Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht (Meetjaar2022, NSL Monitor 2023)
Tekst van het document
MONITORING LUCHTKWALITEIT UTRECHT Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023 Jaarrapportage metingen en NSL-berekeningen
Datum 18 juni 2024 Kenmerk 12016822
Utrecht.nl
Colofon
uitgave Ontwikkelorganisatie Ruimte Gemeente Utrecht 030 - 286 00 00 info@utrecht.nl
in opdracht van Opgavesturing (6) Ontwikkelorganisatie Ruimte Gemeente Utrecht
internet www.utrecht.nl
rapportage Auteurs (in alfabetische volgorde): Erik Boons, Elger Niemendal, Jaap Peters, Emma Tabak, Eddie van der Waard. Met bijdragen van: Dies de Dreu, Lara Haxe en Michiel Kleinnijenhuis. Illustratie voorpagina: Machiel van Wijngaarden/Too Many Words
informatie utrechtselucht@utrecht.nl
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
2/52
Inhoud Bijlagen overzicht Samenvatting 1
Inleiding
8
1.1
Grens- en advieswaarden
10
1.2
Berekenen van de luchtkwaliteit
11
1.3
Meten van de luchtkwaliteit
12
1.4
Maatregelen
13
1.5
Onderweg naar gezonde lucht
14
2
Meet- en rekenresultaten
16
2.1
Uitkomsten landelijke berekeningen 2022
16
2.2
Meetresultaten Utrecht 2022
16
2.3
Toetsing berekende concentraties Utrecht 2022
19
2.4
Vergelijking gemeten en berekende waarden 2022
21
3
Trends luchtkwaliteit tot en met 2022
27
3.1
Gemeten trends
27
3.2
Luchtverontreiniging tijdens de jaarwisseling (landelijk en op LML-stations in Utrecht)
32
3.3
Invloed van het weer
34
3.4
Variatie in ruimte en tijd
37
3.5
Vergelijking berekende concentraties 2021 en 2022
40
3.6
Vergelijking verkeersemissies vanaf 2015
42
4
Toekomstverwachtingen
43
4.1
Prognoses voor verkeersemissies t/m 2030
43
4.2
Concentratieontwikkeling tot en met 2030
43
4.3
Toetsing berekende concentraties 2030
45
5
Gezondheidsaspecten en bevolkings-blootstelling
48
5.1
Gezondheidsaspecten luchtverontreiniging
48
5.2
Bevolkingsblootstelling
49
6
Conclusies
50
7
Literatuur
52
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
3/52
Bijlagen I.
Overzicht meetlocaties Utrecht 2022
I.I
Meetperioden 2022
II.
Meetresultaten 2022 II.1
Overzicht Jaargemiddelde concentraties NO2 Utrecht 2022 (in µg/m3)
II.2
Jaargemiddelde op meetlocatie versus snelwegbijdrage NO2 in 2022
III.
Meetresultaten overzicht 2011-2022
IV.
Verschilconcentraties NO2 Utrecht 2022-2021 (in µg/m3)
V.
Overzicht berekende jaargemiddelde concentraties 2022-2030
VI.
Vergelijking meet- en rekenresultaten 2022
VII.
Meet- en rekenresultaten op straatlocaties en achtergrondlocaties
VIII.
Gemeten en berekende verkeersbijdrage
IX.
Meetwaarden (NO2, O3, PM10 en PM2,5) LML-RIVM stations Utrecht IX.1
Overzicht duplometingen
X.
Windrozen De Bilt (KNMI)
XI.
Kaarten NO2-concentraties
XII.
Kaarten PM10-concentraties
XIII.
Kaarten PM2,5-concentraties
XIV.
Fijnstofconcentraties (PM10) rond de jaarwisseling
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
4/52
Samenvatting De gemeente Utrecht zet zich in om de luchtkwaliteit voortdurend te verbeteren. In het verleden zijn internationaal, landelijk, provinciaal en gemeentelijk al de nodige (bron)maatregelen genomen die zorgen voor minder uitstoot (emissie) en lagere concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Hierdoor voldoet de gemeente sinds 2017 aan de Europese (wettelijke) grenswaarden. Nog steeds werken overheden op verschillende niveaus om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Bijvoorbeeld door aanscherping van emissie-eisen (uitstoot-eisen) voor industrie, wegverkeer, mobiele werktuigen, scheepvaart en luchtvaart. In Europees verband is dit jaar (2024) overeenstemming bereikt over aanscherping van de huidige grenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen. Het Europees parlement heeft al met de aanpassing ingestemd. Wanneer de Europese Raad ook voor stemt, heeft Nederland nog twee jaar de tijd om de nieuwe richtlijnen in Nederlandse wetgeving te implementeren. Voor de gemeente Utrecht gelden de gezondheidskundige advieswaarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als richtlijn. De gemeente neemt deel aan het Schone Lucht Akkoord (SLA), een landelijk bestuursakkoord met als doel de advieswaarden uit 2005 uiterlijk in 2030 te realiseren.
Met de aanpak van binnenlandse, luchtverontreinigende bronnen willen de SLA-deelnemers 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 realiseren. Eind 2020 stelde de raad het luchtkwaliteitsbeleid en -maatregelpakket 'Utrecht kiest voor gezonde lucht' vast, om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en daarmee ook bij te dragen aan de doelen van het SLA. Maatregelen uit het uitvoeringsprogramma zijn sloopsubsidies (dieselauto’s), aanscherping van de milieuzones, eisen aan de inzet van mobiele (bouw)werktuigen en een campagne en subsidies voor het verminderen van uitstoot door houtstook. Het maatregelenpakket is als decentraal uitvoeringsprogramma (DUP) opgenomen in het Schone Lucht Akkoord. De effecten van ons pakket dragen bij aan een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, maar de effecten zijn niet afzonderlijk herleidbaar uit de meet- en rekenresultaten. In september 2021 scherpte de WHO op basis van vernieuwde wetenschappelijke inzichten de WHOadvieswaarden flink aan, voor zowel fijnstof (PM10 en PM2,5) als voor stikstofdioxide (NO2). Om te bepalen in hoeverre we aan de advieswaarden, maar ook aan de aangescherpte EU-grenswaarden (gaan) voldoen is inzicht nodig in de ontwikkeling van de luchtkwaliteit. Dit verkrijgen we op basis van zowel metingen als berekeningen van de luchtkwaliteit. Hieruit volgt ook of daarvoor extra inspanningen zijn vereist.
Deze jaarrapportage gaat over de resultaten van het Utrechts luchtmeetnet én over de met het ‘Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit’ (CIMLK) uitgevoerde berekeningen. Naast de metingen van 2022 kijken we naar de ontwikkeling van de gemeten concentraties sinds 2011. We laten ook de verschillen zien in luchtkwaliteit op achtergrondlocaties (zoals stadsparken), nabij het Amsterdam-Rijnkanaal, langs de Rijkswegen en langs drukke wegen in de stad.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
5/52
In deze rapportage vergelijken we de metingen van 2022 met de voor dat jaar berekende concentraties. We blikken niet alleen terug naar gepasseerde jaren, met behulp van modelberekeningen kijken we ook vooruit naar de verwachte luchtkwaliteit in 2030.
Metingen 2022 Het jaar 2022 is het twaalfde meetjaar van het Utrechtse luchtmeetnet. Gemiddeld genomen waren de gemeten stikstofdioxideconcentraties (NO2) de laagste sinds de start van de metingen in 2011. Een uitzondering vormden de twee regiomeetlocaties. Hier namen de concentraties in 2022 iets toe vergeleken met 2021. In 2022 bedraagt de regionale, jaargemiddelde NO2-achtergrondconcentratie gemiddeld 13,5 µg/m³, de stadsachtergrondconcentratie 17,1 µg/m³, en de concentratie op de straatmeetpunten 21,1 µg/m³. De gemeten jaargemiddelde concentraties variëren van 12,8 tot 29,7 µg/m³ (regio 12,8 en 14,3 µg/m³ ; stadsachtergrond van 13,4 tot 23,5 µg/m³ ; straat van 14,5 tot 29,7 µg/m³). De jaargemiddelde concentratie bij de straatmeetlocaties nam sinds 2011 af met gemiddeld 18 μg/m3 (-46%). Bij de stadsachtergrondlocaties is de gemiddelde afname 12 μg/m3 (-42%) en bij de regionale meetlocatie Rijnenburg-IJsselstein 8 μg/m3 (-36%). Vergeleken met 2021 namen in 2022 de concentraties op stadsachtergrond-meetlocaties gemiddeld af met 0,4 µg/m³ (van 17,5 naar 17,1 µg/m³) en op straatmeetlocaties met 0,9 µg/m³ (van 22,0 naar 21,1 µg/m³). De twee regio-meetlocaties kenden een lichte stijging (gemiddeld +0,6 µg/m³). Vergeleken met 2021 waren de weersomstandigheden in 2022, iets gunstiger voor de luchtkwaliteit, met name voor wat betreft stikstofdioxide.
