Omloop, Laan van Chartroise_Toelichting.pdf
Tekst van het document
23
overbruggingsperiode gestreefd. In een verdichtende stad zijn stille plekken schaars, wij beschermen daarom deze plekken. Ook staan we geen horecavoorzieningen toe in stille hofjes en rustige woonstraten om zo geluidsoverlast te beperken. Bij bouwplannen moeten alle soorten woningen (sociale huur, midden huur, koopwoningen etc.) in het plan een vergelijkbare lucht- en geluidskwaliteit hebben. Daarnaast worden er passende maatregelen genomen om de gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress te beperken door bijvoorbeeld groene daken en gevels te realiseren en door bij de ruimtelijke inrichting voor meer plekken voor verkoeling te zorgen. Wij hanteren hierbij voor de openbare ruimte het principe 'groen tenzij'. Daarnaast is er ook ruimte voor biodiversiteit, dit versterkt de natuurbeleving en daarmee indirect de gezondheid. Plangebied Verouderde tochtige en vochtige woningen maken plaats voor nieuwe energiezuinige woningen en dit is positief voor de gezondheid van de bewoners. Mensen voelen zich prettig in een rustige en groene omgeving. Het toevoegen van bomen en groen aan de Omloop en in de binnentuinen is dan ook gewenst, net als het terugbrengen van de maximale snelheid aan de Omloop naar 30 km/uur. In paragraaf 5.15 wordt het aspect gezondheid in het plangebied meer uitgebreid beschreven.
2.3.2.2.7 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen.
De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden.
Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar 2 4 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel); regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem op de locatie licht tot matig verontreinigd is. In paragraaf 5.8 wordt dieper ingegaan op de verontreinigingen. Het aspect bodem vormt vooralsnog geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 2.3.2.2.8 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht.
Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030. Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 20% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen.
Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied Er worden woningen gebouwd met een hoge mate van isolatie. De daken van de woningen worden voorzien van zonnepanelen. Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen.
Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
25
Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied Doordat de verouderde woningen worden gesloopt en dit bestemmingsplan nieuwbouw mogelijk maakt, ontstaat er een natuurlijk moment om op de locatie te investeren in een duurzamere warmtevoorziening. De woningen worden goed geïsoleerd, verwarmd via elektrische radiatoren en een doorstroomapparaat. Voor warm water wordt een doorstroomboiler per appartement geplaatst. Ook komen er zonnepanelen op de daken.
2.3.2.3 Bouwenvelop Omloop, Laan van Chartroise Op 24 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders de bouwenvelop Omloop, Laan van Chartroise vastgesteld. De bouwenvelop beschrijft onder andere de uitgangspunten van de ontwikkeling, het beleidskader en de haalbaarheid van het plan en vormt de basis voor het bestemmingsplan.
Het plangebied en de omgeving van bovenaf 2.3.3
Overig gemeentelijk beleid
Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld (en blijft gelden tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied Er is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van wegverkeer. Vanwege een goede ruimtelijke ordening is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van 30 km/uur wegen en het stemgeluid van een kinderdagverblijf. Geluid vormt geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen. Wel is er een hogere waarde besluit benodigd. In paragraaf 5.4 wordt het thema geluid uitgebreid behandeld.
Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente 2 6 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied Het spoortraject dat is opgenomen in het Basisnet Spoor is de enige risicobron in de omgeving voor een gedeelte van het plangebied. Een nadere beschrijving van het thema externe veiligheid is te vinden in paragraaf 5.5.
2.4
Conclusie
Het plan past binnen de uitgangspunten van het rijks- en provinciale beleid en de gemeentelijke omgevingsvisie. Het bestemmingsplan is ook in lijn met sectorale gemeentelijke nota's die van belang zijn voor dit gebied op het vlak van wonen, verkeer, parkeren, natuur, groen, water en duurzaamheid.
bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
27
2 8 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert de wijk en het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht.
3.2
Beschrijving van het plangebied
3.2.1
Historische ontwikkeling
De wijk Ondiep maakt, samen met de wijken Zuilen en Pijlsweerd, deel uit van Utrecht Noordwest. In zijn algemeenheid geldt het karakter van de wijk Ondiep als "dorp in de stad". Ondiep laat zich echter ook onderscheiden als een wijk met meerdere identiteiten en sferen. Dit onderscheid wordt gevormd door de situering, de omgevingskenmerken, de bebouwingsstructuur en het gebruik. Zo heeft iedere buurt zijn eigen identiteit, sfeer en ontwikkelingskarakteristiek.
Serie historische kaarten waarin zichtbaar wordt hoe lintbebouwing is getransformeerd naar stedelijk gebied
bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
29
Anno 1903 waren voornamelijk de straten Amsterdamsestraatweg en de Vecht reden voor stedelijke ontwikkeling. Hier is dan ook de oudere bebouwing van de wijk te vinden. De dominante lijn van de spoorweg is omstreeks 1873 ontstaan. Door de groei van de industrie ("Demka" en "Werkspoor") aan het Amsterdam-Rijnkanaal (toen nog het Merwedekanaal) en langs het spoor Utrecht-Amsterdam werd de vraag naar woningen in de omgeving groter. De gemeente Utrecht heeft naar aanleiding van haar "1.000-woningen plan", van omstreeks 1915, in een tiental fases 1.251 woningen gebouwd rond het Ondiep. Het huidige Ondiep is daardoor nooit "gegroeid", maar planmatig ontwikkeld vanuit het centrum van Utrecht. Dat heeft tot grote ruimtelijke verschillen geleid tussen de verschillende buurtjes die Ondiep kent. De wijk is ontwikkeld naar een ontwerp van Berlage. Dit ontwerp omvatte twee al bestaande buurtjes: Het Witte Wijk en Het Kleine Wijk. Deze buurtjes nam Berlage op in het nieuwe ontwerp. Verder bevatte het plan de Stemvork, de sportvelden en bijzondere bebouwing zoals de Rietendakschool aan de Laan van Chartroise. Er is dan ook sprake van één samenhangende stedenbouwkundige opzet. Hierbij is bijvoorbeeld de bijzondere bebouwing aan de as (Stemvork) geplaatst en beïnvloeden de sportvelden (inclusief de waterloop en groensingels) de architectuur.
