CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Integrale voorbereidende vergadering 18 februari 2021.doc

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering, Integrale voorbereidende vergadering en stemraad van 4 en 18 februari 202118.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nu worden partijen die de wet overtreden hebben beloond met een financiële bijdrage. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of het centrale aanmeldbeleid het grootste bezwaar is voor de VVD. Dat is er namelijk in heel veel gemeenten. Of gaat het om hoe nu de beslispunten zijn geformuleerd? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat de beslispunten een groot bezwaar zijn. Het is volkomen niet helder wat men nu krijgt. Er zit heel veel beleidsvrijheid in voor de wethouder zonder dat het een mandaatregeling is. Dit heeft de heer Te Hoonte nagevraagd. Het is heel vaag en onduidelijk. Er staat niet concreet in wat de gemeente krijgt. Dat kan ook niet, want het is niet haar beleid. Dat is een lastig punt. Hiermee treedt de gemeente in bevoegdheden die niet de hare zijn. De gemeente had er als toezichthoudende partij wel wat van kunnen vinden. Als de VVD voor stemt, moeten er concrete voorwaarden gesteld worden en moet in ieder geval de positie van de raad beschermd worden. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) is verbaasd over wat de heer Te Hoonte zegt over de handhavingstaak van de gemeente en over de toezichthoudende partij. In het verleden ging het aanmeldbeleid via schoolbesturen. Dat is nu nog steeds het geval. De toezichthoudende taak zit bij

16

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 de Inspectie. Met dit voorstel probeert de gemeente meer sturing te geven binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft. Dat betekent inderdaad enige onzekerheid. Er moet immers met partners samengewerkt worden. Tegelijkertijd komt er een speelveld met veel meer transparantie. De handhavingstaak had de gemeente niet en krijgt ze ook niet. De toezichthoudende partij is ze evenmin. De voorzitter geeft mevrouw Kleinrensink het woord om haar bijdrage voort te zetten. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wil nog kort reageren op wat er gezegd is. Het is belangrijk te beseffen dat de gemeente in dit voorstel een partner is in het proces. Het is inderdaad aan de scholen. Daarom ligt het nu bij medezeggenschap. Het is heel mooi dat de gemeente gaat faciliteren in het aanmeldbeleid. De gemeente zorgt voor een website en heeft een heel duidelijke taak. Tegelijkertijd zijn de precieze regels in samenwerking met de scholen opgesteld. Mevrouw Kleinrensink was bijna aan het einde van haar bijdrage. Het is belangrijk dat er verder gekeken wordt en dat er aandacht moet zijn voor segregatie. Hierom zal GroenLinks een motie steunen van de PvdA over de monitoring van segregatie. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) stelt dat in de commissie bleek dat de wethouder de moeder van de schoolbesturen speelt.

Eerst vroegen de scholen geld bij “papa het Rijk” en dat kregen ze ook. Daarna hielden ze hun hand op bij “moeder de wethouder” omdat ze aangaven niet genoeg te hebben gekregen. Eerst ging het om verduurzaming, nu om het aanmeldbeleid, waar ze nota bene zelf verantwoordelijk voor zijn en waarbij ze steken hebben laten vallen. Stadsbelang vraagt zich af of het hiermee stopt. De Inspectie heeft laten weten dat er ruim een miljard euro op de plank ligt bij basisscholen en diverse schoolstichtingen en heeft daarom een signaleringswaarde ontwikkeld. Ook de minister van Onderwijs is dat ongebruikte vermogen een doorn in het oog. De wethouder van Onderwijs in Utrecht wil toch elke keer de portemonnee trekken, terwijl ze geen inzicht heeft in het vermogen van de scholen in Utrecht. Dat heeft ze laten blijken in de commissie. Ze vindt dat Stadsbelang Utrecht het zelf maar moet uitzoeken. Dit is natuurlijk belachelijk, want de Inspectie heeft zelf aangegeven dit ook niet inzichtelijk te krijgen. Kan de wethouder onderzoeken wat het vermogen is van de scholen en of de scholen in Utrecht conform de signaleringswaarde handelen en hierbij rekening houden met de algemene reserves en bestemmingsreserves? Zo nee, dan zal Stadsbelang Utrecht de motie “Eigen vermogen scholen” indienen. Stadsbelang Utrecht vindt dat de wethouder eerst inzichtelijk moet krijgen wat scholen zelf kunnen betalen.

Daar zijn ze zelf verantwoordelijk voor. Als ze niet genoeg hebben, moeten ze aan het jasje trekken van papa het Rijk. De heer De Boer komt op het aanmeldbeleid. Gisteren vroeg zijn zoon van negen of hij voor tien euro “Roblox” mocht kopen voor een online game. De eerste reactie van de heer De Boer was instemmend en hij vroeg wat je ermee kon doen. Hij vroeg eerst of zijn zoon zelf genoeg gespaard had, want hij geeft niet zomaar geld. Kinderen horen namelijk te leren wat sparen is, net als schoolbesturen. Uit het schrijven van de Inspectie blijkt dat ze weten wat sparen is. Ze doen dit zo goed dat ze het geld niet uitgeven waar het voor bedoeld is. Het is de verantwoordelijkheid van de zoon van de heer De Boer om goed om te gaan met het spel, maar ook met zijn geld. Besloten werd dat de zoon de helft zou betalen en de heer De Boer de andere helft, nadat de zoon goed had uitgelegd wat het was en hoe hij hier verantwoordelijk mee om kon gaan. Scholen zijn verantwoordelijk voor het aanmeldbeleid. Dit heeft de heer De Boer gecheckt bij de ambtenaren. De gemeente is hier niet verantwoordelijk voor, maar toch wil de wethouder structureel en eenmalig de portemonnee trekken. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat de gemeente als taak heeft om, in overleg met de scholen, het aanmeldbeleid vorm te geven via de Lokale Educatieve Agenda.

Erkent de heer De Boer dit? De gemeente heeft hier dus wel degelijk een aandeel in. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat de gemeente een rol kan hebben, maar dat het aanmeldbeleid de verantwoordelijkheid is van de scholen.

17

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 De voorzitter stelt voor het erop te houden dat de heer Assen en de heer De Boer het niet met elkaar eens zijn. Hij krijgt tevens van de voorzitter van de commissie door dat de bijdrage van de heer De Boer veel lijkt op zijn commissiebijdrage. Hij verzoekt de leden de commissie niet over te doen. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) vraagt waarom de wethouder de portemonnee wil trekken terwijl de schoolbesturen verantwoordelijk zijn. Is de wethouder bereid om de structurele bijdrage te schrappen uit het voorstel en de verantwoordelijkheid te laten waar die hoort en tevens de eenmalige bijdrage te verlagen naar €50.000? Stadsbelang en de VVD dienen mogelijk het amendement “Scholen financieel verantwoordelijk” in. De heer Te Hoonte (VVD) meldt dat de VVD het amendement van de heer De Boer zal steunen. Zoals in de commissie al aangegeven, staat de VVD niet te springen om het centraal aanmeldbeleid in het Utrechts basisonderwijs. Het komt de keuzevrijheid van ouders niet ten goede. Het is als middel niet noodzakelijk om ervoor te zorgen dat schoolbesturen zich houden aan de Wet op het primair onderwijs. In de commissie had de VVD al verzocht om ervoor te zorgen dat er veel keuzevrijheid blijft voor ouders en dat ze op meer dan drie scholen voorrang krijgen bij het criterium “buurt”.

