CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht (Meetjaar2022, NSL Monitor 2023)

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Luchtkwaliteit16.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In Utrecht meet het RIVM de concentraties PM10 op de LML-straatmeetstations aan de Kardinaal de Jongweg en de Constant Erzeijstraat. De dalende trend in Utrecht past binnen het landelijke beeld. De meetgegevens zijn te downloaden via de website luchtmeetnet.nl (zie ook bijlage IX).

Figuur 3.4 Jaargemiddelde concentraties fijnstof in Nederland 1992-2022 (Bron: RIVM/DCMR/GGD Amsterdam 2023; (https://www.clo.nl/indicatoren/nl0532-fijnere-fractie-van-fijn-stof-pm-25).

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

30/52

Het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) gebruiken we vaak als algemene indicator voor alle gezondheidseffecten die een relatie hebben met fijnstof. De WHO stelt dat blootstelling aan PM2,5 schadelijker is dan blootstelling aan PM10. De WHO hanteerde een (jaargemiddelde) advieswaarde van 10 µg/m3, en heeft deze in 2021 aangescherpt naar 5 µg/m3. In de PM2,5 concentraties is vanaf 2009 een vrijwel gelijke daling waarneembaar als bij PM10. Het is dan ook de daling in het fijnere deel die de daling in de fijnstofconcentraties domineert17. De gemeten (achtergrond)concentraties in 2022 voor PM2,5 zijn landelijk gemiddeld iets lager dan die van 2021, behalve op de regionale achtergrondstations waar een licht stijging is te zien. Over het algemeen genomen zijn de concentraties fijnstof sinds 2020 nauwelijks veranderd. Sinds 2012 meet het RIVM ook concentraties PM2,5 op het LML-straatmeetstation aan de Kardinaal de Jongweg en het LML-stadsachtergrondstation Griftpark. In 2022 bedroeg de jaargemiddelde concentratie (bepaald op basis van uurwaarden) bij de locatie Griftpark 10 µg/m3 en bij de locatie Kardinaal de Jongweg 11 µg/m3. De meetgegevens zijn te downloaden via de website luchtmeetnet.nl (zie ook de grafieken in bijlage IX).

De website van de Atlas Leefomgeving maakt met een animatie de jaarlijkse ontwikkeling van de fijnstofconcentratie vanaf 2013 tot en met 2021 op een heldere manier inzichtelijk (in de animatie is het jaar 2022 nog niet opgenomen). Onderstaande afbeeldingen geeft de concentraties (in µg/m3) weer van PM2,5 in de jaren 2013 (links) en 2022 (rechts):

17

Hoogerbrugge, R., Nguyen, L., Wesseling, J., Van den Elshout, S., Willers, S., Visser, J. & S. Van der Zee, (2016) Trends in PM10- en NO2-concentraties. Tijdschrift Lucht nummer 3, juni 2016, 13-16. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

31/52

3.2 Luchtverontreiniging tijdens de jaarwisseling (landelijk en op LML-stations in Utrecht) Tijdens de jaarwisseling veroorzaakt het afsteken van vuurwerk in korte tijd forse luchtverontreiniging met onder andere sterk verhoogde niveaus van fijnstof (PM10 en PM2.5). Ongeveer de helft van deze fijnstof uitstoot (52%) bestaat uit de fijnere fractie van fijnstof (PM2.5). De fijnstofuitstoot (PM10) tijdens oud en nieuw bedroeg in 2020 ongeveer 7% van de totale fijnstofuitstoot in een jaar (landelijk gemiddeld), tegen ongeveer 6% voor PM2,5. In 1990 was de bijdrage aan PM10-emissies nog ongeveer 0,6% (zie figuur 3.5).

Figuur 3.5

Aandeel van vuurwerk in de fijnstofuitstoot 1990-2021. Bron Emissieregistratie

Net als in andere jaren waren de fijnstof concentratiewaarden op de LML-straatmeetstations van het RIVM aan de Kardinaal de Jongweg en de Constant Erzeijstraat rond, en met name kort na de jaarwisseling van 2021/2022 en 2022/2023 (sterk) verhoogd (zie onderstaande figuren en Bijlage XIV). Concentratie fijn stof rond de jaarwisseling 2022/2023 1000

900

900

microgram PM10 per kubieke meter

microgram PM10 per kubieke meter

Concentratie fijn stof rond de jaarwisseling 2021/2022 1000

800

700

600

500

400

300

200

100

800

700

600

500

400

300

200

100

0

0 -12

-9

-6

-3

0

3

6

9

12

-12

-9

-6

-3

0

Uren voor en na de jaarwiseling

Stedelijke stations

Regionale stations

NL10636 KdJ

NL10639 CE

3

6

9

12

Uren voor en na de jaarwiseling

Stedelijke stations

Regionale stations

NL10636 KdJ

NL10639 CE

Figuur 3.6 Concentraties fijnstof (PM10) in µg/m3) in de uren vóór en na de jaarwisseling 2021/2022 (links) en 2022/2023 (rechts) op stedelijke en regionale stations in Nederland, waaronder de stedelijke RIVM-stations Kardinaal de Jongweg en Constant Erzeijstraat (Bron: RIVM www.luchtmeetnet 2024). Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

32/52

De variatie in gemeten fijnstofconcentratiepieken tijdens de jaarwisselingen komt vooral door de verschillen in weersomstandigheden, met name de windsnelheid (zie figuur 3.7). Zwakke wind zorgt voor weinig verspreiding van het fijnstof en verhoogde concentraties, harde wind voor sterke verspreiding en lagere concentraties. Als het regent slaat een aanzienlijk deel van fijnstof neer. De lagere concentratiepiek in de jaarwisseling 2021/2022 komt door een matige tot vrij krachtige zuidwestelijke wind (windkracht 4) in combinatie met de lagere emissies door het vuurwerkverbod. In coronatijd was het in heel Nederland verboden vuurwerk af te steken (jaarwisseling 2020/2021 en 2021/2022). Ondanks het verbod is tijdens beide jaarwisselingen overigens wel vuurwerk afgestoken, maar veel minder dan in de niet-coronajaren. Het algehele vuurwerkverbod was bij de jaarwisseling van 2022/2023 niet meer van kracht. Omdat vuurwerk slechts eenmaal per jaar wordt afgestoken is de bijdrage aan het jaartotaal van fijnstofemissie gering. Toch neemt het relatieve aandeel aan fijnstofemissies toe. Dit komt omdat de hoeveelheid afgestoken consumentenvuurwerk sinds 1990 is toegenomen. Daarnaast zijn de fijnstofemissies van belangrijke bronnen als verkeer en industrie afgenomen.

