Meerjaren Perspectief Ruimte 2023.pdf
Tekst van het document
Bouwplaats inspectie
MPR 2023
31
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Werken Utrecht wil een toekomstbestendige economie met
Voor het monitoren van de ontwikkeling van het
een goed en fijnmazig voorzieningenniveau en
aantal banen wordt 2021 als peiljaar aangehouden.
voldoende werkgelegenheid op alle niveaus. In het
Jaarlijks wordt een update gegeven van waar de
coalitieakkoord wordt daarom onder andere ingezet
ontwikkeling van banen staat ten opzichte van het in
op de ontwikkeling van meerdere ‘stadscentra’, zodat
de RSU 2040 vastgestelde doel van oorspronkelijk
iedereen in de buurt van voorzieningen woont.
doel 70.000 extra arbeidsplaatsen in 2040.
Daarnaast wordt het Utrecht Science Park (USP)
Onderstaande is een overzicht opgenomen met een
gezien als een kans voor verdere ontwikkeling van
onderverdeling van deze extra arbeidsplaatsen.
werkgelegenheid op alle niveaus. Om het aantal banen in de pas te laten lopen met de groei van de Utrechtse beroepsbevolking zijn 70.000 extra arbeidsplaatsen in 2040 nodig, waarvan het grootste gedeelte in de periode tot aan 2030. Dit
betekent dat werklocaties en bedrijfshuisvesting in de stad moeten meegroeien. Het is voor ondernemers, bedrijven en organisaties nu al erg moeilijk om in de wijken, op bedrijventerreinen en op kantoorlocaties een goede (en betaalbare) plek te vinden om zich te
AANTAL EXTRA ARBEIDSPLAATSEN Kantoren
28.000
Bedrijventerreinen
13.000
Detailhandel/voorzieningen
1.000
Wetenschap (met name USP)
4.000
Werken in de wijken
24.000
vestigen of uit te breiden. De beschikbaarheid in Utrecht van voldoende goed bereikbare werklocaties -
De doorvertaling van de werkopgave uit de RSU 2040 wordt in 2023 nader uitgewerkt in een visiedocument
Werken vanuit huis: 10.000
en de betaalbaarheid ervan voor het MKB, startups en
Bedrijfsruimten: 1.000
de creatieve sector - is daarom één van de grote
Overig (maatschappelijk, leisure, zorg, etc): 13.000
thema’s voor de komende jaren.
TOTAAL
op Utrechtse werklocaties. Deze visie gaat richting geven aan de ruimtelijke opgave voor werkfuncties op nieuwe plekken in stad en verdichting en intensivering
70.000
op bestaande werklocaties.
MPR 2023
32
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Werken: liggen we op koers? Kantoren
Onderstaande grafiek laat zien dat de Utrechtse
Kantoren (+ 28.000 banen): Hoge vraag, weinig aanbod maar lastige omstandigheden voor nieuwbouw De vraag naar kantoren in Utrecht is hoog, door de verschuiving van het gebruik van kantoren van ‘places to work’ naar ‘places to meet’. In de RSU is opgenomen dat tot aan 2040 een netto toevoeging van ruim 530.000 m² bvo kantoren nodig is om aan te sluiten bij de groei van de stad. Het werkelijk aantal nieuw te realiseren vierkante meters kantoor is ruim 930.000 m² bvo, vanwege de vervangingsvraag. Alleen bij voldoende nieuwbouw ontstaat er ruimte voor transformatie van bestaande kantoren die op ongewilde locaties omgevormd kunnen worden naar andere functies zoals wonen en bedrijfsfuncties. Het terugbouwen van nieuwe kantoren gebeurt met name op nieuw te ontwikkelen knooppuntlocaties die beter aansluiten bij de vraag uit de markt én de ontwikkelvisie van de stad. Vigerend beleid van de Provincie blokkeert echter het ‘schuiven’ van kantoormeters naar deze nieuwe knooppuntlocaties. Met de oplevering van grote kantoorontwikkelingen Helix, Central Park en The Cath in 2022 en Rijnkade en Wonderwoods in 2023 wordt de moderne kantorenvoorraad in Utrecht met in totaal 69.000 m² uitgebreid (ongeveer 3.500 arbeidsplaatsen).
kantorenleegstand zich al enkele jaren op of onder
de ondergrens van frictieleegstand bevindt. De verwachting is dat de komende jaren de schaarste aan kantoorruimte hoog blijft.
Voor 2023 en 2024 staat de start van de bouw van een aantal andere grote ontwikkelingen in de planning. Voor de komende jaren is de planvoorraad kantorenprogramma nog zo’n 400.000 m2 bvo, maar een winstwaarschuwing is nodig; de komende jaren moet rekening worden gehouden met uitstel en mogelijk zelfs afstel van verschillende projectontwikkelingen door de gestegen rente, gestegen bouwkosten, inflatie en door netcongestie. Dit betekent dat er voorlopig ook geen ruimte is voor transformaties.
MPR 2023
33
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen (+ 13.000 banen): Hoge vraag, groot tekort aan nieuwe bedrijventerreinen, intensivering bestaande bedrijventerreinen zeer complex In de RSU 2040 is opgenomen dat bovenop de bestaande planvoorraad nog 74,3 hectare extra bedrijventerrein nodig is om de opgave van 13.000 extra banen op bedrijventerreinen in 2040 te realiseren. In deze extra planvoorraad wordt op dit moment niet voorzien in Utrecht. De nog uitgeefbare bedrijventerreinen (met name Strijkviertel) worden bovendien geraakt door netcongestie. Met de U10 worden gesprekken gevoerd over de planning en ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen. Onze
insteek daarbij is één van de terreinen te reserveren voor specifiek circulaire (grondstoffen) bedrijven met een functie voor de regio. In studies naar nieuwe gebiedsontwikkelingen zal de urgente behoefte aan extra bedrijventerreinen betrokken worden. Het benodigde volume aan extra bedrijventerreinen kan worden verminderd door intensivering op bestaande bedrijventerreinen en functiemenging op andere plekken in de stad. Met Ontwikkelmaatschappij Utrecht (OMU) is een intentiedocument getekend voor samenwerking aan de intensiveringsopgave. Hiervoor zijn uit het coalitieakkoord middelen beschikbaar. Intensivering is echter een complexe opgave die een lange adem en een veelvoud aan investeringen vraagt. Naast de hoge grondprijzen als gevolg van druk vanuit de logistieke markt is Onderstaande grafiek laat zien dat de betaalbaar-
in Lage Weide de mobiliteit een knelpunt met als gevolg dat de bebouwingsgrens is bereikt en slechts
heid van bedrijfslocaties op Lage Weide steeds
uitbreidingsruimte van 10% per kavel mogelijk is. Er wordt gewerkt aan een toekomstvisie voor het gebied. De
meer onder druk komt te staan voor MKB-bedrijven.
beperkte grondpositie van de gemeente maakt goede samenwerking met private partijen extra belangrijk. Ook
De ondergrens voor huurprijzen is in een paar jaar tijd gestegen van €30 naar €55 per m2 per jaar.
initiatieven voor intensivering vanuit de markt zijn complex; voor de initiatiefnemer, maar ook voor de gemeente die vanuit verschillende rollen en verantwoordelijkheden betrokken is. Het komen tot een gedragen integrale aanpak en constructieve samenwerking met marktpartijen is urgent en noodzakelijk. Hiervoor zoeken we ook
nadrukkelijk de samenwerking met het Rijk.
