CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening_Toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststellen partiele herziening bestemmingsplan Defensieterrein, Merwedekanaalzone deelgebied 422.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De bevindingen van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapportage met kenmerk 9R3377.01 d.d. 18 oktober 2005 (zie ook bestemmingsplan 'Kanaalweg 59'). Uit de rekenresultaten van dit onderzoek blijkt dat: De bijdrage van de HWC aan de achtergrondconcentratie valt binnen de afronding van deze achtergrondconcentraties. Dit wordt vooral veroorzaakt door de zeer beperkte tijd dat de centrale per jaar operationeel is ; De locatie en hoogte van het immisiemaximum voor fijn stof niet veranderen (er treedt een verwaarloosbaar kleine stijging van de concentratie op die alleen op twee cijfers achter de komma waarneembaar is); De hoogste uurwaarde concentratie van SO2 een verwaarloosbaar kleine daling (0,28%) vertoont, vermoedelijk door verhoogde turbulentie als gevolg van de woontoren; Voor NOx geen conclusies getrokken kunnen worden, echter op grond van de resultaten van de bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

33

andere componenten aangenomen mag worden dat de invloed van NOx tevens gering zal zijn. Deze uitkomsten kunnen geacht worden eveneens te gelden voor onderhavige ontwikkeling, nu de verkeersgeneratie niet hoger wordt. Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze WHO-advieswaarden zijn bedoeld om de gezondheid te beschermen. Deze zijn voor fijnstof strenger dan de grenswaarden van de EU. De Utrechtse gemeenteraad heeft in 2015 via een motie (2015-78) de opdracht gegeven om te streven naar voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit en lagere blootstellingswaarden voor fijnstof te realiseren, waarbij gekeken wordt naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden. Om versneld de WHO-advieswaarden te realiseren heeft de gemeenteraad in december 2020 het “”Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2020 – 2025, Utrecht kiest voor gezonde lucht” vastgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit.

Op basis van de NSL-monitoringstool 2020 kan worden geconcludeerd dat de wettelijke grenswaarden zowel in 2020 als in 2030 niet worden overschreden, ondanks de lichte verschuiving van het verkeer door het parkeren op afstand. In 2020 wordt nog niet (overal) voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10 in het plangebied en in de nabijheid, hetgeen in 2030 wel het geval zal zijn. Voor PM2,5 wordt in 2020 nergens voldaan aan de WHO-advieswaarde In 2030 wordt (nipt) voldaan aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Daarnaast neemt de gemeente, samen met de rijksoverheid en de provincies aanvullende luchtmaatregelen, waardoor de WHO-advieswaarde voor PM2,5 versneld zal worden gerealiseerd. Daaruit volgt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Op basis van de uitgevoerde luchtkwaliteitsberekeningen kan worden geconcludeerd dat in de toekomstige bestemmingsplansituatie aan het gestelde in artikel 5.16 eerste lid 1, onder d en onder a, van de Wet milieubeheer wordt voldaan. De emissie van de HWC is opgenomen in de landelijke emissieregistratie. In 2020 wordt nog niet (overal) voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10 in het plangebied en in de nabijheid van het plangebied, hetgeen in 2030 wel het geval zal zijn. Voor PM2,5 wordt in 2020 nergens voldaan aan de WHO-advieswaarde. In 2030 wordt (nipt) voldaan aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5.

Daaruit volgt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Gelet op het vorenstaande zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet milieubeheer om deze partiële herziening vast te stellen.

