Nota Beheer Openbare Ruimte (februari 2021).pdf
Tekst van het document
Tabel 4 laat zien hoeveel geld er nodig is voor onderhoud en vervangingen in de komende jaren. De tabel geeft aan wat er per jaar nodig is om de werkzaamheden uit te voeren om de openbare ruimte op het ambitieniveau te onderhouden. De ramingen ná 2025 zijn gebaseerd op de theoretische levensduur van de objecten in de openbare ruimte waarbij vooral is gekeken naar leeftijden van het areaal. De middelen die nodig zijn om achterstanden in het onderhoud te kunnen wegwerken, zijn nog niet in deze bedragen verwerkt. Dit doen we in de volgende paragraaf, waarin inzicht wordt gegeven in de totaal benodigde middelen voor regulier onderhoud, de vervanging én het wegwerken van achterstanden in het onderhoud. Het benodigde budget in 2021 is € 76,4 miljoen (exclusief het inlopen van het achterstallig onderhoud). Dit is een verschil van € 21 miljoen, ten opzichte van het beschikbare budget van € 55,4 miljoen, dat door de gekozen financiële strategie de eerste jaren niet direct nodig is in de begroting. Een belangrijke maatregel in de financiële strategie is namelijk het activeren van investeringen met een maatschappelijke nut vanaf € 100.000. Hiermee worden de kosten van de investeringen voor het vervangen van de openbare ruimte over meerdere jaren verspreid en toegerekend aan de jaren dat het object in gebruik is.
Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waarin de totale kosten van de investering direct ten laste van het jaar van uitvoering worden gebracht. In geval van implementatie van de financiële strategie zullen de kosten voor de vervangingsinvesteringen, in verband met het spreiden van de kosten, in de eerste jaren lager zijn dan in de huidige situatie waarin we de totale kosten direct ten laste van het resultaat brengen. Hierdoor is er de eerste vier jaar voldoende geld beschikbaar binnen de huidige begroting. Zie ook hoofdstuk 4.3 en bijlage 1.
39
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
verduidelijken is in figuur 5 de levenscyclus van een asfaltweg in beeld gebracht wanneer deze op B-niveau wordt onderhouden. Wanneer benodigd onderhoud niet wordt uitgevoerd, zoals nu het geval is in bijvoorbeeld de nieuwere wijken, zal de kwaliteit sneller zakken en zullen de kosten toenemen om de openbare ruimte weer terug te brengen op het gewenste niveau.
Zaagtand op basis van een B-niveau (asfalt)
Nieuwe aanleg A+
Conserveren + gedeeltelijk groot onderhoud
Versterken
Gedeeltelijk groot onderhoud
A
B
C
Het verschil tussen beschikbaar budget en benodigd budget wordt in grote lijnen veroorzaakt doordat de benodigde budgetten voor het onderhouden en vervangen van verhardingen en civiele constructies sterk toenemen als gevolg van de toenemende vervangingsinspanning in de naoorlogse wijken. Ook de noodzakelijke uitbreiding van (strategisch) personeel, zoals toegelicht in het hoofdstuk Visie op ontwikkelend beheren, zorgt voor een hoger benodigd budget dan beschikbaar is.
Benodigd
2021
2022
2023
2024
>2025
Dagelijks onderhoud
€ 26,7 mln.
€ 26,6 mln.
€ 26,6 mln.
€ 26.7 mln.
€ 26,8 mln.
Groot onderhoud
€ 21,5 mln.
€ 21,8 mln.
€ 22,1 mln.
€ 22,4 mln.
€ 22,2 mln.
Vervangingen
€ 28,2 mln.
€ 28,5 mln.
€ 27,6 mln.
€ 25,6 mln.
€ 27 mln.
Structureel benodigde
€ 76,4 mln.
€ 76,9 mln.
€ 76,3 mln.
€ 74,7 mln.
