CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor inclusie en diversiteit 2025

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Beleidsnota Inclusie en Diversiteit12.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Desondanks spreekt een deelnemer van de Stadskaravaan de behoefte uit voor meer verbinding: “Mensen hebben behoefte aan gemeenschap en verbinding door middel van positieve ervaringen, in plaats van continu met een negatieve blik naar al deze problematiek te kijken.'' Deze behoefte wordt gedeeld door een van de andere deelnemers: “Er lijkt een grote interesse in de stad te zijn om elkaar te leren kennen en solidariteit te tonen.''

27

... en de druk om te conformeren, die kan leiden tot gevoelens van vervreemding Jarenlange stigmatisering, criminalisering, etnische profilering en de normalisering hiervan in politiek en media leiden volgens deelnemers tot vervreemding en dit baart zorgen. De constante uitdaging om hiermee om te gaan, boven op de ervaringen van discriminatie en druk om zich te conformeren, kan leiden gevoelens van vervreemding en een diep verlies aan vertrouwen. Deelnemers uiten hun frustratie over het feit dat ze zich herhaaldelijk moeten rechtvaardigen en dat hun positie als gelijkwaardige burgers onder druk komt te staan. Zo blijkt uit de volgende reacties van een aantal verschillende deelnemers: “Ik vind het zo vermoeiend om continu geconfronteerd te worden met discriminatie en mezelf te moeten verantwoorden.” “Ik voel me niet verbonden met de maatschappij, ik focus me op mijn studie en werk, en het helpen van mijn ouders.” “Ik zou niet naar een witte school gaan, omdat ik me bij een zwarte school erkend en begrepen voel.” “Ik wou dat ik blond was en blauwe ogen zou hebben, dan was ik veel kansrijker.” Verhalen van inwoners: het slavernij- en koloniale verleden van Nederlands heeft nog steeds impact Een inclusieve stad vraagt ook iets van mensen in een geprivilegieerde positie.

Een doel is dat Utrechters meer kennis en bewustwording hebben over het slavernij- en koloniale verleden en de wijze waarop dit vandaag de dag nog steeds impact heeft. Een inwoner geeft het belang aan van witte mensen bij Keti Koti betrekken: “Tijdens Keti Koti gedenken we dat de slavernij werd afgeschaft op 1 juli 1863 door Koning Willem II. Het is een Bevrijdingsdag net als hoe Nederland 5 mei viert. Maar omdat Nederland liever niet spreekt over haar rol bij het slavernijverleden, herdenken we op die dag niet de slaven uit Suriname of Curaçao. Daarom is het belangrijk dat we ’onze Bevrijdingsdag’ apart vieren en daar ook witte mensen bij betrekken. Het is lang geleden, maar de doorwerking is er nog steeds. Als je die connectie als witte Utrechter niet kunt maken, dan begrijp je niet waarom het is zoals het nu is.” Een ander verhaal gaat ook in op de huidige impact van ons koloniale verleden: “Jaren later legde ik aan een VVD-er uit waarom Curaçaoënaars blijven hangen in een uitkering. Ik hield mijn hand omhoog in de lucht en zei: als je werkt dan sta je hier. Word je werkloos dan sta je hier en ik liet mijn hand vallen. Het Nederlandse systeem heeft een (tijdelijk) sociaal vangnet; op een dag ga je weer werken en zit je weer ‘hoog’ (mijn hand ging weer omhoog). Maar als je uit Curaçao komt dan kom je van hier en ik legde mijn hand op de grond.

