CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Openbaar Conceptverslag VOWE 7 september 2023

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 5 oktober 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen29.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

5

Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door

10

donderdag 7 september 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mw. C. Hilhorst (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

15

De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouders mw. L. van Hooijdonk, mw. S. Schilderman, dhr. D. de Vries, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden, mw. H. Assen (PvdA), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), dhr. J. van den Broek (CDA), mw. M. Deldjou Farel (GroenLinks), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. E. Kendir (Student & Starter), X. Minnaert (Partij voor de Dieren), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), mw. N. Oul Fakir (BIJ1), dhr. R. Peters (D66), mw. I. Raaijmakers (PvdA), mw. M. Ramaker (VVD), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. A. Stam (Volt), dhr. T. Stam (PvdA), dhr. V. van Steeg (CDA), dhr. V. Stevens (Student & Starter), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. B. van der Wilt (D66), dhr. P. Zwanenberg (GroenLinks)

20

Afwezigen

Dhr. J. Otto (EenUtrecht) is afgemeld wegens ziekte.

Inhoud 25

30

1. Opening.........................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 7 september 2023 .......................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) ................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................3 5. Toezeggingen/Moties ....................................................................................................................3 6. Lijst ingekomen stukken ................................................................................................................4 7. Raadsbrief Aanpak inclusieve stagemarkt en actieplan MBO ......................................................4 8. Raadsbrief Wijziging financieringsconstructie International School Utrecht ...............................13 9. Raadsbrief Actieagenda Utrechtse Economie ............................................................................18 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................23

Pagina 1 van 47

Eerste termijn 1. Opening

5

De voorzitter opent de ochtendvergadering om 10.00 uur en heet iedereen welkom. Hij stelt vast dat er geen mededelingen zijn van commissie- en/of collegeleden. Vanmiddag wordt Margreet Ramaker beëdigd als plaatsvervangend voorzitter van de commissie waarna zij het middagdeel van de vergadering zal voorzitten.

2. Vaststellen van de agenda van 7 september 2023

10

De voorzitter stelt vast dat de agenda wordt vastgesteld. Bij agendapunt 8: 'Raadsbrief Wijziging financieringsconstructie International School Utrecht' komt de vraag aan de orde of er behoefte is aan een geheim deel van de vergadering. Na een toelichting van wethouder Van Hooijdonk wordt daarover besloten. De agenda is doorlopend.

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure)

15

20

De voorzitter meldt dat er een ingekomen agendering is, namelijk de Utrechtse Onderwijs Agenda 2023-2026. Hij stelt vast dat er geen behoefte is aan een raadsinformatiebijeenkomst. Het raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de commissie van 5 oktober a.s. voor 120 minuten. Mevrouw Van der Wilt (D66) stelt voor de Utrechtse Onderwijs Agenda samen met het punt lerarentekort te bespreken. Mogelijk is wethouder Eerenberg er niet op 5 oktober a.s. en is het goed om de behandeling in november te agenderen. De voorzitter wijst erop dat 5 oktober a.s. alleen het debat over het lerarentekort is geagendeerd.

25

30

35

40

Volgens mevrouw Assen (PvdA) kan op 5 oktober a.s. met de leraren, die dan staken, over onder andere het lerarentekort en de Utrechtse Onderwijs Agenda worden gesproken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt voor de debatten geagendeerd te laten. Het is mooi het debat over het lerarentekort te voeren op de dag dat leraren staken. Men kan afzonderlijk met de docenten in gesprek gaan. De voorzitter gaat over tot stemming over het ordevoorstel om de debatten over het lerarentekort en de Utrechtse Onderwijs Agenda in dezelfde commissie te behandelen en stelt vast dat een meerderheid voor is. Als agendering wordt uitgesteld tot november, zal dat op 28 november a.s. zijn, na de behandeling van de begroting. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat erg laat en stelt voor de voorstellen te agenderen op 5 oktober a.s. De voorzitter stelt vast dat het debat over het lerarentekort wordt geagendeerd op 5 oktober a.s. voor 75 minuten en het debat over de Utrechtse Onderwijsagenda voor 120 minuten. Mevrouw Assen pleit voor een reële planning en verwacht niet dat het debat over het lerarentekort in 75 minuten is afgerond.

45

50

De voorzitter komt daar nog op terug. 3.1 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter wijst erop dat het debat over het lerarentekort van vandaag is verschoven naar 5 oktober a.s. voor 75 minuten. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zou het goed vinden als in het kader van het lerarentekort een bijeenkomst wordt gehouden. Als daartoe wordt besloten, is het prima het debat naar november door te schuiven. Pagina 2 van 47

De voorzitter stelt dat geen voorstel voor een RIB is binnengekomen en het debat is verplaatst naar 5 oktober a.s. 5

10

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat is gesproken over een eventuele actie in het kader van de stakingen. Als daartoe niet wordt overgegaan, wil zij het debat agenderen op 5 oktober a.s. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat al een RIB is gehouden over het lerarentekort en dat zojuist is besloten tot het debat op 5 oktober a.s. Mochten partijen iets extra's willen doen, dan kan dat via de app worden afgesproken. Dat kan naast elkaar. De voorzitter stelt voor het debat over het lerarentekort te agenderen op 5 oktober a.s. voor 90 minuten.

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Assen (PvdA) stelt 120 minuten voor. De voorzitter constateert dat dit voorstel bij meerderheid wordt aangenomen. De commissie wil de raadsbrief voor de parkeervergunningen daarbij betrekken. Deze wordt aan de agendering toegevoegd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is bezig met het organiseren van een RIB over onderwijshuisvesting. Omdat de schriftelijke vragen nog niet zijn ontvangen is in overleg met de projectleider besloten deze uit te stellen tot november met daarna een commissie in november. De voorzitter stelt dat de RIB over onderwijshuisvesting op 19 november a.s. kan worden geagendeerd voor 60 minuten en de voor commissie op 28 november a.s. voor, onder voorbehoud, 75 minuten. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) komt daar 5 oktober a.s. op terug. De voorzitter vraagt GroenLinks de agendering daarvoor te schrijven en te inventariseren wie daaraan wil meedoen. Er is nog geen agendering ontvangen voor de RIB van de basisbanen op 26 september a.s. Hij verzoekt PvdA deze uiterlijk 11 september a.s. in te sturen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wil graag mee agenderen op dit punt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meldt dat al vijf partijen hebben mee geagendeerd en dat zij met deze partijen een concept heeft gedeeld. De voorzitter stelt vast dat er geen andere agenderingen ter plaatse zijn.

4. Verslagen

45

De voorzitter concludeert dat de volgende verslagen zijn vastgesteld: - conceptverslag van de openbare vergaderingen van 1, 15 en 28 juni 2023; - conceptverslag van de geheime vergadering van 28 juni 2023. De geheimhouding op het verslag wordt opgeheven zodra de stukken die in de besloten vergadering aan de orde zijn gekomen openbaar worden.

5. Toezeggingen/Moties

50

De heer Van Bergen (ChristenUnie) meldt dat op de lijst van toezeggingen veertien toezeggingen zijn verlopen zonder update en verzoekt de lijst bij te werken. De voorzitter laat weten dat aan het college is meegegeven dat dertien toezeggingen niet up-todate waren.