MPR 2023
34
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Werken in de wijken Werken in de wijken (+ 24.000 banen): Meer aandacht nodig voor behoud van bestaande werkfuncties in wijken en meer prioriteit bij toevoegen van extra werklocaties De opgave in de wijken betreft 14.000 extra banen op (werk)locaties in wijken en 10.000 extra aan huis gebonden banen (zzp’ers, beroepen aan huis). De realisatie van de 14.000 banen op (werk)locaties in wijken vraagt de komende periode hoge prioriteit. Het uitgangspunt uit de RSU 2040 om bij transformatie van werkfuncties deze zoveel mogelijk in de wijk te compenseren, blijkt in de praktijk weerbarstig en niet altijd haalbaar. Op projectniveau moet werkprogramma concurreren met de ontwikkeling van wonen dat meer oplevert, soms ook beter inpasbaar is en doorgaans ook meer draagvlak heeft in de wijk. Kijkend naar de planvoorraad in verschillende wijken moet de komende periode netto substantieel meer ruimte voor werkfuncties in de wijken worden gerealiseerd; functiemenging in woongebieden en inzet op innovatieve vormen van woon-werkvastgoed moet meer dan nu het uitgangspunt zijn. De verstedelijkingsopgave biedt kansen voor de programmering van nieuwe werkfuncties in de wijk. De nieuwe stadswijk Merwede (deelgebied 5 Merwedekanaalzone) is een voorbeeld van een ontwikkeling waar een substantieel volume aan banen in de wijken wordt gerealiseerd.
Hier wordt ruim 100.000 m² aan voorzieningen gerealiseerd, waarbij ook bestaande gebouwen en functies worden ingepast. Voor deelgebied 6 wordt op dit moment een studie uitgevoerd naar werkfuncties in dit gebied. Ook grootschalige ontwikkelingen als Rubenskwartier en Galgenwaard bieden kansen voor een stevige programmering van werkfunctie. Een risico bij deze toekomstige ontwikkelingen zijn de veranderde marktomstandigheden, zoals netcongestie, stijgende rente, inflatie en bouwkosten. De realisatie van de 10.000 aan huis gebonden banen (werken vanuit de woning) moet voor een belangrijk deel parallel lopen met de woningbouwontwikkeling in Utrecht. Hierbij is van belang dat voldoende woningen worden gebouwd die het werken voor deze doelgroepen ondersteunen. Het gaat dan om woningen met een kantoor-/werkruimte maar bijvoorbeeld ook woningen met grotere garage- en opslagruimten voor technische beroepen. MPR 2023
35
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Retail Retail (+1.000 banen): Bevolkingsgroei dempt effect veranderend consumentengedrag, prioriteit bij toekomstbestendigheid en borgen fijnmazig voorzieningenniveau In de 10-minutenstad die Utrecht wil zijn, is de nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen essentieel. Met het sturen op de retailhoofdstructuur wordt ingezet op een fijnmazige voorzieningenstructuur. Voor de toekomstbestendigheid van winkelgebieden in de Utrechtse retailhoofdstructuur is transformatie noodzakelijk van pure aankoopplaatsen naar voorzieningenclusters met sterke aantrekkingskracht en een aantrekkelijke verblijfsfunctie. Inzet is het toevoegen van andersoortige functies als horeca, sport, cultuur en maatschappelijk. Shoppingcenter Overvecht, Winkelcentrum Nova en de winkelstrip aan de Jan van Galenstraat zijn voorbeelden waar marktpartijen plannen maken voor investeringen die bijdragen aan de toekomstbestendigheid en
werkgelegenheid. Ontwikkelingen van nieuwe voorzieningenclusters met retail zijn voor de komende jaren voorzien in de Merwedekanaalzone, Beurskwartier en op Papendorp (Mobiliteitshub XL). Deze nieuwe voorzieningenclusters nemen samen met enkele nieuwe supermarktontwikkelingen een belangrijk deel van de opgave van 1.000 extra arbeidsplaatsen voor hun rekening. Detailhandel in bestaande gebieden binnen de retailhoofdstructuur zal naar verwachting redelijk stabiel blijven door de sterke bevolkingstoename. Met een lichte stijging van het aantal arbeidsplaatsen op termijn. Het samenwerkingsverband met vastgoedeigenaren en binnenstad-partners ‘Morgen Mooier Maken’ boekt voor de Utrechtse binnenstad belangrijke resultaten. Ook hier staat de transformatie naar place to be and to meet centraal. In 2022 zijn grote stappen gezet om de problematische leegstand een halt toe te roepen. Tientallen nieuwe ondernemers en een diversiteit aan initiatieven zijn tijdelijk dan wel langdurig gestart. De succesvolle transformatie van bovenverdiepingen naar wonen zal naar verwachting de komende jaren doorzetten. Dit draagt niet alleen bij aan de woonopgave en de levendigheid in straten buiten openingstijden, maar is ook belangrijk voor vastgoedeigenaren om nu de winkelhuren gedaald zijn een rendabele exploitatie te kunnen realiseren.
MPR 2023
36
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Wetenschap (+4.000 banen) De opgave voor het realiseren van 4.000 wetenschapsbanen betreft vooral de extra werkgelegenheid in het cluster Life Sciences & Health. Een belangrijk deel van deze extra werkgelegenheid moet landen op het Utrecht Science Park (USP). Het aantal arbeidsplaatsen kan hier echter verder toenemen tot 8.000 indien substantiële investeringen plaatsvinden om de bereikbaarheid van het USP te verbeteren. De belangstelling van bedrijven en instellingen binnen het cluster Life Science & Health is groot om zich op het USP, op Rijnsweerd of nabij in de regio te vestigen. Een aantal grotere kantoorontwikkelingen staat in de startblokken om te worden gerealiseerd. Nieuwe kantoorontwikkelingen betreffen bijna uitsluitend kantoren in het hogere huursegment. Dit aanbod is geschikt voor de bedrijven en instellingen die de opstart- of experimenteerfase al (ver) voorbij zijn en een werkend product of dienst hebben. Voor het aantrekken van startups (en nieuw talent en ideeën) is juist huisvesting met meer toegankelijke huren noodzakelijk. Dit kan worden gerealiseerd door herontwikkeling van bestaande gebouwen, bijvoorbeeld op het USP maar ook Rijnsweerd Noord biedt hiervoor mogelijkheden. Voor de komende jaren ligt
prioriteit om dit aanbod te versterken. Daarnaast wordt nu actief ingezet om werkruimte voor labs en R&Dbedrijven te creëren. Hier is veel vraag naar, maar weinig aanbod voor. Bij wetenschap en laboratoria is naast volume ook diversiteit van belang. Het betaalbare segment in oudere lab-gebouwen verdwijnt op USP en er komen vooral in het topsegment laboratoria voor terug. Het creëren van lab-ruimtes kent een zekere complexiteit, bijvoorbeeld door de benodigde vergunningen en de startinvestering die een eigenaar moet doen. Vanuit gemeente en regiopartijen wordt actief ingezet om meer locaties kansrijk hiervoor in te zetten, vooral voor de korte termijn.
MPR 2023
37
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Werken: conclusies Ten minste 70.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040 Tot 2040 zijn tenminste 70.000 extra arbeidsplaatsen nodig, waarvan het grootste gedeelte moet worden gerealiseerd in de periode tot 2030. Een klein aandeel uit het RSU-programma is gerealiseerd of reeds in ontwikkeling of uitvoering. De oplevering van een aantal grote kantoorvolumes in 2022 en 2023 is goed voor zo’n 3.500 arbeidsplaatsen, en ook op andere plekken in de stad is werkprogramma toegevoegd. Tegelijk zien we de afgelopen jaren, met name in de wijken, grote en kleine transformaties van werklocaties en voorzieningen naar woonfuncties. Het toevoegen van nieuw werkprogramma is vooralsnog onvoldoende om als stad in balans te groeien. De komende periode moet de focus verschuiven van werkfuncties ‘behouden’ naar het netto toevoegen van bedrijfsruimte en voorzieningen.
Onvoldoende planvoorraad bedrijventerreinen De ruimtelijke opgave voor bedrijventerreinen is buitengewoon ingewikkeld en kostbaar en de planvoorraad ruim onvoldoende. Er is geen concreet zicht op nieuwe uitleggebieden, en eerste resultaten van intensivering laten vooralsnog op zich wachten door de grote complexiteit ervan. Voor zowel de intensivering van Lage Weide inclusief het 4e kwadrant als de groei van USP (en Rijnsweerd) geldt dat investeringen in mobiliteit cruciaal zijn om dit mogelijk te maken.
