CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier (december 2021).pdf

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie Omgevingsvisie Werkspoorkwartier29.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

en regionale bereikbaarheid van het Werkspoorkwartier. Daarnaast liggen er kansen voor ecologische verbeteringen door deze doorgaande groene lijn aan te sluiten op het stedelijke groene netwerk. 2. Westelijke Stadsboulevard De belangrijkste ontsluiting voor het autoverkeer is via de Cartesiusweg. De kruising met de Nijverheidsweg vormt voor auto’s en vrachtwagens de hoofdentree. De Cartesiusweg maakt onderdeel uit van de Westelijke Stadsboulevard. De gemeente heeft in 2017 besloten om de wegen tussen het 24 Oktoberplein en de Marnixbrug om te vormen tot een stadsboulevard. De wegen moeten daarmee veiliger, groener en makkelijker over te steken zijn. Ook de Cartesiusweg wordt heringericht. Het noordelijke deel van de Cartesiusweg krijgt één rijstrook per richting, met daarnaast aan één zijde een fietsstraat met autoparkeren. Rekening is gehouden met de herontwikkeling van de Cartesiusdriehoek tot woongebied met onder meer een extra aansluiting voor autoverkeer op de Westelijke Stadsboulevard nabij station Zuilen. Het kruispunt Cartesiusweg-Perronlaan/Nijverheidsweg wordt aangepast met minder opstelvakken vanaf de noordzijde. Het zuidelijke deel van de Cartesiusweg behoudt wel twee rijstroken per richting vanwege de grote hoeveelheid bestemmingsverkeer. 3. Verbindingen voor fietsers en voetgangers Het Werkspoorkwartier is voor langzaam verkeer via de diverse entrees ontsloten.

Met de intensivering van bedrijvigheid en de komst van meer publieksactiviteiten worden deze wijkverbindingen ook steeds relevanter. De ambitie is om de verbindingen kwalitatief te verbeteren en aan te sluiten op het stedelijke groene netwerk (zie voor de groenstructuur ook 4.4). De doorgaande fietsroutes via het ARK en aan de noordzijde van de spoorlijn zijn al benoemd. De entrees vanaf de Cartesiusweg hebben een flinke verbetering nodig (zie hier onder bij het kopje ‘entrees’). Een belangrijke kwaliteitsslag is om het Werkspoorkwartier beter aan te sluiten op de aangrenzende groene structuren van het Julianapark en het (nog te ontwikkelen) luspark in de Cartesiusdriehoek. Deze wijkverbindingen werken natuurlijk

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 35

Figuur 4.7: Interne langzaam verkeersverbindingen tussen creatieve communities en entrees

36 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

twee kanten op: zo kunnen de gebruikers van het Werkspoorkwartier op een prettige manier de parken bereiken, en wordt andersom het Werkspoorkwartier vanuit de wijken beter bereikbaar voor bewoners. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het vergroten van de sociale veiligheid in het gebied. Op plekken met weinig zichtlijnen en langs stillere routes laat dit te wensen over. Het verlevendigen van de verbindingen is dus relevant. Tenslotte is het goed om rekenschap te geven aan een betere verbinding met Leidsche Rijn Centrum. Dit nieuwe centrumgebied ligt slechts op een steenworp afstand van het Werkspoorkwartier. Beide locaties veranderen door hun ontwikkeling en transformatie de ‘kaart’ van de stad. Met de toekomstige ontwikkeling van het vierde kwadrant van Leidsche Rijn Centrum en aan de zijde van Werkspoorkwartier de eventuele transformaties van het Eneco-terrein en het RETterrein groeien de locaties nog meer naar elkaar toe. Toch is de bestaande verbinding slechts indirect waardoor de ruimtelijke relatie met Leidsche Rijn Centrum ondanks de nabijheid zwak is. On­danks de scheiding door het kanaal verdient het aandacht om te onderzoeken hoe deze relatie in de toekomst kan worden verbeterd. Hierbij valt de denken aan een verbinding voor fietsers en voetgangers over het AmsterdamRijnkanaal, zoals aangegeven in de RSU 2040. 4. Entrees Het Werkspoorkwartier heeft vijf entrees.

Drie daarvan zijn ook entrees voor autoverkeer. Het is een wens vanuit de ondernemers dat de zichtbaarheid van het gebied wordt verbeterd. De ambitie is om de entrees beter herkenbaar te maken. Met name de entrees vanaf de Cartesiusweg vragen daarnaast om een daadwerkelijke herstructurering. Structuren bij zowel de entree bij Station Zuilen als bij de Nijverheidsweg en Industriehaven zijn nu niet helder en het Werkspoorkwartier is niet (goed) zichtbaar bij binnenkomst. In beide gevallen gaat het om een (nog uit te voeren) integrale ontwerpopgave, die meer behelst dan alleen de entree en het maken van zichtlijnen. Het gaat ook om het maken en vergroenen van heldere structuren en het activeren van publieke routes voor voetgangers en fietsers. Bij Station Zuilen zal de nadere uitwerking van de entree in samenhang moeten plaatsvinden met de herontwikkeling van het station, de aanleg van de Westelijke Stadsboulevard en

de ontwikkeling van Cartesiusdriehoek. Bij de Nijverheidsweg en Industriehaven liggen er structurele kansen om de entree te verbeteren en te vergroenen wanneer de locaties van Eneco en RET op termijn in aanmerking komen voor transformatie. Zie verder Hoofdstuk 5. 5. Interne voetgangersverbindingen De ambities voor mobiliteit en de daarmee gepaard gaande ingrepen in de infrastructuur binnen het Werkspoorkwartier worden beschreven in 4.5. Naast de formele infrastructuur vraagt het veranderende gebruik om een meer fijnmazige structuur en dooradering van het gebied voor voetgangers. Het toevoegen van interne voetgangersverbindingen zorgt voor een betere doorwaadbaarheid van het gebied. De behoefte aan (informele) routes groeit nu het Werkspoorkwartier een meer interactieve en informele werkomgeving is geworden met meer onderlinge verwevenheid in ontmoetingsfuncties en horeca. Om dit te bereiken wordt ingezet op een netwerk met formele en informele verbindingen. Een succesvolle formele voetgangersroute is het recent aangelegde Werkspoorpad. Dit is openbare ruimte. De wens is om deze uit te breiden. Bij informele verbindingen gaat het om het creëren van looproutes over private kavels (op vrijwillige basis). Dit is een ambitie die al in de Ontwikkelingsvisie van 2012 werd genoemd en gelijk op gaat met het onthekken.

Bij de Werkspoorkathedraal, Werkspoorfabriek en Campus Werkspoor is dit inmiddels gebeurd. Het gewenste interne voetgangersnetwerk bestaat uit: het Werkspoorpad, uitgebreid met een nieuwe lus langs de Nijverheidsweg; nieuwe publieke routes aan weerszijden van de Industriehaven (te realiseren bij toekomstige transformatie of eventueel bij vrijwillige openstelling van de private kavels); • aansluitingen op het Julianapark en het (nog te ontwikkelen) luspark van de Cartesiusdriehoek; • informele en groene dwarsverbindingen (vaak over de individuele bedrijfskavels). Aandachtspunt hierbij is het waarborgen van de veiligheid van aangrenzende bedrijven en woningen. Nieuwe paden kunnen immers (onbedoeld) neveneffect hebben op anderen. Het is daarom belangrijk om bijvoorbeeld de directe buren te betrekken bij de planvorming.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 37

1

2

3

Figuur 4.8: Openbare plekken en publieke functies

38 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Openbare verblijfsplekken en publieksbestemmingen De toename van horeca, voorzieningen en publieksactiviteiten trekt meer mensen uit de directe omgeving en de rest van de stad naar het Werkspoorkwartier. Tegelijkertijd kent het gebied maar weinig openbare verblijfsplekken. Door de toename van arbeidsplaatsen in het gebied, en de komst van een ander type ondernemers en werknemers (creatievelingen), is er meer behoefte aan openbare verblijfsplekken. Dit wordt versterkt door de verdichtende omgeving waar de openbare ruimte schaars is en kwalitatief goede openbare ruimte alleen nog maar belangrijker wordt. In het Werkspoorkwartier onderscheiden we drie openbare verblijfsplekken met elk een eigen kwaliteit en sfeer. Het gaat om de havenkom bij de Werkspoorkathedraal, een nieuw parkgebied bij de Industriehaven (huidige Eneco-terrein) en het parkje aan de Vlampijpweg achter de woningen aan de Cartesiusweg. 1. De havenkom biedt plek aan horeca met terrassen (Werkspoorcafé De Leckere en WerkspoorKade). De aangrenzende Werkspoorkathedraal ontvangt veel bezoekers. In een samenwerking tussen gemeente en gebiedseigenaar wordt deze plek herontwikkeld tot een publieke verblijfsplek. Een openbare trappartij zal het hoogteverschil met het water verkleinen en zorgen voor extra ruimte om aan het water te verblijven.

