Onderzoeksrapport Huisvesting jongeren en jongvolwassenen.pdf
Tekst van het document
Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen Gemeente Utrecht
30 september 2021 Eindrapport
DATUM
30 september 2021
TITEL
Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
OPDRACHTGEVER
Gemeente Utrecht
AUTEUR(S)
Roosje van Leer (Companen) Bas de Ruigh (Companen)
PROJECTNUMMER
344.103
STATUS
Eindrapport
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Over wie hebben we het? 2.1 Groepen ‘Kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ 2.2 Omvang van de groepen
6 6 7
3
Woonprofielen 3.1 Woonprofiel 1: Regulier wonen zonder ondersteuningsvraag 3.2 Woonprofiel 2: Regulier wonen met ondersteuningsvraag 3.3 Woonprofiel 3: Beschutte woonomgeving 3.4 Woonprofiel 4: Beschermde woonomgeving 3.5 Eisen aan de woning
11 12 13 14 15 17
4
Jaarlijkse vraag naar woonvormen 4.1 Uitstroomrichting onder kwetsbare jongeren 4.2 Specifieke aandachtspunten per doelgroep
18 18 21
5
Huidig woningaanbod voor kwetsbare jongeren 5.1 Aanbod in opvangvoorzieningen 5.2 Projecten voor jongeren in profielen 1 en 2 5.3 Woningaanbod voor jongeren in profiel 3 5.4 Woningaanbod voor jongeren in profiel 4
23 24 24 27 27
6
Conclusies en aanbevelingen 6.1 Conclusies over de huisvestingsopgave 6.2 Onze aanbevelingen
29 29 31
1 Inleiding Het vinden van woonruimte is in een stad als Utrecht voor velen een ingewikkelde zaak. Dat geldt zeker voor jongeren en jongvolwassenen die ‘kwetsbaar’ zijn, omdat ze kampen met psychosociale en/of financiële problemen en niet kunnen leunen op een steunend netwerk van familie en vrienden. Om hun kansen op passende woonruimte te vergroten, wil de gemeente Utrecht meer inzicht krijgen in de samenstelling van de groep ‘kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ en op de woon- en ondersteuningsbehoeften van de verschillende subgroepen die binnen deze totale groep zijn te onderscheiden. Met kennis van de aard en omvang van de groepen wil de gemeente vervolgens afspraken maken met betrokken partijen over een betere registratie van de vraag naar woonruimte, het aanpassen en/of uitbreiden van het aanbod, en het verbeteren van de toegankelijkheid van het aanbod. Gemeente Utrecht en de hier werkzame corporaties en zorginstellingen zien het als een gezamenlijke opgave om in huisvesting van alle kwetsbare doelgroepen in de gemeente te voorzien. In het tijdelijke programma (T)huis voor iedereen werkt de gemeente met betrokken partijen (zorgpartijen en woningcorporaties) steeds intensiever aan de huisvesting en ondersteuning van kwetsbare en bijzondere groepen, statushouders en spoedzoekers.
Om de opgaven meer in samenhang te kunnen oppakken (het risico bestaat immers dat kwetsbare groepen met elkaar concurreren om de schaarse woningen, en huisvesters de voorkeur geven aan de ‘makkelijkste’ groepen), is beter zicht nodig om de omvang van de totale groep kwetsbare inwoners. In 2019 spraken de gemeente en betrokken partijen met elkaar af dat corporaties jaarlijks 385 woningen beschikbaar stellen voor in- en uitstromers
in/vanuit maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang1. Daarnaast werd afgesproken dat voor jongeren in een kwetsbare positie jaarlijks in ieder geval 50 zelfstandige en niet-zelfstandige wooneenheden door woningcorporatie SSH beschikbaar gesteld worden, met afspraken over door zorginstellingen te leveren ondersteuning. In het Plan van aanpak spraken de partijen met elkaar de ambitie uit om in 2022 alle urgente kwetsbare cliënten binnen drie maanden een passende woonruimte en passende ondersteuning aan te bieden. De genoemde aantallen waren gebaseerd op een eerste inschatting van de behoefte. Bij het maken van de afspraken namen partijen zich voor om gezamenlijk de huisvestingsbehoefte van jongvolwassenen te onderzoeken, om scherp te krijgen of het nodig is om de afspraken voor deze groep bij te stellen. In de afgelopen maanden heeft Companen samen met de gemeente en aanbieders van daklozenopvang, jeugdzorg en beschermd wonen in Utrecht een analyse gemaakt van de uitstroom vanuit verblijfsvoorzieningen en de vraag naar woonruimte voor kwetsbare jongeren en jongvolwassenen, om meer inzicht te krijgen in de huisvestingsopgave voor deze groepen. Deze rapportage bevat de resultaten van deze analyse.
Onderzoeksvragen De vraag van de gemeente Utrecht valt uiteen in een aantal deelvragen: • Wat is de kwantitatieve vraag naar huisvesting voor kwetsbare jongeren en jongvolwassenen in Utrecht? • Wat is de kwalitatieve vraag? Aan welke typen woonruimte is behoefte, en aan welke begeleidingsarrangementen? • Hoe verhoudt deze vraag naar woonruimte zich tot het huidige aanbod in Utrecht?
1 Plan van aanpak Huisvesting en ondersteuning kwetsbare groepen.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
4
•
Welke knelpunten ervaren jongeren, betrokken zorgaanbieders en huisvestingspartijen in de huidige praktijk, en wat loopt er juist goed?
De focus ligt in het onderzoek op de huisvestingsopgave: hoe groot is de vraag naar verschillende vormen van wonen, en hoe verhoudt dit zich tot het huidige aanbod? We gaan in dit rapport ook – zij het beperkt - in op de wijze waarop ondersteuning kan worden ingericht binnen de verschillende woonvormen.
Aanpak Het onderzoek is in januari 2021 gestart met een startbijeenkomst met vertegenwoordigers van zorgaanbieders, huisvesters en gemeente. Om zicht te krijgen op de diversiteit van de doelgroep en de omvang van de verschillende subgroepen, hebben we de volgende acties uitgevoerd: • Samen met de gemeente Utrecht hebben wij een analyse gemaakt van de in-, door- en uitstroom uit verschillende zorgvoorzieningen in de gemeente, op basis van de gemeentelijke administratie. De gemeentelijke cijfers vormen de basis voor de ramingen die we in dit rapport maken. We hebben deze informatie aangevuld met informatie die zorgaanbieders hebben aangeleverd over de verdeling van uit- en doorstromers over de ‘woonprofielen’ die we onderscheiden. • Bij zorgaanbieders is informatie opgevraagd over onder meer het aantal jongeren en jongvolwassenen dat zij in begeleiding hebben, wat de gerealiseerde uitstroom was in het afgelopen jaar en waar deze jongeren vervolgens terechtgekomen zijn. Met een aantal aanbieders is een kort telefonisch interview afgenomen. • Bij aanbieders van huisvesting voor kwetsbare jongeren is informatie opgevraagd over het type woonruimte dat zij bieden, het aantal wooneenheden dat zij (op jaarbasis) bieden en de procedure om hiervoor in aanmerking te komen. Met een aantal huisvesters/ projecten is ook een telefonisch interview afgenomen.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
•
We hebben 12 interviews gehouden met jongeren en jongvolwassenen die op het punt staan om uit te stromen vanuit een verblijfsvoorziening of dat recent hebben gedaan. Deze interviews zijn gebruikt om de woonprofielen inhoudelijk verder uit te kunnen werken en input te vergaren over de kwalitatieve woonbehoefte van verschillende groepen jongeren en jongvolwassenen.
De voorlopige resultaten van de cijfermatige analyse en de interviews zijn in een werksessie voorgelegd aan zorgaanbieders en huisvesters; op basis hiervan zijn de analyses aangescherpt en komen we tot een aantal aanbevelingen voor het vervolg.
Leeswijzer Dit rapport behandelt de groep kwetsbare jongeren en jongvolwassenen. In de volgende hoofdstukken geven we aan over wie wij het daarbij hebben (hoofdstuk 2), welke woonprofielen we zien onder deze groep jongeren (hoofdstuk 3), hoe groot de vraag naar huisvesting is onder kwetsbare jongeren (hoofdstuk 4) en wat het huidige aanbod aan huisvesting voor kwetsbare jongeren is (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 trekken we conclusies en formuleren we aanbevelingen voor de aanpak van de opgave.
