CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefvoorstel Rijne Energie c.s..pdf

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Debat Selectiebesluit Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop’19.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ENERGIELANDSCHAP

INITIATIEFVOORSTEL

RIJNENBURG EN REIJERSCOP

DATUM: 18 JANUARI 2021 PROJECT: ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP initiatiefvoorstel

INHOUD 1.

INLEIDING

2.

ZO VOLDOEN WE AAN HET UITNODIGINGSKADER

3.

OVER DE INITIATIEFNEMER

4.

PLANKAART MET GRONDPOSITIES

5.

INRICHTING NATUUR, LANDSCHAP EN RECREATIE

6.

BEPERKEN VAN GELUID EN SLAGSCHADUW

7.

AANLEGPLAN WINDMOLENS

8.

AANLEG EN BEHEERPLAN ZONNEVELDEN

9.

INNOVATIE

10.

PARTICIPATIEPLAN

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

3

Afbeelding 1: Landschappelijk raamwerk en grondposities

4

1

INLEIDING

Voor u ligt een plan voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie op de locatie Rijnenburg en Reijerscop. Ons voorstel voldoet aan de eisen en wensen zoals beschreven in het uitnodigingskader van de gemeente Utrecht.

Dat heeft een keerzijde. Met de opwek van duurzame energie verandert het landschap. We zullen moeten wennen aan de visuele impact. We moeten ons echter goed beseffen dat het om een ingreep gaat die niet alleen hard nodig is, maar ook tijdelijk.

Maar ons voorstel is meer dan dat. We schetsen voor u een pauzelandschap. Een landschap dat we, in afwachting van toekomstige woningbouw, alvast benutten om er, tijdelijk, duurzame energie op te wekken. We laten zien welke mogelijkheden het pauzelandschap biedt om ook blijvende veranderingen aan te brengen. Om het landschap kwaliteiten te geven die in de loop van de jaren zullen groeien en ook voor de toekomst van waarde zullen zijn.

Landschap Die tijdelijke ingreep kunnen we bovendien benutten en aangrijpen voor een meer structurele verandering: de duurzame ontwikkeling en de verrijking van landschappelijke waarden en recreatiemogelijkheden, aansluitend bij de bestaande kwaliteiten, én de kwaliteiten die de afgelopen decennia verloren zijn gegaan.

Energie Nog maar weinig mensen twijfelen aan de noodzaak van de energietransitie. De gemeente Utrecht is misschien wel ambitieuzer dan andere gemeenten. De stad neemt een koppositie in en wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn. Een tijdelijk energielandschap kan een flinke versnelling zijn van die ambitie. In Rijnenburg en Reijerscop liggen zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens. Wij leggen u een plan voor om in het gebied voor ongeveer 20.000 huishoudens aan lokale groene stroom op te wekken. We schetsen u een groeiperspectief naar nóg meer duurzame opwek.

Als we nu inzetten op een robuuste ontwikkeling van groen, krijgt dat groen de tijd om mee te groeien met de verstedelijking, het stijgende aantal inwoners en de toenemende klimaatimpact van de stad. Met de aanplant van nieuw groen en vernatting van het veen en veenmossen zorgen we ook voor CO2 opslag.

Participatie Bij onze plannen betrekken we zo veel mogelijk bewoners, die we op allerlei manieren willen laten meedoen en meeprofiteren. Tot slot We staan samen voor een unieke opgave: de ontwikkeling van een pauzelandschap in een bijzonder gebied. In een pauzelandschap sta je niet stil.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

5

PLAATJES PLEASE

Afbeelding 2: ALV Rijne Energie

6

Laten we de pauze gebruiken om te groeien en verder te komen. Laten we samen een landschap ontwerpen dat ook in tussentijd bijzonder en betekenisvol is. Een landschap dat na de pauze verder kan als bijzonder agrarisch natuurlandschap, passend bij de transitie die nu gaande is in de landbouw of als nieuw stedelijk uitloopgebied van Utrecht. Wat wij bieden is een integrale visie om richting te geven aan het totaal. Wij geven het voorbeeld, we zetten de eerste stappen, maar we kunnen het niet alleen. We vragen met ons plan om medewerking van de gemeente Utrecht, het Waterschap, de Provincie en de grondeigenaren. Pas dan kunnen we echte stappen zetten waarmee we anderen inspireren om mee te doen: op weg naar een klimaatneutrale stad en regio. Ons consortium is geruime tijd betrokken bij de plannen. We kennen de wensen en de belangen uit het gebied. We weten welke randvoorwaarden en spelregels er zijn. We staan nu aan de vooravond van daadwerkelijke planvorming en realisatie. Daar dragen wij graag aan bij.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

7

PLAATJES PLEASE

Afbeelding 3: Ringkade richting zuiden

8

2

ZO VOLDOEN WE AAN HET UITNODIGINGSKADER

De gemeente Utrecht heeft een helder en eenduidig uitnodigingskader opgesteld met daarin de kaders waaraan een initiatiefvoorstel moet voldoen. Het onderstaande overzicht geeft schematisch weer hoe het voorliggende initiatiefvoorstel voldoet aan het uitnodigingskader. Het fungeert daarnaast als leeswijzer. Een initiatiefvoorstel bestaat uit ten minste de volgende onderdelen.

De specifieke kaders hebben betrekking op (1) initiatiefnemers, (2) inrichting natuur, landschap en recreatie, (3) geluid en slagschaduw en (4) participatie. In de verschillende hoofdstukken van het voorliggende plan zijn er verwijzingen naar de specifieke kaders uit het uitnodigingskader.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

9

Afbeelding 4: Polder Rijnenburg

10

3

OVER DE INITIATIEFNEMER

Het consortium van samenwerkende initiatiefnemers Ons consortium werkt vanaf 2017 samen aan het energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Op basis van een aandeelhouderschap van 50% voor de coöperaties Rijne Energie en De Windvogel en 50% voor Eneco en BHM Solar, nemen we alle beslissingen gezamenlijk en investeren we naar rato in het energielandschap. Door deze heldere afspraak vanaf het allereerste begin zijn we in staat om snel te schakelen en op elkaars kwaliteiten te vertrouwen. De samenwerking tussen de twee coöperaties dateert terug naar 2017 wanneer enkele leden van de Windvogel Rijne Energie hebben helpen oprichten. Dit project is een voorbeeld van coöperatieve samenwerking waarbij een lokale coöperatie wordt versterkt met het kapitaal, de ervaring en het netwerk van de langer bestaande coöperaties zijnde De Windvogel, Energie-U en Uwind. De coöperaties werken vanaf het begin van dit project samen aan de ontwikkeling van het energielandschap in de polder. Daarnaast is het doel om een sterke lokale coöperatie neer te zetten die het gezicht is, het aanspreekpunt, en van waaruit leden kunnen participeren in het energielandschap. Rijne Energie is inmiddels gegroeid tot 500 leden en er ligt een basis om risicovol kapitaal op te halen bij deze leden ten behoeve van de ontwikkeling.

De coöperaties Uwind en Energie-U steunen Rijne Energie door inzet van hun netwerk en kennis. De Windvogel heeft meermalig haar Utrechtse leden opgeroepen om ook lid te worden van Rijne Energie.

De coöperaties vullen elkaar aan in mankracht, kennis en kapitaal. Beide coöperaties willen de lokale betrokkenheid vergroten door het realiseren van lokaal eigenaarschap en zeggenschap. De samenwerking is gebaseerd op overeenkomstige coöperatieve principes zoals vrijwillig en open lidmaatschap, democratische besluitvorming, samenwerking en bijdragen aan de omgeving. Daar waar tijdelijk extra kapitaal nodig is kan De Windvogel bijdragen. Het is mogelijk dat de coöperatie na de ontwikkeling van het Energielandschap haar aandelen overdraagt aan Rijne Energie.

