Jagerskade, Overvecht_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke 2 2 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.
een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.
Plangebied Voor dit bestemmingsplan is een waterparagraaf opgesteld. Zie hiervoor hoofdstuk 5.12 Water. In deze waterparagraaf is de herontwikkeling getoetst aan onder andere het waterbeleid uit het Plan Gemeentelijke Watertaken.
2.3.2.2.8 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.
Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 20% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied De drie bouwblokken met in totaal 67 appartementen, zijn energieneutraal. Dit kan worden vertaald in een EPC=0. Daarnaast komen op de daken zonnepanelen. In hoofdstuk 5.18 Duurzaamheid wordt hier nader op ingegaan.
Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement. Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
23
warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast.
Plangebied Uitgangspunt voor de warmtevoorziening van de woningen is een bodemenergiesysteem met warmtepompen. In hoofdstuk 5.18 Duurzaamheid wordt hier nader op ingegaan.
2.3.2.2.9 Sport, recreatie en toerisme Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen.
In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting. Plangebied In het plangebied komt kleinschalige horeca (D1), in de vorm van een restaurant. De categorie D1 is aan te merken als middelzware horeca. De horeca wordt ondergebracht in het monumentale pand, het Vechthuis met een brutovloeroppervlakte (bvo) tussen 260 m2 en 330m2. Bij de horeca komt een terras van 80m2. In het akoestisch onderzoek is onderzoek gedaan naar het stemgeluid van het terras. In hoofdstuk5.4 Geluidhinder wordt hier nader op ingegaan.
2.3.2.3 Gebiedsbeleid Ruimtelijke visie Overvecht (2005) Alhoewel de Ruimtelijke visie Overvecht al bijna 15 jaar oud is, is de essentie van de visie nog steeds actueel. De visie beoogt het groene raamwerk te versterken en meer variatie in woonmilieus te maken. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 67 appartementen, waarbij de helft hiervan, wordt gerealiseerd in het middenhuursegment. Dit draagt bij aan de variantie van woonmilieus in de wijk Overvecht. Het is een gebied met relatief nog weinig aanbod in het geliberaliseerde huursegment. 2.3.3
Overig gemeentelijk beleid
Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. 2 4 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied Geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5.4 Geluidhinder wordt hier nader op ingegaan.
Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken. Plangebied In hoofdstuk 5.7 Externe veiligheid wordt hier nader op ingegaan.
2.4
Conclusie
De conclusie is dat het project in overeenstemming is met relevant rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
25
2 6 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 3 3.1
Bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht.
3.2
Beschrijving van het plangebied
3.2.1
Historische ontwikkeling
De historische ontwikkeling van de Jagerskade en omgeving is nauw verbonden met de geschiedenis van de Vecht en gaat terug tot voor onze jaartelling. Vanaf 1000 wordt het gebied in cultuur gebracht, d.w.z. geschikt gemaakt voor gebruik. Met de stedelijke ontwikkeling van Utrecht krijgt de Vecht een belangrijke rol als handelsroute (via Oudegracht en Vaartsche Rijn naar de Lek). Om die reden wordt in 1338 een grote bocht van de Vecht bij de stad afgesneden en vervangen door een recht kanaal vanaf de Bemuurde Weerd naar ongeveer de plek van de huidige Rode Brug. Vanwege de handelsvaart wordt in 1439 langs de Vecht vanaf Utrecht tot aan Muiden een jaagpad aangelegd (voor het 'jagen' van de schepen), dit is het Zandpad. De Jagerskade – het begin van het Utrechtse deel van het Zandpad - ontleent daaraan zijn naam. Al vroeg ligt er op deze plek een (houten) brug over de Vecht, die in 1629 op een kaart voor het eerst met de naam Rode Brug wordt aangeduid. Langs de Vecht is al vroeg bedrijvigheid aanwezig, met name in de vorm van potten- en pannenbakkerijen vanwege de aanwezige klei. Vanuit de stad (Bemuurde Weerd) ontstaat aan weerszijden van de Vecht lintbebouwing, met in het buitengebied een meer losse bebouwing waaronder ook boerderijen, herbergen en kloosters en gasthuizen. Ook het Vechthuis (Jagerskade 13-15) dateert al uit de zestiende eeuw.
In de zeventiende en achttiende eeuw bouwen veel kooplieden uit Amsterdam grote buitenhuizen aan de Vecht tot aan Utrecht toe. In het Utrechtse deel zijn deze grotendeels verdwenen op enkele relicten als theekoepels en hekwerken (Rosendael) na. In 1807 koopt de Joodse gemeenschap in Utrecht een stuk grond aan de Vecht voor een begraafplaats. Tot 1789 was aan Joden het wonen in de stad Utrecht verboden geweest. De gebouwen en de muur van de begraafplaats dateren uit 1889. Rond 1900 is er vanaf de binnenstad een aaneengesloten lintbebouwing aanwezig van Bemuurde Weerd via Lauwerecht en langs de Jagerskade met kleinschalige woonbebouwing, afgewisseld met oudere boerderijen en bedrijvigheid. Achter de lintbebouwing aan de Jagerskade is het gebied dan nog vooral in gebruik als weiland voor agrarisch gebruik. In 1954 vindt de grenswijziging plaats en in 1955 besluit de gemeente om hier nieuwe stedelijke rioolwaterzuivering op te richten. Plannen worden ontwikkeld voor de nieuwe wijk Overvecht, de bouw begint met Overvecht-Zuid in 1960. Het oude tracé van de Loevenhoutsedijk wordt gewijzigd om een betere verbinding te maken tussen Rode Brug en Overvecht. Een groot deel van de oudere lintbebouwing langs Jagerskade en Loevenhoutsedijk wordt gesloopt, waaronder enkele oude boerderijen.