5
2 Over wie hebben we het? De groep waar we het in dit onderzoek over hebben, is een diverse groep. Dat geldt om te beginnen voor de leeftijd en de daarmee samenhangende levensfase. Maar ook de problematiek waar de betrokkenen mee kampen is zeer divers, en daarmee ook de aard van de ondersteuningsbehoefte. In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag welke deelgroepen te onderscheiden zijn in de totale groep ‘kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’, en maken we een inschatting van de omvang van de verschillende groepen. De gemeente Utrecht hanteert geen strikte leeftijdsgrenzen voor de groep ‘jongvolwassenen in een kwetsbare positie’ (zie het Plan van aanpak huisvesting en ondersteuning kwetsbare groepen). Het gaat met name om de groep 18-27-jarigen, maar er zijn ook jongeren van 16 of 17 jaar die zelfstandig kunnen wonen. In dit onderzoek nemen we daarom de huisvestingsbehoefte mee van alle kwetsbare jongeren vanaf 16 tot 27 jaar.
2.1 Groepen ‘Kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ De ‘kwetsbaarheid’ van jongeren kan verschillende achtergronden hebben. Het gaat onder meer om mensen in opvang- of verblijfsvoorzieningen, en de ‘uitstromers’ uit deze voorzieningen. Ook zijn er ‘kwetsbare jongeren’ met een bijzondere of urgente woonvraag die niet eerder in een verblijfsvoorziening hebben gewoond. We zien ook dat lang niet alle jonge instromers in beschermd
of begeleid wonen al een jeugdzorgverleden hebben of vanuit een opvangvoorziening komen. Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar dit soort woonvormen, moeten we dus niet alleen kijken naar uitstromers uit jeugdzorg en andere verblijfsvoorzieningen, maar ook de ogen open houden voor de groep die niet eerder in zorg was. Binnen de totale groep kwetsbare jongeren en jongvolwassenen zien wij de volgende hoofdgroepen2: • Jongeren die vanwege een (licht) verstandelijke beperking, gedrags- of psychische problemen in een instelling verblijven en 18 jaar worden; • Jongeren die met vergelijkbare problematiek in een gezinssituatie wonen en op zichzelf willen gaan wonen; • Jongeren die vanwege een onveilige opvoedingssituatie uit huis geplaatst zijn, in een instelling of pleegezin wonen en 18 jaar worden; • Jongvolwassenen die na een tussenstap in Beschermd wonen 3 kunnen uitstromen richting zelfstandig(er) wonen; • Jongvolwassenen die met (tijdelijke) intensieve ambulante begeleiding zelfstandig kunnen wonen (Beschermd Thuis).
• Jongvolwassenen die verblijven in een opvangvoorziening voor dak- en thuislozen; • Niet-geregistreerde dak- en thuisloze jongvolwassenen (bankhoppers) die behoefte hebben aan woonruimte; • Jonge, alleenstaande statushouders (al dan niet als minderjarige naar Nederland gekomen); • Jongeren met begeleiding vanuit het buurtteam of aanvullende begeleiding vanuit de Wmo of Jeugdwet met een urgente woonvraag.
2 De groep jonge vrouwen (met kinderen) in opvanghuizen van Moviera zijn niet meegenomen in
3 In dit onderzoek nemen we Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen Bovenregionaal samen als
dit onderzoek, aangezien er over woningen voor uitstroom voor deze groepen al afspraken bestaan.
één totaalgroep: Beschermd Wonen. In zowel Beschermd Verblijf als Beschermd Wonen Bovenregionaal wordt namelijk zorg met verblijf geboden.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
6
2.2 Omvang van de groepen De focus van dit onderzoek ligt op de vraag hoeveel kwetsbare jongeren en jongvolwassenen er op jaarbasis een vraag hebben naar (vervolg-)huisvesting. Het gaat hierbij in de eerste plaats om uitstromers vanuit diverse opvang- en verblijfsvoorzieningen, maar ook om jongeren die dak- en thuisloos zijn of thuiswonende jongeren met een urgente woonvraag. Een deel van hen komt terecht in (nieuwe) verblijfslocaties, maar een veel groter deel gaat zelfstandig wonen of heeft behoefte aan het wonen in ‘tussenvorm’. Tijdens het wonen in een tussenvorm werken zij dan toe richting meer zelfstandigheid.
Jongeren in verblijfs- en opvangvoorzieningen Tabel 2.1 en 2.2 geven een indruk van de omvang van de groepen jongeren in verblijfs- en opvanglocaties. De aantallen in de kolom ‘uitstroom’ geven een eerste indicatie voor de jaarlijkse behoefte aan woonruimte. De cijfers in tabel 2.1 betreffen jongeren in (verlengde) jeugdhulp die afkomstig zijn uit de gemeente Utrecht. Voor jeugdhulpverlening geldt het woonplaatsbeginsel: de gemeente van herkomst is (financieel) verantwoordelijk voor de zorg aan jongeren uit de eigen gemeente, ook als zij deze zorg in een andere gemeente ontvangen. Voor de volwassenen (18-27 jaar, tabel 2.2) kijken we naar de groep die woont (en begeleiding ontvangt) in de gemeente Utrecht. Voor volwassenenzorg geldt momenteel geen woonplaatsbeginsel.
Tabel 2.1: Aantal cliënten en uitstromers vanuit (verlengde) jeugdhulp in 2020 (afgerond op vijftallen) Woonsituatie Aantal cliënten Aantal uitstromers (16+) (16+) Gezinshuis 10 105 Pleegzorg 10 Niet-gezinsgerichte jeugdhulp 160 55 met verblijf Jeugddetentie 45 Tabel 2.2: Aantal jongvolwassen cliënten, instromers en uitstromers in wonen en/of zorg in 2020 (18-27 jaar; afgerond op vijftallen) Woonsituatie Aantal Aantal Aantal cliënten instromers uitstromers in 2020 (18+) in 2020 (18+) in 2020 Dak- en thuislozen 580 300 310 Beschermd Wonen4 345 100 110 Beschermd Thuis 260 130 65 Jonge statushouders 60
In het volgende stuk staan wij groepsgewijs stil bij diverse groepen jongeren en jongvolwassenen met een urgente woonvraag, die om meer tekst en uitleg vragen. Jongeren in jeugddetentie Ook onder uitstromers vanuit vormen van jeugddetentie kan een woonvraag ontstaan. Verreweg het grootste deel (86%) van de uitstromers vanuit een justitiële jeugdinrichting (JJI) heeft hier minder dan een half jaar gezeten. Zij hebben vaak nog woonruimte nadat zij vrij komen. Uitstromers vanuit een penitentiaire inrichting (PI) worden in de laatste fase van hun detentie geholpen bij het vinden van huisvesting. Er is een gemeentelijke werkgroep die
4 Bestaande uit Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen Bovenregionaal.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
7
de woonvraag van deze groep in kaart brengt; op dit moment is nog niet aan te geven in hoeveel gevallen het gaat om personen tot 27 jaar en ook niet welk deel hiervan een vraag naar woonruimte heeft. Jonge statushouders Iedere gemeente in Nederland heeft de verplichting om statushouders (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) te huisvesten, conform de landelijk vastgestelde taakstelling. Die taakstelling fluctueert, afhankelijk van de instroom van asielzoekers in de voorliggende periode. Voor de gemeente Utrecht was de gemiddelde taakstelling in de periode 2018 – 2021 362 personen per jaar. Hieronder waren er gemiddeld circa 40 in de leeftijd van 18 tot 23, en 20 in de leeftijd van 23 tot 27 jaar. Dit betreft alleenstaande statushouders zonder gezinshereniging, die gehuisvest moeten worden na een verblijf in een AZC, in een pleeg-gastgezin of in een kleinschalige opvangvoorziening voor minderjarige alleenstaande vreemdelingen. Dak- en thuisloze jongeren Stadsteam Back Up biedt hulp aan dak- en thuisloze jongeren in de stad, en begeleidt veel van hen ook nog enige tijd nadat zij huisvesting hebben gevonden. In 2020 bood Stadsteam Back Up begeleiding aan 580 jongeren. Slechts een klein deel van hen verblijft (tijdelijk) in de maatschappelijke opvang (ca. 105).