Werkprogramma onder druk door overbelasting van het elektriciteitsnetwerk, gestegen rente en inflatie Waar de planvoorraad voor werkprogramma ten opzichte van een jaar geleden in zekere mate vergelijkbaar is, zijn de uitdagingen en de complexiteit om het te realiseren sterk toegenomen. De gestegen rente en inflatie (en bouwkosten) remmen de ontwikkeling van nieuw programma. En in gemengde ontwikkelingen zal het werkprogramma verder onder druk komen. Daar komt nu bij de problematiek rondom netcongestie en het stopzetten van nieuwe grootverbruik-aansluitingen. Het resterende programma Stationsgebied (ruim 12.000 banen), het nieuw te ontwikkelen circulaire bedrijvenpark Strijkviertel (ca. 1.900 banen), de uitbreiding van USP (4.000-8.000 banen) zijn voorbeelden van ontwikkelingen die door netcongestieproblematiek worden geraakt. Maar ook op het niveau van winkels en maatschappelijke voorzieningen in de wijken kunnen nieuwe gebouwen met deze functies voorlopig niet worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Bovendien zijn er signalen dat ook marktpartijen investeringen in uitbreiding, intensivering of vestiging uitstellen of er helemaal van afzien. De omvang van de consequenties voor de korte en middellange termijn, evenals mogelijke oplossingen, worden op dit moment nader onderzocht.
Om de werkopgave uit de RSU 2040 integraal te kunnen borgen in de totale verstedelijkingsopgave van Utrecht wordt deze nader uitgewerkt in een ontwikkelvisie voor Utrechtse werklocaties. In deze visie wordt de ruimtelijke opgave voor het realiseren van 70.000 extra arbeidsplaatsen op gebiedsniveau en naar type werklocatie en/of bedrijfshuisvesting nader uitgewerkt.
MPR 2023
38
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen moeten meegroeien met de stad, want deze zijn onmisbaar voor de ontwikkeling, beleving, ontmoeting en ondersteuning van alle inwoners. Het gaat om scholen, sportaccommodaties, buurtcentra, culturele voorzieningen en om speelruimte. Het Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen en de thematische huisvestingsnota’s beschrijven onze ambities. In de RSU zijn die kwantitatief vertaald in de barcode. Dit leidt tot een concrete programmering voor de eerstkomende jaren en tot een programmering op hoofdlijnen voor de langere termijn.
Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke Voorzieningen
MPR 2023
39
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Maatschappelijke voorzieningen: liggen we op koers? Sport Sport: complexe en essentiële financiële en ruimtelijke opgave, vooral voor sportvelden In 2022 actualiseerden we de opgave voor Sport t/m 2040 op basis van de bevolkingsprognoses en vraag- en aanbodonderzoek van het Mulier-instituut. We zien dat er ten opzichte van de RSU behoefte is aan meer voetbalvelden (4 naar 7), trainingscapaciteit voetbal (5 extra kunstgras), hockey (8 naar 9), rugby (3 naar 4), tennis (40 naar 54) en aan minimaal 1 extra sporthal. Om het aantal sportparken aan te laten sluiten bij de groei van de stad is (fysieke) ruimte nodig. De woningaantallen in de gebiedsontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone en het Beurskwartier vragen om extra capaciteit aan sportvoorzieningen. We bekijken de vraag stadsbreed; de groei van sportvoorzieningen blijft achter bij de groei van de stad. Als de sportvelden niet mee groeien leidt dit tot verdere wachtlijsten en een negatief effect op de sportdeelname van vooral de jeugd, terwijl onderzoek laat zien dat sportdeelname op jonge leeftijd de beste garantie biedt voor een leven lang sporten en bewegen.
In het investeringspakket Groei in Balans zijn de middelen opgenomen voor de benodigde uitbreiding van de sportvoorzieningen in deze collegeperiode, maar de daadwerkelijke realisatie van sportvelden is afhankelijk van het beschikbaar komen van ruimte én van aanvullende financiële middelen voor grondverwerving en verplaatsingen. Er loopt een aantal studies hiernaar, maar ook als de volledige potentie daarvan gerealiseerd kan worden is meer ruimte nodig om sport(velden) mee te laten groeien. Naar verwachting vraagt dit op een aantal plekken ook om herindeling van sportparken en verplaatsing van functies in de bestaande stad, bij onder andere Nieuw Welgelegen. Dat betekent ook aanzienlijke een aanvullende financiële en ruimtelijke opgave die in 2023 verder inzichtelijk gemaakt wordt. In de periode 2023 – 2026 realiseren we de volgende accommodaties: ▪ In 2023 worden de sporthal Bontekoelaan (ZW/Globe College) en sporthal Berlijnplein (LR) opgeleverd. ▪ Vanaf 2023 starten de voorbereidingen van vier nieuwe sporthallen en het zwembad Maximapark.
MPR 2023
40
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
In 2024 wordt op sportpark Nieuw Welgelegen een natuurgrasveld vervangen door kunstgras. In 2025 staat Sporthal Cartesiusdriehoek op de planning. Vanaf 2025-2026 zijn een extra rugbyveld (variantenstudie Strijkviertel e.o) en een extra korfbalveld (zoekgebied Hoograven) nodig. De verdere programmering voor toevoeging van nieuwe sportvelden is afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden op sportparken Strijkviertel, Maarschalkerweerd Noord en sportpark Nieuw Welgelegen. Hiervoor lopen drie variantenstudies. De trainingscapaciteit voetbal wordt vooral uitgebreid door omzetting van bestaande voetbalvelden op sportparken. Er staat een 6e sporthal op de meerjarenplanning met als zoekgebied Overvecht, te combineren met een VOschool. Bij de nieuwe VO-school in Vleuten De Meern kiezen we ook voor uitbreiding met een sporthal.
Onderwijs Aanzienlijke uitbreidingen van het primair en voortgezet onderwijs. Onderzoek naar de behoefte op termijn In de periode tot en met 2026 realiseren we een aanzienlijke uitbreiding van het primair en het voortgezet onderwijs. Er komen lagere scholen bij in de buurten Haarrijn, Leeuwesteyn en Groenewoud (Leidsche Rijn), in de Merwedekanaalzone, de Cartesiusdriehoek, en het Beurskwartier. Het voortgezet onderwijs breidt uit in de Merwedekanaalzone, in Leidsche Rijn, Overvecht, Vleuten-De Meern en in het USP/ Rijnsweerd (internationale school). In 2023 en 2024 werken we aan een nieuw meerjaren onderwijshuisvestingsplan (MPOHV) voor de periode vanaf 2026. Het geeft inzicht in de behoefte op de midden- en lange termijn op basis van de meeste recente bevolkingsprognoses. De locatie van de tussen 2027 en 2040 nog te realiseren scholen is in de meeste gevallen nog niet bekend.
MPR 2023
41
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Welzijn Geplande nieuwe buurtcentra in de Merwedekanaalzone en in Overvecht. Daarnaast nog vier buurtcentra nodig. In de periode tot en met 2026 komen er nieuwe buurtcentra in de Merwedekanaalzone en in Overvecht. Voor Overvecht betrekken we dit mogelijk bij de herontwikkeling van vrijkomende gemeentelijke maatschappelijk
vastgoedlocaties. Bij de ontwikkeling van de Kruisvaartkade (Zuidwest) en het Lombokplein/Beurskwartier zijn buurtkamers voorzien. De middelen voor deze uitbreiding zijn opgenomen in het investeringspakket Groei in Balans. Tussen 2030 en 2040 zijn nog vier buurtcentra nodig, waarvan de locatie nog niet is bepaald. De buurtcentra en buurtkamers groeien mee volgens de in ons beleid vastgestelde normen per type wijk.