De wethouder gaf in de commissie aan dat ze er ook aan denkt dat het er meer zouden moeten zijn, maar dit was ook weer niet concreet. Hierom wil de VVD toch een motie indienen waarin vastgelegd wordt dat er in het gemeentelijk aanmeldbeleid, waarvoor geld vrijgemaakt wordt, in ieder geval vijf scholen zijn die binnen het afstandscriterium voor de kinderen vallen. Kan de wethouder dit toezeggen? Daarnaast kwam de VVD tot de conclusie dat het huidige kader van stedelijke scholen en scholen die voor iedereen zijn toch nog niet voldoende is. Er lijkt wat tussen te vallen. Dit gaat met name om scholen met specifieke leerconcepten. Deze scholen hebben vaak meer een wijkkarakter. Zij zijn op een groter gebied geënt. Zij hebben dit mogelijk ooit ook op een groter gebied aangevraagd. Maar ze zijn niet stedelijk. Daarom wil de heer Te Hoonte vragen of er niet een laag tussen kan, waarin scholen kunnen zeggen dat ze een wijk bedienen, een groter gebied dan een buurt, en daarom niet onder het aanmeldbeleid willen vallen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) vindt dit een goed punt. Dit is al veel besproken. Dat deze scholen voor een groter gebied fungeren, hoeft niet te betekenen dat ze niet mee hoeven te doen, maar wel dat de criteria iets anders moeten zijn. De gereformeerde basisschool krijgt bijvoorbeeld kinderen uit Leidsche Rijn.

In het nieuwe voorstel kan dat nog steeds, omdat dat wettelijk zo is geregeld. Deze zorg wil mevrouw Streefland-Driesprong dus graag wegnemen bij de heer Te Hoonte. De heer Te Hoonte (VVD) constateert dat mevrouw Streefland-Driesprong komt met een regionale school die gebaseerd is op een geloofsrichting. Het gaat de heer Te Hoonte juist meer om scholen die onder het algemeen bijzonder onderwijs speciale leerconcepten aanbieden en die wat meer op wijkniveau opereren. Zij vallen hier nu nog buiten en de heer Te Hoonte zou scholen iets meer ruimte willen bieden om dit zelf te bepalen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) stelt dat voor deze scholen hetzelfde concept geldt. De vrije school en montessorischolen vallen hier ook onder. Het is goed om te monitoren of dit in het aanmeldsysteem ook zo landt. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) stelt dat er van alles valt onder scholen met een speciale denominatie, zowel scholen met een geloofsovertuiging als bijvoorbeeld Montessorischolen. Pleit de heer Te Hoonte er nu voor dat scholen met een stedelijke functie een wijkfunctie moeten krijgen, of wil hij dat scholen in de wijk die meedoen een groter gebied zouden moeten krijgen? De heer Te Hoonte (VVD) pleit ervoor om te onderkennen dat er scholen zijn die zich richten op iedereen uit de buurt, al dan niet met bijzonder onderwijs met welke denominatie dan ook, en dat er

18

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 ook scholen zijn die bijvoorbeeld montessori- of daltononderwijs aanbieden als “algemeen bijzonder onderwijs” en zich hierbij richten op bijvoorbeeld Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern, omdat zij denken dat in die twee wijken voldoende leerlingen zijn van wie de ouders dat onderwijsconcept willen omdat dat geschikt is voor het kind. Bij de nieuwe regels zouden zij of onder de buurtfunctie vallen, waarbij de kinderen naast de school in eerste instantie voorrang krijgen, of ze moeten kiezen voor een stedelijke school, waarmee ze een nog bredere functie krijgen dan nu. De heer Te Hoonte zou die scholen de ruimte willen geven om zich te richten op de wijk. Dit is niet in de commissie besproken, maar dit soort scholen kunnen ertussenuit vallen. Straks is er een set scholen die zich op de hele stad of zelfs de regio richt en een set scholen die alleen werkt met het afstandscriterium. Als de wethouder kan toezeggen dat zij dit in ieder geval wil onderzoeken, is men een stap verder. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vertelt dat in een technische bijeenkomst duidelijk werd dat een aantal scholen regionaal wil zijn en een aantal scholen mee wil doen aan het aanmeldbeleid. De scholen herkennen zich dus in deze twee varianten. Scholen die breder willen werken, kunnen ook met dit aanmeldbeleid werken.

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat het ook gewoon toegevoegd kan worden als er geen zorg over is. Dat is ook prima. Hij heeft het idee dat de drie vrij grote scholenstichtingen die er in Utrecht zijn de leiding zullen hebben gehad bij het opstellen van dit convenant. Een aantal kleinere stichtingen of landelijke stichtingen hebben een of twee scholen. Het toevoegen van de wijkfunctie kan ook een geschikte optie zijn die scholen in de toekomst misschien wel willen kiezen. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de heer Te Hoonte, gezien zijn kritiek op het hele voorstel, het systeem hiermee niet nog complexer maakt in plaats van eenvoudiger. De heer Te Hoonte (VVD) denkt van niet. Het systeem is al heel complex. Dit vormt een bruggetje naar zijn volgende punt. Er lopen nog simulaties over hoe dit uit zal pakken. De medezeggenschap op de scholen moeten er nog iets van vinden. In de raad komen nog reacties. Er zullen dus nog wel zaken aangepast worden. In andere steden is het convenant veel gerichter op de daadwerkelijke regels. De raad weet dus eigenlijk niet zo goed waar hij voor tekent. Er zijn vast veel gesprekken over geweest. Het vertrouwen in de coalitie in de eigen wethouder is groot. Maar na de verkiezingen, in een volgende coalitie, moet ook nog duidelijk zijn waarvoor getekend is en hoe men daarmee verder gaat.