De meeste dak- en thuislozen ‘couchsurfen’: zij hebben geen vast adres of vaste slaapplek en slapen bij familie, vrienden en/of andere kennissen. Het aantal uitstromende dak- en thuisloze jongeren is omvangrijk (310 jongeren) én hun positie is erg kwetsbaar. Een deel van deze groep is aangemeld voor Beschermd Wonen of routes voor reguliere huisvesting, maar de wachtlijsten hiervoor zijn volgens het stadsteam lang (ca. 9-12 maanden). De route naar andere (reguliere) huisvesting is in de huidige woningmarkt even
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
weerbarstig. Het is voor dak- en thuisloze jongeren daardoor zeer moeilijk om uit de huidige situatie van dakloosheid te komen. Jongeren die gebruik maken van Beschermd Thuis Mensen met een relatief zware ondersteuningsvraag en/of een ondersteuningsbehoefte die niet alleen met planbare zorg kan worden ingevuld, kunnen een indicatie krijgen voor Beschermd Wonen of Beschermd Thuis. Het laatste is een alternatief voor een plek in een voorziening voor Beschermd Wonen, en is in principe een vorm van ambulante ondersteuning. Niet iedereen die in aanmerking komt voor Beschermd Thuis, heeft op dat moment al een geschikte woning. Veel organisaties die dit product aanbieden, maken voor Beschermd Thuis dan ook gebruik van ‘instroomwoningen’ of bieden zelf woonruimte aan hun cliënten aan. Het gebruik van Beschermd Thuis is in 2020 fors toegenomen. De stijging werd voor een groot deel veroorzaakt door de omzetting van indicaties via een pgb naar zorg in natura. Deze stijging is niet als ‘instroom’ gerekend. Het aantal indicaties voor Beschermd Wonen in de leeftijdsgroep tot 27 jaar is sinds 2016 redelijk stabiel gebleven. Sinds 2021 is het mogelijk om een Wlz-indicatie te krijgen vanwege GGZ-problematiek.
Het blijkt echter lastig voor jongvolwassenen om hiervoor in aanmerking te komen, aangezien op deze leeftijd soms moeilijk onderbouwd kan worden dat de behoefte aan toezicht of nabijheid blijvend is.
Jongeren met begeleiding zonder verblijf Ook thuiswonende jongeren met een problematische thuissituatie kunnen een urgente vraag naar woonruimte hebben. Hoe groot deze groep exact is, valt uit de registraties van de gemeente niet te achterhalen. In het rapport bieden wij een inschatting van de omvang van deze groep. Jongeren kunnen begeleiding, zorg of ondersteuning (zonder verblijf) ontvangen vanuit drie wegen: 1)
8
basiszorg via één van de buurtteams, 2) vanuit de Jeugdwet en 3) vanuit Wmobegeleiding (individuele begeleiding). Tussen deze groepen kan sprake zijn van enige overlap, omdat deze hulpverlening elkaar niet uitsluit. Jongeren met begeleiding vanuit de buurtteams De buurtteams kunnen jongeren helpen bij het vinden van oplossingen om zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven en wonen. Deze zorg is in principe voor elke jongere in Utrecht beschikbaar zonder toewijzing. Een deel van deze jongeren woont bij hun ouders, een deel heeft al eigen woonruimte. In lang niet alle gevallen is er dus een (urgente) woonvraag. Wanneer er sprake is van dreigende dakloosheid, dan kan het buurtteam sociaal doorverwijzen naar Stadsteam Back Up. Als sprake is van een intensieve ondersteuningsvraag, dan wordt doorverwezen naar een aanbieder voor begeleid wonen of Beschermd Wonen.
thuis. Het niet tijdig vinden van woonruimte kan leiden tot schooluitval en een mogelijk groter beroep op zorg en ondersteuning op een later moment. Een (klein) deel van deze jongeren heeft behoefte aan beschermd wonen of beschermd thuis; circa driekwart is volgens Lokalis op zoek naar reguliere woonruimte, eventueel met ambulante ondersteuning. Het gaat in alle gevallen om jongeren die studeren in Utrecht. Hoewel in een enkel geval wonen in een buurgemeente zeker een optie kan zijn, gaat de voorkeur in de meeste gevallen daarom uit naar wonen in Utrecht.
In Utrecht bieden twee organisaties begeleiding vanuit drie type buurtteams. Lokalis richt zich op jongeren (t/m 23 jaar) en biedt via de buurtteams ‘Jeugd en gezin’ en ‘MBO’ jaarlijks aan circa 3.280 jongeren ambulante ondersteuning. Incluzio biedt begeleiding vanuit het buurtteam ‘Sociaal Domein’ aan volwassenen (18+). Het aantal jongeren dat begeleiding krijgt vanuit het buurtteam Sociaal Domein schommelt tussen de 1.140 en 1.245 jongeren per jaar.
Jongeren met aanvullende begeleiding vanuit de Wmo of de Jeugdwet Begeleiding vanuit de jeugdwet (ambulante jeugdhulp) of vanuit de Wmo (individuele begeleiding) biedt meer specialistische begeleiding en (doorgaans) meer contactmomenten in de week. Voor deze hulp, die zich richt op specifieke hulpvragen op het gebied van bijvoorbeeld administratie, dagstructuur, huishouden et cetera is wél een toewijzing nodig. Doorgaans hebben deze jongeren geen specifieke woonvraag, al helpt de begeleiding hen soms wel in het zelfstandig kunnen wonen. Mogelijk zijn er ook jongeren die individuele begeleiding ontvangen en samen met andere zorgvragers wonen in een wooncomplex van een zorgaanbieder (‘geclusterd begeleid wonen’). De gemeente Utrecht onderscheidt dit niet als apart product; uit de registraties is dan ook niet op te maken hoeveel jongeren dit betreft. Uit navraag onder zorgaanbieders blijkt dat dit slechts enkele gevallen betreft.
Lokalis geeft aan dat bij op jaarbasis circa 185 jongeren 5 zich melden bij het MBO-team met een urgente woonvraag die niet in het eigen netwerk op te lossen is. Vaak betreft het jongeren uit multi-problem gezinnen. Ouders hebben bijvoorbeeld psychische problemen, er zijn schulden en er is veel ruzie
Het aantal jongeren (16+) met aanvullende begeleiding vanuit de Jeugdwet is sinds 2016 sterk gestegen. Dat geldt ook voor het gebruik van aanvullende zorg Wmo (individuele begeleiding) onder jongvolwassenen (tot 27 jaar). Ook landelijk zien we een toename van ambulante ondersteuning. Deze stijging ligt
5 Gebaseerd op cijfers van 2019; Lokalis geeft aan dat dit een betere graadmeter is voor
langere tijd gesloten waren en de buurtteams MBO daardoor minder werden geraadpleegd.
de gebruikelijke vraag dan 2020, aangezien in 2020 vanwege corona de scholen
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
9
in lijn met het beleid om inwoners zo lang mogelijk in hun thuissituatie te helpen. In 2020 kregen circa 1.815 jongeren van 16 jaar of ouder een vorm van aanvullende zorg vanuit de Jeugdwet. Nog eens circa 290 jongeren kregen aanvullende zorg (individuele begeleiding) vanuit de Wmo.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
10
3 Woonprofielen Het vorige hoofdstuk liet zien dat de diversiteit binnen de groep ‘kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ groot is. Dat zorgt ook voor uiteenlopende behoeftes ten aanzien van een woonplek, en ook uiteenlopende hulp- en ondersteuningsvragen. Sommige uitstromers vanuit een gezinshuis, pleeggezin of opvangvoorziening hebben behoefte aan een beschermde woonplek met intensieve hulp of ondersteuning. Anderen hebben eigenlijk alleen behoefte aan een woonplek – waar zij prima op eigen houtje kunnen leven. Om een inschatting te kunnen maken van de behoefte aan verschillende vormen van wonen met én zonder ondersteuning, is het daarom niet voldoende om te kijken naar de omvang van elk van de groepen die in het vorige hoofdstuk aan de orde is gekomen, maar moeten we ook meer inzicht krijgen in de diversiteit binnen elk van deze groepen. In afstemming met de gemeente en zorgaanbieders zijn we gekomen tot een aantal woonprofielen6. In dit hoofdstuk geven we een beschrijving van jongeren in de verschillende profielen, geven we aan wat voor hen een passende woonplek is en op welke manieren zij ondersteuning kunnen krijgen.
combinaties mogelijk met zorg en ondersteuning. In de koppen van de woonprofielen geven wij de aan welke mate van zorg en ondersteuning gangbaar is. Hierop zijn wel uitzonderingen te maken. Het meest in het oog springende voorbeeld is het gebruik van Beschermd Thuis. Binnen Beschermd wonen is het de ambitie dat iedereen die zelfstandig kan wonen, zoveel mogelijk zelfstandig in de wijk woont. Beschermd Thuis komt hieraan tegemoet. Beschermd Thuis is bedoeld voor cliënten die zelfstandig(er) kunnen wonen met zorg op maat. Het kan daarbij gaan om relatief zware zorg op het gebied van psychosociale problematiek - bijvoorbeeld met 24uursbereikbaarheid - maar de intensiteit (aantal contactmomenten) kan sterk wisselen. Over het algemeen betreft het mensen die wat zelfredzamer zijn dan de mensen die een indicatie krijgen voor Beschermd Wonen. Er zijn ook jongeren waarbij de voornaamste reden om te kiezen voor deze vorm van zorg (en niet voor Beschermd Wonen) is dat zij ‘groepsongeschikt’ zijn en daarom minder op hun plek zijn in een woonvoorziening voor Beschermd Wonen. Beschermd Thuis kan ingezet worden in diverse woonsituaties. Voor sommige jongvolwassenen wordt de inschatting gemaakt dat zelfstandig wonen in een reguliere woning (of studio/appartement) de best passende oplossing is, voor anderen dat een project voor geclusterd begeleid wonen7 of gemengd wonen het beste is.