Het perspectief is totaal anders zei ik. Een uitkering is beter dan de situatie waaruit de meeste Curaçaoënaars en Surinamers komen. En als je dat niet snapt, dan vind je dat iemand te lang blijft hangen in een uitkering. Ik constateerde een bepaalde bekrompenheid en vroeg mij af in hoeverre mensen pijn van de ander kunnen zien.” Verhalen van inwoners: positieve ervaringen met (voorlichten van) professionals in de wijk Ook is als doelstelling in de beleidsnota opgenomen om de sensitiviteit bij partnerorganisaties en uitvoerend (wijk)professionals te vergroten. Dit gaat bijvoorbeeld om sensitiviteit qua gender, sekse of cultuur bij queer, non-binaire, trans en intersekse personen (van kleur). Uit twee verhalen blijkt dat de vertellers een positieve ervaring hadden met het voorlichten van professionals in de wijk: “Ik heb in het verleden ook voorlichting gegeven aan jongerenwerkers. Sommigen van hen vonden dat het thema LHBTIQA+ niet thuishoorde in hun werk, vaak vanwege hun geloof. Maar na mijn verhaal keken ze anders. Ze zagen dat het wél relevant is, en juist bij hun werk hoort.” Iemand anders geeft aan dat de eigen ervaring gedeeld kon worden: “Ik gaf een presentatie aan een groep zorgprofessionals waarbij ik de verhalen en ervaringen van aseksuele en/of

28

aromantische mensen kon delen. Het kunnen delen van deze verhalen gaf mij een gevoel van verbinding, omdat ik ons als groep zichtbaar kon maken.” Verder deelt een inwoner ook een positieve ervaring met een partnerorganisatie: “Toen we aangifte kwamen doen op het bureau werden we heel fijn opgevangen door 'roze in blauw'. Daar konden we ons verhaal vertellen en voelden we volledige aandacht voor ons gevoel. We hebben echt zorg ontvangen voor wat ons was overkomen.” Verhalen van inwoners: wederzijdse ontmoeting leidt tot meer verbinding en begrip Een ander doel uit het beleid is het werken aan meer wederzijdse ontmoeting en begrip tussen Utrechters met verschillende culturele, sociale en levensbeschouwelijke achtergronden. Hier worden door inwoners veel verschillende verhalen over gedeeld. Een aantal verhalen gaat over het ontmoeten van anderen bij ‘evenementen’ of georganiseerde activiteiten in de stad. Zo worden bijvoorbeeld de volgende dingen genoemd in de verhalen: Iftaravonden, Keti Koti of deelname aan een initiatief waarbij langsgegaan werd bij verschillende groepen: "Zo was ik laatst bij een Iftaravond (...) die avond leerde ik niet alleen iets over anderen, maar ook over mezelf. Het was een avond die me uit mijn bubbel haalde en me liet zien wat verbinding betekent. Namelijk je blik verruimen, niet bang zijn voor een ander, en zien wat er in een ander leeft.

En dat is precies wat daar gebeurde.” “Nog steeds komen niet alle verschillende achtergronden naar Keti Koti, maar het begin is er. En het is echt een feestelijk festival geworden met zang en dans. Ik ben trots en blij dat het gewaardeerd wordt.” “In Utrecht heb ik laatst meegedaan aan een initiatief dat langsgaat bij verschillende groepen om te kijken wat er leeft. Ik deed hieraan mee en daar ontmoette ik nieuwe mensen die met elkaar aan tafel gingen eten. Samen eten met onbekenden en dan vervolgens tot een fijn gesprek komen betekent voor mij verbinding.” “Door al dat vrijwilligerswerk heb ik al zoveel mensen niet alleen van mijn afkomst maar ook uit andere culturen en geloven ontmoet. Daardoor heb ik veel meer contacten gekregen (...) elk geloof in grote lijnen staat voor elkaar helpen, dus laten we daar niet te ingewikkeld over doen.” Meer in het algemeen noemen Utrechters ook het belang van meer begrip voor elkaar: “Er komen hier mensen met allerlei verschillende achtergronden. Soms duurt het even voordat je elkaar begrijpt. En wrijving is er altijd wel een beetje, maar je moet geduld hebben; je leert vanzelf met elkaar omgaan.” Iemand anders zegt hierover: “Ik geloof dat we in de basis allemaal hetzelfde willen – veiligheid, rust, geluk. Het zijn vooral de uitersten die je hoort, de harde stemmen.

