CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Lombokplein, Lombok_Bijlagen toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 8 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Lombokplein, Lombok15.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Utrecht

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

139

1 4 0 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 1 Addendum akoestiek spooremplacement

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

141

Addendum Memo Geluid emplacement Lombokplein Aan

Datum

8 juli 2022

Van Onderwerp

Geluid emplacement Lombokplein

Doorkiesnummer E-mail

Kopie

030 - 28 @utrecht.nl

Bijlagen

Inleiding In het bestemmingsplan Lombokplein zullen nieuwe woongebouwen mogelijk worden gemaakt. De beoogde woongebouwen liggen in de nabijheid van het spooremplacement Utrecht. In het kader van de ruimtelijke procedure is het van belang te bezien in hoeverre deze inrichting een belemmering vormt vanuit het aspect geluid. In deze memo wordt ingegaan op de wettelijke en beleidsmatige kaders en wordt een beeld geschetst van de uitkomsten van de geluidsberekeningen. Toetsingskader Het emplacement Utrecht is een vergunningplichtige inrichting cf. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het emplacement heeft een milieuvergunning uit 2021 waarin grenswaarden voor geluid zijn opgenomen. Bij de totstandkoming van deze vergunning is gebruik gemaakt van gemeentelijke beleidsregels die afwijken van de landelijk toegepaste Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. Deze beleidsregels worden omgekeerd ook toegepast bij het bestemmen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (o.a. woningen en scholen) in de nabijheid van het emplacement. In de Geluidnota Utrecht is hierover het volgende opgenomen: Een emplacement is zowel een bedrijf (inrichting) als een onderdeel van het nationale spoorwegennet.

Vanuit de wet wordt het geluid van het rangeren en opstellen van treinen als bedrijfsmatige activiteit gezien en strenger beoordeeld dan het geluid van het doorgaande spoorverkeer. Het geluid van rijdende treinen op het emplacement (buiten de dienstregeling) is wat betreft beleving vergelijkbaar met het geluid van het doorgaande treinverkeer. Toch leidt het tot een andere toetsing van het geluid op de gevels van woningen. De gemeente Utrecht kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van woningen in het stationsgebied. We hanteren dan ook een beleidsmatig minder strenge normstelling voor het rijgeluid van treinen die horen bij een inrichting. Dit biedt ruimte voor woningbouw zonder dat het leidt tot een wezenlijke toename van geluidshinder. Het beleid voor het rijgeluid van treinverkeer op inrichtingen volgt de volgende stappen: • de laagste voorkeursgrenswaarde voor spoorweggeluid bij geluidsgevoelige bestemmingen (55 dB(A)) is in ieder geval toelaatbaar als geluidsniveau voor het rijgeluid van treinen die horen bij een inrichting; • als het rijgeluid van de inrichting meer dan 7 dB onder het geluid van het doorgaande treinverkeer blijft, mag dit meer dan 55 dB(A) veroorzaken. Het geluid van de treinen van de inrichting is dan akoestisch gezien verwaarloosbaar en er zal geen extra hinder door ontstaan.

In deze situatie veroorzaakt het doorgaande spoor niet meer dan 7 dB boven de waarde van 55 dB(A) etmaalwaarde; de grenswaarde voor het rijgeluid is daarmee maximaal 55 dB(A). Het niet-rijgeluid, bijvoorbeeld warmdraaien van treinstellen, wordt als ‘gewoon’ bedrijfsgeluid beoordeel cf. de hiervoor vermelde Handreiking. Een richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde heeft de voorkeur voor een rustige woonwijk. In een wat meer gemengd gebied, zoals op en rond Lombokplein, is 50 dB(A) acceptabel. In een uiterst geval kan een niveau van 55 dB(A) worden gemotiveerd. Modellering en berekening Onderstaande figuur geeft een overzicht van het rekenmodel.

2

De volgende figuur geeft een 3D-impressie.

Resultaten Uit de berekeningsresultaten volgt dat het rijgeluid met een hoogst berekende waarde van 50 dB(A) kan voldoen aan de eis van 55 dB(A). Onderstaande figuur laat de locatie met de hoogst berekende waarden zien.

3

Het bedrijfsgeluid bedraagt maximaal 41 dB(A) en voldoet daarmee ruimschoots aan de richtwaarde voor een rustige woonwijk. Conclusie Uit de berekeningen volgt dat het geluid van het emplacement geen belemmering vormt voor het plan Lombokplein.

4

1 4 6 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

147

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark In het kader van de ruimtelijke procedure

5 januari 2022 Kenmerk 2022-IL-RB01 Versie 1.1

Utrecht.nl

Colofon

Uitgave

info@utrecht.nl

In opdracht van Ontwikkelorganisatie Ruimte

Internet www.utrecht.nl

Rapportage Informatie 030 - 2

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

2/11

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Wet- en regelgeving

5

2.1

Activiteitenbesluit

5

2.2

Beleid

6

3

Uitgangspunten onderzoek

7

3.1

Bronsterkte stemgeluid

7

3.2

Bezettingsgraad

7

3.3

Modellering

8

4

Resultaten

10

5

Resumerend

11

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

3/11

1

Inleiding

Het stemgeluid afkomstig van bezoekers van terrassen kan hinder in de woonomgeving veroorzaken. In de wettelijke regels (Activiteitenbesluit, onder de Omgevingswet straks Besluit Kwaliteit Leefomgeving) is het stemgeluid echter expliciet uitgesloten van toetsing. Met andere woorden: er kan bij overlast en klachten niet op worden gehandhaafd. Juist om deze reden geeft de Raad van State aan dat dit aspect in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden onderzocht, afgewogen en gemotiveerd. Dit rapport onderzoekt het stemgeluid afkomstig van nieuwe terrassen behorende bij de horeca in het plan Lombokpark op de locatie Westplein-Graadt van Roggenweg. Bestaande terrassen (met vergunning) worden in het bestemmingsplan ingepast. Conform de ontwerpkaarten worden nieuwe terrassen mogelijk gemaakt langs enkele plinten op maaiveldniveau, bij het Park Plazahotel, het NHhotel en in het park behorende bij het paviljoen.

Mogelijke locaties terrassen

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

4/11

2 Wet- en regelgeving 2.1

Activiteitenbesluit

In artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit is de volgende regel opgenomen: Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; In de Nota van Toelichting van het Activiteitenbesluit wordt deze regel onderbouwd. Bij het bepalen van het geluidsniveaus wordt buiten beschouwing gelaten het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. Het betrekken van stemgeluid van bezoekers in de beoordeling van de geluidsnormen is problematisch. Geluid afkomstig van terrassen wordt niet of nauwelijks afgeschermd en kan direct omliggende gevels belasten. Rigide toepassing van de geluidsnormen zou het in veel gevallen onmogelijk maken een terras in gebruik te hebben. De uitsluiting van stemgeluid afkomstig van een buitenterrein geldt feitelijk uitsluitend voor situaties waarbij het buitenterrein aan de straat of een andere openbare ruimte is gelegen. In deze gevallen mag worden aangenomen dat het van bijvoorbeeld het terras afkomstige geluid opgaat in het omgevingsgeluid.

