gestimuleerd vanuit de beleidsnota.
Pagina 36 van 73
Hartenkreten
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
83 van de 171 hartenkreten gingen niet specifiek over één van de vijf thema’s 2 van de 83 hadden vragen rondom huur en huurprijzen 6 van de 83 gingen over woningen voor studenten en starters 13 van de 83 gingen over verschillende doelgroepen voor wie ruimte moet komen in de stad 11 van de 83 gingen over wet- en regelgeving en beleid 12 van de 83 gingen over mogelijke oplossingsrichtingen wat betreft de krappe woningmarkt 2 van de 83 gaan over woononzekerheid 3 van de 83 gaan over het participatieproces 6 van de 83 gaan over het ombouwen van vastgoed naar woningen 12 van de 83 gaan over bijzondere / alternatieve woonvormen
Stadsgesprek
-
-
Pagina 37 van 73
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
-
-
Internetpeiling – overig
-
-
3 van de 83 gaan over aandacht voor mensen met een beperking 13 van de 83 gaan over persoonlijke zorgen over de woningmarkt zoals de invloed van klimaatverandering, hypotheken en segregatie Net als bij de hartenkreten ligt ook in de internetpeiling aandacht op de doelgroepen voor wie er meer woningen nodig zijn. Zowel bij het stadsgesprek als bij de internetpeiling ligt de grootste focus op woning voor starters. 86% vindt het (heel) belangrijk dat er meer woningen bijkomen in Utrecht. De belangrijkste argumenten waren: ‘Er is hoge woningnood’, ‘Woonmogelijkheden voor studenten en starters vergroten’, ‘Er moeten betaalbare woningen komen', en ‘Doorstroming vergroten door bijv.
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
Het totaal aan inzichten vanuit de internetpeiling komt samen in een aantal overkoepelende thema’s: 1. Er moeten snel en meer betaalbare woningen bijkomen
Deze overkoepelende thema’s komen op onderstaande wijze aan bod in de beleidsnota:
2. Realiseer meer woningen voor starters en studenten
3. Doorstroming vergroten door bijv. bouwen van seniorenwoningen
1. In de beleidsnota worden bouwtempo en betaalbaarheid als belangrijkste beschouwd voor het nieuwbouwprogramma. 2. Jongeren en studenten vormen belangrijke aandachtsgroepen in de beleidsnota en er wordt ingezet op het realiseren van meer woonplekken voor deze groepen. Daarnaast richten we ons op het realiseren van betaalbare woningen, waaronder middenhuur en betaalbare koop. 3. Het realiseren van passende woonconcepten voor ouderen in alle prijscategorieën ten behoeve van de doorstroming is een belangrijk thema in de beleidsnota en daar zetten we sterk op in.
Pagina 38 van 73
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
-
bouwen van seniorenwoningen’. Andere onderwerpen die de deelnemers van de internetpeiling willen meegeven zijn: 1) Utrecht is een fijne stad om in te wonen!, 2) Snel en veel bouwen, 3) Zorg ook voor faciliteiten: natuur en OV, 4) Zorg dat Utrechters in Utrecht kunnen blijven wonen, 5) Utrecht zit vol, 6) Bouw de hoogte in, 7) Eerst omgaan met leegstand, 8) Maak Utrecht autovriendelijker, 9) Zorg voor spreiding en diversiteit in wijken, en 10) Verkoop huizen niet aan particuliere verhuurders/ investeerders.
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
4. Utrecht is een fijne stad om in te wonen
4. We vinden het belangrijk dat Utrechters prettig wonen in de stad. We zetten daarom, in samenwerking met andere beleidsdomeinen, in op het vergroten van de leefbaarheid in de stad.
5. Zorg voor spreiding en diversiteit in wijken
5. Gemengde wijken is een belangrijk uitgangspunt van de beleidsnota. Daarbij respecteren we wel de karakteristieke kenmerken van de verschillende Utrechtse wijken. 6. Met de leegstandverordening en meldplicht van leegstaande panden willen we leegstand zoveel mogelijk tegengaan.
6. Eerst omgaan met leegstand
7. Dit is de realiteit anno 2025. Vrijwel alles wat gebouwd wordt, wordt de hoogte in gebouwd. 7. Bouw de hoogte in
8. Verkoop huizen niet aan particuliere verhuurders/investeerders
8. Met de opkoopbescherming zorgen we ervoor dat woningen niet kunnen worden gekocht om vervolgens (veel te duur) verhuurd te worden. 60% van de woningen in Utrecht is beschermd met de opkoopbescherming. Daarnaast hanteren we sinds 2020 een zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding voor betaalbare koopwoningen. Deze maatregelen zijn ingesteld om beleggers en speculanten van de woningmarkt te weren en daarmee voor woningzoekenden de kans op een betaalbare koopwoning te bevorderen. We zien dat deze maatregelen werken en we
Pagina 39 van 73
Welk belangrijk1 inhoudelijk inzicht2 is opgedaan uit de samenwerking met Utrechters?
Door wie3 is dit inzicht ingebracht?
Hoe hebben we dat gewogen4?
Wat heeft dit inzicht en de weging bijgedragen of veranderd aan de plannen?
houden daarom vast aan de opkoopbescherming en het toepassen van de maximale mogelijkheden voor zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding voor betaalbare koop. Derhalve vinden ze geen plek in de beleidsnota. De volgende twee inzichten hebben geen betrekking op het woonbeleid: -Zorg ook voor faciliteiten: natuur en OV -Maak Utrecht autovriendelijker -
De volgende onderwerpen zijn zowel tijdens het stadsgesprek als tijdens de internetpeiling naar voren gebracht door de deelnemers: snel en veel bouwen, zorg voor faciliteiten, zorg dat Utrechters in de stad kunnen blijven wonen, bouw de hoogte in, eerst omgaan met leegstand, en zorg voor spreiding en diversiteit in wijken
Overlap hartenkreten en internetpeiling overige onderwerpen
“
“
Pagina 40 van 73
Wat kan er geleerd worden van deze samenwerking met Utrechters? Denk hierbij aan wat we kunnen leren voor de leidende principes van houding en gedrag [link] en het kompas voor zeggenschap. Algemene aandachtspunten voor het vervolg: •
•
•
Er zijn veel vragen gesteld tijdens het stadsgesprek hoe de samenstelling van het stadsgesprek tot stand is gekomen. Een groot deel van de deelnemers is via loting uitgenodigd. Er waren, in beperkte mate, ook professionals. ➢ In de uitnodiging is uitgelegd hoe de selectie van inwoners is uitgevoerd. Hier had tijdens het Stadsgesprek zelf nog extra bij stilgestaan kunnen worden. Er is meermaals de vraag gesteld: wie vertegenwoordigt de mensen die graag in Utrecht willen wonen (de woningzoekenden)? Die dat dus nog niet doen? Het is goed om in de toekomst ook de woningzoekenden goed te betrekken en daar extra aandacht voor te hebben. ➢ Het is inderdaad lastig om diegenen te betrekken die nog op zoek zijn naar een woning, omdat zij niet eenduidig vertegenwoordigd zijn. Wel zijn diverse organisaties uitgenodigd zoals studentenvertegenwoordiging en belangenorganisaties die verschillende groepen vertegenwoordigen. In de beleidsnota wonen hebben we aandacht voor dit punt. We stimuleren in het Utrechtse Planproces Gebiedsontwikkelingen (UPG) dat we bij projecten die voor specifieke doelgroepen worden gebouwd, vroegtijdig het gesprek met de doelgroep faciliteren. We onderzoeken ook hoe we bekende en onbekende doelgroepen/belanghebbenden kunnen betrekken. Denk aan de toekomstige gebruikers, woningzoekenden (via het platform woonzoekers) of organisaties zoals SOLGU en de Woonbond.
