CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omloop, Laan van Chartroise_Toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 2 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Omloop, Laan van Chartroise30.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit betekent dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan. Binnen de dynamische zone geldt een dieptebeperking voor het doorboren van de scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket op een diepte van circa 50 meter. Bodemenergiesystemen mogen alleen aangelegd worden in het eerste watervoerend pakket. De ondergrond biedt kansen voor duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, parkeerkelders). Bij plannen voor benutting van de ondergrond wordt geadviseerd het ondergronds bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

45

ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds gebruik geen belemmering of nadelige beïnvloeding op elkaar heeft. Conclusie Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt dat de bodem op de locatie licht tot matig verontreinigd is. Na sloop van de opstallen moet een aanvullend onderzoek worden gedaan ter plaatse van de gesloopte opstallen en ter plaatse van de gedempte watergangen. Vooralsnog bestaat ten aanzien van de bodemkwaliteit geen belemmering voor de toekomstige bestemming.

5.9

Natuurbescherming

Kader Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van (wijzigingen in) een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. Nota Utrechtse soortenlijst In de voormalige Flora- en faunawet werden soorten beschermd die niet meer beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Hieronder vallen diverse kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn. Deze soorten zijn in de Utrechtse soortenlijst genoemd. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden. Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. De Utrechtse Soortenlijst en overige informatie is te vinden op de gemeentelijke website onder Groenbeleid. https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie /groen/2018-Nota-Utrechtse-Soortenlijst.pdf

Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Bij het opstellen van een bestemmingsplan wordt door middel van een zogenaamde 'voortoets' bekeken of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt. Een passende beoordeling moet worden gemaakt als de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan significante gevolgen heeft voor een of meerdere Natura 2000-gebieden (al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten). Het bestemmingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Als er een passende beoordeling nodig is, geldt er ook een plan-merplicht (artikel 7.2a Wet milieubeheer (Wm)). Als het plan een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor al eerder een passende beoordeling is gemaakt, hoeft er niet opnieuw een passende beoordeling te worden gemaakt (voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren over de significante gevolgen ervan). Nationaal Natuur Netwerk (v.m. EHS) en Groene Contour In de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (artikel 6.1 en verder) zijn regels vastgelegd 4 6 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

waar (afwijkingen van) bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Plangebied Beschermde dier- en plantsoorten Er is een nader onderzoek (dd. 6 november 2017) uitgevoerd voor het plangebied (deelgebieden 1 t/m 4) (zie hiervoor bijlage 10). Voor de aangetroffen beschermde verblijfplaatsen is een ontheffing Wet natuurbescherming verleend voor de deelgebieden 1, 2 en 3 voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De looptijd van de ontheffing is echter niet toereikend voor het gehele proces. Voor een (nieuwe) ontheffing is het onderzoek uit 2017 te oud. Daarom is er een nader onderzoek uitgevoerd (dd. 21 september 2021, zie bijlage 23) voor de deelgebieden 2, 3 en 4. Uit de onderzoeken komt het volgende met betrekking tot beschermde planten en dieren naar voren: Planten Er zijn geen groeiplaatsen van wettelijk beschermde planten in het plangebied aangetroffen. Wel is het mogelijk dat de beschermde gele helmbloem wordt aangetroffen in het gebied. Vogels In 2017 zijn er 13 territoria (nesten) van de huismus in deelgebied 2 en 4 aangetroffen. De nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. In 2021 zijn er 35 territoria (nesten) van de huismus in de projectwoningen in de deelgebieden 2, 3 en 4 vastgesteld. Deze toename kan veroorzaakt zijn door de transitie van de gebouwen aan de Nijenoord (meer ruigte en open zand).

Ook de verandering van reguliere huur naar tijdelijke bewoning in combinatie met een lager onderhoudsniveau van de gebouwen kan hier een rol in spelen. Doordat vegetatie zich kan uitbreiden en tuinen 'verwilderen' krijgen huismussen meer leefgebied. In het plangebied van de Omloop, Laan van Chartroise zelf zijn geen nesten van de gierzwaluw aangetroffen. Nesten van de gierzwaluwen zijn ook jaarrond beschermd. Hoog boven het onderzoeksgebied foerageerden wel tot 50 gierzwaluwen. Laagvliegende gierzwaluwen waren zeldzaam in het plangebied. De waarnemingen uit 2021 komen overeen met het onderzoek uit 2021. Daarnaast is van belang dat er afhankelijk van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd rekening gehouden wordt met broedende vogels (met name de merel, spreeuw, mezen en kauw). Tijdens het onderzoek in 2021 zijn onder andere kauwen, eksters en houtduiven aangetroffen. Er mogen geen verstorende werkzaamheden uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen (indicatief van half maart tot half augustus). Nestplaatsen moeten vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt zijn. Vleermuizen Tijdens het onderzoek in 2017 zijn in de ruime omgeving van het onderzoeksgebied de volgende vleermuissoorten vastgesteld: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis.

In 2021 zijn tijdens het onderzoek in de ruime omgeving van het studiegebied de volgende vleermuissoorten vastgesteld: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. In het plangebied zijn in 2017 twee zomerverblijfplaatsen (één in deelgebied 2 en één in deelgebied 1) en één mogelijke zomerverblijfplaatsen (in deelgebied 2) van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. In 2021 is één mogelijke zomerverblijfplaats in deelgebied 2 en zijn vijf paarterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in de deelgebieden 2, 3 en 4. Vergeleken met de waarnemingen die in 2017 zijn gedaan, zijn de paarterritoria grotendeels op dezelfde plekken aangetroffen. Alleen aan de noordzijde van de Laan van Chartroise zijn nu twee paarterritoria aangetroffen, waar in 2017 geen activiteit was. Omdat sinds het onderzoek in 2017 er al werkzaamheden hebben plaatsgevonden aan de woningen van deelgebied 1 en er verspreid over de omgeving tijdelijke mitigatie (muurschalen) zijn aangebracht, is het niet verwonderlijk dat er verblijfplaatsen verschoven zijn. Voor de overige vleermuizen die in het onderzoeksgebied zijn waargenomen geldt dat verblijfplaatsen binnen het plangebied/de woningen zijn uitgesloten of niet zijn vastgesteld. Grondgebonden zoogdieren Er zijn tijdens het onderzoek in 2017 en 2021 geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied aangetroffen.

