CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefvoorstel Rijne Energie c.s..pdf

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Debat Selectiebesluit Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop’19.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

53

Mogelijke ontwikkelingsstrategie realisatie landschappelijk raamwerk

reservering voor landschap uit businesscase zonnevelden

reservering voor landschap uit businesscase windmolen

bijdrage partners voor versterking landschap

54

Hoewel we zo de landschappelijke, ecologische en recreatieve meerwaarde goed kunnen borgen, brengt het gefaseerd uitvoeren een nadeel met zich mee. Het risico van kleinschalige, stapsgewijze realisatie is dat de uitvoeringskosten relatief hoog is, en de ontwikkeltermijn lang. Ondanks de voorgestelde fasering zou het energielandschap ook als integraal plan kunnen worden uitgevoerd. Wanneer een groter deel van het gebied in één keer gerealiseerd wordt, zijn de overkoepelende kosten voor uitvoering relatief lager en kunnen onderdelen in samenhang met elkaar worden gerealiseerd. Dat laatste heeft onze voorkeur.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

55

56

5.5 UITWERKING INITIATIEF 1E FASE In deze paragraaf worden voor drie locaties (van de vijf) deeluitwerkingen verbeeld en beschreven. Deeluitwerking wind In de oksel van de Ringkade, in de zuid-oost hoek van de polder Rijnenburg bevindt zich een perceel in bezit bij de Gemeente Utrecht waarop een windturbine voorzien is. Deze kavel bevindt zich aan de rand van het zoekgebied voor windenergie. Het perceel bestaat uit twee delen, gescheiden door een greppel. Het wordt omzoomd aan drie zijdes door knotwilgen; deze zullen worden opgenomen in de landschappelijke inpassing. Vanaf de Ringkade wordt er een onderhoudspad naar achteren over de kavel aangelegd. Het pad maakt gebruik van de huidige toegang tot het perceel. Om de toegang tot de kavel te beperken wordt aan de straat een houten hek geplaatst. Het onderhoudspad van 3 meter breed bevindt zich aan de rechter zijde van de kavel op een verhoogde kade van 6 meter breed.

Het achterste deel van de kavel is gereserveerd voor de turbine en de kraanopstelplaats. De opstelplaats is 32 bij 53 meter en de fundering voor de turbine heeft een diameter van 23 meter. Het ruimtebeslag is te zien op de doorsnedes en de kaart. Rondom de turbine blijft ruimte voor kruidenrijk grasland, dat extensief beheerd wordt. Rondom de gehele kavel worden de slootkanten beheerd als natuurvriendelijke oevers. Aan de kopse kant van het perceel aan de Ringkade wordt de oever daarnaast verbreed, waardoor rietgroei mogelijk wordt gemaakt. Hetzelfde wordt gedaan bij de greppel tussen de twee perceeldelen, deze dient deels als perceelscheiding van 10 meter breed naar de turbinekavel. De benodigde grond voor de kade wordt afgegraven vanuit het midden van de kavel. Op het verlaagde maaiveld worden daarmee goede omstandigheden voor een vochtig hooiland ontwikkeld. Vanaf de Ringkade ontstaat hierdoor op de kavel een interessante gradiënt van rietland, tot nat hooiland, tot kruidrijk grasland.

Nat hooiland Verlaagd maailveld minimaal GWT +10 cm

Natuurvriendelijke oever

Natuurvriendelijke oever

Verhoogde kavelrand kruidenrijk grasland

Sloot

Bestaande knotwilgen

GWT II 50-80

Sloot

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

57

58

Deeluitwerking wind en zon De aaneengesloten percelen in de tweede uitwerking grenzen aan de zuidzijde aan de Ringkade en aan de noordzijde aan de Middelwetering. Hierdoor zijn ze verbonden met twee van de dragers in de landschappelijke groenstructuur. De percelen zijn opgedeeld in twee delen, waarvan het gedeelte het dichtst bij de Middelwetering gereserveerd wordt voor wind en zon. Voor de opstelling van de panelen worden de voorgestelde opstellingsprincipes gehanteerd. Voor de turbine wordt een kraanopstelplaats gerealiseerd en ernaast een zonneveld. Omdat het hier om twee zonnevelden op een enkele kavel gaat, wordt bij allebei om het gehele noordelijke deel van de percelen een hek aangelegd.

aan de oostzijde van de kavels naar achter tot de omheining van het zonneveld. Hier bereikt de beheerder via een dam een toegangspoort in het hek rond de panelen. Aan de zuidkant van het zonneveld wordt daarnaast een 10 meter brede watergang gegraven, welke aansluit op een bestaande greppel in het perceel. Aan de zijde van het zonneveld wordt een steile oever gemaakt, aan de zuidzijde van de sloot is het talud flauwer.

Toegang tot de zonnevelden en de turbine wordt via de Ringkade gerealiseerd. Een onderhoudspad van 3 meter breed loopt

Aan de noordzijde van het perceel wordt rekening gehouden met een 25 meter brede buffer vanaf de Middelwetering. Bij

Op het deel van de kavel het dichts bij de Ringkade worden de omstandigheden gecreëerd voor vochtig hooiland. Het maaiveld wordt verlaagd en de vergraven grond ingezet voor het ophogen van de kade en de dam waar het onderhoudspad overheen loopt.

Hek 2m Vochtig hooiland

Natuurvriendelijke oever met riet

Verbrede greppel +/- 10 meter

Natuurvriendelijke oever

Kruidenrijk grasland onder panelen

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

59

60

aanleg van het zonneveld wordt hierin een ecologische zone gerealiseerd, waar op een later moment ook nog ruimte is voor een recreatieve route. Het pad zal ook gebruikt worden voor onderhoud aan het hek en de watergangen. Langs het hek mag struweel met wilg en els tot ontwikkeling komen. De Middelwetering blijft bestaan in zijn huidige vorm, maar er worden wel maatregelen voor een natuurlijke oever genomen. Ook zal hier sporadisch een knotwilg worden aangeplant. De oever loopt over in kruidenrijk grasland tot aan het hek, waarin een pad wordt gemaaid voor beheer.

de plas niet als recreatiezwemplas mag worden gebruikt. De invulling van de Nedereindse Plas en de directe omgeving is nog niet uitgekristalliseerd. Wel is duidelijk dat de omgeving van de plas en haar oevers een belangrijke recreatieve functie blijven houden, en dat die in de komende jaren alleen maar versterkt wordt. De plas zelf biedt een uitgelezen kans om hernieuwbare energie op te wekken met zonnepanelen. De plas ontwikkelen we graag tot een plek die zowel ruimte biedt aan recreatieve beleving, als ecologie en energieopwekking: een energie-icoon voor het plangebied.

Deeluitwerking drijvend zon: Nedereindse Plas De Nedereindse Plas heeft een belangrijke functie voor recreatie en natuur. Naast de plas is in het gebied rondom de plas een skicentrum gevestigd en een wieler- en skeelercentrum. De groene zomen rondom en door het gebied fungeren als wandelgebied. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de bebouwde kom van IJsselstein. De Nedereindse Plas bestaat in feite uit twee plassen: de Oost- en de Westplas. Tussen de twee plassen door loopt een recreatief pad. Het open water en de weidse beleving daarvan zijn een belangrijke recreatieve kwaliteit. De beide plassen zijn diep en hebben steile taluds. Het open water heeft met name voor veel watervogels een belangrijke ecologische waarde.

Op beide plassen realiseren we een compact drijvend zonneveld, van ieder ca. 10 hectare, dat we omgeven met drijvende groene eilanden. We koppelen dit aan de ontwikkeling van een nieuw recreatief rustpunt. Een uitkijktoren en picknickplek langs de recreatieve routes verleiden de passant om even te stoppen. Vanuit de toren is het nieuwe icoon goed zicht- en beleefbaar. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van de oeverzones voor recreatie en natuur. We passen de benodigde technische installaties en onderhoudspaden landschappelijk in. De onderhoudspaden kunnen tevens dienen als recreatieve wandelpaden.