Al met al zijn in 2022 in Utrecht iets lagere concentraties stikstofdioxide gemeten dan een jaar eerder. Over het algemeen genomen zijn de concentraties fijnstof sinds 2020 nauwelijks veranderd.
Berekeningen 2022 De gemiddelde, berekende concentraties stikstofdioxide en fijnstof (PM10 en PM2,5) waren in 2022, net zoals in de daaraan voorafgaande coronajaren, (aanmerkelijk) lager dan in 2019, en ook lager dan op basis van de langjarige trend verwacht kon worden. De gemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) namen wel enigszins toe vergeleken met 2021. Deze geringe stijging lijkt, zoals hierboven vermeld, vooral toe te schrijven aan een lichte opleving van economische activiteit en toename van verkeer in Utrecht en de rest van Nederland. De berekende jaargemiddelde concentraties (NO2) variëren tussen 11,8 µg/m3 en 35,9 µg/m3. Voor fijnstof (PM10) variëren de waarden tussen 16,7 – 21,2 µg/m3, en voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5) vallen ze in het bereik van 9,0 – 11,8 µg/m3.
Conclusies 2022 De luchtkwaliteit is in 2022 nog steeds beter dan in de jaren voorafgaand aan de coronapandemie. Vergeleken met die in 2020 en 2021 is de luchtkwaliteit in Nederland er wel iets op achteruitgegaan, vooral door een lichte toename van verkeer en economische activiteit. Dit blijkt uit de berekeningen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) die licht toegenomen concentraties in Nederland en Utrecht laten zien. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
6/52
Het beeld dat de (stikstofdioxide)metingen van het Utrechtse luchtmeetnet tonen, wijkt hier enigszins van af. De jaargemiddelde concentraties kwamen namelijk in 2022 op de meeste stadsachtergrond- en straatmeetlocaties uit op het laagste niveau sinds het begin van de metingen in 2011. De verschillen met 2021 zijn echter klein. Er zijn in de gemeente Utrecht in 2022 geen (potentiële) overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. Ook voldoet Utrecht in 2022 overal aan de voormalige (uit 2005) door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbevolen advieswaarden voor stikstofdioxide, maar nog niet overal aan de oude advieswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5). De concentraties stikstofdioxide en fijnstof lagen in 2022 nog (ver) boven de huidige WHO-advieswaarden (uit september 2021). Het verband tussen gemeten en berekende waarden is gemiddeld gezien sterk, maar op relatief veel meetlocaties valt de berekende waarde voor 2022 hoger uit dan de meting. Daarbij is vermoedelijk sprake van enige overschatting van de gemodelleerde (stads)achtergrondconcentratie en de gemodelleerde wegbijdrage aan de concentraties door het autoverkeer.
Prognoses 2030 De concentraties stikstofdioxide en fijnstof (PM10 en PM2,5) nemen richting 2030 verder af. De prognoses geven aan dat in 2030 in de gehele stad wordt voldaan aan de oude WHO-advieswaarden (2005). Zonder aanvullend beleid blijft het voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden (uit 2021) buiten beeld. Deze nieuwe WHO-advieswaarden worden zelfs in een aanzienlijk deel van het land, ook met uitvoering van de SLA-maatregelen, nog niet gehaald. Voor stikstofdioxide en fijnstof (PM10) is de verwachting dat de jaargemiddelde concentratie in slechts een klein deel van de stad onder de aangescherpte advieswaarden ligt. De concentraties van het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) liggen dan zelfs in de gehele stad nog boven de WHO-advieswaarde. Bovendien zal in 2030 ook nog niet overal in de gemeente Utrecht worden voldaan aan de (naar verwachting) aangescherpte EU-grenswaarde voor stikstofdioxide. We verwachten wel aan de aangescherpte EU-grenswaarden voor fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) te voldoen.
Toekomstperspectief Het aantal mensen dat wordt blootgesteld aan hoge concentraties stikstofdioxide en fijnstof neemt in de loop van de jaren weliswaar af, maar gezondheidsschade treedt ook op bij lagere concentraties. Voor een gezonde leefomgeving is het daarom wenselijk om de concentraties stikstofdioxide en fijnstof verder te verminderen. Dit wordt onderschreven in het coalitieakkoord (2022-2026) en sluit eveneens aan op de eisen die de toekomstige aanscherping van de EU-grenswaarden stellen.
Leeswijzer Hoofdstuk 1 gaat in op achtergronden en kaders, hoofdstuk 2 beschrijft de meet- en rekenresultaten. Hoofdstuk 3 presenteert de trends in de luchtkwaliteit van de afgelopen jaren en in hoofdstuk 4 wordt vooruitgekeken naar de verwachte ontwikkeling van de luchtkwaliteit. Hoofdstuk 5 behandelt gezondheidsaspecten en de bevolkingsblootstelling aan luchtverontreiniging. In hoofdstuk 6 staan de conclusies. Hoofdstuk 7 bevat een beknopte literatuurverwijzing.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
7/52
1 Inleiding Luchtverontreiniging is slecht voor de gezondheid. Hoewel de luchtkwaliteit in de afgelopen jaren verbeterd is, zijn er nog steeds nadelige effecten op de gezondheid en leidt dit in Nederland nog altijd tot een vermindering van de levensverwachting met gemiddeld 13 maanden, vergeleken met een situatie zonder luchtverontreiniging. Volgens het RIVM is luchtverontreiniging verantwoordelijk voor ongeveer 3% van de totale ziektelast in Nederland en veroorzaakt luchtverontreiniging jaarlijks bijna 11.000 doden (VTV-2018 RIVM). Bij de huidige concentraties in de buitenlucht zijn vooral fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) verantwoordelijk voor negatieve effecten (zie ook Hoofdstuk 5). Denk bij negatieve effecten bijvoorbeeld aan het ontstaan en verergeren van luchtweg- en longaandoeningen en zelfs longkanker, maar ook aan het ontstaan en verergeren van aandoeningen van hart en bloedvaten. Mensen met hart- en vaataandoeningen zijn extra gevoelig voor fijnstof. Kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen zijn extra gevoelig voor de effecten van blootstelling aan fijnstof, stikstofdioxide en ozon. Van de Utrechtse 18- t/m 64-jarigen heeft 7% astma of COPD, van de ouderen (65+) zelfs 18%. Gemiddeld heeft 9% van de 18- t/m 64-jarige Utrechters hart- en vaatziekten (Gezondheidspeiling 20201).
Voldoen aan de Europese grenswaarden is een wettelijke verplichting. De gemeente Utrecht heeft daarnaast in beleid vastgelegd te streven naar een luchtkwaliteit die voldoet aan de gezondheidskundige advieswaarden (uit 2005) van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO2. In september 2021, ná het raadsbesluit over ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ (eind 2020), zijn deze advieswaarden verder aangescherpt3. Daarom spreekt het stadsbestuur in het coalitieakkoord 2022-2026 de ambitie uit, te streven naar het voldoen aan deze aangescherpte advieswaarden door extra maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verbeteren. Om te bepalen in hoeverre en wanneer dit haalbaar is, hebben we inzicht nodig in de luchtkwaliteit. Dit verkrijgen we op basis van metingen en berekeningen (voor gepasseerde jaren en toekomstjaren) van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Met het luchtmeetnet van Utrecht meten we op 64 locaties de stikstofdioxide concentraties. Dit geeft een goede indicatie van de concentraties in de buitenlucht op een groot, maar niettemin beperkt, aantal locaties verspreid over de stad. Met berekeningen kunnen we op veel meer plaatsen in Utrecht de luchtkwaliteit bepalen, bijvoorbeeld langs álle (hoofd)wegen. Dit geeft een gedetailleerder beeld. Met deze metingen en berekeningen blikken we terug.
