Nota van beantwoordingen zienswijzen Beleidsnota Warmte
Tekst van het document
Ontwerp Beleidsnota Warmte en planMER Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma
Juni 2025
Reactienota
Utrecht.nl
Inhoudsopgave 1. Inleiding.................................................................................................................................................................................................................................................3 1.1
Aanleiding .....................................................................................................................................................................................................................................3
1.2
Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma ................................................................................................................................................................................3
1.3
Verdere procedure ........................................................................................................................................................................................................................3
1.4
Schriftelijke reacties ......................................................................................................................................................................................................................4
Zienswijze 1 - Bewoner 1 ..........................................................................................................................................................................................................................4 Zienswijze 2 - Bewoner 2 ..........................................................................................................................................................................................................................5 Zienswijze 3 - Bewoner 3 ..........................................................................................................................................................................................................................6 Zienswijze 4 - Bewoner 4 ..........................................................................................................................................................................................................................7 Zienswijze 5 - Bewoner 5 ..........................................................................................................................................................................................................................8 Zienswijze 6 - Bewoner 6
..........................................................................................................................................................................................................................9 Zienswijze 7 – Gemeente Stichtse Vecht ...............................................................................................................................................................................................11 Zienswijze 8 – Provincie Utrecht .............................................................................................................................................................................................................12 Zienswijze 8 – Eneco ..............................................................................................................................................................................................................................15 Zienswijze 10 - Vitens .............................................................................................................................................................................................................................20 Zienswijze 11 – Wijkplatform Noordwest
................................................................................................................................................................................................23 Zienswijze 12 – RWU (Regioplatform Woningcorporaties Utrecht) ........................................................................................................................................................25 Zienswijze 13 – Natuur & Milieufederatie Utrecht (NMU) .......................................................................................................................................................................28 Zienswijze 14 – Buurtinitiatieven.............................................................................................................................................................................................................33 Zienswijze 15 – Energie-U ......................................................................................................................................................................................................................34
2
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Er is voor de Beleidsnota Warmte een mer-procedure doorlopen. Van 18 april tot en met 29 mei heeft de Beleidsnota Warmte inclusief alle bijlagen ter inzage gelegen. De bijlagen waren de planMER voor de Beleidsnota Warmte en het Warmteprogramma, een datarapportage met achterliggende analyses voor de beleidsnota, een Bronnenstrategie voor duurzame warmte en verschillende andere uitgevoerde studies door externen die zijn gebruikt bij het opstellen van de Beleidsnota Warmte. Tijdens deze periode heeft eenieder schriftelijk kunnen reageren op deze notitie. Ook zijn wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Op de Beleidsnota Warmte zijn 16 zienswijzen binnengekomen. De reacties zijn ingediend door de Gemeente Stichtse Vecht, Provincie Utrecht, Eneco, Vitens, Energie-U, Wijkplatform NoordWest, RWU, Natuur en Milieufederatie Utrecht en Bewonersinitiatieven, en zes inwoners. In deze Reactienota is aangegeven hoe met de binnengekomen adviezen op de Beleidsnota Warmte (inclusief bijlagen) rekening wordt gehouden. Daarnaast is in het MER zelf een korte samenvatting van de reacties opgenomen met daarbij aangegeven waar in het MER het benoemde aspect terugkomt. 1.2
Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma
De gemeente Utrecht werkt aan een Beleidsnota Warmte en vervolgens een Warmteprogramma. De beleidsnota beschrijft de kaders die leidend zijn voor het vaststellen van een voorkeursoplossing naar aardgasvrij per buurt. Deze nota wordt als raadsvoorstel voorgelegd aan de raad. Met behulp van de vastgestelde kaders stellen wij vervolgens een Warmteprogramma op waarin nader uitgewerkt wordt waar we de komende 10 jaar aan de slag zijn met welke warmteoplossing. Op basis van de Wgiw is dit een collegebevoegdheid. 1.3
Verdere procedure
Deze reactienota wordt betrokken bij de besluitvorming door de gemeenteraad over de Beleidsnota Warmte.
Juni 2025 3
1.4
Schriftelijke reacties
Zienswijze 1 - Bewoner 1 In de nieuwsbrief van Gemeente uitrecht vraagt u om een reactie op het voornemen om Utrecht aardgas vrij te maken. Helaas kan dat blijkbaar alleen via een zienswijze, het Utrechts gemeentebestuur ten voeten uit, zou u eerst eens aan alle inwoners van Utrecht kenbaar willen maken wat een zienswijze is en hoe je dat indient? Volgens de media staan alle seinen om wijken gasvrij te maken op rood, Marktpartijen haken af gezien de kosten zodat het alleen maar mogelijk wordt tegen torenhoge energietarieven. Ondanks deze waarschuwingen van marktpartijen en het feit dat bij uitgevoerde projecten de bewoners met torenhoge hoge kosten zijn geconfronteerd dendert gemeentebestuur Utrecht gewoon door. Inspraak dulden zij niet, vandaar dat de drempel om te reageren, hetgeen nog geen inspraak is, erg hoog is gelegd. Te wensen zou zijn dat Gemeentebestuur Utrecht, voordat de keuze definitief is gemaakt haar inwoners hoort nadat alle consequenties, vooral de financiële, bekend zijn bij de betrokken inwoners van Utrecht zodat zij goed geïnformeerd een keuze kunnen maken.
Antwoord
Wijziging
[Deze zienswijze is tijdens de inzageperiode al beantwoord]
Geen
U heeft één van de manieren waarop u een zienswijze kunt indienen al gevonden, want dat is namelijk via dit mailadres. Op de webpagina ‘Nieuw beleid voor duurzame warmte | gemeente Utrecht’ staan drie manieren vermeld waarop u een zienswijze kunt indienen. De eerste is per mail naar energie@utrecht.nl met uw naam en adres in de mail en als onderwerp ‘Zienswijze Beleidsnota Warmte’. Als u dat doet, nemen wij uw reactie als officiële zienswijze mee. De andere manieren zijn per post of middels een gesprek en die staan ook op de website beschreven. We begrijpen dat het woord zienswijze wat ingewikkeld is, in feite gaat het om een reactie. Het woord zienswijze is de officiële term die gebruikt wordt bij deze procedure van het ter inzage leggen. Maar zoals u merkt is het dus niet veel meer dan het sturen van een e-mail met uw reactie. Verder is deze periode juist bedoeld om reacties op te halen, en zijn de documenten dus niet definitief. Tenslotte is het belangrijk om te benoemen dat in deze Beleidsnota Warmte de kaders worden geschetst om te komen tot een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energie- en warmtesysteem. Ook geven we aan wat het voorkeursalternatief is voor verwarmen per buurt. Dit betekent niet dat we in al deze buurten ook meteen starten met het realiseren van dit alternatief.
Na het vaststellen van de Beleidsnota Warmte (en bijlagen) volgt het opstellen van een Warmteprogramma waarin we als gemeente aangeven waar we de komende jaren aan de slag gaan met het voorbereiden op en realiseren van de warmteoplossingen. In de buurten waar een buurtaanpak plaatsvindt wordt een participatietraject met de buurt gestart, zodat de bewoners laagdrempelig kunnen meedenken over de oplossing en eventuele uitzonderingen. We zijn met u eens dat de randvoorwaarden rondom betaalbaarheid van collectieve warmte nu niet op orde zijn en dat dit noodzakelijk is om tot een aantrekkelijk aanbod te komen voor collectieve warmte. In de beleidsnota zelf kunt u meer lezen over hoe we hier mee omgaan. Juni 2025 4
Zienswijze 2 - Bewoner 2 Wij zijn inwoners van Utrecht en wel in Tuinwijk in een jaren 1930 woning. In de beleidsnota krijg ik de indruk dat we geen keus hebben tussen een aansluiting op stadswarmtenet (MT) of aangesloten blijven op het gasnet voor de verwarming van ons huis. Wij willen graag zelf de keus hebben welke energiebron/leverancier we willen voor de warmte-energie. Graag hoor ik van u of de indruk die ik uit de nota heb gekregen klopt.