Onderzocht wordt of het water afgesloten kan worden van het Amsterdam-Rijnkanaal en daarna zwemwaterkwaliteit bereikt kan worden.

3. Tussen de Vlampijpweg en de achterzijde van de woningen aan de Cartesiusweg ligt een groen pocketpark. Dit Vlampijppark (werktitel, geen officiële naam) was voorheen het voetbalveld van Werkspoor en is al decennialang een openbare verblijfsplek. Het parkje is een belangrijke buitenruimte voor de bewoners. Recentelijk is hier door hen diverse attributen voor sport en spel neergezet. Het verder verbeteren van de gebruikswaarde is een belangrijk uitgangspunt bij de herstructurering van de gebiedsentree bij Station Zuilen. Het parkje kan in de toekomst verbonden worden met het groene karakter van de stationsomgeving. De verdere transitie van het Werkspoorkwartier vraagt om een andere benadering van de openbare ruimte. In lijn met de gemeentelijke ambitie van gezonde verstedelijking zal meer aandacht komen voor groene en kwalitatief goede openbare ruimte, met meer aandacht voor bewegen, ontmoeten, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het belang van de voetganger en de fietser neemt toe door de groei van de creatieve bedrijvigheid en publieksactiviteiten. Deze verschuiving in focus wordt vastgelegd in een gezond raamwerk. In dit raamwerk van voornamelijk openbare ruimte worden de hoofdlijnen vastgelegd voor de verdere ontwikkeling naar een levendig werklandschap met verschillende publieksbestemmingen.

2. Op grondgebied van de energiecentrale van Eneco ligt tussen de Nijverheidsweg en de Industriehaven een grote oppervlakte aan onbenutte buitenruimte. Eneco heeft aangegeven om een deel hiervan tijdelijk ter beschikking te stellen aan de gemeente. Dit biedt al op korte termijn kansen voor een (tijdelijke) invulling als groene parkachtige verblijfsruimte met onder meer sportvoorzieningen. Met een verblijfsplek aan het water en een route langs de Industriehaven kan een koppeling worden gemaakt met de groene structuur.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 39

4.4 Groenstructuur Het vergroenen van het Werkspoorkwartier is een belangrijke ambitie van zowel de gemeente als de ondernemers. Het wensbeeld is dat de groene leefomgeving veel meer onderdeel wordt van de identiteit van het gebied. Met het veranderende Werkspoorkwartier ontstaat er een unieke combinatie van werkfuncties en publieksfuncties binnen een industriële en groene setting. Het Werkspoorkwartier heeft veel potentie om te vergroenen door de beschikbaarheid aan open ruimte en de situering binnen het stedelijke groene netwerk. Door te vergroenen wordt de betekenis van het gebied verruimd waardoor omliggende wijken hier ook van kunnen meeprofiteren. In de terminologie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 wordt hiermee de ‘barcode’ van het gebied vergroot. De gemeente zet sterk in op het verbeteren van de stedelijke groenstructuur. Met het toevoegen van groen en het verbinden met het stedelijke groene netwerk kan het gebied aan verschillende stedelijke doelstellingen een bijdrage leveren. Een groene leefomgeving bevordert de gezondheid met meer ruimte voor ontspannen en bewegen. Een groene omgeving draagt bij aan klimaatadaptatie bij hitte, droogte en natte periodes. Een natuurinclu-

Figuur 4.9: Historische stedelijkedragers (historische) dragers Amsterdam Rijnkanaal Nijverheidsweg (voorm. Lageweidsche dijk) Spoor

40 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

sieve inrichting met robuust groen vergroot de biodiversiteit (flora en fauna). In deze paragraaf worden de groene ambities beschreven. Het gaat hierbij om de sfeer en het karakter van het groen, de natuurbeleving en de koppeling met de ruimtelijke structuur van het gebied. Het groene karakter van het Werkspoorkwartier wordt gevoed door de huidige en potentiële natuurwaarden en verschilt per plek. Dit zal ook in de groeninrichting tot uitdrukking komen. De uitwerking en implementatie van het groen zal worden uitgevoerd in een samenwerking tussen de gemeente en de gebiedsorganisatie BKC, zie ook hoofdstuk 6. De betrokkenheid van ondernemers bij de groene ruimte is groot, en diverse ondernemers in het gebied hebben aangegeven betrokken te willen zijn bij de verdere aanleg en onderhoud van het groen.

Ambitie groen: natuurlijke dynamiek Een doeltreffend groen netwerk ontstaat door de verbindingen in de bestaande ruimtelijke structuur te combineren met groen. Dit kan leiden tot meer ecologische samenhang in het gebied, meer biodiversiteit en een eigen ecosysteem voor het Werkspoorkwartier. De verbindingen vormen een netwerk op stads- en gebiedsniveau. Het Werkspoorkwartier kenmerkt zich door een stoer en ruig karakter. In het gebied past dan ook een groene inrichting die hierbij aansluit. Dus geen aangeharkte tuintjes en perken, maar grootse structuren, heldere gebaren en ruige beplantingen. Dit vraagt om een meer dynamische benadering, gebruik makend van de natuurlijke dynamiek van de plek. Vanuit de natuurlijke dynamiek kan het aanwezige groen uitgroeien tot een gebiedseigen, ecologisch evenwichtige omgeving. Het betekent dat in principe niets hoeft te worden aangeplant, maar ruimte wordt gegeven aan wat er al is of spontaan opkomt. Het wensbeeld en het uiteindelijke resultaat staan niet vast. Keuzes worden doorlopend gemaakt tijdens vooraf bepaalde onderhoudsmomenten waarbij de wens naar een toename van de biodiversiteit en gebiedseigenheid doorslaggevend is. Deze aanpak past goed bij de gewenste betrokkenheid van de ondernemers bij de aanleg en het onderhoud van het groen.

Bovendien vraagt deze vorm van gebruik maken van het herstellend vermogen van de natuur weinig investeringen. Op korte termijn heeft het verwijderen van woekerende soorten prioriteit, waarbij vooral de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop om aandacht vraagt. De ruimte die vrijkomt kan worden ingezet om de natuurontwikkeling te stimuleren. Ook kunnen over het gehele terrein (grote) bomen en heesters

worden aangeplant om al snel het gevoel van volwassenheid op te roepen. Diversiteit en inheems groen staan hierbij voorop.

Stedelijke groenstructuren

Figuur 4.10: Sfeerbeeld Keulsekade Figuur 4.11 Bestaande situatie Keulsekade

Het Werkspoorkwartier ligt aan twee doorlopende stedelijke groenstructuren die beide onderdeel zijn van het stedelijke groene netwerk: de Parkzone Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en het spoortalud. Het vergroenen en verlevendigen van de Parkzone ARK is een stedelijke ambitie. Momenteel voelt het ARK binnen het Werkspoorkwartier als een achterkant waar weinig te beleven is en geen verbinding of toegang tot het water is. Het wensbeeld is om over de hele linie een groene, ecologische en recreatieve parkzone te maken. Voor het Werkspoorkwartier valt daarbij te denken aan het herstel van de laanbeplanting langs het kanaal, het verlagen of verwijderen van de hagen (zodat het water weer zichtbaar wordt) en meer ruimte te geven aan spontane ontwikkeling. Maar ook het toevoegen van een wandelpad in het groen kan bijdragen aan de beleving en het gebruik van deze plek. Het spoortalud is een andere groene lijn met een eigen ecosysteem. Hier liggen eveneens kansen om het groen binnen het Werkspoorkwartier te verbinden met de ecologische structuren van de stad. De groene spoorzone is de afgelopen jaren steeds meer bebouwd. Vanuit de ecologie bezien is het belangrijk om hier voldoende ruimte te blijven bieden aan het groen en deze beter te verbinden met het stedelijke groene netwerk.De Nijverheidsweg vormt een aanvullende belangrijke groene drager in het gebied.

Voor het industriële tijdperk lag hier een dijk met een wetering, maar buiten de waterloop is daar weinig meer van zichtbaar. In deze visie wordt ervoor gekozen om de hoofdontsluiting af te laten buigen richting de Gietijzerstraat en de Tractieweg (zie ook 4.5). Het betekent dat het deel tussen de Gietijzerstraat en de Keulsekade in

asfalt minder dominant kan worden, en er meer ruimte kan komen voor groen. Te denken valt aan het toevoegen van een mix aan bomen. Diversiteit versterkt het natuurlijke gevoel en is bovendien ecologisch een stuk waardevoller dan een bomenrij bestaande uit slechts één soort. Waar mogelijk is het de ambitie om de wetering weer te herstellen zodat deze weer continu kan worden. Ook bermen en oevers doen mee met de vergroening en krijgen een passende robuuste en stoere uitstraling.

Biodiversiteit Voor de biodiversiteit is het belangrijk om het groen in het Werkspoorkwartier als één biotoop te beschouwen. De som van de onderdelen van de groenstructuur kan voldoende leefgebied opleveren om de gewenste natuurbeleving te realiseren. Het doel hierbij is dat het Werkspoorkwartier significant gaat bijdragen aan de stedelijke biodiversiteit met een veelheid aan insecten, vogels en kleine zoogdieren. Om deze biotoop te concretiseren zijn hier drie ambities benoemd: groen verbonden, robuust groen en natuurinclusief bouwen De eerste ambitie is om binnen het Werkspoorkwartier al het groen te verbinden. Het groen in alle verschijningsvormen (bomen, struiken, gras) wordt zowel onderling als met het groene netwerk (groene plekken) in de stad verbonden. Het groen is op drie niveaus verbonden: op stedelijk niveau (in verbinding met de stedelijke groenstructuur van het spoor en ARK), binnen het groene raamwerk van het Werkspoorkwartier zelf (bestaande uit verbindingen en leefgebieden) en op kavelniveau met verbindingen tussen het groene raamwerk en de maatregelen voor natuurinclusief bouwen. Geen groen element staat op zichzelf. De tweede ambitie is robuust groen. Dit heeft de meeste betekenis voor de ecologie en het vergroten van de biodiver-

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 41

Figuur 4.12 Sfeerbeeld Nijverheidsweg Figuur 4.13 Bestaande situatie Nijverheidsweg Figuur 4.14 Voetgangersroutes

Voetgangersroutes Werkspoorpad Informele doorsteek Informele doorsteek ARK-park zone

siteit. Aan de hand van een aantal doelsoorten wordt invulling gegeven aan de gewenste robuustheid en variatie van het groen. De ambitie voor de natuurbeleving, doelsoorten en uitgangspunten dient te worden uitgewerkt in samenwerking met de stadsecoloog. Verder is het toepassen van inheemse soorten beplanting een belangrijke drager en randvoorwaarde voor biodiversiteit. Bij inrichting van groen wordt altijd rekening gehouden met de gelaagdheid. Gras/kruiden, struiklaag en boomlaag versterken elkaars functie. De derde ambitie is natuurinclusief bouwen. Het wensbeeld daarbij is dat gebouwen veel meer dan nu in een groene setting komen te liggen. Naast een vergroening van de buitenruimte betekent dat ook: het creatief toepassen van groen in en op gebouwen. Groene daken en gevels kunnen zorgen voor een aantrekkelijk en gezond leefmilieu voor gebouwbewonende planten en dieren. Dit driedimensionale groen staat niet op zichzelf maar is zoveel mogelijk fysiek verbonden met het groen in de openbare ruimte. Het groen in het Werkspoorkwartier dient in samenhang als één biotoop te worden beschouwd.

Groene langzaam verkeerroutes Het Werkspoorpad is een zeer geslaagde nieuwe voetgangersroute in het gebied. Onderdeel van de visie is het uitbreiden van dit pad met een nieuwe lus langs de Nijverheidsweg. Aanvullend op de bestaande beplanting langs het Werkspoorpad kan de begeleidende beplanting van het nieuwe deel ‘gebiedseigen ruigte’ worden. Voorts is het de ambitie om waar mogelijk informele verbindingen over de private kavels te laten ontstaan die het gebied in de toekomst gaan dooraderen. Deze komen dan haaks op het openbare Werkspoorpad. Bij deze informele interne voetgangersverbindingen kan eveneens de ontwikkeling van ‘gebiedseigen ruigte’ worden

42 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

gestimuleerd. Hierbij is ruimte voor spontaan opkomende zaailingen die zorgvuldig maar ook extensief beheerd worden. In deze stedelijke industriële context zorgt het groen voor spontaniteit in het gebied.

Vergroenen van openbare verblijfsplekken Met de komst van nieuwe doelgroepen in het gebied groeit de behoefte aan kwalitatief goede (openbare) verblijfsplekken in de buitenruimte. In het Werkspoorkwartier zijn er momenteel twee te onderscheiden, en er wordt een nieuwe aan toegevoegd. Het is de ambitie dat deze verblijfsplekken aantrekkelijker worden gemaakt, met meer ruimte voor publiek gebruik en een betere groeninvulling. Het aanwezige groen kan daarbij worden versterkt waardoor een betere ecologische samenhang, meer biodiversiteit en een eigen ecosysteem voor het gebied kan gaan ontstaan. De eerste plek is het pocket park aan de Vlampijpstraat, achter de woningen van de Cartesiusweg. Deze groene verblijfsplek wordt veel gebruikt door de bewoners die recent ook een aantal attributen voor sport en spel hebben neergezet. De ambitie is om samen met bewoners en ondernemers het parkje aantrekkelijker te maken. Naast de gebruiksmogelijkheden gaat het daarbij ook om de groene kwaliteit. Het is goed voorstelbaar dat hier een iets meer gecultiveerd groen wordt toegepast dan in de rest van het Werkspoorkwartier gelet op het intensievere gebruik. Het is verder de ambitie om het aanwezige groen te verbinden (ecologische samenhang) met de gebiedsentree bij Station Zuilen wanneer die omgeving wordt geherstructureerd. De tweede plek is de havenkom bij het Werkspoorkwartier.

Deze plek wordt heringericht als openbare verblijfsplek aan

Figuur 4.15 Sfeerbeeld Doorsteek Figuur 4.16 Bestaande situatie doorsteek thv Vlampijpstraat

Figuur 4.17 Openbare verplijfsplekken

het water, onder meer met trappartijen en horeca. De ambitie is om de oevers waar mogelijk te vergroenen. Er liggen kansen om bomen terug te brengen, passend bij het waterrijke en industriële karakter. Daarnaast is er ruimte voor kenmerkende oever- en waterplanten die langzaam overgaan naar meer ‘droge’ vegetatie. De derde plek is het deel van de kavel van Eneco tussen de Industriehaven en de Nijverheidsweg dat ter beschikking komt voor een tijdelijke openbare ruimte. De ambitie is om deze ruimte in te gaan richten als groene parkachtige omgeving met een verblijfsplek aan het water. Hier kan ruimte worden gegeven aan tijdelijke initiatieven op het gebied van groen medegebruik, cultuur en sport. Gestart is met het opstellen van een inrichtingsplan waarbij ondernemers en buurtbewoners actief kunnen meepraten over de invulling. Afhankelijk van de mate waarin het park gebruikt wordt kan gekozen worden voor een meer gecultiveerde inrichting of een meer extensieve inrichting (met maaipaden en –velden). Deze sferen kunnen ook heel goed naast elkaar bestaan. De kade van de Industriehaven is geweldig als verblijfsplek aan het water. Ook is het de ambitie om een voetgangersroute langs het water te creëren. Aan de kade kan mogelijk ingezet worden op vergroening door middel van ecologische drijvende oevers.

Vergroenen van eigen terreinen Naast in te zetten op groen in de openbare ruimte liggen er kansen om op private kavels meer natuur in te passen. Dit kan vanzelfsprekend alleen op vrijwillige basis, want bedrijven gaan zelf over de inrichting van hun buitenruimte. Niettemin kunnen eigenaren en ondernemers geïnspireerd worden om mee te doen aan de ambities om te vergroenen. Het vergroenen kan op dezelfde informele dynamische manier zoals hiervoor is beschreven. Dit zou kunnen inhouden dat bestrating eruit wordt gehaald waarna wordt ingezaaid of gewacht

op zaailingen. Bij nieuwe ontwikkelingen of bestemmingswijzigingen kan overigens via het bouwplan wel gestuurd worden op het leveren van een bijdrage aan het vergroenen van het gebied. Naast de buitenruimte kunnen ook de gebouwen en bedrijfspanden een bijdrage gaan leveren aan het vergroenen. Dit kan met groene gevels en andere elementen van natuurinclusief bouwen. Door dit groen weer te koppelen aan groene plekken op het terrein en de groene verbindingen door het gebied worden de ecologische waarden vergroot.

Klimaatadaptatie Vergroenen staat tenslotte ook in het teken van klimaatbestendigheid. De gemeente zet in op klimaatadaptieve gebiedsontwikkelingen. Een gebied als het Werkspoorkwartier met veel verharding en weinig groen is kwetsbaar voor klimaatverandering. In het veranderende klimaat hebben we te maken met meer extremen in natte en droge periodes, en met hogere temperaturen. Juist door de verharding in bebouwing en buitenruimtes kunnen snel problemen als wateroverlast, droogte en hittestress ontstaan. Om zowel wateroverlast bij hoosbuiten als droogte tegen te gaan is het belangrijk om het overtollige regenwater langer vast te houden binnen het plangebied. De insteek daarbij is om sponswerking van de bodem te vergroten waarbij waterafvoer wordt vertraagd en binnen het gebied wordt geborgen. Het uitbreiden van het groenoppervlak zoals in deze visie beschreven is belangrijk hierbij. Daarnaast kan worden ingezet op waterdoorlatende parkeervlakken en verdichting en uitbreiding van het watersysteem. Naast wateroverlast en droogte helpt vergroenen voor verkoeling (tegengaan van hittestress). Het vastgehouden water kan mogelijk op één of twee plekken ook toegankelijk worden gemaakt. Dit geeft kwaliteit in de openbare ruimte en kan letterlijk zorgen voor verkoeling op warme dagen. Ook voor wateropvang en verkoeling kunnen groene gebouwen (daken en gevels) een rol spelen.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 43

Figuur 4.18 Nieuwe hoofdontsluiting auto- en vrachtverkeer Figuur 4.19 Nieuw fietsnetwerk (met hoofd- en doorfietsroutes

Station Zuilen

sta tio

n

sta tio

n

zu

ile

n

zu

ile

n

Auto-ontsluiting Hoofdroute (zwaar verkeer) Secundaire route

Fietsnetwerk Fietspad - bestaand Fietspad - nieuw

Demka terrein

Havenkom

Figuur 4.20 Nieuw voetgangersnetwerk Figuur 4.21 Kansen waterverbinding, watertaxi

Voetgangers Werkspoorpad bestaand Werkspoorpad - uitbreiding Bestaande voetgangersverbinding Nieuwe voetgangersverbinding

44 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

sta tio

n

sta tio

n

zu

ile

n

4e kwadrant Leidsche Rijn Centrum

Industriehaven

zu

ile

n

4.5 Mobiliteit Ambitie Op het vlak van mobiliteit zal het Werkspoorkwartier zich breder moeten gaan richten op de verschillende gebruikers in het gebied. Als voormalig industrieterrein is het gebied van oudsher voornamelijk ingericht op autoverkeer en vrachtverkeer. In het afgelopen decennium heeft echter een verschuiving plaatsgevonden in doelgroepen. Bovendien is sprake van een aanhoudende groei in het Werkspoorkwartier, met steeds meer bedrijven en bezoekers. Bereikbaarheid, parkeermogelijkheden en leefbaarheid staan daardoor onder druk. Dit vraagt om het aanpassen en herinrichten van de infrastructuur, het introduceren van duurzame mobiliteitsoplossingen en het aanpakken van de parkeeropgaven. De ambitie is dat de groei van het gebied gepaard gaat met het verbeteren van de voorzieningen voor voetgangers en fietsers, het verduurzamen van de mobiliteit, het verminderen van autogebruik en het optimaliseren van het parkeren. Wanneer het gaat om de fysieke infrastructuur is er veel behoefte aan voorzieningen voor voetgangers en fietsers. Tegelijkertijd blijven auto’s en vrachtwagens hier wel noodzakelijk. Dit vraagt concreet om het aanpassen van de brede wegprofielen, het oplossen van conflicten tussen vrachtwagens en fietsers, en het herinrichten van het gebied voor langzaam verkeer.

Bij de opgaven rondom duurzame mobiliteit en parkeren is behoefte aan een integrale benadering waarbij ook de gewenste ruimtelijke verdichting op de kavels wordt meegenomen.

Wijzigen fysieke infrastructuur

werkspoorpad

Nijverheidsweg

werkspoorpad

Gietijzerstraat

ca. 8m

Figuur 4.22 Principe voorrang Nijverheidsweg/Gietijzerstraat

Concreet betekent dit een wijziging in de hoofdontsluiting voor vracht/autoverkeer. Het verkeer op de NijverheidswegGietijzerstraat-Tractieweg wordt de hoofdroute in het gebied (figuur 4.15). Aan deze route zitten de meeste traditionele bedrijven met zwaarder verkeer. Dit biedt kansen om de overige profielen te downgraden en waar mogelijk asfalt te verminderen ten gunste van groen. De T-splitsing Nijverheidsweg-Gietijzerstraat is onduidelijk en wordt als onveilig ervaren. In figuur 4.19 is weergegeven hoe dit punt gewijzigd kan worden. De Nijverheidsweg krijgt op dit punt een in-/uitrit (met verhoogd plateau). Hierdoor ontstaat er een duidelijkheid in de voorrangsituatie en de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer van de Nijverheidsweg wordt verbeterd. De maatvoering en wegprofielen zijn indicatief en vragen nog om een eigen ontwerptraject. Het overige deel van de Nijverheidsweg krijgt door deze wijzigingen een ander karakter: een smaller wegprofiel waarbij de vrijgekomen ruimte kan worden ingezet voor groen en/of langzaam verkeersroutes. De wegprofielen worden zoveel mogelijk ingericht op (mede) gebruik van fietsers (fietssuggestiestroken). Dit kan

in principe met de maten asfalt die er nu liggen. Dit zal het autoverkeer afremmen omdat het wegprofiel voor het gevoel smaller wordt, terwijl er in de praktijk voldoende ruimte is als er geen fietsers rijden. In het Mobiliteitsplan Utrecht zijn hoofdfietsroutes en doorfietsroutes door het gebied gepland. Met het toevoegen van fiets(suggestie) stroken wordt direct aangesloten bij het vigerende beleid. Het zorgt voor een intern fijnmazig fietsnetwerk maar ook op stads- en wijkniveau worden verbindingen gelegd: Zuilen met de Keulsekade (en verder naar Lombok en Oog in Al) en Werkspoorkwartier met Cartesiusdriehoek (en verder naar het centrum). Onderdeel hiervan is het doortrekken van de fietsstraat aan de Keulsekade. Zoals bij de interne verbindingen in 4.3 is toegelicht wordt het voetgangersnetwerk uitgebreid om meer in de voetgangersbehoefte te voorzien (met een uitbreiding van het Werkspoorpad en nieuwe informele doorsteken over kavels).

Duurzame mobiliteitsoplossingen Bij een verdere groei en transformatie van het Werkspoorkwartier is het belangrijk om op korte termijn stappen te gaan zetten naar een duurzaam mobiliteitsconcept. Het gebied heeft een bijzonder karakter als binnenstedelijke werklocatie met allerlei stedelijke voorzieningen en publieksbestemmingen. Het vraagt om maatwerk om de mobiliteit hier te veranderen en te verduurzamen. Niets doen is geen optie. Met een verdere groei staat de bereikbaarheid en de leefbaarheid onder druk. Bovendien wordt op korte termijn betaald parkeren ingevoerd wat nieuwe opgaven met zich mee brengt. Op dit moment wordt in opdracht van de gemeente en de BKC onderzoek gedaan naar het verduurzamen van de mobiliteit en het introduceren van deelmobiliteit e n deelparkeren. Dit onderzoek heeft een relatie met het gemeentelijke onderzoek naar de effecten van betaald parkeren in het gebied. Belangrijke onderzoeksrichting is dat parallel aan de noodzakelijke infrastructurele maatregelen bedrijven beter gaan samenwerken waardoor nieuwe kansen ontstaan bij het verminderen van autoverkeer en het optimaliseren van de parkeermogelijkheden. Vanuit een inventarisatie van vraag en aanbod (parkeerplaatsen, voertuigen en andere mobiliteitszaken) bij individuele bedrijven zal worden gezocht naar een betere onderlinge matching en het delen van voorzieningen.

Een verdere implementatie zal door de gemeente en de BKC worden opgepakt.

Parkeren De huidige voorschriften en normering van parkeerplaatsen past bij het traditionele bedrijventerrein maar sluit niet aan bij de nieuwe typen bedrijvigheid. Zo heeft een aantal broedplaatsen en verzamelcomplexen minder parkeerplaatsen nodig dan is voorgeschreven. Op andere plekken is er soms een tekort

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 45

aan parkeerplaatsen. Dit leidt tot curieuze situaties. Daarbij komt dat de gemeente besloten heeft om in het Werkspoorkwartier betaald parkeren (parkeerregime B1) in te voeren. Dit is een gevolg van de ontwikkeling van de Cartesiusdriehoek waar het parkeerregime A2 wordt ingevoerd en voorkomen moet worden dat mensen gratis gaan parkeren in de omliggende buurten. De consequenties ervan voor de bedrijven worden momenteel onderzocht door de gemeente, en zullen verder worden uitgewerkt in samenwerking met de gevestigde bedrijven en de BKC. De uiteindelijke conclusies voor het optimaliseren van de parkeeropgaven in het Werkspoorkwartier is in deze visie nog niet te maken. De beide onderzoeken naar het parkeren en het verduurzamen van de mobiliteit zijn nog gaande, en de uitwerking en implementatie ervan vragen om een gezamenlijke strategie van de gemeente en de BKC. Bij het parkeren gaat het in ieder geval om een integrale benadering. De invoering van betaald parkeren staat bijvoorbeeld op gespannen voet met het ‘onthekken’ van kavels. In de toekomst kost parkeren op straat geld terwijl de privéterreinen dan gratis zouden zijn. Een oplossing met slagbomen is denkbaar, maar draagt niet bij aan de ambitie om een samenhangend parkeersysteem of collectief parkeren in te voeren.

Ondertussen denken ondernemers na over dubbelgebruik en medegebruik van parkeerplekken, bijvoorbeeld bij evenementen buiten werktijden. Een

ander aandachtspunt is dat het parkeren volgens het huidige bestemmingsplan op het eigen terrein opgelost moet worden. Dit staat weer op gespannen voet met de wens om te verdichten want juist op de parkeervlakten op maaiveld ligt veel ruimte. Kortom, het veranderende karakter van het Werkspoorkwartier vraagt om een andere kijk op parkeren en om een gebiedsgewijze aanpak. Tenslotte wordt het (gedogen van) lang parkeren door vrachtwagens opgeheven. Het lang parkeren van vrachtwagens op straat past niet bij de binnenstedelijke ligging en de veranderende identiteit van het Werkspoorkwartier. Ter compensatie zal de gemeente op Lage Weide een nieuwe voorziening inrichten voor langparkeerders.

Vervoer over water Een veelgehoorde wens is het gebruiken van het water als duurzame verbinding. Zo is een verbinding met het nabijgelegen Leidsche Rijn Centrum en met Strand Oog in Al (Soia) denkbaar over het water. De mogelijkheden hiertoe zijn niet onderzocht voor deze visie. Wel is het passend bij de veranderende identiteit van het gebied. Mogelijk kan vanaf de Industriehaven een verbinding over het water (watertaxi of veerverbinding) hier aan bijdragen. In vroeger tijden was er bij de havenkom een voetveer-verbinding met Lage Weide aanwezig. Momenteel is er bij Nieuwer ter Aa (Breukelen) een voet-/fietsveer over het Amsterdam-Rijnkanaal in werking.

4.6 Energietransitie Utrecht wil zo snel mogelijk energieneutraal worden. In de Warmtevisie (2017) zijn algemene principes vastgelegd met betrekking tot het beperken van de energievraag en het toewerken naar lage temperatuur warmtevoorzieningen. Onderdeel daarvan is het aardgasvrij maken van de stad. In het collegeakkoord zijn concrete doelen geformuleerd voor o.a. de realisatie van aardgasvrije gebouwen en het gebruik van daken voor zonne-energie. De gemeente is momenteel bezig met het formuleren van een plan van aanpak voor de stedelijke energietransitie. Bedrijventerreinen kennen zo hun eigen specifieke kansen en beperkingen in het traject naar energieneutraliteit. Bij het Werkspoorkwartier gaat het bijvoorbeeld om een grote diversiteit aan panden. Meer dan 70% daarvan is ouder dan dertig jaar. Over het algemeen zijn oudere panden minder goed geïsoleerd en hebben een hogere warmtevraag per m2. Daarnaast is hier sprake van een groot aantal eigenaren. Hierdoor zullen betrekkelijk veel individuele beslissingen genomen moeten worden om de energietransitie door te kunnen voeren.

46 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Om de energietransitie mogelijk te maken zal het gaan om een combinatie van maatregelen. In het Werkspoorkwartier bestaat een relatief groot deel van de energiebehoefte uit warmte. Het andere deel bestaat uit elektriciteit. In de eerste plaats is veel winst te behalen met energiereductie door isolatie van panden (dak, vloer en gevel). Bij oudere panden is het besparingseffect van isolatie veel groter dan bij nieuwere panden waardoor de terugverdientijd van de investering korter is. Hier valt dus veel te winnen in het Werkspoorkwartier. In de tweede plaats gaat het om duurzame warmteoplossingen als vervanging voor het verwarmen op aardgas. Dit kan met een duurzaam warmtenet (zoals restwarmte, aquathermie of geothermie) of all electric (wko of warmtepompsystemen). In de derde plaats gaat het om het benutten van daken voor zonneenergie. In het Werkspoorkwartier zijn verreweg de meeste daken nog niet benut en daarmee ligt een groot potentieel te wachten. Bij het volledig benutten daarvan zal een aanzienlijk deel van het elektriciteitsgebruik in het Werkspoorkwartier in het eigen gebied kunnen worden opgewekt.

De ambities hebben consequenties voor ondernemers in het Werkspoorkwartier. Voor kantoren groter dan 100 m2 geldt de wettelijke verplichting om vanaf 2023 aan energielabel c te voldoen. Dit dwingt ondernemers en pandeigenaren in het Werkspoorkwartier om tot actie over te gaan. Buiten de wettelijke verplichtingen is isoleren en overstappen op duurzame energie vrijwillig. Voor woningen geldt dat bij nieuwbouw en grootschalige renovatie het sinds 2018 niet meer is toegestaan om aardgas toe te passen, en is de aanbeveling om zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces de mogelijkheden voor een duurzame energievoorziening mee te nemen. Daarbij is

het Utrechts Energieprotocol vanuit de gemeente het vertrekpunt. Voor bedrijfsgebouwen en voorzieningen geldt dit aardgasverbod nog niet. Maar er bestaat wel een financiële stimulans vanuit besparingen en subsidies zoals Stimuleringsregeling duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++). Logische stap zou zijn dat de gebiedsorganisatie deze energietransitie als gezamenlijke gebiedsbrede opgave oppakt. Door collectief op te trekken kunnen hogere ambities gehaald worden en kan worden voorzien in kennisdeling en toegespitste informatievoorziening. Ook de collectieve inkoop van energie is een voor de handliggende keuze.

4.7 Gezondheid en duurzaamheid De gemeente Utrecht streeft naar een gezonde verstedelijking. Bij de verdere transformatie van het Werkspoorkwartier wordt op alle mogelijke wijzen gestreefd naar een gezonde en duurzame leefomgeving. Dit heeft zijn weerslag op een hele reeks aspecten in de gebouwde omgeving waar in deze visie op diverse plekken aandacht aan is gegeven. Samengevat gaat het om maatregelen die de fysieke en mentale gezondheid bevorderen, en om maatregelen die beschermend zijn voor de gezondheid. Gezondheid staat in nauwe samenhang met duurzaamheid. Om gezondheid en duurzaamheid te bevorderen wordt in deze visie op het volgende ingezet: 1.

2.

3.

4.

Figuur 4.24 Foto klimobject

In de eerste plaats wordt ingezet op veel meer groen. Groene verblijfsruimten en groene verbindingen creëren rust maar ook ruimte om te bewegen. De inzet is dat het Werkspoorkwartier naast het bestaande ruige en industriële karakter ook een groen karakter krijgt. Er wordt expliciet aandacht besteed aan sporten. Er zijn al diverse sportondernemers actief, en zij zullen sportstimulerende voorzieningen een plek geven in de openbare ruimte. De structuren voor fietsers en voetgangers worden flink versterkt. Het draagt bij aan de gewenste verschuiving naar een gezonde mobiliteit. Op een werklocatie zijn auto’s en vrachtwagens onderdeel van het systeem, maar de logica dat auto’s ook altijd de norm zijn verdwijnt. De infrastructuur wordt heringericht, en ook betaald parkeren zal bijdragen aan het verminderen van overbodig autogebruik. In het gebied is volop aandacht voor circulariteit. Het Werkspoorkwartier is boegbeeld in circulair en klimaatbestendig bouwen, en er is veel kennis opgebouwd. Er bestaat een grote ambitie bij de bedrijven om dit aspect verder te vergroten naar onder meer collectieve duurzame energie, nieuwe vormen van duurzame mobiliteit en reductie en hergebruik van grondstoffen en afvalstromen.De visie zet in op verdere transformatie waarbij

5.

6.

extensieve plekken worden ingevuld en stille plekken worden omgezet in meer levendige omgevingen. Dit gebeurt onder meer door het openen van gebieden, onthekken en zichtlijnen creëren. Dit bevordert de sociale veiligheid in het gebied. Een belangrijk kenmerk dat is ontstaan in het Werkspoorkwartier is de onderlinge sociale verbondenheid. De komst van de diverse community-omgevingen heeft bijgedragen aan de samenhang, maar ook aan de ontmoetingsfunctie. Het functionele karakter heeft plaats gemaakt voor bezieling, betrokkenheid en een gevoeld eigenaarschap. Mensen die hier werken zijn trots, en de identificatie met het gebied heeft veel betekenis voor de verdere toekomst als een gezond werklandschap. De visie zet in op verdere transformatie waarbij extensieve plekken worden ingevuld en stille plekken worden omgezet in meer levendige omgevingen. Dit gebeurt onder meer door het openen van gebieden, onthekken en zichtlijnen creëren. Dit bevordert de sociale veiligheid in het gebied.

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 47

48 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

5. TRANSFORMATIELOCATIES Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 49

5. TRANSFORMATIELOCATIES In de afgelopen jaren is het Werkspoorkwartier flink in beweging gekomen met een aantal in het oog springende transformaties. Op andere plekken zijn ook weer nieuwe interessante ontwikkelingen gaande. Tezamen dragen ze bij aan het bijzondere karakter. De dynamiek in het gebied gaat echter door. Als we naar de toekomst kijken zien we een viertal strategische locaties die binnen nu en tien jaar mogelijk in beweging gaan komen. Het in beweging zetten van deze vier locaties kan een hefboom zijn voor de verdere toekomst van het Werkspoorkwartier. Het gaat om het entreegebied bij Station Zuilen, het terrein van de Eneco-centrale, het RET terrein en het terrein van Stadsbedrijven. Voor de helderheid: voor geen van deze locaties hebben de eigenaren op dit moment concrete plannen. Wel zijn er mogelijk bewegingen te verwachten in de nabije toekomst. Om die reden is het goed om voor elk de mogelijkheden te belichten vanuit deze visie en de kansen voor het Werkspoorkwartier.

5.1 Stationsomgeving - entree Werkspoorkwartier Misschien wel de belangrijkste entree voor fietsers en voetgangers ligt bij Station Zuilen. Het station zelf is nu vooral een halte op een viaduct. Maar het is ook het belangrijkste OV-punt voor het Werkspoorkwartier, en een belangrijke schakel voor het langzame verkeer richting de Amsterdamsestraatweg en de Cartesiusdriehoek.

Figuur 5.1: Luchtfoto stationsomgeving Zuilen

50 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

De entree naar het Werkspoorkwartier is een weinig aantrekkelijke binnenkomer. In de huidige situatie is de functionele inrichting geen visitekaartje. Het bovenliggende station, de fietsenstalling, de beperkte openbare ruimte, de povere bebouwing en het slingerpad bieden weinig samenhang of overzicht. De route is onduidelijk en er ontbreken zichtlijnen

Figuur 5.2: Randvoorwaarden stationsomgeving en entree Werkspoorkwartier Randvoorwaardenkaart Stationslocatie Zuilen Nieuwbouw beeldbepalend gebouw(en) markeren entree werkspoorkwartier, voorkanten activeren omliggend terrein, interactie gebouw en omgeving, levendige plinten Stationsplein Zuilen, verbindend element Gewenste verbinding Werkspoorpad, verbinden met luspark Cartesius driehoek Gewenste groene langzaam verkeersverbinding Westelijke stadsboulevard

naar het Werkspoorkwartier. De aanliggende bebouwing en openbare ruimte is versleten. Al in de Ontwikkelingsvisie 2012 zijn de entrees benoemd als verbeterlocaties maar sindsdien is hier nog geen beweging in gekomen. Dit kan gaan veranderen nu de directe omgeving op de schop gaat: Cartesiusdriehoek, Westelijke Stadsboulevard en Station Zuilen treffen elkaar op dit punt.

worden gecreëerd. Het is daarbij belangrijk om de samenhang te zoeken met de directe omgeving en deze plek ruimtelijk en programmatisch te zien als schakel tussen de diverse aansluitende deelgebieden. • •

Voor het entreegebied zelf zijn nog geen concrete plannen uitgewerkt. De ruimtelijke en programmatische invulling is dus ook nog niet vastgelegd. Het opstarten van een integraal planvormingstraject gaat op zijn vroegst in 2022 spelen. Wanneer dit traject gaat starten worden bewoners en ondernemers actief betrokken bij de planvorming. Het is echter wel verstandig om vanuit deze geactualiseerde ontwikkelingsvisie de opgave en een aantal uitgangspunten te benoemen voor het entreegebied. De opgave is om deze locatie te herinrichten zodat er een heldere en zichtbare entree naar het Werkspoorkwartier komt, een verbindende groene route ontstaat voor fietsers en voetgangers en voor een divers programma ontwikkelvelden

• • •

• •

•

De volgende uitgangspunten gelden voor het entreegebied: Inrichten van een representatieve entree naar het Werkspoorkwartier in het gebied rondom station Zuilen; Zichtbaar maken van het karakter van het Werkspoorkwartier bij de entree; Realiseren van een directe verbinding voor voetgangers en fietsers tussen station Zuilen en Vlampijpstraat; Realiseren van een directe verbinding voor voetgangers en fietsers tussen Werkspoorkwartier en Cartesiusdriehoek door logische en directe verbinding en tevens zichtrelatie richting de lus van de Cartesiusdriehoek; Vergroten van de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van station Zuilen; Realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte rondom station Zuilen o..a. door het maken van geconcentreerde gebouwde fietsenstallingen; Creëren van een levendige openbare ruimte rondom het

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 51

52 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

•

•

• • • •

entreegebied door actieve en transparante plinten; Creëren van meer zicht op het parkje aan de Vlampijpstsraat door voorkanten en actieve plinten aan het park en een directe verbinding vanuit het park richting station Zuilen te maken; Creëren van nieuwe ontwikkelmogelijkheden in het entreegebied die ruimtelijk en programmatisch een samenhang vormen tussen, en de relatie versterken van, Werkspoorkwartier, Cartesiusweg, station Zuilen en Cartesiusdriehoek; Benutten van de nabijheid van station Zuilen door te verdichten van het gebied rondom het station; Rekening houden met het bestaande eigenaarschap van o.a. Mitros en de uitrijroute van de brandweer; Inpassing van de Oase in de nieuwe bebouwing. De functie van de Oase staat niet ter discussie; Rekening houden met het perspectief van de bewoners aan de Cartesiusweg en het voorkomen van negatieve effecten.

treegebied waardoor een directe verbinding ontstaat met het Werkspoorpad en het Stationsplein. Zo ontstaat een aaneengesloten voetgangersgebied. Tussen de entree en het spoortalud ontstaat ruimte voor ontwikkeling. Diverse programma’s zijn hier denkbaar zoals werken en onderwijs. Voor het Fantaziehuis zijn plannen van de eigenaar (Mitros) voor nieuwbouw. Deze nieuwbouw ligt in het verlengde van de bestaande woningen aan de Cartesiusweg; het is derhalve denkbaar dat op deze plek woningbouw wordt gerealiseerd. De uitrijroute van de brandweer zal moeten worden gerespecteerd. Een aandachtspunt is het parkeren. Met het OV in de buurt en grenzend aan een snelfietsroute vraagt deze ontwikkeling om weinig tot geen parkeerprogramma. Voor een P+R is hier geen ruimte. Een tweede aandachtspunt bij de herinrichting is de overlast van publiek die wordt ondervonden, onder meer na afloop van evenementen in het Werkspoorkwartier.

Met deze uitgangspunten in ogenschouw ontstaat er een indicatief beeld van de mogelijkheden om het entreegebied te herinrichten. In dit perspectief wordt de entree recht getrokken op de Vlampijpstraat en ontstaat er een verbindend ‘stationsplein’. Het parkje wordt doorgetrokken naar het en-

linkerpagina: Figuur 5.3 Collage referentiebeelden nieuwbouw en openbare ruimte stationsomgeving Figuur 5.4: Schets nieuwe stationsomgeving en entree Werkspoorkwartier

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 53

5.2 Eneco-locatie, Industriehaven en RET-locatie Een bijzondere plek met veel potentie is het omvangrijke gebied aan weerszijden van de Industriehaven. Dit gebied komt mogelijk op termijn in beweging al zijn hier nog geen besluiten over genomen. In feite gaat het om separate terreinen van verschillende eigenaren maar met een evidente samenhang. De Industriehaven zelf is een ca. 30 meter brede monumentale insteekhaven (gegraven in 1922-1924) met een lengte van ca. 500 meter die aansluit op het Amsterdam-Rijnkanaal. Het waterfront biedt potentie als groen verblijfsgebied, nieuwe voetgangersroutes en vestigingsplek voor een divers programma.

Eneco-locatie Aan de noordzijde van de haven en langs het AmsterdamRijnkanaal ligt de warmtecentrale van Eneco, al sinds 1925 een van de iconen van het gebied. Hier ontstaan kansen voor een gefaseerde ontwikkeling wanneer de warmteproductie op deze locatie wordt gestopt. Eneco heeft het voornemen om op termijn de centrale af te schakelen, waarna grote delen van het perceel en de gebouwen een andere functie kunnen krijgen. Het besluit hierover is nog niet genomen en kan ook nog enkele jaren duren. Toch hoeft voorlopig niet alles bij het

Figuur 5.5: Luchtfoto Werkspoorkwartier met op de voorgrond Eneco-locatie, Industriehaven en RET-locatie

54 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

oude te blijven. Het totale terrein is ruim bemeten (ca. 7 ha) en is nu nog met afrasteringen afgesloten van de omgeving. Eneco heeft aangegeven om vooruitlopend op het besluit tot sluiting een deel van het onbebouwde perceel tijdelijk ter beschikking te stellen aan de gemeente om in te richten als openbare verblijfsplek. Dit geeft bijzondere kansen voor het Werkspoorkwartier omdat in de groene open ruimte (in wisselwerking met het water van de Industriehaven) nieuwe publieke verblijfskwaliteit te realiseren is. Het braakliggende terrein ligt tussen de Nijverheidsweg en de Industriehaven, en grenst aan de werkplaatsen van De Havenloods, De Nijverheid en Campus Werkspoor. Dit buitenterrein wordt niet meer gebruikt door de Eneco. Op dit terrein bevinden zich drie tennisbanen, restanten van een sintelbaan en een verenigingsgebouw. Het deel dat op korte termijn ter beschikking wordt gesteld betreft ca. 1,8 ha. Bovengronds en ondergronds liggen grote warmteleidingen die in functie moeten blijven maar geen belemmering vormen voor medegebruik van het terrein. De opgave is om deze locatie te openen voor publiek en te herinrichten als (tijdelijke) groene openbare verblijfsruimte met betekenis voor de werknemers in het gebied

Figuur 5.6 Randvoorwaarden transformatielocaties Eneco- locatie, Industriehaven en RET locatie Randvoorwaardenkaart Industriehaven eo Energiecentrale, beeldbepalend gebouw. nieuwe functie n.t.b., voorkanten aan ARK Ontwikkelgebied met behoud van karakteristieke loodsen Bestaande bebouwing, mogelijk herontwikkelen Entreegebied verbeteren: activeren, herkenbaarheid vergroten, verbinden Activeren omliggend terrein, interactie gebouw en omgeving (indicatief) Groene plek voor tijdelijke initiatieven met een publiek karakter Zitmogelijkheid aan het water (vb.steiger), activeren water Interactie met aangrenzende terreinen Gewenste langzaam verkeersverbinding Verbinding luspark Cartesiusdriehoek Warmteleiding (bovengronds) inpassen Geluidsbelasting industrie op 5 m+ mv, 50 DB Geluidsbelasting industrie op 5 m+ mv, 55 DB

en de bewoners uit de omliggende woonbuurten. De gemeente neemt het initiatief voor het maken van een landschappelijk ontwerp en inrichtingsplan. Een actieve participatie met de directe buren (Campus Werkspoor, 16X, De Nijverheid en De Havenloods), ondernemers en buurtbewoners maakt onderdeel uit van de planvorming. De volgende uitgangspunten gelden voor het onbebouwde perceel van Eneco: • Realiseren van een (tijdelijke) groene openbare verblijfsruimte; • Inrichten van de locatie met (tijdelijke) initiatieven met als thema groen, kunst en sport; bij voorkeur gevoed en geïnitieerd uit het Werkspoorkwartier zelf; • Activeren van de kade en het water met (tijdelijk) programma, zoals bijvoorbeeld zitgelegenheden aan het water, tijdelijke horeca (zonder de kade te privatiseren), een drijvend zwembad of andere watersporten;

•

Creëren van een entree voor voetgangers en fietsers vanaf de Nijverheidsweg; • Creëren van een openbare voetgangersroute langs de Industriehaven; • Verbinden van deze locatie met De Havenloods, De Nijverheid en Campus Werkspoor; • Creëren van voetgangersroutes over de locatie tussen Nijverheidsweg en Industriehaven zodat wisselwerking ontstaat met de omgeving; • Rekening houden met de aanwezige infrastructuur (leidingen) en veiligheidseisen van Eneco. Bereikbaarheid en veiligheid van de centrale, met name bij calamiteiten en onderhoudswerkzaamheden, zal gewaarborgd moeten blijven. Met deze uitgangspunten ontstaat er een indicatief beeld van de mogelijkheden om het terrein te herinrichten. Zo kunnen eventueel tennisbanen of padelbanen worden ingepast waarmee tegemoet wordt gekomen aan de stedelijke behoefte

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 55

56 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

aan sportvelden. Ook andere voorzieningen passen. Eneco heeft aangegeven dat voorlopig een perceel van ca. 1,8 ha ter beschikking wordt gesteld. Hier kan al snel de ambitie van een groene verblijfsruimte aan het water worden neergezet. Mogelijk volgt in een later moment nog een tweede fase van 1,3 ha. waarmee op dat moment een grotere verblijfsplek kan worden gecreëerd. Vanuit veiligheidsoverwegingen blijft dit deel vooralsnog in eigen beheer van Eneco. Op langere termijn (na definitieve sluiting van de warmteproductie) zullen grote delen van de centrale zelf en ook het voorterrein vrijkomen. Deze derde fase omvat nog eens 3,8 ha. Gelet op de monumentaliteit ligt het vanuit de ruimtelijke strategie van de gemeente voor de hand te denken aan een transformatie met een stedelijke bestemming. Een invulling als culturele hotspot zou mogelijk goed passen bij deze

ruimte, maar het biedt ook kansen voor onderwijs, horeca, een circulaire hub of creatieve bedrijvigheid. Belangrijk is dat de karakteristieke contouren van het gebouw en de pijperij behouden blijven. Met het op termijn vrijkomen van het gebouw kan ook gekeken worden naar een meer definitieve invulling van het terrein eromheen. Het voorterrein aan de Parkzone ARK dient vanuit deze visie in ieder geval een goede voorkant te worden met meerdere entrees en bij voorkeur een publieksbestemming aan deze zijde. Hierdoor wordt de route van Parkzone ARK gevoed en levensvatbaar. De route langs het kanaal wordt interessanter, een nieuwe hotspot rijker en de sociale veiligheid wordt beter. De voorzijde biedt ook verdichtingsruimte, alleen met hoogwaardige uitstraling en ten goede komend aan de invulling van het gebouw met een functie.

linkerpagina, Figuur 5.7: Fotocollage Eneco Park Figuur 5.8: Voorbeeldschets initiatievenzone Eneco Fase 1

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 57

RET-locatie Aan de zuidzijde van de Industriehaven ligt over de volle breedte het terrein van RET, groothandel in bouwmaterialen. Het terrein (ca. 3 ha.) is een privaat bedrijventerrein. De historie van dit terrein gaat terug tot 1937. In dat jaar opende Houthandel Jongeneel (opgericht in 1797) hier zijn tweede locatie in de stad. Deze locatie werd gekozen vanwege de betere aansluiting op het water en het spoornet. Hier werden een paar grote hallen en een zagerij gebouwd voor de opslag en verwerking van hout. Daarnaast werd hier dochteronderneming RET (Rubber- en Theekistenfabriek, opgericht in 1914) gevestigd met een handel in triplex plaatmaterialen. Jongeneel en RET behoren tot de dag van vandaag tot hetzelfde concern, inmiddels onderdeel van TABS Holland (Timber and Buildings Supplies), een grote Nederlandse leverancier van hout en bouwmaterialen.

Figuur 5.9: Voorbeeldschets initiatievenzone Eneco Fase 2 (focus sport en groen) en RET

58 - Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021

Het concern, de eigenaar van het terrein, heeft een aantal jaren geleden overwogen om het bedrijf te verplaatsen, maar ziet daar voorlopig vanuit interne bedrijfsoverwegingen van af. Het bedrijf functioneert op deze plek goed. Toch wordt door de eigenaar een bedrijfsverplaatsing op middellange termijn (vijf tot tien jaar) niet uitgesloten. Een eventueel besluit daartoe hangt samen met een bredere huisvestingstrategie vanuit het concern. Het is helder dat er voor de stad bijzondere kansen liggen wanneer de RET-locatie zou vrijkomen. De ligging tussen Schepenbuurt en Industriehaven, naast de dynamiek van Cartesiusdriehoek en Werkspoorkwartier, maakt de plek interessant. Over de volle breedte zou de zone kunnen transformeren naar een meer stedelijke plek. Voor een toekomstige invulling bestaan nog geen definitieve plannen. Wel heeft de eigenaar in het verleden de stedenbouwkundige en milieutechnische mogelijkheden voor transformatie onderzocht.

Vanuit de ruimtelijke strategie van Utrecht bezien ligt er de opgave om deze plek te verdichten met een divers programma, en te openen naar het water en de Schepenbuurt. Ruimtelijk en programmatisch dient aansluiting te worden gezocht bij de Schepenbuurt, Cartesiusdriehoek en Werkspoorkwartier. Kansen liggen er voor een samenhangend concept met bijvoorbeeld creatieve werkfuncties en voorzieningen. Een eventuele woonfunctie wordt ruimtelijk beperkt door de huidige milieucontouren en is om die reden alleen mogelijk aan de zijde van de Cartesiusweg. Het is verder gewenst om het terrein te vergroenen en langs het water een groene verbindingsroute voor langzaam verkeer te maken. Met het groen kan de verbinding worden gelegd tussen het ARK-park en de groene lus van de Cartesiusdriehoek.

Op het terrein staat een aantal karakteristieke loodsen met typische kenmerken als de draag- en spantconstructies, de lichtkappen in de zagerij en de kenmerkende ronde daken. De mogelijkheden voor het hergebruiken van de loodsen zouden onderzocht moeten worden. De gebouwen zijn niet geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst maar in de inventarisatie industrieel erfgoed (2008) zijn ze wel aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Onderdeel van de cultuurhistorische waarde is dat de loodsen een markant voorbeeld zijn van de industriële geschiedenis van watergebonden bedrijvigheid in Utrecht. Door de sloop van de Jongeneel panden aan de Zeedijk (2014) zijn de hallen aan de Industriehaven nu de oudste industriële gebouwen verbonden met de geschiedenis van het bedrijf Jongeneel/RET in Utrecht. Daarnaast maakt de karakteristieke vormgeving van de gebouwen onderdeel uit van de waarde, evenals de beeldbepalende ligging.

Figuur 5.10: Voorbeeldschets initiatievenzone Eneco Fase 3 (focus sport en groen) en RET

Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, december 2021 - 59

5.3 Locatie Stadsbedrijven Aan de Tractieweg, op de noordelijke punt van het Werkspoorkwartier, ligt een grote locatie van Stadsbedrijven. Dit onderdeel van de gemeente Utrecht is onder meer verantwoordelijk voor onderhoud van de openbare ruimte, beheer van openbare gebouwen, exploitatie van gemeentelijk vastgoed, toezicht op infrastructuur en inzameling van afval. Vanuit deze locatie wordt een deel van de stad bediend waarbij veel logistieke bewegingen worden gegenereerd. Operationeel is de locatie voor Stadsbedrijven heel belangrijk en er zijn vanuit de eigen bedrijfsstrategie geen overwegingen om naar een andere locatie te verhuizen. Als stadsverzorgend bedrijf past Stadsbedrijven ook goed binnen het Werkspoorkwartier. Meest zichtbaar voor het gebied is het aan- en afrijden van de voertuigen voor onderhoud en afval, deels al in de vroege ochtend. Met de omzetting naar kleinere en elektrische voertuigen zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting toenemen. Het terrein zelf maakt een bedrijvige maar ook povere indruk. Het gebied is ingericht met kantoren, loodsen en parkeervlakken. Het is volledig afgesloten met hekwerk. Het veranderende Werkspoorkwartier en deze actualisatie van de ontwikkelingsvisie geven aanleiding tot een aantal overwegingen over de locatie van Stadsbedrijven. In deze visie wordt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7869c13a-d8f5-40c0-ba06-39dd28609ad0