Maar met berekeningen kunnen we ook een toekomstverwachting geven, op basis van aannames voor de verwachte hoeveelheid verkeer en de verdere verschoning van het verkeer, en voor de verwachte bijdragen van andere bronnen van luchtverontreiniging.
1
De Gezondheidspeiling 2020 is uitgevoerd van eind september tot en met half december 2020 onder de volwassen bevolking van Utrecht en is onderdeel van een tweejaarlijks vragenlijst onderzoek. In 2024 verschijnt naar verwachting een geactualiseerde gezondheidspeiling. 2 De Wereldgezondheidsorganisatie heeft advieswaarden opgesteld die voor fijnstof en (sinds de aanscherping in 2021 ook voor) stikstofdioxide strenger zijn dan de Europese grenswaarden. 3 WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
8/52
De luchtkwaliteit berekenen we met het CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit). Deze rekentool beschouwt in steden vooral de luchtkwaliteit langs drukke wegen (dat wil zeggen, wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal). In figuur 1.1 staat weergegeven waarom de tool met name voor die locaties de luchtkwaliteit berekent. Langs (drukke) wegen leidt de aanwezige achtergrondconcentratie - de ‘deken’ van luchtverontreiniging veroorzaakt door (inter)nationale bronnen samen met de lokale stedelijke bijdrage (door o.a. het wegverkeer) tot een concentratiepiek. Als langs deze wegen aan de wettelijke concentratienormen wordt voldaan, dan voldoet de luchtkwaliteit (in juridische zin) ook in de rest van de stad. De figuur toont ook waarom meten en rekenen elkaar aanvullen. Met meten zien we waar de concentraties hoog of laag zijn, maar het verklaart niet hoe de concentraties zijn opgebouwd. De concentratiebijdrage van diverse bronnen zit wel apart als invoer in het rekenmodel. En als we weten hoe een bron zich gaat ontwikkelen (bijvoorbeeld een toenemend aandeel elektrische auto’s), dan kunnen we daarmee een beeld vormen over de toekomstige ontwikkeling van de luchtkwaliteit.
Figuur 1.1 Opbouw van de stikstofdioxide concentraties (NO2) in de lucht. De luchtkwaliteit wordt bepaald door een stapeling van bronbijdragen, zowel lokaal, landelijk als internationaal (bewerking afbeelding uit Milieubalans 2007, PBL).
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
9/52
1.1 Grens- en advieswaarden De grenswaarden uit de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit zijn overgenomen in de Wet milieubeheer (Wm)4. Bijlage 2 van de Wm bevat de grens- en richtwaarden waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen. Tabel 1.1 toont de EU-grenswaarden voor de stoffen die hierbij in Nederland het meest kritisch zijn: stikstofdioxide en fijnstof. De WHO adviseerde in 2005 om voor fijnstof (PM10 en PM2,5) lagere concentraties na te streven dan de wettelijke grenswaarden. In september 2021 zijn de WHO-advieswaarden verder aangescherpt (zie ook hoofdstuk 5). Deze advieswaarden (voor zowel fijnstof als stikstofdioxide) staan eveneens in de tabel. Los van de gezondheidseffecten van stikstofdioxide zelf, dient stikstofdioxide ook als indicator voor stoffen die vrijkomen bij verbrandingsprocessen (zoals die bij het verkeer). Mede op basis hiervan is de gezondheidskundige advieswaarde voor stikstofdioxide door de WHO in 2021 herzien. Op 26 oktober 2022 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit5. Het meest opvallende in het voorstel is de aanscherping van de grenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen. In februari 2024 is overeenstemming6 bereikt tussen onderhandelaars van enerzijds het Europese Parlement en anderzijds de Europese Raad over deze aanscherping.
Het akkoord over de nieuwe richtlijn is eind april 2024 goedgekeurd7 door het Europese Parlement, en wacht nog op formele goedkeuring door de Europese Raad. Daarna volgt publicatie in het Publicatieblad (EU Official Journal) van de EU en twintig dagen later treedt deze in werking. EU-landen hebben dan twee jaar de tijd om de nieuwe regels toe te passen (implementatie in nationale wet- en regelgeving). De voorgestelde aanscherpingen brengen de Europese luchtkwaliteitseisen stapsgewijs in lijn met de nieuwe WHO-advieswaarden. Zo moeten uiterlijk in 2030 de jaargemiddelde concentraties dalen naar de in tabel 1.1 vermelde waarden (derde kolom, waarden tussen haakjes). In 2050 moeten volgens de Europese Commissie de aangescherpte WHO-advieswaarden zelf behaald zijn, in lijn met de door de Europese Unie geformuleerde visie 'Zero Pollution'.
4 Vanaf de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 gelden deze EU-grenswaarden als
rijksomgevingswaarden, zoals vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 5 https://environment.ec.europa.eu/publications/revision-eu-ambient-air-quality-legislation_en 6 Air pollution: Deal with Council to improve air quality | News | European Parliament (europa.eu) 7 Air pollution: Parliament adopts revised law to improve air quality | News | European Parliament (europa.eu) Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
10/52
Tabel 1.1 Overzicht van EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden (in µg/m3)
Stof
Stikstofdioxide
EU-
EU-
WHO-
WHO-
grenswaarde
grenswaarde
advieswaarde
advieswaarde
(huidig)
(voorstel EC*)
(2005)
(2021)
Jaargemiddelde
40
20
40
10
Uurgemiddelde**
200
200
Jaargemiddelde
40
20
20
15
Etmaalgemiddelde***
50
45
Jaargemiddelde****
25
10
10
5
Soort norm
(NO2)
Fijnstof (PM10)
Fijner deel fijnstof (PM2,5) *
Waarden tussen haakjes zijn de jaargemiddelde concentraties waaraan op 1 januari 2030 moet worden voldaan volgens
**
De uurgemiddelde norm mag max 18 uur per jaar worden overschreden. Dit komt bij het voldoen aan de jaargemiddelde
het voorstel van de Europese Commissie.
grenswaarde van 40 g/m3 niet voor. De EC stelt geldt een waarde voor van 200 µg/m3 die niet vaker dan één keer per kalenderjaar mag worden overschreden. ***
De etmaalgemiddelde norm mag max 35 x per jaar overschreden worden. Dit komt ongeveer overeen met een jaargemiddelde concentratie van 32 µg/m³. De EC stelt geldt een waarde voor van 45 µg/m3 die niet vaker dan 18 keer per kalenderjaar mag worden overschreden.
****
Zowel de indicatieve grenswaarde (EU) als de jaargemiddelde blootstellingsconcentratie bedraagt 20 µg/m³. De blootstellingsconcentratie is de concentratie waaraan de stedelijke bevolking wordt blootgesteld. Sinds 2020 geldt een streefwaarde van 14,4 µg/m³ aanvullend op de grenswaarde. Deze blootstellingsconcentratieverplichting geldt voor de rijksoverheid. Lokale overheden hoeven hier niet aan te toetsen.