Woonprofielen in relatie tot zorggebruik Voor we ingaan op de woonprofielen, staan we eerst stil bij de relatie tussen woonsituatie en zorggebruik. In de woonprofielen is de woonsituatie van een jongere als leidend genomen. In diverse woonsituaties zijn dan verschillende
6 Wij hebben ons hierbij laten inspireren door de uitstroomprofielen in de publicatie Van
‘geen plek’ naar ‘eigen stek’ van de gemeente Gouda (juli 2019).
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
7 Geclusterd begeleid wonen is een verzamelterm voor woonvormen waarin zorgvragers
samenwonen, meestal in een woning van een zorgaanbieder. Zij ontvangen begeleiding vanuit de Wmo (individuele begeleiding of Beschermd Thuis) .
11
3.1 Woonprofiel 1: Regulier wonen zonder ondersteuningsvraag In dit woonprofiel vallen jongeren en jongvolwassenen die na een verblijf in een pleeggezin, gezinshuis of opvangvoorziening zelfstandig verder kunnen. De jongeren die in dit profiel vallen, hebben op dit moment weinig psychische problemen of kunnen goed omgaan met hun (licht) verstandelijke beperking of andere klachten. Vaak is er wel sprake van een verstoorde relatie met de ouders, en ook daarbuiten hebben zij weinig netwerk om op terug te vallen. Woonbehoefte Jongeren in dit profiel kunnen ‘regulier wonen’, dus op een vergelijkbare manier als leeftijdsgenoten zonder kwetsbare achtergrond8. Sommige jongeren uit deze profielen zullen goed gedijen in een studentenhuis of studentencomplex. Anderen vinden hier moeilijk aansluiting, bijvoorbeeld omdat zij in tegenstelling tot de andere bewoners geen (HBO- of WO-)studie volgen of een andere leefstijl hebben dan de andere bewoners (bijvoorbeeld geen alcohol willen drinken). Jongeren die een groot deel van hun jeugd hebben doorgebracht in een instelling of gezinshuis hebben vaak behoefte aan een ‘eigen plek’ met eigen voorzieningen die ze niet hoeven te delen met huisgenoten. Zij hebben daarom een sterke voorkeur voor een studio boven een kamer. Dat geldt ook voor jongeren met een vorm van autisme, die baat hebben bij een prikkelarme omgeving.
Projecten voor ‘gemengd wonen’ kunnen voor jongeren uit dit profiel ook een passende plek zijn. Zij kunnen steun ondervinden uit het samenwonen met
andere bewoners die er bewust voor hebben gekozen om mensen in hun midden te hebben met een kwetsbare achtergrond. Zorg en ondersteuning In beginsel hebben jongeren in dit woonprofiel geen bijzondere ondersteuningsvraag. Op het moment dat deze jongeren toch (weer) behoefte hebben aan ondersteuning, dan is het buurtteam in eerste instantie de aangewezen partij om deze te bieden.
Het verhaal van Khadija (19) Khadija is een jonge vrouw van 19 jaar die sinds twee maanden verblijft bij crisisopvang De Dijk. Tot een half jaar geleden woonde ze bij haar ouders, maar na een aantal fikse ruzies was dat niet langer houdbaar. Ze vond een kamer via Marktplaats, maar toen de vrouw van wie zij onderhuurde de woning moest verlaten, stond ook zij op straat. Eerst heeft ze een aantal nachten bij een vriendin geslapen, maar daar kon ze niet lang blijven. Via de gemeente kwam ze terecht bij een hulpverlener van Stadsteam Back Up, die haar naar De Dijk heeft verwezen. Hier heeft ze een eigen kamer, en deelt ze een huiskamer en keuken met een aantal huisgenoten. Ze is blij met het feit dat ze een dak boven haar hoofd heeft, en een rustige plek heeft om te studeren: ze volgt een MBOopleiding voor tandartsassistente en werkt daarnaast in een tandartspraktijk. Gelukkig is de eigen bijdrage voor het wonen bij De Dijk laag: voor jongeren tot 21 jaar gaat het om €175 per maand. Daardoor lukt het haar om flink te sparen. Haar begeleider heeft haar laten weten dat ze, als ze €1.000 heeft gespaard, kan worden aangemeld voor een kamer of studio via Goeie Buur van SSH. In de
8 In dit profiel vallen uiteraard ook jongeren die niet ‘kwetsbaar’ zijn, in de zin dat ze
geen hulpverleningsgeschiedenis hebben. Deze jongeren vallen buiten de scope van dit onderzoek.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
12
tussentijd zoekt ze ook zelf naar woonruimte, bijvoorbeeld via Marktplaats. Het liefste wil ze namelijk een woning voor zichzelf, waar ze geen keuken hoeft te delen. Ze staat ook ingeschreven bij Woningnet, maar heeft weinig hoop dat dat haar verder helpt. Khadija realiseert zich dat ze haar wensenlijst beperkt moet houden, als ze kans wil maken op een woning. Ze heeft een voorkeur voor een studio met eigen voorzieningen, maar kan ook prima leven met een kamer. Antikraak wonen wil ze liever niet, omdat ze verwacht zich niet veilig te voelen in een leeg bedrijfspand. Maar een tijdelijke kamer in een pand dat op de nominatie gesloopt te worden, zou ze prima vinden – mits ze daarbij de garantie krijgt dat er vervolghuisvesting beschikbaar is op het moment dat de sloophamer daadwerkelijk gehanteerd gaat worden. Een woning delen met anderen is ook een optie, zolang ze een eigen deur heeft die ze kan afsluiten – privacy is heel belangrijk voor haar. Daarom wil ze ook graag weg bij De Dijk: het feit dat de begeleiders commentaar hebben als ze €30 ineens uitgeeft aan make-up, vindt ze irritant. Eigenlijk heeft ze haar zaakjes prima voor elkaar en kan ze goed voor zichzelf zorgen. Ze heeft alleen een dak boven haar hoofd nodig; liefst een plek waar ze kan blijven.
3.2 Woonprofiel 2: Regulier wonen met ondersteuningsvraag De jongeren en jongvolwassenen die vallen in dit woonprofiel, kunnen net als jongeren in profiel 1 zelfstandig wonen. Anders dan jongeren in profiel 1 hebben ze na hun verhuizing naar een eigen woonplek nog wél een ondersteuningsvraag. Het gaat over het algemeen om jongeren met wat zwaardere (psychische) problematiek dan bij profiel 1 het geval is, of om jongeren met een (licht) verstandelijke beperking die meer moeite hebben om hier mee om te gaan. Zij hebben hulp nodig bij het vinden van een goede
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
dagbesteding, het omgaan met geld en zich houden aan afspraken. Hun situatie is wel voldoende stabiel om toe te kunnen met individuele begeleiding of begeleiding vanuit het buurtteam die op afspraak komt. Deze jongeren komen vaker uit niet-gezinsgerichte jeugdhulp met verblijf, of hebben eerst een tijdje in een voorziening voor beschermd wonen gewoond. Ook een deel van de jongeren die uitstromen uit opvangvoorzieningen valt in deze groep. Woonbehoefte De woonbehoefte van jongeren in dit profiel is vergelijkbaar met die van jongeren in profiel 1. Afhankelijk van hun persoonlijke situatie kunnen zij in een kamer wonen (in een studentenhuis of elders) of in een studio of appartement. Projecten voor ‘gemengd wonen’ waar medebewoners er bewust voor kiezen om kwetsbare bewoners bij de hand te nemen, kunnen voor jongeren uit dit profiel ook een passende plek zijn. Zorg en ondersteuning Jongeren in dit woonprofiel die niet in staat zijn om hun hulpvraag uit te stellen, waarbij de hulp dus 24/7 bereikbaar moet zijn, kunnen in aanmerking komen voor een indicatie voor Beschermd Thuis. De meeste jongeren in dit woonprofiel zullen echter gebruik maken van individuele begeleiding, betaald vanuit de Wmo of de Jeugdwet. Na verloop van tijd kan de begeleiding worden afgeschaald; de jongere wordt in de meeste gevallen dan overgedragen aan het buurtteam voor een vinger aan de pols.