3.7

Natuurbescherming

3.7.1 Kader Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Interim Omgevingsverordening. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. - Doe altijd verkennend onderzoek naar de in het plangebied voorkomende soorten en de gevolgen van de geplande ontwikkelingen op die soorten. - Volg de aanwijzingen uit het onderzoek dat je aan het bestemmingsplan ten grondslag legt nauwkeurig op. (en dat geldt niet alleen voor de aanwijzing dat er nader onderzoek uitgevoerd moet worden, ook andere aanwijzingen uit rapporten die aan een bestemmingsplan ten grondslag gelegd 3 4 bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

Utrecht

worden, moeten natuurlijk serieus worden genomen. Steeds zal bekeken moeten worden wat er met die aanwijzingen gedaan moet worden). Utrechtse soortenlijst In de voormalige Flora en faunawet werden soorten beschermd die niet meer beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Hieronder vallen diverse kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn. Deze soorten zijn in de Utrechtse soortenlijst genoemd. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden. Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. De Utrechtse Soortenlijst en overige informatie is te vinden op de gemeentelijke website onder Groenbeleid. https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevin . 3.7.2 Plansituatie In juni 2015 is een gerichte veldinventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen en de eventuele verspreiding van flora en fauna. Uit het onderzoek komt naar voren dat in het gebied geen relevante planten en vermeldenswaardige broedvogels voorkomen.

In het gebied komen wel algemene broedvogels voor. In verband met het voorkomen van deze algemene broedvogels wordt aangeraden om te werken buiten het broedseizoen of op een manier dat de vogels niet tot broeden komen. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op matig en zwaar beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de realisatie en uitvoering van de plannen in het gebied van het voormalig defensieterrein te Utrecht is niet in strijd met het gestelde binnen de Flora- en faunawet. Inmiddels is het plangebied bouwrijp gemaakt, waardoor er ook anno 2021 geen sprake is van aanwezige natuurwaarden. Bij de sloop van de voormalige bedrijfswoningen aan de Overste den Oudenlaan worden voorafgaand aan de werkzaamheden eventuele natuurwaarden in beschouwing genomen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, en ligt ook niet in de directe nabijheid daarvan. Gelet op de aard en omvang van de planontwikkeling en de afstand tot Natura 2000 gebieden kunnen significante effecten op voorhand worden uitgesloten. Voor de planontwikkeling is onderzoek gedaan naar de depositie van stikstof op Natura 2000 gebieden. Uit de berekeningen (Sweco, zie bijlage) blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van een depositie boven de 0,00 mol.

Op basis van recente regelgeving kan de berekening van de depositie in de aanlegfase overigens buiten beschouwing worden gelaten. Conclusie Het plangebied is inmiddels gesaneerd en bouwrijp gemaakt. Van de aanwezigheid van relevante soorten is geen sprake. Er is geen sprake van stikstofdepositie op Natura 2000 gebied. De Natuurbeschermingswet vormt geen belemmering voor uitvoering van dit plan

3.7.1

Bomen

Ten tijde van het opstellen van de bomeninventarisatie stonden in het plangebied 120 bomen. Hiervan zijn 33 goede bomen verplant naar een andere plek in de stad. Het was niet mogelijk om deze 33 bomen in de nieuwe stadswijk in te passen, omdat het terrein opgehoogd moet worden. Van de overige 87 bomen was de kwaliteit als volgt: 46 bomen hadden een goede conditie en kwaliteit (maar deels wel vergroeid met bomen met matige kwaliteit); 14 exemplaren hadden een redelijke conditie; 21 bomen hadden een matige conditie en 4 bomen waren in slechte staat. Deze 87 bomen zijn geveld in verband met de saneringswerkzaamheden. In de nieuwe stadswijk komen circa 100 bomen. In het gebied wordt een groenstructuur aangelegd die samen met de groene kanaalzone een hoogwaardige, robuuste groenstructuur vormt. Op markante plekken worden bomen van de eerste orde geplaatst. Grote bomen dragen bij aan gezonde lucht en zorgen voor cool spots in de wijk.

bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

35

3.8

Water

3.8.1 Kader Door een ruimtelijk plan kunnen de belangen en het functioneren van het watersysteem en de waterketen onder druk komen te staan. Het doel van de 'Watertoets' is het waarborgen van watergerelateerd beleid en beheer door deze ruimtelijke ontwikkelingen expliciet en op evenwichtige wijze te toetsen aan de relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten wettelijk voorzien zijn van een 'Waterparagraaf', een ruimtelijke onderbouwing van de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie. Met de watertoets worden de waterhuishoudkundige gevolgen van een plan vroegtijdig inzichtelijk gemaakt, de afwegingen expliciet en toetsbaar vastgelegd en het wateradvies van de waterbeheerder opgenomen. Door afstemming met de waterbeheerder(s) wordt voorkomen dat door een ruimtelijke ontwikkeling de kansen voor de waterhuishouding niet worden benut en de bedreigingen niet worden herkend. Door de bestaande (geo)hydrologische situatie en randvoorwaarden, de geplande ontwikkeling en de ruimtelijke consequenties ten aanzien van de waterhuishouding te analyseren, kan het streven naar een duurzaam en robuust watersysteem vroegtijdig in het ontwerpproces worden geïntegreerd. Deze waterparagraaf is, ter verantwoording en afsluiting van de watertoets, opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan.

Hieronder zijn de belangrijkste elementen uit de waterpragraaf opgenomen. Beleid In het algemeen is het beleid van het Rijk, de provincie Utrecht, de gemeente Utrecht en het waterschap HDSR gericht op een duurzaam en robuust waterbeheer. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden (indien doelmatig) de waterkwaliteitstrits 'gescheiden inzamelen-gescheiden afvoeren-gescheiden verwerken' en de waterkwantiteitstrits 'water vasthouden-bergen-vertraagd afvoeren' gehanteerd. De gemeente heeft de zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, het inzamelen en verwerken van overtollig hemelwater en het voorkomen van structurele grondwateroverlast. Het actuele beleid hiervoor is vastgelegd in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2011-2014. De ontwerpeisen zijn opgenomen in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte, onderdeel riolen, rioolgemalen en drainage (versie 18 april 2013). Daarnaast stelt de gemeente eisen aan het ontwerp van watergangen waarvan zij eigenaar of beheerder is of wordt. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en drogere zomers.

Omdat dit nu al meetbare en zichtbare fenomeen in de toekomst kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting, moeten we in Nederland er nu al rekening mee houden door de inrichting van de bebouwde omgeving er tijdig aan te passen (adaptie). Dit beleid is vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de 'Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie' heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De gemeente Utrecht heeft samen met 9 andere overheden de 'Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie' onderschreven en werkt in de 'Coalitie Regio Utrecht' samen aan de ruimtelijke adaptatie van het stedelijk gebied, te denken valt aan de volgende maatregelen: Toepassen van groene daken en halfverharding. Dit draagt bij aan de reductie van hittestress en het beperken van wateroverlast bij extreme neerslag; Zichtbaar en beleefbaar maken hemelwater. Het bovengronds afvoeren en bergen via wadi's, goten en/of infiltratievoorzieningen draagt hieraan bij; Hergebruik van schoon hemelwater voor toilet draagt bij aan een duurzame leefomgeving. Onttrekking grondwater Tijdelijke onttrekking van grondwater tijdens de bouwfase is vergunningsplichtig en onder voorwaarden toegestaan, evenals tijdelijke lozing van bemalingswater op het oppervlaktewater.

Nader onderzoek naar de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater is noodzakelijk om na te gaan of er een lozingsvergunning nodig is om overtollig water te onttrekken en af te voeren. Voor alle onderbemalingen, bronneringen en andere grondwateronttrekkingen moet een melding worden gedaan of een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap HDSR. 3 6 bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