De heer Te Hoonte wil de wethouder vragen of zij alsnog bereid is om het definitieve convenant naar de raad te sturen. Het is een samenwerkingsovereenkomst die financiële gevolgen heeft voor de stad. Dat suggereert beslispunt 2 althans. De raad zou dus in ieder geval iets mogen vinden op het minste niveau, de wensen- en bedenkingenperiode. Dat duurt twee weken. Dan kan de raad er in ieder geval nog een keer iets van vinden. Als de wethouder dit niet wil toezeggen, heeft de heer Te Hoonte hier een amendement voor klaarliggen. Verder wil hij de wethouder vragen hoe zij er in de toekomst mee wil omgaan als er door de scholen wijzigingen in het convenant worden voorgesteld of als de raad verzoeken heeft. Hoe gaat dit proces? Zij mag ook toezeggen er nog op terug te komen voor het definitieve convenant is getekend. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) is blij dat het voorstel er ligt. De ChristenUnie zal voor stemmen. Mevrouw Streefland-Driesprong denkt dat dit centrale aanmeldbeleid inzicht zal geven in de groei en krimp en dus in de onderwijshuisvestingsvragen. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Is er een relatie tussen het aanmeldbeleid en de huisvestingsvraag? Kan de raad hierover geïnformeerd worden? De ChristenUnie zal de motie van de PvdA met betrekking tot segregatie in het onderwijs steunen.

Tot slot wil mevrouw Streefland-Driesprong expliciet aangeven dat een gesegregeerde school, waar veel kinderen zitten met een lagere sociaaleconomische klasse, nog niet wil betekenen dat het ook een school van slechte kwaliteit is. Deze scholen kunnen het soms namelijk buitengewoon goed doen. De heer Te Hoonte (VVD) las in diverse stukken dat monitoring het zicht op de onderwijshuisvesting

19

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 zou verbeteren. Maar scholen weten met dit aanmeldbeleid pas als kinderen drie jaar zijn geworden hoeveel leerlingen er zijn. Met welke snelheid gaat er lokaal bijgebouwd of gesloopt worden? Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) antwoordt dat, wanneer een kind zich bij drie jaar aanmeldt, je voor de komende jaren weet wat er nodig is aan groei. Nu ontstaat er heel veel ruis in het huisvestingsvraagstuk, omdat het onbekend is of leerlingen op meerdere scholen zijn aangemeld en de lijsten waar scholen mee werken wel de juiste zijn. Dit zou meer transparantie kunnen geven, maar het is misschien ook een goede vraag voor de wethouder. Bijbouwen kan razendsnel bij schoolbesturen. De heer Koppelaar (Student & Starter) concludeert, kijkend naar het onderzoeksrapport, dat het voorstel van het college rijmt met de meeste aanbevelingen. Er zijn echter nog twee aanbevelingen die ontbreken in het voorstel. De eerste daarvan is de ombudsfunctie. Het is heel belangrijk dat hier zo snel mogelijk budget voor vrijgemaakt wordt. Student & Starter hoopt dat de wethouder die handschoen oppakt. De tweede aanbeveling was om na te denken over de balans tussen een gelijk speelveld en het stimuleren van in de buurt naar school gaan. Wat Student & Starter betreft is het aanmeldbeleid juist geschikt om ongelijke kansen tegen te gaan.

Het is een gemis dat het tegengaan van segregatie niet expliciet is opgenomen in het voorstel. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) meent dat de heer Koppelaar twee verschillende dingen zegt. Eerst wordt er gevraagd om te zorgen voor de balans tussen een gelijk speelveld en het stimuleren van in de wijk naar school gaan. Vervolgens is het doel van het aanmeldbeleid om zo veel mogelijk in de wijk naar school te gaan. Hoe kijkt de heer Koppelaar hier tegenaan? De heer Koppelaar (Student & Starter) denkt dat die ongelijkheid en gelijkheid op veel verschillende manieren gedefinieerd kunnen worden. Dit moet juist zo breed mogelijk aangepakt worden. Dat gaat bijvoorbeeld over de etnische achtergronden van leerlingen, maar ook over hun sociaaleconomische status. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) meent dat dit juist in het voorstel staat. Het gaat namelijk om een afspiegeling van de wijk. Dan gaat het dus over een brede scope. De heer Koppelaar (Student & Starter) verwijst terug naar het debat dat mevrouw Kleinrensink met de PvdA had. Het aspect van segregatie kun je gewoon expliciet maken. Dat wil de hele raad. Dat probeert men te bereiken met het voorstel, maar de heer Koppelaar roept op om het dan ook expliciet te maken. Dan kun je erop afgerekend worden. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) is benieuwd wat de heer Koppelaar dan nog explicieter wil hebben.

Er staat namelijk letterlijk in: zorg dat het een afspiegeling is van de wijk. Wat zou hij nog toegevoegd willen hebben. De heer Koppelaar (Student & Starter) vindt de inhoud goed, maar wil dat het beestje bij de naam genoemd moet worden. Het moet expliciet gemaakt worden. Een ander voorbeeld is dat de gemeente de klimaatcrisis heeft uitgeroepen. Hier zou je tegenin kunnen brengen dat dit niet nodig is, omdat er al opgenomen is dat er meer zonnepanelen op daken moeten komen. Ook als er bepaalde maatregelen genomen worden, kan het doel explicieter gemaakt worden. De heer Te Hoonte (VVD) heeft hier moeite mee. Mevrouw Kleinrensink steunt het voorstel, maar ze heeft het over de wijk terwijl scholen zich op de buurt gaan richten. In het raadsvoorstel staat nergens dat het op de wijk gericht is. Dat staat wel in allerlei stukken eronder, maar niet in het raadsvoorstel. Toch vindt zij het een goed raadsvoorstel. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dit een andere vraag. Er is een raadsvoorstel om het aanmeldbeleid te faciliteren. Hier is zij voor, omdat het nodig is voor het aanmeldbeleid. Daarnaast

20

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 zijn er doelen van het aanmeldbeleid vastgesteld. Dat gaat nu naar de medezeggenschap van scholen. Daarin is als doel opgenomen om ervoor te zorgen dat de scholen een afspiegeling zijn van de wijk. GroenLinks spreekt hier wel steun voor uit, maar hier gaat de raad formeel niet over. De heer Koppelaar (Student & Starter) meldt dat Student & Starter de motie zal steunen die de PvdA later vandaag al dan niet zal indienen, juist omdat de fractie vindt dat alle Utrechtse kinderen gelijke kansen verdienen en de gemeente zich hier maximaal voor moet inzetten. Dit moet zo expliciet mogelijk gemaakt worden. Los van de twee ontbrekende aanbevelingen staat Student & Starter positief ten opzichte van het voorstel als geheel. Het is een flinke stap in de goede richting en de fractie zal dan ook voor het voorstel stemmen. Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat de raad wel vaker stemt over belangrijke zaken, maar dat vandaag een bijzonder moment is. Als er vandaag met het voorstel wordt ingestemd en de gezamenlijke medezeggenschapsraden dit ook doen, dan komt er eindelijk een centraal aanmeldbeleid dat ieder kind een gelijke kans op een plekje op de basisschool biedt. Hier strijdt de PvdA al tien jaar voor. Mevrouw Bouazani joeg dit eerder aan.