55

De heer Van Bergen (ChristenUnie) leest dat de toezeggingen 433, 434 en 435 over sekswerk verlopen op 22 september a.s. Volgens hem moet dat Q1 2024 zijn. Pagina 3 van 47

5

10

15

20

25

30

35

40

Wethouder De Vries meldt het volgende: - motie 21: 'Beter bereik van armoederegelingen' wordt meegenomen bij het opstellen van de nieuwe nota Armoede. Deze is voorzien rond de jaarwisseling; - motie 335: 'Met promotieteams de wijken in voor hulp bij de energietoeslag' is uitgevoerd. De toelichting volgt in de brief over energiearmoede in het najaar 2023; - in Q4 wordt de raad geïnformeerd over motie 50: 'Alle kinderen met risico op achterstanden bereiken' in de kwartaalbrief. Dit vraagt iets meer tijd door de nieuwe aanbesteding; - ID 380: 'De wethouder informeert de raad eind Q2 over het gesprek met de stichting SOA AIDS over SOA preventie en uitbreidingsmogelijkheden PrEP. De zoektocht naar een voor beide partijen passende datum heeft nog niet tot een match geleid. Nu wordt gezocht naar een datum in januari 2024; - ID 254: 'In Q2 2023 komt het college terug op de uitkomst van het gesprek met de hogeschool over signalen van studenten over de lerarenopleiding Nederlands'. Hierover is contact gezocht met het raadslid. De signalen zijn niet nader geduid, waardoor een reactie niet mogelijk is. Het college verzoekt deze toezegging te sluiten. - ID 253: 'In Q2 komt het college terug op de uitkomsten van gesprekken met hbo en wo over stagediscriminatie'.

Met de beantwoording van de schriftelijke vraag 105 'pak ook hbo- en wostagediscriminatie aan in Utrecht' is een terugkoppeling gegeven van de uitkomsten van de gesprekken met het hbo en het wo. Het college verzoekt deze toezegging daarmee te sluiten. - ID 154: 'In september 2022 zal de raad een terugkoppeling krijgen van het gesprek met FC Utrecht'. Er zijn pogingen gedaan om tot een afspraak te komen, maar dat is niet gelukt. Het streven is de raad in Q1 2024 hierover te informeren. - ID 94: 'Zodra het rijk haar aanbevelingen over het verkleinen van risico's voor een nieuwe pandemie naar de Tweede Kamer stuurt, informeren de wethouders de raad hierover'. Dat is vertraagd. Het streven is dit in Q4 2023 af te doen. Op de niet benoemde toezeggingen komt hij binnen twee weken schriftelijk terug. Mevrouw Assen (PvdA) vindt het ingewikkeld dat voor bepaalde zaken meer tijd nodig is. In de debatten zijn daar met moties uitspraken over gedaan en is urgentie uitgesproken en dat het college nu pas reageert nadat is aangegeven dat op veel zaken wordt gewacht. PvdA voelt grote urgentie bij de voorschoolse educatie. De voorzitter gaat ervan uit dat dat wordt meegenomen. De wethouder heeft verzocht twee toezeggingen van de lijst af te halen. Ten aanzien van ID 253 moet de beantwoording van de schriftelijke vraag 105 nog worden ontvangen.

Deze toezegging kan van de lijst als de beantwoording is ontvangen. ID 254 kan van de lijst worden gehaald. De overige toezeggingen worden in het systeem verwerkt. De niet behandelde toezeggingen worden binnen twee weken schriftelijk gedeeld met de commissie.

6. Lijst ingekomen stukken

De voorzitter constateert dat er geen opmerkingen zijn op de lijst van ingekomen stukken. Schorsing voor een wisseling van woordvoerders.

45

50

55

7. Raadsbrief Aanpak inclusieve stagemarkt en actieplan MBO

De voorzitter meldt dat dit een doorgeschoven punt is van voor het zomerreces. De beantwoording wordt vervolgd. Het onderwerp is geagendeerd voor 60 minuten. De spreektijden van het vorige debat zijn meegenomen. De wethouder heeft de vragen beantwoord van D66, GroenLinks, PvdA en start met de beantwoording van de vragen van CDA.

Wethouder De Vries start met een onbeantwoorde vraag van D66 over het vaststellen van hogere aantallen van mbo-stagiaires en of de gemeente haar partners kan bewegen om meer mbo'ers aan te nemen. Het streefgetal is 150. Belangrijk is dat stages inhoudelijk kwalitatief goed op orde zijn. Eerst moet het streefgetal worden gehaald en dat dat goed is georganiseerd binnen de eigen organisatie. Vervolgens kan naar een vervolg worden gekeken. Voor partners is het bieden van mbo-stageplekken opgenomen als mogelijke invulling van social return. Pagina 4 van 47

5

10

15

20

25

30

CDA heeft gevraagd welke resultaten worden verwacht, met name gekoppeld aan het ingezette budget. Dit betreft het opzetten van het werkgeversloket voor ondersteuning van leerwerkbedrijven, het opzetten van een campagne gericht op mbo'ers om bewustwording rondom discriminatie en de meldingsbereidheid te vergroten, het trainen van mbo-medewerkers in die bewustwording en het handelingsperspectief. Mbo's bekostigen zelf ook acties die nodig zijn om de meldingsstructuur te versterken. CDA heeft gesteld dat de gemeente samenwerkt met verschillende organisaties en partners en gevraagd of in de afspraken met de partners wordt vastgelegd wat wordt gedaan aan het tegengaan van stagediscriminatie. Er wordt aan de slag gegaan met een werkgeverspact. Partners worden opgeroepen zich daarbij aan te sluiten. Met aansluiting bij het pact maken ze een Plan van Aanpak en leggen ze vast hoe het inclusief werkgeverschap eruit gaat zien. Veel van de partners wordt de mogelijkheid geboden de social return in te vullen met extra stageplekken voor mbo-studenten. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of dat vrijblijvend is. Wethouder De Vries kan de partners niet dwingen, maar er wordt een pact aangegaan. Hij gaat ervan uit dat veel organisaties een inclusieve organisatie willen zijn en daar bij willen horen. Daarop wordt actief geworven. De heer Şimşek (DENK) vraagt waarom organisaties dit zouden willen.

Wethouder De Vries reageert dat het uiteindelijk gaat om de waarde en wat voor organisatie men wil zijn. De meest effectieve organisaties zijn diverse organisaties. Er valt veel voor te zeggen om deel te nemen aan dit pact. Omdat de gemeente dit belangrijk vindt, wordt hier invloed op uitgeoefend. Volgens de heer Stam (Volt) vroeg CDA welke resultaten worden verwacht voor het geld. De wethouder noemt de inspanningen die worden geleverd, maar dat is iets anders dan de te verwachten resultaten. Wethouder De Vries denkt dat het goed is als een jaarlijkse update wordt gegeven. Dat is tevens deels een verantwoording voor de middelen die hieraan worden besteed.

35

40

45

50

55

De heer Stam (Volt) vraagt of dan doelen worden gesteld voor wat voor veranderingen in de stad zichtbaar zullen zijn. Wethouder De Vries bevestigt dat. VVD heeft een vraag gesteld over de 'theory of change', de verandertheorie. Dat heeft ook hiermee te maken. Er zijn gedachten over waarom dit zou werken en wat nodig is. In de komende periode wordt daaraan invulling gegeven. Gekozen is om niet alles aan de voorkant volledig af te kaderen en de details al te bespreken. De wereld is in beweging en verandering, wat kan betekenen dat gedurende het traject andere inhoudelijke keuzes worden0 gemaakt. Dat moet worden verantwoord en vooraf moeten daar heldere doelen bij worden gesteld. Dat wordt gedaan met de mbo-instellingen. Een andere vraag was of de bedrijven kan worden gevraagd een schriftelijke verklaring af te geven bij het afwijzen van studenten en of de gemeente zelf dit doet. Bedrijven kunnen niet worden gedwongen en bepalen zelf hoe ze studenten of sollicitanten afwijzen. Het afwijzen van studenten of sollicitanten gebeurt op verschillende manieren en is mede afhankelijk van het aantal sollicitaties. Studenten kunnen de argumentatie altijd navragen. Hij wil onderzoeken hoe dit structureel kan worden gevolgd zonder dat discussies ontstaan over incidenten.