In 1971 besluit de gemeente om een enkel historisch gebouw toch te behouden, zoals Jagerskade 13-15 en de boerderij Jagerskade 4-6. In 1975-77 worden beide panden gerestaureerd. In 1989 wordt een achttiende- -eeuwse kolfbaan vanuit de binnenstad hiernaartoe verplaatst.
bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
27
Loevenhoutsedijk jaren '60
Kaartje gebied 1957
3.2.2
Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie
De historische bebouwing in het plangebied bestaat uit verschillende panden. Het pand Jagerskade 13 is een rijksmonument. Het pand ernaast; nummer 15, heeft geen monumentale status, maar maakt wel officieel deel uit van het -juridische- rijksmonument. De latere kleine aanbouw op de kop van Jagerskade 13 behoort niet tot het monument. Iets ten noorden van Jagerskade 13/15 staat een eenlaags gebouw met kap. Dit is een achttiende-eeuwse kolfbaan die oorspronkelijk afkomstig is van een terrein achter een voormalige herberg aan de Lange Nieuwstraat in de binnenstad van Utrecht. Dit gebouw heeft formeel geen monumentenstatus maar de functie kolfbaan is vanuit cultuurhistorisch oogpunt bijzonder waardevol. Zowel de richting van het pand Jagerskade 13/15 als de kolfbaan zijn gebaseerd op de verkavelingsrichting. Deze verkaveling is georiënteerd op de Vecht. In het gebied staat ook een monumentale boerderij, Loevenhousedijk 4-6. Deze boerderij is aangewezen als gemeentelijk monument. Het betreft hier een boerderij gelegen achter de bebouwing aan de Jagerskade van een eenvoudig type met een woongedeelte aan de voorzijde en direct daar achter de deel. In 1975 is de boerderij hersteld uitgaande van de oorspronkelijke opzet. Het pand is in gebruik bij buurthuis Stella Maris. Bij de Rode Brug staat het brugwachtershuisje uit 1890. Dit is een Rijksmonument. 3.2.3
Structuurbepalende elementen
Het plangebied ligt direct aan de Vecht. De Vecht is vanuit groen en mobiliteit een belangrijke landschappelijke drager die loopt vanaf de Weerdsluis tot aan Muiden. Hierdoor functioneert de Vecht als een groene long die het landschap verder de stad in brengt. Door de aanwezigheid van kleinere zijtakken aan de Vecht adert het groen verder de woonbuurten in die de inwoner verbindt met het landschap en hen op een snelle en gemakkelijke manier naar het buitengebied kan leiden. Hiermee zorgt de Vecht voor een balans in de gezonde verstedelijking, waarbij enerzijds verdicht wordt en anderzijds de kwaliteit van het stedelijk groen wordt vergroot.
3.3
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
Het huidige programma in het plangebied bestaat uit een party-congrescentrum, Het Vechthuis. Het Vechthuis heeft een oppervlakte van circa 2500 m2 en op de gronden rust de bestemming 'Horeca'. Een party-congrescentrum is aangemerkt als zware horeca en valt in categorie A1 van de lijst horeca-activiteiten. Het terrein van Jagerskade 13/15 bestaat uitsluitend uit geasfalteerde parkeerplaatsen, waarop bebouwing en enkele monumentale panden zijn gesitueerd. Rondom dit plangebied zijn er verschillende functies gesitueerd. Aan de Noordwestkant wordt het terrein begrensd door een rioolwaterzuivering en een bedrijfsverzamelgebouw. Aan de oostzijde aan de Loevenhoutsedijk zijn er in 2010 nieuwe woningen en appartementen gerealiseerd en aan de zuidkant staat de boerderij Jagerskade 4-6. Deze boerderij is in eigendom van de gemeente en in 2 8 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
gebruik als buurthuis in zelfbeheer (Stella Maris).
3.4
Conclusie
Het Vechthuis met een party-congresfunctie is niet meer levensvatbaar en wordt daardoor gedeeltelijk gesloopt. Hierdoor is er ruimte voor onder andere woningbouw. In het volgende hoofdstuk van deze toelichting wordt het voorgenomen plan besproken, waarin monumentale-, beeldbepalende-, structuurbepalende elementen en cultuurhistorie in het plangebied, behouden blijven.
bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
29
3 0 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Projectbeschrijving
Het Vechthuis met een party-congresfunctie is niet meer rendabel. Het Vechthuis bestaat uit een monumentaal pand met daarbij een niet-monumentaal gedeelte (Jagerskade 13/15). Het niet-monumentale gedeelte wordt gesloopt. Door deze sloop is er ruimte vrijgekomen voor woningbouwontwikkeling. De herontwikkeling ziet op bestaande functies, die van schaal veranderen en waarbij er een woonprogramma aan is toegevoegd. Voor de invulling van de ontwikkeling is een bouwenvelop opgesteld, die door het college op 14 juli 2020 is vastgesteld. Zie hiervoor bijlage 17 Bouwenvelop Jagerskade. Deze bouwenvelop schetst de randvoorwaarden voor de realisatie van de gewenste herontwikkeling. Dit bestemmingsplan maakt de plannen uit de bouwenvelop juridisch-planologisch mogelijk. 4.1.1
Programma
Doel van de ontwikkeling is om woningbouw voor starters op de woningmarkt te realiseren. Opzet is de realisatie van 67 kleinschalige appartementen in een groene omgeving: "vergroenen en verdichten in balans". Het woonprogramma bestaat uit een oppervlakte van maximaal 4.700m2 bvo in maximaal 3 vrijstaande bouwblokken. De bouwblokken hebben een hoogte tussen de drie en zes bouwlagen, waarvan maximaal 1 volume met zes bouwlagen en maximaal 1 volume met vijf bouwlagen. Het gaat om: 48 appartementen van 55 m2 bvo; 12 appartementen van 67 m2 bvo; 3 appartementen van 72 m2 bvo; 4 appartementen van 90 m2 bvo.
bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
31
De woningen zijn levensloopbestendig en iedere woning is voorzien van een eigen privé buitenruimte. De woningen in de twee hogere blokken met lift, zijn met rolstoel en rollator toegankelijk en bezoekbaar. Onder de appartementen komt een half verdiepte parkeergarage.
