Openbaar Conceptverslag VOWE 7 september 2023
Tekst van het document
5
10
15
20
Wethouder Van Hooijdonk deelt dat het belangrijk is dat het voor iedereen toegankelijk is. De school wordt daartoe aangemoedigd, maar het zou merkwaardig zijn als de gemeente dat geld ophaalt. Uiteindelijk moet de school dat zelf gaan doen. De gemeente gaat het contact aan met het bedrijfsleven en op zoek naar de werkgevers waar veel van de ouders werken. Daarmee wordt de structuur gecreëerd waarin die gesprekken kunnen worden gevoerd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt hoe de raad hier meer grip op krijgt. Deze school is zeer snel gegroeid en heeft nu verschillende locaties. Als geen duidelijke afspraken worden gemaakt, moet over een aantal jaren wellicht weer worden gebouwd. Hoe krijgt de raad terugkoppelingen van financiële risico's en van zaken die afwijken en dergelijke? Wethouder Van Hooijdonk denkt dat meerdere financiële risico's door elkaar lopen. Tot nu toe is gedebatteerd over deze vestiging, dit gebouw, het budget dat daarvoor wordt uitgetrokken en hoe daarop wordt gestuurd. Dat is een ander gesprek dan over de toekomst. Het gaat nu om de risicobeheersing van dit bouwproject. De gemeente heeft de wettelijke plicht om leerlingen te huisvesten. In gesprek met de school en de raad moet worden bepaald wat ermee wordt gedaan. De raad bespreekt met enige regelmaat alle strategieën rondom onderwijshuisvesting.
Zij kan er met een fictief voorbeeld niet op vooruitlopen of een nieuw gebouw nodig is. Dat moet op dat moment aan de orde komen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat andere scholen ook een maximum stellen aan het aantal toe te laten leerlingen. Zijn dergelijke afspraken gemaakt?
25
30
35
Wethouder Van Hooijdonk wil de internationale school niet bijzonderder maken dan hij is. Er zijn leerlingenprognoses en er wordt overlegd in hoeverre deze kunnen worden gehuisvest. De raad is daarbij. Als GroenLinks zich daar zorgen over maakt, moet de komende jaren de vinger aan de pols worden gehouden. Als men vreest dat het misgaat en er vragen opkomen, dan is dat een nieuw debat. Dat heeft niets te maken met de risico's rondom dit bouwproject. Mevrouw Van der Wilt (D66) vroeg op welke manier een terugkoppeling wordt gegeven van de afspraken met de provincie en werkgevers. Wethouder Van Hooijdonk heeft verwezen naar de kwartaalbrief waarin verantwoording wordt afgelegd over de stand van dat moment. Op die manier blijft de raad op de hoogte. De voorzitter heeft geen toezeggingen gehoord. De kwartaalrapportage blijft terugkomen.
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op het risico dat aandachtspunten afdwalen als toezeggingen zoals een terugkerende brief niet meer worden genoemd. De voorzitter licht toe dat toezeggingen nieuw aangekondigde stukken of terugkoppelmomenten zijn. Op de lijst van toezeggingen kan worden opgenomen dat er een voortgangsrapportage komt.
45
50
55
Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het een nieuwe toezegging als het in het debat naar voren is gekomen. De voorzitter meldt dat het wordt opgenomen als een toezegging en vraagt de wethouder deze te formuleren. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat recent een soort verzamelbrief over onderwijs aan de raad is gestuurd. Het is de intentie van het college dat elk kwartaal te doen. In de eerstvolgende brief wordt een terugkoppeling gegeven van de stand van dat moment. Dan is zeker met de provincie gesproken, maar kan ook worden gemeld wat de stand van zaken is van de marktconsultatie. De voorzitter vraagt de agenderende fracties of er behoefte is om dit door te geleiden naar de raad en constateert dat deze vraag nu nog niet wordt beantwoord.
60
Schorsing voor een wisseling van woordvoerders. Pagina 17 van 47
9. Raadsbrief Actieagenda Utrechtse Economie
5
De voorzitter stelt voor te starten met de behandeling tot 13.00 uur en de vergadering dan op een logisch moment te schorsen waarna deze rond 14.00 uur kan worden voortgezet en constateert dat dit akkoord is. De fracties van CDA, Partij voor de Dieren, Volt, PvdA, VVD, Stadsbelang Utrecht, GroenLinks en D66 willen in gesprek over de manier waarop uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen van de Rekenkamer. Ook willen zij in debat over duurzame ontwikkelingen van de Utrechtse economie, de maatregelen die daarbij worden voorgesteld en de manier waarop gekozen speerpunten aansluiten bij de kernsectoren van de huidige Utrechtse economie.
10
Wethouder Schilderman heeft klein piket en moet de telefoon aannemen als deze gaat.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van Steeg (CDA) vindt de actieagenda Utrechtse economie een stap voorwaarts, zeker na het vernietigende rekenkamerrapport van anderhalf jaar geleden. Hij complimenteert de wethouder voor dit stuk. Dat een coherente visie nodig is, is evident. Zeker in een tijd van economische verandering waarin de overheid steeds meer vraagt van ondernemers, is het belangrijk te kijken waar de balans ligt en hoe ondernemers ruimte wordt geboden om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke vraagstukken. De motie van CDA om met een jaarlijkse voortgangsrapportage te komen werd ontraden tijdens het debat over de rekenkamer, maar is nu toch in het voorstel opgenomen. Dat is mooi, maar het zou fijn zijn als mensen die een motie indienen een compliment krijgen als deze toch ten uitvoer wordt gebracht. Het gebeurt vaker dat moties worden ontraden en een halfjaar later toch beleid worden. De motie vroeg iets op te nemen over de opvolging en de verantwoording van de voortgang in de voortgangsrapportage, maar dat is niet overgenomen. Een belangrijk advies van de rekenkamer was dat duidelijk moet worden gemaakt hoe het financiële deel wordt gekoppeld aan de doelen, maar dat staat er onvoldoende in. Tijdens de voorjaarsnota is gedebatteerd over economie en om het extra geld dat de coalitie had bestemd voor economie om de basis op orde te krijgen te gaan gebruiken.
CDA en VVD hebben daartoe een amendement ingediend, maar dat is niet aangenomen. Is de basis nu niet op orde? Hoe wordt de ondersteuning van het economisch beleid op een goede manier vormgegeven? Die financiële verantwoording ontbreekt. In eerdere debatten is het belang genoemd van de winkelgebieden. Er ligt een mooie evaluatie van het centrum. Hij roept de wethouder op ook alle investeringen in de perifere winkelgebieden te evalueren. Vorige week heeft de wethouder in de media gemeld dat daarvoor extra geld beschikbaar is. Wat bedoelde ze daarmee? Ook daar worden moties vaak afgewezen. Waar komt dat geld vandaan? De heer Stam (PvdA) wijst erop dat bij de voorjaarsnota ook is gedebatteerd over winkelgebieden die niet als winkelgebied worden erkend. Moet daar ook steun voor zijn in de economische agenda? De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijk dat wordt gekeken waarin wordt geïnvesteerd. De wethouder heeft aangegeven dat alleen wordt geïnvesteerd in de winkelgebieden die in de RSU worden aangemerkt als kernwinkelgebieden. Hij is het met PvdA eens dat ook moet worden gekeken naar winkelstrips die daar wellicht buiten vallen, maar een belangrijke functie hebben in een wijk. Hoe kan worden gezorgd dat het daar leefbaar blijft? Die winkelstrips hebben een belangrijke functie als plek waar mensen samenkomen. Winkelcentrum Lunetten is een slecht voorbeeld.