Hoe kan worden gezorgd dat mbo-studenten een stage hebben en dat dat in beeld is? Duidelijk moet zijn wat onder eventuele ontwikkelingen zoals afwijzingen ligt. Hij gaat daarover met de mbo-instellingen in gesprek en wil leerplicht als voorbeeld stellen, omdat dat theoretisch gezien ook hierbij kan worden gesteld. Mevrouw Assen (PvdA) vroeg naar een succesvolle aanpak van schooluitvallers. Daar zit iets anders onder dan leerplicht. Zij roept de wethouder op daar ook naar te kijken. Zonder dat er wellicht concrete pressiemiddelen zijn moet de vrijblijvendheid eraf.

Pagina 5 van 47

5

Wethouder De Vries vindt dat een duidelijke oproep. Hierover is al vaker gesproken. Hij wil voorkomen dat volgend jaar weer een RIB wordt georganiseerd en men dezelfde schrijnende verhalen hoort. Dit zou ook kunnen helpen door niet direct met de vinger te wijzen. Het gesprek wordt aangegaan over situaties. Zaken die fout zijn, moeten worden benoemd. Als er andere oorzaken aan ten grondslag liggen, moet dat goed met elkaar worden geduid. Mevrouw Assen (PvdA) zou willen dat daar schriftelijke afspraken onderliggen. Tot nu toe is alleen het gesprek onvoldoende.

10

15

20

25

30

Wethouder De Vries is zoekende naar hoe hieraan invulling wordt gegeven. Wellicht is het effectiever als alles digitaal inzichtelijk is en niemand tussen de mazen van de wet kan vallen. Leerplicht is een andere situatie, maar elke student heeft recht op een goede stage. Mevrouw Assen (PvdA) informeert of de wethouder doelt op een leerlingvolgsysteem op stageniveau. Wethouder De Vries moet dit bespreken en het moet haalbaar zijn. De grondgedachte is dat elke student een kwalitatief goede stage moet hebben en dat stagediscriminatie niet acceptabel is. Niet alleen studenten moeten worden gestimuleerd, maar ook docenten en werkgevers. Een structurele manier om dit gesprek aan te gaan en dit te zien, kan helpen. CDA heeft een vraag gesteld over de voortgang. Hij stelt een jaarlijkse voortgangsrapportage voor. De eerste mag worden verwacht in Q1 2024. In het mbo-uitvoeringsplan zijn voor de gemeentelijke organisatie doelen opgenomen voor mbostages, maar niet voor mbo-banen. CDA vraagt of kan worden toegezegd dat ook daarvoor doelen worden opgenomen. Er is verschil in het aantal stages dat een organisatie kan bieden en het aantal banen. Dat heeft te maken met werving en formatie. Het mbo-team denkt na over een andere manier van werving en solliciteren.

In het verleden was dat vaak sterk gericht op opleidingsrichting, maar nu wordt ook gekeken naar competenties, vaardigheden en skills. Dat past bij de wijze waarop het mbo is ingericht. Daarmee wordt geëxperimenteerd. Het is goed dat voort te zetten en te kijken wat daarvan kan worden geleerd en hoe het kan worden uitgebreid. De heer Van den Broek (CDA) vraagt of de raad daar concrete resultaten van te zien krijgt.

35

40

45

50

55

60

Wethouder De Vries hoopt van wel. Alles begint met nadenken over en experimenteren met. Nagedacht moet worden over de manier van organiseren en wat voor mensen moeten worden aangetrokken. Utrecht is een inclusieve stad. Dat betekent ook iets voor de organisatie. Het gaat dan bijvoorbeeld ook over de onderwijsrichting. Het is goed dit te blijven volgen en terug te koppelen in de update aan de raad. De heer Van den Broek (CDA) neemt aan dat binnen de organisatie bekend is hoeveel mensen worden aangenomen met welke onderwijsachtergrond. Het is mooi als daarin een stijging waarneembaar is. Wethouder De Vries begrijpt dat een link wordt getrokken met de onderwijsrichting, maar er moet op een andere manier worden nagedacht. Wellicht is uiteindelijk een verandering te zien, maar het een is niet per definitie een effect van het ander. Het inhoudelijke gesprek moet worden gevoerd over wat dit betekent voor de werving en uiteindelijk voor de organisatie en de dynamiek in de organisatie en de inclusiviteit. De heer Van den Broek (CDA) is het eens met het antwoord van de wethouder. Wethouder De Vries vervolgt de beantwoording. Student & Starter stelde dat er weinig samenwerking is tussen Art. 1 Midden-Nederland (Art. 1 MN) en de mbo-instellingen. Dat is geïntensiveerd. Onlangs is Art.

1 MN aangesloten bij het lerend netwerk en helpen zij mee de meldingsstructuur op mbo's te versterken en bij het traject voor het voorlichten van onderwijsprofessionals. In het najaar worden werkbezoeken en uitwisseling georganiseerd door de mbo-instellingen en Art. 1 MN. De stagematching is nu alleen voor het eerste jaar. Gevraagd is of en hoe dat kan worden uitgebreid. De minister heeft aangegeven dat het nu gaat om het zetten van de eerste stappen naar met name een inclusiever stageproces. Daarbij is stagematching een nieuwe tool en worden Pagina 6 van 47

scholen gevraagd daarmee te experimenteren. Eerstejaars studenten zijn het meest kwetsbaar en hun stage is vaak een eerste kennismaking met de arbeidsmarkt. Hij stelt voor dit experiment te volgen en te beoordelen wat het doet en hoe er een vervolg aan kan worden gegeven. 5

10

15

20

25

30

35

Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vraagt wanneer er een evaluatiemoment is. Wethouder De Vries verwacht daar na dit schooljaar meer over te kunnen zeggen. Hij zegt toe dat dit wordt meegenomen in de update/brief aan de raad zodat kan worden besproken wat het doet en wat nodig is. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vraagt wanneer de wethouder bij de raad terugkomt. Wethouder De Vries komt met de eerste update in deze raadsperiode in Q1 2025. Er zijn opmerkingen gemaakt over het in gesprek blijven met stagebedrijven gedurende het traject en dat, onder andere door SBB, moet worden ingegrepen als het niet goed gaat of als sprake is van stagediscriminatie. Aangegeven is dat de bevoegdheid van leerbedrijven zou moeten worden ingetrokken en dat mysterie guests daarbij zouden kunnen helpen. Het OCW-stagepact geeft daar richtlijnen voor. Voor een stagetraject worden drie contactmomenten tussen school en student verplicht, waarvan minimaal een op de stageplek. Het is niet aan de gemeente om mysterie guests in te zetten. Het is een proces tussen een instelling, het stagebedrijf en eventueel SBB. Mysterie guests zijn niet passend, want het gaat om de samenwerking tussen de stagiair, de stagebegeleider, de werkgever en de coördinator vanuit de mbo-instelling. Student & Starter heeft erop gewezen dat studenten zich veilig moeten voelen om een melding te doen. Dat is niet altijd vanzelfsprekend.

Niet alleen de vertrouwenspersonen moeten daarin worden meegenomen, maar alle docenten. Het is belangrijk dit proces goed te blijven volgen en te kijken of hierop een standaardisatie kan worden ingericht. VVD stelde dat studenten goed moeten weten waar zij kunnen melden. Studenten moeten meldingen kunnen doen en het gesprek kunnen voeren met wie zij zich het meest thuis voelen. Dat is niet altijd een vertrouwenspersoon. Met CNV Jongeren is een traject gestart om de bekwaamheid van het onderwijspersoneel te verhogen zodat ook zij studenten goed kunnen opvangen en het gesprek kunnen aangaan. Dat geldt ook voor de vertrouwenspersoon. Voor studenten die hun melding niet op hun school willen neerleggen, blijft het mogelijk meldingen in te dienen bij Art. 1 MN of SBB. In het traject met CNV Jongeren wordt communicatie- en lesmateriaal ontwikkeld, zodat studenten weten waar ze terecht kunnen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat in de praktijk weinig meldingen worden gedaan. Hoe wordt dat gestimuleerd?