Voor algemene grondgebonden zoogdieren geldt dat er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden maatregelen genomen moeten worden om het doden van de dieren zo veel mogelijk te voorkomen (zorgplicht). Een voorbeeld hiervan is het hanteren van één vaste werkrichting bij het verwijderen van de vegetatie, waardoor de dieren de kans krijgen voor de werkzaamheden uit te vluchten. Soortenontheffing Op 25 januari 2019 hebben Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming afgegeven (zie bijlage 11). De verleende ontheffing heeft betrekking bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

47

op de gierzwaluw, huismus en de gewone dwergvleermuis. De ontheffing heeft een looptijd t/m 31 december 2021 en heeft betrekking op de deelgebieden 1, 2 en 3. Voor deelgebied 3 is waarschijnlijk een nieuwe ontheffing nodig van de Wet natuurbescherming voor de huismus en gewone dwergvleermuis, omdat de ontheffing die loopt tot en met 31 december 2021 waarschijnlijk niet toereikend is. Voor deelgebied 4 is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de huismus en gewone dwergvleermuis. Het is aannemelijk dat deze ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend kan worden door Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht. Utrechtse soortenlijst Daarnaast is er een quickscan (dd. 1 maart 2021) uitgevoerd waarin de Utrechtse soorten in het plangebied beschreven zijn (zie bijlage 12). De volgende soorten van de Utrechtse soortenlijst zijn in of nabij het studiegebied bekend: merel, egel, kleine water salamander en gele helmbloem. Tijdens het onderzoek uit 2021 is op een stenen muurtje op de erfafscheiding van de Vijgeboomstraat 3 de tongvaren aangetroffen. De werkzaamheden kunnen niet op een andere manier worden uitgevoerd om nadelige gevolgen te voorkomen of te minimaliseren. Daarom wordt het leefgebied gecompenseerd door in de nieuw te ontwikkelen groene ruimte rond het gebied een geschikte muur op een schaduwrijke, vochtige plek te maken.

Er wordt gedacht aan een muur van minimaal 3 meter breed en minimaal 50 cm hoog. De muur wordt gevoegd met kalkrijke (zachte) mortel. De huidige groeiplaats wordt veilig gesteld door stukken muur uit te nemen en die bij de adviserende ecologen onder te brengen, zodat de tongvaren in de nieuw situatie herplaatst kan worden. Voor de Utrechtse soorten wordt invulling gegeven aan de zorgplicht door: de verblijfplaatsen ongeschikt te maken in de minst kritische periode (half augustus tot half oktober); voorafgaande aan de sloop en het verwijderen van het huidige groen wordt een schouw uitgevoerd door een ecoloog, die de werkzaamheden begeleid waar nodig. Daarnaast voorziet het nieuwbouwplan in een aantal specifieke maatregelen voor de Utrechtse soorten. In plaats van enkel kleine postzegeltuintjes worden grotere aaneengesloten tuinen gemaakt die aansluiten op privé tuintjes van de bewoners op de begane grond. Het gaat hierbij om thematuinen zoals een voedseltuin, ecologische tuin en een klimaattuin. Door de grotere eenheden collectieve binnentuinen zijn er straks zowel bomen en kleine bosschages als ruigte en bloemrijk kort gras in het gebied aanwezig. Hiermee worden de nu aangetroffen soorten van de Utrechtse soortenlijst gefaciliteerd.

Elementen die hierbij gebruikt worden zijn: gemengde hagen (van onder andere 1,5 meter hoog) voor de egel, kleine watersalamander en vogels; een wadi met Utrechtse plantensoorten zoals grote kattenstaart; aanplant van enkele geschikte bomen voor vogels, zoals de lijsterbes en meidoorn; pergola's met verschillende klimplanten voor vogels; een robuuste, dekking biedende takkenril voor soorten zoals de kleine watersalamander en egel; aanbrengen borders met nectarplanten (zoals campanula's) voor diverse insecten, die weer voedsel vormen voor o.a. vogels en soorten van de Utrechtse soortenlijst; een deel van het geplande groen komt in plaats van verharding (bijvoorbeeld een wadi in deelgebied 1). Diervriendelijk bouwen Er komen grotere collectieve binnentuinen (elk deelgebied krijgt een ecologische-, voedsel- of klimaattuin) en kleinere privétuinen, zodat het groen in de collectieve tuinen geborgd kan worden door Mitros. In de collectieve tuinen worden bomen, planten, grassen en struiken geplant die een habitat vormen voor dieren, insecten en vogels. In de nieuwbouw worden voorzieningen getroffen voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. In de nieuwbouw komt daarnaast een galerij waarbij delen begroeid worden met klimplanten.

Beschermde gebieden Er is getoetst in hoeverre de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen beschermde gebieden beïnvloedt of daar negatieve effecten op heeft. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is Oostelijke Vechtplassen, dat op 4 kilometer afstand van het plangebied ligt. Uit een berekening met de AERIUS tool blijkt dat de stikstofbijdrage voor de gebruiksfase 0,0 mol/hectare/jaar is. Voor de aanlegfase volgt uit de AERIUS berekening een maximale depositie van 0,01 mol/hectare/jaar op het nabijgelegen Natura-gebied, voor het maatgevende jaar (2023) met gebruik van STAGE klasse-IV-werktuigen (zie bijlage 13). Mobiele werktuigen en ander materiaal die tijdelijk stikstofemissie veroorzaken worden verspreid over Nederland, telkens opnieuw ingezet voor 4 8 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

verschillende projecten. Het zijn bestaande bronnen die al sinds de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden onderdeel uitmaken van de achtergrondpositie (de emissie veroorzaakt door dit materieel is bovendien gedurende de jaren steeds lager geworden als gevolg van het steeds schoner worden van motoren). Het inzetten van dit materieel op een nieuwe locatie in Nederland kan op zichtzelf tot een minieme lokale tijdelijke depositieverhoging leiden. Een beperkte tijdelijke toename van 0,01 mol/hectare/jaar, kan echter nooit van invloed zijn op de omvang en ruimtelijke verdeling van depositiedeken als gevolg van de jaarlijkse inzet van al het zich in Nederland bevindende materieel. Het kan daarmee geen negatieve gevolgen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Bovendien hebben Rijk en provincies in 2020 een beleidslijn afgesproken dat projecten met tijdelijke stikstofdeposities van transport en mobiele werktuigen in de aanlegfase kleiner of gelijk aan 0,05 mol/hectare/jaar gedurende maximaal 2 jaar niet vergunningplichting zijn voor de Wet natuurbescherming wanneer in de gebruiksfase de depositie < 0,00 mol/hectare/jaar is. Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-sloop en eenmalige aanlegactiviteiten.

Hierdoor speelt in het vergunningstraject voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol. Hierbij is wel van belang dat zo schoon mogelijk materieel wordt toegepast. Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Directe effecten of het NNN zijn uit te sluiten en het toetsingskader van het NNN is niet van toepassing. Stedelijke groenstructuur De Laan van Chartroise en Omloop zijn (net als de rest van de stemvork) aangewezen als '(wenselijke) verbindingen 2007' in de visie op de stedelijke groenstructuur Utrecht 2030. Dit is vanwege de bomenrij die onderdeel uitmaakt van "de Stemvork" een herkenbare verbinding tussen de As van Berlage in Zuilen en de binnenstad. De bomen zijn hier een belangrijk onderdeel van het wegenpatroon en zorgen voor eenheid en continuïteit van de 2 km lange as naar het centrum toe. De bomen zorgen voor eenheid in de gehele as, terwijl de achterliggende bouwblokken divers zijn. Dit betekent dat bij ontwikkelingen of veranderingen extra aandacht voor het behoud van de continuïteit en verbetering van de staat van deze bomenrij nodig is. Hierbij wordt verwezen naar de bomenparagraaf in 5.8. De (brede) middenberm gelegen aan de Anton Geesinkstraat (deze maakt deels onderdeel uit van het plangebied) wordt gezien als 'uitbreiding op de groenstructuur van 2007'.