Vanwege de groene omgeving aan de Laan van Chartroise is hier gekozen voor de landelijke variant van de Amsterdamse School-stijl. In het voorjaar van 2004 zijn het College en de Raad akkoord gegaan met de 'Wijkvisie Ondiep; dorp in de stad'. De visie is opgesteld door de gemeente Utrecht en Mitros, waarbij ook de wijkbewoners nauw zijn betrokken. De visie bevat voorstellen om de wijk te vernieuwen zoals het slopen van circa 1.200 woningen en vervangende nieuwbouw, renovatie, verstedelijking rondom doorgaande wegen, verbetering van sportpark Thorbecke en ook sociale projecten gericht op werkgelegenheid en bestrijding van sociale achterstanden. De eerder gerealiseerde nieuwbouw van Mitros aan de Laan van Chartroise, tussen de Omloop en de Abrikoosstraat c.q. Palissanderstraat, is geslaagd vanuit het oogpunt van de openbare ruimte, met een groener straatprofiel en een fraaie architectonische detaillering. Minder geslaagd is echter de parkeeroplossing op de binnenterreinen van deze bouwblokken met een diepte van slechts 20 tot 25 meter. De situering van dubbelzijdig haaksparkeren (16 meter breed) plus bergingen creëert hier bijna totaal verharde binnenterreinen met een geringe ruimtelijke kwaliteit. Dit aspect verdient meer aandacht en een betere oplossing in de nieuwe plangebieden. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het gebied.
De sloop/nieuwbouw van de woningen aan de Omloop en Laan van Chartroise is de afronding van deze wijkvisie.
Sloop/nieuwbouw en renovatieprojecten van Mitros
3 0 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
3.2.2
Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie
De ruimtelijke structuur van de gehele Omloop maakt deel uit van de stedenbouwkundige opzet zoals ontworpen door Berlage/ Holsboer in 1920-1924. Zij ontwierpen een uitvalsweg vanaf het Vredenburg via de Oudenoord naar Zuilen. De Stemvork die gevormd wordt door zowel de Omloop-Laan van Chartroise als de Ahornstraat–Royaards van den Hamkade maakt hier nadrukkelijk deel van uit en heeft dan ook als stedenbouwkundige structuur hoge cultuurhistorische waarde. Eén van de belangrijke kenmerken van de Stemvork zijn de afgeronde hoeken op de overgang Omloop-Laan van Chartroise en (aan de andere zijde) Ahornstraat-Royaards van den Hamkade. Binnen het plangebied bevinden zich geen monumenten. Aan het einde van de Laan van Chartroise –op de hoek met de Marnixlaan- staan restanten van het voormalige Kartuizerklooster, wat aangewezen is als Rijksmonument. Het gaat om het poortgebouw en een deel van het kloosterterrein. Het monument bevindt zich voor een deel ook ondergronds in de vorm van archeologische restanten. Ook de structuur van de sportvelden gelegen aan de Thorbeckelaan 16 en de Rietendakschool gelegen aan de Laan van Chartroise 160 behoren tot de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur van dit deel van de stemvork.
Luchtf oto met daarop aangegeven het Rijksmonument (1), de Rietendakschool (2) en de sportvelden (3)
bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
31
3.2.3
Structuurbepalende elementen
Een opvallend structuurbepalend element dat voor een duidelijke zonering in de wijk zorgt, is de zogenaamde "Stemvork" die een voortzetting is van de zogenaamde "As van Berlage". De Laan van Chartroise en de Omloop maken onderdeel uit van de Stemvork aan de ene zijde, de Royaards van Den Hamkade en de Ahornstraat aan de andere zijde. De centrale as begint in het centrum van Utrecht en ontsluit een groot deel van de wijk, de as van de Oudenoord. De stedenbouwkundigen Berlage en Holsboer ontwikkelden deze verkeersstructuur als onderdeel van een grotere stedelijke verkeersstructuur in de uitbreidingsplannen voor Utrecht van 1924. Hierbij gingen zij nog uit van de stad als organisch geheel met een duidelijke hoofdverkeersstructuur. De Stemvork werd destijds aangelegd in grotendeels onbebouwd gebied. De Stemvork is een uitvalsweg en de verbinding van het centrum en de wijk Zuilen. De Laan van Chartroise heeft een karakteristiek profiel met aan weerszijden volgroeide linden. Deze as is voor de stedelijke structuur ten Noordwesten van de binnenstad belangrijk voor de hoofdgroenstructuur van bomen. In de woonstraten achter de stemvork, in de buurtjes achter de Omloop en Laan van Chartroise zijn de straten veelal smal en wordt er aan weerszijden geparkeerd. Er is relatief veel particulier groen in de vorm van tuinen, maar weinig openbaar groen.
De straten worden gedomineerd door geparkeerde auto's. De Anton Geesinkstraat en de Vijgeboomstraat hebben ter plaatse van het plangebied een groene middenberm. De as van de Laan van Chartoise en de Omloop worden ook gebruikt als verbinding van het openbaar vervoer. De bus heeft hier een belangrijke functie; het verbinden van de bewoners zonder auto met de omgeving. Het parkeren zal in de trend van de autoluwe stad verder worden ontwikkeld; de parkeerplaatsen van de ontwikkelingen aan de stemvork moeten op de binnenterreinen ontworpen worden.