Cultuur Culturele plannen stopgezet, maar behoefte is nog steeds groot. Een aantal culturele plannen is in 2022 stopgezet, zoals de ontwikkeling van een gemeentelijke culturele voorziening in het Jaarbeurspleingebouw. Hiervoor bekijken we wat de inschrijvende marktpartijen aan invulling van de publieke functie kunnen realiseren. Beoogde oplevering is in 2027. Ook het plan voor de Machinerie als centrum voor film en beeldcultuur in Werkspoor is gestopt als gevolg van macro-economische ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan voor de betrokken partijen. De behoefte aan deze plekken is onverminderd groot, dus staan we voor nieuwe uitdagingen. Intussen wordt gewerkt aan de realisatie van cultuurcluster Berlijnplein en aan het wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone, met beoogde oplevering in 2026/ 2027. Komend jaar moet duidelijk worden welke plek(ken) in Leidsche Rijn/Vleuten de Meern in aanmerking komen voor jongerencultuur en wat voor voorziening(en) hier gerealiseerd kan worden. Vanuit de
ambitie om cultuur laagdrempelig en dichtbij te organiseren, zoeken we ruimte om tot 2040 in totaal 14.500 m2 aan wijkvoorzieningen toe te voegen, verspreid over alle wijken. Het kan daarbij gaan om herontwikkeling van bestaand gemeentelijk maatschappelijk vastgoed en om nieuwbouw, maar ook om het toevoegen van cultureel programma op bestaande locaties voor bijvoorbeeld welzijn of onderwijs. Het blijft daarnaast een enorme uitdaging om betaalbare meters te kunnen toevoegen aan creatieve werkruimte, met name bij nieuwbouw.
MPR 2023
42
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Maatschappelijke voorzieningen: conclusies Sportvelden onvoldoende meegegroeid met de ontwikkeling van de stad Voor de meeste maatschappelijke voorzieningen lukt het tot nu toe deze mee te laten groeien met de groei van de stad en met de behoefte, ook al staat de betaalbaarheid onder druk en is de ruimte schaars. Voor de sportvelden geldt echter dat deze onvoldoende zijn meegegroeid en een verder oplopend tekort dreigt. Het vinden van fysieke ruimte hiervoor is urgent. En hoewel de middelen voor het realiseren van de velden voor deze collegeperiode zijn opgenomen in het investeringspakket Groei in Balans, leidt de herindeling en inpassing van ruimte voor sport in de bestaande stad waarschijnlijk tot een aanvullende financiële vraag, waarvan we de omvang nu nog niet kennen. Daarnaast zien we dat op basis van normbedragen voor bouwen in sterk verdicht gebied en actuele prijsniveaus meer budget nodig is voor een deel van de geprogrammeerde voorzieningen. Het investeringspakket Groei in Balans is hierop geactualiseerd.
Trends leiden tot andere behoefte We zien een aantal trends - zoals vergrijzing en extramuralisering - die leiden tot meer behoefte aan ruimte voor ontmoeting, zowel binnen als buiten. We onderzoeken wat dit betekent en wat onze rol hierin is samen met andere partijen zoals woningbouwcorporaties.
Groei van niet-gemeentelijke organisaties net zo belangrijk De groei van de stad vraagt ook om het meegroeien van maatschappelijke voorzieningen die de gemeente niet zelf ontwikkelt en/of financiert. Denk hierbij aan gezondheidscentra, verpleeghuizen of voorzieningen vanuit de wet langdurige zorg voor beschermd wonen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. In gesprek met maatschappelijke organisaties willen we scherper krijgen wat er nodig is om deze voorzieningen een plek te geven, nu de ruimte schaarser en duurder wordt.
MPR 2023
43
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Duurzame mobiliteit De opgave mobiliteit heeft drie hoofddoelen: 1. Transitie naar duurzame mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit); 2. Bereikbaarheid op orde (alle wijken, buurten en knooppunten zijn goed bereikbaar en toegankelijk voor iedereen); 3. Met de mobiliteitsinvesteringen bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en gezond stedelijk leven voor iedereen. We werken aan deze doelen door een aantal mobiliteitsaspecten die we toelichten op de volgende pagina’s. Per aspect geven we de score weer ten opzichte van het einddoel zoals dat is vastgesteld in het Mobiliteitsplan 2040 en de Parkeervisie.
MPR 2023
44
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Duurzame mobiliteit: liggen we op koers? Verkeersveiligheid In vergelijking met andere steden heeft Utrecht weinig ongevallen en verkeersslachtoffers. Na corona is voor het eerst een lichte verslechtering te zien, wellicht doordat er weer meer verkeer is dan tijdens corona. We blijven ons inzetten voor verdere verbetering van de verkeersveiligheid in de stad en focussen daarbij op de plekken met de hoogste veiligheidsrisico's.
30km/uur aanpak We liggen matig op koers met de realisatie van 30 km/u in de hele stad. Het budget is te beperkt om volledig aan te sluiten op vervanging van wegdek en riolering. We prioriteren daarom in de planning. Er staan diverse projecten gepland, onder meer in Overvecht.
Fietsnetwerk De realisatie van het fietsnetwerk verloopt goed, maar we moeten versnellen om de geplande nieuwe woningbouw mogelijk te maken. Met name bij de ontbrekende schakels (bruggen en tunnels) moeten we prioriteren binnen de beschikbare investeringsruimte. We sluiten bij de investeringen in het fietsnetwerk maximaal aan op vervanging van wegdek en riolering. Er staan veel belangrijke projecten op stapel, zoals de fietsroute om de Noord en diverse regionale fietsroutes, zoals Houten-Lage Weide.
Fietsparkeren Het realiseren van beoogde hoeveelheid fietsparkeergelegenheid loopt achter. Op sommige plekken in de stad leidt dat tot overlast of gevaarlijke situaties. Waar voldoende stallingen zijn en geparkeerde fietsen tot hinder en/of gevaar leiden gaan we handhaven. De plekken voor extra stallingen zijn beperkt en ook de investeringsruimte. We moeten daarom keuzes maken. De komende jaren werken we aan realisatie van een aanzienlijk aantal stationsstallingen (Utrecht CS én voorstadstations), de uitrol van rekken in vooroorlogse wijken en voldoende stallingsruimte in de binnenstad. Omdat het fietsgebruik in Utrecht nog veel meer zal toenemen, zetten we daarnaast in op het gebruik van deelfietsen om de hoeveelheid geparkeerde fietsen te beperken.
MPR 2023
45
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Voetgangersnetwerk De realisatie van het voetgangersnetwerk, voor de bestaande stad en voor de verdere groei van de stad loopt achter. Het aandeel voetganger is laag ten opzichte van steden waar de voorzieningen voor voetgangers goed op orde zijn. We willen daarom een inhaalslag maken en bereiden een plan van aanpak voor. Daarin zetten we onder andere in op meer ruimte voor voetgangers door knelpunten in routes op te lossen, groene ommetjes te realiseren en een hoofdwandelnetwerk dat belangrijke voorzieningen en centrumfuncties makkelijk, toegankelijk en veilig bereikbaar maakt.
Vervoer voor iedereen Het aanbod en gebruik van deel(bak)fietsen en deelauto’s groeien, maar er is nog een weg te gaan om het toegankelijk te maken voor iedereen en een breed aanbod beschikbaar te maken in alle buurten en voor alle doelgroepen. Wij zijn daarom voortvarend aan de slag met het uitvoeringsplan Deelmobiliteit. We verruimen het stadsbreed aanbod, zorgen voor meer hubs, voor diversiteit in concepten en we borgen de continuïteit en betrouwbaarheid. Hierdoor streven we na dat deelmobiliteit als publieke dienst wordt ervaren en voor steeds meer bewoners en werknemers een volwaardig alternatief is.
Ov-netwerk Het huidige ov-netwerk in de stad loopt tegen z'n grenzen aan, de geplande woningbouwplannen (onder meer Groot Merwede) zijn alleen mogelijk als we het ov-netwerk snel realiseren. We zijn daarom gestart met een schaalsprong van het ov door te werken aan een ov-netwerk wiel met spaken. Met de provincie (verantwoordelijk voor het regionaal ov) en het Rijk zijn we gestart met de voorbereiding van de eerste delen van dat netwerk: de Merwedelijn, de Papendorplijn, de Waterlinielijn en de upgrade van de Uithoflijn, zodat daar meer reizigers mee vervoerd kunnen worden. We werken aan de voorbereiding van het projectbesluit voor deze ov-verbindingen en zetten in om dat met Rijk en regio in 2024 te kunnen nemen.
