Integrale voorbereidende vergadering 18 februari 2021.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN INTEGRALE VOORBEREIDENDE VERGADERING 18 februari 2021 Integrale voorbereidende vergadering, gehouden op donderdag 18 februari te 10.00 uur. Voorzitter: de heer Zwanenberg. Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Ferket, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Koppelaar, Van der Marel, Meerding, De Pagter, Podt, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, StreeflandDriesprong, Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Weistra, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Voorts is aanwezig de fractiemedewerker: De Boer. Griffier: mevrouw Van Hall. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, ook de mensen die de vergadering via de website volgen. Tijdens de integrale voorbereidende vergadering worden alle voorstellen besproken die met een B-status vanuit de commissies zijn doorgeleid naar de raadsvergadering voor een afrondend debat. Moties en amendementen worden pas ingediend tijdens de raadsvergadering die later vandaag plaatsvindt, maar de strekking ervan kan wel alvast worden meegedeeld. 10. Raadsvoorstel Zienswijze concept kaderbrief 2022 GGD regio Utrecht (GGDrU).
De voorzitter stelt vast dat dit voorstel inmiddels de A-status heeft gekregen. De besluitvorming over het voorstel zal plaatsvinden in de raadsvergadering. 11. Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat een betere balans tussen natuur en recreatie en het stoppen met jagen en hengelen drie kansen zijn die bij een reorganisatie een flinke verbeterslag kunnen betekenen. De PvdD-fractie is blij dat de wethouder dit na verzoeken van haar fractie in de commissievergadering van vorige week heeft toegevoegd aan de strekt ter vervanging. Dat scheelt weer drie amendementen. Ze wil er toch nog iets over zeggen. Hengelen is geen sport en ook geen vorm van recreatie, maar een wrede vorm van onderwaterjacht. Het is goed dat een nieuwe recreatieorganisatie hengelen niet langer faciliteert. De PvdD-fractie is blij dat de wethouder dit nu zodanig heeft opgeschreven dat de gemeente Utrecht wil dat op dat gebied geen nieuwe verplichtingen meer worden aangegaan. Ook over jagen denkt de PvdD-fractie anders dan het college. Wat de PvdD-fractie betreft, wordt de jacht per direct overal verboden en respecteert de gemeente dierenwelzijn te allen tijde. Beheer door middel van jacht hoeft niet noodzakelijk te zijn, zeker niet als het gebeurt omdat dieren of menselijke activiteiten in de weg zitten.
Er bestaat ook nog zoiets als preventie. Voor de PvdDfractie is ook het zogenaamde strikte faunabeheer geen optie, maar wat nu in de brief staat, is al een grote stap vooruit. De PvdD-fractie is blij dat de wethouder dit punt nu op deze manier heeft opgeschreven. Een volgende stap is voor een volgende keer. Het valt de PvdD-fractie op dat dit punt alleen is toegevoegd aan het stukje over het recreatieschap, maar niet aan het stuk over het plassenschap. Omdat de organisatie in samenhang gebeurt, zou de boodschap via het recreatieschap ook bij het plassenschap terecht kunnen komen, maar de PvdD-
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 fractie krijgt daarvan graag van de wethouder een bevestiging. De PvdD-fractie kondigt ook een motie aan over het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, met dank voor de eergisteren van de wethouder ontvangen cijfers over de plekken waar Utrechters recreëren. Nu is onderbouwd dat veel inwoners van Utrecht in het Nationaal Park recreëren, en ook dat het aandeel daar groter is dan het aandeel dat recreëert bij de Loosdrechtse Plassen. De PvdD-fractie wil daarover vanmiddag graag een motie indienen, waarin wordt opgeroepen om bij de omvorming van de recreatieschappen in het komende jaar ook een eerlijker verdeling van de gemeentelijke inzet te bewerkstelligen. Mevrouw Schilderman (D66) kan zich, gezien de bezoekersaantallen, voorstellen dat de bijdrage voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug nog eens wordt bekeken. Maar haar fractie wil niet dat er geld naar een gebied wordt gebracht dat het misschien niet nodig heeft, terwijl er misschien andere recreatiegebieden en natuurgebieden zijn die dat geld meer nodig hebben.
Is de PvdD-fractie dat met haar eens? Als het voorstel van de PvdD-fractie wordt gevolgd, is er dan minder geld voor andere recreatiegebieden? Is dan de implicatie daarvan dat de gemeente bijvoorbeeld de bijdrage aan de Loosdrechtse Plassen moet stoppen? Heeft de Utrechtse Heuvelrug die bijdrage echt nodig? Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat zij het dictum expres zodanig heeft geformuleerd dat de raad erover kan nadenken en er een voorstel over kan doen, zonder de percentages precies te volgen. Men kan nadenken over wat een verstandige verdeling is. De PvdD-fractie hoort over het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug dat het park steeds meer onder druk komt te staan omdat er steeds meer recreanten komen en er dus eigenlijk niet genoeg budget is om het goed te beheren. Daarom worden ook gebieden afgesloten omdat die anders niet goed beheerd kunnen worden. De heer Virginia (GroenLinks) merkt op dat zijn vragen in lijn zijn met die van de D66-fractie. De GroenLinks-fractie is benieuwd waar het volgens de PvdD-fractie minder kan. Het budget blijft gelijk, dus als het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug meer moet krijgen, zou dat ergens anders moeten worden weggehaald.
Met een efficiëntieslag alleen zal men het niet redden Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat er gelet op de bezoekersaantallen over moet worden nagedacht of de gemeentelijke bijdrage aan het Plassenschap Loosdrecht wel in verhouding is tot het aantal daar vertoevende recreanten. Het lijkt de PvdD-fractie niet verstandig om daar helemaal uit te stappen, want ook daar wil men niet de freerider zijn die wel profiteert, maar geen verantwoordelijkheid neemt. De PvdD-fractie gaat er wel van uit dat er minder aan het Plassenschap Loosdrecht kan worden bijgedragen, zodat er meer ruimte vrijgemaakt wordt voor de gemeentelijke bijdrage aan de Utrechtse Heuvelrug. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat de opmerkingen over het dierenwelzijn, het vissen en het jagen wat het college betreft gericht zijn op het geheel. Natuurlijk is het college in hoge mate gericht op de Stichtse Groenlanden, omdat dit voor de recreanten uit de gemeente Utrecht het belangrijkste gebied is. Zij ontraadt de motie. Zij heeft in de commissievergadering gezegd dat bij de vormgeving van de nieuwe betrokkenheid zeker meeweegt van welk gebied de recreanten het meest gebruikmaken. Tegelijkertijd heeft zij in de commissievergadering gezegd dat er sprake is van een gezamenlijk spel en samen oversteken.
Zij kan de redenering volgen om nabij Utrecht wat meer te doen en in het gebied van de plassen wat minder te doen, maar ook voor dat gebied blijft de gemeente een bepaalde verantwoordelijkheid voelen. Dat moet een nieuwe puzzel worden waar ook andere spelers in moeten bewegen, zoals de provincie, maar ook anderen. Een aantal gemeenten heeft er een aantal jaren geleden zelf voor gekozen om zich uit de recreatieschappen terug te trekken. Het speelveld dat nu aan de orde is, gaat dus niet over de Utrechtse Heuvelrug, vanwege die beslissing destijds. Het college richt zich nu alleen op de puzzel die binnen de recreatieschappen moet worden gelegd. Anders wordt het te ingewikkeld om er nog dit jaar uit te komen. De arrangementen die vervolgens met elkaar worden gemaakt, kunnen over routes of over handhaving gaan. Daar kan ook Utrechtse Heuvelrug natuurlijk weer aan meedoen. Dat gesprek kan dan opnieuw tot stand komen. Sterker nog, het Routebureau Utrecht dat er nu al is, werkt ook voor Utrechtse Heuvelrug. Daar zit volgens haar dus niet veel licht tussen.