Maar daartussen zit een groot midden, mensen die niet schreeuwen, maar wel willen bijdragen.”

3.4 Veilige Stad Hoofdpunten • De veiligheidsbeleving van inwoners in de eigen buurt neemt af tussen 2019 en 2023. • Uit de verhalen die inwoners uit de stad ons vertellen blijkt dat onveiligheidsgevoelens voor Utrechters in een gemarginaliseerde positie geregeld voorkomen. Dit geldt zowel in het openbare leven als binnen hun eigen community, bijvoorbeeld door vooroordelen die binnen de LHBTIQA+-community worden geuit.

29

•

•

•

Straatintimidatie neemt toe tussen 2019 en 2023. Ongeveer een derde van de Utrechters geeft aan in 2023 te zijn geïntimideerd op straat. Vooral vrouwen en jongeren maken straatintimidatie mee. Veel respondenten van het Pink Panel doen geen aangifte of melding van incidenten. Dit komt onder andere doordat de veronderstelling dat melden geen zin heeft of niet mogelijk is bij lichtere incidenten. Voor deelnemers aan de Stadskaravaan van islamitische of joodse afkomst is de bezorgdheid over veiligheid het afgelopen jaar een dringende kwestie geworden. Er zijn specifieke zorgen over verbaal en fysiek geweld, straatintimidatie en online haat. Meerdere deelnemers geven aan te leven in een staat van voortdurende alertheid en/of hebben het gevoel dat ze zich continu moeten verantwoorden voor geopolitieke spanningen. Islamitische- en Joodse deelnemers aan de Stadskaravaan ervaren daarnaast een toename van discriminatie, uitsluiting en microagressies. Dit komt ook terug in de gesprekken met inwoners.

3.4.1 Indicatoren beleidsnota Figuur 3.4.1: indicatoren ‘veilige stad’ uit Beleidsnota Inclusie en diversiteit, vergeleken tussen 2019 en 2023 2019 2021 2023 % inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in 30% 30% 34% de eigen buurt % inwoners dat afgelopen 12 maanden op straat 32% 31% 34% geïntimideerd is Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht Meer inwoners voelen zich wel eens onveilig in de eigen buurt In de periode 2019 tot en met 2023 is de veiligheidsbeleving in de eigen buurt achteruit gegaan: 34% van de inwoners voelt zich wel eens onveilig in de eigen buurt, tegenover 30% in 2019 en 2021. Vrouwen en jongeren voelen zich vaker onveilig in de eigen buurt dan mannen en 65-plussers. De meest genoemde redenen voor een gevoel van onveiligheid zijn: zich kwetsbaar voelen als vrouw, hangjongeren en drugsoverlast. 34% Utrechters ervaart straatintimidatie In 2023 geeft 34% van de Utrechters aan te zijn geïntimideerd op straat. Dat is hoger dan in 2021 (31%). Het is niet duidelijk of deze toename komt door een toegenomen meldingsbereidheid of door een daadwerkelijke toename van straatintimidatie. Het zijn vooral vrouwen en jongeren die straatintimidatie meemaken. 45% van de vrouwen zegt geïntimideerd te zijn, tegenover 22% van de mannen. Van de jongeren (18-29 jaar) heeft ruim de helft (51%) straatintimidatie ervaren. Bij 65plussers is dat 14%.

De toename van straatintimidatie betreft vrouwen: het aandeel vrouwen dat straatintimidatie ervaart groeit van 41% in 2021 naar 45% in 2023, terwijl het aandeel mannen dat hier mee te maken heeft juist stabiel blijft. Verder zit de toename van straatintimidatie vooral in de leeftijdsgroepen tot 55 jaar. Bij vrouwen gaat straatintimidatie in de meeste gevallen om nastaren, gevolgd door nafluiten en naroepen met beledigende of seksuele opmerkingen. Bij mannen gaat het vooral om nageroepen worden met beledigende opmerkingen, gevolgd door nastaren. Figuur 3.4.2: ervaren vormen van straatintimidatie door Utrechters, 2023