Utrecht

3.8.1

Verslaglegging van gevoerd overleg gemeente - waterbeheerder

De ‘waterparagraaf’ van 22 augustus 2016, bijgevoegd als bijlage van het nu geldende bestemmingsplan (2018), is opgesteld ter verantwoording en ter afsluiting van de watertoets ten behoeve van de ontwikkeling van het Defensieterrein. Door bureau Evers is, in opdracht van BPD Vastgoedontwikkeling, eerder een memo getiteld ‘Waterhuishoudings- en rioleringsplan’ opgesteld. Dit plan van d.d. 2 juli 2016 omvat alle relevante stedelijk wateraspecten en vormt het resultaat van het overleg met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) van d.d. 6 april 2016. De opmerkingen die het HDSR in haar mailing en notitie van d.d. 20 juli jl. heeft meegegeven, zijn in de memo van d.d. 2 juli 2016 verwerkt. De stedelijk wateraspecten van deze ontwikkeling zijn hiermee vroegtijdig met het bevoegd gezag besproken en afgestemd, waarmee de watertoets doorlopen is. Adviesbureau Sweco (zie bijlage) heeft in 2020 een rapportage opgesteld waarbij is gekeken naar de capaciteit van het riool uitgaande van 800 woningen, met een piekbelasting van 50% van het stelsel. Het DWA systeem gaat uit van 800 woningen. Aangezien het bij de laatste inzichten gaat om 950 maar om kleiner woningen past dit aantal binnen vastgesteld plan en is de rapportage representatief. De gemiddelde dwa-productie bedraagt 24,0 m3/h. Voor controle van de hydraulische capaciteit wordt een piekfactor 2 gehanteerd.

De piekbelasting via de laatste streng in het plangebied bedraagt 48 m3/h is 13,3 l/s. De capaciteit van een 100% gevulde betonnen riool Ø 300 mm onder een buisverhang van 2 promille bedraagt 45 l/s. Tijdens piekafvoer bedraagt de vullingsgraad in de laatste streng 40 %. De hydraulische capaciteit van het dwa-stelsel is voldoende. (norm < 50%) Voor de waterberging van het gebied veranderd niets omdat de bebouwingspercentage en de inrichting/afwatering van de bouwblokken niet wijzigt ten opzichte van de eerder vastgestelde uitgangspunten. Het Hoogheemraadschap verzoekt in haar reactie in het kader van het vooroverleg om in contact te blijven over de verdere uitwerking en benodigde vergunningen. Hieraan geven wij gevolg.

3.8.2

Conclusie Waterparagraaf

Waterberging De totale waterberging bedraagt:

Hemelwater wordt tot een bui T= 10 (45 mm/uur) 100% in het gebied vasthouden. Dit geldt voor zowel de bouwblokken met de binnentuinen als de verharde openbare ruimte. Elk bouwblok houdt zelf tot een bui T=10 (45 mm/uur) het hemelwater voor 100% vast. De inrichting van het gebied (openbare ruimte en de binnentuinen) is zodanig dat bij een zeer extreme regenbui (T=100 of 80 mm/uur) geen schade optreedt aan gebouwen en vitale infrastructuur zoals nutsvoorzieningen én veiligheidsrisico's worden voorkomen. Vleutense Wetering Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich het restant van de voormalige Vleutense Wetering. Het deel van deze tertiaire watergang dat voor de ontwikkeling van het Defensieterrein relevant is, strekt zich uit tussen de Admiraal Helfrichlaan en de HWC. Deze wetering is als gevolg van historische stedenbouwkundige ontwikkelingen grotendeels voorzien van bruggetjes en duikers. Er worden diverse maatregelen getroffen om de watergang te verbeteren. Het toevoegen van extra woningen in het plangebied leidt niet tot een ander inzicht op de wateraspecten, waardoor er voor het thema water geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De gemeente blijft met de HDSR in overleg over de bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

37

wateraspecten.