Het verhaal van Diana (22) Diana woont sinds driekwart jaar in een studio in een wooncomplex van SSH. Met ‘super lieve mensen’, die haar direct het gevoel gaven dat ze welkom was. Heel veel contact heeft ze niet met ze, maar dat heeft ook te maken met corona; de gemeenschappelijke keuken en huiskamer mijdt ze nu liever. Gelukkig heeft ze een kookgelegenheid in haar eigen studio.
13
Voordat ze hier kwam wonen, woonde ze in een voorziening voor beschermd wonen van Lister. Daarvoor woonde ze in een woongroep (jeugdzorg) en een kamertrainingscentrum, maar vanwege psychische problemen was ze er daarna nog niet toe aan om op zichzelf te gaan wonen. In de twee jaar dat ze beschermd woonde, kreeg ze persoonlijke begeleiding en hulp bij het organiseren van het huishouden en financiën. Mentaal kwam ze in stabieler vaarwater terecht en ze begon een MBO-opleiding. Toen ze merkte dat ze met haar begeleider geleidelijk aan alleen nog ‘gezellige gesprekjes’ had, kwamen ze samen tot de conclusie dat ze toe was aan een volgende stap. De stap richting Goeie Buur was snel gezet; ze stond weliswaar al ingeschreven als woningzoekende bij SSH, maar met haar inschrijfduur was ze nog lang niet aan de beurt. Bovendien sprak het idee van een ‘maatje’ haar wel aan: gedurende het eerste half jaar had ze wekelijks contact met een medebewoner die kon meekijken naar praktische zaken, maar vooral regelmatig even checkte of het allemaal goed ging. Voor de ‘serieuzere zaken’ krijgt ze nog altijd begeleiding van Lister. Diana realiseert zich dat ze veel geluk heeft gehad dat ze dankzij het project Goeie Buur zo snel aan een eigen studio kon komen.
Soms maakt ze zich wel zorgen over hoe het verder moet, als haar huurcontract na vijf jaar afloopt: zal haar inschrijfduur bij Woningnet dan voldoende blijken om een andere betaalbare woning te vinden?
3.3 Woonprofiel 3: Beschutte woonomgeving Jongeren en jongvolwassenen die vallen in dit woonprofiel, hebben behoefte aan een woonplek die meer beschutting biedt. Het gaat vaak om jongeren met een forse hulpverleningsgeschiedenis, waardoor zij meer tijd nodig hebben om uiteindelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Het samen wonen met anderen in een geclusterde woonvorm helpt hen om een gezond dagritme te behouden en activiteiten te ondernemen. Bovendien geeft het ze de zekerheid dat ze op iemand kunnen terugvallen als het even minder goed gaat.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
Woonbehoefte De beschutting van de woonomgeving kan verschillende vormen aannemen. Het kan gaan om een complex voor geclusterd begeleid wonen of kamertraining, waar alleen mensen wonen met een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte en waar regelmatig ondersteuning aanwezig is. Er zijn ook jongeren in dit profiel die liever op zichzelf willen wonen, maar wel in de nabijheid van een woonvorm of instelling (‘gespikkeld wonen’). Voor hen bestaat de ‘beschutting’ er uit dat er iemand in de buurt is waar zij op terug kunnen vallen als dat nodig is. Ook een kamer bij iemand die een oogje in het zeil houdt (Kamers met aandacht) kan een passende woonvorm zijn voor jongeren in dit profiel, al zal dit eerder worden ingezet voor jongeren in woonprofiel 2. Zorg en ondersteuning Voor de meeste jongeren in woonprofiel 3 geldt dat hun zorgvraag niet zwaar is en dat zij in principe hun hulpvraag goed kunnen uitstellen, maar de intensiteit van begeleiding kan nog wel hoog liggen. De begeleiding kan geboden worden door middel van individuele begeleiding bij complexere problematiek, waar een begeleider tijdens kantooruren aanwezig is en 24 uur oproepbaar is. Naast professionele begeleiding kunnen ook medebewoners en het netwerk in de buurt een rol spelen.
Sommige jongeren in woonprofiel 3 hebben echter ook een zwaardere ondersteuningsvraag en/of een behoefte aan onplanbare zorg (Beschermd Thuis), terwijl zij verder werken aan meer zelfstandigheid in het wonen. Ook kan geclusterde woonruimte in dit woonprofiel dienen als overbrugging in afwachting van zelfstandige woonruimte.
14
Het verhaal van Katja (18) Katja zit in haar eerste jaar van een HBO-studie verpleegkunde, maar heeft haar studie op een laag pitje gezet omdat het een tijdje niet zo goed met haar ging. Voor ze vijf jaar geleden in haar huidige gezinshuis terecht kwam, had ze al een lange geschiedenis van wonen in crisisplekken en pleeggezinnen en therapieën achter de rug. Ze kampt met PTSS als gevolg van haar problematische jeugd, heeft moeite om mensen te vertrouwen en heeft depressieve periodes gekend. In het huidige gezinshuis ging het de afgelopen jaren heel goed, maar in de coronatijd is het haar veel te druk in huis met 3 adoptiekinderen en 3 pleegkinderen die rondrennen, piano spelen en muziek luisteren. Ze heeft behoefte aan meer ruimte voor zichzelf, zodat ze meer rust in haar hoofd krijgt. Haar pleegmoeder opperde onlangs dat het misschien een goed idee zou zijn om een studio te huren in de buurt – zodat ze zich kan terugtrekken op een echt eigen plek, maar haar pleegouders ook een oogje in het zeil kunnen houden. Dat lijkt haar een heel fijn idee. Hoe die plek er uit zou moeten zien? ‘Al geef je me een Kliko! Als het maar een plekje is waar ik alleen kan zijn.’ Een studentenhuis is geen optie; te druk, te vies, te veel prikkels. Samenwonen met een paar anderen en de keuken delen zou wel kunnen, maar heeft niet haar voorkeur.
Haar pleegouders onderzoeken samen met Spoor030 wat de mogelijkheden zijn: kan ze een bijdrage krijgen in de woonlasten vanuit verlengde jeugdzorg? De zoektocht naar een geschikte plek laat ze voorlopig ook aan haar pleegouders – zelf heeft ze zo’n hectische periode achter de rug, dat haar hoofd daar voorlopig niet echt naar staat. Het verhaal van Benjamin (26) Benjamin woont sinds een paar maanden in een gemengd wonen project in Leidsche Rijn. ‘Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik hier de eerste keer kwam: van een kamertje van 4 bij 4 naar een heel huis voor mezelf! Echt super chill.’ Hij kampte jarenlang met een alcoholverslaving, maar heeft al enkele maanden niet meer gedronken. Het feit dat hij nu een stabiele woonplek heeft, is daar
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
belangrijk bij geweest, denkt hij zelf. Voordat hij hier kwam, woonde hij in verschillende opvanghuizen van de Tussenvoorziening. Ook daar had hij huisgenoten, maar die hadden een stuk minder positieve uitwerking op hem. Dat is anders bij zijn huidige woonplek; daar woont hij tussen medebewoners die hem verder kunnen helpen. Hij is heel blij met zijn ruime appartement en met het feit dat hij hier alles voor zichzelf heeft – daardoor kan hij ook zijn dochtertje van 4 ontvangen. De muren zijn nog kaal, maar hij voelt zich er helemaal thuis. Hij verheugt zich op de aankomende zomer; dan wil hij graag wat organiseren voor zijn medebewoners op het gezamenlijke terras. Begeleiding accepteren was een voorwaarde om deze woning te krijgen, en de woning staat voorlopig nog niet op zijn eigen naam. Voor Benjamin is het een geruststellende gedachte dat zijn begeleider van de Tussenvoorziening in hetzelfde complex kantoor houdt. ‘Ik kan daar zo binnenlopen als er wat is, en elke dinsdag gaan we wat drinken.’ Zijn begeleider heeft hem geholpen bij de verhuizing en bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor de inrichting. Hij zit hem soms achter de broek zodat hij afspraken nakomt, en kijkt ook mee met alle geldzaken – Benjamin heeft schulden en ‘houdt ervan om geld uit te geven aan onzindingen’.