Antwoord
Wijziging
[Deze zienswijze is tijdens de inzageperiode al beantwoord]
Geen
Hartelijk dank voor uw reactie op de beleidsnota Warmte in Utrecht en uw vragen over de keuzevrijheid van warmtevoorziening. Op termijn zal het niet meer mogelijk zijn om uw woning op aardgas aangesloten te houden. Dit is onderdeel van onze landelijke en gemeentelijke ambitie om te verduurzamen en de CO₂-uitstoot terug te dringen. Het is belangrijk om te benoemen dat in deze Beleidsnota Warmte de kaders worden geschetst om te komen tot een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energie- en warmtesysteem. Ook geven we aan wat het voorkeursalternatief is voor verwarmen per buurt. Dit betekent niet dat we in al deze buurten ook meteen starten met het realiseren van dit alternatief. Na het vaststellen van de Beleidsnota Warmte (en bijlagen) volgt het opstellen van een Warmteprogramma waarin we als gemeente aangeven waar we de komende jaren aan de slag gaan met het voorbereiden op en realiseren van de warmteoplossingen. In de buurten waar een buurtaanpak plaatsvindt wordt een participatietraject met de buurt gestart, zodat de bewoners laagdrempelig kunnen meedenken over de oplossing en eventuele uitzonderingen. Voor uw buurt is de hoofdrichting inderdaad om een collectief warmtesysteem (een warmtenet) te ontwikkelen waar het merendeel van de bewoners op aan kan sluiten.
Dat het voorkeursalternatief een warmtenet is heeft te maken met de leeftijd en gemiddelde isolatieniveau van de woningen in uw buurt, en de beperkte ruimte in de meeste woningen voor de installatie van een warmtepomp. Als er een warmtenet in uw buurt wordt gerealiseerd en u besluit hierop aan te sluiten, dan is daarvoor inderdaad – net als bij de levering van drinkwater – één warmteleverancier. Wel zal dit een publiek warmtebedrijf zijn en zullen we u alleen een aanbod doen als dit betaalbaar is. U heeft daarnaast altijd de keuze om niet van dit aanbod gebruik te maken. In dat geval kunt u zelf een individuele oplossing realiseren, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Dan bent u vrij in de keuze van uw elektriciteitsleverancier. De komende jaren echter raden wij deze stap nog niet aan vanwege de hoge belasting van het elektriciteitsnet in Utrecht (lees hier meer: Juni 2025 5
Omgaan met een vol stroomnet | gemeente Utrecht). Een hybride warmtepomp kan een mogelijke tussenstap zijn.
Zienswijze 3 - Bewoner 3 Via de nieuwsbrief van de gemeente heb ik vernomen dat er een plan gemaakt is om Utrecht gasvrij te maken. Mijn situatie: koophuis eengezinswoning 1987 in transwijk, erfpacht eeuwigdurend afgekocht. Het is nu een mogelijkheid om tot eigenaar te worden van de grond tot september 2025. Zoals de gemeente een plan maakt voor de toekomst, doe ik dat voor mijn woning ook. Naar aanleiding van deze plannen heb ik daarom een aantal vragen: 1. Klopt het dat jullie van plan zijn om mijn woning aan te sluiten op het stadswarmtenet
2. Stel dat ik nu investeer in een warmtepomp, kan ik dan afzien van een aansluiting op het stadswarmtenet?
Antwoord
Wijziging
Voor uw buurt is de hoofdrichting inderdaad om een collectief warmtesysteem (een warmtenet) te ontwikkelen waar het merendeel van de bewoners op aan kan sluiten. Dit zal een publiek warmtebedrijf zijn en zullen we u alleen een aanbod doen als dit betaalbaar is. Het is belangrijk om te benoemen dat in deze Beleidsnota Warmte de kaders worden geschetst om te komen tot een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energie- en warmtesysteem. Ook geven we aan wat het voorkeursalternatief is voor verwarmen per buurt. Dit betekent niet dat we in al deze buurten ook meteen starten met het realiseren van dit alternatief. Na het vaststellen van de Beleidsnota Warmte (en bijlagen) volgt het opstellen van een Warmteprogramma waarin we als gemeente aangeven waar we de komende jaren aan de slag gaan met het voorbereiden op en realiseren van de warmteoplossingen. In de buurten waar een buurtaanpak plaatsvindt wordt een participatietraject met de buurt gestart, zodat de bewoners laagdrempelig kunnen meedenken over de oplossing en eventuele uitzonderingen. U heeft altijd de keuze om niet aan te sluiten op het nog te realiseren collectieve warmtesysteem als u daar een aanbod voor krijgt en u zelf een aardgasvrij alternatief realiseert. U kunt dus zeker investeren in een warmtepomp en ervoor kiezen om niet van het collectieve aanbod gebruik te maken.
De komende jaren echter raden wij de aanschaf van een volledig elektrische warmtepomp nog niet aan vanwege de hoge belasting van het elektriciteitsnet in Utrecht (lees hier meer: Omgaan met een vol stroomnet | gemeente Utrecht). Een hybride warmtepomp kan een mogelijke tussenstap zijn. Ook kunt u kiezen voor een (hybride) warmtepomp en tegen de tijd dat er een aanbod ligt om aan te
Geen
Geen
Juni 2025 6
sluiten op het warmtenet voor uw buurt (dat zou best nog 10 jaar kunnen duren), alsnog daarvoor kiezen, maar dat hoeft niet.
3. Heeft het hebben van een (erfpacht / eeuwigdurend afkopen / volledig eigendommen) effect op vraag 2?
4. Is het nodig om eigenaar van de grond te zijn om stadswarmtenet te weigeren of mag je dit als je eeuwigdurend hebt afgekocht?
Zienswijze 4 - Bewoner 4 Ons appartementencomplex (20 appartementen) staat in de wijk Veldhuizen. In uw nota gaat u er van uit dat er in deze wijk individuele warmtepompen komen. Ik heb daar het volgende commentaar op: Wij hebben op ons gebouw zonnepanelen liggen alleen voor gemeenschappelijk gebruik (lift, hydrofoor, verlichting in de gemeenschappelijke ruimtes). Die panelen produceren jaarlijks ca 5600 kWh, waarvan we 4200 kWh niet zelf gebruiken en die worden teruggeleverd. Doordat we nu al terugleverkosten moeten betalen aan de energieleverancier en ook doordat eind volgend jaar de salderingsregeling stopt wordt de opbrengst van deze teruglevering steeds minder. Is het zinvol om voor ons gebouw een gemeenschappelijke warmtepomp te installeren die dan zoveel mogelijk gebruik maak van de stroom die anders teruggeleverd wordt? Dat spaart stroomgebruik, maar ook investeringen (1 grotere warmtepomp in plaats van 20 kleinere). Mogelijk kan hier een haalbaarheidsonderzoek voor plaatsvinden omdat er ongetwijfeld meer complexen zijn waarvoor dit zinvol kan zijn.
Nee, er is geen relatie tussen het afslaan van de aansluiting op een collectief warmtesysteem en het realiseren van een eigen aardgasvrij-oplossing en erfpacht/eigenaarschap van de grond. Het is wel van belang dat de eigen aardgasvrij-oplossing (zoals een warmtepomp) daadwerkelijk wordt gebruikt voor het verwarmen van de eigen woning, en niet door derden. Er is geen relatie tussen het erfpachtrecht/grondeigendom en het weigeren van het stadswarmtenet. Het is wel nodig om eigenaar te zijn van de woning om het stadswarmtenet te weigeren en een eigen aardgasvrij oplossing te realiseren, maar het maakt daarbij niet uit of je grondeigenaar bent, erfpachter of dat de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht.