Zij stelde dat kinderen van verschillende achtergronden ongelijke kansen hebben op een plekje op een basisschool. Nadat die signalen zo lang werden genegeerd, moet dit aanmeldbeleid daar een einde aan maken. Of het dat doet wordt jaarlijks gemonitord. Mevrouw Assen heeft de wethouder horen zeggen dat de monitor ook bedoeld is om de raad bij te laten sturen. In de commissie zijn vragen gesteld over hoe dit in de praktijk uitpakt, zoals de schooldichtheid en hoeveel voorkeursscholen ouders opgeven. Hier zal dus op gemonitord worden. Verder waren er vragen over het loten. Ambtelijk contact heeft hier duidelijk over geboden. De PvdA sluit zich aan bij de oproep van de heer Koppelaar met betrekking tot de ombudsfunctie. De PvdA vindt, zoals ook GroenLinks in de commissie zei, dat die gereed moet zijn wanneer het aanmeldbeleid start. Kan de wethouder hier nog een reactie op geven? Het voornaamste punt dat de PvdA echt aan de voorkant geregeld wil hebben is het tegengaan van segregatie als doel van dit aanmeldbeleid. De PvdA wil dit omdat kinderen zich sociaal-emotioneel beter ontwikkelen als ze omgaan met kinderen van verschillende achtergronden. Als kinderen leren omgaan met verschillen heeft de samenleving daar baat bij. De segregatie in Utrecht is groot, stabiel hoog, of het nu gaat om sociaaleconomische segregatie of segregatie op onderwijsniveau.

Dat komt door woonsegregatie, maar niet alleen. Dit is tegen te gaan door te beginnen met te zeggen dat segregatie tegen willen gaan belangrijk is omdat segregatie kansengelijkheid tegengaat. Als iedereen zegt dit belangrijk te vinden, moet het toch niet zoveel moeite kosten om dit als doel op te nemen? Dit draagt namelijk bij aan bewustwording. Daarom doet het ertoe dat de wethouder en de gemeente dit uitdragen. Bij het voorstel van de PvdA zei de fractie zelf al dat ook dat voorstel geen toverstok was om segregatie weg te toveren, maar het aanmeldbeleid is wel een knop om aan te draaien. Het ministerie en de Staat van het Onderwijs bevestigen dit. Segregatie is voor de veerkracht van de samenleving zo slecht dat men de luxe niet heeft om het bij dit aanmeldbeleid te laten lopen. Er staat in het voorstel dat wordt gekeken welk effect het aanmeldbeleid heeft op de tweedeling in de stad en de afspiegeling van de wijk, maar dat is niet genoeg. Onderzoek van de Staat van het Onderwijs geeft aan dat effect uitblijft als er geen resultaatdoel opgenomen wordt. Dit is ook te zien in Amsterdam, waar men al tien jaar centraal aanmeldbeleid hanteert. Segregatie verdwijnt niet vanzelf als bijeffect. Het feit dat Utrecht achterloopt op andere gemeenten kan omgebogen worden in een voordeel door de kans te benutten dit meteen op te nemen in het aanmeldbeleid.

Daarom heeft mevrouw Assen de motie “Maak het tegengaan van segregatie een resultaatdoel bij het aanmeldbeleid zodat de kans op resultaat groter is” opgesteld. Hierin wordt het college opgedragen om het tegengaan van onderwijssegregatie als eigen resultaatdoel van het aanmeldbeleid op te nemen, in de jaarlijkse monitor van het nieuwe aanmeldbeleid inzicht te geven hoe onderwijssegregatie zich sinds het nieuwe aanmeldbeleid ontwikkelt en binnen het Lokaal Educatie Agenda-overleg in gesprek te gaan met schoolbesturen over expliciete resultaatdoelen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt de laatste twee punten helder en vindt dat deze ook

21

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 uitgevoerd moeten worden. Ze is echter benieuwd wat er anders zou gaan in het aanmeldbeleid wanneer het tegengaan van segregatie als doel opgenomen wordt. Het beleid zal niet anders vormgegeven worden. Gaat het alleen om het opnemen van een zin? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat het daarom ook geen probleem zou hoeven zijn. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het om goed aanmeldbeleid gaat of om segregatie. Bij de PvdA is het helder dat het gaat om het tegengaan van segregatie. Hij vraagt of hij de motie van mevrouw Assen zo mag interpreteren dat zij het aanmeldbeleid om zou willen gooien als blijkt dat het leidt tot meer segregatie. Welke middelen heeft zij dan om dat bij de wethouder af te dwingen? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat het met dit aanmeldbeleid mogelijk wordt om in de buurt naar school te gaan. Het gaat om een cirkel om je woning heen. Wanneer je aan de rand van een wijk woont, kun je dus ook in de wijk ernaast naar school. Dit spreekt al de aanname van de heer Te Hoonte tegen dat elk kind uit Overvecht per se in Overvecht naar school zou moeten gaan. Verder weet men inderdaad niet hoe dit aanmeldbeleid uitpakt voor de segregatie. Mevrouw Assen weet wel dat zij segregatie wil tegengaan. Het is ook een aanname dat een goed aanmeldbeleid niet het primaire doel zou zijn van de PvdA.

Het moet eerlijk en transparant zijn en segregatie tegengaan. Dit is allemaal belangrijk. Als er data zijn kan er gemonitord worden waarop bijgestuurd moet worden. Om segregatie tegen te gaan zijn er dus data nodig. De Amsterdamse segregatiemonitor is daar een goed voorbeeld van. Daarom heeft mevrouw Assen de motie “Maak werk van segregatiemonitor primair onderwijs” opgesteld. Hierin wordt het college opgedragen om bij de Voorjaarsnota 2021 een voorstel te doen aan de raad om een segregatiemonitor primair onderwijs mogelijk te maken. De PvdA stelt in met het voorstel voor een centraal aanmeldbeleid, omdat het een enorme stap is in de kansengelijkheid. De partij is blij dat dit er komt. Mevrouw Assen herhaalt haar eerder uitgesproken waardering voor iedereen die eraan bijgedragen heeft. Zelf heeft zij van veel kanten waardering gehoord voor het PvdA-voorstel en de inzet hiervoor. Hiervoor spreekt mevrouw Assen haar dank uit. Als het om de gelijke kansen van kinderen gaat, kan de gemeente niet ambitieus genoeg zijn en segregatie schaadt die kansengelijkheid. De achterstand van tien jaar kan nu ingelopen worden door het tegengaan van segregatie als ambitie uit te spreken. De heer Saiah (D66) is blij dat de raad hier voor het voorjaarsreces nog een besluit over kan nemen. Er is een goed debat gevoerd in de commissie.

