Monitor inclusie en diversiteit 2025
Tekst van het document
Monitor
Inclusie en diversiteit 2025 DIT RAPPORT IS OOK EEN WEBPUBLICATIE IN HET KENNISPORTAAL VAN DE GEMEENTE UTRECHT (onderzoek.utrecht.nl): https://onderzoek.utrecht.nl/monitor-inclusie-en-diversiteit
1 onderzoek.utrecht.nl
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................2 Samenvatting ................................................................3 Inleiding .........................................................................5 1. De inclusieve en diverse organisatie – het goede voorbeeld .......................................................................7 1.1 Inleiding.................................................................................................................7 1.2 Inclusieve organisatie ..........................................................................................7 1.3 Diverse organisatie ..............................................................................................8
2. Maatschappelijke sensitiviteit ...............................10 2.1 Inleiding...............................................................................................................10 2.2 Monitoring van maatschappelijke sensitiviteit ................................................11
3. Extra voor wie dat nodig heeft ...............................18 3.1 Inleiding...............................................................................................................18 3.2 Gelijkwaardige & Toegankelijke Stad ...............................................................19 3.3 Bewuste & Verbonden Stad ..............................................................................26 3.4 Veilige Stad .........................................................................................................29
2
Samenvatting Verhalen vangen van Utrechters Als gemeente willen we zo goed mogelijk snappen wat er in de stad speelt op het gebied van inclusie en diversiteit en hoe onze inwoners dat ervaren. Cijfers zijn daarvoor niet altijd genoeg. Het rechtstreeks in gesprek gaan en het luisteren naar verhalen van Utrechters geeft een veel rijker beeld en versterkt tegelijkertijd onze verbinding als organisatie met de stad. Daarom ging in het voorjaar van 2025 een groep ‘verhalenvangers’ vanuit de gemeente Utrecht de stad in om het verhaal te horen van een Utrechter. De vertellers waren mensen voor wie, om wat voor reden dan ook, inclusie en ‘meedoen’ niet vanzelfsprekend is. Het gespreksthema was ‘verharding’ en ‘verbinding’ in de stad: op welke momenten wordt de verharding van de maatschappij voelbaar in het dagelijks leven van deze Utrechters? En wanneer en waardoor ervaren zij juist verbinding? Uit alle verhalen over verharding en verbinding kwamen de volgende rode draden naar voren: • De snelle, digitale en verbale samenleving voedt verharding: meningen, frustraties en generalisaties die kwetsend zijn voor anderen worden er ongefilterd en ongeremd uitgegooid. Online is dit makkelijker en dit slaat over naar het echte contact. • Verharding leidt tot meer verharding: verharding begint klein. Maar elke vervelende en pijnlijke ervaring zorgt ervoor dat je je iets verder afsluit.
• Verbinding moet je doen: het ontstaat niet zomaar. Het is makkelijker om in je comfort zone te blijven, maar het werkt als je eruit stapt en toenadering zoekt naar anderen. • Openstaan en geduld zijn de sleutel: als je dan op de ander afstapt, is het belangrijk dat je open kunt en wilt staan voor diegene. Ook dat vraagt soms een investering. • Een ontmoetingsplek maakt verbinding mogelijk: verbinding gaat over jezelf deel voelen van van een groter geheel. Het belang van plekken in de stad waar Utrechters elkaar over bubbels heen kunnen ontmoeten wordt door veel vertellers benadrukt. De Inclusieve en Diverse Organisatie – het goede voorbeeld De gemeente Utrecht werkt voortdurend aan een diverse, inclusieve en maatschappelijk sensitieve organisatie. De gemeente Utrecht monitort de voortgang op alle indicatoren uit de Beleidsnota Inclusie en Diversiteit. Een uitgebreide rapportage van deze monitoring volgt in 2026. Daarom zijn in deze eerste editie van de monitor nog niet alle indicatoren opgenomen. In 2026 komen hiervoor nieuwe cijfers beschikbaar. Deze worden toegevoegd aan de volgende editie van de monitor. Vooruitlopend hierop is er wel een korte toelichting van de voortgang van het programma Inclusie en Diversiteit toegevoegd. Maatschappelijke sensitiviteit Utrechters hebben meer vertrouwen in de gemeente dan in de landelijke overheid.
We zien daarbij wel, net als onder de gehele Nederlandse bevolking, steeds minder vertrouwen in de overheid. Dit blijkt uit het Panel Meetellen en uit de Inwonersenquête. Uit de Inwonersenquête komt ook naar voren dat 2% specifiek bij een overheidsinstantie discriminatie heeft ervaren. De gemeente werkt aan de hand van het Programma Inclusie en Diversiteit (I&D) aan het verder vergroten van maatschappelijke sensitiviteit binnen de organisatie. Zo investeert de gemeente extra om inclusie in al het beleid en de uitvoering daarvan door te voeren.
3
Uit de verhalen van inwoners: We tekenen voorbeelden op waarin verschillende groepen zich niet of onvoldoende gezien en gehoord voelen door de gemeente Utrecht. Zo ervaren leden van de dovengemeenschap dat zij vaak worden vergeten in gemeentelijke plannen, ondanks de sterke positie van Utrecht als ‘tolkenstad’. Ook mensen met een dubbele beperking, zoals een combinatie van auditieve en visuele beperkingen, lopen tegen knelpunten aan omdat gemeentelijke regels onvoldoende rekening houden met complexe situaties. Daarnaast blijkt dat informatievoorziening niet altijd goed is afgestemd op analfabeten, wat leidt tot onbegrip, frustratie en een groeiend wantrouwen richting de overheid. Toch zijn er ook positieve geluiden: persoonlijk contact, bijvoorbeeld met jongerenwerkers, wordt gewaardeerd en draagt bij aan een gevoel van begrip en verbinding. Gelijkwaardige en toegankelijke stad We zien spanning op het thema gelijkwaardigheid in de samenleving. Dat zien we bijvoorbeeld terug in het maatschappelijk welbevinden dat daalde in de periode 2019-2023. Daarbij ervaren inwoners in kwetsbare situaties minder vertrouwen in anderen, zien we een toename van het aantal discriminatiemeldingen en geeft één op de vijf Utrechters aan in 2023 discriminatie te hebben meegemaakt. Jongeren voelen zich minder vrij om zichzelf te zijn dan in 2019 en acceptatie van homoseksualiteit is afgenomen.
Bewuste en verbonden stad Op basis van de gesprekken in de Stadskaravaan komt een genuanceerd beeld naar voren van de verbonden stad, waarin zorgen en hoop doorklinken. Gesprekken met inwoners laten zien dat mensen met verschillende religieuze en culturele achtergronden zich steeds vaker terugtrekken in eigen gemeenschappen, wat leidt tot minder gedeelde ervaringen en versterkte sociale segregatie. Verschillen in mediagebruik en het ontbreken van dagelijkse ontmoeting dragen hieraan bij. Tegelijkertijd leeft er een sterke behoefte aan meer verbinding, mede ingegeven door gevoelens van vervreemding die ontstaan door stigmatisering, etnische profilering en de normalisering hiervan in politiek en media. Deelnemers uiten frustratie over het feit dat zij zich voortdurend moeten verantwoorden en hun positie als gelijkwaardige burgers onder druk ervaren. Toch zijn er ook hoopvolle signalen: verhalen van wederzijds begrip en positieve ontmoetingen tussen Utrechters van diverse achtergronden tonen dat verbinding mogelijk is. Veilige stad Utrechters voelen zich steeds minder veilig in hun omgeving. Uit de Inwonersenquête blijkt dat de veiligheidsbeleving tussen 2019 en 2023 is afgenomen. Uit gesprekken met inwoners blijkt dat gevoelens van onveiligheid vooral voorkomen onder mensen in gemarginaliseerde posities.