Rijne Energie Rijne Energie is een gebiedscoöperatie die het mogelijk maakt dat omwonenden aan de ontwikkeling van het energielandschap kunnen deelnemen. Lokaal eigendom is via het lidmaatschap van de coöperatie gewaarborgd. Rijne Energie is zich bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en wil dat Utrecht werk gaat maken van duurzame energie. De coöperatie heeft nu circa 500 leden. Voor 10 euro per jaar krijgen leden als eerste de mogelijkheid om in het energiepark te investeren. Tijdens de ledenvergaderingen kunnen ze meebeslissen. De Windvogel De energiecoöperatie de Windvogel is gevestigd in Utrecht en heeft 3.400 leden uit het hele land. De Windvogel ontwikkelt windmolens en zonnevelden en bouwt zo mee aan een duurzame toekomst. De Windvogel werkt nauw samen met

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

11

Afbeelding 5: duurzaamheidsmarkt

12

lokale energiecoöperaties, gemeenten en bewonersgroepen. Leden zijn middels participaties mede-eigenaar van de windmolens en zonnevelden. Ze krijgen jaarlijks rente uitgekeerd. De Windvogel heeft 30 jaar ervaring in het coöperatief ontwikkelen van windmolens en zet haar kennis graag in.

BHM Solar BHM Solar is een lokale, Utrechtse, ontwikkelaar van grootschalige zonne-energieprojecten op dak en op land. Zij hebben veel ervaring met landschappelijke inpassing van zonnevelden op agrarische gronden. Zij zijn ervan overtuigd dat zon- en windprojecten alleen succesvol kunnen zijn door samen te werken. BHM Solar betrekt grondeigenaren, buren, gemeenten en de (lokale) beleidsmakers in een vroeg stadium. Zo kan er per locatie specifiek gekeken worden of en hoe zonne-energie een bijdrage kan leveren aan de duurzame energievoorziening. Met veel oog voor de omgeving zorgt het team van BHM Solar voor een versnelling van de energietransitie. Eneco Eneco is een energiebedrijf die staat voor duurzame energie van iedereen. Eneco vindt het een mooie gedachte als we in de toekomst allemaal beschikken over energie die in de eigen omgeving wordt opgewekt, gebruikt, verkocht of gedeeld met anderen. Een energievoorziening die bijdraagt aan het duurzaam omgaan met - en het leven binnen de grenzen van - onze planeet. Eneco investeert in duurzame energieproductie met zon,

wind, water en biomassa in combinatie met natuurversterking en de betrokkenheid van omwonenden.

Taakverdeling We hebben een natuurlijke taakverdeling afgesproken waarbij de coöperaties zich met name inzetten voor de maatschappelijke kant van het energielandschap en Eneco en BHM Solar verantwoordelijk zijn voor de technische kant. Zo zorgt Rijne Energie voor de procesparticipatie, de financiële participatie, de communicatie en de betrokkenheid van belanghebbenden en politici. Eneco en BHM zijn hoofdverantwoordelijk voor het sluiten van de grondovereenkomsten, de aanbestedingsprocedures en voor de technisch lay-out. Alle financiële en planologische beslissingen nemen we samen. Wanneer ons consortium planologische medewerking van de gemeente krijgt, zullen we meer ontwikkelkosten maken die we in één of meerdere project BV’s onderbrengen. Gedragscodes en opruimplicht Bij de ontwikkeling van het Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop handelt het consortium naar: • Gedragscode zon op land; • Gedragscode acceptatie & participatie windenergie op land; • Opruimplicht na de beëindiging van de energieproductie.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

13

Afbeelding 6: grondposities, opwek installaties en techniek

14

4

PLANKAART MET GRONDPOSITIES

Zoals ook terug te lezen in het participatie hoofdstuk, zijn we als samenwerkend consortium sinds 2017 proactief in gesprek met de verschillende grondeigenaren in Reijerscop en Rijnenburg. We ontmoetten elkaar tijdens de ontwerpateliers en werkbijeenkomsten die de gemeente Utrecht organiseerde. Daarnaast voerde het consortium veelvuldig overleg met de marktkopgroep van grondeigenaren die de grond aankochten ten behoeve van woningbouw en afzonderlijk met alle grondeigenaren in Reijerscop. Ook waren er vele individuele gesprekken met grondeigenaren in zowel Reijerscop en Rijnenburg. Desondanks bleek het moeilijk om afdoende grondposities te verkrijgen om een goede invulling te geven aan de mogelijkheden die het uitnodigingskader biedt. Dat is te wijten aan een aantal zaken: • In Rijnenburg is een groot gedeelte van de grond in eigendom van partijen met als doel om woningbouw te realiseren. Gebrek aan duidelijkheid over woningbouw in Rijnenburg zorgt ervoor dat die partijen wachten om zich te committeren aan een initiatief voor de opwek van duurzame energie. • In Reijerscop is er verdeeldheid tussen de belangen van grondeigenaren en de belangen van omwonenden. De drempel tot het ondertekenen van een intentieverklaring is dus hoog. En die is verder verhoogd na recentelijke correspondentie van de gemeente Utrecht; grondeigenaren

vrezen dat zij verantwoordelijk worden gesteld voor planschade. Desondanks zijn we erin geslaagd om een individuele grondeigenaar bereid te vinden om mee te werken aan een plan dat voldoet aan de eisen die zijn gesteld in het uitnodigingskader. Op de plankaart in hoofdstuk 5 zijn de grondposities zichtbaar en in bijlage 2 zijn de kadastrale perceelgegevens opgenomen. Wegens vertrouwelijkheid is de intentieverklaring van de grondeigenaar niet in dit plan opgenomen. De intentieverklaring kan op navraag inzichtelijk worden gemaakt. We sluiten af met een dringend verzoek aan de gemeente om na goedkeuring op ons initiële plan samen met ons consortium in gesprek te gaan met de verschillende grondeigenaren om tot een betere invulling te komen voor een energielandschap in Rijnenburg en Reijerscop.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

15

Initiatiefnemers houden op de plankaart rekening met de kaders voor behoud van landschappelijke structuur en gegeven aan op welke punten sprake is van door initiatiefnemers voorgenomen aantasting van waardevolle landschapselementen.

Initiatiefnemers geven op de plankaart de locatie van de zonnevelden, de ecologische zones en aangepaste watergangen aan.

Afbeelding 7: Ringkade in noordzuid richting

16

5

RAAMWERKPLAN EN LANDSCHAPELIJKE VISIE

Initiatiefnemers nemen in de plankaart de volgende onderdelen op: • Locaties van zonnevelden, inclusief ecologische zones. • Indicatieve locaties van windmolens. • Indicatieve locaties voor nieuw aan te leggen of te verbreden routes en onderhoudswegen, die nodig zijn voor bouw en exploitatie van windmolens. Er wordt tevens een indicatie gegeven van de wijze waarop deze routes tijdelijk en permanent worden ingericht. • Locatie van de door netbeheer te realiseren aansluiting. • Indicatieve locaties voor aan te leggen elektriciteitskabels, inclusief de grondposities van derden (niet initiatiefnemers) die daarvoor beschikbaar gesteld moeten worden. In de toelichting op de plankaart staat: • Welke beplanting en recreatieve voorzieningen (deels) door de initiatiefnemer gerealiseerd kunnen worden. • Het spanningsniveau waarop het initiatief wil aansluiten (10 kV of 50 kV) en de capaciteit van de gewenste aansluiting (in MVA). • Hoe het belang van de netbeheerder wordt behartigd en geborgd indien een aansluiting inclusief bekabeling dient te worden aangelegd via particuliere grond.

5.1 KIJK OP HET ENERGIELANDSCHAP We staan samen voor een unieke opgave, in een bijzonder gebied. De opgave om de contouren te schetsen van een pauzelandschap in tussentijd. In een pauzelandschap sta je niet stil, je gebruikt de tijd om te groeien en verder te komen. Het is een landschap dat in tussentijd bijzonder en betekenisvol is. Een landschap dat na de pauze verder kan. Als bijzonder agrarisch natuurlandschap, passend bij de transitie die nu gaande is in de landbouw, of als nieuw stedelijk uitloopgebied van Utrecht. In dit hoofdstuk laten we zien waar we naar toe willen werken. Hoe we dat willen doen staat beschreven in de ontwikkelingsstrategie . Ons concrete initiatiefvoorstel is een eerste stap in deze strategie. Wat wij bieden is richting, een integrale visie om richting te geven aan het totaal. Wij geven het voorbeeld, we zetten de eerste stappen, maar we kunnen het niet alleen. Wij vragen de kans en mogelijkheid om onze eerste stap te kunnen zetten, een voorbeeld te zijn om anderen te inspireren en te enthousiasmeren om mee te doen.