Autonetwerk We liggen redelijk op koers met de herinrichting van het autonetwerk. We zoeken de balans tussen de hele stad goed bereikbaar houden met de auto en tegelijk het autoverkeer niet laten toenemen, ondanks de groei van het aantal inwoners en werknemers. Veel verbindingswegen en invalswegen richten we in als stadsboulevards en 30 km/u-wegen, waar meer ruimte is voor groen, fiets en voetganger. We zijn met eerste delen hiervan aan de slag, zoals de Westelijke Stadsboulevard en de Amsterdamse Straatweg. MPR 2023
46
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Goederenvervoer De transitie naar efficiënter en duurzamer goederenvervoer in de stad loopt achter door een gebrek aan urgentie bij de markt en onvoldoende gemeentelijke middelen om deze transitie te faciliteren en stimuleren. In 2022 werkten we aan maatregelen en acties om de transitie Goederenvervoer in de startblokken te zetten (bijvoorbeeld pilots en actualisatie beleid) en startten we met de opstelling van een uitvoeringsprogramma voor 2023 t/m 2026.
Deelmobiliteit Het aanbod, gebruik en de voorzieningen voor deelfietsen, deelauto’s en deelhubs groeien, maar we hebben nog een flinke weg te gaan. Daarom gaan we voortvarend verder met de uitvoering van het uitvoeringsplan deelmobilteit. We staan voor het vergroten naar een stadsbreed aanbod én het verbeteren van de kwaliteit van deelmobiliteit (onder andere diverser aanbod, gebruiksgemak, betrouwbaarheid) om daarmee een bredere adoptie bij inwoners en werknemers in de stad te realiseren.
Betaald parkeren in de hele stad Op dit moment is in circa 30% van de stad betaald parkeren ingevoerd. Vergunningverlening, toezicht en handhaving werken goed. Vanaf 2023 starten we de invoering van betaald parkeren in de rest van de stad en ronden die volgens planning in 2034 af.
Parkeerhubs We leggen een netwerk van parkeerhubs in de stad aan om te zorgen dat op straat zoveel mogelijk ruimte is voor verblijf, spelen, fietsen, lopen en groen. Dat doen we aan de rand van woonwijken, langs de ring en bij mobiliteitsknooppunten buiten de stad. We zijn gestart met het realiseren van buurt- en wijkhubs, de eerste ringhub (Hub XL) en onderzoeken wat er nodig is om Westraven (P+R) om te vormen tot ringhub.
Verkeersmanagement Verschillende projecten met dynamisch verkeersmanagement zijn in voorbereiding of uitvoering. De eerste tranche van intelligente verkeersregelinstallaties is grotendeels gereed. Het goed werkend krijgen en beheer van deze installaties kost meer werk en investering dan gepland. Daarom gaan we in overleg met het ministierie van IenW en Goedopweg over de wijze waarop we de tweede tranche implementeren. Daarbij houden we rekening met de bezuiniging op het budget voor Anders Reizen conform de Voorjaarsnota. MPR 2023
47
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Hinderbeperking We voorkomen hinder zoveel mogelijk door onder meer goede planning van het werk, communicatie en alternatieve routes voor fiets en voetganger. Vroegtijdige, strategische afstemming tussen projecten en meer en effectiever monitoring en toezicht buiten op straat vragen nog meer aandacht. We hebben een bereikbaarheidsregisseur benoemd om deze afstemming te bevorderen.
Mobiliteitsmanagement We liggen goed op koers met mobiliteitsmanagement. Veel acties voor mobiliteitsmanagement zijn in de coronaperiode succesvol uitgevoerd via het samenwerkingsverband Goedopweg, waarvan met name de werkgeversaanpakken bijdragen aan de transitie naar duurzame mobiliteit. De samenwerking in Goedopweg loopt tot en met 2024. Voortzetting mobiliteitsmanagement is uiteraard ook noodzakelijk na 2024. We maken in 2023 een plan voor de periode na 2024. Daarbij houden we rekening met de bezuiniging op het budget voor Anders Reizen conform de Voorjaarsnota.
MPR 2023
48
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Duurzame mobiliteit: conclusies Transitie naar duurzame mobiliteit
We zijn redelijk goed op weg met de transitie naar ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit. Daarmee dragen we bij aan gezond stedelijk leven voor iedereen en een goede kwaliteit van de openbare ruimte. De hoeveelheid fietsverkeer en ov zijn in de afgelopen 8 jaar fors toegenomen, de hoeveelheid autoverkeer is binnen de Ring Utrecht gelijk gebleven, terwijl het aantal inwoners en werknemers in Utrecht hard groeit. Om de transitie door te zetten gaan we onverkort door met de investeringen in de schaalsprong fiets, gaan aan de slag met het voetgangersnetwerk en gaan verder met de uitwerking van de eerste stappen van het ov-netwerk (wiel met spaken) en de realisatie van het netwerk van mobiliteitshubs.
Bereikbaarheid op orde
We liggen redelijk op koers met het realiseren van een goede bereikbaarheid. Over het geheel genomen is de bereikbaarheid in Utrecht goed op orde, maar de verkeersnetwerken zijn op veel plekken vol en dat betekent dat - omdat het aantal inwoners en werknemers hard groeit - grote investeringen de komende decennia nodig blijven. Daarnaast zijn essentiële bestemmingen niet voor iedereen goed bereikbaar. Dat betekent dat we extra inzetten op vervoer voor iedereen, onder meer door toegankelijk ov en fietsen voor mensen met een kleine portemonnee.
Met mobiliteitsinvesteringen bijdragen aan kwaliteit van de openbare ruimte en gezond stedelijk leven voor iedereen
We liggen matig op koers. Zover de investeringsruimte het toelaat, realiseren we een goede ruimtelijke kwaliteit en de doelen van gezond stedelijk leven. De investeringsmiddelen zijn niet toereikend om alle doelen van gezond stedelijk leven voor iedereen in 2040 te realiseren. We realiseren meer verblijfsruimte, ruimte voor groen en ruimte voor lopen en fietsen. We transformeren parkeerplaatsen in verblijfsruimte, groen, fietsparkeren, en spelen op straat. We investeren in verkeersveiligheid. We combineren de investeringen zoveel mogelijk met beheer- en onderhoud: in één keer goed. Ook daarvoor geldt dat we dat doen zover de investeringsruimte dat mogelijk maakt. Om volledig aan te kunnen sluiten bij de beheer- en onderhoudsplanning vanuit stadsbedrijven zou versnelling van de investeringen en verhoging van het budget nodig zijn.
Mobiliteitsplan 2040 / Monitor Mobiliteitsplan / Agenda mobiliteitsplan / Voortgangsrapportage programma bereikbaarheid (laatste versie)
MPR 2023
49
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen Utrecht wil een gezonde, duurzame en circulaire stad zijn waar mensen wonen, werken en verblijven in een gezond leefklimaat. Het is nodig om de stad actief te vergroenen in verband met de groeiende druk op de openbare ruimte, om in te spelen op klimaatveranderingen en om een bijdrage te leveren aan het herstel van de biodiversiteit. Een robuuste, groene openbare ruimte is essentieel voor het welbevinden en de gezondheid van onze inwoners en voor dieren en draagt daarnaast positief bij aan de waarde van vastgoed.
binnenstedelijk moet worden gerealiseerd. We onderscheiden in deze opgave vijf schaalniveaus: 1. Groene straten, bestaand en nieuw (circa 200 ha.) 2. Groenblauwe routes (circa 100 ha.) 3. Nieuwe parkgebieden in de stad (circa 120 ha.) 4. Groene scheggen die stad en landschap verbinden (circa 30 ha) 5. Groen om de stad (circa 250 ha. nieuw recreatief groengebied in de directe omgeving van de stad).