Dit gebeurt niet alleen in de openbare ruimte, maar ook binnen de eigen gemeenschappen. We zien ook dat straatintimidatie toeneemt. Ongeveer een derde van de Utrechters geeft aan hiermee te maken te hebben gehad, waarbij vooral vrouwen en jongeren getroffen worden. Toch wordt er vaak geen melding of aangifte gedaan van incidenten, onder andere vanwege de overtuiging dat dit weinig zin heeft of niet mogelijk is bij minder ernstige voorvallen. Uit de Stadskaravaan: Voor islamitische en joodse deelnemers is veiligheid het afgelopen jaar een urgente zorg geworden. Zij maken zich specifiek zorgen over verbaal en fysiek geweld, straatintimidatie en online haat. Meerdere deelnemers geven aan in een constante staat van alertheid te leven en ervaren druk om zich te verantwoorden voor internationale spanningen. In de gesprekken met inwoners komt bovendien naar voren dat discriminatie, uitsluiting en microagressies richting deze groepen zijn toegenomen.
4
Inleiding Monitor Inclusie en diversiteit: tellen en vertellen met cijfers en verhalen uit de stad Deze eerste Monitor Inclusie en diversiteit geeft inzicht in de ‘staat van de stad’ als het gaat om inclusie en diversiteit. In de beleidsnota ’Inclusie en diversiteit: Tot je recht komen’ is een monitoringsproces geschetst waarmee we ontwikkelingen in de stad willen volgen, namelijk via tellen en vertellen. Het tellen doen we met indicatoren die iets zeggen over de maatschappelijke ontwikkelingen in de stad, denk bijvoorbeeld aan ervaren discriminatie en meldingen van discriminatie. Het vertellen volgen we met allerlei gesprekken die we met de stad voeren, individueel en met gemeenschappen. Hiermee ontstaat een rijke monitor waarin cijfers en verhalen belangrijke bronnen zijn. En het gaat daarmee ook meer de diepte in dan bestaande monitors. De informatie in deze monitor draagt bij aan het herijken van speerpunten die in de beleidsnota zijn genoemd. Monitoringsaanpak - Beleidsnota ’Inclusie en diversiteit: Tot je recht komen’
Ook gemeentelijke organisatie in beeld Naast het rapporteren over de situatie in de stad, vormt ook de situatie van de gemeentelijke organisatie een belangrijk onderdeel van deze rapportage. Zoals in het coalitieakkoord 2022-2026
5
omschreven: “De gemeente als organisatie moet een afspiegeling van de samenleving zijn. Hier hoort een veilige, inclusieve en cultuursensitieve werkomgeving bij.” In deze Monitor Inclusie en diversiteit besteden we daarom ook aandacht aan informatie die iets zegt over de ‘staat van de organisatie’. Met de invulling van dit onderwerp sluiten we aan op het Uitvoeringsplan inclusie en diversiteit en kijken we vooral naar informatie over de doelen uit het uitvoeringsplan: veilige inclusieve organisatie, diverse organisatie en maatschappelijk sensitieve organisatie. Het deel van de monitor inclusie en diversiteit, dat inzicht geeft in de voortgang van inclusie binnen de organisatie, is echter wel nog in ontwikkeling. Daarom zijn niet alle indicatoren uit de Beleidsnota Inclusie en Diversiteit opgenomen in deze eerste editie van de monitor. Elke twee jaar een update De Monitor Inclusie en diversiteit zal elke twee jaar een update krijgen. Van belang is wel dat van een aantal indicatoren (‘tellen’) begin 2026 nieuwe informatie beschikbaar komt. Dit betekent dat we informatie soms al eerder zullen publiceren, in ieder geval in de aankomende Utrecht Monitor 2026. Daarnaast is de Monitor Inclusie en diversiteit een publicatie die zich in de tussenliggende periode verder zal ontwikkelen. In deze eerste editie zijn bijvoorbeeld veel verhalen meegenomen.
In de toekomst zullen ook nadrukkelijker verbindingen worden gelegd met mensenrechten. En zal een beter beeld ontstaan van discriminatiemeldingen en andere inwonersignalen die bij de gemeente binnen komen. Uitgelicht: werkwijze bij vertellen Ambtenaren als verhalenvangers In het voorjaar van 2025 is het traject 'verhalenvangen’ gestart. Ambtenaren van verschillende afdelingen zijn in gesprek gegaan met een inwoner of professional in Utrecht, waarbij er per gesprek een verhaal is 'gevangen’ over het thema verharding en over het thema verbinding. Wat merken mensen bijvoorbeeld van verharding in hun dagelijks leven en werk? En waarin schuilen voor hen juist momenten van verbinding? Hoe ziet dat eruit? Dit traject heeft 52 verhalen opgeleverd, waarvan de uitkomsten in deze monitor geduid zullen worden. De verhalen vormen een belangrijke aanvulling op de kwantitatieve gegevens. Verhalen maken immers zichtbaar wat cijfers niet kunnen vangen: emoties, nuances en context. Daarnaast versterkt het delen van verhalen onderlinge verbinding en wederzijds begrip, ook over grenzen van organisaties en leefwerelden heen. Stadskaravaan: in gesprek met Utrechters Sinds mei 2024 trekt de gemeente met de Stadskaravaan door Utrecht: een reeks gesprekken met Utrechters over moslimdiscriminatie en antisemitisme.
In 14 gesprekken spraken we met ongeveer 120 met name islamitische en Joodse Utrechters, en bespraken we hun ervaringen, zorgen en perspectieven. Afhankelijk van de groep en de setting richtten de gesprekken zich op antisemitisme, moslimdiscriminatie of beide, wat belangrijke inzichten opleverde in de uitdagingen waar de betrokken Utrechters en gemeenschappen voor staan. Zeker in het huidige tijdsbeeld waarin er sprake is van toenemende polarisering. Beelden uit de gesprekken zijn weergegeven in deze Monitor Inclusie en diversiteit. Leeswijzer De Monitor Inclusie en diversiteit kent drie onderdelen met cijfers en/of verhalen over: - De inclusieve en diverse organisatie – het goede voorbeeld - Maatschappelijke sensitiviteit - Extra voor wie dat nodig heeft We vinden het van belang om aan te geven dat de gemeente op sommige ontwikkelingen in cijfers beperkte invloed heeft. Hoe iemand zich voelt, kan ook worden bepaald door de situatie in de wereld of in Nederland. De Monitor Inclusie en diversiteit geeft daarmee vooral een beeld van de gevoelens die leven onder groepen in Utrecht.
6
1. De inclusieve en diverse organisatie – het goede voorbeeld Opmerking: dit hoofdstuk is geschreven door het programmateam Inclusie en Diversiteit
Hoofdpunten •
De mbo-norm van 150 mbo-stagiairs is zowel in 2024 als in 2025 gehaald. In 2024 waren er 157 mbo-stagiairs. In 2025 zijn dat er tot nu toe 164, met de verwachting dat daar nog enkele stagiairs bijkomen.
1.1 Inleiding Zoals in het Uitvoeringsplan inclusie en diversiteit (2022-2026) is verwoord: Utrecht wil een stad zijn waar iedereen zich veilig en thuis voelt, mee kan doen en zichzelf kan zijn. Dat vraagt ook om een gemeentelijke organisatie die deze waarden uitdraagt: een plek waar iedere medewerker zichzelf kan zijn, zich veilig voelt en zich kan ontplooien. Het dient het goede voorbeeld te laten zien zowel in de stad als binnen de organisatie. Diversiteit aan perspectieven versterkt niet alleen de samenwerking binnen de organisatie, maar ook de kwaliteit van onze dienstverlening en het beleid voor de stad. Een betrouwbare overheid is een herkenbare overheid en vraagt een streven naar een juiste afspiegeling van de stad. Daarom werkt de gemeente Utrecht voortdurend aan een diverse, inclusieve en maatschappelijk sensitieve organisatie. De gemeente Utrecht monitort de voortgang op alle indicatoren m.b.t. de interne organisatie genoemd in de Beleidsnota Inclusie en Diversiteit. Een uitgebreide rapportage van dit hoofdstuk volgt in 2026. Daarom zijn in deze eerste editie van de monitor nog niet alle indicatoren opgenomen. In 2026 komen nieuwe cijfers beschikbaar, die worden in 2026 in de onlineversie van deze monitor gepubliceerd. De gemeente blijft in de tussentijd actief werken aan het versterken van diversiteit en inclusie binnen de organisatie.
Voor meer informatie over deze inzet en de voortgang verwijzen we naar de raadsbrief. Zie hieronder een korte toelichting van de inzet en de voortgang.