2
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Wat ook meespeelt, is dat het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug niet zozeer terreinen bezit. Die terreinen zijn van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, die vergoedingen krijgen uit natuurbudgetten. Dat is echt iets anders dan recreatie. Die zaken mogen niet op één hoop worden gegooid. Bij het Nationaal Park gaat het meer over routes, informatie en handhaving. Het gevraagde in de motie is een goed gesprek voor de toekomst, maar niet voor dit moment. De intentie is er om de getallen te laten meewegen, maar het college zal de motie ontraden, nu de Utrechtse Heuvelrug daarin zo specifiek wordt genoemd. Mevrouw Sasbrink (PvdD) begrijpt dat men het volgend jaar druk heeft met herorganiseren, wat door het aannemen van de motie alleen maar ingewikkelder zou worden, maar dat er daarna wél ruimte is om na te denken over het gevraagde in de motie. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het eigenlijk over een beperkt aantal activiteiten gaat, dus niet zozeer over het beheer van gronden. Daar zijn terreinbeheerders voor. Het vraagstuk behelst de handhaving, de informatie en de routes. Er worden ook arrangementen bekeken, zoals het onderbrengen van het Routebureau Utrecht, waar dan ook de Utrechtse Heuvelrug gebruik van kan maken. Die zal dat misschien ook wel doen.
De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over het voorstel voor geëindigd. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 12. Raadsvoorstel Nota beheer openbare ruimte. Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat D66 verheugd is dat op initiatief van het CDA bij de programmabegroting een hogere ambitie voor de openbare ruimte is vastgesteld. Bij het beheer van de openbare ruimte is participatie belangrijk: mensen zeggenschap geven in hun eigen omgeving. D66 kondigt, mede namens de PvdA en de ChristenUnie, een motie aan: “Besluitvormende participatie in de openbare ruimte”. Deze zal het college opdragen om te starten met een pilot rondom besluitvormende participatie. Hier worden de volgende vier principes in meegegeven: 1. Bewoners mogen aan de voorkant scenario’s bepalen. 2. Er moet zoveel mogelijk keuzevrijheid zijn voor de bewoners. De gemeente geeft wel heel duidelijk aan wat de minimale kaders zijn. 3. De bewoners mogen besluiten, zij mogen stemmen over welke inrichting ze willen. 4. De gehele openbare ruimte mag aangepakt worden. Dit is ook bedoeld om algemene lessen te trekken over hoe goed te participeren in de openbare ruimte. De heer Virginia (GroenLinks) vraagt hoe de gemeente kan bepalen of de juiste bewoners betrokken zijn.
Waarom zijn de bewoners, wanneer er kaders zijn gesteld, de doorslaggevende bepaler hierin, niet de raad of gezamenlijk? Mevrouw Schilderman (D66) legt uit dat de bewoners van de straat de juiste bewoners zijn. Door iedereen zeggenschap te geven wordt het eerlijker. Nu zijn vooral mensen betrokken die veel tijd hebben. Dit gaat specifiek over straten in woonbuurten die heringericht worden qua openbare ruimte. Dit gaat niet over andere grote projecten die een bepaald doel nastreven wat de gemeenteraad heeft opgelegd. Mevrouw Sasbrink (PvdD) denkt dat voorbijgangers of passanten misschien een ander belang hebben dan bewoners. In relatie tot de minimale kaders zouden de bewoners andere belangen kunnen hebben dan maatschappelijke belangen, zoals klimaat, biodiversiteit of toegankelijkheid. Hoe zou dit afgewogen worden? De heer Van der Marel (VVD) constateert ook dat er veel hobbels worden ervaren in het participeren. De VVD is bezorgd dat dit gaat lijken op een buurtreferendum en dat dit vooral voordelig is voor de mondige minderheid. Wie zijn betrokken bij de vaststelling van de scenario’s en hoe richt je het
3
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 besluitvormingsproces in? De VVD vindt het een sympathiek voorstel, maar heeft vragen en ziet uit naar de reactie van de wethouder. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt de motie sympathiek, maar het zou om schijnparticipatie kunnen gaan. Besluitvormende participatie klinkt mooi, maar hoe zal dit in de praktijk worden waargemaakt? Mevrouw Schilderman (D66) probeert juist een oplossing te zoeken om mensen meer te laten participeren in de openbare ruimte. Het gaat specifiek om straten die een straat- of buurtfunctie hebben. Er is volgens haar geen sprake van een buurtreferendum. De mensen die betrokken zijn bij de vaststelling van een scenario voor een straat kunnen eigenaren of huurders zijn. Het voorstel is om nu een pilot voor te stellen en nog geen beslissing te nemen over het besluitvormingsproces. Het college kan verschillende mogelijkheden hiervoor onderzoeken tijdens de pilot. Passanten hebben geen zeggenschap in dit voorstel, dat is een tekortkoming. Maar alles vaststellen en sturen vanuit de gemeenteraad kent ook tekortkomingen. Dit voorstel ziet voornamelijk op woonstraten, niet op straten met veel verkeer. De motie is geen algemeen antwoord op alle participatievraagstukken. Het is een stap om te werken aan meer zeggenschap en om te experimenteren hoe je dit beter zou kunnen doen.
De gemeente moet laten zien waar haar prioriteiten liggen. D66 ziet prioriteit bij de wijken Overvecht, Zuid en Zuidwest vanwege de leeftijd van de openbare ruimte daar en vanwege de omvorming van 50km- naar 30km-wegen. Zij vraagt de wethouder om een integraal programma van aanpak te maken voor de openbare ruimte voor deze wijken en dat te combineren met de aanpak van de 30km wegen en dit uiterlijk 2021 aan de gemeenteraad voor te leggen. Eventueel wordt op dit punt een motie ingediend. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of Vleuten en De Meern moeten wachten op dit integrale programma. Sommige stukken daar moeten eigenlijk sneller worden vernieuwd. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft moeite met prioriteit geven aan bepaalde delen van de stad op basis van één criterium. Zou dit integraler kunnen worden bekeken? Mevrouw Schilderman (D66) verheldert dat de drie genoemde wijken grote problemen hebben met verkeersveiligheid. Dat is een grote opgave waar specifiek geld voor vrij is gemaakt. Dat betekent niet dat je moet wachten met andere plekken die ook aangepakt moeten worden. Deze nota is zo algemeen dat er geen ruimte is voor sturing door de raad. Met deze motie wordt opgeroepen om daar meer ruimte aan te geven. De heer Te Hoonte (VVD) zou graag van de wethouder willen weten of die informatie op buurtniveau beschikbaar is.
De 30km-zone is een inhoudelijke wijziging vanuit de wens van verkeersveiligheid. Betekent dit een toevoeging van middelen vanuit het Programma Mobiliteit bij het aanpassen van die wegen? Welk prijskaartje hoort hierbij? De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt zich af welk effect deze motie gaat hebben. Waarom is de huidige nota onvoldoende volgens D66 om deze wijken de prioriteit te geven die ze nodig hebben? Waarom moet er specifiek op leeftijd geselecteerd worden? Mevrouw Schilderman (D66) ervaart dat er in de oude wijken veel behoefte is aan verandering van de openbare ruimte. Veel mensen in die oude wijken wonen in hoogbouw en daardoor maken ze extra gebruik van de openbare ruimte, die daardoor belangrijker wordt. Ze onderschrijft de vraag van de heer Te Hoonte naar informatie op buurtniveau. Dit is een mooie kans om alles wat gedaan moet worden te combineren in beleid. Hoe kan de openbare ruimte op deze plekken worden heringericht in combinatie met de 30km-wegenaanpak? Dit voorstel kent ook een heel technisch stuk, namelijk hoe om te gaan met het activeren van onderhoudswerkzaamheden. Dit lijkt heel flexibel, omdat je nu investeringen kunt doen en die over vele jaren uit zou kunnen smeren. Maar dit zou ervoor kunnen zorgen dat de begroting steeds meer vast komt te staan door bestaande uitgaven.
