CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier (december 2021).pdf

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie Omgevingsvisie Werkspoorkwartier29.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Figuur 5.11 Luchtfoto van de locatie van Stadsbedrijven, aan het kanaal, tussen spoor en insteekhaven

60 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

onder andere ingezet op vergroening, onthekking, publiekstoegankelijkheid, doorwaadbaarheid, intensivering van ruimte en samenhang met de omgeving. Waar mogelijk vanuit operationele werkzaamheden kan de gemeente hier zelf een beweging maken op deze aspecten. Met behoud van de werkzaamheden liggen er allerlei kansen op deze locatie. Door te verdichten op het terrein kan zowel ruimte worden gecreëerd voor extra kantoorruimte als voor groen. Veel winst is er te behalen op het vlak van klimaatadaptatie en ecologie bij het vrijmaken van verharding voor het vergroenen van het gebied. Waar mogelijk kunnen hekken worden verplaatst waarbij delen van het gebied meer open worden (bijvoorbeeld aan de zijde van het Amsterdam-Rijnkanaal en richting de Vlampijpstraat en het spoor). Het verdient aanbeveling om op basis van deze geactualiseerde visie verder te onderzoeken waar win-win situaties liggen voor Stadsbedrijven en het Werkspoorkwartier. De kansen voor het terrein zijn weergegeven in de (indicatieve) randvoorwaardenkaart. Deze schets is niet gebaseerd op een plan en heeft geen status, maar geeft wel de potentie van de locatie aan.

Randvoorwaardenkaart locatie Stadswerken Verdichtingsmogelijkheden op de kavel Mogelijkheid huidige bebouwing herontwikkelen Beeldbepalend gebouw/ functie/ enof hoogteaccent Voorkanten aan het kanaal (behouden) Activeren omliggend terrein, interactie gebouw en omgeving, levendige plinten Groene plek voor (tijdelijke) initiatieven met publiek karakter Groene (ecologische) spoor zone behouden/realiseren rooilijn vlampijpzone leidend Gewenste verbinding Werkspoorpad ,

Figuur 5.12 Randvoorwaarden transformatielocatie Stadsbedrijven

Gewenste interne verbinding (t.b.v. doorwaadbaarheid), Interactie met aangrenzende terreinen (entree Werkspoorfabriek en Werkspoorkathedraal met havenkom eo) Werkspoorpad

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 61

6. STRATEGIE EN UITVOERING Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 63

6. STRATEGIE EN UITVOERING Het Werkspoorkwartier is volop in transformatie en volgt de lijn zoals ingezet in de Ontwikkelingsvisie 2012. Het gekozen pad daarbij is een geleidelijk proces waarbij het zelfveranderende vermogen van het gebied gebruikt is om tot een nieuw werklandschap te komen. Er is niet gewerkt met een blauwdruk of masterplan maar met een strategie gericht op het inspelen op kansen die zich in de loop van de tijd voordoen. Naast een aantal strategische handelingen die de gemeente heeft gezet is de transformatie vooral te danken aan de vele ondernemers en initiatiefnemers die hebben geïnvesteerd in het gebied. Deze strategie is succesvol gebleken. In de verdere ontwikkeling van het gebied blijft de essentie van de uitvoeringstrategie bestaan uit een nauwe samenwerking tussen gemeente en ondernemers in het gebied. Het organiserend vermogen en het samenwerkingsmodel tussen ondernemers en gemeente maakt dat de basis al aanwezig is om een aantal gewenste ontwikkelingen te versnellen. De Bedrijvenkring Cartesius (BKC) is een actieve ondernemersvereniging met een doelgerichte aanpak om concrete verbeteringen in het gebied te realiseren. Hierin is de vereniging zeer succesvol. Ook wordt veel aandacht besteed aan informele bijeenkomsten, onderlinge kennisuitwisseling, participatie en gebiedsmarketing.

Het organiserend vermogen van de ondernemers in het gebied is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een belangrijke factor in het transformatieproces. Ook voor de gemeente is dit belangrijk omdat hierdoor de samenwerking goed is verankerd. De gemeente zelf heeft eveneens een actieve rol op zich genomen. Zo zijn er diverse maatregelen genomen gericht op het in beweging zetten van het gebied door te stimuleren, faciliteren en initiëren. Ook is actief geïnvesteerd in de openbare ruimte en is eigen bezit van panden en kavels ingezet om een bepaalde richting in gang te zetten. Zo zijn de Werkspoorkathedraal en de Werkspoorfabriek gekomen na een gerichte aanbesteding. En het Hof van Cartesius is gekomen na een prijsvraag voor de zone langs het spoor.

De bottom up ontwikkeling met een facilterende rol van de gemeente kent echter ook beperkingen. Sterk wordt geleund op de inzet van betrokken initiatiefnemers in het gebied en betrokkenen bij de gemeente. De verbeteringen in het Werkspoorkwartier van de afgelopen jaren zijn dan ook vooral op kavelniveau zichtbaar. De versnipperde eigendomstructuur maakt een gebiedsgewijze aanpak van de grote vraagstukken die op het gebied afkomen complex. Daarin is Werkspoorkwartier overigens niet uniek. Tal van bedrijventerreinen in Nederland worstelen met deze opgave.

64 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Op thema’s als verduurzaming, efficiënte organisatie van afvalstromen, bereikbaarheid en slimme parkeeroplossingen is nog een wereld te winnen. Dit in combinatie met de ambities op het vlak van vergroening, publieke ruimte, vergroten van veiligheid en onthekking vergt een samenhangende en geregisseerde aanpak waarin menskracht en middelen van ondernemers en gemeente, nog sterker dat tot nu toe, samengevoegd worden. Zeker op het thema mobiliteit en parkeren is – mede in het licht van de ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek, Wisselspoor en de plannen voor de Stadsboulevard – de urgentie voor slimme oplossingen hoog. Deze en andere uitdagingen kunnen niet per kavel door individuele ondernemers opgelost worden. En tegelijk kunnen zij ook niet eenzijdig tot de verantwoordelijkheid van de gemeente gerekend worden. Bij de BKC in de huidige vorm ontbreekt de tijd en de capaciteit om hierin een regierol te vervullen. De volgende fase in de transformatie van het Werkspoorkwartier naar een circulaire en toekomstbestendige werklocatie vergt daarom nieuwe vormen van ‘samen stad maken’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het verder vormgeven van de transformatie vanuit het perspectief van de gemeente. Het gaat hierbij om een aantal strategische maatregelen. Specifiek wordt ingegaan op de verdere samenwerking met de ondernemers in het gebied.

De ondernemers voelen een grote verantwoordelijkheid voor de verdere toekomst van het Werkspoorkwartier. De BKC wil daarom graag in samenwerking met de gemeente de mogelijkheden van een gezamenlijk gedragen gebiedsorganisatie onderzoeken, om zo tot een gemeenschappelijke uitvoeringsstrategie en investeringsagenda voor de nodige interventies op gebiedsniveau te komen.

6.1

Strategische maatregelen

1. Bestuurlijk vaststellen van de gekozen richting Om verder te kunnen wordt gevraagd de Omgevingsvisie Werkspoorkwartier (actualisatie van de ontwikkelingsvisie uit 2012) bestuurlijk vast te stellen. Daarmee kan deze gelden als toetsingskader voor de verdere transformatie van het Werkspoorkwartier. Dit houdt in dat het gedifferentieerde werklandschap behouden blijft waarbij het in ruimte wordt geïntensiveerd, verdicht en vergroend, en dat het gebied beter wordt verweven met de omgeving waarbij de functiemix wordt uitgebreid met passende publieksbestemmingen, verblijfsruimtes en stedelijke voorzieningen. Doordat andere binnenstedelijke werklocaties getransformeerd worden naar (grootschalig) stedelijk wonen biedt het Werkspoorkwartier een uniek vestigingsmilieu voor creatieve, circulaire en stadsgeoriënteerde bedrijven. Het impliceert dat hier niet wordt gekozen voor een transformatie naar stedelijk wonen op middellange en langere termijn. Woningbouw zou het unieke vestigingsmilieu teniet doen omdat de functie wonen zich niet verdraagt met de overlast van de hier gevestigde werkfuncties en de publieksevenementen. Bovendien heeft het gebied ook te maken met hinderzones die woningbouw uitsluiten. Vrijwel het gehele Werkspoorkwartier ligt binnen de hinderzone van geluidscontouren van industrieterrein Lage Weide, het spoor en van de eigen bedrijven.