1.2 Inclusieve organisatie In 2025 is verder gebouwd aan de doelstelling om een veilige en inclusieve organisatie te creëren, met nadruk op bewustwording, inclusief gedrag en een cultuur van respect, gelijkwaardigheid en leren van elkaar. Het ondersteuningsaanbod bestaat uit workshops, trainingen en online materiaal. Voor interne en externe communicatie wordt steeds vaker inclusieve taal- en beeldkeuzes toegepast. Ruim 1.500 collega’s volgden de training Diversiteit en Inclusie van GoodHabitz en meer dan 500 medewerkers namen deel aan webinars en dialoogsessies over thema’s als microagressie, neurodiversiteit en genderdiversiteit. De nadruk ligt op bewustwording, dialoog en het versterken van inclusief gedrag in teams. Inclusie en diversiteit worden daarnaast steeds vaker geborgd in interne processen, zoals onboarding, werving en selectie, leiderschap en klachtenprocedures. Medewerkersnetwerken spelen hierin een actieve rol. Inclusief leiderschap Steeds meer leidinggevenden volgen de leerlijn Inclusief Leiderschap, waarin theorie, intervisie en praktijkervaring worden gecombineerd. Leidinggevenden leren verschillen te waarderen, ruimte te
7
geven en gelijke kansen te waarborgen. Inmiddels hebben alle leidinggevenden van acht organisatieonderdelen het volledige aanbod gevolgd. De komende jaren wordt de training verder uitgerold binnen de hele organisatie. Sociale veiligheid Een inclusieve organisatie begint bij een sociaal veilige werkomgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Met het Adviespunt Integriteit en Ongewenst Gedrag is de ondersteuning voor medewerkers verder versterkt. Daarnaast worden leidinggevenden getraind om gesprekken te voeren over integriteit en veiligheid, zodat respectvol en veilig samenwerken steeds meer de norm wordt.
1.3 Diverse organisatie De gemeente Utrecht werkt verder aan een diverse organisatie waarin inwoners zich herkennen en waarin de verscheidenheid aan kwaliteiten en achtergronden van medewerkers optimaal wordt benut. De inzet richt zich op drie thema’s: instroom, behoud en doorstroom van medewerkers. Nieuwe data over de diversiteit binnen de organisatie worden in 2026 verwacht en zullen in datzelfde jaar worden gerapporteerd. We laten hieronder vooral de inspanningsindicatoren zien en de outcomeindicator wordt later gerapporteerd. Instroom bevorderen Vacatureteksten en selectieprocedures zijn inclusiever en eenvoudiger gemaakt, met diverse selectiecommissies en nadruk op competenties in plaats van diploma’s. Nieuw is een pool van collega’s die op verzoek deelnemen aan selectiecommissies om extra perspectieven op inclusie en diversiteit te brengen. De pilot Open Hiring bood kandidaten de mogelijkheid zonder sollicitatieprocedure te starten. Hoewel dit de toegankelijkheid vergrootte, bleken de effecten op diversiteit beperkt en wisselend. De leerpunten worden gebruikt om het wervingsbeleid verder te versterken. Daarnaast wordt een voorkeursbeleid bij gelijke geschiktheid ontwikkeld, gericht op meer culturele diversiteit in hogere functies (schaal 12 en hoger). Hiernaast is er een vernieuwd traineeprogramma opgezet dat ook plekken voor mbo-studenten biedt.
Behoud en doorstroom bevorderen Programma’s zoals Talent naar de Top en het Leiderschap Talent Programma stimuleren de doorstroom van medewerkers met diverse achtergronden naar hogere functies. Voor medewerkers met een arbeidsbeperking is de ondersteuning verbeterd, met meer maatwerk en betrokkenheid bij de herinrichting van werkplekken binnen Werken 3.0. Omdat inzicht in deze groep nog beperkt is, onderzoekt de gemeente de mogelijkheid van vrijwillige zelfregistratie om beter te kunnen monitoren, met behoud van privacy. Met deze inzet versterkt de gemeente Utrecht stap voor stap de diversiteit binnen de organisatie, van instroom tot behoud en doorstroom, en werkt de gemeente hard naar een werkomgeving waarin verschillen worden gewaardeerd en gelijke kansen vanzelfsprekend zijn.
In 2024 bestond bijna de helft van het aantal stagiairs uit studenten die een mbo-opleiding volgen Een van de doelen in de Beleidsnota Inclusie en diversiteit is jaarlijks minstens 150 studenten die een mbo-opleiding volgen als stagiair aan te nemen. Uit de Personeelsmonitor 2024 blijkt dat deze mbonorm in 2024 is gehaald: 157 stagiairs waren studenten die een mbo-opleiding volgen (registratie door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). Hiermee vertegenwoordigt deze groep bijna de helft van het aantal stagiairs binnen de organisatie. Ook de organisatiebrede norm van 250 stagiairs is in 2024 gehaald: in totaal waren er 337 stagiairs. Voor het lopende jaar (2025) is de
8
mbo-norm ook gehaald, met 164 werkzame stagiairs. De verwachting is dat daar nog enkele stagiairs bijkomen in rest van 2025. Hiermee komt het aantal mbo-stagiairs nu dus al hoger uit dan in 2024. Meer informatie over de aanpak van inclusie en diversiteit binnen de gemeente is te vinden in het Uitvoeringsplan inclusie en diversiteit en de Contouren van de Organisatiebrede aanpak Inclusie en Diversiteit.
9
2. Maatschappelijke sensitiviteit Hoofdpunten •
• •
•
•
Utrechters hebben meer vertrouwen in de lokale overheid dan in de landelijke overheid. Maar we zien wel, zowel lokaal als landelijk, dat het vertrouwen in de overheid daalt. Dit blijkt uit het Panel Meetellen en uit de Inwonersenquête. In de Inwonersenquête geeft 2% van de Utrechters aan dat zij discriminatie hebben ervaren bij een overheidsinstantie. Uit gesprekken met inwoners blijkt dat zij ervaren dat er weinig diversiteit is binnen de gemeente, vooral op de plekken waarbij het van belang is voor de functionaliteit (zoals een wijkbureau). Ook blijkt uit deze gesprekken dat groepen zich niet of onvoldoende gezien of gehoord voelen door de gemeente, zoals de doven- en moslimgemeenschap: “Ik ben er voor de gemeente, maar de gemeente is er niet voor mij.” De gemeente Utrecht werkt met het Programma Inclusie & Diversiteit (I&D) aan het verder vergroten van maatschappelijke sensitiviteit bij medewerkers in beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. In 2023 – 2025 is extra geïnvesteerd in bewustwording, instrumenten en commitment op managementniveau om inclusie in al het beleid en de uitvoering daarvan te verankeren.
2.1 Inleiding Uitgelicht: maatschappelijke sensitiviteit Wat is maatschappelijke sensitiviteit? Maatschappelijke sensitiviteit gaat over het vermogen van de gemeente om rekening te houden met en gevoelig te zijn voor de behoeften, belangen en diversiteit van de samenleving. Het houdt in dat de gemeente zich bewust is van de maatschappelijke context en de impact van beslissingen en acties op verschillende groepen en individuen. We monitoren de maatschappelijke sensitiviteit bijvoorbeeld aan de hand van de mate van vertrouwen in de overheid en het aandeel inwoners dat discriminatie heeft ervaren bij de overheid. Doelstelling maatschappelijke sensitiviteit Vanuit de Beleidsnota Inclusie en diversiteit hebben we een doelstelling rondom maatschappelijke sensitiviteit: omdat maatschappelijke sensitiviteit een belangrijk onderdeel van ons professioneel handelen is binnen gemeente Utrecht, sluiten we in beleid en uitvoering aan bij alle Utrechters. Dat betekent dat we alle inwoners gelijk behandelen in gelijke gevallen én dat we ongelijk investeren in gelijke kansen. Mensenrechten zijn hierbij zowel een duidelijke (onder)grens als een richtinggevend normatief kader. Belang van maatschappelijke sensitiviteit Maatschappelijk sensitief werken helpt collega’s beter te reageren op de behoeften en zorgen van de verschillende groepen bewoners die Utrecht rijk is.
