CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Inburgering 2024

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Monitoring inburgering 202416.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen

64%

De mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om

85%

73% 73%

Er zijn mensen bij wie ik terecht kan

66% 0%

Utrechters (IE)

20%

40%

60%

80%

89%

100%

Inburgeraars

Bron: inwonersenquête (2021) en enquête inburgeraars (2023)

De meeste inburgeraars voelen zich prettig bij de mensen in de eigen buurt (85%). Dit is méér dan in de Utrechtse inwonerspeiling, waar ongeveer twee op de drie inwoners dit aangeeft. Bijna driekwart van de inburgeraars stelt vast dat mensen in de buurt goed met elkaar omgaan; dit is vergelijkbaar met het Utrechts gemiddelde. Enkele quotes uit de toelichting bij de enquête illustreren dit beeld: ‘It is wonderful and a bit confusing when moving to a new country. Utrecht is a very friendly place to live, where the people want to interact. The only issue is that when I talk to people in Dutch they change to English to make me feel me at ease. This is wonderful of them, but makes it learning the language difficult.’ [Schriftelijke reactie van inburgeraar bij de enquête] “I have felt very welcome by the municipality and my neighbours”. [Schriftelijke reactie van inburgeraar bij de enquête]

Inburgeraars hebben kleiner sociaal vangnet dan Utrechters gemiddeld Wanneer we kijken naar de intensiteit van de sociale binding met de buurt verschuift het beeld; inburgeraars scoren niet langer hoger dan het Utrechts gemiddelde. Twee op de drie inburgeraars heeft mensen waarbij zij terecht kunnen; achttien procent heeft dit niet. In de Utrechtse inwonerspeiling geeft 89% van de inwoners aan mensen te hebben bij wie men terecht kan.

- 25 -

Figuur 5.2 Aandeel inburgeraars en Utrechters gemiddeld dat bij mensen terecht kan (% (zeer) eens met de stelling)

Utrechts gemiddelde (IE)

91%

Gezinsmigrant / overige (n=130)

77%

Asielstatushouder (n=122)

12% 11%

54% 0%

(zeer) mee eens

8%

20%

21% 40%

niet eens, niet oneens

60%

25% 80%

100%

(zeer) mee oneens

Bron: inwonersenquête (2021) en enquête inburgeraars (2023)

Inburgeraars beschikken dus minder vaak over een ‘sociaal vangnet’, waarbij asielstatushouders het meest kwetsbaar zijn (54% heeft mensen bij wie zij terecht kunnen). Gezinsmigranten benaderen met 77% dichter het Utrechts gemiddelde. Hun positie is ook anders; zij trekken immers in bij iemand die al een netwerk heeft kunnen opbouwen. Het contact met de buren onder inburgeraars is zeer wisselend: 37% heeft prettig contact, maar een vergelijkbare groep (39%) heeft dit niet. Figuur 5.3 Aandeel inburgeraars en Utrechters gemiddeld dat veel contact heeft met buren (% (zeer) eens met de stelling)

Gezinsmigrant / overige (n=130)

36%

26%

38%

Asielstatushouder (n=122)

37%

19%

44%

0% (zeer) mee eens

20%

40%

niet eens, niet oneens

60%

80%

100%

(zeer) mee oneens

Bron: enquête inburgeraars (2023)

Inburgeraars vinden hun buurt vaker niet leuk dan Utrechters gemiddeld Problematiek in de buurt waarin men woont kan voor een gebrek aan stabiliteit zorgen en daarmee het ‘thuis weten’ van inburgeraars belemmeren. Eén op de zes inburgeraars vindt het niet leuk om in de buurt te wonen waar zij nu wonen. Dit is meer dan de één op de tien Utrechters die hun buurt niet leuk vinden om in te wonen. Uit de toelichtingen op de antwoorden blijkt dat een reden voor de mindere waardering voor de buurt onder meer onveiligheidsgevoelens zijn: ‘I will feel safer in this neighborhood when security improves, we have already had our items stolen from our car and I don't feel completely safe’. [Schriftelijke reactie van inburgeraar bij de enquête]

Op de vraag of inburgeraars problemen ondervinden in het dagelijks leven doordat zij het gevoel hebben er niet bij te horen of zich niet thuis te voelen, antwoordt 24% bevestigend, waarbij er geen significant verschil te zien is tussen gezins migranten en asielstatushouders. Wel zijn er aanzienlijk meer asielstatushouders die deze vraag niet hebben beantwoord of ‘weet niet’ hebben geantwoord. Vanuit het focusgroepgesprek komt het signaal dat hier mogelijk (de combinatie van) culturele aspecten en dankbaarheid een rol speelt, waardoor men zich niet altijd negatief wil uiten.

- 26 -

Figuur 5.4 Aandeel inburgeraars met problemen in het dagelijks leven door het gevoel er niet bij te horen

Asielstatushouder

23%

Gezinsmigrant / overige migrant

26%

Ja

53%

24% 65%

0%

20%

40%

Nee

Weet niet, geen mening

9%

60%

80%

100%

Bron: enquête inburgeraars (2023)

Waar dit gevoel van ‘er niet bij te horen’ of ‘zich niet thuis voelen’ precies vandaan komt, kunnen we op basis van de enquête niet vaststellen. Er is in dit traject onvoldoende ruimte geweest om deze resultaten te duiden in de kwalitatieve verdieping, waardoor onduidelijk is in hoeverre de onderliggende aspecten van dit gevoel ‘er niet bij te horen’ kortdurend zijn en horen bij een overgangssituatie of juist gerelateerd zijn aan diepere gevoelens van ontheemding bij inburgeraars. Beide soorten vragen om andersoortige beleidsmatige interpretaties. Dit vergt verder onderzoek. Opvallend is in ieder geval wel dat bij aanvullende schriftelijke reacties op de enquête, en bij de twee interviewgesprekken met inburgeraars, veel blijken van dankbaarheid werden geuit over de hulp die men kreeg bij het inburgeren: ‘I’m very happy here. Many people want to help me’ (geïnterviewde inburgeraar) ‘I have a brilliant coach … Everything is going quite well … thank you!’ (geïnterviewde inburgeraar)

5.2

Inburgeraars over huisvesting en zich thuis voelen

Ruim een kwart van de inburgeraars ervaart problemen door de woning waarin men woont Uit de enquête blijkt dat momenteel 27% van de inburgeraars problemen ervaart in het dagelijks leven door de woning waarin men woont. Onder asielstatushouders ligt dit percentage hoger (33%) dan onder gezinsmigranten (21%). Ook deze doelgroep heeft duidelijk last van de bredere problematiek op de woningmarkt. Door de schaarste bevinden sommigen zich, net als vele Utrechters in het algemeen, in tijdelijke en/of suboptimale woonsituaties. Figuur 5.5 Aandeel inburgeraars met problemen in het dagelijks leven door de woning waarin men woont

Asielstatushouder

33%

Gezinsmigrant / overige migrant

Ja

59%

21%

7%

75%

0%

20%

40%

60%

Nee

Weet niet, geen mening

5% 80%

100%

Bron: enquête inburgeraars (2023)

- 27 -

6. Inburgeraars over hun (financiële) zelfredzaamheid In dit hoofdstuk:   

Enquête uitkomsten over het kunnen vinden van de juiste organisaties Enquête uitkomsten over economische zelfredzaamheid Enquête uitkomsten over administratieve zelfredzaamheid