Dit geeft grote beperkingen voor gevoelige functies. Daar staat tegenover dat, in lijn met de RSU 2040, de barcode van het gebied vergroot wordt met de toevoeging van groen, sport, cultuur en onderwijs. De actualisatie van de Ontwikkelingsvisie maakt de weg vrij om de functiemix van het gebied uit te breiden zodat er een gemêleerde omgeving ontstaat. De uitbreiding en intensivering met stedelijke voorzieningen maakt het gebied aantrekkelijker voor de woonbuurten in de directe omgeving alsmede voor de gehele stad.

2. Planologisch-juridisch Het vaststellen van de Omgevingsvisie Werkspoorkwartier geeft nog geen planologisch-juridische zekerheid voor bijvoorbeeld het mogelijk maken van andersoortige functies (zoals horeca) of het intensiveren van bebouwing. Welke functies op locaties mogelijk zijn en aan welke afmetingen bouwwerken moeten voldoen ligt vast in het bestemmingsplan. Vooralsnog is het uitgangspunt om niet aansluitend op deze actualisatie een nieuw bestemmingsplan te maken maar om individuele gevallen door middel van ontheffingen te faciliteren. Wanneer op termijn behoefte blijkt om het gehele bestemmingsplan te herzien zal dit alsnog in uitvoering worden gebracht. Naast het wijzigen van het bestemmingsplan kan er ook voor

individuele gevallen een ontheffing op het bestemmingsplan worden verkregen. Zo zijn afgelopen jaren in het Werkspoorkwartier strijdige maar toch wenselijke ontwikkelingen gefaciliteerd. Met deze actualisatie wordt ook beoordeeld of het huidige bestemmingsplan enerzijds niet wenselijke ontwikkelingen toestaat en anderzijds voldoende de wenselijke ontwikkelingen mogelijk maakt. Uit de inventarisatie blijkt dat de volgende aanpassingen wenselijk zijn: 1. Bestemming ‘bedrijven’ uitbreiden met ateliers en creatieve dienstverlening; 2. Bestemming groen uitbreiden; 3. Mogelijkheden voor horeca, onderwijs en cultuur verruimen; 4. Mogelijk maken van het intensiveren van ruimte en verdichten van bebouwing; 5. Maatwerk in parkeren; 6. Zware industrie beperken (specifiek bestemmen).

Initiatieven die WEL passen in de Omgevingsvisie WSK Stadsgeoriënteerde bedrijven Ambachtelijke bedrijven Creatieve industrie en kunst Circulaire bedrijven Dienstverlenende bedrijven Cultuur; passend binnen het karakter van het gebied Horeca; enkele horecavestigingen, onderdeel van de communityomgevingen, per aanvraag te toetsen aan de horeca nota Opleiding en onderwijs; vooral als het aansluit bij de gevestigde

bedrijvigheid

Sport Vrijetijdsbesteding; per initiatief wordt getoetst of het wel of niet

bijdraagt aan de schaalverkleining van het gebied. Tot 1500 m2 kan het geregeld worden via een buitenplanse ontheffing, groter dan 1500 m2 zal een postzegelbestemmingsplan moeten worden gemaakt.

Ambachtelijke productie-ondersteunde retail/ showroom tot een maximum van 250m2 Initiatieven die NIET passen in de Omgevingsvisie WSK Woningbouw; met uitzondering van in deze ontwikkelingsvisie

aangewezen locaties aan de Cartesiusweg en tussen de Industriehaven en Fregatstraat.

Kantoren; geen solitaire kantoren Grootschalige leisure; vooral vanwege de verkeersaantrekkende werking PDV of volumineuze detailhandel Distributiecentra (logistieke dozen)

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 65

3. Opheffen nachtparkeren vrachtwagens

5. Verwerving

Naast het bestemmingsplan is een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing waarin onder meer wordt geregeld dat vrachtwagens met grote opleggers tijdens de nacht hier kunnen parkeren. Deze mogelijkheid past niet meer in het huidige gebruik van het gebied en wordt opgeheven. Op basis van een locatieonderzoek zijn vervangende locaties op Lage Weide aangewezen. Hiervoor zal de APV op dit punt aangepast worden..

De gemeente zal terughoudend zijn bij verwerven, echter bereid zijn om in te spelen op de actualiteit zodra er zich kansen voordoen die de doelen van de gemeente zoals in deze visie verwoord dichterbij kan brengen. Dit kan te maken hebben met het verbeteren van de structuur van de openbare ruimte of bijvoorbeeld het realiseren van een broedplaats of stedelijke voorziening die anders niet vanuit de markt wordt ingevuld. De lopende gesprekken met betrekking tot het Eneco-terrein zijn hiervan een voorbeeld.

4. Concept bewaken Binnen het bestemmingsplan zijn al diverse initiatieven mogelijk, deze kunnen zonder meer plaats vinden in het gebied. In deze actualisatie van de ontwikkelingsvisie staan diverse aanknopingspunten voor toetsing van initiatieven die wellicht buiten het kader van het bestemmingsplan vallen. In de tabel is een globaal overzicht gegeven van wenselijke en niet wenselijke ontwikkelingen. Initiatieven kunnen hieraan worden getoetst. Daarnaast is van belang dat een nieuwe functie of ander gebruik iets toevoegt aan het gebied. De tabel moet gezien worden als indicatief: nieuwe initiatieven laten zich vaak niet voorspellen, noch houden zij zich aan een traditionele indeling in categorieën. Bij elk initiatief zal dus een beredeneerde stedelijke afweging moeten worden gemaakt. De Machinerie is zo’n voorbeeld van een cross-over initiatief dat zich niet liet voorspellen maar wel echt iets toevoegt aan het Werkspoorkwartier. Voor alle initiatieven geldt dat zij getoetst worden op de verkeersaantrekkende werking, in verband met de beperkte capaciteit van de binnenring. In de uitvoering van de conceptbewaking is de ondernemersvereniging BKC gesprekspartner van de gemeente (zie ook 6.2). Onderdeel van de charme van het gebied zijn de vele tijdelijke publieksactiviteiten en culturele evenementen.

Initiatieven die passen bij het karakter van het gebied zijn derhalve een welkome aanvulling op de permanente functies.

6.2

Deze Omgevingsvisie Werkspoorkwartier wordt procesmatig ingestoken en is een voortzetting van de strategie zoals die de afgelopen jaren is gevoerd sinds vaststelling van de Ontwikkelingsvisie 2012. Daar waar kansen liggen zullen deze worden benut om de realisatie van de visie dichterbij te brengen. Financieel gezien betekent het dat er nu geen overall financieel inzicht kan worden gegeven over de benodigde publieke en private investeringen om deze visie te realiseren. Het mag echter duidelijk zijn dat de beoogde kwaliteitsverbetering van de publieke ruimte en de uitdagingen op het gebied van mobiliteit, vergroening en klimaatbestendigheid niet mogelijk zijn zonder extra investeringen in het gebied. Het smeden van coalities om kansen te benutten en het zoeken van koppelingen met lopende gemeentelijke programmeringen is daarbij essentieel. Daarbij kunnen afspraken worden gemaakt om financiële middelen van initiatiefnemers en van de gemeente te combineren. Dit betreft situaties waarbij sprake zal zijn van een (gedeeld) publiek belang en een onrendabele top. Recente voorbeelden zijn de aanpak van de havenkom en de realisatie van de Machinerie, beide publiek-private investeringen van de gemeente en de Werkspoorkathedraal (Overvecht Vastgoed).

Ook zijn er kansen om als gebiedsorganisatie aansluiting te zoeken bij stimuleringsprogramma’s vanuit andere overheden, zoals bijvoorbeeld het Europese fonds EFRO.