Geen
Antwoord
Wijziging
[Deze zienswijze is tijdens de inzageperiode al beantwoord]
Geen
Geen
Het benoemde voorkeursalternatief voor uw buurt (een individuele warmtepomp) geldt voor het grootste deel van een buurt. Na het vaststellen van de Beleidsnota Warmte (en bijlagen) volgt het opstellen van een Warmteprogramma waarin we als gemeente aangeven waar we de komende jaren aan de slag gaan met het voorbereiden op en realiseren van de warmteoplossingen. We zullen in het warmteprogramma ook verder ingaan op de aanpak voor buurten met een individuele warmtepompoplossing. De komende jaren echter is het nog lastig om in te zetten op grootschalige installatie van warmtepompen omdat de belasting van het elektriciteitsnet in Utrecht momenteel te hoog is (lees hier meer: Omgaan met een vol stroomnet | gemeente Utrecht). Wel hebben we in uw buurt Stedin (de netbeheerder voor elektriciteit) gevraagd om prioriteit te geven aan de verzwaring van het elektriciteitsnet in uw buurt. Er zijn altijd uitzonderingen mogelijk in een buurt. Ook betekent de voorkeursoplossing van een individuele warmtepomp niet dat er ook daadwerkelijk in iedere woning een warmtepomp hoeft te Juni 2025 7
komen, maar wel dat er uiteindelijk een oplossing komt die waarschijnlijk met een warmtepomp zal werken. In de beleidsnota wordt ook de optie van semicollectieve (bodem)warmtepompen genoemd waarbij meerdere woningen op één bodemlus worden aangesloten. Maar ook een collectieve (lucht) warmtepomp kan een optie zijn. Echter, als hier geen opslag (bijvoorbeeld van warmte in de bodem) aan wordt gekoppeld, dan wordt het lastig om het teveel aan zonnestroom in de zomer te benutten in de winter. U kunt dan nog wel werken met een warmtebuffer in de vorm van een warm watervat, maar hiervoor kunt u alleen voor een dag(deel) warmte opslaan, dus ’s middags warm water maken en dit ’s avonds gebruiken. Als u in een VVE woont kunt u voor de verduurzaming hulp krijgen via het VVE loket. U kunt een adviesgesprek aanvragen waarin ze u kunnen helpen om te kijken wat het beste bij uw VVE past en welke subsidies u eventueel aan kunt vragen, ook voor bijvoorbeeld een haalbaarheidsonderzoek; ; Grote vve energiezuinig maken | gemeente Utrecht. Via deze link komt u direct bij het contactformulier voor het aanvragen van een adviesgesprek: Contactformulier vve-loket | Gemeente Utrecht.
Zienswijze 5 - Bewoner 5 Geachte heer/mevrouw, Naar aanleiding van de Ontwerp Beleidsnota Warmte 2025–2035 wil ik u graag een alternatief beleidsvoorstel aanreiken dat een aanvullende of heroverwogen richting kan bieden binnen de Utrechtse warmtetransitie. Hoewel ik de ambitie voor een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening van harte ondersteun, maak ik mij zorgen over de ecologische impact, ruimtelijke ingrepen en het beperken van keuzemogelijkheden voor bewoners binnen de voorgestelde koers. Daarom stel ik hierbij een alternatief model voor, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Kernpunten van het alternatieve voorstel 1. Hybride warmtepompen als standaard:
Antwoord
Wijziging
Het uitgangspunt van de Beleidsnota Warmte is een CO2-vrije warmteoplossing voor alle gebouwen in Utrecht in 2050. • We zien de hybride pomp daarom niet als een eindoplossing maar wel als een tussenoplossing richting aardgasvrij wonen. In buurten waar een individuele warmtepomp het voorkeursalternatief is, zetten we in op de overstap naar een (hybride) warmtepomp op natuurlijke momenten. Dit doen we zolang we nog te maken hebben met netcongestie. • Groen gas en waterstof beschouwen wij op verzoek van de minister (link kamerbrief) niet als een serieuze optie voor directe levering aan gebouwen, maar kunnen wel een rol spelen in de piek- en back-upvoorziening voor een (stads)warmtenet. Dit sluit aan bij het advies van oud-minister De Jonge aan Colleges van B&W (Brief Rijksoverheid 2023: verduurzaming gebouwde omgeving). Daarom zetten we in op de ontwikkeling van (diepe) geothermie, aquathermie en bodemenergie. Voor de piekvoorziening van het warmtenet op Lage Weide richten we ons op waterstof of groen gas.
Geen
Juni 2025 8
• •
Warmtepomp voor basistemperaturen, bestaande gas-CV als back-up. Direct toepasbaar, beperkt ruimtebeslag, betaalbaarder voor bewoners.
2. Behoud en vergroening van het gasnet: • In plaats van het gasnet volledig uit te faseren, blijft het beschikbaar voor piekbelasting en wordt het op termijn gevoed door biogas of waterstof. 3. Vrijwillige keuze in plaats van aanwijzing: • Geen verplicht collectief systeem per buurt, maar een gefaseerde overstap op hybride of individuele oplossingen, afgestemd op gebouwtype en bewoner.
•
•
We zetten in op het realiseren van collectieve warmteoplossingen voor het merendeel van de buurten in Utrecht. Gebouweigenaren houden echter altijd de mogelijkheid om zelf te investeren in een individuele duurzame warmteoplossing (opt-out) en niet aan te sluiten op de collectieve warmtevoorziening. Er is dus geen aansluitverplichting op een collectieve warmteoplossing maar wel een verplicht om over te stappen naar een CO2-vrije warmteoplossing. De beleidsnota gaat uit van de huidige stand der techniek. Over maximaal 5 jaar wordt vindt een herijking van het warmteprogramma plaats waarmee we ruimte bieden om innovaties mee te nemen.
4. Natuurvriendelijke aanpak: • Geen grootschalige graafwerkzaamheden of ondergrondse netten. • Lagere ecologische druk op bodem, biodiversiteit en boomstructuren. • Materiaalgebruik wordt beperkt en circulair ingericht. 5. Strategische flexibiliteit voor de toekomst: • Dit model biedt ruimte voor technologische doorontwikkeling van groen gas, waterstof of innovatieve individuele oplossingen. Deze alternatieve benadering leidt tot minder maatschappelijke weerstand, lagere kosten, een kleinere ecologische voetafdruk en een grotere betrokkenheid van bewoners. Bijgevoegd vindt u (optioneel: “als bijlage” of “hieronder”) een beknopte notitie waarin deze punten nader worden uitgewerkt. Indien gewenst ben ik graag bereid dit voorstel nader toe te lichten in een gesprek of inspraakmoment. [Bijlage was niet meegestuurd, navraag leerde dat deze er ook niet bij hoorde te zitten]
Zienswijze 6 - Bewoner 6 Wat moet ik mij voorstellen bij de diverse aanpassingen? Wat betekent dit in de zin van overlast tijdens de aanleg en vooral wat kost het? Eerlijk gezegd ben ik heel tevreden met wat ik nu heb en vind ik
Antwoord
Wijziging
Deze beleidsnota is een verplichting vanuit het rijk om in alle buurten voor 2050 een alternatief voor aardgas in gang te zetten. Als in een buurt wordt voorbereid op een overstap naar een
Geen
Juni 2025 9
het prima als iedereen zijn eigen hobby's heeft, maar laat men dit lekker voor zichzelf houden en anderen er niet mee lastigvallen. Ik voel er weinig voor om ook maar één cent uit te geven aan iets waar ik het nut niet van inzie en waar ik niet om gevraagd heb. Plus dat ik mij afvraag of het comfort wel hetzelfde zal zijn als wat ik nu heb. Is het warme water net zo warm als nu of is de temperatuur lager? Dan heb je inderdaad minder kosten. Hoe zit het met de ruimte die een vervanging van de warmteketel inneemt? Neemt deze meer ruimte in of is het hetzelfde? Ik heb geen ruimte voor een groter apparaat dan de huidige verwarmingsketel.
aardgasvrij alternatief dan start een participatietraject waar de bewoners in een buurt meedenken over de oplossing en de aanbieder. Als aan het einde van dit traject een aanbod wordt gedaan dan kan elke bewoner nog steeds voor een eigen individuele duurzame oplossing kiezen. In het warmteprogramma en later wijkuitvoeringsprogramma’s wordt dit verder uitgewerkt. In onze analyses voor het voorkeursalternatief in de beleidsnota zijn ruimtebeslag, comfort en gedoe voor bewoners, netbelasting en milieuaspecten meegenomen.