Echter indien een buitenterrein omsloten is door bebouwing zal het omgevingsgeluid doorgaans veel lager zijn. Stemgeluid van het terras zal dan eerder leiden tot overlast. De beoordeling van dergelijke situaties dient overeenkomstig artikel 2.17 te geschieden. Met onoverdekt terrein wordt bedoeld een voor publiek toegankelijk onbebouwd deel van de inrichting, dus een buitenterrein zoals een tuin of een terras. Met een overdekking wordt een vaste overdekking bedoeld en niet een zonnescherm of luifel. Verwarmde of overdekte terrassen noden tot een gebruik in alle jaargetijden en moeten overeenkomstig artikel 2.17 worden beoordeeld. Voor sport- en recreatie inrichtingen geldt een vergelijkbare regel met betrekking tot stemgeluid. De toelichting verwijst daarbij naar het voeren van een juist ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit is ook van toepassing als het gaat om het stemgeluid afkomstig van terrassen en wordt bevestigd door jurisprudentie van de Raad van State. In de Geluidnota Utrecht is daarom opgenomen dat stemgeluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden onderzocht en afgewogen.

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

5/11

2.2

Beleid

Het lokale geluidbeleid is weergegeven in de Geluidnota Utrecht. Daarin zijn kwantitatieve normen (richtwaarden) voor geluid opgenomen. Voor specifiek stemgeluid zijn echter geen afwijkende normen opgenomen. Bij welke kaders kan er voor de afweging volgens het gemeentelijk beleid wel worden aangesloten? Als eerste wordt gekeken naar de richtwaarde; afhankelijk van rustige woonwijk of gemengd gebied/woonwijk in stad is dat respectievelijk 45 dB(A) of 50 dB(A) etmaalwaarde1. Voor het plangebied Lombokpark geldt dat er woningen zijn die op rustige en drukke locaties liggen. De waarde van 50 dB(A) is gelijk aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Daarvan wordt nu juist gesteld dat rigide toepassing ervan het onmogelijk maakt om een terras in gebruik te hebben. Er zal dus op voorhand een hoger niveau als aanvaardbaar moeten worden gesteld als de aanleg van terrassen mogelijk wordt gemaakt. Omdat het gemeentelijk geluidbeleid hier geen regels voor geeft, zal per geval een afweging moeten worden gemaakt. Wel kan de aard van de omgeving (druk of rustig) daarbij op vergelijkbare wijze een rol spelen. Bij de bepaling welk niveau nog als acceptabel kan worden beschouwd, dient als aanvullende voorwaarde ook naar het binnenniveau in de woningen te worden gekeken. De grenswaarde van het Activiteitenbesluit is 35 dB(A). Uitgaande van een basisgeluidsisolatie cf.

het Bouwbesluit van 20 dB is een geluidsbelasting van 55 dB(A) aan stemgeluid dan goed te motiveren. Voor hogere geluidsniveaus is een zwaardere motivatie een bestuurlijke afweging benodigd.

1 ‘Etmaalwaarde’ is de hoogste waarde van het gemiddelde geluidsniveau in de dag, de avondperiode + 5 dB of de nacht +10 dB

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

6/11

3 Uitgangspunten onderzoek 3.1

Bronsterkte stemgeluid

De bronsterkte van het stemgeluid is sterk afhankelijk van de persoon en de omstandigheid waarin deze persoon verkeert. Zo wordt bij een rustig restaurant over het algemeen zachter gesproken dan bij een populair café. Representatieve gegevens over bronsterktes kunnen worden ontleend aan de Duitse richtlijn 3770 ‘Emissionskenwerte technischer Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen’, opgesteld door Verein Deutscher Ingenieure (VDI). In de volgende tabel zijn een aantal relevante bronsterktes uit deze richtlijn samengevat.

Voor dit onderzoek wordt uitgegaan van een bronsterkte van 70 dB(A) voor terrassen behorende bij café-achtige horeca. Dit wordt ondersteund door de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nummer 201300016/1/A4 van 15 januari 2014, waarin een bronsterkte van 70 dB(A) voor menselijk stemgeluid op een terras van een grand café als realistisch is aangemerkt. Voor zogeheten eetgerelateerde horeca (lunchrooms en restaurants) kan een 5 dB lagere waarde worden aangehouden. In dit onderzoek wordt een waarde van 65 dB(A) toegepast voor de kleine gevelterrassen en 70 dB(A) voor de overige grotere terrassen zoals die in het park.

3.2

Bezettingsgraad

Voor de gevelterrassen en het terras bij het paviljoen geldt een horecabestemming D2 wat inhoudt dat er een openingstijd is tot maximaal 22:00 uur. De overige hotelterrassen hebben een ruimere horecabestemming. Overdag (tot 19.00 uur) wordt uitgegaan van een gemiddelde bezettingsgraad van 50%. In de avond (19.00 tot 23.00 uur) wordt uitgegaan van gemiddeld 100% en in de nacht (23.00 tot 01.00 uur) van 75%. Dit betreft dus de representatieve situatie op een hele drukke dag. Er wordt uitgegaan van een spreektijd van 50% per persoon, wat overeenkomt met een 100% spreektijd per twee personen. Gerekend wordt met één persoon per 1.4 m2 aan terras. Omdat de terrassen in de nachtperiode tot ten hoogste 01.00 uur in bedrijf zijn met een lagere bezettingsgraad dan de avondperiode, is de avondperiode maatgevend voor de beoordeling2.

2 Bij de hierna gepresenteerde geluidsbelastingen in etmaalwaarde moet derhalve 5 dB worden afgetrokken om het gemiddelde

geluidsniveau in de avond te verkrijgen.

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

7/11

3.3

Modellering

Bovenstaande uitgangspunten zijn verwerkt in een akoestisch rekenmodel met behulp van het programma Geomilieu V2021.0. In het rekenmodel zijn alle relevante gebouwen, (absorberende) bodemvlakken, rijlijnen, hoogtelijnen en schermen gemodelleerd. In het model zijn op de nabijgelegen geluidsgevoelige panden binnen de bestemmingsplangrenzen rekenpunten gelegd. Hierbij wordt uitgegaan van een plint van 4 meter hoog en woningen direct daarboven. De rekenhoogte is 2 meter ten opzichte van de verdiepingsvloer. Uitgaande van jurisprudentie van de Raad van State dient een onderzoek uit te gaan van de maximale mogelijkheid die een bestemmingsplan biedt. De terrassen zijn daarom op akoestisch ‘ongunstige’ wijze gemodelleerd; dicht bij de woningen en/of op plekken waar eventueel een cumulatie van geluid kan optreden. Hieronder is een overzicht van dit rekenmodel weergegeven. De rode vlakken zijn de terrassen.

Overzicht rekenmodel stemgeluid terrassen – maximale invulling De volgende figuur geeft een 3D-impresssie

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

8/11

3D-impressie rekenmodel

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

9/11

4 Resultaten Onderstaande figuur laat de resultaten van de berekeningen zien.

Rekenresultaat De terrassen tegen de plint veroorzaken maximaal 54 dB(A). Het grote terras bij het paviljoen zal in het ongunstigste geval 55 dB(A) kunnen veroorzaken. De grotere terrassen van de hotels zijn door de afstand en/of afgeschermde positie niet relevant.

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

10/11

5 Resumerend Terrassen van enige omvang kunnen vanwege het stemgeluid van bezoekers tot hoge geluidsniveaus leiden en daarmee tot hinder en slaapverstoring bij de bewoners van direct naast- of bovengelegen woningen. In een ontwerptekening zijn gewenste locaties van terrassen aangegeven. Uit de berekeningen volgt dat de geluidsbelasting vanwege stemgeluid maximaal 55 dB(A). In relatie tot de minimaal vereiste geluidsisolatie van de nieuwe woningen, is dit acceptabel.