De ambitie in de RSU 2040 is dat groen en verdichting gelijk opgaan. Bij de toename van 60.000 woningen betekent dit dat 450 hectare extra groen
MPR 2023
50
INLEIDING
KOERS
Bij elke ruimtelijke ingreep brengen we de kansen voor vergroening in beeld brengen en deze benutten we door toepassing van het ontwerpprincipe ‘groen, tenzij’. Dit houdt in dat we in Utrecht straten, pleinen, binnenterreinen, daken en gevels groen inrichten, tenzij dat op een specifieke plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit.
Ook werken we aan gezonde lucht, een prettig en acceptabel geluidsniveau en een veilige leefomgeving daar waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt. We streven naar het versneld behalen van de advieswaarden voor gezonde lucht van de
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Wereldgezondheidsorganisatie. Uit onderzoek blijkt dat verkeer op lokale wegen, mobiele werktuigen en houtstook de belangrijkste bronnen zijn waarop we als gemeente invloed hebben. Daarom is besloten tot het nemen van maatregelen waarmee de uitstoot van deze lokale luchtverontreinigende bronnen versneld kan worden teruggedrongen. De maatregelen zijn in uitvoering. De oplaadinfrastructuur voor elektrische auto’s wordt verder uitgerold. Voor de Omgevingsvisie werken we aan het actualiseren van het beleid op gebied van luchtkwaliteit, geluid, bodem (waaronder regie op de ondergrond) en omgevingsveiligheid.
MPR 2023
51
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen: liggen we op koers? Groene straten Voor de realisatie van 200 hectare aan groene straten zijn de volgende initiatieven in gang gezet. 1. We werken aan integrale projecten (zoals riolerings- en mobiliteitsprojecten) waar vergroening in mee wordt genomen. De komende jaren gaat het om de projecten Taagdreef, Amazonekwartier, Welgelegen en Oudegeinlaan. 2. We werken aan individuele groenprojecten, waarin straten vergroend worden. We zijn bezig in Rivierenwijk, Noordwest en west en in woonbuurten langs het Groene Lint. 3. We hebben een loket voor vergroeningsaanvragen en de opheffing van parkeerplaatsen opgericht. Bij dit loket kunnen inwoners een aanvraag indienen voor de vergroening van hun straat. Met deze initiatieven verwachten we de komende coalitieperiode circa 9 hectare groene straten te realiseren. Standaardisatie van projecten en meer middelen kunnen leiden tot versnelling.
Groenblauwe routes We willen diverse groenblauwe routes parallel aan de water- en/of weginfrastructuur van Utrecht realiseren. Om circa 100 hectare aan groenblauwe routes te realiseren, staat een aantal projecten gepland. Van het project Wagenaarkade is Fase 1 reeds gerealiseerd, en is Fase 2 in voorbereiding. Verder wordt in de huidige coalitieperiode de projecten Maliebaan, Jutphaseweg en Westelijke stadsboulevard gerealiseerd. Voor het project Rondje Stadseiland is inmiddels het kader door de raad vastgesteld, en de realisatie hiervan wordt deels meegenomen in de geplande gebiedsontwikkelingen. Deze coalitieperiode realiseren we naar verwachting 11 hectare aan vergroening. Meer middelen kunnen leiden tot versnelling.
MPR 2023
52
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Nieuwe parkgebieden in de stad Om 120 hectare aan nieuwe parkgebieden te realiseren, werken we aan een aantal projecten in Utrecht. In de binnenstad zijn de eerste fasen van het project Moreelse Tuinen in gang gezet. Daarnaast werken we aan een kwaliteitsimpuls en verbetering van Park Transwijk en kan (op termijn) het Wilhelminapark uitgebreid worden door de verwijdering van verharding. Ondertussen zijn we op zoek naar nieuwe locaties in de stad waar parken gerealiseerd kunnen worden. Deze coalitieperiode realiseren we naar verwachting circa 13 hectare aan vergroening. Meer middelen kunnen leiden tot versnelling.
Groene scheggen Voor de realisatie van 30 hectare aan groene scheggen werken we aan twee projecten. Voor de Kromme Rijnscheg voegen we groen toe in Maarschalkerweerd (Lunettenpark) en voor de Vechtscheg werken we aan Natuurgebied Zuilen. Deze projecten leveren naar verwachting 28 ha nieuwe natuur op. In de komende coalitieperiode gaat het om circa 13 hectare, opgeleverd in 2027. We liggen hiermee op koers om de doelen uit de RSU te halen.
Groen om de stad We werken met de regio aan Groen Groeit mee, om in totaal 250 hectare aan nieuw recreatief groengebied te realiseren. Onderdeel hiervan is dat we werken aan het Kromme Rijn Linielandschap. Bij Ockhuizen is een integrale gebiedsontwikkeling waar energie, biodiversiteit en recreatie gecombineerd kunnen worden. Dit levert de komende jaren circa 7 hectare groen op en op de lange termijn (over 30 jaar) circa 42 hectare groen. Tenslotte kan – nu de Nedereindse Plas deels gesaneerd is – het gebied ingericht worden als natuur- en recreatiegebied. Onderdeel van de deelopgave Groen om de stad is inspelen op kansen die zich voordoen, bijvoorbeeld ook door de transformatie van landbouwgronden.
MPR 2023
53
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Gezond leefklimaat met ruimte voor groen: conclusies Vergroening nog niet in balans met groei van de stad De RSU 2040 beschrijft de implicatie van de ambitie ‘groei in balans’ voor de schaalsprong Groen. Dit betekent een uitbreiding van het groen in de stad met 450 hectare (circa 900 voetbalvelden) en met circa 60.000 bomen in 2040. Om gelijke tred te houden met de groei van het aantal woningen moet de aanleg van nieuw groen toenemen van de huidige 4-6 hectare per jaar, naar minstens 20 hectare per jaar. Dit realiseren we met behulp van specifieke vergroeningsprojecten (zoals de aanleg van parken en het uitvoeren van vergroeningsprojecten met bewoners op straatniveau), en door een verbeterde verankering van groen in zowel de projectprogramma’s van integrale vervangingsprojecten van stadsbedrijven in de openbare ruimte als in woningbouw- of gebiedsontwikkelingsprojecten. De huidige coalitie heeft al substantieel investeringsmiddelen vrijgemaakt voor een inhaalslag van groen op de woningbouw. De concrete doelstellingen voor de collegeperiode zijn: ▪ plannen ontwikkelen om voor elke nieuwe woning een extra boom te planten. ▪ ontwikkelen van extra 45 hectare groen. Voor deze doelstelling voor de komende jaren wordt de ambitie nog niet volledig waargemaakt in het gewenste tempo.
De nadruk ligt wel op het planten van bomen daar waar groen wordt toegevoegd met de maatregelen en budgetten
die zijn opgenomen in het Meerjaren Groenprogramma (zie bijlage met het uitvoeringsprogramma 2023-2027 Ruimte voor groen). Voor de lange termijn naar 2040 is méér nodig, zowel in financiële zin als ook in aanpak. Vanuit het MPR en de MJIP ontwikkelen we een samenhangende benadering van de openbare ruimte. De strategie voor groen is beschreven in de raadsbrief Strategie voor groen van maart 2022 als een proces van verankeren, verbreden en versnellen. Deze strategie wordt in deze collegeperiode voor de vijf onderscheiden schaalniveaus uitgewerkt tot een programmatische aanpak. Naast de vijf schaalniveaus die hoofdzakelijk betrekking hebben op de openbare ruimte, wordt in het verlengde van de klimaatvisie ook een aanpak uitgewerkt voor het stimuleren van de vergroening van de private ruimte. Voor de groene schaalsprong is een veelvoud van de nu in de MPR beschikbare financiële middelen nodig. Een uitwerking per schaalniveau is onder meer nodig om dit nauwkeuriger inzichtelijk te maken, ook naar samenwerkingspartners en naar andere overheden.