Daar wordt in geïnvesteerd, maar er is weinig voortgang. Dat heeft consequenties voor de gehele wijk. Het is goed dat er een opsomming ligt van alle plannen, maar daaronder ligt nog te weinig een algehele visie. Hij vraagt de wethouder daarmee verder aan de slag te gaan. Aangegeven wordt dat wordt gewerkt aan een nieuwe economische index. Wat is dat en hoe werkt dat door naar een algemene visie? Utrecht wil graag een stad voor gezondheid zijn, maar in de afgelopen tijd zijn verschillende bedrijven die medicijnen maken omgevallen. Het maken van medicijnen verschuift naar het oosten. Het is strategisch belangrijk dat er voldoende medicijnen zijn in Nederland. Ook de Europese Commissie wil daar een strategische agenda op maken. Is het college bereid na te gaan of Utrecht daar een rol in kan spelen, bijvoorbeeld door een medicijnknooppunt te realiseren? De heer Peters (D66) stelt dat ook schaarse ruimte moet worden meegewogen. Wat heeft voor CDA dan voorrang: medicijnfabrikanten of duurzame en circulaire bedrijven? Pagina 18 van 47
5
De heer Van Steeg (CDA) vindt duurzaamheid en circulariteit enorm belangrijk. Als met bedrijven, kennisinstellingen en het bestuur wordt geïnvesteerd in gezonde mensen en wordt gesteld dat Utrecht een city of health is, dan is dat ook strategisch een interessant aanknopingspunt om in te investeren. De heer Peters (D66) wijst erop dat politiek ook draait om afwegingen maken. Welke afweging maakt CDA? Moet er een medicijnfabrikant komen of een duurzaam circulair bedrijf?
10
15
De heer Van Steeg (CDA) denkt dat dat kan samengaan. Onderzocht moet worden wat mogelijk is. Er ligt nog geen plan over circulaire economie. Ook daar moet naar de balans worden gekeken. Met de maakindustrie moet worden nagegaan hoe de circulaire economie daadwerkelijk vorm kan worden gegeven. Het gaat niet alleen om de koplopers, maar ook om kleinere maakindustrie die uitdagingen van de overheid op zich af zien komen en lastig zien hoe dat tot 2050 vorm moet krijgen.
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) komt terug op de winkelgebieden. Er zijn delen waar mensen niet zo vaak komen of waar weinig ondernemers zich vestigen. Niet elk winkelgebied kan worden ondersteund. In de hoofdretailstructuur worden keuzes gemaakt. Kan CDA daarop reflecteren?
25
De heer Van Steeg (CDA) realiseert zich dat de retailstructuur verandert en er minder winkels komen. Er moet worden geïnvesteerd in of wonen of bijvoorbeeld pop-upstores. Het staat vast dat er minder winkels komen, maar het uitgangspunt is wat ze bijdragen aan de wijk en waarom ze belangrijk zijn voor de inwoners. Dat zijn niet alleen economische argumenten, maar ook sociale. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) maakt hieruit op dat als bezoekersaantallen dalen, kan worden geïnvesteerd in andere bestemmingen.
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van Steeg (CDA) onderschrijft dat het toekomstgericht moet zijn. Er komen minder winkels met minder winkelgebieden tot gevolg, maar er moeten goede investeringen worden gedaan en de kwaliteit binnen een wijk moet overeind blijven. Mevrouw Minnaert (Partij voor de Dieren) staat voor een economische systeemverandering. De enige houdbare economie is een sociaal rechtvaardige economie die binnen de draagkracht van de aarde blijft. Deze actieagenda blijft ondanks diverse stappen in de goede richting toch gericht op groei van de stad en de economie. Partij voor de Dieren onderschrijft deze politieke keuzes niet. Deze actieagenda bouwt voort op beleidskaders zoals de Ruimtelijke Strategie Utrecht en de Regionale Economische Agenda Utrecht waar Partij voor de Dieren tegenstemde. Het inzetten op economische groei en de bijbehorende productieprocessen gaat doorgaans gepaard met hoge CO2-uitstoot, armoede, uitbuiting van mens en dier en uitputting van natuurlijke grond- en hulpstoffen of schending van mensenrechten. De eenzijdige aandacht voor economische groei put de planeet uit en veroorzaakt wereldwijd een negatief effect op arbeids- en leefomstandigheden van mensen en dieren. Dit kan anders. De Britse econome Kate Raworth schetst de ideale economie als een donut.
De buitenste ring van de donut mag niet worden overschreden met de economie, omdat dat buiten de draagkracht van de aarde valt. De binnenste ring geeft aan hoeveel welvaart nodig is om iedereen een menswaardig bestaan te kunnen bieden. Tussen de twee ringen van de donut zit de ideale economie die sociaal en duurzaam is. De heer Peters (D66) denkt dat mevrouw Minnaert op haar wenken wordt bediend met dit actieprogramma, omdat er veel aandacht is voor de brede welvaart. Dat is eigenlijk hetzelfde. Is Partij voor de Dieren daar net zo blij mee als D66? Mevrouw Minnaert (Partij voor de Dieren) is dat niet, want het gaat over het stimuleren van economische groei en dat is niet wat Partij voor de Dieren wil. De heer Peters (D66) geeft aan dat brede welvaart gaat over economische groei binnen de grenzen en ook het donutmodel gaat daarvan uit. Volgens hem is hier geen tegenstelling. Pagina 19 van 47
Mevrouw Minnaert (Partij voor de Dieren) ziet toch een tegenstelling zolang vervuilende bedrijven worden aangetrokken. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Peters (D66) ziet juist dat dit college inzet op duurzame en circulaire bedrijven en dat juist bedrijven die bijdragen aan de gezondheid worden aangetrokken. Hij leest niets over het aantrekken van vervuilende bedrijven. Waar baseert mevrouw Minnaert dat op? Mevrouw Minnaert (Partij voor de Dieren) stelt dat niet alles in dit rapport staat. Er staan ook hoofdkantoren van vervuilende bedrijven in de stad. Het jargon in de actieagenda is soms gelijk als die in de donuteconomie. Zo staat er bijvoorbeeld dat wordt gestuurd op de groei van werkgelegenheid die bijdraagt aan belangrijke maatschappelijke thema's, rekening houdt met de grenzen van de planeet en inclusief is. Betekent dit dat de wethouder inderdaad de donuteconomie nastreeft en als voorbeeld neemt? Zo nee, waarom dan dit taalgebruik? Zo ja, is het college dan bereid schadelijke bedrijven voortaan uit Utrecht te weren? Is het college bereid de vestigingseisen hierop aan te passen? Partij voor de Dieren ziet graag dat Utrecht net als Amsterdam de donuteconomie volledig omarmt en dat de gemeente aan de slag gaat met de vraag hoe het donutmodel kan worden geïmplementeerd. Is de wethouder bereid Kate Raworth hiervoor uit te nodigen in Utrecht? Partij voor de Dieren heeft veel vragen bij het lezen van de actieagenda.
Waarom wordt de marktruimte voor hotels en andere overnachtingsconcepten onderzocht? Waarom wordt de schaarse ruimte niet benut voor woningen en groen? Waarom moet Utrecht voldoen aan de vraag naar centrale kantoorruimte? Waarom moeten bedrijven worden gefaciliteerd die niet echt duurzaam zijn? Waarom moet Utrecht uit zijn voegen knappen van de evenementen? Waarom die Citymarketing? Waarom wordt toch ingezet op verbreding van het winkelaanbod? Partij voor de Dieren heeft fundamenteel een andere economische opvatting dan het college. In hoeverre is de wethouder bereid verder te gaan en de donuteconomie daadwerkelijk te omarmen en implementeren? De heer Stam (Volt) is blij dat er een document ligt. Het geeft meer en noodzakelijke duidelijkheid aan het economische beleid. Er wordt echter niet voldaan aan een aantal beloften over dit document. Dit is een goed begin, maar men is er nog lang niet. Volt is blij dat er veel aandacht is voor innovatie. Innovatief ondernemerschap is een belangrijke oplossing voor diverse maatschappelijke transities. Belangrijk daarbij is dat de gemeente innovatie niet afremt met regelgeving. Volt is blij met de brede welvaart en de nieuwe economische index. Het is goed om aandacht te hebben voor de manier waarop de economie wordt ingevuld. De economie is competitief, maar dat moet zonder ratrace en mag niet ten koste gaan van employees.