Structuurbepalende elementen binnen Ondiep en de Laan van Chartroise en Omloop als onderdelen van de stemvork (rood)
3.3
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
Het bestaande aantal woningen binnen het plangebied is 168. Hiervan zijn 156 beneden-bovenwoningen en 12 eengezinswoningen. De eengezinswoningen bevinden zich aan de Vijgeboomstraat 2 t/m 25.
3 2 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
3.4
Verkeer en parkeren
Het plangebied is gelegen aan de Laan van Chartroise, Omloop, Anton Geesinkstraat en de Vijgeboomstraat. De Laan van Chartroise en de Omloop zijn onderdeel van de Stemvork en hier is de maximale toegestane snelheid 50 km/uur. De Stemvork is in het mobiliteitsbeleid “Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen” aangewezen als wijkontsluitingsweg en maakt dus geen deel uit van de hoofdstructuur auto. Hoewel de Anton Geesinkstraat niet specifiek is benoemd in het mobiliteitsbeleid maakt wel een bus gebruik van deze route en is deze onlangs heringericht als 50 km/uur weg. De Vijgeboomstraat is erftoegangsweg en daarom 30 km/uur gebied. Aan weerszijde van de wegen Laan van Chartroise en Omloop zijn parkeerstroken en fietssuggestiestroken aangelegd. Aan de Anton Geesinkstraat bevinden zich aan weerszijden tot aan de Rode Brug van de rijwegen afgescheiden fietspaden. Tussen de fietspaden en de Anton Geesinkstraat bevinden zich op een aantal locaties parkeerstroken. Voor de woningen gelegen aan de Vijgeboomstraat bevinden zich ook parkeerstroken. De kruising aan de Omloop-Laan van Chartroise-Anton Geesinkstraat is verkeerskundig gezien niet optimaal ingericht. Verschillende gebruikers kruizen elkaar: voetgangers, fietsers, autoverkeer en busverkeer van verschillende buslijnen die gebruik maken van dezelfde rijbaan.
Vanuit verkeerskundig perspectief zijn de opstelplekken van de fietsers krap of niet aanwezig waardoor, indien fietsers moeten wachten om over te steken, er geen ruimte is voor doorgaand verkeer. Dezelfde optimalisatie van de kruising is nodig voor het gemotoriseerde verkeer. Ook hier staat afslaand verkeer op de rijbaan, zodat hinder ontstaat voor de doorstroming. De Rode Brug verbindt de Anton Geesinkstraat met de Loevenhoutsedijk en op de brug is een “om-en-om regeling” van toepassing. Op drukke momenten ontstaat er oponthoud op de Anton Geesinkstraat. Voor de fietser zijn aan beide kanten van de wegen Omloop en Laan van Chartroise fietsstroken aangegeven tussen de autorijbaan en het parkeren. Als een auto gaat parkeren moet hij over de fietsstrook, waardoor fietsers en auto’s elkaar in de weg zitten. Op het doorgaande profiel van de Omloop fietsen de fietsers op de rijweg (fietssuggestiestrook). De maximum toegestane snelheid voor gemotoriseerd verkeer is hier 50 km/uur. Vanuit verkeersveiligheid is het snelheidsverschil tussen het gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer dat op fietsstroken rijdt onwenselijk. De bewoners parkeren op de parkeerstroken gelegen langs de Omloop, Laan van Chartroise, Anton Geesinkstraat en Vijgeboomstraat. Dit zijn in de huidige situatie 82 parkeerplaatsen.
bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
33
Luchtf oto uit 2019 met daarop o.a. de kruising aan de Omloop-Laan van Chartroise-Anton Geesinkstraat
3.5
Openbare ruimte
De openbare ruimte in Ondiep aan de Omloop en Laan van Chartroise wordt gedomineerd door het wegverkeer. De Laan van Chartroise heeft een karakteristiek profiel met aan weerszijden voortuinen en volgroeide Lindes. Het profiel aan de Omloop is niet symmetrisch. Aan de westkant van het profiel zijn voortuinen, een brede stoep en bomen gesitueerd. Aan de oostkant ontbreken de voortuinen en de bomen en is het straatbeeld stenig en hard.
3.6
Conclusie
Het is wenselijk om de gedateerde woningen in het gebied te vervangen voor kwalitatieve en duurzame woningen en om hierbij bij te dragen aan de verdichtsopgave door het toevoegen van woningen. Hierbij blijft de bestaande stedelijke structuur behouden en wordt de vernieuwing van de wijk in lijn met de 'Wijkvisie Ondiep' afgerond. Binnen het plangebied is het wenselijk om een aantal verbeteringen door te voeren, namelijk het symmetrisch maken van het profiel van de Omloop (door het toevoegen van voortuinen en bomen). Op termijn is het gewenst dat de maximale snelheid van de Omloop-Laan van Chartroise wordt teruggebracht naar 30 km/uur. Een aandachtspunt is dat het parkeren op de binnenterreinen beter wordt ingepast dan bij de eerdere projecten die in de buurt al zijn uitgevoerd.