Na het uitvoerige participatietraject is het goed dat de raad het signaal kan geven dat hij achter de voorliggende plannen staat. Een eerlijk en transparant aanmeldbeleid waarmee kansengelijkheid bevorderd kan worden is altijd het uitgangspunt voor D66 geweest. Het is dan ook goed om te zien dat ook de scholen dit geconcludeerd hebben en zij ook een bijdrage hebben geleverd aan de aanpak. Gemengde scholen kunnen een bijdrage leveren aan wederzijds begrip, ontmoeting en respect van kinderen met verschillende achtergronden onderling. Het is dan ook goed dat de wethouder al heeft toegezegd een monitor op te stellen met de nodige knoppen waar de raad aan kan draaien om segregatie tegen te gaan. De heer Saiah had in de commissie al een aantal punten genoemd die D66 heel belangrijk vindt. Hij wil er twee herhalen. Ten eerste moet de communicatie zo goed als mogelijk op orde zijn. Alle beschikbare manieren moeten benut worden. Ten tweede zou het mooi zijn als er meer ouderinitiatieven door heel de stad zouden komen. De gemeente kan een stimulerende en faciliterende rol spelen. Tot slot heeft de heer Saiah nog een vraag aan de wethouder over het ICTsysteem. Het wiel hoeft nog niet opnieuw uitgevonden te worden. Amsterdam en Nijmegen werken al met een centraal aanmeldsysteem.

Is het mogelijk om hieruit elementen te kopiëren? Wellicht kan hier meer uitgehaald worden via de kanalen van de Gelijke Kansen Alliantie. Er is werk aan de winkel. De veranderingen moeten zo snel mogelijk uitgevoerd worden. Ouders moeten zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld. De heer Saiah wenst de medezeggenschapsraden veel wijsheid toe. D66 is positief en zal voor het voorstel stemmen. De heer Van Steeg (CDA) dankt de wethouder voor het gedegen proces dat heeft plaatsgevonden. Dit

22

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 is een proces van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is niet alleen de gemeente die bepaalt. Dit moet met de scholen opgepakt worden. Er moet dan ook geen sprake zijn van dwang. De heer Van Steeg vindt dat er nog redelijk wat losse eindjes in het proces zitten. Dit is logisch, omdat het een gezamenlijk proces is. Daarom is het wel belangrijk om die evaluatie goed te laten verlopen. De wethouder heeft al toegezegd het voorstel bij de Voorjaarsnota financieel nader te onderbouwen. Het CDA vindt het wel belangrijk om daarover de komende tijd vaker te spreken. De heer Van Steeg vraagt de wethouder om de samenwerking te blijven zoeken met scholen die meer moeite hebben met het aanmeldbeleid en met kleine scholen die wellicht minder betrokken zijn bij het proces. De heer Wiegant (SP) stelt dat er een steeds groter gat groeit tussen arm en rijk. Dit is op alle niveaus te zien, van mondiaal tot gemeentelijk niveau. Dat gat vergroot ook steeds verder het onbegrip tussen arm en rijk, waardoor het gat weer groter wordt. Vanuit de rijke bovenlaag leidt het vaak tot onverschilligheid over het lot van hen die minder fortuinlijk zijn. Zelf vinden ze vaak dat ze het hebben verdiend, maar het is vaak een kwestie van geluk. Vanuit de onderlaag leidt het tot een ressentiment dat leidt tot extreemrechtse radicalisering.

Het kernprobleem is natuurlijk het gigantisch en steeds groter wordende verschil tussen inkomen en vermogen, tussen een kleine extreem rijke toplaag, een steeds kleiner wordende middenlaag en een steeds groter wordende groep armen. In Nederland valt het relatief mee, maar is het nog steeds een groot probleem dat bovendien groeit. In de gemeente is dit ook te zien. De segregatie in het algemeen is best hoog in de stad. Het idee dat scholen een afspiegeling van de wijk moeten zijn bijt een beetje met het idee dat segregatie tegengegaan moet worden, maar het is waarschijnlijk beter dan de huidige situatie. De segregatie op scholen is een probleem dat niet voldoende wordt erkend, ook niet in het document waarin het dus niet als doel wordt opgenomen om vrij onbegrijpelijke redenen. Dat men dan weer terug aan tafel moet is een procesmatig argument. Waarom is het dan niet meteen als doel opgenomen? Wat is daar de reden achter? Kan de wethouder zeggen waarom dit niet in den beginne als doel is opgenomen? Het college zegt namelijk wel tegen die segregatie te zijn en kansengelijkheid na te streven. Dit is een gemiste kans. De SP is al lange tijd boos over dit aanmeldbeleid. Na veel ontkennen is er eindelijk het onderzoek gekomen waaruit blijkt dat iedereen die zat te klagen toch gelijk had.

Die uitkomst was niet zo verbazingwekkend, want op de websites van scholen stonden gewoon dingen die niet mochten. Het is wel positief dat er uiteindelijk wat is. De SP staat al lang een centraal aanmeldbeleid voor en dit is nu eindelijk een concreet plan. Hiervoor bedankt de heer Wiegant het college. De SP zal voor het voorstel stemmen, omdat het een aanmerkelijke verbetering is. De heer Wiegant tekent hierbij aan dat het een pijnlijke gemiste kans is en dat de SP hierom onder de moties van de PvdA staat. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt dat het voorstel bijdraagt aan een helder, transparant en eerlijk beleid. Wat de PvdD betreft was hierbij ook uitgesproken dat het tegengaan van segregatie een van de doelen is. Daarom steunt de fractie de motie van de PvdA hierover. De buurtgerichtheid en een centraal aanmeldpunt dragen hopelijk bij aan een flinke stap vooruit in het creëren en waarborgen van kansengelijkheid in het onderwijs. Het initiatiefvoorstel ging verder, maar dit collegevoorstel zal ook gesteund worden door de PvdD. De voorzitter stelt vast dat hiermee de eerste termijn van de raad afgehandeld is. De vergadering zal tot 14.00 uur geschorst worden voor de lunch. Daarna zal wethouder Klein in eerste termijn antwoorden. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan mevrouw Klein.