Dit betekent dat de kwaliteit van dit groen behouden, dan wel verder ontwikkeld moet worden. Deze middenberm blijft onaangetast.

Het plangebied in de Groenstructuurvisie Conclusie Natuurbescherming vormt geen belemmering om dit bestemmingsplan vast te stellen.

5.10 Bomen Kader Volgens de nota 'Bomenbeleid Utrecht 2009' is bij ruimtelijke plannen een 'Bomenparagraaf' noodzakelijk. Hierin moet een uitspraak gedaan te worden over de wijze waarop rekening wordt gehouden met het belang van de bomen. Plangebied bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

49

Er is een bomeninventarisatie (zie bijlage 14) uitgevoerd van de bomen die in het plangebied aanwezig zijn. Het doel van deze inventarisatie is het in beeld brengen of de aanwezige bomen kunnen worden ingepast in de herontwikkeling. Ook geeft de inventarisatie inzicht over de noodzaak van een eventuele omgevingsvergunning. Langs de Laan van Chartroise en de Omloop staan bomen in boomspiegels langs de rijbaan. Deze bomenrijen maken onderdeel uit van de stedelijke groenstructuur. Ook in de tuinen achter de woningen staan bomen. Hier bevinden zich met name 'zaailingen', niet geplant groen dat uiteindelijk een grote boom is geworden. In totaal staan er 118 bomen in het plangebied. Naast de locatiegegevens zijn gegevens over de omvang van de stam en de conditie van de bomen verzameld. Bijna alle bomen waren tijdens het veldbezoek in goede conditie. De meeste bomen hadden over het algemeen een goed ontwikkelde kroon, een goede groei en geen ziektes of aantastingen. Er zijn vier bomen met scheuren in de stam geconstateerd. Verder zijn bij twee bomen zwammen in de stam vastgesteld. Bij deze bomen is de conditie als matig beoordeeld.

Alle bomen in het plangebied Vervolgens is er een verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 15). Dit was een bovengronds onderzoek. Wanneer een boom niet verplantbaar is, dan komt dat door één van onderstaande oorzaken: soortspecifieke eigenschappen: dit betekent dat de boom naar zijn aard niet verplantbaar is; inspectieresultaten: dit houdt in dat uit het onderzoek naar voren is gekomen dat de boom niet verplantbaar is vanwege de conditie van de boom; standplaats: in dit geval is de boom niet verplantbaar vanwege de vergroeiingen van de wortels van de boom in putten, schuren etc. of dat de boom dusdanig onhandig boven kabels en leidingen staat, dat het deugdelijk weghalen van deze boom met overlevingskans niet mogelijk 5 0 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

is. Het groen (behalve de bomen) dat niet behouden kan blijven wordt beschikbaar gesteld aan buurtbewoners. Van de 118 bomen die zich in het plangebied bevinden zijn er 79 omgevingsvergunningplichtig. Van deze 79 bomen zijn er 37 in eigendom bij de gemeente en 42 zijn van Mitros. Omdat 39 bomen een dwarsdoorsnede van de stam van minder dan 15 cm hebben op 1,3 meter boven het maaiveld, zijn deze niet omgevingsvergunningplichtig. De omvang van de omgevingsvergunningplichtige bomen is als volgt: 26 bomen hebben een stamdikte op borsthoogte van tussen de 15-20 cm; 24 bomen hebben een stamdikte op borsthoogte van tussen de 21-30 cm; 23 bomen hebben een stamdikte op borsthoogte van tussen de 31-40 cm; 5 bomen hebben een stamdikte op borsthoogte van tussen de 41-50 cm; 1 boom heeft een stamdikte van 60 cm.

Omgevingsvergunningplichtige bomen (groene bolletjes) binnen de deelgebieden

Deelgebied 1 In deelgebied 1 staan op het binnenterrein (van Mitros: boomnummers 64 t/m 69 en 101, 103 en 104) en aan de voorzijde (van gemeente: boomnummers 21 en 28, die onderdeel uitmaken van de bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

51

stedelijke groenstructuur en van Mitros boomnummers 23 en 31) bomen die niet behouden kunnen blijven. De bomen die in het binnenterrein staan kunnen niet blijven staan vanwege de footprint van het nieuwe gebouw en vanwege de herinrichting van de binnentuin. De bomen aan de voorzijde van deelgebied 1 kunnen niet op de huidige locatie blijven staan vanwege de sloopwerkzaamheden en de footprint van het nieuwe gebouw. Van de 13 bomen die niet behouden kunnen blijven, zijn 4 bomen verplantbaar. Gezien de gefaseerde bouw kunnen de 4 verplantbare bomen uit deelgebied 1 waarschijnlijk niet binnen het plangebied geplant worden. In de nieuwe situatie komen er ten opzichte van omgevingsvergunningplichte bomen 2 extra bomen terug binnen deelgebied 1 (in het binnengebied). De twee bomen aan de voorzijde die onderdeel uitmaken van de stedelijke groenstructuur worden vervangen voor een boom op dezelfde locatie. De collectieve tuin wordt als klimaattuin ingericht. Deelgebied 2 Op het binnenterrein kunnen bij deelgebied 2 de bomen met boomnummers 57, 59, 61, 76, 77, 78, 80, 84, 86 en 87 niet behouden blijven, vanwege de herinrichting hiervan als collectieve tuin. Doordat de footprint van het bouwblok groter wordt kunnen de bomen met boomnummers 56, 63, 89 en 97 niet op de huidige plek blijven staan. Van de 14 bomen die niet op de huidige plek kunnen blijven staan, kan 1 boom verplant worden.

Op dit moment is nog niet duidelijk waar deze boom in het plangebied terecht komt (dit hangt af van waar er ruimte is van tijde van de verwijdering van deze boom). In de nieuwe situatie zullen er 8 bomen herplant worden in het binnenterrein. De collectieve tuin wordt als klimaattuin ingericht. Daarnaast worden er voor de eengezinswoningen 3 bomen geplant. Doordat er vanuit de binnentuin gesloopt en gebouwd wordt, kunnen alle bomen aan de voorzijde behouden blijven. Deelgebied 3 De bomen met de boomnummers 53, 54, 112 t/m 115, 117 en 118 die op het binnenterrein van deelgebied 3 staan kunnen niet behouden blijven vanwege de herinrichting van het binnenterrein als collectieve tuin en de gewijzigde footprint van het nieuwe gebouw. Deze bomen zijn niet verplantbaar. Er komen in het binnenterrein in de nieuwe situatie 6 bomen terug. De collectieve tuin wordt ingericht als een ecologische tuin. Aan de voorzijde staan bomen die in eigendom zijn van de gemeente Utrecht. Dit is een rij van 12 bomen, waarvan 11 bomen omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze bomen kunnen niet blijven staan, omdat de bouwwerkzaamheden bij deelgebied 3 vanaf de voorzijde van het bouwblok plaats moeten vinden. Omdat het bouwblok zo strak in de wijk ligt is het niet mogelijk om de sloop- en bouwwerkzaamheden vanaf de achterzijde te laten plaatsvinden.