€ 76 mln.
budgetten
Tabel 4: Benodigde budgetten voor onderhoud en vervangingen (incl. VAT, excl. wegwerken achterstallig onderhoud en excl. straatreiniging)
We concludeerden in hoofdstuk 3 dat er achterstallig onderhoud is, maar ook dat veel van de openbare ruimte op het gewenste ambitieniveau ligt. Een andere conclusie was dat een deel van de openbare ruimte door recente uitbreidingen van de gemeente Utrecht nog redelijk nieuw is. Het budget om de openbare ruimte op het gewenste niveau te onderhouden, zonder achterstallig onderhoud, is er echter niet. De kans dat achterstallig onderhoud versneld gaat optreden, neemt echter toe zolang de werkzaamheden niet worden uitgevoerd die wel uitgevoerd hadden moeten worden. Om dit te
40
Klein/Service onderhoud
D 2020
2025
2030
2035
2040
Klein/Service onderhoud
2045
2050
2055
Klein/Service onderhoud
2060
2065
2070
Figuur 5: Levenscyclus van een asfaltweg die op B-niveau wordt onderhouden
Het geplande onderhoud wordt nu vaak niet gehaald bij wegen, maar dit geldt ook voor civiele constructies. Wanneer onderhoud bij civiele constructies te lang wordt uitgesteld kan dit leiden tot afsluitingen van bruggen. Hierdoor kan de bereikbaarheid van de gemeente Utrecht in het geding komen. Het verschil tussen beschikbaar budget en benodigd budget wordt daarnaast deels verklaard doordat er in de berekeningen is gerekend met onder andere personele investeringen. Dit heeft te maken met de reorganisaties en de uitstroom van personeel in de afgelopen jaren, terwijl de stad en het areaal gegroeid zijn. Daarnaast zijn de opgaven in de openbare ruimte complexer geworden vanwege klimatologische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om meer beleidsmatige capaciteit op strategisch niveau om het ontwikkelend beheren te kunnen gaan implementeren binnen Stadsbedrijven. Naast het structurele benodigde budget is er ook nog de opgave om het achterstallig onderhoud weg te werken binnen een redelijke termijn. Op basis van wet- en regelgeving dient het achterstallig onderhoud namelijk zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een redelijke termijn hersteld te worden. In de financiële strategie hebben we daar maximaal tien jaar voor uitgetrokken. In de volgende paragraaf leest u welke impact dat heeft op de benodigde budgetten.
41
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
4.2 Hoeveel geld is er nodig inclusief het wegwerken van achterstallig onderhoud?
4.3 Hoe kunnen we dit financieren, nu en in de toekomst?
We stellen voor om het achterstallig onderhoud in maximaal tien jaar weg te werken. Het achterstallig onderhoud is vastgesteld tussen de €45 en €55 miljoen. Wanneer we dit willen wegwerken moet het in paragraaf 4.1 benoemde budget van 76,4 miljoen euro, worden opgehoogd met gemiddeld € 5 miljoen (op basis van achterstallig onderhoud van € 50 miljoen) en is er in 2021 €81,4 miljoen euro nodig. Dit is te zien is in tabel 5.
In het kader van “duurzaam begroten” is een financiële strategie ontwikkeld om de begroting meer robuust te maken. Wanneer gekozen wordt om onderstaande financiële strategie te implementeren, betekent dit dat de begroting de eerste jaren niet hoeft te worden opgehoogd.
In de volgende paragraaf wordt de financiële strategie beschreven waarin we uitleggen hoe we in het kader van “duurzaam begroten” een strategie hebben ontwikkeld om de begroting meer robuust te maken.
Benodigd
2021
2022
2023
2024
2025 - 2030
Dagelijks onderhoud
€ 26,7 mln.
€ 26,6 mln.
€ 26,6 mln.
€ 26,7 mln.
€ 26,8 mln.
Groot onderhoud
€ 21,5 mln
€ 21,8 mln.
€ 22,1 mln.
€ 22,4 mln.
€ 22,2 mln.
Vervangingen
€ 28,2 mln
€ 28,5 mln.
€ 27,6 mln.
€ 25,6 mln.
€ 27 mln.
Structureel benodigde
€ 76,4 mln.
€ 76,9 mln.
€ 76,3 mln.
€ 74,7 mln.
€ 76 mln.
€ 5 mln.
€ 5 mln
€ 5 mln.
€ 5 mln.
€ 5 mln.
€ 81,9 mln.
€ 81,3 mln.
€ 79,7 mln.