De Nedereindse plas is een plas met een roerige historie met veel onzekerheid over de toekomst. Recent is besloten dat

Energie-icoon We maken een aantrekkelijke lay-out van drijvende zonnepanelen en ecologische eilanden. Elke plas bedekken we voor ca. 50% met de zonne-eilanden. We leggen het zonneveld

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

61

Afbeelding 10: Nederlandse plas huidige situatie en bij realisering zon en groene eilanden

62

en de groene eilanden als compacte elementen midden in de open plassen. Dat zijn de diepste gedeelten van de plas waar weinig tot geen plantengroei in het water is. Brede zones van open water vanaf de oevers houden we vrij van zonnepanelen. Door de omzoming van groene eilanden zal de beleving vanaf de randen richting de zonnevelden groen en natuurlijk zijn. De lage ligging op het water van de drijvende panelen zorgt ervoor dat de beleving van de plassen open en weids blijft. Vanaf het nieuwe uitzichtpunt is er een mooi zicht op de compositie van het water, de drijvende groene eilanden en de zonnepanelen. Het uitzichtpunt kan als een bijzonder architectonisch icoon worden ontworpen. Samen met het energie-icoon vormt dit een nieuw en bijzonder attractiepunt bij de Nedereindse Plas.

om onder de zonnepanelen kunstmatige constructies aan te brengen die eveneens een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de ecologische kwaliteiten onder water. De groene drijvende eilanden zijn beplant en vormen een eigen biotoop. Watervogels kunnen hier nestgelegenheid vinden. Daarmee versterken we de biodiversiteit in en rondom de plas.

Ecologie Doordat we niet meer dan 50% van de plas bedekken met drijvende groene eilanden en zonnepanelen blijft er voldoende lichttoetreding in het water. In de diepste delen, waar de panelen liggen, is er sowieso al geen sprake meer van plantengroei. De randen blijven breed en open en sluiten aan op de natuurlijke oevers. Voor watervogels blijft open water beschikbaar. Het blijft voor hen een foerageer- en rustgebied. Een meerwaarde voor de onderwatermilieus creëren we door de aanleg van de groene eilanden: een drijvend systeem met planten boven water en bewortelingen in het water. Daardoor ontstaan o.a. voor vissen goede omstandigheden. We overwegen

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

63

Afbeelding 11: Middelwetering

64

6

BEPERKEN VAN GELUID EN SLAGSCHADUW

Geluid en slagschaduw Het beperken van hinder is en blijft het uitgangspunt van de initiatiefnemers bij de ontwikkeling van het energielandschap. In dialoog met de directe omgeving zullen we daar uitvoering aan geven en waar nodig ons plan aanscherpen. Geluidarme windmolens We committeren ons aan het kader voor het toepassen van geluidarme windmolens. Overeenkomstig de bepaling in het uitnodigingskader zullen we vóór het opstellen van de vergunningsvoorwaarden een overzicht maken van windmolens met een vermogen van 4 MW of meer en een ashoogte van minimaal 125 meter. Aan de hand van het brongeluid van betreffende windmolens en het te volgen protocol, stellen we het maximale brongeluid vast. De aanbesteding start nadat de gemeente akkoord heeft gegeven op de eis voor het maximale bronvermogen.

Beperking hoorbaar geluid Door de grote afstand tot aan woonwijken (minimaal 800 meter) en het protocol om te komen tot geluidsarme windmolens, zullen naar verwachting de geluidseffecten beperkt zijn. Dat geldt met name voor de woonwijken. We sluiten echter niet uit dat de windmolens op sommige momenten in de polder hoorbaar zijn. Als initiatiefnemers willen we daarom aanvullende maatregelen treffen die we nader beschrijven in het participatieplan.

Het aspect geluid zullen we in een later stadium – gedurende vergunningprocedure en milieueffectrapportage – nog uitgebreid onderzoeken. Het is onze ambitie om de effecten van geluid op de omgeving zo gering mogelijk te laten zijn. Binnen het vastgestelde zoekgebied voor windenergie en beschikbare grondposities zullen we zoeken naar een optimale situering van windmolens met minimale geluidseffecten voor de omgeving.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

65

Slagschaduw Slagschaduw van de draaiende wieken van windmolens kan als hinderlijk worden ervaren. De mate waarin slagschaduw kan optreden is afhankelijk van meerdere factoren, zoals de omvang van de windmolens, de afstand en situering ten opzichte van woningen, de periode in het jaar en weersomstandigheden. Op dit moment is nog niet exact bekend waar, hoeveel en wat voor type windmolens we kunnen realiseren. De wettelijke norm voor slagschaduw is vrij ingewikkeld, maar in het kort komt het erop neer dat windmolens maximaal 5 uur en 40 minuten slagschaduw ‘mogen’ veroorzaken op woningen. Initiatiefnemers hebben voor een indicatieve windmolenopstelling laten onderzoeken wat de effecten van slagschaduw zijn. Binnen de ‘5 uur en 40 minuten’ contour bevinden zich woonbestemmingen. Daarom zullen we de windmolens met een automatische stilstandvoorziening uitrusten. Een stilstandvoorziening zorgt ervoor dat de windmolen wordt stilgezet op het moment dat de norm wordt overschreden.

Minimalisering slagschaduwduur In de praktijk is het onmogelijk om 0 minuten aan slagschaduw te veroorzaken. Op het moment dat er slagschaduw gaat optreden hebben windmolens immers even de tijd nodig om ‘uit te draaien’ wat enkele minuten kan duren. Initiatiefnemers zetten in op het minimaliseren van de slagschaduwduur vanuit de

66

ambitie om geen slagschaduw te veroorzaken, wat in de praktijk zal neerkomen op circa 30 minuten slagschaduw per jaar. In de slagschaduwstudie die in opdracht van initiatiefnemers is uitgevoerd is voor een vijftal woonadressen een slagschaduwkalender opgesteld. De kalender geeft inzicht in de periodes en tijdsblokken gedurende het jaar waarin potentieel slagschaduw kan optreden. Aanleiding voor het opstellen van de kalender was een specifieke vraag vanuit een aantal bewoners ten aanzien van mogelijke slagschaduwduur. De resultaten zullen we met de bewoners bespreken. In het participatieplan gaan we dieper in op de afspraken die we met omwonenden kunnen maken over slagschaduw en het protocol van klachtenafhandeling. Het concept protocol voor de afhandeling van klachten is bijgevoegd als bijlage 3.

Rapportage Jaarlijks zullen initiatiefnemers in een openbare rapportage aangeven op welke wijze ze invulling geven aan de wettelijke normen voor geluid en slagschaduw. Goede buren De voorwaarden van het uitnodigingskader zijn voor ons niet de drijfveer om de effecten van geluid en slagschaduw te beperken, en afspraken met omwonenden te maken. Al veel eerder gaven we aan onder welke voorwaarden we een energielandschap

zouden kunnen realiseren: als ‘goede buur’, en als goede buur doen we er uiteraard alles aan om de mogelijke effecten van geluid en slagschaduw te minimaliseren. Als initiatiefnemers zijn we al sinds 2016 in gesprek met de omwonenden over de ontwikkeling van het energielandschap. We zijn altijd in gesprek gegaan over de vragen die er leven rondom de ontwikkeling van het energielandschap te beantwoorden. Voor een overzicht van de gevoerde gesprekken zie bijlage 1. Ook deden we er alles aan om de zorgen die er leven rondom de ontwikkeling van het energielandschap een plek te geven, Als er zaken waren die we alvast uit konden zoeken, dan deden we dat. Een voorbeeld is het opstellen van een slagschaduwkalender. Om mensen kennis te laten maken met windenergie, organiseerde de gemeente Utrecht samen met ons een informatiemarkt, in aanloop naar de stadsgesprekken in maart 2017. Op die informatiemarkt konden bewoners kennis opdoen over windmolens en zonnevelden en konden ze tijdens een bezoek aan een van de windmolens in Nieuwegein zelf ervaren wat een windmolen in de praktijk betekent. Daarnaast namen we deel aan de stadsgesprekken. Zo hoorden we direct de zorgen van belanghebbenden en, die we zullen meenemen in het eindproduct.