Akoestisch onderzoek stemgeluid terrassen Lombokpark | 5 januari 2022

11/11

Utrecht

Bijlage 3 verkeer

Akoestisch onderzoek

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

159

Colofon

Uitgave

info@utrecht.nl

In opdracht van Duurzame Stad Ontwikkelorganisatie Ruimte

Internet www.utrecht.nl

Rapportage Akoestisch onderzoek Lombokplein

Informatie Collegiale toets

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

2/48

Inhoud 1

Inleiding

5

1.1

Locatie en aanleiding

5

1.2

Doel van het onderzoek

6

1.3

Leeswijzer

6

Wettelijk kader

7

Wet geluidhinder - algemeen

7

2 2.1 2.1.1

Geluidsgevoelige bestemmingen

8

2.1.2

Dosismaat Lden

8

2.1.3

Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder

8

2.1.4

Afrondingsregels irt Wet geluidhinder

8

2.1.5

Zones

9

2.2

Regime tram deels railverkeer en deels wegverkeer

9

2.3

Gemeentelijk beleid

10

2.3.1

Ontheffingscriteria

10

2.3.2

Realistische inzet van onderzoeksplicht

10

2.4

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen

11

2.4.1

Normering

12

2.4.2

Cumulatie

12

2.4.3

Gemeentelijk geluidbeleid

12

2.5

Wijziging van wegen langs bestaande woningen

14

2.5.1

Reconstructie van een weg

14

2.5.2

Grenswaarden bij reconstructies

14

2.5.3

Sanering

15

2.5.4

Eerder verleende Hogere Waarden

15

2.5.5

Binnenwaarde

15

2.5.6

Gemeentelijk beleid

16

2.6

Emplacement Utrecht

16

2.7

Goede ruimtelijke ordening

16

3

Onderzoeksopzet en uitgangspunten 3.1

Onderzoeksopzet

17 17

3.1.1

Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen

17

3.1.2

Wijzigen 50 km/u-wegen

17

3.1.3

Rekenmethode

18

3.1.4

Rekenmodel

18

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

3/48

3.2

19

3.2.1

Verkeersgegevens

19

3.2.2

Snelheden

20

3.2.3

Wegdekverhardingen

20

4

Resultaten 4.1

Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen

21 21

4.1.1

Vleutenseweg

21

4.1.2

Daalsetunnel

22

4.1.3

Railverkeerslawaai

23

4.1.4

Tram (regime railverkeer)

23

4.1.5

Toets in kader goede ruimtelijke ordening

24

4.2

Luwe gevels

26

4.3

Cumulatie Wet geluidhinder

26

4.4

Reconstructie onderzoek te wijzigen wegen

27

4.4.1

Reconstructie toets

27

4.4.2

Graadt van Roggenweg (tot de kruising Koningsbergerstraat)

28

4.4.3

Vleutenseweg

28

4.4.4

Daalsetunnel

29

4.5

Geluidseffect verkeersaantrekkende werking op bestaande woningen

29

4.6

Emplacement Utrecht

30

4.7

Verankering in bestemmingsplan

30

4.7.1

5

Uitgangspunten

Hogere waarden

Conclusie

30

32

Bijlage 1: Verkeersgegevens Bijlage 2: Hogere waarde besluit: Kop van Lombok uit 1999 Bijlage 3: Geluid emplacement Lombokplein

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

4/48

Figuur 2: Functioneel ontwerp Lombokplein

1.2

Doel van het onderzoek

De akoestisch relevante geluidsbronnen voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied worden gevormd door de gezoneerde wegverkeersbronnen: Vleutenseweg en Daalsetunnel (de toekomstige weggedeeltes met 50 km/u) en het spoor. Tevens wordt een relevante geluidsbelasting ondervonden van de toekomstige 30 km/u wegen zoals de afgewaardeerde Graadt van Roggenweg, Westplein en omliggende HOV-banen en het emplacement. Dit onderzoek gaat in op het wettelijk kader en geeft de resultaten van de berekende geluidsbelastingen Doel van dit onderzoek is te komen tot een set van gebruiksregels voor het bestemmingsplan en de vast te leggen maatregelen. Daarmee kan het gebied in worden gevuld binnen de wettelijke randvoorwaarden en de kaders van het gemeentelijk geluidbeleid. Dit onderzoek wordt ook gebruikt als grondlegger voor de te voeren hogere waarde procedure.

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst in hoofdstuk 2 ingegaan op het wettelijke kader, waarna in hoofdstuk 3 de gehanteerde uitgangspunten en de gebruikte invoergegevens worden besproken. In hoofdstuk 4 komen de berekeningsresultaten aan de orde. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met de conclusies.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

6/48

2 Wettelijk kader De geluidswetgeving is uitgewerkt in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. De geluidwetgeving is van toepassing op de aanleg van een nieuwe weg, de wijziging van een bestaande weg of de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een weg of spoorweg. Het wettelijke kader met betrekking tot het wegverkeerslawaai is geregeld in de artikelen 74 tot en met 100 van de Wet geluidhinder. Wegen met een snelheid van 30 km/uur vallen niet onder de Wet geluidhinder maar worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Hieronder volgen enkele algemene opmerkingen en wordt het relevante wettelijke kader gegeven. Door de complexiteit van de wet worden slechts de hoofdlijnen geschetst van die onderdelen die van toepassing zijn op deze situatie.

2.1

Wet geluidhinder - algemeen

In de Wet geluidhinder wordt gebruik gemaakt van termen als geluidbelasting en grenswaarden. De geluidbelasting wordt berekend op de gevel van een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming. Geluid is meestal niet constant, maar fluctuerend in de tijd. Daarom wordt het “invallend” geluidsniveau op de gevel van de woning, dat wil zeggen zonder reflectie, beoordeeld op het equivalente (gemiddelde) geluidsniveau. Voor het bepalen en handhaven van een akoestisch gunstig of nog net aanvaardbaar klimaat zijn normen nodig. Hiervoor zijn in de Wet geluidhinder grenswaarden aangegeven, waarbij een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (de wettelijk maximaal toelaatbare geluidbelasting) gelden. Er moet gestreefd worden om de voorkeursgrenswaarde aan te houden. Om de geluidbelasting op woningen of andere geluidsgevoelige objecten te beperken, kunnen maatregelen worden getroffen. Daarbij zijn drie categorieën te onderscheiden, in volgorde van belangrijkheid: 1. Bestrijding van geluid aan de bron (bijvoorbeeld stil asfalt); 2. Maatregelen tussen bron en ontvanger (bijvoorbeeld scherm of wal); 3. Maatregelen bij de ontvanger (isolatie). In de Wet geluidhinder zijn voor aanwezige woningen eisen gesteld aan de geluidsisolatie van de gevels, die afhankelijk zijn van de geluidbelasting. Voor nieuwe woningen staan deze eisen voor geluidsisolatie in het Bouwbesluit.