Daarom kondigt D66, mede namens het CDA, een amendement aan om voor maximaal 40% van het beschikbare budget voor onderhoud en vervangingen de activering boven de € 0,1 miljoen toe te passen. De heer Schipper (SP) zit ook met dit dilemma, maar vraagt zich af waar het percentage 40% op
4
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 gebaseerd is? Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat de doorrekening in het stuk van het college op circa 35% uitkomt. Met een beetje extra ruimte kom je op 40%. Indien iemand met een goede onderbouwing voor een ander percentage komt, is dit zeker te overwegen. De heer Schipper (SP) vindt dit nogal willekeurig, maar hoort graag wat de wethouder en het college hiervan vinden. Mevrouw Schilderman (D66) omschrijft het als een educated guess. D66 is blij dat de wethouder bezig is het achterstallig onderhoud in kaart te brengen. De wethouder geeft aan op de meeste vlakken een goed beeld te hebben van het onderhoud. Alleen op het gebied van bebording en civiele constructies ligt dit onder de 95%. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om dit komend jaar te verbeteren? De heer Van Deún (PVV) zou het collegevoorstel op twee punten willen verbeteren. De openbare ruimte in de stad is niet overal van even goede kwaliteit. De openbare ruimte van Overvecht is versleten en verouderd. Het college benoemt dit wel, maar de PVV mist daarbij een concrete invulling en termijn. Graag een toezegging dat de wethouder uiterlijk Q4 2021 met concrete plannen naar de raad komt voor het vervangen van de openbare ruimte in Overvecht. PVV houdt hier een motie voor achter de hand.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de heer Van Deún de gehele openbare ruimte in Overvecht wil vervangen, of alleen bepaalde onderdelen. De heer Van Deún (PVV) wil graag zien waar de prioriteiten van het college liggen. Er moet een concreet plan zijn. De bewoners moeten mede bepalen wat zij belangrijk vinden. Veel inwoners ervaren overlast van verkeersgeluid. Dit blijkt grotendeels te komen van de banden en het wegdek. Het gebruik van stiller asfalt is een doel van dit college volgens het coalitieprogramma, maar in de praktijk gebeurt dit niet overal en zeker niet als standaard. Voor doorgaande wegen wil de PVV de standaard verhogen naar het op dat moment meest geluid-reducerende asfalt. Graag een toezegging van de wethouder hierover. Voor wijkstraten moet maatwerk geleverd worden. Ook hier heeft de PVV eventueel een motie voor. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt op hoeveel van de doorgaande wegen nog geen stil asfalt ligt. Is het toepassen van stil asfalt niet al de standaard in de bebouwde kom? De heer Van Deún (PVV) heeft begrepen dat dit nog niet het geval is. Daarom wil de PVV het als standaard laten opnemen om het meest stille asfalt te gebruiken voor doorgaande wegen. De heer Işik (PvdA) stelt dat corona extra druk legt op het gebruik van de openbare ruimte en het groen. Dan is het nodig dat de kwaliteit wordt gewaarborgd.
Nu zijn er middelen om de opgelopen achterstand in te lopen. Hij vraagt om een toezegging van het college dat bij het inlopen van de achterstand wijken zoals Overvecht, Zuilen, Kanaleneiland en Hoograven met voorrang worden opgepakt. Toezicht en handhaving schieten tekort. Daarom kondigt de PvdA een motie aan om een controle uit te voeren, die bijdraagt aan het behoud of verbeteren van het afgesproken kwaliteitsniveau. De bewoners moeten worden betrokken bij de controle. Mevrouw Sasbrink (PvdD) heeft twee vragen. Er is al sprake van een gereedmelding en een check als een aannemer klaar is met zijn werk. Hoe verschilt dit van wat er al gebeurt? Er is sprake van een gestandaardiseerde beoordelingslijst. Als er een standaardlijst is, wat is dan de meerwaarde van de bewoners? De heer Işik (PvdA) heeft waargenomen dat de nazorg voor uitgevoerde werkzaamheden zowel door de gemeente als de nutsbedrijven ontbreekt. Als de kwaliteit gelijk gecontroleerd wordt, zou dit kunnen leiden tot minder kosten en goede kwaliteit. De bewoners zijn de belevingsdeskundigen. Zij kunnen de kwaliteit beoordelen.
5
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 De heer Virginia (GroenLinks) herkent wat de heer Işik voorstelt. Verwacht de heer Işik dat de gemeente in elke situatie huis aan huis gaat vragen om bewoners actief te laten participeren? Of is het meer dat, als er inbreng komt van bewoners, deze gebruikt moet worden? De heer Işik (PvdA) doet een voorstel hierover richting de wethouder. De gemeente stuurt nu een brief aan de bewoners wanneer een straat heringericht gaat worden. Misschien kan de gemeente in de toekomst in een vervolgschrijven om input van de bewoners vragen. De heer Virginia (GroenLinks) ziet ook uit naar de reactie van de wethouder, want deze suggestie klinkt bruikbaar. De heer Schipper (SP) denkt dat dit veel bureaucratie gaat opleveren. Wanneer een project slecht opgeleverd wordt, trekken mensen vanzelf aan de bel. Is er op deze manier geen sprake van overregulatie? De heer Işik (PvdA) wil geen overregulatie of extra werk creëren, maar ziet de noodzakelijkheid op basis van praktijkervaring. Niet overal waar slecht werk wordt geleverd, wordt aan de bel getrokken. Hij kondigt voorts een motie aan met het voorstel om, wanneer de maximumsnelheid van 50km naar 30km veranderd is, binnen de bebouwde kom voor passende klinkers te kiezen, die de kans op wateroverlast minimaliseren en de karakteristieke eigenschappen van de buurt behouden.
De heer Schipper (SP) begrijpt dat dit betekent dat de PvdA tegen de aangekondigde motie van de PVV gaat stemmen, die voor stil asfalt pleit. Moeten er klinkers komen op alle 30km-wegen? De heer Işik (PvdA) neigt ertoe om de motie van de PVV te steunen, die aangeeft dat op doorgaande wegen, waar veel druk verkeer is, stil asfalt gebruikt moet worden. Dit voorstel is anders, het stelt voor om klinkers neer te leggen als het asfalt wordt vervangen in 30km-straten. De heer Schipper (SP) stelt voor om de motie iets aan te passen als het niet de bedoeling is dat op elke 30km-straat klinkers komen. Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of de motie alleen ziet op straten die van 50km naar 30km zijn gegaan. Graag ook een voorbeeld van een straat die van 50km naar 30km is gegaan, waar opnieuw asfalt is gelegd. De heer Işik (PvdA) is van mening dat klinkers meer veiligheid uitstralen dan asfalt, vandaar dat hij voorstelt om bewust voor klinkers te kiezen waar men van 50km naar 30km is gegaan, maar ook in sommige gebieden waar je nog steeds 50km mag rijden. Mevrouw Schilderman (D66) begrijpt dat de heer Işik ook klinkers wil leggen waar men 50km mag rijden. Wat gaat de heer Işik tegen de bewoners zeggen die met extra geluidsoverlast te maken krijgen? Klinkers geven meer geluid bij 50km. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat het asfalt-klinkerdebat een gevoelig onderwerp is.