Dan moet ook genoemd worden het vervangen van een fornuis door vervanging door inductie kookplaten. Dit wordt allemaal niet genoemd. Hoe zit het met personen die dit niet kunnen betalen? Krijgen die dan subsidie? Dat betekent dus dat anderen daar ook nog eens aan meebetalen. Wat houdt eerlijk verdelen van de warmte in? Dat dit gemaximeerd gaat worden per huishouden? Dat er dus een norm per persoon wordt vastgesteld waar men niet boven kan komen? Op hoe laag wordt die gesteld en op basis waarvan wordt dit bepaald? Hoe zit het met zo'n publiek warmtebedrijf? Heeft dat een soort monopolypositie waarbij het zelf de tarieven kan bepalen? Hoe zit het in de winter? Dan is de temperatuur laag en is er weinig zon. Is de voorziening dan net zo goed als nu met geen haperingen en hetzelfde comfort? Als de verwarming op elektriciteit gebeurt, hoe zit het met de overbelasting van het net? Of krijgt men tijden te horen waarbinnen men elektriciteit mag gebruiken? Naar mijn idee wordt dit een heel onbetrouwbare manier van verwarmen met regelmatig uitval. Ik neem aan dat met groene stroom wind en zon wordt bedoeld. Als er iets niet betrouwbaar is, is dat het wel. Waar komen al de windmolens? Ik neem aan bij degenen die dit plan bedacht hebben in de tuin. Ik wil in elk geval in de verre omtrek niet zo'n onding hebben. Als er iets niet groen is, is het biomassa. Stop met die onzin.
Is dit wel realistisch? Als ik kijk naar het fantastische -maar niet heusresultaat in Noord-Overvecht, heb ik het idee dat dit onbetaalbaar is en niet uit te voeren. Juni 2025 10
Wanneer is er sprake van meeste betrokkenen positief? Het klinkt nogal dictatoriaal dat men tot iets gedwongen wordt waar men niet beter van wordt en denk ik alleen maar slechter. Bovendien is deze hele zin al onzin want het is al besloten dus er is helemaal geen sprake van een vrije keuze. Laten de voorstanders dit maar allemaal uit eigen zak betalen en dus niet van gemeentegeld want dat is publiek geld. Als we het hebben over betaalbaar, zet de gaskraan in Groningen weer open en er is weer goedkope energie. PS kan ik bij de gemeente de kosten voor mijn hobby declareren?
Zienswijze 7 – Gemeente Stichtse Vecht
Antwoord
Met veel belangstelling hebben we kennis genomen van de ontwerp Beleidsnota Warmte van de gemeente Utrecht en de onderliggende stukken, zoals de milieueffectrapportage (planMER), de bronnenstrategie, de data-analyses en de reactienota op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Middels deze brief willen we onze zienswijze aan uw kenbaar maken. Allereerst willen we een compliment maken voor het werk dat door gemeente Utrecht is verricht. Als buurgemeente kunnen en zullen wij ons voordeel doen met de analyses, kennis en ervaring die Utrecht inmiddels heeft opgedaan met het proces van de warmtetransitie. Daarnaast vragen we aandacht voor de volgende twee punten. 1. Gezamenlijk gebruik van bronnen. Hoewel afstemming met omliggende gemeenten over het gezamenlijk gebruik van bronnen nadrukkelijk in de nota wordt genoemd, willen we graag het belang hiervan onderstrepen. Vanuit Stichtse Vecht ontwikkelen we een bronnenstrategie waarbij we onder andere kijken naar aquathermie (met het Amsterdam Rijnkanaal en de Vecht als voornaamste bronnen), geothermie en restwarmte (eventuele bronnen aan de noordwest kant van Utrecht grenzend aan Stichtse Vecht die uitgekoppeld zouden kunnen worden). Er zijn inmiddels diverse bovengemeentelijke werkgroepen op deze thema’s aan de slag waarbij afstemming plaatsvindt. 2.
Aansluitende gebieden In die gebieden waar Utrecht en Stichtse Vecht tegen elkaar aanliggen, is het mogelijk interessant samen na te denken over de warmte (en koude) oplossing van de toekomst. Niet alleen technisch
Wijziging -
Wij vinden de gezamenlijke afstemming over bronnen ook erg belangrijk. We nemen als gemeente Utrecht dan ook actief deel in deze bovengemeentelijke werkgroepen op bijv. aquathermie en geothermie.
Geen
Dank voor deze concrete suggesties voor verdere samenwerking. Bij Op Buuren/Oud Zuilen is al intensieve samenwerking geweest. We staan zeker open voor verdere samenwerking daar waar onze gemeenten elkaar tegenkomen. Het is fijn dat de lijntjes kort zijn,
Geen
Juni 2025 11
en financieel, maar ook qua planning, communicatie en participatie. Het gaat dan bijvoorbeeld over de volgende gebieden: 1. Lage Weide en Maarssenbroek, waarbij zowel voor de bedrijven op bedrijventerrein Maarssenbroek als voor de woningen in Bloemstede en Boomstede er mogelijkheden zijn deze te verbinden met de warmte/koude oplossing op Lage Weide; 2. Elinkwijk en omgeving en Op Buuren/Oud Zuilen, waar eventuele mogelijkheden van een warmtenet gekoppeld zouden kunnen worden.
we hebben elkaar nodig om de warmtetransitie tot een succes te maken.
Graag gaan we met Utrecht het gesprek aan over de mogelijkheden hierin samen op te trekken. We hopen met onze zienwijze bij te dragen aan de ontwikkeling van betaalbare, zekere, flexibele en duurzame oplossingen voor de warmte en koude voorzieningen in zowel Utrecht als Stichtse Vecht.
Zienswijze 8 – Provincie Utrecht Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor de zeer volledige ontwerp beleidsnota waar ambitie uitspreekt. Wij herkennen in de beleidsnota het streven naar een toekomstbestendig integraal energiesysteem zoals wij beschreven hebben in de Energievisie. Daarnaast merken wij op dat de gemeente Utrecht haar kennis over de methodische aanpak van de warmtetransitie deelt met andere gemeenten in het land en met die in de provincie Utrecht in het bijzonder. Dat stellen wij zeer op prijs. In deze zienswijze beperken wij ons tot taken waarvoor wij als provincie een wettelijke taak hebben of naar verwachting zullen krijgen. Hiervoor geven wij graag enkele aandachtspunten mee Samenwerking In de voorgenomen Wet Collectieve Warmte is een toetsende rol voor de provincie voorzien ten aanzien van: • Warmtekavels. In het geval het warmtekavel gemeentegrenzen overschrijdt of de warmtebron door meerdere gemeenten kan worden ingezet heeft de provincie formele zeggenschap in het ontwerp. • Regionaal warmtetransport, de provincie heeft een adviesrol bij het aanwijzen van een warmtetransportbeheerder als deze moet worden aangewezen. Gemeenten en provincie hebben eigen taken en bevoegdheden in de warmtetransitie op verschillende schaalniveaus.
Samenwerking, afstemming en gezamenlijk oppakken van opgaven is van belang voor sturing op optimale inzet van bovenlokale bronnen.