Daarnaast bevinden zich in de nabijheid van dit bouwblok een slager en bakker, dat publiek aantrekt. De bomen aan de voorzijde kunnen tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden niet blijven staan vanwege de veiligheid van de bouwvakkers en het publiek (door de bomen kunnen zij in een dode hoek belanden) en de inrichting van het bouwterrein. Het verplanten van deze bomen lijkt een goede optie. Doordat de bomen slechts één keer verplant kunnen worden, is het niet mogelijk om de Hollandse Lindes nadat de werkzaamheden voltooid zijn weer terug te planten op dezelfde locatie. Daarom zullen er aan de voorzijde nieuwe bomen geplant worden, waardoor de bomenrij die onderdeel uitmaakt van de stedelijke groenstructuur weer terugkomt. De 12 Hollandse Lindes worden -indien mogelijk- binnen het plangebied verplant. Of dit mogelijk is hangt onder andere af van of de wortels niet volledig begroeid zijn met kabels en leidingen. Deelgebied 4 Bij deelgebied 4 kunnen de bomen met boomnummers 13 t/m 19, 70 en 73 niet op de huidige locatie behouden blijven, vanwege de herinrichting van het binnenterrein dat ingericht wordt als collectieve voedseltuin en vanwege de nieuwe footprint van het gebouw. Van deze 9 bomen is er geen één verplantbaar. Er komen in de nieuwe situatie 12 bomen terug in het binnenterrein.

Herprofilering Omloop In de bestaande situatie zijn bij de woningen aan de oostkant van de Omloop geen voortuinen aanwezig. Ook staat hier geen bomenrij in de stoep. Op termijn vindt er een herprofilering van de Omloop plaats. Er worden dan voortuinen aan de Omloop aan de oostzijde toegevoegd en een bomenrij van circa 13 bomen. Hierdoor wordt de stedelijke groenstructuur van de Omloop gecontinueerd en verbeterd. Conclusie In het plangebied staan 118 bomen. Hiervan zijn er 79 vergunningplichtig. Van de 79 vergunningplichtige bomen kunnen 55 bomen niet op de huidige locatie behouden blijven. Dit zijn 42 bomen die in eigendom zijn bij Mitros en 13 gemeentelijke bomen. Van deze 55 bomen zijn er waarschijnlijk 16 verplantbaar. Deze 16 bomen worden zoveel mogelijk binnen het plangebied verplant. In de nieuwe situatie worden er minimaal 55 bomen binnen het plangebied teruggeplant met een stammaat van circa 10-15 cm diameter. Na de herprofilering van de Omloop worden er aan de Omloop nog circa 13 bomen extra toegevoegd.

5 2 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

5.11 Water Kader Door ruimtelijke ontwikkelingen kan het functioneren van het watersysteem onder druk komen te staan. Het doel van de 'Watertoets' is het waarborgen van water gerelateerd beleid en water gerelateerde beheeraspecten door ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig en evenwichtig te toetsen aan de relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten wettelijk voorzien zijn van een 'Waterparagraaf', een ruimtelijke onderbouwing van de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie. Met de watertoets worden de waterhuishoudkundige gevolgen van plannen vroegtijdig inzichtelijk gemaakt, de afwegingen expliciet en toetsbaar vastgelegd en in het wateradvies van de waterbeheerders opgenomen. Door afstemming met de waterbeheerder wordt voorkomen dat door een ruimtelijke ontwikkeling de kansen voor de waterhuishouding niet worden benut en de bedreigingen niet worden herkend. Door de bestaande (geo)hydrologische situatie en randvoorwaarden, de geplande ontwikkeling en de ruimtelijke consequenties ten aanzien van de waterhuishouding te analyseren, kan het streven naar een duurzaam en robuust watersysteem tijdig in het ontwerpproces worden geïntegreerd. Plangebied Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het dichtstbijzijnde water is de Vecht. Deze loopt ten noordoosten van het plangebied.

Het plangebied ligt in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, maar de Vecht maakt onderdeel uit van het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Grondwater Met behulp van gegevens uit het Dinoloket is gekeken naar de grondwaterstanden in het plangebied. Aan de Laan van Chartroise, ten oosten van het plangebied zijn peilbuisgegevens bekend van de periode 1963 – 2011. Het grondwater ligt -op basis van deze peilbuis- ongeveer 1,25 tot 2,25 m onder het maaiveld1. De bodem bestaat uit een kleiige toplaag van 2 tot 3 m dikte op een zandpakket2. De bovenste laag is veelal (grof) zand. De dikte van deze laag varieert tussen grofweg 0,5 en 1,5 m. Het gemiddelde maaiveld is volgens de AHN2 1,71 m t.o.v. NAP De regionale geohydrologische gegevens zijn als volgt: 4. droge periode, gemiddelde lage grondwaterstand (GLG) = 2,13- m t.o.v. maaiveld; 5. gemiddeld periode, gemiddelde grondwaterstand (GGG) = 1,67- m t.o.v. maaiveld; 6. natte periode, gemiddelde hoge grondwaterstand (GHG) = 1,47- m t.o.v. maaiveld. (De gegevens afkomstig van Nederlands Hydrologisch Instrumentarium over de periode 1998-2006) Riolering In de huidige situatie wordt het afvalwater en het hemelwater vanuit de gebouwen geloosd op het aanwezige gemengde riool. Dit wordt afgevoerd naar de aan de overkant van de Vecht gelegen rioolwaterzuivering van Utrecht.