Mevrouw Klein (wethouder) is blij dat er vandaag gesproken wordt over het vernieuwen en veranderen van het aanmeldbeleid op de basisschool. Hierover is vaker gesproken, maar dit is een belangrijk moment. Het college wil gelijke kansen voor alle kinderen bij het aanmelden bij de basisschool van voorkeur door een eerlijke en eenvoudige procedure. In dit specifieke raadsvoorstel

23

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 is de rol van de gemeente hierbij beschreven. Dit wordt samen met de partners in de stad uitgevoerd. Uiteindelijk gaat het om de verandering in het leven van kinderen. Zij wil iedereen bedanken die hieraan heeft bijgedragen. Veel mensen hebben zich hiervoor ingezet en de raad heeft veel input gegeven. Ouders mogen hun kind op alle scholen aanmelden. Als een school voldoende plekken heeft, is plaatsing zeker. Dit is op dit moment bij zo'n 75 scholen het geval. Alleen als er meer aanmeldingen zijn dan plekken worden de voorrangsregels toegepast. Nieuw ten opzichte van de huidige situatie is dat je precies weet in welke volgorde dit gebeurt. De heer Te Hoonte (VVD) hoort de wethouder zeggen dat het heel duidelijk is, maar het is onbekend op welke scholen dit systeem geldt en op welke niet. Dat zit niet in het convenant. In sommige andere steden wordt het wel vooraf aangegeven. Je hebt dus pas zekerheid wanneer je een antwoord krijgt. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat scholen op dit moment laten zien hoeveel aanmeldingen ze hadden en hoeveel plekken ze hadden. Dat is inderdaad terugkijkend. Zij gaat ervan uit dat scholen in het nieuwe systeem ook gaan aangeven hoeveel plekken ze hebben. De heer Te Hoonte (VVD) hoort de wethouder zeggen dat ze ervan uitgaat.

Betekent dit dat het zo is, of dat ze denkt dat het zo is? Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat scholen aan de gemeente kunnen vragen om voor huisvesting te zorgen voor de kinderen die ze hebben. Zij hoeven dat niet te beperken. Dat kun je met elkaar afspreken. Hier werkt men samen aan, maar dat proces is nog niet afgerond. Er werd een vraag gesteld over onderwijshuisvesting en het nieuwe aanmeldbeleid. Die hebben wel degelijk een interactie. Op voorhand is het niet precies te voorspellen, maar het college zal dit goed in de gaten houden en de raad hier goed over blijven informeren. Dit is een toezegging in de richting van de fractie van de ChristenUnie. Stadsbelang Utrecht vroeg of het niet mogelijk was dat de gemeente gaat onderzoeken wat het eigen vermogen van schoolbesturen is. Het Rijk geeft geld aan schoolbesturen en wil terugzien wat daarmee gebeurt en of het doelmatig wordt besteed. De basisscholen in Utrecht vallen allemaal onder het normale basistoezicht. Als er dingen aan de hand zouden zijn, zouden die omhoog komen. Er wordt verzocht om dit extra vanuit de gemeente te controleren, maar de gemeente heeft haar handen al vol heeft met de dingen die ze moet en wil doen. Er zijn geen middelen om dit goed te doen. Het is niet verstandig om dit naar de gemeente toe te halen.

De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat de wethouder dit niet naar de gemeente wil halen. Misschien wil ze wel bij het ministerie navragen hoe het zit bij de scholen in Utrecht. De gemeente trekt wel telkens blindelings de portemonnee, terwijl de wethouder niet weet wat er op de bankrekening van de scholen staat. Het is een doorn in het oog van de minister. Eigenlijk zet de wethouder de minister opzij door het vermogen van de scholen te negeren. De heer Saiah (D66) vindt deze strategie van Stadsbelang Utrecht interessant, omdat deze fractie bij de bespreking van de Voorjaarsnota en programmabegrotingen met allerlei voorstellen is gekomen hoe de gemeente zou moeten investeren in het onderwijs, bijvoorbeeld over de doorstroom van groep 8 naar het vo. De voorzitter constateert dat er geen vraag werd gesteld aan de heer De Boer en geeft de wethouder het woord. Mevrouw Klein (wethouder) benadrukt dat zij al geïnformeerd heeft bij de Inspectie hoe het ervoor staat bij de schoolbesturen van de basisscholen in Utrecht. Die scoren voldoende bij het basistoezicht. Op basis daarvan moet de gemeente geen zaken naar zich toe trekken die vanuit het Rijk goed georganiseerd moeten zijn.

24

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) vraagt of dit betekent dat de scholen in Utrecht voldoende vermogen hebben om het aanmeldbeleid zelf te financieren. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat dit gaat over hoe zij hun middelen financieren. Dit brengt haar bij de andere vraag die Stadsbelang Utrecht stelde, of de gemeente een rol heeft in de financiële bijdrage. Bij dit raadsvoorstel is heel duidelijk gezegd wat het college als rol van de gemeente ziet: die van partner en aanjager bij een open stedelijk aanmeldbeleid. Dit doen de scholen dus niet alleen. Daarnaast faciliteert de gemeente een centraal aanmeldsysteem en biedt ze ouders voorlichting en ondersteuning bij de wijze van aanmelden. Dit zijn dus zaken die gedaan worden alvorens de ouder bij de school terechtkomt. Voor dat deel geeft de gemeente een financiële bijdrage. Er is al gesproken over het lopende jaar. Bij de Voorjaarsnota komt zij hierop terug, tenzij het kan uit de lopende begroting. Scholen doen nog steeds een heleboel zelf, zoals het normale aanmeldproces nadat een ouder zich bij een school aanmeldt. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) vindt toch dat de wethouder de scholen beloont voor het niet goed naleven van hun eigen beleid. De wethouder trekt de portemonnee, zowel eenmalig als structureel.

De heer Te Hoonte (VVD) hoorde de wethouder zeggen dat zij niet terugkomt naar de raad als het binnen het programma gefinancierd kan worden. Dan zijn de middelen echter niet toegekend aan dit doel. De heer Te Hoonte gaat er dus van uit dat deze wethouder of de wethouder van Financiën hoe dan ook terugkomt naar de raad. Mevrouw Assen (PvdA) wil de heer De Boer vragen of hij het niet eens is met het doel, of dat het een principieel punt is. Zij heeft namelijk ook wel voorstellen van Stadsbelang gezien om geld te koppelen aan bepaalde doelen. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat het niet zozeer om het doel gaat, maar om het principe. Scholen hebben gefaald in het aanmeldbeleid en worden daar nu voor beloond. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de heer De Boer dan wel deelt dat hier, als de raad dit wil, ook financiën bij horen. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat de gemeente een partner is, maar vindt, als er strikt naar het aanmeldbeleid gekeken wordt, dit een verantwoordelijkheid van de scholen, met name financieel. De voorzitter stelt voor dat de wethouder de beantwoording van de vragen vervolgt. Mevrouw Klein (wethouder) geeft in antwoord op vragen van de VVD-fractie aan dat de raad er zeker op mag vertrouwen dat het financieel netjes zal zijn. Deze garantie geeft zij.