Figuur 3.7 Relatie tussen piekconcentratie fijnstof (PM10) in µg/m3) en windsnelheid (m/s) kort na de jaarwisseling in Nederland 1994-2022 (Bron: RIVM www.luchtmeetnet 2022; RIVM/DCMR/GGD Amsterdam 2023).

Naast de metingen op de Utrechtse meetstations van het LML laat het Samen Meten-dataportaal zien wat het afsteken van vuurwerk betekent voor de fijnstofmetingen door inwoners (Citizen science / Burgerwetenschap) met fijnstofsensoren verspreid over de stad van inwoners. De website van SamenMeten brengt dit voor 2021/2022 en 2022/2023 met animaties in beeld.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

33/52

3.3 Invloed van het weer Wisselende meteorologische omstandigheden (meteo) hebben een sterke invloed op de maandelijkse en jaarlijkse variatie in de stikstofdioxidemetingen. Het weer heeft niet alleen een effect op de verspreiding van de plaatselijke emissies (uitstoot), maar ook op de grootschalige achtergrondconcentraties. Wind en regen spelen een rol bij het aanvoeren, verspreiden en neerslaan van luchtverontreinigende stoffen. Zonneschijn en temperatuur bepalen mede vorming en afbraak van deze stoffen. Variaties in de meteo leiden in de regel, bij gelijke emissies, tot toe- en afnamen in jaargemiddelde achtergrondconcentraties van ongeveer 5% voor NO2 (en 9% voor PM10). Om de weersinvloed te kunnen duiden, bespreken we de meteorologie op enkele nabij Utrecht gelegen KNMI-stations. Paragraaf 3.2.1 gaat in op de overeenkomsten en verschillen in het weer tussen 2022 en voorgaande jaren. Paragraaf 3.2.2 bespreekt de gevolgen van het weer op de meetwaarden voor luchtkwaliteit.

3.3.1 Het weer in 2022 vergeleken met voorgaande jaren Het KNMI beschrijft het jaar 2022 als ‘Extreem warm, record zonnig en droog’. Deze paragraaf beschrijft het weer en de (mogelijke) invloed hiervan op de gemeten concentraties, aan de hand van meteorologische gegevens van drie rondom Utrecht gelegen meetstations van het KNMI (zie figuur 3.8): Schiphol (station 240), De Bilt (station 260) en Cabauw (station 348). Tabel 3.1 geeft een overzicht van enkele relevante gegevens (Bron: KNMI, http://www.knmi.nl/klimatologie/).

Figuur 3.8 KNMI meteorologische stations met station-nummer.

Temperatuur, neerslag, zon en wind Met een landelijk gemiddelde jaartemperatuur van 11,6 ℃ was 2022 het op twee na warmste jaar sinds het begin van de metingen In 1901 (normaal is 10,5 ℃). Alleen april, september en december waren iets koeler dan normaal. Met landelijk gemiddeld 2233 uur zon was 2022 niet alleen veel zonniger dan 2021 (1800 uur), maar zelfs het zonnigste jaar sinds het begin van de waarnemingen. Normaal is 1774 uur. Met landelijk gemiddeld 729 millimeter (806 millimeter in 2021) was 2022 droog. Normaal valt gemiddeld 795 millimeter. Het (zuid)oosten van het land was het droogst. De regionale verschillen zijn echter groot (figuur 3.9). Deze variatie zien we ook terug in de neerslagcijfers voor Schiphol en De Bilt (droger dan 2021 en ook droger dan het langjarige gemiddelde op deze locaties, maar natter dan het landelijk Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

34/52

gemiddelde van 2022), en Cabauw (natter dan 2021, maar ook natter dan het langjarig gemiddelde voor Cabauw en natter dan het landelijk gemiddeld van 2022). Het verschil in neerslag in 2022 (vergeleken met het voorgaande jaar), is het meest uitgesproken bij Cabauw. Hier viel rond de 94 millimeter meer neerslag. Bij zowel De Bilt als Schiphol viel er juist ongeveer 40 millimeter minder neerslag. De gemiddelde windsnelheid was in 2022 op alle drie de stations (Schiphol, De Bilt en Cabauw) iets hoger dan in 2021, maar nog steeds lager dan het langjarig gemiddelde. De wind kwam in 2022 uit redelijk vergelijkbare richtingen als in 2021. De jaargemiddelde windsnelheid ligt bij Schiphol in het algemeen duidelijk hoger dan bij De Bilt, de gemiddelde windsnelheid bij Cabauw bevindt zich daartussenin. Dit was wederom het geval in 2022 (zie tabel 3.1 en figuur 3.6). De in bijlage X opgenomen windrozen tonen per maand de windrichtingen voor De Bilt, in klassen van 30 graden verdeeld. Voor iedere klasse is in drie Beaufortklassen aangegeven in hoeveel procent van de gevallen deze voorkwam.

Figuur 3.9 Variatie in jaarsom neerslag, zonneschijnduur- (zie volgende pagina) en windrozen De Bilt (zie volgende pagina). (Bron: Jaaroverzicht van het weer in Nederland 2021 c.q. 2022, KNMI)

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

35/52

Vervolg figuur 3.9 Variatie in zonneschijnduur en windrozen De Bilt. (Bron: Jaaroverzicht van het weer in Nederland 2021 c.q. 2022, KNMI).

Tabel 3.1 Meteorologische gegevens voor drie KNMI-meetstations (Schiphol, De Bilt en Cabauw).

Schiphol

De Bilt

Cabauw

2021

N*

2022

2021

N*

2022

2021

N*

2022

Gem. temperatuur (℃)

10,6

10,7

11,8

10,5

10,5

11,6

10,4

10,4

11,5

Jaarsom neerslag (mm)

861

850

819

861

855

821

720

770

814

Zonneschijn (uren)

1771

1780

2247

1726

1715

2209

1818

-

2265

Gem. windsnelheid (m/s)

4,5

5,0

4,8

3,2

3,6

3,3

4,0

4,3

4,1

* N = normaal (langjarig gemiddelde 1991-2020) (Jaaroverzicht van het weer in Nederland 2021 c.q. 2022, KNMI).