Schets van 3 appartementcomplexen Van de 67 appartementen vallen er 33 appartementen in het middensegment en 34 appartementen in de geliberaliseerde huur. In het middenhuursegment bedraagt de huur tussen de 720 en 950 euro. Het geliberaliseerde huursegment zijn huren vanaf 720 euro. De doelgroep is (door)starters op de woningmarkt. Ook is er kleinschalige horeca aanwezig in het monumentale pand, het Vechthuis, met een oppervlakte van tussen de 260m2 en 330m2 bvo. De horeca valt in categorie D1 op basis van het ontwikkelingskader Horeca. Deze categorie is aangemerkt als middelzware horeca. Horecabedrijven in deze categorie hebben tot hoofddoel; het verstrekken van maaltijden, en serveren van dranken en kleine consumpties voor consumptie ter plaatse. Bij de horeca komt een terras van 80m2.
3 2 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Schets restaurant Daarnaast krijgt de al bestaande kolfbaan een kantoorfunctie (zonder balie). Het gaat om circa 100m2 bvo. De monumentale boerderij in het plangebied (Jagerskade 4/6) blijft behouden. Ook de functie van het buurthuis in de monumentale boerderij is onveranderd gebleven. De bijbehorende schuur op het terrein van het buurthuis wordt voor de ontwikkeling gesloopt en elders op het terrein opnieuw gebouwd. Met deze ontwikkeling zal ook een aanzienlijke bijdrage worden geleverd aan de vergroening van de Jagerskade, met name het gedeelte tussen de Rode brug en de Marnixbrug. Dit is het begin van de recreatieve groene route langs de Vecht. Met de aanleg van hoogwaardig openbaar groen wordt een stevig begin neergezet van een goede groene recreatieve kwaliteit van de route. 4.1.2
Ruimtelijke onderbouwing
Op dit moment is het plangebied omsloten door de rioolwaterzuivering, een bedrijfsverzamelgebouw en een woonblok. Het realiseren van woningbouw, samen met horeca en kantoorruimte sluiten aan bij deze al bestaande functies en is daarom passend in de omgeving. Het woonprogramma zal een bijdrage leveren aan een grotere differentiatie qua woningtypologie van Overvecht en Noordwest. Op dit moment is er een grote vraag naar woningen in het segment starters en het middenhuursegment. De ontwikkeling van deze woningen zal deels invulling gaan geven aan deze vraag. Ook wordt met deze ontwikkeling de balans in de stad verder verbeterd, het is een gebied met nog relatief weinig aanbod in het geliberaliseerde huursegment. Het project kan deze balans verbeteren. Daarnaast heeft het college inclusiviteit en toegankelijkheid als speerpunt. De woonvisie "Utrecht beter in Balans" laat zien hoe dit tot uiting komt; woningen zijn rolstoelbezoekbaar vanaf de openbare weg en de woningen zijn rolstoelbewoonbaar, wat inhoudt dat er zelfstandig gebruik kan worden gemaakt van alle functies. De woningen in de twee hogere blokken met lift zijn rolstoel en rollator toegankelijk en bezoekbaar. Door het behouden van een klein gedeelte van de horeca in de monumentale panden en het toevoegen van kantoorruimte in de voormalige kolfbaan ontstaat er een mix van functies die levendigheid in het gebied brengt.
Dit zal de kwaliteit van de Vecht als recreatief uitloopgebied van de stad vooruit helpen. Op dit moment is het terrein bestemd voor Horeca categorie A, de zwaarste categorie; zalencentrum. Het laten terugkomen van een kleinschaligere horeca aan de Vechtdijk is een positieve ontwikkeling vanwege de recreatieve functie langs de Vecht en de beperkte hoeveelheid horeca in de wijk Overvecht. 4.1.3
Stedenbouwkundig plan
Het plangebied ligt aan de Vecht die onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur. De ontwikkeling van het plangebied vormt een kans voor het versterken van deze hoofdgroenstructuur en het groene raamwerk van Overvecht. Het groen langs de Vecht wordt gekenmerkt door twee verschillende typen. Het eerste type bevindt zich in de stad waarbij het groen bestaat uit kleine afgesloten pockets langs de Vecht. Het tweede type begint vanaf de Joodse begraafplaats (ter hoogte van de RWZI) en loopt tot in het buitengebied. Hierbij bestaat de groene rand van de Vecht uit het Vechtzoompark; een doorgaande groenstrook met parken en sportvoorzieningen. Met de herontwikkeling van deze locatie en daarmee het toevoegen van groen aan de Vecht wordt het groen van de stad uitgebreid en kan het Vechtzoompark al bij de Rode Brug starten. De manier waarop de bouwblokken gepositioneerd zijn is hierbij cruciaal en heeft veel invloed op de kwaliteit die het plangebied zal gaan hebben. Met drie bouwblokken kan een beeld van 'wonen in het groen' worden neergezet. De blokken zullen op enige afstand van de Jagerskade worden geplaatst zodat in het plangebied naast een groen park ook ruimte wordt gegeven aan de monumentale panden. Deze monumenten zijn onderdeel van een kleine rij bestaande monumentale gebouwen die langs de Vecht bewaard gebleven zijn.
Al deze monumenten volgen de historische bouwrichting (haaks op de Vecht). De woonblokken worden afwijkend hiervan georiënteerd; zij volgen de richting van de oorspronkelijke verkaveling. Samen vormen ze losse volumes in het groen en zijn het waardevolle elementen die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Om het karakter 'wonen in het groen' te versterken worden de bouwblokken verspringend van elkaar gepositioneerd en verschillen ze in bouwhoogtes. De bouwhoogte sluit aan op de al bestaande woonblokken op het aangrenzende gebied. Ook zullen er doorzichten tussen de bouwblokken zijn en krijgen ze een alzijdige uitstraling. Op deze manier wordt er zoveel mogelijk rekening gehouden met eventuele toekomstige ontwikkelingen. De parkeergarage is half verdiept en gelegen onder de bouwblokken. Door middel van een bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
33
geleidelijk groen talud zal de impact van het parkeren geen belemmeringen vormen voor de groene uitstraling van het plangebied. De parkeergarage wordt ontsloten via de Loevenhoutsedijk tussen de twee woningblokken. In het mobiliteitsplan 'Slimme routes, Slim regelen, Slim bestemmen' wordt de Jagerskade aangegeven als doorgaande fietsroute. Het vormt een belangrijke verbinding van het centrum naar het buitengebied. Door de parkeergarage via de Loevenhoutsedijk te ontsluiten wordt de Jagerskade zoveel mogelijk vrij gemaakt van autoverkeer. Op deze manier kan de Jagerskade als langzaam verkeersverbinding – al dan niet als fietsstraat – toegevoegd worden aan het Vechtzoompark. De Jagerskade wordt hiermee een recreatieve route en versterkt daarmee het groene karakter vanaf de Rode Brug. De kwaliteit van de hoofdgroenstructuur wordt vergroot.