Omkeerbaar en stap naar voren We bieden een plan aan dat verder gaat dan de opwek van duurzame energie. Ook natuur, water, landschapsontwikkeling en recreatie nemen we als belangrijke waarden mee.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

17

Ontwerpprincipes ‘stip op horizon’

‘Autonome’ ontwikkeling

Toekomstige landschap: wonen & natuurinclusieve en circulaire landbouw

Huidige landschap: agrarisch en open

Pauzelandschap: Energielandschap: bouwen aan een robuust landschappelijk kader en bouwen aan het woonlandschap

Toekomstig landschap: wonen binnen kader

18

Toekomstige landschap: wonen & agrarisch ‘parklandschap’

Kansen Wanneer Rijnenburg en Reijerscop zich autonoom doorontwikkelen, ontstaat er een mix van landbouw en woningbouw in het gebied.

Bosaanplant en percelen met veenmos kunnen bijdragen aan het opnieuw vastleggen van CO2 in de bodem. Dat levert bovendien een open en afwisselend landschap op, vergelijkbaar met het landgebruik in Rijnenburg in de Middeleeuwen.

De landbouwsector zal de komende decennia naar verwachting een transitie ondergaan naar een meer klimaatrobuust en natuurvriendelijk systeem. Voor een veenweidegebied als Rijnenburg betekent dat specifiek het verhogen van de grondwaterstand en het omschakelen naar types landgebruik die passen bij een natter systeem. Immers, als gevolg van ontwatering van het gebied voor landbouw ontstaat oxidatie van de veenlaag in de bodem, komt er CO2 vrij en blijft de bodem dalen.

Pauzelandschap Met het benoemen van een pauzelandschap in Rijnenburg en Reijerscop in 2016 is het ontwikkelen van woningen in het gebied nog even uitgesteld. Dat schepte lucht. Op korte termijn komt er zo ruimte om in te spelen op acute opgaven: de energietransitie, maar ook het tegengaan van verdroging en hittestress en het realiseren van waterberging, goede bereikbaarheid en recreatieve mogelijkheden.

Utrecht groeit als aantrekkelijke leefomgeving. Met name Rijnenburg is een mogelijke uitleglocatie. De eerste woningbouw zal in het meest zuidelijke gedeelte van de polder plaatsvinden, en afhankelijk van de vraag zal die zich in Noordelijke richting uitbreiden. Mede als gevolg van de stedelijke ontwikkeling zal de huidige monocultuur met gras veranderen in meer multifunctioneel landgebruik, en een combinatie van productiedoelen en klimaat-, natuur- of recreatiedoelen. De melkveehouderij in het gebied zal extensiveren en er komt ruimte voor innovatieve vormen van landbouw, zoals bijvoorbeeld natte teelten.

Daarom kan het landschap niet stilstaan tijdens de pauze: in het tijdelijke energielandschap moeten we werken aan het landschap van ná de pauze. We kunnen alvast bouwen aan een landschappelijk kader voor de toekomstige ontwikkelingen. Het kader speelt in op de problematiek van het veenweidegebied en vormt op termijn een robuuste ruggengraat voor woningbouw en landbouw in het gebied. De essentiële kenmerken behouden we en versterken we.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

19

5.2

VERHAAL VAN HET PAUZELANDSCHAP

Terugblik Het gebied Rijnenburg is zowel bij de provincie als de gemeente al jaren in beeld als uitbreidingslocatie voor stedelijke ontwikkelingen. De verwachting is niet dat de uitbreidingslocatie Rijnenburg in de huidige looptijd van de provinciale structuurvisie wordt ontwikkeld. In de structuurvisie is dan ook geen programma voor dat gebied opgenomen. Voor de langere termijn wil de provincie deze locatie echter in beeld houden. Tot die tijd zien zij voor Rijnenburg, naast het huidige agrarische gebruik, vooral mogelijkheden voor een inrichting als pauzelandschap met vormen van duurzame energieopwekking. De gemeente Utrecht heeft in 2016 besloten tot een bouwpauze voor Rijnenburg, waarbij tot 2030 geen woningbouw zal plaatsvinden in Rijnenburg. Utrecht heeft al langere tijd de ambitie om het aandeel duurzame energieopwekking in de stad te verhogen. De polders Rijnenburg (1.005 hectare) en Reijerscop (223 hectare) zijn als een van de weinige locaties in de stad Utrecht geschikt voor de grootschalige opwekking van zonne- en/of windenergie. In juli 2017 is de startnotitie voor een energielandschap vastgesteld. Vervolgens zijn scenario’s gemaakt voor de mogelijke invulling van het energielandschap. Dat heeft geresulteerd in een visie voor het energielandschap. De visie bevat een beschrijving van de wijze waarop gestuurd kan worden op de publieke belangen

20

vanuit de rol van bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening. Dat is verankerd in het zogenaamde uitnodigingskader voor initiatiefnemers. Het uitnodigingskader is de basis voor het voorliggende initiatief. Ons consortium was als stakeholder betrokken bij het planproces om te komen tot de genoemde scenario’s en visie. De afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan naar de huidige waarden van het gebied. Bij het opstellen van ons initiatiefvoorstel hebben we gebruik gemaakt van de bevindingen uit de diverse onderzoeksrapporten en beleidsdocumenten. In ons initiatiefvoorstel richten we ons op die aspecten die van belang zijn voor de verhaallijn van onze visie en plan voor het energielandschap. Dat doen we via een tijdlijn met daarin de hoogtepunten in de ontwikkeling van Rijnenburg en Reijerscop en een verbeelding van dat wat er vandaag de dag nog zichtbaar is. Ofwel de huidige kernkwaliteiten, waarop we kunnen voortbouwen.

Vruchtbare grond en vroege bewoning (Prehistorie tot middeleeuwen) Positie Rijnenburg eind 19e eeuw

Limes

Grootschalige ontginning en de invloed van de stad (middeleeuwen tot eind 19de eeuw) Rijnenburg nu

Ontginning van de natte komgebieden Nieuwe weteringen en sloten zorgen voor smallere kavels

Tijdlijn In de tijdlijn zetten we de hoogtepunten in de ontwikkeling van Rijnenburg en Reijerscop op een rij. Kijkend naar de betekenis van het gebied voor de stad onderscheiden we drie periodes: • Vruchtbare grond en vroege bewoners; • Grootschalige ontginning en de invloed van de stad; • Moderne landbouw en hedendaagse uitdagingen. Vruchtbare grond en vroege bewoning (Prehistorie tot middeleeuwen) In de ondergrond van Rijnenburg zijn verschillende stroomruggen terug te vinden; brede zavelige banen waar na de laatste ijstijd de Rijn en de Hollandse IJssel hun weg vonden in het landschap. De eerste bewoners van het gebied vestigden zich en bedreven landbouw op de vruchtbare gronden. De lage kleiige overstromingsvlaktes of kommen werden een deel van het jaar gebruikt als weidegrond. Onder de kleilaag bevindt zich een laag veen, waarvan vandaag de dag nog zo’n 4 meter over is. Op verschillende plekken in Rijnenburg zijn romeinse archeologische resten gevonden. De Limes, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk, was relatief dichtbij en liep langs de Kromme en Oude Rijn. De Romeinen ontdekten Rijnenburg als een van de weinige voor landbouw geschikte vruchtbare gronden rond de Rijn. Langs een oude rivierloop, de huidige Meerndijk, kwamen ze het gebied in en namen ze de producten mee naar het Castellum bij de Meern.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

21

Copeontginningen: vaste maatvoering van de ontgonnen kavels

22

Nieuwe weteringen en sloten zorgen voor smallere kavels

Huidige peilvakken waterhuishouding

Grootschalige ontginning en de invloed van de stad (middeleeuwen tot eind 19de eeuw) In de Middeleeuwen ontwikkelt zich de bestaande structuur van het gebied. De basis voor wegen als de Nedereindseweg en de Ringkade wordt gelegd. Daar vinden we ook de eerste bebouwingslinten. Op oude kaarten vinden we drie ridderhofsteden terug. Rijnenborgh verleent later zijn naam aan het gebied. In de late middeleeuwen wordt het gebied langzaam maar zeker ontgonnen. De oude wegen zijn de ontginningsassen en vanuit daar worden sloten gegraven naar achteren, waardoor de kenmerkende langgerekte cope-verkaveling ontstaat. De cope, een kavel, had een vast maatstramien en vormde het inkomen voor 1 of meerdere hoeves. De sloten wateren af op een wetering, die door het natuurlijk verval uitmonden in de IJssel en Oude Rijn. Het landschap krijgt een maat en schaal. Door de sloten is het gebied minder nat en kan er een grote diversiteit aan producten worden geteeld. Door verstedelijking neemt de vraag naar voedsel toe en daarmee ook de druk op Rijnenburg als agrarisch landschap. Als gevolg van ontwatering begint de veenlaag onder de klei langzaam maar zeker in te klinken en zakt de polder steeds verder weg. Er zijn molens, gemalen en sluisjes nodig om het waterpeil te beheersen en landbouw mogelijk te maken.