Volt mist aandacht voor Europa. De rekenkamer adviseerde meer aandacht te hebben voor Europees beleid en samenwerking met Europese partners. In de actieagenda komt het woord Europa tweemaal voor en ook de EU komt terug, maar alleen als samenvoegingen als EUsubsidies, EU-fondsen of EU-middelen. Dat wekt de indruk dat de EU wordt gezien als een soort geldpot. Volt mist daar de inhoudelijke verbinding in beleid en het belang van het aantrekken en behouden van internationaal talent. Utrecht heeft de heart of health-positionering, maar dit thema moet breder terugkomen en meer worden uitgedragen in de visie. Volt roept het college op Europees te denken om de meest competitieve regio te blijven. In het rapport staan veel doelen, maar deze zijn zelden meetbaar. Een voorbeeld is het doel van een sterke retailhoofdstructuur. Het is goed om te investeren in vitale winkelgebieden, maar hoe weet men of de retailhoofdstructuur zo sterk is als gewenst? Wordt gemeten hoeveel banen er zijn in winkelgebieden? Wordt de bezettingsgraad van winkelpanden in kaart gebracht? Worden bezoekersaantallen gemeten? Zijn daar targets voor? Dat zijn meetbare doelen. Het is redelijk gratuit om te zeggen dat de retailhoofdstructuur sterk is en dat dat een belangrijk beleidsdoel is. Dat moet worden omgezet in meetbare doelen waarvan de raad kan beoordelen of ze effectief zijn en of ze zijn behaald.
Dat kan niet met de doelen die nu in de agenda staan. De heer Stam (PvdA) hoorde Volt niets zeggen over de binding in de wijk die een winkelgebied kan bieden. Moet dat niet ook centraal staan in een sterke hoofdstructuur? De heer Stam (Volt) onderschrijft dat. De genoemde voorbeelden zijn het laaghangend fruit van de manier waarop de kracht van de retailhoofdstructuur meetbaar zou kunnen worden gemaakt. Dat laat onverlet dat ook andere indicatoren in beeld zouden kunnen worden gebracht. Pagina 20 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Stam (PvdA) ziet binding met de wijk en sociale cohesie niet als laaghangend fruit en nodigt Volt uit ook hoger te reiken en voorbij de vitale grote winkelgebieden te kijken naar de kleinere winkelgebieden die juist de sociale binding versterken. De heer Stam (Volt) denkt dat PvdA dan naar het college moet kijken. Volgens Volt staan er geen meetbare doelen staan voor de retailhoofdstructuur. Als PvdA aanvullingen heeft en verder wil gaan naar het laaghangend fruit, dan is hij benieuwd naar de bijdrage van PvdA. De heer Stam (PvdA) stelt dat dit uitgebreide document vooral een samenvatting is van bestaand beleid. Het biedt weinig ruimte om op detailniveau te sturen. Hij had een overbruggende visie verwacht op waar de gemeente naartoe gaat en waarin de belangrijkste principes van het coalitieakkoord, brede welvaart, ongelijk investeren voor gelijke kansen en een economie die de maatschappij dient, hard worden gemaakt. Volgens de heer Peters (D66) staat die visie waar de gemeente naartoe gaat al in het coalitieakkoord. De heer Stam (PvdA) komt daarop terug in zijn verdere bijdrage. De heer Van Steeg (CDA) was blij dat de term 'ongelijke investeringen voor gelijke kansen' niet in dit document is genoemd.
Wat betekent dan ongelijk investeren voor gelijke kansen? De heer Stam (PvdA) veronderstelt dat in de vorige periode al is vastgesteld dat het niet zomaar in het coalitieakkoord staat maar gemeentelijk beleid is. Ongelijk investeren in gelijke kansen is de manier van de gemeente waarop wordt omgegaan met de samenleving en waarop het geld wordt gebruikt. In economisch beleid betekent dit dat juist wordt gekeken naar gebieden waar werkeloosheid is en ook langdurige werkeloosheid en de economische zaken gebruiken om de samenleving en de stad te dienen. Ongelijk investeren is meer dan een slogan. Het is een manier van werken en kijken naar hoe economische ongelijkheid teniet kan worden gedaan en hoe de brede welvaart kan worden verhoogd. De heer Van Steeg (CDA) is het niet oneens met wat de heer Stam zegt. Is PvdA het eens dat, als die term overal wordt gebruikt, de term daarmee tekort wordt gedaan omdat men niet tot concreet beleid komt? Als niet duidelijk is wat het inhoudt, is het goed om het een keer weg te laten. De heer Stam (PvdA) antwoordt dat het niet concreet is, omdat het een methode is. Men moet op een andere manier kijken naar het economische beleid. PvdA is blij met de oplegger waarin brede welvaart en ongelijk investeren voor gelijke kansen als leidraden voor dit rapport werden genoemd.
Na het lezen van de 55 pagina's was nauwelijks duidelijker hoe men ongelijk gaat investeren voor gelijke kansen bij de economische zaken en hoe de brede welvaart wordt vergroot. Brede welvaart werd vijfmaal genoemd, maar dan in de context dat Utrecht de beste is van Nederland. De heer Peters (D66) begrijpt de vragen van de heer Stam, maar wellicht waren de verwachtingen van dit document onterecht. Mede naar aanleiding van het rekenkamerrapport is gezegd dat moet worden gezorgd voor een samenhangend beleid van alles wat al gebeurt. Er gebeuren al veel goede dingen. Er worden ook beleidsdocumenten en visies aangekondigd, bijvoorbeeld op Utrecht Circulair, die ingaan op de brede welvaart. Als PvdA even geduld heeft, wordt hij op zijn wenken bediend. De heer Stam (PvdA) vindt het fijn dat deze samenvatting er is, maar wil de volgende stap zetten. Kan de wethouder aangeven wat in de pijplijn zit? Wat wordt de komende vier jaar anders gedaan? Hoe wordt de methode van ongelijk investeren in gelijke kansen toegepast in het beleid? Hoe wordt de brede welvaart vergroot? Ontmoetingsplekken zijn belangrijk en worden in het document genoemd. Hoe worden deze beter bewerkstelligd?
Pagina 21 van 47
5
10
15
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) onderschrijft wat in de actieagenda staat, namelijk dat ondernemers een belangrijk fundament van de stad zijn omdat ze zorgen voor werkgelegenheid, levendigheid en welvaart. VVD blijft jammer vinden dat de uitvoeringskracht van de gemeente achterloopt op andere gemeenten, maar is blij met het uitvoeringsplan. Het is goed dat in navolging op het rekenkamerrapport er expliciet aandacht is voor evaluatie en monitoring. VVD sluit zich aan bij het punt van CDA en vraagt hoe het staat met het actief monitoren van de inzet van de eigen middelen. Het is goed om meer inzicht te krijgen met de economie index, maar het mag geen afrekenmodel worden. Niet elke sector voldoet aan alle criteria. Criteria als het bijdragen aan saamhorigheid of tevredenheid onder inwoners zijn ook belangrijk. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat met het model waarmee gaat worden gewerkt inzicht wordt verkregen in diverse factoren. Zouden daaraan ook handelingsperspectieven moeten worden verbonden? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) bedoelt dat met haar stelling dat het geen afrekenmodel moet worden. Niet alle sectoren voldoen aan de criteria die in de index staan. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of het wellicht wel een sturingsmodel zou moeten zijn, zodat kan worden gestuurd op ambities als duurzaamheid, leefbaarheid en sociale factoren.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het goed dat er inzicht komt. VVD is ook voorstander van het vergroten van de transparantie in ketens.
