Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen.pdf
Tekst van het document
Ook dit bedrag wordt in het kostenverhaal betrokken.
b.
Overige investeringen in verbetering ov (o.a. busverbindingen). De genoemde bedragen omvatten investeringen in de busbaan Dichterswijk (incl. fietsonderdoorgang) (*), de herinrichting Europalaan Noord, maatregelen Vondellaan voor bereikbaarheid station Vaartsche Rijn incl. maatregelen Linschotensingel en herinrichting Diamantweg en ov-inframaatregelen naar aanleiding van het gemeentelijke vervoersplan.
4.
Auto: aanpak verkeersveiligheid, autoluwe binnenstad, herinrichten stadsboulevards en andere stedelijke verbindingswegen, NRU en Ring Utrecht. a.
Noordelijke ringweg Utrecht. De door de gemeente gereserveerde bijdrage aan de investering in de integrale aanpak NRU wordt betrokken in het kostenverhaal.
b.
Westelijke stadsboulevard (de wegen tussen het 24 Oktoberplein en de Marnixbrug), Westplein/Lombokplein, Graadt van Roggenweg, Amsterdamse Straatweg. Dit betreft een aantal grote investeringen in het casco van de stad.
c.
Herinrichting overige stadsboulevards en stedelijke verbindingswegen. Dit betreft de herinrichting As Votulast, herinrichting Kanaalstraat-Damstraat, en herinrichting Socrateslaan – Beneluxlaan Oost.
d.
Verbeteringen in verkeersveiligheid, mede vanwege toename autoverkeer door groei van de stad. Hierbij kunnen alleen investeringen worden meegeteld die onderdeel uit maken van het casco van de stad (doorgaande routes, onderdeel van het stedelijke mobiliteitsnetwerk), waarbij de investeringen mede noodzakelijk zijn vanwege de groei van de stad. Dit betreft investeringen in de Donaudreef (“inprikker” vanuit NRU; van belang vanwege groei van de stad), de Moldaudreef en diverse
24
nog te plannen investeringen die samenhangen met snelheidsverlaging (30 km/h) waar dat vanwege groei van de stad nodig is om de verkeersveiligheid weer op het gewenste peil te brengen. Groei van de stad leidt immers tot meer verkeersdruk. Door middel van invoering 30km gebied wordt verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeterd, met verlaging van de milieubelasting, bevordering van fietsverkeer tov autoverkeer, en meer ruimte klimaatadaptatie door vergroening. Met invoering van 30km in routes met een ontsluitende functie is t/m 2032 9 mln euro gemoeid. Omdat het totaal aan investeringen nog niet is exact is afgebakend, staat de kostenraming op PM. 5.
Multimodale reis: OV-knooppunten, wijkhubs en buurthubs, P+R aan de ring, P+R in de regio a.
Multimodale bereikbaarheid HUB Papendorp. De hub heeft onder meer een functie als grootstedelijke parkeervoorziening die nodig is vanwege de groei van de stad. Daarmee maakt de hub onderdeel uit van de stedelijke mobiliteitsstructuur. De totale kosten van de hub XL (in de tabel opgenomen als “PM”) zijn overigens veel hoger dan de hier genoemde gemeentelijke bijdragen. Kosten van de hub die één op één samenhangen met specifieke gebiedsontwikkelingen (en die mede daaruit worden bekostigd) worden niet in het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen betrokken. Ook rijksbijdragen worden niet in het kostenverhaal betrokken. Voor dergelijke investeringen in de stedelijke mobiliteitsstructuur is een structureel budget van 0,67 mln euro opgenomen in de programmabegroting 2023. Hiermee kan een investeringsbijdrage van 20 mln euro worden bekostigd (na activering, annuïtaire afschrijving, 40 jaar, 1,5% rente).
6.
Overig; nog te verdelen over investeringsdoelen “Netwerken op orde” a.