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

36/52

3.3.2 Weersomstandigheden en meetwaarden De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (emissies) in de atmosfeer én de weersomstandigheden bepalen hoe schoon of vervuild de lucht is. De luchtvochtigheid beïnvloedt bijvoorbeeld de vorming van fijnstof uit stikstofoxiden (NOX) afkomstig van uitlaatemissies, regen zorgt voor verwijdering van fijnstof. Wind verspreidt en verdunt de vervuiling, afhankelijk van windsnelheid en -richting. Weinig wind draagt bij aan hogere fijnstof concentraties. Tijdens hittegolven ontstaat ozon uit een reactie tussen koolwaterstoffen en stikstofoxiden onder invloed van zonlicht. Het was in 2022 in de regio Utrecht gemiddeld warmer en droger, het waaide gemiddeld (iets) harder, en er was meer zon dan in 2021. De weersomstandigheden in Utrecht waren daarmee al met al in 2022 deels gunstiger, deels ongunstiger voor de luchtkwaliteit dan in 2021. Al met al nemen we in 2022 in Utrecht iets lagere, gemeten concentraties stikstofdioxide waar dan een jaar eerder. De ozonconcentraties waren wat hoger en de meetwaarden voor fijnstof vergelijkbaar. Meer zonneschijn en hogere temperaturen zorgen in algemene zin voor hogere ozonconcentraties (O3) en lagere stikstofdioxideconcentraties. In de zomer zijn de stikstofdioxideconcentraties door afbraak onder invloed van zonlicht (veel) lager dan in de winter.

In steden vindt uitstoot van stikstofoxiden vooral plaats door wegverkeer. Op stedelijke achtergrondlocaties en in meer rurale gebieden (met minder verkeer) is minder stikstofoxide aanwezig. Daarom vindt hier relatief minder ozon-omzetting plaats en treffen we hier relatief hogere ozonconcentraties aan. Er viel er in 2022 in Nederland landelijk gemiddeld ongeveer tien procent minder neerslag dan in 2021. Bij het meest nabij Utrecht gelegen KNMI meteostation (De Bilt) viel zo’n vijf procent minder neerslag dan in het jaar daarvoor. Droger weer zorgt in het algemeen voor relatief hogere fijnstofconcentraties. In en rondom Utrecht was de gemiddelde windsnelheid in 2022 iets hoger dan in 2021 (maar nog steeds lager dan normaal). Los van de lokale weersomstandigheden speelt uiteraard mee dat door de geringe toename van verkeer en economische activiteit in Nederland de landelijke emissies van fijnstof en stikstofdioxide in 2022 iets hoger waren dan in 2021.

3.4 Variatie in ruimte en tijd 3.4.1 Achtergrondconcentraties, invloed snelwegen en lokale variaties De stikstofdioxidemetingen laten zien dat de jaargemiddelde achtergrondconcentraties in de stad in het algemeen hoger zijn dan in het buitengebied. Dit komt door de emissies van stedelijke bronnen. Deze verhoging ligt bij de stadsachtergrondlocaties gemiddeld tussen de 3 tot 4 microgram per kubieke meter. Vergelijk bijvoorbeeld regio-meetlocatie Westbroek (12,8 μg/m3) met de stadsachtergrondlocaties Maximapark (13,4 μg/m3) of Wijk C (18,0 μg/m3). De stadsachtergrondlocaties Griftpark (13,4 μg/m3), Wilhelminapark (13,7 μg/m3), Voordorp-midden (14,0 μg/m3), Rijnsweerd-midden (14,3 μg/m3) en Rivierenwijk (14,4 μg/m3) kennen in 2022 een relatief lage stadsachtergrondconcentratie. Omdat een deel van de stadsachtergrondmeetlocaties nabij snelwegen en/of het Amsterdam-Rijnkanaal ligt, kon het verschil met de regionale achtergrond oplopen tot zo’n 15 μg/m3. In de afgelopen jaren (vanaf ongeveer 2018) kwam het eerder uit op maximaal zo’n 10 μg/m3. In 2022 is dit het geval bij Kanaleneiland-Zuid rand (23,5 μg/m3), Hoograven-rand Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

37/52

(22,8 μg/m3), en Oog-in-Al rand (22,6 μg/m3). Dit minder grote verschil geldt ook voor de verschillen bij de gepaarde locaties (zie tabel 3.2.). Concentraties langs snelwegen en drukke vaarroutes blijven niettemin vaak (aanmerkelijk) hoger dan op grotere afstand hiervan. Door een ongelijke verdeling van de emissiebronnen (zoals de hoeveelheid verkeer) over de stad en variaties in windcondities en bebouwingsdichtheid zijn de (achtergrond)niveaus niet overal in de stad gelijk. De concentraties in Leidsche Rijn (bijvoorbeeld het Maximapark met 13,4 μg/m3) zijn in het algemeen lager dan in de binnenstad (bijvoorbeeld Wijk C met 18,0 μg/m3 of Monicahof met 15,2 μg/m3). In 2022 was de overheersende windrichting zoals gebruikelijk zuidwestelijk. De invloed van het verkeer op de snelwegen rond Utrecht, in combinatie met de overheersende windrichting, is duidelijk terug te zien in zowel de concentraties als de verschillen in concentraties bij de ‘gepaarde’ locaties (zie tabel 3.2 en figuur 3.10). De locatie Rijnsweerd-rand, ten westen van de A27, is ook belast door de Weg tot de Wetenschap, wat een relatief groot verschil met Rijnsweerd-midden geeft. Bij Kanaleneiland en Oog-inAl speelt ook de invloed van het Amsterdam-Rijnkanaal mee. Tabel 3.2 Jaargemiddelde NO2 concentraties in [µg/m³] ter bepaling invloed snelwegen.