1.2 Berekenen van de luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) startte in 2009. Het programma was nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren, en een voorwaarde om uitstel voor het behalen van de grenswaarden te krijgen van de Europese Commissie. Sinds 2015 moet Nederland aan alle Europese grenswaarden voldoen. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 bleef het NSL van kracht. Jaarlijks rapporteert Nederland over de actuele concentraties en de prognoses aan de Europese Unie (EU). Hiervoor is een landelijk monitoringsprogramma opgezet, dat de (te verwachten) ontwikkeling van de luchtkwaliteit volgt. De berekeningen voor de luchtkwaliteit vinden plaats volgens de wettelijk voorgeschreven standaard rekenmethoden (SRM 1 en 2). Deze zijn geïmplementeerd in een rekentool waarmee elk jaar heel Nederland wordt doorgerekend. Deze rekentool geeft jaarlijks een beeld van het gepasseerd jaar (in de Monitoringsronde 2023 is dat het jaar 2022) en een prognose voor de luchtkwaliteit in 2025 en 2030. Sinds 1 januari 2023 is het CIMLK het nieuwe instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit in het kader van het NSL (en per 1 januari 2024 in het kader van de Omgevingswet). Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
11/52
1.3 Meten van de luchtkwaliteit Achtergrond: waarom meet Utrecht? Na verzoeken van burgers en maatschappelijke groeperingen om, naast berekeningen, ook metingen van de luchtkwaliteit uit te voeren, besloot de gemeenteraad tot de oprichting van een stikstofdioxide (NO2) meetbuisjes luchtmeetnet (2009)8,9. Met het meetnet volgen we sinds 2011 de ontwikkeling van de luchtkwaliteit op locaties verspreid over de stad en informeren we de burger hierover. Aan de hand van deze ontwikkeling kunnen college, raad en inwoners zich een oordeel vormen over de beoogde verbetering van de luchtkwaliteit in de stad. Buro Blauw voerde in opdracht van de gemeente Utrecht in 2022 luchtkwaliteitsmetingen uit. In oktober 2023 leverde dat het technische datarapport op: ‘Rapportage concentratiemetingen stikstofdioxide Utrecht 2022 (BL2023.10819.01-V01)’ met alle meetresultaten van het jaar 2022. Daarnaast geeft dit datarapport uitleg en verantwoording over de gebruikte methodiek. In de gemeentelijke rapportage die u nu leest beoordelen we de meetresultaten en vergelijken we ze met berekende concentraties (zie bijlage V). Verder besteden we aandacht aan de ontwikkeling (trend) van de gemeten concentraties vanaf begin 2011 tot eind 2022. Nieuwe meetresultaten komen regelmatig beschikbaar op de website van het luchtmeetnet. Hier zijn ook alle eerdere meetresultaten beschikbaar.
Het kunnen vergelijken van gemeten en berekende concentraties is eén van de doelen van het meetnet (zie ook hoofdstuk 2.4). Omdat we berekeningen gebruiken bij de juridische beoordeling van de luchtkwaliteit, levert vergelijking met de gemeten concentraties een waardevolle bijdrage aan de verbetering van de (input van) de gebruikte rekenmodellen. Omdat de totale concentratie op een binnenstedelijke locatie een ‘optelling’ is van de achtergrondconcentratie plus de lokale (verkeers)bijdragen aan de luchtverontreiniging, vergelijken we ook de berekende en de ‘uit metingen afgeleide’ verkeersbijdrage. In bijlage I zijn de typering, namen en Rijksdriehoekcoördinaten van de meetlocaties te vinden. Figuur 1.2 geeft de ligging, typering en numerieke codering (1-64) van de meetlocaties weer. De basisopzet voor het meetnet volgt de standaard die andere (Europese) steden en het RIVM aanhouden. Deze opzet sluit aan op de opbouw van NO2 concentraties in een stad. Het meetnet onderscheidt drie typen meetlocaties (zie figuur 1.2):
8 9
Regionaal: meetpunt in het buitengebied;
Stad: meetpunten in woonwijken waar de invloed van het lokale verkeer gering is;
Straat: meetpunten langs drukke stedelijke wegen.
Notitie meetnet luchtkwaliteit Utrecht, 2009 Inrichtingsplan Meetnet Luchtkwaliteit Utrecht, 2010
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
12/52
Figuur 1.2: Ligging, typering en nummering van de Utrechtse meetlocaties.
1.4 Maatregelen Op Europees-, landelijk- en provinciaal niveau worden maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit betreft onder andere aanscherping van emissierichtlijnen voor industrie, aanscherping van emissie-eisen voor wegverkeer, scheepvaart en luchtvaart. Deze maatregelen hebben met name effect op de luchtkwaliteit op landelijk niveau, dus op de achtergrondconcentratie. Op lokaal (gemeentelijk) niveau stelt de gemeente Utrecht haar eigen maatregelenpakket samen. Zowel het vorige Utrechtse coalitieakkoord (2018-2022) als het huidige (2022-2026) spreken de ambitie uit voor het verder Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
13/52
verbeteren van de luchtkwaliteit. Vanuit deze ambities is het luchtbeleid en -uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit 2020-2025 ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ opgesteld, en door de raad in december 2020 vastgesteld. Dit programma bevat maatregelen om (snel) gezondheidswinst te behalen. Terugdringing van de verkeers- en overige emissies is een belangrijke pijler van het luchtbeleid van de gemeente Utrecht: maatregelen uit het programma zijn sloopsubsidies (dieselauto’s), uitbreiding van de milieuzones, strengere eisen aan de inzet van mobiele (bouw)werktuigen en een voorlichtingscampagne plus subsidies om de uitstoot door houtstook te verminderen. Het maatregelenpakket ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ is als decentraal uitvoeringsprogramma (DUP) opgenomen in het landelijke Schone Lucht Akkoord. De effecten van ons pakket dragen weliswaar bij aan een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, maar deze effecten zijn niet afzonderlijk herleidbaar uit de meet- en rekenresultaten van het jaar 2022. In maart 2022 publiceerde het RIVM de eerste voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord10: de ‘Monitoringsrapportage doelbereik Schone Lucht Akkoord (SLA)’.
Het RIVM rekende enkele scenario’s voor emissies in 2030 door, waaronder één met het voorgenomen beleid inclusief aanvullend SLA-beleid (VES-scenario); in dit scenario zijn de uitvoeringsplannen van decentrale overheden verwerkt. Uit de voortgangsmeting volgt dat het halen van de oude WHO-advieswaarden (uit 2005) in heel Nederland binnen bereik ligt. De nieuwe advieswaarden (uit 2021) worden echter in een aanzienlijk deel van het land, ook met uitvoering van de SLAmaatregelen, niet gehaald.
1.5 Onderweg naar gezonde lucht Door onze inspanningen (diverse actieplannen lucht, ‘Gezonde Lucht voor Utrecht’, herprogrammering luchtmaatregelen 2015) zijn we erin geslaagd om overal in Utrecht te voldoen aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (EU-grenswaarden). Ook de potentiële overschrijdingen zijn verdwenen. Daarnaast wordt er in 2022 voldaan aan de gezondheidskundige WHO-advieswaarden (uit 2005) voor stikstofdioxide (NO2), maar nog niet overal aan de WHO-advieswaarden (uit 2005) voor fijnstof (PM10) en het fijnere deel van fijnstof (PM2,5). De berekende concentraties fijnstof (zowel PM10 als PM2,5) en stikstofdioxide lagen in 2022 nog (ver) boven de aangescherpte WHO-advieswaarden (uit september 2021). Dit laatste zal zonder aanvullend beleid ook in 2030 nog het geval zijn. Daarnaast zal in 2030 ook niet (overal in Utrecht) worden voldaan aan de (naar verwachting) aangescherpte EU-grenswaarde voor stikstofdioxide (zie ook bijlage V). Het aantal blootgestelden aan hoge concentraties stikstofoxiden en fijnstof neemt in de loop van de jaren weliswaar af, maar gezondheidsschade treedt ook op bij lagere concentraties. Voor een gezonde leefomgeving is het daarom wenselijk om deze concentraties verder te verminderen. Het huidige coalitieakkoord onderschrijft dit.
Hierin is de ambitie uitgesproken om te streven naar het bereiken van de (nieuwe) WHO-advieswaarden, door extra maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verbeteren. Dit jaar werkten we verder aan het opstellen van een nieuw luchtkwaliteitsbeleid dat in 2024 moet leiden tot een aanvullend, nieuw maatregelenpakket. Onderstaande tabellen 1.2 en 1.3 laten zien aan welke EU-grenswaarden en advieswaarden in Utrecht wel (cursief/groen) of niet (rood) is voldaan in het jaar 2022, respectievelijk zal worden voldaan in 2030.
10 Medio 2024 verschijnt naar verwachting de Tweede Voortgangsmeting van het Schone Lucht Akkoord.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
14/52
Tabel 1.2 Overzicht van toetsing gemiddelde concentraties in 2022 aan EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden
Stof
Soort norm
EU-grenswaarde 2022 (vigerend)
WHO-
WHO-
advieswaarde-
advieswaarde-
2005
2021
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde
40 µg/m3
40 µg/m3
10 µg/m3
Fijnstof (PM10)
Jaargemiddelde
40 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Fijnere deel fijnstof (PM2,5)
Jaargemiddelde
25 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
Tabel 1.3 Overzicht van toetsing jaargemiddelde concentraties in 2030 aan nieuwe EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden
Stof
*
Soort norm
Aangescherpte
WHO-
WHO-
EU-grenswaarde
advieswaarde-
advieswaarde-
2030*
2005
2021
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde
20 µg/m3
40 µg/m3
10 µg/m3
Fijnstof (PM10)
Jaargemiddelde
20 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Fijnere deel fijnstof (PM2,5)
Jaargemiddelde
10 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
Waarden zijn de gemiddelde concentraties waaraan op 1 januari 2030 moet worden voldaan (volgens het voorstel van de Europese Commissie waarmee het Europese Parlement in april 2024 heeft ingestemd).