Samenwerking gemeente en bedrijven

Bij de ondernemers in het gebied bestaat een groot draagvlak om de ingezette koers naar een duurzaam en toekomstbestendig werklandschap met een mix aan functies door te zetten. Om de kwaliteit van de publieke ruimte en de veiligheid te verbeteren en de kansen op gebied van klimaatadaptatie, verduurzaming en mobiliteit te verzilveren is er behoefte aan een gebiedsbrede aanpak en een structurele verankering van de samenwerking tussen ondernemers en gemeente. Dat vergt zowel van de ondernemers als van de gemeente een andere rol.

66 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

6. Financiën

Gezien de beperkte grondpositie van de gemeente in het gebied ligt het niet voor de hand dat de gemeente in haar eentje aan het roer staat van de gebiedstransformatie. Dat past ook niet bij de ambities van de gemeente in het kader van ‘samen stad maken’ en bij de positieve ervaringen die de afgelopen jaren opgebouwd zijn in de samenwerking met de stakeholders in het gebied. Een goed voorbeeld hiervan is de wijze waarop in co-creatie tussen initiatiefnemers en gemeente het Werkspoorpad tot stand is gekomen.

Gezamenlijk is een concreet plan uitgewerkt voor een voetgangerspad. De initiatiefnemers uit het gebied investeerden in tijd, ontwerpkracht en zorgden in samenwerking met de BKC voor een door het Ondernemersfonds gefinancierde verkenning en draagvlak binnen het gebied. De gemeente zorgde voor de juiste afstemming en balans tussen het ontwerp, de inrichting en het beheer van de openbare ruimte (integrale toetsing op Beheer Inrichting Gebruik, BInG-toets). Daarnaast zorgde de gemeente voor het projectmanagement en de financiering voor de realisatie van het pad.

nagementtaken’ zoals beveiliging en beheer die nu deels bij de BKC belegd zijn. Voor projecten op gebiedsniveau kunnen werkgroepen ingesteld worden en/of externe expertise ingehuurd worden. Uitgangspunt is dat het een kleine en wendbare organisatie moet zijn die in goede verbinding staat met alle ondernemers in het gebied. De gemeente zal uiteraard vertegenwoordigd zijn in de gebiedsorganisatie. Daarnaast is het denkbaar dat in relatie tot projecten de gemeente vanuit de verschillende diensten een deel van de werkzaamheden gaat uitvoeren in opdracht van de gebiedsorganisatie.

De Bedrijvenkring Cartesiusweg (BKC) heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een traditionele ondernemersvereniging naar een organisatie die staat voor alle belangen in het gebied. De ambitie van de BKC is om in gezamenlijkheid met de gemeente gebiedsbrede opgaven op te pakken. De wens van de ondernemers om een actievere rol te nemen past bij de stadsbrede trend waarbij de leidende rol van de gemeente bij initiatief en realisatie verschuift naar steeds meer co-creatie en zelforganisatie. Om deze rol verder uit te bouwen bestaat bij de BKC behoefte aan professionalisering en aan de nodige inzet van menskracht en middelen. De betrokkenheid onder de ondernemers is groot maar de gebiedsbrede taken zijn dusdanig veelzijdig en complex dat het ondoenlijk is om deze op basis van vrijwillige inzet, naast het runnen van een onderneming, tot uitvoering te brengen. Lerend van andere bedrijventerreinen in de stad en in het land zullen de BKC en de gemeente in de komende periode de mogelijkheden onderzoeken om te komen tot een gezamenlijke gebiedsorganisatie.

Wat de meest wenselijke vorm is van de gebiedsorganisatie en hoe de gemeente en ondernemers zich precies tot elkaar zullen verhouden in deze nieuwe context, zal in de komende periode nader onderzocht moeten worden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van geleerde lessen op andere bedrijventerreinen in Nederland. Uit het onderzoek dienen eveneens (afrekenbare) doelen en taken voor de gebiedsorganisatie naar voren te komen.

Gebiedsorganisatie In een gebiedsorganisatie werken gemeente en ondernemers actief samen aan de gebiedsbrede opgaven van het Werkspoorkwartier. In gezamenlijkheid bepalen zij de koers en de prioriteiten, en worden middelen en menskracht bijeengebracht om van strategie naar uitvoering te komen. Dat gaat dus een stap verder dan elkaar informeren en afstemmen. Er is sprake van een publiek-private samenwerking waarin gemeente en ondernemers op basis van gelijkwaardigheid deelnemen. De gebiedsorganisatie fungeert als platform en aanjager en faciliteert de inbreng en initiatieven van ondernemers uit het gebied. Daarnaast fungeert de gebiedsorganisatie als portal voor ondernemers en ander stakeholders zoals bijvoorbeeld het Ondernemersfonds Utrecht.

Voor de korte termijn blijft de huidige samenwerkingsvorm tussen BKC en gemeente operationeel. Deze is georganiseerd langs de volgende lijnen: 1. Informele en openbare bijeenkomsten om de onderlinge relaties te verstevigen en nieuwe ontwikkelingen te delen. De Werkspoorkwartalen zijn in 2017 gezamenlijk door de BKC en gemeente gestart en worden door de betrokkenen gezien als een waardevol contactmoment; 2. Formele overleggen waarin gemeente en de spelers in het gebied elkaar op de hoogte houden van ontwikkelingen en samen richting bepalen voor het gebied. Met de bestuursvergadering van de gebiedsorganisatie (BKC) wordt hierin voorzien doordat de gebiedsregisseur hierbij aansluit; 3. Werkgroepen waarin de uitvoering van specifieke initiatieven en opgaven wordt opgepakt met betrokkenen en deskundigen vanuit het gebied en de gemeente. Deze werkgroepen worden door de gebiedsorganisatie (BKC) in overleg met de gebiedsregisseur geïnitieerd waarbij de juiste gebiedspartijen en ambtenaren worden betrokken. Met het inbrengen van aanwezige expertise in de werkgroepen wordt gewaarborgd dat ondernemers een bijdrage kunnen leveren aan hun directe omgeving. Het gaat hierbij om gebiedsbrede thema’s zoals groen, inrichting buitenruimte (o.m. sportvoorzieningen), mobiliteit, parkeren, circulariteit, energietransitie en conceptbewaking.

De gebiedsorganisatie zou opdrachtgever kunnen zijn voor projecten op gebiedsniveau, gebiedsbrede communicatie en bijeenkomsten, als ook voor de meer traditionele ‘parkma-

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 67

Samenwerking openbare ruimte

directe omgeving ontstaan. In termen van onderhoudsniveau

Vanuit het gebied zijn er veel ideeën en initiatieven voor de

zou op plekken waar de verblijfsfunctie hoog is een hoger on-

openbare ruimte. Dit gaat van beweegroutes, welkomstborden

derhoudsniveau meer passend zijn. Het huidige onderhoudsni-

tot landmarks. Die betrokkenheid van gebiedspartijen bij de

veau staat op 6, passend bij een bedrijventerrein. Het eventueel

openbare ruimte versterkt het gevoel van eigenaarschap en daar-

verhogen van het budget is nog niet voorzien.

mee ook de sociale veiligheid. Niettemin vraagt een succesvol

Gebiedsorganisatie BKC zal voorzien in een actieve KVO-

eindresultaat veel afstemming en transparantie over de ruimte

werkgroep die ‘schoon, heel en veilig’ oppakt. Deze werkgroep

die er is in het meebepalen en meedoen. De beoogde gebiedsor-

zal de kwaliteit monitoren en afstemmen met de gemeente,

ganisatie kan hier in de toekomst een regisserende rol in vervul-

brandweer en politie. Gezamenlijk wordt een actieplan opgesteld

len. Voor de korte termijn wordt naar afstemming gezocht in de

om actuele problemen op te lossen. Financiering maakt hier

bestaande overlegstructuren. Het verdient aanbeveling dat voor

onderdeel van uit. De gebiedsorganisatie activeert ondernemers

de uitwerkingen in de openbare ruimte waar deze raakvlakken

en pandeigenaren om gebruik te maken van gemeentelijke tools

hebben met de omliggende woonbuurten (o.a. Cartesiusweg en

zoals BuitenBeterApp.