6.1

Het kunnen vinden van de juiste organisaties

45% van de inburgeraars ondervindt problemen bij het vinden van de juiste organisaties Het bevorderen van de zelfredzaamheid is een belangrijk onderdeel van het inburgeringsproces in het algemeen. Zelfredzaamheid betekent niet dat de inburgeraar zelf alles zou moeten kunnen oplossen, maar vooral dat deze weet waar hij/zij/hen ondersteuning kan vinden bij vragen op alle mogelijke leefgebieden. In ons onderzoek vroegen we of inburgeraars problemen ondervinden bij het zoeken van de juiste organisatie als men hulp nodig heeft. 45% geeft aan hier inderdaad problemen bij te ondervinden. Er doet zich daar een klein verschil voor tussen de groep asielstatushouders en gezins- of overige migranten. Er zijn grotere verschillen als we kijken naar de leeftijd van de inburgeraars. Uitgesplitst naar leeftijd blijkt de groep 31-40 jarigen relatief de minste problemen hierdoor te ondervinden, mogelijk doordat zij vaker contactmomenten met (doorverwijzende) instanties hebben in relatie tot (de opvoeding van) kinderen. Over de vraag welke (soorten) organisaties men moeilijk kan vinden, hebben we geen betrouwbaar beeld kunnen krijgen in focusgroepgesprek of interviews met inburgeraars. Figuur 6.1 Aandeel inburgeraars met problemen in het dagelijks leven omdat zij niet de juiste organisaties kan vinden als men hulp nodig heeft

Asielstatushouder

47%

34%

Gezinsmigrant / overige migrant

42%

46%

Ja

0%

20%

40%

60%

Nee

Weet niet, geen mening

19% 12% 80%

100%

Bron: enquête inburgeraars (2023)

6.2

Financiën – economische zelfredzaamheid

Statushouders hebben verhoogd risico om langdurig financieel in knel te komen Specifiek de financiële en economische zelfredzaamheid is een belangrijke factor bij de inburgering. Het gaat dan zowel om voldoende geld te hebben om geen belemmeringen te ervaren in het dagelijkse leven (economische zelfredzaamheid) als om de weg weten te vinden bij financiële instellingen (financiële zelfredzaamheid). Met name statushouders lopen een hoog risico om langdurig financieel in de knel te komen. Onder andere door een gebrek aan basiskennis van de Nederlandse taal en het financiële systeem. Maar ook door dwarsverbanden met andere leefgebieden zoals onverwerkte traumatische gebeurtenissen en het ontbreken van een sociaal netwerk. Daarnaast maken zij vaak extra kosten en hebben ze geen financiële buffer. (Nationale Ombudsman, 2022)

- 28 -

‘In the year and a half that I am in the Netherlands, I experienced some challenges with the Dutch tax system … Being able to manage one’s finances has a big effect on the integration process’ (Geïnterviewde inburgeraar)

39% van de statushouders ervaart problemen door financiële situatie Met betrekking tot de economische zelfredzaamheid is in de enquête gevraagd in hoeverre de financiële situatie de inburgeraars in het dagelijks leven problemen geeft. Dit is voor 39% van de inburgeraars het geval, waarbij er In Utrecht een verschil zichtbaar is tussen asielstatushouders (50%) en gezinsmigranten (28%). Een toelichting vanuit de enquête: ‘It is nearly impossible to find a well-paid job that doesn't require fluent Dutch. I cannot afford a course. Rent is far too high and I cannot move anywhere else because private rentals ask for too high an income and we *only just* don't qualify for social housing’. [Schriftelijke reactie van inburgeraar bij de enquête] Figuur 6.2 Aandeel inburgeraars met problemen in het dagelijks leven door hun financiële situatie

Asielstatushouder

50%

Gezinsmigrant / overige migrant

Ja

38%

28%

11%

60%

0%

20%

40%

60%

Nee

Weet niet, geen mening

11% 80%

100%

Bron: enquête inburgeraars (2023)

6.3

Financiën – administratieve zelfredzaamheid

Bijna vier op de tien inburgeraars geeft in de enquête aan hulp te ontvangen bij geldzaken of administratie. Dit is aanzienlijk meer dan het Utrechts gemiddelde uit de inwonersenquête (9%). De verklaring hiervoor ligt waarschijnlijk in de (in sommige gevallen zelfs enkele maanden) verplichte gemeentelijke ondersteuning. Financieel ontzorgen – waarbij de gemeente het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt – is verplicht in het eerste half jaar dat asielstatushouders een bijstandsuitkering hebben. Als er geen uitkering is, vervalt de verplichting. De gemeente biedt dit nog wel standaard aan. Voor de asielstatushouders wordt de financiële ontzorging geïnitieerd vanuit de contacten met Vluchtelingenwerk. Voor gezinsmigranten is de verplichting er niet en wordt dit ook niet standaard aangeboden. Gezinsmigranten hebben dezelfde toegang als andere Utrechters; het ‘huishoudboekje’ is beschikbaar voor alle Utrechters die dat willen. Bij de gezinsmigranten komt de toeleiding vanuit de buurtteams. Dit gebeurt op eigen initiatief van de gezinsmigrant, of vanuit een signaal van de inburgeringscoach.

Met het ‘huishoudboekje’ komen inkomsten (loon, uitkering, toeslagen) binnen op de rekening van de gemeente, waarmee vaste lasten (huur/hypotheek, energie, water, stadsverwarming, zorgverzekering, maar eventueel ook telefonie, internet/TV en basisverzekeringen) iedere maand tijdig betaald worden. Het bedrag dat overblijft stort de gemeente per week of per maand op de persoonlijke rekening. Een kwart van de ondervraagde inburgeraars ontvangt momenteel geen hulp, maar zou dit wel graag hebben. Deze hulpvraag is onder beide geslachten, alle leeftijdscategorieën en alle achtergronden in vergelijkbare mate terug te vinden. Vluchtelingenwerk en de buurtteams zijn de primaire ingangen voor de inburgeraars bij financieel-administratieve vragen, zoals waar je moet zijn om een toeslag aan te vragen.

- 29 -

Figuur 6.3 Aandeel inburgeraars dat wel/geen hulp ontvangt bij geldzaken of administratie

Gezinsmigrant / overige (n=130)

28%

4% 20%

Asielstatushouder (n=122)

24%

20%

0%

20%

40%

50%

33% 60%

26% 80%

100%

Ja, van familie/vrienden/buren/vrijwilligers(organisatie) Ja, van een betaalde hulp of organisatie Nee, ik wil graag hulp maar weet niet waar ik die kan krijgen Nee, ik heb geen hulp nodig Bron: enquête inburgeraars (2023)

Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat financieel ontzorgen voor de één een grotere meerwaarde heeft dan voor de ander. Er is (1) een groep statushouders die zeker baat heeft bij het financieel ontzorgen. Geïnterviewden vanuit alle perspectieven zien toegevoegde waarde voor bijvoorbeeld laagopgeleiden, analfabeten en laaggeletterden. Daarnaast is er (2) een groep bij wie het onduidelijk is in hoeverre het financieel ontzorgen (meer) helpt dan (intensieve) individuele begeleiding en (3) een groep die dusdanig financieel vaardig is dat het financieel ontzorgen eerder onrust geeft dan dat het rust brengt (zeker waar fouten optreden3). Zij ervaren het als betuttelend en willen graag zelf zicht hebben op geldzaken. (Verwey Jonker Instituut, 2021)

3

Gezien de complexiteit en foutgevoeligheid van het (financieel) systeem (met de vele verschillende partijen, verschillende data waarop geld wordt gestort en/of afgeschreven, verschillende betalingstermijnen, et cetera) is het de vraag in hoeverre bijna foutloze uitvoering realistisch is.