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Verkeer
Het plangebied ligt tussen het terrein van de Rioolwaterzuivering (RWZI), de Jagerskade (voor gemotoriseerd verkeer is deze weg doodlopend) en het parkeerterrein voor bewoners van de Loevenhoutsedijk. De Jagerskade loopt door in het Zandpad en is een doorfietsroute langs de Vecht, tussen de binnenstad en Maarssen, zoals opgenomen in het mobiliteitsbeleid Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen (SRSRSB). De dichtstbijzijnde bushaltes liggen aan de Loevenhoutsedijk en Anton Geesinkstraat. Treinstations Overvecht, Zuilen en station Utrecht Centraal liggen op fietsafstand vanaf het plangebied. Ontsluiting langzaam verkeer Langzaam verkeer (voetganger en fiets) kan via de Jagerskade en de Loevenhoutsedijk het plangebied bereiken. Directe verbindingen vanaf de entrees van de verschillende functies in het plangebied naar de Jagerskade zijn daarom van belang. Voor voetgangers en fietsers is de Jagerskade een belangrijke doorgaande route, waar op een directe manier op moet worden aangesloten. Dit gebeurt door een drietal voetpaden van de Jagerskade naar de bouwblokken, en door een fietsverbinding vanaf de Jagerskade naar de ingang van de parkeergarage waar ook de fietsenstallingen zijn. Verder kan langzaam verkeer via de parkeerplaats aan de achterzijde van de woningen aan de Loevenhoutsedijk de Loevenhoutsedijk bereiken.
Voor routes voor langzaam verkeer zijn naast directheid comfort en sociale veiligheid van belang. De ontsluitingen voor langzaam verkeer voldoen hieraan.
3 4 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Ontsluiting gemotoriseerd verkeer Het restaurant wordt ontsloten via de Jagerskade. Dit gebeurt ook al in de huidige situatie. Bevoorrading vindt plaats op de laad- en losplek achter het restaurant aan de Jagerskade. Dezelfde ontsluiting kan in geval van nood ook worden gebruikt voor de ambulance. De parkeerplaatsen voor kantoor en de appartementen zijn bereikbaar via de Loevenhoutsedijk. Er zijn 3 varianten voor de ontsluiting van de woningen en het kantoor onderzocht. Het gaat om de volgende varianten: Variant 1. Ontsluiting via de Jagerskade.
Het verkeer rijdt via de Jagerskade naar de ingang van de parkeergarage. Deze ontsluiting is om meerdere redenen niet wenselijk en niet haalbaar omdat: De Jagerskade is in het mobiliteitsbeleid aangewezen als een hoofdfietsroute, dus het is een bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
35
belangrijke route voor langzaam verkeer. Een toename van gemotoriseerd verkeer is hier niet wenselijk vanwege verkeersveiligheid. De aansluiting op de Loevenhoutsedijk ter plaatse van de Rode Brug. Vanwege het smalle profiel op de Rode Brug is er een om en om regeling voor gemotoriseerd verkeer. Extra verkeer wat vanaf de Jagerkade de Loevenhoutsedijk of Rode Brug oprijd is vanwege verkeersveiligheid en doorstroming niet wenselijk. Deze variant valt daarom af. Variant 2. Ontsluiting via het terrein van de RWZI, uitkomend bij het Muziekhuis ter hoogte van Loevenhoutsedijk 301.
Deze variant heeft wat betreft verkeersveiligheid de voorkeur. Bij deze variant loopt de ontsluiting over het RWZI-terrein. Omdat HDSR eigenaar is van deze grond, is medewerking van HDSR noodzakelijk. HDSR heeft aangegeven niet mee te zullen werken aan deze variant waardoor deze ontsluiting niet haalbaar is.
Variant 3. Ontsluiting via de uitrit van de parkeerplaatsen ter hoogte van Loevenhoutsedijk 335.
Deze ontsluiting wordt al gebruikt om de circa 70 parkeerplaatsten achter de woningen aan de Loevenhoutsedijk te ontsluiten. Hier komen dan nog de 56 parkeerplaatsen bij van de nieuwe 3 6 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
woningen. Deze toename kan goed worden afgewikkeld via de bestaande ontsluiting. De ontsluiting voldoet in de huidige situatie en zal met de genoemde toename ook nog voldoen. Het is echter bekend dat het zicht vanuit de ontsluiting beperkt is. Met deze nieuwe ontwikkeling zullen er enkele maatregelen worden getroffen om dit te verbeteren. - Met het opheffen van één parkeerplaats aan de Loevenhoutsedijk (direct naast de ontsluiting) wordt bij het uitrijden het zicht verbeterd, op het kruisende verkeer van de Loevenhoutsedijk. Onderstaande tekening geeft de zichtlijnen weer vanuit de uirit op de Loevenhoutsedijk. Volgens de ASVV 2012 hoort de afstand op een kruispunt tussen een 30 en een 50 km/h weg 45 meter te zijn over de lengte van de weg. De uitrit mag gezien worden als een 30 km/h zijweg. Hiermee voldoet de uitrit dus aan de normen.
- Op het trottoir zal met witte strepen de uitgang van auto's worden aangegeven. Daarmee is het voor voetgangers duidelijker dat hier auto's het trottoir kruisen - De breedte van de uitrit is breed genoeg voor 2 richtingen autoverkeer. Een om en om regeling is niet noodzakelijk en zou eventueel hard in/uitrijden alleen maar stimuleren. Dit wordt dus niet toegevoegd aan de uitrit. Met het toepassen van deze verkeersmaatregelen kan de ontsluiting als verkeerveilig worden aangemerkt en dus acceptabel. Deze variant van de ontsluiting, is uitgewerkt in dit bestemmingsplan.