3 4 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
4.1.1
Programma
Planbeschrijving
Met dit plan worden maximaal 285 woningen mogelijk gemaakt. Van de te bouwen woningen gaat 77,5% behoren tot de sociale voorraad en 22,5% tot de middenhuur (hiervan is 12,3% sociale middenhuur). De woninggroottes zullen variëren. Gedacht wordt aan < 55 m2, 60 m2, 70 m2, 85 m2 en 105 m2 gebruiksoppervlak (GBO). 4.1.2
Stedenbouwkundig plan
De Laan van Chartroise en Omloop zijn onderdeel van één van de hoofdroutes door Ondiep. Een hogere stedelijke bebouwing met stadswoningen en appartementen ligt hier het meest voor de hand. De stedenbouwkundige uitgangspunten die passen bij de stemvork, namelijk hogere bebouwing dan in de woonbuurten (een of twee verdiepingen met een kap) en de hoogteaccenten bij de kruisingen zijn al geformuleerd door Berlage. Deze zijn daarna opgepakt in de uitwerking door Roeleveld-Sikkes in het 'Beeldkwaliteitsplan Laan van Chartroise' uit 2009. De stedenbouwkundige uitgangspunten voor de verdere uitwerking van het initiatief zijn grotendeels gebaseerd op dit beeldkwaliteitsplan. De nieuwe bouwblokken volgen de contouren van de bestaande bouwblokken. De bestaande blokken van drie bouwlagen met een kap, maken plaats voor vier bouwlagen met een plat dak voor gestapelde woningbouw. In de bocht Omloop-Laan van Chartroise is een terugliggende vijfde bouwlaag toegestaan. Voor de eengezinswoningen aan de Vijgeboomstraat geldt een maximale bouwhoogte van twee bouwlagen met kap (net zoals in de bestaande situatie het geval is).
Impre ssie van het project bekeken vanaf de Laan van Chartroise De Laan van Chartroise en Omloop maken deel uit van de zogenaamde Stemvork uit het uitbreidingsplan van Berlage en zijn stedenbouwkundig gezien van een hogere orde dan de omliggende woonstraten. Hier is sprake van een rooilijn op vrijwel dezelfde plaats als in de huidige situatie. Het profiel van deze straten is gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan. Om de diepte van de woningen te vergroten en daardoor te verbeteren zal de (voorgevel)rooilijn van het blok aan de westzijde van de Omloop (deelgebied 1) wel naar voren worden gelegd. Door ook het profiel van de bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
35
Omloop aan te passen zal er weer een symmetrisch profiel met bomen ontstaan. Het idee is om de lange blokken voor de niet grondgebonden woningen op te delen in kleinere eenheden met korte galerijen. Bij circa zeven à acht woningen per galerij ken je je buren en weet je wie er bij je op de galerij woont. In het beeldkwaliteitsplan is de lengte van de blokken vastgelegd vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Mitros stelt voor om de lengte van de blokken qua ontsluiting op te knippen in kleinere eenheden, door het toevoegen van extra stijgpunten/liften. Dit om de gewenste sociale cohesie te stimuleren. Hiermee worden ook lange galerijen voorkomen. De architectuurkeuze moet passen bij het stedenbouwkundig karakter en de sfeer van de buurt, met onder andere het gebruik van metselwerk en rode dakpannen in het geval van kappen (bij de eengezinswoningen). De kopgevels moeten bijzondere aandacht krijgen, zodanig dat de gevel aan de kopse kant niet blind is en uitstraalt welke functie er achter zit (dit vanwege prettig zicht en sociale controle/veiligheid). In het algemeen geldt dat de al eerder gerealiseerde nieuwbouw van Mitros aan de Laan van Chartroise hier gecontinueerd kan worden. De nieuwe bouwvolumes bestaan uit (begane grond) woningen met voordeuren aan de straatzijde. Voor de eengezinswoningen in de Vijgeboomstraat is dit een gangbaar principe.
Voor gestapelde woningbouw aan de Laan van Chartroise en de Omloop is het uitgangspunt een ontsluiting vanaf de straat in de vorm van begane grond woningen en maisonnettes. De bovenste twee (soms drie) lagen worden ontsloten via korte galerijen aan de kant van het binnengebied. Om een levendig straatbeeld te kunnen waarborgen, moeten de ruimten op het begane grondniveau voldoende maat hebben voor een verblijfsfunctie (geen slaapkamers) en indien mogelijk ook op de eerste verdieping.
Impre ssie project Het uitgangspunt is dat de extra te realiseren parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen op eigen terrein komen. In principe moet de inpassing van dubbelzijdig haaksparkeren op de binnenterreinen vermeden worden. Mocht een dergelijke parkeerinpassing onontkoombaar zijn, dan moet deze ruimtelijk goed ingepast worden. Een goede en zeer makkelijk toegankelijke voorziening voor het fietsparkeren is noodzakelijk, zodat het fietsparkeren in de openbare ruimte zo min mogelijk nodig is. Er is veel aandacht nodig voor de uitwerking van de entrees en erfafscheidingen. Uitgangspunt is groen, tenzij groen niet mogelijk is bijvoorbeeld vanuit onderhoud, bezonning stedenbouwkundig of technische redenen. Terrassen/tuintjes die grenzen aan het collectieve groen moeten meeontworpen worden met de bebouwing. Denk daarbij aan de erfafscheiding tussen de woningen. De grondgebonden woningen hebben aan de achterzijde een privétuin of privéterras, grenzend aan collectief groen waar ook de bovenwoningen gebruik van kunnen maken. Het plan zet in op grotere collectieve binnentuinen en kleinere privétuinen, zodat het groen in de collectieve tuin geborgd kan worden door Mitros. Ieder deelgebied in het project heeft zijn eigen binnentuin met een thema: een klimaattuin, een ecologische tuin of een voedseltuin.