Ook worden er extra sloten gegraven, zoals de Middelwetering, waardoor het originele vaste cope-ritme deels verdwijnt. Door de steeds nattere situatie komen er beperking aan de teelten in het gebied. Langzaam verschuift de focus van akkerbouw naar veeteelt.

Moderne landbouw en hedendaagse uitdagingen (20ste en 21ste eeuw) Landbouwmechanisatie en schaalvergroting doen hun intrede na de tweede wereldoorlog. Het maaiveld in Rijnenburg en Reijerscop zakt door de oxidatie van het veen onder het niveau van het rivierpeil. Aan ieder peilvak wordt een eigen waterstand toegewezen afhankelijk van het grondgebruik en de ondergrond. Het type landbouwbedrijven is door de eeuwen heen verschoven van gemengd naar monofunctioneel, met vandaag de dag een focus op melkveehouderij. Andere kleine landschappelijke elementen zoals geriefbosjes en eendenkooien verdwenen, omdat die geen onderdeel meer uitmaakten van het bedrijfsmodel. In de tweede helft van de 20ste eeuw begint een groeispurt voor Utrecht. Omliggende kernen zoals IJsselstein en de Meern groeien mee. De verstedelijking rondom Rijnenburg rukt verder op met de grootschalige woningbouw bij Nieuwegein in de jaren ‘80 en vanaf de eeuwwisseling de ontwikkeling van Leidsche Rijn. Rijnenburg wordt uitloopgebied, maar krijgt ook overslagwater te verwerken wat de waterkwaliteit in het gebied niet ten goede komt. Ook de polder Rijnenburg is al langere tijd in beeld als uitbereidingslocatie. Het gaat nu eerst dienen als pauzelandschap, met ruimte voor het opwekken van duurzame energie.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

23

Kernkwaliteiten Rijnenburg en Reijerscop hebben op dit moment een agrarisch en open karakter. Door de eeuwen heen bleven de ontginningsassen als oost-west lijnen altijd goed herkenbaar. De linten hebben ieder hun eigen identiteit door de subtiele verschillen in ondergrond en gebruik. Daarnaast is de noordzuid richting in het gebied herkenbaar in de kavelpatronen en de verbindingen met de omgeving. De invloed van de stad is steeds merkbaarder door o.a. de recreatiefaciliteiten rondom de Nedereindse Plas. In het plan sluiten we aan bij, of versterken we de huidige en bestaande waarden van het gebied. Hieronder lichten we de kernkwaliteiten kort toe. Landschappelijke waarden • De maat en schaal van het slagenlandschap • Het historische boerderijlint van de Nedereindseweg en de Ringkade en de bijbehorende erven en weiden rondom • De watergangen, de openheid en lange doorzichten • Weiden, openheid en een opstrekkende verkaveling met sloten • Landelijke sfeer Archeologische en cultuurhistorische waarden • Waarneembare grens tussen stroomrug en lagere komgebieden • In het terrein aanwezige restgeulen van vroegere rivierlopen • Ruim veertig vindplaatsen uit twee periodes: de Romeinse

24

• • • •

•

tijd en de Late Middeleeuwen De afleesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap (geomorfologie), Het watersysteem en de veenbodem Vroege Stichts-Hollandse ontginningen. Verkaveling in lange stroken (slagen) van de Laatmiddeleeuwse ontginningsblokken vormt een patroon dat ook nu nog het historisch grondgebruik van het gebied laat zien. Historische elementen uit het waterbeheer zijn de Meerndijk en de Lange Vliet. De Meerndijk is gebouwd op een gedempt Romeins kanaal en fungeert sinds 1220 als de waterstaatkundige grens tussen Utrecht en Holland. De Lange Vliet is ontstaan om het veengebied te ontwateren. Na de tijdelijke ingreep moet de oorspronkelijke situatie kunnen worden hersteld.

Ecologische en natuurwaarden • Goed ontwikkelde vegetatie in watergangen en oevers met watergentiaan, waterpest en fonteinkruid in sloten en koekoeksbloem en dotters in de slootoevers. • Beplanting bij de eendenkooi. • Typische beplanting voor het Groene Hart is wilg, populier, els en es • Lijnvormige beplantingen van rijen knotwilgen en lanen fungeren als vlieg- en foerageerroutes voor vleermuizen en vogels. Boerderijen, schuurtjes en stallen dienen als

•

broedplaats voor vogels en vleermuizen. Diverse soorten amfibieën in de sloten, waaronder de beschermde heikikker. In de graslanden broeden weidevogels.

Waterhuishouding • De ondergrond voor het grootste gedeelte uit veen. Het veen moet nat blijven anders zakt de bodem van het gebied weg. • Het watersysteem bestaat uit talloze sloten en houdt de bodem duurzaam in stand. • Het grondwater staat hoog, komt regelmatig boven het maaiveld uit en bepaalt het aanzien van het landschap. Recreatief gebruik • Er moet ruimte blijven voor (tijdelijke) recreatieve routes. • Tijdelijke verbindingen moeten we weer herstellen naar de huidige situatie. • Er is onderscheid te maken tussen tijdelijke recreatieve voorzieningen bij toekomstige (woningbouw) gewenste permanente ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een fietsverbinding tussen Leidsche Rijn en IJsselstein. Het plan moet minimaal aan het groenstructuurplan voldoen. • Synergie van bijvoorbeeld duurzame energieproductie met recreatieve functies wordt aangemoedigd.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

25

Hoofdpunten voor de visie Constanten: dragers van het landschap Belangrijke constanten in het verhaal van het landschap zijn de oude ontginningsassen met een sterke oost-west oriëntatie: de Heijcopperkade, de Ringkade en de Nedereindseweg. Samen met de Middelwetering zijn ze waardevolle en belangrijke lijnen in het open landschap. Ook de noord-zuid oriëntatie van de sloten en de kavels zien we als duidelijke en onveranderbare kwaliteiten. Verbindend tussen stad en landschap zijn de noordzuid georiënteerde wegen: de Meerndijk, de Ringkade (noord en zuid) en de Heijcopperkade (noord). Ook die lijnen zien we al op oude kaarten terug. Veranderlijk en flexibel: grondgebruik en mate van openheid De tijdlijn laat zien dat het grondgebruik door de eeuwen veranderde. Naast het veranderend gebruik van akkerbouw naar veeteelt wisselde ook het ruimtelijke beeld. Van half open met enkele beboste percelen en kavelgrensbeplantingen naar een meer open landschap. Er zijn nog altijd restanten van een eendenkooi en kavelbeplantingen, met snelgroeiende beplantingen als wilg en els die destijds ook een rol speelde in de bedrijfsvoering van de boeren.