Verkeersaantrekkende werking In de huidige situatie maken de bewoners van de woningen aan de Loevenhoutsedijk gebruik van de uitrit op de Loevenhoutsedijk om de deels openbare parkeerplekken te bereiken. Appartementen en kantoor Als gevolg van de herontwikkeling worden de appartementen en het kantoor (in de kolfbaan) ontsloten via de Loevenhoutsedijk. Het zijn niet alleen bewoners en gebruikers van de woningen en het kantoor die van deze ontsluiting gebruik maken, maar bijvoorbeeld ook bezorgdiensten en de vuilnisophaaldienst. Op basis van het CROW heeft de herontwikkeling een verkeersaantrekkende werking van in totaal 346 verkeersbewegingen per 24 uur op een weekdag en in totaal 347 verkeersbewegingen per 24 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
37
uur op een werkdag. Dit aantal is ten eerste gebaseerd op 67 huurwoningen (etagewoningen) in de vrije sector met een verkeersaantrekkendewerking van 342. Ten tweede is het aantal gebaseerd op een kantoor zonder baliefunctie en dit leidt tot 5,4 per 100 m2 per 24 uur op een werkdag en 4,5 per 100 m2 per 24 uur op een weekdag. Het aantal verkeersbewegingen door de herontwikkeling neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Onderzoek naar luchtkwaliteit en geluid tonen aan dat deze toename geen belemmering is voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie hiervoor verder paragraaf 5.4 Geluidhinder en 5.8 Luchtkwaliteit. Horeca Als gevolg van de ontwikkeling wordt het restaurant ontsloten via de Jagerskade. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking van de horeca geeft de CROW geen verkeersgeneratiecijfers, omdat dit sterk afhankelijk van het soort horeca en de doorstroom in de locatie. Op basis van de benodigde parkeerplaatsen kan een schatting gemaakt worden. Uitgaande dat elke parkeerplaat 1 tot 4 keer bezet wordt per dag wordt de verkeersgeneratie geschat op 8 tot 32 motorvoertuigen per etmaal. Dit is veel lager dan toen het Vechthuis nog een zalencentrum was. Conclusie De ontsluiting van de woningen en het kantoor via de Loevenhoutsedijk is in de huidige situatie de enige (overgebleven) mogelijkheid.
Deze variant is vergeleken met de ontsluiting via het terrein van HDSR (variant 2), minder wenselijk, maar wel acceptabel. De verkeersveiligheid van deze ontsluiting zal worden verbeterd met de verkeersmaatregel, om een parkeerplaats aan de Loevenhoutsedijk te verwijderen en een markering op het trottoir. De verkeersaantrekkende werking van de herontwikkeling op basis van het CROW, zijn in totaal 346 verkeersbewegingen per 24 uur op een weekdag en in 347 verkeersbewegingen per 24 uur op een werkdag voor de woningen en het kantoor. Uit onderzoek komt naar voren dat deze toename, voor de luchtkwaliteit en de geluidsbelasting, geen belemmering vormt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de horeca gaat het om 8 tot 32 per dag. De verkeersaantrekkende werking van de geplande horeca is veel lager dan toen het Vechthuis nog een zalencentrum was. 4.2.2
Openbare ruimte en groen
Het plangebied ligt op een strategische locatie door de ligging aan de Vecht. De Vecht is onderdeel van de hoofdgroenstructuur en functioneert als groene long die het landschap de stad in brengt. Door de herontwikkeling wordt het plangebied onderdeel van de hoofdgroenstructuur en start de groene zone vanaf de Rode Brug. Hiermee wordt het groene karakter van de Vechtzone versterkt en de relatie tussen de Vecht en de wijk Overvecht verbeterd. De herontwikkeling zorgt voor een bruikbaar park voor zowel omwonenden als de bewoners van de groenarme wijken Ondiep en Hoogstraat en omgeving. De buitenruimte van het plangebied is groen vormgegeven, waarbij een onderscheid wordt gemaakt in een openbaar toegankelijk – maar privé eigendom – groengebied (het deel aan de Vecht) en een niet-openbaar toegankelijk gebied, direct rond de woningen (het deel boven het parkeerdek). Samen vormen de buitenruimtes een samenhangend geheel. De buitenruimte is hiermee niet alleen een toevoeging voor de kwaliteit en de beleving van de hoofdgroenstructuur langs de Vecht, maar draagt ook bij aan een goed woonkwaliteit. Het openbaar toegankelijke gedeelte aan de Vecht bestaat uit een tuin met een parkachtige uitstraling. Door middel van een gazon en groepen bomen ontstaat een ruimte die uitnodigt tot verblijf. De aanwezigheid van het restaurant, bevordert de levendigheid in het plangebied.
Het parkeren voor het restaurant is zoveel als mogelijk uit het zicht opgelost. Onderzocht wordt of een verblijfsplek aan het water tot de mogelijkheden behoort. Door het gebied is een route voor langzaam verkeer opgenomen.
3 8 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
schets van de openbare ruimte
De overgang naar het parkeerdek heeft een hoogteverschil dat zoveel mogelijk landschappelijk wordt opgelost zodat het hoogteverschil geen scheiding oplevert met percelen van omliggende functies. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een geleidelijk oplopend groen talud. In onderstaande afbeelding is het inrichtingsplan opgenomen.
Inrichtingsplan
De herontwikkeling vormt een landschappelijke samenhang met het omliggende openbaar gebied. bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
39
4.2.3
Parkeren
Wonen Autoparkeren Het plangebied valt in het nu nog vigerende parkeerbeleid in parkeerzone B2 op basis van de Nota Stallen en Parkeren 2013/2019. Deze B2 zone is aan te merken als stedelijk gebied, zonder betaald parkeren. De norm voor aantal parkeerplaatsen bij een woningen kent een omslagpunt precies bij 55 m2 bvo. Tot 55 m2 bvo is de norm 0,5 tot 0,6 pp per woning, bij 55 tot 80 m2 bvo is de norm 1,1 tot 1,2 pp per woning. Volgens de nota “stallen en parkeren” moet voor woningen van 55 m2 bvo de hoge norm van 1,1 worden gehanteerd. Dit brengt het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen voor dit programma op 75 voor wonen en kantoor en 12 voor de horeca. Dit kan eventueel worden verminderd met toepassen van aftrekfactoren. Voor dit programma zijn dat de 25% aftrek voor sociale en middenhuur. Ook kan gekeken worden naar dubbelgebruik. De resultaten hiervan zijn weergegeven in onderstaande tabel 69 tot 88 parkeerplaatsen voor het totale programma wordt echter in de huidige tijd, op deze locatie en met het programma van 70% van de woningen van 55 m2 bvo, als erg hoog beschouwd. Dit omdat er een dalende trend te zien in is in het autobezit in de stad. Daarnaast ligt de locatie op fietsafstand van meerdere treinstations. Het gemeentelijk beleid is gericht op het aanpassen van het aantal auto-parkeerplaatsen in de stad waar dat mogelijk is.