40

Wethouder De Vries antwoordt dat er ruimte moet komen om bijvoorbeeld bij een mentor te kunnen melden. Daarvoor zijn contactmomenten nodig en de docent moet worden geëquipeerd en zich er bewust van zijn dat dit speelt. Daaraan wordt gewerkt met Art. 1 MN en CNV Jongeren.

45

De heer Şimşek (DENK) vraagt of de verantwoordelijkheid voor de meldingsbereidheid niet bij de onderwijsinstellingen zou moeten liggen als blijkt dat mensen met een migratieachtergrond bij bepaalde bedrijven structureel geen stageplek krijgen. Waarom ligt die verantwoordelijkheid bij de student?

50

Wethouder De Vries gaat later nog specifiek in op deze terechte opmerking. Hier zijn instanties voor zoals SBB. Vaak zit het op gegevensuitwisseling: wat mag wel of niet? Een systeem als het leerplichtsysteem biedt mogelijkheden om het gesprek aan te gaan.

55

Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) constateert dat, als onderdeel van de aanpak, mbo-personeel wordt opgeleid om signalen van discriminatie te herkennen, maar krijgt signalen dat ze wel op de hoogte zijn van discriminatie maar dat ze terughoudend zijn het stagebedrijf aan te spreken omdat ze de relatie niet willen verpesten. Hoe kan daarmee worden omgegaan? Volgens wethouder De Vries begint dat al aan de voorkant door het gesprek hierover aan te gaan. Daarvoor moet een structuur worden ingericht.

Pagina 7 van 47

Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) geeft aan dat veel jongeren niet melden omdat het geen zou hebben en vraagt de wethouder toe te zeggen de samenwerking met bedrijven die discrimineren te verbreken. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder De Vries komt daarop terug in zijn beantwoording. Dat komt niet altijd bij de gemeente. Dat heeft onder andere te maken met verschillende rollen van bijvoorbeeld de SBB. VVD vroeg of werkgeverervaringen meer kunnen worden betrokken in het plan. Met het werkgeverspact dat wordt opgezet, worden de Utrechtse werkgevers betrokken bij deze aanpak. In de aanpak Arbeidsmarktdiscriminatie die onlangs door wethouder Schilderman aan de raad is gezonden, is een nadere uitwerking hiervan opgenomen. VVD informeerde terecht naar de meeloopstagiaire van de wethouder. Samen met wethouder Streefland begeleidt hij twee stagairs die vandaag aanwezig zijn en het komende halfjaar meelopen met het team. Gevraagd is naar de mogelijkheden van mbo-studenten in studentenbesturen. Studentenverenigingen moeten überhaupt toegankelijk worden gemaakt, want dat is nu niet altijd vanzelfsprekend. Dit wordt besproken met de hogeschool en de universiteit. Met de 75/25-regeling kunnen zij de ledenverdeling bepalen en dat maakt de toegang voor mbo-studenten moeilijk. Zij organiseren dit via Bestuurlijk Actief Utrecht. De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor hun beleid en bestuursleden. Een volgende stap is een cultuuromslag zodat mbo-studenten ook mogelijkheden krijgen, maar een bestuursjaar moet ook kunnen worden gecombineerd met de studie van de student.

Ook hier zijn de mbo-instellingen aan zet. Hij heeft hierover regelmatig contact met hen, maar ook met de studentenraad SR030 en het ministerie. De heer Van Bergen (ChristenUnie) hoort dat de wethouder actief het gesprek aangaat om mentaliteitsverandering tot stand te brengen, maar ook dat studentbesturen zelf verantwoordelijk zijn voor hun beleid. Hoe ziet de wethouder het spanningsveld tussen de wens van inclusieve verenigingen en het verenigingsrecht. Wethouder De Vries bevestigt dat dit een spanningsveld is en ziet dat binnen het mbo op veel vlakken, zoals het uitgaansleven. Vorig jaar zijn mondelinge vragen gesteld over mbo-studenten die waren geweigerd in het uitgaansleven omdat ze geen studentenkaart hadden. Hij ziet het als zijn verantwoordelijkheid om moreel te benoemen dat dit niet oké is en vervolgens het gesprek hierover aan te gaan. Uiteindelijk zorgt dat voor verandering. De mbo-studentenraad SR030 is zeer actief en werkt zelf aan emancipatie. Zij zorgen ervoor dat mbo-studenten kunnen sporten bij Olympos en dat er verbeteringen zijn in het uitgaansleven. Er worden kleine vorderingen gemaakt, zoals bijvoorbeeld in de UITweek waar eerder niets mogelijk was. Het veranderen van cultuur kost tijd.

De 'theory of change' (verandertheorie) gaat er in de kern om of alle doelen voor de komende jaren al moeten worden vastgetimmerd of wordt gaandeweg onderzocht wat dit concreet betekent en hoe hieraan concreet invulling wordt gegeven. Soms zijn er ontwikkelingen waarvan men eerder niet op de hoogte was en soms moet worden onderzocht of dit de weg is. Hebben mbostudentenverenigingen de behoefte aan streefgetallen of aantallen of is iets anders nodig en wat betekent dat voor de financiering? Het sporten bij Olympos moet bijvoorbeeld ook worden gefinancierd. Aan de voorkant is niet bekend hoe groot het aantal studenten is dat daaraan wil deelnemen en wat het effect daarvan zal zijn Mevrouw Al-Saqaff (VVD) maakt hieruit op dat het gaat om het beïnvloeden van de condities die leiden tot maatschappelijke verandering. Het doel waar naartoe wordt gewerkt, moet duidelijk zijn. Het is evident dat de condities en de manier waarop gaandeweg veranderen. Wethouder De Vries onderschrijft dat. Gaandeweg moet worden gekeken hoe daaraan tegemoet kan worden gekomen. De doelen staan in het mbo-uitvoeringsplan. DENK verwees naar de lage meldingsbereidheid en de acties van de instellingen zelf bij het niet vinden van een stageplek en of de mbo-instellingen dan in gesprek gaan met een werkgever. Ook zei DENK iets over de rol van SBB en Art.

1 MN, wat erop neerkwam dat het niet langer de verantwoordelijkheid van de student zou moeten zijn, maar van de instelling. Een school mag vanwege de privacywetgeving alleen een klacht indienen bij het SBB of Art. 1 MN wanneer een student daarmee instemt. Vragen en casussen kunnen scholen met hun SBB-contactpersoon en de klachtencoördinatie bespreken. SBB heeft de autoriteit om een erkenning in te trekken. Dat gebeurt niet direct. SBB gaat in gesprek met een organisatie en betrekt vervolgens het College Pagina 8 van 47

voor de Rechten van de Mens om de vervolgstappen te bepalen. Art. 1 MN werkt mee aan het doorontwikkelen van het meldproces, want de verantwoordelijkheid voor het zetten van dergelijke stappen mag niet bij de student liggen. Dat is een weeffout in het huidige systeem. 5

De heer Şimşek (DENK) is blij dat ook de wethouder vindt dat de verantwoordelijkheid primair niet bij de student zou moeten liggen. Als van een klas een groot deel van de studenten geen stageplek kan vinden, zou een docent/instelling dan niet zelf in gesprek moeten gaan met een student en niet moet wachten tot studenten zich melden?

10

Wethouder De Vries reageert dat docenten in het mbo juist daarom veel bewuster hiervan worden gemaakt. Dit zou een structurele aanpak moeten zijn die gezamenlijk wordt doorlopen. Wat met leerplicht wordt gedaan, zou ook met stageplekken kunnen worden gedaan. Mbo-instellingen organiseren het nu vaak individueel en soms ook verschillend. Gekeken moet worden hoe dit zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd zodat de verantwoordelijkheid niet bij de student ligt.