Een enkeling heeft tijdens het stadsgesprek aangegeven dat de Gemeente Utrecht in Overvecht doet aan schijnparticipatie. Dit Stadsgesprek werd door persoon in kwestie als positief ervaren, maar het zou op veel grotere schaal georganiseerd moeten worden om duizenden mensen mee te kunnen laten doen. Er is een weloverwogen participatieproces doorlopen voor de beleidsnota Wonen, zowel in fase 1 als fase 2. Met de inzet van online peilingen, straatgesprekken, Stadsgesprek en 1-op1-gesprekken met partners en belangenorganisaties zijn zoveel mogelijk verschillende inwoners en partijen gesproken binnen de mogelijkheden van planning en beschikbare middelen.
Er zijn suggesties gedaan om het gesprek over wonen beter te voeren in de toekomst: •
•
Er had meer inhoudelijke kennis aangereikt kunnen worden omdat wonen ook een technisch vraagstuk is. Gezien de doelstelling van het Stadsgesprek hebben we er voor gekozen die kennisoverdracht beperkt te houden en juist te richten op de kennis en signalen die ze als inwoner hebben. Vraagstukken waren soms te abstract voor een Stadsgesprek. Een gesprek over tempo, betaalbaarheid en kwaliteit kan in de toekomst beter geïllustreerd worden met casuïstiek. Door meer op 1 concrete vraag te focussen kan de opbrengst groter zijn.
Pagina 41 van 73
4. Opbrengsten gesprekken samenwerkingspartners In de totstandkoming van de Beleidsnota Wonen hebben er meerdere gesprekken plaatsgevonden met externe partners van de Gemeente Utrecht. Hierin is er bij deze partners ‘gepeild’ om zoveel mogelijk input op te halen en de belangen van de verschillende partners in beeld te brengen. In fase 2 zal er gekeken moeten worden in welke mate de gemeente de opgehaalde opgaven en zorgen kan aanpakken in de Beleidsnota Wonen. Dit document omhelst een overzicht van de verschillende partners waarmee er gesprekken hebben plaatsgevonden in fase 1 (en fase 2 in sommige gevallen). De hoofdpunten en gewenste richtingen in het kader van de beleidsnota worden beschreven in dit document.
Overzicht van partners Development Network Utrecht (DNU)
Federatie Huurders Commerciële Sector
Meetellen in Utrecht
SOLGU
Stichting GOUD
Stichting Sleutelpersonen
Stuurgroep Huren
U op Leeftijd
Thirty030
Vastgoed Belang
U-2B Heard
Wijkplatforms
Vidius
Woonprotest
Woonbond
Stichting Utrechtse Woningcorporaties (STUW)
Pagina 42 van 73
Overzicht inbreng en verwerking gesprekken samenwerkingspartners Partner Development Network Utrecht (DNU) #1 – 24 april 2024 Het Development Network Utrecht is het professionele vastgoednetwerk van marktpartijen en gemeente in de stad, waarin de binnen Utrecht actieve partners voor gebiedsontwikkeling participeren.
Hoofdpunten Marktpartijen ervaren veel geruis in projecten, veroorzaakt doordat beleidskaders niet integraal werken en hun eigen pad bewandelen. Marktpartijen zijn niet bekend met de doelgroepen vanuit een ‘(t)huis voor iedereen’, wat hun onwelwillendheid verklaart.
Gewenste richting De opgave vereist een integrale aanpak. Breng wonen, de kwaliteit van wijken, groen en mobiliteit samen. Breng marktpartijen in contact met deze doelgroepen, zodat zij meer kunnen betekenen om dit beleidsdoel te realiseren.
Richting beleidsnota De beleidsnota doet vanuit Wonen een voorzet tot meer integraal samenwerken binnen de gemeente.
Tijdelijk Wonen stokt omdat de gemeente en marktpartijen te traag zijn.
Zorg voor sneller handelen (besluitvorming + realisatie) in tijdelijk wonen.
Amendeer het Actieplan Middenhuur.
Stoel de huur niet op basis van woninggrootte, maar pas gebiedsspecifieke prijs-grootte verhoudingen toe. Om gemengde wijken te kunnen realiseren moeten de verhoudingen sociale huur veranderd worden, want deze houden de productie tegen.
De verwachting is dat er niet snel meer gemakkelijke locaties beschikbaar zullen zijn voor tijdelijk wonen en dat de inspanning (capaciteit en geld) beter besteed kan worden aan reguliere ontwikkeling. De lessen van tijdelijk wonen, o.a. in een vroeg stadium keuzes maken, intensief samenwerken met corporaties, modulaire bouw, minimale extra eisen stellen, bestuurlijke prioriteiten, etc. kunnen op selectieve reguliere projecten van toepassing zijn. Het Actieplan Middenhuur in de huidige staat komt te vervallen. Deze wordt aangepast en de gemeente gaat in grote lijnen de Wet betaalbare huur volgen, met een paar beleidsplussen. Stadsbreed volgen we 40% sociaal. Middels het doorlopen van het afwegingskader kan het zijn dat een project hiervan afwijkt.
Gemengde wijken.
We benadrukken het belang van onze partners in de stad in het realiseren van onze beleidsdoelen. We gaan met partijen in gesprek via het DNU om te onderzoeken hoe ze meer kunnen betekenen op dit vlak.
Pagina 43 van 73
Development Network Utrecht (DNU) #2 – 24 september 2024
Doorstroming van ouderen.
Leg voorzieningen aan en verleen voorrang aan ouderen uit dezelfde wijk.
De doorlooptijd voor het verkrijgen van een vergunning voor het kopen van een huis bedraagt 8-10 weken. Dat is killing voor je project en verlaagt het bouwproject. De vele regelgeving leidt tot moeilijkere business cases, wat leidt tot vertraging (wat een negatieve impact heeft op betaalbaarheid). Zoek naar maatwerk per locatie.
Verklein de doorlooptijd voor het verkrijgen van een vergunning voor het kopen van een huurhuis.
Meer pragmatisme.
Woningdelen versoepelen, kleiner bouwen, verlagen van de parkeernormen.
Zorg voor meer community building in wijken (samenwerking tussen de gemeente, corporaties en marktpartijen). Ga toekomstgericht te werk.
Dit zorgt ook voor meer draagvlak voor de ontwikkelingen.
Focus niet alleen op nieuwbouw, maar ook op het verbeteren van de bestaande voorraad.
Locaties binnen ongeveer 500 meter van voorzieningen worden bij uitstek benut voor het realiseren van woningen voor ouderen. Daarnaast wordt de buurtvoorrang voor ouderen bestendigd. Het verkrijgen van een vergunning voor een betaalbare koopwoning is gelijkgeschakeld met de periode tussen de koopovereenkomst en de aanneemovereenkomst.
Laat het Utrechtse beleid los (40-35-25) en volg het landelijke beleid.
Het Utrechtse beleid blijft het uitgangspunt, maar er komt ruimte om af te wijken als een project aantoonbaar niet uitkomt (middels het afwegingskader).
Op projectniveau kan er beter gekeken worden naar wat er mogelijk is.