25
30
35
40
45
50
55
De heer Stam (PvdA) is verheugd dat zei dat sectoren niet moeten worden afgerekend als het slecht meetbaar is of wanneer de saamhorigheid belangrijk is. VVD pleitte dat dit wel moet worden gedaan bij winkelgebieden. Waarom wel bij de horeca en niet bij de winkelgebieden? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat het niet gaat om het afrekenen van mensen of een sector, maar om de locatie. Als een winkelgebied niet meer vitaal is, omdat mensen er zelf niet naartoe komen of als ondernemers zich er niet willen vestigen, kan worden gekeken naar een bestemming die meer bijdraagt aan de wijk. Het gaat niet om het afrekenen met bepaalde winkelgebieden. Als op bepaalde vlakken een benchmark kan worden gedaan, moet dit zeker worden gedaan zodat duidelijk wordt hoe Utrecht presteert ten opzichte van andere gemeenten. VVD ziet geen meerwaarde in een reviewcouncil. Het in gesprek gaan met in- en externe stakeholders hoort altijd bij de gemeente zelf. Als het gaat om aanbevelingen na een evaluatie, moet dit worden uitgezet richting alle ondernemers of ondernemersorganisaties. Als een reviewcouncil toch wordt doorgezet, moeten daar mkb'ers in terugkomen. Deze staan nu niet in het lijstje. Onder het doel 'Utrecht heeft een aantrekkelijk ondernemingsklimaat' mist VVD dat wordt gekeken welke impact de regels hebben op ondernemers en dat wordt geprobeerd de bureaucratie zo veel mogelijk te verminderen.
Kan dat worden toegevoegd? Bij het toekomstbestendig maken van de Utrechtse economie staat dat er groei is in toekomstbestendige sectoren. VVD vindt dat gezorgd moet worden dat sectoren toekomstbestendig zijn door in te zetten op digitalisering en verduurzaming en dat te stimuleren in alle sectoren. Werkgevers zijn zelf ook bereid te kijken naar wat zij kunnen doen voor werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. VVD vraagt met klem na te gaan of een database kan worden ingericht waarin werkgevers en werkzoekenden samenkomen. De werkzoekende kan zelf bepalen of hij erin wil. Wellicht komen daar mooie samenwerkingen uit voort. De gemeente hoeft daar niet de regie in te nemen. Het vestigen van circulaire bedrijven schuurt met de werkgelegenheid. Als de ambitie is de groei van het aantal werkzoekenden aan te passen aan de groei van de economie, dan is het tegenstrijdig om te blijven inzetten op circulaire bedrijven. VVD is niet tegen circulaire bedrijven, maar zou ook naar de logistiek willen kijken. De heer Peters (D66) vraagt waarom circulaire bedrijvigheid schuurt met werkgelegenheid.
60
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) leest dat in het document. Pagina 22 van 47
5
10
15
20
De heer Peters (D66) zou die vraag dan ook aan de wethouder willen stellen. Een circulaire economie zorgt voor nieuwe en extra banen. Een slimme en duurzame logistiek heeft ook met circulaire en klimaatvriendelijke bedrijvigheid te maken. Hij herkent te tegenstrijdigheid die VVD schetst niet. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) verwijst deze vraag door naar de wethouder die dit zelf in het document heeft opgenomen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het terecht dat de vraag aan de wethouder wordt gesteld, maar is ook benieuwd wat VVD ervan vindt. Is het niet zo dat juist de banen van de toekomst in de sectoren van de toekomst zitten? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) leest in het document dat circulaire bedrijven minder werkgelegenheid bieden dan andere bedrijven. Dat zijn de banen van de toekomst maar tegelijkertijd hebben minder mensen een baan. Er zijn ook banen in de digitalisering en de logistiek. In Utrecht is een mooi centraal punt om juist in te zetten op de logistiek. VVD onderschrijft dat het goed is de horeca over de stad te verspreiden. Dat geldt ook voor het kijken naar innovatieve opties. Een VVD-motie over het delen van terrassen is aangenomen en nu is toch weer sprake van een pilot. Waarom wordt de motie niet uitgevoerd zoals het er staat? De voorzitter schorst de vergadering om 13.02 uur. Schorsing voor de lunchpauze en raadsvergadering.
Lijst van toezeggingen 25
30
35
Aanpak inclusieve stagemarkt en actieplan MBO (wethouder De Vries): - in Q1 2024 ontvangt de raad de eerste jaarlijkse voortgangsrapportage van het mbo; - de evaluatie van de stagematching komt terug in de mbo-voortgangsrapportage in Q1 2025; - de losse punten die zijn genoemd worden in de eerste toezegging meegenomen. Deze staan in het verslag. Wijziging financieringsconstructie International School Utrecht (wethouder Van Hooijdonk): - elk kwartaal een verzamelbrief over onderwijs aan de raad sturen. In de eerstvolgende brief wordt een terugkoppeling gegeven van de stand van dat moment. Dan is met de provincie gesproken en kan de stand van zaken van de marktconsultatie worden gemeld.
40
45
50
55
Pagina 23 van 47
Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
donderdag 7 september 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mw. C. Hilhorst (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, mw. M. Ramaker, de wethouders, mw. S. Schilderman, mw. L. Voortman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden, dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. van den Broek (CDA), mw. V. Dada-Anthonij (D66), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. E. Kendir (Student & Starter), X. Minnaert (Partij voor de Dieren), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. R. Peters (D66), mw. I. Raaijmakers (PvdA), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. A. Stam (Volt), dhr. T. Stam (PvdA), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. V. Stevens (Student & Starter), dhr. P. Zwanenberg (GroenLinks)
Afwezigen
Dhr. J. Otto (EenUtrecht) heeft zich afgemeld vanwege ziekte. 20
25
Inhoud 1. Heropening..................................................................................................................................24 9. Raadsbrief Actieagenda Utrechtse Economie ............................................................................24 10. Contourenbrieven Financiële bestaanszekerheid en Werk en re-integratie .............................35 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................47 Let op gele arcering op pagina 23
Eerste termijn 1. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 14.04 uur. 30
35
9. Raadsbrief Actieagenda Utrechtse Economie
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) maakt uit de informatie op dat de gemeente het beste met de stad voorheeft vooral met betrekking tot de economische sector. CDA en VVD hebben duidelijk gewezen op een aantal punten die van groot belang zijn en spreken over een soort betrokkenheid die men in de financieel-technische wereld meestal niet tegenkomt. Uit de stukken blijkt dat een evenwicht wordt gezocht tussen het economischfinanciële aspect en het maatschappelijk-financiële. De financieel-economische factor streeft over het algemeen naar een plus. De maatschappelijke-financiële factor laat zich over het algemeen sieren met een min, omdat de min wordt gecompenseerd met de plus van de economische groei en ontwikkeling, mits deze er is. Hij proeft dat uit de zorgen die worden geuit. Pagina 24 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Hij was zeer verbaasd over het betoog van Partij voor de Dieren dat alleen moet worden gekeken naar de maatschappelijke factor en dat de financiële aspecten die daarbij betrokken zijn als vanzelfsprekend moeten worden aangenomen zonder enige relevante aandacht te schenken aan de economisch-financiële factor. Dat is verwerpelijk. Niemand is tegen de principebeginselen van Partij voor de Dieren, maar het moet wel ergens verdiend en van betaald worden. Stadsbelang Utrecht denkt dat met het beleid van dit college, uitgaande van het feit dat men die balans goed in de gaten houdt met bij voorkeur wat meer nadruk op het financieel-economische, men ver kan komen en dat in de naaste toekomst met veel genoegen kan worden gezegd dat het evenwicht tussen economie en maatschap overeind is gehouden. De heer Zwanenberg (GroenLinks) vervangt mevrouw Fattal bij dit onderwerp. GroenLinks kan zich in grote lijnen vinden in deze actieagenda. Het is goed dat economische groei geen doel op zich is en dat economische welvaart perspectief en kansen moet bieden en de ongelijkheid zo veel mogelijk moet tegengaan. GroenLinks onderschrijft de ambitie dat de Utrechtse economie bijdraagt aan een duurzame toekomst van de stad met werk voor iedereen. Het is goed dat het college aan de slag is gegaan met de aanbevelingen van de rekenkamer.