30

3.4.2 Aanvullende relevante data Pink Panel 2024: 7% doet aangifte of melding van discriminatie of intolerantie Van de deelnemers aan het Pink Panel geeft 62% aan dat ze dit jaar geen incidenten hebben meegemaakt. Omdat slechts 7% aangifte of melding heeft gedaan van discriminatie of intolerantie is er een grote groep die wel incidenten meemaakt, maar hier geen aangifte of melding van doet. Als reden hiervoor werd aangegeven dat een incident hiervoor niet ernstig genoeg werd bevonden, maar ook dat respondenten dachten dat melden geen zin had of dat het niet mogelijk is om ‘lichte’ incidenten (zoals naroepen) te melden. Deelnemers aan het panel voelen zich vooral onveilig op straat (79%). Ook een café / kroeg (36%) of discotheek (21%) worden als onveilige plek ervaren. Een van de deelnemers zegt daar het volgende over: “Omdat ik de mensen die ik daar tegenkom niet ken en je van tevoren niet weet hoe tolerant ze zijn. Om geen nare opmerkingen (of erger) te krijgen, heb ik het er niet snel over.” Figuur 3.4.3: Veiligheidsgevoelens van respondenten van het Pink Panel 2024 ten aanzien van openheid over genderidentiteit en seksuele oriëntatie

Bron: Pink Panel, 2024

31

3.4.3 Verhalen uit de stad Verhalen uit de Stadskaravaan: verhoogde spanningen zorgen voor alertheid en bezorgdheid over veiligheid onder islamitische en joodse Utrechters Voor veel islamitische en joodse inwoners in Utrecht is de bezorgdheid over veiligheid het afgelopen jaar een dringende kwestie geworden. Er zijn specifieke zorgen om verbaal en fysiek geweld, straatintimidatie en online haat. De ervaringen worden door de deelnemers vaak in verband gebracht met de verhoogde spanningen in de Nederlandse politiek en de genocide in Gaza. Er zijn vooral zorgen over de meest kwetsbare mensen binnen de gemeenschappen, zoals mensen met zichtbare religieuze uitingen (hijab, keppeltjes of andere religieuze symbolen). Ook gaat het om ouderen en jongeren die zich minder goed zouden kunnen verdedigen. Deelnemers hebben bijvoorbeeld het gevoel dat ze zich continu moeten verantwoorden voor geopolitieke spanningen. Dit geldt zowel voor joodse als voor islamitische Utrechters. Een joodse Utrechter vertelt hierover het volgende: “Het conflict in het Midden-Oosten is geëxtrapoleerd, ik word benaderd alsof ik het heb gedaan.” En een andere joodse Utrechter zegt: “Ik draag een keppeltje (ondanks dat mijn familie dit afraadt).

Ik krijg daar verschillende reacties over op straat: positieve bekrachtiging, ondersteuning, maar ook intimidatie en dreiging zoals toen er drie jongeren pal voor mij gingen staan en in mijn gezicht zeiden ‘Free Palestine, Free Palestine, Free Palestine.’’ Een islamitische inwoner zegt hierover: “Ik krijg het gevoel dat Palestina van mij is en ik moet me steeds verantwoorden.” Meerdere deelnemers geven aan te leven in een staat van voortdurende alertheid. Deze waakzaamheid beïnvloedt het dagelijkse leven, maar ook grote besluiten zoals je mening niet meer te uiten, zoals het selecteren van een school tot uitstel of terughoudendheid van het dragen van religieuze kleding of symbolen: “Ik ga mijn kind niet blootstellen aan agressie en hou mijn kind in de eigen gemeenschap. Voor mijzelf geldt dat ik constant alert ben en in de vechtmodus sta. Ik voel me niet veilig.” Verhalen uit de Stadskaravaan: deelnemers ervaren een toename van discriminatie, uitsluiting en microagressies Deelnemers aan de Stadskaravaan noemen in dit kader verschillende incidenten die plaatsvinden op het werk, op school en in winkels, zoals: ''Grappen op het werk die geen grappen zijn. Je naam fout uitspreken en zeggen ‘jezus wat een naam’; ‘Ramadan jammerdam’; ‘Was je in Amsterdam gisteren? (m.b.t. de rellen)’.