- 30 -

7. Kernindicatoren en blik op de toekomst 7.1

Uitkomsten kernindicatoren

In dit onderzoek hebben we op een tiental onderwerpen cijfermatig datamateriaal opgehaald omtrent de positie van inburgeraars in Utrecht in 2023 op het gebied van ‘zich thuis weten’. De oorspronkelijke 14 onderwerpen die voorafgaand aan dit onderzoek waren geïdentificeerd als kenmerken van het zich thuis weten van inburgeraars konden we niet allemaal meenemen. Deels omdat bestanden hiervoor nog niet goed genoeg bruikbaar waren en deels omdat we de vragenlijst aan inburgeraars om communicatie-technische redenen kort moesten houden, waardoor verdiepende vragen voor specifieke, kleine subgroepen (ouders van kinderen, inburgeraars die een opleiding volgen) niet zijn opgenomen. Onderstaande tabel laat de uitkomsten zien voor 2023 op de vragen die we stelden. We kunnen deze uitkomsten opvatten als nulmetingen.In de komende jaren kunnen deze kernindicatoren opnieuw worden bevraagd, waarmee er trendbeelden ontstaan. Door verschillende cohorten met elkaar te vergelijken kan ook de effectiviteit van bepaalde interventies goed worden getoetst. Over deze doorontwikkelingsmogelijkheden meer in paragraaf 7.2. Tabel 7.1 Totaaloverzicht uitkomsten op indicatoren (2023) Oorspronkelijke indicator Wat is het aandeel inburgeraars …

1 met passend werk

2 dat een opleiding volgt 3 dat tevreden is met de opleiding die zij volgen (zonder werk of opleiding) dat actief is in de buurt of stad, in de vorm van vrijwilligerswerk, betrokkenheid bij school, mantelzorg of 4 oppassen

dat aangeeft dat het genoten taalonderwijs heeft 5 bijgedragen aan het thuis weten

dat comfortabel is met de Nederlandse taal en 6 zonder angst Nederlands spreekt

dat gebruik maakt van een Welkomhuis en daar 7 tevreden over is dat aangeeft zich er bij te voelen horen in hun 8 buurt in Utrecht

resultaat (2023)

Vertaling van de indicator in dit onderzoek Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door het gevoel 'er niet bij te horen' of 'niet thuis te voelen'? (% 'ja') Deduceren uit registratiebestanden Enquêtevraag: ik heb betaald werk Enquêtevraag: Hoe tevreden bent u over het werk dat u doet? (% (zeer) tevreden) Deduceren uit registratiebestanden Enquêtevraag: ik volg een opleiding of cursus

Enquêtevraag: ik doe vrijwilligerswerk Enquêtevraag: Hoe tevreden bent u over het vrijwilligerswerk dat u doet? (% (zeer) tevreden) Enquêtevraag: ik volg een taalles om Nederlands te leren Stelling in enquête: Ik kan door de taalles makkelijker zelf dingen doen (% (zeer) eens) Stelling in enquête: Ik kan door taalles makkelijker contact maken met anderen (% (zeer) eens) Stelling in enquête: Ik vind het spannend om Nederlands te spreken (%(zeer) eens) Stelling in enquête: Ik ben tevreden met het niveau waarop ik Nederlands spreek (%(zeer) eens) Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door moeilijkheden met het spreken van Nederlands? (% 'ja')

24% * 31% 76% * 14% ***

11% 76% 62% 92% 92% 83% 38%

62% **

Stelling in enquête: Er zijn mensen bij wie ik terecht kan (% (zeer) eens)

- 31 -

66%

dat aangeeft zich financieel zelfredzaam te 9 voelen

10 dat positief is over eigen gezondheid en welzijn

Stelling in enquête: Ik heb veel contact met mijn buren (% (zeer) eens) Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door het gevoel 'er niet bij te horen' of 'niet thuis te voelen'? (% 'ja') Enquêtevraag: men ontvangt hulp bij geldzaken of administratie van familie/vrienden/buren/vrijwilligers(organisatie) Enquêtevraag: men ontvangt hulp bij geldzaken of administratie van een betaalde hulp of organisatie Enquêtevraag: men ontvangt geen hulp bij geldzaken of administratie maar wil wel graag hulp. Weet niet waar men die kan krijgen. Enquêtevraag: men ontvangt geen hulp bij geldzaken of administratie en heeft ook geen hulp nodig. Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door uw financiële situatie? (% 'ja') Enquêtevraag: Hoe is over het algemeen uw gezondheid (% (zeer) goed)) Enquêtevraag: Voelde u zich de afgelopen 4 weken erg zenuwachtig? (% voortdurend / meestal / vaak) Enquêtevraag: Voelde u zich de afgelopen 4 weken kalm en rustig? (% voortdurend / meestal / vaak) Enquêtevraag: Voelde u zich de afgelopen 4 weken neerslachtig en somber? (% voortdurend / meestal / vaak) Enquêtevraag: Voelde u zich de afgelopen 4 weken gelukkig? (% voortdurend / meestal / vaak) Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door uw lichamelijke gezondheid? (% 'ja')

dat vertrouwen voelt in het opvoeden van de 11 kinderen in Nederland 12 dat tevreden is met hun huisvestingssituatie

13 dat instanties weet te vinden

24%

26% 12% 26% 38% 39% 69% 31% 65%

22% 66% 22% ***

Stelling in enquête: De mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om (% (zeer) eens) Stelling in enquête: Het is niet leuk om in deze buurt te wonen (% (zeer) eens) Stelling in enquête: Ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen (% (zeer) eens) Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door de woning waarin u woont? (% 'ja') Enquêtevraag: Heeft u problemen in het dagelijks leven door het vinden van de juiste organisaties als u hulp nodig heeft? (% 'ja')

14 dat niet (meer) inburgeringsplichtig is Deduceren uit registratiebestanden * Registratie is nog niet op orde om indicator te presenteren ** Welkomhuis was voor de doelgroep van dit onderzoek grotendeels (nog) niet geopend. ***Vanwege prioritering (kleine doelgroep) geen ruimte om hier op in te gaan Bron: Onderzoek & Advies gemeente Utrecht (2024)

7.2

37%

73% 17% 85% 27%

45%

*

Toekomstige doorontwikkeling van de monitor

Dit onderzoek is een eerste stap in de inrichting van een volwassen monitorinstrument. Zoals in dit rapport op verschillende plaatsen al aangegeven, zijn er onderzoeks-methodisch gezien een aantal hindernissen geweest. Deze worden in de bijlagen verder toegelicht. Onderstaand noemen we de aandachtspunten die bij toekomstige doorontwikkeling kunnen worden meegenomen. Vragenlijstonderzoek behouden als betrouwbare basis De enquête onder inburgeraars heeft boven verwachting goede respons opgeleverd, waarmee betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan. Het plan is om de vragenlijsten