Schepenbuurt) ook de bewoners betrokken worden. De volgende

In Utrecht wordt camerabeveiliging collectief ingekocht door

thema’s zijn de komende jaren relevant.

acht bedrijventerreinen gezamenlijk. De gemeente heeft haar taken met betrekking tot camerabeveiliging en bijbehorend

A. Sport en recreëren

budget van deze bedrijventerreinen in 2015 overgedragen aan

Vanuit het gebied is er de wens om in de openbare ruimte meer

de gebieden.

ruimte te creëren voor (urban) sport en recreëren. De in het Werkspoorkwartier gevestigde ondernemers in de sportsector

C. Groen

zouden hier graag een rol in willen krijgen en deze plekken

In deze geactualiseerde ontwikkelingsvisie wordt ingezet op het

samen willen inrichten en beheren. De precieze mogelijkheden

verbeteren van de groenstructuur en het realiseren van groene

hiervoor moeten nader worden onderzocht. Om de uitvoering te

verblijfsruimten. Maar dit is nog geen uitvoeringsplan. Bij uitstek

organiseren kan de volgende lijn worden gevolgd. De initiatief-

is dit een onderwerp dat door de gebiedsorganisatie in samen-

nemers zijn de gevestigde sportondernemers. Zij melden hun

werking kan worden opgepakt. Veel bedrijven in het gebied

initiatief bij de gebiedorganisatie en formeren zich in een werk-

voelen een sterke betrokkenheid bij de groene buitenruimte en

groep. De gebiedsorganisatie kijkt wie er vanuit het gebied nog

hebben ideeën voor de verdere inrichting, de beplanting en het

meer betrokken kan worden en welke contactpersonen binnen

onderhoud. In het Werkspoorkwartier zijn diverse ondernemers

de gemeente betrokken dienen te worden of zitting nemen in de

actief in zowel ontwerp als uitvoering van de groene ruimte. Met

werkgroep. De werkgroep maakt gezamenlijk een plan voor de

de aanwezige kennis en kunde zijn er al meerdere bottum-up

inrichting van de specifieke plek. De gemeente begeleidt vervol-

initiatieven in groen van de grond gekomen. Het is voor een ver-

gens de interne vergunningenprocedure en neemt de uitvoering

dere uitvoering wenselijk om in de beoogde gebiedsorganisatie

van de werkzaamheden op zich, de sport ondernemers voorzien

de samenwerking te formaliseren. Daarbij kunnen ook afspraken

op hun beurt in het dagelijks beheer en het onderhoud van

worden gemaakt over het beheer en onderhoud van openbaar

de inrichting die niet bij de standaardpakket van de gemeente

groen. De gemeente kan delen van haar taken voor zelfbeheer

hoort, in dit geval de sport- en beweegtoestellen. Wanneer deze

van bepaalde groene zones overdragen naar de gebiedsorgani-

samenwerking een succes is kan het eventueel naar meer plek-

satie. Wanneer dit zelfbeheer slaagt, kunnen de groene zones

ken worden uitgebreid.

uitgebreid worden.

De beoogde gebiedsorganisatie is het schakelpunt bij samenwerking of vragen van gebiedspartijen. Als het gaat om financiering

Bij de gemeente zijn geen middelen beschikbaar om extra taken

van plannen vervult de gebiedsorganisatie een verbindende rol

te doen, maar is wel de bereidheid om taken af te staan naar

naar de juiste afdelingen binnen de gemeente.

de gebiedsorganisatie. De gewenste extra plus op het huidige groen en onderhoudsniveau kan de gebiedsorganisatie mogelijk

B. Schoon, heel en veilig

realiseren door dit budget verder aan te vullen met alternatieve

De gebiedstransformatie brengt met zich mee dat het gebied

inkomstenbronnen en/of beheer en onderhoudstaken weg te

een grotere publieksfunctie krijgt met meer openbare groene

zetten bij lokale partners in het gebied. Door lokale samenwer-

verblijfsruimten. De druk op deze plekken zal verder toenemen

king aan te gaan kan er goedkoper maatwerk worden ingekocht

met het groeiende aantal gebruikers onder meer vanuit de

en kan met minder middelen meer gebeuren omdat er bij partijen bereidheid is om te investeren in een stuk groen.

68 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Samenwerking mobiliteit en parkeren

kunnen hier kleinschalige verwerking en creatieve toepassing

De ondernemers willen graag nauw betrokken zijn bij de uitwer-

van restmaterialen uit de bouw worden uitgevoerd en leent het

king van de maatregelen op het vlak van mobiliteit en parkeren.

terrein zich uitstekend voor nieuwe activiteiten als smart design

Het zijn thema’s die elk bedrijf in het gebied raken. Ook dit is

en (materiaal)databeheer.

een belangrijk thema die de beoogde gebiedsorganisatie op zich wil nemen. De gebiedsorganisatie dient er voor te zorgen dat de bedrijven worden aangehaakt. Daar waar samenwerking nodig is wordt een werkgroep opgericht. Een voorbeeld is het uitwerken van de wegprofielen. Hiervoor is nog aanvullend ontwerponderzoek nodig. Vanwege het gemeentelijke besluit om op het Werkspoorkwartier betaald parkeren in te voeren (een gevolg van de ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek) is momenteel een werkgroep parkeren opgezet. De gemeente heeft de contouren voor dit besluit voor het Werkspoorkwartier vastgelegd. Hoe vervolgens invulling aan het besluit gegeven zal worden wordt in overleg met de werkgroep bepaald. De gebiedsorganisatie zorgt ervoor dat de communicatie over het traject en de inhoud niet tot de werkgroep beperkt blijft maar gebiedsbreed wordt voorzien.

Samenwerking circulariteit Verschillende ondernemers en ontwikkelaars in het gebied voeren samen met Utrechtse kennisinstellingen het EFROproject ‘Werkspoorkwartier: Creatief Circulair Maakgebied’ uit. Dit Europese subsidieproject wil nieuwe bedrijvigheid, nieuwe banen en nieuwe kennis in circulaire gebouw- en gebiedsontwikkeling creëren. Het startte in 2017 en loopt tot 2021. Onder meer de circulaire bouw van Het Hof van Cartesius, de circulaire inrichting van de Werkspoorfabriek, de aanleg van het groene Werkspoorpad en de circulaire hub Buurman Utrecht zijn met EFRO-middelen ondersteund. De resterende looptijd van het project wordt gebruikt voor kennisontwikkeling over creatief, circulair ondernemerschap. Zo zijn er tientallen studenten actief die werken aan ontwerpopgaven voor gebouwen en de openbare ruimte.

Samenwerking energietransitie De gemeente is momenteel bezig met het formuleren van een plan van aanpak voor de energietransitie van de stad. Bedrijventerreinen kennen daarbij zo hun eigen specifieke kansen en beperkingen. Zo is in het Werkspoorkwartier met relatief veel oudere panden veel winst te behalen met energiereductie door isolatie van panden (dak, vloer en gevel). Daarnaast liggen er kansen voor een collectieve transitie naar duurzame warmteoplossingen als vervanging van aardgas en het benutten van daken voor zonne-energie. In het Werkspoorkwartier zijn verreweg de meeste daken nog niet benut en daarmee ligt een groot potentieel te wachten om een deel van het elektriciteitsgebruik in het eigen gebied op te wekken. De ambities hebben consequenties voor ondernemers in het Werkspoorkwartier. Zo geldt de wettelijke verplichting voor kantoren groter dan 100 m2 om vanaf 2023 aan energielabel c te voldoen. Dit dwingt ondernemers en pandeigenaren in het Werkspoorkwartier om tot actie over te gaan. Daarnaast zijn er financiële voordelen te behalen vanuit besparingen en subsidies. Logische stap zou zijn dat de gebiedsorganisatie deze energietransitie als gezamenlijke gebiedsbrede opgave oppakt. Door collectief op te trekken kunnen hogere ambities gehaald worden en kan worden voorzien in kennisdeling en toegespitste informatievoorziening.

Ook de collectieve inkoop van energie is een voor de handliggende keuze.Tenslotte geeft de aanwezigheid van Eneco aanleiding om te onderzoeken in hoeverre de energieonderneming een mogelijke voortrekkersrol kan spelen bij de energietransitie in het gebied, bijvoorbeeld via een Energy Service Company (ESCo).