Initiatiefnemer committeren zich aan het protocol voor bepalen van het maximale brongeluid van windmolens en het meenemen van dit maximale brongeluid als eis in de aanbesteding.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

67

Afbeelding 12: energietechniek

68

7 AANLEGPLAN WINDMOLENS In de plankaart zijn de indicatieve posities van de windmolens opgenomen. Op basis van beschikbare grondposities en de voorwaarden (landschappelijk en harde belemmeringen) uit het uitnodigingskader is gezocht naar een optimale opstelling. De opstelling kunnen we optimaliseren, bijvoorbeeld wanneer meer grondeigenaren medewerking verlenen aan het initiatiefvoorstel.

Reijerscop De tijdelijke bouwwegen en de permanente toegangswegen worden zoveel mogelijk op dezelfde locatie gesitueerd, mits dat technisch mogelijk is voor het grote transport. De bouwen toegangswegen van de windmolen(s) in Reijerscop zullen bij voorkeur lopen vanaf de Reijerscop de polder in naar de turbineposities. De Reijerscop zelf zal waarschijnlijk op enkele plekken verbreed en verzwaard moeten worden. Tevens zullen er bomen, verkeersborden en andere objecten tijdelijk verwijderd moeten worden. Om de boogstralen van de vrachtwagens mogelijk te maken zullen er wellicht tijdelijke aanpassingen nodig zijn op de plekken waar het transport van de Reijerscop via de erven de polder indraait. De Reijerscop kan bereikt worden via het fietspad achter de Starbucks A12 De Meern. Ook hier zullen tijdelijke verbredingen en aanpassingen noodzakelijk zijn maar vooralsnog lijkt deze route haalbaar. De permanente toegangswegen zullen vier tot vijf meter breed zijn en (semi) verhard.

Het kabeltracé voor de interne parkbekabeling zal vanaf de turbineposities langs de toegangsweg richting de Reijerscop lopen. Via de Reijerscop loopt het tracé richting Starbucks A12 de Meern waar het middels een boring onder de N228 wordt gebracht om aan te haken bij de windmolens in Rijnenburg. Dit voorgestelde tracé is wellicht niet optimaal, maar gezien de beschikbaarheid van grondposities op dit moment wel realistisch.

Rijnenburg De tijdelijke bouwwegen en de permanente toegangswegen worden zoveel mogelijk op dezelfde locatie gesitueerd, mits dit technisch mogelijk is voor het grote transport. De windmolens in Rijnenburg worden benaderd vanaf de Meerndijk. De Meerndijk zelf is al geschikt voor zwaar transport. Vanaf de Meerndijk is een efficiënt tracé mogelijk waarbij zo min mogelijk percelen worden doorkruist. De Ringkade zal echter gekruist moeten worden. Het kabeltracé voor de interne parkbekabeling zal zo efficiënt mogelijk van de turbines richting de Middelwetering worden gebracht. Langs de Middelwetering zal het tracé worden gevolgd richting het inkoopstation. Het inkoopstation is indicatief voorzien in het noordoosten van Rijnenburg.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

69

70

8 AANLEG EN BEHEERPLAN ZONNEVELDEN Er is een aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen opgesteld, bestaande uit meer informatie over de beoogde opstelling van de zonnepanelen, de grensafscheiding en de maatregelen die worden getrokken bij de aanleg en het beheer van het energielandschap, inclusief welke natuurbeheertypen en beplanting van toepassing zijn.

• •

• In de fase van vergunningverlening, zullen we een volledig aanleg- en beheerplan opstellen. Daaruit zal blijken hoe we met de reeds aanwezige natuurwaarden omgegaan, op welke manier we ontwikkeling van natuur stimuleren en wat het beoogde natuurdoeltype is. In dat plan zullen we ook informatie opnemen over beschikbare geborgde budgetten, planning, monitoring en verantwoordelijkheden voor de duur waarop de locatie in gebruik is. Het volledige aanleg- en beheerplan zal invulling geven aan de bescherming van in het gebied voorkomende soorten conform het Utrechtse Soortenbeleid. Het zal tevens voldoen aan de eisen die de provincie stelt ten behoeve van het afgeven van een ontheffing Wet natuurbescherming.

Opstelling van zonnepanelen Er zijn een aantal spelregels opgesteld voor de opstelling van de zonnepanelen: • Om bodemverstoring en –verdichting tot een minimum te beperken, wordt geen gebruik gemaakt van betonnen (gestorte) fundering. • De panelen worden parallel aan de kavelgrens geplaatst om

• •

onnodige rafelranden te voorkomen. Afhankelijk van de breedte van de kavel kan er voor een zuid opstelling of een oost-westopstelling worden gekozen. Bij een oost-westopstelling zal er afdoende ruimte worden gehouden tussen de panelen zodat er afdoende lichtval is onder de panelen. De onderkant van de paneelopstelling start op 60 centimeter ten opzichte van het maaiveld. De paneelopstelling wordt maximaal 2,40 meter hoog ten  Bij een oost-westopstelling zal er afdoende ruimte worden gehouden tussen de panelen opzichte het maaiveld. zodat ervan afdoende lichtval is onder de panelen.  De onderkant vanvan de paneelopstelling start opwordt 60 centimeter ten opzichte van het maaiveld. Bij de opstelling de zonnepanelen rekening  De paneelopstelling wordt maximaal 2,40 meter hoog ten opzichte van het maaiveld. gehouden dat er voldoende licht en afstromend regenwater  Bij de opstelling van de zonnepanelen wordt rekening gehouden dat er voldoende licht en beschikbaar zijn. beschikbaar zal zijn. afstromendzal regenwater

Panelen parallel aan de kavelgrens

Panelen in zuid en oost-west opstelling

Panelen in zuid en oost-west opstelling

Afstanden ten opzichte van het maaiveld

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP Grensafscheiding Bij de keuze voor de grensafscheiding zijn de volgende kaders leidend geweest:

71

72

Drijvende zonnepanelen De zonnepanelen brengen we met drijvers aan op de plassen. Ze worden verankerd op de bodem. Op dit moment denken we aan een lage zuid- of oostwest georiënteerde opstelling. We maken een stabiele vaste opstelling (geen meedraaiend veld) om voldoende ruimte te bieden voor andere inpassingsmaatregelen en een rustig beeld. De groene eilanden worden aan de dragers van de drijvers bevestigd. Referentiebeeld drijvende zonnepanelen

hekwerk zal beveiligd worden met een hekwerkdetectie. Het hekwerk wordt 2 meter hoog. Het gaas zal op 15 centimeter boven het maaiveld beginnen zodat kleinere diersoorten onder het hekwerk door kunnen. Ter hoogte van de Heijcopperkade en Ringkade zullen de ontsluitingswegen van de zonnevelden zoveel mogelijk worden afgesloten met een landelijk ogende toegangspoort. De toegangspoorten plaatsen we op de dam. Daarmee voorkomen we dat de ontsluitingswegen van het zonneveld openbaar toegankelijk ogen.

Grensafscheiding Bij de keuze voor de grensafscheiding zijn de volgende kaders leidend geweest: • Eventueel hekwerk rondom zonnevelden is passeerbaar voor in het gebied voorkomende fauna, waaronder hazen, mits dit verenigbaar is met de eisen die de verzekeraar stelt aan de afscherming van de zonnepanelen. • Zonnevelden worden niet beveiligd met honden of zichtbare verlichting; wel kan gebruik worden gemaakt van camerabeveiliging met infraroodverlichting.

Faunapassages Doordat het hekwerk minimaal 15 cm boven de grond wordt geplaatst, is het zonneveld toegankelijk voor kleinere zoogdieren en amfibieën.

Hekwerk Rondom de zonnevelden wordt een onopvallend, niet glimmend hekwerk toegepast. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het gaashekwerk Orses van Heras (of een vergelijkbaar type). We passen geen horizontale bovenbuis of prikkeldraad toe. Het

Daarnaast zullen we faunapassages toevoegen die ervoor zorgen dat het zonneveld toegankelijk blijft voor grondgebonden zoogdieren als de haas. Kleinere tunnels of richels kunnen ook door amfibieën worden gebruikt. Bij de inzet van de faunapassages zullen we de Leidraad Faunavoorziening bij Infrastructuur (2013) als basis gebruiken voor het ontwerp en afmetingen.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

73

worden geplaatst op de dam, hiermee wordt voorkomen dat de ontsluitingswegen van het zonneveld openbaar toegankelijk ogen.