€ 81 mln.
budgetten Achterstallig onderhoud wegwerken Totaal benodigd
81,4 mln.
komende jaren
De financiële strategie omvat een aantal maatregelen. Een belangrijke maatregel is het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut vanaf € 100.000. Hiermee worden de kosten van de investeringen voor het vervangen van de openbare ruimte over meerdere jaren verspreid en toegerekend aan de jaren dat het object in gebruik is. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waarin de totale kosten van de investering direct ten laste van het jaar van uitvoering worden gebracht. Bij implementatie van de financiële strategie zullen de kosten voor de vervangingsinvesteringen, in verband met het spreiden van de kosten, in de eerste jaren lager zijn dan in de huidige situatie waarin we de totale kosten direct ten laste van het resultaat brengen. De ruimte die hierdoor in de eerste jaren in de begroting ontstaat, wordt gestort in een vaste activa reserve. Via deze reserve dekken we de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte in de jaren dat de jaarlijks benodigde financiële middelen toenemen als gevolg van de oplopende kapitaallasten. Hierdoor is er in de eerste vier jaar voldoende geld beschikbaar binnen de huidige begroting. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat het een verschuiving van kosten betreft. In geval van activeren worden de kosten over een aantal jaren verspreid.
In het geval dat de kosten direct ten laste van het jaar van uitvoering worden gebracht, worden de kosten volledig in één jaar genomen. De jaarlijkse kosten worden in geval van activeren kapitaallasten genoemd. In bijlage 1 worden de kapitaallasten nader toegelicht. Daarnaast gaan we een voorziening groot onderhoud vormen om zodoende de jaarlijkse uitgaven binnen deze voorziening te dekken. Hierdoor ontstaat ‘ruimte’ om het ene jaar iets meer uit te geven aan groot onderhoud dan het andere jaar. Zo kunnen we beter aansluiten bij projecten van organisatieonderdeel Ruimte en meekoppelkansen benutten. In onderstaande tabel zijn alle 10 maatregelen weergegeven die onderdeel uitmaken van de financiële strategie om te komen tot een duurzame begroting. Deze voorstellen voldoen aan de kaders die het BBV voorschrijft.
Tabel 5: Benodigde budgetten voor onderhoud en vervangingen (incl. VAT, incl. wegwerken achterstallig onderhoud en excl. straatreiniging)
We hebben een financiële strategie ontwikkeld
42
43
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Maatregel
Toelichting
Maatregel
Toelichting
1. Investeringen in de openbare
De ondergrens voor het activeren van investeringen met maatschappelijk nut wordt
7. De bekostiging van groot
De begroting van de kosten voor groot onderhoud en vervanging is berekend op basis van
ruimte boven € 100.000 worden
gesteld op € 100.000 excl. BTW (huidige ondergrens is €5,0 miljoen). Wanneer een
onderhoud en vervanging is
behoud van functionaliteit. Dit omdat nu meestal nog niet bekend is (zie ook punt 6) welke
geactiveerd.
investering dit bedrag overstijgt, zal activering op de balans plaats moeten vinden.
gebaseerd op behoud van
vernieuwing er in de toekomst plaats kan of moet vinden vanuit de verschillende opgaven
Investeringen met een lagere aanschafwaarde worden niet geactiveerd, maar direct
functionaliteit.
van de stad. Dat betekent dat indien er extra functionaliteit (ambitie) of een andere
2. De initiële ruimte in de begroting
in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie verantwoord.
functionaliteit gewenst wordt vanuit andere opgaven van de stad en dit ook extra kosten
Doordat we investeringen gaan activeren, zullen de kosten van investeringen in de eerste
met zich meebrengt, die extra kosten vanuit het budget van de opgavetrekker worden betaald. Dit volgens het principe: wie bepaalt, betaalt (net als bij punt 6).
wordt in een vaste activa reserve
jaren lager zijn dan in de huidige situatie waarin de totale kosten direct ten laste van het
gestort ter dekking van in de
resultaat worden gebracht. De ruimte die hierdoor in de eerste jaren in de begroting
toekomst oplopende kapitaal-
ontstaat, wordt gestort in een vaste activa reserve. Via deze reserve dekken we de kosten
opgesteld om de beheerorganisatie
lasten.
van het onderhoud van de openbare ruimte in de jaren dat de jaarlijks benodigde financiële middelen zijn toegenomen als gevolg van de oplopende kapitaallasten.
kwantitatief en kwalitatief op
houds- en vervangingsbehoefte. Ook ligt er een behoefte aan beleidsmatig en strategisch personeel voor het integraal programmeren en het ontwikkelend beheren. Die kennis en
niveau te brengen en om in te
kunde is niet aanwezig. Voor 2021-2022 wordt uitgegaan van een groei in de ordegrootte
De afschrijvingstermijnen moeten een realistische weergave geven van de verwachte
kunnen spelen op de in deze nota
van 15-18 FTE ten opzichte van 2020. Daarnaast zal de organisatie ook haar werkwijzen
genoemde ontwikkelingen.