Investeringsbudget Mobiliteitsplan t/m 2032. In het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid is tot en met 2032 nog een beperkt budget beschikbaar voor investeringen in het stedelijke mobiliteitsnetwerk dat nog niet is gekoppeld aan specifieke projecten (33,5 mln euro). Omdat de nota Kostenverhaal Bovenwijkse voorzieningen ziet op de periode tot en met 2032 houden we ook rekening met aanvullingen in volgende collegeperioden. Zowel in 2018 als in 2022 is in het coalitieakkoord extra budget vrijgemaakt voor investeringen in duurzame mobiliteit. Gemiddeld was hiermee 31 mln euro gemoeid in de eerste zes begrotingsjaren na opstelling van het coalitieakkoord. Voor de periode 2027-2032 (zes jaar) gaan we ervan uit dat een vergelijkbaar bedrag wordt toegevoegd in het coalitieakkoord 2026.
Groen – Algemene toelichting bij investeringstabel In onderstaande tabel zijn de investeringsbedragen opgenomen waarvoor kostenverhaal wordt toegepast. Dit betreft alleen investeringen in het zogenoemde casco van de stad. Als uitgangspunt voor de investeringslijst groen zijn de investeringsdoelen uit de schaalsprong Groen en de daarbij behorende kostenramingen gebruikt die zijn opgesteld voor de RSU2040. Kolom Kostenraming: Voor projecten waarbij dat mogelijk is, zijn de geraamde investeringskosten opgeteld. Het moet investeringen betreffen op grondgebied van de gemeente Utrecht. Alleen investeringen die kort geleden zijn opgeleverd (vanaf 2021) en investeringen waarvoor de investeringsbeslissing uiterlijk in 2032 wordt genomen, zijn hier opgenomen. Deze opgenomen ramingen betreffen de totale investeringskosten, dus inclusief bijdragen van derden, zoals subsidies van de rijksoverheid, en zonder correctie voor dubbeltelling met andere opgaven. Kolom Bijdragen derden: Dit betreft met name bijdragen aan groeninvesteringen binnen gebiedsontwikkelingen.
25
Kolom Correctie voor dubbeltelling met andere opgaven: “Werk met werk maken”. Als een mobiliteitsinvestering bijvoorbeeld “groen” wordt uitgevoerd, hoeft het gedeelte dat betrekking heeft op “groen” niet ook bij de groenopgave te worden meegerekend. Kolom Toerekenbare kosten (kostenverhaal casco): Dit betreft de bedragen waarvoor kostenverhaal kan worden toegepast op grond van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen: het gemeentelijk aandeel in investeringen t/m 2032 in het casco van de stad, die mede noodzakelijk zijn vanwege de groei van de stad, en waarbij de kosten niet aan een of meer specifieke gebiedsontwikkelingen kunnen worden toegerekend, en waarbij bijdragen van derden (zoals rijkssubsidies) zijn afgetrokken.
Tabel: Investeringen in Groen, aan gehele stad (incl. nieuwbouw) toerekenbare investeringskosten (in euro)
Investeringen in Groen Groen om de stad (binnen gemeentegrenzen) Scheggen Stadsparken Groen raamwerk Overig groen Totaal
Kostenraming 18.000.000 89.000.000 125.000.000 95.000.000 160.000.000 487.000.000
Verwachte bijdrage van derden 10.000.000 3.000.000 12.600.000 8.000.000 10.000.000 43.600.000
Correctie voor dubbeltelling met andere opgaven 0 32.000.000 17.000.000 43.500.000 45.000.000 137.500.000
Toerekenbare kosten (kostenverhaal casco) 8.000.000 54.000.000 95.400.000 43.500.000 105.000.000 305.900.000
Toelichting bij tabel “Investeringen in Groen, aan gehele stad (incl. nieuwbouw) toerekenbare kosten” 1.