In de toekomstige situatie blijft het afvalwater geloosd worden op het aanwezige gemengde riool. Het hemelwater wordt in de plansituatie grotendeels op eigen terrein verwerkt. Binnen het plan worden verschillende opties gezocht om het hemelwater vast te houden en te laten infiltreren. In Deelgebied II is een groene gemeenschappelijke binnentuin aanwezig waarin een wadi wordt gerealiseerd. Deze wadi krijgt een oppervlak van minimaal 150 m2 en een waterdiepte van 30 cm. De wadi zal een overloop hebben om overtollig hemelwater af te voeren. Wanneer er een hemelwaterriool aanwezig is, kan het water hiernaar toe afgevoerd worden. Zolang deze nog niet is aangelegd in De Omloop zal het afgevoerd moeten worden naar het bestaande gemengde stelsel. Naast de wadi zijn er mogelijkheden voor het toepassen van infiltratiekratten onder d e parkeerplaatsen. Voor de verschillende deelgebieden bekent dit, uitgaande van het volledig inzetten van het oppervlak van de parkeerplaatsen, het volgende: • Deelgebied I

151 m2 parkeren

68 m3 berging

• Deelgebied II

131 m2 parkeren

59 m3 berging

• Deelgebied III

130 m2 parkeren

59 m3 berging

bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

53

• Deelgebied IV

143 m2 parkeren

64 m3 berging

Voor het totale plangebied geldt dan dat er 24 mm waterberging wordt gerealiseerd voor de totale verharding in het plangebied. Klimaatadaptatie Naast buien van 80 mm in één uur zijn de toenemende droogte en hitte en mogelijke overstromingen vanuit de Lek potentiële gevolgen van klimaatverandering. Om te voorkomen dat er schade aan gebouwen ontstaat bij hevige neerslag wordt er gebruik gemaakt van de waterbergingsvoorzieningen die hiervoor zijn besproken. Daarnaast geldt hier dat er een goede inrichting gekozen moet worden waarbij in beeld gebracht moet worden wat er gebeurt bij een bui van 80 mm in een uur. Te denken valt aan het realiseren van voldoende drempelhoogte bij de woningen en het inrichten van de openbare ruimte met hoogteverschil zodat tijdelijk water geborgen kan worden op bijvoorbeeld de parkeerplaatsen. Tijdelijke berging voorkomt schade aan gebouwen. Dit wordt meegenomen bij de verdere uitwerking van de plannen. Compensatiemaatregelen In het ontwerp is geen sprake van een toename van het verhard oppervlak. Per oppervlak is bepaald of deze verhard is. Een overzicht van de afvoerende oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie wordt weergegeven in onderstaande tabel.

Oppervlak in bestaande en toekomstige situatie

Uit het overzicht blijkt dat er in het plangebied sprake is van een afname van het verharde oppervlak. Over het totale plangebied is er sprake van een afname van het verharde oppervlak met 1.009 m2. Het oppervlak bebouwing en verharding in de openbare ruimte neemt toe. Het oppervlak tuinen (60% verhard) neemt sterk af en daarvoor in de plaats komt gemeenschappelijk groen. In het totale plaatje is hiermee een afname van de verharding in het plangebied. Conclusie De voorgenomen toekomstige ontwikkeling heeft geen negatief effect op de waterhuishouding. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om de voorgenomen infiltratie voorzieningen te realiseren. Met deze voorzieningen zal het plan voldoen aan de nieuwe normstelling, minimaal 90% neerslag vasthouden binnen het eigen plangebied.

5 4 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

5.12 Archeologie Kader In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag van Malta ondertekend en in 1998 geratificeerd. Doel van dit verdrag is een betere bescherming van het Europese archeologische erfgoed door een structurele inpassing van de archeologie in ruimtelijke ordeningstrajecten. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta is dat archeologische waarden zoveel mogelijk in situ in de bodem bewaard dienen te blijven. Alleen als behoud in situ niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud van de archeologische informatie ex situ, door middel van opgraven en bewaren in depot. Een ander uitgangspunt is dat het onderzoek naar de aanwezigheid van archeologische waarden in een zo vroeg mogelijk stadium dient plaats te vinden, zodat hiermee bij de planontwikkeling rekening gehouden kan worden. Een derde uitgangspunt is het 'de verstoorder betaalt principe'. Alle kosten die samenhangen met archeologisch onderzoek dienen worden betaald door de initiatiefnemer van de geplande bodemingrepen. Ten slotte richt het Verdrag van Malta zich tevens op een toename van kennis, herkenbaarheid en beleefbaarheid van het archeologische erfgoed. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Deze wet heeft betrekking op archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijft artikel 38a van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 38a schrijft voor dat in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met in de grond te aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Verordening en bestemmingsplan De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde- archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg.

Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Gemeentelijke archeologische waardenkaart De Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt ten grondslag aan de verordening op de archeologische Monumentenzorg. Deze waardenkaart is geënt op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie en op de kennis en ervaring opgedaan in tientallen jaren archeologisch onderzoek in de stad. Hij geeft inzicht in de ligging van beschermde archeologische rijksmonumenten, gebieden van hoge archeologische waarde, gebieden van hoge archeologische verwachting en gebieden van archeologische verwachting en bij welk te verstoren oppervlakte en diepte een vergunningsplicht geldt. In de op de waardenkaart aangeduide gebieden waar een vergunningplicht geldt zal van toekomstige initiatiefnemers tot bodemverstorende activiteiten een inspanning vereist worden om resten uit het verleden op te laten sporen en zo nodig veilig te stellen. Beschermde archeologische rijksmonumenten worden op grond van de Erfgoedwet beschermd.

Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijven paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin staat dat aantasting van de beschermde archeologische monumenten niet is toegestaan. Voor wijziging, sloop of verwijdering van een archeologisch Rijksmonument moet een vergunning worden aangevraagd waarop de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslist. Gebieden van hoge archeologische waarde (rood) zijn gebieden waarvan bekend is dat er archeologische waarden zijn, maar die niet beschermd zijn als archeologisch rijks- of gemeentelijk monument. Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm. Gebieden van hoge archeologische verwachting (geel) zijn zones waar op grond van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek dan wel op basis van historisch geografisch onderzoek archeologische waarden te verwachten zijn (er wordt een middelhoge tot hoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm. Bij gebieden met een archeologische verwachting (groen) zijn de verwachtingen lager (er wordt een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht).

Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

55

bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50 cm. Daarnaast zijn op de kaart witte gebieden aangewezen. Voor deze zones geldt geen verwachting en geen vergunningstelsel. Plangebied Het plangebied ligt op de archeologische waardenkaart deels in een gebied met een archeologische verwachting (groen) en deels in een gebied met een hoge archeologische verwachting (geel). Voor het gebied met de archeologische verwachting geldt, dat bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 50 cm (en in het gearceerde deel 30 cm) archeologievergunningplichting zijn. Voor het gebied met hoge archeologische verwachting geldt dat bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm (en in het gearceerde deel 30 cm) archeologievergunningplichtig zijn. In 2019 is een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van nederzettingsresten uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen. Deze verwachting hangt samen met de aanwezigheid van oever- en beddingafzettingen van de Oud-Aa stroomrug, die als rivier sinds de Bronstijd tot in de Romeinse tijd actief is geweest. Ook is op basis van historisch kaartmateriaal mogelijk in het zuiden van het plangebied een oude restgeul van de rivier te verwachten.

In de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd is op basis van historisch kaartmateriaal naar verwachting het plangebied niet bebouwd geweest. Er geldt zodoende een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van nederzettingsresten in het plangebied. Wel ligt de Laan van Chartroise ter plaatse van een oude weg of kade, die mogelijk al in de 14e eeuw is aangelegd. Deze leidde naar het Klooster Nieuwlicht ten westen van het plangebied. Tot slot bestaat op basis van het milieukundig onderzoek het vermoeden dat in de ondergrond van het uiterst noordelijk deel van het plangebied geen rivierbeddingzand, maar dekzand aanwezig is. Dit bevindt zich op een diepte van circa 3,0-3,2 m -Mv. De top van het dekzand vormt theoretisch gezien een archeologisch relevant niveau voor resten uit de periode Paleolithicum-Neolithicum.