15

20

25

30

35

40

45

De heer Şimşek (DENK) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat dit terugkomt in de actieagenda. Wethouder De Vries zegt toe dat mee te nemen in de update aan de raad in Q1 2024. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) maakt uit het betoog van de wethouder op dat vanwege de privacywetgeving niet bekend mag worden gemaakt welke bedrijven discrimineren. Hoe kan de gemeente de band met dergelijke bedrijven verbreken? Wethouder De Vries stelt dat dat lastig is. Dit heeft te maken met naming and shaming, maar in de praktijk is dat wegens privacy vrijwel onmogelijk. Met elkaar moet een systeem worden ingericht waarbij al aan de voorkant het gesprek hierover wordt aangegaan. Als structureel blijkt dat zaken niet werken, kan dan sneller aan de bel worden getrokken en het gesprek worden aangegaan. Volgens mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) heeft SBB wel toegang tot die bedrijven. Verbreken zij de banden als die bedrijven discrimineren? Wethouder De Vries bevestigt dat SBB de erkenning van een leer-/werkbedrijf kan intrekken. Gevraagd is of het inzetten van mysterie guests onderdeel kan worden van het Plan van Aanpak. Op verzoek van de raad is onderzoek gedaan naar de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van de inzet van mysterie guests om arbeidsmarktdiscriminatie op te sporen.

Daaruit bleek dat de inzet hiervan vanwege juridische en praktische bezwaren geen geschikt toezichts- en handhavingsmiddel is. Wel worden praktijktesten gedaan als onderzoeksmiddel. Deze kunnen bijdragen aan het zichtbaar maken van arbeidsmarktdiscriminatie. Utrecht is de eerste gemeente die praktijktesten heeft laten uitvoeren in het onderzoek naar stagediscriminatie. Dat heeft bijgedragen aan de bewustwording. Dat onderzoek van Verwey-Jonker wordt elke drie jaar herhaald en betreft onder andere het sturen van fictieve sollicitatiebrieven. Dit wordt gedaan om inzichtelijk te maken of er nog wordt gediscrimineerd. Niet bekend wordt welke bedrijven discrimineren, maar wel of en hoe vaak het gebeurt. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) stelt dat deze collegeperiode over drie jaar voorbij is. Waarom wordt het onderzoek niet elke twee jaar gedaan?

50

Wethouder De Vries geeft aan dat de raad dat bij de voorjaarsnota mogelijk kan maken. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) informeert of dit zou kunnen worden gefinancierd uit het budget voor het werkgeversloket.

55

60

Wethouder De Vries wijst erop dat het aan de fracties is om een voorstel te doen. Uiteindelijk is het een belangenafweging van de raad. Vanwege de privacywetgeving is het lastig om in het plan op te nemen dat bij discriminatie altijd een melding wordt gedaan die kan leiden tot intrekken van de erkenning. Dit is wel mogelijk als de route via het SBB loopt. Pagina 9 van 47

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe vaak de SBB de samenwerking met bedrijven verbreekt. Wethouder De Vries kan die informatie bij het SBB opvragen en delen. 5

10

15

20

25

30

35

De heer Şimşek (DENK) vraagt welke handhavingsmaatregelen wel mogelijk als bedrijven discrimineren. Volgens wethouder De Vries gaat het er uiteindelijk om hoe het bij de gemeente in beeld komt en dat is vanwege privacywetgeving niet. Er kan pas worden gehandhaafd als iets in beeld is. Vervolgens is er ook een juridische route. Iets moet aantoonbaar zijn en daar is de SBB voor. Daarom wil hij de koppeling van studenten aan stagebedrijven zo inrichten dat het gesprek hierover al aan de voorkant wordt gevoerd. Gevraagd is of kan worden opgenomen dat onderwijssystemen zelf verantwoordelijk worden voor het regelen van stageplekken, zodat studenten nooit het slachtoffer worden van het niet hebben van een stageplaats. De mbo-instellingen willen nu die stap naar voren zetten. Coördinatoren doen enorm hun best om studenten aan een stage te koppelen. Gestart wordt met stagematching voor eerstejaars studenten. In het lerend netwerk met de mbo-instellingen wordt gezocht naar goede voorbeelden en met het ROC Nijmegen worden ervaringen uitgewisseld over stagematching. Hij komt hierop terug in de toegezegde update. Volt miste in het uitvoeringsplan aandacht voor de niveauverschillen op bijvoorbeeld het VO, maar ook het kansrijk adviseren en vroeg of hierover niet meer kan worden gesproken. Kansongelijkheid begint soms al op de basisschool met de advisering van leerlingen.

Hij wil daarin optrekken met wethouder Eerenberg en met de VO-bestuurder kijken wat mogelijk is. Vanuit het mbo-uitvoeringsplan en in de overleggen wil hij uitdragen dat het begint met taal. Termen als hoog- of laagopgeleid worden niet meer gebruikt en er wordt gesproken over onderwijsrichting in plaats van -niveau. Het is belangrijk als gemeente daarin het voorbeeld te geven. Ook in gesprekken of op bijeenkomsten over het onderwijs laat hij dit geluid horen. Als hij het jaarplan van SPO Utrecht volgende week ontvangt, zal hij hierover iets zeggen. In een recent overleg met OCW is over de terminologie gesproken. Het is een lang proces. De manier waarop het onderwijssysteem is ingericht, is morgen niet direct anders, omdat het een systeemwijziging is. Ook is iets gezegd over een actieve rol voor de school op het gebied van leren solliciteren, het bijhouden van meldingen en een actievere relatie met bedrijven. Leren solliciteren is ook van belang. De mbo-instellingen zijn daarmee bezig. Een stage moet voor beide partijen een waardevolle ervaring zijn. Mevrouw Van der Wilt (D66) vernam in de RIB van een aantal jongeren dat zij niet hebben leren solliciteren. Hoe heeft de gemeente daar zicht op?

40

Wethouder De Vries wijst erop dat dit specifiek gaat over het onderwijscurriculum en ook onderdeel is van het burgerschap en hoe men zich verhoudt in de samenleving. Hij wil het breder trekken dan alleen leren solliciteren, omdat het onderdeel is van het grotere vraagstuk.

45

Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft het idee dat hiervoor ook aandacht is in de aanpak van jeugdwerkloosheid om mensen zo goed mogelijk voor te bereiden. Daar heeft de gemeente wel een steviger rol naar mbo's. Wellicht kan in de update een reflectie worden gegeven of daar meer op kan worden gestuurd.

50

55

Wethouder De Vries vindt het van belang om hierin samen op te lopen. In het lerend netwerk met de mbo-instellingen wordt dit besproken. Er ligt veel op het bordje van onderwijs. Hij wil ervoor waken dat het allemaal losstaande vragen worden van de gemeente aan de mbo-instellingen, maar wil onderzoeken hoe dergelijke vragen kunnen worden samengevoegd onder de vlag van burgerschap. Daaronder vallen zaken als voorbereiding op de arbeidsmarkt, solliciteren of hoe men zich tot anderen verhoudt en wat men doet als een conflict ontstaat. BIJ1 sprak over het inzetten van diversiteit als wervingsinstrument in de krappe arbeidsmarkt en of dat een bedrijf nu echt verandert en of het niet een soort windowdressing is, maar bedrijven die zich schuldig maken aan discriminatie of de wet overtreden, moeten worden aangepakt. De gemeente stelt de normen en draagt deze uit en moet het goede voorbeeld geven. Dit moet aan de voorkant goed worden georganiseerd zodat er in de praktijk minder incidenten zullen zijn. Een cultuurverandering wordt niet bereikt met een pact, maar kost tijd. Pagina 10 van 47

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Gevraagd is of een lijst kan worden bijgehouden met bedrijven die zich schuldig maken aan stagediscriminatie en of deze openbaar kan worden gemaakt. Dat is niet mogelijk, maar wel kan bij SBB worden nagegaan hoe dit zich verhoudt. Hij verwacht niet aan naming and shaming te kunnen doen, maar wel dat het iets zegt over hoe structureel het is, of de route goed wordt bewandeld en hoe vaak het voorkomt. Dan kan worden beoordeeld wat het vervolg hierop wordt. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) stelt dat als de meldingsbereidheid wordt vergroot en meer studenten naar Art. 1 MN gaan en een procedure starten bij het College voor de Rechten van de Mens, komt daar een oordeel bij en dat komt online. Dat is een indirecte vorm van naming and shaming. Wethouder De Vries kan zich in deze oproep vinden. De heer Şimşek (DENK) was in de veronderstelling dat de gemeente van plan was dat te gaan doen en als bedrijven zijn veroordeeld zou bijdragen aan dat naming and shaming. Wethouder De Vries vindt het niet aan de gemeente om die lijst te publiceren. Daar zijn instanties voor. Soms zorgt het voor studievertraging. Dat was een belangrijke conclusie uit het onderzoek van Verwey-Jonker. Het gaat over de meldingsstructuur en er zo vroeg mogelijk bij zijn, niet alleen de vertrouwenspersoon maar alle docenten in een mbo-instelling.