Maar sinds hij werk heeft, heeft hij er alle vertrouwen in dat hij ook zijn geldzorgen op enig moment achter zich zal kunnen laten.
3.4 Woonprofiel 4: Beschermde woonomgeving Jongeren en jongvolwassenen in dit woonprofiel hebben behoefte aan een beschermde woonomgeving waar intensieve en/of onplanbare zorg geboden kan worden. Zij over het algemeen een forse hulpverleningsgeschiedenis. Soms is sprake van een (licht)verstandelijke beperking. Gedragsproblemen in combinatie met persoonlijke problematiek maakt ze kwetsbaar voor misbruik, criminaliteit of geweld. Voor een deel van de jongvolwassenen in dit profiel geldt overigens dat zij vóór hun 18e jaar nog geen zorgvraag hadden, maar dat na zij na die tijd dusdanige psychische problemen kregen dat, bijvoorbeeld na
15
een opname, een beschermde woonplek nodig was. Hieronder valt ook een groep jongvolwassen LVB’ers waarbij de problematiek pas na boven komt op het moment dat zij richting zelfstandigheid gaan of door een ander life event. Woonbehoefte Jongeren in dit profiel kunnen (nog) niet zelfstandig wonen. Zij zijn gebaat bij het wonen in een geclusterde woonvorm samen met anderen met een vergelijkbare achtergrond, zoals in een voorziening voor Beschermd wonen of een woonvorm van een Wlz-aanbieder. De zwaardere ondersteuningsvraag van jongeren in dit profiel brengt met zich mee dat projecten voor gemengd wonen en studentencomplexen minder geschikt zijn. Veel zorgaanbieders die Wlz-cliënten bedienen, bieden de mogelijkheid om wooncarrière te maken binnen hun aanbod: van groepswonen via kamertraining naar semi-zelfstandig wonen in een studio of appartement in een geclusterde woonvorm. Zorg en ondersteuning Jongeren in dit profiel hebben veel hulp nodig, die op erg wisselende momenten nodig kan zijn. Zij hebben daarom begeleiding nodig die 24 uur per dag aanwezig is. Dat betekent niet dat de begeleidingsvraag altijd even intensief is; soms gaat het zelfstandig leven een hele tijd goed en is weinig hulp nodig. Een vangnet is echter wel geboden. In voorzieningen voor Beschermd Wonen9 is 24/7 begeleiding aanwezig.
Een deel van de jongeren in dit profiel heeft, naar verwachting, ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig: zij krijgen daarom een Wlz-indicatie. Over het algemeen wonen jongeren met een Wlz-indicatie bij een zorgaanbieder.
Het is alleen mogelijk om een VG-indicatie voor de Wlz te krijgen als de verstandelijke beperking al voor het 18e levensjaar is vastgesteld. Is dat niet het geval, dan kunnen jongvolwassenen geen aanspraak maken op een indicatie en zijn ze voor ondersteuning dus aangewezen op de Wmo. Het verhaal van Jessica (28) Jessica woont sinds anderhalf jaar in een appartement in een geclusterde woonvorm in Driebergen, na een tijdje in een kamertrainingscentrum in Utrecht te hebben gewoond. Je zou het niet zeggen als je het appartement ziet, maar hier is sprake van ‘intramurale zorg’: het appartement is van een zorgaanbieder en de woonlasten worden betaald vanuit de Wlz. Jessica heeft een Wlz-indicatie vanwege haar verstandelijke beperking (VG3), maar kan behoorlijk zelfstandig functioneren: ze werkt in een supermarkt waar ze met haar auto naar toe rijdt, doet haar eigen boodschappen en kookt zelfstandig. Zelf beschrijft ze dat ze een ‘disharmonisch intelligentieprofiel’ heeft: ze is heel sociaal vaardig en goed in staat om te verwoorden wat ze wil en kan, maar daardoor overschatten mensen haar snel. Dingen moeten duidelijk zijn, anders wordt ze onrustig. Ze heeft dus een veilige haven nodig, zowel op haar werk als in haar woning. Eens per twee weken komt een begeleider bij haar langs. Daarnaast kan ze elk moment van de dag bellen met een begeleider, maar dat is bijna nooit nodig.
Er is een gezamenlijke woonkamer in het complex, waar ook elke dag iemand van de begeleiding aanwezig is, maar daar komt ze bijna nooit. Met de andere bewoners heeft ze eigenlijk niet zo veel. Dat was anders in het kamertrainingscentrum: daar woonden twee studenten – ‘toffe meiden, waarbij je jezelf kon zijn, en die het normale leven binnenbrachten’. Met hun hulp en die van de begeleiders klom ze uit de bijstand en vond werk. De stap naar een eigen appartement was daarna een heel logische. Ze is heel blij met
9 In dit onderzoek nemen we Beschermd Verblijf en Beschermd Wonen Bovenregionaal samen als
één totaalgroep: Beschermd Wonen. In zowel Beschermd Verblijf als Beschermd Wonen Bovenregionaal wordt namelijk zorg met verblijf geboden.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
16
de aparte slaapkamer – vooral omdat daardoor haar dochter van 9, die in een pleeggezin woont, af en toe kan komen logeren. Maar voor zichzelf zou ze graag terugverhuizen naar Utrecht: ‘Driebergen is toch maar een gat, hè.’
3.5 Eisen aan de woning Betaalbaarheid Voor jongeren in alle woonprofielen geldt dat betaalbaarheid van het wonen een essentieel punt is. Het feit dat jongeren tot 23 jaar alleen in aanmerking komen voor volledige huurtoeslag als zij een zelfstandige woning (eigen voordeur) huren met een lage huur (tot maximaal € 442,46), maakt hun kansen op de woningmarkt nog kleiner dan ze al zijn – er zijn immers maar weinig zelfstandige woningen in die prijsklasse. Jongeren tot en met 21 die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering hebben het nog lastiger, vanwege het lage niveau van de uitkering tot die leeftijd. Gezien de hoogte van de bijstandsuitkeringen voor 18-21-jarigen zijn zelfstandige woningen voor deze groep feitelijk niet toegankelijk. Gemeenten hebben de mogelijkheid om de uitkering aan te vullen met een woonkostentoeslag.
Op dezelfde manier geldt dat ‘gemengd wonen’ voor een deel van de doelgroep een zeer passende woonvorm is, maar niet voor iedereen. We hebben het dan over complexen met een mix van vragende en dragende bewoners (of ‘bewoners’ en ‘bewonerscoaches’). Een dergelijke opzet kan onderlinge hulp en betrokkenheid versterken, waardoor jongeren sneller hun weg weten te vinden en minder professionele hulp nodig is. Voor sommige jongeren is een rustiger, prikkelarme omgeving echter geschikter – zij hebben meer baat bij een zelfstandige woonruimte in een kleinschaliger setting.
Maatwerk Een goede match tussen vraag en aanbod op individueel niveau is altijd een kwestie van maatwerk. De gemeente Utrecht hanteert als uitgangspunt dat ook kwetsbare jongeren ‘zo gewoon mogelijk’ moeten wonen. In praktijk betekent dat dat zij, net als niet-kwetsbare jongeren, in principe in een kamer kunnen wonen. Dat is echter niet voor alle jongeren en jongvolwassenen de meest passende oplossing. Sommige jongeren zijn gevoelig voor prikkels (bijvoorbeeld vanwege autisme), anderen hebben doordat zij al jaren in een groep wonen een sterke voorkeur voor een eigen woonplek waar ze geen voorzieningen hoeven te delen.
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
17
4 Jaarlijkse vraag naar woonvormen
inschatting van de gewenste uitstroomrichting voor uitstromers vanuit verschillende woonsituaties.
De woonsituatie van jongeren en ook het ‘woonprofiel’ waarin zij vallen, is geen vast gegeven. Sommige jongeren krijgen op enig moment behoefte aan zwaardere ondersteuning, terwijl andere jongeren juist toe kunnen met lichtere ondersteuning. Uit de veranderende behoefte volgt soms alleen een andere begeleidingsvorm, maar dit kan ook aanzet geven tot een verhuizing. Soms is het niet zozeer de veranderende begeleidingsvraag, maar vooral een verandering in de woonbehoefte die aanleiding is om te verhuizen: bijvoorbeeld de wens om eigen voorzieningen te hebben of een frisse start te maken.