Daarom zou de gemeente het bij de mensen moeten laten. Van asfalt naar klinkers of van klinkers naar asfalt is een functionaliteitswijziging en zou dus moeten worden betaald uit het mobiliteitsbudget en het Programma Mobiliteit. Dan hoeft deze discussie hier niet gevoerd te worden. Graag de visie van de wethouder hierop. De heer Işik (PvdA) beoogt met deze motie om de klimaatadaptatie op een goede manier te regelen, ervoor te zorgen dat de verkeerssnelheid in de woonwijken afneemt en ervoor te zorgen dat de karakteristieke omgeving gewaarborgd blijft. Zijns inziens zijn klinkers goedkoper qua onderhoud en beheer dan asfalt. De heer Van Deún (PVV) vraagt of de heer Işik kan overwegen om het woord “maatwerk” toe te voegen, want daar gaat het om. De heer Işik (PvdA) neemt die suggestie graag mee. Het stemgedrag van de PvdA zal afhankelijk zijn
6
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 van de reactie van de wethouder op het raadsvoorstel. Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat enkel de CROW-normen voor beeldkwaliteit niet voldoende zijn om de kwaliteit te monitoren en te verbeteren. Zij miste dierenwelzijn, biodiversiteit en circulariteit. In de strekt ter vervanging is het een verbetering dat bij de inrichting van de openbare ruimte ook afspraken over circulariteit en klimaatadaptatie gevolgd worden. Zij kondigt mede namens mevrouw Sturkenboom van Student & Starter twee amendementen aan. Het eerste amendement gaat over een diervriendelijke openbare ruimte. De openbare ruimte wordt erg mensgericht ingericht, ofschoon er mogelijk meer dieren dan mensen gebruik van maken. Het tweede amendement gaat over spontane vegetatie. Alle bloemen, planten en kruiden kunnen in potentie een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Niet alleen de term onkruid is problematisch, maar ook het denken over de manier waarop je met spontane vegetatie omgaat moet veranderen. De wethouder deed toezeggingen om hiermee aan de slag te gaan. In dat licht is het niet logisch of wenselijk om in de nota Openbare Ruimte de oude denkwijze te behouden. De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft hier moeite mee. Eerst mocht men geen ongedierte meer zeggen, nu ook geen onkruid meer.
De beeldkwaliteit waar de Partij voor de Dieren afscheid van wil nemen, wordt door inwoners anders beleefd. Gaat het hier om maatwerk of moet je alles laten bloeien? Zijn al deze doelen wel verenigbaar voor de Partij voor de Dieren? Mevrouw Sasbrink (PvdD) wil ruimte geven voor maatwerk. Waar het kan wordt spontane vegetatie zoveel mogelijk gedoogd, tenzij bijvoorbeeld toegankelijkheid of veiligheid dit ongewenst maken. De doelen zijn verenigbaar en je spaart geld als je niet elke keer de vegetatie weghaalt of wegbrandt. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich aan bij de heer Wijmenga. Een aanvullende vraag: niet alle groen is hetzelfde, moet worden onderzocht welk groen iets toevoegt voor de biodiversiteit en de ecologische waarde en welk groen niet? Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt ook dat er verschil is in de waarde van groen. Maar zelfs groen dat niet van hoge kwalitatieve waarde lijkt, kan toch een waarde hebben. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of je niet beter extra plekken voor beschermd groen kunt creëren dan al het spontane groen maar te laten groeien? Waarom inzetten op spontane vegetatie? Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) stelt dat het vanuit het college moeilijk te realiseren lijkt om straten te vergroenen. Spontane vegetatie zou een kans kunnen bieden om dit op een organische manier te realiseren.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) reageert richting het CDA dat het een het ander niet uitsluit. Er moet zo veel mogelijk worden gedaan, dus de Partij voor de Dieren steunt beide opties. Belangrijk is dat de term onkruid uit deze nota verdwijnt en ook het oude denken hierover. De heer Te Hoonte (VVD) concludeert dat de nota een deel van het achterstallig onderhoud oplost zonder een stoeptegel recht te leggen. De VVD ziet grote voordelen in het ontwikkelende beheer, maar sommige passages zouden kunnen zorgen dat het uiteindelijk om functioneel beheer gaat. Graag een toezegging van de wethouder om de raad bij projecten actief te informeren over welk deel van de kosten gedragen wordt vanuit de middelen voor Openbare Ruimte en welk deel vanuit andere programmadoelen. De VVD mist in deze nota ambitie op het gebied van circulariteit. Daarom is een motie voorbereid waarin drie concrete voorstellen worden gedaan om binnen Stadsbedrijven te gaan werken aan circulariteit. Mevrouw Zwinkels (CDA) bedankt de wethouder voor de aanvullende brief met een aantal toezeggingen. Het CDA vindt het belangrijk dat deze nota de financiële basis op orde brengt. Het CDA begrijpt de systematiek en steunt het voorstel van D66 om het plaatje compleet te maken.
Zij heeft samen met Student & Starter, D66 en Partij voor de Dieren een amendement voorbereid om zelfbeheer in deze nota op te nemen, zodat dit erkend en gefaciliteerd wordt. Ze kondigt voorts een motie “Blijf de keuze voor klinkers overwegen” aan. Die wordt afhankelijk van
7
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 de reactie van de wethouder ingediend. Mevrouw Schilderman (D66) vraagt op welke straten de motie over de klinkers ziet. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft in de afgelopen jaren gezien dat veel rood asfalt is toegevoegd, ook waar klinkers een optie waren geweest en waar bewoners een voorkeur hadden voor klinkers. Zij verzoekt het college om duidelijk te maken wat de argumentatie hiervoor is en welke keuzes in de komende tijd verwacht kunnen worden. Het doel van de motie is niet om meer of minder asfalt voor te schrijven, maar alleen om het alternatief van de klinkers niet uit het oog te verliezen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat het college aan rood asfalt hecht omdat de raad hierom gevraagd heeft. Een tijd geleden heeft de raad zelf de voorkeur uitgesproken voor rood asfalt bij herinrichting, vooral bij fietsstroken. Mevrouw Zwinkels (CDA) ziet voor de fietsverbindingen graag dat het rood asfalt een mogelijkheid blijft. De wethouder gaf aan dat de combinatie met klinkers nog meer gemaakt kan worden, zodat de straat niet volledig geasfalteerd hoeft te worden. Haar derde motie heeft de titel “Maak werk van de kansen in de wijk”.
De nieuwe beheerfilosofie van het college stelt dat je niet moet teruggaan naar wat het al was, maar dat juist een verbeterslag gemaakt moet worden wanneer de openbare ruimte opnieuw wordt aanpakt. Ze wil dit graag verbinden aan de participatie met de bewoners. Hiervoor zou meer verbinding gemaakt moeten worden tussen participatie en alle meldingssystemen in de gemeente. De heer Virginia (GroenLinks) dankt de wethouder voor de raadsbrief en de strekt ter vervanging. Deze zijn verhelderend en een verbetering. De nieuwe aanpak van ontwikkelend beheer past bij de ambities van GroenLinks. Het enige onderwerp waar GroenLinks niet tevreden over is, is het gebruik van bladblazers door de gemeente bij het beheer van de openbare ruimte. GroenLinks wil dit gebruik graag zo spoedig mogelijk uitfaseren, omdat bladblazers veel lawaai- en stankoverlast produceren en veel schade toebrengen aan de leefomgeving van insecten, spinnen en wormen en omdat ze eigenlijk overbodig zijn. Er zijn prima alternatieven. Welke mogelijkheden ziet de wethouder om het gebruik van bladblazers zo spoedig mogelijk uit te faseren? GroenLinks overweegt hierover een motie in te dienen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat dit of tot minder onderhoud leidt in de openbare ruimte bij gelijkblijvend budget of er moet geld bijkomen.