In reactie op Stadsbelang Utrecht wil zij nog zeggen dat het college juist een maatschappelijke taak ziet. De gemeente heeft een rol bovenop de rol van de schoolbesturen. De raad heeft hier vaak over gesproken. Dit voorstel sluit daarop aan. De VVD had gevraagd hoe ervoor gezorgd kan worden dat er voldoende plekken zijn waar ouders voorrang hebben. Als de afstand waarbij kinderen voorrang hebben te groot wordt, hebben zo veel kinderen voorrang dat eigenlijk niemand meer voorrang heeft. De VVD refereerde terecht aan de simulatie om het specifiek op de Utrechtse situatie goed aan te laten sluiten. Daarbij wordt ook bekeken wat het juiste aantal voorrangsscholen is. Er moet een goede balans gevonden worden. Ouders moeten niet te zeer beperkt worden in hun keuze. Sowieso mogen zij zich nog op alle scholen aanmelden. Er zijn ook veel scholen waar voldoende plaats is. De buurtvoorrang is vooral om te voorkomen dat in de hand gewerkt wordt dat kinderen niet dicht bij huis naar school kunnen. Dit kader is helder. Wat de VVD gezegd heeft, is ook helder. Het is belangrijk dat er goede

25

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 informatie aan de ouders gegeven wordt. Ouders moeten ook al een idee hebben hoeveel plekken er op scholen waren en hoeveel aanmeldingen er waren. De VVD vroeg ook of buurt en stedelijk niet te ver uit elkaar liggen. Het is belangrijk dat voorrang gegeven wordt vanuit het woonadres. Een wijk is in zekere zin ook maar een willekeurige indeling. Dit is misschien niet per se wat nodig is. Zij begrijpt wat de VVD zegt. Sommige scholen bedienen misschien een groter gebied dan de buurt. Zij zegt toe dit mee te zullen nemen in de eerste evaluatie en te bekijken of er nog differentiatiemogelijkheden zijn. Scholen kunnen nu aangeven dat zij een functie hebben voor de hele stad. Dan doen ze niet mee aan de buurtvoorrang. Zij denkt dat dit een goede vorm is. Veel scholen willen juist graag een buurtschool zijn. De VVD vroeg ook naar het convenant. Het convenant ligt voor bij de medezeggenschapsraden. De kaders zijn duidelijk. Zij zal de raad op de hoogte houden hoe het verder gaat met het convenant. Er werd gevraagd hoe het in de toekomst zal gaan. Het kan best dat een schoolbestuur of de gemeente iets wil opnemen. Dan zal het op dezelfde manier gaan als nu, vanuit dezelfde gezamenlijkheid. In de commissie is al besproken dat er ook nog schoolbesturen kunnen toetreden of eruit kunnen stappen, afhankelijk van de situatie.

Dat blijft men gezamenlijk doen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een vraag over de eerste motie. In de commissie heeft hij uitgelegd waarom hij wil dat kinderen op meer dan drie scholen voorrang krijgen. Er zijn drie grote koepels. Het mag niet gebeuren dat je alleen maar uit hun scholen mag kiezen. De wethouder heeft toen gezegd ook wel aan meer te denken. De heer Te Hoonte heeft toen het aantal van vijf genoemd. De wethouder antwoordde toen dat zij ook dacht dat het vijf of meer moest zijn. Nu heeft zij het over twee, drie, vier of vijf. Dit is onduidelijk en de heer Te Hoonte wil op dit punt graag een duidelijke uitspraak. Wat is het minimum dat de gemeente hanteert? De voorzitter meldt dat de heer Te Hoonte door zijn spreektijd heen is. Mevrouw Klein (wethouder) wil daar nu het antwoord niet op geven, omdat de simulatie nog gedaan wordt. Die zal het antwoord geven. Zij zegt niet nu al dat het er vijf moeten worden, omdat het moet worden toegespitst op de Utrechtse situatie. De heer Te Hoonte heeft duidelijk aangegeven dat er voldoende keus moet zijn. De gemeente heeft er uiteraard een verantwoordelijkheid in om ervoor te zorgen dat er voldoende differentiatie is in openbaar en bijzonder onderwijs en dat soort zaken. De heer Te Hoonte (VVD) wil een punt van orde maken. Hij vindt dat het raadsvoorstel niet rijp is voor besluitvorming, omdat niet alle informatie aanwezig is.

Mevrouw Klein (wethouder) komt bij de vraag van de fractie van de ChristenUnie over de samenhang tussen het aanmeldbeleid en huisvesting. Hier heeft zij al op gereageerd. Het is nu vaak ingewikkeld, omdat ouders bij meerdere scholen hun interesse hebben laten blijken. Dat zal in de toekomst veranderen. De fractie van Student & Starter heeft naar de ombudsfunctie gevraagd. Het is de bedoeling dat op 1 oktober, wanneer het nieuwe systeem start, ook de ombudsfunctie er is. In de commissie is gesproken over de tussenliggende fase. Student & Starter vroeg ook nog naar het wel of niet opnemen van het tegengaan van segregatie als doel. Daar zal zij op ingaan bij de beantwoording van de vragen van de Partij van de Arbeid. Ook de Partij van de Arbeid vroeg naar de ombudsfunctie. Deze vraag heeft zij al beantwoord. In de commissie heeft zij duidelijk gezegd dat ook het college ziet dat de problematiek van segregatie een breed maatschappelijk vraagstuk is. Hier wil zij geen misverstand over laten bestaan. Dit vraagt om een brede benadering. Daarom heeft zij toegezegd hier in het derde kwartaal op terug te komen. Dit zal zij dan ook breder doen dan alleen het aanmeldbeleid. De beleidsagenda tegen segregatie kan daarbij helpen. Ook de agenda van de Gelijke Kansen Alliantie biedt aanknopingspunten. Daarnaast heeft het college duidelijk aangegeven dit te zullen monitoren.

Zij ziet niet wat er anders zou gaan wanneer hier nog dingen aan toegevoegd zouden worden. Het resultaat blijft dat het college eraan blijft werken. Dat is wat telt.

26

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat de gemeente heel veel, zoals de wethouder het zou samenvatten, dubbelop doet. Er is een toegankelijkheidsagenda, maar in aparte plannen en nota’s worden ook passages opgenomen over hoe Utrecht toegankelijk kan blijven. Er is een antidiscriminatie-agenda, maar los daarvan zijn er ook concrete plannen en is er beleid om daaraan bij te dragen. Waarom kan het daar wel en hier niet? Mevrouw Klein (wethouder) weet niet of dat soort zaken allemaal vergelijkbaar zijn. Het gaat erom dat iedereen hier precies hetzelfde nastreeft, namelijk dat men uiteindelijk daden wil en geen woorden. Dat doet het college hier ook. Zij heeft duidelijk aangegeven dit te zullen gaan monitoren. Dan gaat het om de sociaaleconomische segregatie waarvan de gemeente weet dat het een bepalende factor is voor bijvoorbeeld de leerontwikkeling van kinderen. Met die informatie wil je echt iets doen, juist om ervoor te zorgen dat het ongelijke investeren tot z’n recht komt. Ook dit doet het college. Bij het bestrijden van het lerarentekort is er duidelijk voor gekozen om niet alles netjes te verdelen, maar meer te investeren waar het het hardste nodig is. Dit is inmiddels ook in Den Haag geland. In het Nationaal Programma Onderwijs is het ongelijk investeren een van de aanknopingspunten.