Initiatiefnemers beschrijven in het aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen welke natuurbeheertypen ze toepassen in de ecologische zones en hoe ze omgaan met het onderhoud van de watergangen en bijbehorende oevers. Hier hoeft (nog) geen ecologisch onderzoek aan ten grondslag te liggen.

Initiatiefnemers beschrijven in het aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen wat de voorgenomen opstelling van de zonnepanelen is, hoe ze omgaan met grensafscheiding, welke maatregelen ze treffen bij aanleg en beheer van het energielandschap ten behoeve van natuur, welke natuurbeheertypen voorgenomen worden en welke beplanting ze toevoegen. Hier hoeft (nog) geen ecologisch onderzoek aan ten grondslag te liggen. NB: Voor een vergunningaanvraag is dit onderzoek wel nodig.

Initiatiefnemers beschrijven in het aanleg- en beheerplan op hoofdlijnen wat de voorgenomen opstelling van de zonnepanelen is en op welke wijze ze het leefgebied voor watervogels rond zonnepanelen op de Nedereindse Plas verbeteren. worden geplaatst op de dam, hiermee wordt voorkomen dat de ontsluitingswegen van het zonneveld openbaar toegankelijk ogen.

Referentiebeeld van een transparant hekwerk

Faunapassages Doordat het hekwerk minimaal 15 cm boven de grond wordt geplaatst, is het zonneveld toegankelijk voor kleinere zoogdieren en amfibieën. Daarnaast zullen er faunapassages worden toegevoegd die ervoor zorgen dat het zonneveld toegankelijk blijft voor grondgebonden zoogdieren als das of vos. Kleinere tunnels of richels kunnen ook door amfibieën worden gebruikt. Bij de inzet van de transparant faunapassages Referentiebeeld van een hekwerkzal de Leidraad Faunavoorziening bij Infrastructuur (2013) als basis worden gebruikt voor het ontwerp en afmetingen. Faunapassages Doordat het hekwerk minimaal 15 cm boven de grond wordt geplaatst, is het zonneveld toegankelijk voor kleinere zoogdieren en amfibieën. Daarnaast zullen er faunapassages worden toegevoegd die ervoor zorgen dat het zonneveld toegankelijk blijft voor grondgebonden zoogdieren als das of vos. Kleinere tunnels of richels kunnen ook door amfibieën worden gebruikt. Bij de inzet van de faunapassages zal de Leidraad Faunavoorziening bij Infrastructuur (2013) als basis worden gebruikt voor het ontwerp en afmetingen.

Referentiebeeld van mogelijke faunapassages

74

Hoofdeenheden natuur en landschap t.b.v. beheer Voor de inrichting van de zonnevelden zijn de volgende kaders leidend geweest:

Hoofdeenheden natuur en landschap t.b.v. beheer Voor de inrichting van de zonnevelden zijn de volgende kaders leidend geweest: • In de zonnevelden is het hele jaar rond sprake van een dichte en aaneengesloten bodembedekkende grazige of kruidenrijke vegetatie, bestaande uit inheemse en gebiedseigen soorten. • De te ontwikkelen natuur heeft een gebiedseigen karakter en is versterkend ten opzichte van bestaande en hier van nature voorkomende natuurwaarden. • Het inzaaien, aanplanten of uitzetten van inheemse gebiedseigen soorten is alleen met toestemming van de gemeente toegestaan. Bij voorkeur gaan we uit van bestaande (bron)populaties of maaisel uit omliggende natuurgebieden op een afstand van minder dan vijftien kilometer. • Tussen zonnevelden en (nieuw aan te leggen) wegen voegen we planten en/of bomen toe die de aanwezigheid van het zonneveld en eventueel hekwerk minder doen opvallen. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan op de al aanwezige groenstructuur (bijvoorbeeld bij het aanvullen van bomenlanen) en worden plant- en boomsoorten gebruikt die bij het gebied passen en een ecologische meerwaarde hebben. • We plaatsen geen bijenkasten.

Voor het beheer van de zonnevelden zijn de volgende kaders leidend geweest: • De grazige vegetatie onder en rond zonnepanelen wordt beheerd als kruiden- en faunarijk grasland (natuurbeheertype N12.02). • Extensieve begrazing (bijvoorbeeld door schapen) is toegestaan indien dit een natuurdoel dient en bijdraagt aan instandhouding van de natuurbeheertypen. • Er worden geen pesticiden of herbiciden gebruikt, tenzij dit van overheidswege gevraagd wordt (bijvoorbeeld om bepaalde plagen te bestrijden). • Kunstmest en drijfmest zijn niet toegestaan. Ruwe stalmest mag in beperkte mate worden toegepast indien dit natuurdoelen dient. • Om bodemverontreiniging te voorkomen mag geen afspoeling plaatsvinden van zware metalen of andere milieubelastende stoffen.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

75

Afbeelding 13: impressie ecologische zone Middelwetering, zon en wind

rg en Reijerscop | 27 oktober 2020 76

9

INNOVATIE

Innovatie 1: pilot Veenmos onder Zonnepanelen Naast het voorkomen van CO2 uitstoot door productie van groene stroom onderzoeken we hoe we CO2 uitstoot uit het veenweidegebied kunnen voorkomen en zelfs CO2 kunnen opslaan. Door lokaal de waterstand te verhogen maken we de bodem natter, houden we op de lange duur meer CO2 vast en voorkomen we bodemoxidatie. Vegetatie kan dit proces versterken. We zoeken een type vegetatie dat kan groeien onder zonnepanelen zodat we twee vliegen in één klap slaan: de gebiedseigen ecologie versterken en extra CO2 opslaan. Een geschikte vegetatie voor veenbodems die veel CO2 opslaat zou veenmos kunnen zijn. Veenmos onder panelen levert 9% extra CO2 opslag op. Veenmos slaat 30 ton CO2 equivalenten per ha/ jaar op. De reductie door de zonnepanelen is 400 ton CO2 per ha/ jaar (bron: Holland Solar).

van de groeiomstandigheden moet uitwijzen of veenmosteelt kans heeft en welk type veenmos geschikt is. We zoeken een schaduwtolerant type veenmos. Daarna kan een proefopstelling worden ingericht.

Stappenplan Proef Opstelling: onderzoekslocatie voor veenmosteelt 1. Analyse van de groeiomstandigheden 2. Keuze voor een type schaduwtolerant veenmos 3. Inrichten van 1 hectare onderzoeksveld met 3 opstellingen met verschillende bedekkingsgraad: een veld volgens de normale panelenopstelling met daaronder en langs de randen veenmos, een veld met extensiever geplaatste panelen en een veld zonder panelen, een apart veenmosperceel.

Nu groeit er geen veenmos in Rijnenburg dus zullen we ervaring op moeten doen met de teeltwijze ervan. Ook de combinatie met zonnepanelen boven het veenmos zal onderzocht moeten worden. We onderzoeken een optimale opstelling van de panelen waaronder veenmos kan groeien. Het ideale leefklimaat dat veenmos nodig heeft om te groeien is nat, met voldoende zonlicht. Daarnaast zijn de hardheid van het water en de nutriënten in de bodem belangrijk. Een analyse

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

77

Afbeelding 14: veenmos

78

Onderzoekvragen • Wat is een geschikt peilniveau? Het grondwater moet tot aan het grondoppervlak staan of tot 10 cm eronder. In overleg met het Waterschap zetten we een apart peilniveau op voor het onderzoeksperceel. • Gaat vernatten samen met het onderhoud van de panelen en het veld? • Is er voldoende zonlicht van het juiste spectrum beschikbaar onder de panelen? In de zonnevelden is het hele jaar rond sprake van een dichte en aaneengesloten bodembedekkende grazige of kruidenrijke vegetatie, bestaande uit inheemse en gebiedseigen soorten. Kunnen de veenmossen er ook groeien? In het onderzoek zoeken we samenwerking met een gespecialiseerde Universiteit (zoals Wageningen Universiteit) en met Holland Solar voor de inrichting van de proefopstelling en de analyse van de resultaten.