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
15/52
2 Meet- en rekenresultaten De monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) brengt - met behulp van modelberekeningen - luchtvervuilende concentraties in beeld waar de bevolking aan wordt blootgesteld. De verslaggeving hierover vindt plaats in de landelijke Monitoringsrapportages NSL. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 was het NSL van kracht. De gemeente informeert daarnaast elk jaar met meetresultaten over de luchtkwaliteit in de stad. Zo krijgen inwoners, raad en college inzicht in de (beoogde verbetering van de) luchtkwaliteit. Elke vier weken staan nieuwe meetgegevens op de gemeentelijke website.
2.1 Uitkomsten landelijke berekeningen 2022 Uit de landelijke Monitoringsrapportage NSL 2023 blijkt dat de luchtkwaliteit in 2022 het effect van de coronamaatregelen niet meer aanwezig was. Er was in dat jaar sprake van een toename in de verkeersintensiteit en economische activiteiten ten opzichte van de twee jaren ervoor. Dit resulteerde in wat hogere achtergrondconcentraties en wegbijdragen voor NO2, en de daaruit voorvloeiende berekende concentraties. Het aantal overschrijdingen van de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) is aanzienlijk gestegen van drie (2021) naar eenentwintig (2022). Het betrof toetspunten in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Haarlemmermeer, Utrecht (een toetspunt van RWS langs de A2 nabij de noordelijke tunnelmond van de Leidsche Rijntunnel) en Arnhem. Volgens de bevoegde gezagen blijken twintig van deze geconstateerde overschrijdingen op deze toetspunten achteraf gezien aantoonbaar onterecht. Op één toetspunt in Rotterdam werd de grenswaarde overschreden. Met uitzondering van dit punt voldeed Nederland in 2022 verder overal aan de Europese grenswaarden voor stikstofdioxiden. Voor fijnstof (PM10) voldoet Nederland bijna overal aan de grenswaarden.
Alleen in Velsen (waar door industriële emissies de achtergrondconcentratie hoog is) komt langs een klein stuk weg de concentratie niet onder de grenswaarde (het betreft twee toetspunten). Ook op enkele woonlocaties (negentien toetspunten) in gebieden met intensieve veehouderijen worden de grenswaarden van fijnstof nog overschreden. Met uitzondering van de geconstateerde overschrijdingen voldeed Nederland in 2022 overal aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10). Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor het fijnere deel van fijnstof (PM2,5). Evenals in voorgaande jaren is er in 2022 geen overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 geconstateerd.
2.2 Meetresultaten Utrecht 2022 Het meetprogramma en de meetlocaties bleven in 2022 onveranderd vergeleken met 2021. De metingen vonden plaats op 64 meetlocaties. Op negen locaties waren dit metingen met twee buisjes (duplometing), op drie locaties met vier buisjes (te weten op de RIVM-meetstations: Kardinaal de Jongweg, Constant Erzeijstraat en Griftpark). De metingen voor het meetjaar 2022 startten op 21 december 2021 Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
16/52
en eindigden op 20 december 2022 (zie bijlage I.1). Op alle meetlocaties waren voldoende gegevens beschikbaar om een betrouwbaar jaargemiddelde te kunnen bepalen11. Figuur 2.1 geeft de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) weer in klassen van 5 μg/m3. Bijlage III vermeldt alle jaargemiddelde meetwaarden vanaf 2011, tabel 2.1 geeft een beknopt overzicht van de resultaten van 2022 en 2021. De gemiddelde afname in 2022 (versus 2021) voor alle meetlocaties samen (straat, regionaal én stadsachtergrond) is bedraagt 0,7 µg/m3.
Figuur 2.1 Jaargemiddelde NO2 concentraties in microgram per m³ op de meetlocaties in de stad Utrecht (2022). Niet afgebeeld op de kaart: de regionale meetlocaties Rijnenburg/IJsselstein en Westbroek (beide < 20 µg/m3). [Esri Nederland & Community Maps Contributors]. Bijlage II vermeldt voor elke meetlocatie de jaargemiddelde concentraties (gevalideerd, tijd-gewogen en na ijking met de referentiemetingen). Een overzicht van de meetwaarden per afzonderlijke meetperiode staat in de rapportage ‘Stikstofdioxideconcentratiemetingen Utrecht 2022 (BL2023_10819.01-V01)’. Alle
11
Er is voldaan aan de formele validatie-eis van 90% gegevensverzameling. Soms verdwijnt een meetbuisje of blijkt het niet meer geschikt te zijn voor analyse en gaat de meting verloren. Er ontbraken 5 van de in totaal 1066 metingen (0,5%). Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
17/52
ruwe meetdata zijn in te zien en te downloaden (als csv-bestand) op de gemeentelijke webpagina van het luchtmeetnet http://www.utrechtmilieu.nl/meetnet/. Bijlage IV toont op kaart de verschillen in gemeten concentraties stikstofdioxide voor 2022 in vergelijking met 202112. In 2022 variëren de gemeten jaargemiddelde NO2-concentraties van 12,8 op het regiomeetlocatie Westbroek tot 29,7 µg/m³ op straatmeetlocatie Ds. M.L. Kinglaan (stadsachtergrond-meetlocaties 13,423,5 µg/m³, straatmeetlocaties 14,5-29,8 µg/m³). Vergeleken met 2021 nemen in 2022 de concentraties op stadsachtergrond-meetlocaties gemiddeld af met 0,4 µg/m³ (van 17,5 naar 17,1 µg/m³) en op straatmeetlocaties gemiddeld af met 0,9 µg/m³ (van 22,0 naar 21,1 µg/m³). Tabel 2.1 Samenvatting jaargemiddelde NO2 concentraties [µg/m3]: achtergrond- en straatmeetlocaties met relatief hoge waarden, grootste verschillen tussen 2022 en 2021.
Meetlocatie
2022
2021
Verschil 2022-2021
GEMIDDELDE WAARDE
19,4
20,0
-0,7
HOOGSTE WAARDE
29,7
30,8
-1,1
LAAGSTE WAARDE
12,8
12,5
0,3
Oog in Al – rand
22,6
24,3
-1,7
Kanaleneiland-Zuid - rand
23,5
23,0
0,5
Hoograven – rand
22,8
22,2
0,6
Kanaleneiland-Zuid - midden
20,2
20,8
-0,6
Leeuwenstein-Zuid
19,9
19,4
0,5
Rijnsweerd – rand
18,5
19,5
-1,0
Amsterdamsestraatweg (noord)
20,2
19,5
0,7
Ds. M.L. Kinglaan (noord)
29,7
30,8
-1,1
Noordelijke tunnelmond A2
27,0
29,1
-2,1
A. Schweitzerdreef (zuid)
26,1
28,5
-2,3
Lessinglaan
25,7
27,6
-1,9
St. Josephlaan
24,8
27,6
-2,8
Cartesiusweg
23,8
25,3
-1,5
Weerdsingel
23,1
25,1
-1,9
Catharijnesingel/Bleekstraat (oost)
23,4
24,5
-1,2
Nobelstraat (zuidzijde)
23,6
23,7
-0,1
Lange Jansstraat
22,4
22,9
-0,5
Achtergrondmeetlocaties
Straatmeetlocaties
De verschillen in jaargemiddelde concentraties tussen 2022 en 2021 zijn over het algemeen gering. De drie grootste afnames zien we bij de St. Josephlaan (-2,8 µg/m³), de A Schweitzerdreef (zuid) (- 2,3 µg/m³) en de Noordelijke tunnelmond van de A2 tunnel (- 2,1 µg/m³).