Volgens de Wet geluidhinder moet er bij een wijziging van een weg worden bekeken welk effect die verandering heeft op het geluidsniveau bij bestaande geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, woonboten). Als het geluidsniveau met (afgerond) 2 dB of meer toeneemt ten opzichte van de laagste waarde van de situatie voor de wijziging en een eventueel eerder vastgestelde hogere waarde, dan is er sprake van een reconstructie. In de berekeningen voor deze toets worden nog geen geluidsbeperkende maatregelen verwerkt. Verder geldt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in de toekomstige situatie altijd toelaatbaar is. Deze waarde geldt in de berekeningen ook als minimale toetswaarde voor de huidige situatie. Wanneer er sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder moet vervolgens worden onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om de geluidstoename in zijn geheel teniet te doen. Bijvoorbeeld door het aanleggen van geluidsarm asfalt. Indien er om gegronde redenen niet voldoende

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

7/48

maatregelen getroffen kunnen worden kan er een ontheffing (hogere waarde) door de gemeente worden verleend. Hierbij moet vervolgens ook worden onderzocht of de betrokken (bestaande) woningen extra geluidsisolatie moeten krijgen om te kunnen voldoen aan de vereiste binnenwaarde op grond van de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting mag bij een ontheffing met niet meer dan 5 dB toenemen en de wettelijk gestelde maximale waarde niet overschrijden. 2.1.1

Geluidsgevoelige bestemmingen

De grenswaarden van de Wet geluidhinder gelden voor de geluidsgevoelige bestemmingen die liggen binnen de geluidszone van de weg. In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn de geluidsgevoelige bestemmingen als volgt gedefinieerd: − woningen; − onderwijsgebouwen (uitgezonderd gymnastieklokalen) en kinderdagverblijven; − ziekenhuizen en verpleeghuizen; − andere gezondheidszorggebouwen (verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven); − woonwagenstandplaatsen; − ligplaatsen voor woonschepen. 2.1.2

Dosismaat Lden

In overeenstemming met artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt de geluidsbelasting van een (spoor) weg uitgedrukt in de zogeheten dosismaat Lden (day, evening, night). De eenheid voor Lden is dB. De geluidsbelasting in Lden is de naar tijdsduur gemiddelde waarde van het geluidsniveau in: − De dagperiode (07:00-19:00). − De avondperiode (19:00-23:00) na toepassing van een straffactor van 5 dB. − De nachtperiode (23:00-07:00) na toepassing van een straffactor van 10 dB. De geluidsbelasting in Lden wordt berekend als het gemiddelde van een geheel jaar. Dit is een gemiddelde van de geluidsniveaus in een etmaal waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in hinderlijkheid in de te onderscheiden etmaalperioden. Het berekende geluidsniveau van de avondperiode wordt verhoogd met 5 dB; de nachtperiode met 10 dB. Voor scholen en medische kleuterdagverblijven worden de geluidsniveaus in de avond en/of nachtperiode in de regel buiten beschouwing gelaten, als de betreffende gebouwen in deze (gehele) perioden niet als zodanig worden gebruikt (art. 1b Wgh). 2.1.3

Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder

Artikel 110g van de Wet geluidhinder geeft aan dat op de berekende geluidsbelastingen een correctie wordt toegepast omdat het wegverkeer in de toekomst, als gevolg van strengere eisen aan voertuigen en banden naar verwachting stiller wordt. De aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder bedraagt voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer 2 dB en 5 dB bij wegen met een lagere snelheid. Hierdoor mag het berekende resultaat met bovengenoemde correctie verminderd worden alvorens toetsing aan de Wet geluidhinder plaatsvindt. Op de in dit rapport vermelde geluidsbelastingen is de aftrek, met een hoogte van 5 dB omdat de snelheid minder bedraagt dan 70 km/uur, reeds verwerkt. Bij toetsing aan de binnenwaarde van woningen bedraagt deze correctie 0 dB. 2.1.4

Afrondingsregels irt Wet geluidhinder

Bij de toetsing aan de grenswaarden van de Wet geluihinder wordt de berekende geluidsbelasting, zoals is bepaald in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder, afgerond op een hele decibel. Daarbij wordt een waarde die precies op een halve decibel eindigt, afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. Zo wordt

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

8/48

Figuur 4 : Voorkeursvolgorde mitigerende maatregelen

In de Geluidnota Utrecht is aangegeven wanneer geen geluidsbeperkende maatregelen moeten worden onderzocht. Hierdoor worden situaties uitgesloten die nu al niet-realistische of onhaalbare maatregelen op zouden leveren. De ruimtelijke planvorming en het wegbeheer worden daardoor niet onnodig belast. Bronmaatregelen onderzoeken Volgens de Wet geluidhinder dient de initiatiefnemer nadrukkelijk de mogelijkheden voor bronmaatregelen te onderzoeken en af te wegen. Tot de bronmaatregelen behoort ook de aanleg van een geluidsreducerend wegdek ("stil asfalt"). De aanleg van een geluidsreducerend wegdek is vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) echter niet realistisch in de volgende gevallen: • •

binnen 50 meter vanuit het hart van het kruispunt, bij scherpe bochten, bij bushaltes, bij rijstroken die minder dan 3,50 meter breed zijn en HOV-banen. Er treedt voor het wegdek dan groot en snel kwaliteitsverlies op; indien het te asfalteren wegdeel minder dan 50 meter bedraagt. Aanleg is vanwege een beperkte lengte van het geluidsreducerend wegdek vanuit beheers- en onderhoudsoverwegingen niet wenselijk.

Overdrachtsmaatregelen onderzoeken Het plaatsen van een geluidsscherm of -wal kan een effectief middel zijn om het geluid in de woonomgeving terug te dringen. Geluidsschermen zijn echter alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de woningen is. Deze ruimte is veelal alleen bij het hoofdverkeerswegennet en bij spoorlijnen aanwezig. Daarnaast kunnen schermen een ongewenste verkeerskundige of stedenbouwkundige barrière vormen. In de gemeente Utrecht worden schermen daarom in principe niet onderzocht en afgewogen bij secundaire- en lagere orde wegen. Andere overdrachtsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een absorberende bodem, kunnen mogelijk wel effectief worden uitgevoerd en worden daarom wel onderzocht.

2.4

Nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen

In deze paragraaf wordt ingegaan op de kaderstelling vanuit de Wet geluidhinder, de geluidnota Utrecht, en de nota Volksgezondheid.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

11/48

Utrecht. Ook moet voorkomen moet worden dat aan de luwe zijde alleen een entreehal, badkamer of keuken is gesitueerd. De woningindeling dient dan ook zodanig te worden ontworpen dat er voldoende verblijfsruimten aan de luwe zijde zijn gelegen; daarbij geldt een voorkeur voor slaapkamers. De buitenruimte van een woning is bij voorkeur gelegen aan een zonnige én geluidsluwe zijde. Deze combinatie is niet altijd haalbaar. Er wordt daarom voor het geluid ter plaatse van de buitenruimte een marge van 5 dB gehanteerd t.o.v. de voorkeurswaarde. In de Geluidnota Utrecht zijn randvoorwaarden opgenomen voor het bestemmen van nieuwe woningen. Geluidsluwe gevel De woning heeft tenminste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau is daar niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van te onderscheiden geluidsbronnen. Woningindeling De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel. Dit geldt voor tenminste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied. Buitenruimte Indien de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel.

Voor niet-zelfstandige woonruimten of woningen met een zelfstandig woonoppervlakte van minder dan 30m2 worden op individueel woningniveau geen eisen gesteld met betrekking tot de geluidluwe gevel. Op gebouwniveau dient echter tenminste 50% van de wooneenheden te zijn gesitueerd aan een gevel met een geluidsbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. De 30m2 heeft betrekking op het B.V.O. waarbij bergingen die niet direct vanuit de woning toegankelijk zijn (bijvoorbeeld kelderboxen) niet mee tellen in de oppervlakte bepaling. 2.