Antwoord
Wijziging
In de Beleidsnota is opgenomen dat we bij de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen samenwerking en afstemming zoeken met de provincie en buurtgemeenten.
Aanvulling tekst in Beleidsnota Warmte 3.3.1 “Wanneer een warmtekavel gemeentegrenzen overschrijdt of de warmtebron door meerdere gemeenten kan worden ingezet heeft de provincie formele zeggenschap in het ontwerp”. Juni 2025 12
Wij vragen u in de nota Warmte aandacht te geven aan deze benodigde samenwerking. Bodemenergie 2e watervoerende pakket In een groot deel van de stad Utrecht is er op grond van uw Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwater Beheer 2016 (GGB) en het provinciale Bodem- en waterprogramma 2022-2027 een dieptebeperking voor bodemenergiesystemen. In het betreffende gebied is het alleen mogelijk om bodemenergiesystemen aan te leggen in het 1e watervoerende pakket. Dieper is niet toegestaan vanwege het risico van verspreiding van de grootschalige grondwaterverontreinigingen aanwezig in het 1e watervoerende pakket naar het 2e watervoerende pakket. In hetzelfde gebied is er echter grote behoefte aan duurzame warmte en koude, waarvoor bodemenergie een goede optie is. Door de beperking tot het 1e pakket is onvoldoende bodemenergiecapaciteit beschikbaar. Daarom onderzoeken gemeente en provincie gezamenlijk of het gebruik van het 2e watervoerende pakket voor open bodemenergie toch veilig en verantwoord mogelijk is, in het zogeheten Praktijkonderzoek Beursgebied. Voor het gebied Papendorp Noord/Groenewoud is, na zorgvuldige gezamenlijke afweging, het 2e watervoerende pakket al vrijgegeven voor open bodemenergie. Onder andere op Utrecht Science Park, dat is gelegen buiten het GGB-beheergebied, bevinden zich al meerdere bodemenergiesystemen in het tweede watervoerende pakket.
We zoeken dus gezamenlijk naar mogelijkheden om veilig en verantwoord meer ruimte te geven aan bodemenergie. In de ontwerp Beleidsnota stelt u, onder verwijzing naar het GGB, echter dat voor de gehele gemeente een voorkeur bestaat om bodemenergiesystemen in het eerste watervoerende pakket te plaatsen. Dit vinden wij onwenselijk. Het doet geen recht aan de jarenlange samenwerking en gaat voorbij aan het feit dat GS bevoegd gezag zijn voor open bodemenergiesystemen en in het provinciale beleid is opgenomen dat buiten de dynamische zone van het GGB 2016 open bodemenergie wél is toegestaan in diepere pakketten. Het gezamenlijke Praktijkonderzoek Beursgebied is opgezet om een balans te vinden tussen beschermen en benutten van het 2e watervoerende pakket. Gezien de opgaven (woningbouwopgave, energietransitie en drinkwateropgave) waar gemeente maar ook provincie voor staat, zou hier aandacht aan moeten worden besteed in deze beleidsnota.
De voorkeur voor het gebruik van het 1e watervoerende pakket heeft betrekking op zowel OBES als GBES en heeft als doel om mogelijke verdere verspreiding van verontreinigingen te voorkomen van het 1e naar het 2e watervoerende pakket en de drinkwatervoorziening. Met name het afdichten van de scheidende laag na het boren van lussen voor GBES is een bron van zorg. De ILT heeft geconstateerd dat de naleving van vereisten voor de afdichting van boorgaten slecht was en dat daarbij risico’s voor de bodem en het grondwater kunnen ontstaan. Uit de PlanMER is bovendien ook gebleken dat grootschalige toepassing van OBES ook negatieve effecten kan hebben op de bodem en grondwaterkwaliteit. Doorboring van de lagen willen we daarom zoveel mogelijk voorkomen. De onderzoeken voor de actualisatie van het GGB moeten meer inzicht geven in de risico’s van het gebruik van 2e watervoerende pakket en de beheergrenzen en daarbij horende regels voor veilig gebruik. Daar waar het aantoonbaar veilig en verantwoord is om gebruik te maken van het 2e watervoerende pakket en dit ook aan vigerend beleid voldoet, is er geen belemmering om gebruik te maken van het 2e watervoerende pakket. Inzet van het 2e watervoerende pakket kan een oplossing bieden in gebieden waar de capaciteit van 1e watervoerende pakket onvoldoende is. Maar dat is niet de enige oplossing.
Verder verwijzen we naar de Beleidsnota Ondergrond waarin is aangegeven dat dat daar waar zich grondwaterverontreinigingen bevinden we kritisch zijn in het vrijgeven van bodemgebruiksfuncties. Bij bepaling van mate van de (on)evenredigheid kijken we naar het effect van een ontwikkeling op de bodemgebruiksfunctie en de verontreinigingssituatie versus het (algemeen) nut daarvan voor de stedelijke ontwikkeling.
Aanvulling tekst in Beleidsnota Warmte paragraaf 4.2.3 “Dit is in lijn met het huidige beleid waarin het in delen van de gemeente niet mogelijk is het tweede watervoerend pakket grootschalig te gebruiken voor bodemenergie (Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer (GGB) Utrecht en de Provinciale Omgevingsverorde ning). Dit is in lijn met het huidige beleid waarin het in delen van de gemeente niet mogelijk is het tweede watervoerend pakket grootschalig te gebruiken voor bodemenergie (Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB) Utrecht en de Provinciale Omgevingsverorde ning). Het GGB Juni 2025 13
Regie op gebruik van de ondergrond voor bodemenergie Uit de ontwerp Beleidsnota spreekt een sterke wens om te sturen op de toepassing van bodemenergie. Hoewel ook wij zien dat de warmtetransitie en de drukte in de ondergrond vragen om sturing en regie, moet er ook ruimte zijn voor innovatie en initiatieven. Voor sturing op bodemenergie is bovendien samenwerking nodig tussen provincie en gemeente, aangezien we beide taken en verantwoordelijkheden hebben in zowel benutting van de ondergrond voor bodemenergie als bescherming van (andere functies van) de ondergrond. Wij vragen u aandacht te besteden aan deze benodigde samenwerking, die er in de praktijk al is maar in de beleidsnota nog onvoldoende aandacht krijgt. Wij willen u bedanken voor de mogelijkheid om te reageren op de ontwerp-Beleidsnota Warmte. We zien ernaar uit om verder met u samen te werken aan de warmtetransitie.
Dank voor deze aanvulling, de tekst in de beleidsnota is hierop aangepast.
wordt momenteel geactualiseerd en moet meer inzicht geven in de risico’s van het gebruik van 2e watervoerende pakket en de beheer-grenzen en daarbij horende regels voor veilig gebruik. Dit kan leiden tot nieuwe beleidskaders voor het beschermen en benutten van het grondwater. Aanvulling tekst in Beleidsnota Warmte paragraaf 4.2.4 is aan het einde van de opsomming het volgende worden opgenomen: “Voor de inpassing van open bodemenergiesyst emen en bijbehorende infrastructuur vraagt dit om een nauwe samenwerking en afstemming tussen de gemeente en provincie. In samenspraak met de provincie worden hiervoor acties en doelen opgenomen in het Juni 2025 14
uitvoeringsprogra mma.