De stad bestaat uit bewoners die in toenemende mate van elkaar verschillen: niet alleen wat betreft achtergrond en leeftijd, maar ook qua bijvoorbeeld geaardheid, religie, oorlogsherinneringen, mentaliteit, wensen en zorgen over de toekomst. Voor alle collega’s wordt het daarom steeds belangrijker te weten hoe om te gaan met deze verschillen en hoe hierop te anticiperen. Om die reden zien we in toenemende mate het belang van maatschappelijk sensitief werken. De gemeente Utrecht werkt aan het verder vergroten van maatschappelijke sensitiviteit bij medewerkers in beleid en uitvoering. In de periode 2023–2025 is extra geïnvesteerd in bewustwording, instrumenten en commitment op managementniveau, om inclusie en maatschappelijke sensitiviteit structureel te verankeren in al het beleid en de uitvoering daarvan.
10
De gemeente Utrecht werkt aan maatschappelijke sensitiviteit via het Programma Inclusie & Diversiteit. Met dit programma wordt richting en structuur gegeven aan een organisatiebrede beweging waarin maatschappelijke sensitiviteit, inclusie en diversiteit de drie strategische doelen vormen. Deze doelen worden jaarlijks vertaald naar concrete doelstellingen binnen het geïntegreerde HR-jaarplan van alle organisatieonderdelen. Vanuit het programma is daarnaast een samenhangend monitoringsysteem en leerstructuur ingericht om de implementatie en borging van deze doelstellingen te ondersteunen. Maatschappelijke sensitiviteit wordt binnen Utrecht benaderd als een organisatievraagstuk dat raakt aan beleidsontwikkeling, uitvoering, bedrijfsvoering (zoals inkoop en huisvesting) en communicatie. Het gaat nadrukkelijk verder dan competentieontwikkeling of losse trainingen en vraagt om bestuurlijke én operationele verankering binnen de gehele organisatie. Inmiddels is maatschappelijke sensitiviteit stevig gepositioneerd als onderdeel van de leiderschapsontwikkeling. Het vormt een vast onderdeel van het leer- en ontwikkelprogramma voor leidinggevenden en maakt deel uit van het bredere leeraanbod voor medewerkers, met uiteenlopende trainingen en instrumenten. Zo wordt maatschappelijke sensitiviteit stap voor stap geborgd in beleid, leiderschap en HR-processen.
Daarnaast werkt het programma nauw samen met andere bewegingen om maatschappelijke sensitiviteit gezamenlijk vorm te geven binnen de organisatie. Deze bewegingen – Samen Stad Maken, Buurt- en Wijkgericht Werken, De Menselijke Maat, ongelijk investeren voor gelijke kansen – bundelen hun krachten in de werkgroep VakMENSschap om één samenhangende lijn te ontwikkelen. Samen werken zij toe naar een gemeentebrede aanpak van VakMENSschap – als onderdeel van de Utrechtse Ambtenaar – met heldere afspraken over sturing en borging in de organisatie. Ook wordt gewerkt aan expliciete leerdoelen en een duidelijke koppeling met bestaande leerinterventies, zodat deze gemeente-breed door de organisatieonderdelen kunnen worden geïmplementeerd.
2.2 Monitoring van maatschappelijke sensitiviteit De ervaring van bewoners in de interactie met gemeente Utrecht is de belangrijkste indicator van maatschappelijke sensitiviteit. Tegelijkertijd is de directe relatie tussen de inzet van onze bewegingen op maatschappelijke sensitiviteit en de merkbaarheid in de stad lastig in data te vangen. Inzetten op maatschappelijke sensitiviteit is een beweging, waarin we zoveel mogelijk collega’s willen bereiken – en daarmee bewoners en uitvoerend professionals. Dit monitoren we dus ook kwalitatief, door verhalen op te halen en door de beweging in kaart te brengen. Figuur 2.2.1: monitoring maatschappelijke sensitiviteit
11
Hierbij zien we specifiek: ▪ Meer inzet op het benutten van ervaringskennis uit de stad en binnen de organisatie ▪ Inzetten op benutten van kennis uit de leefwereld van inwoners en daarnaar handelen ▪ Vertalen naar het handelen in het dagelijks werk in zowel beleid als uitvoering Het streven is in een volgende versie van deze monitor de effecten van onze inzet op maatschappelijke sensitiviteit (nog beter) in beeld te krijgen, door de initiatieven op maatschappelijke sensitiviteit te evalueren. 2.2.1 Indicatoren beleidsnota Vertrouwen in lokale overheid groter dan in landelijke, maar neemt af in de periode 2021-2023 Het vertrouwen van Utrechters in de landelijke en lokale overheid laat een daling zien tussen 2021 en 2023. Meer mensen hebben vertrouwen in de lokale overheid (53%) dan in de landelijke overheid (38%). Het verschil tussen lokaal en landelijk vertrouwen is in twee jaar tijd niet veranderd. Dit beeld van meer vertrouwen in lokale dan landelijke overheid zien we ook in landelijk onderzoek terug. De lokale overheid is in dit geval het college van B&W, de gemeenteraad en de ambtenaren van de gemeente Utrecht. Het is belangrijk om te vermelden dat het vertrouwen in de lokale overheid door veel factoren wordt beïnvloed, voor een deel ook door de waardering voor de landelijke overheid.
De acties die de gemeente inzet op maatschappelijke sensitiviteit zijn daarom niet een-op-een door te vertalen naar de ontwikkeling van deze indicator. Wel geeft het een goed beeld van hoe Utrechters in zijn algemeenheid naar de lokale overheid kijken. Verschil in vertrouwen zichtbaar bij rondkomen, leeftijd, opleiding en geslacht De mate waarin Utrechters vertrouwen hebben in de overheid, verschilt sterk bij achtergrondkenmerken als rondkomen, leeftijd en opleiding. Inwoners die slecht kunnen rondkomen hebben ook minder vertrouwen in de overheid. Het vertrouwen van inwoners in de overheid verschilt ook sterk tussen leeftijdsgroepen. Onder 18 t/m 29-jarigen heeft de meerderheid (59%) vertrouwen in de lokale overheid (college, raad, ambtenaren), bij 65-plussers hebben veel minder mensen vertrouwen (42%). Als we kijken naar opleiding, dan zien we dat Utrechters zonder opleiding of met primair onderwijs/vmbo minder vertrouwen in de lokale en landelijke overheid hebben dan Utrechters met een hbo/wo-opleiding. Het verschil in vertrouwen naar opleiding is groter bij de lokale overheid
12
dan bij de landelijke overheid. Daarnaast hebben mannen meer vertrouwen in de overheid dan vrouwen. Figuur 2.2.2: aandeel vertrouwen in lokale en landelijke overheid naar achtergrondkenmerken, 2023
13
14
Ook onder de leden van het Panel Meetellen is het vertrouwen in de overheid achteruitgegaan Het Utrechtse Panel Meetellen is voor èn door mensen die wat extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze langdurig werkloos zijn, psychische of lichamelijke problemen hebben, in de schulden zitten of eenzaam zijn. De achteruitgang van het vertrouwen in de overheid heeft voor deze groep mensen belangrijke gevolgen; bij 55% van de panelleden komt het wel eens voor dat ze geen hulp vragen uit gebrek aan vertrouwen. Een van onze verhalenvertellers duidt dit met een concreet voorbeeld vanuit een kwetsbare groep: “Mensen gaan niet in op de uitnodiging om hun kinderen te laten vaccineren omdat het maken van een afspraak voor hen te ingewikkeld is en ze de informatie over de noodzaak van vaccinaties niet goed begrijpen, maar ook omdat ze de overheid niet vertrouwen.” 19% van de inwoners ervaart discriminatie, 2% ervaart dit bij de overheid In de Inwonersenquête 2023 vragen we aan inwoners of zij discriminatie hebben ervaren en zo ja, waar deze discriminatie heeft plaatsgevonden. 19% van de respondenten geeft aan discriminatie te ervaren en 2% van de Utrechters heeft dat ervaren bij een overheidsinstantie. Figuur 2.2.3: aandeel inwoners dat de afgelopen 12 maanden discriminatie heeft ervaren op de volgende locatie, 2023
2.2.2 Verhalen uit de stad Verhalen uit de Stadskaravaan: gemeente niet altijd als divers en inclusief ervaren Tijdens de gesprekken die in het kader van de Stadskaravaan zijn gevoerd, kwamen ook signalen en opmerkingen naar boven over de diversiteit en inclusie bij overheidsinstanties. Sommige inwoners geven aan zich niet altijd te herkennen in de gemeente. Het beeld dat ze schetsen is er een van weinig diversiteit, vooral op de plekken waarbij het van belang is voor de functionaliteit. Bijvoorbeeld een wijkbureau, met alleen witte ambtenaren in een wijk die heel divers is. Ook wordt soms genoemd dat de moslimgemeenschap zich niet altijd gehoord en gesteund voelt door de gemeente, en dat niet altijd proactief de zorg of steun geboden wordt die mensen graag zouden zien. Toename aan ervaringen van discriminatie op basis van religie
15
Tijdens de Stadskaravaangesprekken horen we dat de ervaringen van discriminatie en uitsluiting op basis van religie zijn toegenomen. Joden en moslims ervaren dit in de openbare ruimte, op school, werk en ook veel online. De voornaamste zorg hierbij is dat dit de bestaanszekerheid van jongeren aantast die drempels en discriminatie ervaren op de stage- en arbeidsmarkt en de woningmarkt. Ook wordt genoemd dat dit niet los staat van de negatieve impact van de beeldvorming over moslims en joden in Nederland in de media en politiek. Waarbij er een behoefte bestaat vanuit deze gemeenschappen voor steunbetuiging vanuit de gemeente zowel symbolisch als actief in interventies. Ook noemen veel Utrechters tijdens de stadskaravaan dat jarenlange ervaringen met discriminatie, stigmatisering, etnische profilering en het gebrek aan tegengeluid hierop leidt tot vervreemding, een diep verlies aan vertrouwen in maatschappij en overheid en sociale segregatie. De Stadskaravaan zelf wordt positief ontvangen In alle gesprekken die in het kader van de Stadskaravaan gevoerd zijn, zijn er positieve bekrachtigingen ontvangen van de deelnemers, die benadrukten hoe belangrijk het is om mét de gemeenschappen te praten in plaats van over.