De gemeente erkent dat elk project uniek is, maar schrijft vanuit haar volkshuisvestelijke rol stadsbreed uitgangspunten voor en per wijk beweegrichtingen. Een project mag, mits aantoonbaar, hiervan afwijken d.m.v. het doorlopen van het afwegingskader. We bestendigen het beleid rondom woningdelen en de informatievoorziening wordt verbeterd. Kleiner bouwen komt ruimte voor, met duidelijke ondergrenzen. Parkeernormen liggen buiten de bevoegdheden van Wonen. We ontwikkelen met de partners op het snijvlak van wonen, zorg en welzijn een visie voor gebiedsgerichte inzet op community building, waaronder wie welke rol heeft.
Denk niet alleen aan de vraag van nu, maar ook aan de vraag van de toekomst.
De beleidsnota houdt rekening met de verwachte demografische ontwikkelingen van de stad. Er komen meerdere maatregelen omtrent het beter benutten van de bestaande voorraad terug in de beleidsnota, waaronder woningdelen, woningsplitsen, optoppen, leegstand aanpak, transformatie en beschermen.
Pagina 44 van 73
Development Network Utrecht (DNU) #3 – 19 november 2024
Kom met een nieuw woonruimteverdeelsysteem. De 75%-betaalbaarheidseis is niet te realiseren in de business case.
Kwalitatieve mismatch tussen ouderen die wel willen verhuizen, maar voor wie er geen passend aanbod is.
Dilemma middenhuur vs. betaalbare koop.
Volg de landelijke koers: 1/3, 1/3, 1/3.
Een passend seniorenconcept realiseer je in de eigen wijk tegen de juiste prijsklasse. Maak per wijk een plan van wat voor aanbod je voor de ouderen van de wijk moet realiseren. Inzetten op betaalbare koop i.p.v. middenhuur valt aan te raden, om de segregatie binnen de stad (ook zeker op de langere termijn) tegen te gaan.
Er worden mogelijkheden tot herziening van het huidige woonruimteverdeelsysteem onderzocht. 75% is de ambitie, maar indien de haalbaarheid van een project aantoonbaar in het geding is, dan mag er worden afgeweken van de ambitie met een ondergrens van 2/3 betaalbaar. We gaan inzetten op het realiseren van passende woonconcepten voor ouderen in alle prijscategorieën. Daarbij worden locaties binnen ongeveer 500 meter van voorzieningen bij uitstek benut voor het realiseren van woningen voor ouderen en wordt de buurtvoorrang voor ouderen bestendigd. We zetten hoofdzakelijk in op middenhuur, omdat dit langjarig te borgen valt. Door het aanpassen van de regels voor middenhuur wordt dit financieel beter haalbaar. Een betaalbare koopwoning is veelal enkel betaalbaar voor de eerste koper en verdwijnt daarna uit het segment. We onderzoeken we langjarige borging van betaalbare koop.
Pagina 45 van 73
Partner Federatie Huurders Commerciële Sector
Hoofdpunten Niet alleen bouwen, benut ook de bestaande voorraad.
Gewenste richting Optoppen, ombouwen meer toestaan.
Richting beleidsnota Vanuit de beleidsnota wordt het beter benutten van de bestaande voorraad gestimuleerd, waaronder ook optoppen en transformatie.
De Federatie Huurders Commerciële sector ondersteunt huurders in de commerciële sector zowel bij grote complexen als bij kleine particulieren. De federatie helpt huurdersvertegenwoordigers in het proces of de opstart. Daarnaast lobbyen ze richting bijvoorbeeld de Tweede Kamer.
Huurders weten onvoldoende waar ze terecht kunnen met problemen.
Zorg voor een zichtbaar Huurteam in Utrecht.
Er komt één centraal gemeentelijk meldpunt: ‘Klacht over Huren’, zodat huurders beter weten waar ze terechtkunnen.
Focus op middeninkomens.
Laat de middenhuur door corporaties doen, niet door investeerders. Investeerders zien woningen als winstobjecten.
Onze visie is dat corporaties op termijn een grotere rol krijgen in de middenhuur.
Doorstromers komen vaak terecht in de middenhuur.
Korting op huur kan helpen voor doorstroming.
We volgen met de beleidsnota de wet betaalbare huur.
Pagina 46 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Meetellen in Utrecht
Maak verhuizen laagdrempeliger.
Bekijk wat je kunt doen om kosten gelijk te houden en/of zorg voor een goede overgangsregeling die mensen stimuleert om toch in beweging te komen op de woningmarkt.
Met maatregelen als de verhuispremie, de Woonadviseur Ouderen en de verbetering van de communicatie en informatievoorziening over doorstroming proberen we de stap om te verhuizen laagdrempeliger te maken.
Meetellen is een onderzoeksbureau voor én door mensen die wat extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze langdurig werkloos zijn, psychische of lichamelijke problemen hebben, in de schulden zitten of eenzaam zijn.
Maak (het aanvragen van) aanpassingen aan de woning makkelijker.
Creëer een fysiek loket waar je heen kunt met je woonvragen en –behoeften.
We brengen de informatievoorziening samen op één centraal punt, zodat de inwoners beter weten waar ze terechtkunnen met hun woonvragen en behoeften. Een fysiek loket wordt niet gecreëerd.
Zorg voor een spreiding van huurders met en zonder een begeleidingsbehoefte.
Momenteel worden mensen met een begeleidingsbehoefte vaak bij elkaar gehuisvest. Hierdoor stapelen problemen zich op, raken meer mensen overbelast en ontstaan er probleemwijken. Voorkom dat problemen zich opstapelen door groepen meer gemixt te huisvesten en sociale en vrije sector huurwoningen te spreiden.
Met de beleidsnota zetten we in op gemengde wijken met meer menging tussen verschillende sociaal-economische groepen. Hierbij streven we een gezonde balans na tussen mensen in een kwetsbare positie en regulier woningzoekenden.
Pagina 47 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
SOLGU
Alle nieuw gebouwde woningen moeten minimaal ‘bezoekbaar’ zijn voor iedereen. Beschouw ‘bezoekbaar’ als de ondergrens.
Zet de NeN-norm Toegankelijk Bouwen in de beleidsnota.
We vragen (ver)bouwers ervoor te zorgen dat de woningen woonbaar zijn voor mensen in een rolstoel of met een rollator. Nieuwbouwwoningen worden zo veel mogelijk als nultredenwoning uitgevoerd. Het college betrekt uitgangspunten over de fysieke toegankelijkheid (rolstoel- en rollatortoegankelijk) in toekomstige tenderprocessen.
Het Solgu werkt in het belang van mensen met een lichamelijke beperking en/of chronische ziekte in de stad Utrecht. Het Solgu wil een Utrecht waar het vanzelfsprekend is dat iedereen gewoon zijn leven kan leiden. En waar je gewoon op bezoek kan. Een Utrecht dat goed is ingericht voor ons allemaal. Dus ook voor mensen met een beperking.
Niet iedereen wil in een woonzorginstelling terechtkomen. Velen willen graag zo lang mogelijk zelfstandig wonen, ook als ze een beperking krijgen.
Ook bij reguliere woningen moet rekening gehouden worden met de toegankelijkheid
Nieuwbouwwoningen worden zo veel mogelijk als nultredenwoning uitgevoerd, zodat mensen met een beperking zelfstandig in de wijk kunnen wonen.
Pagina 48 van 73
Ondanks de landelijke normen van het bouwbesluit zijn veel woningen in Utrecht niet toegankelijk. Door aan de voorkant bij het ontwerp en uitvoering rekening te houden met de toegankelijkheid, kunnen grote uitgaven achteraf voorkomen worden
Ervaringsdeskundigen kunnen en willen graag bijdragen aan het verbeteren van toegankelijkheid bij nieuwbouwontwikkelingen. Ze hebben waardevolle kennis die ze kunnen delen met de gemeente, ontwikkelaars en bouwers.