Ook worden in de gemeenschappelijke binnentuinen wadi's aangelegd, waardoor het regenwater langzaam infiltreert in de bodem en uitdroging wordt voorkomen. Planten, gras, struiken en bomen zorgen voor een vermindering van hittestress en zijn een habitat voor insecten en vogels in de gemeenschappelijke tuinen. 3 6 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Impre ssie van de galerijen en het binnengebied Dit plan zorgt voor een uitbreiding van het aantal woningen met maximaal 117. Ondanks deze uitbreiding is er een balans gevonden met groen in de collectieve binnentuinen en voortuinen, parkeren op eigen terrein en de inpassing van de bouwvolumes in het stedenbouwkundig weefsel, hierbij rekening houdend met de privacy en schaduwwerking. Het plan omvat kwalitatieve en duurzame woningen die voor de toekomst worden gebouwd. De nieuwbouw zal gefaseerd worden uitgevoerd.
bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
37
De deelgebieden 1 tot en met 4 weergegeven op een luchtfoto
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Openbare ruimte en groen
Met de ontwikkeling worden de bomen en groenstructuur in de wijk verbeterd door het toevoegen van voortuinen aan de oostkant van de Omloop en bomen aan de Omloop. De bomen worden toegevoegd om de ecologische verbinding van de stedelijke groenstructuur te verbeteren en om een betere verblijfskwaliteit te creëren. Het profiel van de Laan van Chartroise (met voortuinen, brede stoepen en Lindebomen in het groen) wordt zo veel mogelijk op dezelfde manier doorgetrokken. Het doortrekken van het profiel van de Laan van Chartroise op de Omloop zorgt voor een kwaliteitsverbetering en voor meer privacy in de woningen op de begane grond. Er moet hierbij veel aandacht worden besteed aan de overgang openbaar–privé. Ook voor de kopse zijden van de blokken, die de overgang van het kleinschalige tuindorp naar de grotere schaal van de Stemvork markeren, is een kwalitatief hoogwaardige uitwerking van de overgang openbaar-privé belangrijk. Dit kan bij voorkeur worden opgelost met een combinatie van groen en een erfafscheiding. Uitgangspunt is om op termijn de maximale snelheid aan de Omloop en Laan van Chartroise terug te brengen naar 30 km/uur, wat een positief effect op de verkeersveiligheid heeft (en op het geluidniveau van de woningen aan de Omloop en Laan van Chartroise).
Als er ook andere gemeentelijke disciplines investeren kan er ook een nieuw hemelwaterriool worden aangebracht, waardoor de gehele verharde openbare ruimte kan worden afgekoppeld van het huidige riool.
3 8 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
4.2.2
Verkeer
Kader Het is van belang dat de bestaande wegen de extra verkeersgeneratie die de nieuwe ontwikkeling met zich meebrengt zonder problemen kunnen afwikkelen. Plangebied In het mobiliteitsplan 'Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen' zijn de Omloop en Laan van Chartroise niet als stedelijke verbindingswegen aangegeven. Dit houdt in dat de wegen niet de functie hebben voor het afwikkelen van verkeer, maar gericht zijn op de verbinding naar woningen of andere bestemmingen. De verkeersgeneratie per woning is 4 á 5 verkeersbewegingen per etmaal. De wegen in de omgeving van het plan kunnen de extra verkeersstromen, vanwege de toename van het aantal woningen, aan. Als de Omloop een 30 km/uur weg wordt, kan de toename van het verkeer dat het extra aantal woningen met zich meebrengt ook opgevangen worden. Binnen het plangebied bevinden zich bushaltes, waardoor de woningen goed bereikbaar zijn met de bus. In en om het plangebied bevinden zich fietsstroken en voetpaden, waardoor fietsers en voetgangers het plangebied ook goed kunnen bereiken. De Laan van Chartroise is in 2019 heringericht en het heeft de voorkeur om deze inrichting door te zetten aan de Omloop. De Laan van Chartroise en Omloop zijn beide geen onderdeel van doorvoerroutes voor vervoer van gevaarlijke stoffen.
Om de inritten van deelgebieden mogelijk te maken moeten de voet- en fietspaden en de parkeervakken worden aangepast. Dit moet in de volgende fase worden uitgewerkt in een definitief maaiveldontwerp. Conclusie Vanuit verkeersoogpunt bestaan er voor de ontwikkeling geen belemmeringen. 4.2.3
Parkeren
Kader Elke bouwontwikkeling kent een bepaalde parkeerbehoefte die berekend moet worden. Daarbij is de Nota Stallen en Parkeren, vastgesteld op 22 maart 2013 door de gemeenteraad, inclusief het addendum Nota parkeernota fiets en auto dat door de gemeenteraad op 28 maart 2019 is vastgesteld leidend. Voor deze ontwikkeling wordt getoetst aan de Nota Stallen en Parkeren uit 2013, inclusief de beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 (Bijlage I Nota Stallen en Parkeren). Dit betekent dat de Parkeervisie 2021 inclusief de bijbehorende Parkeernormen fiets en auto niet van toepassing zijn op dit project, omdat dit een bestaand bouwinitiatief is met een vastgestelde bouwenvelop waarin de parkeernormen uit 2019 leidend zijn. De ontwikkellocatie valt in parkeerzone B2, stedelijk zonder betaald parkeren. Vanaf 1 november 2021 wordt ter plaatse van deelgebied 1, in de bocht van deelgebied 2A en in deelgebied 4 betaald parkeren ingevoerd. Deze deelgebieden vallen daarmee in parkeerzone B1, stedelijk met betaald parkeren. Plangebied Autoparkeren In de nota staat over sloop/nieuwbouw aangegeven, dat maatwerkafspraken gemaakt kunnen worden, daar waar dat wenselijk is. In dat geval zal het rechtens verkregen niveau van het te slopen gebouw als uitgangspunt meegenomen worden.