De deelnemers waren over het algemeen enthousiast over de Stadskaravaan, met als belangrijke kanttekening dat ze hopen dat de inbreng uit de gesprekken en het doel van de Stadskaravaan ook daadwerkelijk tot stand komen en het niet alleen blijft bij het gesprek. De Stadskaravaan is een belangrijke stap voorwaarts geweest in de relatie en het contact met Utrechters. De Stadskaravaan Aanpak De Stadskaravaan aanpak bestaat uit verschillende interventies op basis van de zorgen en behoeftes van de deelnemers van de Stadskaravaangesprekken in co-creatie met partners in de stad. De Stadskaravaan aanpak zet in op een aantal thema’s. Samen met de Liberaal Joodse Gemeente en Studentenvereniging Insan organiseren we sessies waarbij jongeren via het voorgezet onderwijs kennis maken met Joden en moslims in de stad met een bezoekje aan de synagoge of moskee. In het kader van bekend maakt bemind organiseert de Stichting Sleutelpersonen verschillende activiteiten waarbij interactie en verbinding tussen verschillende Utrechters in de stad wordt bevorderd op ervaringsgerichte wijze middels cultuur, kunst, muziek en dialoog. Samen met Discriminatie.nl wordt gewerkt aan het vergroten van de bekendheid en het gebruik van meldpunten voor discriminatie. Dat gebeurt op plekken waar mensen vaak komen, zoals gebedshuizen en maatschappelijke organisaties.
Ook hebben we aandacht voor weerbaarheid en bieden we trainingen aan waarin jongeren leren hoe ze discriminatie kunnen herkennen, handvatten krijgen om daarmee om te gaan op de stage- en arbeidsmarkt, en ze versterken in hun bi-culturele identiteitsontwikkeling in een omgeving waarin ze met regelmaat discriminatie en vervreemding ervaren. En we blijven in gesprek en gaan door met de stadskaravaan. Verhalen van inwoners: onvoldoende focus op bepaalde groepen of… De ervaring dat sommige groepen zich niet altijd gezien of gehoord voelen door de gemeente, kwam ook naar voren bij het verhalen ophalen onder inwoners. Dit geldt bijvoorbeeld voor inwoners onder de dovengemeenschap. Eén van de verhalenvertellers zegt daarover het volgende: “Doven worden vaak vergeten bij plannen van de gemeente. Wij willen gewoon mee kunnen doen. Meepraten. Meedenken. Utrecht is de enige stad in Nederland die Gebarentaalopleidingen aanbiedt. Het is een echte tolkenstad. Laten we Utrecht dan ook aantrekkelijk maken voor de dovengemeenschap om te wonen, werken en leven.” Ook blijkt uit één van de gesprekken dat als je niet tot een specifieke groep behoort, maar wel een beperking hebt (of een combinatie van meerdere beperkingen) je bij de gemeente tegen problemen kan aanlopen.
Maatschappelijk sensitief zijn betekent in dit geval dus ook het nastreven dat regels toepasbaar zijn op iedereen en in dit geval beter in kunnen spelen op complexe casussen. Eén van onze vertellers zegt daarover het volgende: “Het probleem is dat mensen auditieve of visuele beperkingen begrijpen maar de combinatie van die beperkingen is niet bekend. Het is niet 1+1=2 maar 1+1=5. Het probleem is dat we altijd heen en weer geslingerd worden in doelgroepen, we horen nergens bij (...) Ik voelde me vreselijk, totaal niet gehoord en gezien (...) Een dubbele zintuigelijke
16
beperking betekent beperkingen in horen én zien en dat weegt een stuk zwaarder dan een enkele beperking. Dubbele beperkingen zijn niet opgenomen in de regels van de gemeente.” Net als uit de Stadskaravaan komt ook uit de verhalen van inwoners terug dat de moslimgemeenschap zich niet altijd gehoord en gesteund voelt. Dit geldt bijvoorbeeld voor Marokkaanse jongeren: ”In mijn werk ben ik actief bezig om verbinding te zoeken tussen verschillende groepen jongeren in Utrecht. Daar vertellen Marokkaanse jongeren (16 – 25 jaar) mij dat ze zich niet gehoord voelen. Ik werk al jarenlang samen met Marokkaanse jongeren en ik merk dat er iets aan het veranderen is. Ze zijn boos omdat ze bijvoorbeeld geen baan kunnen vinden en omdat ze zich vaak niet gehoord voelen. Hun bereidheid om stappen te zetten in en voor de maatschappij en om daadwerkelijk te integreren neemt af. Ze vinden dat er niet goed naar hen geluisterd wordt.” …juist teveel focus op bepaalde groepen Aan de andere kant komt in een verhaal naar voren dat de overheid juist te veel gefocust is op bepaalde groepen vanwege hun achtergrond en zij daardoor anders behandeld worden. Een van de verhalenvertellers geeft aan dat hij het gevoel kreeg continu onder een vergrootglas te liggen.
Dit leidde ertoe dat hij probeert “met heel veel dingen ook weg te blijven van de gemeente en te kijken of ik het via andere kanalen kan regelen.” …en informatie onvoldoende afgestemd En dan is er nog een groep die wantrouwen heeft naar de overheid uit onwetendheid, doordat informatie van de gemeente niet goed (genoeg) is afgestemd op de doelgroep. Volgens één van de verhalenvertellers geldt dat vooral voor mensen die analfabeet zijn: “Ik zie om mij heen dat mensen die analfabeet zijn het lastig hebben in de samenleving. Voor hen is het dagelijks leven harder geworden omdat in onze maatschappij de laatste jaren bijna alles digitaal is geworden. Vooral sinds de coronacrisis zet deze ontwikkeling zich sterker door en heeft deze groep mensen het dus ook steeds lastiger. Er zijn bijvoorbeeld steeds meer bankfilialen gesloten en het maken van een ziekenhuisafspraak moet tegenwoordig ook digitaal. Ik zie in mijn omgeving dat bepaalde mensen dit niet kunnen en hierbij ook niet de juiste ondersteuning kunnen krijgen. Dit maakt mensen agressief en depressief. Het zorgt er ook voor dat ze geen vertrouwen meer hebben in de overheid. Een concreet voorbeeld hiervan is de lage vaccinatiegraad onder een bepaald deel van de bevolking.