Meetlocatie Rand (naam en code) Hoograven (U10)

Afstand

NO2

NO2

NO2

Afstand

tot

rand

∆ in

midden

tot

Midden (naam en

rijksweg

2022

rijksweg

[m]

(2021/2020/2019/2018)

[m]

code)

590

Hoograven

51

22,8

7,0

15,8

(5,0/5,6/6,2/6,1) Kanaleneiland-

280

23,5

Zuid (U12) Oog in Al (U15)

3,3

(U11) 20,2

850

(2,2/2,7/4,6/2,8) 210

22,6

5,7

57

16,2

2,2

16,9

490

49

18,5

4,2

14,0

330

112

16,3

Lunetten (U8)

160

16,9

2,9

14,3

415

(A12)

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

(1,3/1,8/2,3/2,5)

Rijnsweerd (U21)

13,4

(3,1/3,8/5,1/4,2) 1,1

Voordorp (U19)

(4,5/4,0/5,8/7,1) De Meern (U22)

Oog in Al (U16)

(2,8/2,5/1,9/3,6) Rijnsweerd (U20)

KanaleneilandZuid (U13)

(6,3/6,5/7,8/5,0) Voordorp (U18)

Meetlocatie

15,8

2400

Maximapark

(A12)

(U7)

740

Lunetten (U9)

(A27)

38/52

Figuur 3.10 Voor het jaar 2022 berekende Rijkssnelwegbijdragen aan de NO2 concentraties (in µg/m3) per 100 bij 100 meter vak. De getallen in de afbeelding tonen de gemeten jaargemiddelde NO2-concentraties bij de achtergrondmeetlocaties.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

39/52

3.4.2 Concentratiepatroon binnen een kalenderjaar Op alle meetlocaties zien we binnen een kalenderjaar lagere concentraties in de zomer en hogere in de winterperiode door o.a. de meteorologische omstandigheden (overheersende windrichting, neerslag en opbouw en dikte atmosferische grenslaag) en verschillen in verkeersintensiteiten. Ter illustratie staan in figuur 3.11 drie paar afbeeldingen van de (ongecorrigeerde) metingen in 2021 en 2022 op een meetlocatie voor de regionale achtergrond (Westbroek), op een stadsachtergrondlocatie (Griftpark) en langs een verkeersbelaste straat (Constant Erzeijstraat).

Meetpunt Westbroek Ongecorrigeerd jaargemiddelde in 2021 [12,0] μg/m3 en in 2022 [12,5]

Meetpunt Griftpark Ongecorrigeerd jaargemiddelde in 2021 [13,4] μg/m3 en in 2022 [13,1]

Meetpunt Constant Erzeijstraat Ongecorrigeerd jaargemiddelde in 2021 [20,3] μg/m3 en in 2022 [20,0]

Figuur 3.11 Variatie binnen het jaar (links: 2021 en rechts 2022) van gemeten (ongecorrigeerde) NO2-concentraties op meetpunten Westbroek (regionale achtergrond), het Griftpark (stadsachtergrond) en de straatmeetlocatie C. Erzeijstraat.

3.5 Vergelijking berekende concentraties 2021 en 2022 In de onderstaande tabellen vergelijken we de gemiddelde concentraties in 2021 en 2022, zoals berekend op de wettelijke toetsafstand van de weg. In bijlage XI t/m bijlage XIII staan de voor de gemeente Utrecht berekende concentraties voor het jaar 2022 in kaartvorm weergegeven.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

40/52

De berekende gemiddelde concentraties NO2 waren in het jaar 2022 hoger dan in 2021 met een stijging van 4,7% t.o.v. 2021. Voor PM10 geldt dat de waarden over 2022 nauwelijks zijn veranderd (stijging van 0,5 % t.o.v. 2021), terwijl voor PM2,5 de gemiddelde concentraties juist iets lager lagen dan in 2021, met een daling van 1,9% t.o.v. 2021. Zowel voor NO2 als voor PM10 is de achtergrondconcentratie in 2022 gestegen ten opzichte van 2021. Voor PM2,5 daalde de achtergrondconcentratie juist iets. De concentraties blijven op een relatief laag niveau vergeleken met de periode vóór de coronapandemie. Dit ondanks de lichte opleving (na de twee coronajaren 2020 en 2021) van economische activiteit en de toename van verkeer. Wijziging in emissies zijn bijvoorbeeld toe te schrijven aan een geleidelijk ‘schoner’ wordend wagenpark. Daarnaast daalde het aardgasverbruik in 2022 in de gebouwde omgeving (huishoudens en andere gebouwen, zoals winkels, horeca en ziekenhuizen) met bijna 20 procent ten opzichte van 2021 en daaraan gerelateerd nam de emissie van stikstofoxiden (als NO2) in de consumentensector landelijk gemiddeld met bijna 14% af. Meer informatie over de emissies per sector van de luchtverontreinigende emissies op Nederlands grondgebied is te vinden op de website van de Emissieregistratie.

Deze vormen de input voor de modellering van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen en stikstofdepositie. Tabel 3.3 Vergelijking jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) 2022 en 2021

2021

2021

2022

2022

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

Gemiddeld

21,1

16,3

22,1

17,0

Maximum

33,3

20,6

35,9

23,0

Minimum

12,1

10,7

13,2

11,8

Tabel 3.4 Vergelijking jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) 2022 en 2021

2021

2021

2022

2022

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

Gemiddeld

18,2

17,5

18,3

18,2

Maximum

21,3

19,2

21,2

19,3

Minimum

15,7

15,5

16,8

16,7

Tabel 3.5 Vergelijking jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM2,5) 2022 en 2021

2021

2021

2022

2022

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

Gemiddeld

10,5

10,3

10,3

10,1

Maximum

12,3

11,6

11,8

11,2

Minimum

8,8

8,7

9,1

9,0

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

41/52

3.6 Vergelijking verkeersemissies vanaf 2015 We streven vanuit ons luchtkwaliteitsbeleid naar een voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit (en daarmee de gezondheid), waarbij het versneld behalen van de WHO-advieswaarden-2005 voor fijnstof als richtlijn geldt18. Om de voortdurende verbetering inzichtelijk te maken kijken we naar twee aspecten: de emissies (uitstoot) door het verkeer en de concentraties/grenswaarde-overschrijdingen. Door weersomstandigheden kunnen de concentraties bij dalende emissies toch hoger zijn. Daarom kijken we in deze paragraaf naar de verkeersemissies in de afgelopen jaren (vanaf 2015). In de periode tussen 2015 en 2019 zijn de verkeersintensiteiten bijna elk jaar enigszins toegenomen en zijn regelmatig kleine uitbreidingen aan het wegennetwerk toegevoegd in het model. In het eerste coronajaar 2020 daalde het aantal motorvoertuigen in het gebied binnen de ring van snelwegen en de Zuilense Ring/Karl Marxdreef fors (circa 22%). In 2021 en 2022 neemt het aantal motorvoertuigen dat Utrecht in- en uitrijdt weer enigszins toe (Monitor Mobiliteitsplan 2023) . Wel is het aantal in 2022 nog steeds duidelijk lager dan in 2019 (circa 11%), voordat de coronapandemie uitbrak. Ondanks die wijzigingen in verkeersintensiteiten zijn de verkeersemissies sinds 2015 stelselmatig gedaald.