Het gebruik van fiets en openbaar vervoer wordt zo veel mogelijk gestimuleerd. Hiervoor is ook een nieuwe parkeerbeleid opgesteld wat naar verwachting zomer 2021 zal worden vastgesteld. Bij toepassen van deze nieuwe normen moeten er voor dit plan 61 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Bij toepassen van deze norm kunnen alle parkeerplaatsen voor de bewoners, bezoekers en kantoor worden gerealiseerd in de parkeerleder on de woningen. Parkeren voor de horeca wordt dan opgelast aan de rand van het park. We willen het park zo groot mogelijk houden en hierin zo min mogelijk parkeerplaatsen opnemen. Bij toepassen van de norm van 2021 moeten er 8 parkeerplaatsen worden aangelegd naast het park. In dit ontwerp-bestemmingsplan is daarom uitgegaan van de normen zoals opgenomen in het raadsvoorstel voor de nieuwe parkeervisie, verwachtte besluitvorming zomer 2021. Het bestemmingsplan en het bouwplan moeten bij besluitvorming voldoen aan de dan geldende parkeernota. Wanneer dat onverhoopt niet lukt zal het bestemmingplan en de plankaart worden aangepast t.b.v. het realiseren van meer parkeerplaatsen.
programma
Norm 2013/19
Norm 2021
woningen
aantal
Totaal aantal Totaal pp aantal pp met aftrek (*) 36,3 23.43
55 bvo middenhuur 55 bvo 67 bvo 72 bvo 90 bvo totaal
33
1,1
15 12 3 4
1,1 1,1 1,1 1,2
16,5 13,2 3,3 4,8 74,1
100
1
50 220
8 4
Totaal aantal pp
0,67
22,1
13,95 11,16 2,79 4,08 55,41
0,89 0.89 0.89 0,92
13,35 10,68 2,67 3,68 52,49
1
1
0,5
0,5
4 8,8 12,8
4 8,8 12,8
3 3
1,5 6,6 8,1
Kantoor
horeca restaurant cafe Totaal
Totaal pp 88 69 6 voor totaal programma Totaal aantal met aftrek: hier is gerekend met 25% aftrek voor de middenhuur woningen en met 4 0 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
de aftrek voor dubbelgebruik op zaterdagavond
Fietsparkeerplaatsen Ook voor het fietsparkeren is gekeken naar de oude en de nieuwe parkeernota. Deze fietsparkeerplaatsen dienen zich te bevinden in een goed toegankelijk berging bij de woningen. 5%van de fietsparkeerplekken moet geschikt zijn voor buitenmodelfietsen, zoals bakfietsen. Dit geldt in beide nota's. Het nieuwe parkeerbeleid stelt een ruimte van 1,5 m2 per woning voor fietsen verplicht in een openbaar toegankelijke berging. (is gelijk aan 2 normale fietsen). Dat betekent voor dit programma dus 100,5 m2 t.b.v. fietsparkeren. Het parkeerbeleid van 2013 ging uit van een behoefte van 117 m2 t.b.v. fietsparkeren. In het plan zijn 156 fietsparkeerplekken en aanvullend 18 plaatsen voor buiten-model fietsen opgenomen. Daarmee voldoet het zowel aan de normen van het toekomstige als het nu nog vigerende beleid.
Bergingen: minimaal 19 grootte aantal Niet meer dan 50 gvo* 48 Groter dan 50 gvo
19
minimale norm Gemeenschappelijke berging voor fietsen. Geen individuele afgesloten berging Individuele af te sluiten berging van 5 m2 of Individueel af te sluiten berging van min. 3 m2 met daarnaast ook gemeenschappelijke berging voor fietsen
(bouwbesluit art. 4.31)
Hierboven is een afbeelding van de parkeergarage opgenomen. Of zie hiervoor Bijlage 10 Parkeren in parkeerkelder. bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
41
Horeca en kantoor Autoparkeren In de onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor de auto opgenomen conform de Nota Stallen en Parkeren.
Functie
m2 bvo
norm per 100 m2 bvo
parkeerbehoefte
Horeca-Restaurant Horeca-Bar
75 50
8 4
6 2
In de grasstrook achter het horecapavilioen worden de benodigde 8 parkeerplaatsen aangelegd. De ontsluiting is via de Jagerskade De parkeerbehoefte voor het kantoor is 1,3 per 100 m2 bvo. Dit is afgerond 1 parkeerplaats voor de auto. Deze parkeerplaats wordt in de halfverdiepte parkeergarage onder de appartementen gerealiseerd.
Fietsparkeren In de onderstaande tabel is de parkeerbehoefte voor de fiets opgenomen.
Functie Horeca-Restaurant-bar kantoor zonder baliefunctie
m2 bvo 125 100
norm per 100 m2 bvo 19,3 1,7
parkeerbehoefte 24,1 1,7
Nabij het restaurant worden er fietsstallingen voor 24 fietsen gerealiseerd. Verder komt uit de tabel naar voren dat voor de functie kantoor rekening moet worden gehouden met 1,7 parkeerplaatsen voor fietsen. Afgerond zijn dat 2 fietsparkeerplaatsen. Bij het kantoor worden er 2 fietsparkeerplaatsen aangelegd. Van belang is dat de auto- en fietsparkeerplaatsen ten behoeve van de horeca openbaar toegankelijk zijn. Deze zijn namelijk bedoeld voor de bezoekers van deze aangelegenheid.