12
Bij de analyses zijn alleen locaties meegenomen die voldoen aan de formele validatie-eis van 90% gegevensverzameling. In de praktijk houdt dat in dat er maximaal twee van de dertien metingen op de locatie zijn uitgevallen. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
18/52
De drie grootste toenames zien we bij de Zuidelijke tunnelmond van de A2 tunnel (+1,2 µg/m³), de Europalaan (+1,1 µg/m³) en de regiomeetlocatie Rijnenburg/IJsselstein (+0,9 µg/m³). Het hoogste jaargemiddelde (29,7 μg/m3) is gemeten bij het fietspad langs de Ds. M.L. Kinglaan (nabij woonzorgcentrum De Wartburg), gevolgd door de meetlocatie bij de noordelijke tunnelmond van de A2tunnel en de Albert Schweitzerdreef. Hoewel de gemeten concentratie in 2022 daalde (-1,9 μg/m3), blijft de jaargemiddelde concentratie bij de meetlocatie Lessinglaan (met een waarde boven 25 µg/m³) relatief hoog voor langs een (binnen)stedelijke weg. Ook relatief hoog, met waarden boven de 20 µg/m³, zijn de gemeten stadsachtergrondconcentraties bij Oog in Al, Hoograven, en bij de meetlocaties in Kanaleneiland Zuid. De bijdrage van het wegverkeer op de nabijgelegen snelwegen en de scheepvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal is hier terug te zien in de jaargemiddelde waarden. Ten opzichte van de start van de metingen in 2011 is voor alle meetlocaties (straat-, regionale én stadsachtergrond samen) sprake van een daling van gemiddeld 15,5 μg/m3 (-45%). Bij de straatmeetlocaties is de gemiddelde afname 17,9 μg/m3 (-46%). Bij de stadsachtergrondlocaties is de gemiddelde afname 12,3 μg/m3 (-42%).
2.3 Toetsing berekende concentraties Utrecht 2022 De wettelijke grenswaarden én de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide, fijnstof (PM10) en het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) staan in tabel 1.1 (hoofdstuk 1). Voor het berekenen van de luchtkwaliteit in Utrecht van het jaar 2022 is het verkeersmodel VRU3.4 gebruikt. Dit verkeersmodel gaat normaal gesproken uit van een jaarlijkse, beperkte groei van het verkeer. Door de coronamaatregelen in 2020 en 2021 bleef de gebruikelijke groei uit. Er is voor deze jaren daarom geen groei toegepast op de verkeersgegevens. Tijdens de coronapandemie bleef niet alleen de groei van het verkeer uit, maar was er zelfs minder verkeer op de weg dan daarvoor. Er bleef hierdoor sprake van overschatting van de gemodelleerde verkeersintensiteiten in de coronajaren 2020 en 2021. Dit was ook te zien in de rekenresultaten, die gemiddeld hoger uitkwamen dan de gemeten waarden. Om deze reden is voor het modelrekenjaar 2022 ook geen groei toegepast, ondanks de feitelijke toename van het wegverkeer in 2022 vergeleken met de coronajaren Monitor Mobiliteitsplan 2023 .
Stikstofdioxide Voor stikstofdioxide zijn voor het jaar 2022 geen (potentiële) overschrijdingen berekend van de wettelijke grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie (40 µg/m3). Het rekenpunt waar de maximaal berekende waarde is bepaald, betreft overigens een locatie waar formeel geen sprake is van significante blootstelling en waar op basis van het toepasbaarheidsbeginsel en significante blootstelling feitelijk geen sprake is van een wettelijk toetspunt. Alle concentraties voldoen eveneens aan de WHO-advieswaarde-2005 (40 µg/m3). De jaargemiddelde concentraties (met waarden in het bereik 13,2 – 35,9 µg/m3) liggen nog (ver) af van de aangescherpte WHO-advieswaarde (10 µg/m3). Bijlage XI toont alle stikstofdioxide concentraties voor 2022 en 2030 op kaart.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
19/52
Fijnstof De maximale concentratie van fijnstof (PM10) bedraagt 21,2 µg/m3. Dit betekent dat er in de gemeente Utrecht geen overschrijdingen zijn van de jaargemiddelde grenswaarden (40 µg/m3). Ook zijn er geen overschrijdingen van het aantal dagen boven 24-uursgemiddelde grenswaarde. Ook hier geldt dat het rekenpunt waar de maximaal berekende waarde is bepaald, een locatie betreft waar formeel geen sprake is van significante blootstelling en waar op basis van het toepasbaarheidsbeginsel en significante blootstelling feitelijk geen sprake is van een wettelijk toetspunt. De maximale concentratie komt net uit boven de WHO-advieswaarde-2005 (20 µg/m3). Daarentegen lagen de jaargemiddelde concentraties, met waarden in het bereik van 16,8 – 21,2 µg/m3, overal boven de aangescherpte WHO-advieswaarde (15 µg/m3). Bijlage XII toont alle (PM10) fijnstofconcentraties voor 2022 en 2030 op kaart. De maximale concentratie van het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) bedraagt 11,8 µg/m3. Deze concentratie is lager dan de wettelijke grenswaarde (25 µg/m3). De maximale concentratie is wel hoger dan de WHO-advieswaarde-2005 (10 µg/m3). Figuur 2.2 laat globaal zien welke gebieden in de stad Utrecht hier wel en niet aan voldoen. De berekende jaargemiddelde concentraties, met waarden in het bereik van 9,1 – 11,8 µg/m3, lagen overal boven de in 2021 aangescherpte WHO-advieswaarde (5 µg/m3).
Bijlage XIII toont alle concentraties (PM2,5) voor 2022 en 2030 op kaart.
Figuur 2.2 Overschrijding (voormalige) WHO-advieswaarde-2005 in 2022 voor jaargemiddelde concentratie voor het fijnere deel van fijnstof (PM2,5). (Blauw: concentratie groter dan 10 µg/m3)
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
20/52
2.4 Vergelijking gemeten en berekende waarden 2022 Een van de doelen van het luchtmeetnet is het mogelijk maken van het vergelijken van metingen en berekeningen. We kijken naar verschillen en overeenkomsten tussen gemeten en met het CIMLK berekende concentraties. We vergelijken ook berekende en ‘gemeten’ verkeersbijdragen (de bijdrage van het lokale verkeer aan de totale concentratie).
Figuur 2.3 Vergelijking tussen de met het CIMLK berekende en de gemeten NO2 concentraties in μg/m3 op stads-en straatmeetlocaties [Esri Nederland & Community Maps Contributors].
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
21/52
Toetsing aan wettelijke grenswaarden gebeurt met modelberekeningen. De buisjesmetingen zijn niet bedoeld voor toetsing aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide. Wel geven ze een goede indicatie van de concentratie in de buitenlucht: ze laten zien hoe deze zich verhoudt tot de grenswaarde (40 µg/m3) en de - in 2021 aangescherpte - advieswaarde voor de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide die de WHO nastreeft (10 µg/m3). Er zijn in 2022 geen jaargemiddelde concentraties gemeten boven de EU-grenswaarde voor stikstofdioxide. Maar op alle meetlocaties, dus ook op de regiomeetlocaties liggen de jaargemiddelde concentraties nog boven de advieswaarde van de WHO. Bij de interpretatie van de meetwaarden en de vergelijking met berekende concentraties is het belangrijk om op te merken dat de metingen op grotere hoogte (2 tot 2,5 meter) en soms dichter bij de weg plaatsvinden dan waar we met berekeningen aan de EU-grenswaarden toetsen (op 10 meter van de rand van de weg of bij de gevel als deze dichterbij ligt dan 10 meter).
2.4.1 Vergelijking metingen met berekeningen CIMLK Met het CIMLK (Monitoringsronde 2023) is het jaar 2022 doorgerekend. Aan het rekenmodel voegden we rekenpunten toe die overeenkomen met de posities van de straat- en stadsachtergrondmeetlocaties. De aldaar berekende concentraties vergelijken we zo met de gemeten jaargemiddelde concentraties op de meetlocaties. Bijlage VI geeft een overzicht van de gemeten en berekende waarden plus de verschillen. Op de meeste locaties zijn de berekende waarden hoger dan de gemeten waarden. Figuur 2.3 laat zien dat het verschil op het merendeel van de locaties wel binnen de 5 µg/m3 blijft. Gelet op alle onzekerheden in meting en berekening is zo’n verschil acceptabel. Het valt echter op dat het verschil in 2022 op 25 locaties groter is dan 5 µg/m3. De meetwaarden zijn in al deze gevallen lager dan de berekende waarden. Figuur 2.4 toont het wiskundig verband tussen de gemeten concentraties en de berekende concentraties bij achtergrond- en straatmeetlocatie (zie ook bijlage VII). Uit de figuur valt af te lezen dat het verband tussen gemeten en berekende waarden gemiddeld sterk is (specifiek op de stadsachtergrondlocaties is het verband matig). Maar zoals vermeld zijn de berekende waarden veelal hoger dan de gemeten waarden.