In de laatste fase van het project wordt samen met de gebieds-

Samenwerking conceptbewaking

organisatie gekeken hoe de projectaanpak en de projectresul-

In 6.1 staat als strategische maatregel de conceptbewaking

taten kunnen worden overgedragen aan de gebiedsorganisatie

genoemd. Hiermee wordt gedoeld op het toezien op het econo-

om continuering van de resultaten en de netwerken te borgen.

mische profiel zoals in deze visie is beschreven. De beoogde ge-

Het succes vraagt om een verdere samenwerking tussen de

biedsorganisatie kan hier een uitvoerende rol in vervullen. Vanuit

gebiedspartners en de gemeente. De gerealiseerde ontwikkelin-

de visie wordt onder meer gestreefd naar het zo veel mogelijk

gen passen immers bij het gemeentelijke streven om in 2050

behouden van de huidige diversiteit, het voorkomen van een

volledig circulair te zijn. Het gemeentelijke Actieprogramma

verschuiving naar mono-cultuur en het behouden van voldoende

Utrecht Circulair 2020-2023 voorziet daarbij een belangrijke rol

betaalbare werkruimtes voor de ‘onderkant’ van de markt. Het

voor het Werkspoorkwartier in het versterken van het vesti-

sturen is echter niet eenvoudig omdat de vraag naar ruimte

gingsklimaat voor circulaire bedrijven. Voor de gemeente is het

afhangt van marktomstandigheden. Een op te richten werkgroep

Werkspoorkwartier een voorbeeld voor circulaire gebiedsont-

heeft als taak om concrete maatregelen te onderzoeken.

wikkeling. Marktonderzoek wijst uit dat het gebied geschikt is als innovatielab voor circulair en duurzaam bouwen. Daarnaast

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 69

6.3

Relatie tussen Omgevingsvisie Werkspoorkwartier en Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) 2040

De RSU 2040 en deze geactualiseerde Omgevingsvisie Werkspoorkwartier zijn gelijktijdig ontwikkeld en inhoudelijk op elkaar afgestemd. In de RSU 2040 wordt het Werkspoorkwartier gezien als belangrijk vestigingsgebied voor creatieve, circulaire en maakbedrijven. Waar mogelijk moet worden ingezet op verdichting. Voorts wordt aangegeven in te zetten op het versterken van het profiel voor makers en brains binnen de circulaire economie, en het bieden van betaalbare ruimte voor doorgroei van de creatieve sector. Tenslotte wordt ingezet op meer mengen met functies als groen, cultuur, horeca, circulaire werkgelegenheid en onderwijs (geen woningbouw). In de RSU 2040 zijn met betrekking tot het Werkspoorkwartier ook een vijftal concrete ruimtelijke ingrepen opgenomen (zie paragraaf 6.2. ‘Noord-Noordwest’ in de RSU 2040): 1. Transformatie bedrijventerrein Schepenbuurt (in deze Omgevingsvisie Werkspoorkwartier wordt dit Transformatielocatie ‘Industriehaven en RET-locatie’ genoemd); 2. Groene oevers en verbindingen voor fietsers en voetgangers langs het Amsterdam Rijnkanaal; 3. Verbinding voor fietsers en voetgangers over het Amsterdam-Rijnkanaal vanuit het Werkspoorkwartier via energiecentrale naar het Vierde Kwadrant; 4. Uitbouwen creatieve broedplaats Werkspoorkwartier: meer aandacht voor de openbare ruimte, werkspoorpark, ruimte voor creatieve en circulaire bedrijven; 5.

Transformatie Centrale Merwedekanaal tot nieuw stedelijk icoon nadat huidige functie is verplaatst naar Lage Weide.

Deze in de RSU 2040 genoemde ruimtelijke ingrepen zijn in deze Omgevingsvisie Werkspoorkwartier ook verwerkt. Ten aanzien van de voetgangers- en fietsverbinding tussen het Werkspoorkwartier en het Vierde Kwadrant / Leidsche Rijn Centrum vraagt de mate van concreetheid een korte toelichting. De RSU 2040 wordt in de Visiekaart voor Utrecht in 2040 een ‘(zoeklocatie voor) nieuwe verbinding voor voetgangers en fietsers om de barrière te slechten’ aangegeven met een pijl. Ook in deze Omgevingsvisie Werkspoorkwartier wordt op pagina 37 de wenselijkheid van deze verbinding benadrukt. Niettemin is ervoor gekozen om in het kaartbeeld deze verbinding achterwege te laten omdat de benodigde mate van concreetheid nog niet kan worden waargemaakt. Zowel aan de zijde van Leidsche Rijn als aan de zijde van het Werkspoorkwartier kunnen op dit moment nog geen precieze aanlandingsplekken voor deze verbinding worden ingetekend. In het Werkspoorkwartier betreft dit immers particulier eigendom.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 70

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 71

72 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

BIJLAGEN Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 73

HISTORIE WERKSPOORKWARTIER BIJLAGE I Het industriële tijdperk van Werkspoor, Demka en Pegus heeft Utrecht de erfenis gegeven van een industrieel landschap dat in de huidige tijd bijzonder goed blijkt te functioneren als een spannende en alternatieve setting voor verschillende stedelijke activiteiten. Vóór dit tijdperk behoorde het buitenstedelijke gebied tot de voormalige stadsweide van Utrecht, een middeleeuwse ontginning die in de 15e eeuw werd opgedeeld in een Hoge en een Lage Weide. De eerste grote ingrepen in het landschap waren het graven van het Merwedekanaal en het aanleggen van de spoorlijnen naar Amsterdam en Rotterdam eind 19e eeuw. Tussen het Merwedekanaal en de spoorwegen vestigden zich in 1913 de uit Amsterdam afkomstige fabriek Werkspoor (spoorrijtuigen en staalconstructies) en de uit Hoogezand afkomstige ijzer- en staalgieterij Demka. In aansluiting daarop werd in 1916 besloten om een gemeentelijk industrieterrein aan te leggen tussen het Merwedekanaal en de Cartesiusweg vanwege de gunstige ligging aan het water en het spoor. De aanleg bestond uit de verlegging van de Lage Weidsedijk (1920), het opspuiten en bouwrijp maken van het terrein, het graven van de industriehaven (1922 -24) en het graven van

Figuur II.1: Historische foto, Werkspoorkwartier 1920

74 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

een havenkom tussen de Tractieweg en de Nijverheidsweg. In 1925 werd tussen de Keulsekade en de Nijverheidsweg de centrale van Pegus (elektriciteit en stadswarmte) in gebruik genomen. Met name Werkspoor groeide hard. In de hoogtijdagen werkten hier 6000 mensen. Het terrein van Werkspoor besloeg uiteindelijk een groot deel van het industrieterrein en het had een eigen havenkom en diverse spoorverbindingen. Ook tijdens de wederopbouw was er veel werk om spoorrijtuigen te bouwen en na de fusie met Stork in 1954 werden hier ook grote ketels en machines gemaakt. In 1960 werd de Apparatenhal in gebruik genomen, de huidige Werkspoorkathedraal. In de jaren zestig was het gebied uitgegroeid tot een groot complex aan fabrieken en werkplaatsen. Vanaf eind jaren zestig liep de productie van Werkspoor echter terug en daarmee de stokte de ontwikkeling van het industriegebied al snel. In de jaren zeventig werden de fabrieken voor rollend materieel en de staalgieterij gesloten. Met de sluiting van de apparatenfabriek in 1983 kwam

er een einde aan het tijdperk van Werkspoor. Tussen 1975 en 1985 heeft de gemeente het gebied herbestemd tot een gemengd bedrijventerrein met een nieuw stratenplan en uitgeefbare kavels. Een beperkt aantal gebouwen uit het tijdperk van Werkspoor zijn als industrieel erfgoed bewaard gebleven en hebben in de afgelopen jaren nieuwe bestemmingen gekregen. Ook de industriehaven, de havenkom, de energiecentrale en twee monumentale bruggen zijn levende herinneringen. De geschiedenis van de aanliggende gebieden is nauw verweven met die van het huidige Werkspoorkwartier. Voor de vele werknemers van de fabrieken werden zowel voor de oorlog als in de jaren vijftig woonbuurten gebouwd, zoals de Lessepsbuurt en Elinkwijk in Zuilen, en de Schepenbuurt aan de zuidzijde van de industriehaven. Door de komst van grotere schepen is tussen 1936 en 1952 het Amsterdam-Rijnkanaal gegraven ter vervanging van het Merwedekanaal. Ter hoogte van het Werkspoorkwartier betreft dit het verbrede Merwedekanaal. Tegelijkertijd werd het industriegebied Lage Weide aangelegd aan de westzijde van het kanaal, een veel groter bedrijventerrein (500 hectare) met insteekhavens. De huidige Cartesiusweg vormt de belangrijkste ontsluiting