De oorzaak van de trendmatige daling is de lagere emissie per voertuig, als gevolg van het steeds schoner worden van voertuigen met een verbrandingsmotor en het stijgend aandeel elektrische voertuigen. De grootste daling treedt op voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). De kleinste daling zit bij de fijnstof PM10, een stof die zowel bij verbrandingsprocessen (motor) als bij slijtage (banden, remmen) vrijkomt. Tabel 3.6 toont de relatieve verkeersemissies voor stikstofoxiden (NOx en NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5), waarbij de emissies voor het jaar 2015 op 100% zijn gesteld. De tabel toont de verandering van emissies in de daaropvolgende jaren ten opzichte van 2015. De relatieve verkeersemissies geven een beeld van de uitstoot van het verkeer op de (drukke) Utrechtse wegen. Hiervoor vermenigvuldigen we de verkeersintensiteiten met de bijbehorende emissies per weglengte. Hierbij is gekozen voor een percentage (en niet een absoluut getal), omdat in het verkeersmodel niet de ‘lagere orde’ wegen (waarover weinig verkeer rijdt) zijn opgenomen. Tabel 3.6 Vergelijking verkeersemissies van luchtverontreinigende stoffen 2015 – 2022. De daling in geïndiceerde emissies tussen 2019 en 2022 is dan geheel toe te schrijven aan de verschoning van het wagenpark (lagere emissiefactoren).

Jaar

NOx

2015

100.0%

2016

Direct uitgestoten

Fijnstof (PM10)

Fijnstof (PM2,5)

100.0%

100.0%

100.0%

92.0%

93.0%

100.0%

97.8%

2017

88.2%

92.3%

97.9%

86.8%

2018

98.6%

92.9%

97.3%

82.7%

2019

92.8%

90.4%

93.9%

74.7%

2020

78.4%

84.1%

92.6%

69.3%

2021

74.5%

83.9%

91.0%

67.2%

2022

82.7%

77.1%

85.7%

57.2%

NO2

18 In 2021 heeft de WHO nieuwe en strengere advieswaarden bepaald. Het gemeentelijk beleid is in 2022 en 2023 echter nog het

streven naar de oude WHO-advieswaarden zoals vastgesteld in 2005. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

42/52

4 Toekomstverwachtingen 4.1 Prognoses voor verkeersemissies t/m 2030 Tabel 4.1 toont dat de daling van de verkeersemissies, ondanks verdere toename in aantal verkeersbewegingen in 2030, naar verwachting doorzet richting 2030. Het wagenpark wordt schoner, mede door een groeiend aandeel elektrische voertuigen en vervanging van oude(re) voertuigen. De verschoning werkt het sterkst door voor ‘direct uitgestoten stikstofdioxide’ en de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5; ongeveer 45% minder emissie) en het minst voor fijnstof (PM10; ongeveer -17%). De beperkte verschoning voor fijnstof komt deels door eerder genomen maatregelen om de uitstoot door dieselauto’s te beperken, waardoor deze minder vervuilend zijn geworden of vervangen door schonere auto’s (‘winst is al geboekt’). Daarnaast stoten elektrische voertuigen weliswaar geen NOx uit, maar zij produceren nog steeds stof (deels PM10) door mechanische wrijving/slijtage (banden, remmen, etc.).

Tabel 4.1 Vergelijking emissies van luchtverontreinigende stoffen 2019-2030. De daling in emissie is dan geheel toe te schrijven aan de verschoning van het wagenpark.

Jaar

NOx

2019

100.0%

2022

Direct uitgestoten

Fijnstof (PM10)

Fijnstof (PM2,5)

100.0%

100.0%

100.0%

89.1%

85.3%

91.2%

76.6%

2025

73.8%

76.9%

86.4%

61.6%

2030

60.9%

55.8%

83.1%

54.1%

NO2

De prognoses in dit rapport houden nog niet volledig rekening met alle extra verschoningen die volgen uit de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord (waaronder de maatregelen van ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’). Deze verschoningen vinden deels binnen Utrecht plaats en deels in andere gemeenten, zodat zowel de eigen, lokale bijdrage als de achtergrondconcentraties een effect kunnen ondervinden.

4.2 Concentratieontwikkeling tot en met 2030 In de onderstaande tabellen staan de jaargemiddelde concentraties zoals die zijn berekend met de NSLRekentool. In bijlage XI t/m bijlage XIII staan de berekende concentraties van de vier stoffen in kaartvorm weergegeven voor 2022 en 2030. Verschillen in berekende concentraties tussen 2022 en 2030 komen door lagere emissies, maar zijn deels ook toe te schrijven aan de manier waarop de rekenmodellen rekening houdt met de meteo omstandigheden (meteo van gepasseerd jaar voor 2022 en langjarige meteorologie voor prognosejaar).

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

43/52

Tabel 4.2 Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) 2022 en 2030

2022

2022

2030

2030

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

Gemiddeld

22,1

17,0

16,4

12,6

Maximum

35,9

23,0

27,8

18,9

Minimum

13,2

11,8

9,6

8,7

Uit tabel 4.2 volgt dat voor stikstofdioxide zowel de totale jaargemiddelde concentratie als de achtergrondconcentraties tussen 2022 en 2030 afnemen. De gemiddelde concentratie daalt met 25,8 % vergeleken met 2022. De afname in concentraties komt voor een groot deel door verlaging van de achtergrondconcentraties, waarin de landelijke verkeersemissies – inclusief de duidelijke afname in stikstofoxidenuitstoot - een grote bijdrage hebben. De tabellen 4.3 en 4.4 tonen dat ook de concentratie fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) in 2030 afneemt ten opzichte van 2022, met respectievelijk 15,8 en 22,3 %. Belangrijke bronnen voor fijnstof zijn landbouw, industrie, verkeer en consumenten (o.a. houtstook). Vanuit de meeste sectoren verwachten we een emissiedaling, de grootste bij de sector landbouw en de sector consumenten. Bij verkeer komt de daling hoofdzakelijk door de Europese emissiewetgeving, die zorgt voor de verschoning van het wagenpark. Die wetgeving heeft ook het gebruik van roetfilters op vrijwel alle nieuwe dieselmotoren noodzakelijk gemaakt, ook bij binnenvaartschepen en mobiele werktuigen. Tabel 4.3 Jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) 2022 en 2030