Hij zal zich er hard voor maken om dit te volgen en bespreekbaar te maken in het lerend netwerk. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) geeft aan dat er ook een oplossing moet zijn. Is er een vervangende opdracht? Hoe gaan scholen daarmee om? Hebben zij opties voor de leerlingen? Het wordt in stand gehouden als er geen alternatieven zijn. Wethouder De Vries vindt dat een terechte opmerking. Hij zegt toe dat mee te nemen in gesprekken in het lerend netwerk. Het is de bedoeling dat alle docenten en stagecoördinatoren worden opgeleid door Art. 1 MN. Op dit moment wordt iedereen getraind door CNV Jongeren. Art. 1 MN is inmiddels ook aangesloten bij de aanpak en helpt de instellingen bij het versterken van de meldingsstructuur. In het najaar worden werkbezoeken en uitwisselingen georganiseerd tussen mbo-instellingen en Art. 1 MN. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) ziet bij andere gemeenten en discriminatiebureaus dat men soms moeite heeft een ingang te vinden om projecten op scholen uit te voeren. Hoe is dat in Utrecht en de mbo-scholen? Wethouder De Vries durft daar nog niets over te zeggen. Het staat op het netvlies en op dit moment worden die uitwisselingen georganiseerd. De verwachting is dat dit zal helpen om binnen te komen. Het wordt gevolgd in de aanpak. Men kan niet zonder elkaar op dit vraagstuk.

EenUtrecht verwees naar het Scandinavische stagemodel waar de overheid streng meekijkt of onderwijsinstellingen voldoende stagemogelijkheden realiseren en of studenten voldoende zijn voorbereid en vroeg wat dit zou kunnen betekenen voor de aanpak in Utrecht. Hij was niet bekend met dit stagemodel, maar voelt de urgentie om een systeem aan de voorkant te creëren om dit bespreekbaar te maken. ChristenUnie sprak over het serieus nemen van mbo-studenten en beter aansluiten bij hun behoeftes. Misschien hoeft dat geen voorziening te zijn zoals op het hbo of wo, maar dat moet gaandeweg worden uitgezocht. Het gesprek moet niet gaan over de aantallen, maar juist over gelijke kansen. Als een mbo-student in Utrecht wil studeren en wil deelnemen aan het studentenleven moet die kans er zijn, maar dat betekent niet dat dat fiftyfifty moet zijn. De heer Van Bergen (ChristenUnie) kan dat volgen. Als slechts een klein deel mbo-studenten deelneemt aan bijvoorbeeld de UITweek betekent dat, dat duizenden studenten zich blijkbaar niet aangesproken voelen door het aanbod. Hoe worden deze dan bereikt? Wethouder De Vries worstelt daar ook mee. Het gaat ook over communicatie en cultuur. Voor hbo- en wo-studenten is het bijna de norm dat ze deelnemen, maar voor het mbo niet. Dat heeft onder andere met communicatie te maken.

Voor het reces heeft is een filmpje opgenomen dat via de mbo-instellingen is gedeeld met alle toekomstige mbo-studenten. Dit moet in de hoofden gaan zitten van mbo- en VO-docenten. Het gaat ook over communicatie met de regio en over cultuur en Pagina 11 van 47

dat vraagt tijd. Het wordt samen met mbo-studenten gedaan. Utrecht heeft een actieve mbostudentenraad en een mbo-studentenvereniging. Daar zit een enorme kracht. 5

Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat dit ook kan betekenen dat de UITweek verandert. Wethouder De Vries bevestigt dat. De voorzitter informeert of er nog gemiste vragen zijn.

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt het belangrijk dat stagebegeleiders worden getraind om discriminatie en een onveilige stageomgeving te herkennen en daarop adequaat te kunnen reageren. De wethouder is daar niet echt op ingegaan. Wethouder De Vries heeft aangegeven dat wordt geprobeerd zo veel mogelijk mensen mee te nemen in het trainen en herkennen van. Per stageperiode zijn er minimaal drie momenten waarop er contact is tussen de stageschool en de stagebegeleider. Daarmee wordt het structureel bespreekbaar. De voorzitter herhaalt de volgende toezeggingen: - in Q1 2024 ontvangt de raad de eerste jaarlijkse voortgangsrapportage van het mbo; - de evaluatie van de stagematching komt terug in de mbo-voortgangsrapportage in Q1 2025; - de losse punten die zijn genoemd worden in de eerste toezegging meegenomen. Deze staan in het verslag. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) kreeg in de eerdere behandeling een toezegging over woningmarktdiscriminatie, dus de kamers voor mbo'ers. De voorzitter constateert dat dit moet worden teruggezocht en verzoekt dit door te zetten naar de griffie zodat het kan worden opgepakt. De heer Şimşek (DENK) vraagt of in de voortgangsrapportage wordt opgenomen hoe scholen zelf een actieve rol gaan spelen in het vergroten van de meldingsbereidheid. De voorzitter bevestigt dat. Mevrouw Assen (PvdA) wil een concretere toezegging op het leerplichtsysteem.

Wethouder De Vries wil ervoor waken dat het een eigen leven gaat leiden. Hij pakt dit op met de mbo-instellingen. Een eerste terugkoppeling kan worden gegeven in de update in Q1 2024. Het is een verkenning. Vervolgens moet worden gekeken wat dit betekent. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) informeert hoe een terugkoppeling wordt gegeven op de waarborgen voor studievertraging na stagediscriminatie.

45

De voorzitter stelt dat dat onder de eerste toezegging valt en dat dat wordt meegenomen in de eerste voortgangsrapportage. Hij vraagt of de fracties dit onderwerp willen doorgeleiden naar de raad. Afhankelijk van de voorstellen van de fracties doet het DB een voorstel voor de tijd.

50

Mevrouw Van der Wilt (D66) wil dit onderwerp doorgeleiden naar de raad. Zij gaat in het verslag na wat is opgenomen over monitoren en de rol van samenwerkingspartners. Over social return zou zij een concretere toezegging wensen.

55

Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) wil dit onderwerp doorgeleiden naar de raad en kondigt twee moties aan. Een motie over hardere aanpak: het tweejaarlijkse onderzoek met mysterie studenten en de budgetverschuiving. Een motie over het werkgeversloket dat nu te veel is gericht op arbeidsmarktdiscriminatie. Daar moeten stappen worden gezet voor mbo-stagediscriminatie.

60

Mevrouw Assen (PvdA) overweegt een motie op het vergroten en concretiseren van de meldingsbereidheid en een motie op het leerlingvolgsysteem. Pagina 12 van 47

De heer Van den Broek (CDA) wil dit onderwerp doorgeleiden naar de raad en dient geen voorstellen in. 5

10

15

Mevrouw Kendir (Student & Starter) verwacht met een motie te komen opdat stagebegeleiders een adequate training krijgen. De heer Şimşek (DENK) verwacht bij een of meerdere moties van GroenLinks aan te sluiten en overweegt een aantal moties, bijvoorbeeld over naming and shaming. De heer Stam (Volt) verwacht niet met voorstellen te komen. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) verwacht met twee moties te komen: een motie over de normstelling en een motie over het waarborgen van de studievertraging. De voorzitter verzoekt de agenderende partijen tijdig een tekst aan te leveren voor de raad.