We bevorderen de uitwisseling van ervaring tussen ervaringsdeskundigen, de gemeente en het DNU-netwerk en corporaties zodat deze kennis benut kan worden bij nieuwbouw. Daarnaast stimuleren we in het Utrechtse Planproces Gebiedsontwikkelingen (UPG) dat we bij projecten die voor specifieke doelgroepen worden gebouwd, vroegtijdig het gesprek met de doelgroep faciliteren zoals ouderen, mensen met een beperking of jongeren.
Pagina 49 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Stichting GOUD
Dakloosheid is een huisvestingsprobleem.
Formuleer het als een huisvestingsprobleem en zet de bestrijding van dakloosheid als een topprioriteit bovenaan het woonbeleid.
Dakloosheid is een woonprobleem. In de beleidsnota focussen wij primair op de mensen die het het zwaarst hebben in het wonen, waarbij het helpen van mensen zonder (t)huis als een van de belangrijkste pijlers wordt gezien.
Stichting GOUD is een belangenbehartigingsorganisatie voor dak- en thuislozen voor de stad en regio Utrecht. De stichting streeft ernaar het imago en de leefsituatie van de dak- en thuisloze mens te verbeteren. De hoofdtaken zijn het inventariseren van knelpunten in de bestaande zorg in Utrecht, onafhankelijke cliëntondersteuning en collectieve belangenbehartiging.
Contacten met gemeente over dakloosheid gaat bijna altijd via WMO.
Trek dakloosheid weg uit het raakvlak Wonen en Zorg. Stop met het onderscheid tussen daklozen met een zorgvraag en zonder een zorgvraag.
Deze lijn wordt steeds meer ingezet binnen de gemeente.
Hoe voorkom je dat mensen dakloos raken?
Zet een breed preventiebeleid op.
Dakloosheid kent meerdere oorzaken. Niet alleen vanuit Wonen, maar gemeentebreed zetten we in op het voorkomen van dakloosheid.
Pagina 50 van 73
Housing First is een goed principe, maar wordt op dit moment niet juist uitgevoerd. De Housing First locaties worden nu als laatste redmiddel beschouwd.
Draai de uitvoering van Housing First om. Geef degenen die het kortst geen dak boven hun hoofd hebben als eerste dat dak boven hun hoofd.
We onderschrijven Housing First en nemen dan ook in de nota op dat we de focus willen verleggen naar Wonen Eerst. Mensen moeten met zo min mogelijk tussenstappen een woning kunnen krijgen. Het is echter wel zo dat voor een deel van de mensen de route van opvang – zorg – uitstroom naar een woning blijft bestaan. De doelgroep is divers en daar willen we recht aan doen.
Jarenlange opvang is een ondermijning van de zelfstandigheid en daarnaast ook nog financieel ongunstig. Daklozen en woningdelen, is dat een optie?
Voorkom dat dakloze mensen het destructieve traject van jarenlange opvang ingaan.
Door dak- en thuislozen zoveel mogelijk een woonplek te bieden proberen we dit traject zo veel mogelijk tegen te gaan.
Zou kunnen, maar ligt eraan. Er is variatie binnen de groep daklozen: Minder kwetsbaren beter geschikt voor het woningdelen dan meest kwetsbaren.
Behoefte aan realisme zin.
Zet de eerste stappen in de goede richting. Het uiteindelijke doel is systeemverandering/paradigma shift, maar alle betrokkenen realiseren zich dat dat niet zomaar te bereiken valt.
In tijden van woningnood zijn creatieve oplossingen vereist. Ook voor deze doelgroep zien we woningdelen als een potentiële oplossing om een woonplek aan te bieden, maar we wegen dit wel goed af. We spreken de ambitie uit in de beleidsnota, maar houden hierbij wel een realistische toon aan.
Pagina 51 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Stuurgroep Huren #1 – 7 mei 2024
De gemeente moet zich harder inzetten voor de bouw van sociale huurwoningen.
In de participatie met huurders komen de gemeente, de huurdersorganisaties van en de bestuurders van woningcorporaties Woonin, Portaal, Bo-Ex, Cazas Wonen, SSH en Habion zes keer per jaar samen in de Stuurgroep Huren.
Momenteel is er veel eenvormigheid, zijn kwetsbare groepen vaak te veel geconcentreerd, en zijn er wijken met te weinig sociale huurwoningen.
Meer verschillende soorten woningen en mensen in de wijken. Wijken moeten gemengder worden. Leidt ook tot betere leefbaarheid.
Het uitgangspunt is gemengde wijken en daar sturen we op. We geloven dat gemengde wijken de leefbaarheid verhogen.
Studenten.
Realiseer meer onzelfstandige woningen voor studenten.
Conform het Actieplan studentenhuisvesting zal er meer ingezet worden op het realiseren van onzelfstandige woningen voor studenten.
Weerstand kwetsbare doelgroepen.
Houd rekening met het sentiment in de stad dat zich tegen de voorrang van (in het bijzonder) statushouders t.o.v. starters keert.
We beschouwen statushouders als aandachtsgroep en zetten erop in om jaarlijks de wettelijke taakstelling te behalen.
Idealen gemeente hangt te erg boven de grond.
Bewaak het realisme gehalte in de beleidsnota.
De beleidsnota spreekt ambities uit, maar houdt daarbij rekening met de realiteit waarin we leven.
In de beleidsnota richten we ons primair op de lage en middeninkomens en mensen in een kwetsbare positie. We bestendigen de lijn uit het coalitieakkoord met als uitgangspunt 40% sociaal.
Pagina 52 van 73
Volledige doorstroomketen zit klem.
Zet in op doorstroming, met name richting starterswoningen.
Er wordt vol ingezet op doorstroming, te beginnen bij het realiseren van passende woningen voor ouderen omdat een verhuisbeweging van deze groep de grootste verhuisketen in gang zet. Daarbij profiteert er altijd een starter.
Focus op het tegengaan van obstakels die bouwprojecten in de weg staan.
Verlaag stedenbouwkundige eisen (lagere parkeernorm).
Dit ligt niet bij Wonen.
Flexibiliteit in projecten.
Stuurgroep Huren
Door middel van de introductie van het afwegingskader wordt er voor specifieke projecten meer flexibiliteit geboden.
Woonzorgopgave.
Er is veel achterstallig zorgvastgoed. Zorgpartijen kloppen aan bij corpo’s. Haal zorgaanbieders uit het vastgoed en laat het over aan corpo’s om het beter te behouden.
In de gebiedsadvisering wordt erop gestuurd dat corporaties vastgoed overnemen en het daarna verder ombouwen zodat het voor zorg geschikt is. Echter, als gemeente zetten we niet in op vastgoed dat alléén voor zorg geschikt is. Zoals opgenomen in de beleidsnota stimuleren we de realisatie van zorggeschikte woningen.
Doorstroming.
Faciliteer een van Klein naar Groter regeling (met urgentie waar kinderen in het spel zijn) om overbewoning en overlast te voorkomen. Doorstromers moeten erop vooruitgaan, er iets extra’s bij krijgen (bijv. community).
Om woningzoekenden met een grotere ruimtevraag beter te faciliteren in de middenhuur en betaalbare koop is voorrang o.b.v. huishoudgrootte mogelijk.
Stimuleer regionale wooncoaching.
We bestendigen de Woonadviseur Ouderen.