Mensen gaan niet in op de uitnodiging om hun kinderen te laten vaccineren omdat het maken van een afspraak voor hen te ingewikkeld is en ze de informatie over de noodzaak van vaccinaties niet goed begrijpen, maar ook omdat ze de overheid niet vertrouwen.” Tot slot is er ook waardering voor het menselijk contact dat gemaakt wordt: “In de periode dat ik in een bepaalde wijk woonde heb ik ook veel gehad aan contact met jongerenwerkers. Op een keer fietste ik waar je niet mag fietsen, bij het winkelcentrum, en werd ik tegengehouden door een paar jongerenwerkers. We raakten aan de praat en dat was leuk. Zij lieten echt merken dat ze me begrepen.”
17
3. Extra voor wie dat nodig heeft 3.1 Inleiding In de Beleidsnota Inclusie en diversiteit is benoemd dat we extra inzetten op Utrechters in (extra) gemarginaliseerde posities. Na gesprekken met belangenorganisaties en experts, maar ook door zelf ongehoorde geluiden op te halen in de stad, zijn hiervoor een drietal doelen geformuleerd voor de periode 2024-2033. Deze doelen - een toegankelijke, veilige, bewuste en verbonden stad - zijn dus tot stand gekomen samen met de stad. Aansluitend zijn in de beleidsnota indicatoren opgesteld om de voortgang op deze doelen te monitoren. In dit hoofdstuk wordt de voortgang op deze indicatoren gemonitord. Ook zijn in dit hoofdstuk andere relevante aanvullende data opgenomen. Sterke verschillen tussen gemarginaliseerde en geprivilegieerde groepen in Utrecht De groep Utrechters waarvoor extra nodig is, onderscheidt zich sterk van de groep waarvoor dit niet geldt, de zogenoemde ‘geprivilegieerde’ inwoners. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de ongelijkheid in de samenleving vooral te verklaren is door de mate waarin mensen beschikken over economisch, sociaal, cultureel en persoonlijk kapitaal.
De positie in de maatschappij hangt volgens het SCP af van opleiding, beroep, inkomen en financieel vermogen (economisch kapitaal) en ook van ‘wie je kent’ (sociaal kapitaal), ‘waar je bij past’ (cultureel kapitaal) en ‘wie je bent’ (persoonskapitaal: gezondheid en aantrekkelijkheid). In 2025 heeft het SCP ook specifiek voor grotere steden een indeling uitgebracht. In Utrecht zien we duidelijke afwijkingen van het landelijk gemiddelde in de samenstelling van de bevolking. Relatief geprivilegieerde groepen zijn in Utrecht oververtegenwoordigd, terwijl de middenklasse relatief is ondervertegenwoordigd. De omvang van de meer gemarginaliseerde groepen ligt rond het landelijke gemiddelde. Bij deze groepen komen allerlei factoren samen. De analyse is intersectioneel, in de zin dat diverse kenmerken zijn samengenomen om tot een indeling te komen. Figuur 3.1.1: verdeling van de klassenstructuur over de bevolking, in Utrecht en gemiddeld over Nederland
18
Geprivilegieerde groep leeft in eigen ‘bubbel’ Uit een publicatie van februari 2024 van het CBS blijkt dat Nederlanders met een hoog inkomen en zonder migratieachtergrond het meest in de eigen, spreekwoordelijke bubbel leven. Ze hebben minder contacten met mensen met een andere afkomst in hun netwerk dan Nederlanders met een migratieachtergrond. Het CBS schetst dat voor de groep met een hoger inkomen en migratieachtergrond het juist andersom is: mensen met een hoger inkomen en een migratieachtegrond hebben juist een meer divers netwerk dan mensen met een lager inkomen. Een mogelijke verklaring is dat er in 'rijkere' buurten en in werkkringen met veel hoogbetaalde banen in verhouding minder mensen van niet-Nederlandse herkomst wonen en werken. Objectieve verschillen tussen groepen zijn kleiner dan de gepercipieerde verschillen Socioloog Jan Willem Duyvendak duidt in zijn essay ‘Spookkloven’ dat sociale verschillen in werkelijkheid kleiner zijn dan gedacht en door de politiek, media en wetenschap onterecht worden uitvergroot. Volgens Duyvendak is in bijna alle gevallen de feitelijke kloof tussen twee groepen de afgelopen decennia (veel) kleiner geworden, terwijl de verontwaardiging erover steeds groter werd. Alleen de vermogensongelijkheid is al vijftien jaar stabiel hoog, terwijl er over deze kloof juist weinig verontwaardiging bestaat.
Alle andere kloven zijn volgens Duyvendak ‘spookkloven’ die vooral gebaseerd zijn op emotionele polarisatie en niet zozeer op inhoudelijke polarisatie. Emotionele polarisatie wordt vooral beïnvloed door de politiek en (sociale) media. Dit vertekent ons beeld van de alledaagse werkelijkheid, waarin Nederlanders het over verrassend veel zaken behoorlijk met elkaar eens blijken te zijn.
3.2 Gelijkwaardige & Toegankelijke Stad Hoofdpunten • Ten opzichte van 2019 geven in 2023 meer inwoners aan dat ze in deze samenleving niet belangrijk zijn en dat mensen zoals zij zich achtergesteld voelen in Nederland.
19
• •
•
•
•
Utrechters in een kwetsbare situatie (Panel Meetellen) hebben minder vertrouwen in hun medemensen dan gemiddeld in de stad. In 2024 ligt het aantal meldingen van Utrechters op ‘Discriminatie.nl Provincie Utrecht’ aanzienlijk hoger dan in 2023. De stijging komt door een betere zichtbaarheid van het meldpunt en door enkele opvallende gebeurtenissen in media en politiek waarna meerdere meldingen werden gedaan. Ongeveer één op de vijf Utrechters heeft in 2023 discriminatie ervaren. De meest voorkomende grond van discriminatie is huidskleur, etniciteit of afkomst. Buiten op straat is de plek waar inwoners het vaakst discriminatie ervaren. Uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 blijkt dat jongeren minder goed zichzelf kunnen zijn dan in 2019: jongeren ervaren vaker discriminatie en homoseksualiteit wordt minder vaak als normaal ervaren. Uit de verhalen van inwoners tekenen we op dat bijvoorbeeld Utrechters uit de LHBTIQA+gemeenschap nog steeds geconfronteerd worden met een gebrek aan acceptatie. En inwoners die doof/doofblind zijn beperkingen ervaren in de toegankelijkheid van het maatschappelijk leven. Daarnaast horen we waardering voor evenementen rond zichtbaarheid van de LHBTIQA+-gemeenschap, zoals het Queer Film Festival Utrecht, de jaarlijkse Canal Pride of het Queer Culture Festival Utrecht.
20
3.2.1 Indicatoren beleidsnota Figuur 3.2.1: indicatoren ‘gelijkwaardige en toegankelijke stad’ uit Beleidsnota Inclusie en diversiteit, vergeleken tussen 2019 en 2023 2019 2021 2023 Score maatschappelijk welbevinden 7,8 7,6 7,6 % inwoners dat discriminatie heeft ervaren 19% Score sociale samenhang 5,8 6,0 5,9 % inwoners dat vertrouwen heeft in de 72% 72% 71% medemens % inwoners dat meedoet 82% Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht Maatschappelijk welbevinden nog niet terug op oude niveau, vertrouwen in anderen stabiel We zien in de periode 2019 tot en met 2023 dat de score maatschappelijk welbevinden daalt van 7,8 in 2019 naar 7,6 in 2021 en 2023. Ten opzichte van 2019 vinden meer inwoners dat ze in deze samenleving niet belangrijk zijn en dat mensen zoals zij zich achtergesteld voelen in Nederland. 71% van de Utrechters geeft in 2023 aan dat de meeste mensen over het algemeen wel te vertrouwen zijn. Dit aandeel is de afgelopen nagenoeg jaren gelijk gebleven. Ook Utrechters in een kwetsbare situatie (Panel Meetellen) zijn gevraagd naar hun vertrouwen in de medemens. 34% van deze groep geeft aan dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Dit is dus aanzienlijk lager dan het gemiddelde voor Utrecht. Sociale samenhang stabiel tussen 2019 en 2023 De score voor sociale cohesie schommelt de afgelopen jaren van een 5,8 in 2019 naar een 6,0 in 2021 en naar een 5,9 in 2023.