Vermoedelijk is hier sprake van overschatting van zowel de gemodelleerde (stads)achtergrondconcentratie als van de verkeersbijdrage. Dit laatste is aannemelijk omdat normaal gesproken het verkeersmodel uitgaat van een jaarlijkse, beperkte groei van het verkeer. In het eerste coronajaar 2020 daalde het aantal motorvoertuigen in het gebied binnen de ring van snelwegen en de Zuilense Ring/Karl Marxdreef echter fors (circa 22%). In 2021 en 2022 neemt het aantal motorvoertuigen dat Utrecht in- en uitrijdt weer toe. Wel is het aantal in 2022 nog steeds lager dan in 2019 (circa 11%). Bij het berekenen van concentraties op straatlocaties ‘tellen’ we de lokale verkeersbijdrage ‘op’ bij de plaatselijke stadsachtergrondconcentratie. Bij de stadsachtergrondlocaties vallen de berekende waarden gemiddeld zo’n 3,2 µg/m3 hoger uit dan de gemeten concentraties. Om een globale indruk te krijgen van het effect hiervan op de berekende concentraties op straatmeetlocaties, kunnen we deze met deze waarde corrigeren. Dan komen gemeten en berekende waarden op veel meer locaties goed overeen.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
22/52
Achtergrond- en straatlocaties ( N=64*) 60.0
y = 1,10x + 2,86 R² = 0,66
Berekende NO2 concentraties [µg/m³]
50.0
40.0
30.0
20.0
10.0
0.0 0.0
10.0
20.0
30.0
40.0
50.0
60.0
Gemeten NO2 concentraties [µg/m³] Figuur 2.4 Gemeten versus berekende NO2 concentraties op achtergrond- en straatlocaties (N=64). De fijn-gestippelde lijnen geven de =+/- 30% afwijking aan van de lijn y=x. De afbeelding toont ook de formule voor de regressielijn en de bijbehorende determinatiecoëfficiënt (R2). Zie ook bijlage VII.
Op zes locaties blijft het (absolute) verschil echter groter dan 5 µg/m3 (zie tabel 2.2). Naast enige generieke overschatting van de berekende verkeersbijdrage door te hoog ingeschatte verkeersintensiteiten, is vermoedelijk ook sprake overschatting door een te hoge stagnatiefactor (0,8) ter plaatse van enkele specifieke meetlocaties. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij de meetpunten Oudenoord en Weg der Verenigde Naties.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
23/52
Tabel 2.2 Meetlocaties met relatief grote verschillen (> 5 µg/m3) tussen berekende en gemeten jaargemiddelde NO2 concentraties
Naam Meetlocatie
Berekend - Gemeten [µg/m³] voor correctie
na correctie
Constant Erzeijstraat
10,7
7,5
Weg der Verenigde Naties
10,1
6,9
Oudenoord
10,8
7,6
Adelaarstraat
8,4
5,2
Zuidelijke tunnelmond A2
11,6
8,3
Albert Schweitzerdreef (zuid)
12,7
9,5
Per dag reden er in 2022 gemiddeld ongeveer 60.000 motorvoertuigen van/naar de milieuzone (specifiek is het verkeer gemeten dat de milieuzone uitrijdt13). Door het ontbreken van actuele schalingsfactoren (een maat voor de effecten van de milieuzone) in de CIMLK berekening voor het jaar 2022 is het verschoningseffect van de milieuzone niet meegenomen. Dit zal binnen de milieuzone (en in het omliggende gebied vanwege de uitstralingseffecten) tot een zekere overschatting van de verkeersbijdrage leiden. Daarnaast blijkt uit windtunnelonderzoek dat de met CIMLK berekende concentraties bij het meetpunt Albert Schweitzerdreef te hoog uitvallen door te hoog berekende wegbijdragen.
2.4.2 Vergelijking tussen gemeten en berekende verkeersbijdrage Deze paragraaf zoomt in op de verhouding tussen de met het CIMLK berekende en de - via de metingen - afgeleide verkeersbijdrage. Omdat de variatie in achtergrondconcentraties ruimtelijk gezien relatief beperkt is (uiteraard op enige afstand van de snelwegen), hebben straatmeetlocaties een achtergrondbelasting die naar verwachting redelijk overeenkomt met die van een nabijgelegen stadsachtergrond-meetlocatie. Door het verschil te nemen tussen de jaargemiddelde concentraties op beide locaties verkrijgen we inzicht in de lokale ‘gemeten’ verkeersbijdrage bij het straatmeetpunt. Bijlage VIII vermeldt de ‘gemeten’ en berekende verkeersbijdragen. Figuur 2.5 geeft een beeld van de verhouding tussen ‘gemeten’ en berekende verkeersbijdragen. Hieruit valt af te lezen dat het op deze manier bepaalde verband redelijk is. Op individuele meetlocaties kan het verschil, in absolute waarde of procentueel, echter betrekkelijk groot zijn. In tabel 2.3 staan de vijf locaties met de grootste (absolute) verschillen (afgerond verschil gelijk aan of groter dan 5 μg/m3). Ook hierbij geldt dat vermoedelijk sprake is van overschatting van de berekende wegbijdrage.
13 Document Utrecht - Monitor Mobiliteitsplan 2023 - cijfers van 2022 - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
24/52
Tabel 2.3 Vergelijking tussen de met het CIMLK berekende en de ‘gemeten’ NO2 verkeersbijdrage. In de rechter kolom staat het verschil in jaargemiddelde NO2 concentratie (berekend-gemeten) op de meetlocatie.
Meetlocatie
Meetlocatie
(code)
(naam)
Verschil
Verschil
Verkeersbijdrage
Jaargemiddelde
(berekend-gemeten)
(berekend-gemeten)
[μg/m3]
[μg/m3]
U25
Oudenoord
5,8
10,8
U30
Albert Schweitzerdreef (noord)
6,0
6,3
U63
Weg der Verenigde Naties
6,8
10,1
U46
Constant Erzeijstraat
8,1
10,7
U61
Albert Schweitzerdreef (zuid)
11,5
12,7
Wegbijdrage bij straatmeetpunten (N=34) 25
y = 0.97x + 2.95 R² = 0.45
berekende NO2 wegbijdrage [ug/m³]
U61 20
15
U46
U25
10
U30 U63 5
0 0
5
10
15
20
25
gemeten NO2 wegbijdrage [µg/m³] Figuur 2.5 Gemeten versus berekende verkeersbijdrage NO2 op straatlocaties.
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
25/52
2.4.3 Op zoek naar verklarende factoren Eerdere gemeentelijke meetnetrapportages belichtten al gedetailleerd enkele algemene aspecten die een rol kunnen spelen bij verschillen tussen gemeten en berekende concentraties. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Invloed van tijdelijke, maar soms langdurige bouwactiviteiten of wegwerkzaamheden.
Afwijkende samenstelling van het lokale wagenpark.
Overschatting verkeersbijdrage door gebruik ‘bomenfactor’ in het rekenmodel.
Vandaar dat deze paragraaf slechts specifiek inzoomt op de resultaten op locaties nabij het AmsterdamRijnkanaal. Bij de berekening van de (grootschalige) achtergrondconcentratie (1 bij 1 km vakken) spelen onzekerheden over de verspreiding van de emissies van bewegende bronnen een rol. Het RIVM/PBL vermeldt14 dat ze voor de verspreiding van de emissies van schepen dezelfde methode hanteren als voor stationaire bronnen, maar dat bij een bewegende bron de emissies naar verwachting minder verticaal stijgen, waardoor concentraties hoger kunnen zijn. Omdat de lokale bijdrage van scheepvaart is meegenomen in de grootschalige achtergrondconcentraties, kan dit tot gevolg hebben dat deze bijdrage dicht bij het Amsterdam-Rijnkanaal in de berekening onderschat wordt. In het algemeen zal er sprake zijn van lagere concentraties als de afstand tot de vaarweg toeneemt. De stadsachtergrondmeetlocaties Oog in Al - rand (U15) en Kanaleneiland-Zuid rand (code U12) liggen op respectievelijk ongeveer 17 meter en 67 meter van het Amsterdam-Rijnkanaal. Die bij de Amsterdamsestraatweg (noord) (U24) ligt op ongeveer 94 meter van het kanaal. In 2022 bedroeg de jaargemiddelde concentratie op deze locaties 22,6 μg/m3 (U15), 23,5 μg/m3 (U12) en 20,2 μg/m3 (U24).