MPR 2023
54
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Energie Om de energietransitie te versnellen zetten we in op drie sporen. Om in 2050 de transitie naar een duurzaam energiesysteem te realiseren, onderscheiden we: ▪ Gebouwen verduurzamen: voor het besparen van energie zijn de gebouweigenaren aan zet. Denk aan isoleren en bijbehorende ventilatie, elektrisch koken en een andere warmtevoorziening voor warm water en verwarming. De opgave voor het gemeentelijk kernvastgoed (maatschappelijk vastgoed en kantoorgebouwen) is dat deze in 2040 energieneutraal is. ▪ Energie-infrastructuur aanpassen: De opgave is dat alle gebouwen in 2050 zonder aardgas verwarmen en koken. Hiervoor moet het elektriciteitsnet en warmtenet(ten) uitgebreid en
▪
verzwaard worden, en het gasnetwerk worden verwijderd. Dit is een grote opgave, want ongeveer 130.000 Utrechtse gebouwen zijn nu nog op aardgas aangesloten. In de transitievisie warmte staat hoe Utrecht op een haalbare en betaalbare manier overstapt naar een duurzame manier van verwarmen. Ook de capaciteit van het elektriciteitsnet is een grote opgave. De vraag naar stroom stijgt vele malen sneller dan de netbeheerders het elektriciteitsnet hierop kunnen aanpassen. Bronnen verduurzamen: Voor de groei van de stad conform de ambities uit de RSU is minimaal 0,04 terawattuur (TWh) elektriciteit nodig. Voor de verduurzaming van het energieverbruik van de bestaande stad (4 TWh elektriciteit, 8.5 PJ aardgas en 2 PJ warmte (afname)) is meer nodig.
Voortgangsrapportage Energie van de stad / De Utrechtse energie agenda (2016 – 2019) / Transitievisie warmte / Regionale Energiestrategie 1.0 / Regionaal uitvoeringsprogramma 1.0 (RES U16) / Programma energie besparen gebouwde omgeving / Programma zon op dak & netcongestie 2022 – 2026 / Samenwerkingsafspraken Bestaand Warmtenet Utrecht – Nieuwegein (2021) / Jaarplanbrief 2023
MPR 2023
55
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Energie: liggen we op koers? Gebouwen verduurzamen Meerjarendoelstelling: het energieverbruik van de gebouwde omgeving is in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020. Energiebesparing is een belangrijk onderdeel en richt zich op het isoleren en verduurzamen van gebouwen. Doelstellingen voor 2023: ▪ In 10.000 woningen worden grotere energiebesparende maatregelen toegepast ▪ Plan van Aanpak ‘Bedrijventerreinen aardgasvrij’ afronden ▪ Collectieve inkoopacties. In 2022 hebben we een begin gemaakt met twee succesvol verlopen collectieve inkoopacties voor woningen. Deze acties herhalen we in 2023. Mogelijk breiden we in 2024 uit met een aanbod voor bedrijven. ▪ We intensiveren de werving voor onze subsidieregeling ‘Samen isoleren’, bedoeld voor initiatieven om meer dan vijf woningen te isoleren. We reageren daarbij op bewonersinitiatieven en nemen zelf actie wanneer uit onze analyse blijkt dat er collectieve natuurlijke momenten liggen of als we in overleg met corporaties buurten met kansen zien. ▪ Samen isoleren: Dakenaanpak renoveren van het dak waar isolatie wordt meegenomen (bv. Lunetten en Rijnsweerd), gespikkeld bezit (locaties Zuilen en Ondiep waar corporaties verduurzamen) en initiatieven, zoals Lunetten en Oog in al, 2023. We breiden dit uit met een aanpak voor eigenaren van bedrijfsmatig vastgoed.
Hiermee verwachten wij een gerichte bijdrage te kunnen leveren aan de jaarlijks benodigde energiebesparing en 10.000 isolatiemaatregelen bij woningen, dit ligt op koers voor 2023. Voor (maatschappelijk) ondernemers hebben we het Energieloket, waar zij terecht kunnen voor advies op maat en een subsidieregeling. De bekendheid van het Energieloket is in 2022 gegroeid en we verwachten in 2023 rond de 150 ondernemers te kunnen activeren aan de slag te gaan met energiebesparende maatregelen. Daarnaast wordt in 2023 het plan van aanpak voor duurzame en aardgasvrije bedrijventerreinen vastgesteld. ▪ De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed loop achter. Hierop is versnelling gewenst.
MPR 2023
56
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Bronnen verduurzamen Meerjarendoelstelling: Alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut. Doelstellingen voor 2023: ▪ 0,3 GWh duurzame elektriciteit (0,5 GWh per jaar vanaf april 2023). ▪ Conform het coalitieakkoord gaan we aan de slag met alle energieproductielocaties uit de RSU die gunstig uit de MER komen. Voor de geschikte locaties doorlopen we een zorgvuldig ruimtelijk proces, waarbij we diverse ruimtelijke belangen afwegen. ▪ In 2023 werken we aan zes projecten: Windmolens in Reijnenburg en Reijerscop, Zonnevelden in Meijewetering, Geluidswal A12, Haarrijnseplas, Nedereindse Plas en Ockhuizen. Het zonneveld Meijewetering leveren we in 2023 op. Dit project produceert 0,5 GWh elektriciteit per jaar. De andere vijf projecten produceren samen 164 GWh. We zijn bij het opleveren van deze projecten afhankelijk van vertragende factoren zoals de invulling van lokaal eigendom (in samenspraak met lokale energiecoöperaties), technische uitdagingen bij het ontwerp en problemen met de levering van materialen en/of problemen bij het verkrijgen van een aansluiting op het elektriciteitsnet.
Aanpassen energie-infrastructuur Meerjarendoelstelling: De energie-infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen. Doelstellingen voor 2023: ▪ We stellen kaders en randvoorwaarden vast voor het publiek eigenaarschap van warmtenetten. ▪ We nemen een besluit over deelname in Stedin. ▪ We hebben zicht op oplossingen voor de negatieve effecten van congestie elektriciteitsnet. ▪ Elk Stedenbouwkundig Programma van Eisen en elke Bouwenveloppe bevat een energieplan. ▪ Aandeel hernieuwbaar in de stadswarmte 55% (vastgelegd in samenwerkingsovereenkomst met Eneco) ▪ We hebben de buurt in kaart voor de buurtaanpak aardgasvrij van Blok 1, opgevolgd door startbijeenkomsten Aardgasvrije wijken In 2023 maken we een programma Elektriciteitsinfrastructuur waarin staat wat wij als gemeente bijdragen aan de realisatie van een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur. Dit programma gaat over knelpunten als netcongestie en de inpassing van elektriciteitsinfrastructuur in onze volle stad. In 2023 starten we ook met de bouw van drie warmtebuffers (Lage Weide, Rijnsweerd en Overvecht). De Wijkuitvoeringsplannen voor de 12 clusters en binnenstad en gebiedsaanpak bedrijventerreinen worden opgesteld en vastgesteld in de periode 2023 – 2025. MPR 2023
57
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Ruimtelijke opgaven
Energie: conclusies Belangrijke trends en ontwikkelingen ▪
▪ ▪
De opgave energie ontwikkelt zich steeds meer tot een programma dat projecten naar de uitvoering gaat brengen. Komend jaar realiseren we het eerste zonnepark, willen we het eerste wijkuitvoeringsplan voor Overvecht Noord vaststellen en realiseren we de eerste warmtebuffers. We zien dat er extra aandacht is voor de verduurzaming van de gebouwen in de stad. We zien een verschuiving van de publieke rol in de energietransitie. Langzaam verschuift deze naar een steeds meer ondernemende rol om posities te nemen in het systeem. Een heroriëntatie van de marktordening is hier een van de thema's binnen.