We zien echter wel grote verschillen tussen groepen in de bevolking. Verschillen naar opleiding zijn het grootst; verschillen naar herkomst en leeftijd zijn minder groot en minder eenduidig. De score sociale cohesie (tussen 1 en 10) wordt bepaald door stellingen. Uitkomst van enkele van deze stellingen was in 2023 als volgt: in Utrecht zegt 28% dat mensen in de buurt veel met elkaar omgaan. 70% van de Utrechters vindt dat mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan en 63% voelt zich prettig bij de mensen in de buurt. 19% van de Utrechters heeft discriminatie ervaren Bijna één op de vijf Utrechters heeft discriminatie ervaren (2023). De meest voorkomende grond van discriminatie is huidskleur, etniciteit of afkomst (9%), gevolgd door geslacht of gender (5%). We hebben ook gevraagd waar inwoners discriminatie ervaren. Het vaakst noemen inwoners buiten op straat (11%), gevolgd door werk, stage of tijdens een sollicitatie (7%). Het ervaren van discriminatie komt relatief vaak voor in de wijken Overvecht (28%), Zuidwest (22%) en Leidsche Rijn (21%). Ook komt discriminatie relatief veel vaker voor bij inwoners die (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen. Het aandeel inwoners dat discriminatie ervaart neemt af naar mate inwoners ouder zijn. Door een aanpassing in de vragenlijst is het niet mogelijk om te vergelijken met eerdere jaren.
Figuur 3.2.2: aandeel inwoners dat de afgelopen 12 maanden discriminatie heeft ervaren op grond van..., 2023
21
Figuur 3.2.3: ervaren discriminatie naar verschillende achtergrondkenmerken, 2023
22
Meedoen in de samenleving is niet vanzelfsprekend, ook niet digitaal Om te bepalen of inwoners meedoen in de samenleving stellen we vragen over school, werk, sport, cultuurbezoek, buurtactiviteiten en sociale contacten. In 2023 doet 82% van de Utrechters mee. Voor sommige groepen is meedoen minder vanzelfsprekend. Zo zien we dat oudere Utrechters minder vaak meedoen (61% van de 65-plussers doet mee). Ook inwoners zonder opleiding of met primair
23
onderwijs/vmbo en inwoners met een havo/vwo/mbo-opleiding doen minder vaak mee. Net als inwoners met een beperking en inwoners die moeilijk kunnen rondkomen. Ook digitale vaardigheden zijn van belang om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. Ruim een kwart van de Utrechters heeft moeite om internet te gebruiken bij aanvragen of afspraken, maar er zijn grote verschillen zichtbaar naar leeftijd en opleiding. 3.2.2 Aanvullende relevante data Discriminatie.nl: toename van het aantal meldingen in 2024 In 2024 ontving Discriminatie.nl Provincie Utrecht (voorheen Art. 1 Midden Nederland) 686 discriminatiemeldingen van Utrechtse inwoners. Met 129% is dit Een forse stijging ten opzichte van eerdere jaren (299 in 2023). 575 discriminatiemeldingen gingen over voorvallen die in de stad Utrecht plaatsvonden (ongeacht de woonplaats van de melder), wat ook meer dan een verdubbeling is vergeleken met 273 meldingen in 2023. De stijging wordt verklaard door een verbeterde zichtbaarheid van het meldpunt, maar ook door enkele opvallende gebeurtenissen in media en politiek waarna meerdere meldingen werden gedaan. Figuur 3.2.4: aantal discriminatiemeldingen bij het meldpunt Discriminatie.nl Provincie Utrecht tussen 2020 en 2024
De toename zien we bij vrijwel alle discriminatiegronden, waarbij herkomst en huidskleur de vaakst voorkomende discriminatiegrond is, gevolgd door geslacht, seksuele gerichtheid en godsdienst. Overigens hebben we het bij het verhalen ophalen ook een extra duiding bij deze ontwikkeling gehoord: “De gestegen discriminatiecijfers, daar kun je heel zorgelijk naar kijken maar ook op een positieve manier. Mensen laten van zich horen, mensen staan op en zeggen iets over wat ze mee maken. Dat is echt anders in de jongere generatie. Die hebben echt een andere mindset hierin, dan de generatie van onze ouders.” Pink Panel 2024: 3% past altijd gedrag of uiterlijk aan om discriminatie/intolerantie te voorkomen Het Pink Panel is een jaarlijks onderzoek naar (on)veiligheid, (in)tolerantie en discriminatie die leden van de LHBTIQ+-gemeenschap in Utrecht ervaren. Van de 150 mensen die in 2024 deelnamen aan
24
het Pink Panel geeft 21% aan dat er factoren zijn – anders dan genderidentiteit of seksuele oriëntatie waardoor diegene onveiligheid, discriminatie en intolerantie ervaart. Dit komt bijvoorbeeld doordat de deelnemer zich met een minderheidsgroep of –community identificeert, of bijvoorbeeld vanwege een beperking of huidskleur. Op de vraag of iemand zijn gedrag of uiterlijk (bijvoorbeeld kleding of makeup) weleens aanpast om discriminatie en/of intolerantie te voorkomen antwoordt 3% ‘altijd’ en 13% ‘meestal’. Nationaal onderzoek Moslimdiscriminatie: studenten met een migratieachtergrond ervaren stagediscriminatie Tussen december 2023 en december 2024 is onderzoek gedaan naar de ervaringen van moslims met discriminatie en naar mogelijke aanvullende maatregelen om moslimdiscriminatie effectief tegen te gaan. Uit dit onderzoek blijkt dat moslimdiscriminatie een wijdverbreid fenomeen is dat zich afspeelt in diverse domeinen en verschillende vormen kan aannemen. Een van de voorbeelden is stagediscriminatie. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut (2021) naar stagediscriminatie in het MBO in Utrecht blijkt dat studenten met een migratieachtergrond minder vaak een positieve reactie kregen dan hun studiegenoten zonder migratieachtergrond.
Ook kregen studenten die zeiden vrijwilligerswerk te hebben gedaan bij een moslimorganisatie andere antwoorden dan leeftijdsgenoten met vrijwilligerservaring bij een niet-religieuze organisatie. Deze religieuze discriminatie verschilt overigens per sector, met bijvoorbeeld vooral negatieve moslimdiscriminatie in de IT-sector, maar juist positieve discriminatie (moslims kregen vaker een positieve reactie dan niet-moslims) in de gezondheidszorg. Leden van het Bewonerspanel Utrecht: verdeeldheid in de samenleving blijft een zorg Van diverse aspecten die we panelleden voorleggen, is verdeeldheid in de samenleving al een aantal jaren een aspect dat bij een relatief grote groep stress oplevert. Het thema verdeeldheid volgt na zorgen over klimaatverandering. Ongeveer 33% heeft van de panelleden heeft (meestal/altijd) stress over verdeeldheid in de samenleving. Ten opzichte van 2024 en 2023 lijkt dit aandeel vergelijkbaar. Gezondheidsmonitor Jeugd: ongunstige ontwikkelingen in ervaringen op school en jezelf kunnen zijn We zien verschillende negatieve ontwikkelingen in de sociale leefomgeving van kinderen (groep 7 en 8 basisonderwijs) en jongeren (tweede en vierde klas voortgezet onderwijs) tussen 2019 en 2023. Utrechtse jeugd geeft vaker aan gepest te worden op school. Onder jongeren stijgt dit van 8% naar 15% en onder kinderen van 14% naar 19%.