3.9

Duurzaamheid en toekomstbestendige energie

3.9.1 Kader De gemeente Utrecht heeft in haar Energieplan een duidelijke ambitie vastgelegd. In het MilieuBeleidsPlan (MBP) en in het Programma Utrechtse Energie is opgenomen dat Utrecht in 2030 klimaatneutraal is. Ontwikkel- en herstructureringslocaties bieden kansen om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze ambitie. De inzet van maatregelen om de CO2-uitstoot vergaand te verminderen gaat in de volgorde: energiebehoefte verminderen, inzet van duurzame bronnen en, tenslotte, een zo efficiënt mogelijke omzetting van primaire energie in warmte en kracht. Die klimaatambities betekenen een fors lagere energieprestatie. Onder duurzame ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan die voorziet in de behoefte van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Dit houdt in dat het streven is naar een evenwicht tussen de 3 P's: People (sociale component), Planet (ecologie en milieu) en Profit (economie). Voor gebruikers levert duurzaamheid een hoog kwalitatieve leefomgeving door verhoging comfort, veiligheid en gezondheid. Het levert ook kostenbesparing op én het is goed voor het milieu. 3.9.2 Plansituatie De grootste ambities voor de Merwedekanaalzone en het Defensieterrein liggen in de Gezonde Leefomgeving en in een goede balans tussen Natuur en Ruimte.

Op welke wijze de verschillende ambities vertaald zijn naar het plan is toegelicht in hoofdstuk 4 van de toelichting van het vigerende bestemmingsplan. Verwezen wordt ook naar de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone (2017). De woningen zijn voorbereid op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Voldaan wordt aan BENG. Door de snel innoverende techniek op het gebied van energie en water zal de nadruk bij de bouwplannen liggen op de keuzemogelijkheden die bewoners hebben en de flexibiliteit die wordt ingebouwd om in de toekomst de woning aan te passen. Voor deze locatie is het niet verplicht gebruik te maken van stadsverwarming. Als de ontwikkelaar meer duurzame energieoplossingen gebruikt is dat niet noodzakelijk. Voorlopig wordt wel ruimte gereserveerd voor het mogelijke hoofdtracé van de stadsverwarming (onder de rijbaan). Bij de planuitwerking worden zonnepanelen toegevoegd aan daken en voor fase 1 van het plangebied is aanvullend PV op afstand gecontracteerd bij Eneco. Daarnaast wordt onderzocht of het mogelijk is om straatverlichting toe te passen die wordt opgeladen door de zon. Voor nieuwe woningen wordt een milieuprestatie van maximaal 50% van de norm (nu 1,0 per m2 BVO) volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken voorgeschreven. Het instrument GPR gebouw wordt gehanteerd om de integrale duurzaamheid van een gebouw te beoordelen.

3.9.3 Conclusie De ontwikkeling wordt duurzaam vormgegeven, waarbij de ambities reeds bij het Stedenbouwkundig Plan zijn vastgelegd. Bij de planuitwerking wordt bekeken of de ambities worden waargemaakt en of de lat hoger kan worden gelegd. De partiële herziening die nu voorligt doet niets af aan deze ambities.

3.10 Gezondheid 3.10.1 Kader De gemeenteraad heeft de wettelijke plicht periodiek een nota Volksgezondheid vast te stellen. Dit staat in de Wet publieke gezondheid. In de nota Volksgezondheid; Gezondheid voor Iedereen (2019-2023) wordt de verbinding gelegd tussen fysieke, sociale en economische vraagstukken, die kansen bieden om bij te dragen aan gezonder wonen, werken en leven in Utrecht. We willen met deze nota de stad uitnodigen om initiatief te nemen en samenwerking te zoeken en samen bij te dragen aan een gezonde stad. We werken bijvoorbeeld aan het bevorderen van gezondheid via gezond duurzaam lokaal voedsel; gezonde leefstijl en gezond gedrag. 3.10.2 Plansituatie Het ontwerpen van een nieuwe woonwijk biedt kansen voor de gezondheid van de toekomstige bewoners. De ambitie voor het Defensieterrein is om een gezonde en duurzame wijk te realiseren. Een gezonde en duurzame wijk op deze plek, betekent een goede balans tussen natuur en bebouwing en veel aandacht voor een gezonde leefomgeving, waar de verblijfskwaliteit en beleving centraal staat. 3 8 bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