op een aantal gebieden moeten veranderen, om de basis op orde te krijgen en ontwikke-
3. Investeringen worden afgeschreven op basis van realistische levensduren.
gemiddelde levensduur van een object. Deze termijnen verschillen logischerwijs per
8. Er is een strategisch plan
lend te kunnen beheren. De organisatie zal daarom een ontwikkeling door moeten maken,
openbare ruimte-object. In de keuze voor afschrijvingstermijnen is gekeken naar vergelijk-
waarvoor op hoofdlijnen reeds een plan is opgesteld. In 2022 wordt de omvang, middelen en prestaties van de organisatie met behulp van een benchmark afgezet tegen andere
bare gemeenten en is op basis van input van beheerders van de gemeente Utrecht over de verwachte levensduur gekozen voor de volgende termijnen (de huidige afschrijvingstermijn
grote gemeenten, om de effectiviteit en efficiency van de organisatie te beoordelen en de
van alle openbare ruimte-objecten is 15 jaar).
4. Uitgaven voor groot onderhoud worden gedekt via een voorziening.
Type
Afschrijvingstermijn
Speeltoestellen
15 jaar
Verharding
40 jaar
Civiele constructies
50 jaar
VRI’s
10 jaar
Openbare verlichting
25 jaar
begroting niet jaarlijks zal fluctueren, we beter kunnen aansluiten bij onze ambitie om duurzaam te begroten en waardoor we beter aansluiten bij werk van andere afdelingen in de gemeente (o.a. Ruimte) en de daadwerkelijke onderhoudsbehoefte.
5. Onderhoud en vervangingen worden gepland op basis van beheerplannen.
Om te werken met een voorziening is het vanuit het BBV een verplichting om beheerplannen te hebben die elke vier jaar worden geactualiseerd. De verschillende beheerdisciplines stellen beheerplannen op waarmee we richting geven aan de benodigde werkzaamheden van de verschillende onderdelen, zodat integraal beheer van de openbare ruimte mogelijk wordt.
6. Extra kosten als gevolg van voortijdige vervanging worden betaald door de initiatiefnemers.
organisatieontwikkeling bij te sturen. 9. Het achterstallig onderhoud van
In het BBV is vastgelegd dat achterstallig onderhoud moet worden ingelopen binnen een
€ 45-55 miljoen wordt binnen
redelijke termijn. De vraag is sterk of het haalbaar is om bijvoorbeeld binnen vier jaar een
maximaal tien jaar weggewerkt.
achterstand van € 45-55 miljoen in te lopen zonder de bereikbaarheid van de stad te veel te verstoren. Het voorstel is dan ook om de achterstalligheid in het komende decennium weg te werken. Circa 50% van het achterstallig onderhoud betreft vervanging en de andere 50% betreft groot onderhoud in de openbare ruimte. In deze verhoudingen is het
De benodigde groot onderhoud-uitgaven schommelen jaarlijks. Door een voorziening te vormen, worden de financiële schommelingen opgevangen waardoor de exploitatie-
De organisatie heeft behoefte aan voldoende personeel voor het uitvoeren van onder-
achterstallig onderhoud opgenomen in de financiële strategie. 10. Vanaf 2025 is, bij gelijkblijvend
De toenemende onderhouds- en vervangingsbehoefte ligt hoger dan het beschikbare
ambitieniveau, jaarlijks € 0,95
budget. Deze behoefte moet worden opgevangen in de begroting. Dit vraagt om een
miljoen extra benodigd, tot 2055, om de begroting cumulatief te
structurele en cumulatieve verhoging van de begroting. Het voorstel is om dit te doen via een ingroeipad waardoor de begroting geleidelijk oploopt en we de tijd krijgen om te
verhogen en op deze wijze aan
anticiperen op deze begrotingsvraag.
de toenemende onderhouds- en vervangingsinspanningen te kunnen voldoen.
Wanneer een object nog niet is afgeschreven, maar het wel de wens is dat deze vervangen wordt vanuit bijvoorbeeld groei van de stad of andere opgaven, wordt in onderling overleg en vanuit verschillende invalshoeken bepaald of dit de hiermee gepaard gaande desinvestering waard is. Potentiële desinvesteringen waren op voorhand niet bekend en konden daarom niet meegenomen worden in de berekeningen die ten grondslag liggen aan deze nota. Om financieel in de pas te blijven lopen en de beheerkosten zuiver te houden, is het uitgangspunt dat de desinvestering van het vroegtijdig vervangen wordt gedekt door de partij (extern of intern) die het initiatief neemt en aan de slag wil in de openbare ruimte. De besluitvorming over de inzet van budget ligt hierdoor op de plek waar hij hoort. Waar besparingen mogelijk zijn als gevolg van bijvoorbeeld het tegelijkertijd uitvoeren van vervangingen of van verandering van inrichting van de openbare ruimte kan, in het geval van interne initiatiefnemers, deze besparing worden ingezet om de eventuele extra kosten van vroegtijdige vervanging te dekken.