Zienswijze 8 – Eneco Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de Ontwerp Beleidsnota Warmte 2025-2035. Als eigenaar en exploitant van het stadsbrede warmtenet in Utrecht en Nieuwegein willen wij graag onze zienswijze geven op dit document. Wij waarderen de mogelijkheid om input te leveren op dit belangrijke beleidskader voor de warmtetransitie in Utrecht. 1. Buurtwarmtenetten en piek-/backup-voorziening Wij onderschrijven de ambitie van de gemeente Utrecht om te komen tot een toekomstig energiesysteem dat duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. De beleidsnota benoemt terecht dat we afscheid moeten nemen van fossiele energiebronnen en dat we moeten overstappen naar verschillende lokale duurzame energiebronnen. In de beleidsnota wordt een duidelijke voorkeur uitgesproken voor collectieve warmteoplossingen (pagina 7-9). De beleidsnota beschrijft de mogelijkheid van koppeling van buurtwarmtenetten aan het stadsbrede warmtenet als piek- en backup voorziening. Echter, bij verduurzaming van het stadsbrede warmtenet is nadrukkelijk de verduurzaming van piek- en backup warmte een forse uitdaging in verband met ruimte. Daarnaast wordt het warmtenet economisch inefficiënt als de inzet van het stadsbrede warmtenet alleen tijdens de piek kan plaatsvinden, hetgeen in een kostprijs-gebaseerd tariefsysteem zijn uitwerking zal hebben op de warmtetarieven voor reeds aangesloten klanten.
2. Bronnen en verduurzaming 2.1 Biomassa Op pagina 9 wordt genoemd dat voor biomassa wordt gestuurd "op verminderde inzet en als mogelijk volledige beëindiging van de inzet". Wij willen graag verduidelijking over de condities waaronder de gemeente verminderde inzet of beëindiging als reële optie ziet. Wat zijn deze (rand)voorwaarden concreet? Wij willen benadrukken dat er op dit moment geen overschot is aan betaalbare, stuurbare en beschikbare duurzame bronnen. De inzet van biomassa als piekvoorziening is sterk afhankelijk van de stuurbaarheid van de installatie, die technisch beperkt is. Bovendien is voor het bestaande distributiesysteem hoge temperatuur warmte nodig conform de ontwerpparameters van het aanwezige grote distributienet richting de stad. Wij verzoeken de gemeente om bij de afweging over biomassa een duidelijker perspectief te bieden waarin betaalbaarheid voor de
Antwoord
Wijziging
Wij zijn ons ervan bewust dat verduurzaming van piek- en backupvoorziening een grote uitdaging is. In de bronnenstrategie hebben we dit inzichtelijk gemaakt door verschillende opties voor verduurzaming van de piek- en backupvoorzieningen te analyseren. Een koppeling van buurtwarmtenetten met het bestaande stadsbrede warmtenet is één van de geanalyseerde scenario’s om in de piekvraag van dit type netten te voorzien. De precieze consequenties van dit scenario en andere scenario’s (koppelen van meerdere lokale netten aan een gezamenlijke piekvoorziening, lokale piek- en backup, overdimensionering van basislastinstallaties) moeten nog verder worden onderzocht. We hopen daarbij met Eneco te kunnen samenwerken om dit vraagstuk verder uit te diepen. De veronderstelling daarbij zou zijn dat de investeringen die gemaakt moeten worden voor piekcapaciteit in buurtwarmtenetten ook via de kostprijsplus systematiek aan die netten worden toegerekend, en niet aan reeds aangesloten klanten.
In de Beleidsnota Warmte is op pagina 26 aangegeven dat: “Voor de biomassa sturen we aan op verschuiving van de inzet als basislastvoorziening naar de inzet als piekvoorziening, en volledige beëindiging van de inzet bij beperkte uitbreiding van het stadsbrede warmtenet en als er voldoende andere betaalbare bronnen beschikbaar komen ” Recente resultaten van onderzoeken laten zien dat het zeer onwaarschijnlijk is dat binnen de gemeentegrenzen geothermie beschikbaar komt. Voor de gemeente is betaalbaarheid van de oplossing voor alle bewoners in een buurt zeer belangrijk. Als er geen geothermie beschikbaar komt zullen we bestaande duurzame bronnen – waaronder biomassa - naar verwachting langer in moeten zetten om een betaalbare warmteoplossing te kunnen realiseren. Alternatieven voor de inzet van biomassa leiden tot significant hogere kosten.
Geen
Geen
Juni 2025 15
eindgebruiker wordt meegewogen. De laagste nationale kosten leiden niet automatisch tot de laagste kosten voor de burger. Hiervoor is aanvullend rijksbeleid nodig 2.2 Seizoensbuffers In de beleidsnota worden seizoensbuffers gepresenteerd als belangrijke optie (pagina 18), maar er ontbreekt een analyse van de haalbaarheid en technische beschikbaarheid hiervan. Graag zouden wij hier meer duidelijkheid over krijgen, aangezien vanuit onze ervaring blijkt dat seizoensbuffers niet gemakkelijk betaalbaar en betrouwbaar te ontwikkelen zijn 2.3 Geothermie Op pagina 52 van de Beleidsnota worden mitigerende maatregelen beschreven voor het risico dat geothermie niet beschikbaar komt. In dit verband wordt gerefereerd naar het langer inzetten van bestaande biomassa en langer open houden van gascentrales wordt hier benoemd. Wij hebben begrepen dat EBN nieuwe informatie heeft gepubliceerd over het potentieel van geothermie in Utrecht, n.a.v. de SCAN boring. Hoe denkt de gemeente over dit hernieuwde inzicht van EBN in relatie tot de gepresenteerde ambitie voor geothermie in de Beleidsnota?
In de bronnenstrategie duurzame warmte wordt nader ingegaan op seizoensopslag. Het klopt dat technieken als MTO en HTO nog in ontwikkeling zijn, maar kijkend naar de termijn waarop we een nieuw duurzaam warmtesysteem moeten realiseren (tot 2050) is er nog voldoende ruimte voor innovaties en implementatie van nu nog nieuwe ontwikkelingen waarvan seizoensopslag een belangrijke is. In de beleidsnota zijn twee scenario’s gepresenteerd voor duurzame warmtebronnen. De nieuwe resultaten van EBN leiden er inderdaad toe dat geothermie voor Utrecht geen haalbare optie meer is. Dat betekent dat we zullen inzetten op het scenario zonder geothermie, dat in de beleidsnota als in de bronnenstrategie verder is uitgewerkt.
Geen
Wijziging in tekst Beleidsnota Warmte over inzet van bronnen in de beleidsnota paragraaf 2.2.2 “Geothermie is een belangrijke bron voor collectieve warmtenetten om in de basislast te voorzien, maar de ondergrond in de gemeente Utrecht blijkt ongeschikt voor toepassing van geothermie. Hierdoor komt de potentie van geothermie als basislastbron voor collectieve warmtenetten te vervallen. De focus komt daarmee te liggen op het scenario met weinig MT en HT bronnen”. Ook elders in de tekst zijn kleine wijzigingen Juni 2025 16
3. Betaalbaarheid De focus op betaalbaarheid in de beleidsnota waarderen wij zeer. Wij willen de gemeente echter vragen om betaalbaarheid duidelijker te definiëren. Indien wordt aangesloten bij de definitie van het Rijk, en deze definitie te weinig houvast biedt, verzoeken wij de gemeente om een eigen definitie te formuleren die specifiek ingaat op de betaalbaarheid voor de burger. 'Betaalbaarheid' hoeft dan in warmteprogramma's niet steeds opnieuw gedefinieerd te worden. 4. Aanwijsbevoegdheid Op pagina 36 wordt gesproken over de aanwijsbevoegdheid die de gemeente wil inzetten, onder voorwaarde van een "haalbaar en betaalbaar alternatief". Wij vragen graag verduidelijking over hoe dit er concreet uitziet. Gaat het om maatschappelijke haalbaarheid of ook om betaalbaarheid voor de individuele warmteklant? Is het voldoende als het alternatief beleidsmatig is vastgesteld, of moet het ook daadwerkelijk in de praktijk beschikbaar en aan te bieden zijn? 5. Publiek warmtebedrijf De beleidsnota stelt op pagina 37-38 dat publiek eigendom in de warmtetransitie essentieel is voor het realiseren van collectieve warmtesystemen. Eneco heeft een andere visie op dit punt. Wij zijn van mening dat een privaat warmtebedrijf, met een lange historie in Utrecht, minstens zo goed in staat is om publieke belangen als consumentenbescherming, duurzaamheid en betaalbaarheid te waarborgen.