De actieagenda is goed leesbaar met duidelijke concrete acties zodat de raad de vinger aan de pols kan houden. Er is een enorme krapte op de Utrechtse arbeidsmarkt. Deze is het meest nijpend op de gebieden van zorg, ICT, onderwijs en bouw en techniek. Daar piept en kraakt het. Wat GroenLinks betreft wordt daar voornamelijk op gericht: werkplekken voor mbo en praktisch geschoolden. Het is goed dat met deze actieagenda wordt ingezet op het wegwerken van de tekorten in deze sectoren. GroenLinks hoopt dat dit effect sorteert, maar dit is geen uniek Utrechts probleem. GroenLinks is positief over de aandacht voor brede welvaart en de Utrechtse nieuwe economie index die de economie waardeert op zeven maatschappelijke thema's, waaronder transparante ketens, biodiversiteit en circulaire economie en daarmee inzicht biedt in de bijdragen aan maatschappelijke doelen door het Utrechtse bedrijfsleven. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af of GroenLinks het eens is dat in die index ook punten als saamhorigheid en levendigheid zouden moeten worden meegenomen. De heer Zwanenberg (GroenLinks) denkt dat dat belangrijke waarden zijn, maar weet niet of ze hierin moeten worden opgenomen. VVD noemde horeca, maar de horeca kan nog enorme slagen maken op het gebied van circulariteit. Het moet geen afrekenmodel worden. Het is mooi dat VVD saamhorigheid in de samenleving noemt.
Hij laat het aan de wethouder of deze punten moeten worden toegevoegd. GroenLinks vraagt zich af of de wijk-ontwikkelmaatschappijen goed functioneren. Persoonlijk merkt hij geen effect in zijn wijk Lombok. Het winkelaanbod is juist slechter geworden. Een delicatessezaak heeft plaatsgemaakt voor een groentewinkel en een lunchroom, een supermarkt en cadeauwinkel hebben plaatsgemaakt voor min of meer identieke kledingzaken. GroenLinks onderschrijft het idee van een wijk-ontwikkelmaatschappij, maar het moet wel resultaat opleveren. Hoe reflecteert de wethouder daarop? GroenLinks wacht de actualisatie van het hotelbeleid af, maar is kritisch op het uitbreiden van het aantal hotelkamers en vindt het belangrijker om in te zetten op wonen en groen. GroenLinks kijkt positief uit naar de beleidsnota Utrecht circulair 2050. GroenLinks is blij met de specifieke aandacht voor diversiteit en inclusie in de actieagenda. De heer Peters (D66) stelt dat een sterke lokale economie de levensader is van elke gemeenschap. Het biedt niet alleen werkgelegenheid aan bewoners, maar financiert ook essentiële diensten als onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Een robuuste lokale economie staat gelijk aan gelukkige welvarende burgers, een bruisende stad en een duurzame toekomst. De actieagenda begrijpt dit belang en zet mooie stappen om deze visie te realiseren.
D66 is blij dat werk is gemaakt van het opvolgen van de adviezen uit het rekenkamerrapport. In eerdere debatten heeft D66 al aangegeven dat eigenlijk een soort nietje nodig is door al het goeds dat al wordt gedaan. Een nietje is een understatement: dit is meer dan een nietje. Wat direct opvalt is de duidelijke prioriteit die de wethouder geeft aan brede welvaart. De heer Stam (Volt) is benieuwd of D66 ook ziet dat best wat beloftes van het college nog niet in deze agenda terugkomen. Pagina 25 van 47
5
10
De heer Peters (D66) ziet dat het rekenkamerrapport constateerde dat er veel goede dingen gebeuren op het gebied van economie, maar dat het beleid en de visie daarachter niet goed bekend zijn. Deze actieagenda geeft daar antwoord op. Dat is voor D66 de belangrijkste opvolging van dat rapport. De heer Stam (Volt) is het eens dat een nietje is geslagen door het beleid dat er lag, maar sprak in zijn inbreng ook over het verband met Europees beleid. Ook D66 draagt Europa een warm hart toe. Had D66 niet ook gehoopt dat er een grotere rol zou zijn voor de samenhang met het Europese economische beleid in deze actieagenda?
15
De heer Peters (D66) vond het mooi dat Volt in zijn inbreng het Europese erbij haalde, want dat is belangrijk. Waaruit blijkt dat Utrecht Europees de meest competitieve regio is? Waarmee wordt iets gedaan richting Europa? Hij denkt niet dat dat allemaal in dit stuk moet terugkomen, omdat het dan een enorme onleesbare papieren tijger wordt. Het is belangrijk dat in het economische beleid juist ook de raakvlakken met Europa worden gezocht, zoals de heer Stam betoogde.
20
De heer Stam (Volt) gaat hierop door omdat D66 stelt dat alle zaken uit het rekenkamerrapport nu zouden zijn geadresseerd. In het Plan van Aanpak staat specifiek dat bijvoorbeeld de samenhang met Europees beleid in deze actieagenda zou terugkomen. Is met deze actieagenda recht gedaan aan de conclusies van de rekenkamer van vorig jaar?
25
De heer Peters (D66) denkt van wel. Volt gaf ook aan dat Europa verder gaat dan alleen subsidies en regelgeving. D66 onderschrijft dat. Het is ook goed dat regio's en steden hun weg moeten vinden naar de Europese fondsen en erop moeten inspelen hoe dat met Europese regelgeving zo goed mogelijk wordt vormgegeven. Dat komt hierin terug.
30
35
40
45
50
55
De heer Van Steeg (CDA) heeft er moeite mee dat D66 aangeeft dat het rekenkamerrapport hiermee is uitgevoerd en dat er een nietje moet door de plannen die er al zijn. Het rekenkamerrapport ging toch veel verder dan alleen een nietje door deze plannen? De heer Peters (D66) heeft destijds de beeldspraak van een nietje gebruikt, maar het is veel meer dan een nietje. CDA gaf daar in de inbreng ook complimenten voor. De heer Van Steeg (CDA) gaf een compliment omdat de eerste stap is gezet. In feite zijn alle plannen bij elkaar geveegd, maar er moet worden voortgebouwd op de visie die daaronder ligt. De rekenkamer heeft ook aangegeven dat bij al het beleid de koppeling naar de resultaten wordt gemist. De heer Peters (D66) kan zich daar voor een groot deel in vinden en komt daarop terug in zijn inbreng. Het is mooi dat brede welvaart prioriteit heeft. In een tijdperk waarin klimaatverandering een realiteit is en natuurlijke bronnen schaarser worden, is een circulaire en duurzame aanpak essentieel. Het feit dat het college deze bedrijven prioriteit geeft in de verdeling van de schaarse ruimte en bij de algemene ondersteuning getuigt van lef en is wat de stad nodig heeft. D66 heeft hier in het verleden meermaals aandacht voor gevraagd. Het is goed dit terug te zien.
Het is mooi dat er aandacht is voor scholing en een leven lang leren, want in een snel veranderende economie is het belangrijk dat mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en dat de arbeidsmarkt bedienbaar is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoopt dat D66 zich heeft kunnen beroepen op wat er staat over circulaire bedrijven en werkgelegenheid. D66 heeft zijn mond vol van het aantrekken van circulaire bedrijven. Hoe reflecteert D66 erop dat er dan minder werkgelegenheid is? Volgens de heer Peters (D66) presenteert VVD het als een waarheid dat circulaire bedrijvigheid ten koste gaat van werkgelegenheid. D66 ziet daar grotendeels alleen maar kansen. ChristenUnie verwoordde dat heel mooi in een interruptie. Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) gaat het erom dat nieuwe circulaire bedrijven minder banen bieden dan bijvoorbeeld een bedrijf in de logistiek. Als steeds meer circulaire bedrijven worden Pagina 26 van 47
aangetrokken, wordt minder werkgelegenheid gegenereerd dan wanneer andersoortige bedrijven worden aangetrokken. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Peters (D66) onderschrijft dat, maar VVD bemerkt een tegenstelling die er niet is. Voor circulaire bedrijvigheid zijn goede logistieke partijen nodig. Een economie kan niet worden gevormd door één sector te stimuleren. Voor een economie zijn verschillende sectoren nodig. Het is goed dat de focus ligt op duurzaamheid en circulariteit. Mogelijk bedoelt VVD met een circulair bedrijf een recycler maar het is breder. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) maakt hieruit op dat D66 in wil blijven zetten op logistieke bedrijven en een goede logistiek. De heer Peters (D66) wil inzetten op duurzame bedrijven. Duurzame logistiek is een grote uitdaging en daarop moet men blijven inzetten. Het college wil bijdragen aan een leven lang leren door scholing en begeleiding aan te bieden. Dit mag niet enkel bij mooie plannen blijven. Wanneer kunnen de eerste resultaten worden verwacht van de inzet op een leven lang leren? Inclusiviteit op de arbeidsmarkt is essentieel. D66 heeft in de ochtendvergadering de nadruk gelegd op stagediscriminatie en de rol van het mbo want iedereen verdient gelijke kansen, ook op werk. Kan het geplande onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie eerder dan in Q4 2024 worden opgeleverd? Wat D66 betreft moet dat niet zo lang wachten. Het is belangrijk dat de actieagenda wordt gedragen door de samenleving.