Innovatie 2: toepassing waterstof(turbines) Een tweede innovatieve manier om CO2 uitstoot verder te beperken is het toepassen van waterstof turbines. We willen verkennen of het wenselijk en haalbaar is waterstof te ontwikkelen door middel van elektrolyse van water met stroom uit het energielandschap (groene waterstof). Eneco is op verschillende locaties in Nederland betrokken bij waterstof projecten, waaronder een project in Stad aan ’t Haringvliet

waar bekeken wordt of de woningen van het gas af kunnen en voorzien kunnen worden van waterstof. Hiervoor worden ‘waterstofturbines’ gerealiseerd, waarbij middels elektrolyse ‘aan de bron’ elektriciteit direct wordt gebruikt om groene waterstof te produceren. Voor Utrecht voorzien we vooralsnog voor de korte tot middellange termijn twee interessante mogelijkheden: • Waterstofproductie voor toelevering aan een of meerdere waterstofstations. De stations worden niet door onszelf gerealiseerd, maar we zijn wel in gesprek met partijen die de kansen willen verkennen. Rijnenburg ligt strategisch interessant voor een waterstofstation: nabij de A12 en A2, nabij bestaande tankstations en een grote carpool- en truckstopplaats. • Waterstofproductie voor injectie in het bestaande gasnetwerk (bijmenging). Feitelijk lijkt deze optie voor nu het meest rendabel, mits er een geschikte buisleiding in de buurt ligt. De komende maanden willen we (met partners) verkennen welk alternatief het meest kansrijk is. Graag betrekken we de gemeente Utrecht als belangrijke stakeholder.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

79

Afbeelding 15: Duurzaamheidsmarkt

80

10

PARTICIPATIEPLAN

Het energielandschap dat we willen ontwikkelen is geen kleine ingreep in het landschap. Het gaat niet om wat koeien in de wei erbij of hier en daar een bosschage verplaatsen. Integendeel. Het gaat om hoge windturbines en vele hectaren zonnepanelen. Dat heeft een grote impact op de woonomgeving van de omwonenden, in Rijnenburg en Reijerscop. Hun betrokkenheid bij de planvorming is daarom voor ons van groot belang. We kunnen geen duurzame energie opwekken zonder een duurzame relatie op te bouwen met de toekomstige buren. Participatie gaat dus vooral ook over het opbouwen van die relatie. In dit hoofdstuk benoemen verschillende vormen van participatie en werken we die zoveel mogelijk uit. We zeggen hier ‘zoveel mogelijk’, omdat juist de vorm van participatie ook aan de inwoners is. Denk aan de inrichting van het bestuur van het Gebiedsfonds of de keuzes die het fonds maakt. We onderscheiden een aantal vormen van participatie: 1. Procesparticipatie van omwonenden: wij betrekken hen bij, en informeren hen over het ontwerpproces en het daaropvolgende plan- en bouwproces; 2. ‘Opbrengstenparticipatie’: wij laten omwonenden meedelen in de opbrengsten uit het Energielandschap en meebeslissen over de bestedingen vanuit het Gebiedsfonds; 3. Financiële participatie: wie lid wordt van één van de energiecoöperaties kan mee investeren en, met rente, meeprofiteren.

Leden kunnen via de ALV van de coöperaties

bovendien meebeslissen over voorstellen van hun bestuur. De procesparticipatie vond voor een deel plaats in de jaren 2016 tot en met medio 2020. In bijlage 1 staat een overzicht van de procesparticipatie door Rijne Energie en door het consortium van 2016 tot en met 2020. Ook de deelname aan de procesparticipatie van de gemeente Utrecht namen we op in het overzicht. De opgehaalde inzichten, zorgen en wensen namen we mee in dit initiatiefvoorstel.

Cirkels van betrokkenheid: wie betrekken we op welke manier? Iedereen die in de gemeente Utrecht of een aangrenzende gemeente (Stichtse Vecht, De Bilt, Zeist, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Montfoort, Woerden) of Lopik woont kan lid worden van Rijne Energie. We nodigen de volgende mensen uit voor informatie- en ontwerpavonden: • Iedereen die binnen Rijnenburg en Reijersop in de gemeente Utrecht woont in de straten Nedereindseweg, Reijerscop, Ringkade, Heijcopperkade, Meerndijk en Reijerscop, en • Iedereen die ten zuiden van de A12 en ten westen van de A2 binnen 1000 meter van het zoekgebied voor wind en zon woont, dus ook een aantal huishoudens in woningen in de gemeenten Montfoort en Woerden (zie ‘consultatiegebied’ op onderstaande kaart); • Iedereen ten zuiden van de A12 en ten westen van de

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

81

A2 binnen 800 meter van windturbines, dus ook enkele huishoudens in woningen in de gemeenten Montfoort en Woerden (zie kaart met 800-meter contour). Deze groep kan financieel meeprofiteren van het windpark. Wat betreft de mate van zeggenschap staan onze bijeenkomsten op de participatieladder op de consulterende trede: omwonenden kunnen input leveren die we meenemen in het ontwerpproces, maar zij beslissen niet mee over het ontwerp of het Gebiedsfonds. Daarmee sluiten we aan bij de signalen die we tot nu toe uit het gebied opvangen: “Leg ons plannen voor en betrek ons erbij, maar Rijne Energie/het consortium moet de plannen wel zelf ontwikkelen.”

Uiteraard staat het omwonenden vrij om geen input te leveren maar meer passief de ontwikkelingen te volgen. We zullen het proces echter zo inrichten dat omwonenden altijd kunnen ‘instappen’ om mee te denken of juist ‘uitstappen’ als ze geen zin of tijd meer hebben om mee te denken (al zullen we dat laatste betreuren en in gesprek gaan om omwonenden betrokken te houden). Met andere woorden: onze deur staat altijd open. Zoals in veel planprocessen gebruikelijk is, werken we van grof naar fijn. Daarmee is er voor alle omwonenden wat wils. Immers, sommige omwonenden zullen liever op hoofdlijnen meedenken (Waar komen turbines? Waar komen zonnevelden?), terwijl andere omwonenden pas later willen meedenken, als de details duidelijk worden (hoe gaan we de zonnevelden inkleden? Hoe gaat de governance van het Gebiedsfonds eruit zien?). Dat vraagt van ons dat we door het hele proces door omwonenden blijven uitnodigen.

Uitnodigingen We nodigen mensen uit via huis-aan-huis bezorgde brieven en streven er naar om die twee weken voor de informatie-/ ontwerpavond bij genodigden in de bus te hebben. De mensen van wie we het e-mailadres hebben zullen we (ook) mailen. We gaan er niet van uit dat als een omwonende op een bewonersavond is geweest deze ook op de daaropvolgende avond zal komen: we nodigen hem of haar dan weer opnieuw uit.

82

Locatie De bijeenkomsten houden we zoveel mogelijk in Wijkcentrum De Schalm in De Meern, wat voor de omwonenden goed met de fiets of auto bereikbaar is. Het Wijkcentrum heeft een sociale functie die bij onze energiecoöperatie past, en zo blijft het geld dat we uitgeven zoveel mogelijk dichtbij het plangebied. Als er aanleiding toe bestaat zullen we omwonenden ook de mogelijkheid geven digitaal deel te nemen. Dat laatste deden we al een aantal keren en we verwachten dat nog vaker te (moeten) doen. We kiezen dan vooral voor Zoom, omdat veel mensen dat als gebruiksvriendelijk en laagdrempelig ervaren.

benutten om met omwonenden in gesprek te gaan voordat ze een eventueel nieuw besluit moeten nemen.