Utrecht

Een groene leefomgeving nodigt uit tot een gezonde leefstijl. In het Defensieterrein wordt een groenstructuur aangelegd die samen met de groene kanaalzone een hoogwaardige, robuuste groenstructuur vormt. Op markante plekken worden bomen van de eerste orde geplaatst. Deze circa 100 grote bomen zorgen voor cool spots in de wijk. Daarnaast worden er verschillende particuliere tuinen aangesloten op het openbaar groen, waardoor er een groter aaneengesloten groengebied ontstaat. Hierbij is het wel van belang dat mensen hun eigen plek behouden, dit zorgt voor privacy en eigenaarschap. Op plekken waar tuinen worden afgesloten van de openbare ruimte, wordt dit gedaan door middel van groene oplossingen (een haag of met klimplanten begroeide hekken). De zone langs het Merwedekanaal (het Merwedepark) maakt deel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente. Door bewegen en spelen mogelijk en makkelijk te maken wordt gezond gedrag bevorderd. Doordat het Defensieterrein een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsverbindingen in en rondom heeft, biedt dit toekomstige bewoners de mogelijkheid om 'rondjes' te maken. Hiervan is het Rondje Stadseiland het bekende voorbeeld, maar ook het Ringpark in Dichterswijk is een mooie wandelroute. Ook de nabijheid en goede bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer draagt hieraan bij.

Het station is met de fiets snel te bereiken en via de Moreelseburg is het oude centrum van Utrecht op loopafstand, hierdoor wordt het logischer om de fiets te pakken of te gaan lopen dan de auto te pakken. Buitenspelen in de buurt wordt gestimuleerd door autoloze gebieden binnen de bouwblokken en door de aanleg van speelvoorzieningen in de openbare ruimte. Daarnaast ligt het sportpark Welgelegen met sportvelden en een sporthal op loopafstand wat sporten in verenigingsverband gemakkelijk mogelijk maakt. Contacten in de buurt dragen bij aan gezondheid. In het Defensieterrein is het ontmoeten van andere bewoners gemakkelijk. Er is voldoende ruimte voor ontmoeten op straat- en buurtniveau, door de autoloze binnengebieden en doordat particuliere tuinen aansluiten op de openbare ruimte. In het plangebied wordt ook een recreatieve ontmoetingsplek langs het kanaal gerealiseerd. Op wijkniveau zijn er diverse ontmoetingsplekken, zoals bij de creatieve broedplekken aan de overkant van de Koningin Wilhelminalaan (Deelgebied 5), bij Sportpark Welgelegen en bij de Veilinghaven. Veilige langzame verkeersverbindingen naar deze plekken zijn daarom essentieel.

Het Beurskwartier, waar met de Kinepolis bioscoop de eerste grote voorziening is gekomen zal in de toekomst meer voorzieningen hebben, waar bewoners van het Defensieterrein gemakkelijk naar toe kunnen gaan, mits er een gemakkelijke en veilige route is. Lucht: De Overste den Oudenlaan is een drukke binnenstedelijke weg dat wil zeggen meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor is de luchtkwaliteit langs deze weg een aandachtspunt en mogen er geen gevoelige bestemmingen (voor kwetsbare groepen) binnen 50 meter langs deze weg. Geluid: Op verschillende plekken in de wijk is de geluidbelasting hoog. Dit wordt veroorzaakt door wegverkeer (van met name de Dr. M.A. Tellegenlaan). De HOV baan aan de route Overste den Oudenlaan – Van Tellegenlaan zorgt onder andere voor de overschrijding door het wegverkeer. Hiervoor is een hogere waarde vastgesteld. Deze geluidseisen zijn aanvullend op het gestelde in het Bouwbesluit en zullen in het bestemmingsplan als een bijzondere voorziening worden opgenomen om te zorgen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor wat betreeft het (laagfrequente) geluid van de (voormalige) hulpwarmtecentrale wordt verwezen naar de paragraaf Geluidhinder (3.4) van deze toelichting.