- 32 -

met regelmaat (bijvoorbeeld jaarlijks) af te nemen onder de groep inburgeraars, zodat er een gebalanceerd beeld ontstaat van hoe de maatschappelijke integratie van inburgeraars zich ontwikkelt en op welke punten eventueel beleidsmatig zou kunnen worden bijgesteld. Hiermee faciliteren we de mogelijkheid voor doorlopend leren en verbeteren, zoals verwoord in het Utrechts Sturingsmodel en de standaard voor sturen en verantwoorden in de gemeente. Om het bereik van de vragenlijst verder te vergroten kan nog worden gedacht aan langere invultijden en explicietere vooraankondigingen vanuit de gemeente én aanverwante netwerkorganisaties, waarin aandacht is voor het doel van het onderzoek. Vragenlijst onder de loep Bij monitoronderzoek is het gebruikelijk om de vragenlijst zo stabiel mogelijk te houden, zodat er vergeleken kan worden tussen verschillende jaargangen. Desalniettemin is er feedback gekomen op een aantal vragen die zijn opgenomen vanuit het oogpunt van vergelijking met de Utrechtse inwonersenquête, die mogelijk te complex zijn voor (een deel van) de doelgroep. Een voorbeeld hiervan is de stelling ‘Het is niet leuk om in deze buurt te wonen’, waar men moet invullen of men het er wel of niet mee eens is. Deze ‘dubbele ontkenning’ kan mogelijk voor verwarring zorgen. Op deze manier kan de vragenlijst nogmaals getoetst worden.

Analyses cohorten In de toekomst kunnen ontwikkelingen rondom verschillende cohorten van inburgeraars kunnen worden geanalyseerd. Omdat de doelgroep van het huidige onderzoek afgebakend is vanaf de start van de nieuwe Wet Inburgering (1 januari 2022) is dit nu nog niet mogelijk. In toekomstige jaren kunnen net gestarte groepen inburgeraars gemakkelijk worden vergeleken met de groep die in deze periode net gestart was. Dit geeft aanvullende inzichten in het effect van interventies. Meer onderzoeksmatige koppeling wenselijk tussen enquête-uitkomsten en beleid Toekomstig onderzoek zou ons inziens, naast het herhalen van de enquêtes, ook directer gekoppeld kunnen worden aan de manier waarop de gemeente Utrecht inspanningen verricht om inburgeraars zich ‘thuis te laten weten’. Hierbij kan gedacht worden aan het jaarlijks in kaart brengen van uitvoeringsagenda’s en beleidsmatige interventies op één specifiek levensterrein van de inburgeraars (zoals werk, participatie, gezondheid, onderwijs, taalles en dergelijke). Alle terreinen tegelijk onderzoeken is in de praktijk waarschijnlijk, gezien de complexiteit van de werkvelden apart, te ambitieus. Bij het uitlichten van één of enkele terreinen zouden ook gesprekken met professionals in het veld, en inburgeraars zelf, een verdiepend perspectief kunnen geven op wat goed gaat en wat beter zou kunnen.

Benutten van meer en betere registratiedata De groep inburgeraars die momenteel ‘integraal’ onderzocht is, blijkt uiteraard in werkelijkheid te bestaan uit groepen met geheel verschillende soorten achtergronden. Om hier goed op te differentiëren zijn we afhankelijk van de vullingsgraad en datakwaliteit in de registratiebestanden. Voor sommige thema’s is de vullingsgraad nog onvoldoende, zoals bij het type leerroute waaraan men gekoppeld is. Bij andere thema’s zijn nog onduidelijkheden, die mogelijk het gevolg zijn van suboptimale datakwaliteit. Een voorbeeld hiervan is het onderscheid naar asielstatushouder of gezinsmigrant/overige migrant. Daarnaast zouden nieuwe variabelen (of koppelingen) behulpzaam kunnen zijn bij het preciezer duiden van de uitkomsten, zoals de duur dat een inburgeraar op moment van enquêteren, al in Nederland en/of Utrecht verblijft. Ook kan in de toekomst externe data, zoals uit de Divosa-benchmark, bruikbaar worden. Zo kan op termijn relevante informatie over de economische positie van statushouders uit deze benchmark worden gehaald. Interviews met inburgeraars door native speakers Als men inburgeraars zelf wil ondervragen, is het van belang dat dit zo representatief mogelijk gebeurt.

Dat betekent dat er (afgezien bij degenen die goed Nederlands of Engels spreken) ofwel tolken moeten worden ingezet ofwel gewerkt moet worden met onderzoekers die de moedertaal van de inburgeraar spreken. Dit laatste verdient ons inziens de voorkeur omdat deze zelf het gesprek goed kunnen inrichten op basis van de antwoorden die de

- 33 -

inburgeraar geeft en er aandacht is voor ‘emotionele’ componenten van een gesprek. Dit focust dan niet alleen op samengevatte antwoorden, maar ook op de manier waarop antwoorden geformuleerd worden en bijbehorende emoties. Hiervoor moet mogelijk samenwerking worden gezocht met gespecialiseerde onderzoeksbureaus. Voor interviews moeten nieuwe onderzoeksroutes worden ontwikkeld Doordat het in deze onderzoeksronde moeizaam bleek om inburgeraars effectief te bereiken voor interviews, zal opnieuw moeten worden gekeken naar een aanpak hiervoor. In bijlage 5 doen we uitgebreid verslag van de manier waarop we het nu hadden opgezet en de hindernissen die we ondervonden. Wellicht roepen we in de toekomst de hulp in van professionals die veel met de doelgroep in aanraking komen, om beter te kunnen werven. Dit heeft tevens gevolgen voor de planning van het onderzoek. Mogelijk kan ook worden gedacht aan het houden van groepsgesprekken met inburgeraars, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bestaande netwerken op vindplaatsen als wijkcentra. Een uitdaging vormt hierbij te zorgen dat ook groepen inburgeraars die zich niet via deze netwerken organiseren voldoende bereikt worden.

- 34 -

Bijlagen Bijlage 1: Oorspronkelijke lijst kernindicatoren

Zoals benoemd in het inleidende hoofdstuk, is door professionals, ambtenaren en ervaringsdeskundigen nagedacht over een raamwerk waarbinnen ‘het zich thuis weten’ van inburgeraars kan worden geplaatst. Hieronder de formele lijst zoals door deze werkgroep opgesteld. Hier zijn in de loop van het onderzoeksproces noodzakelijkerwijs aanpassingen op gedaan om het, in deze fase van onderzoek, toepasbaar te maken. Indicatoren uit deze lijst zijn enerzijds ‘vertaald’ (geoperationaliseerd) naar concrete vragen die aan inburgeraars in een enquête kunnen worden voorgelegd. Anderzijds is er ook in gesneden. Dit heeft te maken met de wens om aan inburgeraars in een enquête niet meer dan circa tien vragen voor te leggen. Een langere vragenlijst kan leiden tot responsvermindering. Alle wijzigingen die zijn aangebracht in het onderzoeksformat (ten opzichte van onderstaande lijst), zijn afgestemd met opdrachtgevers van het onderzoek.