Dat betekent dat eerst de parkeervraag van de meest recente legale functies wordt bepaald volgens de maximale parkeernorm. Deze parkeervraag mag vervolgens worden afgetrokken van de parkeereis van de nieuwe situatie volgens de minimumnorm, zodat alleen het verschil aan parkeerplaatsen nog moet worden gerealiseerd. Onderstaande berekening laat zien wat het rechtens verkregen niveau is van het plangebied. De conclusie is dat van de nieuwe parkeereis, na afronding 235 parkeerplaatsen afgetrokken mogen worden.
Berekening rechtens verkregen niveau autoparkeren Aan de ontwikkelende partij is het verzoek gedaan om, in afstemming met de gemeente, een onderzoek naar de huidige parkeerdruk uit te voeren. Naar aanleiding daarvan is een parkeerbalans opgesteld door de ontwikkelaar en worden maatwerkafspraken gemaakt over het aantal te realiseren parkeerplekken. Een parkeerdrukmeting, die is uitgevoerd door Goudappel Coffeng (d.d. bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
39
10 oktober 2019, zie bijlage 1), laat zien dat de parkeerdruk op de drukste momenten 91% bedraagt. Als de parkeerdruk lager is dan 80% mag er gerekend worden met restcapaciteit in de buurt. Voor de Omloop / Laan van Chartroise geldt dat er geen sprake is van restcapaciteit in de buurt en het parkeren moet dus op eigen terrein, binnen het plangebied, worden opgelost. In onderstaande tabellen is de parkeerbalans weergegeven.
De parkeerbalans houdt zowel rekening met het aantal bestaande parkeerplaatsen op basis van het zogenaamde rechtens verkregen niveau als ook de 25% aftrek omdat het woningen betreft voor sociale huur en middenhuur (deze aftrek geldt bij woningen vanaf 55 m2 BVO). Daarbij wordt ook de bandbreedte binnen de parkeernormen (minimale norm en maximale norm) inzichtelijk gemaakt. Volgens de parkeerbalans moeten er minimaal 9 parkeerplaatsen en maximaal 70 parkeerplaatsen worden toegevoegd. De extra parkeerplaatsen komen in de binnenterreinen, aan de achterkant van de woningen. Het uiteindelijk te realiseren aantal parkeerplaatsen op eigen terrein zal een integrale afweging zijn tussen: de kwaliteit van de openbare ruimte, de kwaliteit van de nieuwbouw (met name de binnentuin), parkeersituatie op straat (parkeerdruk). Dit wordt getoetst bij de vergunningaanvraag. Fietsparkeren Voor de woningen moeten afsluitbare bergruimten gerealiseerd worden. Hiervoor gelden de regels uit het Bouwbesluit. Het is belangrijk dat de bergruimten makkelijk te bereiken zijn, waardoor bewoners op eenvoudige wijze hun fiets kunnen pakken en opbergen. Conclusie De parkeerbehoefte van de ontwikkeling voor zowel auto's als fietsen kan binnen het plangebied worden opgelost.
4 0 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Inleiding
In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.
5.2
Milieueffectrapportage
Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in lijst D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een m.e.r. moet worden opgesteld. Plangebied De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen. Het plan blijft onder deze drempelwaarde en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.
moet echter ook in 'overige gevallen' bekeken worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling neemt de gemeente een besluit om voor het project wel of geen mer-procedure te volgen voor het project voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is de conclusie dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er daarom geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 26 april 2021 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 2. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 3. Conclusie De ontwikkeling veroorzaakt geen belangrijke nadelige milieugevolgen. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Kader Vanwege een goede ruimtelijke ordening wordt gekeken naar de milieu-invloed van bedrijven en andere functies op het plangebied. Daarbij gaat het om geur, geluid, stofhinder en gevaar. Plangebied Voor de beoordeling van bedrijven en milieuzonering en geluidniveaus bij het project De Omloop zijn door Tauw de onderzoeksrapporten 'Milieuzonering Omloop Utrecht' van 23 maart 2021 en 'Akoestisch onderzoek De Omloop te Utrecht – Mitros' van 19 januari 2021 (zie bijlage 4 en 5) opgesteld. Daarin wordt ook ingegaan op het geluid van een nabijgelegen kinderdagverblijf. Op de galerijgevel van deelgebied 1 is sprake van een geluidsniveau door stemgeluid tijdens het buitenspelen bij dit kinderdagverblijf dat verschilt per woning van 46–57 dB(A), terwijl de bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
41
richtwaarde voor overdag 45 dB(A) is. Het kinderdagverblijf is alleen overdag open. Bij de woningen waar de richtwaarde wordt overschreden liggen aan die zijde alleen slaapkamers, die tijdens de gebruikstijd van het kinderdagverblijf dus niet relevant zijn voor de beoordeling van het woonklimaat. Alleen appartementen op de begane grond hebben een doorzonwoonkamer waarvan de woonkamer doorloopt tot aan de achterzijde. Bij deze woningen is het geluidniveau van het kinderdagverblijf echter laag genoeg. Vanuit het aspect woon- en leefklimaat is sprake van een voldoende goede ruimtelijke inpasbaarheid. Conclusie De milieucategorieën van de bedrijven en instellingen vormen geen belemmering voor de te realiseren woningen in het plangebied op basis van de VNG-handreiking 'Staat Bedrijfsactiviteiten Functiemenging' en de richtafstand milieuzonering voor de RWZI. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft milieuzonering.
5.4
Geluidhinder
Kader Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die van belang zijn in het kader van de ruimtelijke ordening zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidsbelaste object – hiervoor kent de wet "geluidsgevoelige bestemmingen" zoals woningen en scholen. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn in de volgende gevallen van toepassing bij het vaststellen van een bestemmingsplan: 1. 2.
bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen; bestemmen van gronden voor aanleg van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt); 3. reconstructie van wegen; 4. gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde moet akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de gemeentelijke geluidnota, kan door burgemeester en wethouders een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld.