Groen om de stad (binnen gemeentegrenzen) Dit betreft investeringen in het landgoed Amelisweerd (uitbreiding met en inrichting van 50 hectare) en de IJsselwetering. Voor Ockhuizen wordt nog gezocht naar dekking en deze is daarom niet opgenomen in deze tabel.
2.
Scheggen Bij de investeringen in scheggen gaat het onder meer om de scheg langs de Vecht (verwervings- en inrichtingskosten, bijdrage aan een brug over de Vecht, natuurgebied Zuilen), de scheg naar het Maximapark, de scheg naar Biltse Grift (bijdrage aan tunnel Stolberglaan) en de verbinding naar het Noorderpark.
3.
Stadsparken De investeringen in stadparken betreffen aankoop en aanleg van 50 hectare Lunettenpark (Maarschalkerweerd), en investeringen in het Thomas a Kempispark, Rondje Stadseiland (delen die geen onderdeel uitmaken van specifieke gebiedsontwikkelingen), Moreelse Tuinen en diverse zogenoemde pocket parks (RSU: plantsoenen 200m), waaronder het Paardenveld.
4.
Groen raamwerk Het groene raamwerk omvat investeringen in groenblauwe routes (in combinatie met LV, water, hoofdinfra), inclusief het zogenoemde rondje Overvecht, en investeringen die nodig zijn voor opheffing van barrières in de groene routestructuur (20 kleine kunstwerken, waaronder faunapassages).
26
5.
Overig groen Dit betreft het vergroenen van woonstraten, waarbij dit groen onderdeel uitmaakt van de stedelijke groenstructuur, en het toevoegen van bomen met het oog op klimaatadaptatie.
27
BIJLAGE 4 Nadere detaillering nieuwbouwprogramma, gewichten en toegerekende kosten Bijlage 4-1: Nadere detaillering nieuwbouwprogramma woningbouw, gewichten en toegerekende kosten WONINGBOUW "gemiddelde woning" Meergezinswoningen Sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studentenwoningen) Onzelfstandige studentenwoningen Middendure huurwoningen Betaalbare koop Overig vrije sector Eengezinswoningen Sociale huurwoningen Middendure huurwoningen Betaalbare koop Overig vrije sector TOTAAL WONINGBOUW
Aantal woningen nieuwbouw
Gewicht per woning 1,00
14.053 1.616 6.162 2.320 12.597 371 205 400 3.191 40.915
Toegerekende kosten per categorie (EUR)
Gewicht
Tarief per woningtype (EUR) 3.746 Bijdrage/woning (EUR/woning) (Gewicht maal gemiddeld tarief)
0,44 0,10 0,56 0,90 1,51 Gewicht 0,62 1,31 1,40
1.644 375 2.102 3.379 5.657 Bijdrage/woning (EUR/woning) 2.312 4.904 5.254
23.101.872 605.480 12.949.813 7.840.077 71.256.117
2,81
10.508
33.530.391 153.248.204
(aantal woningen maal bijdrage per woning)
857.647 1.005.246 2.101.560
Bijlage 4-2: Nadere detaillering nieuwbouwprogramma overig vastgoed, gewichten en toegerekende kosten OVERIG VASTGOED "gemiddelde m2 overig vastgoed" Per type overig vastgoed Bedrijven Detailhandel en kantoren Commerciële voorzieningen en leisure Maatschappelijke voorzieningen TOTAAL OVERIG VASTGOED
Aantal m2 BVO nieuwbouw
518.106 645.349 227.950
Gewicht per m2 1,00 Gewicht per m2 0,70 1,51 0,51
Bijdrage/m² BVO (EUR/m² BVO) 30,27 Bijdrage/m² BVO (EUR/m² BVO) (Gewicht maal gemiddeld tarief) 21,13 45,78 15,56
0,48
14,65
123.161 1.514.566
28
Toegerekende kosten per categorie (EUR) (aantal m2 maal bijdrage per m2) 10.946.603 29.542.517 3.547.900 1.804.164 45.841.185