De verschillen tussen de met het CIMLK berekende en de in 2022 gemeten concentraties bedragen op deze locaties respectievelijk 0,6 μg/m3 (U12), 0,7 μg/m3 (U15) en -3,9 μg/m3 (U24); een negatieve waarde betekent dat de meting hoger uitvalt dan de berekening. Gelet op alle onzekerheden in meting en berekening zijn dergelijke kleine verschillen acceptabel.
14 Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2016 (R2016-0068).
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
26/52
3 Trends luchtkwaliteit tot en met 2022 3.1 Gemeten trends Deze paragrafen zoomen in op de meerjarige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zowel in Nederland als in Utrecht in het bijzonder. Op een verhelderende manier toont de website van de Atlas Leefomgeving dat de concentraties voor de luchtverontreinigende componenten stikstofdioxide en fijnstof in Nederland gestaag dalen.
3.1.1 Meerjarige trends in stikstofdioxideconcentraties Figuur 3.1 laat de ontwikkeling zien van de jaargemiddelde gemeten concentraties stikstofdioxide in Nederland (https://www.clo.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit). Figuur 3.2 toont specifiek de ontwikkeling van de concentraties NO2 op de drie Utrechtse LML-meetstations (langs de Kardinaal de Jongweg, de Constant Erzeijstraat en in het Griftpark). LML staat voor ‘Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit’. Aan het eind van deze paragraaf bespreken we de trend in NO2-concentraties gemeten met het Utrechtse gemeentelijke luchtmeetnet.
Trends in jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (landelijk) Sinds eind jaren tachtig van de vorige eeuw dalen de achtergrondconcentraties zowel regionaal als in stedelijk gebied: op regionale achtergrondstations in de periode 1992-2022 met 53% van 25 naar 12 µg/m³. In de periode 2011-2022 daalden de waarden met 30% (van 17 naar 12 µg/m³). Op stedelijke achtergrondstations daalden de achtergrondconcentraties in de periode 2011-2022 (met 35%) van 28 naar 18 µg/m³, en op verkeersbelaste stations (met 42%) van 42 naar 25 µg/m³. De gemiddelde gemeten concentraties van NO2 in zowel 2020 als in 2021 waren (aanmerkelijk) lager dan op basis van de langjarige trend verwacht kon worden (Hoogerbrugge et al., 2021). De coronapandemie zorgde voor minder verkeer, en minder productie en bedrijvigheid in de industrie en energiesector dan 'normaal' en zo voor minder uitstoot dan verwacht. In 2022 is een lichte stijging in de concentratie te zien ten opzichte van 2020 en 2021. Dit kan te maken hebben met het vervallen van de COVID-19 maatregelen en de daardoor toegenomen mobiliteit. Ook het droge en zonnige weer in 2022 kan van invloed zijn geweest. De stijging in 2022 valt binnen de jaarlijkse variatie. Eén jaar met een concentratietoename duidt nog niet op een trend in verslechtering van de luchtkwaliteit.
De metingen van het Utrechtse stedelijke achtergrondstation LML Griftpark maken deel uit van de set gegevens van de middelste grafiek van figuur 3.1, de metingen van de verkeersbelaste meetstations LML Constant Erzeijstraat en LML Kardinaal de Jongweg zijn opgenomen in de rechter grafiek. Figuur 3.2 toont specifiek de ontwikkeling van de concentraties NO2 op deze drie Utrechtse LMLmeetstations (vanaf 2004 tot en met 2022).
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
27/52
Figuur 3.1 Jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide in Nederland 1990-2030 (Bron: RIVM/DCMR/GGD Amsterdam, mei 2023; https://www.clo.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit).
Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) 50 45 40
µg/m³
35 30 25 20 15 10 5
LML Kardinaal de Jongweg
LML Constant Erzeijstraat
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
0
LML Griftpark
Figuur 3.2. Jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide in de stad Utrecht 1992-2022 (Bron: RIVM-LML 2022).
Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitor 2023
28/52
Trends in gemeten concentraties stikstofdioxide in Utrecht (Utrechts Luchtmeetnet) 15 Hoewel de jarenlange daling van concentraties in 2016 stokte, mede door het vrij ongunstige weer dat jaar, waren de gemeten stikstofdioxideconcentraties daarna weer lager. Ze kwamen in 2022 op de meeste stadsachtergrond- en straatmeetlocaties zelfs uit op het laagste niveau sinds het begin van de metingen in 2011. Een uitzondering vormden de twee regiomeetlocaties. Hier namen de concentraties iets toe vergeleken met 2021. De figuren 3.2 en 3.3 laten de in het algemeen telkens lagere concentraties zien in Utrecht vergeleken met voorgaande jaren. Die dalende trend zet zich, na de onderbreking in 2016/2017, voort na 2018. Ten opzichte van de start van de metingen (2011) is voor alle meetlocaties16 samen sprake van een daling van gemiddeld 15,5 μg/m3 (-45%). Bij de straatmeetlocaties bedraagt deze afname 17,9 μg/m3 (uit lineaire regressieanalyse volgt: gemiddeld ongeveer 1,7 μg/m3 per jaar). Bij de stadsachtergrondmeetlocaties is de gemiddelde afname 12,3 μg/m3 (ongeveer 1,2 μg/m3 per jaar). Ten opzichte van 2011 betekent dit een afname van de concentraties bij de stadsachtergrond- en de straatmeetstations van respectievelijk 42 en 46%. Bij de regionale meetlocatie Rijnenburg-IJsselstein bedraagt de afname 36% (-7,9 μg/m3).
Gemiddelde stikstofdioxide concentratie per type meetstation 40
NO2 concentratie [µg/m³]
35 30 25 20 15 10 5 0
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Straat
Stadsachtergrond
Regionale achtergrond
Figuur 3.3. Jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide per type meetlocatie tussen 2011 en 2022. (Alleen meetlocaties die alle meetjaren voldoen aan de formele validatie-eis van 90% gegevensverzameling zijn meegenomen; N=21 (straat), N=13 (stadsachtergrond) en N=1 (regionale achtergrond)).
15
Voor de beoordeling van trends in de gemeten luchtkwaliteit in Utrecht zijn alleen meetlocaties beschouwd waar gedurende elf jaar is gemeten. 16 Bij deze analyse nemen we alleen meetlocaties mee die voldoen aan de formele validatie-eis van 90% gegevensverzameling. In de praktijk houdt dat in dat er maximaal twee van de dertien metingen op de locatie zijn uitgevallen. Monitoring Luchtkwaliteit Utrecht Meetjaar 2022/NSL Monitoringsronde 2023
29/52
3.1.2 Trends in jaargemiddelde concentratie van fijnstof (landelijk en op LMLstations in Utrecht) De gemiddelde concentratie fijnstof in Nederland neemt al vele jaren af (zie figuur 3.4, fractie PM2,5). Deze langjarige daling in de fijnstofconcentraties is toe te schrijven aan maatregelen en reductie-eisen in de industrie en de energiesector. Ook hielpen strengere eisen aan motorvoertuigen (‘roetfilters’), al doen meer gereden kilometers (met uitzondering van de coronajaren 2020 en 2021), zwaardere voertuigen en hogere snelheden het positieve effect op de verlaging van emissies weer deels teniet. Voor de langjarige ontwikkeling van de jaargemiddelde gemeten concentraties fijnstof in Nederland, verwijzen we naar de website www.clo.nl. Mede door de coronamaatregelen waren emissies en concentraties van fijnstof in de coronajaren 2020 en 2021 lager dan vóór de coronapandemie. De forse daling van 2020 zet niet verder door, de concentraties blijven in 2021 en 2022 min of meer op hetzelfde niveau. Dit blijkt uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM en van de GGD Amsterdam en de DCMR. Hoe tijdelijk het effect is van de COVID-19 maatregelen en wat de concentraties na het vervallen hiervan gaan doen, zullen de komende jaren uitwijzen.