44
45
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
In figuur 6 is de financiële strategie gevisualiseerd voor de komende vijftig jaar. Er is voor vijftig jaar gekozen omdat de kapitaallasten tot dit punt stijgen doordat de civiele constructies in vijftig jaar worden afgeschreven. Dit is een benadering waarin wordt toegewerkt naar een ideaalcomplex waarbij de onderhouds- en vervangingsbehoefte altijd kan worden gedekt vanuit de exploitatiebegroting en aan het einde van de levensduur van het object geld beschikbaar is voor vervanging. Het gaat daarbij om bestaande objecten. De kosten voor uitbreiding van de openbare ruimte zijn nu nog niet in te schatten en worden meegenomen in toekomstige begrotingen en in afzonderlijke raadsvoorstellen indien het gaat om projecten met aanzienlijke beheerskosten. Als beheeruitgangspunt gelden de kwaliteitsniveaus die nu zijn vastgesteld (overwegend CROW B-niveau, zie tabel 1 in hoofdstuk 3.3) waarbij de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een goed verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert. Het scenario heeft verschillende financiële stadia die ook zijn aangegeven in figuur 6 op basis van onderstaande nummering: 1. In de eerste jaren zijn de benodigde ‘gelden’ lager dan het beschikbare budget en wordt dit verschil gestort in en een activareserve om latere kapitaallasten te kunnen dekken.
Dit wordt veroorzaakt doordat de vervangingen niet meer worden bekostigd uit exploitatiebudget, maar worden geactiveerd. De kosten worden niet meer direct ten laste van het jaar van uitvoering gebracht, maar verspreid over meerdere jaren dat het object in gebruik is.
1
2
3
4
5
2. Na maximaal tien jaar is het achterstallig onderhoud van € 45-55 miljoen weggewerkt en daalt de behoefte aan groot onderhoud en extra investeringen. In de grafiek is in jaar tien dan ook een tijdelijke daling te zien.
€ 90.000.000
3. Door vanaf 2025 de begroting tot en met 2055 cumulatief te verhogen met jaarlijks € 950.000 blijven de benodigde en beschikbare budgetten in balans en kunnen de stijgende kapitaallasten en onderhoudskosten worden opgevangen.
€ 85.000.000 € 80.000.000 € 75.000.000
4. In 2075 stabiliseert de beschikbare exploitatiebegroting op € 86,5 miljoen, een stijging van € 31,1 miljoen ten opzichte van de exploitatiebegroting in 2020. Deze stijging heeft te maken met meer benodigde financiële middelen voor groot onderhoud, meer kapitaallasten door vervangingen en de organisatie die daarbij hoort.
€ 70.000.000 € 65.000.000
5. Nadat ook de initiële investeringen in civiele constructies zijn afbetaald, stabiliseert de benodigde begroting op een bedrag van € 86,5 miljoen. Gelijk aan de dan beschikbare begroting, rekening houdend met de jaarlijkse impuls vanaf 2025.
€ 60.000.000 € 55.000.000 € 50.000.000 € 45.000.000
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56
Totaal benodigd
Beschikbaar met ingroeipad
Geld in vaste activa reserve
57 58 59 60
Geld uit vaste activa reserve
Figuur 6: financieel scenario
46
47
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlagen Bijlage 1: Kapitaallasten De ondergrens voor het activeren van vervangingsinvesteringen met een maatschappelijk nut wordt gesteld op € 100.000 (excl. BTW). Wanneer een investering dit bedrag overstijgt, zal activering op de balans plaats moeten vinden. Investeringen met een lagere aanschafwaarde worden niet geactiveerd, maar direct in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie verantwoord.
Doordat elke investering vanaf 2021 boven de € 100.000 wordt geactiveerd en afgeschreven, stijgen de kapitaallasten van 2021 t/m 2070. Vanaf 2070 stabiliseren de kapitaallasten als het investeringsvolume gelijk blijft. Er is voor vijftig jaar gekozen omdat de kapitaallasten tot dit punt stijgen doordat civiele constructies in vijftig jaar worden afgeschreven. Dit is een benadering waarin wordt toegewerkt naar een ideaalcomplex waarbij de vervangingsbehoefte altijd kan worden gedekt vanuit de exploitatiebegroting.