Daarvoor moet de agenda breed onder de aandacht worden gebracht van inwoners en ondernemers en moet regelmatig worden gecommuniceerd over de voortgang ervan. Hoe kan de wethouder die handschoen oppakken? Het is ook belangrijk om kritisch te blijven op de genoemde acties en te beoordelen of ze nog de juiste zijn. Kan de wethouder toezeggen in de jaarlijkse update eerlijk en transparant te communiceren over zaken die geslaagd zijn, maar ook over niet bereikte resultaten en hoe daarop wordt bijgestuurd? D66 is positief is over deze Utrechtse actieagenda. Het is goed dat dit document de mooie ambities van de gemeente op economisch gebied vertaalt naar concrete acties. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt dat de heer Peters lovend is. Wat had de heer Peters anders willen zien? De heer Peters (D66) heeft een aantal kritische vragen gesteld, onder andere over het onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie en dat de bereikte resultaten kritisch worden geëvalueerd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft geen veranderingen van de inhoud gehoord. Wat vindt D66 van een reviewcounsil? De heer Peters (D66) vindt het goed als een onafhankelijke reviewcounsil op het stadskantoor beoordeelt welke kant het met het beleid opgaat. Ook kan hij zich vinden in de suggestie van VVD om te kijken of daar een vertegenwoordiger van het mkb bij kan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat het mkb een redmiddel is.
Is het niet de taak van de gemeente zelf om contact te onderhouden met ondernemers en hun punten op te halen en te verwerken in een evaluatie? De heer Peters (D66) weet niet of dat een interessante discussie is. Natuurlijk is dat ook een taak van de gemeente, maar het is goed als de slager niet altijd zijn eigen vlees keurt, maar dat een externe partij beoordeelt of het juiste gebeurt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) spreekt waardering uit voor de inspanningen om met deze agenda de economie te versterken en tegelijkertijd te verduurzamen en inclusiever te maken. De economie is niet slechts een middel om welvaart te genereren, maar ook als middel om welzijn, duurzaamheid en gelijkheid te bevorderen. De gemeente gaat werken met de Utrechtse nieuwe economie-index. ChristenUnie wil dat hierin ook wordt gekeken naar de eerlijke productieketens. Dit zijn ketens waar geen slavernij, Pagina 27 van 47
kinderarbeid of andere misstanden voorkomen. Is de wethouder bereid dit mee te nemen bij de uitwerking van deze index? 5
10
15
20
25
30
35
Volgens de heer Stam (Volt) is dit het derde thema van de zeven kernthema's. Wat wordt gemist of moet anders dan wat al in de index staat? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed dat het erin staat, maar wil het verder uitgewerkt hebben. Hoe wordt die beoordeling gedaan? Wat als het in beeld is? Wat is het handelingsperspectief? ChristenUnie ziet graag dat bedrijven worden aangesproken en als misstanden in de keten worden gesignaleerd, moeten bedrijven worden uitgesloten van verschillende vormen van steun die de gemeente biedt aan ondernemingen, zoals de ROM en het ondernemingsfonds. Is de wethouder daartoe bereid? Welke mogelijkheden zijn er om aan de hand van de index daadwerkelijk te gaan sturen? De gemeente moet ook naar zichzelf kijken. De overheid/gemeente koopt allerlei producten in waar in de keten misstanden kunnen voorkomen, bijvoorbeeld natuurstenen voor de wegen of de restauratie van de Dom. Is de gemeente zich voldoende bewust waar deze vandaan komen? Is de gemeente zich bewust van de productieketen als grootschalig wordt ingekocht? Zo ja, op welke manier is dat? Zo nee, is de wethouder bereid dat wat grootschalig wordt ingekocht te onderzoeken? ChristenUnie vindt het belangrijk dat sociale ondernemingen die zowel economische als maatschappelijke waarde creëren, extra worden gestimuleerd. In 2019 is een social enterprisemonitor gehouden.
Wordt deze geüpdatet? Uit deze monitor blijkt dat 70% van de ondernemingen die nu geen samenwerking hebben met de gemeente, dat wel graag willen. Slechts een op de vijf ondernemingen wordt betrokken bij overheidsinkoop. Dat zijn schokkende cijfers. Er lijkt veel onbenut potentieel in de stad. Waarom worden sociale ondernemers niet specifiek benoemd in de agenda? Is de wethouder bereid deze alsnog op te nemen? De heer Stevens (Student & Starter) bedankt voor het ontvangen document. Student & Starter sluit aan bij de opmerkingen van VVD met betrekking tot de bureaucratie en de motie over het delen van terrassen. Utrecht heeft een game industrie met initiatieven als Dutch Game Garden en Team Liquid. Waarom wordt aan deze sector structureel zo weinig aandacht besteed? Kan de wethouder toezeggen in de komende actieagenda hier meer focus op te leggen? Ook de zzp'ers en flexwerkers mogen niet worden vergeten. Ziet de wethouder een toekomst waarin bijvoorbeeld lege cafés en/of restaurants veranderen in bruisende werkplekken? Zo wordt niet alleen de economie gestimuleerd, maar wordt ook creatief omgegaan met de beperkte ruimte. Schorsing zodat de wethouder de beantwoording kan voorbereiden.
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman is blij dat de actieagenda Economie er ligt. De aanleiding ervoor is terug te vinden in het rekenkamerrapport. De samenhang tussen beleid, weten welk beleid er is en daarover rapporteren is een belangrijke aanbeveling waarop de actieagenda antwoord geeft. De visie op de economie in brede zin is in de REA vastgesteld door de raad, maar in de actieagenda wordt een aantal nieuwe zaken aangekondigd. Zo komt er bijvoorbeeld een beleidsnota op werklocaties waarin staat hoe werklocaties van de toekomst eruit zien en een beleidsnota over de arbeidsmarkt met vraagstukken rondom bijvoorbeeld schaarse beroepen. De manier van meten is nieuw, namelijk met de NEx (Nieuwe Economie Index). In het land wordt nog niet veel gemeten op het economisch beleid. Dit is een eerste aanzet daartoe. Als meer gemeenten op deze manier gaan meten, kunnen vergelijkingen worden gemaakt en kan het worden doorontwikkeld zodat de data verbeteren. De reviewcounsil is nieuw. Het idee daarvan is om het perspectief van buiten extra toe te voegen en om met andere ondernemers te spreken. Gezocht is naar mogelijkheden om zaken op economisch beleid meetbaar te maken. Dit is een toevoeging. In het land bestaan hiervoor nog niet veel instrumenten en daarom wordt het goed geacht hier ook externen over te vragen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe de NEx zich verhoudt tot de Maatschappelijke AEX.