10.3.3 Conclusie Het plan past binnen de ambities van een gezinde leefomgeving.

3.11 Toegankelijkheid 3.11.1 Kader Utrecht wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen, waar we niemand buitensluiten. Een inclusieve toegankelijke stad. We willen dat alle inwoners en bezoekers, met en zonder beperking, alle (openbare) gebouwen, woningen, de openbare ruimte en dienstverlening kunnen gebruiken. Utrecht werkt al sinds 2007 actief aan toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu volgens het bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

39

VN-verdrag handicap. Het uitgangspunt van het VN-verdrag handicap is 'niets over ons zonder ons'. Samenwerking met de belangenorganisaties voor inwoners met een beperking in een zo vroeg mogelijk stadium van de planontwikkeling is daarmee noodzakelijk. De ambities van de gemeente voor het VN-verdrag handicap staan in de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk'. In de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' zijn drie kansen omschreven die we als gemeente willen pakken. Dit zijn: sneller en concreet resultaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal toegankelijk en samenwerken met de stad. Met het uitvoeringsprogramma 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' laten we zien wat we al doen en wat we nieuw op pakken. Dit zijn acties die nodig zijn voor het benutten van de drie kansen. Daarnaast moeten gebouwen en woningen voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Met ingang van 1 juli 2021 en 1 januari 2022 treedt een aantal wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 in werking. Er zijn dan nieuwe toegankelijkheidseisen voor bijvoorbeeld drempels bij hoofdingangen van nieuwe publiek toegankelijke gebouwen en alle toegangen bij nieuwbouwwoningen. Woningen Utrecht wil graag rolstoelbezoekbare en rolstoelbewoonbare woningen. Wij willen dat iedereen, ook als hij of zij gebruik maakt van een rolstoel, alle nieuwe of verbouwde woningen kan bezoeken.

Iedereen kan vanaf de openbare weg bij de voordeur komen, een brief in de bus doen, aanbellen, binnengaan, in de woonkamer komen en bij het toilet, gebruik maken van de buitenruimte zoals een balkon of tuin. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er geen trappetjes of opstapjes zijn, binnen of buiten de woning. Dit is een woning die bezoekbaar is. We willen dat mensen in een rolstoel in alle nieuwe of verbouwde nultredenwoningen (woningen waarbij de entree, woonkamer/eetkamer, keuken, badkamer, toilet en ten minste één slaapkamer zonder trap bereikbaar zijn) kunnen wonen. Of het is gemakkelijk om daarvoor te zorgen. De ambitie van Utrecht gaat hiermee verder dan het Bouwbesluit. Openbare ruimte De openbare ruimte moet zo zijn ingericht dat iedereen, met of zonder beperking zich goed kan verplaatsen. In de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte staan de uitgangspunten. Het Handboek Openbare Ruimte en de richtlijn Voetpaden voor iedereen kunnen helpen bij de uitwerking. Aandacht is nodig bij hoogte verschillen en het overbruggen daarvan. 3.11.2 Conclusie Bij het gebouwontwerp en in de openbare ruimte worden de ambities vormgegeven.

4 0 bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Gezien de grote behoefte aan woningen in alle segmenten en de strategische ligging van de locatie ten opzichte van het stadscentrum, vormt de afzetbaarheid geen belemmering voor de realisatie en voortgang van het project. Voor de aankoop en herontwikkeling van de Merwedekanaalzone, deelgebied 4, Defensieterrein, is door de gemeente op basis van marktconforme uitgangspunten een financieel sluitende grondexploitatie uitgewerkt. De grondexploitatie is door de gemeenteraad vastgesteld en in het "Meerjaren Perspectief Stedelijke Ontwikkeling" (MPSO) opgenomen. In de grondexploitatie is onder meer rekening gehouden met de aankoop van de benodigde percelen en opbrengsten uit de bouw van woningen en voorzieningen. De opbrengsten binnen de grondexploitatie zullen worden gebruikt ter dekking van de aan het project verbonden plan- en uitvoeringskosten. De uitgifte van gronden binnen deze ontwikkeling zal, in lijn met het vastgestelde beleid, plaatsvinden onder markconforme condities. Het plan voorziet in het afwaarderen van de bedrijfsvoering van de huidige HWC van Eneco aan de Kanaalweg. De koppeling met de Nicolaas Beetsstraat is gereed en de ketels worden in 2022 uit gebruik genomen. De olietanks worden vervangen door een warmtebuffer. De ontwikkeling van het plangebied voor woningbouw levert een ruimtelijke verbetering op voor het plangebied en zijn omgeving.