Is de elektrische bladblazer geen compromis? De heer Virginia (GroenLinks) legt uit dat de vraag niet primair “hoe” is, maar “of”. Wat GroenLinks betreft is het wegblazen of weghalen van bladeren in de openbare ruimte niet overal nodig. Misschien kan de wethouder verduidelijken op welke plekken dit per se nodig is. Daar zou verwijdering zonder bladblazers mogelijk zijn. De heer Schipper (SP) vraagt of de heer Virginia de mensen van Stadswerken gevraagd heeft of zij dit een goed idee vinden? Zij moeten het gaan doen. De heer Virginia (GroenLinks) hoopt dat de wethouder mede namens deze ambtenaren kan spreken in zijn beantwoording. De motie gaat uit van een plan dat de wethouder zou kunnen opstellen hoe dit gerealiseerd kan worden. Dit moet in samenspraak gebeuren met degenen die het moeten uitvoeren. Hij heeft dit niet zelf nagevraagd bij Stadswerken omdat hij dit bij uitstek iets vindt dat bij de wethouder hoort. Mensen zijn niet per se positief over werken op een andere manier. Mevrouw Sasbrink (PvdD) valt de heer Virginia bij. De Partij voor de Dieren steunt de motie. Stelt de heer Schipper dat, wanneer uitvoerders een mening hebben over de werkwijze, de raad er dan geen uitspraak over mag doen in het belang van de biodiversiteit? De heer Schipper (SP) vindt dat de raad overal een uitspraak over mag doen.
De arbeidsomstandigheden gaan hem aan het hart en dit is een voorstel dat overreguleert. Het merendeel van de bladblazers is al elektrisch.
8
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 De heer Virginia (GroenLinks) vindt participatie op buurt- en straatniveau van groot belang. Hij is dan ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op de aangekondigde motie van D66. GroenLinks vindt ook circulariteit belangrijk en hoort dus graag een reactie van de wethouder op de motie van de VVD. Een mogelijkheid om het onderhoud van de openbare ruimte betaalbaar te houden, is een betere controle op het uitgevoerde werk, want dan kunnen in een vroeg stadium eventuele tekortkomingen worden verholpen. Dat scheelt kosten in de toekomst. De knelpunten bij de uitvoering van werkzaamheden door derden en het beschermen van bomen zijn relevant, maar het gaat om een standaardcontrole die steeds bij uitgevoerd werk plaatsvindt, niet alleen wanneer er een melding is. Hij is benieuwd naar de reactie op de motie van de PvdA over toezicht. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) is blij met wat er is geschreven over de modulaire, flexibele en multifunctionele openbare ruimte. Zij is benieuwd welke concrete ideeën en voorstellen de wethouder daarvoor in de toekomst ziet, zodat de openbare ruimte blijft meebewegen met de behoefte van de Utrechters. Zij is ook blij dat er een visie komt voor de openbare ruimte onder de grond. Er is echter straks ook openbare ruimte in de hoogte. Er komen een hoogbouwvisie en een Dakenvisie aan.
Hoe wordt die ruimte beheerd en ingericht? De heer Schipper (SP) was na de commissiebehandeling en de raadsbrief content. Hij is wel benieuwd naar het antwoord van de wethouder op het amendement van D66 over de financiering. De SP onderschrijft de motie van de VVD over circulariteit. De heer Wijmenga (ChristenUnie) is tevreden over het voorliggende voorstel. Het punt inzake de Merwedekanaalzone komt later dit jaar aan de orde. Het blijft de ambitie van de ChristenUnie om de openbare ruimte zo schoon, heel en veilig mogelijk te houden. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Diepeveen. De heer Diepeveen (wethouder) onderschrijft dat de openbare ruimte van iedereen is en iedereen aangaat. Met deze nota komt er een meer solide financiële strategie en komt er een plan om het achterstallig onderhoud in te lopen. Mevrouw Schilderman spreekt over minimale kaders, maar de behoefte van de raad om kaders mee te geven is groot. In deze periode met corona moeten nieuwe dingen worden bedacht voor participatie, zoals digitale participatie of hybride vormen. Die zijn arbeidsintensief. Hij waarschuwt dan ook voor een al te forse inzet op nieuwe wegen. De voortgangsrapportage inzake het participatiebeleid is in december in de commissie besproken en in de zomer komt de volgende.
Het debat over nieuwe wegen hoort daarbij plaats te vinden. Mevrouw Schilderman (D66) vindt dat haar voorstel juist goed past in het beleid. Ziet de wethouder een mogelijkheid om met zijn collega samen te werken aan het uitwerken van het voorstel in het kader van participatie? De heer Diepeveen (wethouder) wijst op de zware druk op de ambtelijke organisatie, die niet toelaat dat op dit moment dit soort stappen worden gezet. Het denken erover moet doorgaan, maar een forse pilot vraagt te veel inzet. Voorts is er gevraagd naar prioriteit voor Overvecht, Zuidwest en Zuid. Op basis van een secure inventarisatie van achterstallig onderhoud is er een goed beeld van het werk voor de komende jaren. Ook binnen wijken kijkt men op buurtniveau naar de ouderdom van de openbare ruimte. In de raadsbrief staat dat eind van het jaar een meerjarenplanning volgt voor de periode 2022-2026. Die gaat over groot onderhoud, vervangingsinvesteringen en de aanpak van achterstallig onderhoud. De meerjarenplanning schuift elke keer op. Bij de Voorjaarsnota volgend jaar komt er een meerjarenplanning 2023-2027 en de eerste voortgangsrapportage over de uitvoering van de Nota beheer openbare ruimte.
9
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of de wethouder kan aangeven hoeveel geld er per wijk besteed wordt en wat de combinatiemogelijkheden zijn met trajecten op het gebied van verkeer, met name de aanpak van 50 km- naar 30 km-wegen. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat men toegaat naar een meerjarenplanning van onderhoud en vervangingsinvesteringen. Bij ontwikkelend beheer hoort ook dat je laat zien hoe je werk met werk maken gaat optuigen. Hij kan nu nog niet zeggen hoe de meerjarenplanning er precies gaat uitzien, maar gaat wel stappen zetten om zichtbaar te maken waar in de stad grote onderhoudswerkzaamheden gaan plaatsvinden. De heer Van Deún (PVV) vraagt of de wethouder in Q4 de prioriteit wil leggen bij de wijk Overvecht. De heer Diepeveen (wethouder) meent dat de voorliggende nota aangeeft dat wijken als Overvecht en Kanaleneiland toe zijn aan een tweede oplevering. Het ligt dus voor de hand dat veel investeringen daar zullen neerslaan. Dat zal in de meerjarenplanning zichtbaar worden. Daarmee wordt de inzet in Overvecht ook zichtbaar. Een en ander wordt in Q4 duidelijk. In de planning zal ook een prioritering worden aangegeven.
Als voorbeeld noemt hij het Amazonekwartier, waar de komende tijd met middelen uit de Regio Deal, het mobiliteitsbeleid, het beheer openbare ruimte en de HDSR een plan wordt gemaakt met participatie. De voorzitter stelt voor de wethouder zijn betoog te laten vervolgen. De tijd die voor dit agendapunt gepland stond, is reeds verbruikt. De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat er op 7 december 2020 een commissiedebat was. Afgelopen donderdag is er een strekt ter vervanging gekomen om vandaag te behandelen. Hij onderschrijft dat er tempo moet worden gemaakt, maar meent dat in dit soort gevallen een strekt ter vervanging een extra commissiebehandeling rechtvaardigt. De voorzitter meent dat de afspraak is dat fracties kunnen aangeven dat er dan weer een commissiedebat moet komen. Hij stelt voor de wethouder verder te laten gaan met zijn beantwoording. De heer Diepeveen (wethouder) vervolgt met de inbreng van mevrouw Schilderman over de maximering van de activering. Aan de ene kant is er de behoefte om een robuuste begroting te hebben, terwijl aan de andere kant de flexibiliteit in de begroting niet onnodig aangetast moet worden. Mevrouw Schilderman komt uit op 40% maximering en doet een oproep om met een ander percentage te komen. Gezien de meerjarenprognose zal het percentage over een aantal jaren uitkomen tussen 40% en 45%. Hij doet dan ook de suggestie om 45% of 50% te hanteren.