Een goed regulerend kader en effectief toezicht zijn hierbij essentieel en momenteel ook reeds aanwezig via huidige wetgeving en toezichthouder ACM. In de concept Wet collectieve warmte wordt ingezet op steviger regulering, toezicht èn transparantie: ruim voldoende om genoemde belangen te behartigen. Wij vragen de gemeente om de bewering te onderbouwen dat een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang op deze aspecten betere resultaten zou behalen dan een privaat warmtebedrijf dat onder toezicht staat en gebonden is aan wet- en regelgeving. Welke garanties hebben bewoners dat een gemeentelijk warmtebedrijf de warmtenetten goedkoper kan ontwikkelen dan, bijvoorbeeld, Eneco? En welke ruimte heeft een publiek warmtebedrijf in feite bij de afweging van 'commercie' (een goede business case) versus duurzaamheid of betaalbaarheid? Ook een publiek warmtebedrijf zal bedrijfseconomisch verstandige keuzes moeten maken. En een
Het rijk is op dit moment bezig om de definitie van betaalbaarheid uit te werken en wat dit voor eindgebruikers betekend. Wij volgen deze ontwikkelingen op de voet. Ook onderzoek naar de wensen van de bewoners wordt na de zomer openbaar. Op basis van deze stukken zullen wij bepalen of er meer nodig is in het warmteprogramma.
doorgevoerd in de lijn van bovenstaande wijziging. Geen
Dit gaat ook over betaalbaarheid voor de individuele warmteklant. Dit betekent dat we de aanwijsbevoegdheid pas inzetten op het moment dat dit aanbod in de praktijk ook beschikbaar is.
Geen
In de Wcw memorie van toelichting is een onderbouwing voor publiek eigendom gegeven: “De bredere achterliggende afweging hierbij is dat de aard en de omvang van de maatschappelijke opgave bij collectieve warmte zodanig is dat meer publieke zeggenschap in het aangewezen warmtebedrijf noodzakelijk is.” “Met een publieke partij als meerderheidsaandeelhouder in het warmtebedrijf zal het in kunnen spelen op mogelijke veranderingen in de nog groeiende warmtemarkt. Ook kan een publieke partij het beleidsinstrumentarium en bedrijfseconomische beslissingen beter op elkaar afstemmen. Om vergelijkbare afwegingen is in het verleden vaker gekozen voor een duidelijke regierol vanuit de overheid. Collectieve warmte, elektrificatie en de (groene) gasvoorziening zullen bovendien bij de energietransitie steeds meer met elkaar interfereren en kunnen elkaar versterken. Publieke aandeelhouders zullen er belang aan hechten om het bredere systeemperspectief in ogenschouw nemen bij de ontwikkeling van collectieve warmte. Doordat een publieke partij kan handelen vanuit het perspectief van het integrale energiesysteem kan er gestuurd worden op een energietransitie tegen de laagste maatschappelijke kosten. Ook in ons omringende landen, waar collectieve warmte reeds een
Geen
Commentaar [VH1]: Hier stond: De gemeente sluit aan bij de definitie van betaalbaarheid voor eindgebruikers die momenteel landelijk wordt ontwikkeld.
Juni 2025 17
privaat warmtebedrijf is reeds gemaximeerd in zijn vermogen om winst te maken in de huidige regulering. 6. Bestaande situatie en toekomstige ontwikkeling 6.1 Bestaande aansluitingen De beleidsnota gaat uit van het principe dat reeds aangesloten gebouwen aangesloten blijven (pagina 37). Wij onderschrijven dit uitgangspunt, maar vragen de gemeente om te verduidelijken hoe dit vanuit betaalbaarheid wordt ondersteund. Voor relatief nieuwe woningen wordt het all-electric alternatief mogelijk steeds bereikbaarder, waardoor het risico van "grid defection" (het verlaten van het stadswarmtenet om aan te sluiten op het elektriciteitsnet) reëel wordt. Welk beleid voorziet de gemeente om dit te voorkomen? 6.2 Warmtenetten en bronnen In de beleidsnota wordt op pagina 40 beperkt ingegaan op de afhankelijkheid van het huidige warmtenet van de grote bronnen op Lage Weide en Merwedekanaal. Wij zouden graag zien dat de gemeente hier dieper op ingaat, d.w.z. deze locaties in de beleidsnota nadrukkelijker benoemt als cruciaal voor de warmte- en elektriciteitsvoorziening inclusief de verduurzaming van de warmte. Dat alles onder voorwaarden van betaalbaarheid, leveringszekerheid en luchtkwaliteit. Bullet 2 en 3 in de middelste kolom zou een logische plek hiervoor kunnen zijn. Er wordt verder geschreven over mogelijke levering van piekwarmte van het stadsbreed warmtenet aan buurtinitiatieven.
Dit legt een grote impact op de bronnen en netten van het stadsbreed warmtenet. Daarvoor moet een langjarige strategie voor worden gemaakt, maar die wordt niet beschreven in de Beleidsnota. Bij Eneco zijn deze plannen ook onbekend. Deze strategie is belangrijk want piek- en backup bronnen kunnen niet zonder meer betaalbaar én duurzaam worden aangeboden tijdens piek- en backup situaties. De gemeente beschrijft tenslotte dat er veel potentie is voor WKO bronnen voor buurtwarmtenetten. Het plaatje op pagina 22 suggereert dat er warmte én koudeopslag plaatsvindt onder de grond. Verwacht de gemeente daarmee dat de woningen in deze voorgestelde gebieden ook koelvraag krijgen in de toekomst? 6.3 Snelle en betaalbare uitvoering Eneco vraagt zich af of de organische groeiaanpak (zoals is gepresenteerd tijdens de stakeholderbijeenkomst) voor de stad de juiste is. In het ontwikkelproces schetsen jullie meerdere fases (Beleidsnota —> Wijk Uitvoeringsprogramma (WUP) —> Plan van Aanpak —> uitvoering). Samenwerken met bewoners kan ook in de latere 3 fases, maar een sturende aanpak in fase 1 kan wel positieve impact hebben op betaalbaarheid, duurzaamheid en snelheid.
volwassen markt is, zijn warmtebedrijven veelal in publieke of coöperatieve handen.” We onderschrijven het risico dat woningeigenaren van relatief nieuwe goed geïsoleerde woningen mogelijk overstappen van een warmtenet naar een all-electric oplossingen, maar we hebben op dit moment geen inzicht in de omvang. We gaan graag met jullie in gesprek over de omvang van het risico van grid defection en/of maatregelen nodig zijn.
Dank voor de opmerking over het benoemen van de concrete bronlocaties Lage Weide en Merwedekanaal, we hebben de beleidsnota hierop aangepast. Voor die piek/backup; zie het antwoord op ad 1. Wat betreft WKO in het MT buurtwarmtenet; WKO kan zeker een rol spelen in deze systemen, maar in de MT variant wordt de WKO niet gebruikt om te koelen. Dat betekent dat in de zomer regeneratie moet plaatsvinden van het WKO systeem met een regeneratiebron (LT restwarmte, aquathermie of lucht) om de warme bron weer volledig te laden. Indien een ZLT variant wordt gerealiseerd, kunnen woningen wel gekoeld worden.
In de Beleidsnota hebben we aangegeven dat nog veel zaken in beweging zijn maar dat we ondanks alle onzekerheden wat betreft betaalbaarheid voortvarend aan de slag met het realiseren van een duurzame warmtevoorziening daar waar we nu de meeste kansen zien. We moeten daarbij flexibel zijn om in te kunnen springen op ontwikkelingen zoals ondersteuning vanuit het rijk, ontwikkelingen rond netcongestie etc.