#2 – 3 oktober 2024
We zetten in op het realiseren van passende woonconcepten (bijv. met meer oog voor gemeenschapszin) en we bestendigen de Verhuispremie.
Pagina 53 van 73
Zet in op slim sturen van doorstroming.
Ouderen hebben ook behoefte aan kwaliteit.
We zetten in op passende ouderenconcepten in álle prijscategorieën.
Doorstroompunten opbouwen
We bestendigen de buurtvoorrang, evenals de voorrangsgronden in de middenhuur en betaalbare koop voor doorstromers vanuit de sociale huur. Ook bevorderen we de communicatie en informatievoorziening omtrent doorstroming om de bewustwording te vergroten, vooral bij de oudere doelgroep. Met de U10 gemeenten spreken we af dat we de huisvestingsopgave voor kwetsbare groepen evenwichtig verdelen o.b.v. inwoneraantal.
& verhuizen binnen de wijk faciliteren
Rol van de regio.
Woningdelen.
Middenhuur kan helpen bij het bevorderen van de doorstroming en het aanbrengen van meer balans.
Betrek de regio bij de bouwopgave en vraag ze hun verantwoordelijkheid te nemen, ook in woonzorgopgave en de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Inzet op woningdelen en dat aantrekkelijk maken (kostendelersnorm hindert). Realiseer voldoende middenhuur.
We stimuleren woningdelen en bestendigen de inzet hierop.
Het uitgangspunt per project is 35% middensegment, waarvan minimaal 25% middenhuur.
Pagina 54 van 73
Partner Thirty030
Hoofdpunten De alleenstaande starter zit helemaal klem. Er is behoefte aan woonvormen waar alleenstaanden samen kunnen wonen.
Thirty030 is een groep stadsambassadeurs die de stem van jongeren (onder de 30) in beeld brengt.
Discriminatie op de woningmarkt richting mannen.
Gemengde wijken slim mengen.
Betaalbaarheid is belangrijker dan duurzaamheid.
Er is behoefte aan informatievoorzieningen voor het vinden van middenhuurwoningen.
Gewenste richting Maak woningdelen mogelijk. Ook woongroepen zijn een goede uitkomst voor de drukke levens van jongeren en de toenemende eenzaamheid onder deze doelgroep.
Ga als gemeente slim te werk bij het mengen van wijken. Bouw bijvoorbeeld voor jongeren betaalbare woningen in wijken met een goede OV-verbinding.
Richting beleidsnota We continueren het vergunningvrij woningdelen t/m 3 personen. Ook in de nieuwbouw stimuleren we woningdelen door kwalitatief aantrekkelijke concepten te ontwikkelen. Daarnaast bieden we meer ruimte voor woongroepen en andere vormen van collectief wonen.
We geven uitvoering aan de algemene regels uit de Wet goed verhuurderschap, zoals algemene regels die toezien op discriminatie en we zetten de samenwerking met het Huurteam Utrecht en de Antidiscriminatievoorziening van de provincie Utrecht voort om huurders van gepaste ondersteuning te blijven voorzien. Per wijk kijken we welke concepten in de nieuwbouw goed aansluiten bij de behoefte van de wijk en bepalen we beweegrichtingen.
Beide thema’s zijn belangrijk voor de toekomst van de gemeente Utrecht. We streven naar het realiseren van beide doelstellingen. Daar waar we moeten kiezen zullen we weloverwogen afwegen waar de nadruk op komt te liggen per project. We onderzoeken op welke wijze we het aanbod van betaalbare woningen op één plek kunnen bundelen. We streven niet naar vervanging van woningnet / dak.
Pagina 55 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
U op Leeftijd
Het idee dat de groep ouderen in zijn geheel zorg nodig heeft is een farce, reguliere groep is vele malen groter en diverser.
Behandel de ouderen niet als enkel een woonzorgopgave.
Dit strookt met de richting van de beleidsnota, waarin we inzetten op het realiseren van passende woonconcepten voor ouderen (zowel met als zonder zorgvraag).
U op leeftijd staat voor het seniorenbelang in UtrechtStad. De organisatie zet zich in om alle senioren in de gemeente Utrecht een volwaardige plek te geven. Want senioren zijn van grote waarde voor de samenleving.
Te weinig gestuurd op het bouwen van seniorenwoningen en willen daarom graag meer betrokken worden wanneer het over projecten gaat. Daarbij kunnen ze vanuit hun achterban meedenken over de juiste woningen.
Samenspraak met ouderen over het bouwen van passende seniorenwoningen.
Conform de afspraken uit het UPG werken we samen met bewoners vanaf de start van een project. Daarnaast schrijft de beleidsnota een wijkgerichte koers voor, waarbij er voor iedere wijk beweegrichtingen worden gesteld.
Nadenken over huursprong. Groot aantal senioren wonen heel lang in de sociale huur, als ze eenmaal verhuizen krijgen ze met enorme huurverhoging te maken. De huursprong is te groot.
Doorstroming van ouderen bevorderen door huursprong te verkleinen.
De corporaties doen uit zichzelf aan huurgewenning indien ouderen een grotere sociale huurwoning achterlaten, zodat zij stapsgewijs aan de nieuwe huurprijs kunnen wennen. Tevens bestaat er de Van Groot naar Beter-regeling van de corporaties in de regio Utrecht, waarbij ouderen voorrang kunnen krijgen op een sociale huurwoning evenals een korting op de netto huurprijs in sommige gevallen.
Pagina 56 van 73
Er is behoefte aan collectief wonen, maar door financiële ingewikkeldheden worden dit soort woonconcepten niet gerealiseerd.
Faciliteer woongemeenschappen beter.
Er wordt meer ruimte geboden aan collectieve woonvormen (zoals wooncoöperaties, woongroepen, CPO en hofjeswoningen). Dit wordt beter gefaciliteerd door het verzachten van de financiële ingewikkeldheden middels het verstrekken van subsidies en/of door middelen uit het landelijke fonds van het Rijk in te zetten.
Pagina 57 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
U-2B Heard
Deze groep behelst veel jongeren die niet goed met veel prikkels kunnen omgaan. Het bieden van rust is het allerbelangrijkste voor hen.
Er is ook behoefte aan woningen buiten het centrum, omdat ze dan de rust kunnen opzoeken en niet continu getriggerd worden. De stad wordt alleen maar drukker en wordt moeilijker om een rustige plek te vinden, zo ga je van een chaos thuissituatie naar een drukke stad.
Jongeren en jongeren in een kwetsbare positie worden als aandachtgroep benoemd in de beleidsnota. We zetten dan ook in op het realiseren van passende woonconcepten voor jongeren. Dit betreft alle jongeren, zo ook jongeren die behoefte hebben aan prikkelarm wonen. Deze groep wordt echter niet specifiek vermeld in de beleidsnota.
U-2B Heard zijn jongeren die zich inzetten om de situatie van andere Utrechtse jongeren in een kwetsbare positie te verbeteren. U-2B Heard geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de gemeente over onderwerpen waar zij zelf ervaring mee hebben om het beleid en de hulpverlening beter te maken.
De wachttijden zijn veel te lang.
Tussenoplossing wachttijden verkorten: tussenwoningen.
Jongeren onder de 24 jaar in een kwetsbare positie worden specifiek genoemd in de nota, omdat zij het extra moeilijk hebben. We spannen ons maximaal in om een (tijdelijke) woonoplossing te vinden voor deze groep.
Kleine woonplekken zijn prima, zolang de jongeren maar een dak boven het hoofd hebben en de omgeving niet te druk is.
Om woningen voor jongeren te stimuleren is het voor deze doelgroep mogelijk om kleinere woningen te realiseren.