Dat biedt meer garantie en geeft de raad de gewenste sturingsmogelijkheid. Mevrouw Schilderman (D66) komt op basis van de stukken niet verder dan 35%. Wanneer denkt de wethouder over de 40% en 45% heen te gaan? De heer Diepeveen (wethouder) komt daar later op terug. Voorts heeft mevrouw Schilderman gevraagd of het zekerheidspercentage bij de wegmarkering en bebording hoger dan 70% zal worden. Dat is niet de bedoeling. De wegmarkering en bebording maken beperkt deel uit van het totale budget en de 70% biedt voldoende basis. De opmerkingen van de heer Schippers over klinkers spreken hem aan. Het betreft inrichtingseisen die voor een belangrijk deel door de raad zijn vastgesteld. Op 30 km-wegen wordt het principe “klinkers, tenzij” gehanteerd. Een en ander heeft te maken met het beeld, de uitstraling, de waterdoorlatendheid en de hittestress. Als het om een hoofdfietsroute, busroute, veel verkeer of een hoge geluidsbelasting gaat, worden geen klinkers toegepast, maar geluidsreducerend asfalt. Op 50 km-wegen is asfalt vaker nodig vanwege een hogere belasting door het verkeer. In deze staande lijn wil hij nu geen wijzigingen aanbrengen. Uitgangspunt is het onderhoud. Het zou wenselijk zijn
10
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 om geluidsreducerend asfalt op alle doorgaande wegen te leggen, maar dat is op dit moment financieel niet mogelijk. Kwaliteitsniveaus worden vastgelegd in contracten en doorvertaald naar opleverprotocollen. Vervolgens wordt daarop controle uitgevoerd. Met een buurtschouw kan de betrokkenheid van burgers verhoogd worden. In de aangekondigde motie over circulariteit staan interessante ideeën. Hij stelt voor om, na overleg met zijn collega, daarop apart terug te komen. De heer Te Hoonte (VVD) dankt voor deze toezegging en vraagt wanneer daar een brief over komt. Als de conclusie is dat er geld bij moet, moet de raad wel voldoende tijd hebben om daar in de Voorjaarsnota naar te zoeken. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat dat gaat lukken. Mevrouw Zwinkels overweegt een amendement in te dienen over het zelfbeheer. De toevoeging kan geen kwaad, maar levert niet zo veel op. Het college komt in maart met een actieplan Zelfbeheer en dan is het moment om daar inhoudelijk over te spreken. Voorts sprak mevrouw Zwinkels over het opslaan van ideeën van de stad. Hij vindt dit een interessante gedachte en komt op dit punt terug met een brief, in ieder geval voorafgaand aan de Voorjaarsnota. Over de bladblazers en het lawaai dat ze maken is al vaker gesproken.
Het college wil voor het nieuwe bladseizoen begint (Q3) een plan maken om te bepalen waar bladblazers worden ingezet. Daarbij worden ook ecologische afwegingen betrokken. Per februari 2022 zullen de benzineaangedreven bladblazers niet meer worden gebruikt. De heer Virginia (GroenLinks) vraagt zich af of de wethouder in de brief kan uitleggen wat de nadelen zijn van het stopzetten van het gebruik van bladblazers. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat in het plan in kaart wordt gebracht wat verantwoord is, ook vanuit ecologisch oogpunt. Mevrouw Sturkenboom vraagt om een doorkijk te geven met betrekking tot modulair. Hij kan geen voorbeelden geven, maar benadrukt wel dat men blijft doorontwikkelen. Voorts vraagt zij aandacht voor het beheer van de openbare ruimte op hoogte, ook gezien de Dakenvisie en de hoogbouw. Hij meent vooralsnog dat openbare ruimte op hoge gebouwen niet onder de juridische verantwoordelijkheid van de gemeente valt. Dit zal ongetwijfeld in de Dakenvisie aan de orde komen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt in dat kader naar het gebied rondom het station. Ook is besloten dat er op het Defensieterrein openbare daken zouden komen. De heer Diepeveen (wethouder) zal in de Dakenvisie inhoudelijk hierop terugkomen. Mevrouw Sasbrink heeft een amendement in voorbereiding om de tekst over een diervriendelijke openbare ruimte uit te breiden en inhoudelijker te maken.
Dat valt onder het groen- en dierenwelzijnsbeleid. De Nota beheer openbare ruimte verwijst naar het beleid inzake volksgezondheid, dierenwelzijn, toegankelijkheid en circulariteit. Zo hoeft de nota niet telkens te worden vervangen als er iets verandert in het beleid. Een standaard fup (fauna-uittreedplaats) is niet het beleid; soms zijn er andere opties. In de laatste zin van het amendement staat dat de gemeente vanuit beheer fups moet financieren, ook al worden geen beheeractiviteiten uitgevoerd. Dat is in tegenspraak met de financiële uitgangspunten. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of het oordeel van de wethouder wijzigt als de laatste zin geschrapt wordt. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt ontkennend. Het formuleren van dierenwelzijnsbeleid in de Nota beheer openbare ruimte is een behoorlijke inbreuk op de systematiek van de nota.
11
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Mevrouw Sasbrink (PvdD) meent dat de wethouder en zijn collega op dit punt naar elkaar verwijzen. Wanneer kan zij dit regelen? De heer Diepeveen (wethouder) vindt een fup een inrichtingsaspect dat bij het dierenwelzijnsbeleid hoort. Mevrouw Sasbrink heeft voorts nog een amendement over onkruid op verharding, waarbij het principe “gedogen, tenzij” wordt gehanteerd. Er worden proeven gedaan om, waar mogelijk, onkruid op verharding te laten staan. Die proeven zullen eerder plaatsvinden in woonstraten dan op een Aaccentlocatie. Hij ontraadt het amendement. Tot slot komt hij terug op de inbreng van mevrouw Schilderman inzake het percentage van de maximering. Als alle objecten op de lange termijn, over tientallen jaren, zijn vervangen en er een evenwicht ontstaat, komt men net boven 40% uit. Daarom zou 45% een beter percentage zijn. De heer Işik (PvdA) mist een reactie op zijn aangekondigde motie over de klinkers. De heer Diepeveen (wethouder) ontraadt die motie, onder verwijzing naar zijn woorden over klinkers en asfalt. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vraagt de wethouder in een brief terug te komen op de in haar motie aangekaarte modulaire openbare ruimte. De heer Diepeveen (wethouder) zegt toe dit mee te nemen in de brief over circulair.
Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of de wethouder met het amendement van D66 kan instemmen als daarin wordt opgenomen dat de wethouder de ruimte heeft om bij de raad terug te komen als de overschrijding dicht bij de 40% zit. De heer Diepeveen (wethouder) stelt de wedervraag of D66 uit de voeten kan met 45%. De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over het voorstel voor geëindigd. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 13. Initiatiefvoorstel Een eerlijke start voor ieder kind. Voorstellen voor een eerlijk en transparant toelatingsbeleid op basisscholen in Utrecht. De voorzitter merkt op dat de eerste termijn al eerder is afgehandeld en dat nu de tweede termijn aan de orde is. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat hij bij de behandeling van de eerste termijn niet aanwezig was. Hij wil van de gelegenheid gebruikmaken om mevrouw Assen te feliciteren met het opstellen van een initiatiefvoorstel, één van de mooiste middelen die raadsleden hebben. Hij dankt haar voor het initiatiefvoorstel, ook voor de helderheid van de beslispunten. Hij zal daar bij de behandeling van het andere voorstel over dit onderwerp iets over zeggen. Misschien is dit voor het college een leerervaring. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) dankt mevrouw Assen voor het initiatiefvoorstel en het goede werk.
De GroenLinks-fractie is blij dat de PvdA-fractie de vorige keer heeft willen afwachten wat de scholen en het college zouden inbrengen. Daarover zal dadelijk worden gesproken. Dat is voor wat de GroenLinks-fractie betreft voor nu voldoende. De heer Van Steeg (CDA) dankt de PvdA-fractie voor het intensieve werk. De CDA-fractie heeft een voorkeur voor het collegevoorstel om samen met de scholen een oplossing te vinden.