Vanwege de zorgvuldige inpassing van de ontwikkeling is, mede rekening houdend met het normale maatschappelijk risico, het risico op planschade voor de omgeving beperkt. Eventuele planschadeverzoeken van belanghebbenden zullen conform de geldende gemeentelijke procedure worden afgehandeld. De door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitatie vormt het financiële kader voor de ontwikkeling. De kosten voor de begeleiding en toetsing van vergunningsaanvragen, worden gedekt met het heffen van leges. Het gemeentelijk kostenverhaal is via opbrengsten uit gronduitgiften en de ontwikkelovereenkomst voldoende verzekerd. De vaststelling van een exploitatieplan voor dit bestemmingsplan niet daarmee niet meer nodig. In een allonge zijn naast de financiële afspraken ook de koppeling met de huur-/koopprijs en de grootte van de woningen opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de economische uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.2.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het plan is aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De resultaten van het overleg zijn opgenomen in een afzonderlijke bijlage Nota van vooroverleg (zie bijlage van de toelichting). De reacties hebben niet geleid tot aanpassing van het plan. 4.2.2

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 5 november 2021 gedurende 6 weken er inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn 2 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in het vaststellingsrapport dat onderdeel is van het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

41

4 2 bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.

5.2

Methode van bestemmen

Met deze herziening wijzigt er niets aan de wijze van bestemmen. De inhoudelijke aanpassing van de regels is de wijzing van het maximaal toegelaten aantal woningen. Het aantal woningen zoals vastgelegd in artikel 6.2.1 van de regels wijzigt van 600 naar 950. Vanwege het toepassen van maatwerk voor parkeren wordt in de regels het toepassen van de minimale norm uit het parkeerbeleid voorgeschreven. Daarnaast voorzien de regels in de noodzakelijk aanpassing van de begripsbepalingen, anti-dubbeltelbepaling en de overgangsbepalingen. Tenslotte is de redactie van artikel 13 (Milieuzone) aangepast. Dit maakt het mogelijk om de aanvraag omgevingsvergunning voor woningen binnen de milieuzone te verlenen, vooritlopend op het definitief uit gebruik nemen van de hulpwarmtecentrale. Het toetsmoment is verlegd naar het moment van ingebruikname van de niuwe woningen. Tenslotte is de verbeelding aangepast. De stroken ten zuiden van de huidige HWC met de bestemming 'Bedrijf' worden gewijzigd in de bestemming 'Woongebied'. Bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan heeft de gemeenteraad al deze mogelijkheid aan het college toegekend. Hier wordt nu met deze herziening invulling aan gegeven. Nu de leidingen ter plaatse zijn verlegd, wordt de bedrijfsvoering van de HWC niet belemmerd en is voldaan aan de in het delegatiebesluit opgenomen voorwaarden.

Deze aanpassing maakt de uitvoering van het vastgestelde Stedenbouwkundig Plan mogelijk. De overige bepalingen en de verbeelding van het geldende bestemmingsplan wijzigen met deze partiële herziening niet.

bestemmingsplan "Merwedekanaalzone deelgebied 4, Defensieterrein, 1e Herziening" (vastgesteld)

43

Gemeente Utrecht

Uitgave Gemeente Utrecht Bezoekadres Stadskantoor, Stadsplateau 1 Postadres Postbus 8406, 3505 RK Utrecht Telefoon 030 - 286 00 00 Mail gebiedsontwikkelingjz@utrecht.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=497a9368-d51b-4ecb-9302-cb6e98462a9f