- 35 -

Bijlage 2: Toelichting op vragenlijst-onderdeel Aanbieden van de vragenlijst aan inburgeraars De enquête is in oktober 2023 aangeboden per email aan 896 inburgeraars. Via een uitnodiging in laagdrempelig Nederlands is gecommuniceerd dat de gegevens vertrouwelijk verwerkt worden. Ook werd duidelijk in de mail (via korte vertaalde teksten) dat de vragenlijst in zes talen te beantwoorden is: Arabisch (Syrisch), Tigrinya, Farsi, Dari, Engels en Turks. Dit sluit aan op de omvang van de verschillende herkomstgroepen. Via inburgeringscoaches en het netwerk van ervaringsdeskundigen (‘de Stem’) is het belang van het onderzoek extra onderstreept en opgeroepen de vragenlijst in te vullen. Er is omwille van de gevoeligheid en het risico op sturing bewust niet gekozen voor actieve hulp bij het invullen. Om de respons verder te bevorderen zijn 5 bonnen van €50 onder de deelnemers verloot. We werkten met een ‘gesloten link’, waardoor alleen de persoon die de uitnodiging krijgt de vragenlijst (eenmalig) kan invullen met een persoonlijk wachtwoord. Zo is er controle op wie de vragenlijst invult en of deze respondent tot de doelgroep behoort. De enquête liep in oktober 2023. De respondenten kregen drie weken de tijd om te reageren. Na anderhalve week volgde een herinnering aan de groep die nog niet heeft gereageerd.

Check op representativiteit Het onderzoek richt zich op de inburgeringsplichtigen4 (ex-AMV’ers, gezinsmigranten, nareizigers en asielstatushouders) die vallen onder de nieuwe Wet Inburgering, ingegaan op 1 januari 2022. Mogelijk wordt deze doelgroep in de toekomst uitgebreid. Het bestand met inburgeraars dat onder de nieuwe Wet Inburgering – en daarmee binnen de afbakening van het onderzoek – valt, bestaat uit 1.231 personen. Hiervan is 42% man en 58% vrouw. Tachtig procent van de inburgeraars is tussen de 18 en 40 jaar. De grootste groep komt uit Syrië (23%). Andere grotere groepen komen uit Marokko (10%) Turkije (7%) en Afghanistan (7%). Vrijwel alle inburgeraars wonen in Utrecht, maar enkele wonen (nog) hierbuiten, bijvoorbeeld in een asielzoekerscentrum als passende huisvesting in Utrecht nog langer op zich laat wachten. De respons op de vragenlijst leverde 254 ingevulde vragenlijsten op. In onderstaande tabel is te zien hoe de verschillende subgroepen reageerden. Hieruit blijkt dat de respons de daadwerkelijke samenstelling vaak tot een aantal procentpunten benaderd. Tabel B2.1 Respons Bronbestand

(n = 1.231)

Respons

(n = 254)

Geslacht

n

%

n

%

Verschil in procentpunten

man

515

41,8

102

40,2

-2

vrouw

716

58,2

152

59,8

2

Leeftijd

n

%

n

%

18-25

333

27,1

61

24

-3

26-30

289

23,5

69

27,2

4

31-40

361

29,3

83

32,7

3

41+

248

20,1

41

16,1

-4

Nationaliteit

n

%

n

%

Syrische

283

23

46

18,1

-5

Marokkaanse

117

9,5

20

7,9

-2

Afghaanse

87

7,1

20

7,9

1

Turkse

84

6,8

25

9,8

3

Eritrese

52

4,2

5

2

-2

Amerikaans burger

48

3,9

8

3,1

-1

Jemenitische

48

3,9

10

3,9

0

4

Hierbij horen dus niet mensen met ontheffing, vrijstelling of afgeronde inburgering, en ook geen inburgeraars onder de oude wet.

- 36 -

Iraanse

35

2,8

10

3,9

1

Chinese

29

2,4

3

1,2

-1

Onbekend

29

2,4

8

3,1

1

Burger van India

25

2

6

2,4

0

Mannen zijn met 40% van de respons een fractie ondervertegenwoordigd (in totaal 42% van het bronbestand). Qua leeftijd zijn de jongste groep (tot 25 jaar) en de oudste groep (ouder dan 41) licht ondervertegenwoordigd. Het gaat om afwijkingen van maximaal 4 procentpunt bij de oudere inburgeraars. Bij de nationaliteiten zijn de Syriërs in de respons veruit de grootste groep (18%), maar wel ondervertegenwoordigd ten opzichte van het bronbestand (23%). Ook Marokkanen (8% t.o.v. 10% in bronbestand) en Eritreeërs (2% t.o.v. 4%) zijn een fractie ondervertegenwoordigd. Met name Turken zijn oververtegenwoordigd (10% i.p.v. 7%). Andere nationaliteiten wijken maximaal één procentpunt af. Belangrijke kanttekeningen bij de respons is dat we alleen kunnen toetsen op gegevens die we kennen uit het bronbestand. We houden rekening met het feit dat we door de onderzoeksaanpak minder mensen bereiken die verminderd digitaal vaardig zijn, doordat we alleen mensen benaderen waarvan een e-mailadres bekend is. Tot slot zijn respondenten die analfabeet zijn onvoldoende geholpen zijn met de laagdrempelige uitnodigingstekst. Desondanks gaven resultaten waardevolle inzichten geven over de ervaringen met inburgering en de problemen waar zij mee te maken hebben.

Aandachtspunt voor de doorontwikkeling is dat bij sommige registratiegegevens (uitslag leerbaarheidstoets, leerroutes, taalniveau) de data nog niet gevuld is. Onder deze groep ligt de respons lager. Bij verdere bestudering van de respons blijkt dat vrouwen vaker gezinsmigrant zijn (64%) dan mannen (33%). Vrouwen zijn meestal in de leeftijd tussen 26 en 40 jaar (67%); bij mannen bestaat 50% uit deze leeftijd.

Vragenlijst Inleiding U heeft contact met de gemeente Utrecht over inburgeren. Daarom krijgt u deze vragenlijst. De gemeente Utrecht wil graag weten of de inwoners die moeten inburgeren zich welkom en thuis voelen in Utrecht. De gemeente onderzoekt ook hoe het gaat met werken en Nederlands leren. Over die onderwerpen gaat de vragenlijst. Privacy De afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht voert dit onderzoek uit. We behandelen en verwerken gegevens strikt vertrouwelijk. Hiervoor werken we met het bureau I&O Research. Dit onderzoeksbureau is ervaren in een veilige verwerking van ingevulde vragenlijsten. De resultaten analyseert afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht. Gegevens van respondenten delen we niet met andere organisaties. Als het onderzoek af is, vernietigen we de persoonsgegevens. De resultaten van een statistisch onderzoek voegen we samen. We laten bijvoorbeeld alleen de totalen, gemiddelden of percentages zien. Aan onderzoeksresultaten kunt u nooit zien wie de gegevens heeft ingevuld. Meer informatie over hoe de gemeente Utrecht omgaat met privacy vindt u hier.