2022

2022

2030

2030

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

18,3

18,2

15,4

14,7

Maximum

21,2

19,3

17,8

15,7

Minimum

16,8

16,7

13,6

13,4

Gemiddeld

Tabel 4.4 Jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM2,5) 2022 en 2030

2022

2022

2030

2030

Jaargemiddeld

Achtergrond

Jaargemiddeld

Achtergrond

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

[µg/m3]

Gemiddeld

10,3

10,1

8,0

7,8

Maximum

11,8

11,2

9,2

8,8

Minimum

9,1

9,0

7,0

7,0

De afname van de totale jaargemiddelde fijnstofconcentraties is vergelijkbaar met of gemiddeld soms zelf iets geringer dan de afname van de achtergrondconcentraties. Hier speelt ook de toename in de hoeveelheid (lokaal) verkeer een rol, die de afname van de emissies door verschoning van het wagenpark weer deels tenietdoet.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

44/52

4.3 Toetsing berekende concentraties 2030 In deze paragraaf toetsen we de in 2030 verwachte concentraties aan de EU-grenswaarden én aan de WHO-advieswaarden (zie ook Hoofdstuk 5.1). Daarbij kijken we zowel naar de vorige advieswaarden uit 2005 als naar de nieuwe, in 2021 aangescherpte advieswaarden. Deze zijn voor fijnstof en stikstofdioxide (veelal) strenger dan de thans nog geldende grenswaarden van de EU. De grenswaarden vanuit de EU zullen naar alle waarschijnlijkheid op korte termijn ook bijgesteld worden en daarmee strenger worden. De EU-grenswaarden blijven echter, ook na de verwachte bijstelling, minder streng dan de WHO-advieswaarden-2021. We stellen vast dat we in 2030 op een aantal wettelijke toetspunten overschrijding van de (aangescherpte) wettelijke EU-grenswaarden voor stikstofdioxide verwachten. Aan de aangescherpte EU-grenswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) wordt in 2030 naar verwachting wel voldaan. Als het gaat om het voldoen aan de gezondheidskundige WHO-advieswaarden-2021 liggen de kaarten anders en zullen er meer knelpunten ontstaan. Dit betreft dan zowel stikstofdioxide als fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) Het is belangrijk om te beseffen dat overschrijding van de WHO-advieswaarden gepaard kan gaan met (ernstige) risico's voor de volksgezondheid.

Het doel van deze advieswaarden is om de blootstelling aan luchtvervuiling te verminderen, en daarmee gezondheidswinst te realiseren. In het gemeentelijk luchtkwaliteitsbeleid ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ is vastgelegd dat we versneld willen gaan voldoen aan de WHO-advieswaarden-2005 om de gezondheid van onze inwoners te beschermen. Het RIVM schat in dat in (vrijwel) het gehele land in 2030 zal worden voldaan aan de WHO-advieswaarden-2005. Dit geldt ook voor Utrecht. Het voldoen aan de in 2021 aangescherpte WHO-advieswaarden en de aangescherpte grenswaarden vanuit de EU ligt complexer. Met het oog op de stedelijke ambitie om gezondheidswinst te realiseren, is het streven om (op termijn) aan de nieuwe WHO-advieswaarden te voldoen een logische keuze. Het nemen van (nieuwe en/of aanvullende) lokale luchtkwaliteitsmaatregelen draagt hieraan bij. Maar de aangescherpte WHO-advieswaarden komen voor Utrecht alleen binnen bereik als daarbovenop Europa, Rijk, provincies en andere gemeenten maatregelen nemen die de achtergrondconcentraties verminderen: de ‘achtergrondconcentratie’ is een soort ‘deken van luchtverontreiniging’ die over het hele land ligt. Deze ‘deken’ is met lokale luchtkwaliteitsmaatregelen beperkt beïnvloedbaar.

In 2030 liggen de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en voor fijnstof (PM10) in grote delen van de stad Utrecht nog boven de WHO-advieswaarden-2021. Voor fijnstof (PM2,5) ligt de achtergrondconcentratie in 2030 zelfs in de héle stad boven de WHO-advieswaarde-2021. Stikstofdioxide In 2030 nemen de concentraties voor stikstofdioxide verder af. Overschrijdingen van de huidige EUgrenswaarden zijn daarom niet te verwachten. Dit geldt wel voor overschrijdingen van de aangescherpte EU grenswaarden. De hoogst berekende concentratie in 2030 bedraagt 27,8 µg/m3. Uit deze berekende, maximale concentratie blijkt ook dat de WHO-advieswaarde-2005 voor stikstofdioxide (40 µg/m3) in de stad Utrecht nergens wordt overschreden.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

45/52

De aangescherpte WHO-advieswaarde-2021 bedraagt 10 µg/m3. Uit de berekende waarden (in de range van 9,6-27,8 µg/m3) volgt dat zonder extra maatregelen bijna nergens binnen de gemeente Utrecht in 2030 aan deze strengere advieswaarde zal worden voldaan. Fijnstof (PM10) In 2030 nemen ook de concentraties voor fijnstof verder af. Voor fijnstof (PM10) bedraagt de hoogste berekende concentratie 17,8 µg/m3. Er worden daarom wederom geen overschrijdingen van de huidige noch van de aangescherpte EU-grenswaarden verwacht voor fijnstof. Uit de berekende, maximale concentratie blijkt ook dat de WHO-advieswaarde-2005 (20 µg/m3) voor fijnstof in de stad Utrecht nergens meer wordt overschreden. De aangescherpte WHO-advieswaarde-2021 voor fijnstof bedraagt 15 µg/m3. Uit de berekende waarden (in de range van 13,6-17,8 µg/m3) volgt dat slechts in een deel van de stad Utrecht in 2030 aan deze strengere advieswaarde zal worden voldaan. Figuur 4.1 geeft een globale indruk waar dit geldt (groen), en laat ook zien dat het grootste deel van de stad (blauw) nog steeds aan hogere concentraties dan deze advieswaarde wordt blootgesteld.