Wijziging in de tekst van de Beleidsnota Warmte paragraaf 4.1.2, vierde bullet “De huidige bronlocaties op Lage Weide en bij het Merwedekanaal zijn en blijven belangrijk voor de warmte- en elektriciteitsvoorzie ning, inclusief de verduurzaming van warmte”.
Geen
Juni 2025 18
Als de organische aanpak doorgevoerd wordt, is de vraag met welke middelen, mensen en/of kennis de gemeente wil ondersteunen. Het is met name onduidelijk wat de beste warmteoplossing wordt in de ‘paarse’ wijken, waar een buurt warmtenet of stads breed warmtenet beide mogelijk is. Kies je voor buurt warmtenetten, met elk andere technische, economische en juridische kenmerken, dan verkleint dat de kans op een stadsbreed warmtenet. Dit heeft impact op betaalbaarheid, duurzaamheid en (tijdige) beschikbaarheid van duurzame warmte. 1. Betaalbaarheid: losse systemen, met elk eigen piek en backup, die mogelijk later weer gekoppeld aan elkaar moeten worden. Dat kan leiden tot suboptimale systemen, waar synergiën op gebied van met name piek en backup minder aanwezig zijn. 2. Duurzaamheid: het risico ontstaat dat er white spots ontstaan van gebieden die niet mee kunnen in het ‘organische’ initiatief, maar die daardoor ook niet meer in aanmerking komen voor betaalbare alternatieven, zoals een stadsbreed warmtenet. 3. Snelheid: Daarnaast maken we ons zorgen of er genoeg tempo kan worden gemaakt met een organische aanpak. Hoe ziet de gemeente het pad richting 2050 voor zich? Zijn de voorgestelde plannen voldoende om naar klimaatneutraal te gaan? Hoe wordt er bijvoorbeeld omgegaan met woningen die op korte termijn hun CV-ketel moeten vervangen? .
Er is netcongestie afgekondigd voor de komende jaren, maar er zijn meerdere ontwikkelingen van grote impact op de warmtetransitie. Het ontbreekt aan een visie op de warmtetransitie voor de komende tien jaar. Er wordt alleen een eindbeeld geschetst. Het zou helpen als er een kader wordt geschetst waar de WUP’s aan moeten voldoen in de komende tien jaar 7. Warmtekavels Op pagina 36-37 wordt het concept van warmtekavels besproken. Eneco is voorstander van de benadering waarbij het huidige grote stadswarmtenet als één kavel wordt beschouwd. Wij verzoeken de gemeente om te verduidelijken onder welke voorwaarden uitbreiding van dit kavel mogelijk is. 8. Bodem en grondwater Op pagina 39 wordt gesproken over het tweede watervoerende pakket. Tijdens de toelichting viel ons op dat de provincie gebruik van dit watervoerende pakket wilde stimuleren, terwijl de gemeente Utrecht in aanpalend beleid juist op het belang voor de drinkwatervoorziening wijst van het 2e WVP. Eneco zou graag een duidelijk kader zien voor gebruik van het 2e Watervoerende Pakket voor Warmte en Koude
De organische aanpak is voor de eerste jaren voorzien om meer te leren en toe te werken naar het energiesysteem van de toekomst. Het nog uit te werken Warmteprogramma beschrijft het plan voor de komende 10 jaar waarin we onder andere de kaders voor samenwerking in de buurtaanpak en de wijkuitvoeringsprogramma’s verder uitwerken. Daarbij wordt iedere vijf jaar het Warmteprogramma geactualiseerd. Wij willen met onze partners in de stad het warmteprogramma uitwerken en ook voor de herijkingen daarna toe naar een slimme fasering en opschaling die past bij de plannen van onze partners. Ad 1, 2) Wij voorzien niet dat alle losse systemen later aan elkaar gekoppeld moeten worden. Als systemen op buurtniveau of groter worden ontwikkeld door een warmtebedrijf (geen zelfstandige warmtegemeenschap) dan nemen we in de afweging van de keuze mee dat de piek/backup later mogelijk centraal worden gerealiseerd op het moment dat het systeem zover uitgegroeid is dat het te koppelen valt. Ad 3) Ons huidige advies bij vraag van inwoners wat te doen op het moment dat CV ketel aan vervanging toe is: https://jouwhuisslimmer.nl/cv-ketel-aan-vervanging-toe-dit-zijn-dealternatieven/.
Voorwaarden voor vergroting van dit kavel is wat ons betreft dat de huidige warmteleverancier gebouweigenaren die dichtbij of aanleiding liggen een haalbaar en betaalbaar aanbod doet voor aansluiting op dit net. Zoals aangegeven in de Beleidsnota Warmte vraagt dit om uitwerking van instrumentarium vanuit het Rijk die bijdragen aan de betaalbaarheid voor de eindgebruiker, zoals een tariefplafond, investeringssubsidies, een prijsgarantie. Zie antwoord bij de provincie bij punt Bodemenergie 2e watervoerende pakket
Geen
Zie antwoord bij de provincie bij punt Bodemenergie 2e watervoerende pakket
Juni 2025 19
9. Afsluiting Wij waarderen de erkenning van het bestaande stadswarmtenet in de beleidsnota, zichtbaar onder andere in de fraaie illustratie op pagina 55. Graag zouden wij bij deze plaat Eneco vernoemd zien als partij in de stad die dit soort installaties vormgeeft, waar nodig samen met bewoners / omwonenden. Tot slot willen wij graag benadrukken dat Eneco al een decennium actief bijdraagt aan de verduurzaming van de warmtevoorziening in Utrecht. Wij zien onszelf als een belangrijke partner voor de gemeente bij het realiseren van de warmtetransitie. Wij hopen dan ook dat onze zienswijze leidt tot aanpassingen die bijdragen aan een effectieve en efficiënte warmtetransitie in Utrecht.
Zienswijze 10 - Vitens Voor Vitens is het van wezenlijk belang dat de grondwaterbronnen, die dienen als bron voor de winning van drinkwater, adequaat worden beschermd. Deze bronnen zijn cruciaal voor de drinkwatervoorziening in de gemeente Utrecht, waar de (toekomstige) inwoners en bedrijven dagelijks afhankelijk zijn van betrouwbaar en schoon drinkwater Ontwerp Beleidsnota Warmte Ontbreken randvoorwaarden en samenhang met Gebiedsplan planMER In uw beleidsnota wordt gesteld dat bodemenergiesystemen “bij voorkeur” in het eerste watervoerende pakket geplaatst worden maar dat nieuwe beleidskaders in het GGGB kunnen leiden tot nieuwe beleidskaders voor het beschermen en benutten van het grondwater. We maken ons zorgen over de opening die gegeven wordt door middel van de term "bij voorkeur” zonder dat daarbij randvoorwaarden gegeven worden. Het is voor ons belangrijk dat onze bron voor drinkwater, ic het grondwater in de intrekgebieden van drinkwaterwinningen, de hoogste bescherming krijgt en niet bedreigd worden door energiesystemen die een mogelijke bron van verontreiniging kunnen vormen of die zorgen voor verplaatsing van bestaande verontreinigingen. Dat geldt ook voor de opmerking dat milieubelastende stoffen in de ondergrond, zoals toxische koudemiddelen, “zo veel mogelijk wordt voorkomen".
Ook hierbij worden geen randvoorwaarden opgenomen waaronder deze toxische koudemiddelen wel of juist niet toegepast zouden kunnen worden. We zouden in de definitieve planMER en beleidsnota graag randvoorwaarden geformuleerd zien óf en zo ja hoe bodemenergiesystemen in het tweede watervoerende pakket met of zonder gebruik van toxische koudemiddelen veilig kunnen worden toegestaan. Aangezien deze randvoorwaarden nog zullen moeten volgen uit het nog op te stellen nieuwe Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer Utrecht, waarvoor momenteel óók een planMER