Vermindering openbare parkeerplaatsen voor de auto Voor het verkeersveiliger maken van de ontsluiting aan de Loevenhoutsedijk, is de maatregel opgenomen dat er 1 openbaar parkeervak wordt verwijderd, voor een beter zicht vanaf de ontsluiting op de kruising Loevenhoutsedijk. Ook verdwijnen er twee openbare parkeerplaats op het bestaande parkeerterrein, achter de woningen aan de Loevenhoutsedijk, voor de entree naar de halfverdiepte parkeergarage. Hier wordt het trafohuisje geplaatst. De omgeving van de nieuwbouw kent geen betaald parkeren. De parkeerdruk is niet erg hoog. Het weghalen van 3 parkeerplaatsen is daarmee acceptabel en compensatie achten we niet noodzakelijk.
4.3
Conclusie
De ontsluiting van de nieuwe appartementen kan op dit moment alleen via de Loevenhoutsedijk. Deze in/uitrit kan vanwege de toename van het aantal verkeersbewegingen, met een paar maatregelen worden geoptimaliseerd. Hierdoor is de verkeersveiligheid acceptabel. De groeninrichting van de wijk verbetert sterk met de geplande ontwikkeling. Ook de groene recreatieve route langs de Vecht is aantrekkelijker. Er wordt voor de woningbouw afgeweken van het gemeentelijk parkeerbeleid 2013/2019. De 25% aftrek van de norm die voor middenhuur mogelijk is, wordt namelijk in dit plan voor het totale woningbouwprogramma toegepast.
4 2 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Inleiding
In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.
5.2
Milieueffectrapportage
Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plansituatie De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject), zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.
dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit te nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 12 mei 2021 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling. Conclusie Er s geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid hebben als doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als bijvoorbeeld wonen anderzijds. bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
43
De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het ruimtelijk plan mogelijk is. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het uimtelijk plan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In onderstaande figuur zijn de richtafstanden weergegeven.
Richt afstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering
Plansituatie Nabij het plangebied zijn er 5 bedrijven of inrichtingen aanwezig die mogelijk van invloed zijn op de voorgenomen woningen. Het gaat om de volgende locaties:
4 4 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Locatie 1 In het vigerend bestemmingsplan 'Overvecht-Noordelijke stadsrand' is locatie 1 bestemd voor 'Gemengd-2'. Dit houdt in dat bedrijven in maximaal categorie B1 conform de lijst van bedrijven zijn toegestaan en de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Momenteel is softwarebedrijf 'Dirict' (een bedrijf in categorie A) gelegen op locatie 1. De beoogde nieuwbouw staat los van de bestaande bebouwing, op enige afstand. Derhalve wordt voldaan aan de eisen uit de VNG-brochure. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Locatie 2 Deze locatie heeft volgens het vigerend bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijf' met functieaanduiding 'waterzuiveringsinstallatie'. Op de desbetreffende locatie is een rioolwaterzuiveringsinstallatie gesitueerd. De ontwikkeling ligt vrijwel aangrenzend aan de RWZI. Ten aanzien van de aspecten akoestiek en geur van de RWZI is onderzoek gevoerd. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de paragrafen 5.5 Geur en 5.4 Geluidhinder. Locatie 3 Voor locatie 3 geldt de bestemming 'Maatschappelijk'. Er is in de huidige situatie een buurthuis gelegen. De eisen uit het Bouwbesluit zijn van toepassing en daarnaast moeten de panden los van elkaar te staan. De beoogde nieuwbouw staat los van de bestaande bebouwing, zelfs op enige afstand. Derhalve wordt voldaan aan de eisen van de VNG-brochure (lijst functiemenging).
Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Locatie 4 Op locatie 4 is nieuwvestiging van horeca beoogd. Op deze locatie komt een nieuwe horecagelegenheid in de categorie D1 (gemeentelijke indeling type horeca). De nieuwe horecagelegenheid bestaat uit een restaurant met een terras. Deze horecagelegenheid kan worden aangemerkt als middelzware horeca, een categorie A functie conform de lijst functiemenging. De eisen uit het Bouwbesluit zijn toereikend. Het horecapand staat los van de bestaande bebouwing in de omgeving en ook de beoogde nieuwbouw is op enige afstand gelegen. bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
45
Daarnaast ligt het beoogde terras (ruimschoots) los van omliggende woningen (nieuwe en bestaande). In het kader van het aantonen van een goed woon- en leefklimaat is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor paragraaf 5.4 Geluidhinder. Locatie 5 Op deze locatie wordt een nieuw kantoor gerealiseerd. Een kantoor kan conform de VNG-brochure (lijst functiemenging) gerekend worden tot een categorie A bedrijf. Ook in dit geval zijn de eisen uit het Bouwbesluit toereikend. Zowel de nieuwbouw als de bestaande woningen rondom liggen los van het nieuwe kantoor, de bebouwing bovendien op enige afstand. Derhalve wordt voldaan aan de eisen uit de VNG-brochure. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering is geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.4
Geluidhinder
Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De mate van acceptatie en hinder is onder meer afhankelijk van de functie van het geluidsbelaste object – hiervoor kent de wet 'geluidsgevoelige bestemmingen' zoals woningen en scholen. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn in de volgende gevallen van toepassing bij het vaststellen van een bestemmingsplan: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen; bestemmen van gronden voor aanleg van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/u geldt); reconstructie van wegen; gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A).
Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. Onder bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de gemeentelijke geluidnota, kan door burgemeester en wethouders een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting worden vastgesteld. De voorwaarden uit de Geluidnota Utrecht 2014-2018 op basis waarvan een hogere waarde kan worden vastgesteld, zijn: iedere woning dient te beschikken over een geluidsluwe gevel (bij woningen kleiner dan 30 m2 geldt dat voor 50% van het totaal aantal woningen waarbij onder geluidluw wordt verstaan de voorkeurswaarde plus 5 dB); de woning bevat voldoende verblijfsruimten aan de geluidsluwe gevel, te weten 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied; wanneer de woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag er in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan op de geluidsluwe gevel.
Plansituatie Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones voor wegverkeer (Jagerskade, Loevenhoutsedijk-Anton Geesinkstraat en Brailledreef), railverkeer (spoor Utrecht CS-Utrecht Overvecht) en industrie (Rioolwaterzuiveringsinstallatie RWZI Zandpad).