8. Raadsbrief Wijziging financieringsconstructie International School Utrecht 20

25

De voorzitter vraagt of een besloten deel van de vergadering gewenst is.

Mevrouw Ramaker (VVD) hoopte op een openbaar debat. Omdat de beantwoording van het college in het geheim is, wil zij versprekingen voorkomen en wil zij toch een besloten deel. De voorzitter schorst de vergadering om 11.30 uur zodat de raadzaal in gereedheid kan worden gebracht voor het besloten deel. Schorsing voor het besloten deel van de vergadering.

30

35

40

45

50

55

De voorzitter heropent het openbare deel van de vergadering om 11.50 uur. Het debat is geagendeerd voor 45 minuten en wordt in één termijn gevoerd. Mevrouw Van der Wilt (D66) bedankt het college voor de heldere beantwoording naar aanleiding van de wensen en bedenkingen. De tijdelijke locatie van de International School is op een mooie manier geopend met veel kinderen. Het is mooi dat de stad hier ruimte aan biedt. Het college en de International School willen in gesprek gaan met zowel de provincie als werkgevers. Hoe kan de raad dit volgen? Inmiddels is het nieuwe provinciebestuur gevormd. Onder andere naar aanleiding van inzet van D66 is het thema vestigingsklimaat in relatie tot de International School terug te vinden in de plannen van het provinciebestuur. Wat betekent dit voor de International School en haar financiering. Wat is de inzet daarbij vanuit de gemeente? Hetzelfde geldt voor de samenwerking met werkgevers. Welk streven hebben het college en de International School hierin? Hoe groot is de vergoeding die werkgevers zouden kunnen brengen? Hoe kan de raad dat volgen? D66 heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij de manier waarop wordt omgegaan met het rentepercentage van de lening. D66 begrijpt de overweging van het college, maar vindt het alsnog spannend.

Hoe beoordeelt het college het financiële risico van dit voorstel? Wat doet het college als de marktrente de komende jaren zo hard stijgt dat de reservering voor dit risico niet voldoende blijkt? Als deze vragen naar tevredenheid worden beantwoord, volgt D66 de ontwikkeling van de International School met een gerust hart. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vindt het belangrijk dat alle kinderen naar goede, veilige en gezonde scholen gaan. De stad heeft grote opgaven op het gebied van onderwijshuisvesting. Voor deze wettelijke taak is het rijksbudget vaak niet toereikend. Dus ligt er een taak om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Daarom heeft GroenLinks eerder wensen en bedenkingen ingediend en heeft GroenLinks nog vragen over de financiering van de International School Utrecht. Het is belangrijk dat de gemeente niet steeds met extra geld over de brug moet komen. Hoe kan worden voorkomen dat de kosten niet verder oplopen? Hoe kunnen financiële risico's worden Pagina 13 van 47

5

tegen gegaan? Hierbij kan worden gedacht aan afspraken over maximering leerlingen en rentestand. Wat zijn de afspraken hierover? Welke garanties kunnen worden gegeven? GroenLinks hoort vanuit de stad dat de indruk bestaat dat de International School een voorkeurspositie heeft bemachtigd. Kan de wethouder bevestigen dat alle scholen in Utrecht op dezelfde wijze worden behandeld? Vanwege de regionale functie betalen zowel de provincie als de Social Economic Board mee aan de International School.

10

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt GroenLinks een nadere duiding te geven van de voorkeursbehandeling van de International School ten opzichte van andere basisscholen.

15

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) hoort onder andere tijdens werkbezoeken dat andere scholen zich afvragen waarom het voor hen lang duurt om een plek te krijgen voor huisvesting en het de International School sneller lukt. In de beantwoording van de vragen is te lezen dat dit niet het geval is. Zij vraagt de wethouder dit te bevestigen.

20

25

30

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of GroenLinks tijdens de werkbezoeken ook hoort dat relatief veel leerlingen van expatfamilies die de fee van de International School niet kunnen betalen, juist op de reguliere basisscholen komen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) hoort dat ook. Het is niet altijd nodig om naar de internationale school te gaan. Ook op reguliere basisscholen zitten kinderen met een eenouder expatachtergrond. Dat is goed voor de integratie. Wat is uit de gesprekken met de provincie gekomen? Gaat de provincie meebetalen? De afgelopen dagen was in verschillende kranten te lezen dat vanuit het schoolbestuur en de gemeente een lobby is gestart om meer geld te krijgen voor onderwijshuisvesting. Wat gaat het college hierin doen? Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt mevrouw Vermeulen haar best te doen de GroenLinksbestuurders in de provincie daarvan te overtuigen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vindt dat een regionale functie niet alleen mag worden bekostigd met het budget van de gemeente Utrecht.

35

40

45

50

55

De heer Stam (PvdA) stelt dat deze voorfinanciering geen precedentwerking mag hebben richting onderwijshuisvesting. De gemeente levert het geld zodat ISU haar eigen deel kan betalen. Bij risico's worden de financiële lasten of afgewenteld op de gemeente of op de ouders die hun kinderen daar tegen een nu al hoge ouderbijdrage naar school laten gaan. Omdat er op korte termijn geen alternatief was, heeft PvdA bij de voorjaarsnota ingestemd met deze lening. PvdA sluit zich aan bij de bijdrage van GroenLinks op kostenmaximering en het vergroten van de rijksbijdrage voor onderwijshuisvesting. Ook andere scholen moeten een ruimere marge krijgen en daardoor meer ruimte voor ieder kind. PvdA sluit zich aan bij de bijdrage van D66 op renteontwikkeling en de rol van de EBU, de provincie en sterk geïnternationaliseerde bedrijven om bij te dragen aan de toekomstige financiering van de ISU gezien haar regiofunctie. Hij complimenteert de griffie en de ambtenaren, onder andere voor de online geheime sessie, die ondanks de vakantie goed is verlopen. Mevrouw Ramaker (VVD) complimenteert het college voor de uitgebreide toelichting. VVD pleit voor een actieve inzet en bijdrage van het bedrijfsleven en bedoelt daarmee ook geld investeren in de nieuwbouw van deze school. VVD wil in de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en ISU actieve betrokkenheid van het bedrijfsleven terugzien.

Uit de beantwoording van vraag 5 blijkt dat dit gaat gebeuren. Kan de wethouder dat bevestigen en concretiseren? De afspraken over erfpacht en opstalrecht met de Universiteit Utrecht zouden voor 1 oktober a.s. zijn geregeld. Wat is de status daarvan? VVD verwacht een actieve bijdrage van expats. Bedrijven moeten hun werknemers met kinderen stimuleren in hun bijdrage in een fee voor de scholen. Wil het college daar actiever op inzetten?

Pagina 14 van 47

De heer Stam (PvdA) informeert wat volgens VVD de rol is van de ISU. Moeten alle expat kinderen daar naartoe gaan of kunnen zij ook naar het reguliere onderwijs? Wat is de rol van integratie tegenover het ISU? 5

10

Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat een internationale school wordt opgericht met een bijzondere wijze van nieuwbouwfinanciering en een bijzondere wijze van lesgeven. Deze school wordt opgericht voor kinderen van ouders die internationaal actief zijn. Het is gebruikelijk dat het bedrijfsleven dan een bijdrage levert in de fees van de kinderen. VVD ziet dat hier onvoldoende terug. De heer Stam (PvdA) vraagt in hoeverre volgens VVD ISU de taak heeft om expatkinderen te integreren in de bredere samenleving en hoe ver de ISU afstaat van het reguliere onderwijs.

15

Mevrouw Ramaker (VVD) antwoordt dat ISU in het werkbezoek uitgebreid heeft toegelicht hoe het integrale aspect wordt gezien. Er zijn anderstalige kinderen die regulier basisonderwijs moeten volgen. Dat is lastig en kost het basisonderwijs extra tijd en moeite. Het gaat ook om het verdelen van de lasten voor het onderwijs.