TAAL Ik wil de vragenlijst invullen in het Nederlands I want to complete the questionnaire in English Anketi Türkçe doldurmak istiyorum ‫اﻟعربيﺔ باﻟﻠﻐﺔ اﻻستبيان إكمال أريد‬ ‫مايﻠم پرسشنامه را به ﻟسان دری مکمل کنم‬ ‫دوست دارم پرسشنامه را به زبان فارسی تکميل کنم‬ ነቲ ናይ መጽናዕቲ ሕቶ ብትግሪኛ ክመልኦ ይደሊ። Eerst stellen we graag een vraag over uzelf. V1 Wat past het best bij uw persoonlijke situatie? Meerdere antwoorden mogelijk  Ik heb geen eigen inkomen  Ik heb betaald werk > vervolgvraag 2 (indien aangevinkt)  Ik doe vrijwilligerswerk > vervolgvraag 3 (indien aangevinkt)  Ik volg een taalles om Nederlands te leren > vervolgvraag 4 stelling 1&2 (indien aangevinkt)  Ik volg een andere opleiding of cursus  Ik heb een uitkering  Anders V2 U heeft betaald werk. Hoe tevreden bent u over het werk dat u doet?  zeer tevreden  tevreden  niet tevreden, niet ontevreden

- 37 -

  

ontevreden zeer ontevreden weet niet

V3 U doet vrijwilligerswerk. Hoe tevreden bent u over het vrijwilligerswerk dat u doet? zeer tevreden  tevreden  niet tevreden, niet ontevreden  ontevreden  zeer ontevreden  weet niet V4 U volgt een taalles om Nederlands te leren. Bent u het eens of oneens met de volgende stellingen? 1. 2. 3. 4.

Ik kan door de taalles makkelijker zelf dingen doen Ik kan door de taalles makkelijker contact maken met anderen Ik vind het spannend om Nederlands te spreken Ik ben tevreden met het niveau waarop ik Nederlands spreek      

Zeer eens Eens Niet eens, niet oneens Oneens Zeer oneens weet niet, geen mening

Nu volgt een aantal stellingen over uw buurt. V5 Bent u het eens of oneens met de volgende stellingen? 1. De mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om 2. Het is niet leuk om in deze buurt te wonen 3. Ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen 4. Er zijn mensen bij wie ik terecht kan 5. Ik heb veel contact met mijn buren      

Zeer eens Eens Niet eens, niet oneens Oneens Zeer oneens Weet niet, geen mening

V6 Ontvangt u hulp bij geldzaken of administratie omdat het u zelf niet lukt? Meerdere antwoorden mogelijk    

ja, van familie/vrienden/buren/vrijwilligers(organisatie) ja, van een betaalde hulp of organisatie nee, ik wil graag hulp maar weet niet waar ik die kan krijgen nee, ik heb geen hulp nodig

De volgende vraag gaat over uw gezondheid. Om dit te vragen hebben we uw toestemming nodig. Door het invullen van de vraag gaat u akkoord met de verwerking van het gegeven antwoord op groepsniveau. U bent niet verplicht om te antwoorden. Indien u de vraag niet wilt invullen kunt u ‘wil ik niet zeggen’ aankruisen. V7 Hoe is over het algemeen uw gezondheid?  Zeer goed  Goed  Gaat wel  Slecht  Zeer slecht  Wil ik niet zeggen V8 De volgende vragen gaan over hoe u zich in de afgelopen 4 weken heeft gevoeld. Geef het antwoord dat het beste aansluit bij hoe u zich heeft gevoeld. 1. Voelde u zich erg zenuwachtig? 2. Voelde u zich kalm en rustig? 3. Voelde u zich neerslachtig en somber? 4. Voelde u zich gelukkig? Antwoordopties:  Voortdurend  Meestal

- 38 -

   

Vaak Soms Zelden Nooit

V9 Heeft u problemen in het dagelijks leven door...? 1. uw lichamelijke gezondheid 2. uw financiële situatie 3. het gevoel 'er niet bij te horen' of 'niet thuis te voelen' 4. de woning waarin u woont 5. Moeilijkheden met het spreken van Nederlands 6. het vinden van de juiste organisaties als u hulp nodig heeft Antwoordopties:  Ja  Nee  Wil ik niet zeggen CADEAUBONNEN V10 Wilt u kans maken op één van de vijf cadeaubonnen van 50 euro? Dan kunt u hieronder uw mailadres invullen.*  Ja, mijn e-mailadres is:  Nee *Deze gegevens gebruikt de gemeente alleen voor het uitreiken van de cadeaubonnen. Door uw e-mailadres in te vullen, gaat u ermee akkoord dat deze wordt gedeeld met de afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht. Uw e-mailadres wordt niet met derden gedeeld en vertrouwelijk verwerkt. U kunt uw toestemming op elk moment weer intrekken. Dit kunt u doen door een e-mail te sturen naar onderzoek@utrecht.nl. V11 De gemeente Utrecht wil graag meer weten van wat er goed gaat en wat er beter kan in het inburgeren. Daarvoor willen we met een aantal mensen individueel praten over de ervaring. Het is niet verplicht. We vinden het fijn als u wilt meewerken aan een gesprek met de gemeente.

Mogen wij uw e-mailadres gebruiken om u uit te nodigen voor een gesprek?  Ja  Ja, mijn e-mailadres is:  Nee Door uw e-mailadres in te vullen, gaat u ermee akkoord dat deze wordt gedeeld met de afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht. Uw e-mailadres wordt niet met derden gedeeld en vertrouwelijk verwerkt. U kunt uw toestemming op elk moment weer intrekken. Dit kunt u doen door een e-mail te sturen naar onderzoek@utrecht.nl. Dit is het einde van de vragenlijst. Hartelijk dank voor uw deelname! AFSLUITING Heeft u nog opmerkingen, schrijf ze dan hieronder op: Dit is het einde van de vragenlijst. Wij danken u hartelijk voor het invullen!

- 39 -

Bijlage 3: Toelichting op focusgroepgesprek-onderdeel Bij de opzet van het onderzoek is er rekening mee gehouden dat de uitkomsten van het enquêtedeel ondersteuning en duiding zouden behoeven van kwalitatieve aard. Om die reden is een lijst van professionals in het veld samengesteld, in afstemming met de opdrachtgever, die we zouden uitnodigen om samen de uitkomsten te bespreken en met name de vragen die we over de uitkomsten zouden hebben. In totaal zijn 25 professionals benaderd met datumprikkers om te kijken op welk moment men in groepen van minimaal 5 mensen zou kunnen samenkomen. Professionals werken binnen organisaties die een rol spelen in de begeleiding, belangenbehartiging en/of taalles en onderwijs aan de inburgeraars. In december 2023 is één focusgroepgesprek geweest met 7 professionals. De ambitie was om nog minimaal één gesprek extra te houden (in januari). Dit is uiteindelijk niet gelukt. Bij een gepland tweede gesprek kwamen er verschillende afmeldingen waardoor er nog één respondent met zekerheid overbleef, waardoor deze is afgezegd. Een mogelijke factor die voor de afmeldingen bij het tweede gesprek hebben gezorgd, kan de kerstvakantie zijn geweest.

Voor de kerstvakantie is een nieuwe datumprikker uitgestuurd, maar wellicht zijn in de vakantie zelf alsnog de agenda’s voor het nieuwe jaar snel volgelopen, voordat wij duidelijkheid konden geven over een eigen tijdstip. Tijdens het focusgroepgesprek in december is ingegaan op onder meer de welzijns- en gezondheidssituatie van inburgeraars, meedoen en participatie, de sociale contacten en netwerken, de taalvaardigheid en het vinden van de juiste organisaties.