voor het autoverkeer, en was lange tijd de naamgever van de beide bedrijventerreinen aan weerszijden van deze weg. De Cartesiusweg was onderdeel van de stedelijke rondweg die voortkwam uit het Uitbreidingsplan van Berlage en Holsboer (1920). De bebouwing aan weerszijden dateert overigens vooral pas uit de jaren vijftig. Aan de westzijde van de Cartesiusweg (de huidige begrenzing van het Werkspoorkwartier) ligt een lint woonbebouwing, aan de oostzijde van de weg bevindt zich nog het monumentale Centraal Autobusherstel Bedrijf (1949) van architect Van Ravesteijn. Op dit terrein zal de komende jaren de nieuwe woonbuurt Cartesiusdriehoek worden ontwikkeld. De verhoging van het spoor in 1938-40 maakte dat de weg doodliep. Pas met het maken van een tunnel in het verlengde van de St. Josephlaan begin jaren zestig werd de Cartesiusweg daadwerkelijk opgenomen in de binnenring. In 2007 is hier het station Zuilen geopend.

Figuur II.2 v.l.n.r.: Historische foto, Werkspoorkwartier 1925 Historische foto, Werkspoorkwartier, peguscentrale 1948 Historische foto, Werkspoorkwartier 1964 Historische foto, Werkspoorkwartier 1991

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 75

ONTWIKKELINGSVISIE WERKSPOORKWARTIER 2012 BIJLAGE II In 2012 heeft de gemeenteraad de Ontwikkelingsvisie Werkspoorkwartier vastgesteld. Het gebied had op dat moment dringend behoefte aan een nieuw toekomstperspectief. Het gemengde bedrijventerrein Cartesiusweg kende decennialang weinig belemmeringen voor de inrichting en het gebruik. Daardoor is gaandeweg een grote diversiteit aan bedrijvigheid ontstaan. Een bijzonder kenmerk van het Werkspoorkwartier is tot op de dag van vandaag de ongebruikelijke menging van allerlei stadsverzorgende bedrijven, kantoren, creatieve bedrijven, kunstateliers, energiecentrale, afvaldepot en vrijetijdsbestemmingen. Maar tegelijkertijd was het bedrijventerrein verworden tot een weinig uitnodigend stuk stad met een overwegend laagwaardige inrichting met afrasteringen, povere gebouwen en versleten openbare ruimte. De diversiteit had weinig samenhang door de structuur van met hekken omheinde kavels en gesloten bedrijfspanden. Daarbinnen bevonden zich de autonome wereldjes: uit het zicht en zonder onderlinge interactie. Mede door de economische crisis van dat moment groeide het besef dat het gebied in een neergaande spiraal zat. De problemen waren ook aanzienlijk met leegstand, verpaupering en een verslechterde bereikbaarheid. Geen eenvoudige vraagstukken destijds, maar de echte opgave van het gebied was nog veel groter.

In de veranderende stedelijke economie voldeed het oude bedrijventerrein steeds minder aan de snel opkomende behoefte aan andere typen werkomgevingen. In de Ontwikkelingsvisie werd daarom gekozen voor een nieuwe koers. Als binnenstedelijk werklandschap en creatieve zone

Figuur II.1: Ruimtelijke structuur Figuur II.2: Groenstructuur

76 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

was het Werkspoorkwartier kansrijk voor kleinschalige stadsgeoriënteerde en creatieve bedrijven. Met het vaststellen van een nieuwe identiteit voor het gebied en een aantal strategische ruimtelijke ingrepen legde de Ontwikkelingsvisie 2012 de basis voor de gedaanteverwisseling die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. De daadwerkelijke transformatie kwam in de eerste plaats voort uit de verschillende creatieve initiatieven van een aantal pionierende ondernemers. Vanuit placemaking en publieksactiviteiten ontstond aandacht voor het gebied en het industriële erfgoed waarna grotere investeringen en projectontwikkelingen volgden. In korte tijd heeft het Werkspoorkwartier het toekomstperspectief waargemaakt, en is het gebied uitgegroeid tot een nieuw type binnenstedelijk werklandschap met een uitzonderlijke positie binnen de stad. Ondanks de vele veranderingen zijn er ook verschillende ideeën uit de visie nog niet of nog maar ten dele tot stand gekomen. Ze zijn waardevol om in deze actualisatie te benoemen omdat ze nog steeds relevant zijn en we ze mee kunnen nemen naar een verdere toekomst.

Een eerste ambitie betreft het vergroenen van het gebied. Dit is nog maar mondjesmaat gebeurd. In de ontwikkelingsvisie werd geconcludeerd dat een heldere groenstructuur ontbreekt en het aanwezige groen versnipperd is zonder veel toe te voegen aan het gebied. Ingezet werd om het groenareaal uit te breiden, de kwaliteit van het groen te verbeteren en groene verbindingen (zoals langs het Amsterdam-Rijnkanaal)

op te waarderen. De ambitie om te vergroenen wordt in deze actualisatie verder geconcretiseerd.

ook zeer actueel. In deze actualisatie wordt op beide ontwikkelingen ingegaan.

Een tweede ambitie betreft het verbeteren van routes en verbindingen waardoor er meer samenhang

Een vierde ambitie betreft het verbeteren van de twee entreegebieden naar de Cartesiusweg

kan ontstaan binnen het gebied en met de omgeving daar buiten. Deels is dit gerealiseerd onder andere met de aanleg van het Werkspoorpad en met het wegnemen van afrasteringen en hekken op veel plekken waardoor er informele verbindingen over kavels zijn ontstaan. Maar niet alles is uitgevoerd, en de nieuwe werkelijkheid vraagt ook weer om nieuwe aanpassingen waar in deze actualisatie op wordt ingezet.

(bij de Nijverheidsweg en bij station Zuilen). De situaties ter plekke zijn grotendeels niet veranderd. De ambitie is echter minstens zo relevant als destijds. Zo wordt het gebied veel intensiever bezocht door alle nieuwe activiteiten. En de toekomstige herontwikkeling van de Cartesiusdriehoek zal ook weer meer vragen van de entrees. In de Ontwikkelingsvisie werden echter geen concrete plannen geïnitieerd. Voor de entree bij station Zuilen is hier inmiddels wel een start mee gemaakt. In deze actualisatie wordt hier aandacht aan gegeven.

Een derde ambitie betreft het activeren van het water. Het water is beeldbepalend in het Werkspoorkwartier en verwijst naar het industriële verleden. Het Amsterdam-Rijnkanaal begrenst het gebied als grote ruimtelijke structuur. De havenkommen van de Industriehaven en de Werkspoorhaven vormen een relatie met dit water. Onderdeel van dit karakter vormen de twee monumentale bruggen langs de Keulsekade over de havenkommen. Het gebruik van de havens voor watergerelateerde functies zoals verblijf en overslag werden als kansen gezien. Dit wordt nog steeds zo gezien en is inmiddels wellicht zelfs relevanter geworden. Voor de Werkspoorhaven is een transformatie naar activering van het water en de oevers om publiekelijk gebruik mogelijk te maken inmiddels in gang gezet. Voor de Industriehaven lijken de kansen hierop

Een vijfde ambitie tenslotte betreft het aanwijzen van concrete beeldbepalende locaties om te transformeren naar nieuwe functies in lijn met de gewenste identiteit. Voor een deel is dit gebeurd: in de afgelopen jaren zijn de Werkspoorkathedraal en de Werkspoorfabriek met veel succes omgevormd. De havenkom bij de Werkspoorkathedraal volgt binnenkort. Nog niet gerealiseerd maar wel actueel en relevant is de transformatie van de energiecentrale en het entreegebied naar station Zuilen. Eneco wil de energiecentrale gaan afstoten maar een definitieve planning daarvoor is nog niet bekend. Voor beide locaties worden de mogelijkheden in deze actualisatie in kaart gebracht.