De voorwaarden uit de Geluidnota Utrecht op basis waarvan een hogere waarde kan worden vastgesteld, zijn: iedere woning moet beschikken over een geluidsluwe gevel; de woning bevat voldoende verblijfsruimten aan de geluidsluwe gevel, te weten 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied; indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag er in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan op de geluidsluwe gevel. Plangebied Voor de beoogde ontwikkelingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om het plan te toetsen aan de wettelijke eisen van de Wet geluidhinder, het lokale geluidbeleid en om te beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit akoestisch onderzoek is toegevoegd in bijlage 5. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste resultaten. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones van de Ahornstraat–Omloop-Laan van Chartroise, Anton Geesinkstraat, Nijenoord–Oudenoord en het spoortraject tussen Utrecht en Bilthoven. In het kader van de Wet geluidhinder wordt de geluidbelasting ten gevolge van deze geluidbronnen onderzocht. Verder liggen in de buurt van het plangebied de volgende 30 km/uur wegen: Pallisanderstraat, Vijgeboomstraat en Vinkertlaan.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de geluidbelasting door deze geluidbronnen onderzocht en getoetst aan het gemeentelijk beleid.
4 2 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Hoewel beoordeling van stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een kinderdagverblijf tijdens de openingstijden in het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgezonderd van een beoordeling, is in het kader van de ruimtelijke onderbouwing wel een beoordeling hiervan uitgevoerd. Dit betreft het stemgeluid op het speelplein achter het kinderdagverblijf 'Sprookjesrijk' aan de Omloop 4 te Utrecht. Onderzoeksresultaten Uit het geluidsonderzoek volgt dat de geluidsbelasting vanwege de Ahornstraat-Omloop-Laan van Chartroise en de Anton Geesinkstraat de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Er wordt overal voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. De geluidbelasting door het stemgeluid is op een deel van het plan (westelijke gevel deelgebied 1) hoger dan de richtwaarde van 45 dB(A) die volgens het gemeentelijk beleid wordt aangehouden. Maatregelen aan de bron of in de overdracht van het stemgeluid zijn in de praktijk niet mogelijk of handhaafbaar. Uitsluitend maatregelen bij de ontvanger zijn mogelijk. Door middel van eventuele extra geluidwerende maatregelen (verhogen kierdichting, zwaarder glas) aan deze gevels zal het in de praktijk goed haalbaar zijn om te voldoen aan de binnenwaarde van 35 dB(A).
Voor dit plan moeten voor de volgende twee bronnen ontheffingen ('hogere waarden') worden verleend: Ahornstraat-Omloop-Laan van Chartroise en de Anton Geesinkstraat. Via een planregel wordt geborgd dat hier bij de uitwerking aan wordt voldaan en dat ook de aanvullende randvoorwaarden zoals luwe gevels en luwe buitenruimten in acht worden genomen. Gezien de voorziene locatie van de buitenruimte aan de straatzijde is hier bij de verdere uitwerking nog extra aandacht benodigd. Uitgangspunt is om de maximum snelheid aan de Omloop te verlagen naar 30 km/uur en dit kan hierbij uitkomst bieden. Conclusie Er zijn vanuit het aspect geluid bezien geen belemmeringen voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied. Voor dit plan wordt parallel aan de ruimtelijke procedure een hogere waarde procedure voor de hierboven genoemde geluidbronnen doorlopen.
5.5
Externe veiligheid
Kader Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico's voor omwonenden, bedrijven en passanten. Om deze risico's te beheersen worden in bestemmingsplannen de relaties tussen deze activiteiten en hun omgeving conform wet- en regelgeving verantwoord en vastgelegd. Daartoe moeten in de eerste plaats risicobronnen geïnventariseerd worden. Vervolgens wordt een toets uitgevoerd aan de betreffende wet- en regelgeving. De normen en richtlijnen zijn onder andere vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt; voor transport over wegen, spoorwegen en vaarwegen). Het Bevt geeft antwoord op vragen hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. In het Bevt staan twee soorten risico's beschreven waarop normen en richtlijnen van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Naast risiconormeringen kent het Bevt tevens een extra afstandsbepaling, het zogenaamde plasbrandaandachtsgebied. Voor bebouwing binnen deze zone gelden extra bouwkundige eisen. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft aan hoe groot de overlijdenskans is wanneer een persoon zich permanent op een bepaalde plek bevindt. De wetgever beschouwt een overlijdenskans van eens in de miljoen jaar (aangeduid met 10-6) voor nieuwe situaties als acceptabel.
In de wetgeving is dit risico vertaald naar een afstandsnormering (PR=10-6 contour). Voor de afstand tussen de risicoveroorzakende activiteiten en kwetsbare objecten is die norm een harde grenswaarde. Voor de afstand tot beperkt kwetsbare objecten is die norm een richtwaarde waarvan mag worden afgeweken als daar een gegronde reden voor is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans aan op het overlijden van een groep mensen als gevolg van een calamiteit. Het Bevt verplicht ertoe dat bij bestemmingsplannen, waarbij nieuwe bestemmingen worden toegelaten, het groepsrisico wordt beschreven en gemotiveerd. Voor het toetsen van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde oriëntatiewaarde. Dit is geen harde wettelijke norm maar een houvast om te toetsen of het groepsrisico acceptabel is al dan niet in combinatie met maatregelen voor de bestrijding van ongevallen. Plangebied Het plan beschrijft de realisatie van 285 woningen. Woningen zijn in de wetgeving gedefinieerd als kwetsbare objecten. Er is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd waarin de risicobronnen in de omgeving zijn geïnventariseerd (zie bijlage 6). Daarnaast zijn de risico's getoetst aan de norm- en bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
43
richtwaarden. Uit deze quickscan blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen zijn die vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant zijn voor het plangebied. Op grotere afstand (ruim 850 meter) is de spoorlijn richting Breukelen gelegen, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied van dit transport wordt bepaald door giftige stoffen en kan tot 4 kilometer reiken. De afstand van het plangebied tot het spoor is groter dan 200 meter, waardoor aanvullend onderzoek of een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico gezien de grote afstand tot het spoor niet nodig is. Conclusie Vanuit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de realisatie van de beoogde ontwikkelingen.