Pagina 58 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Vastgoed Belang
Het geplande aantal nieuwbouwwoningen is te laag om iedereen te huisvesten.
Ga op zoek naar locaties buiten de stad (denk aan Rijnenburg).
De Beleidsnota Wonen en Volkshuisvesting heeft een looptijd van 2025-2030. In deze periode zullen er stappen gemaakt worden voor de invulling van Rijnenburg.
Vastgoed Belang is de branchevereniging van de particuliere verhuurders in vastgoed en werkt nauw samen met de overheid en andere partners in het kader van de integriteit en de professionalisering van de particuliere (ver)huursector.
In veel VvE’s (vaak alle vrijwilligers) is onvoldoende kennis aanwezig over het verduurzamen en optoppen van woningen.
Creëer een “optop- en verduurzamingsdesk” waar VvE’s en particuliere verhuurders de kennis en informatie over de mogelijkheden tot optoppen en verduurzamen kunnen vergaren.
We voeren met de woningcorporaties enkele pilots uit voor optoppen en uitplinten. Daarmee brengen we knelpunten in kaart en bepalen hoe de gemeente kan bijdragen aan het verzilveren van de potentie voor optoppen, aanplakken en uitplinten. De ervaringen uit de pilots stellen we beschikbaar voor andere initiatiefnemers. Waar nodig borgen we de ‘optop-werkwijze’ binnen de organisatie en activeren we eigenaren om op te toppen of uit te plinten.
Voorkom dat particuliere verhuurders gaan verkopen en dat dit segment in de stad krimpt wat weer kan leiden tot nog hogere huurprijzen.
Pas de nieuwe wetgeving rondom middenhuur aan zodat de financiële exploitatie van huurwoningen weer aantrekkelijker wordt.
Het gaat hier om landelijk wetgeving die we ondersteunen, aangezien we het belangrijk vinden dat middenhuurwoningen juist betaalbaar zijn voor middeninkomens. Wel steunen we de lobby om de fiscale wetgeving zo aan te passen dat verhuur aantrekkelijk blijft.
Pagina 59 van 73
Splitsen en verkopen is alleen nog maar interessant. Splitsen en verhuren is niet meer haalbaar door middenhuurregeling.
Stop met de stapeling van fiscale belemmeringen en huurregelgeving.
Steunen inzet om fiscale belemmeringen weg te nemen. Huurregelgeving blijft nodig om de balans tussen leefbaarheid en beter benutten te bewaken. We delen de mening niet dat splitsen en verhuren niet haalbaar is door de middenhuurregeling. Hierin is enkel een verduidelijking opgenomen wanneer sprake is van onzelfstandige woonruimte en zelfstandige. In beginsel is er inhoudelijk op dit vlak niets veranderd.
Pagina 60 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Vidius
Er moeten scherpere keuzes gemaakt worden om het tekort aan studentenwoningen aan te pakken.
Ontdek de flexibiliteit van studenten omtrent locatie en woonvorm, maar zoek niet de ondergrens op.
Dit is in lijn met de beleidsnota. Ook voor studenten staan we open voor creatieve oplossingen voor het toevoegen van woonplekken, maar hierbij zakken we niet door de ondergrens.
Zorg voor meer jongerencontracten om de doorstroom te bevorderen.
We zetten in op het realiseren van jongerenwoningen. Jongerenwoningen zijn (kleine) sociale huurwoningen die verhuurd worden met een jongerencontract. Het jongerencontract duurt vijf jaar. Daarna kan het contract met maximaal twee jaar worden verlengd.
Zorg voor studentenwoningen op plekken met een goede verbinding naar de binnenstad en USP.
We realiseren de belangen van studenten. Daarom kijken we wijk- en buurtgericht naar geschikte locaties voor studentenhuisvesting.
Hospita kunnen een uitkomst bieden voor studenten met een beperking.
We verbeteren de informatievoorziening omtrent hospita verhuur en houden een campagne ter stimulans. Hospita verhuur biedt een mogelijkheid voor alle alleenstaande woningzoekenden, zo ook voor studenten, en niet uitgezonderd voor één groep.
VIDIUS is de centrale belangenbehartiger voor iedereen die in Utrecht studeert. Ze komt op voor de belangen van studenten in alle facetten van het leven als student. Bijvoorbeeld op het gebied van studentenhuisvesting, openbaar vervoer of onderwijs.
Pagina 61 van 73
Bouw onzelfstandige woningen voor studenten.
Studio’s waren altijd lucratiever voor verhuurders, maar met de invoering van het puntensysteem verandert dit misschien.
Meer hulp vanuit de gemeente om studenten te informeren en juridisch bij te staan bij geschillen met de verhuurder.
Clusteren vs. verdeling over de stad.
Voor de woningvoorraad is het beter om studentenwoningen te clusteren.
Voor menging met de wijk is verdeling over de stad beter.
We streven naar ten minste 70% kamers en 30% studio’s per project waar studentenhuisvesting gerealiseerd wordt (voorheen 50/50). Kamers hebben hierbij een oppervlakte van 12-14m2 met 3m2 gemeenschappelijk ruimte (let op: mogelijkheid om af te wijken in het geval van tijdelijk wonen of modulair bouwen). Studio’s zijn minimaal 19 m2 met 2 m2 gemeenschappelijk ruimte. Ter verbetering van de informatievoorziening over geschillen tussen huurders en verhuurders kunnen huurders in het vervolg terecht bij één centraal meldpunt van de gemeente: meldpunt ‘Klacht over huren’. Op specifieke plekken in de stad (bijv. USP en IBB) wordt er meer ingezet op het realiseren van studentenwoningen dan elders. Dit bevordert de sociale cohesie in de stad. Met bovengenoemde specifieke inzet vormen studenten enigszins een uitzondering op het uitgangspunt ‘gemengde wijken’ van de beleidsnota.
Pagina 62 van 73
Partner
Hoofdpunten
Gewenste richting
Richting beleidsnota
Woonprotest
Gemengde wijken komt neer op gentrificatie, waarbij de sociale huur wordt afgebroken en huurders zijn aangewezen op andere wijken/steden.
Wees terughoudend met de inzet op gemengde wijken.
Elke Utrechtse wijk heeft haar eigen karakter. Hoewel we streven naar meer menging op wijk-, subwijk- of buurtniveau houden we ook rekening met dit karakter. Daarom gebruiken we het Utrechts afwegingskader om de uitwerking in de projecten te spiegelen aan onze stedelijke ambitie maar ook afwijkingsmogelijkheden op een lager schaalniveau te behouden.
De gemeente bepaalt te veel top-down en verliest het oog voor de bewoners.
Toon vertrouwen in bewoners en neem bewonersinitiatieven serieus.
We sluiten we aan bij de vernieuwing van ons participatiebeleid waarin de wijk en de buurt het startpunt is. Daarnaast schrijft de beleidsnota een wijkgerichte koers voor, waarbij er voor iedere wijk beweegrichtingen worden gesteld.
Versterken van gemeenschapskracht.
Benader de mensen op de wachtlijsten voor de nieuwbouw in bijv. Merwedekanaalzone zodat je al buurten creëert voordat ze gebouwd worden.
In de beleidsnota besteden we aandacht aan het versterken van de gemeenschapskracht. Het vooraf benaderen van mensen voordat de buurten gebouwd zijn is echter in de praktijk lastig uitvoerbaar. De behoeften van mensen veranderen namelijk naarmate de tijd vordert.
Ontwikkelaars die grond bezitten willen het liefst zo lang mogelijk praten zodat de waarde van de grond stijgt.