NS

Figuur II.3: infrastructuur huidige situatie Figuur II.4: beeldbepalende elementen

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 77

OPGAVEN WERKSPOORKWARTIER BIJLAGE III In hoofdstuk 1 zijn de opgaven benoemd waar het Werkspoor-

steeds meer zijn weg maar er liggen kansen om de verblijfskwa-

kwartier mee te maken zal krijgen op de verschillende schaalni-

liteit en het publieke gebruik verder te optimaliseren.

veaus. Hierna worden deze opgaven meer in detail toegelicht.

In de derde plaats is er de stedelijke opgave om in te zetten op de mobiliteitstransitie. De aanwezigheid van station Zuilen en

Opgaven op stedelijke schaal (RSU 2040)

een aantal doorgaande fietsroutes maakt dat er voor het Werk-

De aanhoudende groei van Utrecht bepaalt in grote mate de ver-

spoorkwartier volop ingezet kan worden op openbaar vervoer,

dere ontwikkeling en inrichting van de stad. Naar schatting zal

fiets en voetganger. Het station zal een grotere rol kunnen gaan

de stad de komende twintig jaar groeien met 100.000 nieuwe

spelen.

inwoners en 70.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Keuzes die Utrecht moet maken om de groei in de stad te kunnen accommoderen hebben ook gevolgen voor de verdere ontwikkeling en gebruik van het Werkspoorkwartier. Om op stedelijk niveau de juiste ruimtelijke keuzes te maken heeft de gemeenteraad in 2021 de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) vastgesteld. Hiermee wordt richting gegeven om de groei in goede banen te leiden, doordachte keuzes te maken, kwaliteit toe te voegen en nieuwe ontwikkelingen in te bedden in het bestaande stedelijke weefsel. Om de specifieke ruimtevraag voor wonen, werken en voorzie­ ningen inzichtelijk te maken werkt de RSU 2040 met de barcode-systematiek. De barcode geeft schematisch weer welke ruimtevraag en ruimteclaim op de stad wordt gelegd. Dit is een kwantitatieve benadering van de hoeveelheid ruimte die nodig is om de groeiprognoses te accommoderen, beredeneerd vanuit het bestaande beleid, en aangevuld met trends en ontwikkelingen. Het is een bruikbaar instrument om vervolgens een kwalitatieve afweging te maken – ook voor de verschillende gebiedsontwikkelingen. Met de barcode kan worden geduid welke bijdragen een gebied als het Werkspoorkwartier kan leveren aan het accommoderen van de stedelijke groei. Hoe dan ook zullen de grote opgaven van de stad leiden tot een aantal fundamentele opgaven voor het Werkspoorkwartier.

In de eerste plaats is er de stedelijke opgave om de groei van de werkgelegenheid te accommoderen. De ingezette transformatie naar een bij de huidige stedelijke economie passend werklandschap leidt al tot beduidend meer arbeidsplaatsen per hectare. Als deze lijn van intensivering wordt doorgezet kan het tot nog meer werkgelegenheid leiden. Van belang hierbij is dat in de RSU 2040 zal worden ingezet op strategieën om in te kunnen spelen op de ruimte-schaarste. Naast transformatie en functieverandering zal intensiveren van de beschikbare ruimte hier relevant zijn. Denk hierbij aan verdichten, stapelen van functies, slimmer organisatie en multifunctioneel ruimtegebruik. In de tweede plaats is er de stedelijke opgave om plek te bieden aan groen en maatschappelijke voorzieningen. Dit biedt een duidelijke aanknopingspunt om de verdere transformatie van het Werkspoorkwartier hiervoor te benutten. Het publiek vindt al

78 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Opgaven vanuit de directe omgeving Concreet leidt de veranderende stad al op korte termijn tot een nieuwe ruimtelijke context in de directe omgeving. Het Werkspoorkwartier ligt immers te midden van een stadsdeel dat sterk in beweging is met een aantal grootschalige gebiedsontwikkelingen. Met de opening van Leidsche Rijn Centrum en de aankomende transformaties van de Cartesiusdriehoek en Wisselspoor ligt het Werkspoorkwartier ineens in een binnenstedelijke setting. Naast de bestaande buurten zorgen deze nieuwe hoogstedelijke ontwikkelingen ervoor dat vlakbij het gebied duizenden mensen wonen die op hun beurt behoefte hebben aan groen, voorzieningen en vrijetijdsbesteding. In de afgelopen jaren is het Werkspoorkwartier steeds meer een (alternatieve) plek geworden voor publieksactiviteiten. De verwachting is dat de druk op het gebied voor dergelijke activiteiten groter wordt en het Werkspoorkwartier nog weer meer ‘open’ gaat zijn voor publiek. In ieder geval zal de nieuwe stedelijke context bepalend zijn voor het toekomstperspectief van het gebied. Daarmee ligt er een opgave om op de behoeften vanuit de directe omgeving te responderen. Daarnaast heeft het Werkspoorkwartier te maken met een relatief mindere bereikbaarheid voor auto’s en vrachtwagens ten opzichte van andere bedrijventerreinen. Met name voor bedrijven met een focus buiten de stad wordt de ligging steeds lastiger.

Door de realisatie van Leidsche Rijn en de langere routes naar de A2 ligt het bedrijventerrein niet meer aan de rand van Utrecht. Bovendien zet de gemeente vanuit het mobiliteitsbeleid in op het terugdringen van het autoverkeer in de stad. Daarbij past de keuze om het Werkspoorkwartier te profileren als werkomgeving voor stadsgeoriënteerde bedrijven.

Opgaven vanuit ontwikkelingen in het gebied In het gebied zelf vindt een aantal bijzondere ontwikkelingen plaats die leiden tot nieuwe opgaven. Zo is er een aantal ontwikkelingen gaande die ten tijde van de Ontwikkelingsvisie 2012 niet waren voorzien, of in ieder geval niet in die mate. En daarnaast een drietal concrete locaties in het Werkspoorkwartier die de komende jaren vrij komen voor herontwikkeling.

Creatieve broedplaatsen De Ontwikkelingsvisie 2012 richtte zich op een profiel met creatieve en stadsgeoriënteerde bedrijven, met daarnaast ook ruimte voor evenementen, exposities, urban culture, horeca en vrijetijdsbestemmingen. Dit profiel is sindsdien ook de werkelijkheid geworden, maar de manier waarop dit zich in het gebied manifesteerde was niet voorzien. In korte tijd is – binnen de bestaande structuur van het industrieterrein – een ruimtelijke setting ontstaan met verspreid over het gebied verschillende creatieve community-omgevingen. Deze zijn onderling zeer verschillend maar elk van hen biedt een eigen setting met een verzameling werkruimtes of ateliers, community spaces en activiteiten voor de doelgroep. Momenteel telt het gebied acht van dergelijke omgevingen: het Hof van Cartesius, de Nijverheid, de Havenloods, Campus Werkspoor, Werkspoorkathedraal, de Stadstuin (Werkspoorfabriek), de Schaverij en Vlampijpateliers. Nieuwe locaties zijn al weer in ontwikkeling. Tezamen zijn ze inmiddels karakteristiek geworden voor het Werkspoorkwartier. Het zijn de blikvangers van het gebied en ze dragen met hun diversiteit flink bij aan het huidige succes. Juist hier is sprake van dynamiek, zien we een sterke groei van de werkgelegenheid en zijn de meeste publieksactiviteiten geconcentreerd. De opgave is om de diversiteit in deze structuur te behouden en te versterken.

Ontdekking door het publiek Ten tijde van de Ontwikkelingsvisie 2012 was het gebied voor publieksactiviteiten vooral nog een pioniersplek, buiten de destijds al aanwezige stand alone functies (zoals KidzCity en All Inn Squash). Inmiddels is het Werkspoorkwartier door veel mensen ontdekt als stedelijke bestemming. In de Werkspoorkathedraal vinden grootschalige evenementen plaats. Bij de community-omgevingen worden allerlei doelgroep gerelateerde activiteiten georganiseerd. Een aantal van dit soort plekken heeft de mogelijkheid om horeca te bieden bij activiteiten. Er is momenteel één cafe-restaurant in het gebied (Werkspoorcafe De Leckere) en een coffee-shop. De aantrekkingskracht van het gebied op het publiek zal naar verwachting alleen maar toenemen, mede door de ontwikkelingen in de directe omgeving. De opgave is om het gebied hierin verder te versterken waarbij het aanbod blijft passen bij de identiteit van het Werkspoorkwartier. De diverse community-omgevingen zijn hierbij speerpunt.