- 40 -

Bijlage 4: Toelichting op interview-onderdeel Ontwerp interview-onderdeel In de ontwerpfase van het onderzoek is ook de wens naar voren gekomen om met inburgeraars zelf te spreken om verdieping te geven aan de enquête-uitkomsten. Hoewel er uiteraard een wens was een diverse groep inburgeraars te spreken was vooraf al vastgesteld dat het niet mogelijk was om op basis van de gesprekken een representatief beeld te krijgen. Dit was dan ook geen doel van de kwalitatieve fase. De achtergronden van inburgeraars verschillen zo sterk, dat het hun individuele uitspraken niet zomaar generaliseerbaar zullen zijn. Tegelijkertijd geven persoonlijke interviews juist wel concreet inzicht in zaken die goed of juist minder goed kunnen verlopen binnen inburgeringsprocessen. Besloten werd om in de uit te zetten enquêtes aan het einde een extra vraag op te nemen, waarin respondenten konden aangeven of zij bereid waren om in een individueel extra gesprek, verder te praten over de eigen ervaringen. Van de 254 respondenten waren er 194 bereid om aan deze verdiepingsslag deel te nemen. Wij konden gebruik maken van (alleen) hun mailadressen om hen hiervoor te benaderen.

In een beveiligde omgeving zijn (geanonimiseerd) onderverdelingen gemaakt naar geslacht, leeftijdsgroep, de vraag of men asielstatushouder is of gezins- (of overige) migrant en of men de enquête in het Nederlands of Engels heeft ingevuld. Hieruit zijn, via beveiligde methoden, 2x10 mogelijke deelnemers geselecteerd, 10 voor een eerste ronde en 10 als reserve. De eerste tien kregen in december een uitnodiging om een gesprek te voeren met ons, en werd hiervoor een cadeaubon van 35 euro toegezegd. Om logistieke en methodologische redenen is besloten om in deze eerste stap in de inrichting van een volwassen monitorinstrument, (nog) niet te werken met tolken en dus geen inburgeraars te benaderen die niet of nauwelijks Nederlands of Engels spreken. Uiteindelijk zijn er twee gesprekken gevoerd. Suggesties voor de verbetering van dit proces staan beschreven in hoofdstuk 7.

Uitvraag-mail voor deelname aan interviewgesprek [For English version, please see below] Geachte heer, mevrouw, De gemeente Utrecht houdt interview-gesprekken met inburgeraars Enkele maanden geleden heeft u een vragenlijst ingevuld van de gemeente Utrecht, met vragen over hoe u zich hier thuis voelt. Hartelijk dank voor uw deelname hieraan! U gaf in de vragenlijst ook aan dat wij u mochten benaderen voor het mogelijk deelnemen aan een extra interviewgesprek. Als u deelneemt aan dit extra gesprek, ontvangt u van ons een cadeaubon van € 35,--. Waarom worden deze interview-gesprekken gehouden? De gemeente Utrecht wil graag weten of de inwoners die moeten inburgeren, zich welkom en thuis voelen in Utrecht. Daarvoor wil ze, naast de vragenlijst, ook persoonlijke gesprekken voeren met enkele inburgeringsplichtigen. Dat maakt de uitkomsten uit de vragenlijst nog duidelijker. Als u meedoet wordt u geïnterviewd door een professionele onderzoeker van de afdeling Onderzoek en Advies van de gemeente Utrecht. Deze stelt u vragen, en maakt hier schriftelijk een verslag van. De onderzoeker zorgt er voor dat uw naam niet terug te vinden is in het verslag. De uitkomsten blijven anoniem voor iedereen. Welke vragen worden gesteld? In het interviewgesprek worden vragen gesteld over uw leefsituatie zoals in de eerdere vragenlijst.

Bijvoorbeeld: bent u tevreden over de mate waarin u de Nederlandse taal beheerst? Kunt u makkelijk organisaties vinden die u helpen als u problemen heeft? Heeft u nog tips voor de gemeente Utrecht als het gaat om het begeleiden van inburgeringsplichtigen? Het gesprek vindt plaats in het Nederlands of Engels. Waar vindt het interviewgesprek plaats? Als u wil deelnemen aan een interviewgesprek, nodigen wij u uit om naar het Stadskantoor (Stadsplateau 1) van de gemeente Utrecht te komen. De precieze datum en tijd stemmen we met u af. Het gesprek duurt maximaal 1 uur.

- 41 -

Wilt u meedoen? Als u mee wil doen kunt u deze mail beantwoorden met ‘Ja ik wil meedoen’. U ontvangt dan van ons een bevestiging met een aantal tijdstippen waarop het gesprek kan plaatsvinden. Daar mag u een tijdstip uit kiezen. U mag ook uw telefoonnummer achterlaten in de mail, zodat wij u telefonisch kunnen bereiken voor het maken van een afspraak. Heeft u nog vragen? Dan kunt u ons bereiken via het secretariaat van de afdeling Onderzoek & Advies van de gemeente Utrecht: XXX. U kunt ook een mail sturen naar de projectleider van dit onderzoek, XXX. Met vriendelijke groet,

Dear sir, madam, The municipality of Utrecht would like to interview people about the integration process A few months ago, you filled in a questionnaire from the Municipality of Utrecht about feeling welcome and at home in Utrecht. Thank you for participating! You let us know that you would possibly be open to participate in a follow-up open interview. Participants of such an interview will receive a gift voucher worth € 35,=. Why does the municipality wants to interview residents who are required to integrate? The Municipality wants to clarify the results of the questionnaire. Therefore more specific interviews are necessary. If you decide to participate in such an interview, you will be speaking with a professional interviewer from the Research and Advice-department of the Municipality. She will ask you some questions and make a written report. She will make sure that your name is not mentioned in the report. All the results will remain anonymous for everybody. Which questions are being asked? The interview is about the same topics as the questionnaire you filled in earlier. For example: Are you satisfied with how well you speak Dutch? Can you find the right organisations to help you if necessary? Do you have any extra advice for the Municipality regarding supervising the integration processes? The interview will take place in either the Dutch or English language.

Where does the interview take place? If you would like to participate in an interview, we will invite you to come to the ‘Stadskantoor Utrecht’ (Office of the Municipality Utrecht), Stadsplateau 1, Utrecht. The precise date and time will be set in consultation with you. The interview will last one hour at the most. Do you want to participate? If you would like to participate, you can reply to this mail by saying ‘Yes I want to participate’. You will receive a confirmation from us. We will give you some options for scheduling the time, between which you can choose. Also, if you would like, you may leave your phonenumber in the mail, so we can call you directly to make an appointment. Do you have any questions? You can call the secretary of the Research & Advice department of the Municipality Utrecht: XXX or email the lead researcher of this investigation, XXX. Kind regards,

- 42 -

Bijlage 5: Wie zijn er inburgeringsplichtig in Utrecht? Migranten en nieuwkomers Er bestaan veel verschillende groepen migranten met verschillende definities. Een migrant is iemand die vanuit een ander land naar Nederland komt om zich (al dan niet tijdelijk) te vestigen. Onder migranten vallen dus ook expats5, zoals zowel de arbeidsmigranten6 en kenniswerkers7, welke niet tot de doelgroep van dit onderzoek behoren. Dit geldt ook voor de groep Oekraïense vluchtelingen die vanwege de oorlog in hun land in Utrecht zijn komen wonen. In Utrechtse gemeentelijke communicatie wordt ook met regelmaat de term nieuwkomer gebruikt. De Rijksoverheid typeert een nieuwkomer als een persoon die nog niet lang genoeg in een nieuw land woont om geschreven en ongeschreven regels te kennen. Via deze definitie vallen ook expats hieronder. De gemeente Utrecht bakent op haar website de groep nieuwkomers af met de groepen:8  Asielzoekers: Een asielzoeker is iemand die de bescherming van een ander land inroept. Bijvoorbeeld vanwege oorlog of vervolging. In Nederland kan een asielzoeker asiel aanvragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Daarna start een asielprocedure. Daarin beoordeelt de IND of de asielzoeker wel of niet erkend wordt als vluchteling (zie ook tweede bullet). Wordt een asielzoeker erkend als vluchteling, dan is deze (asiel)statushouder geworden (zie ook derde bullet).