Wethouder Schilderman antwoordt dat de NEx sinds kort landelijk wordt gemeten vanuit Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de eerste lokale index. Er wordt een weging gemaakt van wat in de stad gebeurt. Pagina 28 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Het stuk is niet per se nieuw in de actieagenda, maar het staat voor het eerst op papier. Het coalitieakkoord en de tussentijds ingediende moties worden vertaald in instrumenten. Hierin is terug te lezen de richting van de instrumenten, de focus en de doelen zijn voor het eerst beschreven. Sinds het coalitieakkoord wordt natuurlijk ook aan die doelen gewerkt. CDA heeft gevraagd naar de jaarlijkse rapportage en hoe het zit met het geld dat is weggehaald bij de voorjaarsnota. De uitvoeringsmiddelen in de voorjaarsnota zijn iets gekort, namelijk in 2024 € 900.000 in plaats van € 1 miljoen. Dat heeft geringe impact. Als op een enkel dossier moet worden getemporiseerd wordt dit gemeld bij de programmabegroting of de voorjaarsnota. In brede zin wordt niet verwacht dat de gehele uitvoering komt stil te liggen. De heer Van Steeg (CDA) gaat ervan uit dat als hierover bij de voorjaarsnota een besluit moet worden genomen dat dan bekend is welke impact het heeft op het economische beleid. Wethouder Schilderman geeft aan dat is besloten de uitvoeringskracht bij economie te vergroten. Dat gaat om ambtelijke capaciteit op een breed aantal beleidsdossiers. In veel gevallen zijn het beleidstrajecten die nog moeten worden opgestart. Als het op specifiek niveau kan worden aangegeven, komt zij daarop terug.
CDA verwees naar winkelgebieden en dat in de media is aangegeven dat extra wordt geïnvesteerd. Over dit expliciete geld is eerder gesproken, namelijk de extra wijk en het extra geld dat is toegevoegd. Nadat de raad daarover heeft besloten bij de voorjaarsnota moest de regeling worden aangepast. De uiting in de media was vooral voor de locaties die het daadwerkelijk kunnen aanvragen. CDA vroeg naar een algemene visie. De REA (Regionale Economische Agenda) is de algemene visie die door de raad is vastgesteld. Naast de net genoemde aankomende beleidsnota's komt er ook een visie op circulaire economie en een beleidsnota circulaire economie. CDA vroeg of Utrecht een knooppunt zou kunnen worden voor farmaceutische bedrijven. Met de ROM wordt hier beleid op gevoerd. Gekeken wordt hoe het gezondheidscluster, met name op het Utrecht Science Park maar ook breder in de regio, kan worden ondersteund. Dit volgt uit de REA. Daarbij werd gevraagd of er kwetsbare plekken zijn. Op sommige plekken verschuift dat, maar soms verschuift het ook binnen de regio. Op USP Bilthoven kunnen bijvoorbeeld medicijnen worden geproduceerd en op USP Utrecht zit Genmab, een van de grootste farmaceutische bedrijven van de Europese Unie. Dat gaat verder dan medicijnproductie. Het college wil de raad periodiek informeren, bijvoorbeeld bij het verder aflopen van de REA.
De heer Van Steeg (CDA) vroeg naar een medicijnknooppunt. Het ontwikkelen van medicijnen zou bijvoorbeeld strategisch onderdeel kunnen worden gemaakt van Utrecht Health. Hierover zou strategisch kunnen worden nagedacht en dat zou kunnen worden gefaciliteerd. Wethouder Schilderman sprak daarom over locaties waar bijvoorbeeld productie kan plaatsvinden en dat die beschikbaar moeten worden gehouden, bijvoorbeeld USP Bilthoven. Er wordt ruimte gegeven aan bedrijven die in de brede sector van medicijnen zitten, zoals Genmab. Met de ROM wordt hiervoor expliciet acquisitiebeleid gevoerd om te kijken of ze hier kunnen landen. Binnenkort start in het kader van de Omgevingswet een inspraaktraject voor een visie circulaire economie. Daarna volgt in 2024 een beleidsnota circulaire economie. De voorbereiding kan niet worden afgerond totdat de raad heeft besloten over de visie circulaire economie. Kleine maakindustrie kan zeker in de circulaire economie worden betrokken. Zowel kleine als grote werkgevers kunnen daarbij worden betrokken. Het CDA verwees naar een bij het rekenkamerdebat ingediende motie die werd ontraden. Dit betreft motie 124 waarvan is aangegeven dat wat werd gevraagd reeds was afgesproken in de commissie en was toegezegd. Daarmee was de motie overbodig, maar wel uitgevoerd. Partij voor de Dieren vroeg naar de donuteconomie en stelde een aantal vragen op dat vlak.
Er staan principes in de actieagenda die ook worden benoemd in het boek over de donuteconomie. In brede zin wordt gestuurd op maatschappelijke waarden en wordt daarover gerapporteerd. In deze agenda wordt veel beleid aangekondigd. Het beleid op circulaire economie zal daar interessant voor zijn, maar ook werklocaties. Een aantal van de beschreven principes komen terug in het beleid. Partij voor de Dieren vroeg of het college bereid is schadelijke bedrijven te weren uit de stad. Met de actieagenda wordt specifiek ingezet op het stimuleren en aantrekken van bedrijven die bijdragen aan de gewenste toekomst. Deze is duurzamer, inclusiever en maatschappelijker. Het Pagina 29 van 47
weren van bedrijven is lastig. Als een bedrijf binnen een bestemming past, is er geen juridische grond om het te weren. 5
10
15
20
Mevrouw Minnaert (Partij voor de Dieren) informeert of dat gemeentelijk beleid is dat zou kunnen worden aangepast. Wethouder Schilderman antwoordt dat dit landelijk beleid is, namelijk dat bestemmingen zijn geregeld op sector. Een sector die aangeeft dat ergens horeca mag worden gevestigd, betekent dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen een circulair veganistisch restaurant en een snackbar. Partij voor de Dieren vroeg of het college bereid is Kate Raworth uit te nodigen, maar dat is eerder aangeboden. Na contact is dat niet gelukt. Als Partij voor de Dieren een nieuwe poging doet, helpt het college graag mee. Volt vroeg aandacht voor Europees beleid en of Europa alleen wordt gezien als geldpot of ook als een plek voor talent en samenwerken. Europa wordt breder gezien dan alleen geld, maar geld is wel een onderdeel. Aan de Kansen voor West zijn EFRO-gelden gekoppeld en ze zijn gebaseerd op een Europese agenda. In de Europese agenda wordt in de regio samen opgetrokken met de ROM met als basis de REA. Daarin staan expliciet deze verbindingen benoemd. Als de gemeente meer Europees actief moet worden, dan ontstaat een capaciteitskwestie. Maar Europees denken is zeker een onderdeel. Recentelijk is een beeld gekomen van de internationale agenda die de raad heeft ontvangen of binnenkort ontvangt.
25
De heer Stam (Volt) hoort de wethouder naar de REA verwijzen, maar in het Plan van Aanpak dat het college vorig jaar heeft gedeeld werd beloofd de Europese beleidskaders te laten terugkomen in dit document. Is dat voldoende gelukt?
30
Wethouder Schilderman antwoordt dat dit document vooral gaat over de uitvoering. De visie, het beleid en de agenda zitten in de REA en de uitvoering in de actieagenda. Als daar naar de mening van Volt te weinig initiatieven op Europees vlak zijn, krijgt zij graag suggesties daarvoor. In instrumenten als de ROM zit een Europese focus.
35
40
45
50
55
60
Het gaat de heer Stam (Volt) ook om de mate waarin nu recht wordt gedaan aan het rekenkamerrapport. Het college heeft aangegeven dat dat in dit document terugkomt. Is dat voldoende gelukt? Wethouder Schilderman verwees al naar het Kansen voor West-programma. Dat is onderdeel van de wijze waarop het terugkomt. De Europese component was reeds onderdeel van de REA. Dat is het beleidskader waarop het college zich baseert. Volt vroeg naar de retailhoofdstructuur. Daarover is al vaker gesproken. In de actieagenda is een aantal punten opgenomen rondom wijkeconomie en retailhoofdstructuur. Onder die noemer wordt erop teruggekomen in de voortgangsrapportage met een meting en een beeld van hoe de gemeente ervoor staat. De zoektocht is op welk detailniveau daarover kan worden geïnformeerd. Er zijn onderdelen van het gemeentelijk beleid waarover meer data beschikbaar is. Een vastgoedmonitor helpt daarbij. In de binnenstad is een beeld van de bezoekersstromen. Dergelijke bronnen zullen onderdeel zijn van die rapportage, maar het is de vraag tot in welk detail dat kan worden gemeten. In de rapportages wordt daarop teruggekomen. De heer Stam (Volt) verwijst naar de kritiek van de Rekenkamer dat de doelen te vaag en onvoldoende meetbaar zijn. Het doel 'sterke retailhoofdstructuur' is geen meetbaar of duidelijk doel.