12
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 De heer Wiegant (SP) heeft mevrouw Assen de vorige keer al dank gezegd voor het initiatiefvoorstel. Wat zijn volgens haar de belangrijkste verschilpunten tussen haar initiatiefvoorstel en het voorstel van het college? Waarom vindt zij haar eigen voorstel beter? De heer Koppelaar (Student & Starter) maakt mevrouw Assen nogmaals een compliment voor dit initiatiefvoorstel. De PvdA-fractie heeft een heel goed voorstel ingediend. De Student & Starterfractie is daar erg positief over. Er is echter één klein onderdeel dat ontbreekt: een communicatieplan om ouders goed op de hoogte te brengen. De Student & Starter-fractie kan echter met het voorstel instemmen. De heer Saiah (D66) zegt dat over dit initiatiefvoorstel al uitgebreid is gesproken. Hij kan zich aansluiten bij de complimenten die de andere raadsfracties hebben gemaakt. Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de PvdD-fractie niet kan achterblijven met het geven van complimenten voor het initiatiefvoorstel. In de eerste termijn was de PvdD-fractie al erg positief over het initiatiefvoorstel en dat is ze nog steeds. Mevrouw Assen (PvdA) dankt de sprekers voor hun complimenten. De heer Wiegant heeft gevraagd naar de belangrijkste verschilpunten tussen het initiatiefvoorstel en het voorstel van het college. Het grootste verschil is het tegengaan van segregatie.
Om die reden wil de PvdA-fractie het e reden van dat wij dit voorstel nu wél behandelen. Het initiatiefvoorstel "Een eerlijke start voor ieder kind" is een voorstel om een einde te maken aan het oneerlijke aanmeld- en toelatingsbeleid op de basisscholen. Al jaren zijn ouders daar de dupe van, maar hun signalen werden door de vorige wethouder weggewuifd. De PvdA-fractie is blij dat deze wethouder dat niet deed. Het onderzoek liet er geen misverstand over bestaan: scholen omzeilen de wet en vergroten de segregatie. Het voorstel van de PvdA-fractie behelst een centraal aanmeldmoment, een centraal aanmeldpunt en een aantal voorrangsregels. Ze is blij dat dit in het collegevoorstel terugkomt en er een eerlijk en transparant aanmeldbeleid komt, al moet de raad erop toezien dat het inderdaad zo uitpakt. De PvdA-fractie gelooft dat niet per definitie. De PvdA-fractie vraagt zich echter af of het voorstel van het college ambitieus genoeg is. Het is niet bekend hoe dat precies zal uitpakken, bijvoorbeeld op het punt van segregatie. Daarom vindt de PvdA-fractie monitoring moet aantonen of met het nieuwe aanmeldbeleid segregatie wordt tegengaan. Zo niet, dan moet er worden bijgestuurd. Het tegengaan van segregatie moet minimaal een doel zijn. Het begint bij ambitie en bij het uitspreken waar men heen wil, welk soort stad men wil zien en hoe men wil bijdragen aan bewustwording daarover.
Segregatie zorgt voor een opeenstapeling van problemen in klassen, waarmee de kans op goed onderwijs wordt geschaad. Segregatie voorkomt dat kinderen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten, terwijl onderzoek aantoont dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen baat heeft bij ontmoeting. De kinderen moeten leren omgaan met verschillen. Daarmee wordt bijgedragen aan een sterkere en meer veerkrachtige samenleving. Het zou goed zijn als men eerlijk is over de relatie tussen segregatie en keuzevrijheid, zonder dat wordt gedaan alsof men keuzevrijheid wil afschaffen. Daarover voeren wij nu geen eerlijk debat. Ook het ministerie zegt hierover dat naast woonsegregatie de keuzevrijheid van ouders de belangrijkste oorzaak van segregatie in het onderwijs is. Dat zeggen en erkennen betekent niet dat keuzevrijheid wordt afgeschaft. De PvdA-fractie hoopt het debat over wat nodig is om kansengelijkheid te bevorderen en segregatie tegen te gaan open te voeren, en alles wat daartoe effectief is te bekijken, in het belang van de gelijke kansen van kinderen. Men zou dat debat moeten voeren zonder op de uitkomsten vooruit te lopen. Zij meent in het voorgaande antwoord te hebben gegeven op de vraag van de heer Wiegant. Het grootste verschil is het tegengaan van segregatie. Zoals ook de politiek leider van een bepaalde politieke partij zegt: "woorden doen ertoe".
Het tegengaan van segregatie zou tot doel van het aanmeldbeleid moeten worden gemaakt. De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over het voorstel voor geëindigd. De voorzitter schorst daarop de vergadering.
13
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Na hervatting van de vergadering stelde de voorzitter aan de orde: 14. Raadsvoorstel Gemeentelijke bijdrage aan een stedelijk aanmeldbeleid basisonderwijs. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) stelt dat ieder kind een eerlijke kans verdient en dat ieder kind daarom dezelfde mogelijkheden moet krijgen om naar een school te gaan die bij hem of haar past. In het onderzoek dat er dankzij de PvdA kwam, was te zien dat dit helaas niet altijd het geval was. Daarom is het zo belangrijk dat er nu een centraal aanmeldbeleid komt. Voor GroenLinks komt daarmee een lang gekoesterde wens in vervulling. Voor ieder kind wordt het duidelijk hoe het zich kan aanmelden. Het werkt op elke plek hetzelfde en het zorgt voor eerlijke kansen. In de commissie had mevrouw Kleinrensink al complimenten gegeven, omdat zij in het aanmeldbeleid terugziet wat GroenLinks belangrijk vindt, bijvoorbeeld de voorrangsregels waarin wordt gekeken naar een doorlopende leerlijn voor leerlingen met een VE-indicatie en voorrang voor kinderen in de wijk. GroenLinks is heel blij hoe de scholen een afspiegeling van de wijk zullen worden. In de commissie zijn de vragen over de start helder beantwoord. Mevrouw Kleinrensink kijkt ernaar uit om snel te beginnen met het aanmeldbeleid.
Wat haar betreft kan dat niet vroeg genoeg en zij is dus blij dat de gemeente hier na de zomer mee begint. Er is gesproken over de communicatie en de wijze waarop ouders erbij betrokken worden. Dit is toegezegd door de wethouder. GroenLinks had ook aandacht gevraagd voor het tegengaan van segregatie in het onderwijs. Het aanmeldbeleid gaat gemonitord worden. Gekeken zal worden naar wat dit doet met de tweedeling. Dit is mooi. In de commissie deed de wethouder de toezegging dat zij later dit jaar zal kijken hoe segregatie in het onderwijs breder tegengegaan kan worden. Dit is een groot vraagstuk in de stad, dus het is goed dat hier stappen in gezet worden. Hier moet later verder over gesproken worden. De heer Wiegant (SP) vraagt wat GroenLinks ervan vindt dat het tegengaan van segregatie niet is opgenomen als doel in dit aanmeldbeleid. Wil de partij het eerst onderzoeken? Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat in de doelen staat opgenomen dat men meer een afspiegeling van de wijk wil. Dit is een belangrijke stap, want met name hoogopgeleide ouders sturen hun kind in andere wijken naar school. Doordat dit is opgenomen, wordt er wat gedaan tegen segregatie. Mevrouw Kleinrensink is het met de heer Wiegant eens dat het goed is om verder te kijken. Doordat dit doel is opgenomen, is het voldoende geborgd.