Wordt men niet erkend als vluchteling dan moet men het land verlaten. Deze groep wordt ook wel ‘economische vluchteling’9 genoemd. Als men dat niet doet, wordt men ‘ongedocumenteerd’ (zie ook vierde bullet).  Vluchtelingen: Vluchtelingen zijn mensen die hun land ontvluchten omdat ze bang zijn voor vervolging. Bijvoorbeeld omdat ze niet veilig zijn vanwege oorlog/geweld of hun godsdienst, politieke mening of seksuele geaardheid. Of omdat ze behoren tot een bepaalde sociale groep. Niet alle vluchtelingen zijn ook asielzoeker. Zo hebben Oekraïeners op dit moment wél de status van vluchteling, maar zijn zij géén asielzoeker.  Asielstatushouders: Zodra de IND een asielzoeker als vluchteling heeft erkend, wordt diegene een (asiel)statushouder genoemd. Deze persoon krijgt een verblijfsvergunning voor 5 jaar en mag in Nederland blijven. Elke gemeente, ook Utrecht, moet elk halfjaar een aantal statushouders passende woonruimte aanbieden. De overheid betaalt voor de inburgering.  Mensen zonder verblijfsvergunning: Mensen zonder geldige verblijfsvergunning hebben Nederland om verschillende redenen (nog) niet verlaten. Zij worden ook wel ongedocumenteerden genoemd. Utrecht is een van de Nederlandse gemeenten waarin ze opvang en begeleiding krijgen. Inburgeringsplichtigen Dit onderzoek richt zich niet op al deze nieuwkomers.

De inburgeringsplicht is voor bovenstaande groepen alleen geldend voor de asielstatushouders. Deze groep wordt aangevuld met ex-AMV’ers10 en gezinsmigranten. De groep gezinsmigranten kent in sommige literatuur ook een uitsplitsing, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen nareizigers en overige gezinsmigranten.  Nareizigers: Migranten die zich in Nederland vestigen bij hun partner, die in Nederland een asielstatushouder is. Daarmee zijn zowel de partner als de nareiziger inburgeringsplichtig. Ongeveer vijftien procent van de gezinsmigranten vallen onder deze categorie.  Gezinsmigranten: Migranten die in Nederland komen wonen bij hun Nederlandse partner (of ander familielid). Gezinsmigranten van buiten de Europese Unie zijn inburgeringsplichtig. Een meerderjarige gezinsmigrant bereidt zich in het land van herkomst al voor op de reis naar Nederland. In veel opzichten zijn deze gezinsmigranten een andere groep dan nareizigers. Dit onder meer omdat men in Nederland terecht komt in een bestaand sociaal netwerk. Vaak komen gezinsmigranten alleen in het kader van het Participatieverklaringstraject in contact met de gemeente. 5

Buitenlanders die werk hebben in Nederland. Expats hebben in beginsel de intentie om tijdelijk naar het buitenland te gaan en niet permanent daarheen te verhuizen. 6 Arbeidsmigranten zijn personen die tijdelijk in Nederland komen werken. Het gaat hierbij niet om hoogopgeleid werk (zie kennismigrant). Vaak worden zij hierheen gehaald door een uitzendorganisatie of andere werkgever in bijvoorbeeld de tuinbouw-, distributie- of de bouwsector. De arbeidsmigranten die als uitzendkracht werken komen vooral uit Midden- en Oost-Europa. Zij werken in sectoren waarvoor weinig of geen Nederlandse arbeidskrachten zijn te vinden. 7 Een niet-Europese kennismigrant kan onder voorwaarden naar Nederland komen om te werken. Hij of zij moet bijvoorbeeld hoog opgeleid zijn. De werkgever moet een erkend referent zijn bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND behandelt dan de aanvraag om een kennismigrant naar Nederland te halen sneller. Kennismigranten uit Europa (EU, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) hebben geen visum, verblijfs- of werkvergunning nodig. 8 https://www.utrecht.nl/zorg-en-onderwijs/nieuwkomers/ 9 Economische vluchtelingen zijn mensen die niet zijn gevlucht om politieke redenen, maar om een betere levensstandaard te vinden.

Migranten die uit een veilig land komen en om economische redenen hierheen zijn gereisd, kunnen geen beroep doen op het VN-Vluchtelingenverdrag en krijgen geen asiel. Dit betekent dat zij in Nederland geen vergunning krijgen, maar terug moeten naar het land waar zij zijn geboren. 10 Alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een asielstatus hebben en achttien jaar worden zijn hiermee inburgeringsplichtig geworden.

- 43 -

Gezinsmigranten betalen hun inburgering zelf. De gemeente stelt wel de te volgen leerroute vast en kan adviseren over een mogelijk passende onderwijsinstelling. Jonge gezinsmigranten en nareizigers worden – vanwege de leer- en kwalificatieplicht –pas inburgeringsplichtig als zij 18 jaar worden.

- 44 -

Bijlage 6: Literatuur ARQ Kenniscentrum Migratie / Nationaal psychotraumacentrum. (2023). Veerkrachtige statushouders: voorwaarde voor succesvolle inburgering. CBS. (2023a). Arbeidsparticipatie hoger bij goede beheersing Nederlands. Opgehaald van CBS.nl. CBS. (2023b). Steeds meer statushouders hebben betaald werk. Opgehaald van CBS.nl. Gemeente Utrecht. (2020). Nota van uitgangspunten opgave inburgering. KIS_Kennisplatform Inclusief Samenleven. (2022). Monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten. Nationale Ombudsman. (2018). Een valse start: een onderzoek naar behoorlijke inburgering. Nationale Ombudsman. (2022). Statushouders lopen groter risico op langdurige financiële problemen. Pharos. (2018). Gezondheidszorg statushouders in de gemeente. Opgehaald van Pharos.nl. Pharos. (2022). Inburgering en gezondheid. Handreiking voor gemeenten. Opgehaald van Pharos.nl. Regioplan. (2023). Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden van de arbeidsmarkt. Rijksoverheid. (2024). Wet inburgering 2021_Inburgeren in Nederland. Opgehaald van www.rijksoverheid.nl. SCP. (2018). Syriërs in Nederland. Significant Public. (2023). Aanbod onderwijsroute asielstatushouders. Verwey Jonker Instituut. (2021). Evaluatie pilotprogramma veranderopgave inburgering. Verwey Jonker Instituut. (2021).

Evaluatie pilots veranderopgave inburgering: Vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten.

- 45 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=640a9c59-2fba-40e1-a138-10a65302903e