Nota Volksgezondheid

Eind 2019 heeft ons college een nieuwe Nota Volksgezondheid (‘ Gezondheid voor Iedereen’ Volksgezondheidbeleid 2019-2022) vastgesteld. Een van de speerpunten van deze nota is ‘Gezonde leefomgeving’. In een gezonde leefomgeving is de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Ook geluid heeft invloed op de gezondheid van mensen. We werken daarom toe naar normen die op gezondheid zijn gebaseerd. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB (zonder aftrek; dus met aftrek 58 dB) voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen. Ook zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen zoals woningen, niet leiden tot een hogere druk op gezondheid door bijvoorbeeld een slechtere geluidskwaliteit. Als dat toch zo is, dan compenseren we de extra druk door aanvullende maatregelen, zoals een geluidsluwe gevel. Uit recent onderzoek (o.a. WHO en RIVM) blijkt nogmaals dat een luwe zijde van een woning compensatie biedt tegen geluidhinder. 3.

Bestemmingsplan Lombokplein

Ten tijde van het opstellen van onderhavig geluidsonderzoek, is het bestemmingplan Lombokplein nog in voorbereiding. . Het vaststellen gebeurt mede a.h.v. de kaders zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, de Nota Volksgezondheid, de Geluidnota Utrecht; de standaard planregels gecombineerd met de uitkomst van dit onderzoek.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

13/48

In het bestemmingsplan zal de hogere waarde die op grond van de Wet geluidhinder wordt verleend en de voorwaarden uit de Geluidnota Utrecht (luwe gevel; buitenruimte en woningindeling) en de Nota Volksgezondheid (aanvullende maatregelen) via een planregel worden verankerd. De voorwaarden uit het hogere waarden besluit hebben daardoor directe doorwerking via onze standaard planregel: Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming dient vast te staan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), ingevolge het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt.

2.5 2.5.1

Wijziging van wegen langs bestaande woningen Reconstructie van een weg

De beoordeling van het effect van de wijziging van de weg geschiedt door de toekomstige situatie te vergelijken met de referentie of de voorkeurswaarde. De toekomstige situatie is in het algemeen de situatie 10 jaar na de wijziging inclusief autonome groei van het verkeer. In eerste instantie gaat het daarbij, zoals vastgelegd in de definitie, om de situatie zonder het treffen van maatregelen (Wgh art. 1). De referentie of de voorkeurswaarde kan een van de volgende drie gevallen betreffen: 1. de heersende waarde, dit is de geluidsbelasting in het jaar voorafgaand aan de wijziging (Wgh art. 100 lid 3); 2. bij een eerder vastgestelde hogere waarde dan wordt de referentie de laagste van de heersende waarde en die hogere waarde (Wgh art. 100 lid 2); 3. voor nieuwe situaties (bijv. de aanleg van een weg of de bouw van woningen) van na 1 januari 2007 waarvoor geen hogere waarde is vastgesteld en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, is de referentie steeds 48 dB (Wgh art. 100 lid 3). Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat er sprake is van een ‘reconstructie van een weg’ (dus een toename t.o.v. de referentie van afgerond 2 dB of meer) moet de doeltreffendheid van maatregelen worden onderzocht.

Die maatregelen dienen de overschrijding van de referentie weg te nemen en kennen een prioriteitsvolgorde van bron – overdrachtsweg – ontvanger (denk bij bronmaatregelen bijvoorbeeld aan stil asfalt en bij overdrachtsmaatregelen aan geluidsschermen). Indien maatregelen onvoldoende doeltreffend blijken dan wel onoverkomelijke bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, kan het bevoegd gezag een hogere waarde vaststellen. Zo’n overschrijding van de referentie mag de 5 dB niet te boven gaan behoudens in enkele gedefinieerde gevallen die in dit project niet van toepassing zijn (Wgh art. 100a). Opgemerkt moet worden dat het akoestisch onderzoek ook betrekking moet hebben op andere wegdelen als redelijkerwijs verwacht mag worden dat daar de geluidsbelasting met 2 dB of meer toeneemt als gevolg van de reconstructie (Wgh art. 99 lid 2). 2.5.2

Grenswaarden bij reconstructies

Binnen de Wet geluidhinder wordt een onderverdeling gemaakt voor geluidgevoelige bestemmingen. Verder gelden de normen alleen voor aanwezige danwel geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen. Geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen zijn geluidgevoelige bestemmingen welke nog niet aanwezig zijn, maar waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven. Voor elke categorie van geluidgevoelige bestemmingen gelden deels verschillende grenswaarden. De maximale ontheffingswaarden voor woningen en andere in dit plan voorkomende geluidgevoelige bestemmingen bij reconstructie staan weergegeven in onderstaande tabel.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

14/48

2.5.6

Gemeentelijk beleid

Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde wordt in Utrecht verleend als de ruimtelijke ontwikkelingen een positieve betekenis voor de stedelijke structuur of een gunstig effect op de akoestische kwaliteit van bestaande woningen in Utrecht hebben. In bijlage 3 van de Geluidnota Utrecht is aangegeven in welke situaties ontheffing wordt verleend. Er kan ten aanzien van aan te leggen of te wijzigen infrastructuur ontheffing worden verleend indien: 1. er is sprake van een nog niet geprojecteerde, geprojecteerde of te wijzigen (spoor)weg, die een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen. De Graadt van Roggenweg, Vleutenseweg en Daalsetunnel vervullen een belangrijke rol in het Utrechtse verkeersnetwerk.

2.6

Emplacement Utrecht

In het bestemmingsplan Lombokplein zullen nieuwe woongebouwen mogelijk worden gemaakt. De beoogde woongebouwen liggen in de nabijheid van het spooremplacement Utrecht. In het kader van de ruimtelijke procedure is het van belang te bezien in hoeverre deze inrichting een belemmering vormt vanuit het aspect geluid. In Bijlage 3 wordt verder ingegaan op de wettelijke en beleidsmatige kaders bij dit geluidaspect en wordt een beeld geschetst van de uitkomsten van de geluidsberekeningen.

2.7

Goede ruimtelijke ordening

Bij het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen en of wijziging van wegen (incl HOV banen) dient zorg te worden gedragen voor een goed (akoestisch) woon- en leefklimaat. Er dient een bredere milieuhygiënische afweging in relatie tot geluid te worden gemaakt dan alleen het gestelde in de Wet geluidhinder. Om die reden wordt bijvoorbeeld een onderzoek verkeerslawaai niet alleen beperkt tot de wegen die vallen onder het regime van de Wet geluidhinder maar verbreed tot alle akoestisch relevante wegen in en rond het plangebied. Bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening is geen wettelijk kader aanwezig. De gemeente Utrecht heeft in de Geluidnota (2014-2018) aangegeven dat daarom zoveel als mogelijk aangesloten wordt bij bestaande wet- en regelgeving. Voor de afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening wordt voor verkeer aangesloten bij de kader- en normstelling uit de Wet geluidhinder. Dit alles om een vergelijkbare kwaliteit te bewerkstelligen als ware het plan zou vallen onder de Wet geluidhinder. Voor de effecten van een plan op zijn omgeving is daarom aangesloten bij de reconstructie regeling. Dat wil zeggen dat een geluidsniveau toename van 2 dB of meer (L,den) niet zonder meer toelaatbaar is. De toename in het algemeen niet hoger dan 5 dB mag zijn en de geluidsbelasting de maximale waarde niet mag overschrijden.