Wijdere omgeving Huishoudens in de wijdere omgeving nodigen we uit op grotere inloopavonden. Doel van de inloopavond is de wijdere omgeving te informeren over de planvorming. Een inloopavond geeft meer gelegenheid tot interactie dan een presentatie over de plannen. De inloopavonden houden we als er duidelijke faseovergangen plaatsvinden, bijvoorbeeld bij: • Goedkeuring van het initiatiefvoorstel door de gemeente; • Vaststelling van het bestemmingsplan; • Aanvang van de aanleg van het zonne- of windpark. Mate van zeggenschap/plek op de participatieladder: De inloopavonden hebben een informerend karakter en vinden zoveel mogelijk in aanloop naar besluiten plaats, zodat belangrijke informatie meegenomen wordt en koppelkansen benut worden. Zo kunnen raadsleden de inloopavonden

Zeggenschap in de beheerfase Ook in de beheerfase (als het Energielandschap gerealiseerd is) kunnen omwonenden invloed uitoefenen. Bij Rijne Energie of de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)/Omgevingsdienst kunnen omwonenden te recht met vragen en klachten. Ze kunnen zitting nemen in het bestuur van het Gebiedsfonds of ideeën voor het fonds in dienen. Of lid worden van Rijne Energie of De Windvogel en zo mee te beslissen over beheersbeslissingen.

Daarnaast kunnen inwoners van de gemeente Utrecht en de daaraan grenzende gemeenten lid worden van de energiecoöperatie Rijne Energie. Op ledenvergaderingen, themabijeenkomsten en via ledennieuwsbrieven houden wij hen op de hoogte van de voortgang. Tot slot informeren we zowel de omwonenden als de wijdere omgeving via onze website www.rijne-energie.nl. Iedereen kan zich abonneren op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

83

Uit het Uitnodigingskader (inclusief wijzigingen vanwege de raadsbrief van 16 juni 2020): “Initiatiefnemers richten een omgevingsfonds op en storten in dit fonds minimaal 0,5 euro per geproduceerde MWh door windmolens. Bewoners in een door initiatiefnemers afgebakend gebied hebben zeggenschap over benutting van dit fonds en beslissen mee over wie het fonds het beste kan beheren. De gemeente neemt deel aan de nog op te richten organisatie die beslist over de besteding van de middelen uit het omgevingsfonds. De gemeente zal er op toezien dat door direct omwonenden gewenste woningisolatie daadwerkelijk gerealiseerd wordt.” “Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op welke wijze bewoners van de polders (inclusief woningen in andere gemeenten) in aanmerking kunnen komen voor isolatiemaatregelen.” “Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen hoeveel budget ze beschikbaar stellen voor het omgevingsfonds en op welk moment dit budget beschikbaar komt. Ook wordt een voorstel gedaan voor de organisatievorm voor de besluitvorming over inzet van het omgevingsfonds.”

84

Beschrijving governance, maatregelen en realisatie van Gebiedsfonds Bij de inrichting van een Gebiedsfonds hanteren we de volgende principes: • Het geld is voor de gemeenschap, niet voor de gemeente: daarmee bedoelen we dat het een fonds is voor de gemeenschap, met direct zeggenschap van geïnteresseerde inwoners die zich willen inzetten om het fonds te beheren en te zorgen dat het geld goed terecht komt. Het Gebiedsfonds is niet bedoeld om de taken van de gemeenten in en rond het Energielandschap over te nemen of met geld aan te vullen. • Open en vrijwillig: iedereen kan meedoen, mee besturen of plannen indienen, maar niets hoeft. • Democratisch: iedere bestuurder heeft één stem. De leden van de RvT kiezen het bestuur en het bestuur beslist over de bestedingen. • Transparante besluitvorming door het bestuur: er worden geen individuele afspraken gemaakt met indieners van plannen. Het bestuur neemt beslissingen in open vergaderingen waarin iedereen één stem heeft. Verslagen, processen en vastlegging van afspraken zijn openbaar. • Het geld wordt besteed aan zaken waar mensen collectief iets aan hebben of aanspraak op kunnen maken: er worden geen individuele verdelingen of afspraken gemaakt. Dat wil niet zeggen dat het geld niet bij individuele huishoudens kan landen, zoals voor zonnepanelen of woningisolatie, maar het gaat dan om projecten waar iedereen aanspraak op kan maken.

Tijdens een eerste bijeenkomst over de inrichting van het Gebiedsfonds op 1 juli 2020 gaven de omwonenden aan dat zij verwachten dat Rijne Energie met een voorstel komt. Echter, zij gaven ook aan dat zij er nog niet aan toe zijn om op dat voorstel te reflecteren vóórdat er zekerheid is dat het Energielandschap er daadwerkelijk komt. Mocht hier meer zekerheid over bestaan, en de locaties van de zonneweiden en het windpark voldoende bekend en zeker zijn, dan zullen we op een bijeenkomst met de omwonenden binnen 1000 meter van het park het volgende voorstellen:

Governance en zeggenschap bestedingen gebiedsfonds • Voor het eerste bestuur kunnen vijf omwonenden zich opgeven bij Rijne Energie, dat na overleg met de gemeente de bestuursleden zal installeren. Als er meer dan vijf gegadigden zijn dan zullen Rijne Energie en de gemeente gesprekken voeren met de kandidaten en de in haar ogen beste kandidaten selecteren. Bestuursleden hebben maximaal drie jaar zittingstermijn en moeten in Rijnenburg of Reijerscop of binnen een kilometer van het Energielandschap wonen ten zuiden van de A12 en ten westen van de A2;

1

2

3

4

SOCIAL E GRONDVERGOEDING

OMWONENDEN REGELING

OMGEVINGS FONDS

RENDEMENT VOOR DEELNEMERS ENERGIECOÖPERATIE

Grondeigenaren

Omwonenden

Het gebied: De omgeving van de energie installa�es

Deelnemers energiecoöpera�e: De gemeenten in en rondom het gebied

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

85

Uit het Uitnodigingskader: “Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen hoe ze in overleg met bewoners en grondeigenaren komen tot de verdere verdeling van grondvergoedingen en bewonersvergoedingen.”

Afbeelding 16: windenergie

86

•

•

•

Het bestuur legt ieder jaar verantwoording af aan de gemeente en Rijne Energie over de genomen besluiten. Zo kan met name de gemeente controleren of aanvragen voor woningisolatie voorrang krijgen (zoals voorgeschreven in het Uitnodigingskader). Criteria voor aanvragen: versterken van het gebied van Rijnenburg en Reijerscop en het gebied ten zuiden van de A12 en ten westen van de A2 binnen een kilometer van het Energielandschap op een cultureel, educatief, sociaal, recreatief, duurzaam, landschappelijk of ecologisch vlak; Indienen en toetsing van plannen: twee keer per jaar, waarbij het bestuur van het Gebiedsfonds bij elke ronde voorrang geeft aan aanvragen voor woningisolatie voor woningen binnen 800 meter vanaf windturbines. De isolatie vermindert niet alleen geluid in de woning maar gaat ook warmteverlies tegen en bespaart daarmee energie. Het bestuur toetst de plannen aan bovengenoemde criteria en neemt besluiten op een door haar zelf te bepalen frequentie (doorlopend, elk kwartaal, in een x aantal vergaderingen per jaar, na indienen voldoende plannen of een andere frequentie).

Storting van geld in het fonds Per MWh opgewekte elektriciteit komt er jaarlijks 0,50 euro in het fonds. Uitbetaling vindt plaats na afloop van het productiejaar. Op verzoek van het bestuur kunnen toekomstige bijdragen (tegen netto contante waarde) tot maximaal vijf jaar naar voren worden gehaald. Bijvoorbeeld als er meer verzoeken

zijn voor woningisolatie dan het fonds in een jaar kan honoreren.