Ik merk het vaak, het gebeurt vooral door autochtonen.” En het volgende voorbeeld: ''Er was een hakenkruis getekend op het schoolterrein, naast dat het te lang duurde om weg gehaald te worden, werd er ook niet genoeg stil gestaan bij wat het betekent en de impact die het heeft''. Door diverse deelnemers worden ook microagressies ervaren. Dit draagt bij aan een gevoel er niet toe te doen. Voorbeelden hiervan zijn een schoolreis tijdens de ramadan, een docent die studenten aanspreekt met ‘jullie moslims’ of het verschil dat wordt ervaren in de selectieve verontwaardiging die er is over jodenhaat of moslimhaat. Door zowel joodse deelnemers als islamitische deelnemers worden grappen ervaren die voor hen niet grappig zijn: “Bij het voetballen vroeger werden er opmerkingen of grapjes gemaakt over fietsendiefstal, mocromaffia en zulke stereotyperende uitspraken (...) Ik reageer soms wel en soms niet, afhankelijk van wie en de context. Niet iedereen doet het even bewust, en het is altijd goed om bij te dragen aan bewustwording, soms voelt het wel echt als opzettelijk.'' Een andere deelnemer vat ook treffend samen hoe dergelijke opmerkingen binnenkomen: ''Eerst wordt de klap uitgedeeld en daarna komt de nuance.

Dan wordt er gezegd ‘Ik wil niet discrimineren’, maar de klap is al uitgedeeld.'' Door veel deelnemers met een moslimachtergrond wordt ervaren dat zij hard moeten werken voor dezelfde waardering als collega's die geen moslim zijn. Ook zijn er ervaringen met en grote zorgen over het niet verkrijgen van een stageplek of baan. Er worden diverse ervaringen gedeeld over het

32

meten met twee maten: ''Ik werd steeds niet uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek als ik mijn eigen naam gebruik, toen ik met dezelfde brief maar met een andere naam solliciteerde, werd ik wel gebeld''. Of het volgende voorbeeld: ''Ik heb 90 sollicitaties gedaan voor mijn stage en ben nergens aangenomen''. Een van de deelnemers legt uit wat dat met diegene doet: ''Je voelt je beperkt om jezelf te zijn, bijvoorbeeld wanneer je bij een sollicitatiegesprek nijgt kleding te dragen die er niet ‘religieus’ uit ziet, omdat dit je kansen kan schaden.'' Verhalen van inwoners: onveiligheidsgevoelens zijn voor sommige Utrechters in een gemarginaliseerde positie nog steeds aan de orde van de dag ... Via de verhalen van inwoners hebben we nog meer inzicht gekregen in groepen die onveiligheidsgevoelens ervaren. Een van de vertellers duidt bijvoorbeeld hoe het voelt om als nonbinair persoon onderdeel te zijn van het openbare leven: “Het leven als non-binair is elke dag alert zijn. Wat als ik een vrouwentoilet binnenloop, terwijl er geen genderneutraal toilet is? Wat als mensen weten wie ik ben? In sommige landen kan dat zelfs gevaarlijk zijn.