26

Afbeelding 8: raamwerk met volledige invulling energiepotentie

Indicatieve opstelling windturbines en invulling zonnevelden (niet gebaseerd op huidige grondposities)

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

27

Dragers

28

Assen

5.3 VISIE De visie is een stip op de horizon, een ambitiebeeld voor het energielandschap van Rijnenburg en Reijerscop. We schetsen een gefaseerde aanpak en een robuust raamwerk met dragers en assen. Samen vormen zij de omranding van de flexibele velden, de kavels. In die velden kunnen verschillende functies een plek krijgen. De huidige kwaliteit van het landschap is ons uitgangspunt en een bron van inspiratie voor de invulling van het raamwerk en de velden. De dragers en assen, de lijnen in het landschap, zetten we aan met gebiedseigen ingrediënten. Met het raamwerk bieden we toekomstige ontwikkelingen houvast en borgen we landschappelijke en ecologische kwaliteit. Het raamwerk geeft ruimte aan de (tijdelijke) transformatie van de velden: nu aan energie, straks aan woningbouw en landbouw.

Dragers We onderscheiden drie dragers in het landschappelijke raamwerk, met elk een eigen karakter. Van noord naar zuid zijn dat de stevige struweelzone langs de Heijcopperkade, de natuurvriendelijke as van de Middelwetering en de brede moerassige en waterrijke zone langs de Ringkade. De dragers dragen elk op een eigen manier bij aan het versterken van de landschappelijke, én de ecologische structuur van het gebied.

Assen Van noord naar zuid lopen meerdere groene assen. De as in het verlengde van Strijkviertel langs de IJlandse wetering en de as langs de Lange Vliet krijgen een robuust en groen karakter en zijn onderdeel van het doorgaande recreatieve netwerk. Ook langs de Meerndijk verstevigen we de groenstructuur. Naast de drie grote assen delen smalle groene lijnen de velden ruimtelijk op. Ook zij dragen bij aan het groene en recreatieve raamwerk. Velden Tussen de dragers en de assen liggen de velden. De huidige structuur en opbouw van de cope-ontginning is de basis voor de invulling van de velden. De bestaande waterlopen blijven intact en de oevers krijgen een natuurvriendelijk karakter. Van de huidige graslanden maken we kruidenrijke weides. Langs sommige kavelgrenzen brengen we beplanting aan van knotwilgen en/of elzen. Bestaande kavelgrensbeplantingen laten we staan en nemen we op in de nieuwe beplantingsstructuren. Binnen die velden krijgen de zonnepanelen een plek. Vanuit landschappelijk perspectief en vanuit het oogpunt van omwonenden passen we de zonnepanelen zo goed mogelijk in. Met semi-transparante beplanting wordt het zicht op de panelen gefilterd. Zo blijft het landschappelijke en groen karakter in het gebied behouden. Op strategische plekken maken we het energielandschap juist goed zichtbaar. En beleefbaar.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

29

Essentiële dragers met eigen identiteiten

Struweelrijke zone langs de A12

Moeras en waterrijke zone langs de Ringkade

Natuurvriendelijke zone langs de wetering

Bomen als noord-zuidverbindingen stad-landschap

Bomenrijen

30

Bomenlanen

Kleinschalige boschages

In het gebied komen windturbines, met een schaal en maat die het landschap overstijgt. Voor de opstelling van de turbines kiezen we voor twee parallelle lijnen in oost-west richting. Daarmee creëren we een zo rustig mogelijk beeld. De voet van de turbine is ingepast met beplanting. De Nedereindse Plas heeft een bijzondere plek in onze visie: we maken de plas tot een icoon van het energielandschap, waar drijvende eilanden van zonnevelden en natuurlijke beplantingen elkaar afwisselen. Daarmee zetten we de Nedereindse Plas op een nieuwe manier op de kaart.

Recreatie Het recreatieve netwerk ligt als extra laag over het landschappelijke raamwerk. Het is een fijnmazig netwerk met een aantal hoofdassen die de verbinding van de stad naar het buitengebied versterken. Dat netwerk ontsluit het energielandschap, net wandel- en struinpaden die dwars door het groen van het robuuste raamwerk heenlopen en zogenaamde ‘lichtpunten’ aandoen. De lichtpunten zijn bijvoorbeeld een zonne-proefveld, een energie-kijkhut of een ‘oplaadpunt’ bij een bestaande ondernemer. De bijzondere plekken vertellen het verhaal van het energielandschap. Het recreatieve netwerk maakt het gebied tot uitloopgebied van de stad en biedt omwonenden de gelegenheid om te recreëren in hun eigen omgeving. De Nedereindse Plas heeft daarin een bijzondere plek, als icoon van het gebied.

Ecologie Het landschappelijke raamwerk richt zich op het behouden en versterken van de huidige natuur maar ook op het ontwikkelen van nieuwe natuur. Het behouden en versterken van de belangrijkste voorkomende planten- en diersoorten zijn uitgangspunt. We beseffen ons dat de aanleg van de zonnevelden het leefgebied van de met name de weidevogels aantast. Mede daarom ontwikkelen we binnen het landschappelijke raamwerk een nat natuurgebied dat als foerageergebied voor de weidevogels kan dienen. Mitigerende maatregelen nemen we mee in de uitwerking van het initiatief. Het raamwerk zorgt voor: • Versterken van droge en natte dooradering van oost naar west en van noord naar zuid langs de dragers en de assen. Een aaneengesloten natuurrijk en fijnmazig netwerk. • Versterken algemene biodiversiteit en inheemse soortenrijkdom door het aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers, vochtige hooilanden, moeras- en rietlanden, kruidenrijke graslanden en opgaande struweelen boomstructuren. • Toevoegen van specifieke natuurdoeltypen: bijvoorbeeld foerageergebieden voor weidevogels.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

31

Velden

Robuust landschappelijk raamwerk

32

Landschappelijke structuur Dragers In de zone langs de Heijcopperkade ten zuiden van de A12 is het uitgangspunt struweel op de koppen van de kavels. Naast de al aanwezige laanbomen voegen we gebiedseigen beplanting toe. De beplanting zorgt voor een divers en gelaagd beeld dat past bij het agrarisch karakter van het gebied. Samen met de bewoners langs deze drager kan hetzelfde principe worden doorgezet op de eigen kavel. De brede strook met struweel die zo ontstaat, draagt vanaf de woning bij aan de verzachting van de overgang naar zowel de snelweg als de zonnepanelen verderop op de kavel. Langs de Middelwetering realiseren we een natuurvriendelijke zone. De Middelwetering zelf verbreden we niet. De natuurvriendelijke drager ligt als een strakke brede groene zone in het slagenlandschap met in het hart de Middelwetering. De as heeft een meer open karakter dan de struweelzone langs de Heijcopperkade. De soortenrijke rietvegetatie direct langs de wetering wisselt af met opgaande bosschages van bijvoorbeeld wilgen. In de natuurvriendelijke as loopt een recreatieve route, die onderdeel uitmaakt van het fijnmazige recreatieve netwerk. Dat is tevens het onderhoudspad voor het beheer van de watergang en de zuidelijk gelegen zonnevelden. De overgang van de natuurvriendelijke as naar de zonnevelden gegeven we vorm met laag struweel van hoofdzakelijk wilgen.

Tussen het struweel door zijn de zonnepanelen af en toe zichtbaar.

Langs de Ringkade realiseren we een brede moeras- en waterrijke zone. De sloten direct grenzend aan de Ringkade kunnen worden verbreed. Nieuwe sloten kunnen worden aangelegd tussen de zonnevelden en de moeraszone, maaivelden verlaagd en de oevers verflauwd. Zo ontstaan kleinere, geïsoleerde kavels waarop een natte ruigte met riet en vochtige hooilanden zich kunnen ontwikkelen. In de zuidwestelijke hoek breiden we dit uit naar een groter aaneengesloten moeras- en waterrijk natuurgebied. De inrichting en het beheer richt zich daar op het ontwikkelen van een aantrekkelijk foerageergebied voor weidevogels. De hele natuurzone krijgt daardoor grotere ecologische waarde en creëert gelijk een buffer tussen de weg en de zonnevelden. Ook is er een mogelijkheid om waterberging voor het gebied te realiseren en het waterpeil eventueel te verhogen. Zo ontstaat er tevens een aantrekkelijke zone langs de recreatieve route over de Ringkade. De zonnevelden zullen nauwelijks waarneembaar zijn door de grote afstand en het decor van de rietlanden.