Tabel 4.1 toont in de eerste kolom de uitstroom in 2020 vanuit diverse verblijfssituaties. In de tabel zijn ook de dak- en thuisloze jongeren opgenomen die niet in de opvang zaten maar wel begeleiding kregen vanuit Stadsteam Back Up. De aantallen zijn gebaseerd op gegevens vanuit gemeentelijke registraties, aangevuld met informatie van Stadsteam Back Up. De volgende kolommen geven aan wat – op basis van deze aantallen en de inschatting die aanbieders hebben gemaakt van de verdeling over de woonprofielen – het benodigd aantal woonplekken is in de verschillende woonprofielen.
In dit hoofdstuk geven we aan wat de verwachte jaarlijkse vraag naar diverse woonvormen onder kwetsbare jongeren in Utrecht zal zijn. Om tot een beeld van de woningbehoefte te komen, staan we eerst stil bij de woonbehoefte van jongeren die uit- of doorstromen vanuit verblijfs- en opvanglocaties. Deze groepen jongeren beschikken bij het moment van uitstromen niet over woonruimte (faciliteren van uitstroom). Dit beeld vullen wij aan met het verwachte aantal jongeren met een urgente woonvraag vanuit situaties zonder verblijf; hierbij gaat het deels om preventie van instroom. Afsluitend benoemen we aandachtspunten voor diverse groepen kwetsbare jongeren.
Uit de tabel blijkt dat de behoefte aan woonruimte in woonprofiel 1 en 2 het grootst is (345 woonplekken). Een groot deel van de kwetsbare jongeren en jongvolwassenen heeft dus niet zo zeer behoefte aan zware of intensieve zorg binnen een beschermde of beschutte woonomgeving, maar behoefte aan goedkope woonruimte om zelfstandig te kunnen wonen in de wijk.
4.1 Uitstroomrichting onder kwetsbare jongeren Jongeren in verblijfs- en opvangvoorzieningen Aan zorgaanbieders is gevraagd om in te schatten welk woonprofiel het beste past bij de diverse groepen uitstromende jongeren en jongvolwassenen (uitstroomrichting). De inzichten van de verschillende aanbieders zijn gewogen op basis van het aantal cliënten dat zij begeleiden en leiden zo samen tot een
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
De overige groep kwetsbare jongeren is tamelijk evenwichtig verdeeld over woonprofiel 3 en woonprofiel 4. Bij woonprofiel 4 valt op dat er relatief veel vraag is vanuit de groep dak- en thuislozen; de doorstroom vanuit jeugdhulp met verblijf richting Beschermd Wonen blijkt redelijk beperkt. In woonprofiel 3 zien we een ‘bredere’ en aanzienlijke instroom van diverse groepen kwetsbare jongeren, zoals vanuit diverse vormen van jeugdhulp met verblijf, dak- en thuisloze jongeren en jongeren in Beschermd Wonen. Onder dit woonprofiel vallen concepten zoals het geclusterd begeleid wonen, kamertraining en fasehuizen. In voorkomende gevallen kan ook gespikkeld wonen (in de nabijheid van een zorgvoorziening) een passende woonvorm zijn voor jongeren in dit profiel.
18
Tabel 4.1: Uitstroom 2020 naar woonsituatie en gewenste uitstroomrichting van jongvolwassen die uitstromen (uit een verblijfsvoorziening of uit begeleiding) (afgerond op vijftallen) Woonprofiel 1 & 2 Woonprofiel 3 Woonprofiel 4 Uitstromers Zonder / met lichte Beschermd Kamertraining Geclusterd Beschermd Wonen voor Vanuit woonsituatie… naar --> in 2020 ondersteuningsThuis begeleid wonen wonen (Wmo) LVB/VG (Wlz)10 vraag (incl. BT) Gezinshuis Pleegzorg Niet-gezinsgerichte jeugdhulp met verblijf Dak- en thuislozen in opvang Dak- en thuislozen zonder vast adres Beschermd Wonen Geclusterd begeleid wonen (incl. BT) Jonge statushouders11 Totaal aantal jongeren
10 10
5 10
0 0
0 0
5 0
0 0
0 0
55
20
5
15
5
10
0
85 225 110 65 60 625
65 80 5 45 60 290
5 0 45 0 0 55
5 10 30 5 0 65
5 25 30 0 0 70
5 45 0 0 0 60
5 25 5 0 0 35
Overig Naar eigen netwerk 0 0 0 0 45 0 0 0 45
Bron: Gemeentelijke registratie Wmo & Jeugdwet (voor aantal uitstromers in 2020) en inventarisaties onder aanbieders (voor verdeling naar woonprofiel) Tabel 4.2: Uitstroom 2020 naar woonsituatie en gewenste uitstroomrichting van jongvolwassen die niet vanuit verblijfs- of opvanglocaties komen (afgerond op vijftallen)
Vanuit zorgsituatie… naar --> Niet in zorg / via buurtteam / afkomstig uit andere gemeente Individuele begeleiding vanuit Wmo of Jeugdwet Buurtteam MBO Totaal aantal jongeren
Uitstromers in 2020
Woonprofiel 1 & 2 Zonder / met lichte Beschermd ondersteuningsThuis vraag
Woonprofiel 3 Kamertraining Geclusterd begeleid wonen (incl. BT)
Woonprofiel 4 Beschermd Wonen voor wonen (Wmo) LVB/VG (Wlz)
Overig Naar eigen netwerk
100
0
65
0
0
35
0
0
15
0
5
0
0
10
0
0
14512 260
145 145
0 70
0 0
0 0
0 45
0 0
0 0
Bron: Gemeentelijke registratie Wmo & Jeugdwet (voor aantal uitstromers in 2020) en inventarisaties onder aanbieders (voor verdeling naar woonprofiel) 10 De aantallen die zijn opgenomen in deze tabel betreffen alleen de jongeren die
uitstromen uit één van de voorzieningen in de eerste kolom. Daarnaast stromen er ook jongeren en jongvolwassenen in Wlz-voorziening in vanuit de thuissituatie. Dat gaat om veel grotere aantallen; die cijfers zijn bij de gemeente echter niet bekend. 11 ‘Uitstroom’ gebaseerd op de jaarlijkse taakstelling. In praktijk is een hoger aantal wooneenheden nodig, om achterstanden weg te werken. 12 Excl. jongvolwassenen die worden doorverwezen naar Beschermd Wonen of Beschermd Thuis (om dubbeltellingen te voorkomen).
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
19
Jongeren met aanvullende begeleiding (zonder verblijf) Naast de groepen jongeren die uit- of doorstromen vanuit diverse woonvormen of worden begeleid door Stadsteam Back Up, zijn er ook andere groepen kwetsbare jongeren en jongvolwassenen met een (urgente) woonbehoefte, al dan niet in combinatie met een zorgvraag. In tabel 4.2 zetten we deze groepen uiteen. Wat opvalt, is dat er een relatief grote vraag is naar Beschermd Wonen en Beschermd Thuis vanuit de groep jongeren die niet vanuit een verblijfsvoorziening of opvangsituatie komen, en ook nog geen begeleiding ontvangen vanuit stadsteam Back Up, de (Utrechtse) Wmo en/of Jeugdwet. Uit de gemeentelijke registraties blijkt dat vanuit deze groep in 2020 ca. 45 jongvolwassenen zijn ingestroomd in Beschermd Wonen en ca. 65 in Beschermd Thuis. Het kan hier gaan om jongeren die eerder geen zware begeleidingsvraag hadden, omdat ze nog thuis bij hun ouders woonden; voor een deel gaat het waarschijnlijk ook om studenten die komen studeren in Utrecht en begeleiding nodig hebben vanwege autisme. Uit de gemeentelijke cijfers blijkt dat er ook een (relatief beperkte) instroom in Beschermd Wonen en Beschermd Thuis is vanuit de groep die eerder in Utrecht aanvullende (individuele) begeleiding ontving vanuit de Jeugdwet of vanuit de Wmo.
Een laatste voor dit onderzoek relevante groep betreft de jongeren die begeleiding ontvangen vanuit de buurtteams. Het buurtteam MBO (van Lokalis) is in dit verband het meest relevant, omdat zij een scherp beeld hebben van jongeren met urgente woningvraag, al dan niet in combinatie met problematiek op school. Lokalis geeft aan dat (in 2019) ca. 185 kwetsbare jongeren een urgente woningvraag hadden die niet in het eigen netwerk op te lossen was. Zij zien dat deze groep risico loopt om uit te vallen op school, dakloos te raken of af te glijden tot het punt waarop ze behoefte krijgen aan zwaardere zorg. Een oplossing voor de woonvraag zou dit wellicht kunnen
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
voorkomen, en daarmee instroom kunnen voorkomen. Het grootste deel van deze groep heeft volgens Lokalis behoefte aan reguliere woonruimte, al dan niet met ambulante begeleiding.