Online pesten nam toe tussen 2019 en 2021 (onder kinderen van 5% naar 9% en onder jongeren van 5% naar 7%), maar stijgt minder hard door in 2023 (kinderen 10%, jongeren 8%). Kinderen voelen zich vaker onveilig in de klas (11% in 2019 en 17% in 2023). Van de jongeren voelt 7% zich niet veilig op school. In 2019 ging 68% van de kinderen graag naar school. Dit is gedaald naar 63% in 2023. Jongeren geven ook minder vaak aan school leuk te vinden, dit daalt van 50% in 2019 naar 44% in 2023. Bovendien kunnen jongeren minder goed zichzelf zijn: jongeren ervaren vaker discriminatie (18% naar 22%) en beschouwen homoseksualiteit minder vaak als normaal. In 2019 was dit nog 73%, in 2023 daalde dit naar 50% Ruim een op de zeven kinderen en een op de vijf jongeren ervaart discriminatie In 2023 gaf 15% van de kinderen en 22% van de jongeren aan dat ze in het afgelopen jaar wel eens gediscrimineerd zijn. Onder kinderen is dat percentage al jaren stabiel, onder jongeren is sprake van een toename. In 2019 ervaarde 18% van de jongeren discriminatie. Jeugd met een buitenlandse herkomst ervaart vaker discriminatie. Discriminatie vanwege huidskleur of afkomst wordt het vaakst genoemd, gevolgd door discriminatie vanwege geloof. Meer dan de helft van de kinderen die wel eens discriminatie heeft ervaren, geeft aan dat dit op school gebeurt.
25
3.2.3 Verhalen uit de stad Verhalen van inwoners: gelijkwaardigheid is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend door een gebrek aan acceptatie ... Uit de verhalen van inwoners blijkt dat dit bijvoorbeeld geldt voor Utrechters uit de LHBTIQ+gemeenschap. Zij worden in de maatschappij nog steeds geconfronteerd met een gebrek aan acceptatie. Wij hoorden daarover bijvoorbeeld het volgende: “Mijn buurman zei laatst: “weet je, aan jou zie je helemaal niet dat je homo bent.” (Alsof het dan minder erg is!). Hij bedoelde het misschien als compliment, maar het raakte me juist. Alsof ik alleen geaccepteerd word zolang ik me ‘onzichtbaar’ gedraag. Een ander voorbeeld is toen mijn buurvrouw me vertelde dat haar zoon op mannen valt. Dat deed ze fluisterend, alsof ze niet wilde dat iemand het hoorde: ‘mijn zoon is ook homo.” Een ander voorbeeld hiervan uit de verhalen luidt als volgt: “Een tijdje geleden liep ik op mijn gympies op straat. Ik kwam langs twee jongetjes van een jaar of 8 of 9. Een van hen zei: “jij bent een manvrouw”. Omdat ik er anders uitzie dan hij? Omdat ik op gympies liep? Ik weet het niet.” Dit leidt ertoe dat sommige mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap zich beperkt voelen in hun doen en laten: “Zelf ben ik veel voorzichtiger geworden in hoe ik me nu uit. Waar ik vroeger zonder na te denken hand in hand liep met mijn partner, durf ik dat nu niet zo snel meer.
De openheid die ooit vanzelfsprekend voelde, voelt nu als een risico.” ... of doordat het maatschappelijk leven voor hen onvoldoende toegankelijk is Ook andere groepen in een gemarginaliseerde positie geven aan dat zij nog niet gelijkwaardig mee kunnen doen aan het (maatschappelijk) leven. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die doof zijn: “Er is geld nodig voor een Dovencafé, een clubhuis, een ontmoetingsplek. Geen luxe, maar noodzaak. Evenementen in de stad moeten ook toegankelijk zijn in Gebarentaal. Zoals in Groningen, waar bij de opening van het Forum een rondleiding in Gebarentaal werd aangeboden. Zo voelt iedereen zich welkom.” Of mensen met doofblindheid die fysieke beperkingen in de openbare ruimte ervaren: “Ik kan niet lopen zonder de hulp van mijn blindengeleidehond en witte stok, want de taststok zit vaak in de spaken van fietsen. Op straat houden mensen ook steeds minder rekening met me en ik kom hierdoor vaak in gevaarlijke situaties. Ik merk dat doofblind zijn redelijk onbekend is en onbekend maakt onbemind.” Vergroten van de zichtbaarheid en representatie wordt gewaardeerd Een van de beleidsdoelen is het inzetten op het vergroten van de zichtbaarheid en representatie van queer, non-binaire, intersekse en transpersonen (van kleur) in de stad.
Uit één van de verhalen van onze inwoners horen we terug dat dit gewaardeerd wordt: “De evenementen rond zichtbaarheid, zoals het Queer Film Festival Utrecht, de jaarlijkse Canal Pride of het Queer Culture Festival Utrecht tijdens de week van ‘coming-out day’ geven me een diep gevoel van verbondenheid. Dan zie ik de regenboogvlag wapperen bij het stadhuis en voel ik die verbondenheid”.
3.3 Bewuste & Verbonden Stad Hoofdpunten • Uit de gesprekken in het kader van de Stadskaravaan blijkt dat: o Mensen met verschillende religieuze en culturele achtergronden steeds vaker in bepaalde buurten wonen en zich terugtrekken in eigen bubbels en gemeenschappen. o Niet meer naast elkaar leven (en dus minder hetzelfde meemaken) en verschillen in mediagebruik tussen groepen dragen bij aan sociale segregatie. o Gebrek aan verbondenheid kan bijdragen aan vooroordelen, wantrouwen en misverstanden, maar er is wel behoefte aan meer verbinding. o Stigmatisering, criminalisering, etnische profilering en de normalisering hiervan in politiek en media leiden volgens deelnemers tot vervreemding en dit baart zorgen.
26
Deelnemers aan de Stadskaravaan uiten hun frustratie over het feit dat ze zich herhaaldelijk moeten rechtvaardigen en dat hun positie als gelijkwaardige burgers onder druk komt te staan. Uit de verhalen die zijn opgehaald bij inwoners blijkt verder dat: o Het van groot belang is dat witte Nederlanders de achtergrond van het koloniale verleden begrijpen en betrokken zijn bij een belangrijke viering als Keti Koti. o Vertellers positieve ervaringen hebben met professionals in het kader van de LHBTIQ+-gemeenschap. o Er veel positieve verhalen zijn over wederzijdse ontmoetingen en begrip tussen Utrechters met verschillende culturele, sociale en levensbeschouwelijke achtergronden. o
•
3.3.1 Verhalen uit de stad Verhalen uit de Stadskaravaan: deelnemers maken zich zorgen over sociale segregatie ... Sinds mei 2024 trekt de gemeente met de Stadskaravaan door Utrecht: een reeks gesprekken met Utrechters over moslimdiscriminatie en antisemitisme. Sociale segregatie is een onderwerp dat veel terugkomt in de gesprekken in het kader van de Stadskaravaan. Zo wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat mensen met verschillende religieuze en culturele achtergronden steeds vaker in bepaalde buurten wonen en zich terugtrekken in eigen bubbels en gemeenschappen. Deels is deze verdeling een natuurlijk gevolg van persoonlijke voorkeuren en stadsindeling, maar het nadeel is dat de kloof vergroot tussen verschillende groepen in de stad: “In Kanaleneiland ervaar ik nooit discriminatie, maar wel als ik ergens anders ben”. Naarmate Utrechters met verschillende identiteiten meer van elkaar geïsoleerd raken, nemen de mogelijkheden voor betekenisvolle interactie af.
Als men niet meer naast elkaar leeft, minder gedeelde ervaringen opdoet en elkaar minder tegenkomt, wordt het vormen van banden die begrip en empathie kweken lastiger: “Op mijn werk moet ik heel erg nadenken wat ik zeg, ik voel niet meer de vrijheid om me uit te spreken.” Een andere deelnemer uit de Stadskaravaan zegt hier het volgende over: “Ondanks dat er wel meer witte Nederlanders in de wijk [Kanaleneiland] komen wonen, sturen ze hun kinderen naar scholen buiten de wijk. De scholen in de wijk zijn niet gemengd''. Ook wordt het verschil in mediagebruik genoemd tussen verschillende groepen. Dit zou ook bijdragen aan sociale segregatie: “Veel Nederlanders hebben minder toegang tot media en nieuws dat door Nederlands met een bi-culturele achtergrond en of migratieachtergrond wordt geconsumeerd. En andersom hebben deze gemeenschappen minder toegang tot de mainstream Nederlandse nieuwskanalen. De taalbarrière gaat in dit opzicht twee kanten op, maar het gaat vooral om de framing en kennis van de verschillende mediakanalen, waarbij hele verschillende referentiekaders worden opgebouwd.'' Dit gebrek aan verbondenheid kan bijdragen aan vooroordelen, wantrouwen en misverstanden, want onbekend maakt onbemind. Zo wordt het gemakkelijker om mensen die anders zijn te stereotyperen of te ontmenselijken.