Is het voldoende gelukt om de doelen concreter te maken? Wethouder Schilderman geeft aan dat de actieagenda economie niet de enige plek is waarop wordt gemeten. Ook bij de programmabegroting wordt gemeten. Voor het zomerreces is besloten hoe dat eruit komt te zien. De heer Stam (Volt) meldt dat een jaar geleden werd beloofd dat deze zaken in dit document zouden terugkomen en zijn uitgewerkt. Nu verwijst de wethouder naar diverse documenten en punten waar het kan worden teruggevonden. Waarom werd dan beloofd dat alles in deze actieagenda zou staan? Pagina 30 van 47
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Volgens wethouder Schilderman klopt dat niet helemaal. Op concrete doelen zou worden teruggekomen bij de voorjaarsnota met een separaat raadsbesluit en dat is gebeurd. Daarover wordt gerapporteerd bij de actieagenda en bij de begroting. In de jaarstukken komt het ook terug. Dat was een van de onderdelen van aanbeveling 4. Evalueren wordt gedaan bij de jaarstukken gecombineerd met een nieuwe financiële indeling. Ook toen is verwezen naar meerdere onderdelen. PvdA vroeg naar een samenvatting van het beleid. De samenvatting van reeds bestaand beleid is een belangrijk onderdeel hiervan, maar dat betekent niet dat er niet op wordt gestuurd. Dit is geen visiestuk, maar de REA, de RSU en het coalitieakkoord zijn visies voor dit uitvoeringsprogramma. PvdA vroeg ook naar wat de komende vier jaar anders wordt gedaan en hoe ongelijk wordt geïnvesteerd. In alle aspecten van de economie komt dat zo veel mogelijk terug. In de samenvatting staat dat ongelijk wordt geïnvesteerd om de maatschappelijke doelen te behalen. Er werd een aantal sociaaleconomische doelen uitgehaald, maar ook klimaatverandering is een belangrijk doel waarnaar wordt gestreefd. Het is bijvoorbeeld gedaan in de scholingsregeling. De werk-naar-werkregeling is specifiek ingezet voor mensen met een laag inkomen. Terwijl de doelstelling was om tegemoet te komen aan tekortsectoren, is daar expliciet ongelijk in geïnvesteerd.
Ook ondernemer centraal is daar een voorbeeld van. PvdA vroeg hoe de komende vier jaar de brede welvaart concreet wordt vergroot. Brede welvaart is kerndoel van het beleid, zoals staat beschreven in de actieagenda. Juist die vijftig actiepunten moeten daaraan bijdragen. Er is meer dat bijdraagt aan brede welvaart dan alleen economie. Alle onderdelen van de gemeente zijn daar belangrijk voor. PvdA vroeg ook naar winkelgebieden als ontmoetingsplekken. Die functie hebben winkelcentra zeker. Onder andere om die reden is een retailhoofdstructuur vastgesteld als onderdeel van de RSU met het idee dat er binnen tien minuten voorzieningen moeten zijn voor iedereen voor elke dag. Er wordt steeds meer non-food verkocht via internet, waardoor het ontmoeten vaak een belangrijker onderdeel is van de winkelcentra. De heer Stam (PvdA) vroeg ook om een reflectie op de onofficiële winkelgebieden die niet onder de retailhoofdstructuur vallen. Wethouder Schilderman bevestigt dat die plekken er ook zijn en dat deze belangrijk zijn. Bij financiële problemen kunnen ook zij terecht bij Ondernemer Centraal. Het beleid dat gaat over het ondersteunen van winkelgebieden is gebaseerd op het door de raad gestelde kader, namelijk de retailhoofdstructuur. VVD vroeg naar evaluatie en actief monitoren van de (financiële) middelen. De opzet van de programmabegroting is aangepast.
Dat is ook de lijn waarop de financiële middelen zichtbaar zijn. Vooruitlopend op de begroting wordt in de jaarrapportage van de actieagenda aangegeven waar het kan knellen. De verwachting is dat de jaarrapportage in april/mei 2024 voor de eerste maal kan worden aangeboden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) licht toe dat het gaat om het effect van de middelen en hoe deze worden besteed, maar ook om de rol van de gemeente in het economische beleid. Wat is het effect van iets wat de gemeente stimuleert? Wethouder Schilderman komt daar in een jaarrapportage op terug. De reviewcounsil zal daar het externe perspectief op geven. Over wat de gemeente zelf doet, wordt gerapporteerd in de jaarstukken en de jaarrapportage van de actieagenda. VVD vroeg hoe wordt gezorgd dat de nieuwe economie-index geen afrekenmodel is. Het wordt gezien als een stimuleringsinstrument. Dat sluit aan bij de vragen van ChristenUnie daarover. De data om per bedrijf een specifieke score te kunnen geven, is op dat detailniveau niet beschikbaar. Geprobeerd wordt dit zo sterk mogelijk te verbeteren. VVD informeerde naar de reviewcounsil. Het college ziet mkb'ers ook als een belangrijk onderdeel. Dat is met de reviewcounsil besproken. De wens is dat een beeld wordt verkregen van de Utrechtse ondernemers.
Er wordt met meerdere ondernemers gesproken, waaronder mkb'ers, die ook aan externe reviewers daar nog meer over vertellen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is kritisch op de reviewcounsil. Waarom wordt een nieuw gremium ingezet voor communicatie met ondernemers? De ambtenaren horen in verbinding te staan met de ondernemers en hun beelden op te halen. Pagina 31 van 47
5
Wethouder Schilderman geeft aan dat de discussie onder andere gaat over hoe de impact op de economie beter meetbaar kan worden gemaakt. De gemeentelijke organisatie staat zo veel mogelijk in de maatschappij en krijgt daar directe feedback op. Omdat het een zoektocht is met steeds meer vragen is besloten daar externe partijen naast te zetten die de gemeente extra scherp kunnen houden. Deze hebben een extra mogelijkheid om met ondernemers te spreken.
10
Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) plaatst de wethouder een schot tussen de gemeente en de ondernemers. Er kan een enquête of vragenlijst worden uitgezet en gebruik worden gemaakt van partijen als VNO-NCW, MKB Nederland, de ROM en het Ondernemingsfonds die input kunnen leveren. Waarom is een reviewcounsil dan nodig?
15
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder Schilderman wijst erop dat alles wat mevrouw Al-Saqaff noemt, gebeurt. Vanwege de vele vragen over hoe meer en anders kan worden gemeten, wordt gebruik gemaakt van een reviewcounsil. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af of dit een betere manier is en of het oplevert wat gewenst is. De gemeente moet meer in contact staan en dingen ophalen. Het is een schot tussen de gemeente en de ondernemers en wil dat de wethouder daar nogmaals kritisch naar kijkt. Wethouder Schilderman bedankt mevrouw Al-Saqaff voor deze suggestie, maar is niet bang voor externe feedback naast wat de gemeente al zelf doet. Zij ziet wel een toegevoegde waarde. VVD vroeg naar het verminderen van bureaucratie. Daarover is gesproken, maar nog geen lijst aan bureaucratie gevonden. Er wordt altijd gekeken naar specifieke signalen vanuit de ondernemers. Zij hoort het graag als VVD specifieke onderwerpen in beeld heeft, zodat deze kunnen worden overwogen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat bij het invoeren van nieuwe regels of maken van nieuw beleid moet worden gezorgd dat het geen extra druk en werk oplevert voor de ondernemers. Er kan een mkb-toets worden toegepast. Wethouder Schilderman reageert dat altijd een afweging moet worden gemaakt tussen de hoeveelheid regeldruk van een maatregel versus het doel dat bereikt moet worden. Daar wordt altijd naar gekeken bij het invoeren van nieuwe regels.