De maximale waarde is 68 dB (=63+5 i.v.m. correctie van artikel 110g Wgh). Hierbij is zoals gewoonlijk binnen Utrecht aangesloten bij de ongecorrigeerde generieke maximale wettelijke grenswaarde die de Wet geluidhinder toelaatbaar acht. In onderhavig plan zijn de wegen aan de randen van het plangebied veelal 50 km/uur en vallen daardoor onder de Wet geluidhinder. De wegen, incl HOV banen, in het plangebied krijgen een snelheidsregime van 30 km/uur.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

16/48

opzichte van de standaard te verdisconteren in de tramaantallen. In de omgeving van het Lombokplein zal de bovenbouw van de tram vergelijkbaar zijn met rails in asfaltbeton (ingegoten spoor), waardoor het aantal bakken volgens bovenstaande door 10 gedeeld kan worden. Dit uitgangspunt is consistent met het onderzoek voor het Smakkelaarsveld en de Uithoflijn. De trams onder het regime van het railverkeer zijn ingedeeld in categorie 3 zoals genoemd in Bijlage IV van het Reken- en Meetvoorschrift. 3.2.2

Snelheden

In de huidige situatie hebben de Graadt van Roggenweg, Westplein, Daalsetunnel en Vleutenseweg een maximum snelheid van 50 km/u. In de toekomstige situatie wordt de Graadt van Roggenweg vanaf de kruising met de Koningsbergerstraat richting centrum ingericht met een snelheidslimiet van 30 km/u. Deze snelheidsverlaging loopt door tot en met de kruising van de het Westplein met de Daalsetunnel en Vleutenseweg. De overige weggedeelten blijven 50 km/u. Op de weggedeelten met de verlaagde snelheid (en de overige (tram)wegen met 30 km/u in het plangebied) is de Wet geluidhinder niet van toepassing.

3.2.3

Wegdekverhardingen

In de huidige situatie zijn de Graadt van Roggenweg en Vleutenseweg voorzien van licht geluidreducerende MODUS. Op het Westplein en de Daalsetunnel is dicht asfalt beton (DAB) aanwezig. In de toekomstige situatie wordt overal MODUS toegepast. Behalve op de Daalsetunnel en de HOVbanen. Daar bestaat de wegdekverharding nog uit DAB. Bij de reconstructietoets conform de Wet geluidhinder mogen in de toekomstige situatie geen mitigerende maatregelen worden toegepast. De wegdektypen dienen daarbij in de huidige en toekomstige situatie gelijk te zijn.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

20/48

4 Resultaten 4.1

Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen

De berekeningsresultaten geven aan op welke locatie er op voorhand van mag worden uitgegaan dat de geluidsbelasting onder de voorkeurswaarde dan wel boven de maximale ontheffingswaarde ligt. In het eerste geval is de realisering van een geluidsgevoelige bestemming zonder meer mogelijk en hoeft daarvoor geen hogere waarde besluit te worden genomen. In het tweede geval is de bouw van een geluidsgevoelige bestemming alleen mogelijk door toepassing van een dove gevel, of wanneer nog te bouwen aanvullende afschermingen of verdergaande bronmaatregelen zorgen voor een voldoende lage geluidsbelasting. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeurswaarde en de maximale ontheffingswaarde zal worden bezien of er sprake is van een luwe gevel. Dit alles zal bij nadere uitwerking (bij de individuele omgevingsvergunning) moeten worden onderzocht. De borging vindt plaats door middel van voorwaarden in de bestemmingsplanregels. Hieronder zijn de resultaten per juridische bron opgenomen. De kleuren van de waarneempunten geven het volgende aan: • groen: er wordt voldaan aan de voorkeurswaarde • geel: boven de voorkeurswaarde maar nog onder de maximale ontheffingswaarde • rood: boven de maximale ontheffingswaarde Alleen het nieuw te realiseren Parkblok ligt binnen de geluidzones van de Vleutenseweg en Daalsetunnel.

Vanwege het wegverkeer worden daarom alleen de geluidbelastingen op dit blok beschouwd. 4.1.1

Vleutenseweg

De geluidbelasting vanwege de Vleutenseweg overschrijdt aan de noordzijde van het Parkblok de voorkeursgrenswaarde. De maximale geluidbelasting op de gevel bedraagt 52 dB. Op de Vleutenseweg bestaat het wegdek al uit een geluidreducerende asfalt MODUS, verdergaande bronmaatregelen zijn niet mogelijk omdat op de kruising een stiller wegdektype niet mogelijk is. Overdrachtsmaatregelen zijn evenmin mogelijk en niet gewenst vanuit landschappelijk en verkeerskundig oogpunt. De geluidbelastingen voldoen aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Vanwege de Vleutenseweg is er ontheffing noodzakelijk.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

21/48

(max 59 dB). De flexibele ontsluiting heeft daarmee geen significant effect op de toekomstige geluidsituatie en de eerdere conclusie dat er sprake is een van goede ruimtelijke ordening.

4.2

Luwe gevels

Aangezien de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, zal elke woning met een overschrijding ter compensatie de beschikking moeten hebben over een luwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch gunstige woningindeling4. Dit zijn immers de voorwaarden uit het hogere waarde besluit om een hogere geluidbelasting toe te staan dan de voorkeursgrenswaarde. Door de carré-vormige bouwvormen kan voor veel woningen aan deze eisen worden voldaan door de geluidluwe binnenzijde van het bouwvolume. Voor hoekwoningen kan dit door middel van balkonschermen en/of inpandige balkons worden bereikt. Woningen tussen de 30 en 50m2, zonder buitenruimte, met een éénzijdige oriëntatie richting de weg, vragen om extra aandacht. Ook kan een afwijkende woningplattegrond worden toegepast om deze woningen alsnog aan een binnenterrein te laten grenzen. Bij de nadere uitwerking van het ontwerp zal hier rekening mee moeten worden gehouden.

4.3

Cumulatie Wet geluidhinder

Zoals in hoofdstuk 2 is vermeld, dient er een afweging van het gecumuleerde geluidsniveau plaats te vinden als de voorkeurswaarde vanwege meerdere geluidsbronnen wordt overschreden. Dit geldt alleen voor geluidsbronnen die onder Wet geluidhinder vallen; 30 km/u wegen horen hier dus niet bij. Aangezien de voorkeurswaarde op het Parkblok vanwege de Vleutenseweg, Daalsetunnel en het spoor wordt overschreden, is er hier een aanleiding voor een verdere beschouwing van het gecumuleerde geluidsniveau.

Figuur 14: Gecumuleerde geluidniveau Parkblok: Wegen samen (links), Spoor (midden), Cumulatie (rechts)

De hoogst berekende gecumuleerde geluidsbelasting is 63 dB op de noordzijde van het Parkblok. Deze waarde is lager dan de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer van 68 dB (excl. aftrek art 110g Wgh) en kan vanuit gezondheidsperspectief als acceptabel worden beschouwd.