Figuur 4.1 Overschrijding van WHO-advieswaarde-2021 voor jaargemiddelde concentratie voor fijnstof (PM10) in 2030 (blauw: concentratie groter dan 15 µg/m3, groen: concentratie lager dan 15 µg/m3)

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

46/52

Fijnstof (PM2,5) In 2030 nemen de concentraties voor het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) verder af. Voor fijnstof (PM2,5) bedraagt de hoogste berekende concentratie 9,2 µg/m3. Er worden daarom geen overschrijdingen van de huidige noch van de aangescherpte EU-grenswaarden verwacht. Uit de berekende, maximale concentratie blijkt ook dat de WHO-advieswaarde-2005 (10 µg/m3) voor het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) nergens meer wordt overschreden. De WHO-advieswaarde-2021 (PM2,5) bedraagt 5 µg/m3. Uit de berekende waarden (in de range van 7,09,2 µg/m3) volgt dat in de stad Utrecht in 2030 niet aan deze advieswaarde zal worden voldaan.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

47/52

5 Gezondheidsaspecten en bevolkingsblootstelling 5.1 Gezondheidsaspecten luchtverontreiniging Blootstelling aan luchtverontreiniging veroorzaakt nadelige gezondheidseffecten. Bijvoorbeeld het ontstaan en verergeren van luchtweg- en longaandoeningen en zelfs longkanker. Maar ook het ontstaan en verergeren van aandoeningen van hart en bloedvaten. Kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen (vooral astmapatiënten) zijn extra gevoelig voor de effecten van blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Mensen met hart- en vaataandoeningen zijn extra gevoelig voor fijnstof. De Volksgezondheidsmonitor Utrecht geeft inzicht in de gezondheidssituatie van Utrechters en factoren die de gezondheid beïnvloeden. Van de Utrechtse 18- t/m 64-jarigen heeft 7% astma of COPD. Dit blijkt uit de gezondheidspeiling 202019. Dit percentage is hoger onder 55- t/m 64-jarigen, namelijk 11%. En onder ouderen (65+) ligt dit percentage zelfs op 18%. Gemiddeld heeft 9% van de 18- t/m 64-jarige Utrechters hart- en vaatziekten. Hart- en vaatziekten komen vaker voor op oudere leeftijd. 29% van de 55- t/m 64-jarigen Utrechters heeft een hart- en vaatziekte en de helft (49%) van de Utrechtse ouderen (65+) geeft aan dat zij een hart- of vaatziekte hebben. De meest voorkomende vorm van een hart- en vaatziekte is hoge bloeddruk.

De Europese Unie (EU) heeft voor stikstofdioxide (NO2), en voor fijnstof (PM10 en PM2,5) grenswaarden bepaald waaraan de luchtkwaliteit in haar lidstaten minimaal moet voldoen. Nederland is wettelijk verplicht om (blijvend) te voldoen aan deze EU-grenswaarden. Sinds 2017 worden deze grenswaarden in Utrecht niet meer overschreden. Maar dat betekent niet dat de lucht in Utrecht gezond is. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. De WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit hebben tot doel de wereldwijde bevolking te beschermen tegen de ongunstige gevolgen van luchtverontreiniging. Overschrijding van de WHO-advieswaardeconcentraties kan gepaard gaan met belangrijke risico's voor de volksgezondheid. In 2021 heeft de WHO de advieswaarden bijgesteld op basis van nieuwe onderzoeksresultaten20. Het blijkt dat luchtvervuiling al schadelijk voor de gezondheid is bij lagere niveaus dan de WHO-2005 advieswaarden. Bij een langdurige blootstelling aan fijnstof (PM2,5) bijvoorbeeld, vond men - ook bij lagere concentraties een (sterk) verband met sterfte door hart- en vaatzieken, longkanker en overige longziekten. Voor stikstofdioxide vonden de experts sterk bewijs voor een verband met langdurige blootstelling aan stikstofdioxide en sterfte door COPD.

Daarnaast vonden ze aanwijzingen voor een verband tussen blootstelling aan stikstofdioxide en sterfte aan luchtweginfecties en overige longziekten. Dit heeft geleid tot lagere, strengere advieswaarden. Aan deze aangescherpte WHO-advieswaarden wordt momenteel nog nergens in de gemeente voldaan.

19

De Gezondheidspeiling 2020 is uitgevoerd van eind september tot en met half december 2020 onder de volwassen bevolking van Utrecht en is onderdeel van een tweejaarlijks vragenlijst onderzoek. 20 Particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. Geneva: World Health Organization; 2021. Licence: CC BY-NC-SA 3.0 IGO. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

48/52

5.2 Bevolkingsblootstelling Om te bepalen aan welke concentraties de bevolking wordt blootgesteld, voert het RIVM bij alle woonlocaties luchtkwaliteitsberekeningen uit. Het resultaat van de blootstellingsberekening is een concentratie fijnstof en stikstofdioxide per adres, waar vervolgens het aantal personen aan is gekoppeld dat op die plek woont. Met de per woning berekende concentratie en het aantal bewoners wordt de gemiddelde concentratie berekend waaraan bewoners binnen een gemeente (of in een provincie of in heel Nederland) worden blootgesteld: de bevolkingsgewogen concentratie. Met de bevolkingsgewogen concentratie kan een algemeen beeld van een bepaald gebied worden gegeven in één getal. De bevolkingsgewogen jaargemiddelde concentraties betreffen een gemiddelde concentratie; dit betekent dat er zowel mensen zijn die aan hogere concentraties worden blootgesteld als mensen die aan lagere concentratie worden blootgesteld. De resultaten zijn vooral bruikbaar om in te schatten of de luchtkwaliteit voor de bevolking in een bepaald gebied gemiddeld gezien verbetert of niet. De bevolkingsblootstelling wordt voor elk oneven jaar berekend in de landelijke monitoringsrapportage NSL. Voor de even jaren wordt deze berekend in de Monitoringsrapportage Doelbereik Schone Lucht Akkoord (voortgangsmeting) van het Schone Lucht Akkoord (SLA).

Voor het jaar 2022 wordt de bevolkingsblootstelling dus bepaald in de monitoringsrapportage (tweede voortgangsmeting) van het SLA. Deze monitoringsrapportage van het SLA (tweede voortgangsmeting) verschijnt naar verwachting medio 2024. Dit betekent dat er voor het opstellen van de huidige gemeentelijke monitoringsrapportage geen gegevens beschikbaar waren om de bevolkingsblootstelling in 2022 te beschrijven. Omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen in 2022 vergelijkbaar zijn met die van 2021, zal de bevolkingsblootstelling naar verwachting niet erg verschillen van die van 2021. Voor de bevolkingsblootstelling van 2021 verwijzen wij naar de gemeentelijke monitoringsrapportage 2021.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