Assen De assen benadrukken de noord-zuid richting in het gebied. We zetten ze in om de verbinding met de stad te versterken. De twee hoofdassen door het gebied liggen in het verlengde van de Strijkviertel die aansluit op de Ringkade en de Lange Vliet. De westelijke gelegen Meerndijk en de oostelijke gelegen Heijcopperkade versterken we eveneens: als groene noordzuidassen.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

33

Velden in kaart

34

De twee brede hoofdassen bestaan uit een lijnvormige opgaande groenstructuur langs de bestaande wegen, die daardoor de verkavelingsrichting in het gebied accentueert. De uitwerking per as varieert van een enkele bomenrij, tot een volwaardige laan of een bredere strook met bosschages. In de assen is nadrukkelijk ruimte voor recreatief gebruik. Langs het noordelijke gedeelte van de IJlandsche Wetering leggen we een nieuwe fiets- en wandelroute aan die de stad verbindt met het gebied. Aan de oostkant stellen we een populierenlaan voor. Aan weerszijde maken we een brede en vernatte zone met bosschages van wilg, els, populier, gladde iep, gewone es en wellicht zelfs wilde appel of peer. Op strategische plekken worden zichtlijnen vrijgehouden, zodat de recreant de omgeving en het energielandschap kan beleven. Via struinpaden zijn de brede assen toegankelijk. De Meerndijk is de grens tussen Rijnenburg (Rosweide) en Reijerscop, en een belangrijke entree van het gebied. Langs die route verstevigen we de groenstructuur met afwisselend compacte bosblokken en doorzichten over het open polderlandschap. De smalle assen bestaan uit rijen gebiedseigen beplanting, bijvoorbeeld knotwilgen. Ze passen in het natte systeem, ze getuigen van het cultuurlandschap en ze zijn nu al in het gebied aanwezig.

Langs de smalle assen liggen soms (struin)paden als onderdeel van het fijnmazige recreatieve netwerk.

Velden In de velden tussen de dragers en assen is er ruimte voor flexibele en fasegewijze ontwikkeling van het energielandschap. De velden hebben nu voornamelijk de functie van landbouw (veeteelt). Het gebied bestaat grotendeels uit weilanden met een smalle verkaveling en veel sloten. In het noordoosten van Rijnenburg is in het uitnodigingskader een zoekzone voor zonnevelden aangewezen. In totaal zoeken we naar een ruime 200 hectare aan zonnevelden. Daarmee zullen we een groot deel van het landschap tijdelijk transformeren tot een meer verdicht veenweidelandschap met afwisselend percelen en kavelgrensbeplantingen van broekbos, struweel met heesters, en/of (knot)bomen. De zonnevelden plaatsen we op het huidige landschap, passend binnen het robuuste kader. Ze landen als het ware in de velden. De ondergrond van de velden, het huidige weidelandschap krijgt het karakter van een bloemrijkgrasland. Afhankelijk van ondergrond en het waterpeil krijgt de aaneengesloten en bodembedekkende kruidenvegetatie per gebied een wat ander invulling en uitstraling. We zorgen voor diversiteit, bijvoorbeeld door te variëren met het maaibeheer, incidenteel verlagen van het maaiveld en het toevoegen van kleine plassen of poelen. Aan de randen van de velden met zonnepanelen komt een hekwerk. De strakke lijn van het hekwerk wordt onderbroken door de aanplant van (inheemse) heesters en beplanting, zoals

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

35

Visuele presentatie van drijvende zonnevelden op de Nedereindseplas, omgeven door drijvende ecologische eilanden en voorzien van uitkijktoren

36

de snelgroeiende wilg en els. Op verschillende plekken maken we de hekwerken passeerbaar voor in het gebied voorkomende fauna. Op een aantal plekken zetten we in de velden in op specifieke natuurontwikkeling. Naast de houtige lijnvormige elementen langs de kavelgrenzen komen extensief beheerde natte natuurmilieus: griendbossen, vochtige hooilanden en natuurvriendelijke oevers langs de sloten. We geven ruimte aan een proefveld voor veenmos. Veenmos vraagt om goede afstemming in het watersysteem, omdat het mos slechts onder specifieke omstandigheden groeit. Een proefveld past echter goed bij de transformatie van het veenweidegebied en kan daarnaast een interessante attractie vormen.

grenzend aan de recreatieve route, een uitkijktoren voor met uitzicht over het water, de panelen en de wijde omgeving.

Recreatie De recreatieve faciliteiten in het gebied zijn met name gericht op wandelaars en fietsers die op zoek zijn naar landschaps- en natuurbeleving. We investeren in een fiets- en wandelnetwerk langs de dragers en assen, met onderweg informatievoorziening over het pauzelandschap. De windturbines en zonnevelden zijn attracties, waar je iets van kunt leren. Langs de routes kunnen ondernemers kleinschalige hotspots ontwikkelen die passen bij de identiteit van het gebied, zoals een theetuin. Tot slot maken we een aantrekkelijk pleisterplaats met uitkijktoren aan de zuidzijde van de Nedereindse Plas, als aanvulling op de al bestaande recreatiemogelijkheden. Energie in het landschap

Nedereindse Plas De voormalige zandwinplas vlakbij Nieuwegein en IJsselstein heeft een bijzondere positie in het gebied. Het is een aantrekkelijke plek voor recreanten, die het echter niet optimaal kunnen benutten, omdat de ondergrond vervuild is. In onze visie vullen we het oppervlak deels met drijvende eilanden met afwisselend natuurlijke beplanting en zonnepanelen. De vorm en oriëntatie van de panelen refereert aan de lang gestrekte verkaveling van Rijnenburg. Om het multifunctioneel gebruik van de plas te versterken stellen we aan de zuidzijde van de plas,

Zonnevelden We beschreven al de wijze waarop we de zonnevelden inpassen in het landschap. Hier gaan we meer specifiek in op de inrichting van het zonneveld zelf. In het ontwerp van de velden zijn het ritme van de cope-verkaveling en de verhouding tussen energie en landschap belangrijke uitganspunten. We stellen voor om van elke voor zonne-energie beschikbare oppervlakte 55% procent in te richten voor het plaatsen van de panelen en 45% voor de inpassing van het veld in het landschap en het raamwerk.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

37

Recreatie

38

De plekken waar zonnepanelen komen richten we zo efficiënt mogelijk in. Dat houdt in dat we voor het grootste deel van de velden werken met panelen van circa 2,5 meter hoog. De richting kan variëren tussen een zuid en een oost-west opstelling. De panelen volgen altijd de richting van de kavel, zodat ze meedoen in het patroon van het landschap. Een veld bestaat, in aansluiting met de randvoorwaarden uit het uitnodigingskader, altijd uit een zone van 25 meter vanuit het hart van de Middelwetering en een zone van 10 meter vanuit het hart van de sloot aan de kopse kanten van de kavel. Langs de sloten blijft aan de ene zijde 3 meter vrij en aan de andere zijde 1 meter. Rondom elk aaneengesloten veld is een ecologische zone van minimaal 10 meter tussen de zonnepanelen en het hart van de dichtstbijzijnde sloot.

karakteristieke houten hekken bij de dam. Per aaneengesloten zonneveld gebruiken we één dam om op het zonneveld te komen. Verbinding tussen de stroken binnen een aaneengesloten zonneveld is nodig voor beheer en onderhoud. Dat doen we door tussen de stroken compacte en transparante verbinding te maken (betonplaat of eenvoudige houten plankier). Die komt op ruime afstand van de kopse kanten van de kavel te liggen. De zonnevelden ontsluiten we vanaf de Heijcopperkade, het onderhoudspad aan de zuidzijde van de Middelwetering (in overleg met het waterschap), de Meerndijk en de nieuw aan te leggen recreatieve routes in noord-zuidrichting.

Een aaneengesloten zonneveld bestaat meestal uit meerdere stroken van de cope-verkaveling. Er komt een hek rondom elk aaneengesloten zonneveld. Het hekwerk loopt dus over de sloten heen. Het hekwerk maken we passeerbaar voor fauna (droge en natte ecologische verbindingen). De beplanting rondom de hekwerken is zo gepositioneerd dat het minimaal schaduw afwerpt op de panelen.