4 Bij woningen zonder overschrijding wordt er voldaan aan de (verschillende) voorkeursgrenwaarde(n) die

gelden per bron en beschikken de woningen dus automatisch al over een luwe gevel.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

26/48

4.4

Reconstructie onderzoek te wijzigen wegen

4.4.1

Reconstructie toets

Binnen het plan worden de volgende drie wegen heringericht die in de toekomstige situatie nog onder de Wgh vallen omdat de maximumsnelheid 50 km/u blijft: -

Graadt van Roggenweg (tot de kruising Koningsbergerstraat) Vleutenseweg Daalsetunnel

De resultaten van de reconstructietoets, dat wil zeggen de beoordeling wat het effect van het plan is zonder aanvullende geluidsbeperkende maatregelen ten opzichte van de laagste geluidsbelasting van de situatie voor wijziging of een eerder verleende hogere waarde worden toegelicht in deze paragraaf. De reconstructietoets vindt plaats binnen de geluidzone van de genoemde wegen, die gebaseerd is op het gedeelte van de weg waar een fysieke wijziging aan deze weg plaats vindt. Binnen het plangebied zijn er in het verleden binnen de geluidzone van de resterende 50 km/u-wegen hogere waarden verleend. Dit betrof de geluidbelasting vanwege de Vleutenseweg in het bestemmingsplan Kop van Lombok uit 1999. De heersende geluidsbelastingen in onderhavig onderzoek van deze weg zijn lager dan de omgerekende eerder verleende hogere waarden uit 1999. Daarom zijn de heersende waarden het uitgangspunt bij de beoordeling van de wijziging van de Vleutenseweg in het kader van de Wet geluidhinder (reconstructie beoordeling) zoals is toegelicht in paragraaf 2.5.1. Bij de overige twee wegen zijn er geen eerder verleende hogere waarde van belang. In onderstaande figuren zijn de verschillen weergegeven van de maximale geluidbelasting per waarneempunt tussen de toekomstige situatie en de huidige situatie.

Indien de toename meer dan 1.5 dB bedraagt is er sprake van een reconstructie van een weg zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en moet er naar mitigerende maatregelen worden gekeken.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

27/48

5 Conclusie In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad Utrecht wordt de het Lombokplein heringericht. Voor dit plan is een ruimtelijke procedure nodig om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling planologisch toe te staan. In dat kader is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om het plan te toetsen aan de wettelijke eisen van de Wet geluidhinder. Voor de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen heeft er onderzoek plaatsgevonden in het gebied waar planologisch nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt. Dit betreft twee van de drie nieuwbouwlocaties waar woningen voorzien zijn te weten: het Parkblok en het Leidseblok. In het Hotelblok zijn geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen voorzien. De akoestisch relevante geluidsbronnen voor de nieuwe woningen in het gebied worden gevormd door de gezoneerde wegverkeersbronnen: Vleutenseweg en Daalsetunnel (de toekomstige weggedeeltes met 50 km/u) en het spoor. Al deze drie geluidbronnen zorgen voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op het Parkblok. Op het Leidseblok is er alleen sprake van een overschrijding vanwege het railverkeer. Maatregelen aan de bron of in de overdracht zijn niet mogelijk of niet doelmatig. Voor deze geluidsbronnen zal een ontheffingsprocedure moeten worden doorlopen (‘hogere waarde’).

Vanwege de trambaan (regime railverkeer) blijven de geluidbelastingen op de nieuw te realiseren bebouwing onder de voorkeursgrenswaarde. De binnenplanse wegen met een maximum snelheid van 30 km/u in combinatie met de tram (onder het regime wegverkeer) zijn getoetst in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen en trambaan bedraagt maximaal 64 dB op de oostzijde van het Hotelblok. In het Hotelblok zijn echter geen geluidgevoelige bestemmingen voorzien. Op de andere twee woonblokken (het Parkblok en Leidseblok) wordt er met maximaal 63 dB voldaan aan de ambitiewaarde van de gemeente. In de praktijk zal echter de geluidbelasting van alle wegen samen ervaren worden. Indien de geluidbelasting van al het wegverkeer (30 km/u en 50 km/u) inclusief de trambaan gezamenlijk wordt beoordeeld bedraagt de maximale geluidbelasting 65 dB. Dit is rekenkundig weliswaar een beperkte overschrijding van de ambitiewaarde uit de Nota Volksgezondheid. Echter uit recente metingen blijkt dat de geluidemissies bij een snelheid van 30 km/uur per uur in de praktijk z’n 3 á 4 dB lager liggen. Hierdoor zal in de praktijk de ambitiewaarde van 63 dB na uitvoering van dit plan niet overschreden worden. Die emissiewijzigingen gaan ook verwerkt worden in het nieuwe Reken- en meetvoorschrift 2022.

Er zijn geen verdere doelmatige maatregelen meer voorhanden om de geluidbelasting verder te verlagen. De ambitiewaarde wordt straks feitelijk bereikt door (licht) geluidsreducerend asfalt, de verlaging van de snelheid 30 km/u, verlaging van de etmaalintensiteiten, door extra groen in het profiel toe te passen voor geluidabsorptie en de afname van de geluidemissie van voertuigen bij 30 km/uur. Er kan daarom gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening. Geadviseerd wordt om rekening te houden met deze geluidbelasting bij de bepaling van de geluidwering van de gevels Aangezien de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, zal elke woning met een overschrijding ter compensatie de beschikking moeten hebben over een luwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch gunstige woningindeling. Bij de nadere uitwerking van het ontwerp zal hier rekening mee moeten worden gehouden. De maximaal gecumuleerde geluidsbelasting (63 dB) blijft binnen de maximaal te ontheffen waarde die geldt voor binnenstedelijk wegverkeer (68 dB excl. aftrek art 110g Wgh) en kan vanuit gezondheidsperspectief als acceptabel worden beschouwd.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

32/48

Bijlage 1: Verkeersgegevens Huidig 2020

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

Toekomst 2030

34/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

35/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

36/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

37/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

38/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

39/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

42/48

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

44/48

Bijlage 3: Geluid emplacement Lombokplein Memo Aan

Linda Kuik

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

Datum

18 augustus 2021

45/48

Van Onderwerp Kopie

Geluid emplacement Lombokplein Thijs Meeuws

Doorkiesnummer

030 - 28 64139

E-mail

r.balkema@utrecht.nl

Bijlagen

Inleiding In het bestemmingsplan Lombokplein zullen nieuwe woongebouwen mogelijk worden gemaakt. De beoogde woongebouwen liggen in de nabijheid van het spooremplacement Utrecht. In het kader van de ruimtelijke procedure is het van belang te bezien in hoeverre deze inrichting een belemmering vormt vanuit het aspect geluid. In deze memo wordt ingegaan op de wettelijke en beleidsmatige kaders en wordt een beeld geschetst van de uitkomsten van de geluidsberekeningen. Toetsingskader Het emplacement Utrecht is een vergunningplichtige inrichting cf. de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het emplacement heeft een milieuvergunning uit 2007 waarin grenswaarden voor geluid zijn opgenomen. Bij de totstandkoming van deze vergunning is gebruik gemaakt van gemeentelijke beleidsregels die afwijken van de landelijk toegepaste Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. Deze beleidsregels worden omgekeerd ook toegepast bij het bestemmen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (o.a. woningen en scholen) in de nabijheid van het emplacement. In de Geluidnota Utrecht is hierover het volgende opgenomen: Een emplacement is zowel een bedrijf (inrichting) als een onderdeel van het nationale spoorwegennet.