Het plangebied op de archeologische waardenkaart Conclusie Het bureauonderzoek heeft de hoge archeologische verwachting en de archeologische verwachting bevestigd en de vergunningsplicht blijft hierdoor gehandhaafd.

5 6 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

5.13 Kabels en leidingen Kader De aanwezige kabels en leidingen in het plangebied zijn inzichtelijk gemaakt via een Klic-melding. Plangebied Wanneer het inrichtingsplan opgesteld gaat worden zullen deze gegevens in ogenschouw genomen moeten worden. Als blijkt dat er binnen het projectgebied kabels en leidingen in het geding zijn en deze verwijderd dan wel verplaatst moeten worden, dan moet dit gebeuren in overleg met de nutsbedrijven. De toestemming van een eventuele verlegging moet de initiatiefnemer zelf aanvragen en de daarmee samenhangende kosten zijn voor rekening van de aanvrager. Conclusie Er liggen geen hoofdkabels of leidingen in het gebied die moeten worden beschermd via een regeling in het bestemmingsplan.

5.14 Kwaliteit van de leefomgeving Kader In het kader van kwaliteit van de leefomgeving wordt door de gemeente in ruimtelijke plannen in belangrijke mate steeds meer aandacht gevraagd voor de aspecten zon en schaduw, sociale veiligheid en windhinder omdat dit aspecten zijn die de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden. Plangebied Bezonning De bezonningsstudies (zie bijlagen 17,18, 19 en 20) laten zien dat er geen onevenredige nadelige verslechtering optreedt van de bezonning voor de bestaande woningen. Dit komt door de geringe toevoeging van de hoogte: van drie bouwlagen met een kap naar vier volledige bouwlagen. Op de hoek waar een terugliggende vijfde bouwlaag is toegestaan komt de schaduw hoofdzakelijk binnen het eigen binnenterrein of op het openbaar gebied terecht. Hierbij is ook van belang dat we als stad Utrecht een verdichtingsopgave hebben, die we zoveel mogelijk binnenstedelijk willen invullen. Sociale veiligheid Het beeldkwaliteitsplan wat van toepassing is op dit project gaat stedenbouwkundig uit van lange blokken. Om verbondenheid met de plek te stimuleren worden de lange blokken opgeknipt in kleinere eenheden. Dit wordt gedaan door slim om te gaan met de positionering van de liften waardoor er korte galerijen ontstaat (circa 7-8 woningen per galerij). Dit heeft als doel dat men zijn buren kent en weet wie er op de galerij woont.

Dit komt de sociale veiligheid ten goede. Daarnaast is het uitgangspunt dat de begane grond woningen worden ontsloten vanaf de straat en de woningen op de verdieping met een galerij vanaf de achterkant. Hierdoor ontstaat zowel levendigheid en ogen op straat aan de voorkant, als ook op de binnentuin. Voor de binnengebieden aan de achterkanten van de gebouwen wordt daarnaast ingezet op 'grotere' algemene collectieve binnentuinen voor de huurders en kleinere privétuinen. De erfafscheidingen worden meeontworpen en Mitros zorgt voor de instandhouding hiervan. Hierdoor komt er openheid in het gebied wat de sociale veiligheid ten goede komt. Windhinder Het aspect windhinder speelt bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter en is daarom voor deze ontwikkeling niet aan de orde. Conclusie De aspecten bezonning, sociale veiligheid en windhinder staan een goede ruimtelijke ordening niet in de weg.

5.15 Gezondheid Kader In de nota Volksgezondheid; Gezondheid voor Iedereen (2019-2023) is gezonde leefomgeving één van de zeven speerpunten. De gezonde leefomgeving bestaat in het gezondheidsbeleid uit onderstaande onderdelen: De druk op gezondheid zo laag mogelijk houden; ook wel gezondheidsbescherming genoemd. Adviezen zijn gericht op het bouwen van woningen op een redelijke afstand van de snelweg, een schonere lucht, een betere water- en bodemkwaliteit en op minder geluidhinder. Het gaat hier om meer dan alleen het naleven van de milieunormen. De leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag; ook wel gezondheidsbevordering genoemd. Belangrijk is dat mensen elkaar ontmoeten en voldoende bewegen. Dat kan onder meer door bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

57

dagelijkse beweging in de buurt beter te faciliteren met goede wandel- en fietsroutes, fietsparkeervoorzieningen en speelmogelijkheden. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. De inrichting van de leefomgeving wordt door mensen als prettig ervaren; Het gaat er dan om of de omgeving levendig, afwisselend en veilig is ingericht. Is er bijvoorbeeld voldoende bereikbaar, aantrekkelijk en bruikbaar groen? Is de omgeving sociaal veilig? De in het Volksgezondheidsbeleid beschreven milieudruk is onder andere gericht op het garanderen van goede luchtkwaliteit, geringe geluidshinder en een gezonde omgeving met voldoende stilteplekken. Per buurt zijn er accentverschillen in de aandachtspunten. Het gaat daarbij onder andere om het vergroenen van strategische locaties, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte in combinatie met verkeersveiligheid, het verbeteren van de verkeersdynamiek en aandacht voor gezondheid en het klimaat. Ook is (ruimtelijke) kansengelijkheid een belangrijk thema. Welke maatregelen kunnen er genomen worden zodat iedereen dezelfde kansen krijgt? De Gemeente Utrecht heeft naast het stedelijke gezondheidsbeleid de ambitie voor gezond stedelijk leven voor iedereen. In onder andere de Ruimtelijke Strategie Utrecht RSU is dit de overkoepelende ambitie voor de stad.

Plangebied Bij de ontwikkeling Omloop/ Laan van Chartroise wordt op verschillende wijzen gestreefd naar een gezonde leefomgeving. Samengevat gaat het om de volgende maatregelen: Gezondheidsbeschermende maatregelen: De Omloop/ Laan van Chartroise is een 50 km uur weg, waar ook de bus over heen gaat. Dit zorgt voor flink wat geluidsbelasting op de gevel. In de toekomstige situatie is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hierdoor zal er ontheffing moeten worden aangevraagd en zijn er maatregelen aan de gevels nodig, om het binnenniveau van 33 dB te halen om zo een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Uitgangspunt is bovendien om op termijn de maximum snelheid van de Omloop naar 30 km/uur te verlagen. Volgens het gemeentelijke geluid en gezondheidsbeleid krijgen alle woningen een geluidluwe zijde. De luchtkwaliteit op deze plek is redelijk. De verkeersbewegingen blijven onder de 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Ondanks dat komt er redelijk wat verkeer langs. Gezondheidsbevorderende maatregelen: Naast dat er een lift aanwezig is in de verschillende gebouwen (volgens VN-verdrag handicap en voor de senioren woningen) is de trap ook gemakkelijk te gebruiken om zo bewegen te stimuleren. Daarnaast komt er meer ruimte voor lopen en fietsen over de Omloop zelf, dit is niet alleen goed voor de nieuwe bewoners, maar ook voor de omwonenden.