49/52

6 Conclusies De luchtkwaliteit is in 2022 nog steeds beter dan in de jaren voorafgaand aan de coronapandemie. Vergeleken met die in 2020 en 2021 is de luchtkwaliteit in Nederland in 2022 er wel iets op achteruitgegaan, vooral door een lichte toename van verkeer en economische activiteit. Dit blijkt uit de berekeningen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) die licht toegenomen concentraties in Nederland en Utrecht laten zien. Het beeld dat de (stikstofdioxide)metingen van het Utrechtse luchtmeetnet tonen, wijkt hier enigszins van af. De jaargemiddelde concentraties kwamen namelijk in 2022 op de meeste stadsachtergrond- en straatmeetlocaties uit op het laagste niveau sinds het begin van de metingen in 2011. Een uitzondering vormden de twee regiomeetlocaties. Hier namen de concentraties in 2022 iets toe vergeleken met 2021 (gemiddeld +0,6 µg/m³). De verschillen met 2021 zijn echter klein. Vergeleken met 2021 nemen in 2022 de concentraties op stadsachtergrond-meetlocaties gemiddeld af met 0,4 µg/m³ (van 17,5 naar 17,1 µg/m³) en op straatmeetlocaties met 0,9 µg/m³ (van 22,0 naar 21,1 µg/m³). Het verband tussen gemeten en berekende waarden voor stikstofdioxide op alle straat-en achtergrondmeetlocaties samen blijft gemiddeld gezien sterk. Niettemin vallen op relatief veel meetlocaties de berekende waarden voor 2022 hoger uit dan de metingen.

Dit is vermoedelijk toe te schrijven aan enige overschatting van de gemodelleerde (stads)achtergrondconcentratie en de gemodelleerde lokale wegbijdrage aan de concentraties door het autoverkeer. Naast het effect van vermoedelijk te hoog ingeschatte verkeersintensiteiten (in het jaar na de coronapandemie), kon door het niet beschikbaar zijn van actuele schalingsfactoren, het verschoningseffect van de milieuzone niet in de berekening worden meegenomen. Er zijn in de gemeente Utrecht in 2022 geen (potentiële) overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. Ook voldoet Utrecht in 2022 overal aan de voormalige (uit 2005) door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbevolen advieswaarden voor stikstofdioxide, maar nog niet overal aan de oude advieswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5). Recentelijk is in Europees verband in principe overeenstemming bereikt over aanscherping van de EUgrenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen. We voorzien dat we in 2030 niet overal in Utrecht zullen voldoen aan de naar verwachting vanaf dat jaar geldende, aangescherpte EU-grenswaarde voor stikstofdioxide. Als we de ontwikkelingen inschatten op basis van vastgesteld en voorgenomen beleid, verwachten we wel aan de aangescherpte EU-grenswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) te voldoen.

Ook na de verwachte aanscherping blijven de EU-grenswaarden echter minder streng dan de WHOadvieswaarden (2021) voor zowel stikstofdioxide als fijnstof (zowel PM10 als PM2,5). De concentraties stikstofdioxide en fijnstof lagen in 2022 nog (ver) boven deze strengere WHO-advieswaarden. Dit zal naar verwachting ook in 2030 nog het geval zijn. Voor een verdere verbetering van de luchtkwaliteit stelde de gemeenteraad in december 2020 het luchtkwaliteitsbeleid en -maatregelpakket 'Utrecht kiest voor gezonde lucht' vast. De effecten van Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

50/52

specifieke maatregelen uit dit pakket zijn niet apart te herleiden in de monitoringsrapportages. Zij verstrengelen met de effecten van zowel internationale als nationale, regionale en (overige) gemeentelijke maatregelen - zoals die uit het Schone Lucht Akkoord- om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het aantal blootgestelden aan hoge concentraties stikstofdioxide en fijnstof neemt in de loop van de jaren weliswaar af, maar gezondheidsschade treedt ook op bij lagere concentraties. Voor een gezonde leefomgeving blijft het daarom wenselijk om de concentraties stikstofdioxide en fijnstof verder te verminderen. Dit wordt onderschreven in het coalitieakkoord voor de periode 2022-2026: ‘‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’. Hierin is de ambitie uitgesproken om te streven naar het bereiken van de (nieuwe, aangescherpte) WHO-advieswaarden (2021), door extra maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verder verbeteren. Dit sluit eveneens aan op de eisen die de toekomstige aanscherping van de EU-grenswaarden stellen.

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023

51/52

7 Literatuur -

RIVM (2018), Volksgezondheid Toekomst Verkenning, VTV-2018 | RIVM RIVM (2021), Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland: Rapportage 2021. R. Hoogerbruge et al. RIVM Rapport 2021-0068.

-

RIVM (2022), Monitoringsrapportage NSL 2022 Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, RIVM Rapport 2022-0018.

-

RIVM (2022), Monitoringsrapportage doelbereik Schone Lucht Akkoord (SLA), Ruyssenaars et al.

-

Luchtmeetnet Utrecht, Luchtmeetnet (utrechtmilieu.nl) Gemeente Utrecht (2018), Raadsbrief Vaststelling geactualiseerd verkeersmodel VRU 3.4, Raadsbrief Vaststelling geactualiseerd verkeersmodel VRU 3.4 Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

-

Atlas leefomgeving: Stikstofdioxide, Stikstofdioxide (NO2) | Atlas Leefomgeving Atlas leefomgeving: Fijnstof, Fijnstof | Atlas Leefomgeving Compendium voor de Leefomgeving: Luchtkwaliteit, Luchtkwaliteit | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl)

-

Luchtmeetnet landelijk, Luchtmeetnet.nl Gemeente Utrecht, Volksgezondheidsmonitor, Lichamelijke gezondheid | Volksgezondheidsmonitor

-

WHO (2021), WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2,5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide, WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide: executive summary

-

Gemeente Utrecht (2023), Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht (Meetjaar 2021, NSL Monitor 2022), Document Utrecht - Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht (Meetjaar2021, NSL Monitor 2022) - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

-

Gemeente Utrecht (2023), Monitor Mobiliteitsplan (Mobiliteitsplan 2040, cijfers over 2022), Document Utrecht - Monitor Mobiliteitsplan 2023 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

-

Centraal Bureau voor de Statistiek Gasverbruik Nederland opnieuw lager | CBS Emissieregistratie Grafieken en kaarten | Emissieregistratie Propellants, Explosives, Pyrotechnics Volume 46, Issue 5 May 2021 pages 825-842. Determination of Particulate Matter Emission Factors of Common Pyrotechnic Articles (wiley.com)

Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023

52/52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3b0d06eb-89d5-42bd-8e7a-9d5b83aa2f1d