5.6
Explosieven
Kader In het plangebied worden bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Daarom moet een onderzoek naar de aanwezigheid van Conventionele Explosieven (CE) worden uitgevoerd. Plangebied Voor het plangebied is een vooronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7). In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van conventionele explosieven binnen het plangebied aangetroffen. Op basis van de resultaten van dit vooronderziek en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht verklaard op het kunnen aantreffen van conventionele explosieven. De voorgenomen werkzaamheden kunnen dan ook regulier worden uitgevoerd. Conclusie Conventionele explosieven vormen dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
5.7
Luchtkwaliteit
Kader Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met stof, door met name verkeer. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer is samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate van invloed op de luchtkwaliteit. In november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer met betrekking tot luchtkwaliteit in werking getreden. Deze wetswijziging staat bekend als de "Wet luchtkwaliteit". Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Op basis van deze wet, opgenomen in artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer, moet het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening houden met de effecten op de luchtkwaliteit. Plangebied Om te bepalen wat het effect is van de nieuwe woningen op de luchtkwaliteit is een 'niet in betekenende mate' toets in het kader van de Wet luchtkwaliteit uitgevoerd. Uit het onderzoek (zie bijlage 8) blijkt dat het effect van het project minder dan 1,2 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10.
Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit wordt daarmee beschouwd als 'niet in betekende mate' en vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1onder c van de Wet milieubeheer. Op basis van de NSL-monitoringstool is daarnaast de conclusie dat aan de grenswaarden vanuit de Wet luchtkwaliteit wordt voldaan. Aan de WHO-advieswaarden wordt nog niet voldaan in 2020, zowel net voor PM10 als voor PM2,5. In 2030 wordt wel voldaan aan de WHO-advieswaarde voor PM10 maar nog net niet aan de WHO-advieswaarde PM2,5. De maatregelen in het “Uitvoeringsprogramma Utrecht kiest voor gezonde lucht” zijn er op gericht om ook voor PM2,5 in 2030 aan de WHO-advieswaarde te voldoen. Conclusie Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek is de conclusie dat in de toekomstige bestemmingsplansituatie aan het gestelde in artikel 5.16 eerste lid 1, onder a en onder c, van de Wet milieubeheer wordt voldaan. Hiermee zijn er geen belemmeringen vanuit luchtkwaliteit om het bestemmingsplan vast te stellen.
5.8
Bodem
Kader Bij het bestemmingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: 4 4 bestemmingsplan "Omloop, Laan van Chartroise" (vastgesteld)
Utrecht
Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels ná 1987 is ontstaan, is een "nieuw geval". Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan dienen te worden gemaakt. Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijn worden gesaneerd als er tevens sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt functiegericht en kosteneffectief. Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn, ongeacht de risico's, niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht. Na de eventuele sloop van bestaande opstallen moet ter plaatse van de gesloopte opstallen een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek en/of een bodemsanering noodzakelijk is. Als voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabijgelegen grondwaterverontreinigingen. Plangebied De locatie ligt in de wijk Ondiep. De wijk Ondiep is rond 1920 ontstaan in een voormalig weidegebied. Ter plaatse zijn gedempte watergangen en verschillende bedrijfjes aanwezig (geweest). Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 uitgevoerd. Bij het onderzoek is geen specifieke aandacht besteed aan de gedempte sloten. Uit het onderzoek (TAUW, 8 januari 2020, R004-1270787FTO-V01-agv-NL: AA034408855, zie bijlage 9) blijkt het volgende: De bodem bestaat uit zand en klei, plaatselijk is in de ondergrond veen aangetroffen. In de grond zijn bijmengingen met baksteen en plastic aanwezig. Asbestverdacht materiaal is niet waargenomen. De grond is voornamelijk licht verontreinigd met zware metalen, PAK, olie en PCB. Plaatselijk zijn matig tot sterk verhoogde gehalten gemeten aan zink en koper. Het betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging (minder dan 25 m3 grond met gehaltes boven de interventiewaarde).
Deze verontreinigingen hangen samen met de stedelijke ophooglaag die in dit gebied aanwezig is en waarin, ook in de omgeving, een heterogeen verdeelde verontreiniging is aangetoond. Nader onderzoek voor het vaststellen van ernst en omvang is niet noodzakelijk. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met zware metalen, benzeen en minerale olie. Op basis van dit onderzoek is de conclusie dat de locatie hoogstwaarschijnlijk geschikt is voor het gebruik. Na sloop van opstallen zal aanvullend onderzoek uitgevoerd moeten worden ter plaatse van de gesloopte opstallen. Hierbij moet ook aandacht besteed worden aan de gedempte watergangen. Mocht uit de bovenstaande aanvullende onderzoeken blijken dat wél sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dan is het volgende van toepassing: Indien gegraven wordt in een sterk verontreinigde bodem is sprake van een “sanerende handeling”. Voor het verrichten van “sanerende handelingen” moet een melding in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) worden verricht (BUS-melding of saneringsplan). Op basis van de Nota bodembeheer 2017-2027 moet bij grondverzet rekening gehouden worden met de toepassingseis woonkwaliteit. Het gebied is minder gevoelig voor zetting. Het gebied ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer.