Omgevingsvergunning windpark def01_Zwartgemaakt
Tekst van het document
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Postadres
Postbus 8406, 3503RK Utrecht
Telefoon
14030
*-B-HZ_WABO-22-26676*
Behandeld door Doorkiesnummer E-mail
Datum
VOLGT
Ons kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Onderwerp
Bijlage(n)
omgevingsvergunning
Verzonden
Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden
Geachte
,
We hebben besloten om een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van 20 jaar te geven aan Rijne Energie Coöperatief U.A. voor:
het plaatsen van 4 windturbinesop de volgende locaties, uitgedrukt in RD-coördinaten:
windturbine 1: x: 128.818
y: 453.500;
windturbine 2: x: 130.666
y: 452.840;
windturbine 4: x: 132.735
y: 452.817, met dien verstande dat voor de meest oostelijke
windturbine 3: x: 131.492
y: 452.832;
windturbine (op de verbeelding van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop aangeduid met ‘specifieke vorm van bedrijf – windturbine’) een omgevingsvergunning (zie artikel 4 lid 4.4 van de planregels van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop) nodig is om de gronden in gebruik te nemen voor een windturbine.
Alsmede het aanleggen van 4 permanente toegangswegen op de volgende Kadastrale percelen:
ten dienste van windturbine 1: VHZ01 B 1026 en VHZ01 B 1025 G;
ten dienste van windturbine 2: ODR02 D 14 G, ODR02 D 15 G, ODR02 D 16 G, ODR02 D 394 G, ODR02 D 402 G en ODR02 D 19 G;
ten dienste van windturbine 3: ODR02 D 318 G, ODR02 D 320 G en ODR02-D-87;
ten dienste van windturbine 4: UTT00 T 793 G.
Dit besluit treedt de dag na de beroepstermijn in werking, tenzij er binnen de beroepstermijn een beroepschrift en een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend.
De activiteiten waar deze vergunning over gaat en de bijbehorende voorschriften leest u in de voortzetting van dit besluit op de pagina’s na de ondertekening. Publicatie
Het besluit is voorbereid met toepassing van de coördinatieregeling (artikel 3.30 e.v. van de Wet
ruimtelijke ordening). De besluiten die hiermee samenhangen worden gelijktijdig gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
1
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Gebruik maken van de vergunning
U mag de vergunning pas gebruiken na de beroepsperiode van 6 weken. De beroepsperiode start de
dag na de publicatie van dit besluit. In deze periode kunnen belanghebbenden beroep aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kan bij deze afdeling een voorlopige voorziening worden gevraagd. Afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State is het mogelijk dat
we een nieuw besluit moeten nemen. Dit kan een aangepaste vergunning zijn of een weigering. Bij de griffie van de Raad van State kunt u informeren of een beroepschrift is ingediend. Kosten
Voor het behandelen van uw aanvraag moet u €
betalen. U ontvangt hiervoor een rekening.
De verschuldigde leges zijn als volgt gespecificeerd. Leges Artikel 3.1.5.
Toelichting Bouwactiviteiten minder dan 50.000.000,00
Bedrag €
Bevoegd gezag De Crisis- en herstelwet bevat regels over het versneld ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke en
infrastructurele projecten. In het verlengde daarvan is het college van Gedeputeerde Staten op grond van artikel 9f van de Elektriciteitswet 1998 bevoegd gezag voor het verlenen van
omgevingsvergunningen voor windparken vanaf 5 MW (in plaats van het college van burgemeester en wethouders). De onderhavige aanvraag betreft een windpark met een productiecapaciteit van circa 16 tot 32 MW. Een dergelijk windpark wordt aangemerkt als een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 (>5 MW en <100 MW). Op grond van artikel 9f, zesde lid
van de Elektriciteitswet heeft het college van Gedeputeerde Staten bepaald dat zij de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen inzake de realisatie van Windpark Rijnenburg en Reijerscop overdraagt aan de gemeente Utrecht. Uitvoering Uw contactpersoon voor het toezicht op de uitvoering (waaronder de melding van start en voltooiing van de werkzaamheden) is de
Bebouwde Omgeving, telefoonnummer:
, inspecteur van de afdeling Toezicht en Handhaving , e-mailadres:
.
Vragen over dit besluit
Over de inhoud van dit besluit kunt u contact opnemen met de medewerker die uw aanvraag heeft behandeld. Bovenaan deze brief vindt u de contactgegevens. Met vriendelijke groet,
Namens burgemeester en wethouders,
,
Hoofd Vergunningen
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
2
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Beroep aantekenen tegen dit besluit
Bent u het niet eens met het besluit in deze brief? Dan kunt u daartegen beroep indienen. Dit moet u doen binnen 6 weken. Deze termijn start de dag nadat de stukken ter inzage zijn gelegd. U dient uw beroepschrift in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postadres: postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Voor het digitaal indienen van beroepschriften verwijzen wij naar de website van de Raad van State. In het beroepschrift staat in elk geval:
uw naam en adres;
de datum en uw handtekening;
het kenmerk en de verzenddatum van het besluit of een kopie van dit besluit;
de gronden van het beroep.
Crisis- en herstelwet
Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat u als belanghebbende in het beroepschrift alle beroepsgronden moet noemen en dat u na afloop van de terinzagetermijn geen nieuwe beroepsgronden meer kunt aanvoeren.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
3
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Activiteit Bouw Deze activiteit ziet op de toepassing van artikel 2.1 onderdeel 1 onder a. van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Constateringen
Uw aanvraag is in overeenstemming met het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan, Windpark
Rijnenburg en Reijerscop", met dien verstande dat voor de meest oostelijke windturbine (op de verbeelding van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop aangeduid met
‘specifieke vorm van bedrijf – windturbine’) een omgevingsvergunning (zie artikel 4 lid 4.4 van de
planregels van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop) nodig is om de gronden in gebruik te nemen voor een windturbine.
Tijdens de behandeling van uw aanvraag heeft eenieder gedurende 6 weken de tijd gehad om
zienswijzen in te dienen. In deze periode hebben we 119 zienswijzen ontvangen. Van de 119
zienswijzen hebben twee zienswijzen (één hiervan is een positieve zienswijze) alleen betrekking op de ontwerp-omgevingsvergunning. De twee zienswijzen die alleen gaan over de ontwerp-
omgevingsvergunning zijn beantwoord in een bijlage van de omgevingsvergunning. De overige 117 zienswijzen hebben betrekking op alleen het ontwerpbestemmingsplan of op het
ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten. Deze zijn beantwoord in het
vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop. Van de 117
zienswijzen zijn 40 zienswijzen positief; dit zijn indieners die voor de realisatie het windpark zijn. Overwegingen
Uit artikel 2.10 van de Wabo en de vermelde constateringen volgt dat uw aanvraag voor een
omgevingsvergunning verleend moet worden aangezien geen grond aanwezig is om de vergunning te weigeren.
Aangezien er sprake is van tijdelijke bouwwerken, wordt op grond van artikel 2.10 lid 1 sub d van
de Wabo niet aan de redelijke eisen van welstand getoetst. Besluit en motivering Het volgende is besloten:
De omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden genoemd onder de Voorschriften. Wij
verlenen de gevraagde vergunning aangezien het aannemelijk is dat uw aanvraag voldoet aan de relevante toetsingskaders. Voorschriften activiteit bouw 1.1
Algemeen U mag niet starten met de uitvoering voordat u hiervoor bij ons een melding hebt gedaan. U krijgt op korte termijn een e-mail van de afdeling Toezicht en Handhaving met informatie over deze verplichte melding.
Wanneer er een ander type windturbine dan de Vestas V162 van 6.2 MW wordt gebouwd, mag niet eerder met de bouw van de windturbine(s) gestart worden dan dat vaststaat dat een schriftelijk positief advies is afgegeven door het Ministerie van Defensie met betrekking tot de maximale
bouwhoogte die met de windturbines wordt overschreden binnen het radarverstoringsgebied, zoals vastgesteld in artikel 2.4 van De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening.
Alle gegevens die u nog moet indienen dient u via het e-mailadres omgevingsloket@utrecht.nl toe te sturen. Belangrijk hierbij is dat u het kenmerk van de vergunning vermeldt.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
4
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
De bouwwerkzaamheden moeten overeenkomstig deze vergunning, het Bouwbesluit en de
bouwverordening worden uitgevoerd. Indien in afwijking hiervan wordt gebouwd zal handhavend worden opgetreden.
U dient bij het maatvoeren van de bouwwerken uit te gaan van het peil zoals bedoeld in artikel 1.51 van de planregels van ‘Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop’.
Wij hebben globaal kennisgenomen van de hoofdlijnen van de constructie. Conform dit principe
moeten de definitieve constructieberekeningen en -tekeningen worden uitgewerkt. Deze gegevens moeten uiterlijk 3 weken voor de uitvoering van de betreffende bouwwerkzaamheden worden ingediend. Over de voortgang van de constructiecontrole kunt u contact opnemen met de eerdergenoemde buiteninspecteur.
U dient uiterlijk 3 weken voor de uitvoering een BLVC-plan in te dienen en ter beoordeling voor te leggen aan de afdeling Toezicht & Handhaving. Het BLVC plan wordt onderdeel van deze vergunning. Dit wil niet zeggen dat het ingediende BLVC plan definitief is. Het kan zijn dat tijdens
de uitvoering van het werk de omstandigheden daartoe aanleiding geven of wijzigen waardoor het plan moet worden aangepast en/of aangevuld. Deze gegevens moeten dan op verzoek van de eerder genoemde buiteninspecteur van de afdeling Toezicht & Handhaving ter nadere goedkeuring worden ingediend. Deze gegevens moeten worden ingediend via omgevingsloket@utrecht.nl en voorzien van het kenmerk van de vergunning.
Deze omgevingsvergunning wordt voor een exploitatieperiode van 20 jaar verleend. Deze termijn sluit aan bij de technische en economische levensduur van de windturbines en bij de Visie
Energielandschap en het Uitnodigingskader Rijnenburg en Reijerscop. Zodra de windturbines elektriciteit leveren aan het net, start de exploitatieperiode van 20 jaar. Deze datum (start
elektriciteitslevering) wordt door vergunninghouder kenbaar gemaakt door het indienen van een melding via omgevingsloket@utrecht.nl. Belangrijk hierbij is dat u het kenmerk van de vergunning vermeldt.
Er dient, in verband met stikstof, minimaal gebruik gemaakt te worden van Stage V mobiele werktuigen of schoner en er moet minimaal 6% Adblue worden gebruikt.
U dient 3 weken voor de aanvang van de werkzaamheden een tekening van de inrichting van het bouwterrein in te dienen.
Wanneer de toegangsweg behorende bij de tweede windturbine (vanaf het westen geteld) wordt aangelegd, is het in gebruik hebben en houden van het windpark niet toegestaan totdat de
compensatiemaatregelen zijn gerealiseerd overeenkomstig het Groencompensatieplan Windpark Rijnenburg, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop. Deze groencompensatie wordt in stand gehouden zo lang de
toegangsweg behorende bij de tweede windturbine (vanaf het westen geteld) in stand blijft. 1.2
Constructie
Gegevens en stukken die nog niet zijn ingediend dient u uiterlijk 3 weken voor de aanvang van de werkzaamheden ter goedkeuring aan de gemeente voor te leggen. De volgende gegevens dient u in ieder geval te overleggen:
Geotechnisch rapport met daarin verwerkt de volgende onderwerpen:
o
Resultaten van het grondonderzoek;
o
Funderingsadvies;
o
Berekening grond-mechanische draagkracht van de ondergrond voor een fundering (op palen);
o
Berekening van de horizontale gronddruk op de palen en/of funderingsconstructies.
Gewichtsberekening, waarin is opgenomen: o
Overzicht van de toegepaste belastingen, belastingfactoren en belastingcombinaties;
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
5
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
o o
HZ_WABO-22-26676
Belastingen op alle onderdelen van de bouwconstructie; Belastingen op de fundering.
Stabiliteitsberekening.
Palenplan, waarop is aangegeven: o o
Rapportnummer geotechnisch rapport; Plaats van de sondeerpunten;
o
Gemaatvoerde paallocaties;
o
Rekenwaarde van de paalbelastingen;
o o o
Paalpuntniveaus en het bouwpeil ten opzichte; Type en afmetingen funderingsconstructies;
Paalkopdetails met aansluiting op fundering.
Overzichtstekening van de fundering.
Wapeningsberekeningen en -tekeningen van de in het werk gestorte of geprefabriceerde betonconstructies.
Detailtekeningen en -berekeningen van staal-, hout- steen- en glasconstructies.
Detailberekeningen en -tekeningen van verbindingen en verankeringen van beton-, staal-, hout- en glasconstructies.
Berekening van de brandbestendig- en brandwerendheid van beton-, staal-, steen-, staal- en glasconstructies.
Er dient tijdens de uitvoering dagelijks constructief deskundig toezicht op het werk aanwezig te zijn, dat namens de vergunninghouder gemachtigd is om op te treden.
1.3 Gegevens gekozen windmolens Gegevens en stukken betreffende de definitief gekozen windmolens die nog niet bij de aanvraag zijn overlegd dient u 3 weken voor de aanvang van de werkzaamheden ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeente. Uit deze stukken dient te blijken dat voldaan wordt aan de relevante artikelen zoals opgenomen in het Bouwbesluit 2012. 1.4
Bodem
Uiterlijk 3 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden moeten de volgende gegevens ter beoordeling worden ingediend: o o
Een bodemonderzoek (milieutechnisch);
Gaat u verontreinigde (vervuilde) grond verplaatsen of saneren (vervuiling verminderen)? Eerst meldt u dit bij ons en bij Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) Product Vervuilde grond melden - Online loket (utrecht.nl)
1.5 Veiligheid
De aanvraag is mede voorgelegd aan de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht voor advies omtrent de activiteit ‘milieu’. Aangaande het onderdeel ‘bouwen’ dient u 3 weken voor de aanvang van de werkzaamheden de volgende stukken ter beoordeling te overleggen:
Het fabricaat en type van de windturbines;
De brandklasse en rookklasse (conform de NEN EN 13504-1) van de constructiematerialen die
naar de binnenlucht zijn gekeerd en op het beloopbaar vlak zijn aangebracht (art. 2.67 en 2.39 Bouwbesluit 2012);
De brandklasse (conform de NEN EN 13501) van de constructieonderdelen die naar de buitenlucht zijn gekeerd (art. 2.68 Bouwbesluit 2012);
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
6
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
U dient aan te tonen dat de windturbines worden voorzien van draagbare blusmiddelen op
risicovolle plaatsen waar brand kan ontstaan. In een windturbine zijn dit de gondel, de voet van de toren en indien van toepassing de aanwezige transformator;
Het Bouwbesluit 2012 geldt tot een hoogte van 70 meter. Omdat de windturbines hoger zijn
dan 70 meter dient een gelijkwaardige brandveiligheidsoplossing geboden te worden als voor
bouwwerken onder de 70 meter. Dit volgt uit de artikelen 2.127 en 2.128 van het Bouwbesluit 2012. Daarnaast geldt er op grond van hoofdstuk 7 van het Bouwbesluit 2012 een zorgplicht met betrekking tot brandveilig gebruik. Onder andere gelden de volgende kapstolartikelen: o
Artikel 7.10. Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor: a. brandgevaar wordt veroorzaakt, of
b. bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt. o o
Artikel 7.16. Restrisico veilig vluchten bij brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:
a. melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd; b. het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of c. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.
Op het moment van het indienen van de aanvraag is er nog geen type windturbine bekend en daarmee ook niet de brandveilige uitvoering daarvan. Op grond van het voorgaande dient u
uiterlijk 3 weken voor de aanvang van de werkzaamheden het bevoegd gezag inzicht te geven
in de kans van het ontstaan van brand, de kans op uitbreiding van brand en voorzieningen die zijn getroffen ter voorkoming van brand.
Hierbij dient u uitdrukkelijk mee te wegen dat er nauwelijks of geen
brandbestrijdingsmogelijkheden zijn voor de overheidsbrandweer als de brand zich op een grote hoogte bevindt.
Daarnaast geldt tevens dat de brandveiligheid mede van invloed is op het externe
veiligheidsrisico. Om die reden kan gedacht worden aan de volgende maateregelen en voorzieningen: o
Er vindt een riskmanagementbeoordeling plaats door de gekozen fabrikant volgens de Europese/ internationale (MRL 2006/42/EC en de (DIN) EN ISO 12100:200);
o
De tempratuur van systemen en componenten worden gemonitord en bij overschrijding wordt de windmolen uitgeschakeld;
o
Elektrische systemen zijn uitgerust met overstroom/ kortsluitbeveiliging, waaronder:
o
Motorbeveiligingsschakelaars;
o
De windturbine wordt uitgerust met een bliksembeveiliging en overspanningsbeveiliging conform de IEC 61400-24;
o
De windturbine is uitgerust met een branddetectiesysteem met rookdetectie (met aspiratiemelders in de toren) en akoestisch en optisch alarm, dat voldoet aan de NEN 54, aangebracht in zowel de gondel als de toren> hiermee wordt een brand vroegtijdig
gesignaleerd en gemeld. Het brandalarm wordt intern gemeld en bij de meldkamer van de windmolens. Deze kunnen de windmolens afschakelen.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
7
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Er vindt geen automatische alarmopvolging plaats door derden (brandweer). De sturingen die door het branddetectiesysteem worden verricht, worden nader omschreven.
Ten minste 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden dient u middels tekeningen en onderbouwingen aannemelijk te maken dat; o o o
Een tijdige detectie van brand en rook plaatsvindt;
Voldoende en gedegen vluchtmogelijkheden zijn voor personen in en op de bouwwerken; Voldoende en gedegen mogelijkheden zijn voor hulpverleningsdiensten om de primaire
taken uit te voeren (zijnde bluswerkzaamheden en mogelijkheden om personen te redden); o
De bouwwerken voldoende bereikbaar zijn, voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn en het bluswater voldoende effectief een brand kan bereiken.
Pas na schriftelijk akkoord van de eerdergenoemde buitendienstinspecteur mag u overgaan tot uitvoering van de desbetreffende werkzaamheden, mits alle van toepassing zijnde voorschriften zijn/ worden nagevolgd.
Ten minste 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden dient aannemelijk gemaakt te
worden dat de te bouwen bouwwerken zodanig zijn dat onderhoud aan de bouwwerken veilig uitgevoerd kan worden.
Er mag pas met de bouwwerkzaamheden worden gestart, nadat de definitieve (schriftelijke)
goedkeuring van de Veiligheidsregio Utrecht is verkregen omtrent de brandveiligheid van de definitief gekozen windturbines, alsmede de bouwkundige kwaliteit en uitwerking van het plan. 1.6 Algemene opmerkingen (vervolg)
Van bouwproducten met verplichte prestatie/kwaliteitsverklaring moeten de attesten op de bouwplaats aanwezig zijn.
Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.
De houder van deze vergunning is verplicht deze op de eerste vordering van een ambtelijk toezichthouder te tonen;
De omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert. Als iemand anders
gebruik gaat maken van deze vergunning dan moet de vergunninghouder dat ten minste een maand van tevoren melden onder vermelding van de volgende gegevens: o
Zijn naam en adres;
o
Het HZ-nummer van de omgevingsvergunning;
o
De naam, het adres en het telefoonnummer van degene die gebruik gaat maken van de vergunning.
Uiterlijk op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden moet het werk worden gereed gemeld bij de genoemde inspecteur van de afdeling Toezicht & Handhaving. Voorafgaand aan deze melding mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen.
Deze omgevingsvergunning wordt voor een exploitatieperiode van 20 jaar verleend. Zodra de windturbines elektriciteit leveren aan het net, start de exploitatieperiode van 20 jaar. Deze datum (start elektriciteitslevering) wordt door vergunninghouder kenbaar gemaakt door het indienen van een melding via omgevingsloket@utrecht.nl. Belangrijk hierbij is dat u het kenmerk van de vergunning vermeldt.
Aandachtspunten
Door bouwwerkzaamheden en het aan- en afvoeren van bouwmateriaal kan schade aan de openbare weg, straatmeubilair, openbaar groen, straatverlichting en dergelijke ontstaan.
Herstelwerkzaamheden en/of aanpassingen ten gevolge daarvan worden door Stadsbedrijven op kosten van de aanvrager uitgevoerd. U dient voor deze werkzaamheden tijdig contact op te
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
8
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
nemen met de gebiedsbeheerder van de desbetreffende wijk (bereikbaar via het Klantcontact Centrum van de gemeente Utrecht, telefoonnummer: 14 030).
Wij wijzen u erop dat uw project in een (deels) archeologisch waardevol gebied ligt. Indien tijdens de werkzaamheden archeologische vondsten of resten worden aangetroffen, dient dit te worden gemeld bij de afdeling Erfgoed, contactpersoon mevrouw A. Bakker,
telefoonnummer: 030 - 286 00 11, zoals vastgelegd in de Erfgoedwet (artikel 5.10).
Voor informatie over de ligging van het straatpeil kunt u contact opnemen met de
gebiedsbeheerder van Stadsbedrijven in het betreffende gebied, bereikbaar via het Klantcontact Centrum van de gemeente Utrecht, telefoonnummer: 14 030.
Indien bronbemaling noodzakelijk is moet u dit melden bij het Hoogheemraadschap De
Stichtse Rijnlanden (HDSR). In sommige gevallen is een vergunning vereist. Op de webpagina www.hdsr.nl/vergunningen treft u informatie aan in welke gevallen een vergunning van het waterschap is vereist.
Deze vergunning wordt verleend behoudens rechten van derden. Dit betekent dat
privaatrechtelijke zaken de uitvoering van de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk kunnen verhinderen.
De omgevingsvergunning kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: o
de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen;
o
van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen 5 jaar na bekendmaking;
o o
blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste gegevens bij de aanvraag;
o
de werkzaamheden met meer dan 26 weken zijn stilgelegd; de vergunninghouder dit verzoekt.
Indien er bo(o)m(en) op of nabij de bouwplaats staan, moet u boombeschermende maatregelen treffen op grond van artikel 4.11, sub 3 van de APV Utrecht.
De richtlijnen van de Bomenposter gelden hierbij als adequaat beschermingsniveau u kunt deze vinden op: www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/wonen-en-leven/parken-engroen/bomen/WerkenRondBomen.pdf
Activiteit Milieu Deze activiteit ziet op de toepassing van artikel 2.1 onderdeel 1 onder e. van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Bevoegd gezag Bij de brief, gedateerd 9 december 2021 met kenmerk 444544 die door het college van burgemeester en wethouders aan de Provincie Utrecht is verzonden is de provincie gevraagd om af te zien van toepassing van de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van de benodigde besluiten ten behoeve van de realisatie van windmolens in Rijnenburg en Reijerscop (artikel 9f, zesde lid, onder a van de Elektriciteitswet). Op 8 maart 2022 heeft de provincie een schriftelijke reactie verstuurd met het documentnummer UTSP-279699493-25467 waaruit blijkt dat zij de gemeente als bevoegd gezag aanwijst. Overwegingen
Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de volgende onderdelen in acht genomen:
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
9
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
1. Procedurele aspecten 1.1 Gegevens aanvrager
Op 29 juli 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van Rijne Energie Coöperatief U.A.
1.2 Projectbeschrijving De aanvraag betreft een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd voor een windpark bestaande uit vier windturbines inclusief bijbehorende voorzieningen zoals kraanopstelplaatsen en
infrastructuur. Deze omgevingsvergunning wordt voor een exploitatieperiode van 20 jaar verleend. Bij de vergunningaanvraag is een uitgebreide projectomschrijving gevoegd.
Gelet op bovenstaande omschrijving wordt onder andere een omgevingsvergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten:
voor het oprichten van de inrichting en het in werking hebben van de inrichting (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wabo), deze omgevingsvergunning betreft een oprichtingsvergunning;
Voor de toetsing milieu zijn de volgende delen uit de aanvraag van belang:
Aanvraagformulier met OLO nummer 7163543;
Toelichting aanvraag omgevingsvergunning Windpark Rijnenburg & Reijerscop, d.d. 16 mei 2023, Versie 0.5;
CombiMER, d.d. 7 december 2023, Versie 0.9;
Beoordeling ecologie extra MER opstelling Energiepark Rijnenburg, .d.d. 6 december 2023;
Natuurtoets Energielandschap Rijnenburg, Utrecht, d.d. 9 februari 2023;
Akoestisch onderzoek t.b.v. CombiMER, d.d. 5 december 2023, Versie 010;
Slagschaduwonderzoek t.b.v. CombiMER, d.d. 5 december 2023, Versie 0.8;
Onderzoek externe veiligheid t.b.v. CombiMER, d.d. 15 november 2023, Versie 4.0;
Situatietekeningen: Situatietekening permanente voorzieningen; Oplegnotitie Slagschaduw windpark Rijnenburg en Reijerscop;
Onderbouwingen lokale normen geluid, slagschaduw en externe veiligheid.
1.3 Huidige vergunning situatie
Voor de inrichting zijn niet eerder (omgevings)vergunningen en/of ontheffingen verleend dan wel meldingen geaccepteerd.
1.4 Vergunningplicht
De inrichting valt onder de volgende categorieën van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor):
onderdeel B categorie 1 sub b;
onderdeel C categorie 20.1 sub a onder 1.
De inrichting is vergunningplichtig op grond van artikel 2.1, tweede lid van het Bor gelezen in
samenhang met bijlage I, onderdeel B, categorie 1, sub van het Bor. Er is in dit geval eveneens
sprake van een vergunningplicht op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wabo. Het oprichten van een windturbinepark wordt genoemd in de bijlage, onderdeel D, categorie 22.2, kolom 1 behorend bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is een
gecombineerde plan-/project milieueffectrapport (CombiMER) opgesteld ten behoeve van het
bestemmingsplan 'Rijnenburg, Utrecht' en ten behoeve van de onderhavige vergunningaanvraag.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
10
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
1.5 Bestemmingsplan
Voor het beoogde Windpark Rijnenburg en Reijerscop is een nieuw bestemmingsplan voorbereid (aangepast) waarmee de bouw en exploitatie van vier windturbines, in de polders Rijnenburg en Reijerscop juridisch en planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.6 Wet natuurbescherming gebruiksfase In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer:
1.
een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of;
2.
een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve
uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten).
Wanneer het aanhaken van toepassing is, moet het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning de aanvraag doorsturen naar het bevoegd gezag voor de Wnb (het college van Gedeputeerde
Staten) met het verzoek een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) af te geven. De aanvrager van de omgevingsvergunning is zelf verantwoordelijk om vooraf na te gaan of een activiteit invloed heeft op Natura 2000-gebieden en/of beschermde flora en fauna.
Het vragen van een vvgb is niet nodig (een omgevingsvergunning natuur is niet van toepassing) wanneer al toestemming op basis van de Wnb is verkregen of gevraagd. Verder is een
omgevingsvergunning natuur niet van toepassing wanneer voor het voorgenomen project geen vergunning en ontheffing op grond van de Wnb nodig is. Op 28 juli 2022 is een toestemming op grond van de Wnb aangevraagd. Vervolgens is deze aanvraag op 11 mei 2023 ingetrokken en
opnieuw ingediend (met het verzoek om de aanhaakplicht op grond van de Wabo te ontkoppelen). Dit betekent dat er geen vvgb nodig is. Voor gebiedsbescherming (stikstof) is ook geen vvgb
nodig, omdat de stikstofdepositie voor de bouwfase neerkomt op 0,00 mol N/ha/jaar. Gedurende
de gebruiksfase van het windturbinepark vindt daarnaast geen stikstofdepositie plaats. Hooguit zal een paar keer per jaar onderhoud nodig zijn aan de windturbines. Dit betreft dan enkele voertuigbewegingen op een dag. De gebruiksfase komt ook neer op 0,00 mil N/ha/jaar.
2.
Milieueffectrapportage
2.1 Milieueffectrapport
De voorgenomen activiteit valt onder categorie 2.2 van onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r.
Uit artikel 7.2 van de Wet milieubeheer (Wm) en artikel 2, derde lid van het Besluit m.e.r. volgt dat
indien er een kaderstellend plan wordt vastgesteld voor deze activiteit, het verplicht is om daarvoor een planMER op te stellen. Dit geldt voor het bestemmingsplan.
De omgevingsvergunning voor de voorgenomen activiteit is projectm.e.r.-beoordelingsplichtig: nagegaan moet worden of er belangrijke nadelige gevolgen op het milieu kunnen zijn (de
zogenaamde m.e.r.-beoordeling), waarna het bevoegd gezag beoordeelt of een projectMER ten behoeve van de vergunningaanvraag nodig is.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
11
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
De initiatiefnemer heeft besloten geen m.e.r.-beoordeling aan te vragen, maar vrijwillig een projectMER op te stellen, omdat er al een MER-procedure moet worden doorlopen voor het planMER ten behoeve van het bestemmingsplan.
Op grond van artikel 14.4b van de Wm is het mogelijk dat, wanneer zoals in dit geval voor één
activiteit zowel een plan- als een projectMER wordt opgesteld, deze gecombineerd kunnen worden tot één gecombineerd MER: een CombiMER. Omdat er voor het plan reeds een MER opgesteld
diende te worden, is er voor het projectdeel gekozen aan te sluiten bij het planMER door middel van een CombiMER.
Voorschriften milieu 1.1 Algemene voorschriften 1.1.1
Uiterlijk 8 weken voor de start van de bouw van de windturbines moet aan het bevoegd gezag meegedeeld worden welk type windturbines gerealiseerd wordt. 1.1.2 De windturbines mogen alleen in werking zijn overeenkomstig de beschrijving in de aanvraag
(inclusief de aanvullende informatie en bijlagen) en de hierna volgende voorschriften. Daar waar de beschrijving in de aanvraag en de voorschriften met elkaar in strijd zijn, zijn de voorschriften bepalend. 1.1.3 De windturbines moeten in goede staat van onderhoud verkeren. 1.2 Terrein van de inrichting en toegankelijkheid 1.2.1
Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze plattegrond moeten ten minste de volgende aspecten zijn aangegeven:
alle gebouwen, de installaties met hun functies;
alle opslagen van stoffen welke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken met vermelding van aard en maximale hoeveelheid.
1.2.2 Op het terrein van de inrichting moet een zodanige afscheiding aanwezig zijn dat de toegang tot de inrichting voor onbevoegden redelijkerwijs niet mogelijk is. 1.2.3 Gebouwen, installaties en opslagvoorzieningen moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle
voertuigen die in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben.
Binnen of nabij de installaties mogen geen andere goederen of stoffen worden opgeslagen dan die welke voor het proces nodig zijn of daardoor zijn verkregen, met uitzondering van brandbestrijdingsmiddelen. 1.3 Instructies
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
12
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
1.3.1
De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze omgevingsvergunning en de van
toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen. Tijdens het in bedrijf zijn van installaties die in geval van storingen of onregelmatigheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu, moet steeds voldoende, kundig personeel aanwezig zijn om in voorkomende gevallen te kunnen ingrijpen. 1.3.2
De vergunninghouder moet één of meer ter zake kundige personen aanwijzen die in het bijzonder belast zijn met de zorg voor de naleving van de in deze vergunning opgenomen voorschriften. 1.4 Meldingen 1.4.1 Onderhoudswerkzaamheden, waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat deze buiten de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, dan wel dat hiervan in de omgeving meer nadelige gevolgen voor het milieu worden ondervonden dan uit de normale
bedrijfsvoering voortvloeit, moeten ten minste 14 dagen voor de aanvang van de uitvoering aan het bevoegd gezag worden gemeld. 1.4.2
Indien uit de inhoud van keurings- en inspectierapporten blijkt dat gevaar voor verontreiniging dreigt, moet het bevoegd gezag daar direct van in kennis worden gesteld. 1.5 Melding contactpersoon en wijziging vergunninghouder 1.5.1
Direct na inwerkingtreding van deze omgevingsvergunning dient de vergunninghouder het
bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte te stellen van de naam en het telefoonnummer van degene (en van diens plaatsvervanger) die in spoedeisende gevallen, ook buiten normale
werktijden, bereikbaar is. Indien deze gegevens wijzigen, dient dit vooraf schriftelijk te worden gemeld aan het bevoegd gezag onder vermelding van de wijzigingsdatum. 1.6 Registratie 1.6.1
De volgende documenten zijn altijd ter inzage aanwezig:
a. b. c.
de bewijzen, resultaten en/of bevindingen van de in deze vergunning voorgeschreven inspecties, onderzoeken, keuringen, onderhoud en/of metingen; de registratie van de draaigegevens;
de klachtenregistratie (zie voorschrift 1.6.4).
1.6.2
De documenten genoemd in voorschrift 1.6.1 moeten ten minste vijf jaar worden bewaard. Het logboek als bedoeld in voorschrift 1.6.3 moet worden bewaard gedurende de feitelijke aanwezigheid van de betreffende windturbine.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
13
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
1.6.3
Incidenten dienen voor iedere windturbine te worden geregistreerd en in een logboek binnen de
windturbine te worden bewaard. Onder incidenten wordt verstaan mastbreuk, het afbreken van een turbineblad of de gondel, het afbreken losraken van turbineonderdelen, het naar beneden vallen van (kleine) turbineonderdelen het niet in werking treden van een beveiliging. 1.6.4 Klachten van derden waarvoor actie door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, moeten worden geregistreerd. 1.7 Bedrijfsbeëindiging 1.7.1
Van het structureel buiten werking stellen van (delen van) installaties en/of beëindigen van een van de activiteiten moet het bevoegd gezag binnen 30 dagen op de hoogte worden gesteld. Uiterlijk 12 maanden nadat de windturbines permanent buiten gebruik zijn genomen, worden de windturbines, kraanopstelplaatsen, schakelkasten, transformators, kabels en leidingen, toegangswegen en het transformatorstation inclusief inkoopruimte verwijderd. De fundering van de windturbines wordt onder het maaiveld afgeknipt, waarbij voorkomen moet worden dat er lekkages optreden in watervoerende lagen door het verwijderen van de funderingspalen.
2. Externe veiligheid 2.1 Windturbine 2.1.1
Uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de bouw van de windturbines, wordt een nieuwe risicoanalyse ingediend voor de gekozen typen windturbines. De risicoanalyse toont aan hoe er aan de voorschriften betreffende de externe veiligheid kan worden voldaan. 2.1.2 Voordat een windturbine in gebruik wordt genomen, moet de vergunninghouder aan het bevoegd gezag aantonen dat de windturbine constructief voldoet aan de heersende windklasse. 2.1.3
De minimale en maximale afmetingen van de windturbines zijn: Windturbine
minimum
maximum
Ashoogte (m)
140
180
Rotordiameter (m)
150
180
Tophoogte (m)
215
270
2.1.4
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico's, aan de volgende regel te voldoen:
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
14
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar. 2.1.5
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico's, aan de volgende regel te voldoen:
Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object,
veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar.
2.1.6 Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico's, aan de volgende regel te voldoen:
Plaatsing van windturbines is alleen toegestaan indien zij voldoen aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1. 2.1.7 Een windturbine moet ten minste eenmaal per kalenderjaar worden beoordeeld op de
noodzakelijk beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines. 2.1.8
Een windturbine moet onmiddellijk buiten bedrijf worden gesteld en het bevoegd gezag daaromtrent worden geïnformeerd indien wordt geconstateerd of indien het redelijk vermoeden bestaat dat een onderdeel of onderdelen van de windturbine een gebrek bezitten, waardoor de
veiligheid voor de omgeving in het geding is. De windturbine wordt eerst weer in bedrijf genomen nadat alle gebreken zijn hersteld. 2.2 Brandbestrijding 2.2.1
Ale brandblusmiddelen, brandbestrijdings- en brandbeveiligingssystemen moeten steeds: a.
voor onmiddellijk gebruik gereed zijn;
b.
goed bereikbaar zijn;
d.
geschikt zijn voor de beheersing of de blussing van een bepaald type brand.
c.
als zodanig herkenbaar zijn;
2.2.2
Het terrein en het wegenstelsel moeten zodanig zijn ingericht en de toegankelijkheid moet zodanig zijn bewaakt, dat elk deel van de inrichting te allen tijde is te bereiken.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
15
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
3. Geluid en trillingen 3.1 Algemeen 3.1.1
Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van de
Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, zoals deze gold op 29 juni 2021). 3.1.2
De drijver van de inrichting registreert de volgende gegevens en bewaart deze 5 kalenderjaren na dagtekening en stelt deze indien nodig beschikbaar:
de emissieterm LE, bedoeld in onderdeel 3.4.1 van het Reken- en meetvoorschrift
windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer, zoals deze gold op 29 juni 2021), gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar, en
de voor de duur van een handhavingsmeting als bedoeld in paragraaf 2.6 van het Rekenen meetvoorschrift windturbines (bijlage 4 van Activiteitenregeling milieubeheer, zoals deze gold op 29 juni 2021) benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte.
3.2 Oprichten windturbinepark 3.2.1
Uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de bouw van de windturbines, wordt een nieuw akoestisch onderzoek ingediend voor de gekozen typen windturbines. Dit onderzoek voldoet aan de
hieronder opgenomen eisen. Het onderzoek toont aan hoe er aan de gestelde geluidsnormen kan worden voldaan. Uit dit akoestisch onderzoek dient te blijken dat voldaan wordt aan kaders voor geluidarme windmolens zoals opgenomen in paragraaf 6.1 van het Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Het rapport van het akoestisch onderzoek bevat de volgende gegevens: a.
de naam van de opdrachtgever van het onderzoek;
b.
de naam van de instantie die het onderzoek heeft uitgevoerd;
d.
aanleiding en het doel van het onderzoek;
c.
e.
de datum van het onderzoek;
de gegevens waarmee wordt aangetoond dat de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van de standaardrekenmethode uit de Reken- en meetvoorschriften
windturbines (Bijlage 4 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, f.
zoals deze gold op 29 juni 2021);
indien een andere methode dan die is opgenomen in de Reken- en meetvoorschriften windturbines wordt gebruikt, wordt de noodzaak daarvan aangegeven wordt de toegepaste
g. h.
i.
methode beschreven en verantwoord;
alle ingevoerde gegevens en de geraadpleegde windfrequentiegegevens indien een rekenmethode wordt toegepast;
een of meer kaarten of tekeningen op een zodanige schaal dat een duidelijk beeld wordt geven van bestaande of voorgenomen windturbines en van gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen waarop het akoestisch onderzoek betrekking heeft; de waarneempunten;
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
16
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
j.
HZ_WABO-22-26676
de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de doorgerekende
geluidsbeperkende of afschermende maatregelen, zowel op oorspronkelijk kaartmateriaal als in de vorm van de geschematiseerde computerinvoer;
k.
de situering, akoestisch relevante dimensies en de aard van de overige
l.
de scheidingslijn of scheidingslijnen tussen akoestisch harde en zachte bodemvlakken,
geluidsreflecterende en -afschermende objecten of constructies; met een aanduiding van de aard van de bodem;
m. een grafische weergave van de bij de berekeningen gehanteerde geometrische n.
invoergegevens, indien de situatie akoestisch gecompliceerd is;
de bestaande en toekomstige geluidsbelastingen vanwege een windturbine of een
combinatie van windturbines van de gevel van een gevoelig object of van de grens van een gevoelig terrein voor de situatie waarin geen maatregelen zijn genomen ter vermindering van de geluidsemissie of ter beperking van de geluidsoverdracht
3.3 Representatieve bedrijfssituatie 3.3.1
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag
worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder, aan de volgende regels te voldoen: a.
de geluidsbelasting van alle windturbines van Windpark Rijnenburg en Reijerscop
samen mag vanwege het beperken van geluidhinder niet hoger zijn dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight op de grens van gevoelige terreinen en niet hoger dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een
gezoneerd industrieterrein. Op deze bepaling is de Handhavings- en rekenmethodiek van toepassing zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop. b.
de geluidsbelasting van alle windturbines van Windpark Rijnenburg en Reijerscop
samen mag vanwege het beperken van geluidhinder op toekomstige geluidsgevoelige objecten in de polder Rijnenburg niet hoger zijn dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight ter plaatse van de vooraf bepaalde referentiepunten, waarbij de coördinaten zijn
weergegeven in het Rijksdriehoeksstelsel en zoals opgenomen in bijlage 4 bij de regels van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop.
Referentiepunt
RD x
RD y
Hoogte boven
A
130.674
452.453
5m
B
131.450
452.399
5m
c.
maaiveld
sub b geldt vanaf het moment dat de toekomstige gevoelige objecten in de polder Rijnenburg in gebruik zijn genomen én deze geluidsgevoelige objecten zich binnen de 45 dB Lden-contour van het Windpark Rijnenburg en Reijerscop bevinden.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
17
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
3.4 Controle 3.4.1 Het 1-minuutgemiddelde geluidsniveau (Leq,1min), ter plaatse van de op onderstaande kaart weergegeven “geluid-handhavingslijn" bedraagt niet meer dan 42 dB.
Geluidsmetingen worden uitgevoerd op een locatie op de onderstaande kaart weergegeven ‘geluid- handhavingslijn’ conform de meetprocedure uit het Reken- en meetvoorschrift
windturbines (Bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer (Arm), zoals deze gold op 29 juni 2021) voor vaststelling van het windsnelheidsafhankelijke geluidsvermogen). In lijn met
het Reken- en meetvoorschrift windturbines is een zesvoudige meting van tenminste 1 minuut voldoende. Indien aannemelijk is dat geen sprake is van relevant stoorgeluid, hoeft de correctie voor stoorgeluid niet toegepast te worden. In afwijking van het Reken- en meetvoorschrift windturbines wordt het gemeten geluidsniveau, wanneer sprake is van tonaal geluid, als volgt gecorrigeerd: de tonaliteit wordt bepaald
volgens NEN-ISO 1996-2:2017, Annex J, table J.1, waarbij een tonaliteitscorrectie wordt bepaald van 0 dB naar 6 dB met stappen van 1dB. Meetonnauwkeurigheid
Gemeten overschrijdingen tot 2 dB krijgen geen vervolg omdat de meetonzekerheid van de
meetapparatuur en omstandigheden zodanig kunnen zijn dat bij de gemeten overschrijdingen niet met zekerheid gesteld kan worden dat daadwerkelijk sprake is van een overschrijding van de gestelde geluidsnorm.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
18
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
3.4.2
Uiterlijk 2 maanden na ingebruikname wordt een meting uitgevoerd en ingediend om aan te tonen dat voldaan wordt aan de normen conform 3.4.1 onder het kopje ‘3.4 controle’. 3.4.3
Er wordt elk jaar een openbare rapportage gepubliceerd op www.rijne-energie.nl, waarin wordt aangegeven op welke wijze voldaan is aan de normen conform 3.3.1 onder het kopje ‘3.3 representatieve bedrijfssituatie’.
4. Slagschaduw 4.1 Algemeen 4.1.1
Uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de bouw van de windturbines, wordt een nieuw slagschaduwonderzoek ingediend voor de gekozen typen windturbines. Het onderzoek toont aan hoe er aan 4.1.3, betreffende het voorkomen of beperken van hinderlijke slagschaduw, kan worden voldaan. 4.1.2
Er wordt elk jaar een openbare rapportage gepubliceerd op www.rijne-energie.nl, waarin wordt aangegeven op welke wijze voldaan is aan de normen conform 4.1.3 t.b.v. het voorkomen of beperken van hinderlijke slagschaduw. 4.1.3
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag
worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van hinderlijke slagschaduw, aan de volgende regels te voldoen: a.
de windturbine moet voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt om te voorkomen dat hinderlijke slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten en zich in de door de slagschaduw getroffen
b.
uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige objecten ramen bevinden;
de windturbine moet voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt om te voorkomen dat hinderlijke slagschaduw optreedt ter
plaatse van panden met een (legale en in gebruik zijnde) kantoorfunctie voor zover gemiddeld meer dan 5 uur en 40 minuten per jaar hinderlijke slagschaduw kan
optreden gedurende weekdagen (maandag t/m vrijdag) en tijdens kantooruren (08:30 t/m 17:30) en voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van kantoren ramen bevinden; c.
de windturbine moet voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt om te voorkomen dat hinderlijke slagschaduw optreedt op toekomstige gevoelige objecten in de polder Rijnenburg en zich in de door de
slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige objecten ramen bevinden ter plaatse van het referentievlak zoals weergegeven in bijlage 4 bij de regels d.
van Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop.
sub c geldt vanaf het moment dat de gevoelige objecten in de polder Rijnenburg in gebruik zijn genomen.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
19
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
5. Lichtschittering 5.1 Algemeen 5.1.1
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag
worden, dient deze ten behoeve van het voorkomen of beperken van lichtschittering voorzien te zijn van niet reflecterende materialen of coatinglagen op betreffende onderdelen (glansgraad maximaal 30%), waarbij het meten van reflectiewaarden plaatsvindt
overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode.
6. Aanduiding t.b.v. luchtvaartveiligheid en ijsdetectiesysteem 6.1 Algemeen 6.1.1 a.
Voordat een windturbine voor energieproductie in gebruik genomen en gehouden mag worden, dient de obstakelverlichting op de windturbine gerealiseerd te zijn conform
een door de Inspectie Leefomgeving en Transport goedgekeurd verlichtingsplan, dat voldoet aan de volgende eisen:
i. het verlichtingsplan is gericht op het zoveel mogelijk beperken van hinder
voor de omgeving en dit betekent dat de toe te passen obstakelverlichting in ieder geval moet worden voorzien van een naderingsdetectiesysteem of een daaraan ten minste gelijkwaardige technologie;
ii. waarbij de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht. b.
Een windturbine dient te worden voorzien van een ijsdetectiesysteem, tenzij de veiligheid ten aanzien van ijsafworp op andere wijze aantoonbaar geborgd kan worden.
Inhoudelijke overwegingen milieuaspecten 1. Toetsingskader milieu 1.1 Toetsing oprichting De aanvraag heeft betrekking op het oprichten van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder e, 1o, van de Wabo.
Bij onze beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid onder a, b en c van de Wabo:
de bestaande toestand van het milieu betrokken; met het milieubeleidsplan rekening gehouden;
de beste beschikbare technieken (BBT) in acht genomen.
In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die
onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
20
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
1.2 Activiteitenbesluit
In het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) zijn voor een groot aantal activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen. De direct werkende regels worden niet in de omgevingsvergunning opgenomen. In de
omgevingsvergunning kan alleen van het Abm worden afgeweken voor zover dit in het Abm is aangegeven.
De inrichting waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd, wordt in het Abm aangeduid als een inrichting type C. Het betreft een inrichting waarvoor een vergunningplicht geldt.
Binnen de inrichting vinden de volgende activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Abm en moet worden voldaan aan de volgende paragrafen uit het Abm en de daarbij behorende Arm - voor zover deze activiteiten betrekking hebben op de genoemde (deel)activiteiten):
Paragraaf 3.1.3 Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.
Voor het overige is per hoofdstuk dan wel afdeling aangegeven of deze op een inrichting type C van toepassing is.
Dit betekent dat ook hoofdstuk 1, afdeling 2.1 tot en met 2.4, 2.10 en 2.11 van hoofdstuk 2 en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 6 van het Abm van toepassing kunnen zijn. Van
belang voor deze vergunning is, of de inrichting ook voor de activiteiten die onder het Abm vallen voldoet aan de BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de desbetreffende paragraaf.
Melding Activiteitenbesluit
Gelet op artikel 1.10 van het Abm moet de oprichting van de inrichting worden gemeld. De aanvraag wordt ten aanzien van de activiteiten die onder het Abm vallen aangemerkt als melding. De voorschriften voor het onderdeel milieu, die in deze vergunning zijn opgenomen betreffen aspecten en activiteiten die niet zijn geregeld in het Abm en de bijbehorende Arm. Uitspraak ABRvS in Delfzijl Zuid – Uitbreiding (‘Nevele-arrest’)
Voorheen werden de normen uit het Abm en Arm gehanteerd voor de effectbeoordeling van geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Deze normen hadden onder andere het doel om
mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 uitspraak gedaan in Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (ECLI:NL:RVS:2021:1395) tegen de achtergrond van het ‘Nevele-arrest’ (Arrest van het
Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juni 2020, C-24/19, ECLI:EU:C:2020:503) van het Europees Hof. De uitspraak oordeelt dat algemene regels voor windturbines
(windturbinebepalingen) in het Abm en de bijbehorende Arm voor windturbineparken van 3 windturbines of meer buiten toepassing moeten worden gelaten. Net als voor
overige nieuwe besluitvorming over windenergie geldt dat wij voor de omgevingsvergunning gemotiveerd lokale normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid moeten stellen.
Deze milieunormen hebben wij voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
21
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
In lijn met de uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl hebben wij een
uitgebreide en deels vergaande beoordeling gemaakt van de milieueffecten van het te bouwen windpark (voor zover het hinder van geluid en slagschaduw betreft in ieder geval) en hebben
we niet enkel volstaan met een verwijzing naar de (voorheen) op basis van het Abm en de Arm geldende normen voor windturbines (zijnde 47 dB Lden 41 dB Lnight voor geluid – artikel 3.14a lid 4 van het Abm). Er is een MER uitgevoerd en vervolgens hebben we
onze eigen normen vastgesteld (op basis van het MER - zijnde 45 dB Lden en 39 dB Lnight voor geluid en het voorkomen van hinderlijke slagschaduw), waarbij de toepassing van die normen altijd voorzien is van een op de huidige situatie toegesneden en onafhankelijke
motivering (zo betrokken we het aantal ernstig gehinderden, analyseerden we contouren en
cumulatieve effecten en specifieke omstandigheden zoals camouflagegeluid). In lijn hiermee maken de aanvraag en het MER deel uit van de omgevingsvergunning. In het bepalen van de windturbinenormen hebben wij de belangen van omwonenden zorgvuldig meegewogen.
Daarnaast hebben wij gekeken naar de belangen van de initiatiefnemer (de haalbaarheid van het windpark) en betrokken wij het algemeen belang van transitie naar een duurzame
opwekking van energie (mede in het licht van Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen). Geen enkele factor was op zichzelf doorslaggevend bij het bepalen van de
windturbinenormen. De door ons geselecteerde windturbinenormen zijn het resultaat van een
zorgvuldige belangenafweging waarbij we een veelheid aan factoren hebben afgewogen – zoals hieronder nader beschreven.
2. Beste beschikbare technieken 2.1 Toetsingskader
In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk - bij voorkeur bij de bron - te beperken ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende BBT worden toegepast. Vanaf januari 2013 moet bij het bepalen van de BBT rekening worden gehouden met BBTconclusies en bij de Regeling omgevingsrecht (Mor) aangewezen informatiedocumenten over de BBT. BBT-conclusies is een document met de conclusies over BBT, vastgesteld overeenkomstig
artikel 13, vijfde en zevende lid van de Richtlijn industriële emissies (Richtlijn 2010/75/EU, hierna: RIE). Het vijfde lid verwijst naar BBT-conclusies vastgesteld na 6 januari 2011 onder het regime van de RIE. Het zevende lid verwijst naar de bestaande BREF’s. Het hoofdstuk uit deze
BREF’s waarin de BBT-maatregelen zijn opgenomen (BAT hoofdstuk), geldt als BBT-conclusies, totdat nieuwe BBT-conclusies zijn vastgesteld.
BBT-conclusies worden door de Europese commissie vastgesteld en bekendgemaakt in het
Publicatieblad van de Europese Unie (een uitvoeringsbesluit van de Europese commissie dat
gericht is tot de lidstaten). Zij worden daarom niet meer apart aangewezen in de Mor. Als op
Bezoekadres: Stadskantoor, Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
22
Vergunningen, Toezicht en Handhaving Afdeling Vergunningen Ons Kenmerk
HZ_WABO-22-26676
een activiteit of op een type productieproces binnen de inrichting waarvoor een
omgevingsvergunning is aangevraagd, geen BBT-conclusies of informatiedocumenten over BBT van toepassing zijn, of als de van toepassing zijnde BBT conclusies of
informatiedocumenten niet alle mogelijke milieueffecten van de activiteit of het proces
behandelen moet het bevoegd gezag de BBT zelf vast stellen. Deze situatie is hier aan de orde. Hierbij houdt het bevoegd gezag in ieder geval rekening met:
de toepassing van stoffen die minder gevaarlijk zijn dan stoffen of mengsels als
omschreven in artikel 3 van de EG-verordening (nr. 1272/2008), indeling, etikettering en verpakking van stoffen mengsels;
de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis;
de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen;
de tijd die nodig is om een betere techniek toe te gaan passen;
het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energieefficiëntie;
de noodzaak om het algemene effect van de emissies op en de risico's voor het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken;
de noodzaak ongevallen te voorkomen de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken.
2.2 Concrete bepalingen BBT
Met betrekking tot de bepaling van de BBT zijn de aspecten betrokken als genoemd in artikel 5.4, derde lid, van het Bor. Hierover zijn de volgende bijzonderheden op te merken:
Noodzaak ongevallen te voorkomen de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken. Voorbeeld: Voor de overwegingen met betrekking tot het voorkomen van ongevallen en beperking van de gevolgen daarvan wordt verwezen naar de overwegingen van de paragraaf Externe Veiligheid. 2.3 Conclusies BBT
De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften - aan