Aan de noordkant van de percelen, de kopse kanten, leggen we een struweel van snelgroeiende en makkelijk vervangbare soorten van wilgen aan met enkele solitaire bomen of kleine boomgroepen van els, wilg en/of iepen. Zo ontstaat langs de Middelwetering en de Heijcopperkade een besloten groene rand die het hekwerk en de achterkant van de 2,5 meter hoge zonnepanelen afschermen vanaf de openbare weg en recreatieve routes. Aan de noordzijde van de Middelwetering, op de kopse kant van een zonneveld, leggen we alleen een wilgenstruweel aan zonder boomvormers i.v.m. schaduwwerking op de panelen.

Karakteristiek voor de cope-verkaveling is dat vrijwel elke strook een eigen dam (toegang) heeft. We behouden de bestaande dammen en maken ze meer leesbaar door het herstel van de

De oevers van de sloten binnen de zonnevelden beheren we natuurvriendelijk en de graslanden tussen de panelen en langs de randen zijn kruidenrijk.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

39

Velden: flexibel en fasegewijze ontwikkeling naar energielandschap WIND

40

De ecologische zones van 10 meter tussen de afzonderlijke zonnevelden richten we in als rietlanden met vochtige hooilanden. Sloten mogen niet verbreed worden en het maaiveld kan plaatselijk worden verlaagd. Langs de hekwerken in noordzuidrichting kunnen we struweel, een lijn van knotwilgen of elzen plaatsen. De zichtlijnen over de sloten zijn open en lopen langs de hekwerken. Het riet verzacht het beeld van de hekken en zonnepanelen.

Windmolens In het uitnodigingskader is voor het gebied een zoekzone voor windmolens aangegeven. Binnen dat gebied zochten we naar een opstelling die zorgt voor een zo rustig mogelijk landschappelijk beeld. Uitgangspunt zijn turbines met een vermogen van 5 tot 6 MW. Deze turbines hebben een tiphoogte van circa 240 meter en een ashoogte van circa 160 meter. Op basis van de huidige mogelijkheden (medewerking van grondeigenaren) is een opstelling met twee parallelle lijnen mogelijk. De lijnen volgen de richting van de Middelwetering en liggen min of meer op gelijke afstand van de wetering. Een dergelijke opstelling sluit aan bij de in de RES-U16 gepresenteerde ontwerpprincipes. Het uitgangspunt is dat de turbines parallel aan de weteringen worden geplaatst. Voor Rijnenburg en Reijerscop houdt dit in dat de turbines langs de (Reijerscopse) Middelwetering komen te staan. De lijn ten

noorden van de Middelwetering biedt de mogelijkheid om zes turbines te plaatsen, waarbij wij nu één turbine met zekerheid kunnen realiseren. De lijn ten zuiden van de wetering biedt ruimte aan totaal drie windmolens. Daarvan kunnen wij er op dit moment twee realiseren. De opstelling van de windmolens vormt een samenhangend geheel en ze staan logisch in het landschap. De windmolens zijn voorzien op huidige agrarische gronden en worden niet geplaatst in sloten of op plekken waar nu landschapselementen voorkomen. De windmolens moeten permanent bereikbaar zijn. Daarvoor leggen we een weg aan vanaf de openbare weg over het perceel naar de windmolen. Daar waar mogelijk combineren we dat met het recreatieve routenetwerk.

Vleermuizen Uit ecologisch onderzoek uitgevoerd in 2019 volgt dat er in het onderzoeksgebied 7 vleermuissoorten voorkomen waarvan de gewone dwergvleermuis veruit de meest algemene soort is. Wellicht zijn aanvaringsslachtoffers niet te voorkomen en dient een ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden. Om vleermuizen te beschermen kunnen we maatregelen nemen. Die maatregelen of voorschriften worden besproken met de provincie Utrecht

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

41

Knotwilgen

Grienden

Sloten en graslanden: leefgebied heikikker

Natte moeras en rietlanden: fourageergebied weidevogels

42

Proefveld veenmos

Natte moeras en rietlanden: fourageergebied weidevogels

Open water : watervogels

Sloten en graslanden: leefgebied heikikker

Nedereindse Plas: watervogels

en kunnen vervolgens opgenomen worden in de ontheffing. Nader onderzoek moet uitwijzen welke specifieke maatregelen haalbaar en wenselijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan het implementeren van een stilstandvoorziening die in werking treedt: • binnen een specifieke periode van het jaar als de vleermuizen actief zijn, en • binnen een specifieke periode van de dag, bijvoorbeeld tussen zonsondergang en zonsopkomst, en • zodra de windsnelheid op gondelhoogte onder een bepaald niveau komt, en • bij specifieke weersomstandigheden, zoals droog weer en een temperatuur boven de 10 graden Celsius.

Energie voor ecologie Eerder gaven we aan hoe we met onze visie voor het energielandschap de ruimtelijke en landschappelijke structuur versterken. Dat biedt veel kansen voor de flora en fauna in dit gebied. Kansen voor het versterken van de aanwezige fora en fauna, maar ook nieuwe mogelijkheden. Wat we doen: • Versterken droge en natte dooradering; • Versterken algemene biodiversiteit en soortenrijkkdom; • Toevoegen van specifieke natuurdoeltypen.

In de onderstaande tekst beschrijven we beknopt welke natuurdoeltypen we versterken en ontwikkelen.

Bomen en struweel In het landschappelijke raamwerk planten we langs de dragers en de assen bomen en struweel. Bestaande bomen handhaven we zoveel mogelijk. Voor vleermuizen zijn doorgaande boomstructuren aantrekkelijk om langs te foerageren, vogels vinden er eveneens hun voedsel en nestgelegenheid. Lager en dicht struweel biedt schuilplaatsen aan kleinere zoogdieren maar biedt ook vogels de gelegenheid om voedsel, schuil- en nestgelegenheid te vinden. We plaatsen: • Lanen en losse bomen en bosschages langs de belangrijke noord-zuidassen. Sterke inheemse soorten passend bij bodem, waterhuishouding en karakter van het landschap zoals Populus canadenis of Fraxinus excelsior. • Struweel langs de dragers. Diversiteit aan soorten: (knot) wilg, zwarte els, gladde iep, gewone es, wilde appel. • Knotwilgenlijnen en wilgengrienden op de kavelgrenzen en op de percelen tussen de zonnevelden. Rietoevers en natte ruigtes Bij de inrichting van de moeras- en waterrijke zone langs de Ringkade richten we ons op het natuurbeheertype moeras (natuurbeheertype N05.01) en gemaaid rietland (natuurbeheertype N05.02). Veenmoerassen komen voor

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

43

44

op de overgang van water naar land. Kenmerkend voor deze moerassen is dat ze in de huidige situatie zeer nat zijn en een geringe waterdynamiek kennen. Dat beheertype kenmerkt zich door soorten als riet, lisdodde en biezen in water, rietlanden en rietruigten. Veenmoeras is van groot belang voor vogels, libellen, vissen, amfibieën en enkele zoogdieren als otter, noordse woelmuis en waterspitsmuis. Voor een goede kwaliteit en duurzame instandhouding is een fluctuerend waterpeil en een goede waterkwaliteit essentieel. Een deel van de rietlanden wordt gemaaid, maar niet jaarlijks (overjarig riet).