Ontwikkeling kapitaallast
€ 40.000.000 € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000 € 5.000.000 €0 1
3
5
7
9
11 13 15 17 19 21 23 25
27 29 31
33 35 37
39 41
43 45
47 49
Figuur 7: ontwikkeling kapitaallasten
48
49
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlage 2: Opbouw vaste activa reserve openbare verlichting
civiele constructies
Door het activeren van investeringen, zijn de kosten in de eerste jaren lager dan dat er aan budget beschikbaar is. We brengen de totale kosten van de investering namelijk niet direct ten laste van het jaar van uitvoering, maar spreiden de kosten over de levensduur van de investering. De onderbesteding ten opzichte van de huidige begroting wordt gestort in een vaste activa reserve. Na het inlopen van het achterstallig onderhoud (na tien jaar) is er een periode waarin de vaste activa reserve oploopt tot meer dan € 20 miljoen. Via deze reserve dekken we de kosten in de jaren dat de benodigde financiële middelen verder zijn toegenomen als gevolg van de oplopende kapitaallasten en onderhoudskosten.
Renovatie onderdoorgang Gasthuismolenbrug
€ 25.000.000
Wanneer: 2017 Waar: Ondiep Wie: Bewoners(commissies), Gemeente, ProRail, NUON, Kunstenaar Hans van Lunteren
€ 20.000.000
€ 15.000.000
€ 10.000.000
€ 5.000.000
€0 1
3
5
7
9
11
13
15
17
19
21
23
25
27
29
31
33
35
37
39
41
43
45
47
49
Bewoners van vier bewonerscommissies Noordsepark, Hogelanden WZ, Lauwerecht-N en de Hoogstraatbuurt bekommerden zich al jaren om de spoorbrug. In het begin afzonderlijk maar later gezamenlijk. De spoorbrug werd unaniem uitgeroepen tot het ‘engste tunneltje van Nederland’! Naar aanleiding van dit bewonersinitiatief is er geld vrijgemaakt voor een opknapbeurt. De graffiti werd aangepakt en de openbare verlichting vernieuwd. Er is een dimbare ledlijn geplaatst die is weggewerkt en indirect via het plafond het licht verspreid in de onderdoorgang zonder dat er licht naar het water van de Vecht verspreid wordt en zonder dat weggebruikers verblind worden door het led-licht.
Figuur 8: Theoretisch verloop vaste activa reserve van 2021 t/m 2070
50
51
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlage 3: Externe factoren berekeningen Voor de komende jaren staan vanuit de ontwikkelprojecten voor miljoenen aan uitbreidingsinvesteringen in de openbare ruimte gepland. Veranderingen in de te beheren openbare ruimte en in de hoeveelheid te beheren openbare ruimte hebben financiële consequenties voor het onderhoud, de zogenoemde areaalmutaties. Onder een areaalmutatie wordt verstaan: “een uitbreiding, inkrimping en/of wijziging (in materiaal) van de openbare ruimte en het effect van deze mutatie op de omvang van de beheerbudgetten”.
Ziekten en plagen We werken met levend materiaal dat ziek kan worden, dat kan leiden onder een plaag. Invasieve exoten hebben een verstorend effect op inheemse soorten of systemen en concurreren deze soms zelf weg. De klimaatverandering heeft hierop een versterkend effect, omdat inheemse planten en dieren het als gevolg daarvan moeilijker krijgen, terwijl de exoten juist baat kunnen hebben bij de warmere en drogere omstandigheden. Een aantal soorten (ambrosia, reuzenberenklauw en de eikenprocessierups) veroorzaken diverse gezondheidsklachten, terwijl andere soorten schade kunnen toebrengen aan de openbare ruimte door explosieve en ongebreidelde groei (Japanse duizendknoop). Plagen ontstaan tegenwoordig veelal door het ontbreken van (voldoende) biodiversiteit en een te grote mate van homogeniteit in beplantingen en inrichting. In de afgelopen jaren zijn er een flink aantal (boom)ziektes bijgekomen die een reële bedreiging vormen voor met name ons bomenareaal (bijvoorbeeld de essentaksterfte of de kastanjebloedingsziekte). De financiële effecten van dit soort plagen zijn lastig goed te begroten en de uitgaven kunnen per jaar fluctueren.