20

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of VVD wil dat werkgevers een bijdrage leveren aan zowel het gebouw als aan de fees.

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Ramaker (VVD) bevestigt dat. VVD wil een versterking van het bedrijfsleven in de ISU, want dat is nu onvoldoende. Zij is blij dat D66 zich bij de provincie hard maakt voor versterking van het vestigingsklimaat. Wethouder Van Hooijdonk reageert op de vraag van D66 over de renterisico's. In de aangeleverde teksten staat dat het een lichte verhoging is van het risico, niet in juridische zin en een klein beetje in financiële zin. Er zijn diverse veiligheidskleppen. De interne rekenrente van de gemeente Utrecht is lager dan de rente die aan de ISU wordt gevraagd. De interne omslagrente kan niet met meer dan 0,5% per jaar stijgen, wat betekent dat er een maximum zit aan de groei. De interne omslagrente reageert langzaam op de markt. Uit alle uitstaande leningen wordt een gemiddelde gehaald. Een aantal langlopende leningen tegen gunstige voorwaarden hebben lang een dempend effect op de interne omslagrente. De lening wordt in de loop van de tijd lager vanwege de aflossingen. Op voordracht van de raad is met de International School afgesproken dat meevallers in een versnelde aflossing worden gestoken. Als de rente in de loop van de tijd wordt verhoogd, is dat over een steeds kleiner bedrag. Er is een risicovoorziening. Juridisch is bepaald dat het pand naar de gemeente gaat als het mis gaat.

Het is verantwoord en een pragmatische oplossing gedurende het proces om als gemeente niet op een andere manier in de buidel te hoeven tasten. GroenLinks vroeg hoe wordt voorkomen dat kosten oplopen. De raad heeft budget meegegeven waarmee het college het moet doen in de aanbesteding. De gemeente is bouwheer en moet de risico's goed managen lopende het traject. GroenLinks sprak over het maximeren van het aantal leerlingen. Dat is een wat merkwaardige oplossing, want die leerlingen moeten ergens worden geplaatst. Ook op een andere school zijn er kosten mee gemoeid. De gemeente heeft de wettelijke plicht om huisvesting voor leerlingen te organiseren ongeacht naar welke school ze gaan. Het geld voor de onderwijshuisvesting is niet voldoende. Zij ondersteunt de oproep om mee te doen in de lobby om te zorgen dat de normbedragen reëel zijn. De gemeente is aangesloten bij de lobby van de VNG omdat het een nationaal vraagstuk is. PvdA verwees naar een precedentwerking. In de sfeer van onderwijshuisvesting is dit bijzonder, omdat de International School ook eisen stelt die voor eigen rekening komen. Bij andere scholen is een eigen bijdrage niet aan de orde en komen de kosten voor rekening van de gemeente. In termen van onderwijshuisvesting is dit een bijzonder geval waarvan niet wordt verwacht dat het meer zal voorkomen in de onderwijssector.

De heer Stam (PvdA) vraagt of de wethouder kan stellen dat de ISU een volgende keer geen lening van de gemeente krijgt maar zelf de rekening moet betalen. Wethouder Van Hooijdonk vindt dat fictief en hoopt dat de ISU voorlopig uit de voeten kan in de vestiging die wordt gerealiseerd. Dit is niet de gedroomde oplossing aan de voorkant, maar wel Pagina 15 van 47

5

10

15

20

25

30

pragmatisch gedurende het traject. Het is ingewikkeld om zulke specifieke dingen te zeggen over iets wat misschien ooit in de toekomst speelt. Zij wenst de raden en colleges van dat moment veel wijsheid. Een aantal vragen ging over de bijdragen van derden. Eerder is toegezegd dat daarover met derden in gesprek wordt gegaan. Het gesprek met de provincie Utrecht is gepland. Het college zal met interesse kennisnemen van het coalitieakkoord van de provincie en kijken welke voordelen daarmee kunnen worden gedaan. Ten aanzien van het bedrijfsleven wordt de samenwerking gezocht met de Economic Board Utrecht en de ROM Utrecht Region om te kijken of een soort marktconsultatie kan worden gedaan onder de meest voorkomende werkgevers van ouders. Die inzet is gericht op het verkrijgen van een extra bijdrage, primair voor een bijdrage in de kosten en gericht op het versneld afbouwen van de lening. Die afspraken moeten nog worden vastgelegd. De gemeente moedigt de ISU aan toegankelijk te zijn voor iedereen, maar dat is een zaak van de school. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wanneer definitieve afspraken mogen worden verwacht. Heeft de gemeente een streven richting de werkgevers en de provincie zodat de raad weet waarop inzet wordt gepleegd? Wethouder Van Hooijdonk kan nu geen getal noemen. Een en ander wordt nu voorbereid.

In de kwartaalbrieven wordt steeds gerapporteerd wat daaruit is gekomen. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort de wethouder zeggen dat de school niet kan worden verplicht iets met de fees te doen, maar dit jaar zijn ook debatten gevoerd over ouderbijdragen en is een maximum gesteld aan wat scholen mogen vragen. Zij hoopt dat het college zich hard wil maken om ook op dit thema een grens te stellen en met de ISU te kijken of de school voor alle kinderen dit dat nodig hebben toegankelijk kan blijven. De heer Stam (Volt) reageert op het feit dat bijdragen vanuit het bedrijfsleven de afbetaling zouden kunnen versnellen. Heeft het de voorkeur van het college dat een bijdrage van het bedrijfsleven opbrengst verhogend is of fees verlagend?

45

Wethouder Van Hooijdonk gaf al aan dat, naar aanleiding van de oproep van de raad in de wensen en bedenkingen en eerdere debatten, de inzet is om de lening versneld af te lossen zodat de risico's voor de gemeente dalen. De gemeente is wettelijk bevoegd gezag voor de onderwijshuisvesting. Het verlagen van de fees is aan de internationale school zelf. VVD vroeg naar de opstallen en de contracten met de universiteit. In de gesprekken met de universiteit is gemeld dat nog met de raad moet worden gesproken en dat geen onomkeerbare beslissingen kunnen worden genomen. De lopende contracten zijn verlengd. Gezocht wordt naar het juiste moment waarop er voldoende zekerheden zijn om het contract met de universiteit aan te gaan. Op de vraag van GroenLinks bevestigt zij dat er geen sprake is van een voorkeurspositie. Het gaat over de wettelijke normbedragen. De internationale school zal niet het gevoel hebben dat het sneller gaat dan bij andere scholen, aangezien het lastig is om nieuwe locaties te vinden in een drukke en volle stad. Voor alle scholen wordt geprobeerd dat op een zorgvuldige en goede manier te doen.

50

Mevrouw Ramaker (VVD) sluit aan bij de opmerking van D66 over de fee. Fees zijn ook nodig om een financieel gezonde school te kunnen hebben. Ook de gemeente heeft daar belang bij. Kan de wethouder iets meer enthousiasme tonen en zich meer bemoeien met het stimuleren van fees door derden?

35

40

55

60

Wethouder Van Hooijdonk stelt dat het college zeker zal enthousiasmeren. In de discussie rondom de huisvesting heeft de gemeente een andere rol dan in de fees, omdat de gemeente een lening verstrekt aan de International School en vanwege de wettelijke taak ten aanzien van huisvesting. Het komt terug in de gesprekken, maar vooral de school zelf wordt aangemoedigd dat te doen. Het zou merkwaardig zijn als de gemeente met de pet rondgaat om de fees te verlagen. Mevrouw Ramaker (VVD) begrijpt dat wel. Als het college scholen stimuleert om het vrijwillige van de ouderbijdrage af te halen of deze via de koepels te verdelen, kan dat ook bij de ISU. Er is veel geld mee gemoeid. Kan de wethouder zich daarin vinden? Pagina 16 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=70fce7df-37a4-4955-8ce1-acdfe54c8d89