Voorstellen voor een Omwonendenregeling en sociale grondvergoedingen Uit het Uitnodigingskader: “Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen welke rechtspersonen voor lokaal eigendom deel zijn van het consortium. Uit de (concept)statuten van deze rechtspersonen (in oprichting) moet blijken welke personen en organisaties deel kunnen nemen en op welke wijze voorwaarden worden gesteld aan (verschillende vormen van) deelname. (…).” •

•

De Omwonendenregeling omvat eenmalig 500 euro (bij een afstand van 800 meter tot de windturbine) tot 5000 euro (bij 150 m). Met deze regeling kunnen omwonenden binnen 800 meter van een windturbine eenmalig hinderbeperkende maatregelen nemen. Daarnaast krijgen omwonenden jaarlijks de tegenwaarde van 10% (op 800 m) tot 100% (op 150 m) van een jaar elektriciteits- en gasverbruik voor een gemiddeld huishouden (1470 m3 gas en 3000 kWh elektra). De inkomsten uit de Omwonendenregeling zijn inkomsten uit vermogen en vallen daarmee in box 3 van de inkomstenbelasting. Sociale grondvergoedingen: de grondvergoedingen spelen alleen bij windturbines. We zullen bij de grondeigenaren aangeven dat zij de omwonenden mee moeten laten delen in

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

87

•

88

de grondvergoedingen voor windturbines. In ieder geval 20% van de totale vergoeding reserveren we voor omwonenden. De precieze verdeling van de grondvergoedingen tussen grondeigenaren met een windturbine, grondeigenaren zonder windturbine maar wel met grond in het zoekgebied en omwonenden zullen we in overleg met hen bepalen. Planschade: het proces dat we zullen doorlopen gaat als volgt: * We stellen een lijst met instanties op waarvan we de planschadestudie accepteren en waaruit omwonenden met een verwachte planschadeclaim kunnen kiezen; * We voeren een quickscan planschade uit zodat we een overzicht krijgen van wie er planschade zou kunnen hebben; * Omwonenden met potentiële planschade benaderen we voor een gesprek waarbij twee scenario’s mogelijk zijn: ◊ Of we kiezen samen een bureau dat het planschadeonderzoek doet. Het bedrag dat daaruit naar voren komt betalen we uit. Daarbij kwalificeren we de uitbetaling als planschade. Dit betekent dat als we het niet met elkaar eens worden en de planschade via de gemeente wordt vastgesteld het uitbetaalde bedrag van een vast te stellen vergoeding wordt afgetrokken; ◊ Of wij en omwonenden kiezen beide een andere instantie die de planschade bepaalt, uit de hierboven bedoelde lijst. Mocht er een verschil zijn

•

dan middelen we het en betalen we dat bedrag uit aan de omwonende. ◊ De uitkering van planschade zal voor de omwonende inkomen uit vermogen zijn en daarmee in box 3 van de inkomstenbelasting vallen. We streven er naar om de planschadevergoeding niet weg te strepen tegen de vergoeding vanuit de omwonendenregeling. Dat streven is echter onder voorbehoud dat de businesscase dat kan dragen.

Goed omgaan met de buurt

Uit de Visie: “Wij eisen in aanvulling daarop ook van de initiatiefnemers dat zij elk jaar een rapportage publiceren, waarin ze aangeven op welke wijze voldaan is aan de wettelijke regels voor geluid en slagschaduw en niet alleen op momenten dat er klachten zijn, zoals normaliter gebruikelijk is.”

met omwonenden binnen en buiten de gemeentegrenzen gemaakt kunnen worden over het beperken van hinderlijke slagschaduw tot bijna nul. Het participatieplan bevat in elk geval een protocol voor klachtenafhandeling en de wijze waarop klachten vertaald worden naar beheersmaatregelen.”

En: “De initiatiefnemer geeft aan welke afspraken met omwonenden binnen en buiten de gemeentegrenzen gemaakt kunnen worden over het beperken van hinderlijke slagschaduw tot bijna nul. De manier waarop dit gebeurt, moeten initiatiefnemers opnemen in het participatieplan, dat deel uitmaakt van de in te dienen voorstellen, voorafgaand aan de planologische besluitvorming.”

“Initiatiefnemers nemen in het participatieplan op hoofdlijnen de verplichting tot een openbare rapportage op.”

En: “Wij eisen in aanvulling daarop ook van de initiatiefnemers dat zij elk jaar een rapportage publiceren, waarin ze aangeven op welke wijze voldaan is aan de wettelijke regels voor geluid en slagschaduw en niet alleen op momenten dat er klachten zijn, zoals normaliter gebruikelijk is.” Uit het Uitnodigingskader: “Initiatiefnemers beschrijven in het participatieplan op hoofdlijnen welke afspraken

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

89

Beperken van slagschaduw We laten sensoren op de turbines plaatsen die bijhouden of er slagschaduw valt op een woning binnen het invloedgebied waarbinnen slagschaduw kan optreden. In het geval van slagschaduw op een woning of ander gevoelig object draait de turbine uit en stopt dan met draaien (in vaktermen heet dit een ‘stilstandsregeling’). Omdat de windturbine zal uitdraaien leidt dit elke keer tot zo’n twee minuten slagschaduw, waarbij we verwachten dat het opgeteld tot ongeveer een half uur slagschaduw per jaar leidt. Door het uitdraaien van de turbine bij een stopsignaal van de sensor kunnen we niet garanderen dat er nooit slagschaduw valt op een woning of ander gevoelig object, maar het zal aanzienlijk minder zijn dan de vijf uur en 40 minuten per jaar die veelal als wettelijk maximum wordt aangehouden (Bosch & Van Rijn, 2020). Klachtenprotocol • Voor urgente klachten kunnen omwonenden terecht bij de toekomstige beheerder van het Energielandschap. Het kan gaan om zaken als rare geluiden, verdachte omstandigheden bij de windturbines of zonnevelden. • Voor niet-urgente klachten is Rijne Energie het klachtenloket: omwonenden met klachten over slagschaduw, overlast door onderhoud van het Energielandschap of andere zaken daaromheen kunnen bij Rijne Energie terecht; * Rijne Energie bespreekt de klachten met Eneco en/of BHM Solar en besluit wat te doen;

90

*

•

Rijne Energie koppelt binnen zes weken na de klacht terug aan de klager hoe er met de klacht wordt omgegaan; Parallel aan het bespreken van de klacht met Rijne Energie kan de klager met de klacht naar de RUD gaan. Daarom zullen we voor ingebruikname van het Energielandschap met de RUD een apart klachtenprotocol afspreken zodat het voor zowel de beheerders van het Energielandschap als de RUD helder is wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe klachten

•

geregistreerd worden; Rijne Energie verzamelt de klachten doorlopend en dient bij de gemeente één keer per jaar een verslag over de klachten in en hoe hiermee is omgegaan. Op verzoek van de gemeente kan Rijne Energie samen met BHM Solar en/of Eneco het verslag bij de gemeente komen toelichten.

Rapportage hoe voldaan wordt aan wettelijke normen door het jaar heen. In dit rapport zullen we vooral benoemen: • in welke verschillende modi de turbines hebben gestaan, waaruit onder andere de stilstand vanwege slagschaduw volgt. We zullen verder verkennen op welke wijze slagschaduw transparant inzichtelijke kunnen maken; • Wat we eraan hebben gedaan om de turbines te laten voldoen aan de geluidsnormen; • Berekening van Lden (een type gemiddelde geluidswaarde) zodat inzichtelijk gemaakt wordt dat de turbines voldeden aan de geluidseisen. Daarvoor zullen we de Lden-monitor gebruiken. Dat is een applicatie waarmee alle Enecowindparken worden gemonitord; • Hoe we hinderlijke schittering van de zonnevelden hebben beperkt.

Maatschappelijk rendement Het eigendom van het energielandschap komt voor 50% in handen van coöperaties. Coöperaties zijn ‘bedrijven’ van en voor de leden, waarin via een democratische structuur beslissingen worden genomen over de bedrijfsvoering en de financiën. Uitgangspunten zijn: voorzien in de behoeften van de leden en bijdragen aan maatschappelijk rendement (zie ook https:// www.cooperatie.nl/informatie/ica-principes/ voor de zeven coöperatieve principes).

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

91

Afbeelding 17: ledenwerving

92

Maatschappelijk rendement kunnen we op vele manieren verzilveren: een bijdrage leveren aan een mooi landschap, buurtprojecten uit een duurzaamheidsfonds en ook mensen met een krappe beurs mee laten doen. We zullen zorgvuldige keuzes moeten maken, want de winst is eindig. Het bestuur zal deze keuzes voorleggen aan de Algemene Ledenvergadering.