De heer Wiegant (SP) vraagt wat het nadeel zou zijn om het tegengaan van segregatie als doel op te nemen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat er een aantal nadelen aan zit. Allereerst zou men terug moeten naar de scholen en dus weer opnieuw moeten beginnen. Het is beter om nu gelijk met het aanmeldbeleid te beginnen. Bovendien kan het elkaar soms tegenwerken. Het belangrijkste is dat de school een afspiegeling is van de wijk. Idealiter zijn de wijken mooi gemengd. Hier zijn nog wel wat stappen in te zetten. Niemand wil nu zeggen dat alle kinderen in bijvoorbeeld Oost naar een andere school moeten in Overvecht. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of mevrouw Kleinrensink de opvatting deelt dat er aannames zitten in wat zij nu stelt over hoe segregatie zich gaat ontwikkelen en dat het dus juist goed zou zijn om een doelstelling op te nemen en deze stevig te monitoren. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) deelt de opvatting dat er aannames in zitten. Daarom moet bekeken worden hoe het aanmeldbeleid uitpakt en is zij blij dat er gemonitord wordt op de segregatie. Hiervoor hoeft dit niet als doel opgenomen te worden. Dit zou concreet niks toevoegen, maar er wel voor zorgen dat de gemeente terug moet naar de scholen waardoor het aanmeldbeleid later zou beginnen.
14
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 Mevrouw Assen (PvdA) begrijpt dit punt. De PvdA wil ook zo snel mogelijk door met het aanmeldbeleid. Hierom heeft zij in de motie die zij later zal indienen het dictum aangepast. Het college kan er natuurlijk wel zelfstandig voor kiezen dat het tegengaan van segregatie een doel is. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt zeker dat het college uit moet spreken dat het tegengaan van segregatie een doel is van de gemeente. In het aanmeldbeleid wordt dit ook gezegd, doordat er geëvalueerd gaat worden. Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat het niet allebei waar kan zijn. Als het er impliciet al staat, zou het ook geen probleem hoeven zijn om het expliciet te zeggen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat duidelijk als doel staat opgenomen dat de school een betere afspiegeling wordt van de wijk. Daarmee is een belangrijke stap gemaakt. Blijkbaar mist mevrouw Assen hier iets in. Wat levert het extra op als dit als doel wordt opgenomen? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat men niet precies weet hoe het uitpakt. Zij deelt de wens om data te hebben. Het levert bewustwording op indien als doel uitgesproken wordt dat Utrecht een minder gesegregeerde stad wordt. Dan kan er vervolgens ook steviger gemonitord en bijgestuurd worden.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) verwacht dat door de monitoring al heel duidelijk te zien zal worden wat dit doet. Het is sowieso spannend hoe het aanmeldbeleid uit zal pakken. Naar aanleiding van de monitoring zal zeker ook gesproken worden over wat het doet met segregatie. Alles in het aanmeldbeleid is nieuw, dus alles zal geëvalueerd moeten worden. Mevrouw Kleinrensink is vooral benieuwd of de school een betere afspiegeling van de wijk wordt. De heer Te Hoonte (VVD) hoort dat alles nieuw is en vraagt of er dus geëxperimenteerd wordt met kinderen in de stad. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) antwoordt dat ze dat niet helemaal zegt. Het vorige beleid, of eigenlijk het gebrek aan beleid, werkte helemaal niet. Bepaalde kinderen kregen geen kansen om op een bepaalde school terecht te komen. Er is een grote stap gezet, maar er moet ook gaandeweg geleerd worden. In andere steden werkt het goed, dus mevrouw Kleinrensink heeft er alle vertrouwen in. Dat betekent niet dat er later niet gekeken wordt of er bijgesteld moet worden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit precies het probleem van het voorliggende raadsvoorstel. Men weet niet precies wat er gebeurt, maar ouders moeten wel met dat beleid aan de slag. Het convenant is nog in concept, moet nog door de medezeggenschap en kan ook nog aangepast worden.
De simulatie is nog niet afgerond, maar de raad wordt al wel gevraagd het geld vrij te maken en ermee in te stemmen. Dit is raar beleid. De heer Saiah (D66) vindt dat de heer Te Hoonte hier te kort door de bocht gaat. Er is al vaak over gedebatteerd, er zijn onderzoeken gedaan, er is advies ingewonnen, er waren RIB’s, waarbij de heer Te Hoonte niet aanwezig was, er is met schoolbesturen gesproken. Nu is er eindelijk een plan dat werkt. Uit de praktijk in andere gemeentes en onderzoeksresultaten kan men het vertrouwen hebben dat het kan werken in Utrecht. Het was al bekend dat de VVD hier geen groot voorstander van is. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat hij niet bij de RIB’s was omdat mensen zich soms ergens anders voor kandideren in het leven en doelen nastreven. Dat leidt dan tot verschuivingen in partijen. Hij kan zich voorstellen wat ouders meemaken als ze hun kinderen voor een school aanmelden. Met dit beleid kan er geen zekerheid gegeven worden aan ouders wat het beleid is. Het convenant bevat nog veel punten die uitgezocht moeten worden. In Den Haag lag het beleid 100% vast. Het document in Utrecht is een werkdocument. De heer Te Hoonte wil weten wat de definitieve keuzes zijn. De besluitvorming luidt nu dat de wethouder verzocht wordt om ergens naartoe te
15
Integrale voorbereidende vergadering van 18 februari 2021 werken. Wat is het recht van een raadslid daarna dan nog om er iets van te vinden? De heer Saiah (D66) antwoordt dat ouders in de oude situatie niet wisten waar ze aan toe waren. Het was niet transparant, de regels van de verschillende scholen waren niet transparant. Nu probeert de raad de situatie juist aan te scherpen en transparant te maken, waardoor ieder kind de kans maakt om op een school van voorkeur terecht te komen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt aan de heer Te Hoonte hoe hij het dan wel wil doen. Zijn opmerkingen zijn erg makkelijk en doen geen recht aan wat er misging. Mevrouw Assen kan zich ook wat voorstellen bij de moeilijkheden om een kind nu aan te melden, maar de heer Te Hoonte lijkt minder begaan te zijn met de ouders die men tot nu toe gehoord heeft. De heer Van Steeg (CDA) sluit zich hierbij aan. Hiervoor waren er ook problemen. Hij begrijpt de bezwaren van de heer Te Hoonte, maar vraagt hoe hij aankijkt tegen het brede draagvlak dat hier toch voor is? Er moet geëvalueerd worden over de voortgang, maar er is een gedegen proces geweest. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) wil reageren op onder andere de heer Saiah en mevrouw Assen. Er is het een en ander misgegaan, maar is dit niet de verantwoordelijkheid van scholen? Zij hebben het beleid niet goed uitgevoerd.
Moet hier niet eerst naar gekeken worden voor de gemeente het probleem van de scholen gaat oplossen? De voorzitter constateert dat veel leden het woord willen, maar vraagt hun de focus te houden. Mevrouw Kleinrensink was bezig met haar bijdrage, maar omdat er veel vragen aan de heer Te Hoonte zijn gesteld mag hij hier nog op reageren. De heer Te Hoonte (VVD) leeft ook mee met de verhalen van mensen die ten onrechte zijn afgewezen bij een school. Meerdere ouders die hij kent hebben zich verbaasd over de regels op scholen en de informatie die ze kregen. Niet iedere ouder gaat dan de wet lezen om er vervolgens achter te komen dat het pas vanaf de derde verjaardag van het kind mag. Maar de gemeente had in dit geval ook niet de moeite genomen om te zien hoe het werkelijk op scholen ging. De wethouder van D66 zit al heel lang op onderwijs, dus het is D66 wel aan te rekenen dat dit niet gebeurd is. Bij de meeste scholen stond vrij openbaar te lezen dat vooraanmeldingen mogelijk waren en dat ouders dan een kaartje ontvingen wanneer het kind drie werd. Bij sommige scholen is dat zelfs nu nog het geval. De gemeente had kunnen beginnen met op een fatsoenlijke manier informatie verschaffen en handhaving. Nu schiet ze door naar een centraal aanmeldbeleid. Voor de VVD is een voorwaarde hiervoor dat de raad weet waar hij voor tekent en hier inspraak op houdt.