De fietsenbergingen zijn logisch gepositioneerd en goed toegankelijk. De omgeving wordt als prettig ervaren: De Omloop is in combinatie met de bebouwing aan de oostkant nogal versteend. Door deze ontwikkeling komt er meer ruimte voor groen wat bijdraagt aan een groenere uitstraling van de buurt. Er komen bomen bij in de straat en er komen voortuinen op de plekken waar nu nog geen voortuin is. Om de sociale cohesie te bevorderen is gekozen om niet teveel woningen per entree te maken, hierdoor kennen bewoners elkaar sneller. Dit draagt ook bij aan een verbeterd veiligheidsgevoel en zorgt voor ontmoeting tussen bewoners. Conclusie Verschillende onderdelen van een gezonde leefomgeving komen terug bij de ontwikkeling Omloop/ Laan van Chartroise. De ontwikkeling sluit aan bij het Utrechtse Volksgezondheidsbeleid.

5.16 Toegankelijkheid Kader Utrecht wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen, waar we niemand buitensluiten. Een inclusieve toegankelijke stad. Alle Utrechters, met en zonder beperking, moeten alle openbare gebouwen, woningen, de openbare ruimte en dienstverlening kunnen gebruiken. Utrecht werkt al sinds 2007 actief aan toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu volgens het VN-verdrag handicap. De ambities van de gemeente voor het VN-verdrag handicap staan in de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk'. In de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' zijn drie kansen omschreven die we als gemeente willen pakken. Dit zijn: sneller en concreet resultaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal toegankelijk en samenwerken met de stad. Met het uitvoeringsprogramma 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' laten we zien wat we al doen en wat we nieuw op pakken. Dit zijn acties die nodig zijn voor het benutten van de drie kansen. 5 8 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

Plangebied Woningen Voor woningen is het Bouwbesluit van kracht. Utrecht wil graag rolstoelbezoekbare en rolstoelbewoonbare woningen. Wij willen dat iedereen, ook als hij of zij gebruik maakt van een rolstoel, alle nieuwe of verbouwde woningen kan bezoeken. Iedereen kan vanaf de openbare weg bij de voordeur komen, een brief in de bus doen, aanbellen, binnengaan, in de woonkamer komen en bij het toilet. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er geen trappetjes of opstapjes zijn, binnen of buiten de woning. Dit is een woning die bezoekbaar is. We willen dat mensen in een rolstoel in alle nieuwe of verbouwde nultredenwoningen (woningen waarbij de entree, woonkamer/eetkamer, keuken, badkamer, toilet en ten minste één slaapkamer zonder trap bereikbaar zijn) kunnen wonen. Of het is gemakkelijk om daarvoor te zorgen. In de nieuwbouw aan de Omloop en Laan van Chartroise wordt op verschillende manieren rekening gehouden met de toegankelijkheid van minder validen: Alle bouwblokken worden voorzien van tenminste twee liften. Zo kan iedereen gemakkelijk op alle verdiepingen in het gebouw komen. Mocht één lift vanwege onderhoud buiten werking zijn, dan is er altijd nog een andere lift in het gebouw aanwezig. De drempels in het gebouw zijn niet hoger dan 2 cm, in lijn met de eisen uit het Bouwbesluit. Hierdoor zijn de verschillende ruimten (rolstoel)toegankelijk.

In bouwblok 2 worden elektrische deurdrangers gerealiseerd. Dit bouwblok is bedoeld voor senioren. De elektrische deurdrangers zorgen voor een gebruiksvriendelijke toegang. Bij de bouwblokken 1, 3 en 4 worden voorzieningen opgenomen voor elektrische deurdrangers. In het ontwerp van de gebouwen zijn plekken opgenomen voor het stallen van scootmobielen, met name bij bouwblok 2 wat bedoeld is voor senioren. Alle binnentuinen worden toegankelijk voor minder validen. Iedere entree heeft een zitgelegenheid. Openbare ruimte Het ontwerp biedt mensen met een lichamelijke, verstandelijke of langdurig psychische beperking de mogelijkheid om veilig deel te nemen aan het verkeer. De openbare ruimte moet zo zijn ingericht dat iedereen, met of zonder beperking er uit de voeten kan. In de Kadernota openbare ruimte staan de uitgangspunten. Het Handboek Openbare Ruimte en de richtlijn Voetpaden voor iedereen kunnen helpen bij de uitwerking. Aandacht is nodig bij hoogte verschillen, en het overbruggen daarvan. Conclusie In de nieuwbouw en bij de aanleg van de voor- en binnentuinen wordt op verschillende manieren rekening gehouden met de toegankelijkheid van minder validen.

5.17 Duurzaamheid Kader Energie Het met de bewoners van Utrecht opgestelde Energieplan uit 2016 vormt de basis van het stedelijk energiebeleid. Voor nieuwbouw van woningen is de verwachting en wens uitgesproken dat deze energieneutraal zullen zijn. Dat wil zeggen dat voor gebouw gebonden energieverbruik geen fossiele energie wordt toegepast (dit is een hogere ambitie dan de voorwaarde binnen het Bouwbesluit, zijnde een BENG-2 waarde = 0 kWh/m2. In 2017 is De Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. Hierin wordt het streven naar energie neutrale nieuwbouw herbevestigd en uitgewerkt. Utrecht stuurt op de overgang naar een warmtevoorziening die duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. Utrecht betrekt bij de afweging rond de besluitvorming over een duurzame warmtevoorziening de totale maatschappelijke kosten en baten. De gemeente stuurt aan op de ontwikkeling van open, duurzame lage-temperatuur warmtenetten, waardoor de mogelijkheden voor participatie en het inpassen van nieuwe duurzame energiebronnen worden verbeterd. Circulaire economie Utrecht wil in 2050 volledig circulair zijn en heeft als eerste stap in die richting op 5 november 2020 het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 in de raad vastgesteld.

Circulair bouwen bij gebiedsontwikkelingen en projecten vormen daarbij één van de vijf prioriteiten en zijn daarmee ook van belang voor de plannen van de Omloop en Laan van Chartroise. Plangebied Energie In de prestatieafspraken 2021-2025 tussen gemeente, Mitros en huurdersorganisaties van 1 december 2020, paragraaf 8.2 geeft Mitros aan zich te houden aan de wettelijke vereisten uit het Bouwbesluit. bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

59

Circulaire economie In de prestatieafspraken 2021-2025 tussen gemeente, Mitros en huurdersorganisaties van 1 december 2020, paragrafen 8.10 geeft Mitros aan de voorziene sloop/nieuwbouw van de Omloop als pilot in te willen zetten om de haalbaarheid van circulaire maatregelen te verkennen. In deze prestatieafspraken geven Mitros en gemeente aan op welke wijze zij de hierbij opgedane kennis willen delen en opschalen naar de (Utrechtse) woningcorporaties. Conclusie De, voor onze stad nieuwe, warmtevoorziening voldoet aan de landelijk wettelijke eisen en de gemeentelijke prestatieafspraken, maar levert geen extra bijdrage aan de hoger liggende Utrechtse ambitie. Verder is de warmtevoorziening niet getoetst aan de “totale maatschappelijke kosten en baten”, zoals verwoord in de Visie op de Warmtevoorziening. Voor de Omloop en Laan van Chartroise als pilot project circulair bouwen is een extra inspanning geleverd zoals in de prestatieafspraken aangegeven. Dit zal binnen het Actieprogramma Utrecht Circulair en het evalueren van de prestatieafspraken verder worden opgepakt.