Ontwikkelprojecten Bij de voorjaarsnota 2003 zijn procedurele regels met betrekking tot de toewijzing van verantwoordelijkheden voor het opstellen van beheerparagrafen vastgesteld. Samengevat komen deze regels erop neer dat Stadsbedrijven voor een deel van de projecten een bedrag aan beheergeld ontvangt bij de begroting (stelpost areaalmutaties) om nieuwe of gewijzigde openbare ruimte te kunnen onderhouden. Voor projecten die niet onder de stelpost vallen, regelt de initiatiefnemer de benodigde beheergelden bij de kredietaanvraag. De komende periode zullen bijvoorbeeld de Uithoflijn en de Noordertunnel in ons beheerareaal worden opgenomen. Hier moeten goede afspraken over worden gemaakt.
Lunenburchdreef Hier zijn bomen met een slechte conditie vervangen. Hierbij zijn de brede stoepen zoveel mogelijk vergroend, zodat de nieuwe bomen veel lucht en water krijgen. Ook heeft dit een positief effect op de afvang van regenwater en geeft de straat een groenere aanblik.
VAT De kosten die worden gerekend voor Voorbereiding, Administratie en Toezicht zijn onzeker. Wanneer projecten integraler worden benaderd, kunnen de VAT-kosten sterker toenemen of juist minder sterk toenemen dan geraamd. Jaarlijks wordt in een evaluatie berekend welk VAT-percentage is uitgegeven voor dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.
52
53
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlage 4: Beeldkwaliteit Het landelijk kenniscentrum voor de openbare ruimte CROW hanteert in publicatie 323 de volgende kwaliteitsniveaus. Ook in deze kadernota wordt kwaliteit beschreven aan de hand van deze niveaus.
Beeldniveau Goed (A): Gebieden met een goed beheerniveau zijn bijzondere en/of karakteristieke gebieden. Dit zijn markante gebieden die een representatieve functie hebben. Ze zijn meestal met bijzondere en/of karakteristieke elementen of voorzieningen ingericht. Het beheeruitgangspunt is dat de openbare buitenruimte gekenmerkt wordt door een aantrekkelijk, goed verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert.
Beeldniveau Voldoende (B): Als beheeruitgangspunt geldt, dat de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een goed verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert.
Beeldniveau Matig (C): Als beheeruitgangspunt geldt, dat de openbare ruimte wordt gekenmerkt door een acceptabel en verzorgd en schoon beeld en in een verkeersveilige situatie verkeert.
Beeldniveau Slecht (D):
Theemsdreef
Dit beeldniveau is de ondergrens. Geconcludeerd kan worden dat het ingrijpmoment tussen niveau B en C moet liggen. Het beeldniveau D zal alleen incidenteel mogen voorkomen. Wanneer er sprake is van beeldniveau D dan is er sprake van achterstallig onderhoud.
Hier is de ondergrond bij de bestaande bomen verbeterd, omdat die in conditie achteruit gingen. Ook hier is gelijk vergroening toegepast in de brede stoepen. Beter voor de bomen, beter voor de uitstraling van de straat.
54
55
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlage 5: Inspectieregimes Elk object in de openbare ruimte wordt op een andere manier geïnspecteerd. Dit gebeurt op basis van normen en inspectieregimes. In deze nota zijn de kwaliteitsoverzichten uit paragraaf 3.4 met behulp van een landelijke CROWverdeelsleutel vertaald, zodat elk object een beoordeling heeft conform de CROW-beeldmaatlatten (A+ t/m D).
VAKGEBIED
NORM
TOELICHTING NORM
INSPECTIEREGIME
Bomen
VTA
Visual Tree Assessment (VTA) is
Inspectie van alle bomen elke
een manier om bomen visueel
drie jaar. Attentiebomen worden
en vervolgens grondig te onderzoeken op interne gebreken
jaarlijks geïnspecteerd
Kwaliteitsinstrument voor
Periodieke schouw
Groen
KI-OOR
onderhoud van de openbare ruimte (KI-OOR). Het maakt kwaliteit objectief meetbaar en bespreekbaar Speeltoestellen
Begraafplaatsen
Warenwetbesluit
Betreft wettelijke voorschriften
Alle speeltoestellen viermaal
Attractie- en Speel
per jaar geïnspecteerd en direct
toestellen (WAS)
gerepareerd
Bouwbesluit,
Betreft wettelijke voorschriften
plus richtlijnen Monumentenwet Verhardingen
CROW publicaties 146
Standaard voor uitvoer technische
Alle hoofdwegen en hoofdfiets-
en 147 (versies 2011)
inspecties voor beoordelen
routes worden jaarlijks geïnspec-
kwaliteit en systematiek
teerd en de woonstraten en
wegbeheer
overige fietspaden tweejaarlijks
Betreft wettelijke voorschriften
Alle kunstwerken worden
Civiele
Bouwbesluit 2015 en
constructies
Woningwet, NEN 2767,
periodiek geïnspecteerd
CUR117
(gemiddeld elke 2 tot 4 jaar). Bij veroudering van objecten wordt de inspectiefrequentie opgehoogd naar eenmaal per jaar.