Werk met deadlines (bouwplichten), zodat de gemeente een betere onderhandelingspositie heeft.
Actieve rol gemeente.
Actief grondbeleid, grondonteigening, lobby richting Rijk en EU.
Wat we als gemeente wel doen is het peilen van woonwensen op regelmatige basis via het woonbehoefteonderzoek. We blijven lobbyen bij het Rijk om de gereedschapskist verder aan te vullen en betaalbare woningbouw te versnellen. Dat gaat bijvoorbeeld om een bouwplicht, planbatenheffing en wijziging van de inbrengwaarde. Met de beleidsnota Grondbeleid 2024 is een koerswijziging ingezet naar afgewogen actief grondbeleid. De koerswijziging betekent eerder en
Pagina 63 van 73
Structurele huisvesting van dak- en thuislozen.
Sterk voor een ‘housing first’-aanpak.
Informatievoorziening doorstroming van ouderen.
Communiceer veel meer en beter met deze doelgroep. Stuur brieven over de doorstroommaatregelen van de gemeente, zet het in advertenties en kranten.
Weg met huisjesmelkers.
Verdrijf malafide verhuurders uit Utrecht.
Weg met leegstand en handen af van krakers.
Decriminaliseer kraken, het aankaarten van leegstand en acties voor huisvesting.
Stop het monopolie/de kartelvorming van de grote corporaties.
Niet de STUW, maar de gemeente moet verantwoordelijk zijn voor de verdeling van de bouw.
vaker inzet van actief instrumentarium binnen de gereedschapskist van het grondbeleid. Dakloosheid vinden wij niet passen bij Utrecht als stad van de mensenrechten. We beschouwen daken thuisloosheid als een woonprobleem. De ‘housing first’-aanpak bij dak- en thuislozen kan veel problemen in het sociaal domein voorkomen. Wij zetten in op het beter informeren van inwoners over bovenstaande doorstroommogelijkheden. Bijvoorbeeld door de inzet van de Woonadviseur Ouderen, door informatie op websites en door het gericht infomeren van specifieke projecten over de diverse (doorstromings)regelingen. Ook vinden wij het belangrijk dat er een goed beeld is over welke woningen voor ouderen er in de stad zijn. Met de wet Goed verhuurderschap proberen we huurders zo goed mogelijk te beschermen tegen malafide verhuurders. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid voor een verhuurvergunning We blijven leegstand van bestaande woningen tegengaan, onder andere via de leegstandverordening en de meldplicht van leegstaande woningen. Het kraken van een woning is strafbaar en wordt ontmoedigd door de gemeente. De gemeente kan niet alles op zichzelf bepalen, maar heeft haar partners in de stad hard nodig. Jaarlijks maken we prestatieafspraken met de corporaties waarbij we sturen op netto groei van de sociale huurvoorraad.
Pagina 64 van 73
Partner STUW #2 – 27 april 2024 STUW (Stichting Utrechtse Woningcorporaties) is een samenwerkingsverband tussen de zes grootste woningcorporaties in Utrecht: Woonin, Portaal, Bo-Ex, Cazas Wonen, SSH en Habion. Met de STUW worden prestatieafspraken gemaakt over ieders bijdrage aan het woonbeleid van de gemeente Utrecht, zowel op stedelijk niveau als per corporatie. Het overleg met de strategen van de STUW vormt de voorbereiding op de Stuurgroep Huren.
Hoofdpunten Bouwtempo sociale huurwoningen stagneert door aanpalende eisen gemeente rondom groen en grond.
Gewenste richting Scherpere afweging vanuit de gemeente wat betreft de eisen aan woningbouw (denk aan oppervlakte, buitenruimte, mobiliteit etc.) en verduurzaming. De hoge ambities zetten de financiële haalbaarheid van bouwproductie onder druk. Een alternatief is om meer hoogbouw toe te staan. Scherpere afweging hoe om te gaan met gemengde wijken en leefbaarheid in kwetsbare complexen en wijken.
Richting beleidsnota De beleidsnota doet vanuit Wonen een voorzet tot meer integraal samenwerken binnen de gemeente.
Rol van de gemeente.
Inzet van actief grondbeleid, projectmanagement en partnerschap gemeentecorporaties om projecten te doen slagen en te versimpelen.
Sociale huur is corporatiehuur.
Creëer meer partnerschap tussen gemeente en corporaties door het sociale segment exclusief over te laten aan de corporaties.
Met de beleidsnota Grondbeleid 2024 is een koerswijziging ingezet naar afgewogen actief grondbeleid. De koerswijziging betekent eerder en vaker inzet van actief instrumentarium binnen de gereedschapskist van het grondbeleid. Meer dan in het verleden voeren we dit beleid, als dat helpt om de bouw van betaalbare woningen te faciliteren en het bijdraagt aan de brede doelstelling van de RSU 2040. Dit is overeenkomstig de lijn die we met de beleidsnota inzetten.
Leefbaarheid in buurten en complexen.
Het uitgangspunt is gemengde wijken en daar sturen we op. We geloven dat gemengde wijken de leefbaarheid verhogen. Ook bij de toewijzing van woonplekken aan kwetsbare doelgroepen wordt er rekening gehouden met de draagkracht en leefbaarheid van buurt en complex.
Pagina 65 van 73
STUW #3 – 3 oktober 2024
Bespreek en benadruk de maatschappelijke tendensen.
Focus vooral op de uitstroom van de maatschappelijke opvang/begeleidend wonen en de ontwikkelingen in de ouderenzorg.
We erkennen de realiteit dat instellingen voor maatschappelijke opvang/beschermd wonen vol zitten. Hierom ligt in onze prioritering tussen kwetsbare doelgroepen de focus o.a. op het toewijzen van woonplekken aan uitstromers uit de maatschappelijke opvang. Corporaties, zorg- en ondersteuningspartijen en gemeente zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een leefbare woonstad. Iedere partij vanuit de eigen rol: van volkshuisvestelijk vakmanschap tot individuele ondersteuning en werken aan een sterke community. We stimuleren een goede samenwerking in de keten.
Faciliteer goede zorgnetwerken (als gevolg van de decentralisatie van de zorg).
Voeg zorgpartijen toe aan de bestaande samenwerkingsdriehoek tussen gemeente-corporaties-huurders.
Rol van de regiogemeenten.
Gemeente moet zorgen voor een goede samenwerking met regiogemeenten, Corporaties moeten zorgen voor regionale afstemming i.r.t. huisvesting aandachtsgroepen.
Utrecht zet in op bindende regionale en landelijke verdeelafspraken waarbij alle gemeenten in de regio een evenwichtig aandeel leveren in het realiseren van sociale huisvesting voor kwetsbare groepen. Met de U10 gemeenten spreken we af dat we de huisvestingsopgave voor kwetsbare groepen evenwichtig verdelen op basis van inwoneraantal. Daarnaast maken we afspraken over het huisvesten van aandachtsgroepen zoals arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en ouderen. Op deze manier dragen we bij aan een evenwichtige verdeling in de regio en benutten we de voorzieningen en kwaliteiten per gemeente.
Tempo-BetaalbaarheidKwaliteit.
Maak keuzes en prioriteer. Wat de STUW strategen betreft is Tempo prioriteit één. Kleine woningen liggen in lijn met de vraag binnen de sociale huur.
In de beleidsnota wordt Tempo verheven tot prioriteit één in de nieuwbouw, gevolgd door Betaalbaarheid.
Pagina 66 van 73
Behoefte aan duidelijkheid en consistentie.