Weg- en railverkeerslawaai Voor het plangebied zijn verschillende akoestische onderzoeken uitgevoerd. In het rapport 4 6 bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai Jagerskade te Utrecht (Tritium Advies, kenmerk 2008/090/MD-01, versie A d.d. 5 januari 2021), is het geluid van het weg- en railverkeer in beeld gebracht. Zie Bijlage 13 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai). Uit het onderzoek volgt dat het geluid van deze bronnen voldoet aan de voorkeursgrenswaarden vanuit de Wet geluidhinder. Een ontheffing ('hogere waarde') is niet nodig. Industrielawaai Het geluid van de RWZI is onderzocht en weergegeven in rapport Onderzoek geluid Jagerskade Toetsing invulling BP RWZI tov Jagerskade (LBP|Sight, kenmerk R074478aa.20G6726.djs d.d 31 maart 2021). Zie Bijlage 11 Onderzoek Geluid RWZI. Uit onderzoek blijkt dat het geluid van de RWZI in de bestaande situatie ter plaatse van de gevels van de nieuwe woningen ruimschoots voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Een groot deel van het terrein van de RWZI is nu echter niet in gebruik terwijl hier volgens de bestemming vergelijkbare activiteiten kunnen worden ontplooid. Om de maximale invulling van de bestemming te onderzoeken, is een tweetal aanvullende situaties doorgerekend uitgaande van de stand der techniek. Uit deze berekening volgt dat het geluid van de RWZI boven de voorkeursgrenswaarde kan uitkomen en kan oplopen tot maximaal aan 55 dB(A). Dit komt overeen met de maximale ontheffingswaarde.
Om deze reden zal parallel aan de bestemmingsplanprocedure ook een ontheffingsprocedure in het kader van de Wet geluidhinder worden doorlopen. Zie hiervoor Bijlage 16 Hoge Waarden besluit. Verder is in de regels van dit bestemmingsplan (Artikel 15 Geluidsgevoelige bestemming) juridisch geborgd dat voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige bestemming, vast moet staan dat de geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde, dan wel binnen de maximaal toelaatbare (hoge waarde) blijft. Goede ruimtelijke ordening Terras In het plangebied wordt horeca met een buitenterras mogelijk gemaakt. Stemgeluid afkomstig van bezoekers op een terras wordt conform het Activiteitenbesluit uitgesloten van toetsing. Er kan met andere woorden bij eventuele overlast niet op worden gehandhaafd. Aangezien dit geluid wel tot hinderlijke situaties kan leiden, dient dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel te worden onderzocht en afgewogen. Het stemgeluid afkomstig van bezoekers op het terras is onderzocht en gerapporteerd in rapport Akoestisch onderzoek omgevingslawaai terras en parkeerplaats Jagerskade te Utrecht (Tritium Advies, kenmerk 2012/109/RV-01, versie 0, d.d. 7 januari 2021). Zie Bijlage 14 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai.
Uit dit onderzoek blijkt dat stemgeluid van bezoekers op het terras ter plaatse van nieuwe én bestaande woningen niet meer zal bedragen dan 45 dB(A) - de avondperiode is bepalend. Dit wordt als acceptabel beoordeeld. Ontsluitingsverkeer De ontwikkeling van het plan kan ook leiden tot effecten bij de huidige woningen. In dit geval is het verkeer van en naar de nieuwe woningen relevant aangezien deze gebruik gaan maken van de bestaande ontsluiting aan de kant van de Loevenhoutsedijk en op korte afstand van de daar aanwezige woningen gaan rijden. Het geluid van het ontslutingsverkeer is ook onderzocht en gerapporteerd in rapport Akoestisch onderzoek omgevingslawaai terras en parkeerplaats Jagerskade te Utrecht (Tritium Advies, kenmerk 2012/109/RV-01, versie 0, d.d. 7 januari 2021). Zie Bijlage 14 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het geluid van het ontsluitingsverkeer (het huidige én nieuwe verkeer samen) ten hoogste 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt bij de bestaande woningen. In het rapport is dit niveau getoetst aan de VNG-systematiek van Bedrijven en Milieuzonering, de eis van 35 dB(A) voor het binnenniveau vanuit het Activiteitenbesluit en de Handreiking Industrielawaai. Dit wordt als acceptabel beoordeeld. Hiermee in voldoende mate invulling gegeven aan een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
5.5
Geur
Planologische ruimte RWZI Voor de goede ruimtelijke ordening moet beoordeeld worden of het aspect geur een belemmering is bestemmingsplan "Jagerskade, Overvecht" (vastgesteld)
47
voor de volledige planologische benutting van de RWZI. Om te kunnen bepalen of met de realisatie van de woningbouwontwikkeling, sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is er onderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor Bijlage 2 Geuronderzoek. In het onderzoek is de geurcontour opgenomen van de huidige situatie ten opzichte van de geplande nieuwbouw en zijn de potentiële geurbelastingen onderzocht van de mogelijke toekomstige situatie, waarin de installatie en gebouwen van de RWZI na circa 30-40 jaar van de huidige locatie in het noordwestelijk deel (zoals nu vergund) verplaatst moeten worden naar het zuidoostelijk deel van het terrein. Dit zogenaamd 'omklappen' na enkele tientallen jaren, zou noodzakelijk zijn door reguliere slijtage aan de gebouwen en installaties van het RWZI. De berekende scenario's in het onderzoek zijn: 1. De huidige vergunde situatie (niet 'omgeklapt') 2. Omklapscenario met de huidige capaciteiten van waterzuivering en slibverwerking ('1x RWZI') 3. Omklapscenario met 1x RWZI, maar met gespiegelde indeling 4. Omklapscenario met uitbreiding naar 1,5x RWZI 5. Omklapscenario met uitbreiding naar 1,5x RWZI, maar met gespiegelde indeling 6. Maximale invulling: omklapscenario met uitbreiding naar 1,2x RWZI, en gespiegelde indeling In de onderstaande contourkaarten zijn de 98 percentiel geurcontouren opgenomen voor scenario's 1 t/m 6.