Openbare
CROW publicatie 145
Systematiek op de beheerkosten
Afhankelijk van het type lamp
verlichting
(versie 2004)
van de openbare ruimte inzichtelijk
wordt de openbare verlichting
maken en te gebruiken bij beheer
elke 2 tot 6 jaar geïnspecteerd
Verkeersregel-
CROW publicaties 145
Systematiek om de beheerkosten
Alle verkeersregelinstallaties
installaties
(versie 2004)
van de openbare ruimte inzichtelijk
worden elke twee jaar
te maken en te gebruiken
geïnspecteerd
Vredenburgkade Hier zijn twee bomen geplant in een bijna onmogelijke situatie door de ondergrondse situatie. Hier is een dubbele krattenconstructie aangelegd. Één onderin, waar water wordt gebufferd. Dit wordt gevoed door het hemelwaterriool. Hierdoor kunnen de bomen ook in droge maanden van het water gebruik maken. En een krattenlaag bovenin, om te voorkomen dat de bomen wortelopdruk gaan veroorzaken.
bij beheer
56
57
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrecht
Bijlage 6: Verklarende woordenlijst Objecten, kapitaalgoederen en openbare ruimte: In de vorige nota’s beschreven we objecten in de openbare ruimte vaak als kapitaalgoederen. In deze nota is ervoor gekozen om de term openbare ruimte te gebruiken als het gaat over de gehele openbare ruimte en wordt de term objecten gebruikt als het gaat om specificaties van de openbare ruimte, zoals verhardingen, straatmeubilair, verkeerslichten, bomen etc.
6.1 Werkzaamheden onderhouden en verbeteren openbare ruimte
Klein onderhoud*
Dagelijks onderhoud
Groot onderhoud*
58
Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van lampen in verlichtingsarmaturen of het snoeiwerk van een boom na een hevige storm. Klein onderhoud is veelal bedoeld om direct gebreken en gevaarlijke situaties op te heffen. Maatregelen met hoge frequentie en repeterend karakter met het doel om de functionaliteit en netheid te borgen. Deze reparaties of ingrepen zijn noodzakelijk om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau. Groenonderhoud (maaien, snoeien) kent voornamelijk dagelijks onderhoud. Tot dagelijks onderhoud worden ook inspecties en metingen gerekend. Door het herhalende karakter zijn de kosten nagenoeg jaarlijks hetzelfde.
Vervanging*
Investeringen ten behoeve van de vervanging van een bestaand actief als gevolg van economische veroudering of slijtage. Duidelijk is dat de levenscyclus niet voor elk object hetzelfde is, wegen gaan bijvoorbeeld doorgaans langer mee dan speeltoestellen.
Achterstallig onderhoud* Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau, wordt aangemerkt als achterstallig onderhoud. Achterstallig onderhoud vanwege niet tijdige uitvoering van onderhoud, eventueel door onvoldoende beschikbaar gesteld budget, kan leiden tot schade (hogere herstelkosten = kapitaalvernietiging) en/of onveilige situaties. Er kan ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau.
* Definities komen uit de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV.
Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud is in de regel gepland onderhoud van veelal ingrijpende aard als gevolg van slijtage, dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere periode van gebruik moet worden verricht. De kosten verschillen hierdoor sterk per jaar. Voorbeelden hiervan zijn het vervangen van pompen van een rioolstelsel of het periodiek baggeren van watergangen.
59
Colofon Uitgave
Gemeente Utrecht Tekst
Planterra Leusden Redactie
Gemeente Utrecht Stadsbedrijven Fotografie
Gemeente Utrecht Ontwerp en opmaak
Utregse Ontwerpers | Lawine Meer informatie
Utrecht.nl september 2020