STUW #4 – 20 november 2024
Maak keuzes en stel prioriteiten. Dit biedt duidelijkheid voor de corpo’s en bouwers.
Naargelang de wens van de partners van de gemeente proberen we met de beleidsnota een duidelijk woonbeleid te verschaffen en veel verschillende ‘losse’ beleidsdocumenten te bundelen.
Programmeer meer sociale huur (en plaats meer kwetsbaren) in sterke wijken.
We bestendigen de lijn uit het coalitieakkoord (40% sociaal) en we sturen wijkgericht door per wijk beweegrichtingen vast te stellen in de totstandkoming van de nieuwbouwplannen om zo de balans in de wijken beter te waarborgen.
Middenhuur.
Faciliteer corpo’s in de middenhuur. Corpo’s brengen EGW naar middenhuur zonder meerwaarde afdracht.
Onze visie is dat corporaties een grotere rol gaan vervullen in de middenhuur als de investeringscapaciteit van corporaties toeneemt.
Beter Benutten van de bestaande voorraad kun je goed richten op ouderen.
Betere informatievoorziening (van bijv. hospitaverhuur).
De gemeente verbetert de informatievoorziening en communicatie over de mogelijkheden tot het beter benutten van de bestaande voorraad. Zo zijn er campagnes over o.a. doorstroming, woningdelen en hospitaverhuur.
Passende ouderenconcepten moet je inrichten vanaf 50+ (niet 65+), zodat er een goede mix blijft tussen zelfredzaam en niet meer zelfredzaam.
Benut locaties in wijken nabij voorzieningen optimaal voor ouderen.
Gelet op de diversiteit van de aandachtgroep ouderen qua inkomen en vitaliteit differentiëren we bij de realisatie van passende woon(zorg)concepten voor ouderen naar behoefte en leeftijd. We proberen hier zo veel mogelijk rekening mee te houden door locaties die dichtbij (binnen 500 meter van) voorzieningen zijn als kansrijk voor het bouwen voor ouderen te bestempelen.
Pagina 67 van 73
Jongerenhuisvesting: Zorg dat niet alleen onzelfstandig mag worden gebouwd voor jongeren, maar ook studio’s. Het exploiteren en beheren van studio’s is namelijk beter te regelen dan van kamers.
Belangrijke voorwaarde: De huisvestingsverordening moet dan wel dusdanig worden aangepast dat de studio's daadwerkelijk ook verhuurd worden aan jongeren (dus niet ouderen). Logische oplossing zou zijn een jongerencontract.
Naast woningdelen is onze inzet gericht op het realiseren van jongerenwoningen. Jongerenwoningen zijn (kleine) sociale huurwoningen die met een jongerencontract worden verhuurd. Het jongerencontract duurt vijf jaar. Daarna kan het contract met maximaal twee jaar worden verlengd. Jongerenwoningen zijn veelal studio’s of kleine tweekamerappartementen.
Jongeren meer huisvesten in de sociale huur: Meer jongeren huisvesten in de sociale huur houdt in dat je bij ouderen een vermogenstoets moet instellen bij toewijzing (op die manier help je de écht ‘minder welvarende’ ouderen wel, maar maken de ‘welvarendere’ ouderen geen kans meer waardoor meer jongeren meer kans hebben).
Stel een vermogenstoets voor ouderen in bij toewijzing in de sociale huur.
In de sociale huur stimuleren we de corporaties een aandeel van de voorraad onder de kwaliteitskortingsgrens te realiseren voor jongvolwassenen. Het invoeren van een vermogenstoets vergt veel middelen en er zijn vraagtekens over de effectiviteit van dit middel. Het vindt daarom geen plaats in de beleidsnota.
Pagina 68 van 73
5. Opbrengsten Internetpeiling (Infographic)
Pagina 69 van 73
Pagina 70 van 73
Bijlagen: Hartenkreten tijdens Stadsgesprek
Pagina 71 van 73
O
J
o
tq ='
J
o
.-¿\ è rJ)
o)
v,
E 4"? =
;ô-=dq
a1ì -t
¿(ìO--
tr Ntrtrtr rö q'F il F äõF:+ã 3 F3: i3 g= '?:3fr oJ J f -O) ='o= Io) qq ág ¡.Ø o) ã ¿ I 2.;'J
o
3
rD
J
o N o
o-
J
(D
J J
g:
t-|
-a
o
J
t+
o) Vt
!
tr
I
3
J lD
o t+
= = o f
q
t+
v1
OJ
o o r+ E
F -t
J
o
o) -l .+
=
C+
J-
o ô
c1+
J
-a -
J
I
o 5 o
É
-
o o C+ o o
/\
I
J-
o
0¡ t'+
¿ -
Eo)
an
o)
J
o
gq ='
J
o
¿-¿\ I tt1
E 4Ë =
= . t 2.=3
TO
.rt-E=ì /\
(D X
J
t+
o N o
=
o 3
\, t¡l
"=3 o) I
Estrtr E 5rqñFE 4ñF:+ã 3 *'3! 3ïx ëfr o r r ='o-q qq?g E o)=.vto¡s
o +l
= o-
o
J J
g:
-a o F}
-J
llt Ft
OJ
!
tr
J
9l
o 3
r.+
o
T
J
(D
J
g:
t+
at)
oo)
o o t+
f -t
o
J o) -t ?+
J
r+
J-
o c)
cf+
-a J
I
J
I
I
o J o
É
-
o o 1+ o o
-^ -
J
I
o
C+
0¡
¿ -
L(D ar1
f
o
gq ='
J
o
la
-¿ -) ìu1
5iO cl o)
I
o* o 3
=' o) ) =r¿
.+ (D
ah -:' 3 ='rD E 5 ga o
-
c o)=' tn O) ã (J t+
(D
lD='
gqlD-
;+ o-q o-' qã 5o
o)J
gq ==O
=o =. ro
t+rYÃ --tY
oJ
83trtr ?d tr g#ö' È'g oI O(+J c -r a Íe- ooJ 6' ãct ci o-o. 9B o 3 o ^t¿ Hq
o
o N
o-
J
= o
J
g.
¡õ' t-i
J
t+
tn
o)
Ë !
1-
9l
3
o
J
o t+
o
g':
tn (+
oo)
o r+
-o
J+
J-
o CI J
o
1+
c
J r-+
J J o)
-¡
I
J
I
I
o J o
ã
-
o o t+ o o
-^ -
J
I
o
0) c+
¿ -
L-.,..-.-.-
lt)
o)
3
(D
c+ J
o N o
o-
= o
J
q
-t
o 1+
J
U)
OJ
!
tr
o
OJ
o)o
= cn
dõ
ñz
=
o
f gq
J
o
ì
.¿J
v't
-r =Crc¡-)
-\-. ¡,1\ ==tr) I-
I
E
+ô¿ = dq
ntJE
= o)='t
FO Xruo :-.1. -t
¿(.l
O- of 9.o-o f,o.
(ÐJf,
=
-tl J
=o =. ro o O";=' ¡pX
ãä*=
8trtrtr otr, g#ö'= (Dro Oc+JX or =' a f e-x oJ (r3=.
o)
3
rD
r+
o
= = o f
q
ln
o)
õ
o o t+
F .t
J
o
o) .l
J
1+
J-
o CI
C+
c
J
I
II
J
I
o 5 o
€
-
o o f+ o o
-^ -
J
I
o -1+ o
¿ -
s
!
-t
J
€
I ttt = o
R
ñ
t\
q
OJ
t/'t
-å e,
o = 3 C -ì =lD o 3 à