Mevrouw Assen (PvdA) voelt mee met het idee van “geen woorden, maar daden”, maar meent dat woorden er wel toe doen. Dit zou ze hier willen onderstrepen, omdat dit onderwerp al zolang ze raadslid is op de agenda staat. Het heeft nog niet tot concreet ander beleid geleid. Mevrouw Assen begrijpt niet waarom deze knop niet gebruikt wordt. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat zij in herhaling valt. Deze vraag heeft zij net beantwoord. Zij ziet niet wat er anders zou gebeuren als er nu nog zaken worden toegevoegd. De monitoring wordt heel serieus genomen. Er wordt breder dan alleen naar het aanmeldbeleid gekeken. Dit heeft zij allemaal al toegezegd. De fractie van de PvdA heeft ook wat dingen gezegd over wat er wellicht aan bod zal komen bij de monitoring. Zij heeft al aangegeven dat de gemeente er in het onderwijs iets aan kan hebben om wat te weten over de sociaaleconomische segregatie. Het is een thema dat het college met de schoolbesturen bespreekt. Hier heeft de fractie van de PvdA gelijk in. D66 heeft gevraagd naar de ICT-systemen. Zij is het ermee eens dat Utrecht niet zelf het wiel hoeft uit te vinden. De gemeente heeft hier met andere steden contact over en de systemen die zij gebruiken worden bekeken. De ontwikkelaars zijn bekend. Zodra de exacte eisen bekend zijn, kan de gemeente hiermee verder. Ook de Gelijke Kansen Alliantie heeft hier aanknopingspunten voor.

In de richting van het CDA wil zij graag toezeggen dat zij zich zal blijven inspannen om samen te werken met alle scholen, ook de kleine. Dit gebeurt niet alleen met betrekking tot het aanmeldbeleid, maar ook wanneer het over huisvesting gaat. In reactie op de fractie van de SP geeft zij aan dat zij niet ziet hoe het voorstel anders zou uitpakken. Het rapport liet ontluisterende dingen zien, die het college echt niet accepteert in Utrecht. Niet iedereen had dezelfde kansen om zich aan te melden. Zij benadrukt dat dat op deze manier goed opgelost is. Verder zal de segregatie goed in de gaten worden gehouden. De vragen van de PvdD zijn inmiddels ook beantwoord. Zij bedankt de raadsleden voor hun positieve opmerkingen. De voorzitter vraagt of er raadsleden zijn die antwoorden hebben gemist. Mevrouw Assen (PvdA) weet niet of de wethouder een toezegging heeft gedaan over de tweede motie. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat de Voorjaarsnota binnenkort al behandeld zal worden. Dan zal het waarschijnlijk niet alleen gaan over hoeveel het moet kosten, maar ook over wat voor monitoring dat zal zijn. Er zit dus ook inhoud bij. Hierover heeft zij in de commissie gezegd dat alles wat nog extra moet gebeuren wel invloed zal hebben op het pakket dat er al is. Zij heeft respijt gevraagd om sommige dingen wat later te doen, zodat het aanmeldbeleid op 1 oktober in kan gaan.

27

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Zij wil de monitoring daarin mee laten lopen, zodat dit ook inhoudelijk goed bij elkaar blijft. Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat de monitoring breder is dan het aanmeldbeleid. Daarom kan zij de redenering van de wethouder niet helemaal volgen. Mevrouw Klein (wethouder) bevestigt dit, maar zegt dat de gedane toezegging ook breder is dan alleen het aanmeldbeleid. Er kan worden geschetst wat er al gebeurt, maar ook tonen waar kansen liggen. Mevrouw Assen (PvdA) heeft een punt van orde. Voor zij de motie al dan niet indient, moet zij weten wat er precies is toegezegd. In de commissie heeft de wethouder toegezegd dat er een integralere visie komt op segregatie en de aanpak daarvan, maar zij heeft niet toegezegd dat de monitor waar in de motie om wordt gevraagd er komt. De gevraagde monitor heeft, net als in Amsterdam, verrijkte data waar men in Utrecht nu niet de beschikking over heeft. Zonder die data is bijsturing ook lastiger. Deze toezegging heeft mevrouw Assen nog niet in de commissie gehoord. Mevrouw Klein (wethouder) stelt voor om niet, zoals mevrouw Assen vraagt, al bij de Voorjaarsnota hier een voorstel voor te doen, maar om dit te combineren met de bredere toezegging die al gedaan is. Dan kan het concreet gemaakt worden en bepaald worden wat voor monitor het precies moet zijn.

Zij wil dit niet nu al doen, omdat de bredere analyse er nog niet is. De voorzitter constateert dat de wethouder de motie nu ontraadt, met het idee om dit in het derde kwartaal mee te nemen. Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat de voorzitter dit zo mag formuleren, maar ze stelt voor om dit te combineren in het derde kwartaal. Het is meer verschuiven dan ontraden. De voorzitter wenst mevrouw Assen succes en vraagt of er fracties zijn die nog spreektijd hebben en die behoefte hebben aan een tweede termijn. De heer Koppelaar (Student & Starter) hoorde de wethouder net zeggen dat de ombudsfunctie er zal zijn wanneer het beleid ingevoerd zal worden. Het is de heer Koppelaar echter nog niet helemaal duidelijk hoe dat precies zal gebeuren, omdat het nog niet in de plannen staat. Kan de wethouder hier nog iets meer op ingaan? Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat zij ook na vandaag de raad goed zal blijven informeren. Er is hier en daar nog uitwerking nodig. Zij zal de raad ook in maart informeren wanneer het college de reacties heeft gehad van de medezeggenschapsraden en weet of zij allemaal aan boord zijn. Zij zal er ook voor zorgen dat voor 1 oktober exact helder is hoe de ombudsfunctie eruitziet. De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over het voorstel voor geëindigd. De voorzitter sluit hierna, te 14.28 uur, de vergadering.

Signer1}}

{{Signer2}}

28

Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021

29

INHOUD Opening

Pag.

1

Vaststellen agenda

Pag.

1

10. Raadsvoorstel Zienswijze concept kaderbrief 2022 GGD regio Utrecht (GGDrU)

Pag.

1

11. Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen

Pag.

1

12. Raadsvoorstel Nota beheer openbare ruimte

Pag.

4

13. Initiatiefvoorstel Een eerlijke start voor ieder kind. Voorstellen voor een eerlijk en transparant toelatingsbeleid op basisscholen in Utrecht.

Pag.

15

14. Raadsvoorstel Gemeentelijke bijdrage aan een stedelijk aanmeldbeleid basisonderwijs

Pag.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8b5712c8-2659-436f-8c23-cb220b01c29f