Veranderde mobiliteitsbehoefte Met de transitie van een gemengd bedrijventerrein naar een creatief en stadsgeoriënteerd werklandschap is geleidelijk aan de bedrijfstypologie veranderd. En daarmee ook de mobiliteitsbehoefte. Het merendeel van de nieuwkomers is creatief,

ambachtelijk of dienstverlenend en heeft relatief weinig transportbewegingen. Tegelijkertijd is een aantal relatief grotere bedrijven met veel transportbewegingen weggetrokken. Veel bedrijven blijven aangewezen op auto of vrachtwagen omdat fysieke producten of materialen worden geproduceerd en verhandeld. Maar fiets- en voetgangersverkeer is sterk gegroeid en dit zal door de verdere intensivering van het ruimtegebruik en de groei van publieksbestemmingen naar verwachting verder toenemen. De opgave is om in de ruimtelijke visie hierop in te spelen. Bovendien leidt de veranderende ruimtelijke context ook tot opgaven om de routing en aansluiting op de omgeving te verbeteren.

Circulaire economie De gemeente Utrecht wil in 2050 volledig circulair zijn. In de circulaire economie worden alle grondstoffen hergebruikt en bestaat er geen afval. Recent is een actieprogramma vastgesteld waarin de eerste periode 2020-2023 gebruikt wordt om te leren en te experimenteren, en vervolgens om te versnellen. De aanpak Utrecht Circulair is vooral gericht op de gebouwde omgeving. De gemeente zet onder meer in op het stimuleren van circulaire gebiedsontwikkeling, circulair bouwen en circulaire ondernemingen. Het Werkspoorkwartier is een voorloper op dit gebied en wil nadrukkelijk een rol blijven spelen als proeftuin en experimenteergebied. In 2017 heeft een consortium van ondernemers en kennisinstellingen een EFRO-subsidie ontvangen om het Werkspoorkwartier te transformeren naar een circulaire broedplaats. Sindsdien is veel gebeurd. Het Hof van Cartesius heeft inmiddels landelijke bekendheid gekregen als circulaire proeftuin en ook andere ondernemers in het gebied hebben zich aangesloten bij de principes van circulair renoveren en bouwen. De opgave is om dit verder uit te bouwen. Met de aanwezige kennis, het creatieve karakter en de bezieling van de ondernemers kan het Werkspoorkwartier voorop blijven lopen in de transformatie naar een circulaire economie. Met name als vestigingsplek voor innovatie en onderwijs en als experimenteergebied liggen er kansen.

Bij de ondernemers is daarnaast veel animo om stappen te maken in energiegebruik en mobiliteit. Ondernemers en gemeente kunnen hier verder in samenwerken.

Transformatielocaties Heel concreet zijn er drie locaties in het gebied die in de komende jaren naar verwachting een herontwikkeling zullen ondergaan en veel impact zullen hebben op de toekomst van het Werkspoorkwartier. Het gaat hierbij om het entreegebied bij Station Zuilen, de Eneco-locatie en de RET-locatie. De laatste twee liggen aan weerszijden van de Industriehaven en hebben een grote mate van samenhang. In hoofdstuk 5 worden de opgaven van deze locaties beschreven.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 79

MILIEUHINDER BIJLAGE IV Geluid

Milieucategorieën

Het grootste deel van het Werkspoorkwartier behoort tot het geluidgezoneerde industrieterrein Lage Weide waar geen gevoelige functies kunnen worden gerealiseerd. De rest van het gebied ligt in de geluidzone van de bedrijven van het Werkspoorkwartier. Daar kunnen tot aan de Cartesiusweg maar beperkt gevoelige bestemmingen worden gebouwd omdat de geluidsbelasting er op veel plaatsen hoger is dan 55 dB(A). Bij geluidsbelastingen van meer dan 50 dB(A) is een ontheffing nodig, waarbij ook luwe gevels worden geëist en ook wordt gekeken naar het geluid van spoor en wegverkeerslawaai. Gevoelige functies die in de Wet geluidhinder worden beschermd zijn onder meer woningen en onderwijsgebouwen.

In het bestemmingsplan Werkspoorkwartier worden bedrijfsactiviteiten toegelaten in de milieucategorieën 3.1 en 3.2. Iedere milieucategorie kent een eigen adviesafstand tot woonbebouwing en andere gevoelige functies. De aanbevolen afstand is 30 meter (3.1) en 50 meter (3.2) tot gemengd gebied, en 50 meter (3.1) en 100 meter (3.2) tot een rustige woonwijk. Eneco valt in categorie 4.2, de bijbehorende adviesafstanden daarvoor zijn 200 meter tot gemengd gebied en 300 meter tot een rustige woonwijk.

Een deel van het Werkspoorkwartier heeft ook te maken met geluidhinder van de spoorlijn Utrecht- Amsterdam. Zonder extra geluidsbeperkende maatregelen ligt grofweg het gebied tot de Nijverheidsweg boven de voorkeursgrenswaarde van 55 dB (A) voor gevoelige functies. Dit kan eventueel veranderen met geluidswerende schermen (zie ook de schermen aan de overzijde van het spoor in relatie tot de bestaande bebouwing in Zuilen).

Figuur IV.1: Geluidshinder industrie

80 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Figuur IV.2: Geluidshinder wegverkeer (2016) Figuur IV.3: Geluidshinder spoorwegen (2016)

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 81

PARTICIPATIE WERKSPOORKWARTIER BIJLAGE V Het participatietraject

De opbrengst uit het participatietraject

Bij het tot stand komen van deze Actualisatie Ontwikkelingsvisie Werkspoorkwartier heeft actieve participatie plaatsgevonden. Dit was ook uitdrukkelijk de wens van de gemeente, de ondernemers en de omwonenden. Gekozen is voor een participatietraject in het 3e niveau van de Utrechtse Participatiestandaard. Belanghebbenden zijn actief gevraagd hun meningen, verwachtingen en ideeën in te brengen die zoveel mogelijk ook zijn meegenomen in de uiteindelijke visie.

De betrokkenheid bij de toekomst van het Werkspoorkwartier is zeer groot bij ondernemers, eigenaren, omwonenden en andere belanghebbenden. In de afgelopen jaren is de onderlinge samenhang sterk gegroeid en het gedeelde enthousiasme om het gebied verder te ontwikkelen op de ingeslagen weg is

In de eerste plaats zijn de belanghebbenden gedurende het gehele traject op de hoogte gehouden van de voortgang van het proces. Hierbij is aangesloten bij de bestaande informatiekanalen van het Werkspoorkwartier. Op een drietal momenten is de stand van zaken gepresenteerd tijdens de informele en openbaar toegankelijke informatiebijeenkomsten van de ondernemersvereniging BKC over de ontwikkelingen in het gebied (het Werkspoorkwartaal). De verslagen en presentaties van deze momenten zijn steeds geplaatst op de website werkspoorkwartier.nl. In de tweede plaats heeft actieve consultatie plaatsgevonden. Gedurende het traject heeft het projectteam circa vijftig interviewgesprekken gehouden met ondernemers, initiatiefnemers, eigenaren, bestuursleden van de BKC, omwonenden, bewonersorganisaties en andere belanghebbenden. Over de contouren van de actualisatie (identiteit en ruimte) is een workshop georganiseerd met een vooraf geselecteerde groep belanghebbenden. Bij het opstellen van de visie heeft op verschillende momenten afstemming plaatsgevonden met het bestuur van de BKC, waarbij de zienswijzen van de BKC actief zijn ingebracht op de geformuleerde teksten en beelden. In de derde plaats heeft op 3 december 2020 een openbare participatieavond plaatsgevonden waarbij iedereen in de gelegenheid was om vooraf het concept van het document te downloaden en te lezen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7869c13a-d8f5-40c0-ba06-39dd28609ad0