Ik kan opgepakt worden, terwijl ik niks kwaads in mijn zin heb.” Ook blijkt uit een van de verhalen dat zelfs safe spaces voor de lhbtiqa+-gemeenschap onveilig kunnen zijn als er binnen de community vooroordelen geuit worden: “Als aseksueel persoon leid ik vaak een soort dubbelleven. Ik ben vaak bezig met of het op een bepaalde plek veilig is om die kant van mij te laten zien. Veel plekken zijn dat niet, of voelen niet zo. Soms zijn er ook plekken waarvan ik denk dat die in principe open en veilig zouden moeten zijn en dat toch niet blijken te zijn. Een voorbeeld daarvan maakte ik mee in een café voor de lhbtqia+gemeenschap in Utrecht. Ik was iets aan het drinken en raakte aan de praat met een homoseksueel persoon. Hij stelde heel veel vragen over aseksualiteit, maar tussen de regels door klonken vooral de vooroordelen.” Een veilig gevoel wordt soms pas ervaren als het initiatief tot een community uit de betreffende groep zelf komt: “Die zoektocht bracht me uiteindelijk tot een besluit: als het er nog niet is, dan maak ik het zelf. En zo ontstond onze eigen [black] community in Utrecht, een warme, veilige plek voor sisters om samen te komen” ... wat ook geldt voor Utrechters die moslimdiscriminatie ervaren. Zowel op straat ... Moslimdiscriminatie is een van de thema's die veel terugkwam in de gesprekken met inwoners.

Uit een aantal verhalen komt naar voren dat mensen openlijk gediscrimineerd werden: “Een aantal witte mensen stond op de stoep en riep tegen deze moslim-uitziende mensen: MINDER! En misschien riepen ze dat ook wel tegen mij. Ik stopte, stapte van mijn fiets en dacht: wat krijgen we nou? Ik vond dit vervelend en pijnlijk, want in wat voor een stad leef je als witte mensen dit gaan roepen tegen mensen die je niet kent.” Dit blijkt ook uit het volgende voorbeeld: “We kwamen in een Utrechtse wijk waar we het enige Marokkaanse gezin waren. (...) Toen hij wat ouder was verkocht mijn zoon een tijdje zonnepanelen langs de deuren, en kwam hij regelmatig thuis met verhalen over hoe hij wordt aangesproken – koud, wantrouwend, soms ronduit onbeschoft.” ... als institutioneel Net als uit de Stadskaravaan komt ook uit de gesprekken met inwoners naar voren dat vormen van discriminatie op verschillende manieren plaatsvinden. Bijvoorbeeld bij het zoeken naar een stageplaats: “Moeders komen soms huilend bij mij om te vragen of ik hun kind geen stageplaats kan bieden, want anders kunnen ze hun opleiding niet afmaken.” Of als iemand door haar afkomst extra in de gaten wordt gehouden: “Ik draag geen hoofddoek, maar ook ik word aangekeken op mijn uiterlijk en afkomst: in de parfumerie word ik extra in de gaten gehouden, en ik weet dat de beveiliging ook op risicoprofielen wordt getraind.

En die beveiliger heeft soms ook gewoon Marokkaanse roots. Zo worden we tegen elkaar opgezet.”

33

Ook polarisatie draagt bij aan gevoelens van onveiligheid Inwoners ervaren dit bijvoorbeeld omtrent de genocide in Gaza: “Als je je verbonden voelt met wat er in Gaza gebeurt, dan zijn er heel veel mensen die naast jou staan. Maar net zo veel mensen die ook weer tegenover jou staan. Het is volgens mij nog nooit zo slecht geweest hier in Nederland met het polariseren, het tegenover elkaar zetten van mensen. Was het nou maar iets dat gewoon bij de politiek zou blijven. Maar we zien dat ook de media en lagere instanties daarin meegaan.” En volgens een andere inwoner: “Het gevaar zit in polarisatie en groepen over één kam scheren. Uitspraken zoals ‘jullie Joden’ zijn gevaarlijk en kloppen niet omdat er veel verschil zit binnen de groep Joden in Nederland.” Maar ook ten gevolge van politieke ontwikkelingen in Nederland: “Zelf heb ik na de verkiezingsoverwinning van de PVV aan scholieren uitgelegd dat zij door een nieuwe regering niet zomaar het land uitgezet kunnen worden.”

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=536ef664-d05b-4c40-99d5-3dcab34f3a05