Stijgende energieprijzen Een belangrijke ontwikkeling in 2022 was de stijgende energieprijs. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne is de energiemarkt extreem beweeglijk geworden. Het wegvallen van de levering van het Russisch gas aan het Europese gasnet betekent schaarste en een stijging van de gasprijzen. Op Europees niveau zijn daarom vrijwillige afspraken gemaakt om per lidstaat 15% energie te besparen. Het Rijk besloot tot het invoeren van een tijdelijk prijsplafond op energie voor alle huishoudens en andere kleinverbruikers. Ook komt het Rijk in het eerste
kwartaal van 2023 met een regeling voor ondernemers om de hoge energieprijzen te compenseren. Omdat het prijsplafond tijdelijk is en de verwachting is dat de gasprijzen langjarig hoog blijven, is het nemen van energiebesparende maatregelen die structureel bijdragen aan het verminderen van het energieverbruik meer dan ooit nodig. Wij bekijken welke mogelijkheden hiervoor nu al zijn, aanvullend op de intensivering van het Programma Energiebesparing Warmte-infrastructuur In de nieuwe Warmtewet wordt opgenomen dat het college warmtekavels vaststelt voor nieuwe warmtenetten. In 2023 bereiden we deze besluitvorming en de afspraken die we daarover moeten maken met partners voor. Deze besluitvorming is nodig voor de Buurtaanpak Aardgasvrij. Op 21 oktober 2022 heeft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat warmtenetten voor meer dan 50% in handen van publieke partijen moeten komen. In de eerste helft van 2023 onderzoeken wij op welke manieren wij deze bevoegdheden kunnen invullen. In de twee helft van 2023 willen wij de raad een voorstel doen voor besluitvorming over kaders en randvoorwaarden voor eventueel eigenaarschap door onze gemeente.
MPR 2023
58
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Aandachtspunten
Wat is nu nodig
Publieke sturen Grootste uitdaging is de mate waarin publieke sturing gewenst is en hoe we dit het beste vormgeven. De afgelopen decennia heeft de overheid veel geliberaliseerd. De netwerkbedrijven voor gas en elektriciteit (voor Utrecht is dat Stedin) zijn in overheidshanden, maar veel gemeenten - waaronder Utrecht hebben geen aandelen in dit netwerkbedrijf. Warmtebedrijven (voor Utrecht is dat Eneco) zijn in private handen. Met de nieuwe Wet Collectieve Warmte (WCW) die nu wordt vormgegeven komen op termijn de warmtebedrijven weer in handen van de overheid. De gemeente is bovendien aangewezen als regisseur van de energietransitie als het gaat om de verduurzaming van de gebouwde omgeving, het opwekken van duurzame energie op land en de buurtgerichte aanpak voor het aanpassen van de energie-infrastructuur. Gemeenten (en als Utrecht zien we dit ook) willen bij deze regierol ook meer publieke sturing op de energievoorzieningen, -distributie en ontwikkeling van duurzame bronnen.
Om tot uitvoering te komen, zijn zeker vanuit ruimtelijk perspectief (duurzame opwek) keuzes nodig waar wel en waar geen duurzame opwek mogelijk is. In het coalitieakkoord staat de wens om zoveel mogelijk deze periode uit te voeren. Planvormingsprocessen moeten dan ook spoedig worden opgestart. Op rijksniveau moet duidelijkheid komen op het thema betaalbaarheid / woonlastenneutraliteit t.b.v. het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Er zijn afspraken nodig met de corporaties en Eneco onder welke (o.a. financiële) condities het bestaande warmtenet uitgebreid mag worden. De samenhang van de drie deelprogramma's binnen de opgave energietransitie is weergegeven in onderstaand schema. De beleidsproducten zijn hierin geordend naar de terminologie van de omgevingswet.
Risico's Netcongestie In december 2022 is netcongestie afgekondigd, waardoor niet alle aanvragers een aansluiting krijgen op het Stedin netwerk. Dit heeft flinke consequenties voor de stadsontwikkeling. Voor woningbouw lijkt het mee te vallen, maar voor bedrijven en maatschappelijke voorzieningen worden voorlopig geen vergunningen meer gegeven. Ze verwachten dat er extra ruimte op het elektriciteitsnetwerk gaat komen vanaf de zomer. Echter, de congestieproblematiek blijft bestaan tot minimaal 2030. Dat betekent dat we ons als organisatie hierop moeten inrichten. Vanuit de energietransitie kunnen we bijdragen aan oplossingen, lobby op wetgeving etc.
MPR 2023
59
Gebiedsontwikkeling
MPR 2023
60
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
4. Gebiedsontwikkeling
Gezonde gebiedsontwikkeling In deze hoofdstukken schetsen we voor de gebiedsopgaven de thema’s wonen, werken, duurzame mobiliteit, gezond leefklimaat inclusief groen, energie en maatschappelijke voorzieningen. We geven aan in hoeverre we op koers liggen met de realisatie van de opgave. Hierbij onderscheiden we de volgende gebieden:
1
Centrum
2
Zuidwest inclusief Merwedekanaalzone
3
Leidsche Rijn, Vleuten–De Meern en Rijnenburg
4
Utrecht Science Park (USP) en Rijnsweerd
5
Noordoost, Oost en Zuid
6
West en Noordwest
7
Overvecht
7 6
6 5
3
1
3
5
2
4
5
MPR 2023
61
INLEIDING
KOERS
RUIMTELIJKE OPGAVEN
GEBIEDSONTWIKKELING
FINANCIEEL BEELD
Gebiedsontwikkeling
Centrum Het centrum is het economisch en culturele
Plan is in procedure. De Jaarbeurs staat aan het
waarbij de focus in en rond het Stationsgebied ligt op
knooppunt van Utrecht. Zowel lokaal, regionaal,
begin van een nieuwe herijking en het Stationsgebied
kantoren.
nationaal en in toenemende mate ook internationaal.
is bijna voltooid. Met name bij de grote ontwikkeling
Maar het is ook de huiskamer van de bewoners van
van Beurskwartier, maar ook bij Lombokplein heeft de
Door de groei neemt het gebruik van de binnenstad
de stad. De opgave is om het centrum een
gemeente een sturende rol en kan de gemeente de
verder toe. Met de centrumontwikkeling proberen we
samenhangend geheel te laten vormen van
ambities uit het coalitieakkoord vormgeven. Bij een
het centrum te vergroten. De binnenstad van Utrecht
historische binnenstad, stationsgebied en het te
aantal andere ontwikkelingen blijven we afhankelijk
blijft de plek waar alles samenkomt: wonen, werken,
ontwikkelen Beurskwartier (inclusief Jaarbeurs) en
van externe partijen, het meest zichtbaar bij de
winkelen, studeren en uitgaan. Vooral het gebruik en
het Lombokplein.
ontwikkeling van Jaarbeurs.
beheer van de openbare ruimte vraagt om extra
Komende jaren wordt het centrum vooral verder
Het Centrum biedt ruimte aan diversiteit van mensen
verminderen autoparkeren, obstakels wegnemen,
ontwikkeld aan de westkant van het spoor
en functies en is als geheel veelzijdig. We stellen
vergroenen), zodat de er meer ruimte ontstaat op
(Jaarbeurspleingebouw, de Knoop, Kruisvaartkade,
ontmoeten en verblijven in de openbare ruimte
dezelfde oppervlakte.
Beurskwartier, Jaarbeurs, Lombokplein). In de
centraal; dit vraagt om hoogwaardige
historische binnenstad vinden vooral lokale
verblijfsplekken. De komende jaren ligt er in dit
interventies plaats (Wolvenplein, Oude Tivoli,
gebied een forse woningbouwopgave, vooral in het
Springweg etc.).
Beurskwartier.
Voor de binnenstad is de Omgevingsvisie Binnenstad
Belangrijke aandachtspunten zijn het behoud van
de leidraad en deze voeren we stapsgewijs uit. Ook
diversiteit in het woonaanbod, maar zeker ook het
voor Lombokplein (Omgevingsvisie, IPVE/FO en
aanbod aan groen en voorzieningen dat hierin mee
bestemmingsplan zijn vastgesteld). Voor
moet groeien.
Beurskwartier is de omgevingsvisie en het
Daarnaast ligt er de opgave voor het toevoegen van
bestemmingsplan vastgesteld, het Stedenbouwkundig
veel arbeidsplaatsen, zoals opgenomen in de RSU,