5.18 Conclusie Uit dit hoofdstuk volgt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

6 0 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de integrale gebiedsontwikkeling van het plangebied Omloop, Laan van Chartroise. M.b.t. dit plangebied faciliteert dit bestemmingsplan de ontwikkeling van sociale huurwoningen, sociale middenhuurwoningen en middenhuur woningen. Vanwege de prognose dat Utrecht naar ruim 450.000 inwoners groeit in 2040 en de aantrekkende woningmarkt wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan Omloop, Laan van Chartroise voldoende aannemelijk geacht. Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling van dit bestemmingsplan betreft een initiatief van grondeigenaar Mitros. De gemeente heeft in deze een faciliterende rol en neemt niet deel aan de feitelijke ontwikkeling van het plangebied. De ontwikkeling geschiedt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De kosten verband houdend met het opstellen van dit bestemmingsplan, als ook met de uitvoering ervan, komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De door de gemeente te maken kosten worden door middel van een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer verhaald. Ditzelfde geldt voor eventuele planschade.

De Wet ruimtelijke ordening verplicht tot het vaststellen van een exploitatieplan als sprake is van de realisatie van een bouwplan, zoals benoemd in het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is en er geen wens bestaat tot nadere verankering van eisen ten aanzien van fasering en inrichting van de openbare ruimte. In dit geval wordt een exploitatieovereenkomst gesloten, waardoor de gemeentelijke kosten worden verhaald en het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Leges De gemeentelijk kosten voor de begeleiding en toetsing van aanvragen voor vergunningen, worden uit de daarvoor bestemde leges gedekt. Voor het verhaal van door de gemeente gemaakte kosten die niet worden gedekt uit de reguliere leges is een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Hierin worden alle door de gemeente voor dit initiatief gemaakte kosten verhaald. Planschade Mitros heeft een planschaderisico-inventarisatie laten opstellen voor de inschatting van de risico's op planschade. Voor de aansprakelijkheid voor mogelijke planschade is in de genoemde overeenkomst vrijwaring voor de gemeente opgenomen. Eventuele planschadeclaims komen voor rekening van de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het plan is aan de Provincie Utrecht en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) toegezonden voor een reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Zowel de Provincie Utrecht als het HDSR hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan. 6.2.2

Wijkplatform Noordwest

Het plan is voor een reactie toegezonden aan het Wijkplatform Noordwest. Van het wijkplatform hebben wij geen reactie ontvangen.

bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

61

6 2 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.

7.2

Opbouw regels

De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel, bijvoorbeeld bij wonen een aan-huis-verbonden bedrijf; afwijkingsregels van de gebruiksregels. 7.2.1

Het gebruik van het woord of

Wanneer in de regels van dit bestemmingsplan in een opsomming van gevallen het woord 'of' wordt gebruikt, is daaronder mede begrepen de situatie dat meer dan een van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Onder 'of' wordt een combinatie van opties niet uitgesloten.

7.3

Regeling bijbehorende bouwwerken

In het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 staan de vergunningvrije bijbehorende bouwwerken opgesomd. Deze vergunningvrije bouwwerken zijn in 2014 aanzienlijk verruimd. De vergunningvrije bouwwerken komen overeen met de voorheen door de gemeente Utrecht gehanteerde standaard erfbebouwingsregeling bij woningen. Besloten is daarom om in het bestemmingsplan geen aparte regels meer op te nemen voor bijbehorende bouwwerken, maar om te verwijzen naar de vergunningvrije bijbehorende bouwwerkenregeling in het Besluit omgevingsrecht.

7.4

Systematiek van de bestemming Wonen

Aan-huis-verbonden bedrijf Een belangrijk onderdeel van de bestemming Wonen is de regeling van de aan-huis-verbonden bedrijven als ondergeschikte functie bij het wonen. Zoals de naam al aangeeft, gaat het bij een aan-huis-verbonden bedrijf om een beroeps- of bedrijfsuitoefening in combinatie met wonen en dus door één van de bewoners van de woning. De maximale oppervlakte die daarvoor is toegestaan is 1/3 deel van het vloeroppervlak van de woning (inclusief aanbouwen) en vrijstaande bijgebouwen met een maximum van 60 m². Bij een aan-huis-verbonden bedrijf mag geen sprake zijn van detailhandel, horeca, afhaalzaken of belhuizen. Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van milieucategorie B2 voor een aan-huis-verbonden bedrijf, echter onder de voorwaarde dat de bedrijfsactiviteit in kwestie naar aard en invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie A of B1 van de Lijst van Bedrijven functiemenging.

7.5

Artikelsgewijze toelichting

Op een aantal bestemmingen is in deze paragraaf een nadere toelichting opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen De verschillende soorten groenvoorzieningen (met uitzondering van het snippergroen) zijn bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)

63

opgenomen in één bestemming. Het groen bij de Anton Geesinkstraat maakt deel uit van de stedelijke groenstructuur. Binnen de bestemming Groen is ook waterbeheer, waterberging en sierwater toegestaan. De kleinere watergangen zijn dan ook niet apart bestemd. Daarnaast mogen er binnen deze bestemming ook voet- en fietspaden worden gerealiseerd. Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De meeste wegen in het plangebied zijn opgenomen in de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied'. Dit zijn de wegen met hoofdzakelijk een functie voor het bestemmingsverkeer. Ook de pleinen, de bermen van wegen en het snippergroen maken hier deel van uit. Er zijn kleine gebouwtjes toegestaan bijvoorbeeld voor het realiseren van fietsenstallingen. Artikel 5 Wonen Deze bestemming is toegekend aan de te realiseren woningen al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden bedrijf. Binnen deze bestemming zijn ook voorzieningen ten behoeve van het wonen toegestaan, zoals onder andere, tuinen, ontsluitingswegen en paden. Hierbij is van belang dat het op de verbeelding maximum aantal wooneenheden niet overschreden mag worden. Daarnaast zijn de (gebouwde) parkeervoorzieningen alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeervoorzieningen' toegestaan. Dit om te voorkomen dat de binnenterreinen teveel parkeerterreinen worden. Galerijen zijn niet toegestaan aan de straatzijde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=376c1bb9-0ab7-497b-b1c1-acad45410edd