Plan voor deelname met krappe beurs Als lid van Rijne Energie • Het lidmaatschap van Rijne Energie kost 10 euro per jaar. Wanneer dat bedrag voor een potentieel lid te hoog is, dan kan het lid de penningmeester met een onderbouwing vragen om vrijstelling; • Mee investeren in het Energielandschap kan al vanaf een laag bedrag, via het lidmaatschap van Rijne Energie, zodat iedereen met een klein beetje spaargeld kan profiteren van het rendement van het Energielandschap (dat waarschijnlijk hoger gaat zijn dan wat mensen nu op een spaarrekening krijgen); Met de opbrengst uit het Energielandschap We onderzoeken nog of een Duurzaamheidsfonds, of een andere vorm die maatschappelijk rendement oplevert, haalbaar is. Hierin zouden de leden van Rijne Energie en De Windvogel dan een deel van de opbrengsten stoppen. Met geld uit dat fonds zouden we onderstaande ideeën kunnen financieren. Omdat deze vorm betaald wordt uit de opbrengsten van de

leden moeten de leden er wel uiteindelijk over beslissen op de ledenvergaderingen. In volgorde van steun vanuit de leden (zoals gepeild op de ALV van Rijne Energie op 13 oktober 2020) gaan we de volgende ideeën onderzoeken en verder uitwerken: • Goedkope elektriciteit leveren aan woningcorporaties voor liften en verlichting in galerijen, trappenhuizen en bergingen via bijvoorbeeld WoonEnergie (onderdeel van Eneco). Vooral liften gebruiken veel stroom. De kosten berekent de woningcorporatie door aan de huurders via de servicekosten. Dat kan al snel meer dan 10 euro per maand per huurder zijn. Als de kosten voor elektriciteit omlaag gaan, zijn woningcorporaties verplicht dat door te berekenen en de servicekosten aan te passen. Huurders kunnen zo geld uitsparen. Omdat huurders in sociale woningbouw nooit meer mogen verdienen dan zo’n 39.000 euro komt dit uitgespaarde geld per definitie ten goede aan mensen met een krappere beurs. • Opleiden van vrijwilligers tot energiecoach (bijvoorbeeld samen met Energie-U, die al energiecoaches inzet). Energiecoaches geven huurders, en soms ook kopers, tips hoe zij eenvoudig energie kunnen besparen. Ze helpen bij het aanbrengen van eenvoudige maatregelen als tochtstrips of radiatorfolie. In een aantal gemeenten zijn voorbeelden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die zijn opgeleid tot energiecoach. In samenwerking met

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

93

•

de energiecoaches en de woningcorporaties kunnen we mensen met een krappe beurs helpen om energie en geld te besparen. Investeren in microkrediet voor het opzetten of uitbouwen van duurzame bedrijven of het verduurzamen van bedrijfspanden. We kunnen niet rechtstreeks duurzaamheidsleningen verstrekken. We zijn immers geen bank en we hebben geen AFM-vergunning. We kunnen echter wel samenwerken met kredietverleners als Triodos Bank, ASN Bank, Oikocredit of Qredits. Als wij garant staan voor hun leningen, kunnen zij een lagere rente vragen, We kunnen ook een deel van de opbrengsten van het Energielandschap in hun fondsen investeren (zodat ze meer kredieten kunnen verstrekken).

In het Energielandschap • We gaan onderzoeken hoe we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen inzetten bij de aanleg en het onderhoud van het Energielandschap. Plan voor financiële participatie Rijne Energie richt met hulp van De Windvogel de coöperatieve BV Rijne Energie op. Deze entiteit zal deelnemen in de nog op te richten project BV’s waar ook consortiumpartners BHM Solar en Eneco in deelnemen. Rijne Energie start in deze coöperatieve BV met de helft van het aandeel en dit aandeel gaat zij geleidelijk vergroten naarmate zij nieuwe leden aantrekt en hiermee

94

kapitaalkrachtiger wordt. De afspraak bij het aangaan van de overeenkomst voor de coöperatieve BV is dat coöperatie De Windvogel aanvullend kennis, mankracht en kapitaal kan inbrengen om de 50% lokaal eigendom te borgen. Naarmate de exploitatie vordert wordt de inzet van de Windvogel uitgefaseerd op een tempo dat Rijne Energie ruimte en flexibiliteit geeft. De reden voor deze constructie is dat er in de ontwikkelfase mankracht, kennis en kapitaal wordt toegevoegd aan de inzet door coöperatie Rijne Energie. De betaalde personele inzet is beperkt beschikbaar en wordt naarmate het project vordert opgebouwd. Het startkapitaal voor de eerste financieringsronde (ontwerpfase Initiatiefvoorstel, € 7000) is bijvoorbeeld zeer snel opgehaald waardoor Rijne Energie met een vliegende start gelijkwaardig meedraait in de projectontwikkeling. Aanvullend zoekt Rijne Energie projectfinanciering bij het Ontwikkelfonds van het ministerie van EZK.

Financiële participatie Voor wie: Inwoners uit de omgeving van Utrecht kunnen financieel participeren door voor €10 lid te worden in een straal van 25 km rondom Rijnenburg. Hoe: Ledenwerving voor Rijne Energie geschiedt via een campagne van Rijne Energie in de omgeving van Utrecht, en via de ondersteunende coöperaties. Het financiële aanbod wordt onder de leden uitgezet, in overeenstemming met de financiële wetgeving (AFM). Via het lidmaatschap hebben leden zeggenschap over hoogte van de rendementen en de

bestemming van de winsten (ALV). Meerdere financieringsrondes: De financiële participatie gaat in meerdere rondes omdat de ontwikkeling stapsgewijs plaatsvindt: 1. Geld voor ontwikkelkosten. Dit kent een hoog risico want er is een risico dat het project uiteindelijk niet door gaat -> pre participatie. Leden die bijdragen aan het ontwikkelkapitaal krijgen een extra risicovergoeding die later wordt omgezet in participatie 2. Geld voor de bouw. Dit kent een lager risico, want er wordt alleen geld gestort indien het project door gaat -> participatie bedrag. Het verwacht rendement op deze participaties ligt tussen 3 en 6 % (dit hangt o.a. af van de verhouding wind en zon, subsidie, kosten etc.)

Geraadpleegde literatuur • Participatiewaaier – opties voor projectparticipatie bij zonen windprojecten op land; november 2019, Rijksoverheid. • Slagschaduwstudie Rijnenburg; september 2020, Bosch & Van Rijn. • Uitnodigingskader – Rijnenburg en Reijerscop; juni 2020, Gemeente Utrecht. • Visie Energielandschap – definitief voorstel; juni 2020, Gemeente Utrecht.

Kenmerken financiële participatie

Rijne Energie

Soort participatie

Eenmalige inleg

Verwacht Rendement

3-6%

Looptijd

Zolang energiepark er staat

Minimum inleg

€ 25

Winst allocatie

Naar participanten,

naar de buurt,

naar duurzaamheidsfonds

Verhandelbaarheid/ opvraagbaarheid

Ja

Zeggenschap

Via ALV

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

95

Afbeelding 18: landart Rijne

96

BIJLAGE 1 OVERZICHT PROCESPARTICIPATIE CONSORTIUM 2016-2020 Datum

Locatie

Wat/ Onderwerp

Deelnemers

Datum

Locatie

Wat/ Onderwerp

21 mei 2017 10 juni 2017

Stadspark Nieuwegein Fietstocht door Rijnenburg

Duurzaamheidsmarkt Ronde van Rijnenburg

Ringkade , Rijnenburg Middenhof Nieuwegein Rijnenburg publieksactie Brief Bibliotheek IJsselstein Domplein Domplein Aan huis Snorfabriek

Schuurlab Informatiebijeenkomst energielandschap Maaikunstwerk Convenant Rijnenburg Metaalkathedraal Stand van zaken Duurzame Dag energielandschap, Duurzame Markt samenwerking consortium Duurzame Markt Keukentafelgesprekken GL festival grondeigenaren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=05bfa3c9-950d-4c2d-aade-6fb5dc1f79b8