Natuurvriendelijke oevers Langs de sloten en de weteringen worden oevers natuurvriendelijk beheerd. De huidige oevers van de sloten zijn stijl om de weilanden maximaal te benutten. Om meer ruimte voor rietoevers te creëren verflauwen we, waar mogelijk de oevers, of verlagen we plaatselijk het maaiveld. Het beoogde natuurbeheertype langs de oevers van de sloten is gemaaid rietland (natuurbeheertype N05.02). De rietlanden gedijen het beste op natte tot vochtige bodems die onder invloed staan van oppervlaktewater. Met de aanpassing aan de oevers zullen langs de slootkanten spontaan rietzones

met een diversiteit aan oeverplanten ontstaan. Onder het ijle riet komt een laag met kruiden en mossen voor. De rietzones worden in principe jaarlijks gemaaid. We zullen echter ook delen laten staan voor variatie in de vegetatie. Randen met oud riet en kleine ruigten zorgen voor broedgelegenheid van vogels en zijn belangrijk voor muizen en salamanders. Voldoende structuur is belangrijk voor het vergroten van de soortenrijkdom. Vooral de randen zijn structuur- en gradiëntrijk. Velden met kruidenrijke vegetatie en vochtige hooilanden De huidige open weilanden met voornamelijk een eenzijdige graslandvegetatie vormen we grotendeels om naar een aaneengesloten bodembedekkende kruidenrijke vegetatie (natuurbeheertype N12.02). Dat type kruiden- en faunarijk grasland is in de afgelopen decennia flink in areaal afgenomen door de gangbare landbouw. Oorzaak is sterke bemesting, periodiek doodspuiten en opnieuw inzaaien met hoogproductieve grassoorten. De realisatie van zonnevelden biedt een kans om het areaal in dit gebied significant te vergroten. Dat natuurbeheertype is van belang voor vlinders, andere insecten, vogels en kleine zoogdieren. De voorgestelde nieuwe vegetatie onder en om de panelen bestaat uit gebiedseigen en inheemse soorten.

Het verhogen van de soortenrijkdom realiseren we door de spontane ontwikkeling van gebiedseigen kruiden of het inzaaien van bloemrijk grasmengsel voor jaarrond vochtige tot natte voedselrijke

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

45

Afbeelding 9: Heijcopperkade, zicht richting Middelwetering en impressie

46

gronden. Bij het actief inzaaien zoeken we naar bestaande (bron) populaties of maaisel uit omliggende natuurgebieden (binnen 15 kilometer). Een kruidenrijkgrasland van goede kwaliteit heeft variatie in structuur, zoals hoge en lage vegetatie en plaatselijk struweel. Door de aanwezige ondergrond, waterpeil, voedselrijkdom en beheer zorgen we voor diversiteit in soorten. In de velden zoeken we bovendien naar aanvullende variatie met kleine plassen en poelen. Rondom de hekwerken voegen we gebiedseigen heesters toe. Waar de ondergrond en de waterhuishouding het toelaat streven we naar vochtige hooilanden (natuurbeheertype N10.02). Ook dat zijn bloemrijke graslanden, waar soorten als ratelaar, gewone rolklaver en kruipende boterbloem in voorkomen. In die velden zijn microgradiënten belangrijk voor variatie in soorten. Lokale opslag van bijvoorbeeld wilgenstruwelen zijn van belang voor vlinders en struweelvogels. Vochtige hooilanden zijn door ontginning en bemesting zeldzaam geworden. Deze graslanden worden slechts één tot twee keer per jaar gehooid.

Hekwerken en ecologie • Hekwerken passeerbaar (kleine ecopassages) • Rond de hekwerken passen we struwelen toe van inheemse heester, wat onder andere aantrekkelijk is voor insecten en vogels.

Drijvende natuureilanden en onderwaternatuur • Drijvende eilanden met groen (natuur) • Drivers met waterplanten, verbetering waterkwaliteit / onderwaterfauna • De Nedereindse Plas en de Middelwetering zijn de belangrijkste leefgebieden voor watervogels in dit gebied. Doel is om de effecten op de watervogelpopulatie te minimaliseren. Dit doen we door: • Kwaliteitsverbetering van het overgebleven gebied in en om de plas (drijvende eilandjes en ecologisch waardevolle vormgeving van de stellages met zonnepanelen) • De zonnevelden voor minimaal 25% van alle overs van de Middelwetering op minimaal 100 meter afstand te leggen Weidevogels Op dit moment kenmerkt het gebied zich door open weilanden die voornamelijk in gebruik zijn voor de veeteelt. De huidige ecologische waarde sluit aan bij het natuurbeheertype vochtig weidevogelgrasland (natuurbeheertype N13.01). De vegetatie bestaat uit bemeste voedselrijke (raaigras) graslanden of meer kruidenrijke graslanden. Belangrijk voor goede weidevogelgraslanden is een open karakter met een diversiteit aan graslandbeheer. Daar komen soorten voor als grutto, kievit, scholekster, tureluur en diverse eenden soorten. In de afgelopen decennia zijn de aantallen weidevogels afgenomen door de intensivering van de landbouw.

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

47

Met de ambitie om een energielandschap te ontwikkelen in Rijnenburg en Reijerscop zal een deel van het huidige landschap voor de weidevogels veranderen. Het gebied zal meer verdichten ten opzichte van de huidige situatie. Dat houdt in dat vooral de hierboven genoemde kwaliteit van open grasland zal afnemen. In het raamwerk zetten we in op de ontwikkeling van zones met vochtig hooiland in combinatie met moeras- en rietvegetaties. We ontwikkelen een aantrekkelijk foerageergebied voor weidevogels, als compensatie voor het verdwijnen van de open, agrarische graslanden.

48

ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

49

Vernatten - Ecologisch lint

Ringkade

50

Verbreden sloten

Nieuwe reactieve route

Vernatten - Ecologisch lint

Vernatten - Ruigte - Weidevogelgebied

Ringkade

Zonnepanelen

Struweel met hek

Vernatten - Ruigte - Weidevogelgebied

Schuur ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP

51

Ontwikkelfasen zonnevelden

52

5.4

ONTWIKKELINGSSTRATEGIE

Het plan voor energielandschap Rijnenburg wordt gedragen door een landschappelijk raamwerk dat robuust is, landschappelijke kwaliteit versterkt, en flexibiliteit toelaat in de uiteindelijke functie en invulling van het gebied. Het raamwerk is echter geen automatische resultante van het energielandschap. Er is een middel nodig dat de gedeelde belangen in het gebied vertegenwoordigt, zowel tijdens als na het pauzelandschap. Een reservering voor het landschap en de recreatieve elementen draagt bij aan de realisatie van de stip op de horizon die in de visie geschetst is. De reservering in de businesscase geeft de garantie voor de realisatie van de landschappelijke en ecologische hoofdstructuren en de recreatieve elementen van het raamwerk. Naast de investering in de landschappelijke inpassing op de locatie van de ontwikkeling zelf, reserveren wij een deel voor het raamwerk. Het raamwerk in zijn eindsituatie is ten dienste van de stad en de regio. Daarom kunnen nóg drie typen deelnemers een bijdrage leveren aan de landschappelijke ontwikkeling. Ten eerste de overheid, provincie, waterschap en/of gemeenten. Zij hebben immers belang bij het behouden en versterken van landschappelijke en ecologische kwaliteiten en het realiseren van recreatieve functies en routes. Ook kunnen ontwikkelende partijen van toekomstige woningbouw een bijdrage leveren.

Ook zij hebben belang bij een aantrekkelijk en recreatief

landschap dat zo al een basis kan zijn voor de ontwikkeling van een aangename toekomstige woonomgeving. De derde stroom kan komen vanuit het Gebiedsfonds dat bewoners zelf kunnen beheren, als zij dat willen. De landschappelijke reservering vindt gefaseerd plaats, maar volgt wel altijd een vast principe. Bij de start van het ontwikkelen van het gebied tot energielandschap zal de eerste stap zijn dat er zonnevelden en/of windmolens worden gerealiseerd. De projecten leveren een bijdrage aan de realisatie van de grotere landschappelijke, ecologische en recreatieve elementen. Een zonneveld of windmolens worden ingepast in het raamwerk uit onze visie, conform de uitgangspunten uit het uitnodigingskader van de gemeente. Zo bouwen we al vanaf het begin aan het totale raamwerk. Dit mechanisme blijft gedurende het pauzelandschap van kracht. Wanneer er een kritisch bedrag wordt bereikt kunnen grotere onderdelen van het landschappelijk raamwerk worden gerealiseerd, bijvoorbeeld het aanleggen van een recreatieve hoofdroute en een ecologische zone uit het masterplan. Het gehele raamwerkplan is te realiseren wanneer we uiteindelijk 8 windturbines en 230 hectare aan zonnepanelen ontwikkelen. Er leiden meerdere paden naar deze stip op de horizon, die afhangen van de gekozen ontwikkelstrategie en ontwikkelingen in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=05bfa3c9-950d-4c2d-aade-6fb5dc1f79b8