Vanuit de wet wordt het geluid van het rangeren en opstellen van treinen als bedrijfsmatige activiteit gezien en strenger beoordeeld dan het geluid van het doorgaande spoorverkeer. Het geluid van rijdende treinen op het emplacement (buiten de dienstregeling) is wat betreft beleving vergelijkbaar met het geluid van het doorgaande treinverkeer. Toch leidt het tot een andere toetsing van het geluid op de gevels van woningen. De gemeente Utrecht kiest nadrukkelijk voor het toevoegen van woningen in het stationsgebied. We hanteren dan ook een beleidsmatig minder strenge normstelling voor het rijgeluid van treinen die horen bij een inrichting. Dit biedt ruimte voor woningbouw zonder dat het leidt tot een wezenlijke toename van geluidshinder. Het beleid voor het rijgeluid van treinverkeer op inrichtingen volgt de volgende stappen: •

•

de laagste voorkeursgrenswaarde voor spoorweggeluid bij geluidsgevoelige bestemmingen (55 dB(A)) is in ieder geval toelaatbaar als geluidsniveau voor het rijgeluid van treinen die horen bij een inrichting; als het rijgeluid van de inrichting meer dan 7 dB onder het geluid van het doorgaande treinverkeer blijft, mag dit meer dan 55 dB(A) veroorzaken. Het geluid van de treinen van de inrichting is dan akoestisch gezien verwaarloosbaar en er zal geen extra hinder door ontstaan.

In deze situatie veroorzaakt het doorgaande spoor niet meer dan 7 dB boven de waarde van 55 dB(A) etmaalwaarde; de grenswaarde voor het rijgeluid is daarmee maximaal 55 dB(A). Het niet-rijgeluid, bijvoorbeeld warmdraaien van treinstellen, wordt als ‘gewoon’ bedrijfsgeluid beoordeel cf. de hiervoor vermelde Handreiking. Een richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde heeft de voorkeur voor een rustige woonwijk. In een wat meer gemengd gebied, zoals op en rond Lombokplein, is 50 dB(A) acceptabel. In een uiterst geval kan een niveau van 55 dB(A) worden gemotiveerd.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

46/48

Modellering en berekening Onderstaande figuur geeft een overzicht van het rekenmodel.

De volgende figuur geeft een 3D-impressie.

Resultaten Uit de berekeningsresultaten volgt dat het rijgeluid met een hoogst berekende waarde van 52 dB(A) kan voldoen aan de eis van 55 dB(A). Onderstaande figuur laat de locaties met de hoogst berekende waarden zien.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

47/48

Het bedrijfsgeluid bedraagt maximaal 33 dB(A) en voldoet daarmee ruimschoots aan de richtwaarde voor een rustige woonwijk. Kanttekening Prorail is al enige tijd bezig met een nieuwe vergunningaanvraag maar tot op heden is nog niet bekend wanneer deze gaat worden verleend. Voor de berekeningen is daarom uitgegaan van het model dat behoort bij de vigerende vergunning. Een doorkijk naar de bij de aanvraag ingediende akoestische rapporten laten zien dat de wijzigingen niet van dien aard zijn dat dit tot andere dan hierboven vermelde conclusies zou leiden. Conclusie Uit de berekeningen volgt dat het geluid van het emplacement geen belemmering vormt voor het plan Lombokplein.

Akoestisch onderzoek Lombokplein | 16 november 2021

48/48

2 0 8 bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 4 Archeologisch aanvullend verkennend booronderzoek

bestemmingsplan "Lombokplein, Lombok" (vastgesteld)

209

Rapport 5811

LOMBOKPLEIN E.O. TE UTRECHT

Lombokplein e.o. te Utrecht Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

Colofon ADC Rapport 5811 Lombokplein e.o. te Utrecht Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: In opdracht van: gemeente Utrecht © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 12 september 2022 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: Definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie:

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033E-mail info@archeologie.nl

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Landschappelijke situatie 2.3 Archeologische resten en verwachting 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.2 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlagen

7 9 12 12 12 14 20 24 30 32 33 33 34

Tabel. 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

800 – 12 voor Chr.

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

tot 8800 voor Chr.

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

Samenvatting In opdracht van de gemeente Utrecht heeft ADC ArcheoProjecten in februari - maart 2022 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische resten op de locatie Lombokplein e.o. te Utrecht De gemeente Utrecht gaat het gebied van de Graadt van Roggenweg en het Westplein opnieuw inrichten. De herinrichting bestaat uit het deels omleggen van de rijbanen, fietspaden en trottoirs. De bundels van wegen op het Westplein en de Graadt van Roggenweg worden getransformeerd tot een stadsstraat. Binnen het plangebied worden verder nog drie nieuwe bouwblokken ontwikkeld. De watervoerende Leidse Rijn wordt vanaf de Damstraat richting de binnenstad verlengd en het fietspad hierlangs wordt rechtgetrokken. De ondergrondse kabels en leidingen worden aangepast en de groenvoorziening wordt onder andere met parken en nieuwe bomen uitgebreid. In 2020 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Voor het verkennende onderzoek zijn 81 boringen gezet verspreid over het plangebied. In ongeveer 50% van de boringen is sprake van ondoordringbare (puin)lagen of is de bodem tot op grote diepte verstoord.

In de overige boringen is een in meer of mindere mate intact rivierenlandschap aangetroffen. In het Oude Rijnlandschap zijn meerdere boringen met restgeulafzettingen aangetroffen. Hieruit blijkt dat er zeker vier restgeulen aanwezig zijn. De aangetroffen restgeulen bevinden zich ter hoogte van boring 1, 7, 15 – 18 & 77. In het uiterste noorden van gebied is in een aantal boringen sprake van een intact dekzandlandschap. Op basis van het verkennende onderzoek kan de verwachting als volgt nader worden gespecificeerd: nederzettingen en grafvelden kunnen op de oevers van de Oude Rijn verwacht worden. De zones waar min of meer intacte oevers zijn aangetroffen zijn hiervoor het meest kansrijk. In de restgeulen kunnen water gerelateerde vindplaatsen aanwezig zijn (kades, beschoeiingen, dumpzones, scheepsresten, visfuiken). In het dekzand kunnen vindplaatsen van paleolithische en mesolithische jager-verzamelaar gemeenschappen aanwezig zijn. Dit betreffen doorgaans kleine vondstarme vindplaatsen die hoofdzakelijk bestaan uit een vuursteenstrooiing. De noodzaak voor vervolgonderzoek dient bepaald te worden op basis van de concrete inrichtingsplannen en de diepte van de ter plaatse aanwezige potentiële archeologische niveaus. Indien potentiële archeologische niveaus bedreigt worden dan is normaliter karterend booronderzoek een logische vervolg stap.

Echter met het verkennende onderzoek was het al zeer lastig om locatie te vinden waar boringen mogelijk waren, door de grote hoeveelheid kabels en leidingen in de ondergrond en de huidige verkeerssituatie. Hierdoor lijkt het raadzaam om per ingreep een passende strategie voor de karterende fase van het onderzoek vast te stellen. Het is hierbij voorstelbaar dat delen nader onderzocht worden met karterende boringen, maar ook karterende sleuven, na verwijdering van de oppervlakte verharding en/of archeologische begeleiding kunnen een efficiëntere strategie blijken. Vervolg onderzoek is niet nodig als de bodemingrepen in de verstoorde / opgebrachte bovengrond plaatsvinden. De dikte van dit pakket varieert sterk. Hierdoor is het praktisch onmogelijk om hier per zone een dieptemaat aan te koppelen, te meer de helft van de boringen gestuit is op ondoordringbare (puin)lagen. Op basis van de dikte van de verstoring in de boring die wel tot in de natuurlijke afzettingen doorgezet konden worden kan aangenomen worden dat alle ingrepen ondieper dan 1,0 m -mv geen bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten. Op basis hiervan worden de bodemingrepen tot maximaal 1,0 m -mv vrijgegeven. Voor de diepere ingrepen wordt vervolg van het archeologische onderzoek geadviseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c9993147-7ab3-4eba-bffb-d21c7a3a6575