Totale jaarlijkse vraag naar woonvormen In de volgende tabel laten we zien hoe de jaarlijkse vraag naar woonvormen er uit ziet in twee varianten. In de eerste variant tellen wij de woonbehoefte van alle door- en uitstromende groepen jongeren mee; jongeren vanuit verblijfslocaties, dak- en thuislozen en jongeren die nog niet in zorg waren of ondersteuning krijgen via het buurtteam maar zich meldden voor beschermd wonen/beschermd thuis. In de twee variant tellen wij daar ook de jongeren bij Lokalis mee met een urgente woonvraag, die anders dreigen te escaleren in hun problematiek. Door te voorzien in deze woonbehoefte wordt de kans op instroom bij instellingszorg verkleint. Afhankelijk van de variant, komt de jaarlijkse woonbehoefte in woonprofiel 1 & 2 uit op 415 of 560 jongeren. Tabel 4.3: Verwachte jaarlijkse vraag naar woonvormen vanuit totale groep ‘kwetsbare jongeren en jongvolwassenen’ (afgerond op vijftallen) Woonbehoeft Woone excl. MBObehoefte incl. Woonprofiel team MBO-team Zonder / met 290 435 ondersteuning Woonprofiel 1 & 2 Beschermd Thuis 125 125 Kamertraining 65 65 Woonprofiel 3 Geclusterd begeleid 70 70 wonen (incl. BT) Woonprofiel 4 Beschermd wonen 105 105 (excl. Wlz) Bron: Inventarisaties bij aanbieders en gemeentelijke registratie Wmo & Jeugdwet
20
Passend woningtype bij woonprofielen 1 & 2 Om de woonbehoefte voor woonprofielen 1 & 2 concreter te maken, geven we hieronder een inschatting voor welke woningtypes gewenst zijn. Bij het bepalen of een kamer dan wel studio/appartement/woning het meest passend is, is de leeftijd (en daarmee samenhangend de levensfase) van de betrokkene een logisch vertrekpunt. Ook niet-kwetsbare jongeren gaan over het algemeen immers niet direct vanuit hun ouderlijk huis in een zelfstandige woning wonen. Voor de meeste jongeren tot 23 jaar is een kamer geschikt woningaanbod: dergelijke woonruimte is betaalbaar(der) en overzichtelijk. Voor jongeren van 23 jaar en ouder geldt dat zij doorgaans een hoger inkomen hebben, een beroep kunnen doen op huurtoeslag en vaker de wens hebben om zelfstandig te wonen. Op basis van deze leeftijdsgrens valt een eerste schifting te maken. Toch zijn er situaties denkbaar waarin een zelfstandige woning, in de vorm van een studio of appartement, wel degelijk de best passende oplossing is voor een deel van de jongeren onder de 23 jaar. Dat geldt voor de meeste statushouders (zie volgende paragraaf). Ook uitstromers vanuit jeugdzorginstellingen hebben vaak behoefte aan een woonplek met eigen voorzieningen, vanwege het feit dat zij hun leven lang al in groepen hebben gewoond.
Er zijn ook uitstromers die vanwege de aard van hun problematiek behoefte hebben aan een plek met weinig prikkels (bijvoorbeeld vanwege autisme) en daarom liever geen voorzieningen willen delen. Bij de inschatting houden we rekening met bovengenoemde uitzonderingsituaties. In 2020 had circa 50% van de door- en uitstromende jongeren in woonprofiel 1 en 2 een leeftijd tot 23 jaar, en circa 50% jongeren een leeftijd van 23 jaar of hoger. Rekening houdend met het aantal jongeren in uitzonderingssituaties (ca. 65), schatten wij in dat er circa 145 kamers nodig zijn en 270 zelfstandige wooneenheden zoals studio’s of kleine appartementen. Indien we alle jongeren in deze woonprofielen meetellen, inclusief de jongeren met een
344.103 | Huisvesting kwetsbare jongeren en jongvolwassenen
urgente woonvraag die bij het buurtteam MBO in beeld zijn, dan zijn er circa 290 kamers nodig en 270 zelfstandige wooneenheden zoals studio’s of kleine appartementen.
4.2 Specifieke aandachtspunten per doelgroep De woonbehoefte van jonge statushouders en ex-gedetineerden kent specifieke aandachtspunten. Hieronder zetten wij deze punten uiteen. Jonge statushouders Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders, op basis van een taakstelling die landelijk aan elke gemeente wordt opgelegd. In de afgelopen jaren hebben de meeste gemeenten een achterstand opgebouwd; de gemeente Utrecht vormt hierop geen uitzondering. Om deze achterstanden in te kunnen lopen, is dus een hoger aantal wooneenheden nodig dan in tabel 4.1 voor deze groep is vermeld. Ter indicatie: de totale taakstelling voor het jaar 2021 betreft voor Utrecht 497 personen; om de achterstanden in te lopen moet de gemeente dit jaar echter 576 personen huisvesten. Het komt sporadisch voor dat bij jonge alleenstaande statushouders via een sociaal medisch advies wordt bepaald dat een vorm van begeleid wonen nodig is (kamertraining of geclusterd wonen met beschermd thuis). Het leeuwendeel van deze jongeren kan na uitstroom zelfstandig wonen – waarbij de voorkeur vaak uitgaat naar een woning zonder gedeelde voorzieningen. Dat heeft te maken met taal- en communicatieproblemen, maar ook met het feit dat in veel landen van herkomst een woonvorm zoals een studentenhuis niet bestaat.
Dat zorgt bij veel jonge statushouders voor wantrouwen of angst ten opzichte van medebewoners, ook als zij afkomstig zijn uit hetzelfde land of dezelfde cultuur. Een derde reden is dat bij jonge statushouders vaak al eerder dan bij
21
Nederlandse jongeren sprake is van relatie- en gezinsvorming, hetgeen vaak niet passend is in een gedeelde woning. Een belangrijk aandachtspunt betreft de begeleiding voor deze groep. Het betreft jongeren wiens ouders niet in Nederland verblijven, en ook daarnaast ontbreekt het hen vaak aan een steunend netwerk. Mede daarom is – zeker tot een leeftijd van 21 jaar – vaak begeleiding nodig bij zaken als financiën en administratie. Voldoende en passende begeleiding is een belangrijke randvoorwaarde om huisvesting in bijvoorbeeld een studentencomplex succesvol te laten zijn.
verstandelijke beperking hebben een goede stut- en steunstructuur nodig om te voorkomen dat ze opnieuw de fout in gaan. Het is ook belangrijk om zorgvuldig te kijken naar de locatie: een plek met weinig prikkels en verleidingen is uit dit oogpunt vaak geschikter dan het centrum van de stad. MBO-studenten Vanuit het MBO-team van Lokalis is aangegeven dat jongeren die een MBOopleiding volgen, zich vaak minder thuis voelen in een complex met HBO- en WO-studenten. Zij vinden hier niet de gewenste aansluiting. Dat geldt zeker voor jongeren die geen opleiding volgen.
Ex-gedetineerden In de tabellen in de voorgaande paragrafen is de groep ex-gedetineerden niet apart vermeld. Een deel van de ex-gedetineerden heeft behoefte aan een plek in Beschermd Wonen: jaarlijks stromen er 70 tot 150 ex-gedetineerden (van alle leeftijden) door naar Beschermd Wonen in Utrecht (betaald vanuit de Wmo of een IFZO-indicatie). Voor zover het ‘Wmo-plekken’ voor jongvolwassenen betreft zijn deze al meegeteld in de tabellen in de vorige paragrafen. Jongvolwassenen met een IFZO-indicatie (forensische titel) die behoefte hebben aan een BW-plek, zijn hier nog niet in meegeteld – maar zoals gezegd is op dit moment niet aan te geven om hoeveel mensen dat gaat. Hoewel de aantallen dus niet exact aan te geven zijn, is wel duidelijk dat de groep jongvolwassen ex-gedetineerden speciale aandacht behoeft. Vaak is sprake van een licht verstandelijke beperking, in combinatie met middelengebruik. Dat maakt dat ze niet geschikt zijn voor gemengd-wonen projecten. Zij voldoen ook niet altijd aan de voorwaarden voor dergelijke woningen, zoals het hebben van een dagbesteding. Ook middelengebruik geldt voor als contra-indicatie. Het is daardoor lastig om een geschikte plek te vinden voor deze jongeren en jongvolwassenen. Zeker jongeren met een licht